Regeling van de Minister voor Klimaat en Energie van 30 juni 2022, nr. WJZ/ 22076980, houdende regels over het verstrekken van eenmalige specifieke uitkeringen ten behoeve van extra ondersteuning voor toezicht op en handhaving van de energiebesparingsplicht
- BWB-id
- BWBR0046881
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken en Klimaat
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-05-14
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0046881
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2022/regeling-specifieke-uitkering-additionele-capaciteit-voor-to
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2022/regeling-specifieke-uitkering-additionele-capaciteit-voor-to/2026-05-14
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0046881&g=2026-05-14
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0046881&z=2026-06-06&g=2026-05-14
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0046881/2026-05-14
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2022/regeling-specifieke-uitkering-additionele-capaciteit-voor-to
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: additionele capaciteit: de eigen capaciteit van een omgevingsdienst die wordt ingezet in aanvulling op de toezichts- en handhavingscapaciteit die reeds is ingezet en gepland met middelen van gemeenten en provincies; energiebesparingsplicht: artikel 5.15 van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 3.84 van het Besluit bouwwerken leefomgeving de energiebesparingsplicht, bedoeld inen; EU ETS-deelnemer: artikel 16.5 van de Wet milieubeheer bedrijf of instelling waaropvan toepassing is; fte: fulltime-equivalent, de rekeneenheid voor de omvang van een baan of voor de totale personeelssterkte, waarbij één fte gelijk staat aan een werkweek van 36 uur; informatieplicht: artikel 5.15a van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 3.84a van het Besluit bouwwerken leefomgeving de verplichting tot het verstrekken van gegevens en bescheiden als bedoeld inen; kwaliteitscriteria VTH: de kwaliteitscriteria voor vergunningverlening, toezicht en handhaving, bedoeld in Kwaliteitscriteria 2.2 zoals vastgesteld door het Interprovinciaal Overleg en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten; minister: Minister van Klimaat en Groene Groei; nulsituatie: de stand van toezicht en handhaving op de energiebesparingsplicht op basis van het budget en een omschrijving van de reeds geplande capaciteit uitgedrukt in fte hiervoor over het gehele jaar 2025; omgevingsdienst: artikel 8, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen omgevingsdienst die is ingesteld als een openbaar lichaam als bedoeld in; onderzoeksplicht: artikel 5.15b van het Besluit activiteiten leefomgeving de verplichting tot het verrichten van een onderzoek naar de maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik als bedoeld in; toezichts- en handhavingsactiviteiten: bijlage 2 activiteiten in het kader van het toezicht op en de handhaving van de energiebesparingsplicht en informatieplicht als bedoeld inbij deze regeling. 2026 17723 13-05-2026 11-05-2026 WJZ/106069811 2026 17723 13-05-2026 11-05-2026 WJZ/106069811 14-05-2026 Artikel II van Stcrt. 2026/17723 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 2 — Artikel 2 Doel van de regeling#
Artikel 2 Doel van de regeling Deze regeling heeft tot doel om meerjarig additionele capaciteit voor toezicht en handhaving op de energiebesparingsplicht te realiseren. 2022 17828 11-07-2022 30-06-2022 WJZ/22076980 2022 17828 11-07-2022 30-06-2022 WJZ/22076980 12-07-2022
Artikel 3 — Artikel 3 Activiteiten#
Artikel 3 Activiteiten artikel 2 bijlage 1 De minister kan op aanvraag aan een omgevingsdienst een specifieke uitkering verstrekken voor de uitvoering van activiteiten in 2027 en 2028 die bijdragen aan het doel zoals genoemd inen zoals opgenomen in. 2026 17723 13-05-2026 11-05-2026 WJZ/106069811 2026 17723 13-05-2026 11-05-2026 WJZ/106069811 14-05-2026 Artikel II van Stcrt. 2026/17723 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 4 — Artikel 4 Hoogte, plafond en verdeling#
Artikel 4 Hoogte, plafond en verdeling 1 Het bedrag dat voor 2027 en 2028 voor de specifieke uitkering beschikbaar is gesteld is € 27,571 miljoen. 2 bijlage 2 De minister verstrekt ten hoogste één specifieke uitkering per omgevingsdienst en de specifieke uitkering bedraagt ten hoogste het bedrag opgenomen inbij deze regeling. 3 De minister kan aan een omgevingsdienst voorschotten op het toegekende bedrag van een specifieke uitkering verlenen. 4 bijlage 2 De bevoorschotting en uitbetaling van de specifieke uitkering aan een omgevingsdienst geschiedt in 2027 en 2028 jaarlijks en bedraagt voor het desbetreffende jaar ten hoogste het bedrag opgenomen inbij deze regeling. 5 artikel 5 De bevoorschotting en uitbetaling voor het jaar 2027 geschiedt enkel indien een omgevingsdienst een aanvraag als bedoeld inheeft ingediend vóór 2 oktober 2026. 6 De kosten worden in aanmerking genomen met inbegrip van omzetbelasting, indien de omgevingsdienst die de kosten heeft gemaakt, omzetbelasting niet in aftrek kan brengen. 2026 17723 13-05-2026 11-05-2026 WJZ/106069811 2026 17723 13-05-2026 11-05-2026 WJZ/106069811 14-05-2026 Artikel II van Stcrt. 2026/17723 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 5 — Artikel 5 Aanvraag#
Artikel 5 Aanvraag 1 Een specifieke uitkering wordt op aanvraag aan een omgevingsdienst verstrekt. 2 Een aanvraag voor een specifieke uitkering wordt ingediend in de periode van 3 augustus 2026 tot en met 2 oktober 2026. 3 Een omgevingsdienst verklaart met het doen van de aanvraag dat de aanvraag is afgestemd met het dagelijks bestuur van de omgevingsdienst. 4 Een aanvraag bevat in ieder geval: a. de naam van de omgevingsdienst; b. de contactgegevens van de contactpersoon bij de omgevingsdienst; c. de datum van de aanvraag; d. bijlage 2 de hoogte van de aangevraagde specifieke uitkering, die ten hoogste het bedrag opgenomen inbij deze regeling bedraagt; en e. een projectplan. 5 Het projectplan, bedoeld in het vierde lid, onder d, bevat in ieder geval: a. een beschrijving van de nulsituatie op basis waarvan de additionele capaciteit van de met deze specifieke uitkering te verrichten activiteiten onderbouwd wordt; b. een beschrijving van de doelgroep opgedeeld in informatieplichtig, onderzoeksplichtig (niet EU ETS) en EU ETS-deelnemers; c. bijlage 2 een beschrijving van de wijze waarop de activiteiten, bedoeld in, worden ingericht, uitgevoerd en gemonitord voor 2027 en 2028, onderverdeeld naar het beoogde aantal bedrijven per jaar en opgedeeld in informatieplichtig, onderzoeksplichtig en EU ETS-deelnemers; d. bijlage 1 een beschrijving op hoofdlijnen van de wijze waarop en de keuze voor de activiteiten, bedoeld in, wordt ingericht, uitgevoerd en gemonitord voor 2027 en 2028; e. een gespecificeerde begroting, die inzicht geeft in de uitgaven van de omgevingsdienst, voor zover deze betrekking hebben op de activiteiten en de periode waarvoor de specifieke uitkering wordt aangevraagd; en f. een verklaring waarin is opgenomen dat de activiteiten zoals opgenomen in het projectplan worden uitgevoerd conform de kwaliteitscriteria VTH. 6 Een aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een daartoe door de minister beschikbaar gesteld digitaal formulier dat is geplaatst op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. 2026 17723 13-05-2026 11-05-2026 WJZ/106069811 2026 17723 13-05-2026 11-05-2026 WJZ/106069811 14-05-2026 Artikel II van Stcrt. 2026/17723 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 6 — Artikel 6 Verplichtingen#
Artikel 6 Verplichtingen 1 De omgevingsdienst draagt er zorg voor dat de specifieke uitkering uitsluitend aan de in het projectplan opgenomen activiteiten en in 2027 en 2028 wordt besteed. 2 bijlage 1, onderdeel A De omgevingsdienst besteedt minimaal 65% van de verstrekte specifieke uitkering aan de activiteiten zoals opgenomen in. 3 bijlage 1, onderdeel B De omgevingsdienst besteedt minimaal 5% van de verstrekte specifieke uitkering aan de activiteiten zoals opgenomen in. 4 bijlage 1, onderdelen A en B De omgevingsdienst draagt er zorg voor dat de activiteiten, bedoeld in, uitsluitend door werknemers in dienst bij een omgevingsdienst worden uitgevoerd. 5 De omgevingsdienst draagt er zorg voor dat de in het projectplan opgenomen activiteiten uiterlijk op 31 december 2028 zijn afgerond. 2026 17723 13-05-2026 11-05-2026 WJZ/106069811 2026 17723 13-05-2026 11-05-2026 WJZ/106069811 14-05-2026 Artikel II van Stcrt. 2026/17723 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 7 — Artikel 7 Monitoring#
Artikel 7 Monitoring 1 De omgevingsdienst rapporteert uiterlijk op 13 augustus 2027, 11 februari 2028, 11 augustus 2028 en 9 februari 2029 aan de minister over de voortgang van de in het projectplan opgenomen activiteiten. 2 De in het eerste lid genoemde rapportage omvat in ieder geval: a. bijlage 1 de in, onderdeel A, genoemde activiteiten, onderverdeeld naar: 1°. informatieplichtige bedrijven; 2°. onderzoeksplichtige (niet ETS) bedrijven; en 3°. EU ETS-deelnemers. b. het aantal uitgevoerde hercontroles op de energiebesparingsplicht onderverdeeld naar het aantal bedrijven per jaar, onderverdeeld naar: 1°. informatieplichtige bedrijven; 2°. onderzoeksplichtige (niet ETS) bedrijven; en 3°. EU ETS-deelnemers. c. het aantal geconstateerde overtredingen onderverdeeld in: 1°. gebouwmaatregelen; 2°. procesmaatregelen; en 3°. faciliteitmaatregelen. d. de besteding van de specifieke uitkering, waarbij wordt vermeld: 1°. de totale omvang van de besteding; 2°. bijlage 1, onderdeel A het percentage dat is besteed aan de activiteiten, bedoeld in; en 3°. bijlage 1, onderdeel B het percentage dat is besteed aan de activiteiten, bedoeld in. e. het aantal nog te bezoeken bedrijven op basis van het projectplan. 3 De rapportage, bedoeld in het tweede lid, wordt ingediend met gebruikmaking van een daartoe door de minister beschikbaar gesteld digitaal formulier dat is geplaatst op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. 4 Indien de rapportages, bedoeld in het tweede en derde lid, niet overeenkomen met de in het projectplan beoogde uitvoering van de activiteiten kan de minister hierover in overleg treden met de omgevingsdienst. 2026 17723 13-05-2026 11-05-2026 WJZ/106069811 2026 17723 13-05-2026 11-05-2026 WJZ/106069811 14-05-2026 Artikel II van Stcrt. 2026/17723 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 8 — Artikel 8 Afwijzingsgronden#
Artikel 8 Afwijzingsgronden De minister wijst een aanvraag af indien: a. artikel 5, vijfde lid, onder e artikel 2 de geraamde uitgaven voor de activiteiten zoals opgenomen in de begroting, bedoeld in, onvoldoende bijdragen aan het doel, bedoeld in; of b. er gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering wordt aangevraagd niet of niet geheel zullen worden uitgevoerd of de omgevingsdienst niet zal voldoen aan de in deze regeling opgenomen verplichtingen. 2022 17828 11-07-2022 30-06-2022 WJZ/22076980 2022 17828 11-07-2022 30-06-2022 WJZ/22076980 12-07-2022
Artikel 9 — Artikel 9 Informatieverplichtingen#
Artikel 9 Informatieverplichtingen De omgevingsdienst doet onverwijld schriftelijk mededeling aan de minister zodra aannemelijk is dat: a. artikel 5, vierde lid, onder e de in het projectplan, bedoeld in, opgenomen activiteiten niet, niet tijdig, of niet geheel zullen worden verricht; of b. niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de specifieke uitkering verbonden verplichtingen zal worden voldaan. 2022 17828 11-07-2022 30-06-2022 WJZ/22076980 2022 17828 11-07-2022 30-06-2022 WJZ/22076980 12-07-2022
Artikel 10 — Artikel 10 Verantwoording en terugvordering#
Artikel 10 Verantwoording en terugvordering 1 artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet De omgevingsdienst legt verantwoording af over de besteding van de specifieke uitkering op de wijze, bedoeld in. 2 Indien uit de verantwoordingsinformatie blijkt dat de specifieke uitkering niet volledig is besteed aan uitvoeringsactiviteiten waarvoor deze is verstrekt, of onrechtmatig is besteed, kan de uitkering ter hoogte van het niet of onrechtmatig bestede deel door de minister worden teruggevorderd. De minister doet binnen een jaar na ontvangst van de verantwoordingsinformatie mededeling van de terugvordering aan de omgevingsdienst als ontvanger van de specifieke uitkering. 2022 17828 11-07-2022 30-06-2022 WJZ/22076980 2022 17828 11-07-2022 30-06-2022 WJZ/22076980 12-07-2022
Artikel 11 — Artikel 11 Vaststelling#
Artikel 11 Vaststelling De minister stelt de specifieke uitkering overeenkomstig de verlening vast, tenzij: a. de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verleend, niet of niet volledig hebben plaatsgevonden, of b. artikelen 6 7 niet is voldaan aan de verplichtingen en monitoringseisen, bedoeld in deen. 2022 17828 11-07-2022 30-06-2022 WJZ/22076980 2022 17828 11-07-2022 30-06-2022 WJZ/22076980 12-07-2022
Artikel 12 — Artikel 12 Wijziging van de Regeling specifieke uitkering additionele capaciteit voor toezicht en handhaving energiebesparing#
Artikel 12 Wijziging van de Regeling specifieke uitkering additionele capaciteit voor toezicht en handhaving energiebesparing Wijzigt deze regeling. 2022 17828 11-07-2022 30-06-2022 WJZ/22076980 2022 17828 11-07-2022 30-06-2022 WJZ/22076980 01-01-2024 2023 29201 25-10-2023 16-10-2023 WJZ/33987134 Inwerkingtreding voorheen door Stcrt. 2022/17828 gesteld op 1
december 2023.
Artikel 13 — Artikel 13 Inwerkingtreding#
Artikel 13 Inwerkingtreding artikel 12 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, met uitzondering van, dat in werking treedt per 1 januari 2024. 2023 29201 25-10-2023 16-10-2023 WJZ/33987134 2023 29201 25-10-2023 16-10-2023 WJZ/33987134 26-10-2023
Artikel 14 — Artikel 14 Citeertitel#
Artikel 14 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke uitkering additionele capaciteit voor toezicht en handhaving energiebesparing. 2022 17828 11-07-2022 30-06-2022 WJZ/22076980 2022 17828 11-07-2022 30-06-2022 WJZ/22076980 12-07-2022
Artikel 3#
artikel 3
Artikel 4#
artikel 4, tweede en derde lid