Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 22 maart 2021, nr. 2021-0000050409, houdende regels om de samenwerking in regionaal mobiliteitsteams te faciliteren om aan personen die dreigen hun baan kwijt te raken of zijn kwijtgeraakt vanwege COVID-19 dienstverlening werkfitbehoud, aanvullende crisisdienstverlening en scholing via praktijkleren in het mbo aan te kunnen bieden (Tijdelijke regeling aanvullende crisisdienstverlening COVID-19)
- BWB-id
- BWBR0044968
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- 2024-01-01 t/m 2024-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0044968
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2021/tijdelijke-regeling-aanvullende-dienstverlening
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2021/tijdelijke-regeling-aanvullende-dienstverlening/2024-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0044968&g=2024-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0044968&z=2026-06-06&g=2024-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0044968/2024-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2021/tijdelijke-regeling-aanvullende-dienstverlening
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepaling#
Artikel 1 Begripsbepaling In deze regeling wordt verstaan onder: aanvullende dienstverlening: bijlage 1 dienstverlening, niet zijnde reguliere dienstverlening, die aanvullend door een partij of een college van burgemeester en wethouders kan worden aangeboden zoals opgenomen in; dienstverlening werkfitbehoud: bijlage 3 dienstverlening die door een partij of een college van burgemeester en wethouders kan worden aangeboden voor het behoud van werkfitheid zoals opgenomen invoor het deel waarvoor de reguliere dienstverlening onvoldoende beschikbaar is; onderwijsinstellingen in het mbo en hoger onderwijs: artikel 1.1.1 artikel 1.4.1, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs artikel 1.1, onderdeel g, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek instelling als bedoeld in, of een andere instelling voor beroepsonderwijs als bedoeld inof instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in; onderwijsovereenkomst: artikel 8.1.3. van de Wet educatie en beroepsonderwijs schriftelijke overeenkomst als bedoeld in; partij(en): artikel 6, eerste lid, onderdelen a tot en met d partij(en) als bedoeld in; praktijkovereenkomst: artikel 7.2.8. van de Wet educatie en beroepsonderwijs schriftelijke overeenkomst als bedoeld in; praktijkplaats: artikel 7.2.9. van de Wet educatie en beroepsonderwijs praktijkplaats als bedoeld in; SBB: artikel 1.5.1, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven als rechtspersoon, bedoeld in; scholing via praktijkleren in het mbo: artikel 1.4.1, lid 1.a, van de Wet educatie en beroepsonderwijs artikel 7.4.6. van de Wet educatie en beroepsonderwijs artikel 7.2.3. van de Wet educatie en beroepsonderwijs artikel 7.4.6.a van de Wet educatie en beroepsonderwijs een beroepsopleiding in de derde leerweg als bedoeld in, waarbij sprake is van beroepspraktijkvorming waarvoor een erkend leerbedrijf een praktijkplaats realiseert, gericht op het behalen van een diploma, bedoeld in, een certificaat, bedoeld in, of een mbo-verklaring, bedoeld in; reguliere dienstverlening: dienstverlening die door een partij of een college van burgemeester en wethouders kan worden aangeboden op grond van een regeling, niet zijnde deze regeling, of gemeentelijke verordening ongeacht of reguliere middelen beschikbaar zijn; werkgeversorganisatie: een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid van werkgevers, die krachtens haar statuten de belangenbehartiging van werkgevers beoogt; werknemer: artikel 1 van de Wet op de loonbelasting 1964 werknemer in de zin van de werknemersverzekeringen of een werknemer, artiest, beroepssporter, lid van een buitenlands gezelschap of een aangewezen andere natuurlijke persoon als bedoeld in; werknemersorganisatie: een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid van werknemers, die krachtens haar statuten de belangenbehartiging van werknemers beoogt. 2022 34833 27-12-2022 15-12-2022 2022-0000258553 2022 34833 27-12-2022 15-12-2022 2022-0000258553 01-01-2023
Artikel 2 — Artikel 2 Doelgroep aanvullende dienstverlening en scholing via praktijkleren in het mbo#
Artikel 2 Doelgroep aanvullende dienstverlening en scholing via praktijkleren in het mbo 1 Partijen en colleges van burgemeester en wethouders ondersteunen in de regionale mobiliteitsteams de volgende groepen bij het verkleinen van de afstand tot de arbeidsmarkt: a. artikel 30a, eerste lid, onderdeel b, van de Wet SUWI werknemers die werkloos dreigen te raken maar niet in aanmerking komen voor dienstverlening op grond van; b. artikel 30a van de Wet SUWI artikel 73 van de Werkloosheidswet personen die in aanmerking komen voor ondersteuning bij arbeidsinschakeling op grond vanen; c. artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet artikelen 7, derde lid 10f, van de Participatiewet personen die in aanmerking komen voor ondersteuning bij arbeidsinschakeling op grond van, in samenhang met de, en. 2 artikel 8 Aan werknemers en personen als bedoeld in het eerste lid kan in 2023 en 2024 aanvullende dienstverlening en scholing via praktijkleren uitsluitend worden aangeboden als uit de advisering, bedoeld in, blijkt dat dit noodzakelijk is voor het verkleinen van de afstand tot de arbeidsmarkt en het verkrijgen van arbeid en de inzet van reguliere dienstverlening onvoldoende wordt geacht. 2022 34833 27-12-2022 15-12-2022 2022-0000258553 2022 34833 27-12-2022 15-12-2022 2022-0000258553 01-01-2023
Artikel 3 — Artikel 3 Doelgroep dienstverlening werkfitbehoud#
Artikel 3 Doelgroep dienstverlening werkfitbehoud artikel 38b, eerste en tweede lid artikel 38f, vijfde lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen Aan personen als bedoeld in, en, die werkloos zijn geworden of dreigen te worden, kunnen dienstverlening werkfitbehoud, aanvullende dienstverlening en scholing via praktijkleren in het mbo in 2023 en 2024 worden aangeboden. 2022 34833 27-12-2022 15-12-2022 2022-0000258553 2022 34833 27-12-2022 15-12-2022 2022-0000258553 01-01-2023
Artikel 4 — Artikel 4 Doel samenwerking#
Artikel 4 Doel samenwerking 1 artikel 2 artikel 8 artikel 3 Partijen en colleges van burgemeester en wethouders werken samen in een regionaal mobiliteitsteam en worden gefinancierd om personen als bedoeld in, indien nodig na advisering overeenkomstig, en personen als bedoeld in, te ondersteunen bij het verkleinen van de afstand tot de arbeidsmarkt en voor het samenbrengen van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. 2 Partijen geven de samenwerking met SBB en onderwijsinstellingen in het mbo en hoger onderwijs vorm ten behoeve van het doel, bedoeld in het eerste lid. 2021 15327 25-03-2021 22-03-2021 2021-0000050409 2021 15327 25-03-2021 22-03-2021 2021-0000050409 26-03-2021
Artikel 5 — Artikel 5 Afspraken samenwerking#
Artikel 5 Afspraken samenwerking 1 De partijen, SBB en onderwijsinstellingen in het mbo en hoger onderwijs maken per arbeidsmarktregio schriftelijk afspraken over de samenwerking met betrekking tot de inzet en uitvoering van aanvullende dienstverlening, scholing via praktijkleren in het mbo en dienstverlening werkfitbehoud binnen het regionale mobiliteitsteam en melden dit aan de Minister. De afspraken zien in ieder geval op: a. de wijze van organisatie van een regionaal overleg; b. het aanwijzen van een kwartiermaker bij het opzetten van een regionaal mobiliteitsteam; c. het aanwijzen van een operationeel coördinator; d. welke werknemers- en werkgeversorganisaties deelnemen aan het regionaal mobiliteitsteam; e. het waarborgen van toetreding van werknemers- en werkgeversorganisatie; f. de samenwerking rondom aanvullende dienstverlening, scholing via praktijkleren in het mbo en dienstverlening werkfitbehoud; g. de wijze waarop samengewerkt wordt met SBB en onderwijsinstellingen in het mbo en hoger onderwijs; h. het aanwijzen van een contactpunt voor betrokkenen voor de uitoefening van de rechten op grond van hoofdstuk III van de Algemene verordening gegevensbescherming; en i. het aanwijzen van een coördinerend functionaris voor gegevensbescherming. 2 In aanvulling op het eerste lid, maken de partijen afspraken over: a. artikelen 2.38 2.39 van de Aanbestedingswet 2012 de wijze van de uitvoering en toepassing conform de voor het plaatsen van opdrachten voor sociale en andere specifieke diensten geldendeen; b. een andere wijze van contracteren, waarbij op basis van een vooraf bekendgemaakte toelatingsprocedure overeenkomsten worden gesloten en waarbij slechts geschiktheidseisen of minimumeisen worden gesteld en de betrokken persoon zelf kiest uit de toegelaten aanbieders; en c. de wijze van de uitvoering en toepassing van marktconforme tarieven bij het uitvoeren van deze regeling door eigen personeel van de partijen of, voor zover het de colleges van burgemeester en wethouders betreft, door het overheidspersoneel. 3 artikel 6, eerste lid, onderdeel a Het college van burgemeester en wethouders, bedoeld in, maakt afspraken met de colleges van burgemeester en wethouders binnen de arbeidsmarktregio over het proces en de inzet van aanvullende dienstverlening, scholing via praktijkleren in het mbo en dienstverlening werkfitbehoud in een regionaal mobiliteitsteam. 2022 34833 27-12-2022 15-12-2022 2022-0000258553 2022 34833 27-12-2022 15-12-2022 2022-0000258553 01-01-2023
Artikel 6 — Artikel 6 Samenstelling regionaal mobiliteitsteam#
Artikel 6 Samenstelling regionaal mobiliteitsteam 1 artikel 2.4, eerste lid, van het Besluit SUWI Per arbeidsmarktregio als bedoeld in, werken in een regionaal mobiliteitsteam de volgende partijen samen: a. artikel 2.4, tweede lid, van het Besluit SUWI college van burgemeester en wethouders van de centrumgemeente, bedoeld in, tenzij de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten binnen de arbeidsmarktregio een andere gemeente aanwijzen als partij; b. UWV; c. werknemersorganisaties; en d. werkgeversorganisaties. 2 artikel 6, eerste, lid, onderdeel a artikel 15 De partij, bedoeld in, meldt aan de kassier, bedoeld in, welke partijen per arbeidsmarktregio samenwerken in een regionaal mobiliteitsteam. 2021 15327 25-03-2021 22-03-2021 2021-0000050409 2021 15327 25-03-2021 22-03-2021 2021-0000050409 26-03-2021
Artikel 7 — Artikel 7 Aanspreekpunt tijdelijke impuls banenafspraak#
Artikel 7 Aanspreekpunt tijdelijke impuls banenafspraak Vervallen 2022 34833 27-12-2022 15-12-2022 2022-0000258553 2022 34833 27-12-2022 15-12-2022 2022-0000258553 01-01-2023
Artikel 8 — Artikel 8 Adviserende partij#
Artikel 8 Adviserende partij artikel 2 Een partij of een college van burgemeester en wethouders adviseert binnen het regionaal mobiliteitsteam de personen als bedoeld inover de inzet van aanvullende dienstverlening. De adviserende partijen zijn, voor zover partijen hierover geen andere afspraken maken: a. artikel 6, eerste lid, onderdelen c en d artikel 2, onderdeel a artikel 30a, eerste lid, onderdeel b, van de Wet SUWI de partijen, genoemd in, voor personen als bedoeld in, en personen als bedoeld in; b. artikel 6, eerste lid, onderdeel b artikel 2, onderdeel b artikel 30a, eerste lid, onderdeel b, van de Wet SUWI de partij, genoemd in, voor personen als bedoeld in, behoudens personen als bedoeld in; c. artikel 2, onderdeel c een college van burgemeester en wethouders voor personen als bedoeld in. 2022 34833 27-12-2022 15-12-2022 2022-0000258553 2022 34833 27-12-2022 15-12-2022 2022-0000258553 01-01-2023
Artikel 9 — Artikel 9 Doorzendverplichting#
Artikel 9 Doorzendverplichting De partij of een college van burgemeester en wethouders zendt geschriften tot behandeling waarvan kennelijk een andere partij of college van burgemeester en wethouders bevoegd is, onverwijld door aan die partij of college van burgemeester en wethouders onder gelijktijdige mededeling daarvan aan de afzender. 2021 15327 25-03-2021 22-03-2021 2021-0000050409 2021 15327 25-03-2021 22-03-2021 2021-0000050409 26-03-2021
Artikel 10 — Artikel 10 Inspanningsverplichting#
Artikel 10 Inspanningsverplichting De persoon aan wie op basis van deze regeling aanvullende dienstverlening, dienstverlening werkfitbehoud of scholing via praktijkleren in het mbo wordt aangeboden spant zich in om hiervan gebruik te maken. 2022 34833 27-12-2022 15-12-2022 2022-0000258553 2022 34833 27-12-2022 15-12-2022 2022-0000258553 01-01-2023
Artikel 11 — Artikel 11 Verwerkingsverantwoordelijken#
Artikel 11 Verwerkingsverantwoordelijken Bij de gegevensverwerking in verband met de samenwerking in een regionaal mobiliteitsteam zijn de samenwerkende partijen of colleges van burgemeester en wethouders gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken als bedoeld in artikel 26 van de Algemene verordening gegevensbescherming. 2021 15327 25-03-2021 22-03-2021 2021-0000050409 2021 15327 25-03-2021 22-03-2021 2021-0000050409 26-03-2021
Artikel 12 — Artikel 12 Gegevensverwerking door werknemers- en werkgeversorganisaties#
Artikel 12 Gegevensverwerking door werknemers- en werkgeversorganisaties 1 artikel 4, eerste lid artikel 6, eerste lid, onderdelen c en d Ten behoeve van het doel, bedoeld in, kunnen partijen als bedoeld in, gegevens verwerken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de taken in het kader de samenwerking grond van deze regeling. 2 artikel 6, eerste lid, onderdelen c en d artikel 4, eerste lid artikel 6, eerste lid, onderdelen a tot en met d De partijen, bedoeld in, zijn bevoegd om ten behoeve van het doel, bedoeld in, aan andere partijen als bedoeld in, of colleges van burgemeester en wethouders, gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de taken in het kader de samenwerking grond van deze regeling. 3 De gegevens, bedoeld in het eerste en tweede lid, zijn: a. gegevens over de persoon: namen, geboortedatum, adresgegevens, contactgegevens; b. opleidingsgegevens; c. gegevens over het arbeidsverleden; d. gegevens over de huidige arbeidssituatie; e. arbeidsmarktbemiddelingsgegevens; en f. gegevens omtrent de inzet van de dienstverlening werkfitbehoud, aanvullende dienstverlening of scholing via praktijkleren in het mbo. 4 bijlage 1 bijlage 2 bijlage 3 artikel 6, eerste lid, onderdelen c en d Indien aanvullende dienstverlening uit, scholing via praktijkleren in het mbo uitof dienstverlening werkfitbehoud uitdoor een partij als bedoeld in, wordt ingekocht bij een derde, verstrekt die partij de gegevens, bedoeld in het derde lid, aan deze derde, mits de betrokkene toestemming heeft gegeven voor het verstrekken van deze gegevens. 5 artikel 6, eerste lid, onderdelen c en d Het is partijen als bedoeld in, verboden hetgeen hem uit of in verband met enige werkzaamheid bij de uitvoering van deze regeling over de persoon of zaken van een ander blijkt of wordt meegedeeld, verder bekend te maken dan voor de uitvoering van deze regeling noodzakelijk is dan wel op grond van deze regeling is voorgeschreven of toegestaan. 2022 34833 27-12-2022 15-12-2022 2022-0000258553 2022 34833 27-12-2022 15-12-2022 2022-0000258553 01-01-2023
Artikel 13 — Artikel 13 Gegevensverwerking door UWV en colleges van burgemeester en wethouders#
Artikel 13 Gegevensverwerking door UWV en colleges van burgemeester en wethouders 1 artikel 4, eerste lid artikel 6, eerste, lid, onderdelen a en b Ten behoeve van het doel, bedoeld in, kunnen partijen als bedoeld in, en colleges van burgemeester en wethouders, gegevens verwerken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de taken in het kader de samenwerking die bij of krachtens enige wet aan die partij of dat college van burgemeester en wethouders is opgedragen. 2 artikel 6, eerste, lid, onderdelen a en b artikel 4, eerste lid artikel 6, eerste, lid, onderdelen c en d De partijen, bedoeld in, en het college van burgemeester en wethouders, zijn bevoegd om ten behoeve van het doel, bedoeld in, aan partijen als bedoeld in, gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de taken in het kader de samenwerking die bij of krachtens enige wet aan die partij of dat college van burgemeester en wethouders is opgedragen, mits de betrokkene schriftelijk heeft verklaard tegen de verstrekking van deze gegevens geen bezwaar te hebben. 3 De gegevens, bedoeld in het eerste en tweede lid, zijn: a. gegevens over de persoon: namen, geboortedatum, adresgegevens, contactgegevens; b. opleidingsgegevens; c. gegevens over het arbeidsverleden; d. gegevens over de huidige arbeidssituatie; e. arbeidsmarktbemiddelingsgegevens; f. gegevens omtrent de inzet van de dienstverlening werkfitbehoud, aanvullende dienstverlening of scholing via praktijkleren in het mbo; en g. artikel 3 of er sprake is van een persoon als bedoeld in. 4 bijlage 1 bijlage 2 bijlage 3 artikel 6, eerste, lid, onderdelen a en b Indien aanvullende dienstverlening uit, scholing via praktijkleren in mbo als uitof dienstverlening werkfitbehoud uitdoor een partij als bedoeld in, of een college van burgemeester en wethouders, wordt ingekocht bij een derde, verstrekt die partij of dat college van burgemeester en wethouders de gegevens, bedoeld in het derde lid, aan deze derde, mits betrokkene schriftelijk heeft verklaard tegen de verstrekking van deze gegevens geen bezwaar te hebben. 5 artikel 6, onderdelen a en b Partijen, bedoeld in, en colleges van burgemeesters en wethouders zijn bevoegd om gedurende de dienstverlening werkfitbehoud, aanvullende dienstverlening of scholing via praktijkleren in het mbo of binnen uiterlijk drie maanden na het afronden daarvan gegevens die ten behoeve van deze regeling zijn verwerkt, te verwerken ten behoeve van reguliere dienstverlening. 2022 34833 27-12-2022 15-12-2022 2022-0000258553 2022 34833 27-12-2022 15-12-2022 2022-0000258553 01-01-2023
Artikel 14 — Artikel 14 Bewaartermijn persoonsgegevens#
Artikel 14 Bewaartermijn persoonsgegevens artikel 13, vijfde lid Persoonsgegevens die door de partijen en colleges van burgemeester en wethouders worden verwerkt in het kader van de samenwerking worden ten hoogste drie maanden na de datum van afronding van de dienstverlening werkfitbehoud, aanvullende dienstverlening en scholing via praktijkleren in het mbo bewaard, of ten hoogste drie maanden na de datum van verwerking, bedoeld in, tenzij krachtens een ander wettelijk voorschrift een andere bewaartermijn geldt. 2022 34833 27-12-2022 15-12-2022 2022-0000258553 2022 34833 27-12-2022 15-12-2022 2022-0000258553 01-01-2023
Artikel 15 — Artikel 15 Taak kassier en uitvoering vergoedingsbesluiten in mandaat#
Artikel 15 Taak kassier en uitvoering vergoedingsbesluiten in mandaat 1 Het UWV is belast met de taken van de kassier. 2 artikel 25, derde lid artikelen 17 tot en met 21 De kassier administreert en beheert feitelijk de budgetten, bedoeld in, en zorgt voor de uitbetaling van de vergoedingen, bedoeld in de, aan de partijen. 3 artikelen 19 tot en met 21 De Minister verleent aan de directeur van de divisie Werkbedrijf van het UWV mandaat om in het kader van de uitvoering van de, beschikkingen te nemen ter vaststelling van de hoogte van de vergoeding. 4 De directeur van de divisie Werkbedrijf van het UWV kan ondermandaat verlenen aan een of meer rechtstreeks onder hem ressorterende functionarissen. 2021 15327 25-03-2021 22-03-2021 2021-0000050409 2021 15327 25-03-2021 22-03-2021 2021-0000050409 26-03-2021
Artikel 16 — Artikel 16 Bezwaar en beroep#
Artikel 16 Bezwaar en beroep 1 artikelen 19 tot en met 21 De Minister verleent aan de Raad van Bestuur van het UWV mandaat, volmacht en machtiging om, in het kader van de uitvoering van de, te beslissen op bezwaarschriften, het instellen en het in rechte optreden in beroep of hoger beroep, dan wel het afzien van hoger beroep, met uitzondering van besluiten waarbij het UWV het bezwaarschrift of beroepsschrift heeft ingediend. 2 De Raad van Bestuur van het UWV kan ondermandaat verlenen of zijn andere vertegenwoordigingsbevoegdheden doorverlenen aan een of meer onder hem ressorterende functionarissen, met dien verstande dat de persoon die betrokken is bij het besluitvormingsproces van bezwaarschriften en het in rechte optreden in beroep of hoger beroep, niet ook betrokken is geweest bij het besluitvormingsproces in eerste aanleg. 2021 15327 25-03-2021 22-03-2021 2021-0000050409 2021 15327 25-03-2021 22-03-2021 2021-0000050409 26-03-2021
Artikel 17 — Artikel 17 Vergoeding kosten UWV en colleges van burgemeester en wethouders#
Artikel 17 Vergoeding kosten UWV en colleges van burgemeester en wethouders 1 artikel 6, eerste lid, onderdelen a en b De Minister vergoedt partijen als bedoeld in, per kalenderjaar per regionaal mobiliteitsteam overeenkomstig deze regeling de kosten van die partijen voor de samenwerking in een regionaal mobiliteitsteam. 2 Onder kosten als bedoeld in het eerste lid wordt in ieder geval verstaan: a. de lasten ten behoeve van het verrichten van arbeid; b. de lasten ten behoeve van de bedrijfsvoering. 3 artikel 6, eerste lid, onderdeel a bijlage 4 De Minister ontvangt uiterlijk op 31 januari 2023 voor het kalenderjaar 2023, en uiterlijk op 31 januari 2024 voor het kalenderjaar 2024 van de partij, bedoeld in, per regionaal mobiliteitsteam een gezamenlijke begroting ten aanzien van de kosten van partijen als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdelen a en b, waaruit de kosten per partij blijken en het rekeningnummer per partij waarop de kassier de vergoeding kan voldoen. De begroting van het betreffende kalenderjaar overschrijdt niet het bedrag per kalenderjaar uitvan de betreffende arbeidsmarktregio. 4 Indien de begroting aan het derde lid voldoet, besluit de Minister tot verlening van de vergoeding van de kosten van elke partij overeenkomstig de begroting en informeert hierover de kassier. 5 De Minister verstrekt bij het besluit, bedoeld in het vierde lid, een voorschot ter hoogte van 80% van het bedrag van de verlening aan elke partij. De vergoeding wordt in maandelijkse termijnen uitbetaald. 6 De Minister schort de betaling van een voorschot op als een melding van een partij daartoe aanleiding geeft. 7 artikel 6, eerste lid, onderdeel a bijlage 4 De Minister ontvangt van de partij, bedoeld in, uiterlijk op 15 juli een gezamenlijke opgave van de gemaakte kosten over het voorafgaande kalenderjaar. De opgave van de gemaakte kosten overschrijdt niet het bedrag per kalenderjaar uitvan de betreffende arbeidsmarktregio. Indien de opgave van de gemaakte kosten voldoet aan de vorige zinnen besluit de Minister tot vaststelling van de vergoeding van de kosten van elke partij overeenkomstig de opgave van de gemaakte kosten en informeert hierover de kassier. 8 Als de opgave van de totaal gemaakte kosten niet in kosten afwijkt van de begroting wordt de hoogte van de vergoeding vastgesteld overeenkomstig de verlening. 2023 34010 12-12-2023 04-12-2023 2023-0000561925 2023 34010 12-12-2023 04-12-2023 2023-0000561925 01-01-2024
Artikel 18 — Artikel 18 Vergoeding kosten werknemers- en werkgeversorganisaties#
Artikel 18 Vergoeding kosten werknemers- en werkgeversorganisaties 1 artikel 6, eerste, lid, onderdelen c en d De Minister vergoedt partijen als bedoeld in, per kalenderjaar overeenkomstig deze regeling de kosten van die partijen voor de samenwerking in een regionaal mobiliteitsteam. 2 Onder kosten als bedoeld in het eerste lid wordt in ieder geval verstaan: a. de lasten ten behoeve van het verrichten van arbeid; b. de lasten ten behoeve van de bedrijfsvoering. 3 artikel 6, eerste, lid, onderdelen c en d artikel 22, tweede lid, onderdeel b De Minister ontvangt uiterlijk 31 januari 2023 voor het kalenderjaar 2023, en uiterlijk op 31 januari 2024 voor het kalenderjaar 2024 van partijen als bedoeld in, een gezamenlijke begroting ten aanzien van de kosten van partijen als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdelen c en d, waaruit de kosten per partij blijken en het rekeningnummer per partij waarop de kassier de vergoeding kan voldoen. De begroting van het betreffende kalenderjaar overschrijdt niet het bedrag genoemd in. 4 Indien de begroting aan het derde lid voldoet, besluit de Minister tot verlening van de vergoeding van de kosten van elke partij overeenkomstig de begroting en informeert hierover de kassier. 5 De Minister verstrekt bij het besluit, bedoeld in het vierde lid, een voorschot ter hoogte van 80% van het bedrag van de verlening aan elke partij. De vergoeding wordt in maandelijkse termijnen uitbetaald. 6 De Minister schort de betaling van een voorschot op als een melding van een partij daartoe aanleiding geeft. 7 artikel 6, eerste lid, onderdelen c en d artikel 22, tweede lid, onderdeel b De Minister ontvangt van partijen als bedoeld in, uiterlijk op 15 juli een gezamenlijke opgave van de gemaakte kosten over het voorafgaande kalenderjaar. De opgave van de gemaakte kosten van het kalenderjaar 2021 overschrijdt niet het bedrag genoemd in. Indien de opgave van de gemaakte kosten voldoet aan de vorige zinnen besluit de Minister tot vaststelling van de vergoeding van de kosten van elke partij overeenkomstig de opgave van de gemaakte kosten en informeert hierover de kassier. 8 Als de opgave van de gemaakte kosten niet in kosten afwijkt van de begroting wordt de hoogte van de vergoeding vastgesteld overeenkomstig de verlening. 2023 34010 12-12-2023 04-12-2023 2023-0000561925 2023 34010 12-12-2023 04-12-2023 2023-0000561925 01-01-2024
Artikel 19 — Artikel 19 Vergoeding kosten aanvullende dienstverlening#
Artikel 19 Vergoeding kosten aanvullende dienstverlening 1 bijlage 1 artikel 6, eerste lid, onderdeel a De Minister vergoedt de kosten van aanvullende dienstverlening, bedoeld in, aan de partijen en colleges van burgemeester en wethouders overeenkomstig deze regeling. De procedure ter vergoeding van de kosten van de colleges van burgemeester en wethouders verloopt uitsluitend via de partij, bedoeld in, die daartoe door de colleges gemachtigd is. Behandeling van volledige aanvragen geschiedt op volgorde van binnenkomst en overeenkomstig deze regeling indien: a. artikelen 2 3 artikel 22, tweede lid, onderdeel c voor personen als bedoeld in deenhet budget, bedoeld in, toereikend is; b. een verklaring van de partij is overlegd dat de aanvullende dienstverlening is betaald; c. een verklaring van de partij is overlegd dat marktconforme tarieven zijn gehanteerd; en d. artikel 6, eerste lid, onderdeel a een verklaring van de partij, bedoeld in, is overlegd dat die partij gemachtigd is om te handelen overeenkomstig deze regeling. 2 artikelen 17 18 Onder kosten als bedoeld in het eerste lid wordt niet verstaan de kosten, bedoeld in deen. 3 De partijen overleggen eenmaal per maand een uitgavenoverzicht van de gemaakte kosten over de voorafgaande maand aan de kassier, waarin in ieder geval wordt vermeld: a. vervallen; b. dat is voldaan aan de vereisten, bedoeld in het eerste lid; en c. een verklaring van een partij dat de kosten overeenkomstig deze regeling zijn besteed. 4 De partijen overleggen eenmaal per maand een overzicht van de hoogte van de te verwachten kosten aan de kassier. 5 Voor het overzicht, bedoeld in het derde en vierde lid, wordt een door de Minister beschikbaar gesteld formulier gebruikt. 6 De Minister besluit indien is voldaan aan het eerste tot en met derde lid, en het vijfde lid, op basis van het uitgavenoverzicht tot de vergoeding van de kosten van elke partij. 7 artikel 22, tweede lid, onderdeel c De vergoeding wordt maandelijks uitbetaald en komt ten laste van het budget, bedoeld in, van het kalenderjaar waarin de partij de kosten heeft voldaan, met uitzondering van kosten die worden voldaan na de looptijd van de regeling, deze komen ten laste van het budget van het jaar dat de dienstverlening waar de vergoeding betrekking op heeft van start is gegaan. 2022 34833 27-12-2022 15-12-2022 2022-0000258553 2022 34833 27-12-2022 15-12-2022 2022-0000258553 01-01-2023
Artikel 20 — Artikel 20 Vergoeding kosten scholing via praktijkleren in het mbo#
Artikel 20 Vergoeding kosten scholing via praktijkleren in het mbo 1 bijlage 2 artikel 6, eerste lid, onderdeel a De Minister vergoedt de kosten van scholing via praktijkleren in het mbo, bedoeld in, aan de partijen en colleges van burgemeester en wethouders overeenkomstig deze regeling. De procedure ter vergoeding van de kosten van de colleges van burgemeester en wethouders verloopt uitsluitend via de partij, bedoeld in, die daartoe door de colleges gemachtigd is. Behandeling van volledige aanvragen geschiedt op volgorde van binnenkomst en overeenkomstig deze regeling indien: a. artikelen 2 3 artikel 22, tweede lid, onderdeel c voor personen als bedoeld in deofhet budget, bedoeld in, toereikend is; b. er sprake is van een praktijkovereenkomst en een onderwijsovereenkomst, met een gelijke startdatum van de overeenkomsten; c. vervallen; d. een verklaring van de partij is overlegd dat marktconforme tarieven zijn gehanteerd; en e. artikel 6, eerste lid, onderdeel a een verklaring van de partij, bedoeld in, is overlegd dat die partij gemachtigd is om te handelen overeenkomstig deze regeling. 2 Onder kosten als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan de kosten van de mbo instelling die betrekking hebben op een maximum van 40 scholingsweken die gedurende een periode van maximaal 52 weken hebben plaatsgevonden vanaf de startdatum van de praktijkovereenkomst. 3 De partijen overleggen eenmaal per maand een uitgavenoverzicht van de gemaakte kosten over de voorafgaande maand aan de kassier, waarin in ieder geval wordt vermeld: a. vervallen; b. dat is voldaan aan de vereisten, bedoeld in het eerste lid; en c. een verklaring van een partij dat de kosten overeenkomstig deze regeling zijn besteed. 4 De partijen overleggen eenmaal per maand een overzicht van de hoogte van de te verwachten kosten aan de kassier. 5 Voor het overzicht, bedoeld in het derde en vierde lid, wordt een door de Minister beschikbaar gesteld formulier gebruikt. 6 De Minister besluit indien is voldaan aan het eerste tot en met derde lid, en het vijfde lid, op basis van het uitgavenoverzicht tot de vergoeding van de kosten van elke partij. 7 artikel 22, tweede lid, onderdeel c De vergoeding wordt maandelijks uitbetaald en komt ten laste van het budget, bedoeld in, van het kalenderjaar waarin de partij de kosten heeft voldaan, met uitzondering van kosten die worden voldaan na de looptijd van de regeling, deze komen ten laste van het budget van het jaar dat de dienstverlening waar de vergoeding betrekking op heeft van start is gegaan. 2022 34833 27-12-2022 15-12-2022 2022-0000258553 2022 34833 27-12-2022 15-12-2022 2022-0000258553 01-01-2023
Artikel 21 — Artikel 21 Vergoeding kosten dienstverlening werkfitbehoud#
Artikel 21 Vergoeding kosten dienstverlening werkfitbehoud 1 bijlage 3 artikel 6, eerste lid, onderdeel a De Minister vergoedt de kosten van dienstverlening werkfitbehoud, bedoeld in, aan de partijen en colleges van burgemeester en wethouders overeenkomstig deze regeling. De procedure ter vergoeding van de kosten van de colleges van burgemeester en wethouders verloopt uitsluitend via de partij, bedoeld in, die daartoe door de colleges gemachtigd is. Behandeling van volledige aanvragen geschiedt op volgorde van binnenkomst en overeenkomstig deze regeling indien: a. artikel 3 artikel 22, tweede lid, onderdeel c voor personen als bedoeld inhet budget, bedoeld in, toereikend is; b. een verklaring van de partij is overlegd dat marktconforme tarieven worden gehanteerd; en c. artikel 6, eerste lid, onderdeel a een verklaring van de partij, bedoeld in, is overlegd dat die partij gemachtigd is om te handelen overeenkomstig deze regeling. 2 De partijen overleggen eenmaal per maand een uitgavenoverzicht van de gemaakte kosten over de voorafgaande maand aan de kassier, waarin in ieder geval wordt vermeld: a. vervallen; b. dat is voldaan aan de vereisten, bedoeld in het eerste lid; en c. een verklaring van een partij dat de kosten overeenkomstig deze regeling zijn besteed. 3 De partijen overleggen eenmaal per maand een overzicht van de hoogte van de te verwachten kosten aan de kassier. 4 Voor het overzicht, bedoeld in het tweede en derde lid, wordt gebruik gemaakt van een door de Minister beschikbaar gesteld formulier. 5 De Minister besluit indien is voldaan aan het eerste, tweede en vierde lid, op basis van het uitgavenoverzicht tot de vergoeding van de kosten van elke partij. 6 artikel 22, tweede lid, onderdeel c De vergoeding wordt maandelijks uitbetaald en komt ten laste van het budget, bedoeld in, van het kalenderjaar waarin de partij de kosten heeft voldaan, met uitzondering van kosten die worden voldaan na de looptijd van de regeling, deze komen ten laste van het budget van het jaar dat de dienstverlening waar de vergoeding betrekking op heeft van start is gegaan. 2022 34833 27-12-2022 15-12-2022 2022-0000258553 2022 34833 27-12-2022 15-12-2022 2022-0000258553 01-01-2023
Artikel 22 — Artikel 22 Plafonds en verdeling budgetten#
Artikel 22 Plafonds en verdeling budgetten 1 De budgetten, genoemd in het tweede lid, worden voor het kalenderjaar verdeeld door de Minister. 2 De verdeling van het budget voor de kosten: a. artikel 17 bijlage 4 van UWV en colleges van burgemeester en wethouders, bedoeld in, per regionaal mobiliteitsteam is opgenomen in, waarbij het plafond in 2023 € 23.516.926, en in 2024 € 19.757.000 bedraagt; b. artikel 18 van werknemers- en werkgeversorganisaties, bedoeld in, waarbij het plafond in 2023 en in 2024 € 13.700.000 bedraagt; c. artikel 19 artikel 20 artikel 21 bijlage 5 voor aanvullende dienstverlening, bedoeld in, voor scholing via praktijkleren in het mbo, bedoeld in, en voor dienstverlening werkfitbehoud, bedoeld in, per regionaal mobiliteitsteam is opgenomen in, waarbij het plafond in 2023 € 25.555.000, en in 2024 € 21.000.000 bedraagt. 3 bijlage 4 5 De bedragen per kalenderjaar inenkunnen tussentijds bij ministeriële regeling worden gewijzigd. De ministeriële regeling wordt ten minste twee maanden voorafgaand aan de wijziging gepubliceerd in de Staatscourant. Van deze termijn kan worden afgeweken voor zover de bedragen niet naar beneden worden bijgesteld. 2023 34010 12-12-2023 04-12-2023 2023-0000561925 2023 34010 12-12-2023 04-12-2023 2023-0000561925 01-01-2024
Artikel 23 — Artikel 23 Administratieplicht partijen#
Artikel 23 Administratieplicht partijen 1 artikelen 17 tot en met 21 De partijen en colleges van burgemeester en wethouders voeren een zodanig inzichtelijke en controleerbare administratie dat alle voor de vergoeding, bedoeld in, van belang zijnde gegevens kunnen worden nagegaan en verlenen desgevraagd tot vijf jaar na de datum van de door de partij ontvangen vergoeding inzage in deze administratie. 2 De administratie geeft inzicht in de gemaakte kosten, de wijze waarop de kosten zijn verwerkt in het uitgavenoverzicht en de ontvangen vergoeding. 3 artikelen 17 tot en met 21 De partijen en colleges van burgemeester en wethouders werken tot vijf jaar na de datum van de door de partij ontvangen vergoeding als bedoeld in, onder meer door het verschaffen van de daartoe benodigde inlichtingen, gegevens en bescheiden, mee aan door of namens de Minister ingesteld onderzoek dat erop is gericht de Minister inlichtingen te verschaffen die van belang zijn voor het beoordelen van de rechtmatigheid van de vergoeding, of de ontwikkeling van het beleid van de Minister. 2021 15327 25-03-2021 22-03-2021 2021-0000050409 2021 15327 25-03-2021 22-03-2021 2021-0000050409 26-03-2021
Artikel 24 — Artikel 24 Terugvorderen#
Artikel 24 Terugvorderen artikelen 17 tot en met 21 De Minister verleent volmacht en machtiging aan UWV om de vergoeding, bedoeld in de, geheel of gedeeltelijk terug te vorderen van de partij of het college van burgemeester en wethouders indien ten onrechte of voor een te hoog bedrag is verstrekt. 2022 34833 27-12-2022 15-12-2022 2022-0000258553 2022 34833 27-12-2022 15-12-2022 2022-0000258553 01-01-2023
Artikel 25 — Artikel 25 Financiering#
Artikel 25 Financiering 1 artikel 22, tweede lid artikel 15 Het Rijk voorziet in de middelen tot dekking van de uitgaven verbonden aan deze regeling. De uitgaven betreffen de budgetten, bedoeld in, en de uitvoeringskosten van de taken, bedoeld in. 2 Het UWV administreert en beheert afzonderlijk de middelen, bedoeld in het eerste lid. 3 artikel 5.16, onderdeel b, van de Regeling Wfsv De Minister stort op de rekening-courant, bedoeld invoorschotten op de rijksbijdrage van de volgende budgetten ten aanzien van: a. artikel 17 ste de kosten van UWV en colleges van burgemeester en wethouders, bedoeld in, met als valutadatum de 22dag van de maand; b. artikel 18 ste de kosten van werknemers- en werkgeversorganisaties, bedoeld in, met als valutadatum de 22dag van de maand; c. bijlage 1 artikel 19 ste de kosten voor aanvullende dienstverlening uit, bedoeld in, met als valutadatum de 22dag van de maand; d. bijlage 2 artikel 20 ste de kosten van scholing via praktijkleren in het mbo uit, bedoeld in, met als valutadatum de 22dag van de maand; en e. bijlage 3 artikel 21 ste de kosten voor dienstverlening werkfitbehoud uit, bedoeld in, met als valutadatum de 22dag van de maand. 4 artikel 5.16, onderdeel b, van de Regeling Wfsv artikel 15 artikel 7 De Minister stort op de rekening-courant, bedoeld invoorschotten op de rijksbijdrage voor de uitvoeringskosten van de taken, bedoeld in, en uitvoeringskosten van het aanspreekpunt tijdelijke impuls banenafspraak, bedoeld in, met als valutadatum de 15e dag van de maand. 2022 34833 27-12-2022 15-12-2022 2022-0000258553 2022 34833 27-12-2022 15-12-2022 2022-0000258553 01-01-2023
Artikel 26 — Artikel 26 Verslag taak kassier en uitvoering vergoedingsbesluiten in mandaat#
Artikel 26 Verslag taak kassier en uitvoering vergoedingsbesluiten in mandaat 1 artikel 15 artikel 49, eerste en derde tot en met vijfde lid, van de Wet SUWI Het UWV brengt aan de Minister inhoudelijk en financieel verslag uit over de uitvoering van de taken, bedoeld in, overeenkomstigen de krachtens die bepaling geldende regels. 2 artikel 49 van de Wet SUWI artikel 25, vierde lid artikel 15 In de jaarrekening, bedoeld in, worden de baten en lasten opgenomen, alsmede de ontvangen voorschotten, bedoeld in, met betrekking tot de taken, bedoeld in. 3 artikel 34, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen artikel 25, vierde lid Na goedkeuring van het besluit tot vaststelling van de jaarrekening, bedoeld in, rekent de Minister de baten en lasten, alsmede de ontvangen voorschotten op grond van, met betrekking tot het desbetreffende kalenderjaar af, met als valutadatum 1 juni van het hierop volgende kalenderjaar. 2021 15327 25-03-2021 22-03-2021 2021-0000050409 2021 15327 25-03-2021 22-03-2021 2021-0000050409 26-03-2021
Artikel 27 — Artikel 27 Verslag beheer budgetten#
Artikel 27 Verslag beheer budgetten 1 artikel 25, derde lid artikel 49, van de Wet SUWI Het UWV brengt jaarlijks over het voorgaande jaar, uiterlijk op 15 maart, aan de Minister financieel verslag uit over beheer van de budgetten, bedoeld in, overeenkomstigen de krachtens die bepaling geldende regels. 2 artikel 5.10a, zevende lid, van de Regeling SUWI artikelen 17 tot en met 21 artikel 25, derde lid In het verslag, bedoeld in, worden de uitbetalingen van de vergoedingen, bedoeld in de, opgenomen, alsmede de ontvangen voorschotten, bedoeld in. 3 artikel 25, derde lid De uitbetalingen alsmede de ontvangen voorschotten worden gespecificeerd naar de budgetten zoals genoemd in. 4 Na beoordeling van het verslag rekent de Minister de uitbetalingen alsmede de ontvangen voorschotten met betrekking tot het desbetreffende kalenderjaar af, met als valutadatum 1 april van het hierop volgende kalenderjaar. 2022 7828 23-03-2022 15-03-2022 2022-0000067034 2022 7828 23-03-2022 15-03-2022 2022-0000067034 24-03-2022 01-01-2022
Artikel 28 — Artikel 28 Rapporteren en evalueren#
Artikel 28 Rapporteren en evalueren 1 artikel 8 Partijen rapporteren eenmaal per twee maanden aan de Minister over het deel van de uitvoering van deze regeling waar zij ingevolgeverantwoordelijk voor zijn, ten behoeve van de landelijke monitor regionale mobiliteitsteams. 2 artikel 5 artikel 6, eerste lid Tussentijdse wijzigingen in de afspraken, bedoeld in, en de samenstelling van de partijen, bedoeld in, worden door de operationeel coördinator doorgegeven aan de Minister en de kassier. 3 De Minister zendt binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze regeling een verslag aan de Staten-Generaal over de doeltreffendheid en de effecten van deze regeling in de praktijk. 2022 34833 27-12-2022 15-12-2022 2022-0000258553 2022 34833 27-12-2022 15-12-2022 2022-0000258553 01-01-2023
Artikel 29 — Artikel 29 Regeling SUWI Wijziging van de#
Artikel 29 Regeling SUWI Wijziging van de Wijzigt de Regeling SUWI. 2021 15327 25-03-2021 22-03-2021 2021-0000050409 2021 15327 25-03-2021 22-03-2021 2021-0000050409 26-03-2021
Artikel 30 — Artikel 30 Regeling Wfsv Wijziging van de#
Artikel 30 Regeling Wfsv Wijziging van de Wijzigt de Regeling Wfsv. 2021 15327 25-03-2021 22-03-2021 2021-0000050409 2021 15327 25-03-2021 22-03-2021 2021-0000050409 26-03-2021
Artikel 31 — Artikel 31 Samenloopbepaling#
Artikel 31 Samenloopbepaling artikel I, onderdeel H, van de Wet van 1 juli 2020 tot wijziging van de Wet educatie en beroepsonderwijs Wet versterken positie mbo-studenten artikel 20, derde lid, onderdeel a Indienen een aantal andere wetten in verband met diverse maatregelen gericht op het versterken van de positie van mbo-studenten (; Stb. 2020, 234) in werking treedt, wordt in, ‘instellingsverklaring’ vervangen door ‘mbo-verklaring’. 2021 15327 25-03-2021 22-03-2021 2021-0000050409 2021 15327 25-03-2021 22-03-2021 2021-0000050409 26-03-2021
Artikel 32 — Artikel 32 Inwerkingtreding#
Artikel 32 Inwerkingtreding 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2 Deze regeling vervalt op 1 januari 2025 met dien verstande dat deze regeling zoals die luidde op 31 december 2024 en daaraan voorafgaand van toepassing blijft op de financiële afwikkeling van de regeling over de voorgaande kalenderjaren, op ingestelde bezwaar- en beroepsprocedures op grond van deze regeling en op lopende besluitvorming van de aanvullende dienstverlening, dienstverlening werkfitbehoud en scholing via praktijkleren in het mbo. 2022 34833 27-12-2022 15-12-2022 2022-0000258553 2022 34833 27-12-2022 15-12-2022 2022-0000258553 01-01-2023
Artikel 33 — Artikel 33 Citeertitel#
Artikel 33 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke regeling aanvullende dienstverlening. 2022 34833 27-12-2022 15-12-2022 2022-0000258553 2022 34833 27-12-2022 15-12-2022 2022-0000258553 01-01-2023