Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, van 29 maart 2022, nr. IENW/BSK-2022/50452, houdende regels inzake aangewezen kunststofproducten voor eenmalig gebruik (Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik)
- BWB-id
- BWBR0046477
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Waterstaat
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2024-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0046477
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2023/regeling-kunststofproducten-voor-eenmalig-gebruik
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2023/regeling-kunststofproducten-voor-eenmalig-gebruik/2024-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0046477&g=2024-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0046477&z=2026-06-06&g=2024-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0046477/2024-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2023/regeling-kunststofproducten-voor-eenmalig-gebruik
Artikel 1.1 — Artikel 1.1 (begripsbepalingen)#
Artikel 1.1 (begripsbepalingen) 1 Voor de toepassing van de Regeling wordt verstaan onder: exploitant: natuurlijk persoon of rechtspersoon die zeggenschap heeft over: artikel 2.1, tweede lid de exploitatie van de voedseluitgiftelocatie aangaande de bedrijfsmatige verstrekking van voedsel of dranken, waaronder tevens verstaan degene die de uitvoering van, op grond van een overeenkomst, namens exploitanten uitvoert; hoogwaardige recycling: verordening (EG) 1935/2004 nuttige toepassing waardoor afvalstoffen opnieuw worden bewerkt tot materialen of voorwerpen die in de handel mogen worden gebracht op grond van de bij artikel 3, eerste en tweede lid, artikel 4, tweede tot en met zesde lid, artikel 15, eerste, derde, vierde, zevende, achtste en negende lid, artikel 17 en de krachtens artikel 5, eerste lid, vangestelde voorschriften; kunststof drinkbekers voor eenmalig gebruik: kunststofproducten voor eenmalig gebruik, genoemd in bijlage, deel A, onder 1, van de EU-richtlijn kunststofproducten voor eenmalig gebruik; kunststof voedselverpakkingen voor eenmalig gebruik: verpakking voor eenmalig gebruik, genoemd in bijlage, deel A, onder 2, van de EU-richtlijn kunststofproducten voor eenmalig gebruik; Minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat. peiljaar: artikelen 4, eerste lid 5, eerste lid, van het Besluit kunststofproducten voor eenmalig gebruik 15f, tweede en derde lid, van het Besluit beheer verpakkingen 2014 kalenderjaar waarover de producent de kosten verschuldigd is als bedoeld in de, enen; voedseluitgiftelocatie: lokaliteit, waarin of waaruit bedrijfsmatig voedsel of dranken worden verstrekt, met de daarbij behorende terrassen of terreinen voor zover die terrassen of terreinen zijn bestemd voor gebruik van eten en drinken ter plaatse en door de exploitant van de lokaliteit zijn betrokken; zwerfafval kunststofproducten: artikel 1.1, eerste lid, van de wet afvalstoffen als bedoeld in, genoemd in de bijlage, deel E, van de EU-richtlijn kunststofproducten voor eenmalig gebruik, die: a. bewust of onbewust zijn achtergelaten of terechtgekomen op terreinen, in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, niet zijnde een vuilwaterriool, of in oppervlaktewateren in beheer bij een overheidsorganisatie, met uitzondering van bijbehorende niet-openbare tuinen, of b. zijn ingezameld door middel van openbare inzamelingsystemen die zijn bedoeld voor het inzamelen van de kunststofproductsoort genoemd in de bijlage, deel E, onder III, van de EU-richtlijn kunststofproducten voor eenmalig gebruik; 2 artikelen 1 van het Besluit kunststofproducten voor eenmalig gebruik Besluit beheer verpakkingen 2014 Deen hetzijn van toepassing. 2022 8376 29-03-2022 29-03-2022 IENW/BSK-2022/50452 2022 8376 29-03-2022 29-03-2022 IENW/BSK-2022/50452 01-01-2023
Artikel 2.1 — Artikel 2.1 (maatregelen voedseluitgiftelocaties met consumptie ter plaatse)#
Artikel 2.1 (maatregelen voedseluitgiftelocaties met consumptie ter plaatse) 1 Het aanbieden van kunststof drinkbekers voor eenmalig gebruik of kunststof voedselverpakkingen voor eenmalig gebruik door of vanwege de exploitant van een voedseluitgiftelocatie aan de eindgebruiker, voor consumptie binnen die voedseluitgiftelocatie, is verboden. 2 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing indien een exploitant aantoonbaar de volgende percentages van de aangeboden kunststof drinkbekers voor eenmalig gebruik of kunststof voedselverpakkingen voor eenmalig gebruik inzamelt voor hoogwaardige recycling: 1°. in 2024: 75 gewichtsprocent; 2°. in 2025: 80 gewichtsprocent; 3°. in 2026: 85 gewichtsprocent; 4°. in 2027 en verder: 90 gewichtsprocent. 3 De exploitant die kunststof drinkbekers voor eenmalig gebruik of kunststof voedselverpakkingen voor eenmalig gebruik aanbiedt zorgt ervoor dat het aanbieden, bedoeld in het tweede lid, niet eerder aanvangt dan nadat hij dit aan de Minister heeft gemeld. 4 Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing: a. in die gevallen dat bij gemeentelijke verordening ten minste gelijkwaardige maatregelen zijn genomen voor de hoogwaardige recycling van of ter voorkoming van het gebruik van kunststof drinkbekers voor eenmalig gebruik of kunststof voedselverpakkingen voor eenmalig gebruik; of b. indien het aanbieden: 1°. artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Wet marktordening gezondheidszorg artikel 2.7 van het Besluit zorgverzekering onderdeel uitmaakt van een voorziening voor opvang als bedoeld in, zorg als bedoeld in, tandheelkundige zorg, waaronder de zorg die niet wordt genoemd inen die wordt bekostigd door een zorgverzekeraar of 2°. artikel 1 van de Penitentiaire beginselenwet artikel 1.1, eerste lid, onderdelen i en j, van de Wet forensische zorg artikel 1.1 van de Jeugdwet geschiedt in een inrichting als bedoeld in, een instelling als bedoeld inof een gesloten accommodatie als bedoeld in. 2022 8376 29-03-2022 29-03-2022 IENW/BSK-2022/50452 2022 8376 29-03-2022 29-03-2022 IENW/BSK-2022/50452 01-01-2024
Artikel 2.2 — Artikel 2.2 (maatregelen voedseluitgiftelocaties met consumptie om mee te nemen, af te halen of te bezorgen)#
Artikel 2.2 (maatregelen voedseluitgiftelocaties met consumptie om mee te nemen, af te halen of te bezorgen) 1 Het bedrijfsmatig aanbieden door de exploitant van kunststof drinkbekers voor eenmalig gebruik of kunststof voedselverpakkingen voor eenmalig gebruik aan de eindgebruiker, voor de consumptie van een drank of voedsel buiten een voedseluitgiftelocatie, geschiedt voor een meerprijs ten opzichte van de prijs van het voedsel of de drank zelf. 2 Exploitanten bieden aan de eindgebruiker een herbruikbaar alternatief aan voor kunststof drinkbekers voor eenmalig gebruik of kunststof voedselverpakkingen voor eenmalig gebruik voor de consumptie van drank of voedsel buiten de voedseluitgiftelocatie, waar er verdere bereiding van de drank of voedsel plaatsvindt op die locatie. Exploitanten kunnen deze verplichting achterwege laten indien zij de eindgebruiker in de gelegenheid stellen de drank of het voedsel mee te nemen zonder verpakking of beker van de exploitant of met een verpakking of beker van de eindgebruiker. 3 Het eerste en tweede lid is niet van toepassing indien a. artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning het aanbieden onderdeel uitmaakt van een voorziening voor opvang als bedoeld in of b. artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Wet marktordening gezondheidszorg artikel 2.7 van het Besluit zorgverzekering zorg als bedoeld inof tandheelkundige zorg, waaronder de zorg die niet wordt genoemd inen die wordt bekostigd door een zorgverzekeraar. 2022 8376 29-03-2022 29-03-2022 IENW/BSK-2022/50452 2022 8376 29-03-2022 29-03-2022 IENW/BSK-2022/50452 01-07-2023
Artikel 3.1 — Artikel 3.1 (bijdrage opruimen van zwerfafval)#
Artikel 3.1 (bijdrage opruimen van zwerfafval) 1 artikelen 4, eerste lid, onderdeel b 5, eerste lid, van het Besluit kunststofproducten voor eenmalig gebruik artikel 15f, derde lid, van het Besluit beheer verpakkingen 2014 Een producent of importeur dekt de kosten, bedoeld in de, enen in, over een peiljaar, door voor elk door hem in het peiljaar in de handel gebrachte kunststofproduct, genoemd in de bijlage, deel E, bij de EU-richtlijn kunststofproducten voor eenmalig gebruik, een bijdrage te betalen aan een door de Minister aangewezen organisatie. 2 De Minister stelt de bijdrage, bedoeld in het eerste lid, vast. De hoogte van de bijdragen wordt voor elke kunststofproductsoort, genoemd in de bijlage, deel E, bij de EU-richtlijn kunststofproducten voor eenmalig gebruik, bepaald. De hoogte van de bijdrage bedraagt het kostenaandeel zwerfafval per kunststofproductsoort, gedeeld door het aantal in de handel gebrachte kunststofproducten van die soort, rekening houdend met een jaarlijkse indexatie op basis van de consumentenprijsindex. 3 Het kostenaandeel zwerfafval kunststofproducten per kunststofproductsoort, bedoeld in het tweede lid, wordt door de Minister vastgesteld op basis van een, ten minste vierjaarlijks, kostenonderzoek, waarbij rekening wordt gehouden met een jaarlijkse onderzoek naar het aandeel in het zwerfafval kunststofproducten in het zwerfafval en in ieder geval de volgende kostencomponenten: a. opruimmodaliteit, waaronder in ieder geval onderscheiden handmatig en machinaal; b. transport- en verwerkingskosten; c. kosten ter ondersteuning van burgerparticipatie en participatie door vrijwilligersorganisaties bij het inzamelen; d. uitvoeringkosten van de door de Minister aangewezen organisatie, bedoeld in het eerste lid; e. indien het een kunststofproductsoort betreft die genoemd is in de bijlage, deel E, onder III, bij de EU-richtlijn kunststofproducten voor eenmalig gebruik, het beheer van openbare inzamelingsystemen voor het afval van die kunststofproductensoort; en f. artikel 5, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit kunststofproducten voor eenmalig gebruik bewustmakingsmaatregelen als bedoeld in. 4 De Minister stelt jaarlijks voor 1 juni in het kalenderjaar na het peiljaar de hoogte van de bijdrage, bedoeld in het tweede lid, vast. 5 De bijdragen, bedoeld in het eerste lid, worden uiterlijk voor 1 september van het kalenderjaar na het peiljaar betaald. 6 Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing, indien: a. artikel 1, eerste lid, van het Besluit regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid artikel 15.36 van de wet een producentenorganisatie als bedoeld ineen afvalbeheerbijdrage int voor een kunststofproductsoort, genoemd in de bijlage, deel E, van de EU-richtlijn kunststofproducten voor eenmalig gebruik op grond van een overeenkomst over een afvalbeheerbijdrage als bedoeld in; en b. de te innen afvalbeheerbijdrage ten minste het door de Minister vastgestelde kostenaandeel zwerfafval kunststofproducten als bedoeld in het tweede lid, voor een kunststofproductsoort bedraagt. 2022 8376 29-03-2022 29-03-2022 IENW/BSK-2022/50452 2022 8376 29-03-2022 29-03-2022 IENW/BSK-2022/50452 01-01-2023
Artikel 3.2 — Artikel 3.2 (vergoeding overheidsorganisaties opruimen zwerfafval)#
Artikel 3.2 (vergoeding overheidsorganisaties opruimen zwerfafval) 1 artikelen 4, eerste lid, onderdeel b 5, eerste lid, van het Besluit kunststofproducten voor eenmalig gebruik artikel 15f, derde lid, van het Besluit beheer verpakkingen 2014 Overheidsorganisaties die kosten maken voor het opruimen van het zwerfafval van kunststofproducten als bedoeld in de, enenhebben recht op een vergoeding. 2 artikel 3.1 De vergoeding is het te ontvangen deel van de op grond vangeïnde bijdrage. Het te ontvangen deel wordt bepaald door de vastgestelde wegingsfactor die maat is voor de kosten die de overheidsorganisatie maakt, bedoeld in het eerste lid, in verhouding tot alle andere overheidsorganisaties. 3 artikel 3.1, derde lid De wegingsfactor per overheidsorganisatie wordt, rekening houdend met het kostenonderzoek, bedoeld in, vastgesteld door, per overheidsorganisatie: a. het aantal gelijke gebiedskenmerken verbonden aan de overheidsorganisatie te vermenigvuldigen met de gemiddelde kosten die door de Minister zijn vastgesteld per gebiedskenmerk; of b. indien deze kosten worden onderscheiden, de gerealiseerde kosten voor het opruimen van het zwerfafval kunststofproducten te bepalen. 4 artikel 3.1, derde lid Indien het derde lid, onderdeel b, niet kan worden toegepast, stelt de Minister voor een overheidsorganisatie de gebiedskenmerken, bedoeld in het derde lid, vast, rekening houdend met het kostenonderzoek, bedoeld in. 5 artikel 3.1, eerste lid De door de Minister aangewezen organisatie, bedoeld in, keert de vergoedingen, bedoeld in het eerste lid, uit, uiterlijk voor 1 november in het kalenderjaar na het peiljaar. Onbestede gelden worden door de organisatie tijdelijk aangehouden en geoormerkt voor uitbetaling. 6 De wegingsfactoren per overheidsorganisatie over het peiljaar, bedoeld in het tweede lid, worden jaarlijks voor 1 juni in het kalenderjaar na het peiljaar door de Minister gepubliceerd in de Staatscourant. 2022 8376 29-03-2022 29-03-2022 IENW/BSK-2022/50452 2022 8376 29-03-2022 29-03-2022 IENW/BSK-2022/50452 01-01-2023
Artikel 3.3 — Artikel 3.3 (bewustmakingsmaatregelen)#
Artikel 3.3 (bewustmakingsmaatregelen) 1 artikelen 4, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit kunststofproducten voor eenmalig gebruik artikel 15f, tweede lid, van het Besluit beheer verpakkingen 2014 De bewustmakingsmaatregelen, bedoeld in deenworden met landelijk bereik, door de producent of importeur van kunststofproducten, bedoeld in de bijlage, deel G, van de EU-richtlijn kunststofproducten voor eenmalig gebruik uitgevoerd en zien onder meer op: a. artikel 3 van het Besluit kunststofproducten voor eenmalig gebruik het bekendmaken van de markeringen, bedoeld in; b. het bewustmaken van consumenten over de afbreekbaarheid van producten in het milieu en de gevolgen van ongepaste afvalverwijdering voor het milieu en de riolering; c. het aanzetten van consumenten tot de gewenste manier van het zich ontdoen van afval; en d. de preventie van zwerfafval door het aanbieden van concrete handelingsperspectieven om de gevolgen van ongepaste afvalverwijdering voor het milieu en de riolering tegen te gaan. 2 De producent of importeur stelt elke drie jaren een plan vast over de voorgenomen bewustmakingsmaatregelen als bedoeld in het eerste lid. 3 In het plan gaat de producent of importeur ten minste in op: a. de wijze waarop en de locaties waar nadelige gevolgen worden ondervonden van het product in het milieu en welke doelgroepen consumenten hierbij relevant zijn; b. maatregelen die specifiek gericht zijn op doelgroepen en de plekken waar het product milieuschade veroorzaakt of terechtkomt in het zwerfafval en hun te verwachten effectiviteit in het veranderen van het gedrag van consumenten; c. de herbruikbare alternatieven die beschikbaar zijn voor hun product en hoe ze consumenten hier bewust van maken. 2022 8376 29-03-2022 29-03-2022 IENW/BSK-2022/50452 2022 8376 29-03-2022 29-03-2022 IENW/BSK-2022/50452 01-01-2023
Artikel 4.1 — Artikel 4.1 (verslaglegging producenten)#
Artikel 4.1 (verslaglegging producenten) 1 artikelen 4 5 van het Besluit kunststofproducten voor eenmalig gebruik artikelen 15d 15f van het Besluit beheer verpakkingen 2014 De producent of importeur, bedoeld inen, of deen, zendt voor 1 april 2023, en vervolgens elk jaar voor dezelfde datum, een verslag aan de Minister over de hoeveelheid door de producent in het voorafgaande kalenderjaar in de handel gebrachte kunststofproducten voor eenmalig gebruik. 2 artikelen 4 5 van het Besluit kunststofproducten voor eenmalig gebruik artikel 15f van het Besluit beheer verpakkingen 2014 artikel 15d van het Besluit beheer verpakkingen 2014 artikel 3.1, eerste lid artikel 3.1, zesde lid Het eerste lid is niet van toepassing op de producent of importeur, bedoeld inen, of, indien de verplichting, bedoeld in, worden uitgevoerd door een producentenorganisatie, bedoeld in artikel 3.1, zesde lid. Indien de verplichtingen, bedoeld in het eerste lid en, worden uitgevoerd door een producentenorganisatie, bedoeld in, is het eerste lid van toepassing met dien verstande dat het verslag voor 1 augustus 2023 wordt verzonden. 3 artikel 15c van het Besluit beheer verpakkingen 2014 artikel 5 van het Besluit regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid De producent of importeur, bedoeld in, zendt voor 1 augustus 2024 en vervolgens elk jaar voor 1 augustus aan de Minister het verslag, bedoeld in, over het voorafgaande kalenderjaar. 4 artikelen 4, eerste lid onderdeel a 5, eerste lid onderdeel a, van het Besluit kunststofproducten voor eenmalig gebruik 15f, tweede lid, van het Besluit beheer verpakkingen 2014 De producent of importeur, bedoeld in de,en, zendt aan de Minister voor 1 augustus 2023 en vervolgens: a. artikel 3.3, tweede lid elke drie jaar voor 1 augustus: het plan, bedoeld in; b. artikel 3.3, derde lid jaarlijks voor 1 augustus, indien van toepassing: een verslag over de reeds genomen maatregelen, bedoeld in. 2022 8376 29-03-2022 29-03-2022 IENW/BSK-2022/50452 2022 8376 29-03-2022 29-03-2022 IENW/BSK-2022/50452 01-01-2023
Artikel 4.2 — Artikel 4.2 (modelformulier producenten)#
Artikel 4.2 (modelformulier producenten) artikel 5 van het Besluit regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid artikel 4 van het Besluit regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid artikel 4.1 bijlage 1 Onverminderdmaakt de producent of importeur bij het indienen van de verslaglegging, bedoeld in, dan wel bij de melding als bedoeld in, gebruik van het modelformulier opgenomen inbij de Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik. 2022 8376 29-03-2022 29-03-2022 IENW/BSK-2022/50452 2022 8376 29-03-2022 29-03-2022 IENW/BSK-2022/50452 01-01-2023
Artikel 4.3 — Artikel 4.3 (verslaglegging exploitanten)#
Artikel 4.3 (verslaglegging exploitanten) artikel 2.1, tweede lid De exploitant houdt een administratie bij ten aanzien van de inzameling, bedoeld in, en zendt desgevraagd een verslag over de inzameling voor hoogwaardige recycling als bedoeld in artikel 2.1, derde lid, aan de Minister. 2022 8376 29-03-2022 29-03-2022 IENW/BSK-2022/50452 2022 8376 29-03-2022 29-03-2022 IENW/BSK-2022/50452 01-01-2024
Artikel 4.4 — Artikel 4.4 (modelformulier exploitanten)#
Artikel 4.4 (modelformulier exploitanten) 1 artikel 2.1, derde lid bijlage 2 De exploitant, bedoeld in, maakt voor de melding, bedoeld in dat lid, gebruik van het modelformulier opgenomen in, deel A, bij de Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik. 2 artikel 2.1, derde lid artikel 4.3 bijlage 2 De exploitant, bedoeld in, maakt voor het verslag, bedoeld in, gebruik van het modelformulier opgenomen in, deel B en deel C, bij de Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik. 2022 8376 29-03-2022 29-03-2022 IENW/BSK-2022/50452 2022 8376 29-03-2022 29-03-2022 IENW/BSK-2022/50452 01-01-2024
Artikel 5.1 — Artikel 5.1 (evaluatie)#
Artikel 5.1 (evaluatie) De Minister evalueert binnen twee jaar na de inwerkingtreding van de Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik de doeltreffendheid en de effecten van de Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik in de praktijk. 2022 8376 29-03-2022 29-03-2022 IENW/BSK-2022/50452 2022 8376 29-03-2022 29-03-2022 IENW/BSK-2022/50452 01-01-2023
Artikel 5.2 — Artikel 5.2 (inwerkingtreding)#
Artikel 5.2 (inwerkingtreding) 1 artikelen 2.1 2.2 4.3 4.4 Deze regeling treedt, met uitzondering van de,,en, in werking met ingang van 1 januari 2023. 2 Artikel 2.2 treedt in werking met ingang van 1 juli 2023. 3 artikelen 2.1 4.3 4.4 De,entreden in werking met ingang van 1 januari 2024. 2022 8376 29-03-2022 29-03-2022 IENW/BSK-2022/50452 2022 8376 29-03-2022 29-03-2022 IENW/BSK-2022/50452 01-01-2023
Artikel 5.3 — Artikel 5.3 (citeertitel)#
Artikel 5.3 (citeertitel) Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik. De Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst. 2022 8376 29-03-2022 29-03-2022 IENW/BSK-2022/50452 2022 8376 29-03-2022 29-03-2022 IENW/BSK-2022/50452 01-01-2023
Artikel 4.2#
artikel 4.2
Artikel 4.1#
artikel 4.1
Artikel 4.1#
artikel 4.1
Artikel 4.4#
artikel 4.4
Artikel 4.4#
artikel 4.4, eerste lid
Artikel 2.1#
Artikel 2.1, tweede lid
Artikel 4.4#
artikel 4.4 eerste lid
Artikel 4.4#
artikel 4.4, tweede lid
Artikel 4.3#
Artikel 4.3