Regeling van de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media van 5 maart 2021, nr. 1112574, betreffende subsidie voor duurzame interventies in het voortgezet onderwijs in 2021, 2022 en 2023 om onnodig zittenblijven te voorkomen (Subsidieregeling structureel voorkomen onnodig zittenblijven vo 2021–2023)
- BWB-id
- BWBR0044915
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2023-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0044915
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2021/subsidieregeling-structureel-voorkomen-onnodig-zittenblijven
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2021/subsidieregeling-structureel-voorkomen-onnodig-zittenblijven/2023-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0044915&g=2023-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0044915&z=2026-06-06&g=2023-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0044915/2023-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2021/subsidieregeling-structureel-voorkomen-onnodig-zittenblijven
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: bevoegd gezag: artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 bevoegd gezag als bedoeld in; DUS-I: Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen; minister: Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media; onnodig zittenblijven: zittenblijven dat voor de leerling onwenselijk is en redelijkerwijs voorkomen had kunnen worden; programma: artikel 4, derde lid facultatief onderwijsaanbod als bedoeld in, aansluitend op maar buiten het reguliere onderwijsprogramma, met uitsluitend als doel onnodig zittenblijven te voorkomen; school: artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 uit ’s Rijks kas bekostigde school als bedoeld in; vestiging: artikel 4.13 artikel 4.14 artikel 4.16 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 hoofdvestiging als bedoeld in, nevenvestiging als bedoeld inof tijdelijke nevenvestiging als bedoeld in; zittenblijven: door een leerling opnieuw doorlopen van hetzelfde leerjaar in hetzelfde of een lager schooltype; zomerschool: door een school geboden voorziening om leerlingen in de voor de school geldende zomervakantie in de gelegenheid te stellen om extra onderwijs te volgen, met uitsluitend als doel onnodig zittenblijven te voorkomen; zomervakantie: artikel 2.39, vierde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 op grond vancentraal voor het desbetreffende jaar vastgestelde zomervakantie. 2022 18695 18-07-2022 06-07-2022 MBO/33252859 2022 18695 18-07-2022 06-07-2022 MBO/33252859 01-08-2022 2022 993 09-02-2022 07-12-2021 VO/29106277 2022 993 09-02-2022 07-12-2021 VO/29106277 01-08-2022
Artikel 2 — Artikel 2 Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS Toepassing#
Artikel 2 Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS Toepassing Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS Deze regeling geldt in aanvulling op de. 2021 11972 09-03-2021 05-03-2021 1112574 2021 11972 09-03-2021 05-03-2021 1112574 10-03-2021
Artikel 3 — Artikel 3 Subsidieplafond#
Artikel 3 Subsidieplafond 1 Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling zijn de volgende bedragen beschikbaar: a. in 2021 en 2022: € 8.750.000 per kalenderjaar; b. in kalenderjaar 2023: € 5.250.000. 2 Indien het bedrag dat beschikbaar is in het kalenderjaar 2021 niet volledig wordt benut, wordt het resterende bedrag toegevoegd aan het beschikbare bedrag voor het kalenderjaar 2022. 2022 31507 24-11-2022 11-11-2022 VO/34769720 2022 31507 24-11-2022 11-11-2022 VO/34769720 01-01-2023
Artikel 4 — Artikel 4 Te subsidiëren activiteiten#
Artikel 4 Te subsidiëren activiteiten 1 De minister kan voor de kalenderjaren 2021, 2022 of 2023 subsidie verstrekken aan een bevoegd gezag voor het treffen van maatregelen die ten doel hebben het aantal leerlingen dat onnodig blijft zitten duurzaam en structureel te verminderen, door herijking, verdere ontwikkeling, verbetering of het bevorderen van intensivering van één of meer van de volgende activiteiten: a. het monitoren van de leerontwikkeling van leerlingen om tijdig deficiënties te kunnen opsporen en weg te werken; b. de flexibilisering van het door de school gehanteerde beleid ten aanzien van overgang en zittenblijven; of c. professionaliserings- en ontwikkelactiviteiten voor aan het bevoegd gezag verbonden leraren, gericht op het voorkomen van onnodig zittenblijven en op het bieden van kansen, maatwerk en effectieve en kansrijke toepassing van het overgangsbeleid. 2 De minister kan, uitsluitend in combinatie met de activiteiten waarvoor subsidie kan worden verstrekt op grond van het eerste lid, tevens subsidie verstrekken aan een bevoegd gezag voor de volgende programma’s: a. een zomerschool; of b. een ander programma buiten het reguliere onderwijsprogramma om leerlingen in staat te stellen deficiënties weg te werken en onnodig zittenblijven te voorkomen. 3 Op grond van deze regeling wordt geen subsidie verstrekt voor: a. activiteiten die reeds worden bekostigd uit de rijksbijdrage; of b. activiteiten waarvoor de minister reeds op grond van een andere regeling subsidie heeft verstrekt. 2021 11972 09-03-2021 05-03-2021 1112574 2021 11972 09-03-2021 05-03-2021 1112574 10-03-2021
Artikel 5 — Artikel 5 Subsidiebedrag#
Artikel 5 Subsidiebedrag 1 artikel 4, eerste lid Het subsidiebedrag per aanvraag op grond van, bedraagt € 15.000 per vestiging. 2 artikel 4, eerste en tweede lid Het subsidiebedrag per aanvraag op grond vangezamenlijk, wordt berekend door het begrote aantal leerlingen dat naar verwachting deelneemt met € 450 te vermenigvuldigen tot een maximum van € 10.000. Het resulterende bedrag wordt vermeerderd met een bedrag van € 15.000. 3 Het subsidiebedrag wordt aan een bevoegd gezag op Bonaire, Sint-Eustatius of Saba uitbetaald in dollars tegen de vastgestelde wisselkoers. 2021 11972 09-03-2021 05-03-2021 1112574 2021 11972 09-03-2021 05-03-2021 1112574 10-03-2021
Artikel 6 — Artikel 6 Subsidieaanvraag#
Artikel 6 Subsidieaanvraag 1 De aanvrager kan maximaal één aanvraag per vestiging indienen gedurende de looptijd van deze regeling. 2 artikelen 3.5 tot en met 3.7 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS In afwijking van debevat de aanvraag: a. artikel 4, eerste lid een beschrijving van de activiteit, bedoeld in, waarvoor subsidie wordt aangevraagd en de wijze waarop die activiteit wordt vormgegeven; en b. artikel 4, eerste lid een beschrijving van de wijze waarop de beoogde maatregelen bijdragen aan het in, beschreven doel van deze regeling; en c. artikel 4, eerste en tweede lid indien subsidie wordt aangevraagd voor activiteiten als bedoeld in, een prognose van het aantal leerlingen dat zal deelnemen aan het programma. 3 Een subsidieaanvraag voor het kalenderjaar 2021 kan worden ingediend tussen 10 maart 2021 en 1 mei 2021 met gebruikmaking van het formulier dat daarvoor op de website van DUS-I beschikbaar is gesteld. 4 Een subsidieaanvraag voor het kalenderjaar 2022 kan worden ingediend tussen 8 maart 2022 en 1 mei 2022 met gebruikmaking van het formulier dat daarvoor op de website van DUS-I beschikbaar is gesteld. 5 Een subsidieaanvraag voor het kalenderjaar 2023 kan worden ingediend tussen 8 maart 2023 en 1 mei 2023 met gebruikmaking van het formulier dat daarvoor op de website van DUS-I beschikbaar is gesteld. 6 Aanvragen die na de einddatum van het desbetreffende aanvraagtijdvak worden ingediend, worden afgewezen. 2021 11972 09-03-2021 05-03-2021 1112574 2021 11972 09-03-2021 05-03-2021 1112574 10-03-2021
Artikel 7 — Artikel 7 Vaststelling en betaling#
Artikel 7 Vaststelling en betaling 1 De subsidie wordt uiterlijk op 1 juli van het jaar waarin de aanvraag wordt gedaan direct vastgesteld. 2 artikel 4, eerste lid en tweede lid, onder a In afwijking van het eerste lid wordt de subsidie bij aanvragen die mede zien op een zomerschool als bedoeld in, uiterlijk op 1 juni van het jaar waarin de aanvraag wordt gedaan direct vastgesteld, mits de aanvraag voor 1 april van het desbetreffende jaar bij DUS-I is ingediend. 3 De minister betaalt het bedrag van de subsidie ineens. 2021 11972 09-03-2021 05-03-2021 1112574 2021 11972 09-03-2021 05-03-2021 1112574 10-03-2021
Artikel 8 — Artikel 8 Wijze van verdeling beschikbare middelen#
Artikel 8 Wijze van verdeling beschikbare middelen 1 Regeling lente- en zomerscholen vo Indien het voor subsidieverstrekking beschikbare bedrag in een bepaald jaar niet hoog genoeg is om alle aanvragen te honoreren, verleent de minister voorrang aan subsidieaanvragen van scholen die in 2020 subsidie hebben ontvangen op grond van de, zoals die luidde op 31 december 2019. 2 Indien bij toewijzing van alle aanvragen als bedoeld in het eerste lid het subsidieplafond niettemin zou worden overschreden, wordt op de aanvragen beslist in volgorde van het percentage zittenblijvers per vestiging op de op het moment van sluiten van het desbetreffende aanvraagtijdvak geldende peildatum, zoals vermeld op de website https://duo.nl/open_onderwijsdata/databestanden/vo/leerlingen/leerlingen-vo-zit.jsp. Daarbij krijgen aanvragen voor vestigingen met een hoger percentage zittenblijvers voorrang. 3 Indien na toepassing van het eerste lid nog middelen resteren, is het tweede lid van overeenkomstige toepassing op de overige aanvragen. 4 Indien bij meerdere aanvragen sprake is van een gelijk percentage zittenblijvers als bedoeld in het tweede lid, en niet alle gelijk gerangschikte aanvragen kunnen worden toegewezen zonder het subsidieplafond te overschrijden, vindt loting plaats. 2021 11972 09-03-2021 05-03-2021 1112574 2021 11972 09-03-2021 05-03-2021 1112574 10-03-2021
Artikel 9 — Artikel 9 Subsidieverplichtingen#
Artikel 9 Subsidieverplichtingen 1 artikel 4, tweede, onderdelen a en b Voor deelname aan een programma als bedoeld in, wordt aan de deelnemende leerlingen geen vergoeding gevraagd. 2 De activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt worden uiterlijk afgerond op 31 december van het jaar dat volgt op het jaar waarin de subsidie werd verstrekt. 3 De subsidieontvanger draagt desgevraagd bij aan onderzoek naar effectieve maatregelen om onnodig zittenblijven te voorkomen en aan kennisdeling hierover. 2021 11972 09-03-2021 05-03-2021 1112574 2021 11972 09-03-2021 05-03-2021 1112574 10-03-2021
Artikel 10 — Artikel 10 Verantwoording#
Artikel 10 Verantwoording 1 Regeling jaarverslaggeving onderwijs Regeling jaarverslaglegging onderwijs BES De verantwoording van de subsidie geschiedt in model G, onderdeel 1, overeenkomstig deof de. 2 De subsidieontvanger toont op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie zijn verbonden. 3 artikel 4, tweede lid, onderdelen a en b De subsidieontvanger meldt het bij de minister, indien het aantal daadwerkelijk aan een programma als bedoeld in, deelnemende leerlingen minder is dan 85% van het aantal opgegeven leerlingen. 4 De subsidieontvanger meldt het bij de minister, indien de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend niet worden uitgevoerd. 5 Indien de activiteiten volledig zijn uitgevoerd en aan alle verplichtingen is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt. 2021 11972 09-03-2021 05-03-2021 1112574 2021 11972 09-03-2021 05-03-2021 1112574 10-03-2021
Artikel 10a — Artikel 10a Omhang#
Artikel 10a Omhang artikel 5.11 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 Deze regeling berust op. 2022 993 09-02-2022 07-12-2021 VO/29106277 2022 993 09-02-2022 07-12-2021 VO/29106277 01-08-2022
Artikel 11 — Artikel 11 Inwerkingtreding en vervaldatum#
Artikel 11 Inwerkingtreding en vervaldatum 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2026. 2021 11972 09-03-2021 05-03-2021 1112574 2021 11972 09-03-2021 05-03-2021 1112574 10-03-2021
Artikel 12 — Artikel 12 Citeertitel#
Artikel 12 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling structureel voorkomen onnodig zittenblijven vo 2021–2023. 2021 11972 09-03-2021 05-03-2021 1112574 2021 11972 09-03-2021 05-03-2021 1112574 10-03-2021