Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 3 november 2023, nr. MBO/39770712, houdende regels voor de verstrekking van aanvullende middelen voor de verbetering van de aansluiting van het beroepsonderwijs op de arbeidsmarkt door publiek-private samenwerking (Regeling regionaal investeringsfonds mbo 2024–2027)
- BWB-id
- BWBR0048883
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-05-20
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0048883
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2023/regeling-regionaal-investeringsfonds-mbo-2024-2027
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2023/regeling-regionaal-investeringsfonds-mbo-2024-2027/2025-05-20
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0048883&g=2025-05-20
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0048883&z=2026-06-06&g=2025-05-20
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0048883/2025-05-20
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2023/regeling-regionaal-investeringsfonds-mbo-2024-2027
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: arbeidsorganisatie: eenheid, ongeacht haar rechtsvorm, die economische activiteiten uitoefent; beoordelingscommissie: artikel 18 commissie als bedoeld in; bevoegd gezag: artikel 1.1.1 van de WEB artikel 1.1.1 van de WEB BES artikel 1 van het Besluit Saba Comprehensive School en Gwendoline van Puttenschool BES; bevoegd gezag als bedoeld in,of DUS-I: Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen; georganiseerd bedrijfsleven: representatieve organisatie van werkgevers of representatieve organisatie van werknemers; minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; O&O-fonds: Opleidings- en Ontwikkelfonds, opgericht bij een bij de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangemelde collectieve arbeidsovereenkomst; onderwijsinstelling: a. artikel 1.1.1 van de WEB artikel 1.1.1 van de WEB BES instelling als bedoeld inof, voor zover het bekostigde beroepsopleidingen betreft; of b. Besluit Saba Comprehensive School en Gwendoline van Puttenschool BES artikel 10 van dat besluit school als bedoeld in het, voor zover het bekostigd CVQ-onderwijs betreft als bedoeld in; publiek-private samenwerking: samenwerking tussen in ieder geval een onderwijsinstelling en een arbeidsorganisatie; regionale overheid: provincie, gemeente of waterschap; samenwerkingsverband: artikel 10 samenwerkingsverband als bedoeld in; voortgangsrapportage: artikel 24 voortgangsrapportage als bedoeld in; website van DUS-I: www.dus-i.nl ; WEB: Wet educatie en beroepsonderwijs ; WEB BES: Wet educatie en beroepsonderwijs BES . 2023 31220 14-11-2023 03-11-2023 MBO/39770712 2023 31220 14-11-2023 03-11-2023 MBO/39770712 15-11-2023
Artikel 2 — Artikel 2 Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS Toepassing#
Artikel 2 Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS Toepassing Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS Deze regeling geldt in aanvulling op de. 2023 31220 14-11-2023 03-11-2023 MBO/39770712 2023 31220 14-11-2023 03-11-2023 MBO/39770712 15-11-2023
Artikel 3 — Artikel 3 Doel van de regeling#
Artikel 3 Doel van de regeling Het doel van deze regeling is het beschikbaar stellen van geld ten behoeve van samenwerkingsverbanden die bestaan uit publieke en private partijen en die ten doel hebben de aansluiting van het middelbaar beroepsonderwijs op de behoefte van de arbeidsmarkt te verbeteren. 2023 31220 14-11-2023 03-11-2023 MBO/39770712 2023 31220 14-11-2023 03-11-2023 MBO/39770712 15-11-2023
Artikel 4 — Artikel 4 Registratie#
Artikel 4 Registratie Partijen die willen samenwerken in een samenwerkingsverband, kunnen zich laten registreren bij DUS-I. De belangstelling voor deelname wordt kenbaar gemaakt met gebruikmaking van een formulier op de website van DUS-I. 2023 31220 14-11-2023 03-11-2023 MBO/39770712 2023 31220 14-11-2023 03-11-2023 MBO/39770712 15-11-2023
Artikel 5 — Artikel 5 Subsidieplafond#
Artikel 5 Subsidieplafond 1 Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is voor de kalenderjaren 2024 tot en met 2027 in totaal € 66.000.000,– beschikbaar. 2 De hoogte van het subsidieplafond per kalenderjaar wordt jaarlijks bekend gemaakt in de Staatscourant. 3 Bij de bekendmaking van het subsidieplafond maakt de minister de verdeling van het subsidiebedrag over de aanvraagperiodes per kalenderjaar bekend. Indien het bedrag voor subsidieverstrekking voor de eerste periode binnen het betreffende kalenderjaar door subsidietoewijzingen niet wordt uitgeput, wordt dit bedrag toegevoegd aan het subsidiebedrag voor de tweede aanvraagperiode van het kalenderjaar. 2025 16959 19-05-2025 08-05-2025 MBO/52081367 2025 16959 19-05-2025 08-05-2025 MBO/52081367 20-05-2025
Artikel 6 — Artikel 6 Subsidieverstrekking#
Artikel 6 Subsidieverstrekking 1 De minister kan op aanvraag aan een bevoegd gezag van een onderwijsinstelling subsidie verstrekken voor een duurzame publiek-private samenwerking die ten doel heeft de aansluiting van het middelbaar beroepsonderwijs op de behoefte van de arbeidsmarkt te verbeteren. 2 De subsidie bedraagt ten minste € 250.000,– en ten hoogste € 2.500.000,– per subsidieaanvraag. 3 Een aanvraag tot subsidieverlening voor een bedrag van minder dan € 250.000,– of meer dan € 2.500.000,– wordt afgewezen. 4 Besluit Saba Comprehensive School en Gwendoline van Puttenschool BES artikel 10 van dat besluit In afwijking van het tweede en derde lid geldt de minimale ondergrens van € 250.000,– niet voor een subsidieaanvraag van een bevoegd gezag van een school als bedoeld in het, voor zover zij bekostigd CVQ-onderwijs verzorgt als bedoeld in. 5 De subsidie wordt verstrekt voor een periode van vier of vijf kalenderjaren, gerekend vanaf de start van het project. 6 Voor subsidieontvangers in Caribisch Nederland wordt het subsidiebedrag omgerekend in US-dollars tegen de jaarlijks vastgestelde wisselkoers. 7 artikel 7.8a van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek artikel 11 Onverminderd het eerste lid, kan een publiek-private samenwerking waaraan een instelling voor hoger onderwijs deelneemt mede als doel hebben het ontwikkelen van een Associate-degreeprogramma als bedoeld in, indien de instelling voor hoger onderwijs bijdraagt aan de cofinanciering, bedoeld in. 2023 31220 14-11-2023 03-11-2023 MBO/39770712 2023 31220 14-11-2023 03-11-2023 MBO/39770712 15-11-2023
Artikel 7 — Artikel 7 Subsidieaanvraag#
Artikel 7 Subsidieaanvraag 1 De subsidieaanvraag heeft betrekking op: a. een publiek-private samenwerking waarvoor niet eerder subsidie is verstrekt op grond van deze regeling; of b. het door verbreding of verdieping aanzienlijk uitbreiden van een bestaande publiek-private samenwerking. 2 Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt eenmalig toegekend en kan enkel worden toegewezen, indien: a. Regeling regionaal investeringsfonds mbo 2014–2018 Regeling regionaal investeringsfonds mbo 2019–2022 voor het samenwerkingsverband eerder subsidie is verstrekt op grond van deof van deen de betreffende subsidieperiode succesvol is afgerond; b. aan het samenwerkingsverband nog ten minste 50 procent van de partijen deelnemen die aan het einde van de subsidieperiode, bedoeld in onderdeel a, deelnamen aan de samenwerking; en c. de aanvraag in ieder geval betrekking heeft op onderzoekende vaardigheden of praktijkgericht onderzoek. 3 De subsidieperiode van een project als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, is succesvol afgerond indien uit de evaluatie van het project in ieder geval blijkt dat: a. het project in termen van ontwikkeling en doelrealisatie succesvol is geweest; en b. het project ook na afronding van de betreffende subsidieperiode duurzaam wordt voortgezet. 2023 31220 14-11-2023 03-11-2023 MBO/39770712 2023 31220 14-11-2023 03-11-2023 MBO/39770712 15-11-2023
Artikel 8 — Artikel 8 Aanvraag project entreeopleiding#
Artikel 8 Aanvraag project entreeopleiding 1 artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel a, van de WEB artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel a, van de WEB BES Indien een aanvraag in overwegende mate tot doel heeft de aansluiting van een entreeopleiding, bedoeld in, dan wel een assistentenopleiding, bedoeld inop de arbeidsmarkt te verbeteren: a. artikel 11, tweede lid bedraagt de subsidie, in afwijking van, ten hoogste 50 procent van de meerjarenbegroting; b. artikel 11, derde lid bedraagt de cofinanciering door de partijen bedoeld in, ten minste 25 procent en ten hoogste 50 procent van de meerjarenbegroting en is in geld of in geld waardeerbaar; c. artikel 11, vierde lid bedraagt de cofinanciering door de partijen bedoeld in, en bedoeld in onderdeel a, ten hoogste 25 procent van de meerjarenbegroting en is in geld of in geld waardeerbaar; en d. is de cofinanciering door de aanvragende onderwijsinstelling uitsluitend in geld en bedraagt deze ten hoogste 10 procent van de meerjarenbegroting. 2 Indien dit bijdraagt aan het doel van het project kan de doorstroom van een entreeopleiding naar een basisberoepsopleiding deel uitmaken van de aanvraag. 2023 31220 14-11-2023 03-11-2023 MBO/39770712 2023 31220 14-11-2023 03-11-2023 MBO/39770712 15-11-2023
Artikel 9 — Artikel 9 Niet subsidiabel#
Artikel 9 Niet subsidiabel Op grond van deze regeling wordt geen subsidie verstrekt voor: a. artikel 15, zesde lid kosten voor afschrijving van nieuwbouw en verbouw die niet voldoen aan, kosten van leegstand van gebouwen, dan wel loonverletkosten van personeel; b. artikel 2.2.1 van de WEB activiteiten die zijn gefinancierd vanuit de rijksbijdrage voor de betreffende instelling, bedoeld in; c. artikel 2.2.1 van de WEB BES activiteiten die zijn gefinancierd vanuit de rijksbijdrage voor de betreffende instelling, bedoeld in; d. activiteiten die voor het tijdstip van indienen van de aanvraag hebben plaatsgevonden; en e. activiteiten die gesubsidieerd worden op grond van een andere ministeriële regeling. 2023 31220 14-11-2023 03-11-2023 MBO/39770712 2023 31220 14-11-2023 03-11-2023 MBO/39770712 15-11-2023
Artikel 10 — Artikel 10 Samenwerkingsverband#
Artikel 10 Samenwerkingsverband 1 Onderwijsinstellingen en arbeidsorganisaties werken samen in samenwerkingsverbanden om de duurzame publiek-private samenwerking in het beroepsonderwijs vorm te geven en uit te voeren. 2 Het samenwerkingsverband kan bestaan uit: a. één of meer onderwijsinstellingen; b. één of meer arbeidsorganisaties; c. het georganiseerde bedrijfsleven; d. één of meer O&O-fondsen; e. één of meer regionale overheden; f. artikel 1.4.1 van de WEB één of meer andere instellingen voor beroepsonderwijs als bedoeld in; g. artikelen 2.4 2.5 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 artikel 2.22 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 één of meer scholen voor hoger algemeen voortgezet onderwijs of voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, als bedoeld in deenof voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs als bedoeld in; h. artikel 2.8 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 artikel 8 van de Wet op de expertisecentra één of meer scholen voor praktijkonderwijs als bedoeld inof een school voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in; i. artikel 1.2, onderdeel a, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek één of meer instellingen voor hoger onderwijs als bedoeld in; of j. andere partijen die bijdragen aan de verbetering van de aansluiting van het middelbaar beroepsonderwijs op de behoefte van de arbeidsmarkt. 3 In het samenwerkingsverband werken in ieder geval één onderwijsinstelling en in ieder geval één arbeidsorganisatie samen. 4 Arbeidsorganisaties die nog niet deelnemen aan een samenwerkingsverband kunnen daartoe de wens kenbaar maken bij de onderwijsinstelling in het betreffende samenwerkingsverband. De onderwijsinstelling draagt er in dat geval in redelijkheid zorg voor dat de arbeidsorganisatie in de gelegenheid wordt gesteld om deel te nemen aan het samenwerkingsverband, met inachtneming van de voorschriften van deze regeling. 2023 31220 14-11-2023 03-11-2023 MBO/39770712 2023 31220 14-11-2023 03-11-2023 MBO/39770712 15-11-2023
Artikel 11 — Artikel 11 Cofinanciering#
Artikel 11 Cofinanciering 1 Subsidie wordt uitsluitend verstrekt indien sprake is van cofinanciering door de partijen in het samenwerkingsverband. 2 De subsidie bedraagt ten hoogste één derde deel van de meerjarenbegroting. 3 artikel 10, tweede lid, onderdelen b, c en d De cofinanciering door de partijen in het samenwerkingsverband, bedoeld in, gezamenlijk, bedraagt ten minste één derde en ten hoogste twee derde deel van de meerjarenbegroting en is in geld of in geld waardeerbaar. 4 artikel 10, tweede lid, onderdelen a en e tot en met j De cofinanciering door de partijen in het samenwerkingsverband, bedoeld in, bedraagt ten hoogste één derde deel van de meerjarenbegroting en is in geld of in geld waardeerbaar. De cofinanciering door de aanvragende onderwijsinstelling is uitsluitend in geld en bedraagt ten hoogste 10 procent van de meerjarenbegroting. 5 In afwijking van het tweede lid bedraagt de subsidie ten hoogste de helft van de meerjarenbegroting voor zover het een subsidie betreft die betrekking heeft op een samenwerkingsverband in Caribisch Nederland. 6 Onder cofinanciering wordt niet begrepen: a. de reguliere kosten van de arbeidsorganisatie voor de begeleiding van de student gedurende de beroepspraktijkvorming; b. artikel 7.2.7, derde lid, van de WEB de vergoeding voor de student in de beroepspraktijkvorming in de beroepsopleidende leerweg, bedoeld indan wel de beroepsbegeleidende leerweg, bedoeld in artikel 7.2.7, vierde lid, van de WEB; en c. artikel 7.2.2, tweede lid, onderdeel a, van de WEB BES de vergoeding voor de student in de beroepspraktijkvorming in de beroepsopleidende leerweg, bedoeld indan wel de beroepsbegeleidende leerweg, bedoeld in artikel 7.2.2, tweede lid, onderdeel b, van de WEB BES. 2023 31220 14-11-2023 03-11-2023 MBO/39770712 2023 31220 14-11-2023 03-11-2023 MBO/39770712 15-11-2023
Artikel 12 — Artikel 12 Vereiste documenten subsidieaanvraag#
Artikel 12 Vereiste documenten subsidieaanvraag De subsidieaanvraag wordt in ieder geval ingediend met: a. artikel 13 een plan van aanpak als bedoeld in; b. artikel 14 een activiteitenplanning als bedoeld in; c. artikel 15 een meerjarenbegroting als bedoeld in; d. artikel 16 een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in; en e. een publieksvriendelijke samenvatting van de aanvraag. 2023 31220 14-11-2023 03-11-2023 MBO/39770712 2023 31220 14-11-2023 03-11-2023 MBO/39770712 15-11-2023
Artikel 13 — Artikel 13 Plan van aanpak#
Artikel 13 Plan van aanpak 1 artikel 6 van de Regeling kwaliteitsafspraken mbo 2024–2027 Het plan van aanpak sluit logisch aan bij de door het bevoegd gezag vastgestelde en de door de minister goedgekeurde kwaliteitsagenda, bedoeld in. 2 In het plan van aanpak wordt de visie beschreven hoe het samenwerkingsverband bijdraagt aan de aansluiting tussen de beroepsopleidingen en het aanbod van de arbeidsmarkt van de desbetreffende regio waarin de publieke-private samenwerking plaatsvindt. Tevens bevat het plan van aanpak de wijze hoe het samenwerkingsverband wordt ingericht. 3 Het plan van aanpak wordt opgesteld conform het format dat op de website van DUS-I beschikbaar wordt gesteld en bevat in ieder geval: a. de doelstellingen en de concrete resultaten die het samenwerkingsverband nastreeft; b. de visie, bedoeld in de eerste volzin van het tweede lid; c. een overzicht van de kwalificatie of de kwalificaties en de beroepsopleiding of beroepsopleidingen waarop het samenwerkingsverband betrekking heeft; d. een beschrijving van de regio waarvoor het samenwerkingsverband actief is; e. de regionale of sectorale vraagstukken, kwantitatief en kwalitatief, waar het samenwerkingsverband een bijdrage aan gaat leveren; f. een beschrijving van de samenstelling van het samenwerkingsverband, alsmede een onderbouwing van deze keuze; g. een omschrijving waaruit de verdeling van de taken tussen de partijen van het samenwerkingsverband blijkt en onderbouwing waaruit blijkt dat partijen in staat zijn om het voorstel binnen de subsidieperiode uit te voeren; h. een risicoanalyse en een beschrijving van de wijze waarop deze potentiële risico’s worden aangepakt; i. een beschrijving van de wijze waarop de voortgang van het samenwerkingsverband wordt geëvalueerd en indien nodig bijgesteld; j. een beschrijving van het draagvlak voor het project onder docenten en studenten en de wijze waarop deze worden betrokken bij de vormgeving van het project; k. een omschrijving dat de aanvraag aansluit bij het uitgangspunt van een doelmatig aanbod van beroepsopleidingen tussen onderwijsinstellingen; en l. artikel 7, eerste lid, onderdeel b in geval van een project als bedoeld in, tevens een beschrijving van de wijze waarop wordt voortgebouwd op het project waarvan de subsidieperiode is afgerond. 2023 31220 14-11-2023 03-11-2023 MBO/39770712 2023 31220 14-11-2023 03-11-2023 MBO/39770712 15-11-2023
Artikel 14 — Artikel 14 Activiteitenplanning#
Artikel 14 Activiteitenplanning 1 De activiteitenplanning is een samenhangend omschreven geheel van de activiteiten die worden ondernomen om de doelstellingen en de concrete resultaten die het samenwerkingsverband nastreeft te behalen. 2 De activiteitenplanning wordt opgesteld conform het format dat op de website van DUS-I beschikbaar wordt gesteld en bevat in ieder geval: a. een uitgewerkt overzicht van te realiseren activiteiten voor de eerste helft van de subsidieperiode, bestaande uit fasering, mijlpalen, de beoogde tussentijdse resultaten en een procesbeschrijving over de wijze hoe de publieke-private samenwerking de projectresultaten na de subsidieperiode gaat verankeren; b. een globaal overzicht van realiseerbare activiteiten voor de tweede helft van de subsidieperiode, bestaande uit fasering, mijlpalen en de beoogde eindresultaten; c. een duidelijke relatie met de meerjarenbegroting; en d. artikel 7, eerste lid, onderdeel b in geval van een project als bedoeld in, tevens een beschrijving van de activiteiten die worden gerealiseerd, waardoor het project aan het einde van de subsidieperiode aanzienlijk zal zijn verbreed of verdiept. 2023 31220 14-11-2023 03-11-2023 MBO/39770712 2023 31220 14-11-2023 03-11-2023 MBO/39770712 15-11-2023
Artikel 15 — Artikel 15 Meerjarenbegroting#
Artikel 15 Meerjarenbegroting 1 De meerjarenbegroting wordt opgesteld conform het format dat op de website van DUS-I beschikbaar wordt gesteld en bevat in ieder geval: a. een onderbouwd overzicht van de geraamde inkomsten en uitgaven voor de betreffende kalenderjaren, waarin een uitsplitsing is gemaakt in de omvang en prijs voor zover die betrekking hebben op de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd; b. de hoogte van het subsidiebedrag dat wordt gevraagd; c. artikel 8 een onderbouwing waaruit blijkt dat het subsidiebedrag ten hoogste één derde deel van de totale begroting bedraagt, of waaruit in geval van een project als bedoeld inblijkt dat het subsidiebedrag ten hoogste de helft van de totale begroting bedraagt; d. de omvang van de kosten voor projectmanagement; en e. artikel 6, zevende lid indien, van toepassing is, een omschrijving van de ontwikkelkosten van het Associate-degreeprogramma. 2 Naast de in het eerste lid genoemde gegevens, bevat de meerjarenbegroting voor de eerste helft van de subsidieperiode: a. een gedetailleerd overzicht van de financiering, in geld of in geld waardeerbaar, door partijen in het samenwerkingsverband; b. de omvang van de cofinanciering door de arbeidsorganisaties, het georganiseerd bedrijfsleven en O&O-fondsen; en c. de omvang van de cofinanciering van de onderwijsinstelling en de overige samenwerkingspartners. 3 Naast de in het eerste lid genoemde gegevens bevat de meerjarenbegroting voor de tweede helft van de subsidieperiode tevens een globale beschrijving van de onderwerpen, bedoeld in het tweede lid. 4 Voor de berekening van de personeelskosten wordt een integraal tarief gehanteerd van € 86,– per uur. Kosten voor de inzet van vrijwilligers worden niet als personeelskosten aangemerkt. 5 Regeling jaarverslaggeving onderwijs Indien sprake is van afschrijving van kosten voor nieuwbouw of verbouw van gebouwen voor de publiek-private samenwerking worden deze kosten, voor zover deze betrekking hebben op de publiek-private samenwerking, afgeschreven conform de afschrijvingstermijn zoals wordt gehanteerd in de. 2023 31220 14-11-2023 03-11-2023 MBO/39770712 2023 31220 14-11-2023 03-11-2023 MBO/39770712 15-11-2023
Artikel 16 — Artikel 16 Samenwerkingsovereenkomst#
Artikel 16 Samenwerkingsovereenkomst 1 De samenwerking binnen het samenwerkingsverband wordt voor de duur van het project vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst. De samenwerkingsovereenkomst wordt ondertekend door alle partijen in het samenwerkingsverband. 2 De samenwerkingsovereenkomst bevat in elk geval een omschrijving van: a. het samenwerkingsverband dat met de subsidie en de cofinanciering duurzaam zal worden vormgegeven; b. de vorm van de samenwerking, waaronder in ieder geval de wijze waarop partijen betrokken zijn bij de organisatorische en bestuurlijke inrichting en de uitvoering van het samenwerkingsverband; c. een beschrijving van de faciliteiten die de partijen beschikbaar stellen voor de inrichting en de uitvoering van het samenwerkingsverband; d. de financiële en overige bijdragen van de partijen in het samenwerkingsverband; en e. de kwalificatie of de kwalificaties en de beroepsopleiding of beroepsopleidingen waarop het samenwerkingsverband betrekking heeft. 3 In de samenwerkingsovereenkomst wordt opgenomen dat alle partijen in het samenwerkingsverband meewerken aan de voortgangsrapportage, de eindrapportage, de verantwoording en de evaluatie, en dat alle gegevens die daarvoor noodzakelijk zijn op verzoek aan de subsidieontvanger worden verstrekt. 2023 31220 14-11-2023 03-11-2023 MBO/39770712 2023 31220 14-11-2023 03-11-2023 MBO/39770712 15-11-2023
Artikel 17 — Artikel 17 Indiening aanvraag#
Artikel 17 Indiening aanvraag 1 De subsidieaanvragen worden ingediend in de periode van 1 januari tot en met 31 januari danwel 1 juni tot en met 30 juni van de kalenderjaren 2024, 2025, 2026 en 2027. 2 De subsidieaanvraag wordt ingediend met behulp van het aanvraagformulier dat beschikbaar wordt gesteld op de website van DUS-I. 3 Als tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen, geldt het tijdstip waarop de aanvraag het systeem voor gegevensverwerking van de minister heeft bereikt. 4 artikel 12 De minister kan op het aanvraagformulier een maximum aantal pagina’s vaststellen voor de documenten, bedoeld in. 2023 31220 14-11-2023 03-11-2023 MBO/39770712 2023 31220 14-11-2023 03-11-2023 MBO/39770712 15-11-2023
Artikel 18 — Artikel 18 Beoordelingscommissie#
Artikel 18 Beoordelingscommissie 1 artikel 19, derde en vierde lid De minister stelt een onafhankelijke beoordelingscommissie in die is belast met het beoordelen van de aanvragen op basis van de beoordelingscriteria, bedoeld in. 2 De beoordelingscommissie adviseert de minister over de ingediende subsidieaanvragen. 2023 31220 14-11-2023 03-11-2023 MBO/39770712 2023 31220 14-11-2023 03-11-2023 MBO/39770712 15-11-2023
Artikel 19 — Artikel 19 Beoordeling subsidieaanvraag#
Artikel 19 Beoordeling subsidieaanvraag 1 paragraaf 2 De beoordelingscommissie beoordeelt de aanvragen voor de publiek-private samenwerking die voldoen aan de voorwaarden, bedoeld in. 2 De beoordelingscommissie stelt de aanvrager in de gelegenheid de aanvraag mondeling toe te lichten. 3 artikel 7, eerste lid, onderdeel a De beoordelingscommissie beoordeelt een subsidieaanvraag als bedoeld in, aan de hand van de volgende criteria: a. verbetering aansluiting beroepsonderwijs op de arbeidsmarkt; b. samenwerking en draagvlak; c. uitvoerbaarheid en haalbaarheid; d. duurzaamheid; en e. financiering. 4 artikel 7, eerste lid, onderdeel b De beoordelingscommissie beoordeelt een subsidieaanvraag als bedoeld in, aan de hand van de volgende criteria: a. verbetering aansluiting beroepsonderwijs op de arbeidsmarkt; b. verbreding of verdieping; c. artikel 7, tweede lid, onderdeel c onderzoekend vermogen als bedoeld in; d. samenwerking en draagvlak; e. uitvoerbaarheid en haalbaarheid; f. duurzaamheid; en g. financiering. 5 bijlage 1 De criteria, bedoeld in het derde en vierde lid, zijn uitgewerkt in een beoordelingskader, dat alsbij deze regeling is gevoegd. 6 Indien een aanvraag naar het oordeel van de beoordelingscommissie op één van de criteria, bedoeld in het derde lid of vierde lid, bijna voldoende scoort, kan de beoordelingscommissie, mits het subsidieplafond voor de betreffende aanvraagperiode nog niet is bereikt, de minister adviseren de aanvrager in de gelegenheid te stellen de aanvraag ten aanzien van dit criterium aan te vullen. De periode waarin de aanvrager in de gelegenheid wordt gesteld de aanvraag aan te vullen, bedraagt ten hoogste tien werkdagen. De beoordelingscommissie beoordeelt of de aanvraag, na de aanvulling, alsnog tot een voldoende oordeel leidt voor het betreffende criterium. 7 Aanvragen dienen, zo nodig na toepassing van het zesde lid, voor elk van de criteria, bedoeld in het derde lid of vierde lid, minimaal voldoende te zijn beoordeeld om door de beoordelingscommissie van een positief advies te worden voorzien. 2023 31220 14-11-2023 03-11-2023 MBO/39770712 2023 31220 14-11-2023 03-11-2023 MBO/39770712 15-11-2023
Artikel 20 — Artikel 20 Rangschikking aanvragen#
Artikel 20 Rangschikking aanvragen 1 artikel 17, eerste lid artikel 19, derde of vierde lid artikel 3 artikel 7, eerste lid, onderdelen a en b De beoordelingscommissie rangschikt de aanvragen per aanvraagperiode, bedoeld in, die voor elk van de criteria, bedoeld in, voldoende zijn beoordeeld, zodanig dat zij een aanvraag hoger rangschikt naarmate deze de ingenoemde doelstelling beter realiseert. Daartoe worden de criteria, bedoeld in artikel 19, derde of vierde lid, gehanteerd. De commissie hanteert een rangschikkingslijst voor elk van de categorieën aanvragen, bedoeld in. 2 artikel 19, zesde lid Indien een aanvraag na toepassing van, alsnog voldoende wordt beoordeeld voor elk van de criteria, bedoeld in artikel 19, derde of vierde lid, wordt deze aanvraag als laagste opgenomen in de rangschikking, bedoeld in het eerste lid. Indien ten aanzien van meerdere aanvragen toepassing wordt gegeven aan artikel 19, zesde lid, worden deze aanvragen als laagste opgenomen in de betreffende rangschikkingslijst, waarbij de aanvraag met een hoger puntenaantal voor de criteria, bedoeld in artikel 19, derde of vierde lid, hoger wordt geplaatst. 2023 31220 14-11-2023 03-11-2023 MBO/39770712 2023 31220 14-11-2023 03-11-2023 MBO/39770712 15-11-2023
Artikel 21 — Artikel 21 Besluitvorming minister#
Artikel 21 Besluitvorming minister 1 artikel 17 artikel 19, zesde lid De minister besluit uiterlijk binnen zestien weken na de sluitingsdatum van de aanvraagperiode, bedoeld in, op de aanvragen. Indien toepassing wordt gegeven aan, wordt de beslistermijn van de eerste volzin verlengd met ten hoogste vier weken. 2 artikel 20, eerste lid artikel 7, eerste lid, onderdelen a en b Indien het subsidieplafond voor een aanvraagperiode wordt overschreden, wijst de minister op grond van de puntenaantallen op de rangschikkingslijsten, bedoeld in, laatste volzin, een gelijk aantal van de aanvragen, bedoeld in, toe. Indien na de verdeling, bedoeld in de vorige volzin, nog meer aanvragen kunnen worden toegewezen, wijst de minister de aanvragen met het relatief hoogste puntenaantal op de onderscheiden rangschikkingslijsten toe. 3 Indien na toepassing van het tweede lid aanvragen op een gelijke positie worden gerangschikt en slechts één van de aanvragen kan worden gehonoreerd, beslist de minister op basis van loting. 4 Indien de minister niet tijdig besluit, deelt hij de aanvrager mede binnen welke termijn de beslissing wel tegemoet kan worden gezien. 5 artikel 19, zevende lid Indien de minister een aanvraag afwijst, omdat deze niet voldoet aan, kan de aanvrager de aanvraag nog éénmaal in een later tijdvak indienen. De eerste volzin is niet van toepassing op aanvragen die in het laatste tijdvak worden ingediend. 2023 31220 14-11-2023 03-11-2023 MBO/39770712 2023 31220 14-11-2023 03-11-2023 MBO/39770712 15-11-2023
Artikel 22 — Artikel 22 Weigeringsgronden#
Artikel 22 Weigeringsgronden artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht Onverminderdkan de subsidieverlening worden geweigerd, indien naar het oordeel van de minister: a. de kosten van de activiteiten niet in een redelijke verhouding staan tot de voorgenomen doelstellingen en de daarvan te verwachten resultaten; of b. onvoldoende vertrouwen bestaat over de financiële haalbaarheid van de publiek-private samenwerking. 2023 31220 14-11-2023 03-11-2023 MBO/39770712 2023 31220 14-11-2023 03-11-2023 MBO/39770712 15-11-2023
Artikel 23 — Artikel 23 Verplichtingen#
Artikel 23 Verplichtingen 1 De publiek-private samenwerking start zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen drie maanden na het besluit tot subsidieverlening met de uitvoering van de activiteiten. 2 artikel 12, onderdeel e De niet op de persoon herleidbare publieksvriendelijke samenvatting, bedoeld in, wordt na verlening van de subsidie gepubliceerd op website van DUS-I. 3 De subsidieontvanger deelt op verzoek de onderwijs gerelateerde uitkomsten van het project. 2023 31220 14-11-2023 03-11-2023 MBO/39770712 2023 31220 14-11-2023 03-11-2023 MBO/39770712 15-11-2023
Artikel 24 — Artikel 24 Voortgangsrapportage#
Artikel 24 Voortgangsrapportage 1 De minister beoordeelt aan de hand van de voortgangsrapportage tussentijds de uitvoering van het project. 2 De voortgangsrapportage wordt door het bevoegd gezag uiterlijk zes weken vóór het einde van de eerste helft van de projectperiode ingediend. 3 De voortgangsrapportage bevat in ieder geval: a. artikel 14, tweede lid, onderdeel a een beschrijving van de voortgang ten aanzien van het realiseren van de mijlpalen, bedoeld in; b. een uitgewerkt overzicht van realiseerbare activiteiten voor de tweede helft van de projectperiode, bestaande uit fasering, mijlpalen en beoogde eindresultaten; c. een concretisering van de wijze waarop de publiek-private samenwerking wordt voortgezet na afloop van de subsidieperiode; d. artikel 15, derde lid een concretisering van de oorspronkelijk ingediende meerjarenbegroting voor de tweede helft van de subsidieperiode, met daarin een gedetailleerde beschrijving van de gegevens genoemd in, voor de tweede helft van de subsidieperiode teneinde de activiteiten als bedoeld in onderdeel b te kunnen realiseren; en e. het verslag van de evaluatie, bedoeld in het vierde lid. 4 Het samenwerkingsverband evalueert ten behoeve van de tussentijdse beoordeling de samenwerking tussen de partijen in het samenwerkingsverband. 5 De minister kan een formulier vaststellen ten behoeve van de voortgangsrapportage. 6 De minister kan besluiten het bedrag van de subsidieverlening te verlagen dan wel de subsidieverlening te beëindigen. De minister besluit in voorkomend geval uiterlijk twaalf weken na ontvangst van de voortgangsrapportage. 7 artikel 30, eerste lid Indien de onderwijsinstelling de voortgangsrapportage niet uiterlijk op het indieningstijdstip, bedoeld in het tweede lid, indient, kan de subsidieverlening ten nadele van de onderwijsinstelling worden gewijzigd. Voorafgaand aan de wijziging van de subsidieverlening wordt de betaling van het in, bedoelde voorschot geheel of gedeeltelijk opgeschort. 8 De beoordeling, bedoeld in het eerste lid, kan niet leiden tot verhoging van de subsidieverlening. 2023 31220 14-11-2023 03-11-2023 MBO/39770712 2023 31220 14-11-2023 03-11-2023 MBO/39770712 15-11-2023
Artikel 25 — Artikel 25 Besteding en verantwoording#
Artikel 25 Besteding en verantwoording 1 De subsidie wordt uitsluitend besteed aan de activiteiten waarvoor deze wordt verstrekt. Niet bestede middelen door het samenwerkingsverband worden na de subsidieperiode teruggevorderd. 2 Regeling jaarverslaggeving onderwijs, met model G, onderdeel 2 De financiële verantwoording geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de. 3 Besluit Saba Comprehensive School en Gwendoline van Puttenschool BES Regeling jaarverslaggeving onderwijs, met model G, onderdeel 1 In afwijking van het tweede lid geschiedt de financiële verantwoording voor een subsidieverstrekking aan een bevoegd gezag van een school als bedoeld in hetovereenkomstig de. 4 Naast de financiële verantwoording, bedoeld in het tweede en derde lid, toont de subsidieontvanger aan de hand van de eindrapportage aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen. 5 Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS De eindrapportage voldoet aan de eisen die destelt aan het activiteitenverslag. 6 De eindrapportage wordt binnen tien weken na afloop van de subsidieperiode gezonden aan de minister. 7 De minister stelt de subsidie vast binnen 52 weken na ontvangst van het jaarverslag over het laatste jaar van besteding. 8 artikel 7 artikel 13 Indien het totaal van de daadwerkelijk gerealiseerde cofinanciering voor een project als bedoeld in, meer bedraagt dan twee derde deel van de meerjarenbegroting, wordt, indien in de eindrapportage wordt aangetoond dat het project succesvol is afgerond, de hoogte van het subsidiebedrag, voor zover dit bedrag is besteed aan de doelstellingen van het project, omschreven in het plan van aanpak, bedoeld in, vastgesteld op een derde deel van de meerjarenbegroting. De vaststelling kan niet leiden tot verhoging van de subsidieverlening. 9 artikel 8 artikel 13 Indien het totaal van de daadwerkelijk gerealiseerde cofinanciering voor een project als bedoeld in, meer bedraagt dan 50 procent van de meerjarenbegroting, wordt, indien in de eindrapportage wordt aangetoond dat het project succesvol is afgerond, de hoogte van het subsidiebedrag, voor zover dit bedrag is besteed aan de doelstellingen van het project, omschreven in het plan van aanpak, bedoeld in, vastgesteld op 50 procent van de meerjarenbegroting. 2023 31220 14-11-2023 03-11-2023 MBO/39770712 2023 31220 14-11-2023 03-11-2023 MBO/39770712 15-11-2023
Artikel 26 — Artikel 26 Wijze van melding#
Artikel 26 Wijze van melding 1 artikel 5.7 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS De melding, bedoeld in, geschiedt schriftelijk aan DUS-I via het e-mailadres [email protected]. 2 De melding wordt in afschrift verzonden aan het Ministerie van OCW, directie MBO (IPC: 2150), Postbus 16375, 2500 BJ Den Haag. 2023 31220 14-11-2023 03-11-2023 MBO/39770712 2023 31220 14-11-2023 03-11-2023 MBO/39770712 15-11-2023
Artikel 27 — Artikel 27 Voorschotten en betaling#
Artikel 27 Voorschotten en betaling 1 De subsidieontvanger ontvangt elk kwartaal een voorschot. 2 Het eerste voorschot bedraagt 25 procent van de totale subsidie. 3 De overige voorschotten bedragen een evenredig deel van het resterende subsidiebedrag. 2023 31220 14-11-2023 03-11-2023 MBO/39770712 2023 31220 14-11-2023 03-11-2023 MBO/39770712 15-11-2023
Artikel 28 — Artikel 28 Evaluatie regeling#
Artikel 28 Evaluatie regeling 1 De minister draagt uiterlijk in 2028 zorg voor de evaluatie van deze regeling. 2 De subsidieaanvrager werkt mee aan de evaluatie van de doeltreffendheid en de effecten van deze regeling in de praktijk door de minister. 2023 31220 14-11-2023 03-11-2023 MBO/39770712 2023 31220 14-11-2023 03-11-2023 MBO/39770712 15-11-2023
Artikel 29 — Artikel 29 Inwerkingtreding en einddatum#
Artikel 29 Inwerkingtreding en einddatum 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2033, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de subsidies die voor die datum zijn verstrekt. 2023 31220 14-11-2023 03-11-2023 MBO/39770712 2023 31220 14-11-2023 03-11-2023 MBO/39770712 15-11-2023
Artikel 30 — Artikel 30 Citeertitel#
Artikel 30 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling regionaal investeringsfonds mbo 2024–2027. 2023 31220 14-11-2023 03-11-2023 MBO/39770712 2023 31220 14-11-2023 03-11-2023 MBO/39770712 15-11-2023
Artikel 19#
artikel 19