Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 20 september 2021, nr. 2021-0000469865, houdende vaststelling van regels voor het verstrekken van eenmalige specifieke uitkeringen aan gemeenten ten behoeve van de bouw van woon- en verblijfsruimte voor aandachtsgroepen (Regeling specifieke uitkering tweede tranche voor huisvesting aandachtsgroepen)
- BWB-id
- BWBR0045633
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2021-12-17
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0045633
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2021/regeling-specifieke-uitkering-tweede-tranche-voor-huisvestin
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2021/regeling-specifieke-uitkering-tweede-tranche-voor-huisvestin/2021-12-17
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0045633&g=2021-12-17
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0045633&z=2026-06-06&g=2021-12-17
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0045633/2021-12-17
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2021/regeling-specifieke-uitkering-tweede-tranche-voor-huisvestin
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: aandachtsgroepen: dak- en thuisloze mensen, arbeidsmigranten, studenten, statushouders, woonwagenbewoners en overige spoedzoekers; college: college van burgemeester en wethouders; minister: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; verblijfsruimte: gebouw of deel van een gebouw dat wordt gebruikt voor het verstrekken van verblijf aan arbeidsmigranten voor een prijs van maximaal € 100 per persoon per week, welk bedrag jaarlijks met ingang van 1 januari bij regeling van de minister wordt gewijzigd voor zover de consumentenprijsindex daartoe aanleiding geeft; woonruimte: ruimte die ter bewoning voor verhuur wordt aangeboden tegen een prijs: – artikel 20, tweede lid, van de Wet op de huurtoeslag die niet hoger ligt dan de bedragen, bedoeld in; – artikel 10, eerste lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte die niet hoger ligt dan de maximaal redelijke aanvangshuurprijs voor die woonruimte op basis van de bij of krachtensbepaalde waardering; en – artikel 10, derde lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte waarvan het maximale huurverhogingspercentage bedraagt het bij of krachtensvastgestelde maximale huurverhogingspercentage. 2021 41337 22-09-2021 20-09-2021 2021-0000469865 2021 41337 22-09-2021 20-09-2021 2021-0000469865 23-09-2021
Artikel 2 — Artikel 2 Activiteiten waarvoor een uitkering kan worden verstrekt#
Artikel 2 Activiteiten waarvoor een uitkering kan worden verstrekt 1 De minister kan op aanvraag van een college een specifieke uitkering verstrekken aan een gemeente voor een project: a. dat tot doel heeft het realiseren van woonruimten of verblijfsruimten die aan de bestaande voorraad woonruimten en verblijfsruimten worden toegevoegd en die gedurende ten minste tien jaar na voltooiing geheel of gedeeltelijk voor aandachtsgroepen bestemd zijn; b. waarvan aannemelijk is gemaakt dat er binnen twee jaar na de datum van toekenning van de uitkering onomkeerbare stappen worden gezet ten behoeve van het in onderdeel a bedoelde doel; en c. waarvan aannemelijk is gemaakt dat het binnen vijf jaar na de datum van toekenning van de uitkering gerealiseerd is. 2 De specifieke uitkering wordt slechts toegekend indien deze wordt besteed aan ongedekte kosten voor zaken die aantoonbaar bijdragen aan en noodzakelijk zijn voor een project, bedoeld in het eerste lid. 3 De specifieke uitkering bedraagt maximaal € 5.000 per te realiseren woonruimte en maximaal € 2.500 per te realiseren verblijfsruimte. 2021 41337 22-09-2021 20-09-2021 2021-0000469865 2021 41337 22-09-2021 20-09-2021 2021-0000469865 23-09-2021
Artikel 3 — Artikel 3 Uitkeringsplafond#
Artikel 3 Uitkeringsplafond 1 Het plafond voor het totaal van de aanvragen voor specifieke uitkeringen bedraagt € 35.432.319, met dien verstande dat per gemeente in totaal maximaal een bedrag van € 1.000.000 wordt verstrekt. 2 Wet op het BTW-compensatiefonds De specifieke uitkering wordt niet verstrekt voor BTW verschuldigd over kosten voor activiteiten voor zover het bedrag van de BTW in aanmerking komt voor compensatie op grond van de. 2021 49562 16-12-2021 14-12-2021 2021-0000656643 2021 49562 16-12-2021 14-12-2021 2021-0000656643 17-12-2021 23-09-2021
Artikel 4 — Artikel 4 De aanvraag#
Artikel 4 De aanvraag 1 Een specifieke uitkering kan worden aangevraagd van 28 oktober 2021 vanaf 09.00 uur tot 25 november 2021 om 17:00 uur. 2 Een aanvraag bevat: a. artikel 2, eerste lid een beschrijving van het project waarvoor de specifieke uitkering wordt aangevraagd, bedoeld in, en van de wijze waarop het project voldoet aan de voorwaarden, gesteld in artikel 2; b. een beschrijving van de wijze waarop het project wordt uitgevoerd en welke partijen daarbij betrokken zijn; c. een overzicht van de aantallen te realiseren woonruimten of verblijfsruimten per beoogde aandachtsgroep met, indien het spoedzoekers betreft, een onderbouwing van de spoed; d. een toelichting waaruit de benodigde bijdrage per woonruimte of verblijfsruimte en het BTW-deel van het aangevraagde bedrag blijkt; en e. de verwachte begin- en einddatum van het project. 3 Een aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het aanvraagformulier dat door de minister ter beschikking is gesteld op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. 4 artikel 3, eerste lid Indien een aanvraag onvolledig is en niet al bij voorbaat duidelijk is dat deze na herstel zou moeten worden afgewezen omdat het plafond, bedoeld in, anders wordt overschreden, biedt de minister de mogelijkheid om dit verzuim binnen een redelijke termijn te herstellen. 2021 41337 22-09-2021 20-09-2021 2021-0000469865 2021 41337 22-09-2021 20-09-2021 2021-0000469865 23-09-2021
Artikel 5 — Artikel 5 De rangschikking van de aanvragen#
Artikel 5 De rangschikking van de aanvragen 1 De minister behandelt de binnengekomen aanvragen op volgorde van binnenkomst. Een aanvraag geldt als binnengekomen op het moment dat de aanvraag volledig is binnengekomen. 2 artikel 3, eerste lid Indien de minister op de dag dat het plafond, bedoeld in, wordt bereikt meer dan één aanvraag ontvangt, stelt de minister de onderlinge rangschikking van die aanvragen vast door middel van loting. 3 artikel 4, eerste lid Indien het plafond niet is bereikt na toewijzing aan de binnengekomen aanvragen in de periode bedoeld in, kan de minister een andere periode vaststellen waarbinnen aanvragen kunnen worden gedaan. Die periode wordt uiterlijk zes weken voor aanvang ervan bekendgemaakt door middel van publicatie in de Staatscourant. 2021 41337 22-09-2021 20-09-2021 2021-0000469865 2021 41337 22-09-2021 20-09-2021 2021-0000469865 23-09-2021
Artikel 6 — Artikel 6 Verplichtingen#
Artikel 6 Verplichtingen 1 Het college besteedt de specifieke uitkering volledig uiterlijk op 31 december 2026 aan de projecten waarvoor de uitkering is verstrekt. Indien de volledige besteding van de specifieke uitkering voor die datum niet mogelijk is, kan de minister die termijn op schriftelijk en gemotiveerd verzoek van het college eenmaal met ten hoogste een jaar verlengen. 2 Het college informeert de minister op verzoek over de voortgang van de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verleend. 3 Het college verleent op verzoek van de minister medewerking en verstrekt informatie ten behoeve van de voortgang en evaluatie van de doelmatigheid en doeltreffendheid van deze regeling. 2021 41337 22-09-2021 20-09-2021 2021-0000469865 2021 41337 22-09-2021 20-09-2021 2021-0000469865 23-09-2021
Artikel 7 — Artikel 7 Afwijzingsgronden#
Artikel 7 Afwijzingsgronden 1 De minister wijst een aanvraag voor een specifieke uitkering af indien: a. de aanvraag niet voldoet aan de in deze regeling gestelde regels; b. Regeling Woningbouwimpuls 2020 Regeling specifieke uitkering herstructurering volkshuisvesting de aanvraag ziet op activiteiten waarvoor op grond van deof deal een uitkering is verleend; c. bijlage bij artikel 2 van de Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 6 november 2020 houdende vaststelling van regels voor het verstrekken van een eenmalige specifieke uitkering aan gemeenten ten behoeve van de huisvesting van kwetsbare doelgroepen de aanvraag ziet op projecten genoemd in de(Stcrt. 2020, 58877); d. artikel 3, eerste lid het bedrag van de aangevraagde uitkering dusdanig hoog is dat de toekenning ervan leidt tot een overschrijding van het plafond, bedoeld in; e. artikel 2, eerste lid toewijzing van de aanvraag wegens onvoorziene omstandigheden niet ten goede zou komen aan projecten als bedoeld in; of f. toewijzing van de aanvragen volgens de rangschikking zou leiden tot een bovenmatige concentratie van de toewijzingen in een of enkele regio’s. 2 artikel 3, eerste lid De minister kan een aanvraag voor een specifieke uitkering gedeeltelijk afwijzen, voor zover de volledige toekenning zou leiden tot een overschrijding van het plafond, bedoeld in. 2021 41337 22-09-2021 20-09-2021 2021-0000469865 2021 41337 22-09-2021 20-09-2021 2021-0000469865 23-09-2021
Artikel 8 — Artikel 8 De verlening#
Artikel 8 De verlening 1 De minister neemt binnen acht weken na de datum van ontvangst van een aanvraag een besluit omtrent de verlening van de specifieke uitkering. Indien de beschikking niet binnen deze termijn kan worden gegeven, deelt de minister dit aan de aanvrager mede en noemt daarbij een zo kort mogelijke termijn van uiterlijk acht weken waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. 2 De verleningsbeschikking vermeldt: a. welke projecten worden uitgevoerd en hoeveel woonruimten en verblijfsruimten daarmee worden gebouwd; b. het bedrag van de uitkering; c. de wijze van verantwoording over de besteding van de uitkering; en d. de wijze waarop kan worden aangetoond dat de projecten zijn uitgevoerd. 2021 41337 22-09-2021 20-09-2021 2021-0000469865 2021 41337 22-09-2021 20-09-2021 2021-0000469865 23-09-2021
Artikel 9 — Artikel 9 Bevoorschotting en uitbetaling#
Artikel 9 Bevoorschotting en uitbetaling artikel 8, eerste lid De minister verleent bij het besluit tot verlening van de specifieke uitkering, bedoeld in, een voorschot van 100% en betaalt dat voorschot in één keer uit. 2021 41337 22-09-2021 20-09-2021 2021-0000469865 2021 41337 22-09-2021 20-09-2021 2021-0000469865 23-09-2021
Artikel 10 — Artikel 10 Verantwoording, vaststelling en terugvordering#
Artikel 10 Verantwoording, vaststelling en terugvordering 1 artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet De minister stelt de specifieke uitkering vast nadat het college de eindverantwoording aan de minister heeft verstrekt op de wijze bedoeld in. 2 Indien uit de verantwoordingsinformatie blijkt dat de uitkering niet volledig of onrechtmatig is besteed, vordert de minister de uitkering ter hoogte van het niet of onrechtmatig bestede deel terug. De minister doet binnen een jaar na ontvangst van de verantwoordingsinformatie mededeling van de terugvordering aan de ontvanger. 2021 41337 22-09-2021 20-09-2021 2021-0000469865 2021 41337 22-09-2021 20-09-2021 2021-0000469865 23-09-2021
Artikel 11 — Artikel 11 Inwerkingtreding#
Artikel 11 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2021 41337 22-09-2021 20-09-2021 2021-0000469865 2021 41337 22-09-2021 20-09-2021 2021-0000469865 23-09-2021
Artikel 12 — Artikel 12 Citeertitel#
Artikel 12 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke uitkering tweede tranche voor huisvesting aandachtsgroepen. 2021 41337 22-09-2021 20-09-2021 2021-0000469865 2021 41337 22-09-2021 20-09-2021 2021-0000469865 23-09-2021