Regeling van de Minister voor Klimaat en Energie van 21 april 2022, nr. WJZ/ 22056038, houdende aanwijzing categorieën van productie-installaties voor de productie van duurzame energieproductie en klimaattransitie in 2022 (Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2022)
- BWB-id
- BWBR0046631
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken en Klimaat
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2022-06-28
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0046631
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2022/regeling-aanwijzing-categorie-n-duurzame-energieproductie-en
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2022/regeling-aanwijzing-categorie-n-duurzame-energieproductie-en/2022-06-28
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0046631&g=2022-06-28
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0046631&z=2026-06-06&g=2022-06-28
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0046631/2022-06-28
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2022/regeling-aanwijzing-categorie-n-duurzame-energieproductie-en
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: algemene uitvoeringsregeling: Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie ; allesvergisting: biologische afbraakreacties van biomassa als bedoeld in de NTA 8003:2017, met uitzondering van de nummers 400, 410, 420, 500, 550 tot en met 559, waarvan de biogasopbrengst van de ingaande stroom ten minste 25 Nm3 aardgasequivalent per ton bedraagt; beschermingszone: bijlage I bij de Regeling veiligheid primaire waterkeringen 2017 beschermingszone als bedoeld in appendix B bij; besluit: Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie ; Besluit SDE: Besluit stimulering duurzame energieproductie , zoals dit luidde op 31 oktober 2020; biosyngas: mengsel van gassen dat is geproduceerd door vergassing van biomassa en dat geen nadere bewerking tot methaan heeft ondergaan; COP-waarde: coëfficiënt van prestatie uitgedrukt in de hoeveelheid afgegeven warmte aan de condensorzijde per hoeveelheid opgenomen elektriciteit; doublet: combinatie van naast elkaar liggende diepboringen die ten minste bestaat uit één productieput en één injectieput; geavanceerde hernieuwbare brandstof: richtlijn (EU) 2018/2001 biobrandstof als bedoeld in artikel 2, onderdeel 33, vanvan het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (PbEU 2018, L 328) en geproduceerd uit grondstoffen als bedoeld in deel A van bijlage IX bij die richtlijn; gebouw: bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt, niet zijnde een bouwwerk dat bedoeld is om voor een periode van ten hoogste vijftien jaar op een bepaalde plaats aanwezig te zijn; ketel: installatie waarin brandstof wordt verstookt waarbij de verbrandingswarmte met een warmtewisselaar wordt overgedragen aan een vloeistof; monomestvergisting: biologische afbraakreacties van uitsluitend vaste en vloeibare uitwerpselen van dieren; minister: Minister voor Klimaat en Energie; netto P50-waarde vollasturen: aantal vollasturen waarbij de verwachte jaarlijkse energieproductie voor een gegeven combinatie van locatie en productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie is bepaald met een waarschijnlijkheid van 50%; nominaal elektrisch rendement: uitkomst van de deling van het nominaal elektrisch vermogen en; a. de som van het nominaal elektrisch vermogen en nominaal warmtevermogen in het geval van gecombineerde opwekking met behulp van een verbrandingsmotor; en b. het nominaal warmtevermogen van de ketel in het geval van gecombineerde opwekking met behulp van een stoomturbine of een organische rankinecyclus; nominaal vermogen: maximale vermogen van een productie-installatie dat onder nominale condities benut kan worden voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbare warmte, nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte of hernieuwbaar gas en dat door de leverancier wordt gegarandeerd bij continu gebruik, waarbij in het geval van geothermische productie-installaties het nominaal vermogen is bepaald met een waarschijnlijkheid van ten minste 50%; NTA 8003:2017: Nederlandse Technische Afspraak 8003, Classificatie van biomassa voor energietoepassing, uitgegeven door de Stichting Nederlands Normalisatie-instituut, zoals deze luidde op 30 november 2017; nuttig aangewende warmte: artikel 1 van de Regeling garanties van oorsprong en certificaten van oorsprong nuttig aangewende warmte als bedoeld in; nuttig aangewende koolstofdioxide: artikel 1 van de algemene uitvoeringsregeling nuttig aangewende koolstofdioxide als bedoeld in; nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte: artikel 1 van de algemene uitvoeringsregeling nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte als bedoeld in; primaire waterkering: bijlage I bij de Regeling veiligheid primaire waterkeringen 2017 primaire waterkering als bedoeld in appendix B bij; productie-uren: som van de tijdsperioden waarin een productie-installatie in deellast of op vol vermogen produceert; restwarmte: onvermijdelijke thermische energie die als bijproduct in de bedrijfsvoering van een onderneming wordt opgewekt en die zonder nuttige aanwending ongebruikt terecht zou komen in lucht of water en die op het moment van indienen van de aanvraag niet nuttig wordt aangewend; richtlijn (EU) 2018/2001: richtlijn nr. (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (PbEU 2018, L 328); SBI-code: code, opgenomen in de Standaard Bedrijfs Indeling 2008, Versie 2018, Update 2021; stadsverwarming: artikel 1, eerste lid, van de Warmtewet warmtelevering aan een warmtenet als bedoeld in, waarbij door een producent de warmte voor ruimteverwarming en warmtapwatervoorzieningen van gebouwen wordt geleverd; thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa: omzetting van vaste of vloeibare biomassa door: a. verbranding; b. een andere thermische behandeling dan bedoeld onder a in het geval de producten daarvan vervolgens worden verbrand; of c. de verbranding van producten die voortkomen uit thermische behandeling; valhoogte: verschil in waterpeil voor en achter een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit door waterkracht waarbij het nominaal vermogen wordt benut; verwarming van gebouwde omgeving: stadsverwarming of ruimteverwarming en warmtapwatervoorzieningen in een gebouw, niet zijnde een kas, waarbij de producent de warmte rechtstreeks levert aan dat gebouw; voorliggende waterkering: bijlage I bij de Regeling veiligheid primaire waterkeringen 2017 voorliggende waterkeringen als genoemd in de paragrafen 5.2.4 tot en met 5.7.4 van; waterstaatswerk: bijlage I bij de Regeling veiligheid primaire waterkeringen 2017 waterstaatswerk als bedoeld in appendix B bij; zeewering of zachte zeewering van Maasvlakte 2: harde zeewering en zachte zeewering van Maasvlakte 2 als bedoeld in bijlage 1 bij de concessie aan het Havenbedrijf Rotterdam N.V. te Rotterdam, bij koninklijk besluit van 23 mei 2008, nr. 08.001524. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Het subsidieplafond bedraagt € 13.000.000.000 voor het verlenen van subsidies die worden aangevraagd in de periode van 28 juni 2022, 09:00 uur, tot 6 oktober 2022, 17:00 uur, voor: a. artikel 11 13 15, eerste lid 17, eerste lid 19, eerste lid 21, eerste lid 23, eerste lid de productie van hernieuwbare elektriciteit op grond van,,,,,, of; b. artikel 25 27 29, eerste lid 31 33 de productie van hernieuwbaar gas op grond van,,,of; c. artikel 35, eerste lid 37 39 41, eerste lid 43 45 47 49 51 53 55 57, eerste lid 59, eerste lid 61 de productie van hernieuwbare warmte of al dan niet gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte op grond van,,,,,,,,,,,,, of; of d. artikel 63 65 67, eerste lid 69, eerste lid 71, eerste lid 73, eerste lid 75, eerste lid 77, eerste lid 79, eerste lid 81, eerste lid 83 85, eerste lid 87, eerste lid 89, eerste lid de vermindering van broeikasgas op grond van,,,,,,,,,,,,, of. 2 De minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van ontvangst van de aanvragen. 3 Per categorie productie-installaties kan in de periode, genoemd in het eerste lid, per adres waarop een productie-installatie wordt geplaatst maximaal één aanvraag worden ingediend. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikelen 85, eerste lid 87, eerste lid artikel 2, eerste lid De maximale vermindering van broeikasgas in kg die in aanmerking komt voor subsidies voor de afvang en permanente opslag van koolstofdioxide op grond van, en, die worden aangevraagd in de periode, genoemd in, bedraagt, gerekend voor de hele looptijd van die subsidies: a. 79.500.000.000 kg voor de koolstofdioxide afkomstig van door subsidieontvangers uitgevoerde economische activiteiten met: 1°. SBI-code 35111 indien het de productie van elektriciteit door een warmtekrachtcentrale betreft die hoofdzakelijk wordt gestookt op aardgas bij economische activiteiten met SBI-code 06, 08 tot en met 33, 352, 353 of 38: 2°. SBI-code 06, 08 tot en met 33, 352, 353 of 38; en b. 45.000.000.000 kg voor de koolstofdioxide afkomstig van: 1°. economische activiteiten met SBI-code 351, waarbij de koolstofdioxide vrijkomt bij de verbranding van een bijproduct afkomstig van door subsidieontvangers uitgevoerde economische activiteiten met SBI-code 06, 08 tot en met 33, 352, 353 of 38; of 2°. door subsidieontvangers uitgevoerde economische activiteiten met SBI-code 35111 indien het de productie van elektriciteit door een warmtekrachtcentrale betreft die hoofdzakelijk wordt gestookt op aardgas bij economische activiteiten met andere SBI-codes dan SBI-code 06, 08 tot en met 33, 352, 353 of 38. 2 Indien bij een subsidie als bedoeld in het eerste lid de koolstofdioxide deels afkomstig is als bijproduct van een activiteit als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, en deels van een activiteit als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt alle koolstofdioxide toegerekend: a. aan de maximale vermindering van broeikasgas in kg, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b; en vervolgens b. aan de maximale vermindering van broeikasgas, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a. 3 artikel 81, eerste lid artikel 2, eerste lid De maximale vermindering van broeikasgas die in aanmerking komt voor subsidies voor de productie van geavanceerde hernieuwbare brandstof op grond van, die worden aangevraagd in de periode, genoemd in, komt overeen met 7.100.000.000 kWh, gerekend voor de hele looptijd van de subsidies. 4 artikel 15, eerste lid 17, eerste lid 19, eerste lid 21, eerste lid 23, eerste lid artikel 2, eerste lid De maximale productie in kWh die in aanmerking komt voor subsidies voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonne-energie of windenergie op grond van,,,, of, die worden aangevraagd in de periode, genoemd in, komt overeen met 37.500.000.000 kWh, gerekend voor de hele looptijd van de subsidies. 2022 16492 27-06-2022 23-06-2022 WJZ/22218735 2022 16492 27-06-2022 23-06-2022 WJZ/22218735 28-06-2022
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 De minister beslist afwijzend op een aanvraag, indien: a. artikel 2, vijfde lid 3, tweede lid, van de Belemmeringenwet Privaatrecht geen toestemming van de eigenaar van de beoogde locatie en geen gedoogplichtbeschikking op grond van, ofvoor de beoogde locatie kan worden overgelegd voor het plaatsen van de productie-installatie op de beoogde locatie; b. artikel 3.42, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 de subsidieaanvrager voor de investering in de productie-installatie beschikt over een verklaring van de minister dat sprake is van energie-investeringen op grond van; of c. Subsidieregeling coöperatieve energieopwekking voor dezelfde productie-installatie reeds subsidie is verstrekt op grond van de. 2 Bij het overleggen van de toestemming van de eigenaar, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt gebruik gemaakt van het middel dat door de minister beschikbaar wordt gesteld. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikelen 85, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2°, onderdeel b, subonderdeel 2°, en onderdelen c tot en met g 87, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2°, onderdeel b, subonderdeel 2°, en onderdelen c tot en met h 89, eerste lid, onderdelen a tot en met f Een subsidie als bedoeld in de,, en, of een subsidie van meer dan € 400.000.000,– wordt verleend onder de volgende opschortende voorwaarden: a. binnen twee weken na afgifte van de betreffende beschikking tot subsidieverlening is een uitvoeringsovereenkomst tot stand gekomen tussen de Staat en de subsidieontvanger; b. de subsidieontvanger heeft binnen vier weken na afgifte van de beschikking tot subsidieverlening aangetoond dat een bankgarantie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de uitvoeringsovereenkomst is afgegeven. 2 bijlage 1 Voor het opstellen van een uitvoeringsovereenkomst als bedoeld in het eerste lid wordt gebruik gemaakt van het inopgenomen model. 3 artikel 9b, eerste lid, onderdeel a, van de Elektriciteitswet 1998 Het eerste lid is niet van toepassing op een productie-installatie als bedoeld in. 4 artikel 48, eerste lid, van het besluit Indien voor dezelfde periode, of gedeeltelijk voor dezelfde periode, meer beschikkingen zijn afgegeven voor dezelfde productie-installatie en dezelfde soort hernieuwbare energie, worden voor de toepassing van het eerste lid bij elkaar opgeteld de subsidies die de subsidieontvanger ontvangt, bedoeld inof het Besluit SDE, van die beschikkingen waarvan de periode waarover subsidie wordt verstrekt, nog niet is aangevangen. 5 artikelen 85, tweede tot en met zevende lid 87, tweede tot en met zevende lid 89, tweede tot en met vierde lid Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien sprake is van een combinatie van twee subsidies als bedoeld in de,en, waardoor in totaal meer dan € 400.000.000,– aan subsidie wordt verleend. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 3, eerste lid, onderdeel c, en derde lid, onderdeel c, van het besluit Als te renoveren productie-installaties waarvoor subsidie kan worden verstrekt als bedoeld inworden aangewezen: a. artikel 11, onderdeel c productie-installaties waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd als bedoeld in; en b. artikel 57, eerste lid productie-installaties waarmee hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte uit biomassa wordt geproduceerd als bedoeld in. 2 artikel 3, tweede lid, onderdeel a, van het besluit Als productie-installaties die als bedoeld inworden aangewezen: a. artikel 27 productie-installaties waarmee hernieuwbaar gas door biomassa wordt geproduceerd als bedoeld in; b. artikel 39 productie-installaties waarmee hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte uit biomassa wordt geproduceerd als bedoeld in; c. artikelen 43 57, eerste lid productie-installaties waarmee hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte uit biomassa wordt geproduceerd als bedoeld in deen; d. artikel 85, eerste lid, onderdelen c tot en met g artikel 68, onderdelen c of d van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2020 artikel 83, eerste lid, onderdelen e, f, g, i, k, l, m of n van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2021 productie-installaties waarmee broeikasgas wordt verminderd als bedoeld in, indien deze worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld inof in; en e. artikel 87, eerste lid, onderdelen c tot en met h artikel 83, eerste lid, onderdelen h of j van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2021 productie-installaties waarmee broeikasgas wordt verminderd als bedoeld in, indien deze worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in. 3 artikel 3, tweede lid, onderdeel c, van het besluit Als te renoveren productie-installaties waarvoor subsidie kan worden verstrekt als bedoeld inworden aangewezen: a. artikel 27 productie-installaties waarmee hernieuwbaar gas door biomassa wordt geproduceerd als bedoeld in; en b. artikel 39 productie-installaties waarmee hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte uit biomassa wordt geproduceerd als bedoeld in. 4 artikel 3, vierde lid, van het besluit Als productie-installaties waarvoor subsidie wordt verstrekt indien deze geheel of deels bestaat uit gebruikte materialen als bedoeld inworden aangewezen: a. artikel 11, onderdeel c productie-installaties waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd als bedoeld in; b. artikelen 25 27 29, eerste lid 31 33 productie-installaties waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd als bedoeld in de,,,en; c. artikelen 37 39 41, eerste lid 43 45 47 49 51 53 55 57, eerste lid 61, onderdeel e productie-installaties waarmee hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd als bedoeld in de,,,,,,,,,,, en; d. artikel 77, eerste lid productie-installaties waarmee koolstofdioxide-arme warmte wordt geproduceerd als bedoeld in; e. artikelen 85, eerste lid 87, eerste lid productie-installaties waarmee koolstofdioxide wordt afgevangen en permanent opgeslagen als bedoeld in, en; en f. artikel 89, eerste lid productie-installaties waarmee koolstofdioxide wordt afgevangen en gebruikt als bedoeld in. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 15, derde en vierde lid, van het besluit artikelen 11 13 15, eerste lid 17, eerste lid 19, eerste lid 21, eerste lid Als productie-installaties waarvoor het verschil in kWh kan worden opgeteld als bedoeld inworden aangewezen productie-installaties waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd als bedoeld in de,,,,, en. Het verschil in kWh dat bij het aantal geproduceerde kWh van het volgende jaar kan worden opgeteld, bedoeld in artikel 15, vierde lid, van het besluit, wordt gemaximeerd op 25% van het aantal kWh dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt. 2 artikel 15, derde en vierde lid, van het besluit artikel 23, eerste lid Als productie-installaties waarvoor het verschil in kWh kan worden opgeteld als bedoeld inworden aangewezen productie-installaties waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd als bedoeld in. Het verschil in kWh dat bij het aantal geproduceerde kWh van het volgende jaar kan worden opgeteld, bedoeld in artikel 15, vierde lid, van het besluit, wordt gemaximeerd op 25% van het aantal kWh dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt. Bij de benutting van de opgetelde kWh, bedoeld in artikel 15, vierde lid, van het besluit, wordt de productie verdeeld in een deel netlevering en een deel niet-netlevering op basis van de verhouding tussen de geproduceerde energie die aan het net geleverd is en de energie die niet aan het net geleverd is in het voorgaande jaar. 3 artikel 32, derde en vierde lid, van het besluit artikelen 25 27 29, eerste lid 31 33 Als productie-installaties waarvoor het verschil in kWh kan worden opgeteld als bedoeld inworden aangewezen productie-installaties waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd als bedoeld in de,,,en. Het verschil in kWh dat bij het aantal geproduceerde kWh van het volgende jaar kan worden opgeteld, bedoeld in artikel 32, vierde lid, van het besluit, wordt gemaximeerd op 25% van het aantal kWh dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt. 4 artikel 48, derde en vierde lid, van het besluit artikelen 35, eerste lid 37 39 41, eerste lid 43 45 47 49 51 53 55 57, eerste lid 59, eerste lid 61 Als productie-installaties waarvoor het verschil in kWh kan worden opgeteld als bedoeld inworden aangewezen productie-installaties waarmee hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd als bedoeld in de,,,,,,,,,,,,, en. 5 artikel 48, vierde lid, van het besluit Voor de productie-installaties, bedoeld in het vierde lid, wordt het verschil in kWh dat bij het aantal geproduceerde kWh van het volgende jaar kan worden opgeteld, bedoeld in, gemaximeerd op 25% van het aantal kWh dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt. 6 artikel 55j, derde en vierde lid, van het besluit Als productie-installaties waarvoor het verschil in kWh kan worden opgeteld als bedoeld inworden aangewezen: a. artikelen 63 65 67, eerste lid 69, eerste lid 71, eerste lid 73, eerste lid 75, eerste lid 77, eerste lid 83 productie-installaties waarmee koolstofdioxide-arme warmte wordt geproduceerd als bedoeld in de,,,,,,,, en; b. artikel 79, eerste lid productie-installaties waarmee waterstof wordt geproduceerd als bedoeld in; c. artikel 81, eerste lid productie-installaties waarmee geavanceerde hernieuwbare brandstof wordt geproduceerd als bedoeld in; d. artikelen 85, eerste lid 87, eerste lid productie-installaties waarmee koolstofdioxide wordt afgevangen en permanent opgeslagen als bedoeld in, en; en e. artikel 89, eerste lid productie-installaties waarmee koolstofdioxide wordt afgevangen en gebruikt als bedoeld in. 7 artikel 55j, vierde lid, van het besluit Voor de productie-installatie, bedoeld in het zesde lid, wordt het verschil in kg verminderde broeikasgas dat bij het aantal kg verminderde broeikasgas van het volgende jaar kan worden opgeteld, bedoeld in, gemaximeerd op 25% van het aantal kg verminderde broeikasgas dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 32, zesde lid, van het besluit artikelen 25 27 29, eerste lid 31 33 Als productie-installaties waarvoor het aantal kWh kan worden opgeteld als bedoeld inworden aangewezen productie-installaties waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd als bedoeld in de,,,en. 2 artikel 32, zevende lid, van het besluit artikelen 37 39 41, eerste lid Als productie-installaties waarvoor de producent kan aantonen dat hij hernieuwbaar gas heeft geproduceerd waarmee hernieuwbare warmte of hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit is geproduceerd, als bedoeld inworden productie-installaties aangewezen waarmee hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd als bedoeld in de,en. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 15, zesde lid, van het besluit artikelen 11 13 15, eerste lid 17, eerste lid 19, eerste lid 21, eerste lid 23, eerste lid Als productie-installaties waarvoor het aantal kWh kan worden opgeteld waarvoor garanties van oorsprong voor niet-netlevering zijn verstrekt als bedoeld inworden productie-installaties aangewezen waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt opgewekt als bedoeld in de,,,,,, en. 2 artikel 48, zevende lid van het besluit artikelen 37, onderdelen b, d en f 39, onderdelen b en d 41, eerste lid, onderdeel b 43 45 47 49 51 53 55 57, eerste lid Als productie-installaties waarvoor het aantal kWh kan worden opgeteld waarvoor garanties van oorsprong voor niet-netlevering zijn verstrekt als bedoeld inworden productie-installaties aangewezen waarmee hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd als bedoeld in de,,,,,,,,,en. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikel 56, tweede lid, van het besluit Als productie-installaties waarvoor een gebundelde aanvraag kan worden ingediend als bedoeld inworden aangewezen: a. artikelen 15, eerste lid 17, eerste lid 19, eerste lid 21, eerste lid productie-installaties waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd als bedoeld in de,,, en; b. artikelen 25 27 productie-installaties waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd als bedoeld in deen; c. artikelen 37 39 productie-installatie waarmee hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd als bedoeld in deen; d. artikelen 85, eerste lid 87, eerste lid productie-installaties waarmee koolstofdioxide wordt afgevangen en permanent opgeslagen als bedoeld in, en; en e. artikel 89, eerste lid productie-installaties waarmee koolstofdioxide wordt afgevangen en gebruikt als bedoeld in. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie waarmee door hydro-mechanisch-elektrische omzetting hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd uit potentiële of kinetische energie van stromend water dat niet specifiek voor de elektriciteitsproductie omhoog is gepompt: a. in installaties met een valhoogte kleiner dan 50 centimeter; b. in installaties met een valhoogte gelijk aan of groter dan 50 centimeter; of c. in installaties met een valhoogte gelijk aan of groter dan 50 centimeter, die ingrijpend zijn gerenoveerd en waarbij ten minste de turbines nieuw zijn. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 11 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt gegenereerd door middel van het verschil in zoutconcentratie tussen twee watermassa’s. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 artikel 13 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 artikelen 17 19 21 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie, niet zijnde een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie als bedoeld in de,en; a. die is aangesloten op een elektriciteitsnet met een aansluiting met een totale maximale doorlaatwaarde van meer dan 3*80 A; en b. bijlage 2 die wordt gerealiseerd op een locatie die overeenkomstig de lijst van gemeenten volgens de gemeentelijke indeling op 1 januari 2022, bedoeld in, een windsnelheid heeft van: 1°. ≥ 8,5 m/s; 2°. ≥ 8,0 en < 8,5 m/s; 3°. ≥ 7,5 en < 8,0 m/s; 4°. ≥ 7,0 en < 7,5 m/s; 5°. ≥ 6,75 en < 7,0 m/s; of 6°. < 6,75 m/s. 2 De productie-installatie is niet opgericht in de territoriale zee of in de Nederlandse exclusieve economische zone. 3 Indien de productie-installatie wordt opgericht op een locatie waar op het moment van het indienen van de aanvraag een windturbine staat of heeft gestaan, verstrekt de minister de subsidie uitsluitend indien: a. het nominaal en te realiseren vermogen per windturbine ten opzichte van de te vervangen windturbine ten minste 1 MW toeneemt; of b. de te vervangen windturbine op het moment van vervanging ten minste vijftien jaar op die locatie in gebruik is geweest en op het moment van het indienen van de aanvraag ten minste dertien jaar geleden in gebruik is genomen. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 artikel 15, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie met een tiphoogte kleiner dan of gelijk aan 150 meter; a. die is aangesloten op een elektriciteitsnet met een aansluiting met een totale maximale doorlaatwaarde van meer dan 3*80 A; en b. bijlage 2 die wordt gerealiseerd op een locatie die overeenkomstig de lijst van gemeenten volgens de gemeentelijke indeling op 1 januari 2022, bedoeld in, een windsnelheid heeft van: 1°. ≥ 8,5 m/s; 2°. ≥ 8,0 en < 8,5 m/s; 3°. ≥ 7,5 en < 8,0 m/s; 4°. ≥ 7,0 en < 7,5 m/s; 5°. ≥ 6,75 en < 7,0 m/s; of 6°. < 6,75 m/s. 2 De productie-installatie is niet opgericht in de territoriale zee of in de Nederlandse exclusieve economische zone. 3 Op de locatie van de productie-installatie is sprake van een hoogterestrictie bij of krachtens landelijke wet- en regelgeving in verband met de aanwezigheid van een luchthaven in de omgeving waardoor de windturbine een tiphoogte heeft van kleiner dan of gelijk aan 150 meter. 4 Indien de productie-installatie wordt opgericht op een locatie waar op het moment van het indienen van een aanvraag een windturbine staat of heeft gestaan, verstrekt de minister de subsidie uitsluitend indien: a. het nominaal en te realiseren vermogen per windturbine ten opzichte van de te vervangen windturbine ten minste 1 MW toeneemt; of b. de te vervangen windturbine op het moment van vervanging ten minste vijftien jaar op die locatie in gebruik is geweest en op het moment van indienen van de aanvraag ten minste dertien jaar geleden in gebruik is genomen. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 artikel 17, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie: a. die is opgericht binnen het waterstaatswerk of een beschermingszone van een voorliggende waterkering, dan wel binnen het waterstaatswerk of de zeewaartsgerichte beschermingszone van een primaire waterkering grenzend aan de Noordzee, de Westerschelde, de Oosterschelde, de Waddenzee, de Dollard of de Eems, dan wel in de harde zeewering of zachte zeewering van Maasvlakte 2; b. die is aangesloten op een elektriciteitsnet met een aansluiting met een totale maximale doorlaatwaarde van meer dan 3*80 A; en c. bijlage 2 die wordt gerealiseerd op een locatie die overeenkomstig de lijst van gemeenten volgens de gemeentelijke indeling op 1 januari 2022, bedoeld in, een windsnelheid heeft van: 1°. ≥ 8,5 m/s; 2°. ≥ 8,0 en < 8,5 m/s; 3°. ≥ 7,5 en < 8,0 m/s; 4°. ≥ 7,0 en < 7,5 m/s; 5°. ≥ 6,75 en < 7,0 m/s; of 6°. < 6,75 m/s. 2 Indien de productie-installatie wordt opgericht op een locatie waar op het moment van het indienen van de aanvraag een windturbine staat of heeft gestaan, verstrekt de minister de subsidie uitsluitend indien: a. het nominaal en te realiseren vermogen per windturbine ten opzichte van de te vervangen windturbine ten minste 1 MW toeneemt; of b. de te vervangen windturbine op het moment van vervanging ten minste vijftien jaar op die locatie in gebruik is geweest en op het moment van indienen van de aanvraag ten minste dertien jaar geleden in gebruik is genomen. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 artikel 19, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie; a. waarvan de fundering volledig in het water van een meer van minimaal één vierkante kilometer staat, waarbij het hart van de fundering op een afstand van ten minste 25 meter van de waterkant staat; en b. die is aangesloten op een elektriciteitsnet met een aansluiting met een totale maximale doorlaatwaarde van meer dan 3*80 A. 2 Indien de productie-installatie wordt opgericht op een locatie waar op het moment van indienen van de aanvraag een windturbine staat of heeft gestaan, verstrekt de minister de subsidie uitsluitend indien: a. het nominaal en te realiseren vermogen per windturbine ten opzichte van de te vervangen windturbine ten minste 1 MW toeneemt; of b. de te vervangen windturbine op het moment van vervanging ten minste vijftien jaar op die locatie in gebruik is geweest en op het moment van indienen van de aanvraag ten minste dertien jaar geleden in gebruik is genomen. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 artikel 21, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonlicht uitsluitend door middel van fotovoltaïsche zonnepanelen, die is aangesloten op een elektriciteitsnet via een aansluiting met een totale maximale doorlaatwaarde van meer dan 3*80 A en: a. waarbij de zonnepanelen op of aan een gebouw zijn aangebracht, met een totaal nominaal vermogen: 1°. gelijk aan of groter dan 15 kWp en kleiner dan 1 MWp; of 2°. gelijk aan of groter dan 1 MWp; b. waarbij de zonnepanelen, niet op of aan een gebouw aangebracht, op water drijven, met een totaal nominaal vermogen; 1°. gelijk aan of groter dan 15 kWp en kleiner dan 1 MWp; of 2°. gelijk aan of groter dan 1 MWp; c. waarbij de zonnepanelen, niet op of aan een gebouw aangebracht, op land staan, met een totaal nominaal vermogen; 1°. gelijk aan of groter dan 15 kWp en kleiner dan 1 MWp; 2°. gelijk aan of groter dan 1 MWp en kleiner dan 15 MWp; of 3°. gelijk aan of groter dan 15 MWp; d. waarbij de zonnepanelen automatisch met de stand van de zon meebewegen door middel van een zonvolgsysteem, met een totaal nominaal vermogen: 1°. gelijk aan of groter dan 1 MWp en kleiner dan 15 MWp en waarbij de zonnepanelen, niet op of aan een gebouw aangebracht, op land staan; 2°. gelijk aan of groter dan 15 MWp en waarbij de zonnepanelen, niet op of aan een gebouw aangebracht, op land staan; of 3°. gelijk aan of groter dan 1 MWp en waarbij de zonnepanelen, niet op of aan een gebouw aangebracht, op water drijven. 2 Voor de werking van dit artikel wordt onder gebouw tevens verstaan een aan de grond gebonden overkapping voor van het tegen weersinvloeden beschermd parkeren van voertuigen. 3 Het additioneel gecontracteerde terugleververmogen voor een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2°, onderdeel b, subonderdeel 2°, en onderdeel c, subonderdelen 2° en 3°, bedraagt maximaal 50% van het piekvermogen van de zonnepanelen. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 artikel 23, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 artikel 23, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1°, onderdeel b, subonderdeel 1°, en onderdeel c, subonderdeel 1° De subsidieontvanger neemt een productie-installatie als bedoeld in, binnen twee jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 artikel 23, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° De subsidieontvanger neemt een productie-installatie als bedoeld in, binnen drie jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 4 artikel 23, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2°, onderdeel c, subonderdelen 2° en 3°, en onderdeel d, subonderdelen 1°, 2° en 3° De subsidieontvanger neemt een productie-installatie als bedoeld in, binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 5 Artikel 3, eerste lid, van de algemene uitvoeringsregeling artikel 23, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1°, onderdeel b, subonderdeel 1°, en onderdeel c, subonderdeel 1° is niet van toepassing op een productie-installatie als bedoeld in. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door een productie-installatie waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd: a. uitsluitend door middel van allesvergisting, waarbij ten minste de vergister nieuw is; b. uitsluitend door middel van monomestvergisting met een productie-installatie met een vermogen groter dan 400 kW, waarbij ten minste de vergister nieuw is; of c. uitsluitend door middel van monomestvergisting met een productie-installatie met een vermogen kleiner dan of gelijk aan 400 kW, waarbij ten minste de vergister nieuw is. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 artikel 25 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 richtlijn (EU) 2018/2001 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in een installatie met een totaal nominaal thermisch vermogen van de gasopwaardeerinstallatie gelijk aan of groter dan 2 MW gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door een productie-installatie die ingrijpend wordt gerenoveerd en waarmee: a. Besluit SDE uitsluitend door middel van allesvergisting hernieuwbaar gas wordt geproduceerd met een productie-installatie, waarvoor reeds subsidie op grond van hetis verstrekt als productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare warmte en waarvoor op het moment van aanvraag ten minste negen jaar voordien de subsidieperiode is aangevangen; b. Besluit SDE uitsluitend door middel van allesvergisting hernieuwbaar gas wordt geproduceerd, waarvoor reeds subsidie op grond van hetis verstrekt als productie-installatie voor de productie van hernieuwbaar gas en waarvoor op het moment van aanvraag ten minste negen jaar voordien de subsidieperiode is aangevangen; c. Besluit SDE uitsluitend door middel van monomestvergisting met een vermogen kleiner dan of gelijk aan 400 kW hernieuwbaar gas wordt geproduceerd, waarvoor reeds subsidie op grond van hetis verstrekt als productie-installaties voor de productie van hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare warmte en waarvoor op het moment van aanvraag ten minste negen jaar voordien de subsidieperiode is aangevangen; of d. Besluit SDE uitsluitend door middel van monomestvergisting met een vermogen kleiner dan of gelijk aan 400 kW hernieuwbaar gas wordt geproduceerd, waarvoor reeds subsidie op grond van hetis verstrekt als productie-installaties voor de productie van hernieuwbaar gas en waarvoor op het moment van aanvraag ten minste negen jaar voordien de subsidieperiode is aangevangen. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 artikel 27 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 richtlijn (EU) 2018/2001 Een subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in een installatie met een totaal nominaal thermisch vermogen van de gasopwaardeerinstallatie gelijk aan of groter dan 2 MW gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbaar gas uit biogas dat vrijkomt ten gevolge van een biologische afbraakreactie van gisting van zuiveringsslib waarbij: a. verbeteringen zijn uitgevoerd in het productieproces waarna er per ton slib sprake is van ten minste 25% meer biogasproductie ten opzichte van voor de verbetering; en b. ten minste de installatiedelen die verantwoordelijk zijn voor de aanvullende productie van biogas nieuw zijn. 2 De installatiedelen die verantwoordelijk zijn voor de aanvullende productie, worden niet in gebruik genomen voor de subsidie is aangevraagd. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 artikel 29, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieaanvrager maakt aannemelijk dat de voorgestelde aanpassingen een verbetering van 25% inhouden ten opzichte van de gemiddelde productie van het jaar voorafgaande aan de aanvraag, of, wanneer hij minder dan een jaar produceert, ten opzichte van de totale gemiddelde productie tot het moment van de aanvraag. 4 richtlijn (EU) 2018/2001 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in de productie-installatie met een totaal nominaal thermisch vermogen van de gasopwaardeerinstallatie gelijk aan of groter dan 2 MW gebruikte biomassa voldoet aan het broeikasgasemissiereductiecriterium, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbaar gas uit biogas dat vrijkomt ten gevolge van een biologische afbraakreactie van gisting van zuiveringsslib, waarbij ten minste de opwerkinstallatie waarmee biogas op aardgaskwaliteit wordt gebracht, nieuw is. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 1 artikel 31 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 richtlijn (EU) 2018/2001 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in de productie-installatie met een totaal nominaal thermisch uitgangsvermogen van de gasopwaardeerinstallatie gelijk aan of groter dan 2 MW gebruikte biomassa voldoet aan de broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas, niet zijnde biosyngas, geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbaar gas door middel van vergassing, waarbij ten minste de vergasser nieuw is, uit: a. biomassa als bedoeld in de NTA 8003:2017; of b. biomassa als bedoeld in de NTA 8003:2017, met uitzondering van B-Hout als bedoeld in nummers 100, 150, 170 tot en met 179 van de NTA 8003:2017. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 1 artikel 33 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat ten minste 97% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is. 4 richtlijn (EU) 2018/2001 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa, dan wel de in een installatie met een totaal nominaal thermisch vermogen van de gasopwaardeerinstallatie gelijk aan of groter dan 2 MW gebruikte overige biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie die uitsluitend voorziet in de productie van hernieuwbare warmte uit zonne-energie met een totaal thermisch vermogen: a. gelijk aan of groter dan 140 kWth en kleiner dan 1 MWth; of b. gelijk aan of groter dan 1 MWth. 2 Er wordt uitsluitend gebruik gemaakt van afgedekte collectoren waarvan de transparante isolerende laag, niet zijnde beglazing van kassen of fotovoltaïsche zonnepanelen, een geïntegreerd geheel vormt met de collector van een collectorsysteem of met collectoren waarbij het zonlicht met externe spiegels of lenzen wordt geconcentreerd. 3 Het vermogen in kWth van de productie-installatie wordt berekend door de apertuuroppervlakte van de afgedekte collectoren of het aangestraalde oppervlakte van de spiegels of lenzen voor het concentreren van zonlicht in vierkante meter te vermenigvuldigen met een factor 0,7. 4 artikel 4.5.2. van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies De subsidie wordt niet verstrekt indien reeds op basis vansubsidie is verstrekt. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 1 artikel 35, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen drie jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie waarmee: a. hernieuwbare warmte wordt geproduceerd door middel van allesvergisting, waarbij ten minste de vergister nieuw is; b. hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte worden geproduceerd door middel van allesvergisting, waarbij ten minste de vergister nieuw is en waarbij het nominaal elektrisch rendement ten minste 20% bedraagt; c. hernieuwbare warmte wordt geproduceerd door middel van monomestvergisting, met een vermogen groter dan 400 kW en waarbij ten minste de vergister nieuw is; d. hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte worden geproduceerd door middel van monomestvergisting, met een vermogen groter dan 400 kW, voor elektrisch en thermisch vermogen samen, en waarbij ten minste de vergister nieuw is en waarbij het nominaal elektrisch rendement ten minste 20% bedraagt; e. hernieuwbare warmte wordt geproduceerd door middel van monomestvergisting, met een vermogen kleiner dan of gelijk aan 400 kW, en waarbij ten minste de vergister nieuw is; of f. hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte worden geproduceerd door middel van monomestvergisting, met een vermogen kleiner dan of gelijk aan 400 kW, voor elektrisch en thermisch vermogen samen, waarbij ten minste de vergister nieuw is en waarbij het nominaal elektrisch rendement ten minste 20% bedraagt. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 1 artikel 37 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte. 4 richtlijn (EU) 2018/2001 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in een installatie voor de opwekking van warmte of gecombineerde opwekking van warmte en elektriciteit met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen gelijk aan of groter dan 2 MW gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie die ingrijpend wordt gerenoveerd en waarmee: a. Besluit SDE uitsluitend door middel van allesvergisting hernieuwbare warmte wordt geproduceerd, waarvoor reeds subsidie op grond van hetis verstrekt en waarvoor op het moment van aanvraag ten minste negen jaar voordien de subsidieperiode is aangevangen; b. Besluit SDE uitsluitend door middel van allesvergisting hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd, waarvoor reeds subsidie op grond van hetis verstrekt en waarvoor op het moment van aanvraag ten minste negen jaar voordien de subsidieperiode is aangevangen; c. Besluit SDE uitsluitend door middel van monomestvergisting met een vermogen kleiner dan of gelijk aan 400 kW hernieuwbare warmte wordt geproduceerd, waarvoor reeds subsidie op grond van hetis verstrekt en waarvoor op het moment van aanvraag ten minste negen jaar voordien de subsidieperiode is aangevangen; of d. Besluit SDE uitsluitend door middel van monomestvergisting met een vermogen kleiner dan of gelijk aan 400 kW hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd, waarvoor reeds subsidie op grond van hetis verstrekt en waarvoor op het moment van aanvraag ten minste negen jaar voordien de subsidieperiode is aangevangen. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 1 artikel 39 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte. 4 richtlijn (EU) 2018/2001 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in een installatie met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen gelijk aan of groter dan 2 MW gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte uit biogas dat vrijkomt ten gevolge van een biologische afbraakreactie van gisting van zuiveringsslib waarbij er verbeteringen zijn uitgevoerd in het productieproces waarna er per ton slib sprake is van ten minste 25% meer biogasproductie ten opzichte van voor de verbetering: a. waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd, waarbij ten minste de installatie-onderdelen die verantwoordelijk zijn voor de meerproductie nieuw zijn; of b. waarmee hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd, waarbij ten minste de installatie-onderdelen die verantwoordelijk zijn voor de meerproductie, nieuw zijn. 2 De installatiedelen die verantwoordelijk zijn voor de meerproductie, worden niet in gebruik genomen voordat de subsidie is aangevraagd. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 1 artikel 41, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte. 4 De subsidieaanvrager maakt aannemelijk dat de voorgestelde aanpassingen een verbetering van 25% inhouden ten opzichte van de gemiddelde productie van het jaar voorafgaande aan de aanvraag, of, wanneer de producent minder dan een jaar produceert, ten opzichte van de totale gemiddelde productie tot het moment van de aanvraag. 5 richtlijn (EU) 2018/2001 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in een installatie voor de opwekking van warmte of gecombineerde opwekking van warmte en elektriciteit met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen gelijk aan of groter dan 2 MW gebruikte biomassa voldoet aan de broeikasgasemissiereductiecriteria bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte door middel van verbranding van vloeibare biomassa als bedoeld in de nummers 512, 514, 517, 518, 543, 545, 550 tot en met 579, 587, 594, 595 en 800 tot en met 809 van de NTA 8003:2017, met een brander in een ketel, met een nominaal thermisch vermogen gelijk aan of groter dan 0,5 MWth en een nominaal elektrisch vermogen kleiner dan of gelijk aan 100 MW. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 1 artikel 43 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte. 4 richtlijn (EU) 2018/2001 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte door middel van verbranding van vaste of vloeibare biomassa als bedoeld in de NTA 8003:2017, met uitzondering van biomassa als bedoeld in de nummers 100, 150, 170 tot en met 179 van de NTA 8003:2017 in een ketel, met een nominaal thermisch vermogen gelijk aan of groter dan 0,5 MWth en kleiner dan 5 MWth waarbij ten minste de ketel nieuw is. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 1 artikel 45 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte. 4 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat ten minste 97% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is. 5 richtlijn (EU) 2018/2001 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de. 6 Als gebruik wordt gemaakt van houtige biomassa als bedoeld in de nummers 100 tot en met 199 van de NTA 8003:2017, draagt de subsidieontvanger er zorg voor dat de geproduceerde warmte wordt toegepast in een verwarmingssysteem met een aanvoertemperatuur aan de gebruikerszijde van ten minste 100 °C in het stookseizoen of in een stoomsysteem. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte, of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte, of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, uitsluitend door middel van thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa als bedoeld in de NTA 8003:2017, met uitzondering van biomassa als bedoeld in de nummers 100, 150, 170 tot en met 179 van de NTA 8003:2017, met een nominaal thermisch vermogen gelijk aan of groter dan 5 MWth, waarbij ten minste de ketel nieuw is en waarbij het aantal subsidiabele vollasturen: a. ten hoogste 4.500 vollasturen per jaar bedraagt; b. ten hoogste 5.000 vollasturen per jaar bedraagt; c. ten hoogste 5.500 vollasturen per jaar bedraagt; d. ten hoogste 6.000 vollasturen per jaar bedraagt; e. ten hoogste 6.500 vollasturen per jaar bedraagt; f. ten hoogste 7.000 vollasturen per jaar bedraagt; g. ten hoogste 7.500 vollasturen per jaar bedraagt; h. ten hoogste 8.000 vollasturen per jaar bedraagt; of i. ten hoogste 8.500 vollasturen per jaar bedraagt. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 1 artikel 47 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte. 4 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat ten minste 97% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is. 5 richtlijn (EU) 2018/2001 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa, dan wel de in een installatie met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen gelijk aan of groter dan 20 MW gebruikte vaste biomassa, voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de. 6 Als gebruik wordt gemaakt van houtige biomassa als bedoeld in de nummers 100 tot en met 199 van de NTA 8003:2017, draagt de subsidieontvanger er zorg voor dat de geproduceerde warmte wordt toegepast in een verwarmingssysteem met een aanvoertemperatuur aan de gebruikerszijde van ten minste 100 °C in het stookseizoen of in een stoomsysteem. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte, of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, uitsluitend door middel van thermische conversie van biomassa als bedoeld in NTA 8003:2017, met een nominaal thermisch vermogen gelijk aan of groter dan 5 MWth, en waarbij ten minste de ketel nieuw is. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 50 — Artikel 50#
Artikel 50 1 artikel 49 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte. 4 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat ten minste 97% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is. 5 richtlijn (EU) 2018/2001 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in een installatie met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen gelijk aan of groter dan 20 MW gebruikte vaste biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de. 6 Als gebruik wordt gemaakt van houtige biomassa als bedoeld in de nummers 100 tot en met 199 van de NTA 8003:2017, draagt de subsidieontvanger er zorg voor dat de geproduceerde warmte wordt toegepast in een verwarmingssysteem met een aanvoertemperatuur aan de gebruikerszijde van ten minste 100 °C in het stookseizoen of in een stoomsysteem. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 51 — Artikel 51#
Artikel 51 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte door middel van verbranding van houtpellets in een ketel, met een nominaal thermisch vermogen gelijk aan of groter dan 10 MWth, waarbij ten minste de ketel nieuw is en waarin: a. houtpellets geproduceerd uit biomassa als bedoeld in de nummers 110 tot en met 138 van de NTA 8003:2017 worden verbrand; b. reststoffen die vrijkomen uit bioraffinage als bedoeld in nummer 595 van de NTA 8003:2017 van biomassa als bedoeld in de nummers 110 tot en met 138 van de NTA 8003:2017 worden verbrand voor ten hoogste 25% van het aantal kWh dat in een kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt; of c. houtpellets geproduceerd uit biomassa als bedoeld in de nummers 160 tot en met 169 van de NTA 8003:2017 worden verbrand voor ten hoogste vijftien vijfentachtigste deel van de som van het aantal kWh dat in een kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt, geproduceerd met biomassa als bedoeld in de onderdelen a en b. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 52 — Artikel 52#
Artikel 52 1 artikel 51 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger er zorg voor dat ten minste 97% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof, biogeen is. 4 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte. 5 De subsidieontvanger levert de warmte uitsluitend ten behoeve van de verwarming van gebouwde omgeving. 6 artikel 7 van de algemene uitvoeringsregeling De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat in voldoende mate aannemelijk wordt gemaakt dat de gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheidseisen voor vaste biomassa, bedoeld in. 7 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de geproduceerde warmte wordt toegepast in een verwarmingssysteem met een aanvoertemperatuur aan de gebruikerszijde van ten minste 100 °C in het stookseizoen of in een stoomsysteem. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 53 — Artikel 53#
Artikel 53 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van stoom door middel van verbranding van houtpellets in een ketel, met een nominaal thermisch vermogen groter dan of gelijk aan 5 MWth, waarbij ten minste de stoomketel nieuw is en waarin: a. houtpellets geproduceerd uit biomassa als bedoeld in de nummers 110 tot en met 138 van de NTA 8003:2017 worden verbrand; b. reststoffen die vrijkomen uit bioraffinage als bedoeld in nummer 595 van de NTA 8003:2017 van biomassa als bedoeld in de nummers 110 tot en met 138 van de NTA 8003:2017 worden verbrand voor ten hoogste 25% van het aantal kWh dat in een kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt; of c. houtpellets geproduceerd uit biomassa als bedoeld in de nummers 160 tot en met 169 van de NTA 8003:2017 worden verbrand, voor ten hoogste vijftien vijfentachtigste deel van de som van het aantal kWh dat in een kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt, geproduceerd met biomassa als bedoeld in de onderdelen a en b. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 54 — Artikel 54#
Artikel 54 1 artikel 53 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat ten minste 97% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is. 4 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte. 5 artikel 7 van de algemene uitvoeringsregeling De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat in voldoende mate aannemelijk wordt gemaakt dat de gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheidseisen voor vaste biomassa, bedoeld in. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 55 — Artikel 55#
Artikel 55 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte door middel van verbranding van houtpellets met een brander in een ketel, oven of fornuis, met een nominaal thermisch vermogen gelijk aan of groter dan 5 MWth en een nominaal elektrisch vermogen kleiner dan of gelijk aan 100 MWth en waarin: a. houtpellets geproduceerd uit biomassa als bedoeld in de nummers 110 tot en met 138 van de NTA 8003:2017 worden verbrand; b. reststoffen die vrijkomen uit bioraffinage als bedoeld in nummer 595 van de NTA 8003:2017 van biomassa als bedoeld in de nummers 110 tot en met 138 van de NTA 8003:2017 worden verbrand voor ten hoogste 25% van het aantal kWh dat in een kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt; of c. houtpellets geproduceerd uit biomassa als bedoeld in de nummers 160 tot en met 169 van de NTA 8003:2017 worden verbrand voor ten hoogste vijftien vijfentachtigste deel van de som van het aantal kWh dat in een kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt, geproduceerd met biomassa als bedoeld in de onderdelen a en b. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 56 — Artikel 56#
Artikel 56 1 artikel 55 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte. 4 artikel 7 van de algemene uitvoeringsregeling De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat in voldoende mate aannemelijk wordt gemaakt dat de gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheidseisen voor vaste biomassa, bedoeld in. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 57 — Artikel 57#
Artikel 57 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte uitsluitend door middel van thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa als bedoeld in de NTA 8003:2017, met uitzondering van biomassa als bedoeld in de nummers 100, 150, 170 tot en met 179 van de NTA 8003:2017, waarvoor reeds subsidie op grond van het Besluit SDE is verstrekt en waarvoor op het moment van aanvraag ten minste negen jaar voordien de subsidieperiode is aangevangen in een ketel met een nominaal thermisch vermogen: a. gelijk aan of groter dan 0,5 MWth en kleiner dan 5 MWth; of b. van ten minste 5 MWth. 2 De biomassa die in de productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, wordt toegepast, is voor ten minste 97% van de energetische waarde biogeen. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 58 — Artikel 58#
Artikel 58 1 artikel 57, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte. 4 richtlijn (EU) 2018/2001 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa, dan wel de in een installatie met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen gelijk aan of groter dan 20 MW gebruikte vaste biomassa, voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de. 5 Als gebruik wordt gemaakt van houtige biomassa als bedoeld in de nummers 100 tot en met 199 van de NTA 8003:2017, draagt de subsidieontvanger er zorg voor dat de geproduceerde warmte wordt toegepast in een verwarmingssysteem met een aanvoertemperatuur aan de gebruikerszijde van ten minste 100 °C in het stookseizoen of in een stoomsysteem. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 59 — Artikel 59#
Artikel 59 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte die vrijkomt bij het composteren van uitsluitend biomassa als bedoeld in de NTA 8003:2017, met uitzondering van biomassa als bedoeld in de nummers 300 tot en met 329 van de NTA 8003:2017 in een gesloten ruimte voor compostering onder geconditioneerde omstandigheden, met een vermogen van ten minste 500 kWth. 2 De biomassa die in de productie-installatie wordt toegepast, is voor ten minste 97% van de energetische waarde biogeen. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 60 — Artikel 60#
Artikel 60 1 artikel 59, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 61 — Artikel 61#
Artikel 61 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door: a. een productie-installatie bestaande uit één of meer doubletten, waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van één of meer geothermische bronnen met een diepte van ten minste 1.500 meter met een thermisch vermogen: 1°. kleiner dan of gelijk aan 12 MWth; 2°. van ten minste 12 MWth tot ten hoogste 20 MWth; of 3°. groter dan 20 MWth; b. een productie-installatie, bestaande uit één of meer doubletten, waarmee uitsluitend door middel van één of meer geothermische bronnen met een diepte van ten minste 1.500 meter hernieuwbare warmte wordt geproduceerd die wordt aangewend voor de verwarming van gebouwde omgeving en waarbij het aantal vollasturen ten hoogste 3.500 uur bedraagt; c. een productie-installatie, bestaande uit één of meer doubletten, waarmee uitsluitend door middel van één of meer geothermische bronnen met een diepte van ten minste 1.500 meter hernieuwbare warmte wordt geproduceerd die wordt aangewend voor de verwarming van gebouwde omgeving en waarbij het aantal vollasturen ten hoogste 5.000 uur bedraagt; d. een productie-installatie bestaande uit één of meer doubletten, waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd, gebruikmakend van ten minste één olie- of gasput met een diepte van ten minste 1.500 meter met een thermisch vermogen: 1°. kleiner dan of gelijk aan 12 MWth; 2°. van ten minste 12 MWth tot ten hoogste 20 MWth; of 3°. groter dan 20 MWth; e. Besluit SDE een productie-installatie als bedoeld in de onderdelen a en d, waarvoor op het moment van aanvragen reeds een subsidie is verleend op grond van het besluit of het, die wordt uitgebreid met ten minste één aanvullende put met een diepte van ten minste 1.500 meter; of f. een productie-installatie, bestaande uit één of meer doubletten, waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van één of meer geothermische bronnen met een diepte van ten minste 4.000 meter. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 62 — Artikel 62#
Artikel 62 1 artikel 61 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 artikel 61, onderdelen a, d, e en f De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen vijf jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 artikel 61, onderdelen b en c De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen zes jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 4 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 63 — Artikel 63#
Artikel 63 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent die broeikasgas vermindert door: a. een productie-installatie, bestaande uit één of meer doubletten, waarmee koolstofdioxide-arme warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van één of meer geothermische bronnen met een diepte van ten minste 500 meter en kleiner dan 1.500 meter, waarbij de warmte wordt opgewaardeerd met een compressiewarmtepomp met een COP-waarde van ten minste 3,0 en met een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth; b. een productie-installatie, bestaande uit één of meer doubletten, waarmee koolstofdioxide-arme warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van één of meer geothermische bronnen met een diepte van ten minste 500 meter en kleiner dan 1.500 meter, waarbij de warmte wordt opgewaardeerd met een compressiewarmtepomp met een COP-waarde van ten minste 3,0 en met een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth en de warmte wordt aangewend voor de verwarming van gebouwde omgeving; of c. een productie-installatie, bestaande uit één of meer doubletten, waarmee koolstofdioxide-arme warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van één of meer geothermische bronnen met een diepte van ten minste 1.500 meter, waarbij de warmte wordt opgewaardeerd met een compressiewarmtepomp met een COP-waarde van ten minste 3,0 en met een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth en waarbij alle geproduceerde warmte wordt toegepast in een verwarmingssysteem met een aanvoertemperatuur aan de gebruikerszijde van ten minste 90 °C in het stookseizoen en de warmte wordt aangewend voor de verwarming van gebouwde omgeving. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 64 — Artikel 64#
Artikel 64 1 artikel 63 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 artikel 63, onderdeel a De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen vijf jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 artikel 63, onderdelen b en c De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen zes jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 4 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte koolstofdioxide-arme warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 65 — Artikel 65#
Artikel 65 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van koolstofdioxide-arme warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van warmte onttrokken uit oppervlaktewater of zeewater, waarbij de warmte wordt opgewaardeerd door middel van een warmtepomp met een COP-waarde van ten minste 3,0 met een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth en waarbij: a. het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 6.000 vollasturen per jaar bedraagt en de productie-installatie beschikt over een seizoensopslag voor warmte en uitsluitend warmte levert voor verwarming van gebouwde omgeving; b. het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 3.500 vollasturen per jaar bedraagt en de productie-installatie beschikt over een seizoensopslag voor warmte en uitsluitend warmte levert voor verwarming van gebouwde omgeving; c. het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 6.000 vollasturen per jaar bedraagt en de productie-installatie uitsluitend warmte levert voor verwarming van gebouwde omgeving; of d. het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 3.500 vollasturen per jaar bedraagt en de productie-installatie beschikt over een seizoensopslag voor warmte. 2022 17191 27-06-2022 24-06-2022 WJZ/22268147 2022 17191 27-06-2022 24-06-2022 WJZ/22268147 28-06-2022
Artikel 66 — Artikel 66#
Artikel 66 1 artikel 65 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte koolstofdioxide-arme warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 67 — Artikel 67#
Artikel 67 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van koolstofdioxide-arme warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van warmte onttrokken uit afvalwater of drinkwater door middel van een warmtepomp met een COP-waarde van ten minste 3,0 en met een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth. 2 De productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, levert uitsluitend warmte aan gebouwde omgeving en wordt niet gebruikt voor koudelevering. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 68 — Artikel 68#
Artikel 68 1 artikel 67, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte koolstofdioxide-arme warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 69 — Artikel 69#
Artikel 69 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van koolstofdioxide-arme warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van warmte uit zonne-energie die integraal onderdeel uitmaakt van een nieuwe tuinbouwkas. 2 De productie-installatie maakt gebruik van: a. een optisch en zonvolgend systeem waarbij zonlicht wordt geconcentreerd op collectorbuizen met een thermisch vermogen dat ten minste vier keer het nominaal thermisch vermogen van de warmtepomp bedraagt; en b. een warmtepomp met een COP-waarde van ten minste 5,0 en een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth. 3 De productie-installatie heeft een seizoensopslag van warmte. 4 De productie-installatie wordt niet gebruikt voor koudelevering. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 70 — Artikel 70#
Artikel 70 1 artikel 69, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte koolstofdioxide-arme warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 71 — Artikel 71#
Artikel 71 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van koolstofdioxide-arme warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van warmte uit zonne-energie en buitenluchtwarmte door middel van zonnecollectoren die warmte en stroom produceren, waarbij de warmte wordt aangewend voor de verwarming van gebouwde omgeving. 2 2 De productie-installatie maakt gebruik van een water-water-warmtepomp met een minimaal nominaal thermisch vermogen van 500 kWth en een COP-waarde van ten minste 3,0, waarbij de oppervlakte aan fotovoltaïsch-thermische panelen minimaal 1,2 mper kWth aan nominaal thermisch vermogen van de warmtepomp bedraagt. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 72 — Artikel 72#
Artikel 72 1 artikel 71, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte koolstofdioxide-arme warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 73 — Artikel 73#
Artikel 73 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van koolstofdioxide-arme warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van warmte door middel van elektriciteit in een ketel. 2 De productie-installatie heeft een nominaal thermisch vermogen van ten minste 5 MWth, waarbij de geproduceerde warmte wordt toegepast in een verwarmingssysteem met een aanvoertemperatuur aan de gebruikerszijde van ten minste 100 °C in het stookseizoen of in een stoomsysteem. 3 Het vermogen van de aansluiting op het elektriciteitsnet is ten minste even groot als het gezamenlijke vermogen van de op de locatie aanwezige elektroboilers. 4 Het gezamenlijke vermogen van de op de locatie aanwezige elektroboilers en de nog te plaatsen elektroboilers is niet groter dan het thermisch vermogen van de op de locatie aanwezige boilers die gestookt worden op fossiele brandstoffen en het maximale thermische vermogen dat zij gelijktijdig kunnen leveren. 5 De feitelijke productie van de productie-installatie bedraagt ten hoogste 7.000 productie-uren per jaar. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 74 — Artikel 74#
Artikel 74 1 artikel 73, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte koolstofdioxide-arme warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 75 — Artikel 75#
Artikel 75 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van koolstofdioxide-arme warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van warmte door middel van: a. een elektrisch aangedreven gesloten warmtepomp met een COP-waarde van ten minste 2,3 en een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth, waarbij het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 8.000 vollasturen per jaar bedraagt; b. een elektrisch aangedreven gesloten warmtepomp met een COP-waarde van ten minste 2,3 en een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth waarbij het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 3.000 vollasturen per jaar bedraagt; c. een elektrisch aangedreven open warmtepomp met een COP-waarde van ten minste 2,3 en ten hoogste 12,0 en een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth, waarbij het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 8.000 vollasturen per jaar bedraagt; of d. een elektrisch aangedreven open warmtepomp met een COP-waarde van ten minste 2,3 en ten hoogste 12,0 en een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth waarbij het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 3.000 vollasturen per jaar bedraagt. 2 De productie-installatie produceert warmte die op dezelfde locatie wordt gebruikt voor een industriële toepassing, niet zijnde tuinbouw, en levert geen koude. 3 De feitelijke productie van een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en d, bedraagt ten hoogste 4.000 productie-uren per jaar. 2022 16492 27-06-2022 23-06-2022 WJZ/22218735 2022 16492 27-06-2022 23-06-2022 WJZ/22218735 28-06-2022
Artikel 76 — Artikel 76#
Artikel 76 1 artikel 75, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte koolstofdioxide-arme warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 77 — Artikel 77#
Artikel 77 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van koolstofdioxide-arme warmte geproduceerd door een productie-installatie met een thermisch vermogen van ten minste 2 MWth, waarmee restwarmte wordt uitgekoppeld en naar een andere locatie wordt getransporteerd, waarbij ten minste de warmtewisselaar bij de uitkoppeling nieuw is, en: a. de warmte wordt opgewaardeerd met een nieuwe warmtepomp met een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth en een COP-waarde van ten minste 3,0 en transport plaatsvindt met behulp van een transportleiding met een verhouding van kilometer nieuw aan te leggen transportleiding per MWth outputvermogen van de productie-installatie en andere op de transportleiding invoedende installaties van: 1°. ≥ 0,10 en < 0,20; 2°. ≥ 0,20 en < 0,30; 3°. ≥ 0,30 en < 0,40; 4°. ≥ 0,40; of b. de warmte niet wordt opgewaardeerd en transport plaatsvindt met behulp van een transportleiding met een verhouding van kilometer nieuw aan te leggen transportleiding per MWth outputvermogen van de productie-installatie en andere op de transportleiding invoedende installaties van: 1°. ≥ 0,10 en < 0,20; 2°. ≥ 0,20 en < 0,30; 3°. ≥ 0,30 en < 0,40; 4°. ≥ 0,40. 2 De levering van stoom wordt uitgesloten van subsidie. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 78 — Artikel 78#
Artikel 78 1 artikel 77, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte koolstofdioxide-arme warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 79 — Artikel 79#
Artikel 79 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van waterstof geproduceerd door een productie-installatie die waterstof produceert met behulp van elektrolyse met een nominale capaciteit van ten minste 500 kW met: a. een aansluiting op het elektriciteitsnet; of b. een directe aansluiting op een productie-installatie die elektriciteit produceert met behulp van windenergie of een productie-installatie die elektriciteit produceert uit zonlicht door middel van fotovoltaïsche zonnepanelen. 2 De productie-installatie is in staat om, terwijl deze gereed is voor gebruik, minder dan 1% elektriciteit te verbruiken van het maximale vermogen van de productie-installatie. 3 De feitelijke productie van een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, bedraagt ten hoogste 5.000 productie-uren per jaar. 4 De subsidie, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel b, wordt niet verstrekt indien: a. voor de productie van de geleverde elektriciteit van een productie-installatie die elektriciteit produceert met behulp van windenergie, of een productie-installatie die elektriciteit produceert uit door middel van zonne-energie subsidie is of wordt verstrekt; of b. de door de productie-installatie gebruikte elektriciteit niet is geproduceerd door de productie-installatie voor hernieuwbare elektriciteit die met de directe lijn is aangesloten. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 80 — Artikel 80#
Artikel 80 1 artikel 79, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 81 — Artikel 81#
Artikel 81 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van geavanceerde hernieuwbare brandstof die wordt geproduceerd door een productie-installatie waarmee: a. bioethanol wordt geproduceerd uit vaste lignocellulosehoudende biomassa, waarvan maximaal 50% B-Hout is als bedoeld in nummers 170 tot en met 179 van de NTA 8003:2017; b. biomethanol wordt geproduceerd uit vaste lignocellulosehoudende biomassa, waarvan maximaal 50% B-Hout is als bedoeld in nummers 170 tot en met 179 van de NTA 8003:2017; c. bioLNG wordt geproduceerd door middel van monomestvergisting; d. bioLNG wordt geproduceerd door middel van allesvergisting; of e. diesel- en benzinevervangers worden geproduceerd uit vaste lignocellulosehoudende biomassa, waarvan maximaal 50% B-Hout is als bedoeld in nummers 170 tot en met 179 van de NTA 8003:2017. 2 paragraaf 9.7.5 van de Wet milieubeheer De geavanceerde hernieuwbare brandstof wordt in Nederland wordt geleverd aan wegvoertuigen of binnenvaartschepen en wordt ingeboekt in het register hernieuwbare energie vervoer, bedoeld in. 3 richtlijn (EU) 2018/2001 De productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, onderdelen c en d, maakt uitsluitend gebruik van grondstoffen als bedoeld in deel A van bijlage IX bij de. 4 richtlijn (EU) 2018/2001 De productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b en e, maakt uitsluitend gebruik van vaste grondstoffen als bedoeld onder o) met uitzondering van zwart residuloog, bruin residuloog, vezelslib, lignine en tallolie, en q) van deel A van Bijlage IX bij de. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 82 — Artikel 82#
Artikel 82 1 artikel 81, eerste lid, onderdelen a, b en e De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 artikel 81, eerste lid, onderdelen c en d De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 3 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 83 — Artikel 83#
Artikel 83 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van koolstofdioxide-arme warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van koolstofdioxide-arme warmte door middel van elektriciteit in een hybride glasoven met een elektrisch aansluitvermogen van ten minste 500 kWe, en waarbij het elektrisch vermogen van de hybride glasoven ten minste 80% bedraagt van het nominaal thermisch vermogen van de hybride glasoven. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 84 — Artikel 84#
Artikel 84 1 artikel 83 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 85 — Artikel 85#
Artikel 85 1 artikel 16.5 van de Wet milieubeheer De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent die met een productie-installatie koolstofdioxide afvangt en permanent opslaat of doet opslaan door een houder van een vergunning voor het exploiteren van een broeikasgasinstallatie als bedoeld inin een ondergronds opslagvoorkomen voor koolstofdioxide, waarbij: a. het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 4.000 vollasturen per jaar bedraagt, de koolstofdioxide wordt afgevangen die ontstaat bij een op het moment van indienen van de aanvraag bestaand proces, en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding, en ten minste de compressor nieuw is; 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de vervloeiingsinstallatie nieuw is; of 3°. vloeibaar transport van koolstofdioxide; b. het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 8.000 vollasturen per jaar bedraagt, de koolstofdioxide wordt afgevangen die ontstaat bij een op het moment van indienen van de aanvraag bestaand proces, en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding, en ten minste de compressor nieuw is; of 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de vervloeiingsinstallatie nieuw is; c. de koolstofdioxide wordt afgevangen die ontstaat bij een op het moment van indienen van de aanvraag bestaand proces, en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding en ten minste de installatie voor de afvang van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; of 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de afvang van koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn; d. de koolstofdioxide wordt afgevangen die ontstaat bij een nieuw productieproces voor de productie van waterstof uit restgassen en waarbij de waterstof wordt ingezet in een productieproces voor ondervuring in een ketel, fornuis of warmtekrachtkoppeling, en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding, en ten minste de installatie voor de afvang van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; of 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de afvang van koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn; e. de koolstofdioxide wordt afgevangen die ontstaat bij een op het moment van indienen van de aanvraag bestaand verbrandingsproces, en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding, en ten minste de installatie voor de afvang van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; of 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de afvang van koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn; f. de afvang van koolstofdioxide gebeurt in een nieuw proces, en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding, en ten minste de installatie voor de afvang van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; of 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de afvang van koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn; g. de afvang van koolstofdioxide gebeurt bij een nieuw verbrandingsproces, en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding, en ten minste de installatie voor de afvang van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; of 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de afvang van koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn. 2 artikel 89, eerste lid, aanhef en onderdeel a, c, d, e, f of g Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 1°, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in. 3 artikel 85, eerste lid, aanhef en onderdeel a, b, c, f, g, h, l of m, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2021 Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 1°, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in. 4 artikel 89, eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdelen 1° of 2°, onderdeel c, subonderdelen 1° of 2°, onderdeel d, subonderdelen 1° of 2°, onderdeel e, subonderdelen 1° of 2°, onderdeel f, subonderdelen 1° of 2° of onderdeel g, subonderdeel 1° Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 2°, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in. 5 artikel 85, eerste lid, aanhef en onderdeel a, c, f, h of l, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2021 Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 2°, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in. 6 artikel 89, eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 3°, onderdeel c, subonderdeel 3°, onderdeel d, subonderdeel 3°, onderdeel e, subonderdeel 3°, onderdeel f, subonderdeel 3° of onderdeel g, subonderdeel 2° Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 3°, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in. 7 artikel 85, eerste lid, aanhef en onderdeel b, g of m, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2021 Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 3°, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in, of. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 86 — Artikel 86#
Artikel 86 1 artikel 85, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen zes jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 87 — Artikel 87#
Artikel 87 1 titel 16.2 van de Wet milieubeheer artikel 16.5 van de Wet milieubeheer De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent die niet valt onder het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten, bedoeld in, en die met een productie-installatie koolstofdioxide afvangt en permanent opslaat of doet opslaan door een houder van een vergunning voor het exploiteren van een broeikasgasinstallatie als bedoeld inin een ondergronds opslagvoorkomen voor koolstofdioxide, waarbij: a. het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 4.000 vollasturen per jaar bedraagt, de koolstofdioxide wordt afgevangen die ontstaat bij een op het moment van indienen van de aanvraag bestaand proces, en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding, en ten minste de compressor nieuw is; 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en tenminste de vervloeiingsinstallatie nieuw is; of 3°. vloeibaar transport van koolstofdioxide; b. het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 8.000 vollasturen per jaar bedraagt, de koolstofdioxide wordt afgevangen die ontstaat bij een op het moment van indienen van de aanvraag bestaand proces, en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding, en ten minste de compressor nieuw is; of 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de vervloeiingsinstallatie nieuw is; c. de koolstofdioxide wordt afgevangen die ontstaat bij een op het moment van indienen van de aanvraag bestaand proces, en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding en ten minste de installatie voor de afvang van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; of 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de afvang van koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn; d. de koolstofdioxide wordt afgevangen die ontstaat bij een nieuw productieproces voor de productie van waterstof uit restgassen en waarbij de waterstof wordt ingezet in een productieproces voor ondervuring in een ketel, fornuis of warmtekrachtkoppeling, en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding, en ten minste de installatie voor de afvang van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; of 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de afvang van koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn; e. de koolstofdioxide wordt afgevangen die ontstaat bij een op het moment van indienen van de aanvraag bestaand verbrandingsproces, en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding, en ten minste de installatie voor de afvang van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; of 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de afvang van koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn; f. de afvang van koolstofdioxide gebeurt bij een op het moment van indienen van de aanvraag bestaande afvalverbrandingsinstallatie, en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding, en ten minste de installatie voor de afvang van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; of 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de afvang van koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn; g. de afvang van koolstofdioxide gebeurt in een nieuw proces, en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding, en ten minste de installatie voor de afvang van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; of 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de afvang van koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn; h. de afvang van koolstofdioxide gebeurt bij een nieuw verbrandingsproces, en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding, en ten minste de installatie voor de afvang van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; of 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de afvang van koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn. 2 artikel 89, eerste lid, aanhef en onderdelen a, c, d, e, f of g Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 1°, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in. 3 artikel 85, eerste lid, aanhef en onderdeel a, b, c, f, g, h, i, j, k, l of m van de regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2021 Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 1°, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld. 4 artikel 89, eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdelen 1° of 2°, onderdeel c, subonderdelen 1° of 2°, onderdeel d, subonderdelen 1° of 2°, onderdeel e, subonderdelen 1° of 2°, onderdeel f, subonderdelen 1° of 2° of onderdeel g, subonderdeel 1° Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 2°, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in. 5 artikel 85, eerste lid, aanhef en onderdeel a, c, f, h, i, k, of l van de regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2021 Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 2°, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in. 6 artikel 89, eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 3°, onderdeel c, subonderdeel 3°, onderdeel d, subonderdeel 3°, onderdeel e, subonderdeel 3°, onderdeel f, subonderdeel 3° of onderdeel g, subonderdeel 2° Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 3°, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in. 7 artikel 85, eerste lid, aanhef en onderdeel b, g, j of m van de regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2021 Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 3°, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 88 — Artikel 88#
Artikel 88 1 artikel 87, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen zes jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 89 — Artikel 89#
Artikel 89 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent die met een productie-installatie koolstofdioxide afvangt en gebruikt of doet gebruiken ter vermindering van broeikasgas door middel van nuttig aangewende koolstofdioxide, waarbij: a. de koolstofdioxide wordt afgevangen bij een op het moment van indienen van de aanvraag bestaand proces, en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een transportleiding, en ten minste de installatie voor de afvang van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; 2°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een transportleiding, en ten minste de installatie voor de afvang van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn, en de transportleiding wordt uitgebreid of nieuw aangelegd; of 3°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de afvang van koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn; b. de koolstofdioxide wordt afgevangen bij een op het moment van indienen van de aanvraag bij een bestaand proces, en gebruik wordt gemaakt van vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de vervloeiingsinstallatie nieuw is; c. de koolstofdioxide wordt afgevangen bij een nieuw proces, en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een transportleiding, en ten minste de installatie voor de afvang van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; 2°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een transportleiding, en ten minste de installatie voor de afvang van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn, en de transportleiding wordt uitgebreid of nieuw aangelegd; of 3°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de afvang van koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn; d. de koolstofdioxide die wordt afgevangen ontstaat bij een op het moment van indienen van de aanvraag bestaande verbrandingsproces, en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een transportleiding, en ten minste de installatie voor de afvang van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; 2°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een transportleiding, en ten minste de installatie voor de afvang van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn, en de transportleiding wordt uitgebreid of nieuw aangelegd; of 3°. vloeibaar transport van koolstofdioxide en ten minste de installatie voor de afvang van koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn; e. de koolstofdioxide die wordt afgevangen ontstaat bij een nieuw verbrandingsproces, en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een transportleiding, en ten minste de installatie voor de afvang van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; 2°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een transportleiding en ten minste de installatie voor de afvang van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn, en de transportleiding wordt uitgebreid of nieuw aangelegd; of 3°. vloeibaar transport van koolstofdioxide en ten minste de installatie voor de afvang van koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn; f. de koolstofdioxide wordt afgevangen die ontstaat bij een in een op het moment van indienen van de aanvraag bestaande afvalverbrandingsinstallatie, en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een transportleiding, en ten minste de installatie voor de afvang van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; 2°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een transportleiding, en ten minste de installatie voor de afvang van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn, en de transportleiding wordt uitgebreid of nieuw aangelegd; of 3°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de afvang van koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn; g. de koolstofdioxide wordt afgevangen bij een biomassaverbrandingsinstallatie, en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een transportleiding, en ten minste de installatie voor de afvang van koolstofdioxide nieuw is; of 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de afvang van koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn. 2 artikel 85, eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 1° artikel 87, eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 1° Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, c, d, e, f of g, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld inof. 3 artikel 85, eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 2° artikel 87, eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 2° Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdelen 1° of 2°, onderdeel c, subonderdelen 1° of 2°, onderdeel d, subonderdelen 1° of 2°, onderdeel e, subonderdelen 1° of 2°, onderdeel f, subonderdelen 1° of 2° of onderdeel g, subonderdeel 1° kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld inof. 4 artikel 85, eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 3° artikel 87, eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 3° Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 3°, onderdeel c, subonderdeel 3°, onderdeel d, subonderdeel 3°, onderdeel e, subonderdeel 3°, onderdeel f, subonderdeel 3° of onderdeel g, subonderdeel 2° kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld inof. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 90 — Artikel 90#
Artikel 90 1 artikel 89, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen zes jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 91 — Artikel 91#
Artikel 91 1 Voor de fase, genoemd in de eerste kolom van onderstaande tabel, wordt: a. de periode waarbinnen de aanvragen ontvangen moeten zijn, vastgesteld van de datum, genoemd in de tweede kolom van onderstaande tabel, tot de datum, genoemd in de tweede kolom van onderstaande tabel, van de daarop volgende fase; de vijfde fase sluit op 6 oktober 2022, 17:00 uur; b. artikelen 10, eerste lid 27, eerste lid 43a, eerste lid 55e, eerste lid, van het besluit het fasebedrag voor de subsidie, bedoeld in de,,, en, per respectievelijke fase vastgesteld op het in de derde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag. 1 2 3 fase periode openstelling fasebedrag in euro/1.000 kg broeikasgas 1 Van 28 juni 2022, 9:00 uur tot 11 juli 2022, 17:00 uur 65 2 Van 11 juli 2022, 17:00 uur tot 29 augustus 2022, 17:00 uur 75 3 Van 29 augustus 2022, 17:00 uur tot 12 september 2022, 17:00 uur 105 4 Van 12 september 2022, 17:00 uur tot 26 september 2022, 17.00 uur 165 5 Van 26 september 2022, 17:00 uur tot 6 oktober 2022, 17.00 uur 300 2 artikelen 10, eerste lid artikel 27, eerste lid 43a, eerste lid 55e, eerste lid, van het besluit Voor de fase 1 tot en met 5, bedoeld in het eerste lid, wordt in afwijking van het fasebedrag, genoemd in de derde kolom van de tabel in het eerste lid, het omgerekende fasebedrag voor de subsidie, bedoeld in de,, enen, voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas, hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking en vermindering van broeikasgas, vastgesteld op het respectievelijk in de derde, vierde, vijfde, zesde en zevende kolom van onderstaande tabellen genoemde bedrag. 1 2 3 4 5 6 7 Artikel regeling Categorie Fasebedrag in euro/kWh Fase 1 Fase 2 Fase 3 Fase 4 Fase 5 Artikel 11, onderdeel a Waterkracht, valhoogte < 50 cm 0,0547 0,0560 0,0599 0,0677 0,0852 Artikel 11, onderdeel b Waterkracht, valhoogte ≥ 50 cm 0,0547 0,0560 0,0599 0,0677 0,0852 Artikel 11, onderdeel c Waterkracht, valhoogte ≥ 50 cm, renovatie 0,0547 0,0560 0,0599 0,0677 0,0852 Artikel 13 Osmose 0,0547 0,0560 0,0599 0,0677 0,0852 Artikel 15, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° Wind op land, ≥ 8,5 m/s 0,0389 0,0393 0,0393 0,0393 0,0393 Artikel 15, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° Wind op land, ≥ 8 en < 8,5 m/s 0,0389 0,0400 0,0410 0,0410 0,0410 Artikel 15, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 3° Wind op land, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,0389 0,0400 0,0433 0,0441 0,0441 Artikel 15, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 4° Wind op land, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,0389 0,0400 0,0433 0,0482 0,0482 Artikel 15, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 5° Wind op land, ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,0389 0,0400 0,0433 0,0500 0,0509 Artikel 15, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 6° Wind op land, < 6,75 m/s 0,0389 0,0400 0,0433 0,0500 0,0554 Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 8,5 m/s 0,0389 0,0400 0,0433 0,0455 0,0455 Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 8 en < 8,5 m/s 0,0389 0,0400 0,0433 0,0481 0,0481 Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 3° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,0389 0,0400 0,0433 0,0500 0,0523 Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 4° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,0389 0,0400 0,0433 0,0500 0,0574 Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 5° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,0389 0,0400 0,0433 0,0500 0,0610 Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 6° Wind op land, hoogtebeperkt < 6,75 m/s 0,0389 0,0400 0,0433 0,0500 0,0649 Artikel 19, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° Wind op waterkering, ≥ 8,5 m/s 0,0389 0,0400 0,0425 0,0425 0,0425 Artikel 19, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° Wind op waterkering, ≥ 8 en < 8,5 m/s 0,0389 0,0400 0,0433 0,0444 0,0444 Artikel 19, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 3° Wind op waterkering, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,0389 0,0400 0,0433 0,0475 0,0475 Artikel 19, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 4° Wind op waterkering, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,0389 0,0400 0,0433 0,0500 0,0518 Artikel 19, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 5° Wind op waterkering, ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,0389 0,0400 0,0433 0,0500 0,0554 Artikel 19, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 6° Wind op waterkering, < 6,75 m/s 0,0389 0,0400 0,0433 0,0500 0,0599 Artikel 21, eerste lid Wind in meer, water ≥ 1 km² 0,0389 0,0400 0,0433 0,0500 0,0592 Artikel 23, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1° Zon-PV ≥ 15 kWp en < 1 MWp aansluiting > 3*80 A, gebouwgebonden 0,0705 0,0705 0,0705 0,0705 0,0705 Artikel 23, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° Zon-PV ≥ 1 MWp, gebouwgebonden 0,0643 0,0654 0,0670 0,0670 0,0670 Artikel 23, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° Zon-PV ≥ 15 kWp en < 1 MWp aansluiting > 3*80 A, drijvend op water 0,0656 0,0667 0,0699 0,0705 0,0705 Artikel 23, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° Zon-PV ≥ 1 MWp, drijvend op water 0,0461 0,0472 0,0504 0,0569 0,0668 Artikel 23, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° Zon-PV ≥ 15 kWp en < 1 MWp aansluiting > 3*80 A, op land 0,0656 0,0667 0,0677 0,0677 0,0677 Artikel 23, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° Zon-PV ≥ 1 MWp en < 15 MWp, op land 0,0461 0,0472 0,0504 0,0567 0,0567 Artikel 23, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 3° Zon-PV ≥ 15 MWp, op land 0,0425 0,0436 0,0468 0,0533 0,0538 Artikel 23, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1° Zon-PV ≥ 1 MWp en < 15 MWp, zonvolgend op land 0,0461 0,0472 0,0504 0,0551 0,0551 Artikel 23, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2° Zon-PV ≥ 15 MWp, zonvolgend op land 0,0425 0,0436 0,0468 0,0524 0,0524 Artikel 23, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 3° Zon-PV ≥ 1 MWp, zonvolgend op water 0,0460 0,0471 0,0502 0,0566 0,0646 Artikel 25, onderdeel a Allesvergisting, gas 0,0333 0,0351 0,0406 0,0516 0,0701 Artikel 25, onderdeel b Monomestvergisting > 400 kW, gas 0,0432 0,0466 0,0567 0,0768 0,0777 Artikel 25, onderdeel c Monomestvergisting ≤ 400 kW, gas 0,0432 0,0466 0,0567 0,0768 0,1111 Artikel 27, onderdeel a Allesvergisting verlengde levensduur, gas (nieuwe gasopwaardeerinstallatie) 0,0333 0,0351 0,0406 0,0516 0,0608 Artikel 27, onderdeel b Allesvergisting verlengde levensduur, gas 0,0333 0,0351 0,0406 0,0516 0,0578 Artikel 27, onderdeel c Monomestvergisting verlengde levensduur ≤ 400 kW, gas (nieuwe gasopwaardeerinstallatie) 0,0432 0,0466 0,0567 0,0768 0,0974 Artikel 27, onderdeel d Monomestvergisting verlengde levensduur ≤ 400 kW, gas 0,0432 0,0466 0,0567 0,0768 0,0911 Artikel 29, eerste lid RWZI verbeterde slibgisting, gas 0,0333 0,0351 0,0406 0,0516 0,0763 Artikel 31 RWZI bestaande slibgisting (nieuwe gasopwaardeerinstallatie) 0,0320 0,0320 0,0320 0,0320 0,0320 Artikel 33, onderdeel a Biomassavergassing (inclusief B-hout) 0,0337 0,0356 0,0413 0,0526 0,0683 Artikel 33, onderdeel b Biomassavergassing (exclusief B-hout) 0,0333 0,0351 0,0406 0,0516 0,0763 Artikel 35, eerste lid, onderdeel a Zonthermie ≥ 140 kWth en < 1 MWth 0,0523 0,0546 0,0613 0,0749 0,0949 Artikel 35, eerste lid, onderdeel b Zonthermie ≥ 1 MWth 0,0470 0,0493 0,0560 0,0696 0,0808 Artikel 37, onderdeel a Allesvergisting, warmte 0,0470 0,0493 0,0560 0,0672 0,0672 Artikel 37, onderdeel b Allesvergisting, gecombineerde opwekking 0,0535 0,0557 0,0623 0,0749 0,0749 Artikel 37, onderdeel c Monomestvergisting, warmte > 400 kW 0,0569 0,0607 0,0721 0,0821 0,0821 Artikel 37, onderdeel d Monomestvergisting, gecombineerde opwekking > 400 kW 0,0664 0,0701 0,0812 0,0977 0,0977 Artikel 37, onderdeel e Monomestvergisting, warmte ≤ 400 kW 0,0569 0,0607 0,0721 0,0948 0,1143 Artikel 37, onderdeel f Monomestvergisting, gecombineerde opwekking ≤ 400 kW 0,0831 0,0868 0,0980 0,1204 0,1671 Artikel 39, onderdeel a Allesvergisting verlengde levensduur, warmte 0,0470 0,0493 0,0560 0,0609 0,0609 Artikel 39, onderdeel b Allesvergisting verlengde levensduur, gecombineerde opwekking 0,0535 0,0557 0,0623 0,0635 0,0635 Artikel 39, onderdeel c Monomestvergisting verlengde levensduur, warmte ≤ 400 kW 0,0569 0,0607 0,0721 0,0822 0,0822 Artikel 39, onderdeel d Monomestvergisting verlengde levensduur, gecombineerde opwekking ≤ 400 kW 0,0831 0,0868 0,0980 0,1204 0,1222 Artikel 41, eerste lid, onderdeel a RWZI verbeterde slibgisting, warmte 0,0470 0,0493 0,0560 0,0685 0,0685 Artikel 41, eerste lid, onderdeel b RWZI verbeterde slibgisting, gecombineerde opwekking 0,0571 0,0593 0,0659 0,0791 0,0936 Artikel 43 Ketel op vloeibare biomassa 0,0471 0,0494 0,0563 0,0657 0,0657 Artikel 45 Kleine ketel op vaste of vloeibare biomassa 0,0475 0,0498 0,0568 0,0618 0,0618 Artikel 47, onderdeel a Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (4.500 vollasturen) 0,0367 0,0390 0,0461 0,0529 0,0529 Artikel 47, onderdeel b Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (5.000 vollasturen) 0,0367 0,0390 0,0461 0,0520 0,0520 Artikel 47, onderdeel c Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (5.500 vollasturen) 0,0367 0,0390 0,0461 0,0510 0,0510 Artikel 47, onderdeel d Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (6.000 vollasturen) 0,0367 0,0390 0,0461 0,0503 0,0503 Artikel 47, onderdeel e Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (6.500 vollasturen) 0,0367 0,0390 0,0461 0,0496 0,0496 Artikel 47, onderdeel f Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (7.000 vollasturen) 0,0367 0,0390 0,0461 0,0493 0,0493 Artikel 47, onderdeel g Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (7.500 vollasturen) 0,0367 0,0390 0,0461 0,0489 0,0489 Artikel 47, onderdeel h Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (8.000 vollasturen) 0,0367 0,0390 0,0461 0,0485 0,0485 Artikel 47, onderdeel i Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (8.500 vollasturen) 0,0367 0,0390 0,0461 0,0480 0,0480 Artikel 49 Grote ketel op B-hout 0,0289 0,0289 0,0289 0,0289 0,0289 Artikel 51 Grote ketel op houtpellets voor gebouwde omgeving 0,0316 0,0339 0,0408 0,0547 0,0697 Artikel 53 Grote stoomketel op houtpellets 0,0364 0,0387 0,0456 0,0595 0,0685 Artikel 55 Directe inzet (brander) van houtpellets voor industriële toepassingen 0,0441 0,0464 0,0521 0,0521 0,0521 Artikel 57, eerste lid, onderdeel a Kleine ketel op vaste of vloeibare biomassa verlengde levensduur 0,0342 0,0342 0,0342 0,0342 0,0342 Artikel 57, eerste lid, onderdeel b Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa verlengde levensduur 0,0367 0,0385 0,0385 0,0385 0,0385 Artikel 59, eerste lid Composteringsinstallatie, warmte 0,0462 0,0462 0,0462 0,0462 0,0462 Artikel 61, onderdelen a, subonderdeel 1° en d, subonderdeel 1° Diepe geothermie < 12 MWth, basislast 0,0451 0,0494 0,0620 0,0620 0,0620 Artikel 61, onderdelen a, subonderdeel 2° en d, subonderdeel 2° Diepe geothermie ≥ 12 MWth en < 20 MWth, basislast 0,0437 0,0437 0,0437 0,0437 0,0437 Artikel 61, onderdelen a, subonderdeel 3° en d, subonderdeel 3° Diepe geothermie ≥ 20 MWth, basislast 0,0417 0,0417 0,0417 0,0417 0,0417 Artikel 61, onderdeel b Diepe geothermie, geen basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0448 0,0491 0,0621 0,0882 0,1072 Artikel 61, onderdeel c Diepe geothermie, middenlast, verwarming gebouwde omgeving 0,0451 0,0494 0,0626 0,0888 0,0889 Artikel 61, onderdeel e Diepe geothermie, basislast, aanvullende put 0,0310 0,0310 0,0310 0,0310 0,0310 Artikel 61, onderdeel f Ultradiepe geothermie, basislast 0,0452 0,0496 0,0628 0,0681 0,0681 Artikel 63, onderdeel a Ondiepe geothermie met warmtepomp, basislast, 0,0414 0,0452 0,0567 0,0768 0,0768 Artikel 63, onderdeel b Ondiepe geothermie met warmtepomp, geen basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0414 0,0452 0,0567 0,0796 0,1160 Artikel 63, onderdeel c Diepe geothermie met warmtepomp, basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0412 0,0450 0,0563 0,0790 0,0978 Artikel 65, onderdeel a Thermische energie uit oppervlaktewater met seizoensopslag, basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0285 0,0303 0,0358 0,0468 0,0715 Artikel 65, onderdeel b Thermische energie uit oppervlaktewater met seizoensopslag, geen basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0285 0,0303 0,0358 0,0468 0,0715 Artikel 65, onderdeel c Thermische energie uit oppervlaktewater, basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0289 0,0308 0,0364 0,0478 0,0547 Artikel 65, onderdeel d Thermische energie uit oppervlaktewater met seizoensopslag, directe toepassing 0,0291 0,0311 0,0369 0,0484 0,0642 Artikel 67, eerste lid Thermische energie uit drink- en afvalwater, basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0288 0,0307 0,0364 0,0477 0,0731 Artikel 69, eerste lid Daglichtkas 0,0342 0,0362 0,0421 0,0540 0,0771 Artikel 71, eerste lid Zon-PVT systeem 0,0441 0,0441 0,0441 0,0441 0,0441 Artikel 73, eerste lid Elektroboiler 0,0361 0,0384 0,0451 0,0587 0,0604 Artikel 75, eerste lid, onderdeel a Industriële gesloten warmtepomp (8.000 uur) 0,0337 0,0356 0,0381 0,0381 0,0381 Artikel 75, eerste lid, onderdeel b Industriële gesloten warmtepomp (3.000 uur) 0,0337 0,0356 0,0412 0,0526 0,0778 Artikel 75, eerste lid, onderdeel c Industriële open warmtepomp (8.000 uur) 0,0349 0,0370 0,0395 0,0395 0,0395 Artikel 75, eerste lid, onderdeel d Industriële open warmtepomp (3.000 uur) 0,0349 0,0370 0,0432 0,0556 0,0836 Artikel 77, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1° Restwarmtebenutting met warmtepomp, transportleiding ≥ 0,10 en < 0,20 km/MWth 0,0287 0,0306 0,0362 0,0474 0,0501 Artikel 77, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° Restwarmtebenutting met warmtepomp, transportleiding ≥ 0,20 en < 0,30 km/MWth 0,0287 0,0306 0,0362 0,0473 0,0535 Artikel 77, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3° Restwarmtebenutting met warmtepomp, transportleiding ≥ 0,30 en < 0,40 km/MWth 0,0287 0,0306 0,0361 0,0473 0,0570 Artikel 77, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 4° Restwarmtebenutting met warmtepomp, transportleiding ≥ 0,40 km/MWth 0,0287 0,0305 0,0361 0,0473 0,0604 Artikel 77, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° Restwarmtebenutting, transportleiding ≥ 0,10 en < 0,20 km/MWth 0,0141 0,0141 0,0141 0,0141 0,0141 Artikel 77, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° Restwarmtebenutting, transportleiding ≥ 0,20 en < 0,30 km/MWth 0,0181 0,0181 0,0181 0,0181 0,0181 Artikel 77, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 3° Restwarmtebenutting, transportleiding ≥ 0, 30 en < 0, 40 km/MWth 0,0221 0,0221 0,0221 0,0221 0,0221 Artikel 77, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 4° Benutting restwarmte, transportleiding ≥ 0,40 km/MWth 0,0261 0,0261 0,0261 0,0261 0,0261 Artikel 79, eerste lid, onderdeel a Waterstof uit elektrolyse, netgekoppeld 0,0489 0,0512 0,0580 0,0718 0,1027 Artikel 79, eerste lid, onderdeel b Waterstof uit elektrolyse, directe lijn met windpark 0,0489 0,0512 0,0580 0,0718 0,1027 Artikel 81, eerste lid, onderdeel a Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, bio-ethanol uit vaste lignocellulosehoudende biomassa 0,0820 0,0849 0,0934 0,1106 0,1229 Artikel 81, eerste lid, onderdeel b Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, bio-methanol uit vaste lignocellulosehoudende biomassa 0,0797 0,0822 0,0897 0,1047 0,1070 Artikel 81 eerste lid, onderdeel c Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, bio-LNG uit monomestvergisting 0,0527 0,0566 0,0685 0,0923 0,0940 Artikel 81, eerste lid, onderdeel d Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, bio-LNG uit allesvergisting 0,0427 0,0451 0,0524 0,0669 0,0873 Artikel 81, eerste lid, onderdeel e Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, diesel- en benzinevervangers uit vaste lignocellulose houdende biomassa 0,0795 0,0823 0,0907 0,1038 0,1038 Artikel 83 Hybride glasoven 0,0524 0,0536 0,0574 0,0651 0,0821 1 2 3 4 5 6 7 Artikel regeling Categorie 2 Fasebedrag in euro/1.000 kg CO Fase 1 Fase 2 Fase 3 Fase 4 Fase 5 Artikel 85, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1⁰ 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag bij bestaande installaties, gasvormig transport 119,4518 128,5169 148,6825 148,6825 148,6825 Artikel 85, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2⁰ 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag bij bestaande installaties, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 119,1391 128,1562 155,2072 174,2395 174,2395 Artikel 85, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3⁰ 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag bij bestaande installaties, vloeibaar transport 119,1391 128,1562 131,5674 131,5674 131,5674 Artikel 85, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1⁰ 2 CCS – Volledige CO-opslag bij bestaande installaties, gasvormig transport 97,9525 97,9525 97,9525 97,9525 97,9525 Artikel 85, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2⁰ 2 CCS – Volledige CO-opslag bij bestaande installaties, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 119,1391 128,1562 133,1080 133,1080 133,1080 Artikel 85, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1⁰ 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport 119,4518 125,0354 125,0354 125,0354 125,0354 Artikel 85, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2⁰ 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-afvang, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 119,1391 128,1562 155,2072 156,9544 156,9544 Artikel 85, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1⁰ 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-afvang bij waterstofproductie uit restgassen voor ondervuring, gasvormig transport 119,0034 127,9996 154,9880 158,4041 158,4041 Artikel 85, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2⁰ 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-afvang bij waterstofproductie uit restgassen voor ondervuring, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 118,6908 127,6388 154,4829 192,3477 192,3477 Artikel 85, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 1⁰ 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport 114,2075 122,4658 147,2407 157,9840 157,9840 Artikel 85, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 2⁰ 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 113,8948 122,1050 146,7356 189,1134 189,1134 Artikel 85, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 1⁰ 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport 106,2463 106,2463 106,2463 106,2463 106,2463 Artikel 85, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 2⁰ 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 119,5358 128,6138 141,8014 141,8014 141,8014 Artikel 85, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 1⁰ 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport 115,2358 123,6523 141,8856 141,8856 141,8856 Artikel 85, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 2⁰ 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 114,9231 123,2915 148,3967 171,3721 171,3721 Artikel 87, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1⁰ 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 58,9233 67,9884 95,1838 148,6825 148,6825 Artikel 87, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2⁰ 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 58,6106 67,6277 94,6787 148,7808 174,2395 Artikel 87, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3⁰ 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport 58,6106 67,6277 94,6787 131,5674 131,5674 Artikel 87, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1⁰ 2 CCS – Volledige CO-opslag bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 58,9233 67,9884 95,1838 97,9525 97,9525 Artikel 87, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2⁰ 2 CCS – Volledige CO-opslag bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 58,6106 67,6277 94,6787 133,1080 133,1080 Artikel 87, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1⁰ 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-afvang, bestaande installatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 58,9233 67,9884 95,1838 125,0354 125,0354 Artikel 87, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2⁰ 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-afvang, bestaande installatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 58,6106 67,6277 94,6787 148,7808 156,9544 Artikel 87, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1⁰ 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-afvang bij waterstofproductie uit restgassen voor ondervuring niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 58,4749 67,4711 94,4595 148,4363 158,4041 Artikel 87, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2⁰ 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-afvang bij waterstofproductie uit restgassen voor ondervuring niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 58,1623 67,1103 93,9544 147,6427 192,3477 Artikel 87, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 1⁰ 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 53,6790 61,9373 86,7122 136,2620 157,9840 Artikel 87, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 2⁰ 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 53,3663 61,5765 86,2071 135,4683 189,1134 Artikel 87, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 1⁰ 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande afvalverbrandingsinstallatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 48,4199 55,8692 78,2168 122,9121 172,2732 Artikel 87, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 2⁰ 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande afvalverbrandingsinstallatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 48,1073 55,5084 77,7118 122,1185 207,5591 Artikel 87, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 1⁰ 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-afvang, nieuwe installatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 59,3199 68,4461 95,8245 106,2463 106,2463 Artikel 87, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 2⁰ 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-afvang, nieuwe installatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 59,0073 68,0853 95,3194 141,8014 141,8014 Artikel 87, eerste lid, onderdeel h, subonderdeel 1⁰ 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 54,7073 63,1238 88,3733 138,8723 141,8856 Artikel 87, eerste lid, onderdeel h, subonderdeel 2⁰ 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 54,3946 62,7630 87,8682 138,0786 171,3721 Artikel 89, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1° 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport 88,1004 88,1004 88,1004 88,1004 88,1004 Artikel 89, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 102,0525 102,0525 102,0525 102,0525 102,0525 Artikel 89, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3° 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-afvang, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 124,9445 133,2626 135,8253 135,8253 135,8253 Artikel 89, eerste lid, onderdeel b 2 Extra CCU – Bestaande CO-afvang, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 84,8423 84,8423 84,8423 84,8423 84,8423 Artikel 89, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport 56,2011 56,2011 56,2011 56,2011 56,2011 Artikel 89, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 70,1532 70,1532 70,1532 70,1532 70,1532 Artikel 89, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 3° 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 111,1811 111,1811 111,1811 111,1811 111,1811 Artikel 89, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport 120,0055 127,5638 145,6955 145,6955 145,6955 Artikel 89, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 120,0055 127,5638 150,2387 159,6476 159,6476 Artikel 89, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 3° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 119,6928 127,2030 149,7336 194,7948 195,4933 Artikel 89, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 1° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport 114,5953 114,5953 114,5953 114,5953 114,5953 Artikel 89, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 2° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 121,0338 128,5474 128,5474 128,5474 128,5474 Artikel 89, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 3° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 120,7211 128,3895 151,3947 162,1859 162,1859 Artikel 89, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 1° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang bij bestaande afvalverbrandingsinstallatie, gasvormig transport 114,7464 121,4957 141,7433 166,3267 166,3267 Artikel 89, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 2° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang bij bestaande afvalverbrandingsinstallatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 114,7464 121,4957 141,7433 180,2788 180,2788 Artikel 89, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 3° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang bij bestaande afvalverbrandingsinstallatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 114,4338 121,1349 141,2383 181,4450 220,3396 Artikel 89, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 1° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang bij biomassa-installatie, gasvormig 106,1462 112,8433 112,8433 112,8433 112,8433 Artikel 89, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 2° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang bij biomassa-installatie, vloeibaar, nieuwe vervloeiingsinstallatie 104,8365 112,3688 134,9657 146,6503 146,6503 3 artikelen 11 13 15, eerste lid 17, eerste lid 19, eerste lid 21, eerste lid 23, eerste lid 25 27 29, eerste lid 31 33 35, eerste lid 37 39 41, eerste lid 43 45 47 49 51 53 55 57, eerste lid 59, eerste lid 61 63 65 67, eerste lid 69, eerste lid 71, eerste lid 73, eerste lid 75, eerste lid 77, eerste lid 79, eerste lid 81, eerste lid 83 In afwijking van de fasebedragen, genoemd in de derde, vierde, vijfde, zesde en zevende kolom van de tabel in het tweede lid, geldt voor de productie-installaties, bedoeld in de,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,en, het fasebedrag in euro per kWh in vier decimalen dat door de aanvrager bij de aanvraag in een fase is ingediend, indien dat bedrag per kWh lager is dan het fasebedrag dat van toepassing is voor de fase waarin de aanvraag is ingediend. 4 artikelen 85, eerste lid 87, eerste lid 89, eerste lid In afwijking van de fasebedragen, genoemd in de derde, vierde, vijfde, zesde of zevende kolom van de tabel in het tweede lid, geldt voor de productie-installaties, bedoeld in de,, en, het fasebedrag in euro per 1.000 kg broeikasgas in vier decimalen dat door de aanvrager bij de aanvraag in een fase is ingediend, indien dat bedrag per 1.000 kg broeikasgas lager is dan het fasebedrag, genoemd in de respectievelijke derde, vierde, vijfde, zesde of zevende kolom van de tabel in het tweede lid, dat van toepassing is voor de fase waarin de aanvraag is ingediend. 2022 16492 27-06-2022 23-06-2022 WJZ/22218735 2022 16492 27-06-2022 23-06-2022 WJZ/22218735 28-06-2022
Artikel 92 — Artikel 92#
Artikel 92 1 artikel 58, tweede lid, van het besluit Het rangschikkingsbedrag, bedoeld voor de vergelijking van de fasebedragen op grond van, wordt berekend volgens de formule in het tweede lid en voor de uitdrukking in euro per 1.000 kg vermindering van broeikasgas vermenigvuldigd met de factor 1.000 en afgerond op drie decimalen. 2 De formule voor de berekening van het rangschikkingsbedrag luidt: a. voor productie-installaties voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas, hernieuwbare warmte of hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit: het quotiënt van het verschil tussen het fasebedrag waarvoor de aanvrager de aanvraag heeft ingediend en de langetermijnenergieprijs als vastgesteld in de derde kolom van de in dit lid opgenomen tabel, en de omrekenfactor als vastgesteld in de vierde kolom van de in dit lid opgenomen tabel; b. voor productie-installaties voor vermindering van broeikasgas: het quotiënt van het verschil tussen het fasebedrag waarvoor de aanvrager de aanvraag heeft ingediend en het langetermijnbroeikasgasbedrag als vastgesteld in de derde kolom van de in dit lid opgenomen tabel, en de omrekenfactor als vastgesteld in de vierde kolom van de in dit lid opgenomen tabel. 1 2 3 4 Artikel regeling Categorie Langetermijn energieprijs of langetermijn broeikasgasbedrag in euro/kWh 2 Omrekenfactor in kg CO/kWh Artikel 11, onderdeel a Waterkracht, valhoogte < 50 cm 0,0462 0,1300 Artikel 11, onderdeel b Waterkracht, valhoogte ≥ 50 cm 0,0462 0,1300 Artikel 11, onderdeel c Waterkracht, valhoogte ≥ 50 cm, renovatie 0,0462 0,1300 Artikel 13 Osmose 0,0462 0,1300 Artikel 15, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° Wind op land, ≥ 8,5 m/s 0,0317 0,1107 Artikel 15, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° Wind op land, ≥ 8 en < 8,5 m/s 0,0317 0,1107 Artikel 15, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 3° Wind op land, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,0317 0,1107 Artikel 15, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 4° Wind op land, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,0317 0,1107 Artikel 15, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 5° Wind op land, ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,0317 0,1107 Artikel 15, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 6° Wind op land, < 6,75 m/s 0,0317 0,1107 Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 8,5 m/s 0,0317 0,1107 Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 8 en < 8,5 m/s 0,0317 0,1107 Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 3° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,0317 0,1107 Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 4° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,0317 0,1107 Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 5° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,0317 0,1107 Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 6° Wind op land, hoogtebeperkt < 6,75 m/s 0,0317 0,1107 Artikel 19, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° Wind op waterkering, ≥ 8,5 m/s 0,0317 0,1107 Artikel 19, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° Wind op waterkering, ≥ 8 en < 8,5 m/s 0,0317 0,1107 Artikel 19, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 3° Wind op waterkering, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,0317 0,1107 Artikel 19, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 4° Wind op waterkering, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,0317 0,1107 Artikel 19, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 5° Wind op waterkering, ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,0317 0,1107 Artikel 19, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 6° Wind op waterkering, < 6,75 m/s 0,0317 0,1107 Artikel 21, eerste lid Wind in meer, water ≥ 1 km² 0,0317 0,1107 Artikel 23, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1° Zon-PV ≥ 15 kWp en < 1 MWp aansluiting > 3*80 A, gebouwgebonden 0,0655 0,1077 Artikel 23, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° Zon-PV ≥ 1 MWp, gebouwgebonden 0,0573 0,1077 Artikel 23, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° Zon-PV ≥ 15 kWp en < 1 MWp aansluiting > 3*80 A, drijvend op water 0,0586 0,1076 Artikel 23, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° Zon-PV ≥ 1 MWp, drijvend op water 0,0391 0,1076 Artikel 23, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° Zon-PV ≥ 15 kWp en < 1 MWp aansluiting > 3*80 A, op land 0,0586 0,1076 Artikel 23, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° Zon-PV ≥ 1 MWp en < 15 MWp, op land 0,0391 0,1076 Artikel 23, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 3° Zon-PV ≥ 15 MWp, op land 0,0355 0,1076 Artikel 23, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1° Zon-PV ≥ 1 MWp en < 15 MWp, zonvolgend op land 0,0391 0,1075 Artikel 23, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2° Zon-PV ≥ 15 MWp, zonvolgend op land 0,0355 0,1075 Artikel 23, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 3° Zon-PV ≥ 1 MWp, zonvolgend op water 0,0391 0,1060 Artikel 25, onderdeel a Allesvergisting, gas 0,0214 0,1830 Artikel 25, onderdeel b Monomestvergisting > 400 kW, gas 0,0214 0,3358 Artikel 25, onderdeel c Monomestvergisting ≤ 400 kW, gas 0,0214 0,3358 Artikel 27, onderdeel a Allesvergisting verlengde levensduur, gas (nieuwe gasopwaardeerinstallatie) 0,0214 0,1830 Artikel 27, onderdeel b Allesvergisting verlengde levensduur, gas 0,0214 0,1830 Artikel 27, onderdeel c Monomestvergisting verlengde levensduur ≤ 400 kW, gas (nieuwe gasopwaardeerinstallatie) 0,0214 0,3358 Artikel 27, onderdeel d Monomestvergisting verlengde levensduur ≤ 400 kW, gas 0,0214 0,3358 Artikel 29, eerste lid RWZI verbeterde slibgisting, gas 0,0214 0,1830 Artikel 31 RWZI bestaande slibgisting (nieuwe gasopwaardeerinstallatie) 0,0214 0,1830 Artikel 33, onderdeel a Biomassavergassing (inclusief B-hout) 0,0214 0,1892 Artikel 33, onderdeel b Biomassavergassing (exclusief B-hout) 0,0214 0,1830 Artikel 35, eerste lid, onderdeel a Zonthermie ≥ 140 kWth en < 1 MWth 0,0376 0,2260 Artikel 35, eerste lid, onderdeel b Zonthermie ≥ 1 MWth 0,0323 0,2260 Artikel 37, onderdeel a Allesvergisting, warmte 0,0323 0,2260 Artikel 37, onderdeel b Allesvergisting, gecombineerde opwekking 0,0391 0,2211 Artikel 37, onderdeel c Monomestvergisting, warmte > 400 kW 0,0323 0,3788 Artikel 37, onderdeel d Monomestvergisting, gecombineerde opwekking > 400 kW 0,0422 0,3717 Artikel 37, onderdeel e Monomestvergisting, warmte ≤ 400 kW 0,0323 0,3788 Artikel 37, onderdeel f Monomestvergisting, gecombineerde opwekking ≤ 400 kW 0,0589 0,3725 Artikel 39, onderdeel a Allesvergisting verlengde levensduur, warmte 0,0323 0,2260 Artikel 39, onderdeel b Allesvergisting verlengde levensduur, gecombineerde opwekking 0,0391 0,2211 Artikel 39, onderdeel c Monomestvergisting verlengde levensduur, warmte ≤ 400 kW 0,0323 0,3788 Artikel 39, onderdeel d Monomestvergisting verlengde levensduur, gecombineerde opwekking ≤ 400 kW 0,0589 0,3725 Artikel 41, eerste lid, onderdeel a RWZI verbeterde slibgisting, warmte 0,0323 0,2260 Artikel 41, eerste lid, onderdeel b RWZI verbeterde slibgisting, gecombineerde opwekking 0,0428 0,2200 Artikel 43 Ketel op vloeibare biomassa 0,0323 0,2281 Artikel 45 Kleine ketel op vaste of vloeibare biomassa 0,0323 0,2334 Artikel 47, onderdeel a Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (4.500 vollasturen) 0,0214 0,2350 Artikel 47, onderdeel b Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (5.000 vollasturen) 0,0214 0,2350 Artikel 47, onderdeel c Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (5.500 vollasturen) 0,0214 0,2350 Artikel 47, onderdeel d Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (6.000 vollasturen) 0,0214 0,2350 Artikel 47, onderdeel e Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (6.500 vollasturen) 0,0214 0,2350 Artikel 47, onderdeel f Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (7.000 vollasturen) 0,0214 0,2350 Artikel 47, onderdeel g Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (7.500 vollasturen) 0,0214 0,2350 Artikel 47, onderdeel h Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (8.000 vollasturen) 0,0214 0,2350 Artikel 47, onderdeel i Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (8.500 vollasturen) 0,0214 0,2350 Artikel 49 Grote ketel op B-hout 0,0214 0,2322 Artikel 51 Grote ketel op houtpellets voor gebouwde omgeving 0,0166 0,2308 Artikel 53 Grote stoomketel op houtpellets 0,0214 0,2308 Artikel 55 Directe inzet (brander) van houtpellets voor industriële toepassingen 0,0291 0,2308 Artikel 57, eerste lid, onderdeel a Kleine ketel op vaste of vloeibare biomassa verlengde levensduur 0,0323 0,2350 Artikel 57, eerste lid, onderdeel b Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa verlengde levensduur 0,0214 0,2350 Artikel 59, eerste lid Composteringsinstallatie, warmte 0,0323 0,2260 Artikel 61, onderdelen a, subonderdeel 1° en d, subonderdeel 1° Diepe geothermie < 12 MWth, basislast 0,0166 0,4377 Artikel 61, onderdelen a, subonderdeel 2° en d, subonderdeel 2° Diepe geothermie ≥ 12 MWth en < 20 MWth, basislast 0,0166 0,4407 Artikel 61, onderdelen a, subonderdeel 3° en d, subonderdeel 3° Diepe geothermie ≥ 20 MWth, basislast 0,0166 0,4395 Artikel 61, onderdeel b Diepe geothermie, geen basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0166 0,4338 Artikel 61, onderdeel c Diepe geothermie, middenlast, verwarming gebouwde omgeving 0,0166 0,4377 Artikel 61, onderdeel e Diepe geothermie, basislast, aanvullende put 0,0166 0,4402 Artikel 61, onderdeel f Ultradiepe geothermie, basislast 0,0166 0,4403 Artikel 63, onderdeel a Ondiepe geothermie met warmtepomp, basislast, 0,0166 0,3817 Artikel 63, onderdeel b Ondiepe geothermie met warmtepomp, geen basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0166 0,3817 Artikel 63, onderdeel c Diepe geothermie met warmtepomp, basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0166 0,3782 Artikel 65, onderdeel a Thermische energie uit oppervlaktewater met seizoensopslag, basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0166 0,1831 Artikel 65, onderdeel b Thermische energie uit oppervlaktewater met seizoensopslag, geen basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0166 0,1831 Artikel 65, onderdeel c Thermische energie uit oppervlaktewater, basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0166 0,1888 Artikel 65, onderdeel d Thermische energie uit oppervlaktewater met seizoensopslag, directe toepassing 0,0166 0,1929 Artikel 67, eerste lid Thermische energie uit drink- en afvalwater, basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0166 0,1882 Artikel 69, eerste lid Daglichtkas 0,0214 0,1974 Artikel 71, eerste lid Zon-PVT systeem 0,0376 0,1974 Artikel 73, eerste lid Elektroboiler 0,0214 0,2260 Artikel 75, eerste lid, onderdeel a Industriële gesloten warmtepomp (8.000 uur) 0,0214 0,1889 Artikel 75, eerste lid, onderdeel b Industriële gesloten warmtepomp (3.000 uur) 0,0214 0,1889 Artikel 75, eerste lid, onderdeel c Industriële open warmtepomp (8.000 uur) 0,0214 0,2074 Artikel 75, eerste lid, onderdeel d Industriële open warmtepomp (3.000 uur) 0,0214 0,2074 Artikel 77, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1° Restwarmtebenutting met warmtepomp, transportleiding ≥ 0,10 en < 0,20 km/MWth 0,0166 0,1866 Artikel 77, eerste lid, onderdeel a subonderdeel 2° Restwarmtebenutting met warmtepomp, transportleiding ≥ 0,20 en < 0,30 km/MWth 0,0166 0,1863 Artikel 77, eerste lid, onderdeel a subonderdeel 3° Restwarmtebenutting met warmtepomp, transportleiding ≥ 0,30 en < 0,40 km/MWth 0,0166 0,1861 Artikel 77, eerste lid, onderdeel a subonderdeel 4° Restwarmtebenutting met warmtepomp, transportleiding ≥ 0,40 km/MWth 0,0166 0,1858 Artikel 77, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° Restwarmtebenutting, transportleiding ≥ 0,10 en < 0,20 km/MWth 0,0166 0,2256 Artikel 77, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° Restwarmtebenutting, transportleiding ≥ 0,20 en < 0,30 km/MWth 0,0166 0,2254 Artikel 77, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 3° Restwarmtebenutting, transportleiding ≥ 0, 30 en < 0, 40 km/MWth 0,0166 0,2252 Artikel 77, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 4° Benutting restwarmte, transportleiding ≥ 0,40 km/MWth 0,0166 0,2249 Artikel 79, eerste lid, onderdeel a Waterstof uit elektrolyse, netgekoppeld 0,0340 0,2290 Artikel 79, eerste lid, onderdeel b Waterstof uit elektrolyse, directe lijn met windpark 0,0340 0,2290 Artikel 81, eerste lid, onderdeel a Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, bio-ethanol uit vaste lignocellulosehoudende biomassa 0,0634 0,2860 Artikel 81, eerste lid, onderdeel b Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, bio-methanol uit vaste lignocellulosehoudende biomassa 0,0634 0,2500 Artikel 81 eerste lid, onderdeel c Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, bio-LNG uit monomestvergisting 0,0269 0,3964 Artikel 81, eerste lid, onderdeel d Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, bio-LNG uit allesvergisting 0,0269 0,2425 Artikel 81, eerste lid, onderdeel e Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, diesel- en benzinevervangers uit vaste lignocellulose houdende biomassa 0,0613 0,2798 Artikel 83 Hybride glasoven 0,0441 0,1270 1 2 3 4 Artikel regeling Categorie 2 Langetermijn broeikasgasbedrag in euro/1.000 kg CO 2 2 Emissiefactor in kg CO/1.000 kg CO Artikel 85, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1° 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag bij bestaande installaties, gasvormig transport 60,5285 906,5120 Artikel 85, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag bij bestaande installaties, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 60,5285 901,7020 Artikel 85, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3° 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag bij bestaande installaties, vloeibaar transport 60,5285 901,7020 Artikel 85, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° 2 CCS – Volledige CO-opslag bij bestaande installaties, gasvormig transport 60,5285 906,5120 Artikel 85, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° 2 CCS – Volledige CO-opslag bij bestaande installaties, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 60,5285 901,7020 Artikel 85, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport 60,5285 906,5120 Artikel 85, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-afvang, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 60,5285 901,7020 Artikel 85, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-afvang bij waterstofproductie uit restgassen voor ondervuring, gasvormig transport 60,5285 899,6140 Artikel 85, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-afvang bij waterstofproductie uit restgassen voor ondervuring, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 60,5285 894,8040 Artikel 85, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport 60,5285 825,8300 Artikel 85, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 60,5285 821,0200 Artikel 85, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport 60,5285 912,6140 Artikel 85, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 60,5285 907,8040 Artikel 85, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport 60,5285 841,6500 Artikel 85, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 60,5285 836,8400 Artikel 87, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1° 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 0,0000 906,5120 Artikel 87, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 0,0000 901,7020 Artikel 87, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3° 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport 0,0000 901,7020 Artikel 87, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° 2 CCS – Volledige CO-opslag bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 0,0000 906,5120 Artikel 87, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° 2 CCS – Volledige CO-opslag bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 0,0000 901,7020 Artikel 87, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-afvang, bestaande installatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 0,0000 906,5120 Artikel 87, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-afvang, bestaande installatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 0,0000 901,7020 Artikel 87, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-afvang bij waterstofproductie uit restgassen voor ondervuring niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 0,0000 899,6140 Artikel 87, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-afvang bij waterstofproductie uit restgassen voor ondervuring niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 0,0000 894,8040 Artikel 87, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 0,0000 825,8300 Artikel 87, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 0,0000 821,0200 Artikel 87, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande afvalverbrandingsinstallatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 0,0000 744,9220 Artikel 87, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande afvalverbrandingsinstallatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 0,0000 740,1120 Artikel 87, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-afvang, nieuwe installatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 0,0000 912,6140 Artikel 87, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-afvang, nieuwe installatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 0,0000 907,8040 Artikel 87, eerste lid, onderdeel h, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 0,0000 841,6500 Artikel 87, eerste lid, onderdeel h, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 0,0000 836,8400 Artikel 89, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1° 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport 70,8765 836,6250 Artikel 89, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 70,8765 836,6250 Artikel 89, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3° 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-afvang, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 70,8765 831,8150 Artikel 89, eerste lid, onderdeel b 2 Extra CCU – Bestaande CO-afvang, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 70,8765 831,8150 Artikel 89, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport 70,8765 842,5236 Artikel 89, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 70,8765 842,5236 Artikel 89, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 3° 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 70,8765 837,7136 Artikel 89, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport 70,8765 755,8300 Artikel 89, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 70,8765 755,8300 Artikel 89, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 3° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 70,8765 751,0200 Artikel 89, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 1° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport 70,8765 771,6500 Artikel 89, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 2° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 70,8765 771,6500 Artikel 89, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 3° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 70,8765 766,8400 Artikel 89, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 1° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang bij bestaande afvalverbrandingsinstallatie, gasvormig transport 70,8765 674,9220 Artikel 89, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 2° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang bij bestaande afvalverbrandingsinstallatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 70,8765 674,9220 Artikel 89, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 3° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang bij bestaande afvalverbrandingsinstallatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 70,8765 670,1120 Artikel 89, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 1° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang bij biomassa-installatie, gasvormig 55,8765 773,3800 Artikel 89, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 2° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang bij biomassa-installatie, vloeibaar, nieuwe vervloeiingsinstallatie 55,8765 753,2300 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 93 — Artikel 93#
Artikel 93 Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt: a. artikel 11, eerste lid, van het besluit het basisbedrag voor subsidie, bedoeld in, vastgesteld op het in de derde kolom genoemde bedrag; b. artikel 15, vijfde lid, van het besluit voor de productie van hernieuwbare elektriciteit het maximaal aantal vollasturen, bedoeld in, vastgesteld op het in de vierde kolom van onderstaande tabel genoemde aantal uren; c. artikel 12, eerste lid, van het besluit voor de productie van hernieuwbare elektriciteit de basiselektriciteitsprijs, bedoeld in, vastgesteld op het in de vijfde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; en d. de correctie op het basisbedrag voor subsidie voor 2022 vastgesteld op: 1°. artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit voor de elektriciteitsprijs, bedoeld in, het in de zesde kolom genoemde bedrag; 2°. artikel 14, eerste lid, onderdeel b, van het besluit voor de waarde van de garanties van oorsprong, bedoeld in, het in de zevende kolom genoemde bedrag; en 3° artikel 14, eerste lid, onderdeel c, van het besluit voor andere correcties als bedoeld inop € 0 per kWh. 1 2 3 4 5 6 7 Artikel regeling Categorie Basisbedrag in euro/kWh Vollasturen Basiselektriciteitsprijs in euro/kWh Voorlopige correctie elektriciteitsprijs in 2022 in euro/kWh Voorlopige correctie waarde garanties van oorsprong in 2022 in euro/kWh Artikel 11, onderdeel a Waterkracht, valhoogte < 50 cm 0,0852 3.700 0,0308 0,0566 0,0000 Artikel 11, onderdeel b Waterkracht, valhoogte ≥ 50 cm 0,0852 5.700 0,0308 0,0566 0,0000 Artikel 11, onderdeel c Waterkracht, valhoogte ≥ 50 cm, renovatie 0,0852 2.600 0,0308 0,0566 0,0000 Artikel 13 Osmose 0,0852 8.000 0,0308 0,0566 0,0000 Artikel 15, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° Wind op land, ≥ 8,5 m/s 0,0393 P50 0,0211 0,0444 0,0020 Artikel 15, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° Wind op land, ≥ 8 en < 8,5 m/s 0,0410 P50 0,0211 0,0444 0,0020 Artikel 15, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 3° Wind op land, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,0441 P50 0,0211 0,0444 0,0020 Artikel 15, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 4° Wind op land, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,0482 P50 0,0211 0,0444 0,0020 Artikel 15, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 5° Wind op land, ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,0509 P50 0,0211 0,0444 0,0020 Artikel 15, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 6° Wind op land, < 6,75 m/s 0,0554 P50 0,0211 0,0444 0,0020 Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 8,5 m/s 0,0455 P50 0,0211 0,0444 0,0020 Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 8 en < 8,5 m/s 0,0481 P50 0,0211 0,0444 0,0020 Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 3° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,0523 P50 0,0211 0,0444 0,0020 Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 4° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,0574 P50 0,0211 0,0444 0,0020 Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 5° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,0610 P50 0,0211 0,0444 0,0020 Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 6° Wind op land, hoogtebeperkt < 6,75 m/s 0,0649 P50 0,0211 0,0444 0,0020 Artikel 19, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° Wind op waterkering, ≥ 8,5 m/s 0,0425 P50 0,0211 0,0444 0,0020 Artikel 19, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° Wind op waterkering, ≥ 8 en < 8,5 m/s 0,0444 P50 0,0211 0,0444 0,0020 Artikel 19, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 3° Wind op waterkering, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,0475 P50 0,0211 0,0444 0,0020 Artikel 19, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 4° Wind op waterkering, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,0518 P50 0,0211 0,0444 0,0020 Artikel 19, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 5° Wind op waterkering, ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,0554 P50 0,0211 0,0444 0,0020 Artikel 19, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 6° Wind op waterkering, < 6,75 m/s 0,0599 P50 0,0211 0,0444 0,0020 Artikel 21, eerste lid Wind in meer, water ≥ 1 km² 0,0592 P50 0,0211 0,0444 0,0020 Artikel 23, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1° Zon-PV ≥ 15 kWp en < 1 MWp aansluiting > 3*80 A, gebouwgebonden 0,0705 900 Netlevering: 0,0237 Netlevering: 0,0354 Netlevering: 0,0020 Niet-netlevering: 0,0698 Niet-netlevering: 0,0815 Niet-netlevering: 0,0000 Artikel 23, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° Zon-PV ≥ 1 MWp, gebouwgebonden 0,0670 850 Netlevering: 0,0237 Netlevering: 0,0354 Netlevering: 0,0020 Niet-netlevering: 0,0599 Niet-netlevering: 0,0716 Niet-netlevering: 0,0000 Artikel 23, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° Zon-PV ≥ 15 kWp en < 1 MWp aansluiting > 3*80 A, drijvend op water 0,0705 950 Netlevering: 0,0237 Netlevering: 0,0354 Netlevering: 0,0020 Niet-netlevering: 0,0698 Niet-netlevering: 0,0815 Niet-netlevering: 0,0000 Artikel 23, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° Zon-PV ≥ 1 MWp, drijvend op water 0,0668 890 Netlevering: 0,0237 Netlevering: 0,0354 Netlevering: 0,0020 Niet-netlevering: 0,0599 Niet-netlevering: 0,0716 Niet-netlevering: 0,0000 Artikel 23, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° Zon-PV ≥ 15 kWp en < 1 MWp aansluiting > 3*80 A, op land 0,0677 950 Netlevering: 0,0237 Netlevering: 0,0354 Netlevering: 0,0020 Niet-netlevering: 0,0698 Niet-netlevering: 0,0815 Niet-netlevering: 0,0000 Artikel 23, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° Zon-PV ≥ 1 MWp en < 15 MWp, op land 0,0567 890 Netlevering: 0,0237 Netlevering: 0,0354 Netlevering: 0,0020 Niet-netlevering: 0,0599 Niet-netlevering: 0,0716 Niet-netlevering: 0,0000 Artikel 23, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 3° Zon-PV ≥ 15 MWp, op land 0,0538 890 Netlevering: 0,0237 Netlevering: 0,0354 Netlevering: 0,0020 Niet-netlevering: 0,0599 Niet-netlevering: 0,0716 Niet-netlevering: 0,0000 Artikel 23, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1° Zon-PV ≥ 1 MWp en < 15 MWp, zonvolgend op land 0,0551 1.045 Netlevering: 0,0237 Netlevering: 0,0354 Netlevering: 0,0020 Niet-netlevering: 0,0599 Niet-netlevering: 0,0716 Niet-netlevering: 0,0000 Artikel 23, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2° Zon-PV ≥ 15 MWp, zonvolgend op land 0,0524 1.045 Netlevering: 0,0237 Netlevering: 0,0354 Netlevering: 0,0020 Niet-netlevering: 0,0599 Niet-netlevering: 0,0716 Niet-netlevering: 0,0000 Artikel 23, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 3° Zon-PV ≥ 1 MWp, zonvolgend op water 0,0646 1.190 Netlevering: 0,0237 Netlevering: 0,0354 Netlevering: 0,0020 Niet-netlevering: 0,0599 Niet-netlevering: 0,0716 Niet-netlevering: 0,0000 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 94 — Artikel 94#
Artikel 94 Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt: a. artikel 28, eerste lid, van het besluit het basisbedrag voor subsidie, bedoeld in, voor de productie van hernieuwbaar gas vastgesteld op het in de derde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; b. artikel 32, vijfde lid, van het besluit voor de productie van hernieuwbaar gas het maximaal aantal vollasturen, bedoeld in, vastgesteld op het in de vierde kolom van onderstaande tabel genoemde aantal uren; c. artikel 29, eerste lid, van het besluit voor de productie van hernieuwbaar gas de basisenergieprijs, bedoeld in, vastgesteld op het in de vijfde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; en d. de correctie op het basisbedrag voor subsidie voor 2022 vastgesteld op: 1°. artikel 31, eerste lid, onderdeel a, van het besluit voor de energieprijs, bedoeld inhet in de zesde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; en 2°. artikel 31, eerste lid, onderdeel b, van het besluit voor de waarde van de garanties van oorsprong, bedoeld in, en andere correcties als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel c, van het besluit op € 0 per kWh. 1 2 3 4 5 6 Artikel regeling Categorie Basisbedrag in euro/kWh Vollasturen Basisenergieprijs in euro/kWh Voorlopige correctie energieprijs in 2022 in euro/kWh Artikel 25, onderdeel a Allesvergisting, gas 0,0701 8.000 0,0143 0,0191 Artikel 25, onderdeel b Monomestvergisting > 400 kW, gas 0,0777 8.000 0,0143 0,0191 Artikel 25, onderdeel c Monomestvergisting ≤ 400 kW, gas 0,1111 8.000 0,0143 0,0191 Artikel 27, onderdeel a Allesvergisting verlengde levensduur, gas (nieuwe gasopwaardeerinstallatie) 0,0608 8.000 0,0143 0,0191 Artikel 27, onderdeel b Allesvergisting verlengde levensduur, gas 0,0578 8.000 0,0143 0,0191 Artikel 27, onderdeel c Monomestvergisting verlengde levensduur ≤ 400 kW, gas (nieuwe gasopwaardeerinstallatie) 0,0974 8.000 0,0143 0,0191 Artikel 27, onderdeel d Monomestvergisting verlengde levensduur ≤ 400 kW, gas 0,0911 8.000 0,0143 0,0191 Artikel 29, eerste lid RWZI verbeterde slibgisting, gas 0,0763 8.000 0,0143 0,0191 Artikel 31 RWZI bestaande slibgisting (nieuwe gasopwaardeerinstallatie) 0,0320 8.000 0,0143 0,0191 Artikel 33, onderdeel a Biomassavergassing (inclusief B-hout) 0,0683 7.500 0,0143 0,0191 Artikel 33, onderdeel b Biomassavergassing (exclusief B-hout) 0,0763 7.500 0,0143 0,0191 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 95 — Artikel 95#
Artikel 95 Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt: a. artikel 44, eerste lid, van het besluit het basisbedrag voor subsidie, bedoeld in, voor de productie van hernieuwbare warmte en de gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte vastgesteld op het in de derde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; b. artikel 48, vijfde lid, van het besluit voor de productie van hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of de gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte het maximaal aantal vollasturen, bedoeld in, vastgesteld op het in de vierde kolom van onderstaande tabel genoemde aantal uren; c. artikel 45, eerste lid, van het besluit de basisenergieprijs, bedoeld in, voor de productie van hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of de gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte vastgesteld op het in de vijfde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; en d. de correcties op het basisbedrag voor subsidie voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel, worden voor 2022 vastgesteld op: 1°. artikel 47, eerste lid, onderdeel a, van het besluit voor de energieprijs, bedoeld in, het in de zesde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; 2°. artikel 47, eerste lid, onderdeel b, van het besluit voor de waarde van garanties van oorsprong, bedoeld in, op € 0 per kWh; en 3°. artikel 47, eerste lid, onderdeel c, van het besluit voor andere correcties als bedoeld inhet in de zevende kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag. 1 2 3 4 5 6 7 Artikel regeling Categorie Basisbedrag in euro/kWh Vollasturen Basisenergieprijs in euro/kWh Voorlopige correctie energieprijs in 2022 in euro/kWh Andere correcties in 2022 in euro/kWh Artikel 35, eerste lid, onderdeel a Zonthermie ≥ 140 kWth en < 1 MWth 0,0949 600 0,0288 0,0348 0,0093 Artikel 35, eerste lid, onderdeel b Zonthermie ≥ 1 MWth 0,0808 600 0,0235 0,0295 0,0093 Artikel 37, onderdeel a Allesvergisting, warmte 0,0672 7.000 0,0235 0,0295 0,0093 Artikel 37, onderdeel b Allesvergisting, gecombineerde opwekking 0,0749 7.625 0,0271 0,0427 0,0048 Artikel 37, onderdeel c Monomestvergisting, warmte > 400 kW 0,0821 6.000 0,0235 0,0295 0,0093 Artikel 37, onderdeel d Monomestvergisting, gecombineerde opwekking > 400 kW 0,0977 6.060 0,0287 0,0487 0,0027 Artikel 37, onderdeel e Monomestvergisting, warmte ≤ 400 kW 0,1143 6.500 0,0235 0,0295 0,0093 Artikel 37, onderdeel f Monomestvergisting, gecombineerde opwekking ≤ 400 kW 0,1671 4.989 0,0459 0,0645 0,0034 Artikel 39, onderdeel a Allesvergisting verlengde levensduur, warmte 0,0609 7.000 0,0235 0,0295 0,0093 Artikel 39, onderdeel b Allesvergisting verlengde levensduur, gecombineerde opwekking 0,0635 7.625 0,0271 0,0427 0,0048 Artikel 39, onderdeel c Monomestvergisting verlengde levensduur, warmte ≤ 400 kW 0,0822 6.500 0,0235 0,0295 0,0093 Artikel 39, onderdeel d Monomestvergisting verlengde levensduur, gecombineerde opwekking ≤ 400 kW 0,1222 4.989 0,0459 0,0645 0,0034 Artikel 41, eerste lid, onderdeel a RWZI verbeterde slibgisting, warmte 0,0685 7.000 0,0235 0,0295 0,0093 Artikel 41, eerste lid, onderdeel b RWZI verbeterde slibgisting, gecombineerde opwekking 0,0936 5.728 0,0300 0,0479 0,0037 Artikel 43 Ketel op vloeibare biomassa 0,0657 7.000 0,0235 0,0295 0,0093 Artikel 45 Kleine ketel op vaste of vloeibare biomassa 0,0618 3.000 0,0235 0,0295 0,0093 Artikel 47, onderdeel a Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (4.500 vollasturen) 0,0529 4.500 0,0143 0,0191 0,0093 Artikel 47, onderdeel b Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (5.000 vollasturen) 0,0520 5.000 0,0143 0,0191 0,0093 Artikel 47, onderdeel c Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (5.500 vollasturen) 0,0510 5.500 0,0143 0,0191 0,0093 Artikel 47, onderdeel d Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (6.000 vollasturen) 0,0503 6.000 0,0143 0,0191 0,0093 Artikel 47, onderdeel e Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (6.500 vollasturen) 0,0496 6.500 0,0143 0,0191 0,0093 Artikel 47, onderdeel f Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (7.000 vollasturen) 0,0493 7.000 0,0143 0,0191 0,0093 Artikel 47, onderdeel g Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (7.500 vollasturen) 0,0489 7.500 0,0143 0,0191 0,0093 Artikel 47, onderdeel h Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (8.000 vollasturen) 0,0485 8.000 0,0143 0,0191 0,0093 Artikel 47, onderdeel i Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (8.500 vollasturen) 0,0480 8.500 0,0143 0,0191 0,0093 Artikel 49 Grote ketel op B-hout 0,0289 7.500 0,0143 0,0191 0,0093 Artikel 51 Grote ketel op houtpellets voor gebouwde omgeving 0,0697 6.000 0,0111 0,0148 0,0093 Artikel 53 Grote stoomketel op houtpellets 0,0685 8.500 0,0143 0,0191 0,0093 Artikel 55 Directe inzet (brander) van houtpellets voor industriële toepassingen 0,0521 3.000 0,0212 0,0265 0,0093 Artikel 57, eerste lid, onderdeel a Kleine ketel op vaste of vloeibare biomassa verlengde levensduur 0,0342 3.000 0,0235 0,0295 0,0093 Artikel 57, eerste lid, onderdeel b Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa verlengde levensduur 0,0385 8.000 0,0143 0,0191 0,0093 Artikel 59, eerste lid Composteringsinstallatie, warmte 0,0462 5.200 0,0235 0,0295 0,0093 Artikel 61, onderdelen a, subonderdeel 1° en d, subonderdeel 1° Diepe geothermie < 12 MWth, basislast 0,0620 6.000 0,0111 0,0148 0,0093 Artikel 61, onderdelen a, subonderdeel 2° en d, subonderdeel 2° Diepe geothermie ≥ 12 MWth en < 20 MWth, basislast 0,0437 6.000 0,0111 0,0148 0,0093 Artikel 61, onderdelen a, subonderdeel 3° en d, subonderdeel 3° Diepe geothermie ≥ 20 MWth, basislast 0,0417 6.000 0,0111 0,0148 0,0093 Artikel 61, onderdeel b Diepe geothermie, geen basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,1072 3.500 0,0111 0,0148 0,0093 Artikel 61, onderdeel c Diepe geothermie, middenlast, verwarming gebouwde omgeving 0,0889 5.000 0,0111 0,0148 0,0093 Artikel 61, onderdeel e Diepe geothermie, basislast, aanvullende put 0,0310 6.000 0,0111 0,0148 0,0093 Artikel 61, onderdeel f Ultradiepe geothermie, basislast 0,0681 7.000 0,0111 0,0148 0,0093 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 96 — Artikel 96#
Artikel 96 1 Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabellen genoemde artikel wordt: a. artikel 55f, eerste lid, van het besluit het basisbedrag voor subsidie voor de vermindering van broeikasgas, bedoeld in, vastgesteld op het in de derde kolom van onderstaande tabellen genoemde bedrag; b. artikel 55j, vijfde lid, van het besluit voor de vermindering van broeikasgas het maximaal aantal vollasturen, bedoeld in, vastgesteld op het in de vierde kolom van onderstaande tabellen genoemde aantal uren; c. artikel 55g, eerste lid, van het besluit het basisbroeikasgasbedrag, bedoeld in, voor de vermindering van broeikasgas vastgesteld op het in de vijfde kolom van onderstaande tabellen genoemde bedrag; en d. de correcties op het basisbedrag voor subsidie voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabellen genoemde artikel worden voor 2022 vastgesteld op: 1°. artikel 55i, eerste lid, onderdeel a, van het besluit voor de prijs van het primaire product, bedoeld in, het in de zesde kolom van onderstaande tabellen genoemde bedrag; 2°. artikel 55i, eerste lid, onderdeel b, van het besluit voor de correcties, bedoeld in, het in de zevende kolom van onderstaande tabellen genoemde bedrag; en 3°. artikel 55i, eerste lid, onderdeel c, van het besluit voor andere correcties als bedoeld inhet in de achtste kolom van onderstaande tabellen genoemde bedrag. 1 2 3 4 5 6 7 8 Artikel regeling Categorie Basisbedrag in euro/kWh Vollasturen Basisbroeikasgasbedrag in euro/kWh Voorlopige correctie productprijs in 2022 in euro/kWh Voorlopige correctie ETS in 2022 in euro/kWh Voorlopige correctie andere correcties in 2022 in euro/kWh Artikel 63, onderdeel a Ondiepe geothermie met warmtepomp, basislast, 0,0768 6.000 0,0111 0,0148 0,0093 0,0000 Artikel 63, onderdeel b Ondiepe geothermie met warmtepomp, geen basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,1160 3.500 0,0111 0,0148 0,0093 0,0000 Artikel 63, onderdeel c Diepe geothermie met warmtepomp, basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0978 6.000 0,0111 0,0148 0,0093 0,0000 Artikel 65, onderdeel a Thermische energie uit oppervlaktewater met seizoensopslag, basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0715 6.000 0,0111 0,0148 0,0093 0,0000 Artikel 65, onderdeel b Thermische energie uit oppervlaktewater met seizoensopslag, geen basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0715 3.500 0,0111 0,0148 0,0093 0,0000 Artikel 65, onderdeel c Thermische energie uit oppervlaktewater, basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0547 6.000 0,0111 0,0148 0,0093 0,0000 Artikel 65, onderdeel d Thermische energie uit oppervlaktewater met seizoensopslag, directe toepassing 0,0642 3.500 0,0111 0,0148 0,0093 0,0000 Artikel 67, eerste lid Thermische energie uit drink- en afvalwater, basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0731 6.000 0,0111 0,0148 0,0093 0,0000 Artikel 69, eerste lid Daglichtkas 0,0771 3.850 0,0143 0,0191 0,0093 0,0000 Artikel 71, eerste lid Zon-PVT systeem 0,0441 3.500 0,0288 0,0348 0,0093 0,0000 Artikel 73, eerste lid Elektroboiler 0,0604 4.300 0,0143 0,0191 0,0093 0,0000 Artikel 75, eerste lid, onderdeel a Industriële gesloten warmtepomp (8.000 uur) 0,0381 8.000 0,0143 0,0191 0,0093 0,0000 Artikel 75, eerste lid, onderdeel b Industriële gesloten warmtepomp (3.000 uur) 0,0778 3.000 0,0143 0,0191 0,0093 0,0000 Artikel 75, eerste lid, onderdeel c Industriële open warmtepomp (8.000 uur) 0,0395 8.000 0,0143 0,0191 0,0093 0,0000 Artikel 75, eerste lid, onderdeel d Industriële open warmtepomp (3.000 uur) 0,0836 3.000 0,0143 0,0191 0,0093 0,0000 Artikel 77, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1° Restwarmtebenutting met warmtepomp, transportleiding ≥ 0,10 en < 0,20 km/MWth 0,0501 5.500 0,0111 0,0148 0,0093 0,0000 Artikel 77, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° Restwarmtebenutting met warmtepomp, transportleiding ≥ 0,20 en < 0,30 km/MWth 0,0535 5.500 0,0111 0,0148 0,0093 0,0000 Artikel 77, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3° Restwarmtebenutting met warmtepomp, transportleiding ≥ 0,30 en < 0,40 km/MWth 0,0570 5.500 0,0111 0,0148 0,0093 0,0000 Artikel 77, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 4° Restwarmtebenutting met warmtepomp, transportleiding ≥ 0,40 km/MWth 0,0604 5.500 0,0111 0,0148 0,0093 0,0000 Artikel 77, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° Restwarmtebenutting, transportleiding ≥ 0,10 en < 0,20 km/MWth 0,0141 5.500 0,0111 0,0148 0,0093 0,0000 Artikel 77, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° Restwarmtebenutting, transportleiding ≥ 0,20 en < 0,30 km/MWth 0,0181 5.500 0,0111 0,0148 0,0093 0,0000 Artikel 77, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 3° Restwarmtebenutting, transportleiding ≥ 0, 30 en < 0, 40 km/MWth 0,0221 5.500 0,0111 0,0148 0,0093 0,0000 Artikel 77, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 4° Benutting restwarmte, transportleiding ≥ 0,40 km/MWth 0,0261 5.500 0,0111 0,0148 0,0093 0,0000 Artikel 79, eerste lid, onderdeel a Waterstof uit elektrolyse, netgekoppeld 0,1027 4.200 0,0251 0,0311 0,0000 0,0000 Artikel 79, eerste lid, onderdeel b Waterstof uit elektrolyse, directe lijn met windpark 0,1027 6.154 0,0251 0,0311 0,0000 0,0000 Artikel 81, eerste lid, onderdeel a Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, bio-ethanol uit vaste lignocellulosehoudende biomassa 0,1229 8.000 0,0423 0,0653 0,0000 0,0935 Artikel 81, eerste lid, onderdeel b Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, bio-methanol uit vaste lignocellulosehoudende biomassa 0,1070 8.000 0,0423 0,0653 0,0000 0,0935 Artikel 81 eerste lid, onderdeel c Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, bio-LNG uit monomestvergisting 0,0940 8.000 0,0190 0,0244 0,0000 0,0935 Artikel 81, eerste lid, onderdeel d Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, bio-LNG uit allesvergisting 0,0873 8.000 0,0190 0,0244 0,0000 0,0935 Artikel 81, eerste lid, onderdeel e Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, diesel- en benzinevervangers uit vaste lignocellulose houdende biomassa 0,1038 8.000 0,0409 0,0607 0,0000 0,0935 Artikel 83 Hybride glasoven 0,0821 8.760 0,0294 0,0441 0,0101 0,0000 1 2 3 4 5 6 7 8 Artikel regeling Categorie 2 Basisbedrag in euro/1.000 kg CO Vollasturen 2 Basisbroeikasgasbedrag in euro/1.000 kg CO 2 Voorlopige correctie productprijs in 2022 in euro/1.000 kg CO 2 Voorlopige correctie ETS in 2022 in euro/1.000 kg CO 2 Voorlopige correctie andere correcties in 2022 in euro/1.000 kg CO Artikel 85, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1⁰ 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag bij bestaande installaties, gasvormig transport 148,6825 4.000 40,3523 0,0000 41,3852 0,0000 Artikel 85, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2⁰ 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag bij bestaande installaties, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 174,2395 4.000 40,3523 0,0000 41,3852 0,0000 Artikel 85, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3⁰ 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag bij bestaande installaties, vloeibaar transport 131,5674 4.000 40,3523 0,0000 41,3852 0,0000 Artikel 85, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1⁰ 2 CCS – Volledige CO-opslag bij bestaande installaties, gasvormig transport 97,9525 8.000 40,3523 0,0000 41,3852 0,0000 Artikel 85, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2⁰ 2 CCS – Volledige CO-opslag bij bestaande installaties, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 133,1080 8.000 40,3523 0,0000 41,3852 0,0000 Artikel 85, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1⁰ 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport 125,0354 8.000 40,3523 0,0000 41,3852 0,0000 Artikel 85, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2⁰ 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-afvang, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 156,9544 8.000 40,3523 0,0000 41,3852 0,0000 Artikel 85, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1⁰ 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-afvang bij waterstofproductie uit restgassen voor ondervuring, gasvormig transport 158,4041 8.000 40,3523 0,0000 41,3852 0,0000 Artikel 85, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2⁰ 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-afvang bij waterstofproductie uit restgassen voor ondervuring, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 192,3477 8.000 40,3523 0,0000 41,3852 0,0000 Artikel 85, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 1⁰ 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport 157,9840 8.000 40,3523 0,0000 41,3852 0,0000 Artikel 85, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 2⁰ 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 189,1134 8.000 40,3523 0,0000 41,3852 0,0000 Artikel 85, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 1⁰ 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport 106,2463 8.000 40,3523 0,0000 41,3852 0,0000 Artikel 85, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 2⁰ 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 141,8014 8.000 40,3523 0,0000 41,3852 0,0000 Artikel 85, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 1⁰ 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport 141,8856 8.000 40,3523 0,0000 41,3852 0,0000 Artikel 85, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 2⁰ 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 171,3721 8.000 40,3523 0,0000 41,3852 0,0000 Artikel 87, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1⁰ 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 148,6825 4.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 87, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2⁰ 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 174,2395 4.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 87, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3⁰ 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport 131,5674 4.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 87, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1⁰ 2 CCS – Volledige CO-opslag bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 97,9525 8.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 87, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2⁰ 2 CCS – Volledige CO-opslag bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 133,1080 8.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 87, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1⁰ 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-afvang, bestaande installatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 125,0354 8.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 87, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2⁰ 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-afvang, bestaande installatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 156,9544 8.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 87, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1⁰ 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-afvang bij waterstofproductie uit restgassen voor ondervuring niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 158,4041 8.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 87, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2⁰ 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-afvang bij waterstofproductie uit restgassen voor ondervuring niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 192,3477 8.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 87, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 1⁰ 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 157,9840 8.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 87, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 2⁰ 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 189,1134 8.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 87, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 1⁰ 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande afvalverbrandingsinstallatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 172,2732 8.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 87, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande afvalverbrandingsinstallatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 207,5591 8.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 87, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 1⁰ 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-afvang, nieuwe installatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 106,2463 8.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 87, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 2⁰ 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-afvang, nieuwe installatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 141,8014 8.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 87, eerste lid, onderdeel h, subonderdeel 1⁰ 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 141,8856 8.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 87, eerste lid, onderdeel h, subonderdeel 2⁰ 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 171,3721 8.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 89, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1° 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport 88,1004 4.000 52,2510 52,2510 0,0000 0,0000 Artikel 89, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 102,0525 4.000 52,2510 52,2510 0,0000 0,0000 Artikel 89, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3° 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-afvang, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 135,8253 4.000 52,2510 52,2510 0,0000 0,0000 Artikel 89, eerste lid, onderdeel b 2 Extra CCU – Bestaande CO-afvang, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 84,8423 4.000 52,2510 52,2510 0,0000 0,0000 Artikel 89, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport 56,2011 4.000 52,2510 52,2510 0,0000 0,0000 Artikel 89, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 70,1532 4.000 52,2510 52,2510 0,0000 0,0000 Artikel 89, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 3° 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 111,1811 4.000 52,2510 52,2510 0,0000 0,0000 Artikel 89, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport 145,6955 4.000 52,2510 52,2510 0,0000 0,0000 Artikel 89, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 159,6476 4.000 52,2510 52,2510 0,0000 0,0000 Artikel 89, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 3° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 195,4933 4.000 52,2510 52,2510 0,0000 0,0000 Artikel 89, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 1° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport 114,5953 4.000 52,2510 52,2510 0,0000 0,0000 Artikel 89, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 2° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 128,5474 4.000 52,2510 52,2510 0,0000 0,0000 Artikel 89, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 3° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 162,1859 4.000 52,2510 52,2510 0,0000 0,0000 Artikel 89, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 1° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang bij bestaande afvalverbrandingsinstallatie, gasvormig transport 166,3267 4.000 52,2510 52,2510 0,0000 0,0000 Artikel 89, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 2° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang bij bestaande afvalverbrandingsinstallatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 180,2788 4.000 52,2510 52,2510 0,0000 0,0000 Artikel 89, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 3° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang bij bestaande afvalverbrandingsinstallatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 220,3396 4.000 52,2510 52,2510 0,0000 0,0000 Artikel 89, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 1° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang bij biomassa-installatie, gasvormig 112,8433 4.000 37,2510 37,2510 0,0000 0,0000 Artikel 89, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 2° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang bij biomassa-installatie, vloeibaar, nieuwe vervloeiingsinstallatie 146,6503 4.000 37,2510 37,2510 0,0000 0,0000 2022 16492 27-06-2022 23-06-2022 WJZ/22218735 2022 16492 27-06-2022 23-06-2022 WJZ/22218735 28-06-2022
Artikel 97 — Artikel 97#
Artikel 97 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juni 2022. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 98 — Artikel 98#
Artikel 98 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2022. 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 2022 11407 04-05-2022 21-04-2022 WJZ/22056038 01-06-2022
Artikel 5#
artikel 5, tweede lid
Artikel 15#
artikelen 15
Artikel 17#
17
Artikel 19#
19