Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, van 12 juli 2022, nr. IENW/BSK-2021/328700, houdende vaststelling van een tijdelijke regeling stimulering van het nemen van maatregelen in het kader van de tweede fase van het Deltaprogramma zoetwater (Tijdelijke regeling stimuleren maatregelen tweede fase Deltaprogramma zoetwater)
- BWB-id
- BWBR0046957
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Waterstaat
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-12-11
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0046957
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2022/tijdelijke-regeling-stimuleren-maatregelen-tweede-fase-delta
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2022/tijdelijke-regeling-stimuleren-maatregelen-tweede-fase-delta/2025-12-11
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0046957&g=2025-12-11
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0046957&z=2026-06-06&g=2025-12-11
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0046957/2025-12-11
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2022/tijdelijke-regeling-stimuleren-maatregelen-tweede-fase-delta
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepaling#
Artikel 1 Begripsbepaling In deze regeling wordt verstaan onder: aanvrager: artikel 7, tweede lid regiocoördinator, waterschap als bedoeld in, of, in het geval van zoetwaterregio Rivierengebied, waterschap Rivierenland; alternatieve maatregel: bijlage A maatregel die door de Minister is vastgesteld als alternatief voor een maatregel opgenomen inbij deze regeling; innovatieve pilot: bijlage A maatregel die als zodanig is aangemerkt inbij de regeling of bij de vaststelling van een alternatieve maatregel; Minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat; regiocoördinator: artikel 7, eerste lid aangewezen provincie als bedoeld in; rijksbijdrage: specifieke uitkering dan wel subsidie op grond van deze regeling; zoetwaterregio: bijlage B een van de zes onderscheiden zoetwaterregio’s als opgenomen op de kaart in. 2022 18496 22-07-2022 12-07-2022 IENW/BSK-2021/328700 2022 18496 22-07-2022 12-07-2022 IENW/BSK-2021/328700 23-07-2022
Artikel 2 — Artikel 2 Doel#
Artikel 2 Doel Deze regeling heeft tot doel het stimuleren en faciliteren van het nemen van maatregelen die bijdragen aan de vergroting van de waterbeschikbaarheid door zuinig gebruik of het vasthouden, verdelen of aanvoeren van zoetwater. 2022 18496 22-07-2022 12-07-2022 IENW/BSK-2021/328700 2022 18496 22-07-2022 12-07-2022 IENW/BSK-2021/328700 23-07-2022
Artikel 3 — Artikel 3 Kosten die in aanmerking komen voor een rijksbijdrage#
Artikel 3 Kosten die in aanmerking komen voor een rijksbijdrage 1 De Minister kan een rijksbijdrage verstrekken voor de kosten van het uitvoeren van: a. bijlage A een maatregel die is opgenomen inbij deze regeling; of b. een alternatieve maatregel. 2 Kosten van activiteiten die na 31 december 2021 hebben plaatsgevonden kunnen voor verstrekking van een rijksbijdrage in aanmerking komen. 2022 18496 22-07-2022 12-07-2022 IENW/BSK-2021/328700 2022 18496 22-07-2022 12-07-2022 IENW/BSK-2021/328700 23-07-2022
Artikel 4 — Artikel 4 Kosten die niet in aanmerking komen voor een rijksbijdrage#
Artikel 4 Kosten die niet in aanmerking komen voor een rijksbijdrage Op grond van deze regeling wordt geen rijksbijdrage verstrekt voor: a. artikel 3, eerste lid kosten van regulier beheer en onderhoud of achterstallig onderhoud tenzij een maatregel als bedoeld in, innovatie of kostenbesparing van regulier beheer of onderhoud betreft; b. kosten van personeel van de eigen organisatie; c. kosten van activiteiten die zijn verricht vóór 1 januari 2022; d. artikel 15 van de Wet op de omzetbelasting 1968 omzetbelasting over de kosten van activiteiten en maatregelen die op basis vanin aftrek kan worden gebracht of recht geeft op een bijdrage uit het BTW-compensatiefonds; en e. kosten waarvoor reeds een specifieke uitkering of subsidie met middelen uit het Deltafonds is verstrekt, anders dan op grond van deze regeling. 2022 18496 22-07-2022 12-07-2022 IENW/BSK-2021/328700 2022 18496 22-07-2022 12-07-2022 IENW/BSK-2021/328700 23-07-2022
Artikel 5 — Artikel 5 Plafond en wijze van verdelen#
Artikel 5 Plafond en wijze van verdelen 1 Het rijksbijdrageplafond bedraagt € 186.210.375,–. 2 De toekenning van de beschikbare gelden vindt plaats op basis van de volgorde van binnenkomst van de aanvragen. 2025 41692 10-12-2025 01-12-2025 IENW/BSK-2025/266735 2025 41692 10-12-2025 01-12-2025 IENW/BSK-2025/266735 11-12-2025
Artikel 6 — Artikel 6 Hoogte rijksbijdrage#
Artikel 6 Hoogte rijksbijdrage 1 bijlage A Inbij deze regeling zijn per maatregel de geraamde totale kosten per zoetwaterregio aangegeven. 2 De geraamde totale kosten van een alternatieve maatregel worden door de Minister bepaald gelijktijdig met de vaststelling van die maatregel door de Minister. 3 De rijksbijdrage bedraagt hoogstens: a. 25% van de geraamde totale kosten, indien een maatregel effect heeft in één zoetwaterregio; b. 50% van de geraamde totale kosten, indien een maatregel: 1°. effect heeft in meer dan één zoetwaterregio; of 2°. bijlage C bijdraagt aan de klimaatbestendigheid van de zoetwatervoorziening van het samenhangend geheel van een of meer oppervlaktewaterlichamen die zijn aangewezen inbij deze regeling, met bijbehorende bergingsgebieden, waterkeringen en ondersteunende kunstwerken; of c. 50% van de geraamde totale kosten, bij een innovatieve pilot. 4 In afwijking van het derde lid geldt dat het percentage van de rijksbijdrage voor een maatregel hoger kan zijn dan het daar bepaalde, als de werkelijke totale kosten bij een andere maatregel in dezelfde zoetwaterregio lager zijn dan de geraamde totale kosten en het overschot van de andere maatregel bij die maatregel wordt benut. 2022 18496 22-07-2022 12-07-2022 IENW/BSK-2021/328700 2022 18496 22-07-2022 12-07-2022 IENW/BSK-2021/328700 23-07-2022
Artikel 7 — Artikel 7 Aanwijzing regiocoördinator#
Artikel 7 Aanwijzing regiocoördinator 1 Per zoetwaterregio, met uitzondering van de zoetwaterregio Rivierengebied, wordt door provincies en waterschappen in die regio, ten minste één provincie aangewezen als regiocoördinator. 2 bijlage A De regiocoördinator kan in zijn plaats voor een maatregel als bedoeld inof een alternatieve maatregel de taken van een regiocoördinator aan een waterschap overdragen, mits dat waterschap daarmee instemt. 2022 18496 22-07-2022 12-07-2022 IENW/BSK-2021/328700 2022 18496 22-07-2022 12-07-2022 IENW/BSK-2021/328700 23-07-2022
Artikel 8 — Artikel 8 Aanvraag#
Artikel 8 Aanvraag 1 Een rijksbijdrage wordt op aanvraag verstrekt. 2 Een aanvraag voor een rijksbijdrage kan bij de Minister worden ingediend tot en met 31 december 2026. 3 Een aanvraag wordt ingediend bij de Minister met gebruikmaking van een door de Minister beschikbaar gesteld digitaal formulier. 4 Een aanvraag wordt vergezeld van: a. een beschrijving van de maatregel waarvoor de aanvraag wordt ingediend; b. een plan van aanpak waaraan de maatregel uitvoering geeft, voorzien van een tijdpad; c. een opgave van het gebied waarop de maatregel betrekking heeft en een beschrijving van de urgentie van het probleem waar die een oplossing voor biedt; d. een beschrijving van de bijdragen van de maatregel aan andere beleidsdoelen; e. een specificatie en raming van de kosten van de maatregel; f. een overzicht van de bijdragen van derden aan de kosten die niet door de aangevraagde rijksbijdrage worden gedekt; en g. een overzicht van de compensabele btw. 2022 18496 22-07-2022 12-07-2022 IENW/BSK-2021/328700 2022 18496 22-07-2022 12-07-2022 IENW/BSK-2021/328700 23-07-2022
Artikel 9 — Artikel 9 Verlening#
Artikel 9 Verlening 1 De Minister beslist over de verlening binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag. 2 Een besluit tot verlening vermeldt in elk geval: a. de maatregel waarvoor de rijksbijdrage wordt verleend; b. het bedrag van de rijksbijdrage en, indien van toepassing, het bedrag dat betrekking heeft op de compensabele btw-component en toegevoegd is aan het BTW-compensatiefonds; c. de wijze waarop het bedrag van de rijksbijdrage is bepaald; en d. de periode waarvoor de rijksbijdrage wordt verleend. 2022 18496 22-07-2022 12-07-2022 IENW/BSK-2021/328700 2022 18496 22-07-2022 12-07-2022 IENW/BSK-2021/328700 23-07-2022
Artikel 10 — Artikel 10 Voorschot#
Artikel 10 Voorschot 1 artikel 8, eerste lid Bij een rijksbijdrage van in totaal minder dan € 25.000, inclusief de btw-component, verstrekt de Minister bij het besluit tot verlening, bedoeld in, een voorschot van 100%. 2 artikel 8, eerste lid Bij een rijksbijdrage, inclusief de btw-component, van in totaal ten minste € 25.000 verstrekt de Minister bij het besluit tot verlening, bedoeld in, een voorschot van ten hoogste 80% van de rijksbijdrage overeenkomstig het in het besluit opgegeven kasritme. 3 De Minister verleent op verzoek van de aanvrager een extra voorschot van ten hoogste 20% van de rijksbijdrage voor de afronding van een maatregel. 4 Het verzoek om het extra voorschot, bedoeld in het derde lid, gaat vergezeld van een raming van de kosten voor het afronden van de maatregel, voorzien van een financiële toelichting. 2022 23980 15-09-2022 07-09-2022 IENW/BSK-2022/199241 2022 23980 15-09-2022 07-09-2022 IENW/BSK-2022/199241 16-09-2022 23-07-2022
Artikel 11 — Artikel 11 Voorwaarden#
Artikel 11 Voorwaarden 1 De rijksbijdrage wordt uitsluitend besteed aan maatregelen waarvoor de rijksbijdrage is verleend. 2 artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht Rijksbijdragen die worden verleend ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld, worden verleend onder de voorwaarde, bedoeld in. 2022 18496 22-07-2022 12-07-2022 IENW/BSK-2021/328700 2022 18496 22-07-2022 12-07-2022 IENW/BSK-2021/328700 23-07-2022
Artikel 12 — Artikel 12 Verplichtingen aanvrager#
Artikel 12 Verplichtingen aanvrager 1 Alle maatregelen waarvoor een rijksbijdrage is verstrekt zijn uiterlijk op de datum die in de verleningsbeschikking is vastgesteld gerealiseerd. 2 De aanvrager verstrekt jaarlijks voor 31 maart informatie over de voortgang van de maatregelen over het voorgaande kalenderjaar. 3 De aanvrager doet onverwijld een schriftelijke mededeling aan de Minister zodra aannemelijk is dat de activiteiten waarvoor de rijksbijdrage is verleend niet of niet geheel voor de in het eerste lid bedoelde datum zullen worden verricht of dat niet, of niet geheel aan de aan de rijksbijdrage verbonden verplichtingen voor de in het eerste lid bedoelde datum zal worden voldaan. 4 De aanvrager verleent binnen een door de Minister te stellen termijn medewerking aan een door de Minister ingesteld evaluatieonderzoek. 5 De Minister kan bij het besluit tot verlening van een rijksbijdrage andere verplichtingen opleggen die de Minister noodzakelijk acht voor de verwezenlijking van het doel van de rijksbijdrage. 2022 18496 22-07-2022 12-07-2022 IENW/BSK-2021/328700 2022 18496 22-07-2022 12-07-2022 IENW/BSK-2021/328700 23-07-2022
Artikel 13 — Artikel 13 Verantwoording#
Artikel 13 Verantwoording 1 artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet Als de aanvrager een provincie is, wordt verantwoording afgelegd over de besteding van de rijksbijdrage op de wijze bepaald in. 2 artikel 17a, eerste en vijfde lid, van de Financiële-verhoudingswet Als de aanvrager een waterschap is, isvan overeenkomstige toepassing op de verantwoording over de besteding van de rijksbijdrage, met dien verstande dat: 1°. voor ‘gedeputeerde staten en het college van burgemeester en wethouders’ wordt gelezen ‘Het dagelijks bestuur van een waterschap’; 2°. voor ‘specifieke uitkering’ wordt gelezen ‘subsidie’; 3°. artikel 202, eerste lid, van de Provinciewet artikel 198, eerste lid, van de Gemeentewet artikel 104, eerste lid, van de Waterschapswet voor ‘de jaarrekening en het jaarverslag, bedoeld in, onderscheidenlijk’ wordt gelezen ‘de jaarrekening en het jaarverslag, bedoeld in’; 4°. voor ‘Onze minister die het aangaat’ wordt gelezen ‘de Minister van Infrastructuur en Waterstaat’; 5°. artikel 217, derde en vierde lid, van de Provinciewet artikel 213, derde en vierde lid, van de Gemeentewet artikel 109, derde en vierde lid, van de Waterschapswet voor ‘de accountantsverklaring en het verslag van bevindingen, bedoeld in, onderscheidenlijk’ wordt gelezen ‘de accountantsverklaring en het verslag van bevindingen, bedoeld in’; en 6°. artikel 217, tweede lid, van de Provinciewet artikel 213, tweede lid, van de Gemeentewet artikel 109, tweede lid, van de Waterschapswet voor ‘de in, onderscheidenlijk, bedoelde accountants’ wordt gelezen ‘de inbedoelde accountants’. 3 artikelen 2 4 5 7a van de Regeling informatieverstrekking sisa De,,, enzijn van overeenkomstige toepassing op de verantwoording door waterschappen, met dien verstande dat: a. voor ‘de minister’ wordt gelezen ‘de Minister van Infrastructuur en Waterstaat’; b. voor ‘medeoverheid’ wordt gelezen ‘waterschap’; c. artikel 104, eerste lid, van de Waterschapswet voor ‘jaarstukken’ wordt gelezen ‘de jaarrekening en het jaarverslag, bedoeld in’; d. voor ‘het dagelijks bestuur van de desbetreffende overheid’ wordt gelezen ‘het dagelijks bestuur van het desbetreffende waterschap’; en e. Regeling informatieverstrekking sisa voor ‘deze regeling’ wordt gelezen ‘de’. 4 Regeling informatieverstrekking sisa behorende bijlagen 1 3 bijlage 2 bij de Regeling informatieverstrekking sisa De bijlage bij de jaarrekening met de verantwoordingsinformatie per subsidie en de bijlage bij het verslag van bevindingen met de verslaglegging van fouten in de jaarrekening en onzekerheden in de controle die betrekking kunnen hebben op het getrouwe beeld van zowel de baten en lasten als de grootte en samenstelling van het vermogen en de rechtmatigheid van de baten, lasten en balansmutaties van waterschappen worden ingericht overeenkomstig de bij deen. Deze informatie wordt elektronisch aangeleverd overeenkomstig. 2023 32151 29-11-2023 27-11-2023 IENW/BSK-2023/315672 2023 32151 29-11-2023 27-11-2023 IENW/BSK-2023/315672 30-11-2023
Artikel 14 — Artikel 14 Vaststelling#
Artikel 14 Vaststelling 1 artikel 3, eerste lid artikel 12 De Minister stelt de rijksbijdrage ambtshalve vast, uiterlijk op 31 december van het tweede kalenderjaar dat volgt op het kalenderjaar waarin de maatregelen, bedoeld in, volledig zijn uitgevoerd en volledig is voldaan aan de verplichtingen, bedoeld in. 2 artikel 13 De vaststelling vindt plaats op basis van de verantwoordingsinformatie, bedoeld in. 2022 18496 22-07-2022 12-07-2022 IENW/BSK-2021/328700 2022 18496 22-07-2022 12-07-2022 IENW/BSK-2021/328700 23-07-2022
Artikel 15 — Artikel 15 Evaluatie#
Artikel 15 Evaluatie De Minister publiceert uiterlijk op 31 december 2026 een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de rijksbijdrage in de praktijk. 2022 18496 22-07-2022 12-07-2022 IENW/BSK-2021/328700 2022 18496 22-07-2022 12-07-2022 IENW/BSK-2021/328700 23-07-2022
Artikel 16 — Artikel 16 Inwerkingtreding en verval#
Artikel 16 Inwerkingtreding en verval 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2027, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op rijksbijdragen die voor die datum zijn aangevraagd. 2022 18496 22-07-2022 12-07-2022 IENW/BSK-2021/328700 2022 18496 22-07-2022 12-07-2022 IENW/BSK-2021/328700 23-07-2022
Artikel 17 — Artikel 17 Citeertitel#
Artikel 17 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke regeling stimuleren maatregelen tweede fase Deltaprogramma zoetwater. 2022 18496 22-07-2022 12-07-2022 IENW/BSK-2021/328700 2022 18496 22-07-2022 12-07-2022 IENW/BSK-2021/328700 23-07-2022