Besluit van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 31 mei 2023, nr. OWB/33161714, houdende instelling van de Evaluatiecommissie Rathenau Instituut (Instellingsbesluit Evaluatiecommissie Rathenau Instituut 2023)
- BWB-id
- BWBR0048253
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 2023-06-13 t/m 2024-06-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0048253
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2023/instellingsbesluit-evaluatiecommissie-rathenau-instituut-201
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2023/instellingsbesluit-evaluatiecommissie-rathenau-instituut-201/2023-06-13
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0048253&g=2023-06-13
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0048253&z=2026-06-06&g=2023-06-13
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0048253/2023-06-13
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2023/instellingsbesluit-evaluatiecommissie-rathenau-instituut-201
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In dit besluit wordt verstaan onder: a. Minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; b. commissie: artikel 8 van het Instellingsbesluit Rathenau Instituut commissie als bedoeld in; en c. KNAW: Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. 2023 16135 12-06-2023 31-05-2023 OWB/33161714 2023 16135 12-06-2023 31-05-2023 OWB/33161714 13-06-2023 01-05-2023
Artikel 2 — Artikel 2 Instelling en taak#
Artikel 2 Instelling en taak 1 Er is een Evaluatiecommissie Rathenau Instituut. 2 De commissie heeft tot taak het evalueren over de periode 2017 tot en met 2022 van: a. de bijdrage van het Rathenau Instituut aan het maatschappelijk debat over vraagstukken die samenhangen met of het gevolg zijn van wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen en de maatschappelijke positie van het instituut; b. de bijdrage van het Rathenau Instituut aan de politieke oordeelsvorming over vraagstukken die samenhangen met of het gevolg zijn van wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen en meer specifiek over de bijdragen van het instituut aan beide kamers van de Staten Generaal en het Europees parlement; c. de bijdrage van het Rathenau Instituut aan het vergroten van het inzicht in de werking van het wetenschapssysteem en de bijdrage aan het wetenschapsbeleid en de politieke oordeelsvorming daarover in beide Kamers der Staten-Generaal; d. Instellingsbesluit Rathenau Instituut artikel 3 van dat besluit de wetenschappelijke, maatschappelijke en beleidsmatige kwaliteit van het werk van het Rathenau Instituut waarbij rekening wordt gehouden met de omstandigheid dat het instituut conform hetalleen onderzoek kan verrichten of doet verrichten ten behoeve van de ingenoemde taken; en e. de vitaliteit van het Rathenau Instituut. 3 De commissie maakt hierbij gebruik van de in de toelichting bij dit besluit geformuleerde vragen. 2023 16135 12-06-2023 31-05-2023 OWB/33161714 2023 16135 12-06-2023 31-05-2023 OWB/33161714 13-06-2023 01-05-2023
Artikel 3 — Artikel 3 Instellingsduur#
Artikel 3 Instellingsduur De commissie wordt ingesteld met ingang van 1 mei 2023 en wordt opgeheven per 1 december 2023. 2023 16135 12-06-2023 31-05-2023 OWB/33161714 2023 16135 12-06-2023 31-05-2023 OWB/33161714 13-06-2023 01-05-2023
Artikel 4 — Artikel 4 Informatieplicht#
Artikel 4 Informatieplicht De commissie verstrekt aan de minister desgevraagd de door hem gewenste inlichtingen. 2023 16135 12-06-2023 31-05-2023 OWB/33161714 2023 16135 12-06-2023 31-05-2023 OWB/33161714 13-06-2023 01-05-2023
Artikel 5 — Artikel 5 Leden#
Artikel 5 Leden 1 Tot leden van de commissie worden benoemd: a) Prof.dr. S.E. (Simone) Buitendijk (voorzitter) b) Dr. K.M. (Kathalijne) Buitenweg (lid) c) Dr. P.A. (Patrick) van der Duin (lid) d) Prof.dr. T.E. (Tsjalling) Swierstra (lid) e) Dr. U. (Uta) Wehn (lid) 2 De commissie wordt bijgestaan door een secretaris. De minister draagt zorg voor de secretaris en de hieraan verbonden kosten. De secretaris is geen lid van de commissie. 3 De benoeming geschiedt voor de duur van de commissie. 4 Bij tussentijds vertrek van een lid of de secretaris kan de minister een vervanger benoemen. 2023 16135 12-06-2023 31-05-2023 OWB/33161714 2023 16135 12-06-2023 31-05-2023 OWB/33161714 13-06-2023 01-05-2023
Artikel 6 — Artikel 6 Werkwijze#
Artikel 6 Werkwijze 1 De commissie stelt haar eigen werkwijze vast. 2 De commissie kan zich door andere personen doen bijstaan voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is, waaronder, op persoonlijke titel, ambtelijke deskundigen. 3 Instellingsbesluit Rathenau Instituut De commissie heeft de beschikking over de in hetgenoemde bronnen en een evaluatieprotocol voor het Rathenau Instituut. 2023 16135 12-06-2023 31-05-2023 OWB/33161714 2023 16135 12-06-2023 31-05-2023 OWB/33161714 13-06-2023 01-05-2023
Artikel 7 — Artikel 7 Eindrapport#
Artikel 7 Eindrapport De commissie brengt vóór 1 december 2023 haar eindrapport uit aan de minister. 2023 16135 12-06-2023 31-05-2023 OWB/33161714 2023 16135 12-06-2023 31-05-2023 OWB/33161714 13-06-2023 01-05-2023
Artikel 8 — Artikel 8 Vergoeding#
Artikel 8 Vergoeding 1 Aan de leden van de commissie wordt een vaste vergoeding per maand toegekend waarbij de salarisschaal wordt vastgesteld op het maximum van schaal 18 conform de laatst afgesloten CAO Rijk. De arbeidsduurfactor wordt daarbij vastgesteld op 0,10 dag per week voor de voorzitter en 0,07 dag per week voor de leden op basis van 8-urige werkdagen. 2 artikel 2, tweede lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges Naast de vergoeding voor de werkzaamheden komen de eventuele reis- en verblijfskosten van de voorzitters, andere leden en het secretariaat voor vergoeding in aanmerking. De leden ontvangen een vergoeding voor reiskosten gebaseerd op de regeling, bedoeld in. 2023 16135 12-06-2023 31-05-2023 OWB/33161714 2023 16135 12-06-2023 31-05-2023 OWB/33161714 13-06-2023 01-05-2023
Artikel 9 — Artikel 9 Kosten van de commissie#
Artikel 9 Kosten van de commissie 1 De kosten van de commissie komen, voor zover goedgekeurd, voor rekening van de minister. Onder kosten worden in ieder geval verstaan de kosten voor vergaderingen; 2 De commissie biedt zo spoedig mogelijk na haar instelling een begroting en een planning aan de minister aan. 2023 16135 12-06-2023 31-05-2023 OWB/33161714 2023 16135 12-06-2023 31-05-2023 OWB/33161714 13-06-2023 01-05-2023
Artikel 10 — Artikel 10 Verantwoording#
Artikel 10 Verantwoording De commissie biedt de minister vóór 1 december 2023 een eindverslag aan waarin verslag wordt gedaan over de activiteiten van de periode dat de commissie werkzaam is geweest. Desgewenst kan de commissie het eindverslag gelijktijdig met het eindrapport indienen. 2023 16135 12-06-2023 31-05-2023 OWB/33161714 2023 16135 12-06-2023 31-05-2023 OWB/33161714 13-06-2023 01-05-2023
Artikel 11 — Artikel 11 Openbaarmaking#
Artikel 11 Openbaarmaking Rapporten, notities, verslagen en andere producten welke door of namens de commissie worden vervaardigd, worden niet door de commissie openbaar gemaakt, maar uitsluitend aan de minister uitgebracht. 2023 16135 12-06-2023 31-05-2023 OWB/33161714 2023 16135 12-06-2023 31-05-2023 OWB/33161714 13-06-2023 01-05-2023
Artikel 12 — Artikel 12 Intellectuele eigendom#
Artikel 12 Intellectuele eigendom De leden van de commissie werken mee aan het tot stand komen van een overeenkomst indien dit naar het oordeel van de minister noodzakelijk is om te komen tot het kosteloos overdragen aan de minister van rechten met betrekking tot intellectuele eigendom. 2023 16135 12-06-2023 31-05-2023 OWB/33161714 2023 16135 12-06-2023 31-05-2023 OWB/33161714 13-06-2023 01-05-2023
Artikel 13 — Artikel 13 Archiefbescheiden#
Artikel 13 Archiefbescheiden De commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van de directie Concernondersteuning van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. 2023 16135 12-06-2023 31-05-2023 OWB/33161714 2023 16135 12-06-2023 31-05-2023 OWB/33161714 13-06-2023 01-05-2023
Artikel 14 — Artikel 14 Inwerkingtreding#
Artikel 14 Inwerkingtreding 1 Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin dit wordt geplaatst en werkt daarbij terug tot en met 1 mei 2023. 2 Dit besluit vervalt met ingang van 1 juli 2024. 2023 16135 12-06-2023 31-05-2023 OWB/33161714 2023 16135 12-06-2023 31-05-2023 OWB/33161714 13-06-2023 01-05-2023
Artikel 15 — Artikel 15 Citeertitel#
Artikel 15 Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Evaluatiecommissie Rathenau Instituut 2017–2022. 2023 16135 12-06-2023 31-05-2023 OWB/33161714 2023 16135 12-06-2023 31-05-2023 OWB/33161714 13-06-2023 01-05-2023