Regeling van de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media van 30 augustus 2021, nr. VO/29099210, houdende regels voor de aanvullende bekostiging voor nieuwe scholen en bij samenvoegingen in het voortgezet onderwijs (Regeling aanvullende bekostiging nieuwe scholen en samenvoeging vo)
- BWB-id
- BWBR0045606
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-06-11
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0045606
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2022/regeling-aanvullende-bekostiging-nieuwe-scholen-en-samenvoeg
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2022/regeling-aanvullende-bekostiging-nieuwe-scholen-en-samenvoeg/2025-06-11
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0045606&g=2025-06-11
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0045606&z=2026-06-06&g=2025-06-11
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0045606/2025-06-11
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2022/regeling-aanvullende-bekostiging-nieuwe-scholen-en-samenvoeg
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: bevoegd gezag: artikel 1.1 van de wet bevoegd gezag als bedoeld in; leerling: artikel 6.7 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 leerling als bedoeld in; minister: Minister voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; nieuwe school: artikel 4.2, eerste of tweede lid, van de wet artikel 4.3, tweede lid, van de wet school of scholengemeenschap als bedoeld in, niet zijnde een school als bedoeld in; Opgeheven school: school die op 1 augustus van het lopende kalenderjaar is opgeheven, dan wel waarvan de bekostiging op 1 augustus van het lopende kalenderjaar volledig is beëindigd, zonder dat sprake is van samenvoeging, niet zijnde een school binnen een scholengemeenschap; Overname-leerling: artikel 1 van de Regeling aanvullende bekostiging eerste opvang nieuwkomers vo leerling die op 1 augustus van het lopende kalenderjaar staat ingeschreven en is overgenomen van een opgeheven school, niet zijnde een nieuwkomer eerste categorie als bedoeld in; samenvoeging: artikel 4.10, eerste lid, van de wet samenvoeging als bedoeld in; school: artikel 1.1 van de wet school of scholengemeenschap voor voortgezet onderwijs als bedoeld in; schooljaar waarin de school volgroeid is: a. wat betreft een school voor vbo of mavo: het vierde schooljaar dat de school bekostigd wordt; b. wat betreft een school voor havo: het vijfde schooljaar dat de school bekostigd wordt; c. wat betreft een school voor vwo: het zesde schooljaar dat de school bekostigd wordt; d. wat betreft een school voor praktijkonderwijs: het vijfde schooljaar dat de school bekostigd wordt. kalenderjaar waarin de school volgroeid is: a. wat betreft een school voor vbo of mavo: het vierde kalenderjaar na het jaar dat de school voor bekostiging in aanmerking is gebracht; b. wat betreft een school voor havo: het vijfde kalenderjaar na het jaar dat de school voor bekostiging in aanmerking is gebracht; c. wat betreft een school voor vwo: het zesde kalenderjaar na het jaar dat de school voor bekostiging in aanmerking is gebracht; d. wat betreft een school voor praktijkonderwijs: het vijfde kalenderjaar na het jaar dat de school voor bekostiging in aanmerking is gebracht; splitsing: artikel 4.2, derde lid, van de wet splitsing als bedoeld in; wet: Wet voortgezet onderwijs 2020 . 2025 19353 10-06-2025 23-05-2025 52405833 2025 19353 10-06-2025 23-05-2025 52405833 11-06-2025
Artikel 2 — Artikel 2 Startbekostiging nieuwe school#
Artikel 2 Startbekostiging nieuwe school 1 artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van de Regeling bekostiging vo-scholen en samenwerkingsverbanden vo Voorafgaand aan de feitelijke start van een nieuwe school per 1 augustus van het eerste schooljaar verstrekt de minister aan de nieuwe school eenmalig een startbekostiging ter hoogte van de helft van het vaste bedrag voor de hoofdvestiging van een school, bedoeld in. 2 De startbekostiging wordt verstrekt nadat het bevoegd gezag van de school de prognose van het aantal leerlingen op 1 oktober van het eerste schooljaar heeft ingediend bij de minister. In geval van een scholengemeenschap waarvan een school voor praktijkonderwijs deel uitmaakt, wordt bij de prognose onderscheid gemaakt tussen het aantal leerlingen in het praktijkonderwijs en het aantal leerlingen in de overige schoolsoort of schoolsoorten. 3 De prognose wordt ingediend nadat de goedkeuring voor de start van de nieuwe school is verleend in het kader van de voorzieningenplanning. De minister verstrekt aan het bevoegd gezag van de school een beschikking waarin de startbekostiging is vermeld. 4 De minister beschikt en betaalt de startbekostiging, bedoeld in het eerste lid, als bedrag ineens nadat de prognose door het bevoegd gezag is ingediend, doch niet eerder dan in de maand mei. 2021 40672 13-09-2021 30-08-2021 VO/29099210 2021 40672 13-09-2021 30-08-2021 VO/29099210 01-01-2022
Artikel 3 — Artikel 3 Aanvullende bekostiging nieuwe school eerste schooljaar#
Artikel 3 Aanvullende bekostiging nieuwe school eerste schooljaar 1 De minister verstrekt aan een nieuwe school ambtshalve aanvullende bekostiging over de eerste vijf maanden van het eerste schooljaar. De bekostiging wordt berekend op basis van de prognose van het aantal leerlingen per 1 oktober volgend op de feitelijke start per 1 augustus van het eerste schooljaar. 2 De aanvullende bekostiging bestaat uit: a. artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van de Regeling bekostiging vo-scholen en samenwerkingsverbanden vo het bedrag voor de hoofdvestiging van een school, bedoeld in; en b. de de artikel 2, tweede lid, onderdeel a, van de Regeling bekostiging vo-scholen en samenwerkingsverbanden vo per geprognosticeerde leerling 5/12van het bedrag, bedoeld inof, indien het een leerling betreft die praktijkonderwijs volgt, 5/12van het bedrag, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, van de Regeling bekostiging vo-scholen en samenwerkingsverbanden vo. 3 De minister betaalt de aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, in vijf gelijke maandelijkse termijnen vanaf de maand augustus. 4 De aanvullende bekostiging wordt in december van het eerste schooljaar gewijzigd vastgesteld op basis van de voorlopige telling van het werkelijk aantal leerlingen op 1 oktober en uiterlijk in de maand december van het tweede schooljaar nader gewijzigd vastgesteld op basis van het door de accountant goedgekeurde aantal leerlingen dat op 1 oktober in het eerste schooljaar stond ingeschreven bij de school. 5 artikel 4.3, tweede lid, van de wet Het eerste tot en met vierde lid, met uitzondering van het tweede lid, onderdeel a, zijn van overeenkomstige toepassing op een school als bedoeld in. 2022 993 09-02-2022 07-12-2021 VO/29106277 2022 993 09-02-2022 07-12-2021 VO/29106277 01-08-2022
Artikel 4 — Artikel 4 Aanvullende bekostiging nieuwe school vanaf het eerste kalenderjaar na start#
Artikel 4 Aanvullende bekostiging nieuwe school vanaf het eerste kalenderjaar na start 1 artikel 5.4, eerste lid, onderdeel b, van de wet De minister verstrekt aan een nieuwe school in het eerste kalenderjaar waarin de school bekostiging als bedoeld inontvangt ambtshalve een aanvullende bekostiging ter hoogte van: a. artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van de Regeling bekostiging vo-scholen en samenwerkingsverbanden vo 2,5 keer het vaste bedrag voor de hoofdvestiging van een school, bedoeld in, als het aantal leerlingen op 1 oktober voorafgaand aan dat kalenderjaar minder is dan 130 of, indien sprake is van een school voor praktijkonderwijs, minder is dan 60; of b. artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van de Regeling bekostiging vo-scholen en samenwerkingsverbanden vo 1,5 keer het vaste bedrag voor de hoofdvestiging van een school, bedoeld in, als het aantal leerlingen op 1 oktober voorafgaand aan dat kalenderjaar 130 of meer is of, indien sprake is van een school voor praktijkonderwijs, 60 of meer is. 2 artikel 5.4, eerste lid, onderdeel b, van de wet De minister verstrekt aan een nieuwe school in het tweede kalenderjaar waarin de school bekostiging als bedoeld inontvangt ambtshalve een aanvullende bekostiging ter hoogte van: a. artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van de Regeling bekostiging vo-scholen en samenwerkingsverbanden vo twee keer het vaste bedrag voor de hoofdvestiging van een school, bedoeld in, als het aantal leerlingen op 1 oktober voorafgaand aan dat kalenderjaar minder is dan 130 of, indien sprake is van een school voor praktijkonderwijs, minder is dan 60; of b. artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van de Regeling bekostiging vo-scholen en samenwerkingsverbanden vo één keer het vaste bedrag voor de hoofdvestiging van een school, bedoeld in, als het aantal leerlingen op 1 oktober voorafgaand aan dat kalenderjaar 130 of meer is of, indien sprake is van een school voor praktijkonderwijs, 60 of meer is. 3 artikel 5.4, eerste lid, onderdeel b, van de wet artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van de Regeling bekostiging vo-scholen en samenwerkingsverbanden vo De minister verstrekt aan een nieuwe school vanaf het derde kalenderjaar waarin de school bekostiging als bedoeld inontvangt tot het kalenderjaar waarin de school volgroeid is ambtshalve een aanvullende bekostiging ter hoogte van de helft van het vaste bedrag voor de hoofdvestiging van een school, bedoeld in. 4 De minister stelt de aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, uiterlijk in de maand april van het jaar waarop de bekostiging betrekking heeft vast. De aanvullende bekostiging wordt betaald in maandelijkse termijnen van gelijke omvang. Bij de eerste betaling wordt rekening gehouden met het moment van vaststellen. In de maand waarop de vaststelling en de eerste betaling plaatsvindt wordt ook de bekostiging van de eventueel voorafgaande maand of maanden betaald. 5 De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste, tweede, en derde lid, wordt indien van toepassing uiterlijk in de maand december van het jaar waarop de bekostiging betrekking heeft gewijzigd vastgesteld op basis van het door de accountant gevalideerde aantal leerlingen dat op 1 oktober in het voorafgaande kalenderjaar stond ingeschreven bij de school of op grond van prijsbijstellingen. 2022 993 09-02-2022 07-12-2021 VO/29106277 2022 993 09-02-2022 07-12-2021 VO/29106277 01-08-2022
Artikel 5 — Artikel 5 Aanvraag aanvullende bekostiging voor leerlingengroei nieuwe school tweede en volgende schooljaar#
Artikel 5 Aanvraag aanvullende bekostiging voor leerlingengroei nieuwe school tweede en volgende schooljaar 1 artikel 4.3, tweede lid, van de wet Het bevoegd gezag van een nieuwe school, of van een school als bedoeld in, kan voorafgaand aan het tweede schooljaar tot en met het schooljaar waarin de school volgroeid is een aanvraag indienen voor aanvullende bekostiging vanwege leerlingengroei. De aanvraag moet in het kalenderjaar waarin de leerlingengroei zich voordoet door DUO zijn ontvangen, doch uiterlijk op 1 juli van dat kalenderjaar. Aanvragen na 1 juli ontvangen, worden in ieder geval afgewezen. De aanvraag gaat vergezeld van een prognose van het te verwachten aantal leerlingen op 1 oktober van het nieuwe schooljaar waarbij, indien van toepassing, onderscheid wordt gemaakt tussen het aantal leerlingen praktijkonderwijs en het overige aantal leerlingen voor voortgezet onderwijs. 2 De leerlingengroei wordt vastgesteld door het verschil te berekenen tussen het aantal geprognosticeerde leerlingen op 1 oktober van het nieuwe schooljaar en het aantal leerlingen op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar. 3 de artikel 2, tweede lid, onderdeel a, van de Regeling bekostiging vo-scholen en samenwerkingsverbanden vo De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend door de leerlingengroei te vermenigvuldigen met 5/12van het bedrag per leerling, bedoeld inof, indien het leerlingen betreft die praktijkonderwijs volgen, het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, van de Regeling bekostiging vo-scholen en samenwerkingsverbanden vo. De minister beschikt en betaalt de aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, als bedrag ineens nadat een aanvraag met prognose, bedoeld in het eerste lid door het bevoegd gezag is ingediend, doch niet eerder dan in de maand augustus. 4 De aanvullende bekostiging wordt in december van het lopende schooljaar gewijzigd vastgesteld op basis van de voorlopige telling van het werkelijk aantal leerlingen op 1 oktober en uiterlijk in de maand december van het daaropvolgende schooljaar nader gewijzigd vastgesteld op basis van het door de accountant goedgekeurde aantal leerlingen dat op 1 oktober in het voorafgaande schooljaar staat ingeschreven bij de school. 2022 993 09-02-2022 07-12-2021 VO/29106277 2022 993 09-02-2022 07-12-2021 VO/29106277 01-08-2022
Artikel 6 — Artikel 6 Aanvullende bekostiging voor samenvoeging van scholen#
Artikel 6 Aanvullende bekostiging voor samenvoeging van scholen 1 De minister verstrekt, in het eerste kalenderjaar na de samenvoeging, aanvullende bekostiging aan het bevoegd gezag van een school, die met ingang van 1 augustus 2022 of later is ontstaan uit samenvoeging van twee of meer zelfstandige scholen of scholengemeenschappen berekend op grond van het derde lid. 2 De minister verstrekt aan het bevoegd gezag in het tweede, derde, vierde en vijfde kalenderjaar na de samenvoeging respectievelijk 80 procent, 60 procent, 40 procent en 20 procent van de aanvullende bekostiging, berekend op grond van het derde lid. De hoogte van de aanvullende bekostiging wordt jaarlijks aangepast aan de loon- en prijsontwikkeling in de bekostiging. 3 De aanvullende bekostiging is voor het eerste kalenderjaar na samenvoeging gelijk aan X-Y, waarin: artikel 5.4, eerste lid, onderdeel a, van de wet X = de som van de bekostiging van alle bij de samenvoeging betrokken scholen, berekend op grond vanin het kalenderjaar na de samenvoeging, wanneer de samenvoeging niet zou hebben plaatsgevonden, en artikel 5.4, eerste lid, onderdeel a, van de wet Y = de bekostiging van de samengevoegde school, berekend op grond vanin het kalenderjaar na de samenvoeging. 4 In afwijking van het eerste lid komt een bevoegd gezag niet in aanmerking voor aanvullende bekostiging als op 1 augustus gelijktijdig met de samenvoeging één of meer van de bij de samenvoeging betrokken scholengemeenschappen tevens is betrokken bij een splitsing en er daarbij geen volledige scholengemeenschap wordt opgeheven. 5 artikel 5.4, eerste lid, onderdeel a, van de wet Indien er wel een volledige scholengemeenschap wordt opgeheven is de aanvullende bekostiging voor het eerste kalenderjaar na samenvoeging gelijk aan de bekostiging van de opgeheven scholengemeenschap, berekend op grond vanin het kalenderjaar na de samenvoeging, wanneer de samenvoeging niet zou hebben plaatsgevonden. De aanvullende bekostiging, bedoeld in het derde lid, wordt in dit geval in gelijke delen verdeeld over de uit de samenvoeging resulterende scholen. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op de aanvullende bekostiging op grond van dit lid. 6 De aanvullende bekostiging wegens samenvoeging vervalt volledig indien een school, die is ontstaan uit een samenvoeging als bedoeld in het eerste lid, binnen vijf jaar een splitsing ondergaat. Dit geldt ook voor de eventuele aanvullende bekostiging in verband met een eerdere samenvoeging. 7 De minister beschikt en betaalt de aanvullende bekostiging voor 1 april van het kalenderjaar waarop de aanvullende bekostiging betrekking heeft. De betaling vindt plaats in één termijn. 2022 993 09-02-2022 07-12-2021 VO/29106277 2022 993 09-02-2022 07-12-2021 VO/29106277 01-08-2022
Artikel 7 — Artikel 7 Overgangsregeling voor samenvoeging van scholen vóór 1-10-2021#
Artikel 7 Overgangsregeling voor samenvoeging van scholen vóór 1-10-2021 1 Het bevoegd gezag van een school of scholengemeenschap, die met ingang van 1 augustus 2021 of eerder is ontstaan uit een samenvoeging van twee of meer zelfstandige scholen of scholengemeenschappen, ontvangt in het eerste kalenderjaar na de samenvoeging aanvullende bekostiging voor personeelskosten en aanvullende bekostiging voor exploitatiekosten. 2 Het bevoegd gezag, bedoeld in het eerste lid, ontvangt in het tweede, derde, vierde en vijfde kalenderjaar na de samenvoeging respectievelijk 80 procent, 60 procent, 40 procent en 20 procent van de aanvullende bekostiging, berekend op grond van het derde en vierde lid. De hoogte van de aanvullende bekostiging wordt jaarlijks aangepast aan de loon- en prijsontwikkeling in de bekostiging. 3 De aanvullende bekostiging voor personeelskosten is voor het eerste kalenderjaar na samenvoeging gelijk aan Xp-Yp, waarin: artikel 84, derde lid artikel 85 van de Wet op het voortgezet onderwijs Xp = de som van de bekostiging voor personeelskosten van alle bij de samenvoeging betrokken scholen, berekend op grond van, jo., zoals deze luidde op 1 augustus 2021, in het kalenderjaar na de samenvoeging, wanneer de samenvoeging niet zou hebben plaatsgevonden, en artikel 84, derde lid artikel 85 van de Wet op het voortgezet onderwijs Yp = de bekostiging voor personeelskosten van de samengevoegde school, berekend op grond van, jo., zoals deze luidde op 1 augustus 2021, in het kalenderjaar na de samenvoeging. 4 De aanvullende bekostiging voor exploitatiekosten is voor het eerste kalenderjaar na samenvoeging gelijk aan Xm-Ym, waarin: artikel 86, derde lid, onderdeel a en b, van de Wet op het voortgezet onderwijs Xm = de som van de bekostiging voor exploitatiekosten van alle bij de samenvoeging betrokken scholen in het kalenderjaar na de samenvoeging, wanneer de samenvoeging niet zou hebben plaatsgevonden, berekend op grond van, zoals deze luidde op 1 augustus 2021; en artikel 86, derde lid, onderdelen a en b, van de Wet op het voortgezet onderwijs Ym = de bekostiging voor exploitatiekosten van de gefuseerde school in het kalenderjaar na de samenvoeging, berekend op grond van, zoals deze luidde op 1 augustus 2021. 5 In afwijking van het eerste lid komt een bevoegd gezag niet in aanmerking voor aanvullende bekostiging als op 1 augustus gelijktijdig met de samenvoeging één of meer van de bij de samenvoeging betrokken scholengemeenschappen tevens is betrokken bij een splitsing en er daarbij geen volledige scholengemeenschap wordt opgeheven. Indien er wel een volledige scholengemeenschap wordt opgeheven is de aanvullende bekostiging voor personeels- en exploitatiekosten voor het eerste kalenderjaar na samenvoeging gelijk aan Zp+Zm, waarin: artikel 84, derde lid artikel 85 van de Wet op het voortgezet onderwijs Zp = de bekostiging voor personeelskosten van de opgeheven scholengemeenschap, berekend op grond van, jo., zoals deze luidde op 1 augustus 2021 in het kalenderjaar na opheffing, wanneer de opheffing niet zou hebben plaatsgevonden, en artikel 86, derde lid, onderdeel a en b, van de Wet op het voortgezet onderwijs Zm = de bekostiging voor exploitatiekosten van de opgeheven scholengemeenschap, berekend op grond van, zoals deze luidde op 1 augustus 2021 in het kalenderjaar na de opheffing, wanneer de opheffing niet zou hebben plaatsgevonden. 6 De aanvullende bekostiging wordt in dit geval in gelijke delen verdeeld over de uit de samenvoeging resulterende scholen. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op de aanvullende bekostiging op grond van dit lid. 7 De aanvullende bekostiging wegens samenvoeging vervalt volledig indien een school, die is ontstaan uit een samenvoeging als bedoeld in het eerste lid, binnen vijf jaar een splitsing ondergaat. Dit geldt ook voor de eventuele aanvullende bekostiging in verband met een eerdere samenvoeging. 8 De minister beschikt de aanvullende bekostiging voor personeelskosten en exploitatiekosten voor 1 april van het kalenderjaar waarop de aanvullende bekostiging betrekking heeft. Zowel de betaling van de aanvullende bekostiging voor personeelskosten als de betaling van de aanvullende bekostiging voor exploitatiekosten vindt plaats in één termijn per jaar die wordt uitbetaald voor 1 april van het kalenderjaar waarop de aanvullende bekostiging betrekking heeft. 2021 40672 13-09-2021 30-08-2021 VO/29099210 2021 40672 13-09-2021 30-08-2021 VO/29099210 01-01-2022
Artikel 8 — Artikel 8 Aanvullende bekostiging voor overname leerlingen van een opgeheven school#
Artikel 8 Aanvullende bekostiging voor overname leerlingen van een opgeheven school 1 De minister verstrekt aanvullende bekostiging voor de laatste vijf maanden van een kalenderjaar aan het bevoegd gezag van een school die tien of meer overname-leerlingen per 1 augustus van dat kalenderjaar inschrijft. 2 artikel 4.3, tweede lid, van de wet artikel 2 3 5 Nieuwe scholen of scholen als bedoeld indie aanvullende bekostiging ontvangen, op grond van,of, komen niet in aanmerking voor de aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid. 3 artikel 2, tweede lid, van de Regeling bekostiging vo scholen en samenwerkingsverbanden vo De hoogte van de aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit een bedrag per overname-leerling. De hoogte van de aanvullende bekostiging is gelijk aan vijf twaalfde deel van de bekostiging bedoeld in, waarbij onderscheid wordt gemaakt naar schoolsoort, leerweg en leerjaar. 4 Het bevoegd gezag dient per school met overname-leerlingen, uiterlijk op 15 september van het kalenderjaar waarin de leerlingen zijn overgenomen een aanvraag in. Aanvragen die na 15 september ontvangen zijn worden afgewezen. 5 www.duo.nl/zakelijk/voortgezet-onderwijs/bekostiging-en-subsidies/aanvullende-bekostiging-vo Voor het indienen van een aanvraag wordt gebruikgemaakt van het daarvoor beschikbaar gestelde formulier op. De aanvraag gaat vergezeld van de volgende gegevens: a. naam, instellingscode, postcode en plaats van de school; b. instellingscode(s) van opgeheven school of scholen waarvan de leerlingen worden overgenomen; c. per school het aantal overgenomen leerlingen, onderverdeeld naar schoolsoort, leerweg en leerjaar; d. totaal aantal overgenomen leerlingen per school; e. NAW-gegevens en bevoegd gezag (BG) nummer van aanvragende bestuur; f. achternaam en voorletters van de contactpersoon; g. telefoonnummer van de contactpersoon; h. e-mailadres van de contactpersoon. 6 De minister stelt de aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, uiterlijk vast in december van het kalenderjaar van de aanvraag. De aanvullende bekostiging wordt in de maand van vaststelling als bedrag ineens betaald. 7 De aanvullende bekostiging kan gewijzigd worden vastgesteld indien na controle blijkt dat het aantal leerlingen in de aanvraag niet overeenkomt met het aantal daadwerkelijk ingeschreven overname-leerlingen. 2025 19353 10-06-2025 23-05-2025 52405833 2025 19353 10-06-2025 23-05-2025 52405833 11-06-2025
Artikel 9 — Artikel 9 Regeling aanvullende bekostiging nevenvestiging, nieuwe scholen en samenvoeging vo Intrekking#
Artikel 9 Regeling aanvullende bekostiging nevenvestiging, nieuwe scholen en samenvoeging vo Intrekking Regeling aanvullende bekostiging nevenvestiging, nieuwe scholen en samenvoeging vo Dewordt ingetrokken. 2025 19353 10-06-2025 23-05-2025 52405833 2025 19353 10-06-2025 23-05-2025 52405833 11-06-2025 Voorheen art. 8.
Artikel 10 — Artikel 10 Inwerkingtreding#
Artikel 10 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2022. 2025 19353 10-06-2025 23-05-2025 52405833 2025 19353 10-06-2025 23-05-2025 52405833 11-06-2025 Voorheen art. 9.
Artikel 11 — Artikel 11 Citeertitel#
Artikel 11 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanvullende bekostiging nieuwe scholen en samenvoeging vo. 2025 19353 10-06-2025 23-05-2025 52405833 2025 19353 10-06-2025 23-05-2025 52405833 11-06-2025 Voorheen art. 10.
Artikel 11a — Artikel 11a Omhang#
Artikel 11a Omhang artikel 5.9, eerste lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 artikel 6.3, derde lid, van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 Deze regeling berust open. 2025 19353 10-06-2025 23-05-2025 52405833 2025 19353 10-06-2025 23-05-2025 52405833 11-06-2025 Voorheen art. 10a.