Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, van 2 december 2021, nr. IENW/BSK-2021/308633, houdende vaststelling van regels voor het verstrekken van subsidies voor de taakuitoefening van beheerders van de hoofdspoorweginfrastructuur (Subsidieregeling taakuitoefening beheerders van de HSWI)
- BWB-id
- BWBR0045984
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Waterstaat
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2022-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0045984
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2022/subsidieregeling-taakuitoefening-beheerders-van-de-hswi
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2022/subsidieregeling-taakuitoefening-beheerders-van-de-hswi/2022-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0045984&g=2022-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0045984&z=2026-06-06&g=2022-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0045984/2022-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2022/subsidieregeling-taakuitoefening-beheerders-van-de-hswi
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: beheerder: artikel 16, eerste lid, Spoorwegwet houder van een concessie als bedoeld in; dienstvoorziening: richtlijn 2012/34 dienstvoorziening als bedoeld in artikel 3, onderdeel 11, van/EU; hoofdspoorweginfrastructuur: artikel 1, eerste lid, van de Spoorwegwet hoofdspoorweginfrastructuur als bedoeld in; minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat; MIRT: Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport; planuitwerkingsfase: fase volgend op de verkenningsfase, waarin het voorkeursalternatief wordt uitgewerkt om te komen tot vaststelling van een project of programma; project: ondeelbaar geheel van werkzaamheden ten behoeve van aanleg en verbetering van infrastructuur, tot de uitvoering waarvan in beginsel alleen als geheel besloten kan worden en waarbij afzonderlijke of gefaseerde uitvoering en ingebruikneming na voltooiing van een onderdeel niet zonder aanzienlijke meerkosten mogelijk is; programma: artikel 2, tweede lid, van de Wet Mobiliteitsfonds thematische of gebiedsgerichte opgave verband houdend met de hoofdspoorweginfrastructuur gericht op specifieke doelen binnen de doelstelling van; realisatiefase: fase volgend op de planuitwerkingsfase, waarin het project of programma wordt uitgevoerd; Standaardsystematiek voor Kostenramingen 2018: ramingssystematiek die is vastgelegd in CROW-publicatie nr. D3049; verkenningsfase: fase volgend op de MIRT-startbeslissing van een project of programma, waarin mogelijke ontwerpen van een project worden afgewogen om te komen tot een voorkeursalternatief. 2021 47814 03-12-2021 02-12-2021 IENW/BSK-2021/308633 2021 47814 03-12-2021 02-12-2021 IENW/BSK-2021/308633 01-01-2022
Artikel 2 — Artikel 2 Activiteiten waarvoor een subsidie kan worden verstrekt#
Artikel 2 Activiteiten waarvoor een subsidie kan worden verstrekt 1 De minister kan op aanvraag een subsidie verstrekken voor aanleg en verbetering of beheer, onderhoud en vervanging van de hoofdspoorweginfrastructuur of van dienstvoorzieningen die van essentieel belang zijn om optimaal gebruik van de hoofdspoorweginfrastructuur te kunnen maken. 2 De minister kan op aanvraag een subsidie verstrekken voor aanleg en verbetering of onderhoud en vervanging van fietsenstallingen ten behoeve van voor- en natransport van treinreizigers. 3 De minister kan op aanvraag een subsidie verstrekken voor een programma. 2021 47814 03-12-2021 02-12-2021 IENW/BSK-2021/308633 2021 47814 03-12-2021 02-12-2021 IENW/BSK-2021/308633 01-01-2022
Artikel 3 — Artikel 3 Voorwaarden voor subsidieverlening#
Artikel 3 Voorwaarden voor subsidieverlening 1 artikel 4, eerste lid, van de Wet Mobiliteitsfonds Een project of programma komt voor een subsidie in aanmerking indien het project of het programma waarvoor de aanvraag wordt ingediend is opgenomen in het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport, bedoeld in. 2 Beheer, onderhoud en vervangingsactiviteiten komen voor een subsidie in aanmerking indien de activiteiten waarvoor de aanvraag wordt ingediend naar het oordeel van de minister in het belang zijn van een adequaat functioneren van de hoofdspoorweginfrastructuur, de dienstvoorziening of de fietsenstalling. 2021 47814 03-12-2021 02-12-2021 IENW/BSK-2021/308633 2021 47814 03-12-2021 02-12-2021 IENW/BSK-2021/308633 01-01-2022
Artikel 4 — Artikel 4 Aanvrager#
Artikel 4 Aanvrager Een subsidie kan worden aangevraagd door een beheerder. 2021 47814 03-12-2021 02-12-2021 IENW/BSK-2021/308633 2021 47814 03-12-2021 02-12-2021 IENW/BSK-2021/308633 01-01-2022
Artikel 5 — Artikel 5 Subsidieplafond#
Artikel 5 Subsidieplafond Het subsidieplafond voor de subsidies wordt voor het desbetreffende begrotingsjaar vastgesteld door middel van de wet tot vaststelling van de begrotingsstaat van het Mobiliteitsfonds van dat begrotingsjaar. 2021 47814 03-12-2021 02-12-2021 IENW/BSK-2021/308633 2021 47814 03-12-2021 02-12-2021 IENW/BSK-2021/308633 01-01-2022
Artikel 6 — Artikel 6 Kaderbesluit subsidies I en M#
Artikel 6 Kaderbesluit subsidies I en M Kaderbesluit subsidies I en M De artikelen van hetzijn van toepassing, tenzij in deze regeling of in het Kaderbesluit subsidies I en M anders is bepaald. 2021 47814 03-12-2021 02-12-2021 IENW/BSK-2021/308633 2021 47814 03-12-2021 02-12-2021 IENW/BSK-2021/308633 01-01-2022
Artikel 7 — Artikel 7 Reikwijdte paragraaf#
Artikel 7 Reikwijdte paragraaf artikel 3, eerste lid Deze paragraaf is van toepassing op de aanvraag, verlening en vaststelling van een subsidie als bedoeld in. 2021 47814 03-12-2021 02-12-2021 IENW/BSK-2021/308633 2021 47814 03-12-2021 02-12-2021 IENW/BSK-2021/308633 01-01-2022
Artikel 8 — Artikel 8 Kosten die in aanmerking komen voor subsidie#
Artikel 8 Kosten die in aanmerking komen voor subsidie 1 In de verkenningsfase van een project of programma komen in aanmerking voor een subsidie de rechtstreeks aan deze fase toe te rekenen kosten van: a. het verrichten van onderzoek; b. het opstellen van een mogelijk ontwerp van een project of programma. 2 In de planuitwerkingsfase van een project of programma komen in aanmerking voor een subsidie de in deze fase rechtstreeks aan het project of programma toe te rekenen kosten van: a. het verrichten van onderzoek; b. het opstellen van een mogelijk ontwerp van het project of programma; c. een reservering voor voorziene risico’s en een reservering voor onvoorziene risico’s; d. apparaatskosten van de subsidie-ontvanger. 3 In de realisatiefase van een project of programma komen in aanmerking voor een subsidie de in deze fase rechtstreeks aan het project of programma toe te rekenen kosten: a. van verwerving van een onroerende zaak of een beperkt recht op een onroerende zaak of het sluiten van een overeenkomst ter zake van het gebruik van een onroerende zaak; b. van het verkrijgen van de voor deze fase benodigde vergunningen; c. voortvloeiend uit een voor de realisatie van het project of programma gesloten overeenkomst van aanneming van werk; d. voortvloeiend uit een overeenkomst ten behoeve van de realisatie van het project of programma, anders dan bedoeld in onderdeel a of c; e. van nadeelcompensatie, voor zover de subsidie-ontvanger hiertoe rechtens gehouden is; f. van apparaatskosten van de subsidie-ontvanger; g. van een reservering voor voorziene risico’s en een reservering voor onvoorziene risico’s; h. van andere kostenposten dan de kostenposten, bedoeld in de onderdelen a tot en met g, die in redelijkheid zijn aan te merken als realisatiekosten. 4 Geen subsidie wordt verstrekt voor kosten die de subsidie-ontvanger op andere wijze vergoed kan krijgen. 5 Indien als gevolg van onvoorziene omstandigheden de werkelijk gemaakte kosten hoger uitvallen dan het bedrag waarvoor subsidie is verleend, kan de subsidie-ontvanger een aanvullende aanvraag indienen. 2021 47814 03-12-2021 02-12-2021 IENW/BSK-2021/308633 2021 47814 03-12-2021 02-12-2021 IENW/BSK-2021/308633 01-01-2022
Artikel 9 — Artikel 9 Kostenraming#
Artikel 9 Kostenraming 1 artikel 8, eerste, tweede en derde lid De raming van de kosten, bedoeld in, is voldoende onderbouwd. De subsidie-aanvrager vermeldt bij de raming welk prijspeil het betreft. De raming behelst de kosten inclusief btw. 2 De raming van de kosten van de realisatiefase van een project, vindt, indien die kosten hoger zijn dan € 25 miljoen, plaats conform de Standaardsystematiek voor Kostenramingen 2018 of indien beschikbaar een actuelere versie daarvan, op basis van de rekenkundig gemiddelde waarde als de uitkomst van een probabilistische raming. 2021 47814 03-12-2021 02-12-2021 IENW/BSK-2021/308633 2021 47814 03-12-2021 02-12-2021 IENW/BSK-2021/308633 01-01-2022
Artikel 10 — Artikel 10 Hoogte subsidie#
Artikel 10 Hoogte subsidie artikel 8 artikel 9 Een subsidie bedraagt honderd procent van de op basis vanvoor subsidie in aanmerking komende en in overeenstemming metgeraamde kosten. 2021 47814 03-12-2021 02-12-2021 IENW/BSK-2021/308633 2021 47814 03-12-2021 02-12-2021 IENW/BSK-2021/308633 01-01-2022
Artikel 11 — Artikel 11 Aanvraag subsidie#
Artikel 11 Aanvraag subsidie 1 Een aanvraag van een subsidie heeft betrekking op de verkenningsfase, de planuitwerkingsfase of de realisatiefase van een project of programma. 2 De aanvraag van een subsidie voor de verkenningsfase gaat vergezeld van: a. een plan van aanpak, waarin ten minste is opgenomen: 1° een omschrijving van de aard, omvang en urgentie van de opgave; 2° een onderbouwing van het nationale belang van het project of programma; 3° een beschrijving op hoofdlijnen van de aanpak van de verkenning, waaronder de afweging van mogelijke oplossingen en het besluitvormingsproces; 4°. een omschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; 5° een tijdschema van de verkenning; 6° een omschrijving van de belanghebbende partijen en hun betrokkenheid; 7° een opgave van door derden ter beschikking gestelde budgetten voor de realisatie; b. een raming van de kosten van de verkenningsfase; c. het bedrag waarvoor een subsidie wordt aangevraagd. 3 De aanvraag van een subsidie voor de planuitwerkingsfase gaat vergezeld van: a. indien de verkenning is uitgevoerd door de subsidie-ontvanger, een eindverantwoording over de in de verkenningsfase behaalde resultaten en het voorkeursalternatief, waarin ten minste is opgenomen: 1° de in kaart gebrachte en afgewogen oplossingsrichtingen; 2° een beschrijving van het besluitvormingsproces en de betrokkenheid van belanghebbende partijen bij de totstandkoming van het voorkeursalternatief; 3° een ontwerp van het voorkeursalternatief; 4° een raming van de kosten van het voorkeursalternatief inclusief een reservering voor voorziene risico’s en een reservering voor onvoorziene risico’s; 5° een beschrijving van de verkeers- en vervoerseffecten; 6° een milieueffectrapport, indien in de verkenningsfase een milieueffectrapportage heeft plaatsgevonden; 7° een maatschappelijke kosten-batenanalyse conform de Werkwijzer MKBA bij MIRT-verkenningen; b. een plan van aanpak, waarin ten minste is opgenomen: 1° een beschrijving van de wijze waarop het voorkeursalternatief nader wordt uitgewerkt; 2° een omschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; 3° een planning van de nadere uitwerking en realisatie van het voorkeursalternatief; 4° een raming van de kosten van het meest kosteneffectieve variant van het project of programma, indien het voorkeursalternatief hiervan afwijkt; 5° een overzicht van de beschikbare budgetten voor de bekostiging van het voorkeursalternatief en een omschrijving van de exploitatiegevolgen, indien het project of programma betreft ten behoeve van openbaar vervoer; c. een raming van de kosten van de planuitwerkingsfase inclusief een reservering voor voorziene risico’s en een reservering voor onvoorziene risico’s; d. het bedrag waarvoor een subsidie wordt aangevraagd inclusief het bijbehorende kasritme. 4 De aanvraag van een subsidie voor de realisatiefase gaat vergezeld van: a. een eindverantwoording over de in de planuitwerkingsfase behaalde resultaten, waarin ten minste is opgenomen: 1° een beschrijving van het besluitvormingsproces en de betrokkenheid van belanghebbende partijen bij de nadere uitwerking van het voorkeursalternatief; 2° een nadere uitwerking van het ontwerp van het voorkeursalternatief; 3° een nadere uitwerking van de kostenraming van het voorkeursalternatief, inclusief een reservering voor voorziene risico’s en een reservering voor onvoorziene risico’s; 4° een risicoanalyse inclusief een beschrijving van de beheersmaatregelen voor de belangrijkste risico’s; 5° een milieueffectrapport, indien in de planuitwerkingsfase een milieueffectrapportage heeft plaatsgevonden; 6° de planning van de realisatie van het voorkeursalternatief; 7° een beschrijving van de kosten van beheer, onderhoud en vervanging van het voorkeursalternatief; 8° de berekeningen van de exploitatiegevolgen, indien het een project of programma betreft ten behoeve van openbaar vervoer; 9° een overzicht van de beschikbare budgetten voor de bekostiging van realisatie, beheer, onderhoud en vervanging en voor de bekostiging van de exploitatie, indien het een project of programma betreft ten behoeve van openbaar vervoer; b. een beschrijving van de te behalen resultaten in de realisatiefase en een raming van de te maken kosten voor elk te behalen resultaat; c. het bedrag waarvoor een subsidie wordt aangevraagd en een voorstel voor het kasritme op basis van de beschreven resultaten. 5 In afwijking van het eerste lid, kan de aanvrager, gelet op de aard en omvang van het project of programma na instemming van de minister, een gecombineerde aanvraag doen voor meer dan één fase. De leden twee tot en met vier zijn van overeenkomstige toepassing. 2021 47814 03-12-2021 02-12-2021 IENW/BSK-2021/308633 2021 47814 03-12-2021 02-12-2021 IENW/BSK-2021/308633 01-01-2022
Artikel 12 — Artikel 12 Verlening subsidie#
Artikel 12 Verlening subsidie 1 De minister beslist binnen zes maanden na ontvangst over de aanvraag van een subsidie. 2 Indien een beschikking niet binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, kan worden gegeven, kan deze termijn eenmaal met een door de minister te bepalen termijn worden verlengd. De minister doet hiervan terstond mededeling aan de aanvrager. 3 Een besluit tot verlening bevat in ieder geval: a. een beschrijving van activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt; b. een vermelding van het bedrag van de subsidie en de fase of fasen van het project of programma waarop de subsidie betrekking heeft. 4 De minister kan in het besluit tot verlening bepalen dat het bedrag van de subsidie bij de vaststelling of tussentijds wordt geïndexeerd volgens de Index Bruto Overheidsinvesteringen, zoals geraamd in het Centraal Economisch Plan van het Centraal Planbureau. 2021 47814 03-12-2021 02-12-2021 IENW/BSK-2021/308633 2021 47814 03-12-2021 02-12-2021 IENW/BSK-2021/308633 01-01-2022
Artikel 13 — Artikel 13 Voorschotverlening#
Artikel 13 Voorschotverlening 1 Indien subsidie wordt verleend, wordt bij de subsidieverlening een indicatie van het bedrag aangegeven dat per kalenderjaar aan voorschotten kan worden verleend. 2 Tenzij bij de subsidieverlening anders wordt bepaald, worden voorschotten verleend per half jaar. Voorschotten worden verleend op basis van in te dienen declaraties die zijn afgestemd op de gerealiseerde en geplande voortgang van het werk. 3 In afwijking van het tweede lid kan de minister in incidentele gevallen een extra voorschot verlenen. 4 In geval van snellere of langzamere voortgang van het werk dan voorzien bij de subsidieverlening kan, in afwijking van het eerste lid, het bedrag dat aan voorschotten kan worden verleend, worden verhoogd of verlaagd voor zover dat inpasbaar is binnen de begroting van het Mobiliteitsfonds. 5 Een voorschot wordt betaald binnen acht weken na ontvangst van de declaratie, bedoeld in het tweede lid. 2021 47814 03-12-2021 02-12-2021 IENW/BSK-2021/308633 2021 47814 03-12-2021 02-12-2021 IENW/BSK-2021/308633 01-01-2022
Artikel 14 — Artikel 14 Verplichtingen van de subsidie-ontvanger#
Artikel 14 Verplichtingen van de subsidie-ontvanger 1 De minister kan bij het besluit tot subsidieverlening de verplichting opleggen om binnen twaalf maanden na de dagtekening van het besluit te beginnen met de uitvoering van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend. 2 artikel 11, tweede, derde of vierde lid De subsidie-ontvanger legt een wijziging van het project of programma ten opzichte van de gegevens en bescheiden bedoeld in, tijdig voor instemming voor aan de minister, voor zover het een aanmerkelijke wijziging is die van invloed is op de reikwijdte, effectiviteit, kosten, kwaliteit of voortgang van het project of programma. 3 De subsidie-ontvanger stelt halfjaarlijks een voortgangsrapportage op waarin wijzigingen worden toegelicht. De voortgangsrapportage bevat, indien daar sprake van is een wijziging van de: a. planning van de nog te verrichten werkzaamheden; b. raming van de nog te maken kosten; of c. reikwijdte van het project of programma. 4 artikel 4:24 van de Algemene wet bestuursrecht De subsidie-ontvanger werkt mee aan een door de minister ingesteld evaluatieonderzoek ten behoeve van een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de aanlegsubsidie in de praktijk als bedoeld in. 2021 47814 03-12-2021 02-12-2021 IENW/BSK-2021/308633 2021 47814 03-12-2021 02-12-2021 IENW/BSK-2021/308633 01-01-2022
Artikel 15 — Artikel 15 Verantwoording#
Artikel 15 Verantwoording 1 De subsidie-ontvanger dient binnen vier maanden na afloop van ieder kalenderjaar een financiële verantwoording voorzien van een accountantsverklaring in. De minister kan op verzoek van de subsidie-ontvanger de termijn twee keer met een door de minister bepaalde termijn verlengen. 2 artikel 9 De financiële verantwoording en de accountantsverklaring dienen te worden opgesteld overeenkomstig de op basis vangemaakte kostenraming respectievelijk de door de minister vast te stellen controle-instructie en eventueel andere door de minister in het besluit tot subsidieverlening vastgestelde voorwaarden. 3 De minister kan in de beschikking tot subsidieverlening bij projecten of programma’s die korter duren dan twee jaar, een beheerder vrijstellen van de verplichting om de financiële verantwoording na afloop van het eerste kalenderjaar te voorzien van een accountantsverklaring als bedoeld in het eerste lid. 2021 47814 03-12-2021 02-12-2021 IENW/BSK-2021/308633 2021 47814 03-12-2021 02-12-2021 IENW/BSK-2021/308633 01-01-2022
Artikel 16 — Artikel 16 Aanvraag vaststelling subsidie#
Artikel 16 Aanvraag vaststelling subsidie 1 De subsidie-ontvanger voor de verkenningsfase of de planuitwerkingsfase dient binnen een jaar na voltooiing van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend een aanvraag in tot vaststelling van de subsidie. 2 De subsidie-ontvanger voor de realisatiefase dient binnen een jaar na het kalenderjaar van ingebruikname van de hoofdspoorweginfrastructuur, de dienstvoorziening of de fietsenstalling, een aanvraag in tot vaststelling van de subsidie. 3 Bij de aanvraag verstrekt de subsidie-ontvanger een eindverantwoording over de in de fase behaalde resultaten. 4 De eindverantwoording van de realisatiefase bevat een eindverslag met ten minste: a. een financiële verantwoording over de totale project- of programmakosten inclusief accountantsverklaring, slotdeclaratie en eventuele nabetalingen; en b. een verantwoording van het aanlegproces, de gerealiseerde resultaten binnen de reikwijdte en het verloop in de tijd. 5 Op verzoek van de subsidie-ontvanger kan de minister de termijnen, bedoeld in het eerste en tweede lid, met een door de inister bepaalde termijn verlengen. 2021 47814 03-12-2021 02-12-2021 IENW/BSK-2021/308633 2021 47814 03-12-2021 02-12-2021 IENW/BSK-2021/308633 01-01-2022
Artikel 17 — Artikel 17 Vaststelling subsidie#
Artikel 17 Vaststelling subsidie 1 De ninister beslist binnen twaalf weken op een aanvraag tot vaststelling van een subsidie. 2 Indien een beschikking tot subsidieverlening niet binnen de in het eerste lid genoemde termijn kan worden gegeven, kan deze termijn eenmaal met twaalf weken worden verlengd. 2 Een besluit tot vaststelling vermeldt in ieder geval: a. het bedrag van de vastgestelde subsidie en de fase waarop de subsidie betrekking heeft; b. het te betalen of terug te vorderen bedrag. 3 artikel 16, eerste, tweede en vijfde lid Indien de subsidie-ontvanger niet binnen de van toepassing zijnde termijn bedoeld in, een aanvraag tot vaststelling indient, stelt de minister de subsidie na afloop van die termijn ambtshalve binnen twaalf weken vast. 2021 47814 03-12-2021 02-12-2021 IENW/BSK-2021/308633 2021 47814 03-12-2021 02-12-2021 IENW/BSK-2021/308633 01-01-2022
Artikel 18 — Artikel 18 Kaderbesluit subsidies I en M#
Artikel 18 Kaderbesluit subsidies I en M artikelen 14 20 van het Kaderbesluit subsidies I en M Deenzijn niet van toepassing op een subsidie verleend op grond van deze paragraaf. 2021 47814 03-12-2021 02-12-2021 IENW/BSK-2021/308633 2021 47814 03-12-2021 02-12-2021 IENW/BSK-2021/308633 01-01-2022
Artikel 19 — Artikel 19 Reikwijdte paragraaf#
Artikel 19 Reikwijdte paragraaf artikel 3, tweede lid Deze paragraaf is van toepassing op de aanvraag, verlening en vaststelling van een subsidie als bedoeld in. 2021 47814 03-12-2021 02-12-2021 IENW/BSK-2021/308633 2021 47814 03-12-2021 02-12-2021 IENW/BSK-2021/308633 01-01-2022
Artikel 20 — Artikel 20 Boekjaar subsidie#
Artikel 20 Boekjaar subsidie afdeling 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrecht Op de op grond van deze paragraaf door de minister verstrekte subsidie isvan toepassing, met inachtneming van de in deze paragraaf opgenomen bepalingen. 2021 47814 03-12-2021 02-12-2021 IENW/BSK-2021/308633 2021 47814 03-12-2021 02-12-2021 IENW/BSK-2021/308633 01-01-2022
Artikel 21 — Artikel 21 Kosten die in aanmerking komen voor subsidie#
Artikel 21 Kosten die in aanmerking komen voor subsidie 1 De subsidiabele kosten zijn de kapitaallasten en de kosten per kalenderjaar van beheer, onderhoud en vervanging van hoofdspoorweginfrastructuur en dienstvoorzieningen en de kosten van onderhoud en vervanging van fietsenstallingen, verminderd met de opbrengsten van vergoedingen van gebruikers en derden in dat betreffende jaar. 2 paragraaf 2 Kapitaallasten voortvloeiend uit projecten of programma’s, waarvoor reeds op grond vansubsidie is verleend, worden in mindering gebracht op de kapitaallasten bedoeld in het eerste lid. 3 Kosten of kapitaallasten waarvoor een beheerder reeds subsidie ontvangt of gaat ontvangen op grond van een andere subsidieregeling, worden in mindering gebracht op de kosten of de kapitaallasten, bedoeld in het eerste lid. 4 Indien als gevolg van onvoorziene omstandigheden de werkelijk gemaakte kosten hoger uitvallen dan het bedrag waarvoor subsidie is verleend, kan de subsidie-ontvanger een aanvullende aanvraag indienen. 2021 47814 03-12-2021 02-12-2021 IENW/BSK-2021/308633 2021 47814 03-12-2021 02-12-2021 IENW/BSK-2021/308633 01-01-2022
Artikel 22 — Artikel 22 Kostenraming subsidie#
Artikel 22 Kostenraming subsidie artikel 21 De raming van de kosten, bedoeld in, is voldoende onderbouwd. De subsidie-aanvrager vermeldt bij de raming welk prijspeil het betreft. De raming behelst de kosten inclusief btw. 2021 47814 03-12-2021 02-12-2021 IENW/BSK-2021/308633 2021 47814 03-12-2021 02-12-2021 IENW/BSK-2021/308633 01-01-2022
Artikel 23 — Artikel 23 Hoogte subsidie#
Artikel 23 Hoogte subsidie artikel 25, zesde lid artikel 21 artikel 22 De subsidie bedraagt met in achtneming van, honderd procent van de op basis vanvoor subsidie in aanmerking komende en in overeenstemming metgeraamde kosten. 2021 47814 03-12-2021 02-12-2021 IENW/BSK-2021/308633 2021 47814 03-12-2021 02-12-2021 IENW/BSK-2021/308633 01-01-2022
Artikel 24 — Artikel 24 Aanvraag subsidie#
Artikel 24 Aanvraag subsidie 1 Een beheerder dient uiterlijk zes weken voor aanvang van het boekjaar de aanvraag tot subsidieverlening in bij de minister. 2 artikel 4:61, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht Onverminderdbevat de aanvraag voor subsidieverlening een meerjarenraming van het begrotingsjaar en de drie volgende jaren en een doorkijk naar de financiële behoeften in de daaropvolgende periode van elf jaren. 2021 47814 03-12-2021 02-12-2021 IENW/BSK-2021/308633 2021 47814 03-12-2021 02-12-2021 IENW/BSK-2021/308633 01-01-2022
Artikel 25 — Artikel 25 Verlening subsidie#
Artikel 25 Verlening subsidie 1 De minister verleent de subsidie per boekjaar. 2 De minister beslist binnen zes weken na ontvangst over de aanvraag van een subsidie. 3 Indien een beschikking niet binnen de termijn, genoemd in het tweede lid, kan worden gegeven, kan deze termijn eenmaal met eenzelfde termijn worden verlengd. De minister doet hiervan terstond mededeling aan de aanvrager. 4 Een besluit tot subsidieverlening bevat in ieder geval: a. een beschrijving van activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt; b. een vermelding van het bedrag waarop de subsidie betrekking heeft. 5 De minister kan in het besluit tot subsidieverlening bepalen dat het bedrag van de subsidie bij de vaststelling of tussentijds kan worden aangepast aan de ontwikkelingen van het loon- en prijspeil. 6 De minister verleent de subsidie met inachtneming van eisen van soberheid en doelmatigheid. 2021 47814 03-12-2021 02-12-2021 IENW/BSK-2021/308633 2021 47814 03-12-2021 02-12-2021 IENW/BSK-2021/308633 01-01-2022
Artikel 26 — Artikel 26 Voorschotverlening subsidie#
Artikel 26 Voorschotverlening subsidie 1 De verleende subsidie wordt in voorschotten betaald. 2 De voorschotten worden betaald in het jaar waarop de subsidie betrekking heeft in dertien maandelijkse termijnbedragen, waarbij in de maand mei twee termijnbedragen worden betaald. 2021 47814 03-12-2021 02-12-2021 IENW/BSK-2021/308633 2021 47814 03-12-2021 02-12-2021 IENW/BSK-2021/308633 01-01-2022
Artikel 27 — Artikel 27 Verplichtingen ontvanger subsidie#
Artikel 27 Verplichtingen ontvanger subsidie 1 artikel 4:72 van de Algemene wet bestuursrecht De subsidie-ontvanger vormt een egalisatiereserve als bedoeld in. 2 artikel 4:24 van de Algemene wet bestuursrecht De subsidie-ontvanger werkt mee aan een door de minister ingesteld evaluatieonderzoek ten behoeve van een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de subsidie in de praktijk als bedoeld in. 2021 47814 03-12-2021 02-12-2021 IENW/BSK-2021/308633 2021 47814 03-12-2021 02-12-2021 IENW/BSK-2021/308633 01-01-2022
Artikel 28 — Artikel 28 Aanvraag vaststelling subsidie#
Artikel 28 Aanvraag vaststelling subsidie 1 artikel 4:75 van de Algemene wet bestuursrecht Artikel 4:79 van de Algemene wet bestuursrecht Onverminderdbevat de aanvraag tot subsidievaststelling een financiële verantwoording waarin het verschil tussen de begroting en de werkelijke kosten wordt toegelicht. Deze financiële verantwoording wordt voorzien van een accountantsverklaring.is van toepassing op de financiële verantwoording. 2 Artikel 4:76 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing op de aanvraag van de subsidievaststelling. 2021 47814 03-12-2021 02-12-2021 IENW/BSK-2021/308633 2021 47814 03-12-2021 02-12-2021 IENW/BSK-2021/308633 01-01-2022
Artikel 29 — Artikel 29 Vaststelling subsidie#
Artikel 29 Vaststelling subsidie 1 De minister beslist op de aanvraag tot het vaststellen van de subsidie binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag. 2 Indien een beschikking tot subsidievaststelling niet binnen de in het eerste lid genoemde termijn kan worden gegeven, kan deze termijn eenmaal met zes maanden worden verlengd. 2021 47814 03-12-2021 02-12-2021 IENW/BSK-2021/308633 2021 47814 03-12-2021 02-12-2021 IENW/BSK-2021/308633 01-01-2022
Artikel 30 — Artikel 30 Inwerkingtreding#
Artikel 30 Inwerkingtreding 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2022. 2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2027, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op voor die datum verleende subsidies. 2021 47814 03-12-2021 02-12-2021 IENW/BSK-2021/308633 2021 47814 03-12-2021 02-12-2021 IENW/BSK-2021/308633 01-01-2022
Artikel 31 — Artikel 31 Citeertitel#
Artikel 31 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling taakuitoefening beheerders van de HSWI. 2021 47814 03-12-2021 02-12-2021 IENW/BSK-2021/308633 2021 47814 03-12-2021 02-12-2021 IENW/BSK-2021/308633 01-01-2022