Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 13 augustus 2021, nr. 2021-0000130089, tot uitvoering van de Wet inburgering 2021 (Regeling inburgering 2021)
- BWB-id
- BWBR0045574
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-04-18
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0045574
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2022/regeling-inburgering-2021
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2022/regeling-inburgering-2021/2026-04-18
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0045574&g=2026-04-18
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0045574&z=2026-06-06&g=2026-04-18
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0045574/2026-04-18
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2022/regeling-inburgering-2021
Artikel 1.1 — Artikel 1.1 Begripsbepalingen#
Artikel 1.1 Begripsbepalingen In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: besluit: Besluit inburgering 2021 het; de Minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; belastbaar loon: artikel 9 van de Wet op de loonbelasting 1964 het belastbaar loon, bedoeld in; Regeling inburgering: regeling inburgering de, zoals die luidde de dag voorafgaande aan de inwerkingtreding van deze regeling; toetsingsinkomen: artikel 8 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen het toetsingsinkomen, bedoeld in; staatsexamen Nederlands als tweede taal: artikel 2 van het Staatsexamenbesluit Nederlands als tweede taal staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II als bedoeld in. 2022 33825 15-12-2022 07-12-2022 2022-0000258247 2022 33825 15-12-2022 07-12-2022 2022-0000258247 01-01-2023
Artikel 1.2 — Artikel 1.2 Geestelijk bedienaar#
Artikel 1.2 Geestelijk bedienaar 1 artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000 Als geestelijke bedienaar wordt in ieder geval aangemerkt de vreemdeling die houder is van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in, die is verleend onder een beperking verband houdend met het verrichten van arbeid voor een religieuze of levensbeschouwelijke organisatie. 2 artikel 1, eerste lid, van de wet Onder kerkgenootschap of een ander genootschap op geestelijke of levensbeschouwelijke grondslag als bedoeld inwordt tevens verstaan een onderdeel daarvan of een rechtspersoon waarin twee of meer van deze genootschappen samenwerken. 3 artikel 1, eerste lid, van de wet Van werkzaamheden van overwegend godsdienstige, geestelijke of levensbeschouwelijke aard als bedoeld inis in ieder geval sprake in geval van werkzaamheden als voorganger, godsdienstleraar, zendeling, leraar levensbeschouwelijk onderwijs, vertrouwenspersoon of pastoraal werker binnen een godsdienstige of levensbeschouwelijke gemeenschap, dan wel op het terrein van het uitdragen en verklaren van een bepaalde geloofsleer of levensbeschouwelijke opvattingen. 4 Als geestelijke bedienaar wordt niet aangemerkt degene die op louter incidentele basis werkzaamheden als bedoeld in het derde lid, verricht. 2021 38863 01-09-2021 13-08-2021 2021-0000130089 2021 586 03-12-2021 30-11-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet inburgering 2021
in werking treedt.
Artikel 2.1 — Artikel 2.1 Vrijstelling van de inburgeringsplicht#
Artikel 2.1 Vrijstelling van de inburgeringsplicht artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van de wet De Minister verleent vrijstelling, bedoeld in, aan de inburgeringsplichtige die beschikt over: a. artikel 3.15, eerste lid, van het besluit een inburgeringsdiploma als bedoeld in; b. artikel 3.10 van het Besluit inburgering artikel 3.3, aanhef en onderdeel a tot en met d, van het besluit een inburgeringsdiploma als bedoeld in, vergezeld van bewijsstukken waaruit blijkt dat de onderdelen, genoemd in, allen zijn geëxamineerd op ten minste het niveau B1 van het Europees Raamwerk voor Moderne Vreemde talen; c. Wet op het voortgezet onderwijs Wet voortgezet onderwijs 2020 Wet educatie en beroepsonderwijs Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek artikel 7.2.2., eerste lid, onderdeel b tot en met e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs een op grond van de, de, deof de, uitgereikt diploma of getuigschrift van afronding van een Nederlandstalige opleiding van wetenschappelijk onderwijs, hoger beroepsonderwijs, vwo, havo of vmbo, of beroepsonderwijs vanaf het tweede niveau als bedoeld in; d. een diploma of ander document vergelijkbaar met de in onderdeel c genoemde diploma’s of getuigschriften, behaald in het Nederlandstalig onderwijs in Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Suriname of België mits een voldoende is behaald voor het vak Nederlandse taal; e. artikel 1 van de Wet voortgezet Onderwijs BES artikel 1.4.1. van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES een diploma of ander document vergelijkbaar met de in onderdeel c genoemde diploma’s of getuigschriften, behaald aan een uit ’s Rijks kas bekostigde school als bedoeld inof aan een instelling als bedoeld inin de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba; of f. een diploma of getuigschrift van een erkende Internationale of Europese school waaruit blijkt dat het vak Nederlands is gevolgd op een niveau dat vergelijkbaar is met ten minste het niveau B1 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Moderne Vreemde Talen en voor het vak Nederlandse taal een voldoende is behaald. 2022 33825 15-12-2022 07-12-2022 2022-0000258247 2022 33825 15-12-2022 07-12-2022 2022-0000258247 01-01-2023 01-01-2022
Artikel 2.2 — Artikel 2.2 Tijdelijke vrijstelling van de inburgeringsplicht bij volgen opleiding#
Artikel 2.2 Tijdelijke vrijstelling van de inburgeringsplicht bij volgen opleiding artikel 4, eerste lid, onderdeel d, van de wet artikel 2.1 De Minister verleent vrijstelling, bedoeld in, aan de inburgeringsplichtige die een opleiding volgt die leidt tot uitreiking van een van de bewijsstukken, genoemd in, gedurende de periode dat de inburgeringsplichtige is ingeschreven voor de betreffende opleiding. 2021 38863 01-09-2021 13-08-2021 2021-0000130089 2021 586 03-12-2021 30-11-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet inburgering 2021
in werking treedt.
Artikel 2.3 — Artikel 2.3 Aanvraag vrijstelling van de inburgeringsplicht#
Artikel 2.3 Aanvraag vrijstelling van de inburgeringsplicht 1 artikel 4, eerste lid, onderdeel b, d en e, van de wet De inburgeringsplichtige dient een aanvraag tot vrijstelling als bedoeld in, in bij de Minister. 2 De Minister geeft binnen 8 weken een beschikking. 3 artikel 4, eerste lid, onderdeel e, van de wet Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot vrijstelling als bedoeld in, is door de inburgeringsplichtige een bedrag verschuldigd van € 90. 2021 38863 01-09-2021 13-08-2021 2021-0000130089 2021 586 03-12-2021 30-11-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet inburgering 2021
in werking treedt.
Artikel 2.4 — Artikel 2.4 Aanwijzing adviserende instelling over vrijstellende buitenlandse opleidingen#
Artikel 2.4 Aanwijzing adviserende instelling over vrijstellende buitenlandse opleidingen artikel 2.4 van het besluit Als organisaties, bedoeld in, worden aangewezen de Stichting Nuffic en de Stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven. 2021 38863 01-09-2021 13-08-2021 2021-0000130089 2021 586 03-12-2021 30-11-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet inburgering 2021
in werking treedt.
Artikel 2.5 — Artikel 2.5 Medische deskundigenverklaring#
Artikel 2.5 Medische deskundigenverklaring 1 artikel 2.7, eerste lid, van het besluit artikel 3.6 De deskundigenverklaring, bedoeld in, bevat in ieder geval een advies met betrekking tot het verlenen dan wel het weigeren van de gehele of gedeeltelijke ontheffing van de inburgeringsplicht en, indien van toepassing, een voorstel met betrekking tot de in aanmerking komende aangepaste examenomstandigheden als bedoeld in. 2 artikel 2.7, eerste lid, van het besluit De arts, bedoeld in, adviseert tot gehele of gedeeltelijke ontheffing van de inburgeringsplicht indien de inburgeringsplichtige niet in staat is zich met lichte aanpassingen binnen vijf jaar voor te bereiden op de inburgeringsplicht dan wel op een of meerdere onderdelen daarvan, en dit ook niet mogelijk is door het treffen van aangepaste examenomstandigheden voor een of meerdere onderdelen van het inburgeringsexamen of een of meerdere van de examenonderdelen van de onderwijsroute als bedoeld in artikel 2.7, derde lid, onderdeel b, van het besluit. 3 artikel 2.7, eerste lid, van het besluit bijlage 1 De arts, bedoeld in, stelt de deskundigenverklaring op conform het protocol dat is opgenomen inbij deze regeling. 2021 38863 01-09-2021 13-08-2021 2021-0000130089 2021 586 03-12-2021 30-11-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet inburgering 2021
in werking treedt.
Artikel 2.6 — Artikel 2.6 Ontheffing bijzondere individuele omstandigheden#
Artikel 2.6 Ontheffing bijzondere individuele omstandigheden 1 artikel 2.8 van het besluit Bij de aanvraag tot ontheffing, bedoeld in, verschaft de inburgeringsplichtige informatie over: a. de bijzondere individuele omstandigheden die het hem onmogelijk of uiterst moeilijk maken aan de inburgeringsplicht te voldoen, en een onderbouwing waarom deze omstandigheden hem niet verweten kunnen worden; b. de geleverde inspanningen om te voldoen aan de inburgeringsplicht; en c. de zeer schrijnende situatie waarin hij terecht komt indien ontheffing van de inburgeringsplicht niet wordt verleend. 2 Indien de bijzondere individuele omstandigheden bestaan uit medische omstandigheden, verstrekt de inburgeringsplichtige, of, indien van toepassing, diens gezinslid of bloedverwant in de eerste graad, bij de aanvraag een medische machtiging. 3 artikel 2.7, eerste lid, van het besluit bijlage 1 De arts, bedoeld in, stelt een advies op over de medische omstandigheden, bedoeld in het tweede lid, conform het protocol dat is opgenomen inbij deze regeling. 2021 38863 01-09-2021 13-08-2021 2021-0000130089 2021 586 03-12-2021 30-11-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet inburgering 2021
in werking treedt.
Artikel 2.7 — Artikel 2.7 Tarieven ontheffing#
Artikel 2.7 Tarieven ontheffing 1 artikel 2.5, eerste lid Voor het onderzoek ten behoeve van het opstellen van een deskundigenverklaring als bedoeld in, is door de inburgeringsplichtige een bedrag verschuldigd van € 225. 2 artikel 2.5, eerste lid Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt aan de inburgeringsplichtige terugbetaald indien in de deskundigenverklaring, bedoeld in, wordt geadviseerd de gevraagde gehele of gedeeltelijke ontheffing van de inburgeringsplicht te verlenen dan wel deze niet te verlenen, maar wel wordt geadviseerd de inburgeringsplichtige de examens onder aangepaste examenomstandigheden af te laten leggen. 2021 38863 01-09-2021 13-08-2021 2021-0000130089 2021 586 03-12-2021 30-11-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet inburgering 2021
in werking treedt.
Artikel 3.1 — Artikel 3.1 Urennorm module Arbeidsmarkt en Participatie#
Artikel 3.1 Urennorm module Arbeidsmarkt en Participatie Ten minste 40 uren van de module Arbeidsmarkt en Participatie zijn gericht op de praktische inzet van de inburgeringsplichtige op de arbeidsmarkt. 2021 38863 01-09-2021 13-08-2021 2021-0000130089 2021 586 03-12-2021 30-11-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet inburgering 2021
in werking treedt.
Artikel 3.2 — Artikel 3.2 Eindtermen kennis van de Nederlandse maatschappij#
Artikel 3.2 Eindtermen kennis van de Nederlandse maatschappij artikel 3.4 van het besluit bijlage 2 De te behalen eindtermen van het examenonderdeel kennis van de Nederlandse maatschappij, bedoeld in, zijn opgenomen inbij deze regeling. 2021 38863 01-09-2021 13-08-2021 2021-0000130089 2021 586 03-12-2021 30-11-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet inburgering 2021
in werking treedt.
Artikel 3.3 — Artikel 3.3 Auteursrecht#
Artikel 3.3 Auteursrecht artikel 15b van de Auteurswet artikel 3.5, tweede lid, van het besluit De Staat der Nederlanden (Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid) maakt een voorbehoud als bedoeld inmet betrekking tot de inhoud van de examens, bedoeld in. 2021 38863 01-09-2021 13-08-2021 2021-0000130089 2021 586 03-12-2021 30-11-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet inburgering 2021
in werking treedt.
Artikel 3.4 — Artikel 3.4 Examengeld#
Artikel 3.4 Examengeld artikel 3.7, eerste lid, van het besluit Het examengeld, bedoeld in, bedraagt: a. artikel 3.5, tweede lid, onderdeel a, van het besluit € 50 voor het examen, bedoeld in; b. artikel 3.3, aanhef en onderdeel a tot en met d, van het besluit € 50 voor elk van de onderdelen van het examen, genoemd inop het niveau A2. 2021 38863 01-09-2021 13-08-2021 2021-0000130089 2021 586 03-12-2021 30-11-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet inburgering 2021
in werking treedt.
Artikel 3.5 — Artikel 3.5 Kosteloze examenpogingen onderdelen van het inburgeringsexamen#
Artikel 3.5 Kosteloze examenpogingen onderdelen van het inburgeringsexamen 1 Een asielstatushouder in de B1-route mag bij het afleggen van het inburgeringsexamen kosteloos twee keer examen per examenonderdeel afleggen, mits het niveau van het examen overeenkomt met ten minste het in het persoonlijk plan inburgering en participatie vastgelegde niveau. 2 Een asielstatushouder in de onderwijsroute mag kosteloos twee keer examen van het examenonderdeel kennis van de Nederlandse maatschappij, dat wordt aangeboden als onderdeel van het inburgeringsexamen, afleggen. 3 artikel 3.14, zevende lid, van het besluit Een asielstatushouder in de Z-route mag kosteloos twee keer examen per taalexamenonderdeel op het niveau A2, en het examen kennis van de Nederlandse maatschappij, dat wordt aangeboden als onderdeel van het inburgeringsexamen, afleggen, mits is voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in. 2022 33825 15-12-2022 07-12-2022 2022-0000258247 2022 33825 15-12-2022 07-12-2022 2022-0000258247 01-01-2023
Artikel 3.6 — Artikel 3.6 Aangepaste examenomstandigheden#
Artikel 3.6 Aangepaste examenomstandigheden artikel 3.9, eerste lid, van het besluit De aangepaste examenomstandigheden, bedoeld in, betreffen in ieder geval: a. examen in aangepaste locatie; b. verlenging examentijd; c. onderbroken examenafname; d. aangepaste inroostering; e. examenhulp; f. grootbeeld; g. grootschrift; h. loepfunctie; i. typen in plaats van schrijven; en j. voorleesfunctie. 2021 38863 01-09-2021 13-08-2021 2021-0000130089 2021 586 03-12-2021 30-11-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet inburgering 2021
in werking treedt.
Artikel 3.7 — Artikel 3.7 Wijze van examinering#
Artikel 3.7 Wijze van examinering 1 artikel 3.3, aanhef en onderdeel a, b en d van het besluit De onderdelen leesvaardigheid, luistervaardigheid en spreekvaardigheid van het examen, bedoeld in, op het niveau A2 worden afgelegd door middel van een door de Minister beheerd geautomatiseerd systeem. 2 artikel 3.3, aanhef en onderdeel c, van het besluit Het onderdeel schrijfvaardigheid van het examen, bedoeld in, op het niveau A2 wordt schriftelijk afgelegd. 3 artikel 3.5, tweede lid, onderdeel a, van het besluit Het examen kennis van de Nederlandse maatschappij, bedoeld in, wordt afgelegd door middel van een door de Minister beheerd geautomatiseerd systeem. 2021 38863 01-09-2021 13-08-2021 2021-0000130089 2021 586 03-12-2021 30-11-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet inburgering 2021
in werking treedt.
Artikel 3.8 — Artikel 3.8 Beoordelen van het examen#
Artikel 3.8 Beoordelen van het examen 1 artikel 3.3, aanhef en onderdeel a en b, van het besluit artikel 3.7, eerste lid De examenonderdelen leesvaardigheid en luistervaardigheid, bedoeld in, op het niveau A2 worden beoordeeld door de Minister door middel van het geautomatiseerd systeem, bedoeld in. 2 artikel 3.3, aanhef en onderdeel d, van het besluit artikel 3.7, eerste lid Het examenonderdeel spreekvaardigheid, bedoeld in, op het niveau A2 wordt voor wat betreft de antwoorden op de meerkeuzevragen beoordeeld door middel van het geautomatiseerd systeem, bedoeld in, en voor de antwoorden op de open vragen door een of meer door de Minister aan te wijzen beoordelaars. 3 artikel 3.3, aanhef en onderdeel c, van het besluit Het examenonderdeel schrijfvaardigheid, bedoeld in, op het niveau A2 wordt beoordeeld door een of meer door de Minister aan te wijzen beoordelaars. 4 artikel 3.5, tweede lid, onderdeel a, van het besluit artikel 3.7, derde lid Het examenonderdeel kennis van de Nederlandse maatschappij, bedoeld in, wordt door middel van het geautomatiseerd systeem, bedoeld in, beoordeeld. 2021 38863 01-09-2021 13-08-2021 2021-0000130089 2021 586 03-12-2021 30-11-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet inburgering 2021
in werking treedt.
Artikel 3.9 — Artikel 3.9 Training voor beoordelaars#
Artikel 3.9 Training voor beoordelaars 1 artikel 3.11, onderdeel c, van het besluit De deskundigheid van de beoordelaars, bedoeld in, blijkt uit een afgeronde door de Minister vast te stellen examentraining schrijfvaardigheid op het niveau A2 of spreekvaardigheid op het niveau A2. 2 De examentraining wordt gegeven door een door de Minister aan te wijzen instelling. 3 De in het tweede lid genoemde instelling reikt een certificaat uit, waaruit blijkt dat de deelnemer de training heeft gevolgd en het aansluitende examen met goed gevolg heeft afgelegd. 2021 38863 01-09-2021 13-08-2021 2021-0000130089 2021 586 03-12-2021 30-11-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet inburgering 2021
in werking treedt.
Artikel 3.10 — Artikel 3.10 Vaststellen examenreglement, toelating examens en waarborgen kwaliteit#
Artikel 3.10 Vaststellen examenreglement, toelating examens en waarborgen kwaliteit 1 artikel 3.5, tweede lid, van het besluit De Minister stelt voor de examens, bedoeld in, een examenreglement vast. 2 artikel 3.8 van het besluit \ Een inburgeringsplichtige die zich overeenkomstig de daartoe gestelde regels heeft aangemeld, het verschuldigde examengeld heeft voldaan en zich overeenkomstigheeft geïdentificeerd, wordt toegelaten tot de examens, bedoeld in. 3 artikel 3.5, tweede lid, van het besluit De kwaliteit van de examens, bedoeld in, wordt gewaarborgd door: a. transparantie van de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden bij de examinering; b. het treffen van passende technische en organisatorische maatregelen om de examen- en persoonsgegevens te beveiligen tegen verlies of onrechtmatige verwerking; c. het beschrijven van de procedure van verwerking van examenresultaten en de gegevensverstrekking; d. de naleving van het examenreglement, bedoeld in het eerste lid; e. het treffen van passende technische en organisatorische maatregelen om de kwaliteit van de processen rondom de afname en de beoordeling van examens te waarborgen; en f. het beschrijven van de procedure die wordt gevolgd bij een vermoeden van onregelmatigheden bij het afleggen van de examens en het omschrijven van de sancties die getroffen kunnen worden indien sprake is van onregelmatigheden. 4 artikel 3.5, tweede lid, van het besluit bijlage 3 Om tot de examens, bedoeld in, te worden toegelaten is de kandidaat verplicht in te stemmen met de inbij deze regeling opgenomen geheimhoudingsverklaring ten aanzien van de inhoud van het examen. 2021 38863 01-09-2021 13-08-2021 2021-0000130089 2021 586 03-12-2021 30-11-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet inburgering 2021
in werking treedt.
Artikel 3.11 — Artikel 3.11 Examenreglement#
Artikel 3.11 Examenreglement artikel 3.10, eerste lid In het examenreglement, bedoeld in, wordt in ieder geval vermeld: a. de procedure van aanmelding en identificatie van de inburgeringsplichtige; b. de wijze waarop het examengeld wordt geïnd; c. de procedure bij annulering of wijziging van de examendatum door de inburgeringsplichtige; d. de wijze van bekendmaking van de uitslagen van de examens; e. de procedure en sancties bij onregelmatigheden; en f. de procedure voor de afhandeling van klachten. 2021 38863 01-09-2021 13-08-2021 2021-0000130089 2021 586 03-12-2021 30-11-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet inburgering 2021
in werking treedt.
Artikel 3.12 — Artikel 3.12 Vrijstelling mondelinge en schriftelijke vaardigheden op niveau B1#
Artikel 3.12 Vrijstelling mondelinge en schriftelijke vaardigheden op niveau B1 Van de verplichting om voor een of meerdere onderdelen van de mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal op ten minste het niveau B1 het examen te behalen, is vrijgesteld de inburgeringsplichtige die beschikt over een van de volgende bewijsstukken, en daaruit blijkt dat een voldoende resultaat is behaald voor het vak Nederlandse taal: a. een certificaat dat is afgegeven ter afronding van het examenonderdeel lezen, schrijven, luisteren respectievelijk spreken van het Staatsexamen Nederlands als tweede taal, alsmede degene die beschikt over het diploma van het staatsexamen Nederlands als tweede taal op ten minste niveau B1; b. artikel 52 artikel 53 van het Eindexamenbesluit VO artikel 31 van het Staatsexamenbesluit VO een cijferlijst als bedoeld inof een certificaat als bedoeld inof; c. een van de volgende certificaten van het Certificaat Nederlands als Vreemde Taal: i. Certificaat Profiel Maatschappelijk Formeel op ERK-niveau B1; ii. Certificaat Profiel Zakelijk Professionele op ERK-niveau B2; iii. Certificaat Profiel Educatief Startbekwaam op ERK-niveau B2; iv. Certificaat Profiel Educatief Professioneel op ERK-niveau C1; of d. een buitenlands diploma, getuigschrift of certificaat behaald bij een door de overheid van het land waar de opleiding is gevolgd erkende instelling, waaruit blijkt dat de inburgeringsplichtige een of meerdere van de schriftelijke en mondelinge vaardigheden in de Nederlandse taal op ten minste het niveau B1 beheerst. 2021 38863 01-09-2021 13-08-2021 2021-0000130089 2021 586 03-12-2021 30-11-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet inburgering 2021
in werking treedt.
Artikel 3.13 — Artikel 3.13 Vrijstelling mondelinge en schriftelijke vaardigheden op niveau A2#
Artikel 3.13 Vrijstelling mondelinge en schriftelijke vaardigheden op niveau A2 Van de verplichting om voor een of meerdere onderdelen van de mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal op het niveau A2 het examen te behalen, is vrijgesteld de inburgeringsplichtige die beschikt over een van de volgende bewijsstukken, en daaruit blijkt dat een voldoende resultaat is behaald voor het vak Nederlandse taal: a. een bewijsstuk verstrekt door de Minister, waaruit volgt dat het examenonderdeel lezen, luisteren, schrijven, respectievelijk spreken van het inburgeringsexamen op ERK niveau A2 is behaald; of b. een certificaat Nederlands als vreemde taal op ERK niveau A2 verstrekt door de Taalunie. 2021 38863 01-09-2021 13-08-2021 2021-0000130089 2021 586 03-12-2021 30-11-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet inburgering 2021
in werking treedt.
Artikel 3.14 — Artikel 3.14 Aanvraag gedeeltelijke vrijstelling inburgeringsexamen#
Artikel 3.14 Aanvraag gedeeltelijke vrijstelling inburgeringsexamen 1 artikel 7, derde lid, van de wet De inburgeringsplichtige dient een aanvraag tot vrijstelling als bedoeld in, in bij de Minister. 2 De Minister geeft binnen 8 weken een beschikking. 2021 38863 01-09-2021 13-08-2021 2021-0000130089 2021 586 03-12-2021 30-11-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet inburgering 2021
in werking treedt.
Artikel 3.15 — Artikel 3.15 Aanwijzing adviserende instelling over vrijstellende buitenlandse opleidingen#
Artikel 3.15 Aanwijzing adviserende instelling over vrijstellende buitenlandse opleidingen artikel 3.13 van het besluit Als organisaties, bedoeld in, worden aangewezen de Stichting Nuffic en de Stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven. 2021 38863 01-09-2021 13-08-2021 2021-0000130089 2021 586 03-12-2021 30-11-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet inburgering 2021
in werking treedt.
Artikel 3.16 — Artikel 3.16 Inhoud zelfredzaamheidsroute#
Artikel 3.16 Inhoud zelfredzaamheidsroute 1 artikel 3.14, tweede lid, onderdeel a, van het besluit De cursus Nederlands als tweede taal en het alfabetiseringsonderwijs, bedoeld in, bestaat uit de volgende onderdelen: a. leesvaardigheid; b. luistervaardigheid; c. schrijfvaardigheid; en d. spreekvaardigheid. 2 artikel 3.14, tweede lid, onderdeel a, van het besluit Het college kan een lagere urennorm vaststellen dan de norm, bedoeld in, of vaststellen dat cursusuren voor bepaalde onderdelen, genoemd in het eerste lid, niet hoeven te worden gevolgd indien de inburgeringsplichtige met een auditieve of visuele beperking in verband met deze beperking een revalidatietraject volgt. 2021 38863 01-09-2021 13-08-2021 2021-0000130089 2021 586 03-12-2021 30-11-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet inburgering 2021
in werking treedt.
Artikel 3.17 — Artikel 3.17 Het inburgeringsdiploma#
Artikel 3.17 Het inburgeringsdiploma bijlage 4 Het model van het inburgeringsdiploma is opgenomen inbij deze regeling. 2021 38863 01-09-2021 13-08-2021 2021-0000130089 2021 586 03-12-2021 30-11-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet inburgering 2021
in werking treedt.
Artikel 3.18 — Artikel 3.18 Het inburgeringscertificaat#
Artikel 3.18 Het inburgeringscertificaat 1 bijlage 5 Het model van het inburgeringscertificaat is opgenomen inbij deze regeling. 2 Het college overhandigt het inburgeringscertificaat persoonlijk aan de inburgeringsplichtige. 2021 38863 01-09-2021 13-08-2021 2021-0000130089 2021 586 03-12-2021 30-11-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet inburgering 2021
in werking treedt.
Artikel 3.19 — Artikel 3.19 Aanwijzing instelling voorbereiding op de inburgering#
Artikel 3.19 Aanwijzing instelling voorbereiding op de inburgering artikel 10 van de wet Als instelling, bedoeld in, wordt aangewezen het Centraal Orgaan opvang asielzoekers. 2021 38863 01-09-2021 13-08-2021 2021-0000130089 2021 586 03-12-2021 30-11-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet inburgering 2021
in werking treedt.
Artikel 3.20 — Artikel 3.20 Aanwijzing organisaties internationale diplomawaardering en indicatie onderwijsniveau#
Artikel 3.20 Aanwijzing organisaties internationale diplomawaardering en indicatie onderwijsniveau artikel 34, vierde lid, van de wet Als organisaties, bedoeld in, worden aangewezen de Stichting Nuffic en de Stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven. 2021 38863 01-09-2021 13-08-2021 2021-0000130089 2021 586 03-12-2021 30-11-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet inburgering 2021
in werking treedt.
Artikel 4.1 — Artikel 4.1 Verlengingsgrond bij niet verwijtbaarheid, termijn en aanvraag#
Artikel 4.1 Verlengingsgrond bij niet verwijtbaarheid, termijn en aanvraag 1 artikel 4.3, eerste lid, van het besluit Van een omstandigheid als bedoeld inis sprake bij: a. langdurige ziekte van de inburgeringsplichtige, zijn partner of bloedverwant in de eerste graad van ten minste drie aaneengesloten maanden; b. overlijden van de partner of een bloedverwant in de eerste graad van de inburgeringsplichtige; c. bevalling van de inburgeringsplichtige; d. verblijf in een Blijf van mijn Lijf huis door de inburgeringsplichtige voor een periode van ten minste drie aaneengesloten maanden; e. deelname aan een alfabetiseringscursus voor de duur van ten minste drie aaneengesloten maanden door de inburgeringsplichtige die de B1-route of onderwijsroute volgt; f. een opgelopen vertraging vanwege dakloosheid van de inburgeringsplichtige gedurende ten minste drie aaneengesloten maanden; g. artikel 16 van de wet het niet binnen drie maanden na de datum van het vaststellen van het persoonlijk plan inburgering en participatie doen van een inburgeringsaanbod als bedoeld indoor het college, met dien verstande dat de inburgeringsplichtige die de onderwijsroute volgt binnen zes maanden na het vaststellen van het voornoemde plan ook daadwerkelijk kan starten met het taalschakeltraject; h. de onmogelijkheid inburgeringsactiviteiten te verrichten gedurende ten minste drie aaneengesloten maanden vanwege een omstandigheid gelegen bij de aanbieder van deze inburgeringsactiviteiten; i. een opgelopen vertraging van ten minste drie aaneengesloten maanden vanwege een niet verwijtbare individuele bijzondere omstandigheid; of j. twee of meer van de omstandigheden, bedoeld in onderdeel a tot en met i, die tezamen tot gevolg hebben dat het voor de inburgeringsplichtige niet mogelijk is geweest inburgeringsactiviteiten te verrichten gedurende een periode van ten minste drie aaneengesloten maanden. 2 artikel 11, eerste lid, van de wet artikelen 24, tweede en derde lid 25, tweede lid, van de wet De termijn, bedoeld in, of de op grond van de,vastgestelde nieuwe termijn wordt verlengd met een periode: a. die gelijk is aan de duur van die ziekteperiode bij de omstandigheid, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a; b. van drie maanden, bij de omstandigheid, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b; c. van 16 weken, bij de omstandigheid, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c; d. die gelijk is aan de duur van het verblijf, bij de omstandigheid, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d; e. die gelijk is aan de duur van de alfabetiseringscursus en ten hoogste zes maanden, bij de omstandigheid, bedoeld in het eerste lid, onderdeel e; f. die gelijk is aan de duur van de dakloosheid en ten hoogste twee jaar, bij de omstandigheid, bedoeld in het eerste lid, onderdeel f; g. die gelijk is aan de duur van het uitblijven van een inburgeringsaanbod na het verstrijken van drie maanden na de datum van het vaststellen van het persoonlijk plan inburgering en participatie, met dien verstande dat bij de onderwijsroute de duur van de verlenging zes maanden bedraagt indien de inburgeringsplichtige niet binnen zes maanden na het vaststellen van het voornoemde plan ook heeft kunnen starten met het taalschakeltraject, bij de omstandigheid bedoeld in het eerste lid, onderdeel g; h. die gelijk is aan de duur van de opgelopen vertraging en ten hoogste zes maanden, bij de omstandigheid, bedoeld in het eerste lid, onderdeel h; i. die gelijk is aan de duur van de opgelopen vertraging en ten hoogste twee jaar, bij de omstandigheid, bedoeld in het eerste lid, onderdeel i; j. die gelijk is aan de duur van de opgelopen vertraging, bij de omstandigheid, bedoeld in het eerste lid, onderdeel j. 3 De inburgeringsplichtige verstrekt bij de aanvraag om verlenging op grond van het eerste lid: a. een medische machtiging, bij de omstandigheid, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a; b. artikel 19f van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek een afschrift van de ingeschreven akte van overlijden als bedoeld in, bij de omstandigheid, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b; c. een afschrift van de geboorteakte uit de Basisregistratie Personen, bij de omstandigheid, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c; d. een door het Blijf van mijn Lijf huis afgegeven verklaring, bij de omstandigheid, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d; e. een verklaring van de taalschool, bij de omstandigheid, bedoeld in het eerste lid, onderdeel e; f. een uitdraai uit de Basisregistratie Personen, bij de omstandigheid, bedoeld in het eerste lid, onderdeel f; g. een verklaring van het college, bij de omstandigheid, bedoeld in het eerste lid, onderdeel g; h. stukken waaruit de omstandigheid bij de aanbieder blijkt, bij de omstandigheid, bedoeld in het eerste lid, onderdeel h; i. stukken waaruit de niet verwijtbare individuele bijzondere omstandigheid blijkt, bij de omstandigheid, bedoeld in het eerste lid, onderdeel i; j. de bij de omstandigheid behorende stukken, bedoeld in onderdeel a tot en met i, bij de omstandigheid, bedoeld in het eerste lid, onderdeel j. 2021 38863 01-09-2021 13-08-2021 2021-0000130089 2021 586 03-12-2021 30-11-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet inburgering 2021
in werking treedt.
Artikel 4.2 — Artikel 4.2 Verlengingsgrond bij volgen niet vrijstellende opleiding, aanvraag en termijn#
Artikel 4.2 Verlengingsgrond bij volgen niet vrijstellende opleiding, aanvraag en termijn 1 artikel 4.3, tweede lid Niet vrijstellende opleidingen als bedoeld in, van het besluit zijn: a. artikel 5, onderdeel d, van de Wet op het voortgezet onderwijs artikel 2.8 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 praktijkonderwijs, bedoeld inof; b. artikel 8, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van voornoemde wet voortgezet speciaal onderwijs, bedoeld in, in het arbeidsmarktgerichte uitstroomprofiel of het uitstroomprofiel dagbesteding, bedoeld in; of c. artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel a, van de Wet educatie en beroepsonderwijs een entreeopleiding (mbo-niveau 1), bedoeld in. 2 De inburgeringsplichtige verstrekt bij de aanvraag om verlenging op grond van het eerste lid: a. een bewijs van inschrijving van de school of instelling die de opleiding verzorgt of heeft verzorgd; b. een bewijsstuk met daarin de vermelding van het uitstroomprofiel, bij het eerste lid, onderdeel b; en c. een bewijs van uitschrijving van de school of instelling die de opleiding heeft verzorgd indien de inburgeringsplichtige de opleiding op het moment van het indienen van de aanvraag niet langer volgt. 3 artikel 11, eerste lid, van de wet artikel 12 van de wet De termijn, bedoeld in, of de op grond vanverlengde termijn, wordt voor een inburgeringsplichtige die de opleiding op het moment van de aanvraagniet langer volgt, verlengd met een periode die gelijk is aan de datum van inschrijving bij de school of instelling die de opleiding heeft verzorgd, waarbij de periode voorafgaand aan de datum waarop de inburgeringsplicht aanving niet meetelt, tot aan de datum van uitschrijving bij de school of instelling die de opleiding heeft verzorgd, met dien verstande dat de verlengingsduur voor de opleiding, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, ten hoogste twee jaar is. 4 artikel 11, eerste lid, van de wet artikel 12 van de wet De termijn, bedoeld in, of de op grond vanverlengde termijn, wordt voor een inburgeringsplichtige die de opleiding nog volgt op het moment van de aanvraag, verlengd met de periode van twee jaren. Na deze verlenging kan de termijn nog twee keer worden verlengd met de periode van een jaar, met dien verstande dat de verlengingsduur voor de opleiding, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, ten hoogste twee jaar is. 5 Indien een inburgeringsplichtige na de opleiding, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b, doorstroomt naar de opleiding, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, worden verlengingstermijnen bij elkaar opgeteld mits de inburgeringsplichtige de opleidingen direct aansluitend op elkaar heeft gevolgd of volgt. Indien dit niet het geval is, wordt uitgegaan van de verlengingsduur behorende bij de opleiding die de inburgeringsplichtige volgde op de datum waarop de inburgeringsplicht aanving. 2022 33825 15-12-2022 07-12-2022 2022-0000258247 2022 33825 15-12-2022 07-12-2022 2022-0000258247 01-01-2023
Artikel 5.1 — Artikel 5.1 Aanwijzing instelling uitvoering leerbaarheidstoets#
Artikel 5.1 Aanwijzing instelling uitvoering leerbaarheidstoets artikel 14, vijfde lid, van de wet Als organisatie, bedoeld in, wordt aangewezen Dienst Uitvoering Onderwijs. 2021 38863 01-09-2021 13-08-2021 2021-0000130089 2021 586 03-12-2021 30-11-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet inburgering 2021
in werking treedt.
Artikel 6.1 — Artikel 6.1 Hoogte van de lening#
Artikel 6.1 Hoogte van de lening 1 artikel 6.2, eerste lid, van het besluit artikel 6.8, tweede tot en met vijfde lid Van het bedrag van de lening, bedoeld inwordt twee maal de vastgestelde draagkracht, als vastgesteld op grond van, afgetrokken. 2 Indien het bedrag van de lening minder dan € 180 bedraagt, wordt dit op nul gesteld. 2021 38863 01-09-2021 13-08-2021 2021-0000130089 2021 586 03-12-2021 30-11-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet inburgering 2021
in werking treedt.
Artikel 6.2 — Artikel 6.2 Betaling van de lening#
Artikel 6.2 Betaling van de lening 1 Ten behoeve van de betaling van de lening verstrekt de inburgeringsplichtige een verklaring aan de Minister van: a. artikel 6.2, derde lid, van het besluit de door hem gevolgde cursus ten behoeve van de in het persoonlijk plan inburgering en participatie vastgestelde leerroute, indien hij op grond van, in aanmerking komt voor een lening ten behoeve van het volgen van deze cursus; b. artikel 6.2, vierde lid, van het besluit het door hem gevolgde taalschakeltraject, indien hij op grond vanin aanmerking komt voor een lening ten behoeve van het volgen van een taalschakeltraject; c. artikel 6.2, derde lid, van het besluit het door hem gevolgde alfabetiseringsonderwijs, indien hij op grond van, in aanmerking komt voor een lening ten behoeve van het volgen van alfabetiseringsonderwijs; of d. artikel 7, eerste lid, van de wet de door hem afgelegde inburgeringexamens als bedoeld in. 2 De factuur van de cursusinstelling waar de verklaring van de inburgeringsplichtige betrekking op heeft, vermeldt in ieder geval: a. het burgerservicenummer van de inburgeringsplichtige; b. de naam- en adresgegevens van de inburgeringsplichtige; c. de naam- en adresgegevens van de instelling; d. de handtekening van de inburgeringsplichtige; e. de datum; en f. de specificatie van het factuurbedrag. 3 De betaling van de factuur, bedoeld in het tweede lid, geschiedt binnen vier weken na ontvangst door de Minister van de verklaring van de inburgeringsplichtige over de cursusuren waar die factuur betrekking op heeft. 4 De Minister betaalt per kwartaal de bedragen van de lening aan de hand van de facturen en de verklaring van de inburgeringsplichtige over de afgesproken contracturen en de verklaring van de inburgeringsplichtige over de afgelegde examens. Voor het bedrag aan ingediende facturen voor contracturen geldt een maximum van € 2.000. Indien het bedrag van de facturen, hoger is dan € 2.000 wordt de betreffende factu(u)r(en) niet betaalbaar gesteld. 2021 38863 01-09-2021 13-08-2021 2021-0000130089 2021 586 03-12-2021 30-11-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet inburgering 2021
in werking treedt.
Artikel 6.3 — Artikel 6.3 Renteberekening#
Artikel 6.3 Renteberekening 1 De rente over de door de debiteur opgenomen lening wordt maandelijks berekend op basis van samengestelde interest. 2 Voor de berekening van de rente op de voet van het eerste lid wordt een maand gesteld op 30 dagen en een jaar gesteld op 360 dagen. 2021 38863 01-09-2021 13-08-2021 2021-0000130089 2021 586 03-12-2021 30-11-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet inburgering 2021
in werking treedt.
Artikel 6.4 — Artikel 6.4 Rentevaste aanloopfase en terugbetalingsperiode#
Artikel 6.4 Rentevaste aanloopfase en terugbetalingsperiode 1 artikel 21, derde lid, onderdeel a of b, van de wet artikel 6.7, eerste lid, van het besluit artikel 6.6, eerste lid, van het besluit Gedurende de aanloopfase, bedoeld in, en de eerste vijf jaren van de terugbetalingsperiode, bedoeld in, wordt hetzelfde rentepercentage gehanteerd, vastgesteld overeenkomstig. Het bij aanvang van de aanloopfase geldende rentepercentage wordt gehanteerd. 2 artikel 6.6, eerste lid, van het besluit Voor de resterende terugbetalingsperiode na het verstrijken van de in het eerste lid genoemde termijn wordt het rentepercentage opnieuw vastgesteld overeenkomstig. 2021 38863 01-09-2021 13-08-2021 2021-0000130089 2021 586 03-12-2021 30-11-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet inburgering 2021
in werking treedt.
Artikel 6.5 — Artikel 6.5 Berekening maandelijkse termijn#
Artikel 6.5 Berekening maandelijkse termijn 1 artikel 6.3 De hoogte van de maandelijkse termijn wordt berekend op basis van het bedrag aan opgebouwde schuld vermeerderd met de over dat bedrag verschuldigde rente, berekend overeenkomstigen gedeeld door het aantal te betalen termijnen. 2 artikel 6.8 De hoogte van de maandelijkse termijn bedraagt ten minste € 15. Indien de draagkracht overeenkomstigis vastgesteld op minder dan € 180 per jaar, wordt het maandelijkse termijnbedrag op nul gesteld. 2021 38863 01-09-2021 13-08-2021 2021-0000130089 2021 586 03-12-2021 30-11-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet inburgering 2021
in werking treedt.
Artikel 6.6 — Artikel 6.6 Terugbetaling niet binnenlands belastingplichtige#
Artikel 6.6 Terugbetaling niet binnenlands belastingplichtige 1 artikel 6.8, eerste lid, van het besluit Wet inkomstenbelasting 2001 Artikel 6.3 In afwijking vanvervallen de rente en aflossing van de lening van een debiteur, die niet binnenlands belastingplichtig is in de zin van de, gedurende de aflosfase in jaarlijkse termijnen.is in dat geval van overeenkomstige toepassing. Indien de debiteur zich voor het einde van een jaartermijn metterwoon in Nederland vestigt, wordt hij tot het einde van die jaartermijn behandeld als een debiteur die niet binnenlands belastingplichtig is. Op aanvraag van de in de eerste volzin bedoelde debiteur kan de Minister besluiten dat de rente en aflossing van de lening niet vervallen in jaarlijkse termijnen maar in maandelijkse termijnen. 2 artikel 6.5 De hoogte van de jaarlijkse dan wel de maandelijkse termijn, bedoeld in het eerste lid, laatste volzin, wordt berekend overeenkomstig, tenzij de debiteur, bedoeld in het eerste lid, bij de Minister een aanvraag indient tot vaststelling van zijn draagkracht voor de resterende aflosfase. In dat geval levert hij aan de Minister de door de Minister gevraagde gegevens. 3 De betaling van de maandelijkse termijn, bedoeld in het eerste lid, laatste volzin, geschiedt door middel van: a. een daartoe door de debiteur verleende doorlopende machtiging om het verschuldigde bedrag maandelijks te doen afschrijven van een door de debiteur aangewezen bank- of girorekening in Nederland; of b. een door de Minister aan de debiteur gezonden betaalverzoek. 2021 38863 01-09-2021 13-08-2021 2021-0000130089 2021 586 03-12-2021 30-11-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet inburgering 2021
in werking treedt.
Artikel 6.7 — Artikel 6.7 Mogelijkheid eenmalige aflossing#
Artikel 6.7 Mogelijkheid eenmalige aflossing artikel 6.8, eerste lid, van het besluit artikel 6.3 De debiteur kan in afwijking vande lening in een keer terugbetalen. De terugbetaling omvat het bedrag van de opgebouwde schuld vermeerderd met de over dat bedrag verschuldigde rente, berekend overeenkomstig. 2021 38863 01-09-2021 13-08-2021 2021-0000130089 2021 586 03-12-2021 30-11-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet inburgering 2021
in werking treedt.
Artikel 6.8 — Artikel 6.8 Vaststelling draagkracht debiteur#
Artikel 6.8 Vaststelling draagkracht debiteur 1 artikel 6.10 van het besluit De draagkracht die wordt vastgesteld overeenkomstig dit artikel, gaat in op de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de aanvraag, bedoeld in, is ingediend. 2 Maatstaf voor de vaststelling van de draagkracht van de debiteur is het totaal van het toetsingsinkomen van de debiteur en zijn partner in het tweede jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de draagkracht wordt vastgesteld. Het aldus bepaalde inkomen is het draagkrachtinkomen. 3 Op het draagkrachtinkomen wordt in mindering gebracht de draagkrachtvrije voet. Deze voet is gelijk aan: a. 120% van het belastbaar minimumloon voor een debiteur met partner; b. artikel 8.18 van de Wet inkomstenbelasting 2001 120% van het belastbaar minimumloon voor een debiteur op wie de alleenstaande ouderenkorting, bedoeld in, van toepassing is; of c. 84% van het belastbaar minimumloon voor overige debiteuren zonder partner. 4 De draagkracht van de debiteur is 12% van het inkomen boven de draagkrachtvrije voet. 5 Voor de toepassing van dit artikel wordt indien het toetsingsinkomen of het belastbaar loon in het tweede jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de draagkracht wordt vastgesteld, nog niet bekend is, door de Minister daarvoor in de plaats gesteld een bedrag dat het vast te stellen toetsingsinkomen of het belastbaar loon benadert. 2021 38863 01-09-2021 13-08-2021 2021-0000130089 2021 586 03-12-2021 30-11-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet inburgering 2021
in werking treedt.
Artikel 6.9 — Artikel 6.9 Terugval inkomen#
Artikel 6.9 Terugval inkomen 1 artikel 6.8 Op aanvraag van de debiteur wordt bij de toepassing vanuitgegaan van het inkomen van een ander jaar dan het inkomen over het tweede jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de draagkracht wordt vastgesteld, indien sprake is van terugval in inkomen: a. over het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de draagkracht wordt vastgesteld, in welk geval wordt uitgegaan van het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de draagkracht wordt vastgesteld; of b. over het jaar waarvoor de draagkracht wordt vastgesteld, in welk geval wordt uitgegaan van het jaar waarvoor de draagkracht wordt vastgesteld. 2 Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder een terugval in inkomen verstaan een vermindering van het toetsingsinkomen van de debiteur van ten minste 15% ten opzichte van het tweede jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de draagkracht wordt vastgesteld, met dien verstande dat de vermindering niet kan worden gerekend tot inkomensschommelingen die in het algemeen normaal kunnen worden geacht bij de gekozen wijze van inkomensverwerving. 3 Voor de toepassing van het eerste lid wordt zolang het belastbaar inkomen over het tweede jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de draagkracht wordt vastgesteld, het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de draagkracht wordt vastgesteld, of het jaar waarvoor de draagkracht wordt vastgesteld nog niet definitief bekend is, daarvoor in de plaats gesteld het bedrag dat naar het oordeel van de Minister het uiteindelijke belastbaar loon benadert. 2021 38863 01-09-2021 13-08-2021 2021-0000130089 2021 586 03-12-2021 30-11-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet inburgering 2021
in werking treedt.
Artikel 6.10 — Artikel 6.10 Beide partners debiteur#
Artikel 6.10 Beide partners debiteur artikel 6.9, eerste lid, van het besluit Indien de partner van de debiteur ook een debiteur is die een beschikking tot terugbetaling als bedoeld inheeft ontvangen, wordt: a. artikel 6.8, tweede en vierde lid , slechts eenmaal toegepast op het totaal van het toetsingsinkomen; en b. artikel 6.11 van het besluit bij toepassing vande te betalen maandelijkse termijn per debiteur vastgesteld op basis van de verhouding tussen de hoogte van het toetsingsinkomen van beide debiteuren afzonderlijk. 2021 38863 01-09-2021 13-08-2021 2021-0000130089 2021 586 03-12-2021 30-11-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet inburgering 2021
in werking treedt.
Artikel 6.11 — Artikel 6.11 Verzuim#
Artikel 6.11 Verzuim De debiteur is in verzuim indien binnen twee weken na de vervaldatum van een vordering het bedrag van de verplichte terugbetaling niet is ontvangen. 2021 38863 01-09-2021 13-08-2021 2021-0000130089 2021 586 03-12-2021 30-11-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet inburgering 2021
in werking treedt.
Artikel 6.12 — Artikel 6.12 Schuld in zijn geheel opeisbaar#
Artikel 6.12 Schuld in zijn geheel opeisbaar artikel 21, vierde lid, van de wet Bij uitvaardiging van het dwangbevel, bedoeld inkunnen de achterstallige termijnen worden overgedragen aan een gerechtsdeurwaarder mits: a. het achterstallige deel minimaal € 180 bedraagt; of b. het deel dat zes maanden of langer achterstallig is, minimaal € 15 bedraagt. 2021 38863 01-09-2021 13-08-2021 2021-0000130089 2021 586 03-12-2021 30-11-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet inburgering 2021
in werking treedt.
Artikel 7.1 — Artikel 7.1 Boete bij niet tijdig afronden B1-route#
Artikel 7.1 Boete bij niet tijdig afronden B1-route 1 7.2, tweede lid, van het besluit Bij de vaststelling van de hoogte van de boete, bedoeld in, voor het niet tijdig afronden van de B1-route wordt gekeken naar: a. artikel 32 van de wet het aantal door de inburgeringsplichtige gevolgde cursusuren Nederlands als tweede taal of cursusuren kennis van de Nederlandse maatschappij bij een instelling die voldoet aan het bepaalde op grond van; b. het aantal keren dat de inburgeringsplichtige de onderdelen van het inburgeringsexamen heeft afgelegd; en c. het aantal onderdelen van het inburgeringsexamen dat de inburgeringsplichtige heeft behaald. 2 bijlage 6a De hoogte van de boete wordt vastgesteld aan de hand van de boetetabel zoals opgenomen inbij deze regeling. 2021 38863 01-09-2021 13-08-2021 2021-0000130089 2021 586 03-12-2021 30-11-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet inburgering 2021
in werking treedt.
Artikel 7.2 — Artikel 7.2 Boete bij niet tijdig afronden onderwijsroute#
Artikel 7.2 Boete bij niet tijdig afronden onderwijsroute 1 7.2, tweede lid, van het besluit Bij de vaststelling van de hoogte van de boete, bedoeld in, voor het niet tijdig afronden van de onderwijsroute wordt gekeken naar: a. artikel 8, tweede lid, van de wet de aanwezigheid van de inburgeringsplichtige bij de lessen van een instelling als bedoeld in; b. het aantal keren dat de inburgeringsplichtige examens heeft afgelegd met betrekking tot de mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal op ten minste het niveau B1 of kennis van de Nederlandse maatschappij; en c. het aantal examenonderdelen, bedoeld in onderdeel b, dat de inburgeringsplichtige heeft behaald. 2 bijlage 6b De hoogte van de boete wordt vastgesteld aan de hand van de boetetabel zoals opgenomen inbij deze regeling. 2021 38863 01-09-2021 13-08-2021 2021-0000130089 2021 586 03-12-2021 30-11-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet inburgering 2021
in werking treedt.
Artikel 7.3 — Artikel 7.3 Boete bij niet tijdig afronden zelfredzaamheidsroute#
Artikel 7.3 Boete bij niet tijdig afronden zelfredzaamheidsroute 1 artikel 7.2, tweede lid, van het besluit Bij de vaststelling van de hoogte van de boete, bedoeld in, voor het niet tijdig afronden van de zelfredzaamheidsroute wordt gekeken naar: a. artikel 32 van de wet het aantal uren door de inburgeringsplichtige gevolgde cursusuren Nederlands als tweede taal, inclusief alfabetiseringsonderwijs, of cursusuren kennis van de Nederlandse maatschappij bij een instelling die voldoet aan het bepaalde op grond van; en b. het aantal uren dat de asielstatushouder heeft besteed aan activiteiten gericht op participatie. 2 bijlage 6c De hoogte van de boete wordt vastgesteld aan de hand van de boetetabel zoals opgenomen inbij deze regeling. 2021 38863 01-09-2021 13-08-2021 2021-0000130089 2021 586 03-12-2021 30-11-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet inburgering 2021
in werking treedt.
Artikel 7.4 — Artikel 7.4 Vaststellen nieuwe termijn#
Artikel 7.4 Vaststellen nieuwe termijn 1 artikel 24, tweede en derde lid, van de wet De door de Minister vast te stellen nieuwe termijn, bedoeld in, bedraagt zes maanden indien het participatieverklaringstraject dan wel de module Arbeidsmarkt en Participatie niet is afgerond en bedraagt een jaar indien beide onderdelen niet zijn afgerond. 2 artikel 25, tweede lid, van de wet De door de Minister vast te stellen nieuwe termijn, bedoeld in, is bij de B1-route of de onderwijsroute afhankelijk van het door de inburgeringsplichtige aantal behaalde examenonderdelen, en wordt als volgt vastgesteld: a. indien geen examenonderdeel is behaald, wordt een nieuwe termijn vastgesteld van twee jaar; b. indien een examenonderdeel is behaald, wordt een nieuwe termijn vastgesteld van anderhalf jaar; c. indien twee examenonderdelen zijn behaald, wordt een nieuwe termijn vastgesteld van een jaar; d. indien drie of vier examenonderdelen zijn behaald; wordt een nieuwe termijn vastgesteld van zes maanden. 3 artikel 25, tweede lid, van de wet De door de Minister vast te stellen nieuwe termijn, bedoeld in, is bij de zelfredzaamheidsroute bij de asielstatushouder afhankelijk van het aantal bestede uren aan cursusuren Nederlands als tweede taal, aan cursusuren kennis van de Nederlandse maatschappij of aan participatieactiviteiten, en wordt als volgt vastgesteld: a. bij 400 uren of minder, wordt een nieuwe termijn vastgesteld van twee jaar; b. bij 401 uren tot en met 800 uren, wordt een nieuwe termijn vastgesteld van anderhalf jaar; c. bij 801 uren tot en met 1.200 uren, wordt een nieuwe termijn vastgesteld van een jaar; d. bij 1.201 uren tot en met 1.599 uren, wordt een nieuwe termijn vastgesteld van zes maanden. 4 artikel 25, tweede lid, van de wet De door de Minister vast te stellen nieuwe termijn, bedoeld in, is bij de zelfredzaamheidsroute bij de gezinsmigrant en overige migrant afhankelijk van het aantal gevolgde cursusuren Nederlands als tweede taal of cursusuren kennis van de Nederlandse maatschappij, en wordt als volgt vastgesteld: a. bij 200 uren of minder, wordt een nieuwe termijn vastgesteld van twee jaar; b. bij 201 uren tot en met 400 uren, wordt een nieuwe termijn vastgesteld van anderhalf jaar; c. bij 401 uren tot en met 600 uren, wordt een nieuwe termijn vastgesteld van een jaar; d. bij 601 uren tot en met 799 uren, wordt een nieuwe termijn vastgesteld van een half jaar. 5 artikel 32 van de wet Bij toepassing van het derde en vierde lid, tellen uitsluitend de gevolgde cursusuren Nederlands als tweede taal en cursusuren kennis van de Nederlandse maatschappij mee, indien deze zijn gevolgd bij een instelling die voldoet aan het bepaalde op grond van. 6 De Minister stelt de nieuwe termijn in de boetebeschikking vast conform de ingevolge het eerste tot en met vierde lid, langst vastgestelde nieuwe termijn. 2021 38863 01-09-2021 13-08-2021 2021-0000130089 2021 586 03-12-2021 30-11-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet inburgering 2021
in werking treedt.
Artikel 8.1 — Artikel 8.1 Aanwijzing instelling keurmerk#
Artikel 8.1 Aanwijzing instelling keurmerk artikel 32 van de wet Het keurmerk, bedoeld in, is het Keurmerk Inburgeren, dat wordt toegekend en beheerd door Stichting Blik op Werk. 2021 38863 01-09-2021 13-08-2021 2021-0000130089 2021 586 03-12-2021 30-11-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet inburgering 2021
in werking treedt.
Artikel 8.2 — Artikel 8.2 Eisen keurmerk met betrekking tot de bedrijfsvoering#
Artikel 8.2 Eisen keurmerk met betrekking tot de bedrijfsvoering artikel 8.2, eerste lid, onderdeel a, van het besluit Ten aanzien van de eisen die zien op de bedrijfsvoering, bedoeld in, bevat het keurmerk in ieder geval eisen aan de instelling in het kader van: a. inschrijving in het handelsregister; b. de invulling van het werknemerschap of opdrachtgeverschap; c. de waarborging van de bescherming van persoonsgegevens; d. het voeren van een deugdelijke administratie; e. Algemene Wet inzake Rijksbelastingen de wijze waarop voldaan wordt aan de eisen die volgen uit de; en f. een klachtenregeling. 2021 38863 01-09-2021 13-08-2021 2021-0000130089 2021 586 03-12-2021 30-11-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet inburgering 2021
in werking treedt.
Artikel 8.3 — Artikel 8.3 Eisen met betrekking tot de onderwijskwaliteit#
Artikel 8.3 Eisen met betrekking tot de onderwijskwaliteit 1 artikel 8.2, eerste lid, onderdeel b, van het besluit Ten aanzien van de eisen die zien op de onderwijskwaliteit, bedoeld in, bevat het keurmerk in ieder geval eisen aan de instelling in het kader van: a. de klassengrootte en de verhouding van het aantal inburgeraars per docent, mede gelet op het niveau van de inburgeraars; b. de kwaliteit van de onderwijsfaciliteiten; c. de kwalificaties van de docenten; d. het onderwijsplan; e. het gebruik van afstandsonderwijs; f. de toetsing van de tevredenheid van de inburgeraars door een onafhankelijke instantie; en g. de slagingspercentages. 2 De onafhankelijke instantie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, kan door de verlener van het keurmerk worden aangewezen. 2021 38863 01-09-2021 13-08-2021 2021-0000130089 2021 586 03-12-2021 30-11-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet inburgering 2021
in werking treedt.
Artikel 8.4 — Artikel 8.4 Eisen met betrekking tot de fraudepreventie#
Artikel 8.4 Eisen met betrekking tot de fraudepreventie 1 artikel 8.2, eerste lid, onderdeel c, van het besluit Ten aanzien van de eisen die zien op de fraudepreventie, bedoeld in, bevat het keurmerk in ieder geval eisen aan de instelling in het kader van: a. de wijze van facturering; b. de aanwezigheidsregistratie; c. de cursusplanning; d. financiële audits; e. een meldplicht misstanden; f. de overdracht van het keurmerk; en g. de aanwezigheid van een managementverklaring, waarin onder meer een deugdelijke bedrijfsvoering en naleving van de eisen van het keurmerk wordt toegezegd. 2 De managementverklaring, bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, wordt periodiek vernieuwd. 2021 38863 01-09-2021 13-08-2021 2021-0000130089 2021 586 03-12-2021 30-11-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet inburgering 2021
in werking treedt.
Artikel 9.1 — Artikel 9.1 Gegevensverstrekking ten behoeve van statistiek, monitoring en evaluatie#
Artikel 9.1 Gegevensverstrekking ten behoeve van statistiek, monitoring en evaluatie 1 artikel 39, eerste lid, van de wet bijlage 7 Ten behoeve van de uitvoering van de taak, bedoeld in, verstrekken de Minister van Justitie en Veiligheid, het college, de Stichting Nuffic, de Stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven en het COA de gegevens, bedoeld inbehorend bij deze regeling, door tussenkomst van het Centraal Bureau voor de Statistiek aan de Minister, waarbij de gegevensverstrekking plaatsvindt op een door de directeur-generaal van de statistiek te bepalen wijze en frequentie. 2 artikel 39, eerste lid, van de wet bijlage 7 Ten behoeve van de uitvoering van de taak, bedoeld in, verstrekt de Minister de gegevens, bedoeldbehorend bij deze regeling, aan het Centraal Bureau voor de Statistiek, waarbij de gegevensverstrekking plaatsvindt op een door de directeur-generaal van de statistiek te bepalen wijze en frequentie. 3 De Minister ontvangt ten behoeve van monitoring en evaluatie van het CBS in ieder geval gegevens op geaggregeerd niveau over: a. arbeidsparticipatie en deelname aan onderwijs; b. het inburgeringsproces; c. de trajecten die de inburgeraars in het kader van dat proces volgen; en d. de inburgeraar. 2021 38863 01-09-2021 13-08-2021 2021-0000130089 2021 586 03-12-2021 30-11-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet inburgering 2021
in werking treedt.
Artikel 10.1 — Artikel 10.1 Vaststelling percentage asielstatushouders#
Artikel 10.1 Vaststelling percentage asielstatushouders artikel 10.1, vierde lid, onderdeel b, van het besluit Het te verwachten percentage asielstatushouders in de landelijke huisvestingstaakstelling, bedoeld in, en het te verwachten percentage asielstatushouders in de gemeentelijke huisvestingstaakstelling, bedoeld in artikel 10.1, vijfde lid, onderdeel b, van het besluit, bedraagt 70% in jaar t en 70% in jaar t-1. 2021 38863 01-09-2021 13-08-2021 2021-0000130089 2021 586 03-12-2021 30-11-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet inburgering 2021
in werking treedt.
Artikel 10.2 — Artikel 10.2 Vaststelling uitkeringsbedragen gezinsmigranten en overige migranten#
Artikel 10.2 Vaststelling uitkeringsbedragen gezinsmigranten en overige migranten artikelen 10.1, tweede lid, onderdeel c 10.2, eerste lid, onderdeel c, van het besluit Het bedrag aan uitkering per gezinsmigrant of overige migrant, bedoeld in de, en, wordt voor het budgetjaar 2025 vastgesteld op € 694,23, en voor het budgetjaar 2026 op € 706,72. 2025 32761 30-09-2025 22-09-2025 2025-0000209555 2025 32761 30-09-2025 22-09-2025 2025-0000209555 01-10-2025
Artikel 10.3 — Artikel 10.3 Vaststelling uitkeringsbedragen asielstatushouders#
Artikel 10.3 Vaststelling uitkeringsbedragen asielstatushouders artikelen 10.1, vijfde lid, onderdeel f 10.2, tweede lid, onderdeel c, van het besluit De bedragen aan uitkering per asielstatushouder per variabele a tot en met c, bedoeld in de, en, zijn voor het budgetjaar 2025 als volgt: a: 9.154,91, b: 4.635,54 en c: 1.158,89, en voor het budgetjaar 2026: a: 6.087,34, b: 4.718,96 en c: 1.179,74. 2025 32761 30-09-2025 22-09-2025 2025-0000209555 2025 32761 30-09-2025 22-09-2025 2025-0000209555 01-10-2025
Artikel 10.4 — Artikel 10.4 Vaststelling gewichten variabelen gemeentelijke grondslag#
Artikel 10.4 Vaststelling gewichten variabelen gemeentelijke grondslag artikelen 10.1, vierde lid, onderdeel g 10.2, derde lid, onderdeel d, van het besluit De gewichten a tot en met d, bedoeld in de, en, zijn voor het budgetjaar 2025 als volgt: a: 9.154,91, b: 4.635,54, c: 1.158,89 en d: 0, en voor het budgetjaar 2026: a: 5.820,70, b: 4.247,06, c: 1.061,77 en d: 856,51. 2025 32761 30-09-2025 22-09-2025 2025-0000209555 2025 32761 30-09-2025 22-09-2025 2025-0000209555 01-10-2025
Artikel 10.5* — Artikel 10.5* Vaststelling reserveringsruimte#
Artikel 10.5* Vaststelling reserveringsruimte artikel 10.5, tweede lid, onderdeel c, van het besluit De percentages per variabele a en b, bedoeld in, zijn als volgt: a: 100% en b: 50%. 2026 14509 17-04-2026 09-04-2026 2026-0000095002 2026 14509 17-04-2026 09-04-2026 2026-0000095002 18-04-2026 01-01-2024 Abusievelijk voegt de Staatscourant een tweede artikel 10.5 toe.
Artikel 11.1 — Artikel 11.1 Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 Wijziging van de#
Artikel 11.1 Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 Wijziging van de Wijzigt de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005. 2021 38863 01-09-2021 13-08-2021 2021-0000130089 2021 586 03-12-2021 30-11-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet inburgering 2021
in werking treedt.
Artikel 11.2 — Artikel 11.2 Regeling inburgering Wijziging van de#
Artikel 11.2 Regeling inburgering Wijziging van de Wijzigt de Regeling inburgering. 2021 38863 01-09-2021 13-08-2021 2021-0000130089 2021 586 03-12-2021 30-11-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet inburgering 2021
in werking treedt.
Artikel 12.1 — Artikel 12.1 Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 Overgangsrecht#
Artikel 12.1 Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 Overgangsrecht Artikel 9a van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 Wet inburgering Wet inburgering 2021 artikel 11.1 , zoals dat luidde voor de inwerkingtreding vanvan de Regeling inburgering 2021, blijft van toepassing op de personen op wie devan toepassing was op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de. 2021 38863 01-09-2021 13-08-2021 2021-0000130089 2021 586 03-12-2021 30-11-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet inburgering 2021
in werking treedt.
Artikel 12.2 — Artikel 12.2 Regeling inburgering Intrekken#
Artikel 12.2 Regeling inburgering Intrekken Regeling inburgering Wet inburgering Wet inburgering 2021 Dewordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op degene op wie devan toepassing was op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de. 2021 38863 01-09-2021 13-08-2021 2021-0000130089 2021 586 03-12-2021 30-11-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet inburgering 2021
in werking treedt.
Artikel 12.2a — Artikel 12.2a Overgangsrecht Regeling inburgering#
Artikel 12.2a Overgangsrecht Regeling inburgering 1 artikel 2.4b, onderdeel a, van de Regeling inburgering Inwordt ‘ten minste viermaal heeft deelgenomen’ gelezen als ‘tenminste driemaal heeft deelgenomen’. 2 artikel 2.8b, van het Besluit inburgering artikel 2.4b van de Regeling inburgering Wet inburgering artikel 7, tweede lid, onderdelen b en c, van de Wet inburgering De minister verleent de ontheffing, bedoeld in, in afwijking van, eveneens overeenkomstig het tweede tot en met het vijfde lid. Dit gebeurt indien degene die inburgeringsplichtige is onder debinnen twee jaar voorafgaand aan het moment van aanvraag ten minste 600 uur Nederlandse taal en kennis van de Nederlandse samenleving, bedoeld in, heeft gevolgd aan een opleiding als bedoeld in het derde lid, onderdelen a tot en met c, al dan niet in combinatie met uren gevolgd bij een cursusinstelling met het Blik op Werk-keurmerk, en: a. artikel 7, tweede lid, van de Wet inburgering uit een bij DUO afgelegde leerbaarheidstoets blijkt dat betrokkene niet het leervermogen heeft om het inburgeringsexamen, bedoeld in, te halen; of b. ten minste driemaal heeft deelgenomen aan de niet behaalde onderdelen van het inburgeringsexamen. 3 artikel 5, eerste lid, onderdeel e, van de Wet inburgering De inburgeringsplichtige, bedoeld in het tweede lid, volgt op het moment van het bereiken van de achttienjarige leeftijd geen opleiding als bedoeld inen volgt of heeft een onderwijssoort gevolgd die behoort tot in ieder geval de volgende onderwijssoorten: a. artikel 8, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van die wet het voortgezet speciaal onderwijs, bedoeld in, in het arbeidsmarktgerichte uitstroomprofiel of het uitstroomprofiel dagbesteding, bedoeld in; b. artikel 5, onder d, van de Wet op het voortgezet onderwijs artikel 2.8 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 het praktijkonderwijs, bedoeld inof; of c. onderwijs in het kader van de eerste opvang voor nieuwkomers, bedoeld in de Regeling aanvullende bekostiging eerste opvang nieuwkomers vo, gericht op het voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld onder a, het praktijkonderwijs als bedoeld onder b, werk of inburgering. 4 In bijzondere omstandigheden kan ten gunste van de inburgeringsplichtige worden afgeweken van de voorwaarden, bedoeld in het tweede en derde lid. 5 De aanvraag tot ontheffing, bedoeld in het tweede lid, kan eerder worden ingediend dan zes maanden voor het verstrijken van de voor de inburgeringsplichtige geldende termijn. 6 artikel 2.4c, van de Regeling inburgering artikel 2.10, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit inburgering De verlenging, bedoeld in, wordt in afwijking van dat artikel eveneens verleend, indien de inburgeringsplichtige één maal heeft deelgenomen aan het onderdeel oriëntatie op de Nederlandse arbeidsmarkt, bedoeld in, en voor het overige voldoet aan de voorwaarden, genoemd in artikel 2.4c, van de Regeling inburgering. 7 artikelen 4.9, tweede tot en met vijfde lid 4.10 4.11 van de Regeling inburgering artikel 12.1a, tweede lid, van het besluit De,enzijn van overeenkomstige toepassing op de ambtshalve draagkrachttoets, bedoeld in. Indien de toepassing van artikel 12.1a, tweede lid, leidt tot een lagere vaststelling als bedoeld in dat artikel, wordt de draagkrachttoets steeds jaarlijks herhaald, tenzij er geen sprake meer is van een lagere vaststelling. 8 artikel 12.1a., derde lid, onderdeel b, van het besluit Het percentage van de lening, bedoeld in, bedraagt: a. 75%, indien de inburgeringsplichtige, bedoeld in dat artikel, dit percentage van diens lening heeft verbruikt in het jaar voor het verstrijken van de voor die inburgeringsplichtige geldende termijn; b. 95%, ongeacht de resterende termijn. 2023 24271 01-09-2023 24-08-2023 2023-0000502680 2023 24271 01-09-2023 24-08-2023 2023-0000502680 02-09-2023
Artikel 12.3 — Artikel 12.3 Beleidsregel verlenging inburgeringstermijnen bij geen verwijt Intrekken#
Artikel 12.3 Beleidsregel verlenging inburgeringstermijnen bij geen verwijt Intrekken Beleidsregel verlenging inburgeringstermijnen bij geen verwijt Wet inburgering Wet inburgering 2021 Dewordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op degene op wie devan toepassing was op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de. 2021 38863 01-09-2021 13-08-2021 2021-0000130089 2021 586 03-12-2021 30-11-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet inburgering 2021
in werking treedt.
Artikel 12.4 — Artikel 12.4 Beleidsregel boetevaststelling inburgering Intrekken#
Artikel 12.4 Beleidsregel boetevaststelling inburgering Intrekken Beleidsregel boetevaststelling inburgering Wet inburgering Wet inburgering 2021 Dewordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op degene op wie devan toepassing was op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de. 2021 38863 01-09-2021 13-08-2021 2021-0000130089 2021 586 03-12-2021 30-11-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet inburgering 2021
in werking treedt.
Artikel 12.5 — Artikel 12.5 Inwerkingtredingsbepaling#
Artikel 12.5 Inwerkingtredingsbepaling Wet inburgering 2021 35 483 Indien het bij koninklijke boodschap van 3 juni 2020 ingediende voorstel van wet houdende regels over inburgering in de Nederlandse samenleving () (Kamerstukken) tot wet is of wordt verheven en die wet in werking treedt, treedt deze regeling op hetzelfde tijdstip in werking. 2021 38863 01-09-2021 13-08-2021 2021-0000130089 2021 586 03-12-2021 30-11-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet inburgering 2021
in werking treedt.
Artikel 12.6 — Artikel 12.6 Citeertitel#
Artikel 12.6 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling inburgering 2021. 2021 38863 01-09-2021 13-08-2021 2021-0000130089 2021 586 03-12-2021 30-11-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet inburgering 2021
in werking treedt.
Artikel 2.6#
artikel 2.6, derde lid
Artikel 2.5#
Artikel 2.5
Artikel 2.7#
2.7
Artikel 3.6#
artikel 3.6
Artikel 5 — Artikel 5 Ontheffing van de inburgeringsplicht#
Artikel 5 Ontheffing van de inburgeringsplicht 1. Onze Minister ontheft de inburgeringsplichtige geheel of gedeeltelijk van de inburgeringsplicht als diegene heeft aangetoond door een psychische of lichamelijke belemmering, of een verstandelijke beperking, blijvend niet in staat te zijn aan de inburgeringsplicht, of een gedeelte daarvan, te voldoen. 2. Onze Minister ontheft de inburgeringsplichtige voorts van de inburgeringsplicht als het de inburgeringsplichtige, gelet op bijzondere individuele omstandigheden die hem niet kunnen worden verweten, onmogelijk of uiterst moeilijk is om te voldoen aan de inburgeringsplicht. 3. Voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een ontheffing of voor medisch advies voor de ontheffing, kunnen bij ministeriële regeling te bepalen bedragen worden vastgesteld die zijn verschuldigd. 4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de toepassing van het eerste lid, waarbij in ieder geval regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop de belemmering kan worden aangetoond en de omstandigheden waaronder daarvoor gemaakte kosten vergoed worden. 5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur, kunnen regels worden gesteld over de toepassing van het tweede lid. Besluit inburgering 2021 Ad B. artikel 2.7 van het Besluit inburgering 2021 artikel 5, eerste lid, van de Wet inburgering Inisuitgewerkt:
Artikel 2.7 — Artikel 2.7 Medische ontheffing#
Artikel 2.7 Medische ontheffing 1. In het kader van de aanvraagprocedure tot gehele of gedeeltelijke ontheffing van de inburgeringsplicht op grond van een psychische of lichamelijke belemmering dan wel verstandelijke beperking als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de wet, verzoekt Onze Minister een door hem aangewezen arts, niet zijnde de behandelend arts van de inburgeringsplichtige, die is ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, een deskundigenverklaring af te geven met betrekking tot de inburgeringsplichtige die de aanvraag tot ontheffing heeft ingediend. 2. De gehele of gedeeltelijke ontheffing van de inburgeringsplicht wordt verleend indien redelijkerwijs verwacht mag worden dat de aard en de ernst van de psychische of lichamelijke belemmering dan wel verstandelijke beperking zodanig is dat niet binnen vijf jaar na de aanvraag van de ontheffing aan de inburgeringsplicht dan wel aan een of meerdere onderdelen daarvan kan worden voldaan. 3. Een gedeeltelijke ontheffing van de inburgeringsplicht wordt uitsluitend verleend indien vanwege de belemmering of beperking niet kan worden voldaan aan: a. maximaal drie van de vier examenonderdelen van de mondelinge en schriftelijke vaardigheden op ten minste het niveau B1 of het examen KNM van het inburgeringsexamen; b. maximaal drie van de vier examenonderdelen van de mondelinge en schriftelijke vaardigheden op ten minste het niveau B1 of het examen KNM als bedoeld in artikel 8, vierde lid, van de wet van de onderwijsroute; of c. het participatiegedeelte van de zelfredzaamheidsroute, bedoeld in artikel 3.14, tweede lid, onderdeel b, met uitzondering van de activiteiten van het participatieverklaringstraject en de module Arbeidsmarkt en Participatie. 4. Indien Onze Minister op grond van de deskundigenverklaring, bedoeld in het eerste lid, van oordeel is dat de inburgeringsplichtige wel aan een of meerdere onderdelen van het inburgeringsexamen dan wel een of meerdere examenonderdelen van de onderwijsroute als bedoeld in het derde lid, kan voldoen onder examenomstandigheden die zijn aangepast aan de mogelijkheden van die inburgeringsplichtige, geldt dat: a. voor het examen mondelinge en schriftelijke vaardigheden op het niveau A2 en het examen kennis van de Nederlandse maatschappij in een beschikking wordt vermeld welke aangepaste examenomstandigheden het betreft; en b. voor het examen mondelinge en schriftelijke vaardigheden op ten minste het niveau B1, de deskundigenverklaring, bedoeld in het eerste lid, waarin ten aanzien van de inburgeringsplichtige een voorstel wordt gedaan met betrekking tot in aanmerking komende aangepaste examenomstandigheden voor het voornoemde examen, aan de inburgeringsplichtige wordt verstrekt. 5. Onze Minister geeft binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag een beschikking. 6. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de verlening van de ontheffing alsmede omtrent de deskundigenverklaring, bedoeld in het eerste lid. 7. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de omstandigheden waaronder de kosten van de deskundigenverklaring, bedoeld in het eerste lid, worden vergoed aan de inburgeringsplichtige. Ad C. Regeling inburgering 2021 artikel 2.5 artikel 2.7 Regeling inburgering 2021 In(Medische deskundigenverklaring) en(Tarieven ontheffing) van destaat:
Artikel 2.5 — Artikel 2.5 Medische deskundigenverklaring#
Artikel 2.5 Medische deskundigenverklaring 1. De deskundigenverklaring, bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, van het besluit, bevat in ieder geval een advies met betrekking tot het verlenen dan wel het weigeren van de gehele of gedeeltelijke ontheffing van de inburgeringsplicht en, indien van toepassing, een voorstel met betrekking tot de in aanmerking komende aangepaste examenomstandigheden als bedoeld in artikel 3.6. 2. De arts, bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, van het besluit, adviseert tot gehele of gedeeltelijke ontheffing van de inburgeringsplicht indien de inburgeringsplichtige niet in staat is zich met lichte aanpassingen binnen vijf jaar voor te bereiden op de inburgeringsplicht dan wel op een of meerdere onderdelen daarvan, en dit ook niet mogelijk is door het treffen van aangepaste examenomstandigheden voor een of meerdere onderdelen van het inburgeringsexamen of een of meerdere van de examenonderdelen van de onderwijsroute als bedoeld in artikel 2.7, derde lid, onderdeel b, van het besluit. 3. De arts, bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, van het besluit, stelt de deskundigenverklaring op conform het protocol dat is opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling.
Artikel 2.7 — Artikel 2.7 Tarieven ontheffing#
Artikel 2.7 Tarieven ontheffing 1. Voor het onderzoek ten behoeve van het opstellen van een deskundigenverklaring als bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, is door de inburgeringsplichtige een bedrag verschuldigd van € 225. 2. Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt aan de inburgeringsplichtige terugbetaald indien in de deskundigenverklaring, bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, wordt geadviseerd de gevraagde gehele of gedeeltelijke ontheffing van de inburgeringsplicht te verlenen dan wel deze niet te verlenen, maar wel wordt geadviseerd de inburgeringsplichtige de examens onder aangepaste examenomstandigheden af te laten leggen.
Artikel 3.9 — Artikel 3.9 Aangepaste examenomstandigheden#
Artikel 3.9 Aangepaste examenomstandigheden 1. Onze Minister kan de kandidaat met een psychische of lichamelijke belemmering, of een verstandelijke beperking op diens verzoek in de gelegenheid stellen om de examens, bedoeld in artikel 3.5, tweede lid, af te leggen op een wijze die is aangepast aan zijn mogelijkheden. 2. De inburgeringsplichtige kan kosteloos een deskundigenverklaring aanvragen van een door Onze Minister aangewezen onafhankelijke arts, die is ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, waarin deze arts zich uitlaat over de noodzaak tot het treffen van aangepaste examenomstandigheden bij het afleggen van een of meerdere onderdelen van het inburgeringsexamen en welke mogelijke aangepaste examenomstandigheden dit kunnen betreffen. 3. Bij het verzoek, bedoeld in het eerste lid, legt de kandidaat de deskundigenverklaring, bedoeld in het tweede lid, over, waaruit blijkt dat hij een of meerdere van de examens, bedoeld in het eerste lid, slechts kan afleggen op een wijze die is aangepast aan zijn mogelijkheden. 4. Indien Onze Minister bij de toepassing van artikel 2.7 heeft geoordeeld dat de inburgeringsplichtige een of meerdere van de examens, bedoeld in het eerste lid, slechts kan afleggen op een wijze die is aangepast aan de mogelijkheden van die inburgeringsplichtige, legt de kandidaat bij de aanmelding voor het voornoemde examen, de beschikking, bedoeld in het vierde lid, onderdeel a, van dat artikel over. 5. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de toepassing van dit artikel. a. examen in aangepaste locatie; b. verlenging examentijd; c. onderbroken examenafname; d. aangepaste inroostering; e. examenhulp; f. grootbeeld; g. grootschrift; h. loepfunctie; i. typen in plaats van schrijven; en j. voorleesfunctie. Regeling inburgering 2021 Artikel 3.6. Aangepaste examenomstandigheden artikel 3.6 Regeling inburgering 2021 Invan destaat: De aangepaste examenomstandigheden, bedoeld in artikel 3.9, eerste lid, van het besluit, betreffen in ieder geval:
Artikel 3.2#
artikel 3.2
Artikel 3.10#
artikel 3.10, vierde lid
Artikel 3.17#
artikel 3.17
Artikel 3.18#
artikel 3.18
Artikel 7.1#
artikel 7.1, tweede lid
Artikel 7.2#
artikel 7.2, tweede lid
Artikel 7.3#
artikel 7.3, tweede lid
Artikel 9.1#
artikel 9.1
Artikel 1.1#
Artikel 1.1
Artikel 8.1#
Artikel 8.1
Artikel 1.2#
Artikel 1.2
Artikel 2.1#
artikel 2.1
Artikel 3.12#
artikelen 3.12
Artikel 3.13#
3.13
Artikel 2.5#
Artikel 2.5
Artikel 4.1#
artikel 4.1
Artikel 2.7#
Artikel 2.7
Artikel 3.2#
Artikel 3.2
Artikel 3.1#
artikel 3.1
Artikel 3.4#
Artikel 3.4
Artikel 3.6#
Artikel 3.6
Artikel 3.17#
Artikel 3.17
Artikel 3.18#
artikel 3.18
Artikel 3.3#
Artikel 3.3
Artikel 3.8#
Artikel 3.8, tweede lid
Artikel 3.9#
Artikel 3.9
Artikel 3.10#
Artikel 3.10
Artikel 3.11#
Artikel 3.11
Artikel 3.20#
Artikel 3.20
Artikel 6.1#
Artikel 6.1
Artikel 6.2#
Artikel 6.2
Artikel 6.3#
Artikel 6.3
Artikel 6.4#
Artikel 6.4
Artikel 6.5#
Artikel 6.5
Artikel 6.6#
Artikel 6.6
Artikel 6.7#
Artikel 6.7
Artikel 6.8#
Artikel 6.8
Artikel 6.9#
Artikel 6.9
Artikel 6.10#
Artikel 6.10
Artikel 6.11#
Artikel 6.11
Artikel 6.12#
Artikel 6.12