Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 8 juli 2021, 2021-0000054735, houdende vaststelling van de Subsidieregeling leer- en ontwikkelbudget voor de stimulering van de arbeidsmarktpositie van natuurlijke personen met een band met de Nederlandse arbeidsmarkt (Subsidieregeling STAP-budget)
- BWB-id
- BWBR0045419
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- 2023-09-04 t/m 2023-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0045419
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2022/subsidieregeling-stap-budget
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2022/subsidieregeling-stap-budget/2023-09-04
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0045419&g=2023-09-04
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0045419&z=2026-06-06&g=2023-09-04
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0045419/2023-09-04
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2022/subsidieregeling-stap-budget
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: aanvraagtijdvak: artikel 9 een tijdvak als bedoeld inwaarin aanvragen voor subsidie op grond van deze regeling kunnen worden ingediend; aanwezigheids- of deelnemingspercentage: een percentage dat door de opleider wordt vastgesteld door middel van registratie van de fysieke aanwezigheid van de subsidieontvanger gedurende de scholing, dan wel, in geval van scholing die langs digitale weg wordt gegeven, van deelname aan de scholing in digitale vorm; bewijs van deelname: artikel 14, tweede lid een door de opleider, overeenkomstig een door het UWV vastgesteld format, opgesteld document waarop is aangegeven of de gesubsidieerde scholing is afgerond overeenkomstig; bijdrage van een derde: bijdrage die de subsidieaanvrager van een ander dan de Minister voor de te subsidiëren of gesubsidieerde activiteit ontvangt en die de subsidieaanvrager aanwendt of behoort aan te wenden voor de te subsidiëren of gesubsidieerde activiteit; catalogusprijs: de prijs, omvattend alle kosten die direct samenhangen met een te geven scholing, die de opleider vermeldt in het scholingsregister en waarvoor de opleider in zijn papieren of zijn digitale communicatiekanaal een scholing aanbiedt; deelnemer: een subsidieontvanger die deelneemt, gaat deelnemen of heeft deelgenomen aan een scholing; diploma of certificaat: een schriftelijk bewijs van afronding van een scholing of deel van een scholing, te bereiken door het afleggen van een test, proef of examen; DUO: de Dienst Uitvoering Onderwijs; einddatum van de scholing: de datum die in de beschikking tot subsidieverlening als datum van afronding van de scholing is vermeld; EVC-aanbieder: aanbieder die volgens de principes en uitgangspunten van de Kwaliteitscode EVC een EVC-procedure uitvoert aan de hand van een voor EVC erkende onderwijs-, beroeps- of branchestandaard, en die voor de desbetreffende standaard is opgenomen in het register erkende EVC-aanbieders van het Nationaal Kenniscentrum EVC; EVC-procedure: geheel van processtappen en instrumenten waarmee een EVC-aanbieder eerder of elders verworven competenties van een kandidaat beoordeelt ten opzichte van een voor EVC erkende onderwijs-, beroeps- of branchestandaard, en waarbij de uitkomsten worden vastgelegd in een ervaringscertificaat; KvK-nummer: een door de Kamer van Koophandel toegekend uniek nummer over een onderneming of maatschappelijke activiteit in het handelsregister; meerjarige scholing: artikel 6, eerste lid meerjarige scholing als bedoeld in; Minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; opleider: een aanbieder van een scholing waarvoor op grond van deze regeling subsidie kan worden verleend; opleidingsjaar: een opleidingsjaar, dat deel uitmaakt van een meerjarige scholing, waarvoor les-, cursus-, college- of examengeld in rekening wordt gebracht; scholing: a. artikel 7.1.2, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs artikel 7.1.3, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs Wet educatie en beroepsonderwijs artikel 1.4.1, eerste lid of lid 1a, van de Wet educatie en beroepsonderwijs een beroepsopleiding als bedoeld in, een keuzedeel als bedoeld indan wel andere onderdelen van een beroepsopleiding als hiervoor bedoeld, verzorgd door een uit ’s Rijks kas bekostigde instelling voor beroepsonderwijs als bedoeld in deof verzorgd door een andere instelling voor beroepsonderwijs indien voor die opleiding de erkenning, bedoeld inis verleend; b. artikelen 7.3a 7.3b van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek een opleiding als bedoeld in deenwaarvoor accreditatie nieuwe of bestaande opleiding is verleend dan wel onderdelen van een zodanige opleiding; scholingsregister: artikel 21 het scholingsregister, genoemd in, waarin alle scholing is opgenomen waarvoor op grond van deze regeling subsidie kan worden verleend; STAP-aanmeldingsbewijs: een door de opleider opgesteld document, waarmee wordt gelijkgesteld een aanmelding voor een scholing in het van overheidswege bekostigd onderwijs of erkend niet-bekostigd onderwijs, waarop is aangegeven welke scholing gaat worden gevolgd, de persoon die de scholing gaat volgen, diens geboortedatum en studentnummer of inschrijfnummer bij de scholing, de voorziene start- en einddatum van de scholing en in geval er sprake is van een meerjarige scholing de einddatum van het desbetreffende opleidingsjaar; subsidieaanvrager: de persoon die een aanvraag voor subsidieverlening op grond van deze regeling heeft ingediend; subsidieontvanger: de subsidieaanvrager aan wie krachtens deze regeling subsidie is verleend; UWV: hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in; verleningsgrens: artikel 12a, eerste lid het maximaal aantal verleende subsidies bedoeld in; vervolgaanvraag: artikel 6, tweede lid een subsidieaanvraag voor een volgend opleidingsjaar als bedoeld in; volksverzekeringen: Algemene Ouderdomswet Algemene nabestaandenwet Algemene Kinderbijslagwet Wet langdurige zorg de verzekeringen op grond van de, de, deen de. 2023 20707 25-07-2023 14-07-2023 2023-0000425610 2023 20707 25-07-2023 14-07-2023 2023-0000425610 04-09-2023 Artikel II, eerste lid, van Stcrt. 2023/20707 bevat overgangsrecht
m.b.t. deze wijziging.
Artikel 2 — Artikel 2 Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS Toepasselijkheid#
Artikel 2 Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS Toepasselijkheid Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS Op subsidies verleend op grond van deze regeling is deniet van toepassing. 2021 35685 19-07-2021 08-07-2021 2021-0000054735 2021 349 16-07-2021 12-07-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen B
en C, van de Wet afschaffing fiscale aftrek scholingsuitgaven in
werking treedt.
Artikel 3 — Artikel 3 Doel van de subsidie#
Artikel 3 Doel van de subsidie Het doel van deze regeling is om personen, die een band hebben met de Nederlandse arbeidsmarkt, met financiële ondersteuning in staat te stellen om scholing te volgen, gericht op versterking van hun arbeidsmarktpositie. 2021 35685 19-07-2021 08-07-2021 2021-0000054735 2021 349 16-07-2021 12-07-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen B
en C, van de Wet afschaffing fiscale aftrek scholingsuitgaven in
werking treedt.
Artikel 4 — Artikel 4 Subsidiabiliteit van scholing, scholingskosten en catalogusprijs#
Artikel 4 Subsidiabiliteit van scholing, scholingskosten en catalogusprijs 1 Subsidiabele kosten zijn: a. les-, cursus-, college- of examengeld, alsmede kosten van door de opleider verplicht gestelde literatuur of beschermingsmiddelen voor zover deze literatuur of middelen direct noodzakelijk zijn voor het volgen en afronden van de scholing, mits de kosten van deze literatuur of middelen in rekening worden gebracht door de opleider; b. dit onderdeel is nog niet in werking getreden. 2 Een opleider vermeldt in het scholingsregister de catalogusprijs van de scholing, alsmede het deel van die catalogusprijs dat wordt gevormd door de subsidiabele kosten, bedoeld in het eerste lid. 3 Niet subsidiabel is scholing waarbij sprake is van het in het vooruitzicht stellen of aanbieden van: a. geschenken, aanbiedingen of andere voordelen aan een deelnemer of potentiële deelnemer; b. reis- of verblijfkosten voor een deelnemer of potentiële deelnemer in verband met het volgen van de scholing door de deelnemer; of c. andersoortige voordelen aan een deelnemer of potentiële deelnemer als deze de opleider een voordeel verstrekt. 4 bijlage Niet subsidiabel is scholing die buiten Nederland wordt verzorgd en scholing die is opgenomen in debij deze regeling. 2023 20707 25-07-2023 14-07-2023 2023-0000425610 2023 20707 25-07-2023 14-07-2023 2023-0000425610 04-09-2023 Artikel II, eerste lid, van Stcrt. 2023/20707 bevat overgangsrecht
m.b.t. deze wijziging.
Artikel 5 — Artikel 5 Aanvraaggerechtigde en subsidievoorwaarden scholing#
Artikel 5 Aanvraaggerechtigde en subsidievoorwaarden scholing 1 De Minister kan subsidie verstrekken aan een persoon die een band heeft met de Nederlandse arbeidsmarkt ten behoeve van een door hem te volgen scholing die in het scholingsregister is vermeld en hierin niet is uitgesloten. 2 Er is sprake van een band met de Nederlandse arbeidsmarkt indien de subsidieaanvrager: a. artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet ten tijde van de aanvraag achttien jaar of ouder is en de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in, nog niet heeft bereikt; en b. in de periode van twee jaar en drie maanden tot drie maanden voor de kalendermaand van zijn aanvraag gedurende ten minste zes maanden verzekerd is geweest voor de volksverzekeringen. 3 De Minister verstrekt uitsluitend subsidie voor een scholing die start: a. vanaf vier weken na de dag van de subsidieaanvraag en binnen drie maanden na de sluiting van het aanvraagtijdvak waarin de subsidieaanvraag is ingediend; of b. op een later gelegen dag die redelijkerwijs nodig is, indien het voor de opleider niet mogelijk is de scholing binnen het in onderdeel a genoemde tijdvak te starten. 4 De Minister verstrekt geen subsidie voor een scholing, indien de subsidieaanvrager ten tijde van de aanvraag de leeftijd van 30 jaren nog niet heeft bereikt en: a. artikelen 2.4 2.8 2.10 2.11 van de Wet studiefinanciering 2000 de te subsidiëren scholing kan worden aangemerkt als een onderwijssoort als bedoeld in de,,en; of b. artikelen 2.9 2.10 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten de te subsidiëren scholing kan worden aangemerkt als een onderwijssoort als bedoeld in deof. 5 De Minister verstrekt geen subsidie voor een scholing, voor zover de subsidieaanvrager voor de subsidiabele kosten van de scholing reeds subsidie op grond van een andere regeling strekkend tot subsidiëring van een opleiding of scholing ontvangt of zal ontvangen. 6 De Minister verstrekt uitsluitend subsidie voor zover de subsidieaanvrager voor de subsidiabele kosten van de scholing geen bijdrage van een derde, anders dan bedoeld in het vijfde lid, heeft ontvangen of zal ontvangen. 7 artikel 9, zevende lid Indien een aanvraagtijdvak vanwege de situatie bedoeld in, later wordt opengesteld, wordt in afwijking van het derde lid, onderdeel a, voor de periode waarin de scholing start gerekend vanaf de dag na die waarop openstelling van het aanvraagtijdvak oorspronkelijk was voorzien. 2023 20707 25-07-2023 14-07-2023 2023-0000425610 2023 20707 25-07-2023 14-07-2023 2023-0000425610 04-09-2023 Artikel II, eerste lid, van Stcrt. 2023/20707 bevat overgangsrecht
m.b.t. deze wijziging.
Artikel 6 — Artikel 6 Algemene bepalingen meerjarige scholing#
Artikel 6 Algemene bepalingen meerjarige scholing 1 Onder meerjarige scholing wordt verstaan: scholing die verband houdt met onderdelen van een door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap vastgesteld kwalificatiedossier, vastgestelde kwalificatie of een door de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie geaccrediteerde opleiding en die een nominale studieduur heeft van meer dan twaalf maanden. 2 Indien de te subsidiëren activiteit wordt aangemerkt als meerjarige scholing, kan de minister per aanvraag subsidie verstrekken voor ten hoogste één opleidingsjaar van deze scholing. 3 Indien de subsidieaanvrager op grond van deze regeling subsidie heeft ontvangen voor een opleidingsjaar van meerjarige scholing, kan de minister op aanvraag subsidie verstrekken voor een volgend opleidingsjaar. 4 artikel 14, tweede lid Ingeval van meerjarige scholing wordt als startdatum van de scholing beschouwd de datum in een opleidingsjaar waarop de deelnemer formeel start met het opleidingsjaar en als afronding van de scholing, het door de deelnemer afronden van een opleidingsjaar op een van de wijzen, bedoeld in. 2021 35685 19-07-2021 08-07-2021 2021-0000054735 2021 35685 19-07-2021 08-07-2021 2021-0000054735 01-07-2023 2022 22821 31-08-2022 23-08-2022 2022-0000176798 Inwerkingtreding voorheen door Stcrt. 2021/35685 gesteld op 1
januari 2023. 2023 18416 30-06-2023 26-06-2023 2023-0000333250 2023 18416 30-06-2023 26-06-2023 2023-0000333250 01-07-2023
Artikel 7 — Artikel 7 Subsidiebedrag#
Artikel 7 Subsidiebedrag De subsidie voor een scholing bedraagt ten hoogste 100% van de subsidiabele kosten van de scholing zoals vermeld in het scholingsregister, tot een maximum van € 1.000,– inclusief btw. 2021 35685 19-07-2021 08-07-2021 2021-0000054735 2021 349 16-07-2021 12-07-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen B
en C, van de Wet afschaffing fiscale aftrek scholingsuitgaven in
werking treedt.
Artikel 8 — Artikel 8 Aanvraag#
Artikel 8 Aanvraag 1 De subsidieaanvrager kan een subsidieaanvraag indienen vanaf 1 maart 2022 door middel van een door de Minister beschikbaar gesteld elektronisch formulier. 2 De subsidieaanvraag wordt voor aanvang van de scholing of het opleidingsjaar ingediend. 3 In de subsidieaanvraag wordt opgenomen: a. artikel 1, onderdeel b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer het burgerservicenummer, bedoeld invan de subsidieaanvrager; b. de scholing waarvoor subsidie wordt aangevraagd; c. de startdatum van de scholing en de verwachte datum van afronding van de scholing, zoals vastgesteld door de opleider; d. indien sprake is van een meerjarige scholing, de totale verwachte duur van de scholing, zoals vastgesteld door de opleider; e. als bijlage bij de subsidieaanvraag het STAP-aanmeldingsbewijs voor de scholing; f. indien van toepassing, het opleidingsjaar van de meerjarige scholing waarvoor subsidie wordt aangevraagd; g. de hoogst afgeronde opleiding van de subsidieaanvrager; h. de arbeidsmarktpositie van de subsidieaanvrager ten tijde van zijn aanvraag; i. indien de subsidieaanvrager ten tijde van zijn aanvraag werkzaam is, de aard van de werkzaamheden die hij verricht; en j. het beoogde arbeidsmarktdoel dat de subsidieaanvrager heeft met het volgen van de scholing. 4 Voor zover de subsidieaanvrager voor dezelfde begrote kosten ook subsidie of een andere financiële bijdrage heeft aangevraagd of zal gaan aanvragen bij een ander bestuursorgaan of rechtspersoon, doet hij daarvan mededeling in de subsidieaanvraag, onder vermelding van de stand van zaken van de beoordeling van die andere aanvraag. 5 Dit lid is nog niet in werking getreden. 6 Indien indiening van een subsidieaanvraag door middel van een door de Minister beschikbaar gesteld elektronisch formulier als bedoeld in het eerste lid voor een persoon die een aanvraag wil doen, naar het oordeel van het UWV niet mogelijk is door in deze persoon gelegen factoren van welke aard ook die deze persoon niet kunnen worden aangerekend, voorziet de Minister op daartoe strekkend verzoek van die persoon in een zodanige faciliteit dat deze persoon een aanvraag als bedoeld in dit artikel kan doen. 2021 35685 19-07-2021 08-07-2021 2021-0000054735 2021 35685 19-07-2021 08-07-2021 2021-0000054735 01-07-2023 2022 22821 31-08-2022 23-08-2022 2022-0000176798 Inwerkingtreding voorheen door Stcrt. 2021/35685 gesteld op 1
januari 2023. 2023 12293 28-04-2023 24-04-2023 2023-0000235389 2023 12293 28-04-2023 24-04-2023 2023-0000235389 01-07-2023
Artikel 9 — Artikel 9 Subsidieplafond en aanvraagtijdvakken#
Artikel 9 Subsidieplafond en aanvraagtijdvakken 1 De Minister stelt voor elk kalenderjaar een subsidieplafond vast voor subsidies op grond van deze regeling en verdeelt het beschikbare bedrag over zes aanvraagtijdvakken van telkens twee maanden. 2 artikel 10, derde lid De maximumgrens van het beschikbare bedrag in een aanvraagtijdvak als bedoeld in het eerste lid wordt bereikt op het moment dat het totaal aan verleende subsidiebedragen als bedoeld in, in het desbetreffende aanvraagtijdvak gelijk is aan of hoger wordt dan het in het desbetreffende aanvraagtijdvak beschikbare subsidiebedrag. 3 Indien een deel van het beschikbare bedrag, bedoeld in het eerste lid, of van het deel van het beschikbare bedrag, bedoeld in het vierde lid op de laatste dag van dat aanvraagtijdvak om 23.59 uur niet is uitgeput, worden de resterende middelen toegevoegd aan de middelen van het volgende aanvraagtijdvak van hetzelfde kalenderjaar. 4 artikel 8, zesde lid De Minister kan in een aanvraagtijdvak als bedoeld in het eerste lid, gelegen na 31 augustus 2022, een deel van het beschikbare bedrag beschikbaar stellen uitsluitend ten behoeve van personen als bedoeld in. De Minister maakt het beschikbaar gestelde bedrag, bedoeld in de eerste zin, bekend in de Staatscourant. 5 Het beschikbare subsidiebedrag en de verdeling over de aanvraagtijdvakken voor de jaren na 2022 wordt jaarlijks voor 1 januari in de Staatscourant bekend gemaakt. Gedurende de jaren, gelegen na 2022, kan wijziging plaatsvinden in het beschikbare subsidiebedrag of in de verdeling over de aanvraagtijdvakken, bedoeld in het eerste lid, en in het beschikbare deel, bedoeld in het vierde lid. 6 www.stapuwv.nl In afwijking van het eerste lid kan de Minister met het oog op een efficiëntere inrichting van het uitvoeringsproces, een aanvraagtijdvak van twee maanden ten hoogste drie werkdagen korter of langer laten duren. Indien de Minister gebruik maakt van deze bevoegdheid, maakt hij op de websitebekend met ingang van welke datum een aanvraagtijdvak start of eindigt. 7 Indien het vanwege een technische of andere onvoorziene oorzaak niet mogelijk is om een aanvraagtijdvak open te stellen op de dag waarop openstelling was voorzien, maakt de Minister zo spoedig mogelijk op een voor een ieder kenbare wijze bekend wanneer het aanvraagtijdvak wordt opengesteld. 2023 20707 25-07-2023 14-07-2023 2023-0000425610 2023 20707 25-07-2023 14-07-2023 2023-0000425610 04-09-2023 Artikel II, eerste lid, van Stcrt. 2023/20707 bevat overgangsrecht
m.b.t. deze wijziging.
Artikel 9a — Artikel 9a Subsidieplafond en aanvraagtijdvakken 2022#
Artikel 9a Subsidieplafond en aanvraagtijdvakken 2022 1 artikel 9, eerste lid In afwijking van, zijn er voor het jaar 2022 vijf aanvraagtijdvakken van twee maanden beschikbaar, waarbij het eerste aanvraagtijdvak vanaf 1 maart 2022 van start gaat. 2 Voor subsidies op grond van deze regeling is voor het jaar 2022 € 160 miljoen beschikbaar, dat gelijkelijk over de aanvraagtijdvakken, bedoeld in het eerste lid, wordt verdeeld, onverminderd het derde lid. Voor de twee aanvraagtijdvakken, gelegen na 31 augustus 2022, is een extra budget van € 12,9 miljoen beschikbaar dat gelijkelijk over deze aanvraagtijdvakken wordt verdeeld. 3 artikel 8, zesde lid De Minister kan in de twee tijdvakken volgend op het eerste aanvraagtijdvak, genoemd in het eerste lid, de faciliteit voor personen als bedoeld in, verlenen waarbij, als de subsidieaanvragen met behulp van die faciliteit daartoe aanleiding geven, het voor het desbetreffende tijdvak beschikbare bedrag uitsluitend ten behoeve van die personen kan worden overschreden, onverminderd het tweede lid. Indien er in een van deze tijdvakken sprake is van een overschrijding, wordt het bedrag van die overschrijding in gelijke delen op de subsidiebedragen van de volgende tijdvakken in mindering gebracht. 4 Artikel 9, derde en zesde lid , is van overeenkomstige toepassing. 5 Onverminderd het tweede lid is voor het vijfde aanvraagtijdvak een extra budget van € 10,8 miljoen beschikbaar. 2022 28947 31-10-2022 24-10-2022 2022-0000214342 2022 28947 31-10-2022 24-10-2022 2022-0000214342 01-11-2022
Artikel 9b — Artikel 9b Subsidieplafond en aanvraagtijdvakken 2023#
Artikel 9b Subsidieplafond en aanvraagtijdvakken 2023 1 artikel 9, eerste lid In afwijking van, zijn er voor het jaar 2023 de volgende vijf aanvraagtijdvakken: a. eerste aanvraagtijdvak: van 17 maart 2023 tot en met 30 april 2023; b. tweede aanvraagtijdvak: van 1 mei 2023 tot en met 2 juli 2023; c. derde aanvraagtijdvak: van 3 juli 2023 tot en met 3 september 2023; d. vierde aanvraagtijdvak: van 18 september 2023 tot en met 14 november 2023; e. vijfde aanvraagtijdvak: van 15 november 2023 tot en met 31 december 2023. 2 artikel 5, derde lid, onderdeel a In afwijking van, wordt in het eerste aanvraagtijdvak, bedoeld in het eerste lid, voor de periode waarin de scholing start gerekend vanaf 28 februari 2023. 3 Voor subsidie op grond van deze regeling is voor het jaar 2023 € 108 miljoen beschikbaar, met de volgende bedragen per aanvraagtijdvak: a. eerste en tweede aanvraagtijdvak: € 34 miljoen; b. derde aanvraagtijdvak: € 20 miljoen; c. vierde en vijfde aanvraagtijdvak: € 10 miljoen. 4 artikel 8, zesde lid In 2023 is per aanvraagtijdvak 5% van het voor dat tijdvak beschikbare bedrag uitsluitend bestemd voor personen als bedoeld in. 5 Artikel 9, derde lid, vijfde lid, tweede zin en zesde lid , is van overeenkomstige toepassing. 2023 20707 25-07-2023 14-07-2023 2023-0000425610 2023 20707 25-07-2023 14-07-2023 2023-0000425610 04-09-2023 Artikel II, eerste lid, van Stcrt. 2023/20707 bevat overgangsrecht
m.b.t. deze wijziging.
Artikel 10 — Artikel 10 Behandeling van subsidieaanvragen en rangschikking#
Artikel 10 Behandeling van subsidieaanvragen en rangschikking 1 Subsidieaanvragen die volledig zijn, worden behandeld op volgorde van ontvangst. 2 artikel 8 Van een volledige subsidieaanvraag is sprake indien is voldaan aan. 2021 35685 19-07-2021 08-07-2021 2021-0000054735 2021 349 16-07-2021 12-07-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen B
en C, van de Wet afschaffing fiscale aftrek scholingsuitgaven in
werking treedt.
Artikel 11 — Artikel 11 Beschikking tot subsidieverlening en beslistermijn#
Artikel 11 Beschikking tot subsidieverlening en beslistermijn 1 De subsidie wordt op aanvraag bij beschikking verleend. 2 De Minister besluit binnen vier weken na ontvangst daarvan op de aanvraag tot subsidieverlening. 3 De beschikking tot subsidieverlening vermeldt in ieder geval de scholing waarvoor subsidie wordt verleend, de opleider, het subsidiebedrag, de startdatum van de scholing, de datum waarop de scholing zal worden afgerond, de wijze waarop kan worden aangetoond dat de scholing is afgerond en de wijze van bevoorschotting en betaling. 4 De Minister verstrekt de opleider een bericht over de beschikking tot subsidieverlening. 2021 35685 19-07-2021 08-07-2021 2021-0000054735 2021 349 16-07-2021 12-07-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen B
en C, van de Wet afschaffing fiscale aftrek scholingsuitgaven in
werking treedt.
Artikel 12 — Artikel 12 Weigeringsgronden#
Artikel 12 Weigeringsgronden 1 artikelen 4:25, tweede lid 4:35, eerste lid, en tweede lid, onderdeel a, van de Algemene wet bestuursrecht Onverminderd de, enwordt de subsidie geweigerd, indien: a. de subsidieaanvraag niet voldoet aan de in deze regeling gestelde eisen; b. de aangevulde subsidieaanvraag niet binnen de gestelde termijn is ontvangen; c. de subsidieaanvrager op grond van deze regeling in het desbetreffende kalenderjaar al een beschikking tot subsidieverlening heeft ontvangen waarin de aangevraagde subsidie is toegekend; d. de volledige subsidieaanvraag na aanvang van de scholing is ingediend; e. artikel 19a de scholing niet is vermeld in het scholingsregister dan wel hierin is uitgesloten, tenzij de scholing is uitgesloten op grond vanen de subsidieaanvraag is ingediend in het aanvraagtijdvak waarin die uitsluiting plaatsvond; of f. artikel 19, derde lid de subsidieaanvrager op het moment van zijn aanvraag op grond van, is uitgesloten van het recht op subsidie. 2 artikel 5, vijfde of zesde lid, De subsidie wordt voorts geweigerd voor zover voor de subsidiabele kosten van de scholingvan toepassing is. 2023 20707 25-07-2023 14-07-2023 2023-0000425610 2023 20707 25-07-2023 14-07-2023 2023-0000425610 04-09-2023 Artikel II, eerste lid, van Stcrt. 2023/20707 bevat overgangsrecht
m.b.t. deze wijziging.
Artikel 12a — Artikel 12a Verleningsgrens#
Artikel 12a Verleningsgrens 1 Zodra in een kalenderjaar een vooraf door de Minister bekendgemaakt maximaal aantal subsidies is verleend voor een bepaalde scholing, wordt met ingang van het eerstvolgende aanvraagtijdvak van het betreffende kalenderjaar tot en met het einde van dat kalenderjaar subsidie voor deze scholing geweigerd. 2 Voor het kalenderjaar 2023 bedraagt de verleningsgrens per scholing 300. 3 De verleningsgrens wordt voor de jaren na 2023 jaarlijks voor 1 januari van het betreffende kalenderjaar in de Staatscourant bekendgemaakt. 4 Artikel 12, eerste lid, onderdeel e artikel 19a , is niet van toepassing op subsidieaanvragen voor een scholing die is uitgesloten op grond vanen die zijn ingediend in het aanvraagtijdvak waarin de uitsluiting heeft plaatsgevonden. 2023 4426 06-02-2023 01-02-2023 2023-0000046980 2023 4426 06-02-2023 01-02-2023 2023-0000046980 07-02-2023
Artikel 13 — Artikel 13 Bevoorschotting en betaling#
Artikel 13 Bevoorschotting en betaling 1 De Minister verleent bij de beschikking tot subsidieverlening ambtshalve een voorschot van 100%. 2 artikel 16, tweede lid De Minister betaalt het voorschot aan de opleider nadat de opleider de informatie, bedoeld in, aan hem heeft verstrekt. 3 artikel 4:56 van de Algemene wet bestuursrecht Onverminderd, schort de Minister de betaling, bedoeld in het tweede lid op, indien: a. sprake is van een ernstig vermoeden dat door de subsidieontvanger niet wordt voldaan aan de verplichtingen die zijn verbonden aan de subsidie; of b. indien een melding van de subsidieontvanger of de opleider daartoe aanleiding geeft. 2021 35685 19-07-2021 08-07-2021 2021-0000054735 2021 349 16-07-2021 12-07-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen B
en C, van de Wet afschaffing fiscale aftrek scholingsuitgaven in
werking treedt.
Artikel 14 — Artikel 14 Verplichtingen subsidieontvanger#
Artikel 14 Verplichtingen subsidieontvanger 1 De subsidieontvanger neemt deel aan de scholing waarvoor subsidie is verleend en rondt deze af. 2 De scholing is afgerond indien de subsidieontvanger de scholing heeft voltooid met: a. een diploma of certificaat; b. een aanwezigheids- of deelnemingspercentage van ten minste 80%; c. ten minste 80% van het vereist aantal studiepunten in geval van een meerjarige opleiding; of d. de intekening of deelname aan tentamens of examens of, anders dan een vrijstelling, een of meer beoordelingen in een vak op basis van een overzicht van behaalde resultaten in geval van bekostigd of erkend niet-bekostigd onderwijs. 3 De subsidieontvanger toont op verzoek van de Minister op de in de verleningsbeschikking aangegeven wijze aan dat de scholing waarvoor de subsidie is verleend, is afgerond en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie zijn verbonden. 4 De subsidieontvanger verleent desgevraagd alle medewerking aan door of namens de Minister uit te voeren risicogerichte, aselecte en vergelijkende onderzoeken naar de rechtmatigheid van de subsidieverstrekking. 2023 4426 06-02-2023 01-02-2023 2023-0000046980 2023 4426 06-02-2023 01-02-2023 2023-0000046980 07-02-2023
Artikel 15 — Artikel 15 Meldingsplicht subsidieontvanger#
Artikel 15 Meldingsplicht subsidieontvanger 1 De subsidieontvanger doet onverwijld schriftelijk melding aan de Minister indien: a. aannemelijk is geworden dat de scholing waarvoor de subsidie is verstrekt niet, niet tijdig of niet geheel zal worden afgerond; b. aannemelijk is geworden dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de overige subsidieverplichtingen zal worden voldaan; of c. zich andere omstandigheden voordoen of zullen voordoen die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de subsidie. 2 De melding wordt voorzien van een toelichting waarbij de relevante stukken worden overgelegd. 3 Op grond van een omstandigheid als bedoeld in het eerste lid en de daarbij gegeven toelichting, kan de Minister besluiten de einddatum van de scholing op een latere datum vast te stellen. 2021 35685 19-07-2021 08-07-2021 2021-0000054735 2021 349 16-07-2021 12-07-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen B
en C, van de Wet afschaffing fiscale aftrek scholingsuitgaven in
werking treedt.
Artikel 16 — Artikel 16 Verplichtingen opleider#
Artikel 16 Verplichtingen opleider 1 Nadat de opleider een STAP-aanmeldingsbewijs heeft verstrekt en de subsidie is verleend aan de subsidieaanvrager, zijn in verband met de betaling van het voorschot de navolgende verplichtingen van toepassing op de opleider. 2 De opleider verstrekt aan de Minister vanaf drie weken voor de startdatum van de scholing, maar uiterlijk binnen dertien weken na afronding van de scholing, een elektronische factuur volgens een door UWV verstrekt format, waarbij tevens het registratienummer van de beschikking tot subsidieverlening vermeld wordt. 3 Indien de subsidieontvanger, nadat betaling van het voorschot aan de opleider heeft plaatsgevonden, doch voor de startdatum van de scholing, de aanmelding bij de opleider tijdig heeft geannuleerd: a. meldt de opleider het niet starten van deze scholing onverwijld aan de Minister; en b. betaalt de opleider het voorschot onverwijld terug aan de Minister. 4 Indien de gesubsidieerde scholing niet kan starten of niet kan worden afgerond vanwege een omstandigheid die op grond van de algemene voorwaarden van de opleider in de risicosfeer van de opleider ligt: a. meldt de opleider onverwijld aan de Minister dat de scholing niet kan starten of niet kan worden afgerond onder vermelding van de reden daarvan; en b. betaalt de opleider het voorschot onverwijld terug aan de Minister. 5 Na de einddatum van de scholing verstrekt de opleider binnen dertien weken aan de Minister een bewijs van deelname waaruit blijkt of de subsidieontvanger de scholing heeft afgerond. 6 artikel 14, tweede lid De opleider vermeldt op het bewijs van deelname de persoon die de scholing heeft gevolgd, diens studentnummer of inschrijfnummer bij de scholing, het aanwezigheids- of deelnemingspercentage, of de scholing is afgerond met een diploma of certificaat, dan wel met de intekening, de deelname of de beoordelingen, bedoeld in. 7 Na de verstrekking van het STAP-aanmeldingsbewijs kan de opleider voor de startdatum van de scholing aan de Minister aanmeldingsinformatie verstrekken aan de hand van het door het UWV verstrekt format ‘Vooraanmelding’. 8 De meldingen en de verstrekkingen, bedoeld in het tweede tot en met zevende lid, worden langs elektronische weg gedaan. 9 De opleider verleent desgevraagd alle medewerking aan door of namens de Minister uit te voeren risicogerichte, aselecte en vergelijkende onderzoeken naar de algemene kwaliteit en inzet van subsidieontvangers ten aanzien van de door dezen aangevraagde en bij hem gevolgde scholing. 2023 4426 06-02-2023 01-02-2023 2023-0000046980 2023 4426 06-02-2023 01-02-2023 2023-0000046980 07-02-2023
Artikel 16a — Artikel 16a Aanvullende verplichting opleider bij meerjarige scholing#
Artikel 16a Aanvullende verplichting opleider bij meerjarige scholing Artikel 16, zevende lid Ingeval van een meerjarige scholing verstrekt de opleider voorafgaand aan de start van elk opleidingsjaar aan de minister aanmeldingsinformatie aan de hand van het door het UWV verstrekte format ‘Vooraanmelding’., is niet van toepassing. 2023 12293 28-04-2023 24-04-2023 2023-0000235389 2023 12293 28-04-2023 24-04-2023 2023-0000235389 01-07-2023
Artikel 17 — Artikel 17 Beschikking tot subsidievaststelling#
Artikel 17 Beschikking tot subsidievaststelling 1 De Minister stelt de subsidie vast binnen 13 weken nadat de opleider hem het bewijs van deelname heeft verstrekt. 2 De subsidie wordt vastgesteld op een bedrag tot ten hoogste het in de verleningsbeschikking genoemde bedrag. 2021 35685 19-07-2021 08-07-2021 2021-0000054735 2021 349 16-07-2021 12-07-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen B
en C, van de Wet afschaffing fiscale aftrek scholingsuitgaven in
werking treedt.
Artikel 18 — Artikel 18 Terugvordering#
Artikel 18 Terugvordering 1 artikelen 14 15 De verstrekte subsidie kan geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd van de subsidieontvanger indien deze ten onrechte of voor een te hoog bedrag is verstrekt of indien niet aan de verplichtingen, bedoeld in deofis voldaan. 2 De verstrekte subsidie kan geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd van de opleider indien door de minister is vastgesteld dat de opleider ten onrechte een bewijs van deelname heeft verstrekt. 3 artikel 16, derde tot en met zevende lid Het aan de opleider betaalde voorschot kan geheel of gedeeltelijk van de opleider worden teruggevorderd, indien niet voldaan is aan een van de verplichtingen, genoemd in. 2023 20707 25-07-2023 14-07-2023 2023-0000425610 2023 20707 25-07-2023 14-07-2023 2023-0000425610 04-09-2023 Artikel II, eerste lid, van Stcrt. 2023/20707 bevat overgangsrecht
m.b.t. deze wijziging.
Artikel 19 — Artikel 19 Uitsluiting in het scholingsregister en van het recht op subsidie#
Artikel 19 Uitsluiting in het scholingsregister en van het recht op subsidie 1 Indien een opleider naar het oordeel van de Minister misbruik of verwijtbaar oneigenlijk gebruik maakt van deze regeling, of anderszins ernstig tekortschiet in de naleving van de op hem rustende verplichtingen op grond van deze regeling, beslist de Minister over uitsluiting van deze opleider in het scholingsregister voor ten hoogste de resterende periode tot de vervaldatum van deze regeling. 2 Indien een scholing niet voldoet aan de in deze regeling gestelde eisen, beslist de Minister over uitsluiting van deze scholing in het scholingsregister. 3 artikel 18, eerste lid artikelen 14 15 Onverminderd, kan de subsidieaanvrager voor een door de Minister te bepalen periode van ten hoogste twee jaren worden uitgesloten van het recht op subsidie op grond van deze regeling indien de subsidieaanvrager niet heeft voldaan aan de verplichtingen, bedoeld in deofen daarbij sprake is geweest van verwijtbare nalatigheid. 2023 4426 06-02-2023 01-02-2023 2023-0000046980 2023 4426 06-02-2023 01-02-2023 2023-0000046980 07-02-2023
Artikel 19a — Artikel 19a Tijdelijke uitsluiting na bereiken verleningsgrens#
Artikel 19a Tijdelijke uitsluiting na bereiken verleningsgrens Zodra de Minister vaststelt dat in een kalenderjaar het aantal verleende subsidies voor een bepaalde scholing gelijk is aan de verleningsgrens, sluit de Minister de betreffende scholing uit in het scholingsregister tot en met het einde van het betreffende kalenderjaar. 2023 4426 06-02-2023 01-02-2023 2023-0000046980 2023 4426 06-02-2023 01-02-2023 2023-0000046980 07-02-2023
Artikel 20 — Artikel 20 Mandaat, volmacht en machtiging UWV#
Artikel 20 Mandaat, volmacht en machtiging UWV 1 De Minister verleent aan de Raad van Bestuur van het UWV mandaat, volmacht en machtiging om, in het kader van de uitvoering van deze regeling: a. besluiten te nemen, privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten en handelingen te verrichten die een privaatrechtelijke rechtshandeling noch een besluit zijn; b. te beslissen op bezwaarschriften, met dien verstande dat de persoon die betrokken is bij het besluitvormingsproces ten aanzien van het bezwaarschrift niet ook betrokken is geweest bij het besluitvormingsproces in eerste aanleg; en c. in rechte op te treden en tegen rechterlijke uitspraken hoger beroep of cassatie in te stellen, dan wel af te zien van hoger beroep of cassatie. 2 Het UWV is in het kader van de uitvoering van deze regeling bevoegd tot het verlenen van ondermandaat of het doorverlenen van zijn andere vertegenwoordigingsbevoegdheden aan bij het UWV werkzame functionarissen. 3 Hoofdstuk 4 van het Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit SZW 2009 is van toepassing op de uitoefening van bevoegdheden op grond van deze regeling en tevens op de uitoefening van bevoegdheden die krachtens ondermandaat respectievelijk doorverlening van volmacht en machtiging worden uitgeoefend. 4 artikelen 14 15 16, vijfde lid artikel 19, eerste en tweede lid artikel 19a artikel 21 Onverminderd het eerste tot en met derde lid wijst de voorzitter van de Raad van Bestuur van het UWV onder hem ressorterende functionarissen, werkzaam bij het UWV, aan als ambtenaren, belast met het toezicht op de naleving van de verplichtingen, bedoeld in de,en. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op de uitvoering van,, en op het beheer van het scholingsregister, bedoeld in. 2023 4426 06-02-2023 01-02-2023 2023-0000046980 2023 4426 06-02-2023 01-02-2023 2023-0000046980 07-02-2023
Artikel 21 — Artikel 21 Beheer scholingsregister en velden in het scholingsregister#
Artikel 21 Beheer scholingsregister en velden in het scholingsregister 1 Er is een scholingsregister, dat de velden bevat die een opleider invult voor opname van een door hem aangeboden scholing in het scholingsregister. 2 DUO beheert het scholingsregister namens de Minister in het kader van de uitvoering van deze regeling. 3 Onder beheer van het scholingsregister door DUO wordt verstaan: a. het technische beheer van het scholingsregister, waaronder mede zijn begrepen het aanbrengen van noodzakelijke wijzigingen daarin ter verbetering van de gegevenskwaliteit en het functioneren daarvan; b. het verwerken van gegevens die noodzakelijk zijn ter vaststelling van de scholing die in aanmerking komt voor registratie in het scholingsregister; c. het verwerken van gegevens die door of namens opleiders worden aangeleverd ten behoeve van registratie in het scholingsregister; d. het in de gelegenheid stellen van opleiders die geregistreerd staan in het scholingsregister om hun gegevens in het scholingsregister te actualiseren; e. artikel 19, eerste of tweede lid artikel 19a uitvoering geven aan een besluit van de Minister als bedoeld inen; en f. het ter beschikking stellen van het scholingsregister aan het UWV ten behoeve van de uitvoering van deze regeling. 4 De velden, bedoeld in het eerste lid, zijn in elk geval: a. KvK-nummer van de opleider; b. naam van de opleiding; c. startdatum van de scholing, voor zover er sprake is van een vast instroommoment; d. einddatum van de scholing, voor zover er sprake is van een vast instroommoment; en e. artikel 4, eerste lid catalogusprijs, alsmede de subsidiabele kosten van de scholing, bedoeld in. 5 DUO is bevoegd om ten behoeve van het beheer van het scholingsregister namens de Minister privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten en handelingen te verrichten die een privaatrechtelijke rechtshandeling noch een besluit zijn. 6 De opleider die een scholing wil laten opnemen in het scholingsregister, vult de velden, bedoeld in het eerste lid, in en verklaart daarmee dat de scholing voldoet aan de in deze regeling gestelde eisen. 7 Indien de scholing waarvoor de opleider de velden, bedoeld in het eerste lid, heeft ingevuld een keuzedeel dan wel ander onderdeel is van een beroepsopleiding als bedoeld in de begripsbepaling van ‘scholing’, onderdeel a, of een onderdeel van een opleiding als bedoeld in de begripsbepaling van ‘scholing’, onderdeel b, beslist de minister over opname van de scholing in het scholingsregister. 8 Met betrekking tot een in het scholingsregister opgenomen scholing kunnen de volgende gegevens openbaar worden gemaakt: a. artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007 de naam en de vestigingsplaats van de opleider zoals deze zijn opgenomen in het handelsregister, bedoeld in; en b. het aantal subsidies en het totale subsidiebedrag dat in een kalenderjaar is verleend voor de scholing waarvoor de opleider de velden, bedoeld in het eerste lid, heeft ingevuld. 2023 20707 25-07-2023 14-07-2023 2023-0000425610 2023 20707 25-07-2023 14-07-2023 2023-0000425610 04-09-2023 Artikel II, eerste lid, van Stcrt. 2023/20707 bevat overgangsrecht
m.b.t. deze wijziging.
Artikel 22 — Artikel 22 Controle scholingsactiviteiten opleiders#
Artikel 22 Controle scholingsactiviteiten opleiders 1 Onder de naam Toetsingskamer STAP functioneert binnen het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid het dienstonderdeel directie Dienstverlening, Samenwerkingsverbanden en Uitvoering dat tot taak heeft de kwaliteit van het scholingsregister te bewaken en in dat verband de naleving van de regels die voor de opleiders gelden te beoordelen. De Minister bepaalt over welke kennisgebieden het dienstonderdeel in elk geval dient te beschikken. 2 De Toetsingskamer STAP vervult in elk geval de volgende taken: De Toetsingskamer STAP vervult in elk geval de volgende taken: a. zij onderzoekt risicogericht, aselect en vergelijkenderwijze of de in het scholingsregister vermelde scholingen en subsidiabele kosten voldoen aan de artikelen van deze regeling; b. artikel 14, tweede lid zij gaat risicogericht, aselect en vergelijkenderwijze na in hoeverre bewijzen van deelname overeenkomstig de voorschriften, genoemd in, zijn verstrekt en of deze verstrekking terecht heeft plaatsgevonden; c. zij rapporteert aan de minister over de uitkomsten van haar onderzoeken; d. zij beheert een meldpunt voor eventueel misbruik en oneigenlijk gebruik van de regeling, beoordeelt deze signalen en informeert de minister hierover; e. artikel 18, tweede lid zij adviseert de minister, als zij van oordeel is dat een opleider ten onrechte een bewijs van deelname heeft verstrekt, over toepassing van; f. artikel 19, eerste lid zij adviseert de minister, als zij van oordeel is dat een opleider niet voldoet aan de voor hem geldende artikelen van deze regeling over toepassing van, of een minder verstrekkende actie jegens de opleider; en g. artikel 19, tweede lid zij adviseert de minister, als zij van oordeel is dat een scholing niet voldoet aan een of meer artikelen van deze regeling, over toepassing van. 3 artikel 20, vierde lid De ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, werken in hun taakuitoefening samen met de op grond van, aangewezen ambtenaren. 2023 20707 25-07-2023 14-07-2023 2023-0000425610 2023 20707 25-07-2023 14-07-2023 2023-0000425610 04-09-2023 Artikel II, eerste lid, van Stcrt. 2023/20707 bevat overgangsrecht
m.b.t. deze wijziging.
Artikel 23 — Artikel 23 Werkwijze Toetsingskamer STAP#
Artikel 23 Werkwijze Toetsingskamer STAP 1 artikel 22, tweede lid, onderdelen e, f of g Voordat de Toetsingskamer haar advies, genoemd in, uitbrengt neemt zij in ieder geval de volgende stappen: a. het aanschrijven van de opleider met aangeven van de gronden op basis waarvan zij van oordeel is dat dat advies wordt uitgebracht; en b. het aangeven van het voornemen jegens de opleider tot uitbrengen van het advies aan de Minister. 2 bijlage Het eerste lid is niet van toepassing indien het advies ziet op een scholing waarvan de Toetsingskamer STAP heeft geconcludeerd dat deze behoort tot de scholingen die zijn opgenomen in debij deze regeling. 2023 20707 25-07-2023 14-07-2023 2023-0000425610 2023 20707 25-07-2023 14-07-2023 2023-0000425610 04-09-2023 Artikel II, eerste lid, van Stcrt. 2023/20707 bevat overgangsrecht
m.b.t. deze wijziging.
Artikel 23a — Artikel 23a Toelating en ontzegging keurmerken en erkenningen#
Artikel 23a Toelating en ontzegging keurmerken en erkenningen Vervallen 2023 20707 25-07-2023 14-07-2023 2023-0000425610 2023 20707 25-07-2023 14-07-2023 2023-0000425610 04-09-2023 Artikel II, tweede lid, van Stcrt. 2023/20707 bevat overgangsrecht
m.b.t. deze wijziging.
Artikel 24 — Artikel 24 Hardheidsclausule#
Artikel 24 Hardheidsclausule 1 De Minister kan een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. 2 artikelen 20 21 22 23 Het eerste lid is niet van toepassing op de,,en. 2021 35685 19-07-2021 08-07-2021 2021-0000054735 2021 349 16-07-2021 12-07-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen B
en C, van de Wet afschaffing fiscale aftrek scholingsuitgaven in
werking treedt.
Artikel 25 — Artikel 25 Verslag UWV#
Artikel 25 Verslag UWV artikel 49 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen Het UWV brengt aan de Minister inhoudelijk en financieel verslag uit over de uitvoering van deze regeling overeenkomstig. 2021 35685 19-07-2021 08-07-2021 2021-0000054735 2021 349 16-07-2021 12-07-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen B
en C, van de Wet afschaffing fiscale aftrek scholingsuitgaven in
werking treedt.
Artikel 26 — Artikel 26 Financiering#
Artikel 26 Financiering 1 Het Rijk voorziet in de middelen tot dekking van de lasten verbonden aan deze regeling. 2 Het UWV beheert en administreert afzonderlijk de middelen, bedoeld in het eerste lid. 3 In verband met het middelenbeheer wordt de rijksbijdrage, bedoeld in het eerste lid, beschouwd als middelen die deel uitmaken van het Algemeen Werkloosheidsfonds. 4 Voor 1 oktober van elk jaar verstrekt het UWV aan de Minister in het jaarplan met begroting een opgave van het totaalbedrag aan de voor het komende jaar geraamde lasten met betrekking tot deze regeling. 5 artikel 5.16, onderdeel b, van de Regeling Wfsv De Minister stort op de rekening-courant, bedoeld in, een periodiek voorschot op de rijksbijdrage, bedoeld in het eerste lid, van de geraamde subsidielasten met als valutadatum de tweeëntwintigste dag van elke maand, en op de geraamde uitvoeringskosten met als valutadatum de vijftiende dag van elke maand. De Minister kan, na overleg met het UWV, van de bedoelde voorschotbedragen afwijken. 6 artikel 49 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen In de jaarrekening, bedoeld in, worden de baten en lasten opgenomen, alsmede de ontvangen voorschotten, bedoeld in het vijfde lid, uitgesplitst naar subsidielasten en uitvoeringskosten, met betrekking tot deze regeling. 7 artikel 18 Op de in het zesde lid bedoelde subsidielasten komen in mindering de subsidiebedragen die op grond vanzijn teruggevorderd en de bedragen die anderszins zijn terugbetaald. 8 artikel 34, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen Na goedkeuring van het besluit tot vaststelling van de jaarrekening, bedoeld in, rekent de Minister de baten en lasten, alsmede de ontvangen voorschotten, bedoeld in het vijfde lid, met betrekking tot het desbetreffende kalenderjaar af, met als valutadatum 1 juni van het daarop volgende kalenderjaar. 2021 35685 19-07-2021 08-07-2021 2021-0000054735 2021 349 16-07-2021 12-07-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen B
en C, van de Wet afschaffing fiscale aftrek scholingsuitgaven in
werking treedt.
Artikel 27 — Artikel 27 Evaluatie#
Artikel 27 Evaluatie 1 De Minister zendt binnen twee jaar na de inwerkingtreding van deze regeling aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en doelmatigheid van deze regeling. 2 artikel 49 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen Het UWV verstrekt drie keer per jaar een verslag over de voortgang van de regeling overeenkomstig. 3 De Minister en het UWV maken afspraken over het verstrekken van de benodigde gegevens. 2021 35685 19-07-2021 08-07-2021 2021-0000054735 2021 349 16-07-2021 12-07-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen B
en C, van de Wet afschaffing fiscale aftrek scholingsuitgaven in
werking treedt.
Artikel 28 — Artikel 28 Meewerken aan onderzoek#
Artikel 28 Meewerken aan onderzoek Subsidieontvangers en opleiders werken, onder meer door het verschaffen van de daartoe benodigde inlichtingen, gegevens en bescheiden, mee aan door of namens de Minister ingesteld onderzoek dat erop is gericht de Minister inlichtingen te verschaffen die van belang zijn voor de evaluatie van de doeltreffendheid en doelmatigheid van deze regeling en de ontwikkeling van het beleid van de Minister. 2022 22821 31-08-2022 23-08-2022 2022-0000176798 2022 22821 31-08-2022 23-08-2022 2022-0000176798 01-09-2022
Artikel 28a — Artikel 28a Invoeringsbepaling#
Artikel 28a Invoeringsbepaling Vervallen 2023 20707 25-07-2023 14-07-2023 2023-0000425610 2023 20707 25-07-2023 14-07-2023 2023-0000425610 04-09-2023 Artikel II, eerste lid, van Stcrt. 2023/20707 bevat overgangsrecht
m.b.t. deze wijziging.
Artikel 29 — Artikel 29 Inwerkingtreding en vervaldatum#
Artikel 29 Inwerkingtreding en vervaldatum 1 artikel 1, onderdelen B en C, van de Wet afschaffing fiscale aftrek scholingsuitgaven Stb artikelen 6 8, derde lid, onderdelen d en f Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop(. 2019, 514) in werking treedt, met uitzondering van deen, die in werking treden met ingang van 1 juli 2023. 2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2024. 3 In afwijking van het tweede lid blijft deze regeling, zoals die luidde op 31 december 2023, van toepassing op de afwikkeling van de subsidieaanvragen op grond van deze regeling. 2023 20707 25-07-2023 14-07-2023 2023-0000425610 2023 20707 25-07-2023 14-07-2023 2023-0000425610 04-09-2023 Artikel II, eerste lid, van Stcrt. 2023/20707 bevat overgangsrecht
m.b.t. deze wijziging.
Artikel 30 — Artikel 30 Citeertitel#
Artikel 30 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling STAP-budget. 2021 35685 19-07-2021 08-07-2021 2021-0000054735 2021 349 16-07-2021 12-07-2021 01-01-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen B
en C, van de Wet afschaffing fiscale aftrek scholingsuitgaven in
werking treedt.
Artikel 4#
artikel 4