Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 8 december 2021, 2021-0000202228, tot vaststelling van de zevende tranche van een tijdelijke subsidieregeling tot tegemoetkoming in de loonkosten teneinde de werkgelegenheid onder buitengewone omstandigheden te behouden en voorbereidingen op de nieuwe economische situatie te laten plaatsvinden (Vijfde tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid)
- BWB-id
- BWBR0045993
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- 2022-12-01 t/m 2024-06-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0045993
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2021/vijfde-tijdelijke-noodmaatregel-overbrugging-voor-behoud-van
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2021/vijfde-tijdelijke-noodmaatregel-overbrugging-voor-behoud-van/2022-12-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0045993&g=2022-12-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0045993&z=2026-06-06&g=2022-12-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0045993/2022-12-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2021/vijfde-tijdelijke-noodmaatregel-overbrugging-voor-behoud-van
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepaling#
Artikel 1 Begripsbepaling 1 In deze regeling wordt verstaan onder: extra periode salaris: extra loon dat naast het reguliere loon en vakantiebijslag wordt uitbetaald naar aanleiding van afspraken in de individuele of collectieve arbeidsovereenkomst, en dat niet afhankelijk is van bedrijfsresultaten of kwalitatieve of kwantitatieve prestaties van de werknemer; loon: artikel 16 van de Wet financiering sociale verzekeringen Ziektewet het loon, bedoeld in, voor zover het betreft loon uit tegenwoordige dienstbetrekking, met uitzondering van uitkeringen in het kader van dedoor eigenrisicodragers; loonsom: het loon van alle werknemers, behorende tot een loonheffingennummer; loonheffingennummer: artikel 1a.1, tweede lid, onderdeel b, onder 1°, van de Regeling gegevensuitvraag loonaangifte het nummer, genoemd in; Minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; omzetdaling: artikel 6, eerste lid een daling van de omzet als bedoeld in; omzetperiode: de maanden november 2021 en december 2021; referentie-omzet: artikel 6 de referentie-omzet, bedoeld in; UWV: hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in; werkgever: artikel 1, onderdeel q of r, van de Wet financiering sociale verzekeringen een werkgever als bedoeld in; werknemer: artikel 1, onderdeel o of p, van de Wet financiering sociale verzekeringen een werknemer als bedoeld in. 2 artikel 377, zesde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek Wet inkomstenbelasting 2001 Onder omzet wordt in deze regeling verstaan de netto-omzet zoals gedefinieerd ingecorrigeerd voor de in de winst-en-verliesrekening verantwoorde wijziging in onderhanden projecten. De grondslagen en detailtoepassingen voor de bepaling van de referentie-omzet en de omzet in de omzetperiode moeten gelijk aan elkaar zijn en in overeenstemming met de wet- en regelgeving. Als voor de berekening van de referentie-omzet het kalenderjaar 2019 bepalend is, zijn de grondslagen en detailtoepassingen van de uiterlijk op 1 november 2021 en conform wet- en regelgeving vastgestelde jaarrekening 2019 leidend, of in geval van natuurlijke personen de laatst conform wet- en regelgeving vastgestelde aangifte over 2019 voor de. 3 Alle baten die voortkomen uit de uitvoering van normale activiteiten van een organisatie, ook als deze gewoonlijk met een andere term dan omzet worden aangeduid, vallen onder omzet in de zin van deze regeling. 4 Eerste Tweede Derde Vierde tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid Onder omzet wordt in deze regeling niet verstaan de subsidie die de werkgever ontvangt op grond van de,,en, alsmede op grond van deze regeling en subsidie die de werkgever over de omzetperiode ontvangt van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat ter tegemoetkoming in de vaste lasten in verband met de maatregelen ter bestrijding van de verdere verspreiding van COVID-19. 5 artikel 8, derde lid, van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945 Als aan een werkgever gedurende de omzetperiode een werkloosheidsuitkering is uitbetaald, in verband met verkorting van de werktijd van zijn werknemers, waarvoor op grond vanontheffing is verleend, wordt deze uitkering beschouwd als omzet, bedoeld in het tweede lid. 2021 49190 10-12-2021 08-12-2021 2021-0000202228 2021 49190 10-12-2021 08-12-2021 2021-0000202228 11-12-2021
Artikel 2 — Artikel 2 Inleidende bepaling#
Artikel 2 Inleidende bepaling 1 Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS Op subsidies verleend op grond van deze regeling is deniet van toepassing. 2 www.uwv.nl Formulieren waarnaar in deze regeling wordt verwezen, worden door de Minister beschikbaar gesteld op. 2021 49190 10-12-2021 08-12-2021 2021-0000202228 2021 49190 10-12-2021 08-12-2021 2021-0000202228 11-12-2021
Artikel 3 — Artikel 3 Doel van de subsidie#
Artikel 3 Doel van de subsidie Het doel van deze regeling is om werkgevers tegemoet te komen in de betaling van de loonkosten, indien sprake is van een acute terugval in de omzet met ten minste 20%, gedurende de omzetperiode, vanwege een vermindering in bedrijvigheid door buitengewone omstandigheden die in redelijkheid niet tot het normale ondernemersrisico kunnen worden gerekend, voor zover geen winst of bonussen worden uitgekeerd of eigen aandelen worden aangekocht, zodat werkgevers zoveel mogelijk werknemers in dienst kunnen houden en werkgevers zich samen met de werknemers kunnen voorbereiden op en aanpassen aan de nieuwe economische situatie. 2021 49190 10-12-2021 08-12-2021 2021-0000202228 2021 49190 10-12-2021 08-12-2021 2021-0000202228 11-12-2021
Artikel 4 — Artikel 4 Voorwaarden voor subsidieverlening#
Artikel 4 Voorwaarden voor subsidieverlening De Minister kan aan een werkgever, die in de omzetperiode wordt geconfronteerd met een daling van de omzet van ten minste 20%, per loonheffingennummer een subsidie verlenen over de loonsom in de periode van 1 november 2021 tot en met 31 december 2021. 2021 49190 10-12-2021 08-12-2021 2021-0000202228 2021 49190 10-12-2021 08-12-2021 2021-0000202228 11-12-2021
Artikel 5 — Artikel 5 Weigeringsgronden#
Artikel 5 Weigeringsgronden artikel 4:35, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht Onverminderdwordt de subsidieverlening geweigerd, indien of voor zover: a. niet of onvoldoende aannemelijk is dat de omzetdaling van de betreffende werkgever ten minste 20% zal zijn; b. het rekeningnummer dat bij de aanvraag is opgegeven niet correspondeert met het in de aanvraag opgegeven loonheffingennummer en de daaraan verbonden rekeninggegevens; c. artikel 33 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen artikel 8, tweede en derde lid geen loongegevens beschikbaar zijn in de polisadministratie, bedoeld in, over de aangiftetijdvakken bedoeld in; of d. de aanvraag anderszins niet voldoet aan de in deze regeling gestelde eisen. 2021 49190 10-12-2021 08-12-2021 2021-0000202228 2021 49190 10-12-2021 08-12-2021 2021-0000202228 11-12-2021
Artikel 6 — Artikel 6 Omzetdaling#
Artikel 6 Omzetdaling 1 De omzetdaling wordt vastgesteld door het verschil tussen de referentie-omzet en de omzet in de omzetperiode te delen door de referentie-omzet. De uitkomst van deze berekening wordt uitgedrukt in hele procenten en naar boven afgerond. 2 De referentie-omzet, bedoeld in het eerste lid, is de omzet over het kalenderjaar 2019, gedeeld door zes. 3 Als de werkgever de bedrijfsuitoefening in de periode van 2 januari 2019 tot en met 1 februari 2020 is aangevangen, dan is de referentie-omzet, bedoeld in het eerste lid, de omzet over de periode vanaf de eerste volledige kalendermaand vanaf de aanvang van de bedrijfsuitoefening tot en met 29 februari 2020, gedeeld door het aantal maanden waarvan de omzet in aanmerking wordt genomen, vermenigvuldigd met twee. 4 Als de werkgever de bedrijfsuitoefening in de periode van 2 februari 2020 tot en met 1 juli 2021 is aangevangen, dan is de referentie-omzet, bedoeld in het eerste lid, de omzet over de maanden juli 2021 tot en met oktober 2021, gedeeld door twee. 5 Als de werkgever de bedrijfsuitoefening in de periode van 2 juli 2021 tot en met 30 september 2021 is aangevangen, dan is de referentie-omzet, bedoeld in het eerste lid, de omzet over de periode vanaf de eerste volledige kalendermaand vanaf de aanvang van de bedrijfsuitoefening tot en met 31 oktober 2021, gedeeld door het aantal maanden waarvan de omzet in aanmerking wordt genomen, vermenigvuldigd met twee. 6 artikel 7:662 van het Burgerlijk Wetboek Als de werkgever een economische eenheid heeft overgenomen in de zin van, of middels een aandelentransactie zeggenschap heeft verkregen over een rechtspersoon of vennootschap die onderdeel is geworden van een groep als bedoeld in het negende lid, en daar bij de subsidieaanvraag om verzoekt, dan is de referentie-omzet, bedoeld in het eerste lid, bij een overname in de periode: a. van 2 januari 2019 tot en met 1 februari 2020, de omzet over de periode vanaf de eerste volledige kalendermaand vanaf de overgang tot en met 29 februari 2020, gedeeld door het aantal maanden waarvan de omzet in aanmerking wordt genomen, vermenigvuldigd met twee; b. van 2 februari 2020 tot en met 1 juli 2021, de omzet over de maanden juli 2021 tot en met oktober 2021, gedeeld door twee; c. van 2 juli 2021 tot en met 1 oktober 2021, de omzet over de periode vanaf de eerste volledige kalendermaand vanaf de overgang tot en met 31 oktober 2021, gedeeld door het aantal maanden waarvan de omzet in aanmerking wordt genomen, vermenigvuldigd met twee. 7 Als de werkgever een onderdeel of activiteit heeft afgestoten vanaf de periode waarover de referentie-omzet wordt berekend tot en met 1 november 2021, wordt de omzet van het afgestoten onderdeel of de afgestoten activiteit in mindering gebracht op de referentie-omzet. 8 Voor de omzetdaling wordt uitgegaan van de omzetdaling van de natuurlijke of rechtspersoon. 9 artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek artikel 24a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek Indien de rechtspersoon of vennootschap onderdeel is van een groep als bedoeld in, wordt, in afwijking van het achtste lid, uitgegaan van de omzetdaling van de groep zoals deze op 1 november 2021 bestond. Indien de rechtspersoon een dochtermaatschappij is van een ander als bedoeld in, worden de dochtermaatschappij en de rechtspersoon voor de werking van deze regeling behandeld als waren zij een groep. Voor de bepaling van de omzetdaling als bedoeld in de eerste zin worden de Nederlandse rechtspersonen en vennootschappen in aanmerking genomen, alsmede buitenlandse rechtspersonen en vennootschappen met loon in Nederland. 10 Subsidies en baten die betrekking hebben op een langere periode dan de omzetperiode en de periode, bedoeld in het tweede lid, worden naar rato aan de betreffende perioden toegerekend voor de bepaling van de omzetdaling, bedoeld in het eerste lid. 2022 4032 11-02-2022 08-02-2022 2022-0000005023 2022 4032 11-02-2022 08-02-2022 2022-0000005023 12-02-2022
Artikel 7 — Artikel 7 Afwijking van bepalen omzetdaling op niveau concern of groep#
Artikel 7 Afwijking van bepalen omzetdaling op niveau concern of groep 1 artikel 6, negende lid In afwijking van, kan aan de werkgever die deel uitmaakt van een groep als bedoeld in dat lid, en die daar bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie om verzoekt, subsidie worden verstrekt waarbij de omzetdaling wordt bepaald op basis van de omzetdaling van die rechtspersoon of vennootschap afzonderlijk, indien aan de volgende voorwaarden is voldaan: a. de rechtspersoon of vennootschap heeft geen bedrijfsmatige activiteiten die voor meer dan de helft bestaan uit het binnen de groep ter beschikking stellen van arbeidskrachten; b. artikel 3, derde lid, van de Wet melding collectief ontslag artikel 35b, eerste lid, van de Wet op de ondernemingsraden de werkgever handelt in overeenstemming met een van dagtekening voorziene overeenkomst over werkbehoud, die door hem voorafgaand aan de aanvraag van de vaststelling van de subsidie wordt aangegaan met ten minste één belanghebbende vereniging van werknemers, bedoeld in, en bij gebreke daarvan, of indien de werkmaatschappij minder dan 20 werknemers heeft, een andere vertegenwoordiging van werknemers, inhoudende de ondernemingsraad, de personeelsvertegenwoordiging of de vergadering als bedoeld in; c. artikel 6, negende lid de andere rechtspersonen of vennootschappen binnen een groep als bedoeld in, voeren geen opdrachten of projecten uit die ten koste kunnen gaan van de rechtspersoon of vennootschap waarvoor de omzetdaling met toepassing van dit artikel wordt bepaald; en d. artikel 6, negende lid de omzetdaling van de groep, bedoeld in, bedraagt in de omzetperiode minder dan 20%. 2 artikel 6, tweede tot en met zevende lid Indien en voor zover werknemers van de rechtspersoon of vennootschap, waarvan de omzet met toepassing van het eerste lid wordt vastgesteld, in de omzetperiode werkzaamheden verrichten bij een andere rechtspersoon of vennootschap, wordt de omzet van de rechtspersoon of vennootschap naar boven bijgesteld. Voor de berekening van de verhoging wordt de omzet over de periode die voor die rechtspersoon of vennootschap volgt uit, afgezet tegen de loonkosten over die periode. Deze verdeling wordt toegepast op de loonkosten zoals deze zijn ingezet bij de andere rechtspersoon of vennootschap en toegerekend aan de omzet over de omzetperiode. 3 Bij toepassing van het eerste lid worden bij de berekening van de omzet: a. dezelfde verrekenprijsregels en grondslagen van waardering en resultaatbepaling gehanteerd voor de bepaling van de referentie-omzet en de omzet in de omzetperiode, waarbij de uiterlijk op 1 november 2021 conform wet- en regelgeving vastgestelde jaarrekening 2019 leidend is, voor zover voor de berekening van de referentie-omzet het kalenderjaar 2019 bepalend is; en b. mutaties in de voorraden gereed product toegerekend aan de omzet. 4 artikel 405, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek Bij toepassing van dit artikel kan een groepsdeel als bedoeld inbestaande uit een tussenholding en haar groepsmaatschappijen worden behandeld als waren zij één rechtspersoon. 5 Indien in strijd wordt gehandeld met het eerste lid, onderdeel c, of het tweede lid, wordt voor de toepassing van dit artikel de omzet bijgesteld naar de situatie waarin niet in strijd met die artikelen zou zijn gehandeld. 2021 49190 10-12-2021 08-12-2021 2021-0000202228 2021 49190 10-12-2021 08-12-2021 2021-0000202228 11-12-2021
Artikel 8 — Artikel 8 Hoogte van de subsidie#
Artikel 8 Hoogte van de subsidie 1 De hoogte van de subsidie is de uitkomst van: A x B x 2 x 1,4 x 0,85 Hierbij staat: A voor het percentage van de omzetdaling, met dien verstande dat A ten hoogste 0,9 bedraagt; B voor de loonsom waarbij wordt uitgegaan van de totale loonsom van werknemers waarvoor de werkgever het loon heeft uitbetaald in het tijdvak, bedoeld in het tweede, derde of vierde lid, met dien verstande dat: a. artikel 5, derde lid, van het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen de uitbetaling van vakantiebijslag in het gehanteerde aangiftetijdvak niet wordt meegenomen bij de vaststelling van de loonsom, met uitzondering van de uitbetaling van vakantiebijslag door de werkgever die geen vakantiebijslag voor de werknemer reserveert, als bedoeld inzoals dat luidde op 31 december 2021; b. artikel 5, derde lid, van het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen de loonsom wordt vermenigvuldigd met 0,926, indien de werkgever geen vakantiebijslag voor de werknemer reserveert, als bedoeld inzoals dat luidde op 31 december 2021; c. de loonsom wordt verminderd met een extra periode salaris dat naast het reguliere loon en vakantiebijslag wordt uitbetaald in het tijdvak, bedoeld in het tweede of derde lid; en d. artikel 17 van de Wet financiering sociale verzekeringen het in aanmerking te nemen loon per werknemer niet meer bedraagt dan tweemaal het maximale dagloon, bedoeld in, maal 21,75, berekend na toepassing van de onderdelen a tot en met c. 2 Voor de loonsom, bedoeld in het eerste lid, wordt uitgegaan van het loon over de maand september 2021. Indien er sprake is van een aangiftetijdvak van vier weken, wordt uitgegaan van het loon over het tiende aangiftetijdvak van het jaar 2021, waarbij de loonsom in dat aangiftetijdvak wordt verhoogd met 8,33 procent. 3 Indien er geen sprake is van een aangiftetijdvak van een maand of vier weken, wordt het loon per werknemer herleid naar een loon per aangiftetijdvak van een maand. 4 Indien de loonsom als bedoeld onder de letter C meer dan 15%, naar beneden afgerond, lager is dan tweemaal de loonsom als bedoeld in het eerste lid, onder de letter B, wordt de subsidie verlaagd met: ((0,85B x 2) – C) x 1,4 x 0,85 Hierbij staat: B voor de loonsom, zoals berekend op grond van het eerste lid tot en met derde lid; C voor de loonsom over de periode 1 november 2021 tot en met 31 december 2021, met dien verstande dat het eerste en het derde lid van overeenkomstige toepassing zijn, waarbij de gehanteerde aangiftetijdvakken het elfde en twaalfde aangiftetijdvak van het jaar 2021 zijn. 5 Indien er sprake is van een werkgever die per vier weken aangifte doet voor de loonheffingen, wordt de loonsom, bedoeld in het vierde lid, onder de letter C, bepaald door het twaalfde en dertiende aangiftetijdvak van het jaar 2021 te hanteren, waarbij de loonsom in die aangiftetijdvakken wordt verhoogd met 8,33 procent. 6 De in aanmerking te nemen gegevens uit de loonaangifte van de werkgever ten behoeve van de bepaling van de letter B, bedoeld in het eerste lid, worden beoordeeld op grond van de loonaangifte zoals die uiterlijk op 15 november 2021 is ingediend, alsmede de aanvullingen daarop die uiterlijk op die datum hebben plaatsgevonden. 7 De in aanmerking te nemen gegevens uit de loonaangifte van de werkgever ten behoeve van de bepaling van de letter C, bedoeld in het vierde lid, worden beoordeeld op grond van de loonaangifte zoals die uiterlijk op 15 februari 2022 is ingediend, alsmede de aanvullingen daarop die uiterlijk op die datum hebben plaatsgevonden. Indien de loonaangifte na laatstgenoemde datum naar beneden wordt bijgesteld, kan de Minister besluiten de gewijzigde loonaangifte in aanmerking te nemen voor de vaststelling van de loonsom, bedoeld in het vierde lid, onder de letter C. 8 De subsidie wordt verlaagd met 5% indien de werkgever niet heeft voldaan aan de verplichting, bedoeld in artikel 14, onderdeel e. 2022 4032 11-02-2022 08-02-2022 2022-0000005023 2022 4032 11-02-2022 08-02-2022 2022-0000005023 12-02-2022
Artikel 9 — Artikel 9 Aanvraag van de subsidieverlening#
Artikel 9 Aanvraag van de subsidieverlening 1 De werkgever dient de subsidieaanvraag in door middel van een door de Minister beschikbaar gesteld formulier. 2 Een subsidieaanvraag wordt ingediend van 13 december 2021 tot en met 31 januari 2022. 3 De werkgever kan eenmaal per loonheffingennummer een subsidieaanvraag indienen. 4 In de subsidieaanvraag wordt in ieder geval vermeld: a. de verwachte omzetdaling; b. het loonheffingennummer; c. Handelsregisterwet 2007 het door de Kamer van Koophandel toegekende unieke nummer als bedoeld in de, indien de werkgever daarover beschikt; d. het rekeningnummer uit een land dat valt onder de EU-Verordening/260/2012, waarop de werkgever betalingen van de Belastingdienst inzake loonheffingen ontvangt; en e. artikel 6, zesde lid of een verzoek als bedoeld in, wordt gedaan. 5 artikel 7 artikel 406, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek artikel 24a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek In de subsidieaanvraag verklaart de werkgever dat voldaan zal worden aan de verplichting, bedoeld in artikel 16 en dat indienwordt toegepast, het groepshoofd, bedoeld inen de moedermaatschappij, bedoeld in, daarmee instemt. 6 artikel 6, negende lid artikel 7 Indien de werkgever onderdeel is van een groep als bedoeld in, of indien de werkgever meerdere loonheffingennummers heeft, wordt hetzelfde percentage, bedoeld in het vierde lid, onderdeel a, voor alle rechtspersonen en vennootschappen binnen de groep respectievelijk de loonheffingennummers gehanteerd. In afwijking van de eerste zin hoeft voor de werkgever die onderdeel is van een groep als bedoeld in artikel 6, negende lid, niet hetzelfde percentage, bedoeld in het vierde lid, onderdeel a, te worden gehanteerd als het percentage dat voor de groep wordt gehanteerd, als de werkgever bij de aanvraag tot vaststelling verzoekttoe te passen. 7 www.uwv.nl De subsidieaanvraag wordt elektronisch gedaan, tenzij opkenbaar wordt gemaakt dat een schriftelijke subsidieaanvraag ook mogelijk is. 8 Door het indienen van een aanvraag stemt de werkgever ermee in dat de volgende gegevens uit het subsidiedossier openbaar gemaakt kunnen worden: a. de naam en de vestigingsplaats van werkgever; b. het verstrekte voorschot; en c. de vastgestelde subsidie. 2021 49190 10-12-2021 08-12-2021 2021-0000202228 2021 49190 10-12-2021 08-12-2021 2021-0000202228 11-12-2021
Artikel 10 — Artikel 10 Verlening van de subsidie#
Artikel 10 Verlening van de subsidie 1 De Minister besluit binnen 13 weken na ontvangst van de volledige aanvraag. 2 De subsidiebeschikking vermeldt in ieder geval: a. de periode waarvoor de subsidie wordt verleend; b. de hoogte van het bedrag van de subsidieverlening en het voorschot; c. artikel 14 15 16 de verplichtingen, bedoeld in,en, waaraan de werkgever moet voldoen; en d. de termijn waarbinnen de vaststelling van de subsidie moet worden aangevraagd. 3 De beschikking tot subsidieverlening vermeldt niet het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld. 2021 49190 10-12-2021 08-12-2021 2021-0000202228 2021 49190 10-12-2021 08-12-2021 2021-0000202228 11-12-2021
Artikel 11 — Artikel 11 Berekening van de hoogte van het bedrag van de subsidieverlening#
Artikel 11 Berekening van de hoogte van het bedrag van de subsidieverlening De hoogte van het bedrag van de subsidieverlening is de uitkomst van: A* x B x 2 x 1,4 x 0,85 Hierbij staat: A* voor het percentage van de door de werkgever verwachte omzetdaling, met dien verstande dat A* ten hoogste 0,8 bedraagt; artikel 8, eerste tot en met derde lid B voor de loonsom, zoals berekend op grond van. 2021 49190 10-12-2021 08-12-2021 2021-0000202228 2021 49190 10-12-2021 08-12-2021 2021-0000202228 11-12-2021
Artikel 12 — Artikel 12 Voorschot#
Artikel 12 Voorschot 1 De Minister verstrekt de werkgever bij de beschikking tot subsidieverlening een voorschot. 2 artikel 11 De hoogte van het voorschot bedraagt 80% van het bedrag van de verlening, bedoeld in. 2021 49190 10-12-2021 08-12-2021 2021-0000202228 2021 49190 10-12-2021 08-12-2021 2021-0000202228 11-12-2021
Artikel 13 — Artikel 13 Opschorting van de betaling#
Artikel 13 Opschorting van de betaling artikel 4:56 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 12 Onverminderd, schort de Minister de betaling van een voorschot als bedoeld inop, indien: a. artikel 14, onderdelen a, b, en f tot en met j artikel 15 16 sprake is van een ernstig vermoeden dat niet voldaan wordt aan de voorwaarden of de verplichtingen, bedoeld in,en, die zijn verbonden aan de subsidie; of b. indien een melding van de werkgever daartoe aanleiding geeft. 2021 49190 10-12-2021 08-12-2021 2021-0000202228 2021 49190 10-12-2021 08-12-2021 2021-0000202228 11-12-2021
Artikel 14 — Artikel 14 Verplichtingen#
Artikel 14 Verplichtingen Aan de werkgever aan wie subsidie wordt verleend, worden de volgende verplichtingen opgelegd: a. de werkgever is verplicht de subsidie uitsluitend aan te wenden voor het doel waarvoor de subsidie is verstrekt, met dien verstande dat de subsidie in ieder geval wordt aangewend voor de betaling van loonkosten; b. Wet op de ondernemingsraden de werkgever is verplicht de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging, bedoeld in de, of bij het ontbreken daarvan, de werknemers te informeren over de subsidieverlening; c. de werkgever is verplicht zich in te spannen om werknemers te stimuleren om deel te nemen aan een ontwikkeladvies of aan scholing; d. de werkgever is verplicht zich in te spannen om bij te dragen aan de begeleiding naar ander werk voor werknemers van wie de arbeidsovereenkomst eindigt of van wie hij het voornemen heeft de arbeidsovereenkomst te beëindigen of niet voort te zetten; e. artikel 669, derde lid, onderdeel a, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek indien de werkgever na 26 november 2021 en voor het einde van de subsidieperiode een verzoek om toestemming doet om de arbeidsovereenkomst van één of meer werknemers op te zeggen op grond vanis hij verplicht om in de periode 13 december 2021 tot en met 31 januari 2022 contact op te nemen met UWV voor ondersteuning bij de begeleiding naar ander werk; f. de werkgever voert een zodanig controleerbare administratie dat alle voor de vaststelling van de subsidie van belang zijnde gegevens kunnen worden nagegaan en verleent desgevraagd tot vijf jaar na de datum van vaststelling van de subsidie inzage in deze administratie; g. Wet op de loonbelasting 1964 de werkgever doet de loonaangifte op grond van deop de voorgeschreven momenten; h. de werkgever meldt onverwijld en schriftelijk aan de Minister indien zich omstandigheden voordoen die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de subsidie; i. de werkgever overlegt na afloop van de periode waarover subsidie is verleend een definitieve opgave van de omzetdaling in de omzetperiode; en j. de werkgever werkt tot vijf jaar na de datum van vaststelling van de subsidie, onder meer door het verschaffen van de daartoe benodigde inlichtingen, gegevens en bescheiden, mee aan door of namens de Minister ingesteld onderzoek dat erop is gericht de Minister inlichtingen te verschaffen die van belang zijn voor het nemen van een besluit over het verstrekken van de subsidie, de vaststelling van de rechtmatigheid daarvan, of de ontwikkeling van het beleid van de Minister. 2021 49190 10-12-2021 08-12-2021 2021-0000202228 2021 49190 10-12-2021 08-12-2021 2021-0000202228 11-12-2021
Artikel 15 — Artikel 15 Verplichting overleggen accountantsverklaring#
Artikel 15 Verplichting overleggen accountantsverklaring 1 artikel 1 van de Wet op het accountantsberoep Accountantsprotocol De werkgever aan wie subsidie wordt verleend is verplicht bij de aanvraag van de vaststelling van de subsidie een verklaring over de naleving van de subsidievoorwaarden, afgegeven door een accountant als bedoeld in, te overleggen. Deze verklaring voldoet aan standaarden die door de Koninklijke Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants zijn vastgesteld, met inachtneming van het in de bijlage bij deze regeling opgenomen. 2 artikel 6, negende lid artikel 7 Van de verplichting om een verklaring van een accountant te overleggen is de werkgever vrijgesteld, indien het totale voorschot dat is verstrekt aan de natuurlijke persoon, rechtspersoon of groep als bedoeld in, minder is dan € 125.000. In afwijking van de vorige zin geldt de vrijstelling van de verplichting om een verklaring van een accountant over te leggen niet indien de totale subsidie voor die natuurlijke persoon, rechtspersoon of groep als bedoeld in artikel 6, negende lid, wordt vastgesteld op een bedrag van € 125.000 of meer, of indien de werkgever heeft verzocht om toepassing van. 3 De werkgever die op grond van het tweede lid is vrijgesteld van de verplichting om een verklaring van een accountant te overleggen, overlegt ten behoeve van de vaststelling van de subsidie het in de bijlage bij deze regeling opgenomen formulier met een verklaring van een deskundige derde waarmee de omzetdaling wordt bevestigd. De Minister wijst aan welke deskundige derden een verklaring kunnen afgeven. 4 artikel 6, negende lid Van de verplichting om een verklaring van een deskundige derde te overleggen is de werkgever vrijgesteld, indien het totale voorschot voor de natuurlijke persoon, rechtspersoon of groep als bedoeld in, dat verstrekt is minder dan € 40.000 bedraagt. In afwijking van de vorige zin geldt de vrijstelling van de verplichting om een verklaring van een deskundige derde te overleggen niet indien de totale subsidie voor die natuurlijke persoon, rechtspersoon of groep als bedoeld in artikel 6, negende lid, wordt vastgesteld op een bedrag van € 40.000 of meer. 2022 13609 24-05-2022 16-05-2022 2022-0000105089 2022 13609 24-05-2022 16-05-2022 2022-0000105089 25-05-2022
Artikel 16 — Artikel 16 Verplichting niet uitkeren dividenden en bonussen#
Artikel 16 Verplichting niet uitkeren dividenden en bonussen 1 De werkgever of rechtspersoon keert over 2021 geen dividenden uit aan aandeelhouders of bonussen aan de Raad van Bestuur, bestuur en directie van het concern en de rechtspersoon of vennootschap, waaronder mede begrepen winstdelingen, en koopt geen eigen aandelen in. Met dividend worden andere winstuitkeringen aan derden gelijkgesteld. 2 artikel 3, derde lid, van de Wet melding collectief ontslag artikel 35b, eerste lid, van de Wet op de ondernemingsraden De werkgever of rechtspersoon sluit voorafgaand aan de aanvraag van de vaststelling van de subsidie met tenminste één belanghebbende vereniging van werknemers, bedoeld in, en bij gebreke daarvan, of indien de werkgever minder dan 20 werknemers heeft, een andere vertegenwoordiging van werknemers, inhoudende de ondernemingsraad, de personeelsvertegenwoordiging of de vergadering als bedoeld in, een schriftelijke overeenkomst over de wijze waarop invulling wordt gegeven aan het bonus en dividendbeleid. 3 artikel 6, negende lid Het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing, indien het totale voorschot dat is verstrekt aan de natuurlijke persoon, rechtspersoon of groep als bedoeld in, minder is dan € 125.000. In afwijking van de vorige zin zijn het eerste en het tweede lid wel van toepassing, indien de totale subsidie voor die natuurlijke persoon, rechtspersoon of groep als bedoeld in artikel 6, negende lid, wordt vastgesteld op een bedrag van € 125.000,- of meer. 4 artikel 7 artikel 24a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek Indienwordt toegepast, keert de werkgever of rechtspersoon, de groep, en de moedermaatschappij, bedoeld in, over 2021 geen dividenden uit aan aandeelhouders of bonussen aan de Raad van Bestuur, bestuur en directie van het concern en de rechtspersoon of vennootschap waarop artikel 7 wordt toegepast, waaronder mede begrepen winstdelingen, en kopen de rechtspersonen binnen de groep geen eigen aandelen in. Met dividend worden andere winstuitkeringen aan derden gelijkgesteld. 5 Indien de werkgever, rechtspersoon, natuurlijke persoon of groep verplicht is op grond van een vaststellingsverklaring met de Belastingdienst of een wettelijke plicht om dividend uit te keren dan blijft dit toegestaan voor het gedeelte waarover de plicht, bedoeld in het eerste en vierde lid, geldt. 6 artikel 7 artikel 406, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek artikel 24a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek Indienwordt toegepast, beschikt de werkgever of de rechtspersoon over een voorafgaand aan de aanvraag van de vaststelling van de subsidie verstrekte schriftelijke verklaring van het groepshoofd, bedoeld in, en de moedermaatschappij, bedoeld in, waaruit blijkt dat gehandeld zal worden overeenkomstig het vierde lid. 7 artikel 24a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek Indien de werkgever of rechtspersoon een boekjaar heeft aangewezen dat niet op een kalenderjaar is gebaseerd, dan geldt de verplichting in het eerste lid voor het boekjaar waarover subsidie is verleend. De vorige zin is van overeenkomstige toepassing op het vierde lid, met dien verstande dat dit geldt voor de groep of moedermaatschappij, bedoeld in. 2021 49190 10-12-2021 08-12-2021 2021-0000202228 2021 49190 10-12-2021 08-12-2021 2021-0000202228 11-12-2021
Artikel 17 — Artikel 17 Subsidievaststelling#
Artikel 17 Subsidievaststelling 1 www.uwv.nl Artikel 9, zevende lid De werkgever vraagt de vaststelling van de subsidie aan vanaf 1 juni 2022, of een eerder tijdstip, dat bekend gemaakt wordt via, tot en met 2 juni 2023. Hij dient de aanvraag in door middel van een door de Minister vast te stellen formulier., is van overeenkomstige toepassing. 2 Bij de aanvraag van de vaststelling wordt in ieder geval meegezonden: a. de definitieve gegevens over de omzetdaling in de omzetperiode, alsmede informatie waaruit dit blijkt; b. artikel 6, zevende lid een verklaring waaruit blijkt of in de periode, bedoeld in, onderdelen of activiteiten zijn afgestoten; c. artikel 15, eerste en derde lid de verklaring van een accountant of een derde, bedoeld in; en d. artikel 14, onderdelen a, b, en f tot en met j artikel 16 een verklaring dat voldaan is aanengenoemde verplichtingen. 3 artikel 7 De werkgever die bij de aanvraag van de vaststelling verzoekt om toepassing vanverklaart dat voldaan is aan de voorwaarden van artikel 7 en zendt een verklaring van een accountant mee waaruit dat blijkt. 4 artikel 6, negende lid artikel 15, eerste lid Indien een natuurlijke persoon of rechtspersoon of groep als bedoeld in, verplicht is een verklaring van een accountant op grond van, of een verklaring van een deskundige derde op grond van artikel 15, derde lid, te overleggen vult de werkgever, die geen verklaring van een accountant, respectievelijk verklaring van een deskundige derde heeft meegezonden, op verzoek van de minister de aanvraag binnen 14 weken aan met de benodigde verklaring. 5 artikel 8 De subsidie wordt vastgesteld aan de hand van de berekeningswijze, bedoeld in, met dien verstande dat de subsidie in ieder geval op nihil wordt vastgesteld, indien: a. de omzetdaling in de omzetperiode minder bedraagt dan 20%; b. artikel 15, eerste lid de werkgever geen verklaring van een accountant, als bedoeld in, of een verklaring van een deskundige derde als bedoeld in artikel 15, derde lid, verstrekt, tenzij hij daarvan op grond van artikel 15, tweede en vierde lid, is vrijgesteld; of c. artikel 7 de werkgever die verzocht heeft om toepassing van, niet voldoet aan de voorwaarden in artikel 7; of d. artikel 16 indien in strijd is gehandeld met een verplichting, als bedoeld in. 6 De Minister stelt de subsidie vast binnen 52 weken na ontvangst van de aanvraag, bedoeld in het eerste lid. 2022 32244 30-11-2022 22-11-2022 2022-0000230838 2022 32244 30-11-2022 22-11-2022 2022-0000230838 01-12-2022
Artikel 18 — Artikel 18 Terugvordering#
Artikel 18 Terugvordering artikel 4:95, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht artikel 14 15 16 Onverminderdkan het verstrekte voorschot geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd van de subsidieontvanger, indien dit ten onrechte of voor een te hoog bedrag is verstrekt of indien niet aan de verplichtingen, bedoeld in,of, is voldaan. 2021 49190 10-12-2021 08-12-2021 2021-0000202228 2021 49190 10-12-2021 08-12-2021 2021-0000202228 11-12-2021
Artikel 19 — Artikel 19 Wijziging subsidievaststelling#
Artikel 19 Wijziging subsidievaststelling artikel 4:49 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 3 Onverminderdkan de Minister de subsidievaststelling intrekken of ten nadele van de werkgever wijzigen, indien de werkgever door zijn handelen of nalaten tijdens of na de periode waarover hij subsidie heeft ontvangen geacht wordt niet te hebben voldaan aan het doel van deze regeling, bedoeld in. 2021 49190 10-12-2021 08-12-2021 2021-0000202228 2021 49190 10-12-2021 08-12-2021 2021-0000202228 11-12-2021
Artikel 20 — Artikel 20 Mandaat, volmacht en machtiging UWV en Nederlandse Arbeidsinspectie#
Artikel 20 Mandaat, volmacht en machtiging UWV en Nederlandse Arbeidsinspectie 1 De Minister verleent aan de Raad van Bestuur van het UWV mandaat, volmacht en machtiging om, in het kader van de uitvoering van deze regeling: a. besluiten te nemen, privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten en handelingen te verrichten die een privaatrechtelijke rechtshandeling noch een besluit zijn; b. te beslissen op bezwaarschriften, met dien verstande dat de persoon die betrokken is bij het besluitvormingsproces ten aanzien van het bezwaarschrift niet ook betrokken is geweest bij het besluitvormingsproces in eerste aanleg; en c. in rechte op te treden en tegen rechterlijke uitspraken hoger beroep of cassatie in te stellen, dan wel af te zien van hoger beroep of cassatie. 2 De Raad van Bestuur van het UWV is in het kader van de uitvoering van deze regeling bevoegd tot het verlenen van ondermandaat of het doorverlenen van zijn andere vertegenwoordigingsbevoegdheden aan bij het UWV werkzame functionarissen. 3 Hoofdstuk 4 van het Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit SZW 2009 is van toepassing op de uitoefening van bevoegdheden op grond van deze regeling en tevens op de uitoefening van bevoegdheden die krachtens ondermandaat respectievelijk doorverlening van volmacht en machtiging worden uitgeoefend. 4 artikel 14 15 16 Onverminderd het eerste tot en met derde lid worden door de voorzitter van de Raad van Bestuur van het UWV onder hem ressorterende functionarissen, werkzaam bij het UWV, aangewezen als ambtenaren, belast met het toezicht op de naleving van de verplichtingen, bedoeld in,of. 5 artikel 14 15 16 Onverminderd het eerste tot en met derde lid kunnen als ambtenaren, belast met het toezicht op de naleving van de verplichtingen, bedoeld in,of, worden aangewezen: a. de door de inspecteur-generaal Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen onder hem ressorterende functionarissen, van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; en b. de door de Directeur Dienstverlening, Samenwerkingsverbanden en Uitvoering aangewezen functionarissen werkzaam bij de Directie Dienstverlening, Samenwerkingsverbanden en Uitvoering van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. 2021 49190 10-12-2021 08-12-2021 2021-0000202228 2021 49190 10-12-2021 08-12-2021 2021-0000202228 01-01-2022
Artikel 21 — Artikel 21 Financiering#
Artikel 21 Financiering 1 Het Rijk voorziet in de middelen tot dekking van de uitgaven verbonden aan deze regeling. 2 Het UWV beheert en administreert afzonderlijk de middelen, bedoeld in het eerste lid. 3 In verband met het middelenbeheer wordt de rijksbijdrage, bedoeld in het eerste lid, beschouwd als middelen die deel uitmaken van het Algemeen Werkloosheidsfonds. 4 artikel 5.16, onder b, van de Regeling Wfsv De Minister stort op de rekening-courant, bedoeld in, na overleg met het UWV maandelijks een periodiek voorschot op de rijksbijdrage, bedoeld in het derde lid, van: a. de door het UWV voorafgaand aan iedere maand geraamde subsidielasten met als valutadatum de tweeëntwintigste dag van elke maand; en b. de door het UWV voorafgaand aan iedere maand geraamde uitvoeringskosten met als valutadatum de vijftiende dag van elke maand. 5 De Minister kan, na overleg met het UWV, van de in het vierde lid, onder a en b, bedoelde bedragen en data afwijken. 2021 49190 10-12-2021 08-12-2021 2021-0000202228 2021 49190 10-12-2021 08-12-2021 2021-0000202228 11-12-2021
Artikel 22 — Artikel 22 Verslag UWV#
Artikel 22 Verslag UWV 1 artikel 49 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen Het UWV brengt aan de Minister inhoudelijk en financieel verslag uit over de uitvoering van deze regeling overeenkomstig. 2 artikel 49 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen artikel 21, vierde lid In de jaarrekening, bedoeld in, worden de baten en lasten opgenomen, alsmede de ontvangen voorschotten, bedoeld in, uitgesplitst naar subsidielasten en uitvoeringskosten, met betrekking tot deze regeling. 3 artikel 18 Op de in het tweede lid bedoelde subsidielasten komen in mindering de subsidies die op grond vanzijn teruggevorderd en de bedragen die anderszins zijn terugbetaald. 4 artikel 34, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen artikel 21, vierde lid Na goedkeuring van het besluit tot vaststelling van de jaarrekening, bedoeld in, rekent de Minister de baten en lasten, alsmede de ontvangen voorschotten op grond van, met betrekking tot het desbetreffende kalenderjaar af, met als valutadatum 1 juni van het hierop volgende kalenderjaar. 2021 49190 10-12-2021 08-12-2021 2021-0000202228 2021 49190 10-12-2021 08-12-2021 2021-0000202228 11-12-2021
Artikel 23 — Artikel 23 Eerste Tweede Derde Vierde Wijzigingen van de,,,en Vijfde tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid#
Artikel 23 Eerste Tweede Derde Vierde Wijzigingen van de,,,en Vijfde tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid Wijzigt de Eerste, Tweede, Derde, Vierde en Vijfde tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid. 2021 49190 10-12-2021 08-12-2021 2021-0000202228 2021 49190 10-12-2021 08-12-2021 2021-0000202228 01-01-2022
Artikel 24 — Artikel 24 Inwerkingtreding en vervaldatum#
Artikel 24 Inwerkingtreding en vervaldatum 1 artikel 23 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, met uitzondering van, dat in werking treedt met ingang van 1 januari 2022. 2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 juli 2024. 3 In afwijking van het tweede lid blijft deze regeling, zoals die luidde op de dag voorafgaand aan de datum met ingang waarvan deze regeling vervalt, van toepassing op de afwikkeling van de subsidieaanvragen op grond van deze regeling. 4 artikel 14, eerste lid, onderdelen f en j In afwijking van het tweede lid blijven de verplichtingen voor werkgevers aan wie op grond van deze regeling subsidie is verleend, op grond van, gelden na 1 juli 2024 gedurende de in die onderdelen genoemde periode. 5 artikel 9, achtste lid In afwijking van het tweede lid blijft, zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de dag waarop deze regeling vervalt, van toepassing op openbaarmakingen van het subsidiedossier na de dag waarop deze regeling vervalt. 2021 49190 10-12-2021 08-12-2021 2021-0000202228 2021 49190 10-12-2021 08-12-2021 2021-0000202228 11-12-2021
Artikel 25 — Artikel 25 Citeertitel#
Artikel 25 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Vijfde tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid. 2021 49190 10-12-2021 08-12-2021 2021-0000202228 2021 49190 10-12-2021 08-12-2021 2021-0000202228 11-12-2021
Artikel 15#
artikel 15, eerste en tweede lid
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 15#
artikel 15, eerste en tweede lid
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 6#
artikel 6 lid 9
Artikel 6#
artikel 6, lid 9
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 16#
artikel 16
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 17#
artikel 17 lid 4
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 20#
artikel 20, lid 5
Artikel 17#
artikel 17 lid1
Artikel 8#
artikelen 8
Artikel 11#
11
Artikel 4#
artikel 4
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 16#
artikel 16
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 6#
artikelen 6
Artikel 7#
7
Artikel 14#
14
Artikel 16#
16
Artikel 1#
artikel 1, lid 2 tot en met 5
Artikel 6#
artikel 6 lid 10
Artikel 6#
artikel 6 lid 9
Artikel 6#
artikel 6 lid 9
Artikel 6#
artikel 6, lid 6 sub b
Artikel 6#
artikel 6, lid 4 en 5
Artikel 6#
artikel 6 lid 6
Artikel 6#
artikel 6, lid 6 sub a
Artikel 6#
artikel 6, lid 6 sub b
Artikel 6#
artikel 6, lid 6 sub c
Artikel 6#
artikel 6, lid 7
Artikel 6#
artikel 6, lid 2
Artikel 6#
artikel 6, lid 3
Artikel 16#
artikel 16
Artikel 6#
artikel 6
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 16#
artikel 16
Artikel 16#
artikel 16 lid 2
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 7#
artikel 7 lid 1 sub d
Artikel 7#
artikel 7 lid 2, 3, 4 en 5
Artikel 7#
artikel 7 lid 1 sub a tot en met c
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 16#
artikel 16
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 13#
artikel 13
Artikel 6#
artikel 6 lid 9
Artikel 16#
artikel 16
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 13#
artikel 13
Artikel 6#
artikel 6 lid 9
Artikel 16#
artikel 16
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 8#
artikelen 8 lid 7
Artikel 16#
artikel 16
Artikel 6#
artikel 6
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 16#
artikel 16 lid 1 en lid 4
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 16#
artikel 16
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 6#
artikel 6 lid 9
Artikel 6#
artikel 6
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 16#
artikel 16
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 16#
artikel 16
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 1#
artikel 1 lid 2 tot en met lid 5
Artikel 6#
artikel 6
Artikel 1#
artikel 1, lid 2 tot en met 5
Artikel 6#
artikel 6
Artikel 1#
artikel 1 lid 2
Artikel 16#
artikel 16
Artikel 6#
artikel 6
Artikel 7#
7
Artikel 16#
artikel 16 lid 1en lid 4
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 16#
artikel 16 lid 2
Artikel 16#
artikel 16 lid 2
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 1#
artikel 1 lid 2 tot en met 5
Artikel 1#
artikel 1, lid 2 tot en met 5
Artikel 6#
artikel 6
Artikel 1#
artikel 1, lid 2 tot en met 5
Artikel 6#
artikel 6
Artikel 5#
artikel 7
Artikel 6#
artikel 6, lid 10
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 1#
artikel 1 lid 2
Artikel 1#
artikel 1 lid 2
Artikel 16#
artikel 16
Artikel 6#
artikel 6
Artikel 7#
7
Artikel 16#
artikel 16 lid 1en lid 4
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 16#
artikel 16 lid 2
Artikel 16#
artikel 16 lid 2
Artikel 7#
artikel 7 lid 1b
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 7#
artikel 7 lid 1b
Artikel 16#
artikel 16 lid 2
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 16#
artikel 16
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 15#
artikel 15, derde lid
Artikel 6#
artikel 6 lid 9
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 15#
artikel 15 lid 2
Artikel 15#
artikel 15 lid 3
Artikel 6#
artikel 6 lid 9