Regeling van 21 juni 2021, nr. 3366642 houdende voorschriften voor de uitvoering van de controle van personen, bagage en vracht op luchtvaartterreinen (Regeling uitvoering beveiliging burgerluchtvaart 2021)
- BWB-id
- BWBR0045371
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Justitie en Veiligheid
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-04-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0045371
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2022/regeling-uitvoering-beveiliging-burgerluchtvaart-2021
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2022/regeling-uitvoering-beveiliging-burgerluchtvaart-2021/2026-04-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0045371&g=2026-04-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0045371&z=2026-06-06&g=2026-04-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0045371/2026-04-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2022/regeling-uitvoering-beveiliging-burgerluchtvaart-2021
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. besluit: Besluit beveiliging burgerluchtvaart het; b. EDD-team REST: verordening 2015/1998 een combinatie van explosievenspeurhond en begeleider als bedoeld in punt 12.9.1.4 van de bijlage bij EU-dat een beveiligingsonderzoek gaat uitvoeren op basis van de ‘remote explosive scent tracing’- methode genoemd in punt 12.9.1.8 van die bijlage; c. EDD-team Free Running: verordening 2015/1998 een combinatie van explosievenspeurhond en begeleider als bedoeld in punt 12.9.1.4 van de bijlage bij EU-dat een beveiligingsonderzoek gaat uitvoeren op basis van de ‘free running’- methode genoemd in punt 12.9.1.8 van die bijlage; d. EDD-team PSD: verordening 2015/1998 een combinatie van explosievenspeurhond en begeleider als bedoeld in punt 12.9.1.4 van de bijlage bij EU-dat een beveiligingsonderzoek gaat uitvoeren op basis van een daartoe ontwikkelde ‘passenger-screening-dogs methode’ waarbij wordt voldaan aan norm 1 als bedoeld in punt 12.9.2.2 van die bijlage; e. wet: Luchtvaartwet de. 2021 34011 08-07-2021 21-06-2021 3366642 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Uitvoeringsbesluit
EG-verordening 300/2008 in werking treedt.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikel 37a, tweede lid, onder h, sub 2, van de wet Op de luchtvaartterreinen Amsterdam Airport Schiphol, Rotterdam The Hague Airport, Groningen Airport Eelde en Maastricht Aachen Airport en op het militaire luchtvaartterrein Eindhoven Airport, voor zover het de burgerluchtvaart betreft, worden als beveiligingspersoneel als bedoeld inaangewezen de militairen van de Koninklijke marechaussee. 2021 34011 08-07-2021 21-06-2021 3366642 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Uitvoeringsbesluit
EG-verordening 300/2008 in werking treedt.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 37aba van de wet De exploitant van een luchtvaartterrein legt het beveiligingsprogramma, bedoeld in, door tussenkomst van de commandant van de Koninklijke marechaussee over aan de Minister van Justitie en Veiligheid. 2 Met het oog op de instemming door de Minister van Justitie en Veiligheid in overeenstemming met de Minister van Infrastructuur en Waterstaat adviseert de commandant van de Koninklijke marechaussee de Minister van Justitie en Veiligheid over het beveiligingsprogramma. 2021 34011 08-07-2021 21-06-2021 3366642 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Uitvoeringsbesluit
EG-verordening 300/2008 in werking treedt.
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 37abb van de wet De luchtvaartmaatschappij legt het beveiligingsprogramma, bedoeld in, door tussenkomst van de commandant van de Koninklijke marechaussee over aan de Minister van Justitie en Veiligheid. 2 artikel 37abb, derde lid, van de wet De luchtvaartmaatschappij waarvan de exploitatievergunning niet in Nederland is verleend, legt op verzoek van de Minister van Justitie en Veiligheid door tussenkomst van de commandant van de Koninklijke marechaussee een verklaring als bedoeld inover. 3 Met het oog op de instemming door de Minister van Justitie en Veiligheid in overeenstemming met de Minister van Infrastructuur en Waterstaat adviseert de commandant van de Koninklijke marechaussee de Minister van Justitie en Veiligheid over het beveiligingsprogramma. 2021 34011 08-07-2021 21-06-2021 3366642 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Uitvoeringsbesluit
EG-verordening 300/2008 in werking treedt.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 37aca van de wet De aanvraag om instemming van de ingebruikname van detectieapparatuur, bedoeld in, wordt door de exploitant van een luchtvaartterrein, de luchtvaartmaatschappij of de entiteit door tussenkomst van de commandant van de Koninklijke marechaussee ingediend bij de Minister van Justitie en Veiligheid. 2 Met het oog op de instemming door de Minister van Justitie en Veiligheid adviseert de commandant van de Koninklijke marechaussee de Minister van Justitie en Veiligheid over de ingebruikname van de detectieapparatuur. 2021 34011 08-07-2021 21-06-2021 3366642 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Uitvoeringsbesluit
EG-verordening 300/2008 in werking treedt.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 artikel 37h, eerste lid, onder c en d, van de wet Een beveiligingsonderzoek als bedoeld inwordt verricht indien bij een verhoogde dreiging op grond van een risicoanalyse de Minister van Justitie en Veiligheid daartoe beslist. 2021 34011 08-07-2021 21-06-2021 3366642 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Uitvoeringsbesluit
EG-verordening 300/2008 in werking treedt.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 artikel 37hb, onder b, van de wet Verboden voorwerpen als bedoeld inkunnen slechts aan boord van een luchtvaartuig worden gebracht indien: a. deze verboden voorwerpen zodanig zijn verpakt dat onmiddellijk gebruik onmogelijk is; b. deze verboden voorwerpen buiten het bereik van passagiers worden opgeborgen; en c. verordening 2015/1998 aan de overige voorwaarden van punt 4.4.2. van de bijlage bij EU-is voldaan. 2021 34011 08-07-2021 21-06-2021 3366642 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Uitvoeringsbesluit
EG-verordening 300/2008 in werking treedt.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikel 37j, derde lid, van de wet Verboden voorwerpen als bedoeld inkunnen slechts aan boord van een luchtvaartuig worden gebracht indien deze goederen zodanig zijn verpakt dat onmiddellijk gebruik onmogelijk is. 2021 34011 08-07-2021 21-06-2021 3366642 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Uitvoeringsbesluit
EG-verordening 300/2008 in werking treedt.
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikel 37o, eerste lid, van de wet De aanvraag voor een erkenning van een entiteit als bedoeld ingeschiedt langs elektronische weg door middel van een door de commandant van de Koninklijke marechaussee ter beschikking gesteld aanmeldformulier en een vastgesteld gestandaardiseerd model voor het beveiligingsprogramma. 2026 3063 05-02-2026 19-12-2025 7059527 2026 3063 05-02-2026 19-12-2025 7059527 06-02-2026
Artikel 9a — Artikel 9a#
Artikel 9a Een erkenning als erkend agent wordt slechts verleend, indien de aanvrager: a. een zending fysiek aanvaardt voor het uitvoeren van de verplichte beveiligingscontroles, waaronder het onderzoeken van de buitenzijde van de zending op tekenen van manipulatie door onbevoegden, sabotage of enige afwijkingen die aanleiding kunnen geven tot verdenking van manipulatie; b. wanneer hij de beveiligingscontroles uitbesteedt aan een andere erkende agent of goedgekeurde entiteit, de beveiligingscontroles laat uitvoeren op de eigen goedgekeurde locatie, uitbestede beveiligingscontroles opneemt in het beveiligingsprogramma en volledige verantwoordelijkheid behoudt voor de uitvoering, vereisten en uitkomsten van de controles; c. de operationele locatie die overeenkomstig de erkenning wordt goedgekeurd, overeenkomt met de locatie waar zendingen fysiek worden opgeslagen of aan beveiligingscontroles worden onderworpen; d. artikel 37abc, eerste lid, van de wet het beveiligingsprogramma, bedoeld inopeen gestandaardiseerd modelformulier heeft beschreven en wat de Minister van Justitie en Veiligheid positief heeft beoordeeld. 2026 3063 05-02-2026 19-12-2025 7059527 2026 3063 05-02-2026 19-12-2025 7059527 01-01-2027
Artikel 9b — Artikel 9b#
Artikel 9b artikel 37q van de wet De aanvraag voor een erkenning als erkend agent kan worden afgewezen, indien na onderzoek naar de betrouwbaarheid van personen werkzaam voor de aanvrager van een erkenning, als bedoeld in, uit omstandigheden of feiten redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de veiligheid en de betrouwbaarheid niet is geborgd. 2026 3063 05-02-2026 19-12-2025 7059527 2026 3063 05-02-2026 19-12-2025 7059527 06-02-2026
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 15, tweede lid, onder f, van het besluit De gehanteerde didactische methoden of opleidingsvormen, bedoeld indragen bij aan het redelijkerwijs met goed gevolg behalen van de eindtermen van een lesonderdeel. 2 Opleidingen kunnen de vorm aannemen van klassikaal onderwijs, online onderwijs en e-learning. 3 Bij klassikaal onderwijs zijn de instructeur en de cursist fysiek aanwezig. 4 Bij de aanvraag om instemming van het opleidingsprogramma wordt bij de beschrijving van een beeldherkenningstraining inzicht gegeven in de technische kenmerken van de programmatuur die daarbij wordt gebruikt. 2021 34011 08-07-2021 21-06-2021 3366642 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Uitvoeringsbesluit
EG-verordening 300/2008 in werking treedt.
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 EU-verordening 2015/1998 artikel 15, tweede lid, onder e, van het besluit Het opleidingsprogramma bevat voor zover het geen opleiding betreft ten aanzien van taken die op grond vanslechts mogen worden uitgevoerd door gecertificeerd personeel een examenreglement als bedoeld inwaarin in ieder geval is opgenomen: a. alle voor de opleiding relevante eindtermen; b. indien van toepassing een beschrijving van het theorie-examen waaruit blijkt dat de noodzakelijke kennis van de kandidaat in voldoende mate wordt getoetst; c. indien van toepassing een beschrijving van het praktijkexamen waaruit blijkt dat de noodzakelijke vaardigheden van de kandidaat in voldoende mate wordt getoetst; d. de wijze waarop alle elementen in het examen worden gewogen waarbij de kandidaat een score van 80% nodig heeft om het examen met goed gevolg te hebben afgelegd; e. dat het examen in het Nederlands of Engels wordt afgenomen; f. een beschrijving van de wijze waarop eenmaal een herexamen kan worden gedaan. 2 De kandidaat die met goed gevolg examen heeft gedaan in alle modules van een opleiding ontvangt als bewijs daarvan een diploma. 2026 3063 05-02-2026 19-12-2025 7059527 2026 3063 05-02-2026 19-12-2025 7059527 01-04-2026
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 37rc van de wet De aanvraag om instemming met het opleidingsprogramma, bedoeld in, wordt door tussenkomst van de commandant van de Koninklijke marechaussee ingediend bij de Minister van Justitie en Veiligheid. 2 Bij de aanvraag worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden overgelegd: a. de naam van de opleidingsinstelling; b. een kopie van de inschrijving van de opleidingsinstelling in het handelsregister dan wel van een gelijkwaardige buitenlandse registratie; c. de naam van de opleiding waarvoor erkenning wordt gevraagd; d. het opleidingsprogramma; e. het programma inzake de interne kwaliteitscontrole van de opleidingsinstelling; f. een beschrijving van de locatie waar de opleiding wordt gegeven. 3 De commandant van de Koninklijke marechaussee adviseert de Minister van Justitie en Veiligheid over de aanvraag om instemming. 4 Indien met de aanvraag wordt ingestemd ontvangt de opleidingsinstelling een exemplaar van het Nationaal Opleidingsplan Beveiliging Burgerluchtvaart. 5 De aanvraag om instemming van een wijziging van het opleidingsprogramma wordt door tussenkomst van de commandant van de Koninklijke marechaussee ingediend bij de Minister van Justitie en Veiligheid. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing. 2021 34011 08-07-2021 21-06-2021 3366642 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Uitvoeringsbesluit
EG-verordening 300/2008 in werking treedt.
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 artikel 37rc van de wet artikel 37ra, derde lid, van de wet De opleidingsinstelling verzorgt, al dan niet in samenwerking met een andere opleidingsinstelling die beschikt over een door de Minister van Justitie en Veiligheid overeenkomstiggoedgekeurd opleidingsprogramma, ten minste eens in het half jaar een herhalingsopleiding als bedoeld in. 2021 34011 08-07-2021 21-06-2021 3366642 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Uitvoeringsbesluit
EG-verordening 300/2008 in werking treedt.
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 artikel 17, eerste lid, van het besluit Het programma ten aanzien van de interne kwaliteitscontrole, bedoeld in, omvat in ieder geval: a. het organisatieonderdeel dat binnen de opleidingsinstelling het programma opstelt; b. de tijdsbesteding in uren aan dit programma; c. de wijze waarop wordt zorg gedragen aan het behoud van de vereiste competenties van de instructeurs op het gebied van didactische vaardigheden en van vaktechnische kennis; d. de wijze waarop de opleidingsmodules en bijbehorende syllabi worden geactualiseerd; e. een opleidingsdossier van de instructeurs die bij de opleidingsinstelling in dienst zijn en waarin in ieder geval de competentieontwikkeling wordt bijgehouden. 2021 34011 08-07-2021 21-06-2021 3366642 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Uitvoeringsbesluit
EG-verordening 300/2008 in werking treedt.
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 artikel 37re van de wet artikel 21 van het besluit Bij de aanvraag tot erkenning als instructeur, bedoeld inen, worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden overgelegd: a. een document waaruit blijkt dat de instructeur met goed gevolg een instructiebekwaamheidstoetsing heeft afgelegd op het gebied waarop hij instructie wil geven; b. een bewijs waaruit blijkt dat hij bekwaam is in de Nederlandse en Engels taal instructie te geven. 2021 34011 08-07-2021 21-06-2021 3366642 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Uitvoeringsbesluit
EG-verordening 300/2008 in werking treedt.
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 artikel 37rd van de wet De procedure om de bekwaamheid van personen als bedoeld invast te stellen, omvat in ieder geval een door de Minister van Justitie en Veiligheid vastgestelde: a. theoretische test om te beoordelen of de persoon over de theoretische kennis beschikt die nodig is om de toegewezen taken uit te voeren, b. praktijktest om te beoordelen of de persoon over de vaardigheden beschikt die nodig zijn om de toegewezen taken uit te voeren, en c. beeldinterpretatietest, voor personen die röntgen- of EDS-apparatuur bedienen. 2 De kandidaat die met goed gevolg de in het eerste lid bedoelde procedure heeft doorlopen, ontvangt als bewijs daarvan een certificaat. 2026 3063 05-02-2026 19-12-2025 7059527 2026 3063 05-02-2026 19-12-2025 7059527 01-04-2026
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 artikelen 5 6 8 11 12 13 17 19 31 31b 31c 33, eerste en derde lid 34, eerste, vijfde en zesde lid 34c 35 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties artikel 21, eerste lid 22, eerste lid, van het besluit De taken en bevoegdheden van de Minister van Justitie en Veiligheid, bedoeld in de,,,,,,,,,,,,,enworden uitgevoerd door de commandant van de Koninklijke marechaussee voor zover het de erkenningen, bedoeld in, enbetreft. 2 artikel 23 van het besluit De aanvraag om erkenning van de beroepskwalificaties, bedoeld in, wordt ingediend bij de commandant van de Koninklijke marechaussee. 3 De aanvrager om erkenning van zijn beroepskwalificaties als bedoeld in het tweede lid legt bij zijn aanvraag de volgende voor de beoordeling van die aanvraag van belang zijnde gegevens en bescheiden over: a. artikel 15, onder a artikel 22, eerste lid, van het besluit een door het bevoegde gezag in de staat waar de opleiding is gevolgd gewaarmerkt kopie van het certificaat waaruit blijkt dat de aanvrager een opleiding, vergelijkbaar met die als bedoeld in, dan wel een bewijs waaruit blijkt dat met goed gevolg een examen is afgelegd met het oog op de uitoefening van een door de aanvrager gewenste beveiligingstaak bedoeld in; b. een overzicht van de vakken die onderdeel hebben uitgemaakt van de betreffende opleiding en een leerstofomschrijving van de vakken en daarbij behorende studietijd; c. een bewijs afgegeven door een daartoe bevoegde instantie dat hij een zodanige beheersing van de Nederlandse of Engelse taal heeft dat op een begrijpelijke wijze de opleiding kan worden verzorgd dan wel de beveiligingstaak naar behoren kan worden uitgeoefend. 4 Van de gegevens en bescheiden genoemd in het derde lid wordt een beëdigde vertaling in de Nederlandse of Engelse taal overgelegd, indien deze zijn gesteld in een andere taal dan het Nederlands onderscheidenlijk Engels. 5 Indien uit de overgelegde stukken blijkt dat de gevolgde opleiding onvoldoende kennis en vaardigheden biedt die noodzakelijk is voor een goede uitvoering van de taak in relatie tot de eisen die aan de beveiliging van de burgerluchtvaart in Nederland worden gesteld, bepaalt de commandant van de Koninklijke marechaussee dat een aanpassingsstage met goed gevolg moet worden afgerond alvorens de beroepskwalificatie wordt erkend. 6 De commandant van de Koninklijke marechaussee informeert de aanvrager over de te volgen aanpassingsstage en de daarbij behorende vakken en de wijze waarop de aanpassingsstage moet worden gedaan. 2021 34011 08-07-2021 21-06-2021 3366642 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Uitvoeringsbesluit
EG-verordening 300/2008 in werking treedt.
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 artikel 37acb van de wet De aanvraag om instemming van de ingebruikname van explosievenspeurhonden, bedoeld in, wordt door de exploitant van een luchtvaartterrein, de luchtvaartmaatschappij of de entiteit door tussenkomst van de commandant van de Koninklijke marechaussee ingediend bij de Minister van Justitie en Veiligheid. 2 Bij de aanvraag worden in ieder geval de volgende bescheiden overgelegd: a. een bewijs dat de explosievenspeurhond en zijn begeleider met succes een relevante opleiding op het gebied van de beveiliging van de burgerluchtvaart hebben doorlopen; b. verordening 2015/1998 een bewijs dat de explosievenspeurhond en zijn begeleider voldoen aan de bij of krachtens EU-vastgestelde prestatieverklaring. 3 Met het oog op de instemming door de Minister van Justitie en Veiligheid adviseert de commandant van de Koninklijke marechaussee de Minister van Justitie en Veiligheid over de ingebruikname van de explosievenspeurhonden. 2021 34011 08-07-2021 21-06-2021 3366642 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Uitvoeringsbesluit
EG-verordening 300/2008 in werking treedt.
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 artikel 37acb, zesde lid Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om instemming met de ingebruikname van explosievenspeurhonden EDD-team REST bedraagt de vergoeding van kosten, bedoeld in: a. voor een eerste aanvraag van het eerste in te zetten EDD-team: € 3705,00; b. voor een tweede en volgende aanvraag van datzelfde EDD-team: € 2851,00; c. voor een aanvraag van een tweede of volgende in te zetten EDD-team, ongeacht of het om een eerste of vervolgaanvraag gaat: € 1090,00. 2 artikel 37acb, zesde lid Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om instemming met de ingebruikname van explosievenspeurhonden EDD-team Free Running of EDD-team PSD bedraagt de vergoeding van kosten, bedoeld in: a. voor een eerste aanvraag van het eerste in te zetten EDD-team: € 3259,00; b. voor een tweede en volgende aanvraag van datzelfde EDD-team: € 2405,00; c. voor een aanvraag van een tweede of volgende in te zetten EDD-team, ongeacht of het om een eerste of vervolgaanvraag gaat: € 644,00. 2021 34011 08-07-2021 21-06-2021 3366642 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Uitvoeringsbesluit
EG-verordening 300/2008 in werking treedt.
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 De Minister van Justitie en Veiligheid verleent mandaat en machtiging voor de uitoefening van de volgende bevoegdheden en het verrichten van daarbij behorende overige handelingen aan de commandant van de Koninklijke marechaussee: a. artikel 37ae, tweede lid, van de wet het bij wijze van bestuursdwang verbieden of beletten van het opstijgen van een luchtvaartuig, bedoeld in; b. artikel 37o, eerste lid, onder a, b, c en e en tweede lid, van de wet het verlenen of intrekken van de erkenningen, bedoeld in; c. artikel 37re, eerste lid, van de wet het erkennen van instructeurs, bedoeld in; d. artikel 37u, eerste lid, van de wet het opleggen van een last onder bestuursdwang als bedoeld in; e. artikel 37v, tweede lid, van de wet het behandelen van een klacht als bedoeld in. 2 De commandant van de Koninklijke marechaussee kan voor de aangelegenheden bedoeld in het eerste lid ondermandaat en machtiging verlenen aan de onder hem ressorterende functionarissen. 2026 3063 05-02-2026 19-12-2025 7059527 2026 3063 05-02-2026 19-12-2025 7059527 01-04-2026
Artikel 20a — Artikel 20a#
Artikel 20a artikel 37rd, van de wet De Minister van Justitie en Veiligheid verleent mandaat en machtiging voor het erkennen van personeel, bedoeld inen het verrichten van daarbij behorende overige handelingen aan de instelling die in het kader van de certificering een door de Minister van Justitie en Veiligheid goedgekeurde theorie-, praktijk- of beeldinterpretatie-examen uitvoert. 2026 3063 05-02-2026 19-12-2025 7059527 2026 3063 05-02-2026 19-12-2025 7059527 01-04-2026
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Ingetrokken worden: a. Regeling van de Minister van Justitie van 10 juli 1991, houdende vrijstelling van vluchten waarbij de passagiers zijn onderworpen aan controle op gevaarlijke voorwerpen de(Stcrt. 1991, 173); b. Regeling van de Minister van Justitie van 15 juli 1991, houdende regels verpakken en opbergen van inbeslaggenomen wapens, explosieven etc. de(Stcrt. 1991, 157); c. Uitvoeringsregeling beveiligingsheffing de; d. Regeling van de Minister van Justitie van 18 november 1993, houdende aanwijzing bewakingspersoneel luchtvaartterreinen de(Stcrt. 1993, 225); e. Regeling van de Minister van Justitie van 9 mei 1995, houdende vrijstelling van vluchten waarbij de passagiers zijn onderworpen aan controle op gevaarlijke voorwerpen de(Stcrt. 1995, 97); f. Regeling van de Minister van Justitie van 17 mei 2001, houdende vrijstelling van vluchten waarbij passagiers zijn onderworpen aan controle op gevaarlijke voorwerpen de(Stcrt. 2001, 108); en g. Regeling uitvoering beveiliging burgerluchtvaart 2010 de. 2021 34011 08-07-2021 21-06-2021 3366642 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Uitvoeringsbesluit
EG-verordening 300/2008 in werking treedt.
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling uitvoering beveiliging burgerluchtvaart 2021. 2021 34011 08-07-2021 21-06-2021 3366642 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Uitvoeringsbesluit
EG-verordening 300/2008 in werking treedt.
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Uitvoeringsbesluit EG-verordening 300/2008 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag waarop hetin werking treedt. 2021 34011 08-07-2021 21-06-2021 3366642 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Uitvoeringsbesluit
EG-verordening 300/2008 in werking treedt.