Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 22 juli 2022, nr. WJZ/ 21159356, tot vaststelling van subsidie-instrumenten voor de visserij ter vermindering van de gevolgen van Brexit, betaald uit de Brexit Adjustment Reserve (Tijdelijke subsidieregeling vermindering gevolgen Brexit voor de visserij)
- BWB-id
- BWBR0046962
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
- Geldigheid
- 2023-11-30 t/m 2023-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0046962
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2022/tijdelijke-subsidieregeling-vermindering-gevolgen-brexit-voo
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2022/tijdelijke-subsidieregeling-vermindering-gevolgen-brexit-voo/2023-11-30
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0046962&g=2023-11-30
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0046962&z=2026-06-06&g=2023-11-30
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0046962/2023-11-30
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2022/tijdelijke-subsidieregeling-vermindering-gevolgen-brexit-voo
Artikel 1.1 — Artikel 1.1 Begripsbepalingen#
Artikel 1.1 Begripsbepalingen 1 In deze regeling wordt verstaan onder: auditautoriteit: door de Minister aangewezen autoriteit als bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van de BAR-verordening; BAR-verordening: verordening (EU) 2021/1755 van het Europees Parlement en de Raad van 6 oktober 2021 tot oprichting van de reserve voor aanpassing aan de Brexit (PbEU 2021, L 357); basisverordening: verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad (PbEU 2013, L 354); Brexit: terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie; brutoton: eenheid, waarin de brutotonnage van een vissersvaartuig wordt uitgedrukt; CFR-nummer: CFR (common fleet register)-nummer als bedoeld in artikel 2, onderdeel l, van uitvoeringsverordening (EU) 2017/218 van de Commissie van 6 februari 2017 inzake het vissersvlootregister van de Unie (PbEU 2017, L 34); controleverordening: verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 847/96, (EG) nr. 2371/2002, (EG) nr. 811/2004, (EG) nr. 768/2005, (EG) nr. 2115/2005, (EG) nr. 2166/2005, (EG) nr. 388/2006, (EG) nr. 509/2007, (EG) nr. 676/2007, (EG) nr. 1098/2007, (EG) nr. 1300/2008, (EG) nr. 1342/2008 en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 2847/93, (EG) nr. 1627/94 en (EG) nr. 1966/2006 (PbEU 2009, L 343); eigenaar van een vissersvaartuig: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die het eigendom heeft van een vissersvaartuig en onder wiens naam het in het visserijregister is ingeschreven; EMFAF-verordening: verordening (EU) 2021/1139 van het Europees Parlement en de Raad van 7 juli 2021 tot oprichting van het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 2017/1004 (PbEU 2021, L 247); groep: artikel 5 van de Handelsregisterwet 2007 twee of meer ondernemingen als bedoeld in, die met elkaar verbonden zijn doordat zij een van de banden, genoemd in artikel 2, tweede lid, van verordening (EU) nr. 717/2014 van de Commissie van 27 juni 2014 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de visserij- en aquacultuursector (PbEU 2014, L 190), met elkaar onderhouden; groepsvrijstellingsverordening visserij: verordening (EU) nr. 1388/2014 van de Commissie van 16 december 2014 waarbij bepaalde categorieën steun voor ondernemingen die actief zijn in de productie, de verwerking en de afzet van visserij- en aquacultuurproducten, op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 369); logboekgegevens: artikel 104 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij artikel 104a van de Uitvoeringsregeling zeevisserij de gegevens die overeenkomstig de artikelen 14, 15 en 28 van de controleverordening gelezen in samenhang metof overeenkomstigmet betrekking tot een vissersvaartuig zijn verstrekt; minister: Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; uiteindelijk begunstigde: Richtlijn (EU) 2015/849 Richtlijn 2005/60/EG Richtlijn 2006/70/EG Richtlijn (EU) 2019/2177 uiteindelijk begunstigde als bedoeld in artikel 3, onderdeel 6, vanvan het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsels voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking vanvan het Europees Parlement en de Raad envan de Commissie (PbEU 2015, L 73), zoals laatstelijk gewijzigd bijvan het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2019 (PbEU 2019, L 334); verkoopdocumenten: de gegevens die overeenkomstig de artikelen 62, 63 en 64 van de controleverordening met betrekking tot een vissersvaartuig zijn verstrekt; vismachtiging: vismachtiging als bedoeld in artikel 4, punt 10, van de controleverordening; visserijactiviteit: visserijactiviteit als bedoeld in artikel 4, eerste lid, punt 28, van de basisverordening; visserijregister: artikel 4 van het Besluit registratie vissersvaartuigen 1998 register als bedoeld in; vissersvaartuig: vissersvaartuig als bedoeld in artikel 4, eerste lid, punt 4, van de basisverordening, dat is ingeschreven in het visserijregister; visvergunning: visvergunning als bedoeld in artikel 4, punt 9, van de controleverordening. 2 verordening (EU) 2017/1130 Voor de toepassing van deze regeling wordt de brutotonnage van een vissersvaartuig gemeten overeenkomstig artikel 4, eerste en tweede lid, vanvan het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 houdende definities van de kenmerken van vissersvaartuigen (PbEU 2017, L 169). 2022 19616 25-07-2022 22-07-2022 WJZ/21159356 2022 19616 25-07-2022 22-07-2022 WJZ/21159356 26-07-2022
Artikel 1.2 — Artikel 1.2 Openstelling#
Artikel 1.2 Openstelling 1 De minister kan op grond van deze regeling uitsluitend subsidie verstrekken, indien hij de mogelijkheid tot het doen van een aanvraag tot subsidieverlening heeft opengesteld door vaststelling van een subsidieplafond en een periode voor indiening van de aanvraag. 2 De minister kan de openstelling beperken tot bepaalde activiteiten, categorieën van aanvragers of een bepaald aantal aanvragen. 3 De minister kan verschillende subsidieplafonds vaststellen voor verschillende activiteiten of categorieën van aanvragers. 2022 19616 25-07-2022 22-07-2022 WJZ/21159356 2022 19616 25-07-2022 22-07-2022 WJZ/21159356 26-07-2022
Artikel 1.3 — Artikel 1.3 Wijze van verdelen#
Artikel 1.3 Wijze van verdelen 1 De minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van binnenkomst van de aanvragen. De aanvraag die het eerst is binnengekomen, komt het eerst voor subsidie in aanmerking. 2 artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht Indien een subsidieaanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag en met toepassing vande gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt met betrekking tot de verdeling als dag van binnenkomst de dag waarop de aanvraag voldoet aan de wettelijke voorschriften. 3 Indien de minister op de dag dat het subsidieplafond wordt bereikt meer dan één aanvraag ontvangt, stelt hij de volgorde van die aanvragen vast door middel van loting. 2022 19616 25-07-2022 22-07-2022 WJZ/21159356 2022 19616 25-07-2022 22-07-2022 WJZ/21159356 26-07-2022
Artikel 1.4 — Artikel 1.4 Verdeling van subsidieplafond per categorie#
Artikel 1.4 Verdeling van subsidieplafond per categorie artikel 1.3 Indien per categorie van aanvragers of activiteiten een subsidieplafond is vastgesteld, vindt de verdeling, bedoeld in, plaats per categorie. 2022 19616 25-07-2022 22-07-2022 WJZ/21159356 2022 19616 25-07-2022 22-07-2022 WJZ/21159356 26-07-2022
Artikel 1.5 — Artikel 1.5 Indienen van de aanvraag tot subsidieverlening#
Artikel 1.5 Indienen van de aanvraag tot subsidieverlening 1 Een aanvraag tot subsidieverlening wordt ingediend met gebruikmaking van een middel, dat door de minister beschikbaar wordt gesteld. 2 Een aanvraag tot subsidieverlening bevat in ieder geval: a. gegevens over de subsidieaanvrager, waaronder de naam van de subsidieaanvrager, het post- en bezoekadres, het rekeningnummer, of er sprake is van een kleine, middelgrote of micro-onderneming als bedoeld in verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën van steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187) en het nummer waaronder de onderneming is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel; b. gegevens over de contactpersoon bij de subsidieaanvrager, waaronder de naam, het telefoonnummer en het e-mailadres, c. het CFR-nummer van het vissersvaartuig ten behoeve waarvan de subsidie wordt aangevraagd; d. de informatie, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel f, en punt 4a van bijlage III bij de BAR-verordening; e. een verklaring dat op de subsidieaanvrager geen van de in artikel 11, eerste en derde lid, van de EMFAF-verordening genoemde gevallen van toepassing is. 2022 19616 25-07-2022 22-07-2022 WJZ/21159356 2022 19616 25-07-2022 22-07-2022 WJZ/21159356 26-07-2022
Artikel 1.6 — Artikel 1.6 Afwijzingsgronden#
Artikel 1.6 Afwijzingsgronden De minister beslist afwijzend op een aanvraag tot subsidieverlening, indien: a. de aanvraag niet voldoet aan de bij deze regeling gestelde regels; b. de subsidie bestemd is voor: 1°. een rechtspersoon of natuurlijke persoon tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat als bedoeld in artikel 1, derde lid, onderdeel e, van de groepsvrijstellingsverordening visserij; of 2°. een onderneming in moeilijkheden als bedoeld in artikel 3, onderdeel 5, van de groepsvrijstellingsverordening visserij, die al in moeilijkheden verkeerde vóór 1 januari 2021; c. de ingediende aanvraag niet ontvankelijk is voor steun ingevolge artikel 11 van de EMFAF-verordening; d. artikel 1.8 de minister het onaannemelijk acht dat de subsidieaanvrager zal voldoen aan de verplichtingen, bedoeld in; of e. de subsidie bestemd is voor de activiteiten als bedoeld in artikel 13, onderdelen a tot en met d, en f tot en met m, van de EMFAF-verordening. 2022 19616 25-07-2022 22-07-2022 WJZ/21159356 2022 19616 25-07-2022 22-07-2022 WJZ/21159356 26-07-2022
Artikel 1.7 — Artikel 1.7 Beslissing op de aanvraag#
Artikel 1.7 Beslissing op de aanvraag 1 De minister geeft een beschikking op een aanvraag tot subsidieverlening binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag daartoe. 2 De minister maakt na de datum van de beschikking tot subsidieverlening de volgende gegevens bekend: a. de gegevens, bedoeld in artikel 14, derde lid, onderdeel e, van de BAR-verordening; en b. de gegevens, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de groepsvrijstellingsverordening visserij. 3 De gegevens, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, blijven gedurende ten minste tien jaar openbaar beschikbaar. 2022 19616 25-07-2022 22-07-2022 WJZ/21159356 2022 19616 25-07-2022 22-07-2022 WJZ/21159356 26-07-2022
Artikel 1.8 — Artikel 1.8 Algemene verplichtingen subsidieontvanger#
Artikel 1.8 Algemene verplichtingen subsidieontvanger 1 De subsidieontvanger doet onverwijld schriftelijk mededeling aan de minister van de indiening bij de rechtbank van een verzoek tot het op hem van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, tot verlening van surseance van betaling aan hem of tot faillietverklaring van hem. 2 De subsidieontvanger doet onverwijld schriftelijk mededeling aan de minister zodra aannemelijk is dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de bij deze regeling gestelde regels zal worden voldaan. 3 De subsidieontvanger pleegt gedurende ten minste vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling geen van de overtredingen genoemd in artikel 11, eerste lid, van de EMFAF-verordening. 4 De subsidieontvanger voert een zodanige administratie dat daaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze is af te leiden dat de subsidieontvanger voldoet aan de bij deze regeling gestelde eisen. 5 De administratie, bedoeld in het vierde lid, wordt tot tien jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling bewaard. 6 De subsidieontvanger verleent de auditautoriteit, de Europese Commissie of de Europese Rekenkamer alle medewerking die deze redelijkerwijs kunnen vorderen bij de uitoefening van hun taken. 7 De subsidieontvanger verleent gedurende vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling medewerking aan een evaluatie van de doeltreffendheid en de effecten van de aan hem verleende subsidie, voor zover medewerking redelijkerwijs van hem kan worden verlangd. 8 De verplichtingen, bedoeld in het vierde tot en met zevende lid, berusten in het geval de subsidieontvanger een rechtspersoon is en deze wordt opgeheven, gedurende de in die leden genoemde periode bij de uiteindelijk begunstigden van de subsidie. 2022 19616 25-07-2022 22-07-2022 WJZ/21159356 2022 19616 25-07-2022 22-07-2022 WJZ/21159356 26-07-2022
Artikel 2.1 — Artikel 2.1 Begripsbepalingen#
Artikel 2.1 Begripsbepalingen In deze titel wordt verstaan onder: betreffende vissersvaartuig: artikel 2.2, eerste lid vissersvaartuig ten behoeve waarvan de subsidie, bedoeld in, is aangevraagd of is verleend; contingent: artikel 1, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij contingent als bedoeld in; scheepsrecyclingsverordening: Richtlijn 2009/16/EG Verordening (EU) nr. 1257/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 20 november 2013 inzake scheepsrecycling, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1013/2006 en van(PbEU 2013, L 330). 2022 19616 25-07-2022 22-07-2022 WJZ/21159356 2022 19616 25-07-2022 22-07-2022 WJZ/21159356 26-07-2022
Artikel 2.2 — Artikel 2.2 Subsidieverstrekking#
Artikel 2.2 Subsidieverstrekking 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan de eigenaar van een vissersvaartuig voor de definitieve stopzetting van visserijactiviteiten met dat vissersvaartuig, door sloop van dat vissersvaartuig. 2 De subsidie, bedoeld in het eerste lid, wordt enkel verleend, indien: a. uit de logboekgegevens blijkt dat met het betreffende vissersvaartuig in de twee kalenderjaren 2018 en 2019, 2019 en 2020, dan wel 2020 en 2021 gedurende ten minste negentig dagen per jaar visserijactiviteiten op zee zijn verricht; b. uit: 1⁰. bijlage I de logboekgegevens blijkt dat de totale hoeveelheid vis die in de in onderdeel a bedoelde visserijactiviteiten per kalenderjaar is gevangen uitgedrukt in kilogrammen levend gewicht, voor ten minste 20 procent bestond uit de ingenoemde vissoorten die zijn gevangen in de bij die vissoort vermelde wateren; of 2⁰. bijlage I de verkoopdocumenten blijkt de totale hoeveelheid vis die in de in onderdeel a bedoelde visserijactiviteiten per kalenderjaar is verkocht uitgedrukt in euro’s, voor ten minste 20 procent bestond uit de ingenoemde vissoorten die zijn gevangen in de bij die vissoorten vermelde wateren; c. het betreffende vissersvaartuig tijdens de in onderdeel a bedoelde visserijactiviteiten was geregistreerd in het visserijregister; d. de aanvrager na de datum van publicatie van deze regeling tot de dag waarop de subsidie door de aanvrager wordt aangevraagd, geen vissersvaartuig in het visserijregister heeft ingeschreven; e. de totale brutotonnage van het vissersvaartuig of de vissersvaartuigen dat respectievelijk die op naam van de aanvrager in het visserijregister is respectievelijk zijn ingeschreven, niet hoger is dan dat de totale brutotonnage daarvan was op 31 december 2020; f. de aanvrager na 21 juli 2022 bij de minister geen verzoek heeft ingediend dat ertoe heeft geleid dat: 1⁰. artikel 44 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij artikelen 41 42 43 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij contingent dat voor het betreffende vissersvaartuig gold of dat op grond vanop zijn naam was aangehouden, geheel of gedeeltelijk is overgedragen overeenkomstig de,of; 2⁰. artikel 44 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij artikel 45, eerste lid, onderdeel a, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij contingent dat voor het betreffende vissersvaartuig gold of dat op grond vanop zijn naam was aangehouden, geheel of gedeeltelijk in gebruik is gegeven overeenkomstigof die ingebruikgave is gewijzigd; en 3⁰. voor zover onder de naam van de aanvrager nog een of meer andere vissersvaartuigen in het visserijregister zijn ingeschreven: i. artikel 40 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij contingent dat voor het betreffende vissersvaartuig gold is verdeeld over deze andere vissersvaartuigen overeenkomstig; en ii. artikel 44 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij aangehouden contingent als bedoeld ingeldend is gemaakt op deze andere vissersvaartuigen overeenkomstig artikel 44 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij; en g. artikel 2.7 artikelen 96, eerste lid, onderdeel c 100, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij artikelen 29 30 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij artikel 44 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij artikel 45, eerste lid, onderdeel a, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij de eigenaar van het betreffende vissersvaartuig heeft verklaard dat, ingeval de subsidie wordt verleend, hij voldoet aan de verplichtingen, bedoeld in, en hij ervan op de hoogte is dat de visvergunning en vismachtigingen die ten behoeve van het betreffende vissersvaartuig zijn verleend, overeenkomstig de, onderscheidenlijkdefinitief worden ingetrokken en dat de contingenten die voor het betreffende vissersvaartuig gelden op grond van deen, de contingenten die op naam van de eigenaar van het betreffende vissersvaartuig zijn aangehouden op grond vanen de contingenten die op grond vanin gebruik zijn gegeven, vervallen. 2022 19616 25-07-2022 22-07-2022 WJZ/21159356 2022 19616 25-07-2022 22-07-2022 WJZ/21159356 26-07-2022
Artikel 2.3 — Artikel 2.3 Hoogte subsidie#
Artikel 2.3 Hoogte subsidie 1 artikel 2.2, eerste lid De hoogte van de subsidie, bedoeld in, wordt bepaald door het subsidiebedrag per brutoton te vermenigvuldigen met de brutotonnage van het betreffende vissersvaartuig en de uitkomst daarvan, indien nodig, te vermeerderen met een aanvullend bedrag. 2 bijlage II artikel 2.2, eerste lid Het subsidiebedrag per brutoton en het eventuele aanvullende bedrag, bedoeld in het eerste lid, zijn opgenomen in, waarbij voor het bepalen van de hoogte van de subsidie, bedoeld in, de bedragen worden gebruikt die behoren bij de klasse-indeling in brutotonnage waarin het betreffende vissersvaartuig valt. 3 De brutotonnage van het betreffende vissersvaartuig is de brutotonnage die op de datum van publicatie van deze regeling bij het betreffende vissersvaartuig was vermeld in het visserijregister. 4 artikel 2.2, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt, indien van toepassing, verminderd met: a. artikel 2.9 andere subsidies of uitkeringen uit nationale regelingen ten behoeve van het tijdelijk stilliggen van het betreffende vissersvaartuig of het financieren van inkomensverlies als gevolg van de Brexit voor het betreffende vissersvaartuig, die door de subsidieontvanger zijn ontvangen tussen 1 januari 2021 en de datum van de beschikking tot subsidievaststelling, bedoeld in; b. subsidies die door een bestuursorgaan of de Europese Commissie zijn verleend voor de kosten van definitieve stopzetting van visserijactiviteiten met het betreffende vissersvaartuig; en c. de vergoeding die de subsidieontvanger, na aftrek van de sloopkosten, ontvangt van het sloopbedrijf voor het betreffende vissersvaartuig. 5 artikel 2.2, eerste lid Indien het betreffende vissersvaartuig verloren gaat op een tijdstip tussen het moment van subsidieverlening en het moment waarop het betreffende vissersvaartuig voor sloop wordt overgedragen aan het sloopbedrijf, wordt de subsidie, bedoeld in, verminderd met het bedrag van de door de verzekering uitgekeerde vergoeding. 2022 19616 25-07-2022 22-07-2022 WJZ/21159356 2022 19616 25-07-2022 22-07-2022 WJZ/21159356 26-07-2022
Artikel 2.4 — Artikel 2.4 Informatieverplichtingen bij aanvraag#
Artikel 2.4 Informatieverplichtingen bij aanvraag artikel 1.5 Onverminderd, bevat een aanvraag tot subsidieverlening in ieder geval: a. artikel 2.2, tweede lid, onderdeel g een verklaring van de subsidieaanvrager als bedoeld in; b. artikel 1, onderdeel b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer het burgerservicenummer, bedoeld in, van de uiteindelijk begunstigde; en c. artikel 2.2, tweede lid, onderdeel f indien een pandrecht is gevestigd op een contingent als bedoeld in, een bewijs van beëindiging van dit pandrecht. 2022 19616 25-07-2022 22-07-2022 WJZ/21159356 2022 19616 25-07-2022 22-07-2022 WJZ/21159356 26-07-2022
Artikel 2.5 — Artikel 2.5 Aanvraagperiode en subsidieplafond#
Artikel 2.5 Aanvraagperiode en subsidieplafond 1 Een aanvraag kan worden ingediend in de periode van donderdag 1 september 2022 tot en met woensdag 30 november 2022. 2 Aanvragen kunnen worden ingediend vanaf 09.00 uur op de in het eerste lid genoemde begindatum en zijn tijdig ingediend, indien zij op de in het eerste lid genoemde einddatum vóór 17.00 uur zijn ontvangen. 3 Het subsidieplafond voor de verstrekking van subsidies op aanvragen die zijn ingediend in de in het eerste lid bedoelde periode, bedraagt € 155.000.000. 2022 19616 25-07-2022 22-07-2022 WJZ/21159356 2022 19616 25-07-2022 22-07-2022 WJZ/21159356 26-07-2022
Artikel 2.6 — Artikel 2.6 Afwijzingsgronden#
Artikel 2.6 Afwijzingsgronden artikel 1.6 artikel 2.2, eerste lid Onverminderd, beslist de minister afwijzend op een aanvraag om subsidie, bedoeld in, indien: a. artikel 2.7 hij het onaannemelijk acht dat de subsidieaanvrager tijdig zal voldoen aan de verplichtingen, bedoeld in; of b. het betreffende vissersvaartuig op het moment van subsidieverlening niet meer staat ingeschreven in het visserijregister. 2022 19616 25-07-2022 22-07-2022 WJZ/21159356 2022 19616 25-07-2022 22-07-2022 WJZ/21159356 26-07-2022
Artikel 2.7 — Artikel 2.7 Verplichtingen subsidieontvanger#
Artikel 2.7 Verplichtingen subsidieontvanger 1 artikel 1.8 Onverminderd, is de subsidieontvanger verplicht om vóór de aanvraag tot subsidievaststelling: a. ervoor zorg te dragen: 1⁰. dat: i. het betreffende vissersvaartuig is gesloopt; ii. afdeling 2 van titel 1 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek artikel 195 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek de teboekstelling van het vissersvaartuig in de openbare registers, bedoeld in, is doorgehaald overeenkomstig; en iii. het sloopbedrijf een afschrift van de voltooiingsverklaring als bedoeld in artikel 3, onderdeel 20, van de scheepsrecyclingsverordening afgeeft of een sloopverklaring afgeeft waarvoor door de minister een model ter beschikking wordt gesteld; of 2⁰. dat: i. het betreffende vissersvaartuig fysiek is overgedragen aan een sloopbedrijf om volledig gesloopt te worden;, ii. met de sloop een begin is gemaakt door het onklaar maken van het vissersvaartuig; iii. artikel 5 van het Besluit registratie vissersvaartuigen 1998 er ten minste één foto is gemaakt voorafgaand aan het onklaar maken en ten minste één foto is gemaakt nadat het vaartuig onklaar is gemaakt en op beide foto’s de gegevens, bedoeld in, te zien zijn; en iv. het sloopbedrijf een onklaarverklaring afgeeft waarvoor door de minister een model ter beschikken wordt gesteld; en b. artikel 7, eerste lid, van het Besluit registratie vissersvaartuigen 1998 dat overeenkomstig, mededeling wordt gedaan dat het betreffende vissersvaartuig niet meer gebruikt wordt als vissersvaartuig en wordt gesloopt of al is gesloopt. 2 De subsidievaststelling wordt enkel verleend indien de subsidieontvanger vanaf het moment van subsidieverlening tot en met het moment van subsidievaststelling geen verzoek bij de minister heeft ingediend dat ertoe heeft geleid dat: 1⁰. artikel 44 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij artikelen 41 42 43 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij contingent dat voor het betreffende vissersvaartuig gold of dat op grond vanop zijn naam is aangehouden geheel of gedeeltelijk is overgedragen overeenkomstig de,of; 2⁰. artikel 45, eerste lid, onderdeel a, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij contingent dat voor het betreffende vissersvaartuig gold in gebruik is gegeven overeenkomstigof die ingebruikgave is gewijzigd; en 3⁰. voor zover onder de naam van de aanvrager nog een of meer andere vissersvaartuigen in het visserijregister zijn ingeschreven: i. artikel 40 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij contingent dat voor het betreffende vissersvaartuig gold is verdeeld over deze andere vissersvaartuigen overeenkomstig; en ii. artikel 44 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij aangehouden contingent geldend is gemaakt op deze andere vissersvaartuigen overeenkomstig. 3 artikel 93, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij De subsidieontvanger schrijft vanaf de dag dat de subsidie is aangevraagd tot en met vijf jaar na de datum van de subsidievaststelling geen vissersvaartuig in het visserijregister in. In die termijn verhoogt de subsidieontvanger ook niet het motorvermogen of de brutotonnage van eventueel resterende vissersvaartuigen en vraagt daarvoor geen visvergunning aan als bedoeld in. 4 Indien de subsidieontvanger deel uitmaakt van een groep, draagt de subsidieontvanger er tevens zorg voor dat de andere ondernemingen die deel uitmaken van die groep, of die binnen vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling deel uitmaken van die groep, tot en met vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling voldoen aan de verplichtingen, bedoeld in het derde lid. 5 afdeling 2 van titel 1 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek artikel 195 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek artikel 2.7, eerste lid, onderdeel a, onder 1 Indien de subsidieontvanger gebruikt maakt van de verplichtingen in het eerste lid, onderdeel a, onder 2, draagt hij er zorg voor dat het betreffende vissersvaartuig vóór 1 april 2024 geheel wordt gesloopt en dat de teboekstelling van het vissersvaartuig in de openbare registers, bedoeld in, wordt doorgehaald overeenkomstig. Een afschrift van deze doorhaling alsmede een afschrift van de voltooiingsverklaring of een door het sloopbedrijf afgegeven sloopverklaring als bedoeld in, wordt voor de in de eerste volzin genoemde datum bij de minister ingediend met gebruikmaking van een middel dat door de minister beschikbaar wordt gesteld. 6 De verplichtingen, bedoeld in het eerste, derde en vijfde lid, berusten in het geval van opheffing van de rechtspersoon die de subsidieontvanger is, gedurende de in die leden genoemde periode, bij de uiteindelijk begunstigde of de uiteindelijk begunstigden van de subsidie. 7 artikel 2.8, vijfde lid De verplichtingen, bedoeld in het eerste lid, en het vijfde lid, gelden niet in de situatie, bedoeld in. 2022 19616 25-07-2022 22-07-2022 WJZ/21159356 2022 19616 25-07-2022 22-07-2022 WJZ/21159356 26-07-2022
Artikel 2.8 — Artikel 2.8 Vaststelling subsidie#
Artikel 2.8 Vaststelling subsidie 1 De subsidieontvanger vraagt niet later dan 31 juli 2023 de vaststelling van de subsidie aan. 2 De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een middel dat door de minister beschikbaar wordt gesteld. 3 Bij de aanvraag tot subsidievaststelling wordt in ieder geval meegezonden: a. de overeenkomst met het sloopbedrijf, waaruit duidelijk blijkt of de subsidieontvanger, na aftrek van de sloopkosten, vergoeding ontvangt van het sloopbedrijf voor het ter sloop overgedragen betreffende vissersvaartuig, en zo ja wat de hoogte van de vergoeding is; b. artikel 2,7 eerste lid, onderdeel a, onder 1 een afschrift waaruit blijkt dat de teboekstelling van het vissersvaartuig in de openbare registers is doorgehaald en een voltooiingsverklaring of sloopverklaring als bedoeld in, dan wel ten minste twee foto’s en een onklaarverklaring als bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, onderdeel a, onder 2; en c. gegevens over de subsidieontvanger, waaronder naam, post- en bezoekadres en rekeningnummer. 4 De minister kan ten behoeve van de vaststelling van de subsidie bij de subsidieontvanger aanvullende informatie of bewijsstukken opvragen die nodig zijn om te beoordelen of voldaan is aan de bij deze regeling gestelde eisen. 5 In afwijking van het tweede lid, onderdelen a en b, wordt, indien het betreffende vissersvaartuig verloren gegaan is op een tijdstip tussen het moment van subsidieverlening en het moment waarop het betreffende vissersvaartuig voor sloop wordt aangeboden, bij de aanvraag tot subsidievaststelling meegezonden: a. een bewijs van het verloren gaan van het betreffende vissersvaartuig meegezonden; b. een afschrift waaruit blijkt dat de teboekstelling van het vissersvaartuig in de openbare registers is doorgehaald; en c. een verklaring van de verzekeringsmaatschappij omtrent de hoogte van de door de verzekering uitgekeerde vergoeding. 2022 19616 25-07-2022 22-07-2022 WJZ/21159356 2022 19616 25-07-2022 22-07-2022 WJZ/21159356 26-07-2022
Artikel 2.9 — Artikel 2.9 Beschikking tot subsidievaststelling#
Artikel 2.9 Beschikking tot subsidievaststelling De minister geeft een beschikking op een aanvraag tot subsidievaststelling binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag daartoe dan wel nadat de voor het indienen ervan geldende termijn is verstreken. 2022 19616 25-07-2022 22-07-2022 WJZ/21159356 2022 19616 25-07-2022 22-07-2022 WJZ/21159356 26-07-2022
Artikel 2.10 — Artikel 2.10 Staatssteun#
Artikel 2.10 Staatssteun artikel 2.2, eerste lid De subsidie, bedoeld in, bevat staatssteun en wordt gerechtvaardigd door staatssteunmaatregel SA.64737 (2022/N). 2022 19616 25-07-2022 22-07-2022 WJZ/21159356 2022 19616 25-07-2022 22-07-2022 WJZ/21159356 26-07-2022
Artikel 2.11 — Artikel 2.11 Vervaltermijn#
Artikel 2.11 Vervaltermijn Deze titel vervalt met ingang van 1 januari 2024, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend. 2022 19616 25-07-2022 22-07-2022 WJZ/21159356 2022 19616 25-07-2022 22-07-2022 WJZ/21159356 26-07-2022
Artikel 2.12 — Artikel 2.12 Begripsbepalingen#
Artikel 2.12 Begripsbepalingen In deze titel wordt verstaan onder: betreffende vissersvaartuig: artikel 2.13, eerste lid vissersvaartuig ten behoeve waarvan de subsidie, bedoeld in, is aangevraagd of verleend; satellietvolgapparatuur: satellietvolgapparatuur als bedoeld in artikel 9 van de controleverordening; verordening 508/2014: verordening (EU) nr. 508/2014 Verordeningen (EG) nr. 2328/2003 (EG) nr. 861/2006 (EG) nr. 1198/2006 (EG) nr. 791/2007 nr. 1255/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en tot intrekking van de,,envan de Raad en Verordening (EU)van het Europees Parlement en de Raad (PbEU 2014, L 149). 2023 9390 12-04-2023 11-04-2023 WJZ/26656347 2023 9390 12-04-2023 11-04-2023 WJZ/26656347 13-04-2023
Artikel 2.13 — Artikel 2.13 Subsidieverstrekking#
Artikel 2.13 Subsidieverstrekking 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan de eigenaar van een vissersvaartuig voor het gedurende ten minste vijf en ten hoogste achttienmaal een volledige ononderbroken stilligperiode stopzetten van visserijactiviteiten met dat vissersvaartuig. 2 Als een volledige ononderbroken stilligperiode als bedoeld in het eerste lid wordt beschouwd een periode van 168 aaneengesloten uren. 3 De subsidie, bedoeld in het eerste lid, wordt enkel verleend, indien: a. uit de logboekgegevens blijkt dat met het betreffende vissersvaartuig in de twee kalenderjaren voorafgaand aan het jaar van indiening van de subsidieaanvraag, in de kalenderjaren 2018 en 2019, 2019 en 2020, of 2020 en 2021 gedurende ten minste 120 dagen visserijactiviteiten op zee zijn verricht; b. uit: 1°. bijlage I de logboekgegevens blijkt dat de totale hoeveelheid vis die in de in onderdeel a bedoelde visserijactiviteiten per kalenderjaar is gevangen, uitgedrukt in kilogrammen levend gewicht, voor ten minste 20 procent bestond uit de ingenoemde vissoorten die zijn gevangen in de bij die vissoort vermelde wateren; of 2°. bijlage I de verkoopdocumenten blijkt dat de totale hoeveelheid vis die in de in onderdeel a bedoelde visserijactiviteiten per kalenderjaar is verkocht uitgedrukt in euro’s, voor ten minste 20 procent bestond uit de ingenoemde vissoorten die zijn gevangen in de bij die vissoorten vermelde wateren; en c. het betreffende vissersvaartuig tijdens de in onderdeel a bedoelde visserijactiviteiten was geregistreerd in het visserijregister. 2023 9390 12-04-2023 11-04-2023 WJZ/26656347 2023 9390 12-04-2023 11-04-2023 WJZ/26656347 13-04-2023
Artikel 2.14 — Artikel 2.14 Hoogte subsidie#
Artikel 2.14 Hoogte subsidie 1 De hoogte van de subsidie wordt berekend overeenkomstig de formule: Subsidiebedrag = (JO * 0,7) * (D / 365) In deze formules betekent: JO: de jaaromzet van het vissersvaartuig over de periode, bedoeld in het tweede lid, uitgedrukt in Euro’s; D: het aantal dagen dat het vissersvaartuig in een haven stilligt. 2 Voor de berekening van de subsidie, bedoeld in het eerste lid, wordt het gemiddelde van de fiscale jaren 2017, 2018 en 2019 gebruikt. 3 artikel 2.13, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt, indien van toepassing, verminderd met andere subsidies of uitkeringen uit nationale regelingen ten behoeve van het financieren van inkomensverlies als gevolg van de Brexit voor het betreffende vissersvaartuig, die door de subsidieontvanger zijn ontvangen tussen 1 januari 2021 en de datum van betaling van de subsidie die verleend wordt op grond van artikel 2.13, eerste lid. 4 artikel 2.13, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt, indien van toepassing, verminderd met een eventuele uitkering van een verzekeringsmaatschappij die verleend is of zal worden voor de vergoeding van deze stopzetting van visserijactiviteiten. 2023 9390 12-04-2023 11-04-2023 WJZ/26656347 2023 9390 12-04-2023 11-04-2023 WJZ/26656347 13-04-2023
Artikel 2.15 — Artikel 2.15 Realisatietermijn#
Artikel 2.15 Realisatietermijn Het stopzetten van visserijactiviteiten vindt plaats in periode van 1 januari 2021 tot en met 24 december 2022, met uitzondering van de periode vanaf 24 december 2021 tot en met 31 december 2021. 2023 9390 12-04-2023 11-04-2023 WJZ/26656347 2023 9390 12-04-2023 11-04-2023 WJZ/26656347 13-04-2023
Artikel 2.16 — Artikel 2.16 Informatieverplichtingen bij aanvraag#
Artikel 2.16 Informatieverplichtingen bij aanvraag artikel 1.5 Onverminderdomvat een aanvraag in ieder geval: a. een overzicht van de volledige ononderbroken stilligperiode waarin de visserijactiviteiten met het vissersvaartuig zijn stopgezet; b. artikel 2.14, eerste lid een rapport van feitelijke bevindingen dat is opgesteld door een erkende accountant, waaruit blijkt wat de jaaromzet van het betreffende vissersvaartuig is over het fiscale jaar dat voor berekening van de subsidie, bedoeld in, wordt gebruikt; c. indien het betreffende vissersvaartuig geen satellietvolgapparatuur heeft, een verklaring van de havenmeester waaruit blijkt dat het betreffende vissersvaartuig de volledige ononderbroken stilligperiode, bedoeld in onderdeel a, de haven niet heeft verlaten. d. verordening 508/2014 een verklaring dat op de subsidieaanvrager geen van de in artikel 10, eerste en derde lid, van degenoemde gevallen van toepassing is. 2023 9390 12-04-2023 11-04-2023 WJZ/26656347 2023 9390 12-04-2023 11-04-2023 WJZ/26656347 13-04-2023
Artikel 2.17 — Artikel 2.17 Aanvraagperiode en subsidieplafond#
Artikel 2.17 Aanvraagperiode en subsidieplafond 1 Een aanvraag om subsidieverlening kan worden ingediend in de periode van 13 april 2023 tot en met 30 juni 2023. 2 Aanvragen om subsidieverlening kunnen worden ingediend vanaf 09:00 uur op de in het eerste lid genoemde begindatum en zijn tijdig ingediend indien zij op de in het eerste lid genoemde einddatum vóór 17:00 uur zijn ontvangen. 3 Het subsidieplafond voor de verstrekking van subsidies op aanvragen die zijn ingediend in de in het eerste lid bedoelde periode, bedraagt € 42.000.000. 2023 32629 29-11-2023 24-11-2023 WJZ/34996763 2023 32629 29-11-2023 24-11-2023 WJZ/34996763 30-11-2023
Artikel 2.18 — Artikel 2.18 Afwijzingsgronden#
Artikel 2.18 Afwijzingsgronden artikel 1.6 artikel 2.13, eerste lid Onverminderd, beslist de minister afwijzend op een aanvraag om subsidie, bedoeld in, indien: a. het betreffende vissersvaartuig geen satellietvolgapparatuur heeft en: 1°. uit de logboekgegevens blijkt dat er in de stilligperiode visserijactiviteiten zijn geregistreerd; 2°. artikel 2.16, onderdeel a er geen verklaring van de havenmeester is waaruit blijkt dat het betreffende vissersvaartuig de volledige ononderbroken stilligperiode, bedoeld in, in de haven heeft gelegen; en 3°. de verklaring van de havenmeester niet ondertekend is door zowel de havenmeester als de eigenaar van het betreffende vissersvaartuig; b. verordening 508/2014 de ingediende aanvraag niet ontvankelijk is voor steun ingevolge artikel 10 van de; c. artikel 2.19 de minister het onaannemelijk acht dat de subsidieaanvrager zal voldoen aan de verplichtingen, bedoeld in; of d. verordening 508/2014 de subsidie bestemd is voor de activiteiten als bedoeld in artikel 11, onderdelen a, b, d, e en f, van de. 2023 9390 12-04-2023 11-04-2023 WJZ/26656347 2023 9390 12-04-2023 11-04-2023 WJZ/26656347 13-04-2023
Artikel 2.19 — Artikel 2.19 Verplichtingen subsidieontvanger#
Artikel 2.19 Verplichtingen subsidieontvanger 1 artikel 2.13, eerste lid Gedurende de volledige ononderbroken stilligperiode, bedoeld in, worden alle visserijactiviteiten met het vissersvaartuig stopgezet. 2 Aan het eerste lid is voldaan, indien: a. uit de gegevens van het satellietvolgsysteem voor vaartuigen blijkt dat het vissersvaartuig de haven niet heeft verlaten en de satellietvolgapparatuur tijdens de volledige duur van het stopzetten ingeschakeld is; of b. artikel 2.16, aanhef en onderdeel c het betreffende vissersvaartuig geen satellietvolgapparatuur heeft en is voldaan aan; 3 verordening 508/2014 De subsidieontvanger pleegt gedurende ten minste vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling geen van de overtredingen genoemd in artikel 10, eerste lid, van. 4 verordening 508/2014 artikel 4:49 van de Algemene wet bestuursrecht Indien subsidie wordt verstrekt aan een eigenaar van een vissersvaartuig als bedoeld in artikel 25 van, wordt de beschikking tot subsidievaststelling onverminderdingetrokken of ten nadele van de subsidieontvanger gewijzigd indien het vissersvaartuig binnen vijf jaar te rekenen vanaf de datum van de laatste betaling naar buiten de Europese Unie wordt overgedragen. 2023 9390 12-04-2023 11-04-2023 WJZ/26656347 2023 9390 12-04-2023 11-04-2023 WJZ/26656347 13-04-2023
Artikel 2.20 — Artikel 2.20 Vaststelling subsidie#
Artikel 2.20 Vaststelling subsidie artikel 2.16 Op grond van de aanvraag voor subsidieverlening en de documenten waarmee deze vergezeld gaat, bedoeld in, wordt de subsidie vastgesteld zonder voorafgaande beschikking tot subsidieverlening. 2023 9390 12-04-2023 11-04-2023 WJZ/26656347 2023 9390 12-04-2023 11-04-2023 WJZ/26656347 13-04-2023
Artikel 2.21 — Artikel 2.21 Staatssteun#
Artikel 2.21 Staatssteun artikel 2.13, eerste lid De subsidie, bedoeld in, bevat staatssteun en wordt gerechtvaardigd door steunmaatregel SA.104968 (2022/N), en steunmaatregel SA.104968 (2023/N). 2023 32629 29-11-2023 24-11-2023 WJZ/34996763 2023 32629 29-11-2023 24-11-2023 WJZ/34996763 30-11-2023
Artikel 2.22 — Artikel 2.22 Vervaltermijn#
Artikel 2.22 Vervaltermijn Deze titel vervalt met ingang van 1 januari 2024, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend. 2023 9390 12-04-2023 11-04-2023 WJZ/26656347 2023 9390 12-04-2023 11-04-2023 WJZ/26656347 13-04-2023
Artikel 2.23 — Artikel 2.23 Begripsbepalingen#
Artikel 2.23 Begripsbepalingen In deze titel wordt verstaan onder: wateren van het Verenigd Koninkrijk: de territoriale wateren en de exclusieve economische zone van het Verenigd Koninkrijk; wateren van Noorwegen: de territoriale wateren en de exclusieve economische zone van Noorwegen. 2023 9390 12-04-2023 11-04-2023 WJZ/26656347 2023 9390 12-04-2023 11-04-2023 WJZ/26656347 13-04-2023
Artikel 2.24 — Artikel 2.24 Subsidieverstrekking#
Artikel 2.24 Subsidieverstrekking 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan de eigenaar van een vissersvaartuig, indien: a. er inkomensverlies is ontstaan als gevolg van het behalen van ten minste 30 procent minder omzet door het verrichten van visserijactiviteiten in de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 maart 2021 met het vissersvaartuig waarvoor subsidie is aangevraagd ten opzichte van: 1°. de omzet die behaald werd in de periode van 1 januari 2019 tot en met 31 maart 2019, in het geval het vissersvaartuig na 1 januari 2015 was ingeschreven in het visserijregister; of 2°. de omzet die in de kalenderjaren 2015, 2016, 2017, 2018 en 2019 gemiddeld behaald werd in de periode van 1 januari tot en met 31 maart, in het geval het vissersvaartuig tenminste vanaf 1 januari 2015 was ingeschreven in het visserijregister; en b. het inkomensverlies, bedoeld in onderdeel a, aantoonbaar verband heeft met de Brexit, blijkend uit de vervulling van één of meer van de volgende voorwaarden: 1°. uit de logboek gegevens of de verkoopdocumenten van het vissersvaartuig, bedoeld in onderdeel a, blijkt dat de totale hoeveelheid vis, uitgedrukt in kilogrammen levend gewicht respectievelijk waarde in euro’s, die bij het verrichten van visserijactiviteiten met dit vissersvaartuig in 2019 werd aangeland, voor ten minste 20 procent bestond uit de in bijlage I genoemde vissoorten die zijn gevangen in de bij die vissoorten vermelde wateren; 2°. uit de beschikbare gegevens uit het volgsysteem voor vaartuigen, bedoeld in artikel 9 van de controleverordening, blijkt dat in het kalenderjaar 2019 ten minste in 60 dagen visserijactiviteiten zijn verricht in de wateren van het Verenigd Koninkrijk met het vissersvaartuig, bedoeld in onderdeel a; 3°. uit de beschikbare vismachtigingen en de aanvragen hiervan blijkt dat voor de periode van 1 januari 2021 tot en met 16 maart 2021, in tegenstelling tot in de periode van 1 januari 2019 tot en met 16 maart 2019, er op aanvraag van de eigenaar van het vissersvaartuig, bedoeld in onderdeel a, geen vismachtiging verleend is voor het met dit vissersvaartuig verrichten van visserijactiviteiten in de wateren van Noorwegen; of 4°. uit de logboek gegevens van het vissersvaartuig, bedoeld in onderdeel a, blijkt dat in de periode van 1 januari 2018 tot en met 31 december 2020 ten minste gemiddeld 25 procent van de totale hoeveelheid van de gemiddelde jaarlijkse vangst van Noorse kreeft van dit vissersvaartuig werd gerealiseerd in de wateren van het Verenigd Koninkrijk, ICES deelgebied 4, ten noorden van 53°N met het gebruik van dubbele bordentrawls met een maaswijdte van kleiner dan 95 millimeter. 2 De subsidieaanvrager, dient per vissersvaartuig, een aanvraag om subsidieverlening in. 2023 9390 12-04-2023 11-04-2023 WJZ/26656347 2023 9390 12-04-2023 11-04-2023 WJZ/26656347 13-04-2023
Artikel 2.25 — Artikel 2.25 Hoogte subsidie#
Artikel 2.25 Hoogte subsidie 1 artikel 2.24, eerste lid, onderdeel a De subsidie bedraagt 50 procent van de uitkomst van de berekening van het inkomensverlies, bedoeld in, verminderd met een eventuele uitkering van een verzekeringsmaatschappij die verleend is of zal worden voor de vergoeding van dit inkomensverlies. 2 De subsidie bedraagt ten hoogste € 300.000 per vissersvaartuig, met dien verstande dat aan een subsidieaanvrager die voor meerdere vissersvaartuigen subsidie aanvraagt in totaal ten hoogste € 900.000 subsidie wordt verleend. 2023 9390 12-04-2023 11-04-2023 WJZ/26656347 2023 9390 12-04-2023 11-04-2023 WJZ/26656347 13-04-2023
Artikel 2.26 — Artikel 2.26 Informatieverplichtingen bij de aanvraag om subsidieverlening#
Artikel 2.26 Informatieverplichtingen bij de aanvraag om subsidieverlening 1 artikel 1.5 Onverminderdbevat een aanvraag om subsidieverlening: a. artikel 2.24, eerste lid, onderdeel b beknopte informatie waaruit volgt aan welke voorwaarde of voorwaarden als bedoeld in, het desbetreffende vissersvaartuig voldoet; b. artikel 2.24, eerste lid, onderdeel a een verklaring van de subsidieaanvrager over of er een uitkering door een verzekeringsmaatschappij is verleend of naar verwachting zal worden verleend voor de vergoeding van het inkomensverlies, bedoeld in, en, voor zo ver van toepassing, wat de hoogte van deze uitkering bedraagt of naar verwachting zal bedragen. 2 artikel 1.5 Onverminderd, gaat een aanvraag om subsidieverlening vergezeld van: a. artikel 2.24, eerste lid, onderdeel a, aanhef en subonderdeel 1° of 2° een rapport van feitelijke bevindingen dat is opgesteld door een erkende accountant en gebruikt kan worden bij de beoordeling van de voorwaarde als bedoeld in, waaruit ten minste blijkt welke omzet bij het verrichten van visserijactiviteiten met het vissersvaartuig behaald werd in de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 maart 2021 en: 1°. welke omzet behaald werd in de periode van 1 januari 2019 tot en met 31 maart 2019, in het geval het vissersvaartuig na 1 januari 2015 was ingeschreven in het visserijregister; of 2°. welke omzet in de kalenderjaren 2015, 2016, 2017, 2018 en 2019 gemiddeld behaald werd in de periode van 1 januari tot en met 31 maart, in het geval het vissersvaartuig tenminste vanaf 1 januari 2015 was ingeschreven in het visserijregister; en b. artikel 2.24, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° verkoopdocumenten, waaruit volgt dat het vissersvaartuig voldoet aan de voorwaarde als bedoeld in, voor zover de logboek gegevens onvoldoende informatie bevatten over de hoeveelheid aangelande vis van een vissersvaartuig in 2019. 2023 9390 12-04-2023 11-04-2023 WJZ/26656347 2023 9390 12-04-2023 11-04-2023 WJZ/26656347 13-04-2023
Artikel 2.27 — Artikel 2.27 Aanvraagperiode voor de aanvraag om subsidie en subsidieplafond#
Artikel 2.27 Aanvraagperiode voor de aanvraag om subsidie en subsidieplafond 1 Een aanvraag om subsidieverlening kan worden ingediend in de periode van 13 april 2023 tot en met 30 juni 2023. 2 Aanvragen om subsidieverlening kunnen worden ingediend vanaf 9.00 uur op de in het eerste lid genoemde begindatum en zijn tijdig ingediend indien zij op de in het eerste lid genoemde einddatum vóór 17.00 uur zijn ontvangen. 3 Het subsidieplafond voor de verstrekking van subsidies op aanvragen om subsidieverlening die zijn ingediend in de periode, bedoeld in het eerste lid, bedraagt € 12.000.000. 2023 9390 12-04-2023 11-04-2023 WJZ/26656347 2023 9390 12-04-2023 11-04-2023 WJZ/26656347 13-04-2023
Artikel 2.28 — Artikel 2.28 Afwijzingsgronden#
Artikel 2.28 Afwijzingsgronden artikel 1.6 artikel 2.24, eerste lid Onverminderdbeslist de minister afwijzend op een aanvraag om subsidieverlening, bedoeld in, indien: a. de aanvraag om subsidieverlening betrekking heeft op een vissersvaartuig, waarvoor eerder subsidie is verleend: 1°. artikelen 2.2 2.24 op grond van deof; of 2°. artikel 2.13 op grond van, indien deze eerdere subsidieverlening geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 maart 2021; b. de te verlenen subsidie voor een vissersvaartuig minder dan € 15.000 zou bedragen; c. De aanvraag om subsidieverlening betrekking heeft op een vissersvaartuig dat niet was geregistreerd in het visserijregister: artikel 2.24, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° in het geval dit vissersvaartuig volgens deze aanvraag zou voldoen aan de voorwaarde als bedoeld in. 1°. artikel 2.24, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1° in de periode van 1 januari 2019 tot en met 31 maart 2021, in het geval dit vissersvaartuig volgens deze aanvraag zou voldoen aan de voorwaarde als bedoeld in; of 2°. in de periode van 1 januari 2015 tot en met 31 maart 2021, 2023 9390 12-04-2023 11-04-2023 WJZ/26656347 2023 9390 12-04-2023 11-04-2023 WJZ/26656347 13-04-2023
Artikel 2.29 — Artikel 2.29 Vaststelling subsidie#
Artikel 2.29 Vaststelling subsidie artikelen 1.5 2.26 Op grond van de aanvraag om subsidieverlening en de documenten waarmee deze vergezeld gaat, bedoeld in deen, wordt de subsidie vastgesteld zonder voorafgaande beschikking tot subsidieverlening. 2023 9390 12-04-2023 11-04-2023 WJZ/26656347 2023 9390 12-04-2023 11-04-2023 WJZ/26656347 13-04-2023
Artikel 2.30 — Artikel 2.30 Staatssteun#
Artikel 2.30 Staatssteun artikel 2.24, eerste lid De subsidie, bedoeld in, bevat staatssteun en wordt gerechtvaardigd door staatssteunmaatregel SA102403.(2022/N). 2023 9390 12-04-2023 11-04-2023 WJZ/26656347 2023 9390 12-04-2023 11-04-2023 WJZ/26656347 13-04-2023
Artikel 2.31 — Artikel 2.31 Vervaltermijn#
Artikel 2.31 Vervaltermijn Deze titel vervalt met ingang van 1 januari 2024, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend. 2023 9390 12-04-2023 11-04-2023 WJZ/26656347 2023 9390 12-04-2023 11-04-2023 WJZ/26656347 13-04-2023
Artikel 3.1 — Artikel 3.1 Inwerkingtreding en vervaldatum#
Artikel 3.1 Inwerkingtreding en vervaldatum 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2024, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend. 2022 19616 25-07-2022 22-07-2022 WJZ/21159356 2022 19616 25-07-2022 22-07-2022 WJZ/21159356 26-07-2022
Artikel 3.2 — Artikel 3.2 Citeertitel#
Artikel 3.2 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke subsidieregeling vermindering gevolgen Brexit voor de visserij. 2022 19616 25-07-2022 22-07-2022 WJZ/21159356 2022 19616 25-07-2022 22-07-2022 WJZ/21159356 26-07-2022
Artikel 2.2#
artikelen 2.2, tweede lid, onderdeel a
Artikel 2.13#
2.13, derde lid, onderdeel b, subonderdelen 1° en 2°
Artikel 2.24#
2.24, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1°
Artikel 2.3#
artikel 2.3, tweede lid