Regeling van de Minister voor Natuur en Stikstof van 5 juni 2023, nr. WJZ/ 27312647, houdende regels voor de verstrekking van subsidie voor het sluiten van veehouderijlocaties voor de reductie van stikstofdepositie op natuurgebieden (Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties voor stikstofreductie)
- BWB-id
- BWBR0048258
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-07-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0048258
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2023/landelijke-be-indigingsregeling-veehouderijlocaties-voor-sti
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2023/landelijke-be-indigingsregeling-veehouderijlocaties-voor-sti/2025-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0048258&g=2025-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0048258&z=2026-06-06&g=2025-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0048258/2025-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2023/landelijke-be-indigingsregeling-veehouderijlocaties-voor-sti
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsomschrijvingen#
Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze regeling wordt verstaan onder: AERIUS Check: www.aerius.nl rekeninstrument voor de vaststelling van de omvang van de stikstofvracht, beschikbaar op; dierenverblijf: gebouw voor het houden van landbouwhuisdieren, met uitzondering van ruimte voor uitloop; diersoorten met productierecht: melkvee, kippen, kalkoenen en varkens; landbouwhuisdier: zoogdier of vogel voor de productie van vlees, eieren, melk, wol of veren of een paard of pony voor het fokken; melkvee: artikel 1, eerste lid, onderdeel kk, van de Meststoffenwet dieren als bedoeld in; minister: Minister voor Natuur en Stikstof; Natura 2000-gebied: artikel 1.1 van de Wet natuurbescherming Omgevingswet Natura 2000-gebied als bedoeld in, dan wel, na inwerkingtreding van de, als bedoeld in die wet; natuurvergunning: artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming artikel 2.2aa, onderdeel a, van het Besluit omgevingsrecht Omgevingswet artikel 5.1, eerste lid, onderdeel e, van de Omgevingswet vergunning als bedoeld inof omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit als bedoeld indan wel, na de inwerkingtreding van de,; omgevingsrechtelijke melding: Activiteitenbesluit milieubeheer Omgevingswet artikel 4.808 van het Besluit activiteiten leefomgeving melding op grond van hetdan wel, na de inwerkingtreding van de, melding als bedoeld in; omgevingsvergunning beperkte milieutoets: artikel 2.1, eerste lid, onderdeel i, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht vergunning als bedoeld in; omgevingsvergunning milieu: artikel 2.1, eerste lid, onderdeel e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Omgevingswet vergunning verleend krachtens, dan wel, na inwerkingtreding van de, vergunning voor een milieubelastende activiteit als bedoeld in die wet; overbelast Natura 2000-gebied: bijlage 1 Natura 2000-gebied dat is vermeld in; productiecapaciteit: dierenverblijven, mest- en voeropslagen; productierecht: artikel 1, eerste lid, onderdeel aa, van de Meststoffenwet productierecht als bedoeld in, dat wordt uitgedrukt in: a. voor fosfaatrecht: kilogrammen fosfaat; b. bijlage II bij de Meststoffenwet voor varkensrecht: varkenseenheden, overeenkomstig de normen van; c. bijlage II bij de Meststoffenwet voor pluimveerecht: pluimvee-eenheden, overeenkomstig de normen van; stikstofvracht: het totaal van de stikstofdepositie, uitgedrukt in mol stikstof per jaar, die door een veehouderijlocatie wordt veroorzaakt op een overbelast Natura 2000-gebied; veehouder: natuurlijke persoon of rechtspersoon die of samenwerkingsverband van natuurlijke personen of rechtspersonen dat een veehouderij drijft; veehouderij: onderneming voor het houden van landbouwhuisdieren; veehouderij met productierecht: veehouderij voor het houden of het mede houden van diersoorten met productierecht; veehouderijlocatie: bijlage II van het Besluit omgevingsrecht Omgevingswet bijlage I, onder A, bij het Besluit bouwwerken leefomgeving vestigingsplaats van een veehouderij, bestaande uit het erf, bedoeld in artikel 1 van, dan wel, na inwerkingtreding van de, bedoeld in, van de vestiging. 2023 14992 12-06-2023 05-06-2023 WJZ/27312647 2023 14992 12-06-2023 05-06-2023 WJZ/27312647 13-06-2023
Artikel 2 — Artikel 2 Bepaling stikstofvracht#
Artikel 2 Bepaling stikstofvracht 1 De stikstofvracht wordt bepaald met gebruik van AERIUS Check. 2 Bij de in het eerste lid bedoelde berekening wordt uitgegaan van: a. bijlage 1 van de Regeling ammoniak en veehouderij Omgevingswet bijlagen V VI van de Omgevingsregeling het aantal landbouwhuisdieren dat gemiddeld in 2021 op de locatie is gehouden, onderscheiden naar de diercategorieën, vermeld in, dan wel, na inwerkingtreding van de,en; b. bijlage 1 van de Regeling ammoniak en veehouderij Omgevingswet bijlagen V VI van de Omgevingsregeling het huisvestingssysteem, genoemd in, dan wel, na inwerkingtreding van de,en, waarin de onderscheidenlijke diercategorieën in 2021 zijn gehouden. 3 Indien de veehouder aannemelijk kan maken dat de situatie in 2021 niet representatief is voor het jaarlijks gemiddeld gehouden aantal landbouwhuisdieren, kan worden uitgegaan van het aantal landbouwhuisdieren dat gemiddeld is gehouden in 2019 of 2020. 2023 14992 12-06-2023 05-06-2023 WJZ/27312647 2023 14992 12-06-2023 05-06-2023 WJZ/27312647 13-06-2023
Artikel 3 — Artikel 3 Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies#
Artikel 3 Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies artikelen 6 22 23 26 28 36 36a 41 43 52 van het Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies De,,,,,,,,,zijn van overeenkomstige toepassing. 2023 14992 12-06-2023 05-06-2023 WJZ/27312647 2023 14992 12-06-2023 05-06-2023 WJZ/27312647 13-06-2023
Artikel 4 — Artikel 4 Grondslag#
Artikel 4 Grondslag 1 bijlage 1 De minister kan een veehouder die een veehouderij met productierecht drijft, op aanvraag subsidie verstrekken voor de onomkeerbare sluiting van een veehouderijlocatie indien de stikstofvracht die deze locatie veroorzaakt op een overbelast Natura 2000-gebied, ten minste gelijk is aan de minimale stikstofvracht die voor dat gebied is vermeld in. 2 artikel 19, eerste lid artikel 20, eerste lid artikel 21b, eerste lid, van de Meststoffenwet Voor subsidieverstrekking op grond van het eerste lid komt niet in aanmerking een veehouder die,, ofheeft overtreden. 3 Verordening (EU) nr. 2472/2022 Voor subsidieverstrekking op grond van het eerste lid komt niet in aanmerking een veehouder wiens veehouderij niet voldoet aan de in artikel 2, eerste lid, van bijlage I bijvastgestelde criteria. 2023 14992 12-06-2023 05-06-2023 WJZ/27312647 2023 14992 12-06-2023 05-06-2023 WJZ/27312647 13-06-2023
Artikel 5 — Artikel 5 Vereisten#
Artikel 5 Vereisten 1 artikel 4, eerste lid Er is sprake van een onomkeerbare sluiting van een veehouderijlocatie als bedoeld in, indien: a. niet langer landbouwhuisdieren worden gehouden op de locatie; b. de dierlijke meststoffen zijn verwijderd van de locatie; c. artikel 31, eerste lid, van de Meststoffenwet de veehouder overeenkomstigeen kennisgeving heeft gedaan van het geheel of gedeeltelijk vervallen van zijn productierecht, waarbij ten minste het productierecht voor een zodanige omvang vervalt als is vereist voor het houden van het hierna vermelde percentage van het aantal dieren, uitgedrukt in varkenseenheden, pluimvee-eenheden respectievelijk kilogrammen fosfaat, dat gemiddeld in het voor de berekening van de stikstofvracht gebruikte referentiejaar op de locatie is gehouden: – varkens: 80%; – kippen en kalkoenen: 80%; – melkvee: 95%; d. Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Wet milieubeheer Omgevingswet Besluit activiteiten leefomgeving al naar gelang de toepasselijke verplichtingen op grond van deen de, dan wel, na de inwerkingtreding van de, de Omgevingswet en het: 1°. Wet algemene bepalingen omgevingsrecht de veehouder bij het bevoegd gezag een omgevingsrechtelijke melding heeft gedaan dat hij op de locatie niet langer landbouwhuisdieren houdt en, indien de veehouder op grond van detevens dient te beschikken over een omgevingsvergunning beperkte milieutoets, het bevoegd gezag die vergunning heeft ingetrokken; of 2°. het bevoegd gezag de omgevingsvergunning milieu voor de locatie heeft ingetrokken of zodanig heeft aangepast dat het niet langer is toegestaan op de locatie landbouwhuisdieren te houden; e. in het geval de veehouder beschikt over een natuurvergunning voor de locatie: deze vergunning is ingetrokken tenzij onderdeel f van toepassing is; f. in het geval de veehouder voornemens is om op de locatie na de sluiting andere activiteiten te gaan verrichten, het bevoegd gezag op verzoek van de veehouder een besluit heeft genomen: 1°. op grond waarvan de toegestane stikstofemissie vanaf de locatie niet meer bedraagt dan de stikstofemissie ten gevolge van die activiteiten, met een maximum van 15% van de stikstofemissie van de activiteiten waarvoor voorheen toestemming was verleend, 2°. waarbij voor zover het besluit een wijziging van een natuurvergunning betreft de vergunninghouder wordt verplicht om de toestemming voor de stikstofemissie van de andere activiteiten te laten intrekken ten behoeve van een of meer Natura 2000-gebieden, wanneer hij niet langer gebruik maakt van die toestemming; g. Omgevingswet het bevoegde bestuursorgaan van de gemeente binnen de grenzen waarvan de veehouderijlocatie zich bevindt, een verzoek van de veehouder in behandeling heeft genomen om het bestemmingsplan dan wel, na inwerkingtreding van de, het omgevingsplan, zodanig aan te passen dat op de locatie niet langer een veehouderij kan worden gevestigd; h. bijlage 2 de veehouder zich met gebruikmaking van de inopgenomen modelovereenkomst met de Staat der Nederlanden heeft verbonden om: en 1°. niet langer op de locatie landbouwhuisdieren te houden, noch als persoon, noch tezamen met anderen in de vorm van een rechtspersoon of samenwerkingsverband; 2°. zeker te stellen dat na al dan niet tijdelijke overdracht of ingebruikgeving van de locatie of een deel daarvan aan een verkrijger of gebruiker evenmin op die locatie landbouwhuisdieren worden gehouden; en 3°. niet op een andere locatie in Nederland of een andere lidstaat van de Europese Unie dezelfde diersoorten met productierecht te gaan houden die werden gehouden op de locatie die met subsidie op grond van deze regeling is gesloten, noch als persoon, noch tezamen met anderen in de vorm van een rechtspersoon of samenwerkingsverband; i. de voor de veehouderij met productierecht op de locatie gebruikte productiecapaciteit is afgebroken en verwijderd. 2 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Wet milieubeheer Omgevingswet De minister kan ontheffing verlenen van het vereiste, bedoeld in het eerste lid, onderdeel i, voor zover de veehouder productiecapaciteit langdurig gaat gebruiken voor andere activiteiten dan voor een veehouderij, mits het bevoegd gezag op grond van deen dedan wel, na de inwerkingtreding van de, op grond van die wet, met dat gebruik instemt. 2024 31554 30-09-2024 26-09-2024 WJZ/87125539 2024 31554 30-09-2024 26-09-2024 WJZ/87125539 01-10-2024 15-08-2024
Artikel 6 — Artikel 6 Afwijzingsgronden#
Artikel 6 Afwijzingsgronden 1 De aanvraag van de veehouder wordt afgewezen indien de veehouder op de veehouderijlocatie niet daadwerkelijk een veehouderij met productierecht drijft en voor zover de desbetreffende productiecapaciteit niet onafgebroken gedurende de vijf jaren voorafgaande aan het tijdstip van indiening van de aanvraag op bedrijfseconomisch gangbare wijze gebruikt is. 2 De aanvraag wordt afgewezen indien de veehouder: a. zich reeds heeft verplicht om de veehouderijlocatie te sluiten of reeds een aanvang heeft gemaakt met de sluiting van de locatie; b. Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties met piekbelasting voor de locatie in aanmerking komt voor subsidie op grond van de; of c. ruimte voor stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied die voor de veehouderijlocatie bestaat of bestond ingevolge de bestaande vergunningen, in het kader van extern salderen geheel of gedeeltelijk ter beschikking stelt of heeft gesteld voor andere activiteiten met het oog op een daarvoor aangevraagde of aan te vragen natuurvergunning. 3 De aanvraag kan worden afgewezen indien de veehouder niet voldoet of niet heeft voldaan aan de Unienormen of aan de wettelijke vereisten voor het drijven van een veehouderij met productierecht. 4 Alleen indien de aanvrager voldoet aan de normen van de Europese Unie, komt hij voor subsidie op grond van deze regeling in aanmerking. Een aanvraag wordt afgewezen indien de aanvrager niet aan de normen van de Europese Unie voldoet en zijn activiteiten als veehouder moet beëindigen. 2023 14992 12-06-2023 05-06-2023 WJZ/27312647 2023 14992 12-06-2023 05-06-2023 WJZ/27312647 13-06-2023
Artikel 7 — Artikel 7 Subsidiecomponenten#
Artikel 7 Subsidiecomponenten De subsidie omvat: a. een bijdrage in verband met het geheel of gedeeltelijk vervallen van het productierecht; en b. artikel 5, tweede lid een bijdrage in verband met het verlies van de waarde van de voor de veehouderij met productierecht op de veehouderijlocatie gebruikte productiecapaciteit als gevolg van de onomkeerbare sluiting van de veehouderijlocatie, behoudens voor zover ontheffing van de verplichting tot afbraak en verwijdering van de productiecapaciteit is verleend op grond van. 2023 14992 12-06-2023 05-06-2023 WJZ/27312647 2023 14992 12-06-2023 05-06-2023 WJZ/27312647 13-06-2023
Artikel 8 — Artikel 8 Bijdrage vervallen productierecht#
Artikel 8 Bijdrage vervallen productierecht 1 artikel 7, onder a De in, bedoelde bijdrage bedraagt 100% van de waarde van het geheel of gedeeltelijk vervallen productierecht, voor zover dat vervallen productierecht niet meer bedraagt dan het productierecht dat vereist is voor het aantal dieren, uitgedrukt in varkenseenheden, pluimvee-eenheden respectievelijk kilogrammen fosfaat, dat gemiddeld in het voor de berekening van de stikstofvracht gebruikte referentiejaar op de veehouderijlocatie is gehouden. 2 De in het eerste lid bedoelde waarde wordt bepaald op basis van: a. de marktwaarde van het productierecht benodigd voor een varkenseenheid, respectievelijk een pluimvee-eenheid of een kilogram fosfaat; en b. de omvang van het productierecht dat vervalt. 3 bijlage I van de Meststoffenwet artikel 10, eerste lid De minister stelt met het oog op de toepassing van dit artikel de marktwaarde van het productierecht benodigd voor een varkenseenheid, een pluimvee-eenheid en een kilogram fosfaat vast aan de hand van de actuele marktprijs, waarbij voor zover het gaat om varkensrecht en pluimveerecht onderscheid wordt gemaakt tussen de concentratiegebieden Zuid en Oost, aangeduid in, en het overige gebied, en maakt deze bedragen uiterlijk bekend op de dag voor de aanvang van de openstellingsperiode, bedoeld in. 2023 14992 12-06-2023 05-06-2023 WJZ/27312647 2023 14992 12-06-2023 05-06-2023 WJZ/27312647 13-06-2023
Artikel 9 — Artikel 9 Bijdrage waardeverlies#
Artikel 9 Bijdrage waardeverlies 1 artikel 7, onderdeel b artikel 5, tweede lid De in, bedoelde bijdrage bedraagt 100% van de gecorrigeerde vervangingswaarde van de voor de veehouderij met productierecht op de veehouderijlocatie gebruikte productiecapaciteit, behoudens voor zover ontheffing van de verplichting tot afbraak en verwijdering van de productiecapaciteit is verleend op grond van. 2 2 bijlage 3 artikel 5, eerste lid, onderdelen a, b en c De gecorrigeerde vervangingswaarde, bedoeld in het eerste lid, wordt bepaald door per dierenverblijf het aantal mvan het dierenverblijf te vermenigvuldigen met het bedrag dat inis vermeld voor het desbetreffende dierenverblijf, uitgaand van de levensduur, uitgedrukt in jaren en maanden, van de romp van het dierenverblijf op het tijdstip dat is voldaan aan de vereisten, vermeld in. 2023 14992 12-06-2023 05-06-2023 WJZ/27312647 2023 14992 12-06-2023 05-06-2023 WJZ/27312647 13-06-2023
Artikel 10 — Artikel 10 Openstellingsperiode en subsidieplafond#
Artikel 10 Openstellingsperiode en subsidieplafond 1 Subsidieaanvragen kunnen worden ingediend in de periode van 3 juli 2023 tot en met 1 december 2023. 2 Het subsidieplafond voor de verstrekking van subsidies op aanvragen die zijn ingediend in de in het eerste lid bedoelde periode, bedraagt € 1.102.000.000,–. 2024 12047 15-04-2024 11-04-2024 WJZ/52485693 2024 12047 15-04-2024 11-04-2024 WJZ/52485693 16-04-2024
Artikel 11 — Artikel 11 Aanvraag subsidieverlening#
Artikel 11 Aanvraag subsidieverlening 1 Een subsidieaanvraag wordt ingediend bij de minister met gebruikmaking van een daartoe door de minister ter beschikking gesteld middel. 2 Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties met piekbelasting artikel 10, eerste lid Indien op grond van deeen aanvraag is ingediend in het tijdvak, bedoeld in, die niet in aanmerking komt voor toewijzing op grond van die regeling, wordt de aanvraag aangemerkt als aanvraag op grond van deze regeling. In dat geval wordt de aanvraag geacht te zijn gedaan op het tijdstip waarop de oorspronkelijke aanvraag is ingediend en zo nodig is aangevuld om te voldoen aan de wettelijke voorschriften. 3 De aanvraag bevat ten minste de volgende gegevens: a. gegevens over de aanvrager, waaronder contactgegevens en het nummer waaronder zijn onderneming geregistreerd is bij de Kamer van Koophandel; b. de veehouderijlocatie van de aanvrager waarop de aanvraag betrekking heeft; c. het gemiddelde aantal dieren van de diersoorten met productierecht, uitgedrukt in varkenseenheden, pluimvee-eenheden respectievelijk kilogrammen fosfaat, dat op de veehouderijlocatie is gehouden in het voor de berekening van de stikstofvracht gebruikte referentiejaar; d. de omvang van het productierecht, uitgedrukt in varkenseenheden, pluimvee-eenheden respectievelijk kilogrammen fosfaat, dat zal vervallen; e. een opgave of de aanvrager voor de veehouderijlocatie beschikt over een natuurvergunning; f. een opgave van de voor de veehouderij met productierecht op de veehouderijlocatie gebruikte productiecapaciteit, met vermelding, voor zover het een dierenverblijf betreft, van: 1°. de datum waarop voor het eerst landbouwhuisdieren in het dierenverblijf zijn gehouden, en 2°. 2 de oppervlakte van het dierenverblijf, uitgedrukt in m, uitgaand van de buitenmaten van het dierenverblijf. 4 Bij de aanvraag worden de volgende bescheiden gevoegd: a. een kopie van, voor zover van toepassing, de omgevingsrechtelijke melding, de omgevingsvergunning beperkte milieutoets of de omgevingsvergunning milieu en de natuurvergunning betreffende de veehouderijlocatie waarop de aanvraag betrekking heeft; b. een verklaring van de aanvrager dat: 1°. hij op de veehouderijlocatie daadwerkelijk een veehouderij met productierecht drijft; 2°. de voor de veehouderij met productierecht op de veehouderijlocatie gebruikte productiecapaciteit onafgebroken gedurende de vijf jaren voorafgaande aan de aanvraag op bedrijfseconomisch gangbare wijze is gebruikt; c. een kopie van de uitkomsten van de berekening van de stikstofvracht op één of meer overbelaste Natura 2000-gebieden; d. artikel 32, tweede lid, onderdelen d en e, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet een kopie van de administratie voor het voor de berekening van de stikstofvracht gebruikte referentiejaar, voor zover deze betrekking heeft op de gegevens, bedoeld in; e. een actuele kaart van de veehouderijlocatie, met aanduiding van de voor de veehouderij met productierecht gebruikte productiecapaciteit; f. een kopie van de bouwtekening van de dierenverblijven waar de aanvraag betrekking op heeft; g. artikel 17, eerste lid, van de Wet waardering onroerende zaken een kopie van de meest recente beschikking voor de bepaling van de waarde, bedoeld in, van de productiecapaciteit. 2023 14992 12-06-2023 05-06-2023 WJZ/27312647 2023 14992 12-06-2023 05-06-2023 WJZ/27312647 13-06-2023
Artikel 12 — Artikel 12 Verdeling subsidieplafond#
Artikel 12 Verdeling subsidieplafond 1 artikel 10, tweede lid De minister verdeelt het in, bedoelde subsidieplafond op volgorde van rangschikking van de aanvragen. 2 De minister rangschikt een aanvraag hoger naarmate de totale stikstofvracht van de desbetreffende veehouderijlocatie op overbelaste Natura 2000-gebieden groter is, afgezet tegen de hoogte van het subsidiebedrag. 2024 12047 15-04-2024 11-04-2024 WJZ/52485693 2024 12047 15-04-2024 11-04-2024 WJZ/52485693 16-04-2024
Artikel 13 — Artikel 13 Fasering sluiting van een veehouderijlocatie#
Artikel 13 Fasering sluiting van een veehouderijlocatie 1 De subsidieontvanger voldoet aan: a. artikel 5, eerste lid, onderdeel h het vereiste, vermeld in, door de in die bepaling bedoelde overeenkomst binnen zes maanden na de subsidieverlening ondertekend aan de minister te zenden; b. artikel 5, eerste lid, onderdelen a, b, c en g de vereisten, vermeld in, binnen twaalf maanden nadat de overeenkomst, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel h, is gesloten; c. artikel 5, eerste lid, onderdelen d, e, f en i de vereisten, vermeld in, voor zover van toepassing, binnen 28 maanden nadat de overeenkomst, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel h, is gesloten, met dien verstande dat de subsidieontvanger, voor zover van toepassing, binnen twaalf maanden nadat de overeenkomst, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel h, is gesloten, bij het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdelen d en f, een of meer aanvragen indient tot het nemen van besluiten als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdelen d, e respectievelijk f. 2 artikel 5, eerste lid, onderdeel i Het afbreken en verwijderen van de productiecapaciteit, bedoeld in, vindt niet eerder plaats dan nadat de minister heeft geconstateerd dat uitvoering is gegeven aan de in artikel 5, eerste lid, onderdelen a en b, bedoelde vereisten. 2024 31554 30-09-2024 26-09-2024 WJZ/87125539 2024 31554 30-09-2024 26-09-2024 WJZ/87125539 01-10-2024 15-08-2024
Artikel 14 — Artikel 14 Informatieverplichting voortgang#
Artikel 14 Informatieverplichting voortgang 1 artikel 5, eerste lid De subsidieontvanger verstrekt de minister op diens verzoek informatie over de uitvoering van de in, bedoelde vereisten. 2 artikel 5, eerste lid, onderdelen a, b, c, d, e, f en g De subsidieontvanger verstrekt de minister informatie over de wijze waarop uitvoering is gegeven aan de inbedoelde vereisten. 3 De in het tweede lid bedoelde informatieverstrekking vindt plaats met gebruikmaking van een daartoe door de minister ter beschikking gesteld middel. 4 Bij de informatieverstrekking worden de volgende bescheiden gevoegd: a. artikel 5, eerste lid, onderdeel c een kopie van de kennisgeving over het geheel of gedeeltelijk vervallen van het productierecht, bedoeld in; b. artikel 5, eerste lid, onderdeel d een kopie van de omgevingsrechtelijke melding, dan wel intrekking of wijziging van de omgevingsvergunning beperkte milieutoets of omgevingsvergunning milieu, bedoeld in; c. artikel 5, eerste lid, onderdeel e een kopie van het besluit, bedoeld in, of van het besluit, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel f; d. artikel 13, eerste lid, onderdeel c een kopie van een ontvangstbevestiging van aanvragen als bedoeld in; e. artikel 5, eerste lid, onderdeel g een kopie van het verzoek, bedoeld in, en van een bericht van de gemeente waaruit blijkt dat het verzoek in behandeling is genomen. 2024 31554 30-09-2024 26-09-2024 WJZ/87125539 2024 31554 30-09-2024 26-09-2024 WJZ/87125539 01-10-2024 15-08-2024
Artikel 15 — Artikel 15 Overige verplichtingen#
Artikel 15 Overige verplichtingen 1 artikel 5, eerste lid, onderdeel h De subsidieontvanger houdt zich aan de verplichtingen die hij jegens de Staat der Nederlanden is aangegaan op grond van. 2 De subsidieontvanger stelt geen ruimte voor stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied die voor de veehouderijlocatie bestaat of bestond ingevolge de bestaande vergunningen, in het kader van extern salderen geheel of gedeeltelijk ter beschikking voor andere activiteiten met het oog op een daarvoor aangevraagde of aan te vragen natuurvergunning. 2023 14992 12-06-2023 05-06-2023 WJZ/27312647 2023 14992 12-06-2023 05-06-2023 WJZ/27312647 13-06-2023
Artikel 16 — Artikel 16 Gegevensverwerking#
Artikel 16 Gegevensverwerking 1 Meststoffenwet Wet dieren Landbouwwet Verordening (EU) 2016/429 verordening (EU) 2019/2035 De minister kan voor een beoordeling van de juistheid van de informatie die is verstrekt bij de indiening van aanvragen op grond van deze regeling gebruikmaken van de daarvoor noodzakelijke gegevens die zijn opgenomen in registraties op grond van de, de, de, devan het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 (PB EU 2016, L 84) en de Gedelegeerdevan de Commissie (Pb EU 2019, L 314). 2 artikel 5, eerste lid, onderdeel d respectievelijk f De minister kan met het oog op de uitvoering van deze regeling gegevens over aanvragen op grond van deze regelingen verstrekken aan het bevoegd gezag, bedoeld in. 3 De minister kan gegevens die de subsidieontvanger heeft verschaft in het kader van de subsidieverstrekking gebruiken voor: a. afdeling 3.7 van de Omgevingsregeling het opnemen van depositieruimte in AERIUS Register, bedoeld in; b. artikelen 1.12f 1.13b 1.13c van de Wet natuurbescherming artikelen 2.2 2.3 2.4 van het Besluit natuurbescherming Omgevingswet artikel 20.1, eerste lid, van die wet artikelen 11.68 11.69 11.69a 11.69c 12.26b 12.26c van het Besluit kwaliteit leefomgeving artikelen 10.36dc 15.5 van het Omgevingsbesluit de toepassing van de,enen de,en, dan wel, na inwerkingtreding van de:, de,,,,enen deen. 2025 21366 25-06-2025 23-06-2025 WJZ/99391401 2025 21366 25-06-2025 23-06-2025 WJZ/99391401 01-07-2025
Artikel 17 — Artikel 17 Bevoorschotting#
Artikel 17 Bevoorschotting 1 artikel 5, eerste lid, onderdeel h De minister verstrekt de subsidieontvanger uiterlijk zes weken na ontvangst van de ondertekende overeenkomst, bedoeld in, een voorschot van 20% van het subsidiebedrag. 2 artikel 14, tweede lid artikel 5, eerste lid, onderdelen a, b, c en g De minister verstrekt de subsidieontvanger een voorschot van 60% van het subsidiebedrag uiterlijk zes weken nadat aan de hand van de in, bedoelde informatieverstrekking is vastgesteld dat uitvoering is gegeven aan de inbedoelde vereisten en dat de subsidieontvanger, voor zover van toepassing, bij het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdelen d en f, een of meer aanvragen heeft ingediend tot het nemen van een besluit als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdelen d, e respectievelijk f. 2024 31554 30-09-2024 26-09-2024 WJZ/87125539 2024 31554 30-09-2024 26-09-2024 WJZ/87125539 01-10-2024 15-08-2024
Artikel 18 — Artikel 18 Subsidievaststelling#
Artikel 18 Subsidievaststelling artikel 13, eerste lid, onderdeel c De aanvraag om subsidievaststelling wordt uiterlijk dertien weken na afloop van de in, bedoelde termijn van 28 maanden ingediend met gebruikmaking van een middel dat door de minister beschikbaar wordt gesteld. 2024 31554 30-09-2024 26-09-2024 WJZ/87125539 2024 31554 30-09-2024 26-09-2024 WJZ/87125539 01-10-2024 15-08-2024
Artikel 19 — Artikel 19 Staatssteun#
Artikel 19 Staatssteun 1 artikel 4, eerste lid De subsidie, bedoeld in, bevat staatssteun. 2 De minister maakt, gelet op de Richtsnoeren voor staatssteun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden (2022/C 485/01), na de datum van de subsidievaststelling de volgende gegevens over de subsidieverstrekking bekend: a. de naam van de subsidieontvanger; b. de hoogte van het verstrekte subsidiebedrag; c. de datum van de subsidievaststelling; d. Verordening (EU) nr. 2472/2022 het feit dat de subsidieverstrekking betrekking heeft op een onderneming die voldoet aan de in artikel 2, eerste lid van bijlage I bijvastgestelde criteria; e. de provincie op het grondgebied waarvan de locatie zich bevindt; f. de voornaamste economische sector waarin de subsidieontvanger ten tijde van de subsidieaanvraag actief was. 3 De gegevens, bedoeld in het tweede lid, blijven ten minste tien jaar openbaar beschikbaar. 2023 14992 12-06-2023 05-06-2023 WJZ/27312647 2023 14992 12-06-2023 05-06-2023 WJZ/27312647 13-06-2023
Artikel 20 — Artikel 20 Inwerkingtreding#
Artikel 20 Inwerkingtreding 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2 Deze regeling vervalt vijf jaren na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend. 2023 14992 12-06-2023 05-06-2023 WJZ/27312647 2023 14992 12-06-2023 05-06-2023 WJZ/27312647 13-06-2023
Artikel 21 — Artikel 21 Citeertitel#
Artikel 21 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties voor stikstofreductie. 2023 14992 12-06-2023 05-06-2023 WJZ/27312647 2023 14992 12-06-2023 05-06-2023 WJZ/27312647 13-06-2023
Artikel 1#
artikel 1
Artikel 4#
artikel 4, eerste lid
Artikel 5#
artikel 5, eerste lid, onderdeel h
Artikel 5#
artikel 5, eerste lid, onderdeel h
Artikel 5#
artikel 5 van de regeling
Artikel 9#
artikel 9, tweede lid