Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, van 13 december 2021, nr. IENW/BSK-2021/297496, houdende regels voor toekenning van specifieke uitkeringen ten behoeve van decentrale trein- en tramdiensten (Tijdelijke regeling specifieke uitkeringen decentraal spoor)
- BWB-id
- BWBR0046014
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Waterstaat
- Geldigheid
- 2021-12-15 t/m 2024-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0046014
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2021/tijdelijke-regeling-specifieke-uitkeringen-decentraal-spoor
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2021/tijdelijke-regeling-specifieke-uitkeringen-decentraal-spoor/2021-12-15
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0046014&g=2021-12-15
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0046014&z=2026-06-06&g=2021-12-15
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0046014/2021-12-15
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2021/tijdelijke-regeling-specifieke-uitkeringen-decentraal-spoor
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: Minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat; ontvanger: de provincies Drenthe, Limburg, Overijssel en Utrecht; specifieke uitkering: artikel 3 uitkering als bedoeld in. 2021 49267 14-12-2021 13-12-2021 IENW/BSK-2021/297496 2021 49267 14-12-2021 13-12-2021 IENW/BSK-2021/297496 15-12-2021
Artikel 2 — Artikel 2 Doel#
Artikel 2 Doel artikel 3 Doel van de specifieke uitkering op grond van deze regeling is een bijdrage aan de ontvanger leveren ten behoeve van de dekking van het exploitatie- of beheertekort van de inbedoelde decentrale spoor- en tramdiensten, ten behoeve van de instandhouding van die diensten. 2021 49267 14-12-2021 13-12-2021 IENW/BSK-2021/297496 2021 49267 14-12-2021 13-12-2021 IENW/BSK-2021/297496 15-12-2021
Artikel 3 — Artikel 3 Specifieke uitkering#
Artikel 3 Specifieke uitkering De Minister verstrekt jaarlijks een specifieke uitkering aan de ontvangers voor: 1. het beheer van de infrastructuur van de tramdienst Utrecht-Nieuwegein-IJsselstein; en 2. voor de exploitatie van de decentrale spoordiensten: a. op het traject Zwolle-Emmen; b. stoptreindienst Roermond-Maastricht Randwijck; c. stoptreindienst Sittard-Heerlen; d. sneltreindienst Heerlen-Aken; e. op het traject Zwolle-Enschede. 2021 49267 14-12-2021 13-12-2021 IENW/BSK-2021/297496 2021 49267 14-12-2021 13-12-2021 IENW/BSK-2021/297496 15-12-2021
Artikel 4 — Artikel 4 Hoogte van de specifieke uitkering#
Artikel 4 Hoogte van de specifieke uitkering 1 De specifieke uitkering bedraagt maximaal het hierna aangegeven bedrag per jaar voor de daarbij genoemde ontvanger: a. provincie Drenthe: € 1.922.000,-; b. provincie Limburg, voor: 1° stoptreindiensten Sittard-Heerlen en Roermond-Maastricht Randwijck: € 6.000.000,-; 2° sneltreindienst Heerlen-Aken: € 250.000,-; c. provincie Overijssel: € 9.706.000,-; d. provincie Utrecht: € 4.950.000,-. 2 Met uitzondering van het in het eerste lid, onderdeel b, onder 1°, genoemd bedrag, worden de in het eerste lid genoemde bedragen in 2022 gecorrigeerd conform het prijspeil van 2021. 3 De in het eerste lid, onderdelen a, b, onder 2°, en c, genoemde bedragen worden, na correctie bedoeld in het eerste lid, met ingang van 2022 jaarlijks geïndexeerd conform de Landelijke Bijdrage Index trein-elektrisch. 4 Het in het eerste lid, onderdeel d, genoemd bedrag wordt, na correctie bedoeld in het eerste lid, met ingang van 2022 jaarlijks geïndexeerd conform de Index Bruto Overheidsinvesteringen. 2021 49267 14-12-2021 13-12-2021 IENW/BSK-2021/297496 2021 49267 14-12-2021 13-12-2021 IENW/BSK-2021/297496 15-12-2021
Artikel 5 — Artikel 5 Voorschotverlening#
Artikel 5 Voorschotverlening 1 Gelijktijdig met de beschikking tot verlening van de specifieke uitkering verleent de Minister een voorschot van 100%. 2 Dit voorschot wordt betaald binnen zes weken na bekendmaking van de beschikking tot verlening. 2021 49267 14-12-2021 13-12-2021 IENW/BSK-2021/297496 2021 49267 14-12-2021 13-12-2021 IENW/BSK-2021/297496 15-12-2021
Artikel 6 — Artikel 6 Verantwoording#
Artikel 6 Verantwoording artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet De ontvangers leggen verantwoording af over de besteding van de specifieke uitkering op de wijze bepaald in. 2021 49267 14-12-2021 13-12-2021 IENW/BSK-2021/297496 2021 49267 14-12-2021 13-12-2021 IENW/BSK-2021/297496 15-12-2021
Artikel 7 — Artikel 7 Vaststelling#
Artikel 7 Vaststelling artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet De Minister stelt de specifieke uitkering overeenkomstig de verlening jaarlijks vast binnen zes maanden nadat de eindverantwoording voor het betreffende jaar overeenkomstigheeft plaatsgevonden. 2021 49267 14-12-2021 13-12-2021 IENW/BSK-2021/297496 2021 49267 14-12-2021 13-12-2021 IENW/BSK-2021/297496 15-12-2021
Artikel 8 — Artikel 8 Inwerkingtreding en horizonbepaling#
Artikel 8 Inwerkingtreding en horizonbepaling Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2025, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op specifieke uitkeringen die voor die datum zijn verstrekt. 2021 49267 14-12-2021 13-12-2021 IENW/BSK-2021/297496 2021 49267 14-12-2021 13-12-2021 IENW/BSK-2021/297496 15-12-2021
Artikel 9 — Artikel 9 Citeertitel#
Artikel 9 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke regeling specifieke uitkeringen decentraal spoor. 2021 49267 14-12-2021 13-12-2021 IENW/BSK-2021/297496 2021 49267 14-12-2021 13-12-2021 IENW/BSK-2021/297496 15-12-2021