Regeling van de Minister voor Klimaat en Energie van 13 juli 2023, nr. WJZ/ 26133830, houdende aanwijzing categorieën van productie-installaties voor de productie van duurzame energieproductie en klimaattransitie in 2023 (Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2023)
- BWB-id
- BWBR0048477
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken en Klimaat
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2023-09-05
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0048477
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2023/regeling-aanwijzing-categorie-n-duurzame-energieproductie-en
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2023/regeling-aanwijzing-categorie-n-duurzame-energieproductie-en/2023-09-05
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0048477&g=2023-09-05
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0048477&z=2026-06-06&g=2023-09-05
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0048477/2023-09-05
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2023/regeling-aanwijzing-categorie-n-duurzame-energieproductie-en
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: Algemene uitvoeringsregeling: Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie ; allesvergisting: biologische afbraakreacties van biomassa als bedoeld in de NTA 8003:2017, met uitzondering van de nummers 400, 410, 420, 500, 550 tot en met 559, waarvan de biogasopbrengst van de ingaande stroom ten minste 25 Nm3 aardgasequivalent per ton bedraagt; beschermingszone: bijlage I bij de Regeling veiligheid primaire waterkeringen 2017 beschermingszone als bedoeld in appendix B bij; Besluit SDEK: Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie ; Besluit SDE: Besluit stimulering duurzame energieproductie, zoals dit luidde op 31 oktober 2020; biosyngas: mengsel van gassen dat is geproduceerd door vergassing van biomassa en dat geen nadere bewerking tot methaan heeft ondergaan; COP-waarde: coëfficiënt van prestatie uitgedrukt in de hoeveelheid afgegeven warmte aan de condensorzijde per hoeveelheid opgenomen elektriciteit bij gemiddelde gebruiksomstandigheden; domein hoge-temperatuur-warmte: verzameling van de volgende categorieën productie-installaties: a. artikelen 41 43 45 47 49 51 53 57, onderdeel f categorieën productie-installaties voor al dan niet gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte als bedoeld in de,,,,,,en; en b. artikelen 71 73, onderdelen c en d categorieën productie-installaties voor de vermindering van broeikasgas als bedoeld in deen; domein lage-temperatuur-warmte: verzameling van de volgende categorieën productie-installaties: a. artikelen 33 35, onderdelen a, c en e 37, onderdelen a en c 39, eerste lid, onderdeel a 55 57, onderdelen a tot en met e categorieën productie-installaties voor de productie van hernieuwbare warmte als bedoeld in de,,,,en; en b. artikelen 59 61 63 65 67 69 73, eerste lid, onderdelen a en b 75 categorieën productie-installaties voor de vermindering van broeikasgas als bedoeld in de,,,,,,, en; domein moleculen: verzameling van de volgende categorieën productie-installaties: a. artikelen 25 27 29 31 categorieën productie-installaties voor de productie van hernieuwbaar gas als bedoeld in de,,en; en b. artikelen 77 79 categorieën productie-installaties voor de vermindering van broeikasgas als bedoeld in deen; doublet: combinatie van naast elkaar liggende diepboringen die ten minste bestaat uit één productieput en één injectieput; geavanceerde hernieuwbare brandstof: richtlijn (EU) 2018/2001 biobrandstof als bedoeld in artikel 2, onderdeel 33, vanvan het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (PbEU 2018, L 328) en geproduceerd uit grondstoffen als bedoeld in deel A van bijlage IX bij die richtlijn; gebouw: bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt, niet zijnde een bouwwerk dat bedoeld is om voor een periode van ten hoogste vijftien jaar op een bepaalde plaats aanwezig te zijn; ketel: installatie waarin brandstof wordt verstookt waarbij de verbrandingswarmte met een warmtewisselaar wordt overgedragen aan een vloeistof; monomestvergisting: biologische afbraakreacties van uitsluitend vaste en vloeibare uitwerpselen van dieren; minister: Minister voor Klimaat en Energie; netto P50-waarde vollasturen: aantal vollasturen waarbij de verwachte jaarlijkse energieproductie voor een gegeven combinatie van locatie en productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie is bepaald met een waarschijnlijkheid van 50%; nominaal elektrisch rendement: uitkomst van de deling van het nominaal elektrisch vermogen en: a. de som van het nominaal elektrisch vermogen en nominaal warmtevermogen in het geval van gecombineerde opwekking met behulp van een verbrandingsmotor; en b. het nominaal warmtevermogen van de ketel in het geval van gecombineerde opwekking met behulp van een stoomturbine of een organische rankinecyclus; nominaal vermogen: maximaal vermogen van een productie-installatie dat onder nominale condities benut kan worden voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbare warmte, nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte of hernieuwbaar gas en dat door de leverancier wordt gegarandeerd bij continu gebruik, waarbij in het geval van geothermische productie-installaties het nominale vermogen is bepaald met een waarschijnlijkheid van ten minste 50%; NTA 8003: 2017: Nederlandse Technische Afspraak 8003, Classificatie van biomassa voor energietoepassing, uitgegeven door de Stichting Nederlands Normalisatie-instituut, zoals deze luidde op 30 november 2017; nuttig aangewende warmte: artikel 1 van de Regeling garanties van oorsprong en certificaten van oorsprong nuttig aangewende warmte als bedoeld in; nuttig aangewende koolstofdioxide: artikel 1 van de Algemene uitvoeringsregeling nuttig aangewende koolstofdioxide als bedoeld in; nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte: artikel 1 van de Algemene uitvoeringsregeling nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte als bedoeld in; primaire waterkering: bijlage I bij de Regeling veiligheid primaire waterkeringen 2017 primaire waterkering als bedoeld in appendix B bij; productie-uren: som van de tijdsperioden waarin een productie-installatie in deellast of op vol vermogen produceert; restwarmte: onvermijdelijke thermische energie die als bijproduct in de bedrijfsvoering van een onderneming wordt opgewekt en die zonder nuttige aanwending ongebruikt terecht zou komen in lucht of water en die op het moment van indienen van de aanvraag niet nuttig wordt aangewend; richtlijn (EU) 2018/2001: richtlijn nr. (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (PbEU 2018, L 328); SBI-code: code, opgenomen in de Standaard Bedrijfs Indeling 2008, Versie 2018, Update 2021; stadsverwarming: artikel 1, eerste lid, van de Warmtewet warmtelevering aan een warmtenet als bedoeld in, waarbij de producent de warmte levert voor ruimteverwarming en warmtapwatervoorzieningen van gebouwen door transport van water; thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa: omzetting van vaste of vloeibare biomassa door: a. verbranding; b. een andere thermische behandeling dan bedoeld onder a in het geval de producten daarvan vervolgens worden verbrand; of c. de verbranding van producten die voortkomen uit thermische behandeling; valhoogte: verschil in waterpeil voor en achter een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit door waterkracht waarbij het nominale vermogen wordt benut; verwarming van gebouwde omgeving: stadsverwarming of ruimteverwarming en warmtapwatervoorzieningen in een gebouw, niet zijnde een kas, waarbij de producent de warmte rechtstreeks levert aan dat gebouw; voorliggende waterkering: bijlage I bij de Regeling veiligheid primaire waterkeringen 2017 voorliggende waterkeringen als genoemd in de paragrafen 5.2.4 tot en met 5.7.4 van; waterstaatswerk: bijlage I bij de Regeling veiligheid primaire waterkeringen 2017 waterstaatswerk als bedoeld in appendix B bij; zeewering of zachte zeewering van Maasvlakte 2: harde zeewering en zachte zeewering van Maasvlakte 2 als bedoeld in bijlage 1 bij de concessie aan het Havenbedrijf Rotterdam N.V. te Rotterdam, bij koninklijk besluit van 23 mei 2008, nr. 08.001524. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Het subsidieplafond bedraagt € 8.000.000.000 voor het verlenen van subsidies die worden aangevraagd in de periode van 5 september, 9:00 uur, tot 5 oktober, 17:00, voor: a. artikel 13 15 17 19 21 23 de productie van hernieuwbare elektriciteit op grond van,,,,of; b. artikel 25 27 29 31 de productie van hernieuwbaar gas op grond van,,of; c. artikel 33 35 37 39 41 43 45 47 49 51 53 55 57 de productie van hernieuwbare warmte of al dan niet gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte op grond van,,,,,,,,,,,of; d. artikel 59 61 63 65 67 69 71 73 75 77 79 81 83 85 de vermindering van broeikasgas op grond van,,,,,,,,,,,,of. 2 Per categorie productie-installaties kan in de periode, genoemd in het eerste lid, per adres waarop een productie-installatie wordt geplaatst maximaal één aanvraag worden ingediend. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Van het subsidieplafond is: a. € 750.000.000 gereserveerd voor het verlenen van subsidies voor aanvragen binnen het domein hoge-temperatuur-warmte; b. € 750.000.000 gereserveerd voor het verlenen van subsidies voor aanvragen binnen het domein lage-temperatuur-warmte; c. € 750.000.000 gereserveerd voor het verlenen van subsidies voor aanvragen binnen het domein moleculen. 2 De minister verdeelt telkens het gereserveerde bedrag voor het verlenen van subsidies binnen een domein, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, b of c, in de volgorde van ontvangst van de aanvragen voor subsidies binnen dat domein, tot het gereserveerde bedrag binnen dat domein is bereikt. 3 Indien honorering van alle aanvragen binnen een domein die op één dag zijn ontvangen ertoe zou leiden dat het gereserveerde bedrag voor het verlenen van subsidies binnen dat domein zou worden overschreden, worden telkens de aanvragen voor subsidie binnen dat domein met het laagste rangschikkingsbedrag, uitgedrukt in euro per 1.000 kg vermindering van broeikasgas, geacht eerder te zijn ontvangen. Bij een gelijk rangschikkingsbedrag stelt de minister de volgorde vast door loting. 4 artikel 4 Indien blijkt dat het totale bedrag van de te verlenen subsidies voor aanvragen binnen een domein als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, b of c, lager is dan het voor de aanvragen binnen dat domein gereserveerde bedrag, vervalt de reservering voor het overblijvende bedrag en wordt dat overblijvende bedrag verdeeld op de wijze, bedoeld in. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 3 De minister verdeelt onverminderdhet subsidieplafond op volgorde van binnenkomst van aanvragen voor zowel subsidies buiten de domeinen hoge-temperatuur-warmte, lage-temperatuur-warmte en moleculen, als voor subsidies binnen een van deze domeinen, indien in het betreffende domein het gereserveerde bedrag is bereikt. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikel 79, eerste lid artikel 2, eerste lid De maximale vermindering van broeikasgas die in aanmerking komt voor subsidies voor de productie van geavanceerde hernieuwbare brandstof op grond van, die worden aangevraagd in de periode, genoemd in, komt overeen met 10.300.000.000 kWh, gerekend voor de hele looptijd van de subsidies. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 De minister beslist afwijzend op een aanvraag, indien: a. artikel 2, vijfde lid artikel 3, tweede lid, van de Belemmeringenwet Privaatrecht geen toestemming van de eigenaar van de beoogde locatie, geen gedoogplichtbeschikking op grond van, ofvoor de beoogde locatie en geen afgesloten voorovereenkomst of grondovereenkomst met het Rijksvastgoedbedrijf kan worden overgelegd voor het vestigen van de productie-installatie op desbetreffende locatie; b. artikel 3.42, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 de subsidieaanvrager voor de investering in de productie-installatie beschikt over een verklaring van de minister dat sprake is van energie-investeringen op grond van; of c. Subsidieregeling coöperatieve energieopwekking voor dezelfde productie-installatie al subsidie is verstrekt op grond van de. 2 Bij het overleggen van de toestemming van de eigenaar, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt gebruik gemaakt van het middel dat door de minister beschikbaar wordt gesteld. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikelen 81 83 85 artikel 2, vierde lid, van de Algemene uitvoeringsregeling Een subsidie als bedoeld in de,endie is afgegeven op een aanvraag voor subsidie die is ingediend met toepassing van, of een subsidie van meer dan € 400.000.000,– worden verleend onder de volgende opschortende voorwaarden: a. binnen twee weken na afgifte van de beschikking tot subsidieverlening is een uitvoeringsovereenkomst tot stand gekomen tussen de Staat en de subsidieontvanger; b. artikel 2, eerste lid de subsidieontvanger heeft binnen vier weken na afgifte van de beschikking tot subsidieverlening aangetoond dat een bankgarantie als bedoeld in, van de uitvoeringsovereenkomst is afgegeven. 2 bijlage 1 Voor het opstellen van de uitvoeringsovereenkomst, bedoeld in het eerste lid, wordt gebruik gemaakt van het inopgenomen model. 3 artikel 9b, eerste lid, onderdeel a, van de Elektriciteitswet 1998 Het eerste lid is niet van toepassing op een productie-installatie als bedoeld in. 4 Besluit SDEK Indien sprake is van een subsidie voor een productie-installatie voor hernieuwbare warmte of voor hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, wordt voor het berekenen van het bedrag van € 400.000.000, bedoeld in het eerste lid, de subsidie meegeteld die eerder voor de productie-installatie is verstrekt op grond van het, het Besluit SDE, de MEP of de OV-MEP, indien de periode waarover de hiervoor bedoelde subsidie wordt verstrekt, nog niet is aangevangen. 5 artikel 81, tweede, derde, vierde, vijfde, zesde of zevende lid artikel 83, tweede, derde, vierde, vijfde, zesde of zevende lid artikel 85, tweede, derde of vierde lid Indien subsidie wordt verstrekt als bedoeld in, of, en ook subsidie als bedoeld, worden voor het berekenen van het bedrag van € 400.000.000, bedoeld in het eerste lid, aanhef, beide subsidies bij elkaar opgeteld. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 3, eerste lid, onderdeel c, en derde lid, onderdeel c, van het Besluit SDEK Als ingrijpend te renoveren productie-installaties waarvoor subsidie kan worden verstrekt als bedoeld inworden aangewezen: a. artikel 13, onderdeel c productie-installaties waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd als bedoeld in; b. artikel 27, onderdelen a en c productie-installaties waarmee hernieuwbaar gas uit biomassa wordt geproduceerd als bedoeld in; c. artikelen 37 53, eerste lid productie-installaties waarmee hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte uit biomassa wordt geproduceerd als bedoeld in deen. 2 artikel 3, tweede lid, onderdeel a, van het Besluit SDEK Als productie-installaties die als bedoeld inworden aangewezen: a. artikel 27 productie-installaties waarmee hernieuwbaar gas door biomassa wordt geproduceerd als bedoeld in; b. artikelen 37 41 53, eerste lid productie-installaties waarmee hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte uit biomassa wordt geproduceerd als bedoeld in de,en; c. artikel 81, eerste lid, onderdelen c tot en met g productie-installaties waarmee broeikasgas wordt verminderd als bedoeld in, indien deze worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in: 1°. artikel 68, onderdeel c of d, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2020 ; 2°. artikel 83, eerste lid, onderdeel e, f, g, i, k, l, m of n, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2021 ; of 3°. artikel 85, eerste lid, onderdeel c, d, e, f of g, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2022 ; d. productie-installaties waarmee broeikasgas wordt verminderd als bedoeld in: 1°. artikel 83, eerste lid, onderdelen c tot en met h artikel 83, eerste lid, onderdeel h of j, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2021 , indien deze worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in; of 2°. artikel 87, eerste lid, onderdeel c, d, e, f, g of h, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2022 in. 3 artikel 3, tweede lid, onderdeel c, van het Besluit SDEK Als te renoveren productie-installaties waarvoor subsidie kan worden verstrekt als bedoeld inworden aangewezen: a. artikel 27 productie-installaties waarmee hernieuwbaar gas door biomassa wordt geproduceerd als bedoeld in; b. artikel 37 productie-installaties waarmee hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte uit biomassa wordt geproduceerd als bedoeld in. 4 artikel 3, vierde lid, van het Besluit SDEK Als productie-installaties waarvoor subsidie wordt verstrekt indien deze geheel of deels bestaat uit gebruikte materialen als bedoeld inworden aangewezen: a. artikel 13, onderdeel c productie-installaties waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd als bedoeld in; b. artikelen 25 27 29, eerste lid 31 productie-installaties waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd als bedoeld in de,,, en; c. artikelen 35 37 39, eerste lid 41 43 45 47 49, eerste lid 51 53, eerste lid 57, onderdeel e productie-installaties waarmee hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd als bedoeld in de,,,,,,,,,, en; d. artikel 75 productie-installaties waarmee koolstofdioxide-arme warmte wordt geproduceerd als bedoeld in; e. artikelen 81, eerste lid 83, eerste lid productie-installaties waarmee koolstofdioxide wordt afgevangen en permanent opgeslagen als bedoeld in de, en; f. artikel 85, eerste lid productie-installaties waarmee koolstofdioxide wordt afgevangen en gebruikt als bedoeld in. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 15, derde en vierde lid, van het Besluit SDEK artikelen 13 15 17, eerste lid 19, eerste lid 21, eerste lid Als productie-installaties waarvoor het verschil in kWh kan worden opgeteld als bedoeld inworden aangewezen productie-installaties waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd als bedoeld in de,,,, en. Het verschil in kWh dat bij het aantal geproduceerde kWh van het volgende jaar kan worden opgeteld, bedoeld in artikel 15, vierde lid, van het Besluit SDEK, wordt gemaximeerd op 25% van het aantal kWh dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt. 2 artikel 15, derde en vierde lid, van het Besluit SDEK artikel 23, eerste lid Als productie-installaties waarvoor het verschil in kWh kan worden opgeteld als bedoeld inworden aangewezen productie-installaties waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd als bedoeld in. Het verschil in kWh dat bij het aantal geproduceerde kWh van het volgende jaar kan worden opgeteld, bedoeld in artikel 15, vierde lid, van het Besluit SDEK, wordt gemaximeerd op 25% van het aantal kWh dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt. Bij de benutting van de opgetelde kWh, bedoeld in artikel 15, vierde lid, van het Besluit SDEK, wordt de productie verdeeld in een deel netlevering en een deel niet-netlevering op basis van de verhouding tussen de geproduceerde energie die aan het net geleverd is en de energie die niet aan het net geleverd is in het voorgaande jaar. 3 artikel 32, derde en vierde lid, van het Besluit SDEK artikelen 25 27 29, eerste lid 31 Als productie-installaties waarvoor het verschil in kWh kan worden opgeteld als bedoeld inworden aangewezen productie-installaties waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd als bedoeld in de,,, en. Het verschil in kWh dat bij het aantal geproduceerde kWh van het volgende jaar kan worden opgeteld, bedoeld in artikel 32, vierde lid, van het Besluit SDEK, wordt gemaximeerd op 25% van het aantal kWh dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt. 4 artikel 48, derde en vierde lid, van het Besluit SDEK artikelen 33, eerste lid 35 37 39, eerste lid 41 43 45 47 49, eerste lid 51 53, eerste lid 55, eerste lid 57 Als productie-installaties waarvoor het verschil in kWh kan worden opgeteld als bedoeld inworden aangewezen productie-installaties waarmee hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd als bedoeld in de,,,,,,,,,,,, en. 5 artikel 48, vierde lid, van het Besluit SDEK Voor de productie-installaties, bedoeld in het vierde lid, wordt het verschil in kWh dat bij het aantal geproduceerde kWh van het volgende jaar kan worden opgeteld, bedoeld in, gemaximeerd op 25% van het aantal kWh dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt. 6 artikel 55j, derde en vierde lid, van het Besluit SDEK Als productie-installaties waarvoor het verschil in kWh kan worden opgeteld als bedoeld inworden aangewezen: a. artikelen 59 61 63, eerste lid 65 67, eerste lid 69, eerste lid 73, eerste lid 75 productie-installaties waarmee koolstofdioxide-arme warmte wordt geproduceerd als bedoeld in de,,,,,,, en; b. artikel 79, eerste lid productie-installaties waarmee geavanceerde hernieuwbare brandstof wordt geproduceerd als bedoeld in; c. artikelen 81, eerste lid 83, eerste lid productie-installaties waarmee koolstofdioxide wordt afgevangen en permanent opgeslagen als bedoeld in de, en; d. artikel 85, eerste lid productie-installaties waarmee koolstofdioxide wordt afgevangen en gebruikt als bedoeld in. 7 artikel 55j, vierde lid, van het Besluit SDEK Voor de productie-installatie, bedoeld in het zesde lid, wordt het verschil in kg verminderde broeikasgas dat bij het aantal kg verminderde broeikasgas van het volgende jaar kan worden opgeteld, bedoeld in, gemaximeerd op 25% van het aantal kg verminderde broeikasgas dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt. 8 artikel 55j, derde lid, van het Besluit SDEK Als productie-installaties waarvoor het verschil in kWh kan worden opgeteld, bedoeld in, worden aangewezen: a. artikel 71, eerste lid productie-installaties waarmee koolstofdioxide-arme warmte wordt geproduceerd als bedoeld in de; b. artikel 77, eerste lid productie-installaties waarmee waterstof wordt geproduceerd als bedoeld in. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 32, zesde lid, van het Besluit SDEK artikelen 25 27 29, eerste lid 31 Als productie-installaties waarvoor het aantal kWh kan worden opgeteld als bedoeld inworden aangewezen productie-installaties waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd als bedoeld in de,,, en. 2 artikel 32, zevende lid, van het Besluit SDEK artikelen 35 37 39, eerste lid Als productie-installaties waarvoor de producent kan aantonen dat hij hernieuwbaar gas heeft geproduceerd waarmee hernieuwbare warmte of hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit is geproduceerd, als bedoeld inworden productie-installaties aangewezen waarmee hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd als bedoeld in de,en. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 15, zesde lid, van het Besluit SDEK artikelen 13 15 17, eerste lid 19, eerste lid 21, eerste lid 23, eerste lid Als productie-installaties waarvoor het aantal kWh kan worden opgeteld waarvoor garanties van oorsprong voor niet-netlevering zijn verstrekt als bedoeld inworden productie-installaties aangewezen waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt opgewekt als bedoeld in de,,,,, en. 2 artikel 48, zevende lid van het Besluit SDEK artikelen 35, onderdelen b, d en f 37, onderdelen b en d 39, eerste lid, onderdeel b 41 43 45 47 49, eerste lid 51 53, eerste lid Als productie-installaties waarvoor het aantal kWh kan worden opgeteld waarvoor garanties van oorsprong voor niet-netlevering zijn verstrekt als bedoeld inworden productie-installaties aangewezen waarmee hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd als bedoeld in de,,,,,,,,en. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 artikel 56, tweede lid, van het Besluit SDEK Als productie-installaties waarvoor een gebundelde aanvraag kan worden ingediend als bedoeld inworden aangewezen: a. artikelen 17, eerste lid 19, eerste lid 21, eerste lid productie-installaties waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd als bedoeld in de,, en; b. artikelen 25 27 productie-installaties waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd als bedoeld in deen; c. artikelen 35 37 productie-installatie waarmee hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd als bedoeld in deen; d. artikelen 81, eerste lid 83, eerste lid productie-installaties waarmee koolstofdioxide wordt afgevangen en permanent opgeslagen als bedoeld in de, en; e. artikel 85, eerste lid productie-installaties waarmee koolstofdioxide wordt afgevangen en gebruikt als bedoeld in. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie waarmee door hydro-mechanisch-elektrische omzetting hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd uit potentiële of kinetische energie van stromend water dat niet specifiek voor de elektriciteitsproductie omhoog is gepompt: a. in installaties met een valhoogte kleiner dan 50 centimeter; b. in installaties met een valhoogte gelijk aan of groter dan 50 centimeter; of c. in installaties met een valhoogte gelijk aan of groter dan 50 centimeter, die ingrijpend zijn gerenoveerd en waarbij ten minste de turbines nieuw zijn. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 artikel 13 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt gegenereerd door middel van het verschil in zoutconcentratie tussen twee watermassa’s. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 artikel 15 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 artikelen 19 21 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie, niet zijnde een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie als bedoeld in deen; a. die is aangesloten op een elektriciteitsnet met een aansluiting met een totale maximale doorlaatwaarde van meer dan 3*80 A; en b. bijlage 2 die wordt gerealiseerd op een locatie die overeenkomstig de lijst van gemeenten volgens de gemeentelijke indeling op 1 januari 2022, bedoeld in, een windsnelheid heeft van: 1°. ≥ 8,5 m/s; 2°. ≥ 8,0 en < 8,5 m/s; 3°. ≥ 7,5 en < 8,0 m/s; 4°. ≥ 7,0 en < 7,5 m/s; 5°. ≥ 6,75 en < 7,0 m/s; of 6°. < 6,75 m/s. 2 De productie-installatie is niet opgericht in de territoriale zee of in de Nederlandse exclusieve economische zone. 3 Indien de productie-installatie wordt opgericht op een locatie waar op het moment van het indienen van de aanvraag een windturbine staat of heeft gestaan, verstrekt de minister de subsidie uitsluitend indien: a. het nominale en te realiseren vermogen per windturbine ten opzichte van de te vervangen windturbine ten minste 1 MW toeneemt; of b. de te vervangen windturbine op het moment van vervanging ten minste vijftien jaar op die locatie in gebruik is geweest en op het moment van het indienen van de aanvraag ten minste dertien jaar geleden in gebruik is genomen. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 artikel 17, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie met een tiphoogte kleiner dan of gelijk aan 150 meter; a. die is aangesloten op een elektriciteitsnet met een aansluiting met een totale maximale doorlaatwaarde van meer dan 3*80 A; en b. bijlage 2 die wordt gerealiseerd op een locatie die overeenkomstig de lijst van gemeenten volgens de gemeentelijke indeling op 1 januari 2022, bedoeld in, een windsnelheid heeft van: 1°. ≥ 8,5 m/s; 2°. ≥ 8,0 en < 8,5 m/s; 3°. ≥ 7,5 en < 8,0 m/s; 4°. ≥ 7,0 en < 7,5 m/s; 5°. ≥ 6,75 en < 7,0 m/s; of 6°. < 6,75 m/s. 2 De productie-installatie is niet opgericht in de territoriale zee of in de Nederlandse exclusieve economische zone. 3 Op de locatie van de productie-installatie is sprake van een hoogterestrictie bij of krachtens landelijke wet- en regelgeving in verband met de aanwezigheid van een luchthaven in de omgeving waardoor de windturbine een tiphoogte heeft van kleiner dan of gelijk aan 150 meter. 4 Indien de productie-installatie wordt opgericht op een locatie waar op het moment van het indienen van een aanvraag een windturbine staat of heeft gestaan, verstrekt de minister de subsidie uitsluitend indien: a. het nominale en te realiseren vermogen per windturbine ten opzichte van de te vervangen windturbine ten minste 1 MW toeneemt; of b. de te vervangen windturbine op het moment van vervanging ten minste vijftien jaar op die locatie in gebruik is geweest en op het moment van indienen van de aanvraag ten minste dertien jaar geleden in gebruik is genomen. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 artikel 19, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie: a. die is opgericht binnen het waterstaatswerk of een beschermingszone van een voorliggende waterkering, dan wel binnen het waterstaatswerk of de zeewaartsgerichte beschermingszone van een primaire waterkering grenzend aan de Noordzee, de Westerschelde, de Oosterschelde, de Waddenzee, de Dollard of de Eems, dan wel in de harde zeewering of zachte zeewering van Maasvlakte 2; b. die is aangesloten op een elektriciteitsnet met een aansluiting met een totale maximale doorlaatwaarde van meer dan 3*80 A; en c. bijlage 2 die wordt gerealiseerd op een locatie die overeenkomstig de lijst van gemeenten volgens de gemeentelijke indeling op 1 januari 2022, bedoeld in, een windsnelheid heeft van: 1°. ≥ 8,5 m/s; 2°. ≥ 8,0 en < 8,5 m/s; 3°. ≥ 7,5 en < 8,0 m/s; 4°. ≥ 7,0 en < 7,5 m/s; 5°. ≥ 6,75 en < 7,0 m/s; of 6°. < 6,75 m/s m/s. 2 Indien de productie-installatie wordt opgericht op een locatie waar op het moment van het indienen van de aanvraag een windturbine staat of heeft gestaan, verstrekt de minister de subsidie uitsluitend indien: a. het nominale en te realiseren vermogen per windturbine ten opzichte van de te vervangen windturbine ten minste 1 MW toeneemt; of b. de te vervangen windturbine op het moment van vervanging ten minste vijftien jaar op die locatie in gebruik is geweest en op het moment van indienen van de aanvraag ten minste dertien jaar geleden in gebruik is genomen. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 artikel 21, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonlicht uitsluitend door middel van fotovoltaïsche zonnepanelen, die is aangesloten op een elektriciteitsnet via een aansluiting met een totale maximale doorlaatwaarde van meer dan 3*80 A en: a. waarbij de zonnepanelen op of aan een gebouw zijn aangebracht, met een totaal nominaal vermogen: 1° gelijk aan of groter dan 15 kWp en kleiner dan 1 MWp; of 2° gelijk aan of groter dan 1 MWp; b. waarbij de zonnepanelen, niet op of aan een gebouw aangebracht, op water drijven, met een totaal nominaal vermogen; 1° gelijk aan of groter dan 15 kWp en kleiner dan 1 MWp; of 2° gelijk aan of groter dan 1 MWp; c. waarbij de zonnepanelen, niet op of aan een gebouw aangebracht, op land staan, met een totaal nominaal vermogen; 1° gelijk aan of groter dan 15 kWp en kleiner dan 1 MWp; 2° gelijk aan of groter dan 1 MWp en kleiner dan 20 MWp; of 3° gelijk aan of groter dan 20 MWp; d. waarbij de zonnepanelen automatisch met de stand van de zon meebewegen door middel van een zonvolgsysteem, met een totaal nominaal vermogen: 1° gelijk aan of groter dan 1 MWp en kleiner dan 20 MWp en waarbij de zonnepanelen, niet op of aan een gebouw aangebracht, op land staan; 2° gelijk aan of groter dan 20 MWp en waarbij de zonnepanelen, niet op of aan een gebouw aangebracht, op land staan; of 3° gelijk aan of groter dan 1 MWp en waarbij de zonnepanelen, niet op of aan een gebouw aangebracht, op water drijven. 2 Voor de toepassing van dit artikel wordt onder gebouw ook verstaan een aan de grond gebonden overkapping voor van het tegen weersinvloeden beschermd parkeren van voertuigen. 3 Het additioneel gecontracteerde terugleververmogen voor een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b en c, bedraagt maximaal 50% van het piekvermogen van de zonnepanelen. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 artikel 23, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 artikel 23, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1°, onderdeel b, subonderdeel 1°, en onderdeel c, subonderdeel 1° De subsidieontvanger neemt een productie-installatie als bedoeld in, binnen twee jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 artikel 23, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° De subsidieontvanger neemt een productie-installatie als bedoeld in, binnen drie jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 4 artikel 23, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2°, onderdeel c, subonderdelen 2° en 3°, en onderdeel d, subonderdelen 1°, 2° en 3° De subsidieontvanger neemt een productie-installatie als bedoeld in, binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 5 Artikel 3, eerste lid, van de Algemene uitvoeringsregeling artikel 23, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1°, onderdeel b, subonderdeel 1°, en onderdeel c, subonderdeel 1° is niet van toepassing op een productie-installatie als bedoeld in. 2023 24877 04-09-2023 31-08-2023 WJZ/34681182 2023 24877 04-09-2023 31-08-2023 WJZ/34681182 05-09-2023
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door een productie-installatie waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd: a. uitsluitend door middel van allesvergisting, waarbij ten minste de vergister nieuw is; b. uitsluitend door middel van monomestvergisting met een productie-installatie met een vermogen groter dan 450 kW, waarbij ten minste de vergister nieuw is; of c. uitsluitend door middel van monomestvergisting met een productie-installatie met een vermogen kleiner dan of gelijk aan 450 kW, waarbij ten minste de vergister nieuw is. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 artikel 25 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 richtlijn (EU) 2018/2001 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in een installatie met een totaal nominaal vermogen van de gasopwaardeerinstallatie gelijk aan of groter dan 2 MW gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door een productie-installatie die ingrijpend wordt gerenoveerd en waarmee: a. uitsluitend door middel van allesvergisting hernieuwbaar gas wordt geproduceerd met een productie-installatie, waarvoor al subsidie op grond van het Besluit SDE is verstrekt als productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare warmte; b. uitsluitend door middel van allesvergisting hernieuwbaar gas wordt geproduceerd, waarvoor al subsidie op grond van het Besluit SDE is verstrekt als productie-installatie voor de productie van hernieuwbaar gas en ten minste negen jaar van de periode waarover die subsidie is verstrekt, zijn verstreken op het moment van het indienen van de aanvraag; c. uitsluitend door middel van monomestvergisting met een vermogen kleiner dan of gelijk aan 450 kW hernieuwbaar gas wordt geproduceerd, waarvoor al subsidie op grond van het Besluit SDE is verstrekt als productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare warmte; of d. uitsluitend door middel van monomestvergisting met een vermogen kleiner dan of gelijk aan 450 kW hernieuwbaar gas wordt geproduceerd, waarvoor al subsidie op grond van het Besluit SDE is verstrekt als productie-installatie voor de productie van hernieuwbaar gas en ten minste negen jaar van de periode waarover die subsidie is verstrekt, zijn verstreken op het moment van het indienen van de aanvraag. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 artikel 27 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 richtlijn (EU) 2018/2001 Een subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in een installatie met een totaal nominaal vermogen van de gasopwaardeerinstallatie gelijk aan of groter dan 2 MW gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbaar gas uit biogas dat vrijkomt ten gevolge van een biologische afbraakreactie van gisting van zuiveringsslib waarbij: a. verbeteringen zijn uitgevoerd in het productieproces waarna er per ton slib sprake is van ten minste 25% meer biogasproductie ten opzichte van voor de verbetering; en b. ten minste de installatiedelen die verantwoordelijk zijn voor de aanvullende productie van biogas nieuw zijn. 2 De installatiedelen die verantwoordelijk zijn voor de aanvullende productie, worden niet in gebruik genomen voor de subsidie is aangevraagd. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 artikel 29, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieaanvrager maakt aannemelijk dat de voorgestelde aanpassingen een verbetering van 25% inhouden ten opzichte van de gemiddelde productie van het jaar voorafgaande aan de aanvraag, of, wanneer hij minder dan een jaar produceert, ten opzichte van de totale gemiddelde productie tot het moment van de aanvraag. 4 richtlijn (EU) 2018/2001 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in de productie-installatie met een totaal nominaal vermogen van de gasopwaardeerinstallatie gelijk aan of groter dan 2 MW gebruikte biomassa voldoet aan het broeikasgasemissiereductiecriterium, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas, niet zijnde biosyngas, geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbaar gas door middel van vergassing, waarbij ten minste de vergasser nieuw is, uit: a. biomassa als bedoeld in de NTA 8003:2017; of b. biomassa als bedoeld in de NTA 8003:2017, met uitzondering van B-Hout als bedoeld in nummers 100, 150, 170 tot en met 179 van de NTA 8003:2017. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 1 artikel 31 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat ten minste 97% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is. 4 richtlijn (EU) 2018/2001 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa, dan wel de in een installatie met een totaal nominaal vermogen van de gasopwaardeerinstallatie gelijk aan of groter dan 2 MW gebruikte overige biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie die uitsluitend voorziet in de productie van hernieuwbare warmte uit zonne-energie met een totaal thermisch vermogen: a. gelijk aan of groter dan 140 kWth en kleiner dan 1 MWth; of b. gelijk aan of groter dan 1 MWth. 2 Er wordt uitsluitend gebruik gemaakt van afgedekte collectoren waarvan de transparante isolerende laag, niet zijnde beglazing van tuinbouwkassen of fotovoltaïsche zonnepanelen, een geïntegreerd geheel vormt met de collector van een collectorsysteem of met collectoren waarbij het zonlicht met externe spiegels of lenzen wordt geconcentreerd. 3 Het vermogen in kWth van de productie-installatie wordt berekend door de apertuuroppervlakte van de afgedekte collectoren of het aangestraalde oppervlakte van de spiegels of lenzen voor het concentreren van zonlicht in vierkante meter te vermenigvuldigen met een factor 0,7. 4 artikel 4.5.2. van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies Voor de productie-installatie is niet al subsidie verstrekt op basis van. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 1 artikel 33, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen drie jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie waarmee: a. hernieuwbare warmte wordt geproduceerd door middel van allesvergisting, waarbij ten minste de vergister nieuw is; b. hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte worden geproduceerd door middel van allesvergisting, waarbij ten minste de vergister nieuw is en het nominale elektrisch rendement ten minste 20% bedraagt; c. hernieuwbare warmte wordt geproduceerd door middel van monomestvergisting, met een vermogen groter dan 450 kW, waarbij ten minste de vergister nieuw is; d. hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte worden geproduceerd door middel van monomestvergisting, met een vermogen groter dan 450 kW, voor elektrisch en thermisch vermogen samen, waarbij ten minste de vergister nieuw is en het nominale elektrisch rendement ten minste 20% bedraagt; e. hernieuwbare warmte wordt geproduceerd door middel van monomestvergisting, met een vermogen kleiner dan of gelijk aan 450 kW, waarbij ten minste de vergister nieuw is; of f. hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte worden geproduceerd door middel van monomestvergisting, met een vermogen kleiner dan of gelijk aan 450 kW, voor elektrisch en thermisch vermogen samen, waarbij ten minste de vergister nieuw is en het nominale elektrisch rendement ten minste 20% bedraagt. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 1 artikel 35 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte. 4 richtlijn (EU) 2018/2001 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in een installatie voor de opwekking van warmte of gecombineerde opwekking van warmte en elektriciteit met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen gelijk aan of groter dan 2 MW gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie die ingrijpend wordt gerenoveerd en waarmee: a. uitsluitend door middel van allesvergisting hernieuwbare warmte wordt geproduceerd, waarvoor al subsidie op grond van het Besluit SDE is verstrekt en ten minste negen jaar van de periode waarover die subsidie is verstrekt, zijn verstreken op het moment van het indienen van de aanvraag; b. uitsluitend door middel van allesvergisting hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd, waarvoor al subsidie op grond van het Besluit SDE is verstrekt en ten minste negen jaar van de periode waarover die subsidie is verstrekt, zijn verstreken op het moment van het indienen van de aanvraag; c. uitsluitend door middel van monomestvergisting met een vermogen kleiner dan of gelijk aan 450 kW hernieuwbare warmte wordt geproduceerd, waarvoor al subsidie op grond van het Besluit SDE is verstrekt en ten minste negen jaar van de periode waarover die subsidie is verstrekt, zijn verstreken op het moment van het indienen van de aanvraag; of d. uitsluitend door middel van monomestvergisting met een vermogen kleiner dan of gelijk aan 450 kW hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd, waarvoor al subsidie op grond van het Besluit SDE is verstrekt en ten minste negen jaar van de periode waarover die subsidie is verstrekt, zijn verstreken op het moment van het indienen van de aanvraag. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 1 artikel 37 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte. 4 richtlijn (EU) 2018/2001 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in een installatie met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen gelijk aan of groter dan 2 MW gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte uit biogas dat vrijkomt ten gevolge van een biologische afbraakreactie van gisting van zuiveringsslib waarbij verbeteringen worden doorgevoerd in het productieproces die ertoe leiden dat per ton zuiveringsslib de biogasproductie met ten minste 25% toeneemt vergeleken met de biogasproductie van voor de verbeteringen, en: a. indien hernieuwbare warmte wordt geproduceerd, ten minste de installatie-onderdelen die verantwoordelijk zijn voor de meerproductie nieuw zijn; of b. indien hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd, ten minste de installatie-onderdelen die verantwoordelijk zijn voor de meerproductie, nieuw zijn. 2 De installatiedelen die verantwoordelijk zijn voor de meerproductie, worden niet in gebruik genomen voordat de subsidie is aangevraagd. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 1 artikel 39, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte. 4 De subsidieaanvrager maakt aannemelijk dat de voorgestelde aanpassingen een verbetering van 25% inhouden ten opzichte van de gemiddelde productie van het jaar voorafgaande aan de aanvraag, of, wanneer de producent minder dan een jaar produceert, ten opzichte van de totale gemiddelde productie tot het moment van de aanvraag. 5 richtlijn (EU) 2018/2001 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in een installatie voor de opwekking van warmte of gecombineerde opwekking van warmte en elektriciteit met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen gelijk aan of groter dan 2 MW gebruikte biomassa voldoet aan de broeikasgasemissiereductiecriteria bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte door middel van verbranding van vloeibare biomassa als bedoeld in de nummers 512, 514, 517, 518, 543, 545, 550 tot en met 579, 587, 594, 595 en 800 tot en met 809 van de NTA 8003:2017 met een brander in een ketel, met een nominaal thermisch vermogen gelijk aan of groter dan 0,5 MWth en een nominaal elektrisch vermogen kleiner dan of gelijk aan 100 MW voor: a. toepassing in stadsverwarming; of b. overige toepassingen. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 1 artikel 41 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte. 4 richtlijn (EU) 2018/2001 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte door middel van verbranding van vaste of vloeibare biomassa als bedoeld in de NTA 8003:2017 met uitzondering van biomassa als bedoeld in de nummers 100, 150, 170 tot en met 179 van de NTA 8003:2017 in een ketel, met een nominaal thermisch vermogen gelijk aan of groter dan 0,5 MWth en kleiner dan 5 MWth, waarbij ten minste de ketel nieuw is. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 1 artikel 43 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte. 4 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat ten minste 97% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is. 5 richtlijn (EU) 2018/2001 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de. 6 Als gebruik wordt gemaakt van houtige biomassa als bedoeld in de nummers 100 tot en met 199 van de NTA 8003:2017 draagt de subsidieontvanger er zorg voor dat de geproduceerde warmte wordt gebruikt voor een industriële toepassing, niet zijnde tuinbouw, in een verwarmingssysteem met een aanvoertemperatuur aan de gebruikerszijde van ten minste 100°C. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte, of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte, of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, uitsluitend door middel van thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa als bedoeld in de NTA 8003:2017 met uitzondering van biomassa als bedoeld in de nummers 100, 150, 170 tot en met 179 van de NTA 8003:2017, met een nominaal thermisch vermogen gelijk aan of groter dan 5 MWth, waarbij ten minste de ketel nieuw is en het aantal subsidiabele vollasturen: a. ten hoogste 4.500 vollasturen per jaar bedraagt; b. ten hoogste 5.000 vollasturen per jaar bedraagt; c. ten hoogste 5.500 vollasturen per jaar bedraagt; d. ten hoogste 6.000 vollasturen per jaar bedraagt; e. ten hoogste 6.500 vollasturen per jaar bedraagt; f. ten hoogste 7.000 vollasturen per jaar bedraagt; g. ten hoogste 7.500 vollasturen per jaar bedraagt; h. ten hoogste 8.000 vollasturen per jaar bedraagt; of i. ten hoogste 8.500 vollasturen per jaar bedraagt. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 1 artikel 45 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte. 4 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat ten minste 97% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is. 5 richtlijn (EU) 2018/2001 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa, dan wel de in een installatie met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen gelijk aan of groter dan 7,5 MW gebruikte vaste biomassa, voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de. 6 Als gebruik wordt gemaakt van houtige biomassa als bedoeld in de nummers 100 tot en met 199 van de NTA 8003:2017, draagt de subsidieontvanger er zorg voor dat de geproduceerde warmte wordt gebruikt voor een industriële toepassing, niet zijnde tuinbouw, in een verwarmingssysteem met een aanvoertemperatuur aan de gebruikerszijde van ten minste 100°C. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte, of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, uitsluitend door middel van thermische conversie van biomassa als bedoeld in NTA 8003:2017 met een nominaal thermisch vermogen gelijk aan of groter dan 5 MWth, waarbij ten minste de ketel nieuw is. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 1 artikel 47 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte. 4 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat ten minste 97% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is. 5 richtlijn (EU) 2018/2001 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in een installatie met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen gelijk aan of groter dan 7,5 MW gebruikte vaste biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de. 6 Als gebruik wordt gemaakt van houtige biomassa als bedoeld in de nummers 100 tot en met 199 van de NTA 8003:2017, draagt de subsidieontvanger er zorg voor dat de geproduceerde warmte wordt gebruikt voor een industriële toepassing, niet zijnde tuinbouw, in een verwarmingssysteem met een aanvoertemperatuur aan de gebruikerszijde van ten minste 100°C. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van stoom door middel van verbranding van houtpellets in een ketel, die wordt gebruikt voor een industriële toepassing, niet zijnde tuinbouw, waarbij ten minste de stoomketel nieuw is en het nominale thermische vermogen: a. gelijk aan of groter is dan 5 MWth en kleiner dan 50 MWth; of b. gelijk aan of groter is dan 50 MWth. 2 In de ketel worden: a. houtpellets geproduceerd uit biomassa als bedoeld in de nummers 110 tot en met 138 van de NTA 8003:2017 verbrand; b. reststoffen die vrijkomen uit bioraffinage als bedoeld in nummer 595 van de NTA 8003:2017 van biomassa als bedoeld in de nummers 110 tot en met 138 van de NTA 8003:2017 verbrand voor ten hoogste 25% van het aantal kWh dat in een kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt; of c. houtpellets geproduceerd uit biomassa als bedoeld in de nummers 160 tot en met 169 van de NTA 8003:2017 verbrand, voor ten hoogste vijftien vijfentachtigste deel van de som van het aantal kWh dat in een kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt, geproduceerd met biomassa als bedoeld in de onderdelen a en b. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 50 — Artikel 50#
Artikel 50 1 artikel 49, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat ten minste 97% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is. 4 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte. 5 artikel 7, van de Algemene uitvoeringsregeling De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat in voldoende mate aannemelijk wordt gemaakt dat de gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheidseisen voor vaste biomassa, bedoeld in. 6 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de geproduceerde warmte wordt gebruikt voor een industriële toepassing, niet zijnde tuinbouw, in een verwarmingssysteem met een aanvoertemperatuur aan de gebruikerszijde van ten minste 100°C. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 51 — Artikel 51#
Artikel 51 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte door middel van verbranding van houtpellets met een brander in een ketel, oven of fornuis, met een nominaal thermisch vermogen gelijk aan of groter dan 5 MWth en een nominaal elektrisch vermogen kleiner dan of gelijk aan 100 MWth, die wordt gebruikt voor een industriële toepassing, niet zijnde tuinbouw, en waarin: a. houtpellets geproduceerd uit biomassa als bedoeld in de nummers 110 tot en met 138 van de NTA 8003:2017 worden verbrand; b. reststoffen die vrijkomen uit bioraffinage als bedoeld in nummer 595 van de NTA 8003:2017 van biomassa als bedoeld in de nummers 110 tot en met 138 van de NTA 8003:2017 worden verbrand voor ten hoogste 25% van het aantal kWh dat in een kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt; of c. houtpellets geproduceerd uit biomassa als bedoeld in de nummers 160 tot en met 169 van de NTA 8003:2017 worden verbrand voor ten hoogste vijftien vijfentachtigste deel van de som van het aantal kWh dat in een kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt, geproduceerd met biomassa als bedoeld in de onderdelen a en b. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 52 — Artikel 52#
Artikel 52 1 artikel 51 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte. 4 artikel 7 van de Algemene uitvoeringsregeling De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat in voldoende mate aannemelijk wordt gemaakt dat de gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheidseisen voor vaste biomassa, bedoeld in. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 53 — Artikel 53#
Artikel 53 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte uitsluitend door middel van thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa als bedoeld in de NTA 8003:2017, met uitzondering van biomassa als bedoeld in de nummers 100, 150, 170 tot en met 179 van de NTA 8003:2017, waarvoor al subsidie op grond van het Besluit SDE is verstrekt en ten minste negen jaar van de periode waarover die subsidie is verstrekt, zijn verstreken op het moment van het indienen van de aanvraag in een ketel met een nominaal thermisch vermogen van ten minste 5 MWth. 2 De biomassa die in de productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, wordt toegepast, is voor ten minste 97% van de energetische waarde biogeen. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 54 — Artikel 54#
Artikel 54 1 artikel 53, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte. 4 richtlijn (EU) 2018/2001 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa, dan wel de in een installatie met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen gelijk aan of groter dan 7,5 MW gebruikte vaste biomassa, voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de. 5 Als gebruik wordt gemaakt van houtige biomassa als bedoeld in de nummers 100 tot en met 199 van de NTA 8003:2017, draagt de subsidieontvanger er zorg voor dat de geproduceerde warmte wordt gebruikt voor een industriële toepassing, niet zijnde tuinbouw, in een verwarmingssysteem met een aanvoertemperatuur aan de gebruikerszijde van ten minste 100°C. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 55 — Artikel 55#
Artikel 55 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte die vrijkomt bij het composteren van uitsluitend biomassa als bedoeld in de NTA 8003:2017, met uitzondering van biomassa als bedoeld in de nummers 300 tot en met 329 van de NTA 8003:2017 in een gesloten ruimte voor compostering onder geconditioneerde omstandigheden, met een vermogen van ten minste 500 kWth. 2 De biomassa die in de productie-installatie wordt toegepast, is voor ten minste 97% van de energetische waarde biogeen. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 56 — Artikel 56#
Artikel 56 1 artikel 55, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 57 — Artikel 57#
Artikel 57 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door: a. een productie-installatie bestaande uit één of meer doubletten, waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van één of meer geothermische bronnen met een diepte van ten minste 1.500 meter met een thermisch vermogen: 1°. kleiner dan of gelijk aan 12 MWth; 2°. van ten minste 12 MWth tot ten hoogste 20 MWth; of 3°. groter dan 20 MWth; b. een productie-installatie, bestaande uit één of meer doubletten, waarmee uitsluitend door middel van één of meer geothermische bronnen met een diepte van ten minste 1.500 meter hernieuwbare warmte wordt geproduceerd die wordt aangewend voor de verwarming van gebouwde omgeving, waarbij het aantal vollasturen ten hoogste 5.000 uur bedraagt; c. een productie-installatie, bestaande uit één of meer doubletten, waarmee uitsluitend door middel van één of meer geothermische bronnen met een diepte van ten minste 1.500 meter hernieuwbare warmte wordt geproduceerd die wordt aangewend voor de verwarming van gebouwde omgeving, waarbij het aantal vollasturen ten hoogste 3.500 uur bedraagt; d. een productie-installatie bestaande uit één of meer doubletten, waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd, gebruikmakend van ten minste één olie- of gasput met een diepte van ten minste 1.500 meter, waarbij het thermische vermogen: 1°. kleiner is dan of gelijk is aan 12 MWth; 2°. groter is dan 12 MWth of gelijk is aan 20 MWth; of 3°. groter is dan 20 MWth; e. Besluit SDEK een productie-installatie als bedoeld in de onderdelen a en d, waarvoor op het moment van aanvragen al subsidie is verleend op grond van hetof het Besluit SDE, die wordt uitgebreid met ten minste één aanvullende put met een diepte van ten minste 1.500 meter; of f. een productie-installatie, bestaande uit één of meer doubletten, waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van één of meer geothermische bronnen met een diepte van ten minste 4.000 meter. 2023 24877 04-09-2023 31-08-2023 WJZ/34681182 2023 24877 04-09-2023 31-08-2023 WJZ/34681182 05-09-2023
Artikel 58 — Artikel 58#
Artikel 58 1 artikel 57 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 artikel 57, onderdelen a, d, e en f, De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld inbinnen vijf jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 artikel 57, onderdelen b en c De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen zes jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 4 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 59 — Artikel 59#
Artikel 59 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent die broeikasgas vermindert door: a. een productie-installatie, bestaande uit één of meer doubletten, waarmee koolstofdioxide-arme warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van één of meer geothermische bronnen met een diepte van ten minste 500 meter en kleiner dan 1.500 meter, waarbij de warmte wordt opgewaardeerd met een compressiewarmtepomp op basis van een halogeenvrij koudemiddel met een COP-waarde van ten minste 3,0 en het nominale thermische vermogen ten minste 500 kWth is; b. een productie-installatie, bestaande uit één of meer doubletten, waarmee koolstofdioxide-arme warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van één of meer geothermische bronnen met een diepte van ten minste 500 meter en kleiner dan 1.500 meter, waarbij de warmte wordt opgewaardeerd met een compressiewarmtepomp op basis van een halogeenvrij koudemiddel met een COP-waarde van ten minste 3,0 en het nominale thermische vermogen ten minste 500 kWth is en de warmte wordt aangewend voor de verwarming van gebouwde omgeving; of c. een productie-installatie, bestaande uit één of meer doubletten, waarmee koolstofdioxide-arme warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van één of meer geothermische bronnen met een diepte van ten minste 1.500 meter, waarbij de warmte wordt opgewaardeerd met een compressiewarmtepomp op basis van een halogeenvrij koudemiddel met een COP-waarde van ten minste 3,0, het nominale thermische vermogen ten minste 500 kWth is en alle geproduceerde warmte wordt toegepast in een verwarmingssysteem met een aanvoertemperatuur aan de gebruikerszijde van ten minste 90°C in het stookseizoen en de warmte wordt aangewend voor de verwarming van gebouwde omgeving. 2023 24877 04-09-2023 31-08-2023 WJZ/34681182 2023 24877 04-09-2023 31-08-2023 WJZ/34681182 05-09-2023
Artikel 60 — Artikel 60#
Artikel 60 1 artikel 59 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 artikel 59, onderdeel a De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen vijf jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 artikel 59, onderdelen b en c De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen zes jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 4 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte koolstofdioxide-arme warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 61 — Artikel 61#
Artikel 61 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van koolstofdioxide-arme warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van warmte onttrokken uit oppervlaktewater, drinkwater of zeewater, waarbij de warmte wordt opgewaardeerd door middel van een warmtepomp op basis van een halogeenvrij koudemiddel met een COP-waarde van ten minste 3,0 met een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth, waarbij: a. het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 6.000 vollasturen per jaar bedraagt, de productie-installatie beschikt over een seizoensopslag voor warmte en de productie-installatie uitsluitend warmte levert voor verwarming van gebouwde omgeving; b. het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 6.000 vollasturen per jaar bedraagt en de productie-installatie uitsluitend warmte levert voor verwarming van gebouwde omgeving; c. het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 3.500 vollasturen per jaar bedraagt, de productie-installatie beschikt over een seizoensopslag voor warmte en de productie-installatie uitsluitend warmte levert voor verwarming van gebouwde omgeving; of d. het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 3.500 vollasturen per jaar bedraagt en de productie-installatie beschikt over een seizoensopslag voor warmte. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 62 — Artikel 62#
Artikel 62 1 artikel 61 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte koolstofdioxide-arme warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 63 — Artikel 63#
Artikel 63 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van koolstofdioxide-arme warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van warmte onttrokken uit afvalwater of drinkwater door middel van een warmtepomp op basis van een halogeenvrij koudemiddel met een COP-waarde van ten minste 3,0 en met een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth. 2 De productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, levert uitsluitend warmte aan gebouwde omgeving en wordt niet gebruikt voor koudelevering. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 64 — Artikel 64#
Artikel 64 1 artikel 63, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte koolstofdioxide-arme warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 65 — Artikel 65#
Artikel 65 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van koolstofdioxide-arme warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van warmte door middel van een lucht-water-warmtepomp op basis van een halogeenvrij koudemiddel met een COP-waarde van ten minste 3,0. 2 De productie-installatie heeft een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth, waarbij zowel de aanvoertemperatuur aan de gebruikerszijde van een verwarmingssysteem als de leveringstemperatuur van de warmtepomp ten minste 70°C bedragen in het stookseizoen. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 66 — Artikel 66#
Artikel 66 1 artikel 65, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte koolstofdioxide-arme warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte en wordt aangewend voor de verwarming van bestaande gebouwen of bestaande tuinbouwkassen. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 67 — Artikel 67#
Artikel 67 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van koolstofdioxide-arme warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van warmte uit zonne-energie die integraal onderdeel uitmaakt van een nieuwe tuinbouwkas. 2 De productie-installatie maakt gebruik van: a. een optisch en zonvolgend systeem, waarbij zonlicht wordt geconcentreerd op collectorbuizen met een thermisch vermogen dat ten minste vier keer het nominaal thermisch vermogen van de warmtepomp bedraagt; en b. een warmtepomp op basis van een halogeenvrij koudemiddel met een COP-waarde van ten minste 5,0 en de warmtepomp een nominaal thermisch vermogen heeft van ten minste 500 kWth. 3 De productie-installatie heeft een seizoensopslag van warmte. 4 De productie-installatie wordt niet gebruikt voor koudelevering. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 68 — Artikel 68#
Artikel 68 1 artikel 67, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte koolstofdioxide-arme warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 69 — Artikel 69#
Artikel 69 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van koolstofdioxide-arme warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van warmte uit zonne-energie en buitenluchtwarmte door middel van zonnecollectoren die warmte en stroom produceren, waarbij de warmte wordt aangewend voor de verwarming van gebouwde omgeving. 2 De productie-installatie maakt gebruik van een water-water-warmtepomp op basis van een halogeenvrij koudemiddel en de water-water-warmtepomp een minimaal nominaal thermisch vermogen van 500 kWth en een COP-waarde van ten minste 3,0 heeft. 3 2 De oppervlakte aan fotovoltaïsch-thermische panelen bedraagt ten minste 1,2 mper kWth nominaal thermisch vermogen van de warmtepomp. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 70 — Artikel 70#
Artikel 70 1 artikel 69, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte koolstofdioxide-arme warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 71 — Artikel 71#
Artikel 71 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van koolstofdioxide-arme warmte geproduceerd door een productie-installatie waarmee elektriciteit in warmte wordt omgezet, waarbij de vrijkomende warmte direct of indirect wordt overgedragen aan een vloeistof voor: a. toepassing in stadsverwarming; of b. overige toepassingen. 2 De productie-installatie heeft een nominaal thermisch vermogen van ten minste 2 MWth, waarbij de geproduceerde warmte wordt toegepast in een verwarmingssysteem met een aanvoertemperatuur aan de gebruikerszijde van ten minste 100°C in het stookseizoen of in een stoomsysteem. 3 Het vermogen van de aansluiting op het elektriciteitsnet is ten minste even groot als het gezamenlijke vermogen van de op de locatie aanwezige elektroboilers. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 72 — Artikel 72#
Artikel 72 1 artikel 71, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte koolstofdioxide-arme warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 73 — Artikel 73#
Artikel 73 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van koolstofdioxide-arme warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van warmte door middel van: a. een elektrisch aangedreven gesloten warmtepomp op basis van een halogeenvrij koudemiddel met een COP-waarde van ten minste 2,3 en een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth, waarbij het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 8.000 vollasturen per jaar bedraagt; b. een elektrisch aangedreven gesloten warmtepomp op basis van een halogeenvrij koudemiddel met een COP-waarde van ten minste 2,3 en een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth, waarbij het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 3.000 vollasturen per jaar bedraagt; c. een elektrisch aangedreven open warmtepomp met een COP-waarde van ten minste 2,3 en ten hoogste 12,0 en een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth, waarbij het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 8.000 vollasturen per jaar bedraagt; of d. een elektrisch aangedreven open warmtepomp met een COP-waarde van ten minste 2,3 en ten hoogste 12,0 en een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth, waarbij het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 3.000 vollasturen per jaar bedraagt. 2 De productie-installatie produceert warmte die op dezelfde locatie wordt gebruikt voor een industriële toepassing, niet zijnde tuinbouw, en levert geen koude. 3 De feitelijke productie van een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en d, bedraagt ten hoogste 4.000 productie-uren per jaar. 2023 24877 04-09-2023 31-08-2023 WJZ/34681182 2023 24877 04-09-2023 31-08-2023 WJZ/34681182 05-09-2023
Artikel 74 — Artikel 74#
Artikel 74 1 artikel 73, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte koolstofdioxide-arme warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 75 — Artikel 75#
Artikel 75 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van koolstofdioxide-arme warmte geproduceerd door een productie-installatie met een thermisch vermogen van ten minste 2 MWth, waarmee restwarmte, niet zijnde stoom, wordt uitgekoppeld en naar een andere locatie wordt getransporteerd, waarbij ten minste de warmtewisselaar bij de uitkoppeling nieuw is, en: a. de warmte wordt opgewaardeerd met een nieuwe warmtepomp op basis van een halogeenvrij koudemiddel, de warmtepomp een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth en een COP-waarde van ten minste 3,0 heeft en transport plaatsvindt met behulp van een transportleiding met een verhouding van kilometer nieuw aan te leggen transportleiding per MWth outputvermogen van de productie-installatie en andere op de transportleiding invoedende installaties van: 1°. ≥ 0,10 en < 0,20; 2°. ≥ 0,20 en < 0,30; 3°. ≥ 0,30 en < 0,40; 4°. ≥ 0,40; of b. de warmte niet wordt opgewaardeerd en transport plaatsvindt met behulp van een transportleiding met een verhouding van kilometer nieuw aan te leggen transportleiding per MWth outputvermogen van de productie-installatie en andere op de transportleiding invoedende installaties van: 1°. ≥ 0,10 en < 0,20; 2°. ≥ 0,20 en < 0,30; 3°. ≥ 0,30 en < 0,40; 4°. ≥ 0,40. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 76 — Artikel 76#
Artikel 76 1 artikel 75 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte koolstofdioxide-arme warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 77 — Artikel 77#
Artikel 77 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van waterstof geproduceerd door een productie-installatie die waterstof produceert met behulp van elektrolyse met een nominale capaciteit van ten minste 500 kW met: a. een aansluiting op het elektriciteitsnet; of b. een directe aansluiting op een productie-installatie die elektriciteit produceert met behulp van windenergie of een productie-installatie die elektriciteit produceert uit zonlicht door middel van fotovoltaïsche zonnepanelen. 2 De productie-installatie is in staat om, terwijl deze gereed is voor gebruik, minder dan 1% elektriciteit te verbruiken van het maximale vermogen van de productie-installatie. 3 Indien sprake is van een productie-installatie met een directe aansluiting als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel b, wordt de subsidie uitsluitend verstrekt voor de waterstof die is geproduceerd met de elektriciteit die is geproduceerd door een productie-installatie voor wind- of zonne-energie waarvoor geen subsidie voor het produceren van die elektriciteit op grond van deze of een andere regeling is verstrekt. 4 Indien sprake is van een productie-installatie met een directe aansluiting als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel b, wordt de subsidie uitsluitend verstrekt voor de waterstof die is geproduceerd met elektriciteit die is geproduceerd door de direct aangesloten productie-installatie voor wind- of zonne-energie aangesloten. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 78 — Artikel 78#
Artikel 78 1 artikel 77, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 79 — Artikel 79#
Artikel 79 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van geavanceerde hernieuwbare brandstof die wordt geproduceerd door een productie-installatie waarmee: a. bioethanol wordt geproduceerd uit vaste lignocellulosehoudende biomassa, waarvan maximaal 50% B-Hout is als bedoeld in nummers 170 tot en met 179 van de NTA 8003:2017; b. biomethanol wordt geproduceerd uit vaste lignocellulosehoudende biomassa, waarvan maximaal 50% B-Hout is als bedoeld in nummers 170 tot en met 179 van de NTA 8003:2017; c. bioLNG wordt geproduceerd door middel van monomestvergisting; d. bioLNG wordt geproduceerd door middel van allesvergisting; of e. diesel- en benzinevervangers worden geproduceerd uit vaste lignocellulosehoudende biomassa, waarvan maximaal 50% B-Hout is als bedoeld in nummers 170 tot en met 179 van de NTA 8003:2017. 2 paragraaf 9.7.5 van de Wet milieubeheer De geavanceerde hernieuwbare brandstof wordt in Nederland wordt geleverd aan wegvoertuigen of binnenvaartschepen en wordt ingeboekt in het register hernieuwbare energie vervoer, bedoeld in. 3 richtlijn (EU) 2018/2001 De productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, onderdelen c en d, maakt uitsluitend gebruik van grondstoffen als bedoeld in deel A van bijlage IX bij de. 4 richtlijn (EU) 2018/2001 De productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b en e, maakt uitsluitend gebruik van vaste grondstoffen als bedoeld onder o) met uitzondering van zwart residuloog, bruin residuloog, vezelslib, lignine en tallolie, en q) van deel A van Bijlage IX bij de. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 80 — Artikel 80#
Artikel 80 1 artikel 79, eerste lid, onderdelen a, b en e De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 artikel 79, eerste lid, onderdelen c en d De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 3 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 81 — Artikel 81#
Artikel 81 1 artikel 16.5 van de Wet milieubeheer De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent die met een productie-installatie koolstofdioxide afvangt en permanent opslaat of doet opslaan door een houder van een vergunning voor het exploiteren van een broeikasgasinstallatie als bedoeld inin een ondergronds opslagvoorkomen voor koolstofdioxide, waarbij: a. het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 4.000 vollasturen per jaar bedraagt, de koolstofdioxide wordt afgevangen die ontstaat bij een op het moment van indienen van de aanvraag bestaand proces, en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding, en ten minste de compressor nieuw is; 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de vervloeiingsinstallatie nieuw is; of 3°. vloeibaar transport van koolstofdioxide; b. het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 8.000 vollasturen per jaar bedraagt, de koolstofdioxide wordt afgevangen die ontstaat bij een op het moment van indienen van de aanvraag bestaand proces, en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding, en ten minste de compressor nieuw is; of 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de vervloeiingsinstallatie nieuw is; c. de afgevangen koolstofdioxide bij een op het moment van indienen van de aanvraag bestaand proces wordt gezuiverd, en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding en ten minste de installatie voor de zuivering van de afgevangen koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; of 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de zuivering van de afgevangen koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn; d. de koolstofdioxide wordt afgevangen die ontstaat bij een nieuw productieproces voor de productie van waterstof uit restgassen, de waterstof wordt ingezet in een productieproces voor ondervuring in een ketel, fornuis of warmtekrachtkoppeling, en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; of 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn; e. de koolstofdioxide wordt afgevangen die ontstaat bij een op het moment van indienen van de aanvraag bestaand verbrandingsproces, en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; of 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn; f. de afgevangen koolstofdioxide in een nieuw proces wordt gezuiverd, en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding, en ten minste de installatie voor de zuivering van de afgevangen koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; of 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de zuivering van de afgevangen koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn; g. de afvang van koolstofdioxide gebeurt bij een nieuw verbrandingsproces, en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; of 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn. 2 artikel 85, eerste lid, aanhef en onderdeel a, c, d, e, f of g Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 1°, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in. 3 artikel 89, eerste lid, aanhef en onderdeel a, c, d, e, f of g, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2022 Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 1°, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in. 4 artikel 85, eerste lid, aanhef en onderdeel a, b, c, f, g, h, l of m, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2021 Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 1°, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in. 5 artikel 85, eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 1° of 2°, onderdeel c, subonderdeel 1° of 2°, onderdeel d, subonderdeel 1° of 2°, onderdeel e, subonderdeel 1° of 2°, onderdeel f, subonderdeel 1° of 2°, of onderdeel g, subonderdeel 1° Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 2°, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in. 6 artikel 89, eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdelen 1° of 2°, onderdeel c, subonderdelen 1° of 2°, onderdeel d, subonderdelen 1° of 2°, onderdeel e, subonderdelen 1° of 2°, onderdeel f, subonderdelen 1° of 2°, of onderdeel g, subonderdeel 1°, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2022 Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 2°, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in. 7 artikel 85, eerste lid, aanhef en onderdeel a, c, f, h of l, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2021 Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 2°, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in. 8 artikel 85, eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 3°, onderdeel c, subonderdeel 3°, onderdeel d, subonderdeel 3°, onderdeel e, subonderdeel 3°, onderdeel f, subonderdeel 3° of onderdeel g, subonderdeel 2° Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 3°, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in. 9 artikel 89, eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 3°, onderdeel c, subonderdeel 3°, onderdeel d, subonderdeel 3°, onderdeel e, subonderdeel 3°, onderdeel f, subonderdeel 3° of onderdeel g, subonderdeel 2°, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2022 Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 3°, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in. 10 artikel 85, eerste lid, aanhef en onderdeel b, g of m, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2021 Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 3°, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 82 — Artikel 82#
Artikel 82 1 artikel 81, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen zes jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De afgevangen en permanent opgeslagen koolstofdioxide die voor subsidie in aanmerking komt, komt uitsluitend voort uit: a. een door de subsidieontvanger uitgevoerde economische activiteit met SBI-code 06, 08 tot en met 33 of 38; b. een door de subsidieontvanger uitgevoerde economische activiteit met SBI-code 351, indien de koolstofdioxide vrijkomt bij de verbranding van een bijproduct afkomstig van door subsidieontvangers uitgevoerde economische activiteiten met SBI-code 06, 08 tot en met 33, 352, 353 of 38:; c. een door de subsidieontvanger uitgevoerde economische activiteit met SBI-code 35111, indien het de productie van elektriciteit door een warmtekrachtcentrale betreft die hoofdzakelijk wordt gestookt op aardgas. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 83 — Artikel 83#
Artikel 83 1 titel 16.2 van de Wet milieubeheer artikel 16.5 van de Wet milieubeheer De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent die niet valt onder het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten, bedoeld in, en die met een productie-installatie koolstofdioxide afvangt en permanent opslaat of doet opslaan door een houder van een vergunning voor het exploiteren van een broeikasgasinstallatie als bedoeld inin een ondergronds opslagvoorkomen voor koolstofdioxide, waarbij: a. het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 4.000 vollasturen per jaar bedraagt, de koolstofdioxide wordt afgevangen die ontstaat bij een op het moment van indienen van de aanvraag bestaand proces, en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding, en ten minste de compressor nieuw is; 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en tenminste de vervloeiingsinstallatie nieuw is; of 3°. vloeibaar transport van koolstofdioxide; b. het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 8.000 vollasturen per jaar bedraagt, de koolstofdioxide wordt afgevangen die ontstaat bij een op het moment van indienen van de aanvraag bestaand proces, en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding, en ten minste de compressor nieuw is; of 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de vervloeiingsinstallatie nieuw is; c. de afgevangen koolstofdioxide bij een op het moment van indienen van de aanvraag bestaand proces wordt gezuiverd, en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding en ten minste de installatie voor de zuivering van de afgevangen koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; of 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de zuivering van de afgevangen koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn; d. de koolstofdioxide wordt afgevangen die ontstaat bij een nieuw productieproces voor de productie van waterstof uit restgassen, de waterstof wordt ingezet in een productieproces voor ondervuring in een ketel, fornuis of warmtekrachtkoppeling, en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; of 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn; e. de koolstofdioxide wordt afgevangen die ontstaat bij een op het moment van indienen van de aanvraag bestaand verbrandingsproces, en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; of 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn; f. de afvang van koolstofdioxide gebeurt bij een op het moment van indienen van de aanvraag bestaande afvalverbrandingsinstallatie, en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; of 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn; g. de afgevangen koolstofdioxide in een nieuw proces wordt gezuiverd, en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding, en ten minste de installatie voor de zuivering van de afgevangen koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; of 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de zuivering van de afgevangen koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn; h. de afvang van koolstofdioxide gebeurt bij een nieuw verbrandingsproces, en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; of 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn. 2 artikel 85, eerste lid, aanhef en onderdeel a, c, d, e, f of g Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 1°, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in. 3 artikel 89, eerste lid, aanhef en onderdeel a, c, d, e, f of g van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2022 Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 1°, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in. 4 artikel 85, eerste lid, aanhef en onderdeel a, b, c, f, g, h, i, j, k, l of m van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2021 Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 1°, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld. 5 artikel 85, eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 1° of 2°, onderdeel c, subonderdeel 1° of 2°, onderdeel d, subonderdeel 1° of 2°, onderdeel e, subonderdeel 1° of 2°, onderdeel f, subonderdeel 1° of 2°, of onderdeel g, subonderdeel 1° Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 2°, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in. 6 artikel 89, eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdelen 1° of 2°, onderdeel c, subonderdelen 1° of 2°, onderdeel d, subonderdelen 1° of 2°, onderdeel e, subonderdeel 1° of 2°, onderdeel f, subonderdeel 1° of 2° of onderdeel g, subonderdeel 1° van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2022 Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 2°, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in. 7 artikel 85, eerste lid, aanhef en onderdeel a, c, f, h, i, k, of l van de regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2021 Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 2°, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in. 8 artikel 85, eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 3°, onderdeel c, subonderdeel 3°, onderdeel d, subonderdeel 3°, onderdeel e, subonderdeel 3°, onderdeel f, subonderdeel 3° of onderdeel g, subonderdeel 2° Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 3°, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in. 9 artikel 89, eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 3°, onderdeel c, subonderdeel 3°, onderdeel d, subonderdeel 3°, onderdeel e, subonderdeel 3°, onderdeel f, subonderdeel 3° of onderdeel g, subonderdeel 2° van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2022 Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 3°, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in. 10 artikel 85, eerste lid, aanhef en onderdeel b, g, j of m van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2021 Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 3°, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 84 — Artikel 84#
Artikel 84 1 artikel 83, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen zes jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De afgevangen en permanent opgeslagen koolstofdioxide die voor subsidie in aanmerking komt, komt uitsluitend voort uit: a. een door de subsidieontvanger uitgevoerde economische activiteit met SBI-code 06, 08 tot en met 33 of 38; b. een door de subsidieontvanger uitgevoerde economische activiteit met SBI-code 351, indien de koolstofdioxide vrijkomt bij de verbranding van een bijproduct afkomstig van door subsidieontvangers uitgevoerde economische activiteiten met SBI-code 06, 08 tot en met 33, 352, 353 of 38; c. een door de subsidieontvanger uitgevoerde economische activiteit met SBI-code 35111, indien het de productie van elektriciteit door een warmtekrachtcentrale betreft die hoofdzakelijk wordt gestookt op aardgas. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 85 — Artikel 85#
Artikel 85 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent die met een productie-installatie koolstofdioxide afvangt en gebruikt of doet gebruiken ter vermindering van broeikasgas door middel van nuttig aangewende koolstofdioxide, waarbij: a. de afgevangen koolstofdioxide bij een op het moment van indienen van de aanvraag bestaand proces wordt gezuiverd, en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een transportleiding, en ten minste de installatie voor de zuivering van de afgevangen koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; 2°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een transportleiding, en ten minste de installatie voor de zuivering van de afgevangen koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn, en de transportleiding wordt uitgebreid of nieuw aangelegd; of 3°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de zuivering van de afgevangen koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn; b. de koolstofdioxide wordt afgevangen bij een op het moment van indienen van de aanvraag bij een bestaand proces, en gebruik wordt gemaakt van vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de vervloeiingsinstallatie nieuw is; c. de afgevangen koolstofdioxide bij een nieuw proces wordt gezuiverd, en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een transportleiding, en ten minste de installatie voor de zuivering van de afgevangen koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; 2°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een transportleiding, en ten minste de installatie voor de zuivering van de afgevangen koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn, en de transportleiding wordt uitgebreid of nieuw aangelegd; of 3°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de zuivering van de afgevangen koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn; d. de koolstofdioxide die wordt afgevangen ontstaat bij een op het moment van indienen van de aanvraag bestaande verbrandingsproces, en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een transportleiding, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; 2°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een transportleiding, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn, en de transportleiding wordt uitgebreid of nieuw aangelegd; of 3°. vloeibaar transport van koolstofdioxide en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn; e. de koolstofdioxide die wordt afgevangen ontstaat bij een nieuw verbrandingsproces, en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een transportleiding, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; 2°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een transportleiding en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn, en de transportleiding wordt uitgebreid of nieuw aangelegd; of 3°. vloeibaar transport van koolstofdioxide en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn; f. de koolstofdioxide wordt afgevangen die ontstaat bij een in een op het moment van indienen van de aanvraag bestaande afvalverbrandingsinstallatie, en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een transportleiding, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; 2°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een transportleiding, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn, en de transportleiding wordt uitgebreid of nieuw aangelegd; of 3°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn; g. de koolstofdioxide wordt afgevangen bij een biomassaverbrandingsinstallatie, en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een transportleiding, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide nieuw is; of 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn. 2 artikel 81, eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 1° artikel 83, eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 1° Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, c, d, e, f of g, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld inof. 3 artikel 81, eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 2° artikel 83, eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 2° Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdelen 1° of 2°, onderdeel c, subonderdelen 1° of 2°, onderdeel d, subonderdelen 1° of 2°, onderdeel e, subonderdelen 1° of 2°, onderdeel f, subonderdelen 1° of 2° of onderdeel g, subonderdeel 1° kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld inof. 4 artikel 81, eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 3° artikel 83, eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 3° Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 3°, onderdeel c, subonderdeel 3°, onderdeel d, subonderdeel 3°, onderdeel e, subonderdeel 3°, onderdeel f, subonderdeel 3° of onderdeel g, subonderdeel 2° kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld inof. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 86 — Artikel 86#
Artikel 86 1 artikel 85, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen zes jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 87 — Artikel 87#
Artikel 87 1 Voor de fase, genoemd in de eerste kolom van onderstaande tabel, wordt: 1 verhoging met € 100 voor de aanvragen voor subsidies binnen het domein hoge-temperatuur-warmte, het domein lage-temperatuur-warmte en het domein moleculen. a. de periode waarbinnen de aanvragen moeten zijn ontvangen per fase vastgesteld op de periode, genoemd in de tweede kolom van onderstaande tabel; b. artikelen 10, eerste lid 27, eerste lid 43a, eerste lid 55e, eerste lid, van het Besluit SDEK voor fase 1 tot en met 4 het fasebedrag voor de subsidie, bedoeld in de,,, en, per respectievelijke fase vastgesteld op het in de derde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; c. artikelen 10, eerste lid 27, eerste lid 43a, eerste lid 55e, eerste lid, van het Besluit SDEK voor fase 5 het fasebedrag voor de subsidie, bedoeld in de,,, en, vastgesteld op het in de derde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag, waarbij het fasebedrag voor het fasebedrag voor subsidies voor aanvragen binnen het domein hoge-temperatuur-warmte, het domein lage-temperatuur-warmte of het domein moleculen wordt verhoogd met € 100; Fase Periode waarbinnen de aanvragen ontvangen moet zijn, per fase Fasebedrag in €/1.000 kg broeikasgas 1 5 september 2023, 9:00 uur, tot 11 september 2023, 17:00 uur 90 2 11 september 2023, 17:00 uur, tot 18 september 2023, 17:00 uur 180 3 18 september 2023, 17:00 uur, tot 25 september 2023, 17:00 uur 240 4 25 september 2023, 17:00 uur, tot 2 oktober 2023, 17:00 uur 300 5 2 oktober 2023, 17:00 uur, tot 5 oktober 2023, 17:00 uur 1 300 2 artikelen 10, eerste lid artikel 27, eerste lid 43a, eerste lid 55e, eerste lid, van het Besluit SDEK Voor de fase 1 tot en met 5, bedoeld in het eerste lid, wordt in afwijking van het fasebedrag, genoemd in de derde kolom van de tabel in het eerste lid, het omgerekende fasebedrag voor de subsidie, bedoeld in de,, enen, voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas, hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking en vermindering van broeikasgas, vastgesteld op het respectievelijk in de derde, vierde, vijfde, zesde en zevende kolom van onderstaande tabellen genoemde bedrag. 1 2 3 4 5 6 7 Artikel regeling Categorie Fasebedrag in euro/kWh Fase 1 Fase 2 Fase 3 Fase 4 Fase 5 Artikel 13, onderdeel a Waterkracht, valhoogte < 50 cm 0,1015 0,1123 0,1195 0,1267 0,1267 Artikel 13, onderdeel b Waterkracht, valhoogte ≥ 50 cm 0,1015 0,1123 0,1195 0,1267 0,1267 Artikel 13, onderdeel c Waterkracht, valhoogte ≥ 50 cm, renovatie 0,1015 0,1123 0,1195 0,1225 0,1225 Artikel 15 Osmose 0,1015 0,1123 0,1195 0,1267 0,1267 Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° Wind op land, ≥ 8,5 m/s 0,0530 0,0530 0,0530 0,0530 0,0530 Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° Wind op land, ≥ 8 en < 8,5 m/s 0,0533 0,0533 0,0533 0,0533 0,0533 Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 3° Wind op land, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,0585 0,0585 0,0585 0,0585 0,0585 Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 4° Wind op land, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,0624 0,0624 0,0624 0,0624 0,0624 Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 5° Wind op land, ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,0666 0,0666 0,0666 0,0666 0,0666 Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 6° Wind op land, < 6,75 m/s 0,0712 0,0714 0,0714 0,0714 0,0714 Artikel 19, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 8,5 m/s 0,0543 0,0543 0,0543 0,0543 0,0543 Artikel 19, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 8 en < 8,5 m/s 0,0616 0,0616 0,0616 0,0616 0,0616 Artikel 19, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 3° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,0689 0,0689 0,0689 0,0689 0,0689 Artikel 19, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 4° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,0712 0,0788 0,0788 0,0788 0,0788 Artikel 19, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 5° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,0712 0,0805 0,0850 0,0850 0,0850 Artikel 19, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 6° Wind op land, hoogtebeperkt < 6,75 m/s 0,0712 0,0805 0,0866 0,0926 0,0926 Artikel 21, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° Wind op waterkering, ≥ 8,5 m/s 0,0590 0,0590 0,0590 0,0590 0,0590 Artikel 21, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° Wind op waterkering, ≥ 8 en < 8,5 m/s 0,0611 0,0611 0,0611 0,0611 0,0611 Artikel 21, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 3° Wind op waterkering, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,0665 0,0665 0,0665 0,0665 0,0665 Artikel 21, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 4° Wind op waterkering, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,0703 0,0703 0,0703 0,0703 0,0703 Artikel 21, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 5° Wind op waterkering, ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,0712 0,0758 0,0758 0,0758 0,0758 Artikel 21, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 6° Wind op waterkering, < 6,75 m/s 0,0712 0,0804 0,0804 0,0804 0,0804 Artikel 23, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1° Zon-PV ≥ 15 kWp en < 1 MWp aansluiting > 3*80 A, gebouwgebonden (net = 50%) 0,0916 0,0916 0,0916 0,0916 0,0916 Artikel 23, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° Zon-PV ≥ 1 MWp, gebouwgebonden (net = 50%) 0,0804 0,0804 0,0804 0,0804 0,0804 Artikel 23, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° Zon-PV ≥ 15 kWp en < 1 MWp aansluiting > 3*80 A, drijvend op water (net = 50%) 0,0916 0,0916 0,0916 0,0916 0,0916 Artikel 23, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° Zon-PV ≥ 1 MWp, drijvend op water (net = 50%) 0,0811 0,0811 0,0811 0,0811 0,0811 Artikel 23, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° Zon-PV ≥ 15 kWp en < 1 MWp aansluiting > 3*80 A, op land (net = 50%) 0,0916 0,0916 0,0916 0,0916 0,0916 Artikel 23, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° Zon-PV ≥ 1 MWp en < 20 MWp, op land (net = 50%) 0,0701 0,0701 0,0701 0,0701 0,0701 Artikel 23, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 3° Zon-PV ≥ 20 MWp, op land (net = 50%) 0,0667 0,0667 0,0667 0,0667 0,0667 Artikel 23, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1° Zon-PV ≥ 1 MWp en < 20 MWp, zonvolgend op land 0,0633 0,0633 0,0633 0,0633 0,0633 Artikel 23, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2° Zon-PV ≥ 20 MWp, zonvolgend op land 0,0602 0,0602 0,0602 0,0602 0,0602 Artikel 23, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 3° Zon-PV ≥ 1 MWp, zonvolgend op water 0,0734 0,0734 0,0734 0,0734 0,0734 Artikel 25, onderdeel a Allesvergisting, gas 0,0615 0,0779 0,0889 0,0893 0,0893 Artikel 25, onderdeel b Monomestvergisting > 450 kW, gas 0,0754 0,1057 0,1066 0,1066 0,1066 Artikel 25, onderdeel c Monomestvergisting ≤ 450 kW, gas 0,0925 0,1400 0,1523 0,1523 0,1523 Artikel 27, onderdeel a Allesvergisting verlengde levensduur, ombouw naar gas 0,0615 0,0777 0,0777 0,0777 0,0777 Artikel 27, onderdeel b Allesvergisting verlengde levensduur, gas 0,0615 0,0733 0,0733 0,0733 0,0733 Artikel 27, onderdeel c Monomestvergisting verlengde levensduur ≤ 450 kW, ombouw naar gas 0,0949 0,1309 0,1309 0,1309 0,1309 Artikel 27, onderdeel d Monomestvergisting verlengde levensduur ≤ 450 kW, gas 0,0949 0,1212 0,1212 0,1212 0,1212 Artikel 29, eerste lid RWZI verbeterde slibgisting, gas 0,0615 0,0779 0,0889 0,0999 0,1148 Artikel 31, onderdeel a Biomassavergassing (inclusief B-hout) 0,0601 0,0751 0,0797 0,0797 0,0797 Artikel 31, onderdeel b Biomassavergassing (exclusief B-hout) 0,0601 0,0751 0,0852 0,0952 0,1120 Artikel 33, eerste lid, onderdeel a Zonthermie ≥ 140 kWth en < 1 MWth 0,0873 0,1077 0,1170 0,1170 0,1170 Artikel 33, eerste lid, onderdeel b Zonthermie ≥ 1 MWth 0,0819 0,0986 0,0986 0,0986 0,0986 Artikel 35, onderdeel a Allesvergisting, warmte 0,0737 0,0737 0,0737 0,0737 0,0737 Artikel 35, onderdeel b Allesvergisting, gecombineerde opwekking 0,0853 0,0853 0,0853 0,0853 0,0853 Artikel 35, onderdeel c Monomestvergisting, warmte > 450 kW 0,0988 0,1004 0,1004 0,1004 0,1004 Artikel 35, onderdeel d Monomestvergisting, gecombineerde opwekking > 450 kW 0,1160 0,1180 0,1180 0,1180 0,1180 Artikel 35, onderdeel e Monomestvergisting, warmte ≤ 450 kW 0,1234 0,1399 0,1399 0,1399 0,1399 Artikel 35, onderdeel f Monomestvergisting, gecombineerde opwekking ≤ 450 kW 0,1746 0,2039 0,2039 0,2039 0,2039 Artikel 37, onderdeel a Allesvergisting verlengde levensduur, warmte 0,0679 0,0679 0,0679 0,0679 0,0679 Artikel 37, onderdeel b Allesvergisting verlengde levensduur, gecombineerde opwekking 0,0705 0,0705 0,0705 0,0705 0,0705 Artikel 37, onderdeel c Monomestvergisting verlengde levensduur, warmte ≤ 450 kW 0,0960 0,0960 0,0960 0,0960 0,0960 Artikel 37, onderdeel d Monomestvergisting verlengde levensduur, gecombineerde opwekking ≤ 450 kW 0,1427 0,1427 0,1427 0,1427 0,1427 Artikel 39, eerste lid, onderdeel a RWZI verbeterde slibgisting, warmte 0,0819 0,0980 0,0980 0,0980 0,0980 Artikel 39, eerste lid, onderdeel b RWZI verbeterde slibgisting, gecombineerde opwekking 0,0959 0,1105 0,1202 0,1299 0,1299 Artikel 41, onderdeel a Ketel op vloeibare biomassa, stadsverwarming 0,0819 0,0826 0,0826 0,0826 0,0826 Artikel 41, onderdeel b Ketel op vloeibare biomassa, overige toepassing 0,0819 0,0826 0,0826 0,0826 0,0826 Artikel 43 Kleine ketel op vaste of vloeibare biomassa 0,0715 0,0715 0,0715 0,0715 0,0715 Artikel 45, onderdeel a Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (4.500 vollasturen) 0,0553 0,0611 0,0611 0,0611 0,0611 Artikel 45, onderdeel b Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (5.000 vollasturen) 0,0553 0,0601 0,0601 0,0601 0,0601 Artikel 45, onderdeel c Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (5.500 vollasturen) 0,0553 0,0591 0,0591 0,0591 0,0591 Artikel 45, onderdeel d Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (6.000 vollasturen) 0,0553 0,0584 0,0584 0,0584 0,0584 Artikel 45, onderdeel e Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (6.500 vollasturen) 0,0553 0,0575 0,0575 0,0575 0,0575 Artikel 45, onderdeel f Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (7.000 vollasturen) 0,0553 0,0570 0,0570 0,0570 0,0570 Artikel 45, onderdeel g Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (7.500 vollasturen) 0,0553 0,0568 0,0568 0,0568 0,0568 Artikel 45, onderdeel h Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (8.000 vollasturen) 0,0553 0,0563 0,0563 0,0563 0,0563 Artikel 45, onderdeel i Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (8.500 vollasturen) 0,0553 0,0558 0,0558 0,0558 0,0558 Artikel 47 Grote ketel op B-hout 0,0338 0,0338 0,0338 0,0338 0,0338 Artikel 49, eerste lid, onderdeel a Grote stoomketel op houtpellets ≥ 5 MWth en < 50 MWth 0,0553 0,0757 0,0830 0,0830 0,0830 Artikel 49, eerste lid, onderdeel b Grote stoomketel op houtpellets ≥ 50 MWth 0,0553 0,0757 0,0892 0,0910 0,0910 Artikel 51 Directe inzet (brander) van houtpellets voor industriële toepassingen 0,0635 0,0635 0,0635 0,0635 0,0635 Artikel 53, eerste lid Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa verlengde levensduur 0,0436 0,0436 0,0436 0,0436 0,0436 Artikel 55, eerste lid Composteringsinstallatie, warmte 0,0563 0,0563 0,0563 0,0563 0,0563 Artikel 57, onderdeel a, subonderdeel 1 en onderdeel d, subonderdeel 1 Diepe geothermie < 12 MWth, basislast 0,0595 0,0595 0,0595 0,0595 0,0595 Artikel 57, onderdeel a, subonderdeel 2 en onderdeel d, subonderdeel 2 Diepe geothermie ≥ 12 MWth en < 20 MWth, basislast 0,0531 0,0531 0,0531 0,0531 0,0531 Artikel 57, onderdeel a, subonderdeel 3 en onderdeel d, subonderdeel 3 Diepe geothermie ≥ 20 MWth, basislast 0,0471 0,0471 0,0471 0,0471 0,0471 Artikel 57, onderdeel b Diepe geothermie, middenlast, verwarming gebouwde omgeving 0,0745 0,0973 0,0973 0,0973 0,0973 Artikel 57, onderdeel c Diepe geothermie, geen basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0742 0,1134 0,1240 0,1240 0,1240 Artikel 57, onderdeel e Diepe geothermie, basislast, aanvullende put 0,0353 0,0353 0,0353 0,0353 0,0353 Artikel 57, onderdeel f Ultradiepe geothermie, basislast 0,0748 0,0814 0,0814 0,0814 0,0814 Artikel 59, onderdeel a Ondiepe geothermie met warmtepomp, basislast 0,0698 0,0957 0,0957 0,0957 0,0957 Artikel 59, onderdeel b Ondiepe geothermie met warmtepomp, geen basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0698 0,1047 0,1279 0,1506 0,1506 Artikel 59, onderdeel c Diepe geothermie met warmtepomp, basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0692 0,1033 0,1089 0,1089 0,1089 Artikel 61, onderdeel a Thermische energie uit oppervlaktewater met seizoensopslag, basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0516 0,0681 0,0792 0,0902 0,1086 Artikel 61, onderdeel b Thermische energie uit oppervlaktewater, basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0522 0,0695 0,0734 0,0734 0,0734 Artikel 61, onderdeel c Thermische energie uit oppervlaktewater met seizoensopslag, geen basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0514 0,0678 0,0788 0,0897 0,1080 Artikel 61, onderdeel d Thermische energie uit oppervlaktewater met seizoensopslag, directe toepassing 0,0523 0,0696 0,0812 0,0872 0,0872 Artikel 63, eerste lid Thermische energie uit afvalwater, basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0522 0,0694 0,0805 0,0805 0,0805 Artikel 65, eerste lid Lucht-water-warmtepomp, geen basislast 0,0780 0,0945 0,1054 0,1164 0,1241 Artikel 67, eerste lid Daglichtkas 0,0530 0,0709 0,0829 0,0907 0,0907 Artikel 69, eerste lid Zon-PVT systeem 0,0530 0,0530 0,0530 0,0530 0,0530 Artikel 71, eerste lid, onderdeel a Elektroboiler, stadsverwarming 0,0653 0,0857 0,0954 0,0954 0,0954 Artikel 71, eerste lid, onderdeel b Elektroboiler, overige toepassing 0,0653 0,0857 0,0954 0,0954 0,0954 Artikel 73, eerste lid, onderdeel a Industriële gesloten warmtepomp (8.000 uur) 0,0523 0,0530 0,0530 0,0530 0,0530 Artikel 73, eerste lid, onderdeel b Industriële gesloten warmtepomp (3.000 uur) 0,0523 0,0695 0,0810 0,0925 0,0970 Artikel 73, eerste lid, onderdeel c Industriële open warmtepomp (8.000 uur) 0,0525 0,0525 0,0525 0,0525 0,0525 Artikel 73, eerste lid, onderdeel d Industriële open warmtepomp (3.000 uur) 0,0538 0,0726 0,0851 0,0977 0,1176 Artikel 75, onderdeel a, subonderdeel 1° Restwarmtebenutting met warmtepomp, transportleiding ≥ 0,10 en < 0,20 km/MWth 0,0522 0,0682 0,0682 0,0682 0,0682 Artikel 75, onderdeel a, subonderdeel 2° Restwarmtebenutting met warmtepomp, transportleiding ≥ 0,20 en < 0,30 km/MWth 0,0522 0,0694 0,0755 0,0755 0,0755 Artikel 75, onderdeel a, subonderdeel 3° Restwarmtebenutting met warmtepomp, transportleiding ≥ 0,30 en < 0,40 km/MWth 0,0522 0,0694 0,0808 0,0827 0,0827 Artikel 75, onderdeel a, subonderdeel 4° Restwarmtebenutting met warmtepomp, transportleiding ≥ 0,40 km/MWth 0,0522 0,0693 0,0808 0,0899 0,0899 Artikel 75, onderdeel b, subonderdeel 1° Restwarmtebenutting, transportleiding ≥ 0,10 en < 0,20 km/MWth 0,0243 0,0243 0,0243 0,0243 0,0243 Artikel 75,onderdeel b, subonderdeel 2° Restwarmtebenutting, transportleiding ≥ 0,20 en < 0,30 km/MWth 0,0315 0,0315 0,0315 0,0315 0,0315 Artikel 75, onderdeel b, subonderdeel 3° Restwarmtebenutting, transportleiding ≥ 0, 30 en < 0,40 km/MWth 0,0387 0,0387 0,0387 0,0387 0,0387 Artikel 75, onderdeel b, subonderdeel 4° Benutting restwarmte, transportleiding ≥ 0,40 km/MWth 0,0460 0,0460 0,0460 0,0460 0,0460 Artikel 77, eerste lid, onderdeel a Waterstof uit elektrolyse, netgekoppeld 0,0840 0,1046 0,1184 0,1321 0,1550 Artikel 77, eerste lid, onderdeel b Waterstof uit elektrolyse, directe lijn met windpark of zonnepark 0,0840 0,1046 0,1184 0,1321 0,1550 Artikel 79, eerste lid, onderdeel a Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, bioethanol uit vaste lignocellulosehoudende biomassa 0,1211 0,1467 0,1637 0,1657 0,1657 Artikel 79, eerste lid, onderdeel b Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, biomethanol uit vaste lignocellulosehoudende biomassa 0,1181 0,1407 0,1421 0,1421 0,1421 Artikel 79, eerste lid, onderdeel c Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, bioLNG uit monomestvergisting 0,0893 0,1253 0,1494 0,1589 0,1589 Artikel 79, eerste lid, onderdeel d Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, bioLNG uit allesvergisting 0,0753 0,0974 0,1088 0,1088 0,1088 Artikel 79, eerste lid, onderdeel e Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, diesel- en benzinevervangers uit vaste lignocellulose houdende biomassa 0,1171 0,1383 0,1383 0,1383 0,1383 1 2 3 4 5 6 7 Artikel regeling Categorie 2 Fasebedrag in euro/1.000 kg CO Fase 1 Fase 2 Fase 3 Fase 4 Fase 5 Artikel 81, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1° 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag bij bestaande installaties, gasvormig transport 193,2830 193,2830 193,2830 193,2830 193,2830 Artikel 81, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag bij bestaande installaties, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 200,2707 265,9978 265,9978 265,9978 265,9978 Artikel 81, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3° 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag bij bestaande installaties, vloeibaar transport 200,2707 219,1409 219,1409 219,1409 219,1409 Artikel 81, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° 2 CCS – Volledige CO-opslag bij bestaande installaties, gasvormig transport 108,8450 108,8450 108,8450 108,8450 108,8450 Artikel 81, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° 2 CCS – Volledige CO-opslag bij bestaande installaties, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 146,1369 146,1369 146,1369 146,1369 146,1369 Artikel 81, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, bestaande installatie, gasvormig transport 146,9185 146,9185 146,9185 146,9185 146,9185 Artikel 81, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 182,4241 182,4241 182,4241 182,4241 182,4241 Artikel 81, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-afvang bij waterstofproductie uit restgassen voor ondervuring, gasvormig transport 191,0295 191,0295 191,0295 191,0295 191,0295 Artikel 81, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-afvang bij waterstofproductie uit restgassen voor ondervuring, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 199,1907 228,8453 228,8453 228,8453 228,8453 Artikel 81, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport 191,7169 191,7169 191,7169 191,7169 191,7169 Artikel 81, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 193,0093 226,5740 226,5740 226,5740 226,5740 Artikel 81, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, nieuwe installatie, gasvormig transport 125,9515 125,9515 125,9515 125,9515 125,9515 Artikel 81, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, nieuwe installatie, gasvormig transport 165,5532 165,5532 165,5532 165,5532 165,5532 Artikel 81, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport 172,6223 172,6223 172,6223 172,6223 172,6223 Artikel 81, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 194,4331 205,5177 205,5177 205,5177 205,5177 Artikel 83, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1° 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 81,7436 163,4872 193,2830 193,2830 193,2830 Artikel 83, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 81,3440 162,6880 216,9173 265,9978 265,9978 Artikel 83, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3° 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport 81,3440 162,6880 216,9173 219,1409 219,1409 Artikel 83, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° 2 CCS – Volledige CO-opslag bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 81,7436 108,8450 108,8450 108,8450 108,8450 Artikel 83, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° 2 CCS – Volledige CO-opslag bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 81,3440 146,1369 146,1369 146,1369 146,1369 Artikel 83, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, bestaande installatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 81,7436 146,9185 146,9185 146,9185 146,9185 Artikel 83, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, bestaande installatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 81,3440 162,6880 182,4241 182,4241 182,4241 Artikel 83, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-afvang bij waterstofproductie uit restgassen voor ondervuring niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 80,6636 161,3272 191,0295 191,0295 191,0295 Artikel 83, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-afvang bij waterstofproductie uit restgassen voor ondervuring niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 80,2640 160,5280 214,0373 228,8453 228,8453 Artikel 83, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 74,4822 148,9644 191,7169 191,7169 191,7169 Artikel 83, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 74,0826 148,1652 197,5536 226,5740 226,5740 Artikel 83, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande afvalverbrandingsinstallatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 67,2005 134,4010 179,2013 216,0474 216,0474 Artikel 83, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande afvalverbrandingsinstallatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 66,8009 133,6018 178,1357 222,6696 222,6696 Artikel 83, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, nieuwe installatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 82,2928 125,9515 125,9515 125,9515 125,9515 Artikel 83, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, nieuwe installatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 81,8932 163,7863 165,5532 165,5532 165,5532 Artikel 83, eerste lid, onderdeel h, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 75,9060 151,8120 172,6223 172,6223 172,6223 Artikel 83, eerste lid, onderdeel h, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 75,5064 151,0128 201,3504 205,5177 205,5177 Artikel 85, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1° 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, bestaande installatie, gasvormig transport 101,2105 101,2105 101,2105 101,2105 101,2105 Artikel 85, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, bestaande installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 115,5628 115,5628 115,5628 115,5628 115,5628 Artikel 85, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3° 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 158,3779 158,3779 158,3779 158,3779 158,3779 Artikel 85, eerste lid, onderdeel b 2 Extra CCU – Bestaande CO-afvang, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 107,9342 107,9342 107,9342 107,9342 107,9342 Artikel 85, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, nieuwe installatie, gasvormig transport 71,2260 71,2260 71,2260 71,2260 71,2260 Artikel 85, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, nieuwe installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 85,5783 85,5783 85,5783 85,5783 85,5783 Artikel 85, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 3° 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, nieuwe installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 130,9846 130,9846 130,9846 130,9846 130,9846 Artikel 85, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport 167,3015 167,3015 167,3015 167,3015 167,3015 Artikel 85, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 172,2959 181,6538 181,6538 181,6538 181,6538 Artikel 85, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 3° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 171,4373 225,8159 225,8159 225,8159 225,8159 Artikel 85, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 1° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport 141,2888 141,2888 141,2888 141,2888 141,2888 Artikel 85, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 2° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 155,6411 155,6411 155,6411 155,6411 155,6411 Artikel 85, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 3° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 172,8611 195,2963 195,2963 195,2963 195,2963 Artikel 85, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 1° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang bij bestaande afvalverbrandingsinstallatie, gasvormig transport 165,0142 195,9294 195,9294 195,9294 195,9294 Artikel 85, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 2° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang bij bestaande afvalverbrandingsinstallatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 165,0142 210,2817 210,2817 210,2817 210,2817 Artikel 85, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 3° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang bij bestaande afvalverbrandingsinstallatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 164,1556 224,6565 260,5508 260,5508 260,5508 Artikel 85, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 1° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang bij biomassa-installatie tuinbouw, gasvormig 130,8712 130,8712 130,8712 130,8712 130,8712 Artikel 85, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 2° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang bij biomassa-installatie tuinbouw, vloeibaar, nieuwe vervloeiingsinstallatie 171,6209 174,7290 174,7290 174,7290 174,7290 3 artikelen 13 15 17, eerste lid 19, eerste lid 21, eerste lid 23, eerste lid 25 27 29, eerste lid 31 33, eerste lid 35, eerste lid 37 39, eerste lid 41, eerste lid 43 45 47 49 51 53, eerste lid 55, eerste lid 57 59, eerste lid 61 63, eerste lid 65, eerste lid 67, eerste lid 69, eerste lid 71, eerste lid 73, eerste lid 75, eerste lid 77, eerste lid 79, eerste lid In afwijking van de fasebedragen, genoemd in de derde, vierde, vijfde, zesde en zevende kolom van de tabel in het tweede lid, geldt voor de productie-installaties, bedoeld in de,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,, en, het fasebedrag in euro per kWh in vier decimalen dat door de aanvrager bij de aanvraag in een fase is ingediend, indien dat bedrag per kWh lager is dan het fasebedrag dat van toepassing is voor de fase waarin de aanvraag is ingediend. 4 artikelen 81, eerste lid 83, eerste lid 85, eerste lid In afwijking van de fasebedragen, genoemd in de derde, vierde, vijfde, zesde of zevende kolom van de tabel in het tweede lid, geldt voor de productie-installaties, bedoeld in de,, en, het fasebedrag in euro per 1.000 kg broeikasgas in vier decimalen dat door de aanvrager bij de aanvraag in een fase is ingediend, indien dat bedrag per 1.000 kg broeikasgas lager is dan het fasebedrag, genoemd in de respectievelijke derde, vierde, vijfde, zesde of zevende kolom van de tabel in het tweede lid, dat van toepassing is voor de fase waarin de aanvraag is ingediend. 2023 24877 04-09-2023 31-08-2023 WJZ/34681182 2023 24877 04-09-2023 31-08-2023 WJZ/34681182 05-09-2023
Artikel 88 — Artikel 88#
Artikel 88 1 artikel 58, tweede lid, van het Besluit SDEK Het rangschikkingsbedrag, bedoeld voor de vergelijking van de fasebedragen op grond van, wordt berekend volgens de formule in het tweede lid en voor de uitdrukking in euro per 1.000 kg vermindering van broeikasgas vermenigvuldigd met de factor 1.000 en afgerond op drie decimalen. 2 De formule voor de berekening van het rangschikkingsbedrag luidt: a. voor productie-installaties voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas, hernieuwbare warmte of hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit: het quotiënt van het verschil tussen het fasebedrag waarvoor de aanvrager de aanvraag heeft ingediend en de langetermijnenergieprijs als vastgesteld in de derde kolom van de in dit lid opgenomen tabel, en de omrekenfactor als vastgesteld in de vierde kolom van de in dit lid opgenomen tabel; b. voor productie-installaties voor vermindering van broeikasgas: het quotiënt van het verschil tussen het fasebedrag waarvoor de aanvrager de aanvraag heeft ingediend en het langetermijnbroeikasgasbedrag als vastgesteld in de derde kolom van de in dit lid opgenomen tabel, en de omrekenfactor als vastgesteld in de vierde kolom van de in dit lid opgenomen tabel. 1 2 3 4 Artikel regeling Categorie Langetermijn energieprijs of langetermijn broeikasgasbedrag in euro/kWh 2 Omrekenfactor in kg CO/kWh Artikel 13, onderdeel a Waterkracht, valhoogte < 50 cm 0,0907 0,1200 Artikel 13, onderdeel b Waterkracht, valhoogte ≥ 50 cm 0,0907 0,1200 Artikel 13, onderdeel c Waterkracht, valhoogte ≥ 50 cm, renovatie 0,0907 0,1200 Artikel 15 Osmose 0,0907 0,1200 Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° Wind op land, ≥ 8,5 m/s 0,0620 0,1027 Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° Wind op land, ≥ 8 en < 8,5 m/s 0,0620 0,1027 Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 3° Wind op land, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,0620 0,1027 Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 4° Wind op land, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,0620 0,1027 Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 5° Wind op land, ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,0620 0,1027 Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 6° Wind op land, < 6,75 m/s 0,0620 0,1027 Artikel 19, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 8,5 m/s 0,0620 0,1027 Artikel 19, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 8 en < 8,5 m/s 0,0620 0,1027 Artikel 19, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 3° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,0620 0,1027 Artikel 19, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 4° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,0620 0,1027 Artikel 19, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 5° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,0620 0,1027 Artikel 19, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 6° Wind op land, hoogtebeperkt < 6,75 m/s 0,0620 0,1027 Artikel 21, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° Wind op waterkering, ≥ 8,5 m/s 0,0620 0,1027 Artikel 21, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° Wind op waterkering, ≥ 8 en < 8,5 m/s 0,0620 0,1027 Artikel 21, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 3° Wind op waterkering, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,0620 0,1027 Artikel 21, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 4° Wind op waterkering, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,0620 0,1027 Artikel 21, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 5° Wind op waterkering, ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,0620 0,1027 Artikel 21, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 6° Wind op waterkering, < 6,75 m/s 0,0620 0,1027 Artikel 23, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1° Zon-PV ≥ 15 kWp en < 1 MWp aansluiting > 3*80 A, gebouwgebonden (net = 50%) 0,1003 0,0803 Artikel 23, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° Zon-PV ≥ 1 MWp, gebouwgebonden (net = 50%) 0,0923 0,0803 Artikel 23, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° Zon-PV ≥ 15 kWp en < 1 MWp aansluiting > 3*80 A, drijvend op water (net = 50%) 0,0936 0,0804 Artikel 23, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° Zon-PV ≥ 1 MWp, drijvend op water (net = 50%) 0,0749 0,0804 Artikel 23, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° Zon-PV ≥ 15 kWp en < 1 MWp aansluiting > 3*80 A, op land (net = 50%) 0,0936 0,0804 Artikel 23, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° Zon-PV ≥ 1 MWp en < 20 MWp, op land (net = 50%) 0,0749 0,0804 Artikel 23, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 3° Zon-PV ≥ 20 MWp, op land (net = 50%) 0,0714 0,0804 Artikel 23, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1° Zon-PV ≥ 1 MWp en < 20 MWp, zonvolgend op land 0,0749 0,0800 Artikel 23, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2° Zon-PV ≥ 20 MWp, zonvolgend op land 0,0714 0,0800 Artikel 23, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 3° Zon-PV ≥ 1 MWp, zonvolgend op water 0,0749 0,0789 Artikel 25, onderdeel a Allesvergisting, gas 0,0450 0,1830 Artikel 25, onderdeel b Monomestvergisting > 450 kW, gas 0,0450 0,3374 Artikel 25, onderdeel c Monomestvergisting ≤ 450 kW, gas 0,0450 0,5279 Artikel 27, onderdeel a Allesvergisting verlengde levensduur, ombouw naar gas 0,0450 0,1830 Artikel 27, onderdeel b Allesvergisting verlengde levensduur, gas 0,0450 0,1830 Artikel 27, onderdeel c Monomestvergisting verlengde levensduur ≤ 450 kW, ombouw naar gas 0,0450 0,5539 Artikel 27, onderdeel d Monomestvergisting verlengde levensduur ≤ 450 kW, gas 0,0450 0,5539 Artikel 29, eerste lid RWZI verbeterde slibgisting, gas 0,0450 0,1830 Artikel 31, onderdeel a Biomassavergassing (inclusief B-hout) 0,0450 0,1674 Artikel 31, onderdeel b Biomassavergassing (exclusief B-hout) 0,0450 0,1674 Artikel 33, eerste lid, onderdeel a Zonthermie ≥ 140 kWth en < 1 MWth 0,0670 0,2260 Artikel 33, eerste lid, onderdeel b Zonthermie ≥ 1 MWth 0,0616 0,2260 Artikel 35, onderdeel a Allesvergisting, warmte 0,0616 0,2260 Artikel 35, onderdeel b Allesvergisting, gecombineerde opwekking 0,0758 0,1743 Artikel 35, onderdeel c Monomestvergisting, warmte > 450 kW 0,0616 0,4128 Artikel 35, onderdeel d Monomestvergisting, gecombineerde opwekking > 450 kW 0,0822 0,3760 Artikel 35, onderdeel e Monomestvergisting, warmte ≤ 450 kW 0,0616 0,6870 Artikel 35, onderdeel f Monomestvergisting, gecombineerde opwekking ≤ 450 kW 0,0986 0,8445 Artikel 37, onderdeel a Allesvergisting verlengde levensduur, warmte 0,0616 0,2260 Artikel 37, onderdeel b Allesvergisting verlengde levensduur, gecombineerde opwekking 0,0758 0,1743 Artikel 37, onderdeel c Monomestvergisting verlengde levensduur, warmte ≤ 450 kW 0,0616 0,7218 Artikel 37, onderdeel d Monomestvergisting verlengde levensduur, gecombineerde opwekking ≤ 450 kW 0,0986 0,8963 Artikel 39, eerste lid, onderdeel a RWZI verbeterde slibgisting, warmte 0,0616 0,2260 Artikel 39, eerste lid, onderdeel b RWZI verbeterde slibgisting, gecombineerde opwekking 0,0813 0,1620 Artikel 41, onderdeel a Ketel op vloeibare biomassa, stadsverwarming 0,0616 0,2260 Artikel 41, onderdeel b Ketel op vloeibare biomassa, overige toepassingen 0,0616 0,2260 Artikel 43 Kleine ketel op vaste of vloeibare biomassa 0,0616 0,2260 Artikel 45, onderdeel a Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (4.500 vollasturen) 0,0350 0,2260 Artikel 45, onderdeel b Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (5.000 vollasturen) 0,0350 0,2260 Artikel 45, onderdeel c Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (5.500 vollasturen) 0,0350 0,2260 Artikel 45, onderdeel d Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (6.000 vollasturen) 0,0350 0,2260 Artikel 45, onderdeel e Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (6.500 vollasturen) 0,0350 0,2260 Artikel 45, onderdeel f Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (7.000 vollasturen) 0,0350 0,2260 Artikel 45, onderdeel g Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (7.500 vollasturen) 0,0350 0,2260 Artikel 45, onderdeel h Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (8.000 vollasturen) 0,0350 0,2260 Artikel 45, onderdeel i Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (8.500 vollasturen) 0,0350 0,2260 Artikel 47 Grote ketel op B-hout 0,0350 0,2260 Artikel 49, eerste lid, onderdeel a Grote stoomketel op houtpellets ≥ 5 MWth en < 50 MWth 0,0350 0,2260 Artikel 49, eerste lid, onderdeel b Grote stoomketel op houtpellets ≥ 50 MWth 0,0350 0,2260 Artikel 51 Directe inzet (brander) van houtpellets voor industriële toepassingen 0,0554 0,2260 Artikel 53, eerste lid Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa verlengde levensduur 0,0350 0,2260 Artikel 55, eerste lid Composteringsinstallatie, warmte 0,0616 0,2260 Artikel 57, onderdeel a, subonderdeel 1 en onderdeel d, subonderdeel 1 Diepe geothermie < 12 MWth, basislast 0,0350 0,4388 Artikel 57, onderdeel a, subonderdeel 2 en onderdeel d, subonderdeel 2 Diepe geothermie ≥ 12 MWth en < 20 MWth, basislast 0,0350 0,4418 Artikel 57, onderdeel a, subonderdeel 3 en onderdeel d, subonderdeel 3 Diepe geothermie ≥ 20 MWth, basislast 0,0350 0,4406 Artikel 57, onderdeel b Diepe geothermie, middenlast, verwarming gebouwde omgeving 0,0350 0,4388 Artikel 57, onderdeel c Diepe geothermie, geen basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0350 0,4353 Artikel 57, onderdeel e Diepe geothermie, basislast, aanvullende put 0,0350 0,4418 Artikel 57, onderdeel f Ultradiepe geothermie, basislast 0,0350 0,4418 Artikel 59, onderdeel a Ondiepe geothermie met warmtepomp, basislast 0,0350 0,3871 Artikel 59, onderdeel b Ondiepe geothermie met warmtepomp, geen basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0350 0,3871 Artikel 59, onderdeel c Diepe geothermie met warmtepomp, basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0350 0,3795 Artikel 61, onderdeel a Thermische energie uit oppervlaktewater met seizoensopslag, basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0350 0,1841 Artikel 61, onderdeel b Thermische energie uit oppervlaktewater, basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0350 0,1916 Artikel 61, onderdeel c Thermische energie uit oppervlaktewater met seizoensopslag, geen basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0350 0,1824 Artikel 61, onderdeel d Thermische energie uit oppervlaktewater met seizoensopslag, directe toepassing 0,0350 0,1924 Artikel 63, eerste lid Thermische energie uit afvalwater, basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0350 0,1911 Artikel 65, eerste lid Lucht-water-warmtepomp, geen basislast 0,0616 0,1827 Artikel 67, eerste lid Daglichtkas 0,0350 0,1996 Artikel 69, eerste lid Zon-PVT systeem 0,0670 0,2068 Artikel 71, eerste lid, onderdeel a Elektroboiler, stadsverwarming 0,0450 0,2260 Artikel 71, eerste lid, onderdeel b Elektroboiler, overige toepassingen 0,0450 0,2260 Artikel 73, eerste lid, onderdeel a Industriële gesloten warmtepomp (8.000 uur) 0,0350 0,1917 Artikel 73, eerste lid, onderdeel b Industriële gesloten warmtepomp (3.000 uur) 0,0350 0,1917 Artikel 73, eerste lid, onderdeel c Industriële open warmtepomp (8.000 uur) 0,0350 0,2089 Artikel 73, eerste lid, onderdeel d Industriële open warmtepomp (3.000 uur) 0,0350 0,2089 Artikel 75, onderdeel a, subonderdeel 1° Restwarmtebenutting met warmtepomp, transportleiding ≥ 0,10 en < 0,20 km/MWth 0,0350 0,1915 Artikel 75, onderdeel a, subonderdeel 2° Restwarmtebenutting met warmtepomp, transportleiding ≥ 0,20 en < 0,30 km/MWth 0,0350 0,1913 Artikel 75, onderdeel a, subonderdeel 3° Restwarmtebenutting met warmtepomp, transportleiding ≥ 0,30 en < 0,40 km/MWth 0,0350 0,1910 Artikel 75, onderdeel a, subonderdeel 4° Restwarmtebenutting met warmtepomp, transportleiding ≥ 0,40 km/MWth 0,0350 0,1908 Artikel 75, onderdeel b, subonderdeel 1° Restwarmtebenutting, transportleiding ≥ 0,10 en < 0,20 km/MWth 0,0350 0,2258 Artikel 75, onderdeel b, subonderdeel 2° Restwarmtebenutting, transportleiding ≥ 0,20 en < 0,30 km/MWth 0,0350 0,2255 Artikel 75, onderdeel b, subonderdeel 3° Restwarmtebenutting, transportleiding ≥ 0, 30 en < 0, 40 km/MWth 0,0350 0,2253 Artikel 75, onderdeel b, subonderdeel 4° Benutting restwarmte, transportleiding ≥ 0,40 km/MWth 0,0350 0,2251 Artikel 77, eerste lid, onderdeel a Waterstof uit elektrolyse, netgekoppeld 0,0634 0,2290 Artikel 77, eerste lid, onderdeel b Waterstof uit elektrolyse, directe lijn met windpark of zonnepark 0,0634 0,2290 Artikel 79, eerste lid, onderdeel a Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, bioethanol uit vaste lignocellulosehoudende biomassa 0,0955 0,2842 Artikel 79, eerste lid, onderdeel b Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, biomethanol uit vaste lignocellulosehoudende biomassa 0,0955 0,2510 Artikel 79, eerste lid, onderdeel c Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, bioLNG uit monomestvergisting 0,0532 0,4007 Artikel 79, eerste lid, onderdeel d Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, bioLNG uit allesvergisting 0,0532 0,2453 Artikel 79, eerste lid, onderdeel e Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, diesel- en benzinevervangers uit vaste lignocellulose houdende biomassa 0,0935 0,2620 1 2 3 4 Artikel regeling Categorie 2 Langetermijn broeikasgasbedrag in euro/1.000 kg CO 2 2 Emissiefactor in kg CO/1.000 kg CO Artikel 81, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1° 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag bij bestaande installaties, gasvormig transport 118,9267 908,2620 Artikel 81, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag bij bestaande installaties, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 118,9267 903,8220 Artikel 81, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3° 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag bij bestaande installaties, vloeibaar transport 118,9267 903,8220 Artikel 81, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° 2 CCS – Volledige CO-opslag bij bestaande installaties, gasvormig transport 118,9267 908,2620 Artikel 81, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° 2 CCS – Volledige CO-opslag bij bestaande installaties, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 118,9267 903,8220 Artikel 81, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, bestaande installatie, gasvormig transport 118,9267 908,2620 Artikel 81, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 118,9267 903,8220 Artikel 81, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-afvang bij waterstofproductie uit restgassen voor ondervuring, gasvormig transport 118,9267 896,2620 Artikel 81, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-afvang bij waterstofproductie uit restgassen voor ondervuring, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 118,9267 891,8220 Artikel 81, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport 118,9267 827,5800 Artikel 81, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 118,9267 823,1400 Artikel 81, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, nieuwe installatie, gasvormig transport 118,9267 914,3640 Artikel 81, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, nieuwe installatie, gasvormig transport 118,9267 909,9240 Artikel 81, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport 118,9267 843,4000 Artikel 81, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 118,9267 838,9600 Artikel 83, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1° 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 0,0000 908,2620 Artikel 83, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 0,0000 903,8220 Artikel 83, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3° 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport 0,0000 903,8220 Artikel 83, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° 2 CCS – Volledige CO-opslag bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 0,0000 908,2620 Artikel 83, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° 2 CCS – Volledige CO-opslag bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 0,0000 903,8220 Artikel 83, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, bestaande installatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 0,0000 908,2620 Artikel 83, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, bestaande installatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 0,0000 903,8220 Artikel 83, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-afvang bij waterstofproductie uit restgassen voor ondervuring niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 0,0000 896,2620 Artikel 83, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-afvang bij waterstofproductie uit restgassen voor ondervuring niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 0,0000 891,8220 Artikel 83, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 0,0000 827,5800 Artikel 83, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 0,0000 823,1400 Artikel 83, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande afvalverbrandingsinstallatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 0,0000 746,6720 Artikel 83, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande afvalverbrandingsinstallatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 0,0000 742,2320 Artikel 83, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, nieuwe installatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 0,0000 914,3640 Artikel 83, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, nieuwe installatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 0,0000 909,9240 Artikel 83, eerste lid, onderdeel h, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 0,0000 843,4000 Artikel 83, eerste lid, onderdeel h, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 0,0000 838,9600 Artikel 85, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1° 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, bestaande installatie, gasvormig transport 103,6547 843,4750 Artikel 85, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, bestaande installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 103,6547 843,4750 Artikel 85, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3° 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 103,6547 833,9350 Artikel 85, eerste lid, onderdeel b 2 Extra CCU – Bestaande CO-afvang, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 103,6547 833,9350 Artikel 85, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, nieuwe installatie, gasvormig transport 103,6547 849,3736 Artikel 85, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, nieuwe installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 103,6547 849,3736 Artikel 85, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 3° 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, nieuwe installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 103,6547 836,4736 Artikel 85, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport 103,6547 762,6800 Artikel 85, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 103,6547 762,6800 Artikel 85, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 3° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 103,6547 753,1400 Artikel 85, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 1° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport 103,6547 778,5000 Artikel 85, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 2° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 103,6547 778,5000 Artikel 85, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 3° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 103,6547 768,9600 Artikel 85, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 1° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang bij bestaande afvalverbrandingsinstallatie, gasvormig transport 103,6547 681,7720 Artikel 85, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 2° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang bij bestaande afvalverbrandingsinstallatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 103,6547 681,7720 Artikel 85, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 3° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang bij bestaande afvalverbrandingsinstallatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 103,6547 672,2320 Artikel 85, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 1° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang bij biomassa-installatie tuinbouw, gasvormig 103,6547 773,7800 Artikel 85, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 2° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang bij biomassa-installatie tuinbouw, vloeibaar, nieuwe vervloeiingsinstallatie 103,6547 755,1800 2023 24877 04-09-2023 31-08-2023 WJZ/34681182 2023 24877 04-09-2023 31-08-2023 WJZ/34681182 05-09-2023
Artikel 89 — Artikel 89#
Artikel 89 Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt: a. artikel 11, eerste lid, van het Besluit SDEK het basisbedrag voor subsidie, bedoeld in, vastgesteld op het in de derde kolom genoemde bedrag; b. artikel 15, vijfde lid, van het Besluit SDEK voor de productie van hernieuwbare elektriciteit het maximaal aantal vollasturen, bedoeld in, vastgesteld op het in de vierde kolom van onderstaande tabel genoemde aantal uren; c. artikel 12, eerste lid, van het Besluit SDEK voor de productie van hernieuwbare elektriciteit de basiselektriciteitsprijs, bedoeld in, vastgesteld op het in de vijfde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; en d. de correctie op het basisbedrag voor subsidie voor 2023 vastgesteld op: 1°. artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit SDEK voor de elektriciteitsprijs, bedoeld in, het in de zesde kolom genoemde bedrag; 2°. artikel 14, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit SDEK voor de waarde van de garanties van oorsprong, bedoeld in, het in de zevende kolom genoemde bedrag; en 3° artikel 14, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit SDEK voor andere correcties als bedoeld inop € 0 per kWh. 1 2 3 4 5 6 7 Artikel regeling Categorie Basisbedrag in euro/kWh Vollasturen Basiselektriciteitsprijs in euro/kWh Voorlopige correctie elektriciteitsprijs in 2.023 euro/kWh Voorlopige correctie waarde garanties van oorsprong in 2.023 euro/kWh Artikel 13, onderdeel a Waterkracht, valhoogte < 50 cm 0,1267 3.700 0,0605 0,2255 0,0000 Artikel 13, onderdeel b Waterkracht, valhoogte ≥ 50 cm 0,1267 5.700 0,0605 0,2255 0,0000 Artikel 13, onderdeel c Waterkracht, valhoogte ≥ 50 cm, renovatie 0,1225 2.600 0,0605 0,2255 0,0000 Artikel 15 Osmose 0,1267 8.000 0,0605 0,2255 0,0000 Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° Wind op land, ≥ 8,5 m/s 0,0530 P50 0,0414 0,1860 0,0020 Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° Wind op land, ≥ 8 en < 8,5 m/s 0,0533 P50 0,0414 0,1860 0,0020 Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 3° Wind op land, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,0585 P50 0,0414 0,1860 0,0020 Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 4° Wind op land, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,0624 P50 0,0414 0,1860 0,0020 Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 5° Wind op land, ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,0666 P50 0,0414 0,1860 0,0020 Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 6° Wind op land, < 6,75 m/s 0,0714 P50 0,0414 0,1860 0,0020 Artikel 19, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 8,5 m/s 0,0543 P50 0,0414 0,1860 0,0020 Artikel 19, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 8 en < 8,5 m/s 0,0616 P50 0,0414 0,1860 0,0020 Artikel 19, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 3° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,0689 P50 0,0414 0,1860 0,0020 Artikel 19, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 4° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,0788 P50 0,0414 0,1860 0,0020 Artikel 19, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 5° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,0850 P50 0,0414 0,1860 0,0020 Artikel 19, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 6° Wind op land, hoogtebeperkt < 6,75 m/s 0,0926 P50 0,0414 0,1860 0,0020 Artikel 21, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° Wind op waterkering, ≥ 8,5 m/s 0,0590 P50 0,0414 0,1860 0,0020 Artikel 21, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° Wind op waterkering, ≥ 8 en < 8,5 m/s 0,0611 P50 0,0414 0,1860 0,0020 Artikel 21, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 3° Wind op waterkering, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,0665 P50 0,0414 0,1860 0,0020 Artikel 21, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 4° Wind op waterkering, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,0703 P50 0,0414 0,1860 0,0020 Artikel 21, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 5° Wind op waterkering, ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,0758 P50 0,0414 0,1860 0,0020 Artikel 21, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 6° Wind op waterkering, < 6,75 m/s 0,0804 P50 0,0414 0,1860 0,0020 Artikel 23, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1° Zon-PV ≥ 15 kWp en < 1 MWp aansluiting > 3*80 A, gebouwgebonden (net = 50%) 0,0916 800 Netlevering: 0,0476 Netlevering: 0,1499 Netlevering: 0,0020 Niet-netlevering: 0,0920 Niet-netlevering: 0,1943 Niet-netlevering: 0,0000 Artikel 23, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° Zon-PV ≥ 1 MWp, gebouwgebonden (net = 50%) 0,0804 800 Netlevering: 0,0476 Netlevering: 0,1499 Netlevering: 0,0020 Niet-netlevering: 0,0824 Niet-netlevering: 0,1847 Niet-netlevering: 0,0000 Artikel 23, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° Zon-PV ≥ 15 kWp en < 1 MWp aansluiting > 3*80 A, drijvend op water (net = 50%) 0,0916 840 Netlevering: 0,0476 Netlevering: 0,1499 Netlevering: 0,0020 Niet-netlevering: 0,0920 Niet-netlevering: 0,1943 Niet-netlevering: 0,0000 Artikel 23, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° Zon-PV ≥ 1 MWp, drijvend op water (net = 50%) 0,0811 840 Netlevering: 0,0476 Netlevering: 0,1499 Netlevering: 0,0020 Niet-netlevering: 0,0824 Niet-netlevering: 0,1847 Niet-netlevering: 0,0000 Artikel 23, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° Zon-PV ≥ 15 kWp en < 1 MWp aansluiting > 3*80 A, op land (net = 50%) 0,0916 840 Netlevering: 0,0476 Netlevering: 0,1499 Netlevering: 0,0020 Niet-netlevering: 0,0920 Niet-netlevering: 0,1943 Niet-netlevering: 0,0000 Artikel 23, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° Zon-PV ≥ 1 MWp en < 20 MWp, op land (net = 50%) 0,0701 840 Netlevering: 0,0476 Netlevering: 0,1499 Netlevering: 0,0020 Niet-netlevering: 0,0824 Niet-netlevering: 0,1847 Niet-netlevering: 0,0000 Artikel 23, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 3° Zon-PV ≥ 20 MWp, op land (net = 50%) 0,0667 840 Netlevering: 0,0476 Netlevering: 0,1499 Netlevering: 0,0020 Niet-netlevering: 0,0824 Niet-netlevering: 0,1847 Niet-netlevering: 0,0000 Artikel 23, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1° Zon-PV ≥ 1 MWp en < 20 MWp, zonvolgend op land 0,0633 1.045 Netlevering: 0,0476 Netlevering: 0,1499 Netlevering: 0,0020 Niet-netlevering: 0,0824 Niet-netlevering: 0,1847 Niet-netlevering: 0,0000 Artikel 23, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2° Zon-PV ≥ 20 MWp, zonvolgend op land 0,0602 1.045 Netlevering: 0,0476 Netlevering: 0,1499 Netlevering: 0,0020 Niet-netlevering: 0,0824 Niet-netlevering: 0,1847 Niet-netlevering: 0,0000 Artikel 23, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 3° Zon-PV ≥ 1 MWp, zonvolgend op water 0,0734 1.190 Netlevering: 0,0476 Netlevering: 0,1499 Netlevering: 0,0020 Niet-netlevering: 0,0824 Niet-netlevering: 0,1847 Niet-netlevering: 0,0000 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 90 — Artikel 90#
Artikel 90 Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt: a. artikel 28, eerste lid, van het Besluit SDEK het basisbedrag voor subsidie, bedoeld in, voor de productie van hernieuwbaar gas vastgesteld op het in de derde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; b. artikel 32, vijfde lid, van het Besluit SDEK voor de productie van hernieuwbaar gas het maximaal aantal vollasturen, bedoeld in, vastgesteld op het in de vierde kolom van onderstaande tabel genoemde aantal uren; c. artikel 29, eerste lid, van het Besluit SDEK voor de productie van hernieuwbaar gas de basisenergieprijs, bedoeld in, vastgesteld op het in de vijfde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; en d. de correctie op het basisbedrag voor subsidie voor 2023 vastgesteld op: 1°. artikel 31, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit SDEK voor de energieprijs, bedoeld inhet in de zesde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; en 2°. artikel 31, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit SDEK voor de waarde van de garanties van oorsprong, bedoeld in, en andere correcties als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit SDEK op € 0 per kWh. 1 2 3 4 5 6 Artikel regeling Categorie Basisbedrag in euro/kWh Vollasturen Basisenergieprijs in euro/kWh Voorlopige correctie energieprijs in 2.023 euro/kWh Artikel 25, onderdeel a Allesvergisting, gas 0,0893 8.000 0,0300 0,0755 Artikel 25, onderdeel b Monomestvergisting > 450 kW, gas 0,1066 8.000 0,0300 0,0755 Artikel 25, onderdeel c Monomestvergisting ≤ 450 kW, gas 0,1523 8.000 0,0300 0,0755 Artikel 27, onderdeel a Allesvergisting verlengde levensduur, ombouw naar gas 0,0777 8.000 0,0300 0,0755 Artikel 27, onderdeel b Allesvergisting verlengde levensduur, gas 0,0733 8.000 0,0300 0,0755 Artikel 27, onderdeel c Monomestvergisting verlengde levensduur ≤ 450 kW, ombouw naar gas 0,1309 8.000 0,0300 0,0755 Artikel 27, onderdeel d Monomestvergisting verlengde levensduur ≤ 450 kW, gas 0,1212 8.000 0,0300 0,0755 Artikel 29, eerste lid RWZI verbeterde slibgisting, gas 0,1148 8.000 0,0300 0,0755 Artikel 31, onderdeel a Biomassavergassing (inclusief B-hout) 0,0797 7.500 0,0300 0,0755 Artikel 31, onderdeel b Biomassavergassing (exclusief B-hout) 0,1120 7.500 0,0300 0,0755 2023 24877 04-09-2023 31-08-2023 WJZ/34681182 2023 24877 04-09-2023 31-08-2023 WJZ/34681182 05-09-2023
Artikel 91 — Artikel 91#
Artikel 91 Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt: a. artikel 44, eerste lid, van het Besluit SDEK het basisbedrag voor subsidie, bedoeld in, voor de productie van hernieuwbare warmte en de gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte vastgesteld op het in de derde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; b. artikel 48, vijfde lid, van het Besluit SDEK voor de productie van hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of de gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte het maximaal aantal vollasturen, bedoeld in, vastgesteld op het in de vierde kolom van onderstaande tabel genoemde aantal uren; c. artikel 45, eerste lid, van het Besluit SDEK de basisenergieprijs, bedoeld in, voor de productie van hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of de gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte vastgesteld op het in de vijfde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; en d. de correcties op het basisbedrag voor subsidie voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel, worden voor 2023 vastgesteld op: 1°. artikel 47, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit SDEK voor de energieprijs, bedoeld in, het in de zesde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; 2°. artikel 47, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit SDEK voor de waarde van garanties van oorsprong, bedoeld in, op € 0 per kWh; en 3°. artikel 47, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit SDEK voor andere correcties als bedoeld inhet in de zevende kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag. 1 2 3 4 5 6 7 Artikel regeling Categorie Basisbedrag in euro/kWh Vollasturen Basisenergieprijs in euro/kWh Voorlopige correctie energieprijs in 2023 in euro/kWh Andere correctie in 2023 in euro/kWh Artikel 33, eerste lid, onderdeel a Zonthermie ≥ 140 kWth en < 1 MWth 0,1170 600 0,0485 0,1047 0,0017 Artikel 33, eerste lid, onderdeel b Zonthermie ≥ 1 MWth 0,0986 600 0,0430 0,0993 0,0017 Artikel 35, onderdeel a Allesvergisting, warmte 0,0737 7.000 0,0430 0,0993 0,0174 Artikel 35, onderdeel b Allesvergisting, gecombineerde opwekking 0,0853 7.625 0,0515 0,1608 0,0089 Artikel 35, onderdeel c Monomestvergisting, warmte > 450 kW 0,1004 6.000 0,0430 0,0993 0,0174 Artikel 35, onderdeel d Monomestvergisting, gecombineerde opwekking > 450 kW 0,1180 6.060 0,0554 0,1888 0,0051 Artikel 35, onderdeel e Monomestvergisting, warmte ≤ 450 kW 0,1399 6.500 0,0430 0,0993 0,0174 Artikel 35, onderdeel f Monomestvergisting, gecombineerde opwekking ≤ 450 kW 0,2039 4.989 0,0726 0,1981 0,0063 Artikel 37, onderdeel a Allesvergisting verlengde levensduur, warmte 0,0679 7.000 0,0430 0,0993 0,0174 Artikel 37, onderdeel b Allesvergisting verlengde levensduur, gecombineerde opwekking 0,0705 7.625 0,0515 0,1608 0,0089 Artikel 37, onderdeel c Monomestvergisting verlengde levensduur, warmte ≤ 450 kW 0,0960 6.500 0,0430 0,0993 0,0174 Artikel 37, onderdeel d Monomestvergisting verlengde levensduur, gecombineerde opwekking ≤ 450 kW 0,1427 4.989 0,0726 0,1981 0,0063 Artikel 39, eerste lid, onderdeel a RWZI verbeterde slibgisting, warmte 0,0980 7.000 0,0430 0,0993 0,0017 Artikel 39, eerste lid, onderdeel b RWZI verbeterde slibgisting, gecombineerde opwekking 0,1299 5.728 0,0557 0,1775 0,0007 Artikel 41, onderdeel a Ketel op vloeibare biomassa, stadsverwarming 0,0826 7.000 0,0430 0,0993 0,0017 Artikel 41, onderdeel b Ketel op vloeibare biomassa, overige toepassingen 0,0826 7.000 0,0430 0,0993 0,0174 Artikel 43 Kleine ketel op vaste of vloeibare biomassa 0,0715 3.000 0,0430 0,0993 0,0174 Artikel 45, onderdeel a Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (4.500 vollasturen) 0,0611 4.500 0,0233 0,0588 0,0174 Artikel 45, onderdeel b Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (5.000 vollasturen) 0,0601 5.000 0,0233 0,0588 0,0174 Artikel 45, onderdeel c Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (5.500 vollasturen) 0,0591 5.500 0,0233 0,0588 0,0174 Artikel 45, onderdeel d Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (6.000 vollasturen) 0,0584 6.000 0,0233 0,0588 0,0174 Artikel 45, onderdeel e Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (6.500 vollasturen) 0,0575 6.500 0,0233 0,0588 0,0174 Artikel 45, onderdeel f Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (7.000 vollasturen) 0,0570 7.000 0,0233 0,0588 0,0174 Artikel 45, onderdeel g Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (7.500 vollasturen) 0,0568 7.500 0,0233 0,0588 0,0174 Artikel 45, onderdeel h Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (8.000 vollasturen) 0,0563 8.000 0,0233 0,0588 0,0174 Artikel 45, onderdeel i Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (8.500 vollasturen) 0,0558 8.500 0,0233 0,0588 0,0174 Artikel 47 Grote ketel op B-hout 0,0338 7.500 0,0233 0,0588 0,0174 Artikel 49, eerste lid, onderdeel a Grote stoomketel op houtpellets ≥ 5 MWth en < 50 MWth 0,0830 8.500 0,0233 0,0588 0,0174 Artikel 49, eerste lid, onderdeel b Grote stoomketel op houtpellets ≥ 50 MWth 0,0910 8.500 0,0233 0,0588 0,0174 Artikel 51 Directe inzet (brander) van houtpellets voor industriële toepassingen 0,0635 3.000 0,0387 0,0893 0,0174 Artikel 53, eerste lid Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa verlengde levensduur 0,0436 8.000 0,0233 0,0588 0,0174 Artikel 55, eerste lid Composteringsinstallatie, warmte 0,0563 5.200 0,0430 0,0993 0,0017 Artikel 57, onderdeel a, subonderdeel 1 en onderdeel d, subonderdeel 1 Diepe geothermie < 12 MWth, basislast 0,0595 6.000 0,0233 0,0588 0,0017 Artikel 57, onderdeel a, subonderdeel 2 en onderdeel d, subonderdeel 2 Diepe geothermie ≥ 12 MWth en < 20 MWth, basislast 0,0531 6.000 0,0233 0,0588 0,0017 Artikel 57, onderdeel a, subonderdeel 3 en onderdeel d, subonderdeel 3 Diepe geothermie ≥ 20 MWth, basislast 0,0471 6.000 0,0233 0,0588 0,0017 Artikel 57, onderdeel b Diepe geothermie, middenlast, verwarming gebouwde omgeving 0,0973 5.000 0,0233 0,0588 0,0017 Artikel 57, onderdeel c Diepe geothermie, geen basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,1240 3500 0,0233 0,0588 0,0017 Artikel 57, onderdeel e Diepe geothermie, basislast, aanvullende put 0,0353 6.000 0,0233 0,0588 0,0017 Artikel 57, onderdeel f Ultradiepe geothermie, basislast 0,0814 7.000 0,0233 0,0588 0,0174 2023 24877 04-09-2023 31-08-2023 WJZ/34681182 2023 24877 04-09-2023 31-08-2023 WJZ/34681182 05-09-2023
Artikel 92 — Artikel 92#
Artikel 92 1 Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabellen genoemde artikel wordt: a. artikel 55f, eerste lid, van het Besluit SDEK het basisbedrag voor subsidie voor de vermindering van broeikasgas, bedoeld in, vastgesteld op het in de derde kolom van onderstaande tabellen genoemde bedrag; b. artikel 55j, vijfde lid, van het Besluit SDEK voor de vermindering van broeikasgas het maximaal aantal vollasturen, bedoeld in, vastgesteld op het in de vierde kolom van onderstaande tabellen genoemde aantal uren; c. artikel 55g, eerste lid, van het Besluit SDEK het basisbroeikasgasbedrag, bedoeld in, voor de vermindering van broeikasgas vastgesteld op het in de vijfde kolom van onderstaande tabellen genoemde bedrag; en d. de correcties op het basisbedrag voor subsidie voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabellen genoemde artikel worden voor 2023 vastgesteld op: 1°. artikel 55i, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit SDEK voor de prijs van het primaire product, bedoeld in, het in de zesde kolom van onderstaande tabellen genoemde bedrag; 2°. artikel 55i, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit SDEK voor de correcties, bedoeld in, het in de zevende kolom van onderstaande tabellen genoemde bedrag; en 3°. artikel 55i, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit SDEK voor andere correcties als bedoeld inhet in de achtste kolom van onderstaande tabellen genoemde bedrag. 1 2 3 4 5 6 7 8 Artikel regeling Categorie Basisbedrag in euro/kWh Vollasturen Basisbroeikasgasbedrag in euro/kWh Voorlopige correctie productprijs in 2023 in euro/kWh Voorlopige correctie ETS in 2023 in euro/kWh Voorlopige correctie overige correcties in 2023 in euro/kWh Artikel 59, onderdeel a Ondiepe geothermie met warmtepomp, basislast 0,0957 6.000 0,0233 0,0588 0,0016 0,0000 Artikel 59, onderdeel b Ondiepe geothermie met warmtepomp, geen basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,1506 3.500 0,0233 0,0588 0,0016 0,0000 Artikel 59, onderdeel c Diepe geothermie met warmtepomp, basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,1089 6.000 0,0233 0,0588 0,0016 0,0000 Artikel 61, onderdeel a Thermische energie uit oppervlaktewater met seizoensopslag, basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,1086 6.000 0,0233 0,0588 0,0016 0,0000 Artikel 61, onderdeel b Thermische energie uit oppervlaktewater met seizoensopslag, geen basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0734 6.000 0,0233 0,0588 0,0016 0,0000 Artikel 61, onderdeel c Thermische energie uit oppervlaktewater, basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,1080 3.500 0,0233 0,0588 0,0016 0,0000 Artikel 61, onderdeel d Thermische energie uit oppervlaktewater met seizoensopslag, directe toepassing 0,0872 3.500 0,0233 0,0588 0,0130 0,0000 Artikel 63, eerste lid Thermische energie uit afvalwater, basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0805 6.000 0,0233 0,0588 0,0016 0,0000 Artikel 65, eerste lid, onderdeel e Lucht-water-warmtepomp, geen basislast 0,1241 3.500 0,0430 0,0993 0,0016 0,0000 Artikel 67, eerste lid Daglichtkas 0,0907 3.850 0,0233 0,0588 0,0016 0,0000 Artikel 69, eerste lid Zon-PVT systeem 0,0530 3.500 0,0485 0,1047 0,0016 0,0000 Artikel 71, eerste lid, onderdeel a Elektroboiler, stadsverwarming 0,0954 3.600 0,0300 0,0755 0,0061 0,0000 Artikel 71, eerste lid, onderdeel b Elektroboiler, overige toepassingen 0,0954 3.600 0,0300 0,0755 0,0000 0,0000 Artikel 73, eerste lid, onderdeel a Industriële gesloten warmtepomp (8.000 uur) 0,0530 8.000 0,0233 0,0588 0,0125 0,0000 Artikel 73, eerste lid, onderdeel b Industriële gesloten warmtepomp (3.000 uur) 0,0970 3.000 0,0233 0,0588 0,0125 0,0000 Artikel 73, eerste lid, onderdeel c Industriële open warmtepomp (8.000 uur) 0,0525 8.000 0,0233 0,0588 0,0149 0,0000 Artikel 73, eerste lid, onderdeel d Industriële open warmtepomp (3.000 uur) 0,1176 3.000 0,0233 0,0588 0,0149 0,0000 Artikel 75, onderdeel a, subonderdeel 1° Restwarmtebenutting met warmtepomp, transportleiding ≥ 0,10 en < 0,20 km/MWth 0,0682 5.500 0,0233 0,0588 0,0037 0,0000 Artikel 75, onderdeel a, subonderdeel 2° Restwarmtebenutting met warmtepomp, transportleiding ≥ 0,20 en < 0,30 km/MWth 0,0755 5.500 0,0233 0,0588 0,0037 0,0000 Artikel 75, onderdeel a, subonderdeel 3° Restwarmtebenutting met warmtepomp, transportleiding ≥ 0,30 en < 0,40 km/MWth 0,0827 5.500 0,0233 0,0588 0,0037 0,0000 Artikel 75, onderdeel a, subonderdeel 4° Restwarmtebenutting met warmtepomp, transportleiding ≥ 0,40 km/MWth 0,0899 5.500 0,0233 0,0588 0,0037 0,0000 Artikel 75, onderdeel b, subonderdeel 1° Restwarmtebenutting, transportleiding ≥ 0,10 en < 0,20 km/MWth 0,0243 5.500 0,0233 0,0588 0,0052 0,0000 Artikel 75, onderdeel b, subonderdeel 2° Restwarmtebenutting, transportleiding ≥ 0,20 en < 0,30 km/MWth 0,0315 5.500 0,0233 0,0588 0,0052 0,0000 Artikel 75, onderdeel b, subonderdeel 3° Restwarmtebenutting, transportleiding ≥ 0,30 en < 0,40 km/MWth 0,0387 5.500 0,0233 0,0588 0,0052 0,0000 Artikel 75, onderdeel b, subonderdeel 4° Benutting restwarmte, transportleiding ≥ 0,40 km/MWth 0,0460 5.500 0,0233 0,0588 0,0052 0,0000 Artikel 77, eerste lid, onderdeel a Waterstof uit elektrolyse, netgekoppeld 0,1550 3.492 0,0448 0,1015 0,0000 0,0000 Artikel 77, eerste lid, onderdeel b Waterstof uit elektrolyse, directe lijn met windpark of zonnepark 0,1550 5.448 0,0448 0,1015 0,0000 0,0000 Artikel 79, eerste lid, onderdeel a Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, bioethanol uit vaste lignocellulosehoudende biomassa 0,1657 8.000 0,0637 0,1074 0,0000 0,1318 Artikel 79, eerste lid, onderdeel b Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, biomethanol uit vaste lignocellulosehoudende biomassa 0,1421 8.000 0,0637 0,1074 0,0000 0,1318 Artikel 79, eerste lid, onderdeel c Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, bioLNG uit monomestvergisting 0,1589 8.000 0,0365 0,0871 0,0000 0,1318 Artikel 79, eerste lid, onderdeel d Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, bioLNG uit allesvergisting 0,1088 8.000 0,0365 0,0871 0,0000 0,1318 Artikel 79, eerste lid, onderdeel e Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, diesel- en benzinevervangers uit vaste lignocellulose houdende biomassa 0,1383 8.000 0,0624 0,1044 0,0000 0,1318 Artikel regeling Categorie 2 Basisbedrag in euro/1.000 kg CO Vollasturen 2 Basisbroeikasgasbedrag in euro/1.000 kg CO 2 Voorlopige correctie productprijs in 2023 in euro/1.000 kg CO 2 Voorlopige correctie ETS in 2023 in euro/1.000 kg CO 2 Voorlopige correctie overige correcties in 2023 in euro/1.000 kg CO Artikel 81, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1° 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag bij bestaande installaties, gasvormig transport 193,2830 4.000 79,2844 0,0000 79,2844 0,0000 Artikel 81, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag bij bestaande installaties, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 265,9978 4.000 79,2844 0,0000 79,2844 0,0000 Artikel 81, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3° 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag bij bestaande installaties, vloeibaar transport 219,1409 4.000 79,2844 0,0000 79,2844 0,0000 Artikel 81, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° 2 CCS – Volledige CO-opslag bij bestaande installaties, gasvormig transport 108,8450 8.000 79,2844 0,0000 79,2844 0,0000 Artikel 81, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° 2 CCS – Volledige CO-opslag bij bestaande installaties, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 146,1369 8.000 79,2844 0,0000 79,2844 0,0000 Artikel 81, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, bestaande installatie, gasvormig transport 146,9185 8.000 79,2844 0,0000 79,2844 0,0000 Artikel 81, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 182,4241 8.000 79,2844 0,0000 79,2844 0,0000 Artikel 81, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-afvang bij waterstofproductie uit restgassen voor ondervuring, gasvormig transport 191,0295 8.000 79,2844 0,0000 79,2844 0,0000 Artikel 81, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-afvang bij waterstofproductie uit restgassen voor ondervuring, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 228,8453 8.000 79,2844 0,0000 79,2844 0,0000 Artikel 81, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport 191,7169 8.000 79,2844 0,0000 79,2844 0,0000 Artikel 81, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 226,5740 8.000 79,2844 0,0000 79,2844 0,0000 Artikel 81, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, nieuwe installatie, gasvormig transport 125,9515 8.000 79,2844 0,0000 79,2844 0,0000 Artikel 81, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, nieuwe installatie, gasvormig transport 165,5532 8.000 79,2844 0,0000 79,2844 0,0000 Artikel 81, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport 172,6223 8.000 79,2844 0,0000 79,2844 0,0000 Artikel 81, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 205,5177 8.000 79,2844 0,0000 79,2844 0,0000 Artikel 83, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1° 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 193,2830 4.0.00 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 83, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 265,9978 4.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 83, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3° 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport 219,1409 4.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 83, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° 2 CCS – Volledige CO-opslag bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 108,8450 8.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 83, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° 2 CCS – Volledige CO-opslag bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 146,1369 8.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 83, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, bestaande installatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 146,9185 8.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 83, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, bestaande installatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 182,4241 8.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 83, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-afvang bij waterstofproductie uit restgassen voor ondervuring niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 191,0295 8.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 83, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-afvang bij waterstofproductie uit restgassen voor ondervuring niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 228,8453 8.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 83, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 191,7169 8.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 83, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 226,5740 8.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 83, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande afvalverbrandingsinstallatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 216,0474 8.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 83, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande afvalverbrandingsinstallatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 222,6696 8.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 83, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, nieuwe installatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 125,9515 8.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 83, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, nieuwe installatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 165,5532 8.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 83, eerste lid, onderdeel h, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 172,6223 8.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 83, eerste lid, onderdeel h, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 205,5177 8.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 85, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1° 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, bestaande installatie, gasvormig transport 101,2105 4.000 69,1032 69,1032 0,0000 0,0000 Artikel 85, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, bestaande installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 115,5628 4.000 69,1032 69,1032 0,0000 0,0000 Artikel 85, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3° 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 158,3779 4.000 69,1032 69,1032 0,0000 0,0000 Artikel 85, eerste lid, onderdeel b 2 Extra CCU – Bestaande CO-afvang, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 107,9342 4.000 69,1032 69,1032 0,0000 0,0000 Artikel 85, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, nieuwe installatie, gasvormig transport 71,2260 4.000 69,1032 69,1032 0,0000 0,0000 Artikel 85, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, nieuwe installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 85,5783 4.000 69,1032 69,1032 0,0000 0,0000 Artikel 85, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 3° 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, nieuwe installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 130,9846 4.000 69,1032 69,1032 0,0000 0,0000 Artikel 85, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport 167,3015 4.000 69,1032 69,1032 0,0000 0,0000 Artikel 85, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 181,6538 4.000 69,1032 69,1032 0,0000 0,0000 Artikel 85, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 3° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 225,8159 4.000 69,1032 69,1032 0,0000 0,0000 Artikel 85, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 1° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport 141,2888 4.000 69,1032 69,1032 0,0000 0,0000 Artikel 85, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 2° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 155,6411 4.000 69,1032 69,1032 0,0000 0,0000 Artikel 85, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 3° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 195,2963 4.000 69,1032 69,1032 0,0000 0,0000 Artikel 85, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 1° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang bij bestaande afvalverbrandingsinstallatie, gasvormig transport 195,9294 4.000 69,1032 69,1032 0,0000 0,0000 Artikel 85, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 2° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang bij bestaande afvalverbrandingsinstallatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 210,2817 4.000 69,1032 69,1032 0,0000 0,0000 Artikel 85, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 3° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang bij bestaande afvalverbrandingsinstallatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 260,5508 4.000 69,1032 69,1032 0,0000 0,0000 Artikel 85, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 1° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang bij biomassa-installatie tuinbouw, gasvormig 130,8712 4.000 69,1032 69,1032 0,0000 0,0000 Artikel 85, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 2° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang bij biomassa-installatie tuinbouw, vloeibaar, nieuwe vervloeiingsinstallatie 174,7290 4.000 69,1032 69,1032 0,0000 0,0000 2 artikelen 71, eerste lid 77, eerste lid, onderdeel a De feitelijke productie van een productie-installatie als bedoeld in de, en, die in aanmerking komt voor subsidie, bedraagt voor de kalenderjaren 2023 tot en met 2029 ten hoogste de productie bij het respectievelijke aantal productie-uren in de onderstaande tabel in een bepaald kalenderjaar. Jaar Productie-uren elektroboiler Productie-uren waterstof uit elektrolyse 2023 2.540 2.180 2024 2.550 2.190 2025 3.360 2.880 2026 3.700 3.170 2027 4.710 4.040 2028 6.660 4.750 2029 8.760 5.460 2023 24877 04-09-2023 31-08-2023 WJZ/34681182 2023 24877 04-09-2023 31-08-2023 WJZ/34681182 05-09-2023
Artikel 93 — Artikel 93#
Artikel 93 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 september 2023. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 94 — Artikel 94#
Artikel 94 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2023. 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 2023 20350 24-07-2023 13-07-2023 WJZ/26133830 01-09-2023
Artikel 7#
artikel 7, tweede lid
Artikel 17#
artikelen 17, eerste lid, onderdeel b
Artikel 19#
19 eerste lid, onderdeel b
Artikel 21#
21 eerste lid, onderdeel c