Regeling van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 6 december 2022, kenmerk 3468798-1039784-J, houdende specifieke uitkeringen voor randvoorwaardelijke functies jeugdhulp
- BWB-id
- BWBR0047609
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-04-21
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0047609
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2023/regeling-specifieke-uitkering-randvoorwaardelijke-functies-j
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2023/regeling-specifieke-uitkering-randvoorwaardelijke-functies-j/2026-04-21
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0047609&g=2026-04-21
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0047609&z=2026-06-06&g=2026-04-21
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0047609/2026-04-21
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2023/regeling-specifieke-uitkering-randvoorwaardelijke-functies-j
Artikel 1 — Artikel 1 Definities#
Artikel 1 Definities In deze regeling wordt verstaan onder: – academisch centrum kinder- en jeugdpsychiatrie (ACKJP): een instelling voor specialistische kinder- en jeugdpsychiatrie waar naast zorg ook medisch specialisten worden opgeleid en wetenschappelijke kennis wordt gegenereerd, toegepast en verspreid, als onderdeel van of gelieerd aan een universitair medisch centrum met academische infrastructuur zondervolledige financiering door het Landelijk Transitiearrangement; – bovenregionaal gebied: bijlage 1 een cluster van jeugdzorgregio’s in een bepaald gebied genoemd in; – coördinerende gemeente: artikel 4 de gemeente, genoemd in, die verantwoordelijk is voor de organisatie van de betreffende randvoorwaardelijke functie; – expertisenetwerk jeugdhulp: netwerk in een bovenregionaal gebied dat ten doel heeft om te zorgen voor een passende oplossing voor jongeren met complexe en meervoudige problematiek die vastlopen in de zorg of niet de juiste hulp krijgen en te voorkomen dat de zorgvraag van jongeren steeds complexer wordt; – gesloten jeugdhulp: artikel 6.1.2 6.1.3 6.1.4 van de Jeugdwet opname, verblijf en jeugdhulp in een gesloten accommodatie op basis van een machtiging als bedoeld in,of; – Landelijk Transitiearrangement: een set aan afspraken die door de VNG landelijk met een beperkt aantal jeugdhulpaanbieders wordt gemaakt, om er zeker van te zijn dat er een contractbasis is voor aanbieders met uitzonderlijk aanbod; – Jeugdautoriteit: artikel 2 van het Instellingsbesluit Jeugdautoriteit organisatie, genoemd in; – jeugdregio: een regionaal samenwerkingsverband waarin gemeenten samenwerken voor uitvoering van jeugdhulptaken; – minister: de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; – plaatsingscoördinatie gesloten jeugdhulp: een coördinatiepunt van waaruit het plaatsingsproces van jeugdigen naar de gesloten jeugdhulp wordt gecoördineerd; – SiSa: Single information, Single audit, eenmalige informatieverstrekking, eenmalige accountantscontrole. SiSa is de manier waarop provincies, gemeenten, gemeenschappelijke regelingen zich per jaar verantwoorden over de besteding van specifieke uitkeringen of provinciale middelen; – toeleidingssysteem: systeem dat de plaatsings-, cliënt- en uitstroomgegevens bevat van jeugdigen in de gesloten jeugdhulp; – VNG: Vereniging van Nederlandse Gemeenten; – VWS: het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; – zorggebied: de jeugdregio’s waarvoor de plaatsingscoördinatie actief is. 2022 33589 13-12-2022 06-12-2022 3468798-1039784-J 2022 33589 13-12-2022 06-12-2022 3468798-1039784-J 01-01-2023
Artikel 2 — Artikel 2 Kaderregeling Awb Toepasselijkheiden#
Artikel 2 Kaderregeling Awb Toepasselijkheiden 1 Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS Op deze regeling is deniet van toepassing. 2 artikelen 4:35 4:48 tot en met 4:50 4:56 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht Op deze regeling zijn de,,envan overeenkomstige toepassing. 2022 33589 13-12-2022 06-12-2022 3468798-1039784-J 2022 33589 13-12-2022 06-12-2022 3468798-1039784-J 01-01-2023
Artikel 3 — Artikel 3 Activiteiten waarvoor een specifieke uitkering kan worden verstrekt#
Artikel 3 Activiteiten waarvoor een specifieke uitkering kan worden verstrekt 1 De minister kan een specifieke uitkering aan een coördinerende gemeente verstrekken voor activiteiten die nodig zijn in verband met de inkoop en organisatie van de volgende randvoorwaardelijke functies: a. expertisenetwerken jeugdhulp, voor activiteiten die nodig zijn in verband met de instandhouding en doorontwikkeling van het expertisenetwerk jeugdhulp voor het bovenregionale gebied conform de uitgangspunten als bedoeld in de Kamerbrief ‘Stand van zaken expertisecentra jeugdhulp’ d.d. 17 juni 2020; b. de academische onderzoeksfunctie van de academische centra kinder- en jeugdpsychiatrie, voor activiteiten die nodig zijn voor de financiering van wetenschappelijk academisch onderzoek als onderdeel van de academische functie van één van de academische centra kinder- en jeugdpsychiatrie; c. plaatsingscoördinatie gesloten jeugdhulp, voor de financiering en instandhouding van een plaatsingscoördinatie gesloten jeugdhulp. 2 De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onder a, omvatten of zijn ondersteunend aan de volgende doelstellingen: a. het zorgen voor passende oplossingen voor jongeren met complexe en meervoudige problematiek die nu vastlopen in de zorg en niet de juiste hulp krijgen; b. het bijdragen aan een lerend stelsel en de ontwikkeling van kennis; c. de organisatie en het beheer van een expertisenetwerk jeugdhulp. 3 De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onder b, omvatten of zijn ondersteunend aan de volgende doelstellingen: a. het faciliteren van de benodigde infrastructuur om wetenschappelijk onderzoek binnen een academisch centrum voor kinder- en jeugdpsychiatrie te genereren en toe te passen alsmede om kennis uit wetenschappelijk onderzoek te verspreiden, te delen en de implementatie van wetenschappelijk onderbouwde behandelingen te stimuleren; 4 De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onder c, omvatten of zijn ondersteunend aan de volgende doelstellingen: a. het coördineren van het plaatsingsproces op het niveau van een zorggebied, of indien noodzakelijk tussen zorggebieden, van jongeren naar de gesloten jeugdhulp. Hierbij rekening houdend met beschikbaarheid en eventuele inhoudelijke zorg- en veiligheidseisen vanuit de machtiging gesloten jeugdhulp. b. het monitoren van de capaciteitsbehoefte en beschikbare capaciteit in de gesloten jeugdhulp. 2022 33589 13-12-2022 06-12-2022 3468798-1039784-J 2022 33589 13-12-2022 06-12-2022 3468798-1039784-J 01-01-2023
Artikel 4 — Artikel 4 Hoogte van de specifieke uitkering en uitkeringsplafond 2025#
Artikel 4 Hoogte van de specifieke uitkering en uitkeringsplafond 2025 De specifieke uitkering per randvoorwaardelijke functie en per coördinerende gemeente bedraagt voor 2025 maximaal: 1. Expertisenetwerken: a) Amsterdam € 3.897.690,33 b) Rotterdam € 5.004.065,81 c) Eindhoven € 3.930.712,26 d) Roermond € 1.844.638,51 e) Groningen € 2.677.568,31 f) Utrecht € 2.812.216,18 g) Nijmegen € 3.237.468,30 h) Enschede € 2.140.640,29 2. Academische centra: a) Amsterdam € 1.095.699,40 b) Groningen € 1.692.175,12 c) Leiden € 978.997,50 d) Nijmegen € 1.951.512,53 3. Plaatsingscoördinatie gesloten jeugdhulp: a) Arnhem € 106.487,63 b) Den Haag € 165.647,42 c) Leeuwarden € 106.487,63 d) Tilburg € 136.067,53 e) Utrecht € 136.067,53 2026 15163 20-04-2026 15-04-2026 4365858-1095641-J 2026 15163 20-04-2026 15-04-2026 4365858-1095641-J 21-04-2026
Artikel 5 — Artikel 5 Hoogte van de specifieke uitkering en uitkeringsplafond vanaf 2026#
Artikel 5 Hoogte van de specifieke uitkering en uitkeringsplafond vanaf 2026 De specifieke uitkering per randvoorwaardelijke functies Expertisenetwerken en Academische centra en per coördinerende gemeente bedraagt voor de jaren 2026 en 2027 tezamen maximaal: De specifieke uitkering per randvoorwaardelijke functie Plaatsingscoördinatie gesloten jeugdhulp en per coördinerende gemeente bedraagt vanaf 2026 jaarlijks maximaal: 1. Expertisenetwerken: a) Amsterdam € 6.866.160,30 b) Rotterdam € 8.815.148,22 c) Eindhoven € 6.924.331,64 d) Roermond € 3.249.510,02 e) Groningen € 4.716.796,78 f) Utrecht € 4.953.992,10 g) Nijmegen € 5.703.115,04 h) Enschede € 3.770.945,90 2. Academische centra: a) Amsterdam € 1.882.106,04 b) Groningen € 2.906.485,00 c) Leiden € 1.681.644,72 d) Nijmegen € 3.352.154,36 3. Plaatsingscoördinatie gesloten jeugdhulp: a) Arnhem € 91.458,03 b) Den Haag € 142.268,04 c) Leeuwarden € 91.458,03 d) Tilburg € 116.863,04 e) Utrecht € 116.863,04 2026 15163 20-04-2026 15-04-2026 4365858-1095641-J 2026 15163 20-04-2026 15-04-2026 4365858-1095641-J 21-04-2026
Artikel 6 — Artikel 6 Verlening#
Artikel 6 Verlening 1 De minister neemt vóór 15 mei 2026 een besluit omtrent de verlening van de specifieke uitkering voor de functies expertisenetwerken en academische centra voor de jaren 2026 en 2027 tezamen. 2 De minister neemt vóór 15 oktober 2026 een besluit omtrent de verlening van de specifieke uitkering voor de functie plaatsingscoördinatie gesloten jeugdhulp voor het jaar 2027. 3 Het besluit tot verlening vermeldt in elk geval het doel waarvoor de specifieke uitkering wordt verleend, het bedrag van de specifieke uitkering, de periode waarvoor de specifieke uitkering wordt verleend en de wijze waarop de verantwoording plaatsvindt. 4 De minister verleent bij het besluit tot verlening van de specifiek uitkering voor de functies expertisenetwerken en academische centra in het jaar 2026 een voorschot van 50% van het in de beschikking vermelde bedrag en in 2027 de resterende 50% welke in één keer zullen worden betaald. 5 De minister verleent bij het besluit tot verlening van de specifieke uitkering voor de functie plaatsingscoördinatie gesloten jeugdhulp een voorschot van 100% dat in één keer wordt betaald. 2026 15163 20-04-2026 15-04-2026 4365858-1095641-J 2026 15163 20-04-2026 15-04-2026 4365858-1095641-J 21-04-2026
Artikel 7 — Artikel 7 Algemene verplichtingen#
Artikel 7 Algemene verplichtingen 1 De coördinerende gemeente informeert de minister op verzoek over de stand van zaken rond de randvoorwaardelijke functie, de activiteiten die ondernomen worden en over de besteding van de middelen uit de specifieke uitkering. 2 De subsidieontvanger meldt onverwijld schriftelijk aan de minister indien: a. aannemelijk is geworden dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht, b. aannemelijk is geworden dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de subsidieverplichtingen zal worden voldaan, of c. zich andere omstandigheden voordoen of zullen voordoen die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de subsidie. 2022 33589 13-12-2022 06-12-2022 3468798-1039784-J 2022 33589 13-12-2022 06-12-2022 3468798-1039784-J 01-01-2023
Artikel 8 — Artikel 8 Specifieke verplichtingen expertisenetwerken jeugdhulp#
Artikel 8 Specifieke verplichtingen expertisenetwerken jeugdhulp 1 De coördinerende gemeente draagt er zorg voor dat het expertisenetwerk jeugdhulp de basisset indicatoren, zoals afgesproken tussen VNG, VWS en de coördinerende gemeente, gebruikt om te leren van de casuïstiek. 2 De coördinerende gemeente draagt er zorg voor dat een vertegenwoordiger van het expertisenetwerk jeugdhulp participeert in het landelijk lerend netwerk. 3 De coördinerende gemeente draagt er zorg voor dat de wethouder die verantwoordelijk is voor het jeugddomein deelneemt aan het bestuurlijk overleg expertisenetwerken jeugdhulp. 2022 33589 13-12-2022 06-12-2022 3468798-1039784-J 2022 33589 13-12-2022 06-12-2022 3468798-1039784-J 01-01-2023
Artikel 9 — Artikel 9 Specifieke verplichting academisch onderzoek als onderdeel van de academische functie van een ACKJP#
Artikel 9 Specifieke verplichting academisch onderzoek als onderdeel van de academische functie van een ACKJP De coördinerende gemeente betrekt andere gemeenten of jeugdregio's bij het gesprek met het ACKJP over de vraag of en hoe de onderzoeksresultaten van waarde zijn voor de uitvoering van de jeugdhulp en de vakinhoudelijke ontwikkeling van jeugdhulpprofessionals. 2022 33589 13-12-2022 06-12-2022 3468798-1039784-J 2022 33589 13-12-2022 06-12-2022 3468798-1039784-J 01-01-2023
Artikel 10 — Artikel 10 Specifieke verplichtingen plaatsingscoördinatie gesloten jeugdhulp#
Artikel 10 Specifieke verplichtingen plaatsingscoördinatie gesloten jeugdhulp 1 De coördinerende gemeente draagt er zorg voor dat er een plaatsingscoördinatie gesloten jeugdhulp is. 2 De coördinerende gemeente draagt de plaatsingscoördinatie gesloten jeugdhulp op om monitorinformatie bij te houden door middel van geregistreerde data vanuit het toeleidingssysteem. 3 De coördinerende gemeente belegt de verantwoordelijkheid bij de plaatsingscoördinatie gesloten jeugdhulp voor het verkrijgen van een regionaal inzicht in de ontwikkeling van het aantal plaatsingen in de gesloten jeugdhulp. 4 De coördinerende gemeente draagt de plaatsingscoördinatie gesloten jeugdhulp op om ten behoeve van landelijk inzicht monitoringsinformatie te delen met de Jeugdautoriteit. 2022 33589 13-12-2022 06-12-2022 3468798-1039784-J 2022 33589 13-12-2022 06-12-2022 3468798-1039784-J 01-01-2023
Artikel 11 — Artikel 11 Verantwoording#
Artikel 11 Verantwoording 1 artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet De ontvanger van een specifieke uitkering legt verantwoording af over de besteding van de specifieke uitkering op de wijze bepaald in. 2 artikel 17a, tweede lid van de Financiële-verhoudingswet Daar waar sprake is van overdracht van middelen naar een medeoverheid is SiSa tussen medeoverheden van toepassing conform. 3 artikel 3, eerste lid, onder a of b Indien een specifieke uitkering als bedoeld in, niet of niet geheel in het jaar of in de jaren waarvoor deze verleend is, is besteed aan de activiteiten voor de betreffende randvoorwaardelijke functie, kan het overschot in het daaropvolgende jaar worden besteed aan de activiteiten voor dezelfde randvoorwaardelijke functie, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a of b. 2025 32361 25-09-2025 17-09-2025 4209465-1087508-J 2025 32361 25-09-2025 17-09-2025 4209465-1087508-J 01-10-2025
Artikel 12 — Artikel 12 Vaststelling#
Artikel 12 Vaststelling 1 artikel 11 De minister besluit uiterlijk 38 weken na ontvangst van de verantwoordingsinformatie, bedoeld in, over de vaststelling van de specifieke uitkering. 2 Indien de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verleend, zijn verricht en daarnaast volledig is voldaan aan de voorwaarden en verplichtingen die verbonden zijn aan de specifieke uitkering, wordt de specifieke uitkering vastgesteld op het bedrag dat bestaat uit de gerealiseerde kosten, tot ten hoogste het in de verleningsbeschikking genoemde bedrag. 2022 33589 13-12-2022 06-12-2022 3468798-1039784-J 2022 33589 13-12-2022 06-12-2022 3468798-1039784-J 01-01-2023
Artikel 13 — Artikel 13 Hardheidsclausule#
Artikel 13 Hardheidsclausule De minister kan een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. 2022 33589 13-12-2022 06-12-2022 3468798-1039784-J 2022 33589 13-12-2022 06-12-2022 3468798-1039784-J 01-01-2023
Artikel 14 — Artikel 14 Inwerkingtreding en vervaldatum#
Artikel 14 Inwerkingtreding en vervaldatum Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2023 en vervalt met ingang van 1 januari 2028, met dien verstande dat de regeling van toepassing blijft op specifieke uitkeringen die krachtens deze regeling zijn verleend. 2022 33589 13-12-2022 06-12-2022 3468798-1039784-J 2022 33589 13-12-2022 06-12-2022 3468798-1039784-J 01-01-2023
Artikel 15 — Artikel 15 Citeertitel#
Artikel 15 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke uitkering randvoorwaardelijke functies jeugdhulp. 2022 33589 13-12-2022 06-12-2022 3468798-1039784-J 2022 33589 13-12-2022 06-12-2022 3468798-1039784-J 01-01-2023