Regeling van de Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs van 12 augustus 2022, nr. PO/FenV/33271986, houdende aanpassing van de bedragen personele bekostiging primair onderwijs voor het schooljaar 2021–2022 en het vaststellen van de bedragen voor ondersteuning van leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs schooljaar 2021–2022 (Definitieve Regeling bekostiging personeel PO 2021–2022 en vaststelling bedragen voor ondersteuning van leerlingen in het PO en VO 2021–2022)
- BWB-id
- BWBR0047086
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2022-08-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0047086
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2022/definitieve-regeling-bekostiging-personeel-po-2021-2022-en-v
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2022/definitieve-regeling-bekostiging-personeel-po-2021-2022-en-v/2022-08-31
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0047086&g=2022-08-31
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0047086&z=2026-06-06&g=2022-08-31
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0047086/2022-08-31
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2022/definitieve-regeling-bekostiging-personeel-po-2021-2022-en-v
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: achterstandsscore: artikel 1 van het Besluit bekostiging WPO achterstandsscore als bedoeld in, zoals dat luidde op 31 maart 2022; basisschool: artikel 1 WPO basisschool als bedoeld in; BRIN-nummer: nummer waaronder een school staat geregistreerd in de Basisregistratie Instellingen; BRP: basisregistratie personen; leerling met een niet-Nederlandse culturele achtergrond: artikel 1 van het Besluit bekostiging WPO artikel 1 van het Besluit bekostiging WEC leerling als bedoeld inen, zoals die luidden op 31 maart 2022; formatiebasisbedrag: artikel 1 van het Besluit bekostiging WPO artikel 1 van het Besluit bekostiging WEC formatiebasisbedrag als bedoeld inen, zoals die luidden op 31 maart 2022; formatieleeftijdsbedrag: artikel 1 van het Besluit Bekostiging WPO artikel 1 van het Besluit bekostiging WEC formatieleeftijdsbedrag als bedoeld inen, zoals die luidden op 31 maart 2022; instelling: artikel 1 WEC instelling als bedoeld in; samenwerkingsverband PO: artikel 1 WPO samenwerkingsverband als bedoeld in; samenwerkingsverband VO: artikel 1.1 WVO 2020 samenwerkingsverband als bedoeld in; school voor (voortgezet) speciaal onderwijs: artikel 1 WEC school voor speciaal onderwijs, voor voortgezet speciaal onderwijs of voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in, niet zijnde een instelling; speciale school voor basisonderwijs: artikel 1 WPO speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in; vestiging: hoofd- of nevenvestiging van een basisschool; WEC: Wet op de expertisecentra ; WPO: Wet op het primair onderwijs ; WVO 2020: Wet voortgezet onderwijs 2020 . 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 31-08-2022 01-08-2021
Artikel 2 — Artikel 2 Gemiddelde leeftijd en bedragen#
Artikel 2 Gemiddelde leeftijd en bedragen 1 artikel 120, zesde lid, WPO De geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd op 1 oktober 2020 en de genormeerde gemiddelde personeelslasten van leraren respectievelijk van de schoolleiding van basisscholen, bedoeld in, zoals die luidde op 31 maart 2022, bedragen: a. geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd: 39,49 jaar; b. genormeerde gemiddelde personeelslasten leraar: € 80.334,57; c. genormeerde gemiddelde personeelslasten schoolleiding: € 98.007,59. 2 artikel 22, onderdeel a, respectievelijk onderdeel b, van het Besluit bekostiging WPO Het formatiebasisbedrag respectievelijk het formatieleeftijdsbedrag, bedoeld in, zoals dat luidde op 31 maart 2022, is voor basisscholen: a. formatiebasisbedrag: € 38.891,00; b. formatieleeftijdsbedrag: € 1.049,47. 3 artikel 120, eerste lid, WPO Het bedrag per leerling respectievelijk het verhogingsbedrag, bedoeld in, zoals die luidde op 31 maart 2022 bedraagt voor: Bedrag per leerling Verhogingsbedrag a. leerlingen van 4 t/m 7 jaar € 2.314,01 € 62,44 b. leerlingen vanaf 8 jaar € 1.610,09 € 43,45 4 De ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van leraren van basisscholen ten opzichte van het schooljaar 2020–2021 bedraagt 9,064%. De ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van de schoolleiding van basisscholen ten opzichte van het schooljaar 2020–2021 bedraagt 9,064%. 5 WPO artikel 137, vijfde lid, WPO In de genormeerde gemiddelde personeelslasten, bedoeld in het eerste lid is een verlaging van 0,724% verwerkt op basis van de gemiddelde inkomsten waarop de bevoegde gezagsorganen, bedoeld in degedurende het schooljaar aanspraak maken vanwege uitkeringen of toelagen als bedoeld in, zoals die luidde op 31 maart 2022. 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 31-08-2022 01-08-2021
Artikel 3 — Artikel 3 Aanvullende bekostiging (zeer) kleine scholen#
Artikel 3 Aanvullende bekostiging (zeer) kleine scholen Besluit bekostiging WPO Het basisbedrag respectievelijk het leeftijdsbedrag, bedoeld in de in de eerste kolom genoemde artikelen van het, zoals dat luidde op 31 maart 2022, is het bedrag, genoemd in de tweede respectievelijk de derde kolom bij het desbetreffende artikel: Artikel Basisbedrag Leeftijdsbedrag 23, eerste lid, (zeer kleine scholen) € 125.747,82 € 2.825,91 24, tweede lid, onderdeel a, (kleine scholen voet) € 83.646,76 € 2.257,20 24, tweede lid, onderdeel b, (kleine scholen verminderingsbedrag) € 579,48 € 15,64 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 31-08-2022 01-08-2021
Artikel 4 — Artikel 4 Aanvullende bekostiging voor bestrijding onderwijsachterstanden#
Artikel 4 Aanvullende bekostiging voor bestrijding onderwijsachterstanden 1 artikel 28, eerste lid, van het Besluit bekostiging WPO Het bedrag per eenheid achterstandsscore bedoeld in, zoals dat luidde op 31 maart 2022, bedraagt € 642,44. 2 artikel 36a, tweede lid, onder C, van het Besluit bekostiging WPO Het percentage ten behoeve van de overgangsbekostiging onderwijsachterstandenbestrijding in het geval de uitkomst van ‘A – B’ negatief is, bedoeld in, zoals dat luidde op 31 maart 2022, bedraagt 13,99%. 3 artikel 36a, derde lid, van het Besluit bekostiging WPO Het percentage, bedoeld in, zoals dat luidde op 31 maart 2022 bedraagt 9,064%. 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 31-08-2022 01-08-2021
Artikel 5 — Artikel 5 Aanvullende bekostiging bij aanvang van de bekostiging en groei#
Artikel 5 Aanvullende bekostiging bij aanvang van de bekostiging en groei Besluit bekostiging WPO Het basisbedrag verhoogd met het met de geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren vermenigvuldigde leeftijdsbedrag, bedoeld in de in de eerste kolom genoemde artikelen van het, zoals dat luidde op 31 maart 2022, is het bedrag, genoemd in de tweede kolom bij het desbetreffende artikel: Artikel Bedrag 3a, vierde lid (aanvang bekostiging) , € 16.334,60 29, zevende lid (groei) , € 3.912,29 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 31-08-2022 01-08-2021
Artikel 6 — Artikel 6 Aanvullende bekostiging schoolleiding#
Artikel 6 Aanvullende bekostiging schoolleiding artikel 26, eerste lid, van het Besluit bekostiging WPO Het bedrag, bedoeld in, zoals dat luidde op 31 maart 2022, is voor scholen met een aantal leerlingen dat op de teldatum niet hoger is dan 97 leerlingen € 21.026,02 en voor scholen met een aantal leerlingen dat op de teldatum hoger is dan 97 leerlingen € 38.699,04. 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 31-08-2022 01-08-2021
Artikel 7 — Artikel 7 Bekostiging personeels- en arbeidsmarktbeleid#
Artikel 7 Bekostiging personeels- en arbeidsmarktbeleid 1 artikel 129 van de WPO De bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid, bedoeld in, zoals die luidde op 31 maart 2022, bestaat voor basisscholen, waaronder begrepen de school voor varende kinderen, uit een basisbedrag en een bedrag per leerling: a. basisbedrag = € 21.542,00; b. bedrag per leerling = € 1.011,88. 2 De bekostiging, bedoeld in het eerste lid, voor basisscholen met minder dan 145 leerlingen wordt verhoogd met een bedrag dat gelijk is aan de uitkomst van de berekening: € 49.663,85 minus (het aantal leerlingen vermenigvuldigd met € 342,55). 3 De bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt voor basisscholen met minder dan 195 leerlingen verhoogd met € 6.960,00. 4 artikel 180a van de WPO Het bedrag per leerling ten behoeve van de schoolbegeleiding, bedoeld in, zoals die luidde op 31 maart 2022, bedraagt € 69,52 en is begrepen in het bedrag per leerling, genoemd in het eerste lid. 5 artikel 121 WPO Voor de bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid wordt het aantal leerlingen vastgesteld overeenkomstig, zoals die luidde op 31 maart 2022. 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 31-08-2022 01-08-2021
Artikel 8 — Artikel 8 Bedragen voor scholen voor kinderen van wie de ouders een trekkend bestaan leiden#
Artikel 8 Bedragen voor scholen voor kinderen van wie de ouders een trekkend bestaan leiden 1 artikelen B 16b C 11, eerste en tweede lid, van het Besluit trekkende bevolking WPO Het bedrag per formatieplaats, bedoeld in deen, zoals dat luidde op 31 maart 2022 is € 80.334,57. 2 artikel B 16g van het Besluit trekkende bevolking De aanvullende bekostiging voor schoolleiding, bedoeld in, zoals dat luidde op 31 maart 2022 bedraagt € 21.026,02 per school. 3 artikel B 16l van het Besluit trekkende bevolking Het budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid, bedoeld in, zoals dat luidde op 31 maart 2022 bedraagt € 57.698,24 per school. 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 31-08-2022 01-08-2021
Artikel 9 — Artikel 9 Bekostiging voor internationaal georiënteerd basisonderwijs#
Artikel 9 Bekostiging voor internationaal georiënteerd basisonderwijs 1 Het bevoegd gezag van een basisschool waaraan een afdeling internationaal georiënteerd basisonderwijs is verbonden, ontvangt op aanvraag aanvullende bekostiging voor personeel en voor materiële instandhouding. 2 De bekostiging, bedoeld in het eerste lid, bedraagt vanaf 11 ingeschreven leerlingen op 1 oktober 2020 op de afdeling, bedoeld in het eerste lid, de in de onderstaande tabel opgenomen bedragen. Aantal leerlingen Bedrag personeel Bedrag materiële instandhouding 11 t/m 20 € 17.368,51 € 458,81 21 t/m 30 € 26.052,38 € 688,21 31 t/m 40 € 34.736,64 € 917,61 41 t/m 50 € 43.428,73 € 1.147,23 51 t/m 60 € 52.112,99 € 1.376,63 61 t/m 70 € 60.797,25 € 1.606,04 71 t/m 80 € 69.481,51 € 1.835,44 81 t/m 90 € 78.165,36 € 2.064,84 91 t/m 100 € 86.849,62 € 2.294,25 101 t/m 110 € 95.533,88 € 2.523,65 111 t/m 120 € 104.218,14 € 2.753,05 121 t/m 130 € 112.902,40 € 2.982,46 131 t/m 140 € 121.586,26 € 3.211,86 141 t/m 150 € 130.278,75 € 3.441,47 151 t/m 165 € 138.962,61 € 3.670,88 166 t/m 180 € 147.646,87 € 3.900,28 181 t/m 195 € 156.331,13 € 4.129,68 196 t/m 210 € 165.015,38 € 4.359,09 vervolgens per 15 leerlingen verhogen met € 8.684,26 € 229,40 3 De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, moet bij DUO zijn ontvangen voor 1 juli 2021 en een gelijkluidend exemplaar daarvan wordt ingediend gelijktijdig met de jaarstukken 2021. Aanvragen die op of na 1 juli 2021 bij DUO worden ontvangen worden in ieder geval afgewezen. 4 www.duo.nl Voor de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt gebruik gemaakt van het daarvoor beschikbaar gestelde formulier op. 5 Het bevoegd gezag van een basisschool met een afdeling internationaal georiënteerd basisonderwijs ontvangt op aanvraag bijzondere bekostiging voor personeel en aanvullende bekostiging voor materiële instandhouding indien het aantal leerlingen in die afdeling ten opzichte van de datum waarop voor het laatst bekostiging op basis van dit artikel is toegekend zodanig is toegenomen dat het leerlingenaantal in een hogere categorie als bedoeld in de tabel in het tweede lid, is komen te vallen. Voor een basisschool met een afdeling internationaal georiënteerd basisonderwijs waarvoor in het schooljaar 2021–2022 nog geen toekenning is afgegeven, wordt de toename van het aantal leerlingen vastgesteld door het aantal leerlingen in die afdeling af te zetten tegen nul. 6 www.duo.nl Voor de aanvraag, bedoeld in het vijfde lid, wordt gebruik gemaakt van het daarvoor beschikbaar gestelde formulier op. 7 Het bevoegd gezag kan ten hoogste eenmaal per maand een aanvraag als bedoeld in het vijfde lid indienen. Een aanvraag die wordt ontvangen op of na 1 juli 2022, wordt afgewezen. 8 Het bevoegd gezag ontvangt de beschikking uiterlijk vier maanden na ontvangst van de aanvraag. 9 Indien de toename samenvalt met de eerste schooldag van het schooljaar 2021–2022 en de aanvraag geheel of gedeeltelijk wordt toegekend, ontvangt het bevoegd gezag bijzondere bekostiging met ingang van 1 augustus 2021. Indien de toename op een later tijdstip plaatsvindt en de aanvraag geheel of gedeeltelijk wordt toegekend, ontvangt het bevoegd gezag bijzondere bekostiging met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de datum, waarop de toename heeft plaatsgevonden. 10 De bekostiging, bedoeld in het vijfde lid, is gebaseerd op de bedragen uit bovenstaande tabel. Dit bedrag wordt gedeeld door 12 en vermenigvuldigd met het aantal resterende maanden van het schooljaar waarvoor de bekostiging is toegekend. 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 31-08-2022 01-08-2021
Artikel 10 — Artikel 10 Gemiddelde leeftijd en bedragen#
Artikel 10 Gemiddelde leeftijd en bedragen 1 artikel 120, zesde lid, van de WPO De geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd op 1 oktober 2020 en de genormeerde gemiddelde personeelslasten van leraren respectievelijk van de schoolleiding van speciale scholen voor basisonderwijs, bedoeld in, zoals die luidde op 31 maart 2022, bedragen: a. geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd: 40,71 jaar; b. genormeerde gemiddelde personeelslasten leraar: € 88.637,26; c. genormeerde gemiddelde personeelslasten schoolleiding: € 107.238,57. 2 artikel 22, onderdeel a, respectievelijk onderdeel b, van het Besluit bekostiging WPO Het formatiebasisbedrag respectievelijk het formatieleeftijdsbedrag, bedoeld in, zoals dat luidde op 31 maart 2022, is voor speciale scholen voor basisonderwijs: a. formatiebasisbedrag: € 38.235,82; b. formatieleeftijdsbedrag: € 1.238,06. 3 artikel 120, eerste lid, van de WPO Het bedrag per leerling respectievelijk het verhogingsbedrag, bedoeld in, zoals die luidde op 31 maart 2022 is: a. bedrag per leerling: € 1.728,26; b. verhogingsbedrag € 55,96. 4 De ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van leraren van speciale scholen voor basisonderwijs ten opzichte van het schooljaar 2020–2021 bedraagt 10,683%. De ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van de schoolleiding van speciale scholen voor basisonderwijs ten opzichte van het schooljaar 2020–2021 bedraagt 10,683%. 5 WPO artikel 137, vijfde lid, WPO In de genormeerde gemiddelde personeelslasten, bedoeld in het eerste lid is een verlaging van 0,724% verwerkt op basis van de gemiddelde inkomsten waarop de bevoegde gezagsorganen, bedoeld in degedurende het schooljaar aanspraak maken vanwege uitkeringen of toelagen als bedoeld in, zoals die luidde op 31 maart 2022. 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 31-08-2022 01-08-2021
Artikel 11 — Artikel 11 Bedragen ondersteuningsvoorzieningen#
Artikel 11 Bedragen ondersteuningsvoorzieningen artikel 120, vierde lid, van de WPO Het bedrag per leerling respectievelijk het verhogingsbedrag dat wordt vermenigvuldigd met de gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren van die school, bedoeld in, zoals die luidde op 31 maart 2022 is: a. bedrag per leerling € 2.470,03; b. verhogingsbedrag € 79,98. 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 31-08-2022 01-08-2021
Artikel 12 — Artikel 12 Bedragen aanvullende bekostiging onderwijsachterstandenbestrijding#
Artikel 12 Bedragen aanvullende bekostiging onderwijsachterstandenbestrijding artikel 28, tweede lid, van het Besluit bekostiging WPO Het basisbedrag respectievelijk het leeftijdsbedrag, bedoeld in, zoals dat luidde op 31 maart 2022, is: a. basisbedrag € 1.533,26; b. leeftijdsbedrag € 49,65. 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 31-08-2022 01-08-2021
Artikel 13 — Artikel 13 Bedragen aanvullende bekostiging bij aanvang van de bekostiging en voor de schoolleiding#
Artikel 13 Bedragen aanvullende bekostiging bij aanvang van de bekostiging en voor de schoolleiding 1 artikel 3a, vierde lid, van het Besluit bekostiging WPO Het basisbedrag verhoogd met het met de geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren van speciale scholen voor basisonderwijs vermenigvuldigde leeftijdsbedrag, bedoeld in, zoals dat luidde op 31 maart 2022, is € 17.873,10. 2 artikel 26, tweede lid, van het Besluit bekostiging WPO Het bedrag, bedoeld in, zoals dat luidde op 31 maart 2022, is voor scholen met een aantal leerlingen dat op de teldatum niet hoger is dan 99 leerlingen € 21.761,31 en voor scholen met een aantal leerlingen dat op de teldatum hoger is dan 99 leerlingen € 40.362,62. 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 31-08-2022 01-08-2021
Artikel 14 — Artikel 14 Bekostiging personeels- en arbeidsmarktbeleid#
Artikel 14 Bekostiging personeels- en arbeidsmarktbeleid 1 artikel 129 van de WPO De bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid, bedoeld in, zoals die luidde op 31 maart 2022, voor speciale scholen voor basisonderwijs bestaat uit een bedrag dat wordt berekend volgens de formule ‘basisbedrag + A + B’, waarin: basisbedrag = € 16.244,25; A = het aantal leerlingen, vermenigvuldigd met € 1.459,93; B = het aantal leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond, vermenigvuldigd met € 227,61. 2 artikel 180a WPO Het bedrag per leerling ten behoeve van de schoolbegeleiding, bedoeld in, zoals die luidde op 31 maart 2022, bedraagt € 69,52 en is begrepen in het bedrag, genoemd in het eerste lid, onder A. 3 artikel 121 WPO Voor de bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid wordt het aantal leerlingen vastgesteld overeenkomstig, zoals die luidde op 31 maart 2022. 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 31-08-2022 01-08-2021
Artikel 15 — Artikel 15 Gemiddelde leeftijd en basisbedragen#
Artikel 15 Gemiddelde leeftijd en basisbedragen 1 artikel 117, twaalfde lid, van de WEC De geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd op 1 oktober 2020 en de genormeerde gemiddelde personeelslasten van leraren, onderwijsondersteunend personeel, respectievelijk van de schoolleiding van scholen voor speciaal, voortgezet speciaal en speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, bedoeld in, zoals die luidde op 31 maart 2022, bedragen: a. geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd: 41,56 jaar; b. genormeerde gemiddelde personeelslasten leraar: € 84.066,76; c. genormeerde gemiddelde personeelslasten onderwijsondersteunend personeel: € 47.927,71; d. genormeerde gemiddelde personeelslasten schoolleiding: € 105.098,22. 2 artikel 31, onderdeel a, respectievelijk onderdeel b, van het Besluit bekostiging WEC Het formatiebasisbedrag respectievelijk het formatieleeftijdsbedrag, bedoeld in, zoals dat luidde op 31 maart 2022, is voor de scholen, bedoeld in het eerste lid: a. formatiebasisbedrag: € 29.163,43; b. formatieleeftijdsbedrag: € 1.321,06. 3 artikel 117, achtste lid, WEC Het bedrag per school en per leerling, respectievelijk de vermenigvuldigingsbedragen, bedoeld in, zoals die luidde op 31 maart 2022 luiden conform onderstaande tabel. Basisbedrag Leeftijdsbedrag vast bedrag per school € 34.220,37 € 1.550,13 per leerling SO jonger dan 8 € 1.647,73 € 74,64 per leerling SO 8 jaar en ouder € 1.146,12 € 51,92 per leerling VSO € 2.231,00 € 101,06 4 De ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van leraren van scholen voor speciaal, voortgezet speciaal en speciaal en voortgezet speciaal onderwijs ten opzichte van het schooljaar 2020–2021 bedraagt 8,489%. De ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van het onderwijsondersteunend personeel van deze scholen ten opzichte van het schooljaar 2020–2021 bedraagt 8,489% en de ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van de schoolleiding van deze scholen ten opzichte van het schooljaar 2020–2021 bedraagt 8,489%. 5 WEC artikel 131, vierde lid, WEC In de genormeerde gemiddelde personeelslasten bedoeld in het eerste lid, is een verlaging van 0,724% verwerkt op basis van de gemiddelde inkomsten waarop de bevoegde gezagsorganen, bedoeld in degedurende het schooljaar aanspraak maken vanwege uitkeringen of toelagen als bedoeld in, zoals die luidde op 31 maart 2022. 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 31-08-2022 01-08-2021
Artikel 16 — Artikel 16 Bedragen voor personele bekostiging voor ondersteuning#
Artikel 16 Bedragen voor personele bekostiging voor ondersteuning artikel 117, vierde lid, WEC artikel 132, vierde lid, WPO artikel 84, derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs Het bedrag per leerling, bedoeld in,en, zoals die luidden op 31 maart 2022, is per categorie onderverdeeld naar onderwijstype en leeftijd van de leerlingen, weergegeven in onderstaande tabel. Categorie 1/l Categorie 2/m Categorie 3/h per leerling SO jonger dan 8 € 11.647,85 € 16.958,06 € 25.957,44 per leerling SO 8 jaar en ouder € 10.660,10 € 18.404,01 € 27.403,39 per leerling VSO € 11.906,25 € 20.905,25 € 25.902,99 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 31-08-2022 01-08-2021
Artikel 17 — Artikel 17 Aanvullende bekostiging voor bestrijding onderwijsachterstanden#
Artikel 17 Aanvullende bekostiging voor bestrijding onderwijsachterstanden artikel 41, eerste lid, van het Besluit bekostiging WEC Het basisbedrag respectievelijk het leeftijdsbedrag, bedoeld in, zoals dat luidde op 31 maart 2022 is: a. basisbedrag: € 1.122,79; b. leeftijdsbedrag: € 50,86. 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 31-08-2022 01-08-2021
Artikel 18 — Artikel 18 Bedragen aanvullende bekostiging bij aanvang van de bekostiging en voor de schoolleiding#
Artikel 18 Bedragen aanvullende bekostiging bij aanvang van de bekostiging en voor de schoolleiding 1 artikel 3a, vierde lid, van het Besluit bekostiging WEC Het basisbedrag verhoogd met het met de geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren van scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs vermenigvuldigde leeftijdsbedrag, bedoeld in, zoals dat luidde op 31 maart 2022, is € 17.516,37. 2 artikel 35, van het Besluit bekostiging WEC Het bedrag, bedoeld in, zoals dat luidde op 31 maart 2022, onderverdeeld in speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs en speciaal en voortgezet speciaal onderwijs alsmede naar onderwijssoort en aantal leerlingen, is weergegeven in onderstaande tabel. aantal leerlingen SO of VSO SOVSO MG SO of VSO MG SOVSO 1 tot en met 49 € 24.262,46 € 24.262,46 € 45.293,92 € 45.293,92 50 of meer € 45.293,92 € 66.325,38 € 45.293,92 € 66.325,38 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 31-08-2022 01-08-2021
Artikel 19 — Artikel 19 Bekostiging personeels- en arbeidsmarktbeleid#
Artikel 19 Bekostiging personeels- en arbeidsmarktbeleid 1 artikel 124 WEC De bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid, bedoeld in, zoals die luidde op 31 maart 2022, bestaat voor de scholen in deze paragraaf uit een bedrag dat wordt berekend volgens de formule ‘A+B’, waarin: A = het aantal SO-leerlingen en VSO-leerlingen, vermenigvuldigd met € 1.301,82; B = het aantal leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond, vermenigvuldigd met € 174,56. 2 artikel 166a WEC Het bedrag per leerling ten behoeve van de schoolbegeleiding, bedoeld in, zoals die luidde op 31 maart 2022, bedraagt € 69,52 en is begrepen in het bedrag, genoemd in het eerste lid, onder A. 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 31-08-2022 01-08-2021
Artikel 20 — Artikel 20 Bedragen lichte ondersteuning PO#
Artikel 20 Bedragen lichte ondersteuning PO Besluit bekostiging WPO Het bedrag per leerling verhoogd met het met de geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren vermenigvuldigde bedrag, bedoeld in de in de eerste kolom genoemde artikelen van het, zoals dat luidde op 31 maart 2022, is het bedrag, genoemd in de tweede kolom bij het desbetreffende artikel. Artikel Bedrag 31, eerste lid (ondersteuningsvoorzieningen) , € 210,07 32, eerste lid (overdracht bij toename) , € 4.006,40 32, tweede lid 33, eerste volzin (overdracht en overgang naar ander swv) , en € 5.725,97 33, tweede volzin (overgang naar ander swv na 1 oktober) € 9.732,37 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 31-08-2022 01-08-2021
Artikel 21 — Artikel 21 Schoolmaatschappelijk werk primair onderwijs in het kader van veiligheid en opvang risicoleerlingen#
Artikel 21 Schoolmaatschappelijk werk primair onderwijs in het kader van veiligheid en opvang risicoleerlingen Aan het samenwerkingsverband PO, waarvan de som der achterstandsscores van de vestigingen binnen het samenwerkingsverband 1 of meer is, wordt een bedrag van € 13,57 per achterstandsscore toegekend. 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 31-08-2022 01-08-2021
Artikel 22 — Artikel 22 Bedrag personele bekostiging zware ondersteuning PO#
Artikel 22 Bedrag personele bekostiging zware ondersteuning PO artikel 132, derde lid, WPO Het bedrag per leerling, bedoeld in, zoals die luidde op 31 maart 2022, is € 438,31. 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 31-08-2022 01-08-2021
Artikel 23 — Artikel 23 Bedrag personele bekostiging zware ondersteuning VO#
Artikel 23 Bedrag personele bekostiging zware ondersteuning VO artikel 84, tweede lid, van de Wet op het voorgezet onderwijs Het bedrag per leerling, bedoeld in, zoals die luidde op 31 maart 2022, is € 711,51. 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 31-08-2022 01-08-2021
Artikel 24 — Artikel 24 Bedrag overdracht personele bekostiging bij groei op 1 februari#
Artikel 24 Bedrag overdracht personele bekostiging bij groei op 1 februari artikel 125b, eerste lid, onderdeel b, WPO artikel 88, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op het voortgezet onderwijs Het bedrag per leerling, bedoeld inen, zoals die luidden op 31 maart 2022, wordt weergegeven in onderstaande tabel. Basisbedrag per leerling SO <8 € 4.749,77 per leerling SO >=8 € 3.303,82 per leerling VSO € 6.431,11 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 31-08-2022 01-08-2021
Artikel 25 — Artikel 25 Basisbedragen#
Artikel 25 Basisbedragen artikel 117, eerste lid, WEC De basisbedragen respectievelijk het leeftijdsbedrag, bedoeld in, zoals die luidde op 31 maart 2022, is het bedrag, genoemd in de tweede respectievelijk de derde kolom in onderstaande tabel. Bedrag Verhogingsbedrag per leerling SO <8 € 1.647,73 € 74,64 per leerling SO >=8 € 1.146,12 € 51,92 per leerling VSO € 2.231,00 € 101,06 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 31-08-2022 01-08-2021
Artikel 26 — Artikel 26 Bekostiging personeels- en arbeidsmarktbeleid#
Artikel 26 Bekostiging personeels- en arbeidsmarktbeleid 1 artikel 124 WEC De bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid, bedoeld in, zoals die luidde op 31 maart 2022, is voor de instellingen in deze paragraaf € 1.301,84 per leerling. 2 artikel 166a WEC Het bedrag per leerling ten behoeve van de schoolbegeleiding, bedoeld in, zoals die luidde op 31 maart 2022, bedraagt € 69,52 en is begrepen in het bedrag, genoemd in het eerste lid. 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 31-08-2022 01-08-2021
Artikel 27 — Artikel 27 Bedragen voor personele bekostiging voor ondersteuning instellingen#
Artikel 27 Bedragen voor personele bekostiging voor ondersteuning instellingen artikel 117, vijfde lid, WEC De bedragen, bedoeld in, zoals die luidde op 31 maart 2022, worden in onderstaande tabel per instelling weergegeven. BRIN-nr Naam instelling Ondersteuningsbedrag 25GP Visio Onderwijs Haren € 3.865.591,77 25GR Bartimeus OVVGL € 12.439.785,98 25HD Kon. Visio Onderwijs Huizen € 7.038.219,80 25HE Kon. Visio Onderwijs Zuid € 14.744.103,30 01JO Auris Prof. Groenschool € 80.279.379,27 08ZP Taalbrug Junior € 27.603.822,73 17GW Kentalis Compas € 118.188.364,19 20WR Alexander Roozendaalschool € 30.707.254,57 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 31-08-2022 01-08-2021
Artikel 28 — Artikel 28 Algemeen artikel#
Artikel 28 Algemeen artikel 1 Artikel 1 van de Algemene termijnenwet is van toepassing op dit hoofdstuk. 2 artikelen 32 tot en met 34 Indien de peildatum, bedoeld in de, valt op een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag wordt als peildatum de eerstvolgende dag die niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is aangehouden. 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 31-08-2022 01-08-2021
Artikel 29 — Artikel 29 Aanwezigheid schipperskinderen#
Artikel 29 Aanwezigheid schipperskinderen 1 Het bevoegd gezag van een basisschool die voor 1 april 2022 wordt bezocht door 3 of meer kinderen in de eerste 4 verblijfsjaren op een reguliere basisschool en die verblijven in een internaat of pleeggezin en van wie de vader of moeder het schippersbedrijf uitoefent of heeft uitgeoefend, ontvangt op aanvraag bijzondere bekostiging voor personeel en aanvullende bekostiging voor materiële instandhouding. 2 De bekostiging, bedoeld in het eerste lid, bedraagt vanaf 3 ingeschreven schipperskinderen de in de onderstaande tabel opgenomen bedragen die worden gedeeld door twaalf en vermenigvuldigd met het aantal maanden waarvoor de bekostiging wordt toegekend. Aantal schipperskinderen Bedrag personeel Bedrag MI 3 tot en met 6 € 17.504,90 € 426,76 7 tot en met 10 € 26.028,40 € 640,25 11 tot en met 14 € 34.559,93 € 853,52 15 tot en met 18 € 43.083,43 € 1.067,01 En vervolgens telkens in een bandbreedte van 4 leerlingen, te beginnen vanaf 19 leerlingen, te verhogen met € 8.523,50 € 213,49 3 www.duo.nl Voor het indienen van een aanvraag wordt gebruikgemaakt van het daarvoor beschikbaar gestelde formulier open gaat vergezeld van de volgende gegevens: a. naam, BRIN-nummer, postcode en plaats van de school; b. de datum waarop de kinderen zijn of worden toegelaten tot de school; c. het totaal aantal schipperskinderen dat de school bezoekt in de periode waarvoor bijzondere en aanvullende bekostiging wordt gevraagd; en d. de periode waarvoor bijzondere en aanvullende bekostiging wordt gevraagd. 4 Het bevoegd gezag verklaart door indiening van de aanvraag dat in de leerlingenadministratie de school of scholen waarvan de kinderen afkomstig zijn, onder vermelding van de betreffende schoolsoort met vermelding van het aantal verblijfsjaren, is opgenomen. 5 Het bevoegd gezag ontvangt de beschikking uiterlijk vier maanden na ontvangst van de aanvraag. 6 Indien de aanvraag geheel of gedeeltelijk wordt toegekend ontvangt het bevoegd gezag bijzondere en aanvullende bekostiging met ingang van de maand volgend op de datum waarop de aanvraag is ontvangen. 7 De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval afgewezen indien het een aanvraag betreft voor de periode na 1 april 2022. 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 31-08-2022 01-08-2021
Artikel 30 — Artikel 30 Aanwezigheid leerlingen met een culturele achtergrond van de Roma en Sinti#
Artikel 30 Aanwezigheid leerlingen met een culturele achtergrond van de Roma en Sinti 1 Het bevoegd gezag van een basisschool die voor 1 april 2022 wordt bezocht door 4 of meer leerlingen met een culturele achtergrond van de Roma en Sinti, ontvangt op aanvraag bijzondere bekostiging voor personeel en aanvullende bekostiging voor materiële instandhouding. 2 De bekostiging voor zowel personeel als voor materiële instandhouding, bedoeld in het eerste lid, bedraagt € 3.695,00 per ingeschreven leerling met een culturele achtergrond van de Roma of Sinti. Dit bedrag wordt gedeeld door twaalf en vermenigvuldigd met het aantal maanden waarvoor de bekostiging wordt toegekend. 3 www.duo.nl Voor het indienen van een aanvraag wordt gebruikgemaakt van het daarvoor beschikbaar gestelde formulier open gaat vergezeld van de volgende gegevens: a. naam, BRIN-nummer, postcode en plaats van de school; b. het totaal aantal leerlingen met een culturele achtergrond van de Roma en Sinti dat de school zal bezoeken in de periode waarvoor bijzondere en aanvullende bekostiging wordt gevraagd; en c. de periode waarvoor bijzondere en aanvullende bekostiging wordt gevraagd. 4 Het bevoegd gezag ontvangt de beschikking uiterlijk vier maanden na ontvangst van de aanvraag. 5 Indien de aanvraag geheel of gedeeltelijk wordt toegekend ontvangt het bevoegd gezag bijzondere en aanvullende bekostiging met ingang van de maand volgend op de datum waarop de aanvraag is ontvangen. 6 De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval afgewezen indien het een aanvraag betreft voor de periode na 1 april 2022. 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 31-08-2022 01-08-2021
Artikel 31 — Artikel 31 Leerlingen afkomstig uit ‘Blijf van mijn lijf huizen’#
Artikel 31 Leerlingen afkomstig uit ‘Blijf van mijn lijf huizen’ 1 Het bevoegd gezag van een basisschool, waar gedurende een periode van maximaal één jaar voorafgaand aan de aanvraag ten minste 10 leerlingen uit een ‘Blijf van mijn lijf huis’ zijn ingeschreven, ontvangt op aanvraag bijzondere bekostiging voor personeel en aanvullende bekostiging voor materiële instandhouding. 2 www.duo.nl Voor het indienen van een aanvraag wordt gebruikgemaakt van het daarvoor beschikbaar gestelde formulier open gaat vergezeld van de volgende gegevens: a. naam, BRIN-nummer, postcode en plaats van de school; b. het aantal ‘Blijf van mijn lijf huis’ leerlingen dat gedurende de periode van maximaal één jaar voor de aanvraag de basisschool heeft bezocht; en c. de ingangsdatum en de einddatum van de door het bevoegd gezag gekozen periode van maximaal één jaar als bedoeld in onderdeel b. 3 Het bevoegd gezag verklaart door indiening van de aanvraag dat in de leerlingenadministratie een overzicht is opgenomen van het aantal ‘Blijf van mijn lijf huis’ leerlingen dat gedurende de periode van maximaal één jaar voor de aanvraag de basisschool heeft bezocht met de data van in- en uitschrijving. 4 Het bevoegd gezag ontvangt de beschikking uiterlijk vier maanden na ontvangst van de aanvraag. 5 Indien de aanvraag geheel of gedeeltelijk wordt toegekend ontvangt het bevoegd gezag bijzondere en aanvullende bekostiging met ingang van de maand volgend op de datum waarop de aanvraag is ontvangen. 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 31-08-2022 01-08-2021
Artikel 32 — Artikel 32 Eerste opvang asielzoekers en overige vreemdelingen basisscholen#
Artikel 32 Eerste opvang asielzoekers en overige vreemdelingen basisscholen 1 Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder: asielzoeker: a. Vreemdelingenwet 2000 vreemdeling als bedoeld in de, die: − ingeschreven staat op een basisschool; − in het bezit is gesteld of van wie ten minste één van de ouders of voogden in het bezit is gesteld: 1°. artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000 artikel 8, onderdelen c, d, f, g, h of j, van die wet door de Minister van Justitie en Veiligheid van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld inop grond van; of 2°. artikel 8 onderdelen c, d, f, g, h of j, van de Vreemdelingenwet 2000 artikel 9 van die wet door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers van een verklaring waaruit blijkt dat de vreemdeling onderscheidenlijk een of beide ouders of voogden in afwachting is van een aanvraag voor een verblijfsvergunning als bedoeld inen daarom niet beschikt over het document of schriftelijke verklaring als bedoeld in; en − nog geen jaar woonachtig is in Nederland; b. Richtlijn 2001/55/EG ontheemde op wie de tijdelijke bescherming van artikel 2 van het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van de Raad van 4 maart 2022 tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden uit Oekraïne in de zin van artikel 5 van, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan (PbEU 2022, L 071) van toepassing is, die: − ingeschreven staat op een basisschool; en − nog geen jaar woonachtig is in Nederland; of c. ontheemde op wie de tijdelijke bescherming van artikel 7 van Richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen (PbEU 2001, L 212) van toepassing is, die: − ingeschreven staat op een basisschool; en − nog geen jaar woonachtig is in Nederland; overige vreemdeling: Vreemdelingenwet 2000 vreemdeling als bedoeld in de, niet zijnde een asielzoeker, die: − ingeschreven staat op een basisschool; − in het bezit is gesteld of van wie ten minste één van de ouders of voogden in het bezit is gesteld: 1°. artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000 door de Minister van Justitie en Veiligheid van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in; of 2°. van een paspoort of identiteitsbewijs waaruit blijkt dat de vreemdeling onderscheidenlijk een of beide ouders of voogden burger is van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland; en − nog geen jaar woonachtig is in Nederland. 2 Het bevoegd gezag van een basisschool waar de eerste opvang in het onderwijs wordt verzorgd voor ten minste 4 asielzoekers en/of overige vreemdelingen, ontvangt op aanvraag bijzondere bekostiging voor personeel en aanvullende bekostiging voor materiële instandhouding. 3 De bijzondere en de aanvullende bekostiging heeft betrekking op een periode van drie maanden, met als peildata: a. de eerste schooldag voor de periode augustus tot en met oktober; b. 1 november voor de periode november tot en met januari; c. 1 februari voor de periode februari tot en met april; d. 1 mei voor de periode mei tot en met juli. 4 Het bevoegd gezag dient ter verkrijging van de bijzondere en de aanvullende bekostiging een aanvraag in, die indien de peildatum de eerste schooldag betreft door DUO moet zijn ontvangen voor 30 september 2021 en indien de peildatum niet de eerste schooldag betreft binnen, vier weken na de peildatum. De aanvraag wordt in ieder geval afgewezen indien het een aanvraag betreft die is ontvangen na deze termijn. 5 Een basisschool die niet eerder eerste opvang van vreemdelingen respectievelijk eerste opvang van asielzoekers of overige vreemdelingen verzorgde, komt in aanmerking voor een eenmalige aanvulling op de bijzondere bekostiging van € 14.153,00. 6 www.duo.nl Voor het indienen van een aanvraag wordt gebruikgemaakt van het daarvoor beschikbaar gestelde formulier open gaat vergezeld van de volgende gegevens: a. naam, BRIN-nummer, postcode en plaats van de basisschool; b. indien de peildatum de eerste schooldag betreft het aantal ingeschreven asielzoekers en het aantal ingeschreven overige vreemdelingen op de eerste schooldag, en het aantal asielzoekers en het aantal overige vreemdelingen dat op 1 oktober van het voorgaande schooljaar aan de basisschool stond ingeschreven of indien de peildatum niet de eerste schooldag betreft het aantal ingeschreven asielzoekers en het aantal ingeschreven overige vreemdelingen op de peildatum; en c. in geval van toepassing van het vijfde lid, een verklaring dat de basisschool niet eerder de eerste opvang van vreemdelingen respectievelijk de eerste opvang van asielzoekers of overige vreemdelingen heeft verzorgd. 7 Het bevoegd gezag ontvangt de beschikking uiterlijk vier maanden na ontvangst van de aanvraag. 8 De bekostiging, bedoeld in het tweede lid, wordt berekend volgens de volgende formules: Indien de peildatum de eerste schooldag betreft; waarin: Ap = het aantal op de eerste schooldag ingeschreven leerlingen dat asielzoeker of overige vreemdeling is; At = het aantal op 1 oktober van het voorgaande schooljaar ingeschreven leerlingen dat op de eerste schooldag asielzoeker of overige vreemdeling is; Indien de peildatum niet de eerste schooldag betreft: artikel 29 30 van het Besluit bekostiging WPO Ap x € 11.812,10 x 3/12, met dien verstande dat ingeval er op of voor de peildatum groeibekostiging als bedoeld inof, zoals dat luidde op 31 maart 2022 aan het desbetreffende bevoegd gezag is toegekend, voor het aantal leerlingen waarvoor de groeibekostiging tot en met de peildatum is toegekend, dan wel indien dit kleiner is voor Ap, een aftrek plaatsvindt van € 3.912,29 per leerling, welk bedrag wordt vermenigvuldigd met 3/12; waarin: Ap = het aantal op de peildatum ingeschreven leerlingen dat asielzoeker of overige vreemdeling is. • indien Ap groter is dan At: artikel 29 van het Besluit bekostiging WPO (Ap – At) x € 11.812,10 x 3/12, met dien verstande dat ingeval er op of voor de peildatum groeibekostiging als bedoeld in, zoals dat luidde op 31 maart 2022 aan het desbetreffende bevoegd gezag is toegekend, voor het aantal leerlingen waarvoor de groeibekostiging tot en met de peildatum is toegekend, dan wel indien dit kleiner is voor (Ap – At), een aftrek plaatsvindt van € 3.912,29 per leerling, welk bedrag wordt vermenigvuldigd met 3/12 en verhoogd met At x € 3.582,92 + 87,54) x 3/12; • indien Ap niet groter is dan At: Ap x (€ 3.582,92 + 87,54) x 3/12; 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 31-08-2022 01-08-2021
Artikel 33 — Artikel 33 Onderwijs aan asielzoekers en overige vreemdelingen gedurende het tweede, derde of vierde jaar in Nederland#
Artikel 33 Onderwijs aan asielzoekers en overige vreemdelingen gedurende het tweede, derde of vierde jaar in Nederland 1 Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder: asielzoeker: a. Vreemdelingenwet 2000 vreemdeling als bedoeld in de, die: – ingeschreven staat op een basisschool; – in het bezit is gesteld of van wie ten minste één van de ouders of voogden in het bezit is gesteld: 1°. artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000 artikel 8, onderdelen c, d, f, g, h of j, van die wet door de Minister van Justitie en Veiligheid van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld inop grond van; of 2°. artikel 8 onderdelen c, d, f, g, h of j, van de Vreemdelingenwet 2000 artikel 9 van die wet door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers van een verklaring waaruit blijkt dat de vreemdeling onderscheidenlijk een of beide ouders of voogden in afwachting is van een aanvraag voor een verblijfsvergunning als bedoeld inen daarom niet beschikt over het document of schriftelijke verklaring als bedoeld in; en – langer dan één jaar maar korter dan vier jaar woonachtig is in Nederland; b. Richtlijn 2001/55/EG ontheemde op wie de tijdelijke bescherming van artikel 2 van het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van de Raad van 4 maart 2022 tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden uit Oekraïne in de zin van artikel 5 van, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan (PbEU 2022, L 071) van toepassing is, die: – ingeschreven staat op een basisschool; en – langer dan één jaar maar korter dan vier jaar woonachtig is in Nederland; of c. ontheemde op wie de tijdelijke bescherming van artikel 7 van Richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen (PbEU 2001, L 212) van toepassing is, die: – ingeschreven staat op een basisschool; en – langer dan één jaar maar korter dan vier jaar woonachtig is in Nederland; overige vreemdeling: Vreemdelingenwet 2000 vreemdeling als bedoeld in de, niet zijnde een asielzoeker, die: – ingeschreven staat op een basisschool; – in het bezit is gesteld of van wie ten minste één van de ouders of voogden in het bezit is gesteld: 1°. artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000 door de Minister van Justitie en Veiligheid van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in; of 2°. van een paspoort of identiteitsbewijs waaruit blijkt dat de vreemdeling onderscheidenlijk een of beide ouders of voogden burger is van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland; en – langer dan één jaar maar korter dan vier jaar woonachtig is in Nederland. 2 Het bevoegd gezag van een basisschool waar onderwijs wordt verzorgd voor asielzoekers en/of overige vreemdelingen ontvangt op aanvraag bijzondere bekostiging voor personeel en aanvullende bekostiging voor materiële instandhouding. 3 De bijzondere en de aanvullende bekostiging heeft betrekking op een periode van drie maanden, met als peildata: a. de eerste schooldag, voor de periode augustus tot en met oktober; b. 1 november, voor de periode november tot en met januari; c. 1 februari, voor de periode februari tot en met april; d. 1 mei, voor de periode mei tot en met juli. 4 Het bevoegd gezag dient ter verkrijging van de bijzondere en de aanvullende bekostiging een aanvraag in die indien de peildatum de eerste schooldag betreft door DUO moet zijn ontvangen voor 30 september 2021 en indien de peildatum niet de eerste schooldag betreft binnen vier weken na de peildatum. De aanvraag wordt in ieder geval afgewezen indien het een aanvraag betreft die is ontvangen na deze termijn. 5 www.duo.nl Voor het indienen van een aanvraag wordt gebruikgemaakt van het daarvoor beschikbaar gestelde formulier open gaat vergezeld van de volgende gegevens: a. naam, BRIN-nummer, postcode en plaats van de basisschool; en b. het aantal ingeschreven asielzoekers en het aantal ingeschreven overige vreemdelingen volgens dit artikel op de peildatum. 6 Het bevoegd gezag ontvangt de beschikking uiterlijk vier maanden na ontvangst van de aanvraag. 7 De bekostiging, bedoeld in het tweede lid, bedraagt € 1.776,00 per asielzoeker vermenigvuldigd met 3/12 en € 1.776,00 per overige vreemdeling vermenigvuldigd met 3/12. 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 31-08-2022 01-08-2021
Artikel 34 — Artikel 34 Opvang vreemdelingen op speciale scholen voor basisonderwijs gedurende het eerste, tweede, derde of vierde jaar in Nederland#
Artikel 34 Opvang vreemdelingen op speciale scholen voor basisonderwijs gedurende het eerste, tweede, derde of vierde jaar in Nederland 1 Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder: a. school: WPO bekostigde speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de; b. vreemdeling: 1°. leerling die ingeschreven staat op een school en die de school geregeld bezoekt; 2°. artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000 die door de Minister van Justitie en Veiligheid in het bezit is gesteld van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld inen onderscheidenlijk van wie ten minste één van de ouders of voogden door de Minister van Justitie en Veiligheid in het bezit is gesteld van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000; en 3°. nog geen vier jaar woonachtig is in Nederland. 2 Voor de toepassing van dit artikel wordt onder vreemdeling mede verstaan: a. leerling – die ingeschreven staat op een school en die de school geregeld bezoekt; – van wie uit het paspoort of ander identiteitsbewijs blijkt dat hij zelf of één van zijn ouders of voogden burger is van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland; – die op grond van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie in Nederland verblijft; en – nog geen vier jaar woonachtig is in Nederland; of b. Richtlijn 2001/55/EG ontheemde op wie de tijdelijke bescherming van artikel 2 van het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van de Raad van 4 maart 2022 tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden uit Oekraïne in de zin van artikel 5 van, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan (PbEU 2022, L 071) van toepassing is, die: – ingeschreven staat op een school; en – nog geen vier jaar woonachtig is in Nederland; of c. ontheemde op wie de tijdelijke bescherming van artikel 7 van Richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen (PbEU 2001, L 212) van toepassing is, die: – ingeschreven staat op een school; en – nog geen vier jaar woonachtig is in Nederland. 3 Het bevoegd gezag van een school waar de opvang in het onderwijs wordt verzorgd voor ten minste 4 vreemdelingen die korter dan vier jaar in Nederland verblijven, ontvangt op aanvraag bijzondere bekostiging voor personeel en aanvullende bekostiging voor materiële instandhouding. 4 De bijzondere en de aanvullende bekostiging heeft betrekking op een periode van drie maanden, met als peildata: a. de eerste schooldag voor de periode augustus tot en met oktober; b. 1 november voor de periode november tot en met januari; c. 1 februari voor de periode februari tot en met april; d. 1 mei voor de periode mei tot en met juli. 5 Het bevoegd gezag dient ter verkrijging van de bijzondere en de aanvullende bekostiging een aanvraag in die indien het de peildatum de eerste schooldag betreft door DUO moet zijn ontvangen voor 30 september 2021 en indien het een andere peildatum betreft binnen vier weken na de peildatum. De aanvraag wordt in ieder geval afgewezen indien het een aanvraag betreft die is ontvangen na deze termijn. 6 Een school die niet eerder opvang van vreemdelingen verzorgde, komt in aanmerking voor een eenmalige aanvulling op de bijzondere bekostiging van € 14.153,00. 7 www.duo.nl Voor het indienen van een aanvraag wordt gebruikgemaakt van het daarvoor beschikbaar gestelde formulier open gaat vergezeld van de volgende gegevens: a. naam, BRIN-nummer, postcode en plaats van de school; b. het aantal vreemdelingen dat op de peildatum korter dan vier jaar in Nederland is; c. de periode waarvoor de bekostiging wordt gevraagd; en d. in geval van toepassing van het zesde lid, een verklaring dat de school niet eerder de opvang van vreemdelingen heeft verzorgd. 8 Het bevoegd gezag ontvangt de beschikking uiterlijk vier maanden na ontvangst van de aanvraag. 9 De bekostiging, bedoeld in het derde lid, bedraagt per ingeschreven vreemdeling € 3.582,92 voor personeel en € 87,54 voor materiële instandhouding, welke bedragen worden vermenigvuldigd met 3/12. 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 31-08-2022 01-08-2021
Artikel 35 — Artikel 35 Opvang asielzoekers in procesopvanglocaties en gezinslocaties#
Artikel 35 Opvang asielzoekers in procesopvanglocaties en gezinslocaties 1 Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder asielzoeker: a. een leerling die verblijft in een procesopvanglocatie, zijnde de verblijfplaats van vreemdelingen tijdens de rust- en voorbereidingstermijn voorafgaand aan de algemene asielprocedure en gedurende de algemene asielprocedure door de Immigratie- en Naturalisatiedienst; of b. Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 een leerling die verblijft in een gezinslocatie voor gezinnen met minderjarige kinderen die geen recht meer hebben op verstrekkingen conform de. 2 Het bevoegd gezag van de basisschool waar op 1 oktober 2020 asielzoekers worden opgevangen, ontvangt op aanvraag bijzondere bekostiging voor personeel en aanvullende bekostiging voor materiële instandhouding. 3 De bekostiging, bedoeld in het tweede lid, bedraagt per asielzoeker € 1.074,00. 4 www.duo.nl Voor het indienen van een aanvraag wordt gebruikgemaakt van het daarvoor beschikbaar gestelde formulier open gaat vergezeld van de volgende gegevens: a. het BRIN-nummer van de school waar de asielzoekers worden opgevangen; b. het aantal asielzoekers op 1 oktober 2020 onder het BRIN-nummer zoals opgenomen in de aanvraag; en c. een verklaring van het bevoegd gezag dat voor het aantal asielzoekers zoals opgenomen in de aanvraag, tevens in de leerlingenadministratie documenten zijn opgenomen, waarin het Centraal Orgaan opvang asielzoekers de school noemt als opvang school voor deze kinderen. 5 De aanvraag moet door DUO zijn ontvangen voor 1 juli 2021. De aanvraag wordt in ieder geval afgewezen indien het een aanvraag betreft welke is ontvangen op of na deze datum. 6 Het bevoegd gezag ontvangt de beschikking uiterlijk in september 2021. 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 31-08-2022 01-08-2021
Artikel 36 — Artikel 36 Justitiële jeugdinrichtingen en instellingen voor gesloten jeugdzorg verbonden aan scholen voor Cluster 4#
Artikel 36 Justitiële jeugdinrichtingen en instellingen voor gesloten jeugdzorg verbonden aan scholen voor Cluster 4 1 Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder: a. bevoegd gezag: het bevoegd gezag van een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs aan zeer moeilijk opvoedbare kinderen met een vestiging die fungeert als gesloten justitiële inrichting waarbinnen het onderwijs georganiseerd wordt, dan wel is verbonden aan een instelling voor gesloten jeugdzorg b. capaciteit: de capaciteit uitgedrukt in leerlingen 2 Het bevoegd gezag ontvangt bijzondere bekostiging voor personeel. De bijzondere bekostiging bedraagt per vestiging € 43.109,43 en € 4.961,76 per leerling van de vestiging. Het aantal leerlingen van de vestiging is gelijk aan de door de Minister van Justitie en Veiligheid toegekende capaciteit als het een justitiële jeugdinrichting betreft, en is de door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport toegekende capaciteit als het een instelling voor gesloten jeugdzorg betreft. 3 Het bevoegd gezag, bedoeld in het eerste lid, ontvangt bijzondere bekostiging voor personeel en aanvullende bekostiging voor materiële instandhouding, indien er op 1 januari 2021 door de Minister van Justitie en Veiligheid, indien het een justitiële jeugdinrichting betreft, en door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, indien het een instelling voor gesloten jeugdzorg betreft, meer capaciteit aan de school voor (voortgezet) speciaal onderwijs is toegekend dan het aantal leerlingen van de vestigingen bedoeld in het eerste lid op grond waarvan de personele bekostiging voor het schooljaar is bepaald. 4 De bijzondere bekostiging respectievelijk aanvullende bekostiging, bedoeld in het derde lid, bedraagt het verschil tussen de capaciteit en het aantal leerlingen waarvoor personele bekostiging is toegekend, vermenigvuldigd met € 19.639,18 voor personeel en € 1.933,11 voor materiële instandhouding. 5 Indien er op 1 januari 2022 van het lopende schooljaar door de Minister van Justitie en Veiligheid, indien het een justitiële jeugdinrichting betreft, en of door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, indien het een instelling voor gesloten jeugdzorg betreft, meer of minder capaciteit aan de school voor (voortgezet) speciaal onderwijs is toegekend dan de capaciteit op grond waarvan de bekostiging, bedoeld in het tweede en derde lid is bepaald, wordt bijzondere en aanvullende bekostiging bedoeld in het tweede en derde lid herzien voor de resterende maanden van het schooljaar, op basis van de toegekende capaciteit op 1 januari 2022. 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 31-08-2022 01-08-2021
Artikel 37 — Artikel 37 Bijzondere bekostiging voor leerlingen met een ernstige meervoudige beperking#
Artikel 37 Bijzondere bekostiging voor leerlingen met een ernstige meervoudige beperking 1 Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder een leerling met een ernstige meervoudige beperking: een leerling met een combinatie van een ernstige of zeer ernstige verstandelijke beperking (IQ tot 35), een lichamelijke beperking en bijkomende stoornissen, voor wie naast extra ondersteuning in het onderwijs ook extra zorg nodig is, die op 1 oktober 2020 ingeschreven stond op een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs en voor wie het bevoegd gezag bekostiging categorie 3 (hoog) ontvangt. 2 Het bevoegd gezag van een school voor speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs en speciaal en voortgezet speciaal onderwijs waar op 1 oktober 2020 leerlingen met een ernstige meervoudige beperking waren ingeschreven, ontvangt op aanvraag bijzondere bekostiging voor personeel. 3 www.duo.nl Voor het indienen van een aanvraag wordt gebruikgemaakt van het daarvoor beschikbaar gestelde formulier open gaat vergezeld van de volgende gegevens: a. naam, BRIN-nummer, postcode en plaats van de school; en b. het aantal op 1 oktober 2020 ingeschreven leerlingen met een ernstige meervoudige beperking als bedoeld in het eerste lid. 4 De aanvraag dient uiterlijk op 15 september 2021 ontvangen te zijn. Aanvragen die na die datum worden ontvangen, worden afgewezen. 5 De bekostiging bedraagt per ingeschreven leerling met een ernstige meervoudige beperking maximaal € 8.000,00. 6 Voor de bijzondere bekostiging op grond van dit artikel is voor het schooljaar 2021–2022 een bedrag van maximaal € 10 miljoen beschikbaar. 7 Indien het bekostigingsplafond, bedoeld in het zesde lid, wordt overschreden, wordt het bedrag per leerling met een ernstige meervoudige beperking, bedoeld in het vijfde lid, verlaagd naar rato van het aantal leerlingen met een ernstige meervoudige beperking waarvoor de bekostiging wordt toegekend. 8 De Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs beslist uiterlijk in november 2021 op de aanvraag. 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 31-08-2022 01-08-2021
Artikel 38 — Artikel 38 Bijzondere bekostiging voor de beloning van leraren die lesgeven aan leerlingen met het uitstroomprofiel vervolgonderwijs op een school waar voortgezet speciaal onderwijs wordt verzorgd#
Artikel 38 Bijzondere bekostiging voor de beloning van leraren die lesgeven aan leerlingen met het uitstroomprofiel vervolgonderwijs op een school waar voortgezet speciaal onderwijs wordt verzorgd 1 artikel 8, eerste lid, onderdeel b, van de Wet register onderwijsdeelnemers artikel 14 van de Wet register onderwijsdeelnemers Het bevoegd gezag van een instelling of een school waar voortgezet speciaal onderwijs wordt verzorgd, waar op 1 oktober 2020 ten minste 7 leerlingen met het uitstroomprofiel vervolgonderwijs waren ingeschreven en van wie het persoonsgebonden nummer tezamen met de basisgegevens, bedoeld inuiterlijk op 1 december 2020 waren opgenomen in het register onderwijsdeelnemers overeenkomstig, ontvangt bijzondere bekostiging voor personeel. 2 De bekostiging bedraagt per ingeschreven leerling met het uitstroomprofiel vervolgonderwijs die voldoet aan de voorwaarden gesteld in het eerste lid maximaal € 925,00. 3 Voor de bijzondere bekostiging op grond van dit artikel is voor schooljaar 2021–2022 een bedrag van maximaal € 16.882.800 beschikbaar. 4 Indien het bekostigingsplafond, bedoeld in het derde lid, dreigt te worden overschreden, wordt het bedrag per leerling, bedoeld in het tweede lid, verlaagd naar rato van het aantal leerlingen met het uitstroomprofiel vervolgonderwijs waarvoor de bekostiging wordt toegekend. 5 In de verantwoording over kalenderjaar 2021 en 2022 wordt aangegeven waar de bijzondere bekostiging voor de beloning van leraren die lesgeven aan leerlingen met het uitstroomprofiel vervolgonderwijs op een school waar voortgezet speciaal onderwijs wordt verzorgd aan besteed is, waarbij in ieder geval het aantal leraren dat een beloning heeft ontvangen wordt vermeld. 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 31-08-2022 01-08-2021
Artikel 38a — Artikel 38a Bijzondere bekostiging voor de beloning van leraren die lesgeven op een school waar (voortgezet) speciaal onderwijs wordt verzorgd en niet lesgeven aan leerlingen met het uitstroomprofiel vervolgonderwijs#
Artikel 38a Bijzondere bekostiging voor de beloning van leraren die lesgeven op een school waar (voortgezet) speciaal onderwijs wordt verzorgd en niet lesgeven aan leerlingen met het uitstroomprofiel vervolgonderwijs 1 Het bevoegd gezag van een instelling of een school waar (voortgezet) speciaal onderwijs wordt verzorgd ontvangt bijzondere bekostiging voor personeel. 2 artikel 38 De bijzondere bekostiging bedraagt € 535,06 per ingeschreven so-leerling en vso-leerling op 1 oktober 2020, waarbij voor scholen die bijzondere bekostiging op grond vanhebben ontvangen een aftrek plaatsvindt gelijk aan de berekening op grond van artikel 38 vermenigvuldigd met 58,33%. 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 31-08-2022 01-08-2021
Artikel 39 — Artikel 39 Bijzondere bekostiging bij het samengaan van een basisschool met een speciale school voor basisonderwijs#
Artikel 39 Bijzondere bekostiging bij het samengaan van een basisschool met een speciale school voor basisonderwijs 1 Het bevoegd gezag van een basisschool die per 1 augustus 2021 samengaat met een speciale school voor basisonderwijs, die wordt opgeheven met ingang van 1 augustus 2021 én waarvan blijkens de registratie in het register onderwijsdeelnemers ten minste de helft van de leerlingen op de eerste schooldag zijn ingeschreven op de basisschool, ontvangt op aanvraag de eerste zes schooljaren na samengaan bijzondere bekostiging voor personeel. 2 Een aanvraag voor de bijzondere bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt per brief ingediend bij DUO en moet voor 30 september 2021 door DUO ontvangen zijn. Aanvragen die op of na deze datum worden ontvangen, worden afgewezen. De aanvraag gaat vergezeld van de volgende gegevens: a. naam en BRIN-nummer van de basisschool; b. naam en BRIN-nummer van de op te heffen speciale school voor basisonderwijs; en c. het BRIN-mutatieformulier waarmee de opheffing van de speciale school voor basisonderwijs wordt gemeld of een kopie van het BRIN-mutatie formulier waarmee de opheffing van de speciale school voor basisonderwijs is gemeld. 3 artikel 120, tweede lid, onderdeel c, WPO artikel 26, tweede lid, van het Besluit bekostiging WPO De bijzondere bekostiging, bedoeld in het eerste lid, is voor het eerste schooljaar na de opheffing gelijk aan de som van de bekostiging op grond van, zoals die luidde op 31 maart 2022, en de aanvullende bekostiging op grond van, zoals dat luidde op 31 maart 2022, die de opgeheven speciale school voor basisonderwijs zou hebben ontvangen in het eerste schooljaar na de opheffing. 4 artikel 26, tweede lid, van het Besluit bekostiging WPO De bijzondere bekostiging, bedoeld in het eerste lid, is voor het tweede tot en met zesde schooljaar na het samengaan gelijk aan de aanvullende bekostiging op grond van, zoals dat luidde op 31 maart 2022 die de opgeheven speciale school voor basisonderwijs zou hebben ontvangen in het eerste schooljaar na de opheffing en telkens per schooljaar aangepast aan de ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van speciale scholen voor basisonderwijs. 5 Het bevoegd gezag ontvangt de beschikking uiterlijk op 30 januari 2022. 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 31-08-2022 01-08-2021
Artikel 40 — Artikel 40 Bedrag professionalisering en begeleiding starters en schoolleiders#
Artikel 40 Bedrag professionalisering en begeleiding starters en schoolleiders artikel 3, eerste lid, van de Regeling bijzondere bekostiging professionalisering en begeleiding starters en schoolleiders Het bedrag per leerling, bedoeld inis voor het schooljaar 2021–2022 € 96,25. 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 31-08-2022 01-08-2021
Artikel 41 — Artikel 41 Nadere regels gewogen gemiddelde leeftijd#
Artikel 41 Nadere regels gewogen gemiddelde leeftijd 1 artikel 11a van het Besluit bekostiging WPO artikel 10b van het Besluit bekostiging WEC De gewogen gemiddelde leeftijd op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar, bedoeld inen, zoals die luidden op 31 maart 2022, is de betrekkingsomvang aan de desbetreffende school van elke leraar op de school, vermenigvuldigd met diens leeftijd en vervolgens gedeeld door de som van de betrekkingsomvang van alle leraren op de school. Voor leraren ouder dan 50 jaar wordt voor de toepassing van de eerste volzin de leeftijd op 50 jaar vastgesteld. Indien de uitkomst van de berekening van de gewogen gemiddelde leeftijd, bedoeld in de eerste volzin, lager is dan 30 jaar wordt de gewogen gemiddelde leeftijd vastgesteld op 30 jaar. De in de eerste volzin bedoelde gewogen gemiddelde leeftijd wordt afgerond op 2 decimalen. 2 artikel 151 van Rechtspositiebesluit WPO/WEC artikel 191, onderdeel a artikel 183 WPO artikel 169 WEC Onder leraar als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan: elk personeelslid dat is aangesteld in een onderwijsgevende functie als bedoeld in, zoals dat luidde op 31 juli 2005, met uitzondering van leraren in opleiding als bedoeld in, van dat besluit en personeelsleden die in dienst zijn of van wie de betrekkingsomvang is uitgebreid in verband met vervanging, voor zover de kosten van deze dienstbetrekking of uitbreiding van de betrekkingsomvang ten laste komen van de inof, zoals die luidden op 31 maart 2022 bedoelde rechtspersoon. 3 In geval van een samenvoeging van scholen is de gewogen gemiddelde leeftijd de som van de betrekkingsomvang van elke leraar van alle bij de samenvoeging betrokken scholen vermenigvuldigd met diens leeftijd en vervolgens gedeeld door de som van de betrekkingsomvang van alle leraren van alle bij de samenvoeging betrokken scholen. De tweede tot en met de laatste volzin van het eerste lid is van toepassing. 4 De geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd wordt vastgesteld op basis van de gewogen gemiddelde leeftijd van de scholen op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar. 5 artikel 11a van het Besluit bekostiging WPO artikel 10b van het Besluit bekostiging WEC Indien voor de mededeling van de gewogen gemiddelde leeftijd, bedoeld inen, zoals die luidden op 31 maart 2022, gebruik wordt gemaakt van een geautomatiseerd systeem voor de salarisverwerking, wordt de gewogen gemiddelde leeftijd vastgesteld op basis van de gegevens die in november voorafgaande aan die mededeling door dat systeem zijn verwerkt. 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 31-08-2022 01-08-2021
Artikel 42 — Artikel 42 Betaalritme#
Artikel 42 Betaalritme 1 Tenzij in deze regeling anders is bepaald worden de bekostigingsbedragen, bedoeld in deze regeling, uitbetaald in maandelijkse termijnen van gelijke omvang. 2 artikelen 2 3 4 6 8, eerste en tweede lid 10 11 12 13, tweede lid 15 16 17 18, tweede lid 25 27 De maandelijkse betaling van de bekostigingsbedragen voor personeelskosten, bedoeld in de,,,,,,,,,,,,,envindt plaats op grond van de volgende percentages: Augustus 6,91% September 6,91% Oktober 6,91% November 6,91% December 6,91% Januari 10,25% Februari 9,20% Maart 9,20% April 9,20% Mei 9,20% Juni 9,20% Juli 9,20% 3 artikelen 32 33 34 De bekostigingsbedragen, bedoeld in de,enworden telkens in één termijn uitbetaald. 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 31-08-2022 01-08-2021
Artikel 43 — Artikel 43 Besteding#
Artikel 43 Besteding WVO 2020 De bijzondere en de aanvullende bekostiging, verstrekt op grond van deze regeling, kunnen worden besteed aan alle activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt aan de basisschool, speciale school voor basisonderwijs, een school voor speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs of speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, een instelling, een samenwerkingsverband PO, een samenwerkingsverband VO of een school als bedoeld in de. 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 31-08-2022 01-08-2021
Artikel 44 — Artikel 44 Intrekken andere regeling#
Artikel 44 Intrekken andere regeling Tweede Regeling bekostiging personeel PO 2021–2022 en vaststelling bedragen voor ondersteuning van leerlingen in het PO en VO 2021–2022 Dewordt ingetrokken. 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 31-08-2022 01-08-2021
Artikel 45 — Artikel 45 Inwerkingtreding#
Artikel 45 Inwerkingtreding 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van publicatie van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 augustus 2021. 2 Deze regeling heeft betrekking op het schooljaar 2021–2022 en vervalt met ingang van 1 augustus 2031. 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 31-08-2022 01-08-2021
Artikel 46 — Artikel 46 Citeertitel#
Artikel 46 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Definitieve Regeling bekostiging personeel PO 2021–2022 en vaststelling bedragen voor ondersteuning van leerlingen in het PO en VO 2021–2022. 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 2022 22601 30-08-2022 12-08-2022 PO/FenV/33271986 31-08-2022 01-08-2021