Regeling van de Minister van Economische Zaken en Klimaat van 18 december 2022, nr. WJZ/ 22555196, tot het verstrekken van subsidies ter uitvoering van beleid gericht op de bevordering van de innovatie- en concurrentiekracht van Nederlandse regio’s (Subsidieregeling exploitatiesubsidie ROM’s)
- BWB-id
- BWBR0047660
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken en Klimaat
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-12-23
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0047660
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2022/subsidieregeling-exploitatiesubsidie-rom-s
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2022/subsidieregeling-exploitatiesubsidie-rom-s/2025-12-23
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0047660&g=2025-12-23
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0047660&z=2026-06-06&g=2025-12-23
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0047660/2025-12-23
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2022/subsidieregeling-exploitatiesubsidie-rom-s
Artikel 1 — Artikel 1 (begripsomschrijvingen)#
Artikel 1 (begripsomschrijvingen) In deze regeling wordt verstaan onder: exploitatiesubsidie: geldmiddelen die de minister beschikbaar stelt als bijdrage voor de exploitatiekosten die rechtstreeks voortvloeien uit de ontwikkeltaken van de regionale ontwikkelingsmaatschappij; minister: a. Minister van Economische Zaken; of b. Minister van Klimaat en Groene Groei, in overleg met de Minister van Economische Zaken, indien het subsidie betreft die aan een instituut wordt verleend ten laste van de begroting van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei; ontwikkeltaken: de taken innoveren, bestaande uit projectontwikkeling en activiteiten die het innovatie-ecosysteem versterken, en internationaliseren, bestaande uit het aantrekken van buitenlandse bedrijven en de ondersteuning in het internationaal ondernemen van bedrijven; regionale ontwikkelingsmaatschappij: een door de minister als zodanig aangewezen regionale ontwikkelingsmaatschappij met publieke aandeelhouders, waaronder de Staat der Nederlanden, zonder winstoogmerk, gericht op het bevorderen van de innovatie- en concurrentiekracht van Nederlandse regio’s. 2025 36663 29-10-2025 25-10-2025 WJZ/101851855 2025 36663 29-10-2025 25-10-2025 WJZ/101851855 30-10-2025
Artikel 2 — Artikel 2 (boekjaarsubsidie)#
Artikel 2 (boekjaarsubsidie) Afdeling 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing. 2022 34346 20-12-2022 18-12-2022 WJZ/22555196 2022 34346 20-12-2022 18-12-2022 WJZ/22555196 21-12-2022
Artikel 3 — Artikel 3 (verstrekking subsidie)#
Artikel 3 (verstrekking subsidie) bijlage 1 De minister verstrekt jaarlijks op aanvraag exploitatiesubsidie aan een regionale ontwikkelingsmaatschappij, voor niet-economische activiteiten die betrekking hebben op de inbij deze regeling opgenomen taakvelden. 2022 34346 20-12-2022 18-12-2022 WJZ/22555196 2022 34346 20-12-2022 18-12-2022 WJZ/22555196 21-12-2022
Artikel 4 — Artikel 4 (aanvraagtermijn)#
Artikel 4 (aanvraagtermijn) 1 artikel 4:60 van de Algemene wet bestuursrecht In afwijking vanwordt de aanvraag om subsidie uiterlijk één week voor de aanvang van het boekjaar ingediend. 2 De minister geeft een beschikking op een aanvraag om subsidie binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag. 3 Indien een beschikking niet binnen acht weken kan worden gegeven, kan deze termijn eenmaal met acht weken worden verlengd. 2022 34346 20-12-2022 18-12-2022 WJZ/22555196 2022 34346 20-12-2022 18-12-2022 WJZ/22555196 21-12-2022
Artikel 5 — Artikel 5 (gegevens aanvraag)#
Artikel 5 (gegevens aanvraag) 1 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van een middel dat door de minister beschikbaar wordt gesteld. 2 artikel 4:61 van de Algemene wet bestuursrecht In aanvulling opbevat de aanvraag in ieder geval: a. de naam, het adres, het nummer waarmee de regionale ontwikkelingsmaatschappij is geregistreerd bij de Kamer van Koophandel en het rekeningnummer van de subsidieaanvrager; b. de gegevens over de contactpersoon bij de subsidieaanvrager, waaronder de naam, het telefoonnummer en het e-mailadres; c. artikel 4:72 van de Algemene wet bestuursrecht indien van toepassing, de omvang van de egalisatiereserve, bedoeld in. 2024 35420 31-10-2024 15-10-2024 WJZ/89288958 2024 35420 31-10-2024 15-10-2024 WJZ/89288958 01-11-2024
Artikel 6 — Artikel 6 (activiteitenplan)#
Artikel 6 (activiteitenplan) artikel 4:62 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 3 In aanvulling opbevat het activiteitenplan een beschrijving van de prestatie-indicatoren waarmee de subsidieaanvrager inzicht geeft in de mate waarin de niet-economische activiteiten, bedoeld in, bijdragen aan het bevorderen van de innovatie- en concurrentiekracht van Nederlandse regio’s. 2022 34346 20-12-2022 18-12-2022 WJZ/22555196 2022 34346 20-12-2022 18-12-2022 WJZ/22555196 21-12-2022
Artikel 7 — Artikel 7 (in aanmerking komende kosten)#
Artikel 7 (in aanmerking komende kosten) artikel 3 Voor subsidie komen in aanmerking de redelijk gemaakte exploitatiekosten die rechtstreeks voortvloeien uit de ontwikkeltaken, voor zover de exploitatiekosten verbonden zijn aan de uitvoering van de niet-economische activiteiten bedoeld in, en die zien op: a. personeelskosten; b. huisvestingskosten; en c. bijkomende algemene kosten en andere operationele uitgaven, waaronder reiskosten, automatiseringskosten, promotiekosten en afschrijvingskosten. 2022 34346 20-12-2022 18-12-2022 WJZ/22555196 2022 34346 20-12-2022 18-12-2022 WJZ/22555196 21-12-2022
Artikel 8 — Artikel 8 (subsidieplafond)#
Artikel 8 (subsidieplafond) bijlage 2 De minister maakt jaarlijks uiterlijk op 1 november inbij deze regeling per regionale ontwikkelingsmaatschappij het subsidieplafond bekend voor de exploitatiesubsidie in het aankomende boekjaar of de aankomende boekjaren. 2024 35420 31-10-2024 15-10-2024 WJZ/89288958 2024 35420 31-10-2024 15-10-2024 WJZ/89288958 01-11-2024
Artikel 9 — Artikel 9 (cumulatie)#
Artikel 9 (cumulatie) artikel 3 Indien reeds door een bestuursorgaan of de Europese Commissie subsidie is verstrekt voor de subsidiabele kosten van de niet-economische activiteiten, bedoeld in, of een deel daarvan, wordt slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt dat het totale bedrag aan subsidies niet meer bedraagt dan het bedrag dat krachtens de toepasselijke Europese steunkaders kan worden verstrekt. 2022 34346 20-12-2022 18-12-2022 WJZ/22555196 2022 34346 20-12-2022 18-12-2022 WJZ/22555196 21-12-2022
Artikel 10 — Artikel 10 (afwijzingsgronden)#
Artikel 10 (afwijzingsgronden) De minister beslist afwijzend op een aanvraag indien: a. de aanvraag niet voldoet aan de in deze regeling gestelde regels; b. de activiteiten onvoldoende bijdragen aan het bevorderen van de innovatie- en concurrentiekracht van Nederlandse regio’s. 2022 34346 20-12-2022 18-12-2022 WJZ/22555196 2022 34346 20-12-2022 18-12-2022 WJZ/22555196 21-12-2022
Artikel 11 — Artikel 11 (verplichtingen subsidieontvanger)#
Artikel 11 (verplichtingen subsidieontvanger) 1 Artikel 4:65 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing op aanvragen voor financiële bijstand bij de Europese Commissie, de Europese Investeringsbank of het Europees Investeringsfonds. 2 De subsidieontvanger voert de subsidiabele activiteiten uit overeenkomstig het bij de aanvraag ingediende activiteitenplan en binnen de daarin voorziene tijdsduur. 3 De subsidieontvanger doet onverwijld een schriftelijke mededeling aan de minister van de indiening bij de rechtbank van een verzoek tot verlening van surseance van betaling aan hem of tot faillietverklaring van hem. 4 De subsidieontvanger doet onverwijld een schriftelijke mededeling aan de minister zodra aannemelijk is dat de subsidiabele activiteiten niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de exploitatiesubsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan. 5 Voor een essentiële wijziging in de aard of uitvoering van het activiteitenplan dient de subsidieontvanger vooraf schriftelijke toestemming te vragen aan de minister. De minister kan aan de gegeven toestemming nadere verplichtingen verbinden. 6 Op verzoek van de minister dient de subsidieontvanger inlichtingen te verschaffen omtrent de voortgang of resultaten van de ontwikkeltaken. 7 Voorlichtings- en kennisdelingsactiviteiten zijn voor een ieder zonder onderscheid toegankelijk. 8 De subsidieontvanger gebruikt de exploitatiesubsidie niet voor economische activiteiten. 9 artikel 3 Indien de subsidieontvanger naast de niet-economische activiteiten, bedoeld in, ook economische activiteiten verricht, voert de subsidieontvanger met betrekking tot de financiering van en de kosten en inkomsten uit economische activiteiten een gescheiden boekhouding. 10 De subsidieontvanger zorgt ervoor dat bij de uitvoering van activiteiten voor derden, niet zijnde gesubsidieerde activiteiten: a. de activiteiten ten minste kostendekkend worden verricht en geen sprake is van oneigenlijke concurrentie; en b. de kosten en opbrengsten expliciet zichtbaar worden gemaakt in de begroting respectievelijk de jaarrekening. 11 artikel 4:72 van de Algemene wet bestuursrecht Indien de subsidie voor één of meer boekjaren wordt verleend, vormt de subsidieontvanger een egalisatiereserve als bedoeld in. 12 De subsidieontvanger maakt uiterlijk twaalf weken na afloop van het boekjaar alle resultaten die zijn behaald met activiteiten waarvoor in dat boekjaar subsidie is verstrekt openbaar, voor zover hierop geen intellectuele eigendomsrechten zijn of zullen worden gevestigd. 2025 36663 29-10-2025 25-10-2025 WJZ/101851855 2025 36663 29-10-2025 25-10-2025 WJZ/101851855 30-10-2025
Artikel 12 — Artikel 12 (administratievoorschriften)#
Artikel 12 (administratievoorschriften) 1 artikel 7 De inrichting van de administratie sluit aan bij de bij de aanvraag ingediende begroting en activiteitenplan, zodat daaruit ten allen tijde de subsidiabele kosten, bedoeld in, kunnen worden afgelezen. 2 Ter zake van de loonkosten is een door middel van een urenadministratie vastgestelde urenverantwoording aanwezig. 2022 34346 20-12-2022 18-12-2022 WJZ/22555196 2022 34346 20-12-2022 18-12-2022 WJZ/22555196 21-12-2022
Artikel 12a — Artikel 12a (begrotingsvoorbehoud)#
Artikel 12a (begrotingsvoorbehoud) artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld, wordt verleend onder de voorwaarde, bedoeld in. 2024 35420 31-10-2024 15-10-2024 WJZ/89288958 2024 35420 31-10-2024 15-10-2024 WJZ/89288958 01-11-2024
Artikel 13 — Artikel 13 (bevoorschotting)#
Artikel 13 (bevoorschotting) 1 De minister verstrekt per boekjaar ambtshalve een voorschot. 2 De hoogte van het voorschot, bedoeld in het eerste lid, wordt bepaald door 90% van het bedrag dat op basis van een bepaald subsidieplafond is verleend, te delen door het aantal boekjaren waarvoor de subsidie op basis van dat subsidieplafond is verleend. 2024 35420 31-10-2024 15-10-2024 WJZ/89288958 2024 35420 31-10-2024 15-10-2024 WJZ/89288958 01-11-2024
Artikel 14 — Artikel 14 (staatssteun)#
Artikel 14 (staatssteun) artikel 3, eerste lid De subsidie, bedoeld in, bevat geen staatssteun. 2022 34346 20-12-2022 18-12-2022 WJZ/22555196 2022 34346 20-12-2022 18-12-2022 WJZ/22555196 21-12-2022
Artikel 15 — Artikel 15 (subsidievaststelling)#
Artikel 15 (subsidievaststelling) 1 Een aanvraag om subsidievaststelling wordt ingediend met gebruikmaking van een middel dat door de minister beschikbaar wordt gesteld. 2 artikel 4:75 van de Algemene wet bestuursrecht In aanvulling opgaat de aanvraag om subsidievaststelling vergezeld van: a. artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek artikel 4:45 van de Algemene wet bestuursrecht een rapport van feitelijke bevindingen van een accountant of accountant-administratieconsulent als bedoeld in, dat informatie bevat waaruit blijkt dat met de aanvraag tot subsidievaststelling wordt voldaan aan de voorschriften, genoemd in. De subsidieaanvrager stemt voorafgaand aan het indienen van de aanvraag tot subsidievaststelling de opzet van het rapport van feitelijke bevindingen met de minister af. b. artikel 3 een eindrapport waarin het verloop en eindresultaten zijn vastgelegd van de in het activiteitenplan genoemde niet-economische activiteiten, als bedoeld in, en waarin aan de hand van de prestatie-indicatoren inzicht wordt gegeven in de mate waarin deze activiteiten hebben bijgedragen aan het bevorderen van de innovatie- en concurrentiekracht van Nederlandse regio’s. 3 De minister geeft de beschikking tot subsidievaststelling binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag daartoe, dan wel nadat de voor het indienen ervan geldende termijn is verstreken. 4 Indien de beschikking tot subsidievaststelling niet binnen de in het derde lid genoemde termijn kan worden gegeven, kan deze termijn eenmaal met dertien weken worden verlengd. 5 artikel 4:67, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht Indien de subsidie voor twee of meer boekjaren is verleend en de betreffende subsidiabele activiteiten niet in het voorgaande boekjaar moesten worden afgerond, wordt de subsidie ambtshalve vastgesteld binnen dertien weken na het verstrekken van de gegevens bedoeld in. 2024 35420 31-10-2024 15-10-2024 WJZ/89288958 2024 35420 31-10-2024 15-10-2024 WJZ/89288958 01-11-2024
Artikel 16 — Artikel 16 (evaluatie)#
Artikel 16 (evaluatie) 1 De subsidieontvanger verleent medewerking aan een evaluatie van de effecten van de door hem op grond van deze regeling uitgevoerde activiteiten, voor zover medewerking redelijkerwijs van hem kan worden verlangd. 2 De verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt gedurende vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling. 2022 34346 20-12-2022 18-12-2022 WJZ/22555196 2022 34346 20-12-2022 18-12-2022 WJZ/22555196 21-12-2022
Artikel 17 — Artikel 17 (citeertitel)#
Artikel 17 (citeertitel) Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling exploitatiesubsidie ROM’s. 2022 34346 20-12-2022 18-12-2022 WJZ/22555196 2022 34346 20-12-2022 18-12-2022 WJZ/22555196 21-12-2022
Artikel 18 — Artikel 18 (vervaltermijn)#
Artikel 18 (vervaltermijn) Deze regeling vervalt met ingang van 9 december 2027, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn verleend. 2022 34346 20-12-2022 18-12-2022 WJZ/22555196 2022 34346 20-12-2022 18-12-2022 WJZ/22555196 21-12-2022
Artikel 19 — Artikel 19 (inwerkingtreding)#
Artikel 19 (inwerkingtreding) Deze regeling treeft in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2022 34346 20-12-2022 18-12-2022 WJZ/22555196 2022 34346 20-12-2022 18-12-2022 WJZ/22555196 21-12-2022
Artikel 3#
artikel 3
Artikel 8#
artikel 8