Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 9 maart 2023, nr. MBO/36996245, houdende regels voor de verstrekking van aanvullende bekostiging voor het verhogen van de kwaliteit van het beroepsonderwijs 2024–2027 (Regeling kwaliteitsafspraken mbo 2024–2027)
- BWB-id
- BWBR0047959
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0047959
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2023/regeling-kwaliteitsafspraken-mbo-2024-2027
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2023/regeling-kwaliteitsafspraken-mbo-2024-2027/2025-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0047959&g=2025-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0047959&z=2026-06-06&g=2025-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0047959/2025-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2023/regeling-kwaliteitsafspraken-mbo-2024-2027
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: aanvullende bekostiging: artikel 2.2.3 van de wet aanvullende middelen als bedoeld in; adviescommissie: artikel 7 commissie als bedoeld in; analyseonderdelen: bijlage 2 analyseonderdelen als genoemd in, en eventuele eigen analyseonderdelen; basisberoepsopleiding: artikel 7.2.2, eerste lid, aanhef en onder b, van de wet basisberoepsopleiding als bedoeld in; doelstellingen: bijlage 2 doelstellingen als genoemd in; eerste tranche: kwaliteitsagenda’s die uiterlijk op 30 juni 2023 zijn ingediend; externe samenwerkingspartners: artikel 6, derde lid, onder b externe samenwerkingspartners als bedoeld in; indicatoren: bijlage 2 indicatoren als genoemd in, en eventuele eigen indicatoren; instelling: artikel 1.1.1 van de wet instelling als bedoeld in, voor zover het bekostigde beroepsopleidingen betreft; interne samenwerkingspartners: de studenten en het personeel van de instelling; kwaliteitsagenda: artikel 6 kwaliteitsagenda als bedoeld in; minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; niet-randstadinstellingen: bijlage 1 instellingen, niet genoemd in; randstadinstellingen: bijlage 1 instellingen als genoemd in; rijksbijdrage: artikel 2.2.1, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit WEB rijksbijdrage als bedoeld in; tweede tranche: kwaliteitsagenda’s die na 30 juni 2023 maar uiterlijk op 1 oktober 2023 zijn ingediend; werkagenda mbo: https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2023Z02606&did=2023D06060 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2023/02/14/stagepact-mbo werkagenda mbo van 14 februari 2023, te vinden op, inclusief het stagepact, te vinden op; wet: Wet educatie en beroepsonderwijs . 2024 42908 31-12-2024 18-12-2024 MBO/49294544 2024 42908 31-12-2024 18-12-2024 MBO/49294544 01-01-2025
Artikel 2 — Artikel 2 Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS Toepassing#
Artikel 2 Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS Toepassing Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS Deze regeling geldt in aanvulling op de. 2023 8133 14-03-2023 09-03-2023 MBO/36996245 2023 8133 14-03-2023 09-03-2023 MBO/36996245 15-03-2023
Artikel 3 — Artikel 3 Doelomschrijving#
Artikel 3 Doelomschrijving De minister kan op aanvraag van het bevoegd gezag van een instelling voor de kalenderjaren 2024 tot en met 2027 aanvullende bekostiging verstrekken ten behoeve van activiteiten die erop zijn gericht: a. de doelstellingen uit de werkagenda mbo op het gebied van kansengelijkheid, aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt en het versterken van de onderwijskwaliteit te realiseren; b. de hiervoor benodigde samenwerking met de interne en externe samenwerkingspartners te verdiepen of verbreden; en c. gezamenlijk hiervan te leren. 2023 8133 14-03-2023 09-03-2023 MBO/36996245 2023 8133 14-03-2023 09-03-2023 MBO/36996245 15-03-2023
Artikel 4 — Artikel 4 Bekostigingsplafond#
Artikel 4 Bekostigingsplafond Voor het verstrekken van de aanvullende bekostiging op grond van deze regeling zijn de volgende bedragen beschikbaar: a. voor het kalenderjaar 2024 € 704.330.000,–; b. voor het kalenderjaar 2025 € 538.984.000,–; c. voor het kalenderjaar 2026 € 538.984.000,–; en d. voor het kalenderjaar 2027 € 540.033.000,–. 2023 8133 14-03-2023 09-03-2023 MBO/36996245 2023 8133 14-03-2023 09-03-2023 MBO/36996245 15-03-2023
Artikel 5 — Artikel 5 Hoogte aanvullende bekostiging#
Artikel 5 Hoogte aanvullende bekostiging 1 Indien de door het bevoegd gezag ingediende aanvraag voor aanvullende bekostiging wordt toegewezen, wordt jaarlijks een vast bedrag aan het bevoegd gezag verstrekt dat wordt berekend aan de hand van het bepaalde in het tweede tot en met zesde lid. 2 In het kalenderjaar 2024 wordt aan de instelling een vast bedrag aan aanvullende bekostiging verstrekt, dat bestaat uit: a. een deel van € 397.130.000,–, waarbij dit deel wordt berekend aan de hand van de aan de desbetreffende instelling te verstrekken rijksbijdrage voor het kalenderjaar 2024 ten opzichte van de totale rijksbijdrage voor het kalenderjaar 2024 aan alle instellingen; b. een deel van € 165.000.000,–, waarbij dit deel wordt berekend aan de hand van het aantal studenten dat op 1 oktober 2022 bij de desbetreffende instelling is ingeschreven voor een basisberoepsopleiding en voor bekostiging in aanmerking komt, ten opzichte van het totaal aantal studenten dat op 1 oktober 2022 bij alle instellingen is ingeschreven voor een basisberoepsopleiding en voor bekostiging in aanmerking komt; en c. indien de instelling een randstadinstelling is, een deel van € 142.200.000,–, waarbij dit deel wordt berekend aan de hand van de aan de desbetreffende instelling te verstrekken rijksbijdrage voor het kalenderjaar 2024 ten opzichte van de totale rijksbijdrage voor het kalenderjaar 2024 aan alle instellingen en dit deel vervolgens te vermenigvuldigen met 1,2; of d. indien de instelling een niet-randstadinstelling is, een deel van het bedrag dat na toepassing van onderdeel c voor alle randstadinstellingen nog van de € 142.200.000,– resteert, waarbij dit deel wordt berekend aan de hand van de aan de desbetreffende niet-randstadinstelling te verstrekken rijksbijdrage voor het kalenderjaar 2024 ten opzichte van de totale rijksbijdrage aan alle niet-randstadinstellingen voor het kalenderjaar 2024. 3 In de kalenderjaren 2025 en 2026 wordt aan de instelling een vast subsidiebedrag verstrekt, dat bestaat uit: a. een deel van € 396.784.000,– waarbij dit deel wordt berekend aan de hand van de aan de desbetreffende instelling te verstrekken rijksbijdrage voor het desbetreffende kalenderjaar ten opzichte van de totale rijksbijdrage voor dat kalenderjaar aan alle instellingen; en b. indien de instelling een randstadinstelling is, een deel van € 142.200.000,–, waarbij dit deel wordt berekend aan de hand van de aan de desbetreffende instelling te verstrekken rijksbijdrage voor het desbetreffende kalenderjaar ten opzichte van de totale rijksbijdrage aan alle instellingen voor dat kalenderjaar en dit deel vervolgens te vermenigvuldigen met 1,2; of c. indien de instelling een niet-randstadinstelling is, een deel van het bedrag dat na toepassing van onderdeel b voor alle randstadinstellingen nog van de € 142.200.000,– resteert, waarbij dit deel wordt berekend aan de hand van de aan de desbetreffende niet-randstadinstelling te verstrekken rijksbijdrage voor het desbetreffende kalenderjaar ten opzichte van de totale rijksbijdrage aan alle niet-randstadinstellingen voor dat kalenderjaar. 4 Voor het subsidiebedrag voor het kalenderjaar 2027 is het derde lid van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in plaats van het bedrag, genoemd in het derde lid, onder a, € 397.833.000,– wordt gelezen. 5 De uitkomst van de berekening wordt rekenkundig afgerond op hele euro’s. 6 artikel 2.2.5, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit WEB Bij te late indiening van de gegevens en de verklaring, bedoeld in: a. artikel 2.2.5 van het Uitvoeringsbesluit WEB is ten aanzien van het tweede lid, onder a, c en d, het derde lid en het vierde lidvan toepassing; en b. kan de minister ten aanzien van het tweede lid, onder b, de aanvullende bekostiging vaststellen op basis van het aantal studenten dat is ingeschreven voor een basisberoepsopleiding op 1 oktober 2021 en dat voor bekostiging in aanmerking komt. 2023 8133 14-03-2023 09-03-2023 MBO/36996245 2023 8133 14-03-2023 09-03-2023 MBO/36996245 15-03-2023
Artikel 6 — Artikel 6 Kwaliteitsagenda#
Artikel 6 Kwaliteitsagenda 1 Het bevoegd gezag dient voor de kalenderjaren 2024–2027 een aanvraag voor aanvullende bekostiging in. De aanvraag heeft de vorm van een kwaliteitsagenda. 2 http://www.ckmbo.nl Het bevoegd gezag dient de kwaliteitsagenda in bij de minister via de websiteop uiterlijk: a. 30 juni 2023; of b. 1 oktober 2023. 3 In de kwaliteitsagenda legt het bevoegd gezag onderbouwd vast: a. wat het werkgebied van de instelling is; b. wie binnen dit werkgebied de relevante externe samenwerkingspartners van de instelling zijn, waaronder in ieder geval: 1°. onderwijsinstellingen; 2°. relevante overheden die het sociale en economische domein vertegenwoordigen; en 3°. het bedrijfsleven; c. wat de ambities binnen het werkgebied zijn: 1°. in de vorm van concrete beoogde resultaten voor eind 2027; 2°. bijlage 2 per doelstelling voor de doelstellingen waaraan verplichte maatregelen, genoemd in, zijn gekoppeld; en 3°. bijlage 2 per doelstelling voor de doelstellingen waaraan ‘pas toe of leg uit’-maatregelen, genoemd in, zijn gekoppeld, tenzij de instelling op basis van de analyse, bedoeld in het vierde lid, afdoende motiveert waarom zij voor die doelstelling geen ambitie stelt; d. welke maatregelen de instelling gaat nemen om de ambities te realiseren, waaronder in ieder geval: 1°. bijlage 2 de verplichte maatregelen, genoemd in; en 2°. bijlage 2 de ‘pas toe of leg uit’-maatregelen, genoemd in, tenzij de instelling op basis van de analyse, bedoeld in het vierde lid, afdoende motiveert waarom zij geen inzet op die maatregel pleegt; e. op welke punten de instelling voor de realisatie van de ambities afhankelijk is van de externe samenwerkingspartners, hoe de instelling de externe samenwerkingspartners bij de ambitievorming heeft betrokken en hoe zij de samenwerking met de externe samenwerkingspartners tijdens de looptijd van de kwaliteitsagenda verder gaat ontwikkelen; f. hoe de instelling gaat samenwerken met de interne samenwerkingspartners, hoe zij de samenwerking tijdens de looptijd van de kwaliteitsagenda verder gaat ontwikkelen en hoe zij bereikt dat er onder hen voldoende draagvlak voor de ambities en maatregelen is, waarbij de studentenraad en de ondernemingsraad in ieder geval met de kwaliteitsagenda moeten hebben ingestemd; g. hoe de instelling de ouders van de studenten gaat betrekken bij de voor hen relevante ambities en maatregelen; h. hoe de instelling met de interne en externe samenwerkingspartners de realisatie van de ambities en maatregelen gaat borgen, waarbij de instelling er in ieder geval voor zorgt dat: 1°. een jaarlijkse evaluatie van de voortgang wordt uitgevoerd met betrokkenheid van de interne en externe samenwerkingspartners; en 2°. op basis van die jaarlijkse evaluatie kan worden bijgestuurd met betrokkenheid van de interne en externe samenwerkingspartners; i. hoe de instelling de aanvullende bekostiging op grond van deze regeling wil besteden, onderbouwd met een indicatieve begroting waarin het bevoegd gezag ook middelen met een andere herkomst dan op grond van deze regeling kan vermelden en waarin in ieder geval de volgende kostenposten separaat worden vermeld: 1°. bijlage 2 de kosten voor de maatregelen voor doelstelling 1.3, genoemd in, voor zover deze betrekking hebben op extra begeleiding van studenten in de basisberoepsopleiding; 2°. bijlage 2 de kosten voor de maatregelen voor doelstelling 3.3, genoemd in, voor zover deze betrekking hebben op carrièreperspectief voor onderwijspersoneel; en 3°. bijlage 2 de kosten voor de maatregelen voor doelstelling 3.4, genoemd in, voor zover deze betrekking hebben op practoraten; en j. indien van toepassing: waarom de begrote kostenposten, bedoeld in onderdeel i, sub 1° tot en met 3°, verschillen van de hiermee samenhangende posten binnen de aanvullende bekostiging. 4 De ambities en maatregelen, bedoeld in het derde lid, onder c en d, zijn gebaseerd op een analyse van: De analyse wordt opgesteld per doelstelling aan de hand van analyseonderdelen en indicatoren en wordt in aanvulling op het derde lid eveneens in de kwaliteitsagenda opgenomen. a. de uitgangssituatie van de instelling aan de hand van de sterke en zwakke punten van de instelling; b. de ontwikkelingen binnen de instelling die van belang zijn voor de kwaliteitsagenda, zo nodig gerelateerd aan het bestaande strategische meerjarenplan van de instelling; c. de uitgangssituatie van het werkgebied aan de hand van de kansen en uitdagingen binnen het werkgebied; en d. de ontwikkelingen binnen het werkgebied die van belang zijn voor de kwaliteitsagenda, waaronder in ieder geval de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. 5 Indien het bevoegd gezag meerdere instellingen in stand houdt, dient het bevoegd gezag per instelling een kwaliteitsagenda in. 2024 42908 31-12-2024 18-12-2024 MBO/49294544 2024 42908 31-12-2024 18-12-2024 MBO/49294544 01-01-2025
Artikel 7 — Artikel 7 Adviescommissie#
Artikel 7 Adviescommissie 1 De minister stelt een onafhankelijke adviescommissie in die de minister adviseert ten behoeve van de beoordeling van de ingediende kwaliteitsagenda’s. 2 Naast de adviestaak, bedoeld in het eerste lid, stelt de adviescommissie voor 15 september 2024 een integrale rapportage op met een landelijk beeld over de beoordeling van de kwaliteitsagenda’s en stuurt zij deze voor 15 september 2024 aan de minister toe. 2023 8133 14-03-2023 09-03-2023 MBO/36996245 2023 8133 14-03-2023 09-03-2023 MBO/36996245 15-03-2023
Artikel 8 — Artikel 8 Advisering adviescommissie over de kwaliteitsagenda#
Artikel 8 Advisering adviescommissie over de kwaliteitsagenda 1 bijlage 3 De adviescommissie beoordeelt of de kwaliteitsagenda compleet en als geheel voldoende onderbouwd, ambitieus en realistisch is. De adviescommissie gebruikt hierbij het beoordelingskader dat alsbij deze regeling is gevoegd en geeft op basis daarvan het oordeel voldoende of onvoldoende. 2 Het bevoegd gezag licht de kwaliteitsagenda toe indien de adviescommissie of het bevoegd gezag daaraan behoefte heeft en werkt, onder meer door het verschaffen van de daartoe benodigde inlichtingen, gegevens en bescheiden, mee aan een door de adviescommissie ingesteld onderzoek dat erop is gericht de minister te adviseren over de kwaliteitsagenda. 3 De adviescommissie informeert het bevoegd gezag over haar voorlopig advies over de kwaliteitsagenda op uiterlijk: a. 31 oktober 2023 voor de eerste tranche; of b. 31 januari 2024 voor de tweede tranche. 4 Het bevoegd gezag kan uiterlijk binnen vier weken na ontvangst van het voorlopig advies, bedoeld in het derde lid, een aangepaste kwaliteitsagenda bij de minister indienen. De minister kan deze termijn verlengen wegens schoolvakanties. 5 De adviescommissie adviseert de minister over de kwaliteitsagenda op uiterlijk: a. 15 december 2023 voor de eerste tranche; of b. 4 april 2024 voor de tweede tranche. 2023 8133 14-03-2023 09-03-2023 MBO/36996245 2023 8133 14-03-2023 09-03-2023 MBO/36996245 15-03-2023
Artikel 9 — Artikel 9 Beoordeling minister van de kwaliteitsagenda#
Artikel 9 Beoordeling minister van de kwaliteitsagenda 1 De minister besluit of de kwaliteitsagenda voldoende of onvoldoende is op uiterlijk: a. 31 januari 2024 voor de eerste tranche; of b. 30 april 2024 voor de tweede tranche. 2 artikel 13 Indien de minister de kwaliteitsagenda als voldoende beoordeelt, wordt voor de kalenderjaren 2024 tot en met 2027 jaarlijks aanvullende bekostiging aan het bevoegd gezag verstrekt onder toepassing van. 3 artikel 10 Indien de minister de kwaliteitsagenda als onvoldoende beoordeelt, wijst de minister de kwaliteitsagenda af. Het bevoegd gezag heeft in dat geval recht op een herkansing als bedoeld in. 4 Indien het bevoegd gezag de kwaliteitsagenda na 1 oktober 2023 indient, kan de minister besluiten de kwaliteitsagenda af te wijzen. Indien de minister de kwaliteitsagenda niet afwijst op grond van de vorige volzin, valt de kwaliteitsagenda onder de tweede tranche. 2023 8133 14-03-2023 09-03-2023 MBO/36996245 2023 8133 14-03-2023 09-03-2023 MBO/36996245 15-03-2023
Artikel 10 — Artikel 10 Herkansing bij onvoldoende oordeel#
Artikel 10 Herkansing bij onvoldoende oordeel 1 http://www.ckmbo.nl/ Bij een onvoldoende oordeel over de kwaliteitsagenda stelt de minister het bevoegd gezag in de gelegenheid een aangepaste kwaliteitsagenda in te dienen op uiterlijk 30 mei 2024 via de website. 2 artikel 8, eerste lid De adviescommissie adviseert de minister conform, en informeert de minister uiterlijk op 30 juni 2024 over haar advies over de aangepaste kwaliteitsagenda. Artikel 8, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing. 3 De minister besluit uiterlijk op 31 augustus 2024 of de aangepaste kwaliteitsagenda voldoende of onvoldoende is. 4 artikel 13 Indien de minister de aangepaste kwaliteitsagenda als voldoende beoordeelt, wordt voor de kalenderjaren 2024 tot en met 2027 alsnog jaarlijks aanvullende bekostiging aan het bevoegd gezag verstrekt onder toepassing van. 5 Indien de minister de kwaliteitsagenda als onvoldoende beoordeelt, wijst de minister de kwaliteitsagenda af. 6 Indien het bevoegd gezag de aangepaste kwaliteitsagenda na 30 mei 2024 indient, kan de minister besluiten de kwaliteitsagenda af te wijzen. 7 artikel 8, vierde lid, eerste volzin Dit artikel is van overeenkomstige toepassing indien de aanvraag voor aanvullende bekostiging is afgewezen op grond van, of indien de instelling nog niet eerder een kwaliteitsagenda heeft ingediend. 2023 8133 14-03-2023 09-03-2023 MBO/36996245 2023 8133 14-03-2023 09-03-2023 MBO/36996245 15-03-2023
Artikel 11 — Artikel 11 Institutionele fusie#
Artikel 11 Institutionele fusie 1 artikel 6, vijfde lid Een bevoegd gezag van instellingen die op 1 augustus 2023 institutioneel fuseren, dient in afwijking van, één kwaliteitsagenda in voor de instelling die uit de institutionele fusie zal ontstaan. 2 artikel 5, tweede tot en met zesde lid De berekeningswijze, bedoeld in, houdt voor het eerst rekening met een institutionele fusie met ingang van het eerstvolgende kalenderjaar na de ingangsdatum van die fusie. Bij een institutionele fusie tussen een randstadinstelling en een niet-randstadinstelling wordt de uit die institutionele fusie ontstane instelling daarbij aangemerkt als randstadinstelling. 2023 8133 14-03-2023 09-03-2023 MBO/36996245 2023 8133 14-03-2023 09-03-2023 MBO/36996245 15-03-2023
Artikel 12 — Artikel 12 Verplichtingen#
Artikel 12 Verplichtingen 1 Het bevoegd gezag spant zich in voor de realisatie van de ambities en maatregelen uit de kwaliteitsagenda en borgt dit door: a. de voortgang hiervan jaarlijks te evalueren met betrokkenheid van de interne en externe samenwerkingspartners; en b. zo nodig bij te sturen op basis van de jaarlijkse evaluatie met betrokkenheid van de interne en externe samenwerkingspartners. 2 artikel 15, tweede en derde lid Het bevoegd gezag verantwoordt zich jaarlijks over haar inspanning voor en voortgang van de realisatie van de ambities en maatregelen uit de kwaliteitsagenda alsmede de samenwerking met de interne en externe samenwerkingspartners conform. 3 Het bevoegd gezag geeft een toelichting op de verantwoording, bedoeld in het tweede lid, indien de minister of het bevoegd gezag daaraan behoefte heeft en werkt, onder meer door het verschaffen van de daartoe benodigde inlichtingen, gegevens en bescheiden, mee aan een door de minister ingesteld onderzoek dat erop is gericht om een getrouw en compleet beeld te krijgen van de inspanningen voor en voortgang van de realisatie van de ambities en maatregelen uit de kwaliteitsagenda alsmede de samenwerking met de interne en externe samenwerkingspartners. 4 artikel 3 In aanvulling op het derde lid werkt het bevoegd gezag mee aan een jaarlijks gesprek met de minister om de inspanning voor en voortgang van de realisatie van de ambities en maatregelen uit de kwaliteitsagenda en de doelen, genoemd in, te bespreken. 5 Indien uit de informatie verkregen op grond van het tweede, derde of vierde lid, naar het oordeel van de minister blijkt dat het bevoegd gezag onvoldoende inspanningen pleegt voor de realisatie van de ambities en maatregelen uit de kwaliteitsagenda, kan de minister het bevoegd gezag verplichten om: a. extern advies in te winnen over wat het bevoegd gezag verder kan doen om de ambities en maatregelen alsnog te realiseren; of b. een peer review door andere instellingen te organiseren om te leren van goede ervaringen van de andere instellingen. 2023 8133 14-03-2023 09-03-2023 MBO/36996245 2023 8133 14-03-2023 09-03-2023 MBO/36996245 15-03-2023
Artikel 13 — Artikel 13 Vaststelling en betaling#
Artikel 13 Vaststelling en betaling 1 Voor kalenderjaar 2024 wordt de aanvullende bekostiging direct vastgesteld in uiterlijk: mits de kwaliteitsagenda als voldoende is beoordeeld. a. maart 2024 voor de eerste tranche; b. juni 2024 voor de tweede tranche; of c. artikel 10 oktober 2024, indien er sprake is van een herkansing als bedoeld in; 2 Voor de kalenderjaren 2025 tot en met 2027 wordt de aanvullende bekostiging jaarlijks direct vastgesteld jaarlijks in november voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de aanvullende bekostiging betrekking heeft, mits de kwaliteitsagenda als voldoende is beoordeeld. 3 artikel 2.2.4, tweede lid, van de wet De betaling van de aanvullende bekostiging vindt plaats overeenkomstig het kasritme waarin de bekostiging wordt betaald, bedoeld inen vindt voor de eerste maal plaats in uiterlijk: mits de kwaliteitsagenda’s als voldoende zijn beoordeeld. a. maart 2024 voor de eerste tranche; b. juni 2024 voor de tweede tranche; of c. artikel 10 oktober 2024, indien er sprake is van een herkansing als bedoeld in; 4 Aan het maandbedrag van de maand waarin voor de eerste maal een betaling plaatsvindt, worden tevens de maandbedragen vanaf januari 2024 tot aan die maand toegevoegd. 2023 8133 14-03-2023 09-03-2023 MBO/36996245 2023 8133 14-03-2023 09-03-2023 MBO/36996245 15-03-2023
Artikel 14 — Artikel 14 Besteding#
Artikel 14 Besteding De aanvullende middelen kunnen ook worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt. 2023 8133 14-03-2023 09-03-2023 MBO/36996245 2023 8133 14-03-2023 09-03-2023 MBO/36996245 15-03-2023
Artikel 15 — Artikel 15 Verantwoording#
Artikel 15 Verantwoording 1 Regeling jaarverslaggeving onderwijs De verantwoording van de aanvullende bekostiging geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de. 2 Het bevoegd gezag beschrijft jaarlijks in het bestuursverslag: a. wat de inspanning is voor en voortgang is van de realisatie van de ambities en maatregelen uit de kwaliteitsagenda, gerelateerd aan de beoogde eindresultaten voor eind 2027 en met gebruikmaking van de indicatoren; b. hoe de samenwerking met de interne en externe samenwerkingspartners verloopt; c. artikel 12, eerste lid, onder a wat de uitkomst is van de jaarlijkse evaluatie, bedoeld in; en d. artikel 12, eerste lid, onder b of en op welke wijze op basis van de jaarlijkse evaluatie wordt bijgestuurd als bedoeld in, en hoe. 3 Het bevoegd gezag levert de informatie, bedoeld in het tweede lid, tevens aan door middel van een door de minister beschikbaar gesteld digitaal format voor 1 juli volgend op het jaar waarvoor de aanvullende bekostiging is verstrekt. Voor zover de indicatoren nog niet beschikbaar waren voor het bestuursverslag, neemt het bevoegd gezag deze indicatoren alsnog op in het digitaal format. 2024 42908 31-12-2024 18-12-2024 MBO/49294544 2024 42908 31-12-2024 18-12-2024 MBO/49294544 01-01-2025 De wijziging op het tweede lid, onderdeel a, is niet voor de
tweede keer doorgevoerd.
Artikel 16 — Artikel 16 Sancties#
Artikel 16 Sancties artikel 12 artikel 15 artikel 11.1 van de wet artikelen 4:49 4:56 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht Indien het bevoegd gezag in strijd handelt met de verplichtingen, bedoeld inof, kan de minister een sanctie als bedoeld inof de,enopleggen. 2023 8133 14-03-2023 09-03-2023 MBO/36996245 2023 8133 14-03-2023 09-03-2023 MBO/36996245 15-03-2023
Artikel 17 — Artikel 17 Openbaarmaking#
Artikel 17 Openbaarmaking 1 hoofdstuk 5 van de Wet open overheid www.kwaliteitsafsprakenmbo.nl Onverminderdmaakt de minister de volgende documenten openbaar door deze elektronisch beschikbaar te stellen op de website: a. artikel 8, vijfde lid artikel 10, derde lid de adviezen, bedoeld in, en; b. artikel 9, eerste lid artikel 10, vierde lid de besluiten, bedoeld in, en, c. de kwaliteitsagenda’s; en d. artikel 7, tweede lid de landelijke rapportage, bedoeld in. 2 Tot openbaarmaking van de in het eerste lid genoemde documenten, met uitzondering van het eerste lid, onderdeel d, wordt niet eerder overgegaan dan nadat zes weken zijn verstreken vanaf de dagtekening van de besluiten, bedoeld in het eerste lid, onder b, waaraan de desbetreffende adviezen en kwaliteitsagenda’s ten grondslag liggen. 2023 8133 14-03-2023 09-03-2023 MBO/36996245 2023 8133 14-03-2023 09-03-2023 MBO/36996245 15-03-2023
Artikel 18 — Artikel 18 Instellingsbesluit Commissie Kwaliteitsafspraken mbo Wijziging#
Artikel 18 Instellingsbesluit Commissie Kwaliteitsafspraken mbo Wijziging Wijzigt het Instellingsbesluit Commissie Kwaliteitsafspraken mbo. 2023 8133 14-03-2023 09-03-2023 MBO/36996245 2023 8133 14-03-2023 09-03-2023 MBO/36996245 15-03-2023 01-01-2023
Artikel 19 — Artikel 19 Regeling versterking van salarismix leraren middelbaar beroepsonderwijs in de Randstadregio’s Intrekking#
Artikel 19 Regeling versterking van salarismix leraren middelbaar beroepsonderwijs in de Randstadregio’s Intrekking Regeling versterking van salarismix leraren middelbaar beroepsonderwijs in de Randstadregio’s Dekomt te vervallen, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de aanvullende bekostiging die voor die datum is verstrekt. 2023 8133 14-03-2023 09-03-2023 MBO/36996245 2023 8133 14-03-2023 09-03-2023 MBO/36996245 01-01-2024
Artikel 20 — Artikel 20 Inwerkingtreding en vervaldatum#
Artikel 20 Inwerkingtreding en vervaldatum – artikel 18, onderdeel E Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, waarbij, terugwerkt tot en met 1 januari 2023. – artikel 19 In afwijking van het eerste lid treedtin werking met ingang van 1 januari 2024. – Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2028, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de aanvullende bekostiging die voor die datum is verstrekt. 2023 8133 14-03-2023 09-03-2023 MBO/36996245 2023 8133 14-03-2023 09-03-2023 MBO/36996245 15-03-2023
Artikel 21 — Artikel 21 Citeertitel#
Artikel 21 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling kwaliteitsafspraken mbo 2024–2027. 2023 8133 14-03-2023 09-03-2023 MBO/36996245 2023 8133 14-03-2023 09-03-2023 MBO/36996245 15-03-2023
Artikel 1#
artikel 1
Artikel 1#
artikelen 1
Artikel 6#
6, derde en vierde lid
Artikel 15#
artikel 15
Artikel 8#
artikel 8, eerste lid