Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 13 juni 2023, kenmerk 3608755-1047372-PDCV, houdende het verstrekken van een specifieke uitkering aan GGD’en voor het in stand houden van een infrastructuur ten behoeve van de basiscapaciteit COVID-19-vaccinatie en het toedienen van COVID-19-vaccinaties
- BWB-id
- BWBR0048308
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0048308
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2023/regeling-specifieke-uitkering-covid-19-vaccinatie
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2023/regeling-specifieke-uitkering-covid-19-vaccinatie/2026-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0048308&g=2026-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0048308&z=2026-06-06&g=2026-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0048308/2026-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2023/regeling-specifieke-uitkering-covid-19-vaccinatie
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: COVID-19-vaccinatieprogramma: een door de minister met de GGD’en afgestemde hoeveelheid aan COVID-19-vaccinaties die wekelijks voor bepaalde doelgroepen beschikbaar moet zijn; dienst van algemeen economisch belang: dienst als bedoeld in artikel 106, tweede lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie; Gezondheidsraad: artikel 21 van de Gezondheidswet de Gezondheidsraad, genoemd in; GGD: artikel 14 van de Wet publieke gezondheid gemeentelijke gezondheidsdienst als bedoeld in; infrastructuur: voorzieningen benodigd voor het kunnen aanbieden, uitvoeren en registreren van COVID-19-vaccinaties; Minister: de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; RIVM: artikel 2 van de Wet op het RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport genoemd in; SiSa: Single information, Single audit, eenmalige informatieverstrekking, eenmalige accountantscontrole als wijze waarop provincies, gemeenten en gemeenschappelijke regelingen zich jaarlijks verantwoorden over de besteding van specifieke uitkeringen of provinciale middelen; uitkering: artikel 15a van de Financiële-verhoudingswet een specifieke uitkering als bedoeld in. 2025 23114 08-07-2025 30-06-2025 4148054-1084807-IZB 2025 23114 08-07-2025 30-06-2025 4148054-1084807-IZB 09-07-2025
Artikel 2 — Artikel 2 Awb Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS Toepasselijkheiden#
Artikel 2 Awb Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS Toepasselijkheiden 1 artikelen 4:35 4:37 tot en met 4:39 4:46 4:48 tot en met 4:50 4:56 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht Op deze regeling zijn de,,,,envan overeenkomstige toepassing. 2 Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS artikelen 5.1 5.2 5.4 5.7 Op deze regeling is deniet van toepassing met uitzondering van de,,en. 2023 17255 22-06-2023 13-06-2023 3608755-1047372-PDCV 2023 17255 22-06-2023 13-06-2023 3608755-1047372-PDCV 01-07-2023
Artikel 3 — Artikel 3 Uitkering COVID-19-vaccinatie#
Artikel 3 Uitkering COVID-19-vaccinatie 1 De minister verstrekt per GGD een uitkering voor de periode van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2025 voor het toedienen van COVID-19-vaccinaties in het kader van het COVID-19-vaccinatieprogramma. 2 artikel 6, eerste lid, van de Wet publieke gezondheid De GGD kan de infrastructuur die specifiek voor COVID-19-vaccinaties is opgebouwd, in de periode van 1 september 2025 tot en met 31 december 2025 inzetten voor andere activiteiten, voor zover het activiteiten zijn die vallen onder de algemene infectieziektebestrijding op grond van. 3 De hoogte van de uitkering wordt bepaald op basis van een vast bedrag per toegediende vaccinatie ter hoogte van € 25,89. 4 bijlage Indien de kostprijs van een GGD voor het toedienen van een COVID-19-vaccinatie hoger ligt dan het in het eerste lid genoemde bedrag, ontvangt de desbetreffende GGD een aanvullende uitkering van ten hoogste het bedrag zoals genoemd in de vierde kolom van de tabel in debij deze regeling. 5 bijlage De uitkering per GGD voor het toedienen van COVID-19-vaccinaties bedraagt ten hoogste het bedrag zoals genoemd in de vijfde kolom van de tabel in debij deze regeling. 2025 23114 08-07-2025 30-06-2025 4148054-1084807-IZB 2025 23114 08-07-2025 30-06-2025 4148054-1084807-IZB 09-07-2025
Artikel 4 — Artikel 4 Aanvullende uitkering COVID-19-vaccinatiecampagne#
Artikel 4 Aanvullende uitkering COVID-19-vaccinatiecampagne Vervallen 2023 34676 18-12-2023 11-12-2023 3732448-1057216-PDCV 2023 34676 18-12-2023 11-12-2023 3732448-1057216-PDCV 01-01-2024
Artikel 5 — Artikel 5 Dienst van algemeen economisch belang#
Artikel 5 Dienst van algemeen economisch belang artikel 3, eerste lid De GGD wordt voor het uitvoeren van de activiteiten, bedoeld in, belast met een dienst van algemeen economisch belang. 2024 37123 14-11-2024 05-11-2024 3989576-1074170-IZB 2024 37123 14-11-2024 05-11-2024 3989576-1074170-IZB 15-11-2024
Artikel 6 — Artikel 6 Dubbelfinanciering#
Artikel 6 Dubbelfinanciering Er wordt geen uitkering verstrekt aan een GGD voor activiteiten waarvoor hij al een vergoeding van overheidswege ontvangt. 2023 17255 22-06-2023 13-06-2023 3608755-1047372-PDCV 2023 17255 22-06-2023 13-06-2023 3608755-1047372-PDCV 01-07-2023
Artikel 7 — Artikel 7 Aanvraag, verlening en bevoorschotting#
Artikel 7 Aanvraag, verlening en bevoorschotting 1 artikel 3, eerste lid De aanvraag tot verlening van een specifieke uitkering als bedoeld in, wordt uiterlijk op 31 augustus 2025 ontvangen. 2 Voor de aanvraag tot verlening wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt. 3 De minister beslist binnen 13 weken na sluiting van de aanvraagtermijn, genoemd in het eerste lid, op een aanvraag tot verlening van een specifieke uitkering. 4 Het besluit tot verlening vermeldt in elk geval voor welke activiteiten de uitkering wordt verleend, het bedrag van de uitkering, de periode waarvoor de uitkering wordt verleend en de wijze waarop de verantwoording plaatsvindt. 5 De Minister verleent bij het besluit tot verlening van de uitkering een voorschot van 100% dat in één keer wordt betaald. 2025 23114 08-07-2025 30-06-2025 4148054-1084807-IZB 2025 23114 08-07-2025 30-06-2025 4148054-1084807-IZB 09-07-2025
Artikel 8 — Artikel 8 Verplichtingen verbonden aan de uitkering#
Artikel 8 Verplichtingen verbonden aan de uitkering 1 De GGD doet de Minister uiterlijk 4 weken na afloop van elk kwartaal na ontvangst van een uitkering verslag over het toegediende aantal vaccinaties. 2 Onverminderd het eerste lid informeert de GGD de Minister op verzoek over de voortgang van de activiteiten en de daaraan verbonden aantallen en kosten waarvoor een uitkering is verleend. 3 artikel 3, tweede lid Indien de GGD de infrastructuur die specifiek voor COVID-19-vaccinaties is opgebouwd, inzet voor activiteiten als bedoeld in, doet de GGD hiervan onverwijld schriftelijk mededeling aan de Minister. 4 De GGD draagt er zorg voor: a. dat de organisatie, voortgang en planning van het toedienen van COVID-19-vaccinaties onder regie van het RIVM wordt uitgevoerd; b. dat zij meewerkt aan de voorlichting over COVID-19-vaccinaties door het RIVM, die door de Minister of door een andere organisatie in opdracht van de Minister wordt uitgevoerd. 2025 23114 08-07-2025 30-06-2025 4148054-1084807-IZB 2025 23114 08-07-2025 30-06-2025 4148054-1084807-IZB 09-07-2025
Artikel 9 — Artikel 9 Verantwoording#
Artikel 9 Verantwoording 1 artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet De GGD legt verantwoording af over de besteding van de uitkering op de wijze als bepaald in. 2 artikel 3, tweede lid Indien de GGD de infrastructuur die specifiek voor COVID-19-vaccinaties is opgebouwd, inzet voor activiteiten als bedoeld in, rekent de GGD de aan de infrastructuur verbonden kosten naar verhouding toe aan deze andere inzet. 2023 34676 18-12-2023 11-12-2023 3732448-1057216-PDCV 2023 34676 18-12-2023 11-12-2023 3732448-1057216-PDCV 01-01-2024
Artikel 10 — Artikel 10 Vaststelling en terugvordering#
Artikel 10 Vaststelling en terugvordering 1 artikel 9, eerste lid De Minister besluit uiterlijk 37 weken na ontvangst van de informatie ten behoeve van de verantwoording, bedoeld in, over de vaststelling van de uitkering. 2 artikel 3, derde lid De uitkering wordt vastgesteld op het in, genoemde bedrag per toegediende vaccinatie, voor ten hoogste het maximum aantal vaccinaties dat door de minister bij de verlening is genoemd en ten laagste 75% van het in de verleningsbeschikking genoemde uitkeringsbedrag. 3 artikel 3, vierde lid bijlage In afwijking van het tweede lid wordt de uitkering aan een GGD die een aanvullende uitkering heeft ontvangen als bedoeld in, vastgesteld op een bedrag per toegediende vaccinatie waarvan de hoogte door de minister bij de verlening is genoemd, voor ten hoogste het maximum aantal vaccinaties dat is genoemd in de tweede kolom van de tabel in debij deze regeling en ten laagste 85% van het in de verleningsbeschikkin genoemde bedrag. 4 Indien de informatie ten behoeve van de verantwoording te laat, niet of niet volledig wordt verstrekt, kan de Minister de uitkering op een lager bedrag vaststellen, aan de hand van de gegevens die tot het besluit tot vaststelling beschikbaar zijn gesteld. 2025 23114 08-07-2025 30-06-2025 4148054-1084807-IZB 2025 23114 08-07-2025 30-06-2025 4148054-1084807-IZB 09-07-2025
Artikel 11 — Artikel 11 Hardheidsclausule#
Artikel 11 Hardheidsclausule De Minister kan een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. 2023 17255 22-06-2023 13-06-2023 3608755-1047372-PDCV 2023 17255 22-06-2023 13-06-2023 3608755-1047372-PDCV 01-07-2023
Artikel 12 — Artikel 12 Inwerkingtreding en vervaldatum#
Artikel 12 Inwerkingtreding en vervaldatum 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2023. Indien de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 30 juni 2023, treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en werkt zij terug tot en met 1 juli 2023. 2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2029 met dien verstande dat de regeling van toepassing blijft op uitkeringen die op grond van de regeling zijn verleend. 2025 37284 05-11-2025 28-10-2025 4239377-1089776-IZB 2025 37284 05-11-2025 28-10-2025 4239377-1089776-IZB 01-01-2026
Artikel 13 — Artikel 13 Citeertitel#
Artikel 13 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke uitkering COVID-19-vaccinatie. 2023 17255 22-06-2023 13-06-2023 3608755-1047372-PDCV 2023 17255 22-06-2023 13-06-2023 3608755-1047372-PDCV 01-07-2023
Artikel 3#
artikel 3, vierde en vijfde lid
Artikel 3#
artikel 3, vijfde lid
Artikel 3#
artikel 3, derde lid
Artikel 3#
artikel 3, derde lid
Artikel 3#
artikel 3, vierde lid