Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van 29 juni 2023, nr. WJZ/ 27870366, houdende regels ter uitvoering van de Tijdelijke wet Groningen en het Besluit Tijdelijke wet Groningen (Regeling Tijdelijke wet Groningen)
- BWB-id
- BWBR0048350
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken en Klimaat
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-01-22
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0048350
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2023/regeling-tijdelijke-wet-groningen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2023/regeling-tijdelijke-wet-groningen/2026-01-22
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0048350&g=2026-01-22
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0048350&z=2026-06-06&g=2026-01-22
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0048350/2026-01-22
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2023/regeling-tijdelijke-wet-groningen
Artikel 1.1 — Artikel 1.1#
Artikel 1.1 In deze regeling wordt verstaan onder: adres: artikel 1, onderdeel a van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen adres als bedoeld in; appartementsrecht: artikel 106, vierde lid, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek appartementsrecht als bedoeld in; benadeelde: Verordening (EU) nr. 651/2014 natuurlijk persoon die geen onderneming drijft of micro-onderneming als bedoeld in artikel 2, derde lid, van bijlage I vanvan de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187), die zich in een bijzondere situatie bevindt of een natuurlijk persoon of rechtspersoon die zich in een vastgelopen situatie bevindt; beoordeling: artikel 13i, eerste lid artikel 13ia, eerste lid, van de wet beoordeling of een gebouw voldoet aan de veiligheidsnorm, bedoeld in, of; Besluit: Besluit Tijdelijke wet Groningen ; bijzondere situatie: situatie als bedoeld in artikel 1a.1, tweede lid; constructief verbonden gebouwen: gebouwen die met elkaar verbonden zijn door een gemeenschappelijke tussen- of scheidingsmuur of een gezamenlijke dakconstructie dan wel anderszins op zodanige wijze verbonden zijn dat het slopen van een bouwkundige constructie redelijkerwijs een aangrenzende bouwkundige constructie kan doen instorten; gebouw met een licht verhoogd risico: artikel 10b, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit gebouw met een licht verhoogd risico als bedoeld in; gebouw met een normaal risico: artikel 10b, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit gebouw met een normaal risico als bedoeld in; gebouw met een verhoogd risico: artikel 10b, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit gebouw met een verhoogd risico als bedoeld in; Minister: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; openbare registers: artikel 16 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek openbare registers als bedoeld in; openingsratio: verhouding tussen het totale oppervlak van deuren en ramen in een gevel ten opzichte van het totale geveloppervlak; oplossen: bieden van financiële en andersoortige bijstand; piekgrondversnelling: hoogste waarde op maaiveldniveau van de grondversnelling tijdens een aardbevingamplitude van de grootste absolute versnelling geregistreerd op een locatie tijdens een aardbeving; projectmatige aanpak: de beoordeling, de voorbereiding of de uitvoering van de versterking voor een verzameling gebouwen van dezelfde eigenaar op basis van een overkoepelend plan; toegelaten instelling: artikel 19 van de Woningwet toegelaten instelling als bedoeld in; vastgelopen situatie: situatie als bedoeld in artikel 1a.1, derde lid; vereniging van eigenaars: artikel 124, eerste lid, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek vereniging van eigenaars als bedoeld in. 2026 2049 21-01-2026 08-01-2026 2025-0000692715 2026 2049 21-01-2026 08-01-2026 2025-0000692715 22-01-2026
Artikel 1a.1 — Artikel 1a.1#
Artikel 1a.1 1 artikel 2, zesde lid, van de wet Het Instituut heeft de taak knelpunten als gevolg van schade, niet zijnde bijzondere situaties of vastgelopen situaties, op te lossen die ontstaan door het kader, bedoeld in. 2 Het Instituut heeft de taak een bijzondere situatie op te lossen waarin de benadeelde: a. schade heeft geleden of ten aanzien van het gebouw waarvan hij eigenaar is een versterkingsbesluit ontvangt of heeft ontvangen; b. een aantoonbaar medisch, psychisch of sociaal probleem heeft; en c. door persoonlijke omstandigheden in ernstige financiële problemen is gekomen of dreigt te komen of failliet is gegaan of dreigt te gaan. 3 Het Instituut heeft de taak een vastgelopen situatie op te lossen waarin de benadeelde: a. in schrijnende omstandigheden terecht is gekomen of dreigt te komen: 1°. doordat de algehele staat of conditie van het te herstellen of versterken pand zwak is als gevolg van constructieve problemen; of 2°. door andere factoren; b. artikel 177a van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek eigenaar is van een gebouw gelegen in een gemeente in het gebied waar het Instituut het bewijsvermoeden, bedoeld intoepast; en c. in een situatie verkeert die niet op redelijke of adequate wijze kan worden opgelost met behulp van bestaande voorzieningen. 2023 27013 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/ 37192647 2023 27013 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/ 37192647 30-09-2023
Artikel 1a.2 — Artikel 1a.2#
Artikel 1a.2 artikel 2 van het Instellingsbesluit Commissie bijzondere situaties Het Instituut verzoekt de Commissie bijzondere situaties, bedoeld inom advies over hulp in bijzondere situaties. 2023 27013 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/ 37192647 2023 27013 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/ 37192647 30-09-2023
Artikel 1a.3 — Artikel 1a.3#
Artikel 1a.3 Het Instituut verzoekt een door de Minister benoemde onafhankelijk adviseur om advies over het oplossen van vastgelopen situaties. Het Instituut voorziet in de ondersteuning van de onafhankelijk adviseur. 2023 27013 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/ 37192647 2023 27013 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/ 37192647 30-09-2023
Artikel 1a.4 — Artikel 1a.4#
Artikel 1a.4 1 Een bijzondere situatie kan bij het Instituut worden aangedragen door: a. artikel 177a van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek een burgemeester van een gemeente in het gebied waar het Instituut het bewijsvermoeden, bedoeld in, toepast en waarin de benadeelde woonachtig is; b. artikel 2 van de Wet Nationale ombudsman de Nationale ombudsman, bedoeld in; of c. regionale zorg- en hulpverleners. 2 Een vastgelopen situatie kan bij het Instituut worden aangedragen door: a. een burgemeester van een gemeente, als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a; b. de Minister; of c. het Instituut. 2023 27013 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/ 37192647 2023 27013 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/ 37192647 30-09-2023
Artikel 2.1 — Artikel 2.1#
Artikel 2.1 1 Het risicoprofiel van een gebouw met een normaal of licht verhoogd risico wordt bijgesteld naar een licht verhoogd respectievelijk verhoogd risico indien dat het risicoprofiel is van een gebouw: a. met dezelfde bouwkundige kenmerken dat gelegen is in: 1°. een straal van 100 meter rond dat gebouw; of 2°. een gebied binnen dezelfde PGA-contour als het gebied waarin dat gebouw gelegen is; b. dat constructief verbonden is met dat gebouw; of c. met een licht verhoogd of verhoogd risico dat op basis van zijn plattegrond, opbouw, bouwjaar en openingsratio vergelijkbaar is met dat gebouw. 2 Ook wordt het risicoprofiel van een gebouw met een normaal of licht verhoogd risico bijgesteld naar een licht verhoogd respectievelijk verhoogd risico indien: a. het een meerlaagsgebouw met een hoofddraagconstructie van metselwerk betreft dat gelegen is in een gebied met een piekgrondversnelling van 0.15g of hoger; of b. het Instituut het gebouw heeft aangemerkt als acuut onveilig ook indien de acute onveiligheid is weggenomen door tijdelijke maatregelen. 3 Ook kan het risicoprofiel van een gebouw met een normaal of licht verhoogd risicoprofiel worden bijgesteld naar een licht verhoogd respectievelijk verhoogd risico indien het Instituut dat gebouw hiertoe aandraagt bij de Minister vanwege de mogelijke aantasting van de constructieve veiligheid van dat gebouw als gevolg van schade. 2023 17749 30-06-2023 29-06-2023 WJZ/27870366 2023 17749 30-06-2023 29-06-2023 WJZ/27870366 01-07-2023
Artikel 3.1 — Artikel 3.1#
Artikel 3.1 1 artikel 13ia, derde lid, van de wet bijlage 1 De Minister kan een vergoeding als bedoeld inverstrekken, indien de eigenaar en de opdrachtnemer de inopgenomen modelbepalingen beoordelingsfase hebben overgenomen in hun overeenkomst. 2 De Minister betaalt de vergoeding aan de opdrachtnemer die de kosten in rekening brengt bij de eigenaar op basis van door de eigenaar aan de Minister overgelegde facturen of andere bewijsstukken of aan de eigenaar voor die kosten die de eigenaar al heeft voldaan aan de opdrachtnemer. 3 De Minister betaalt de opdrachtnemer of de eigenaar binnen 30 dagen na ontvangst van de facturen of andere bewijsstukken. 2023 17749 30-06-2023 29-06-2023 WJZ/27870366 2023 17749 30-06-2023 29-06-2023 WJZ/27870366 01-07-2023
Artikel 3.2 — Artikel 3.2#
Artikel 3.2 artikel 3.1 artikel 13h van de wet De opdrachtnemer, bedoeld in, heeft blijkens een opgave van referentieprojecten aantoonbare ervaring met het uitvoeren van seismische en constructieve berekeningen van gebouwen overeenkomstig de krachtensgestelde regels over de beoordeling van gebouwen en beschikt over een ISO 9001:2015 of daarmee vergelijkbaar certificaat. 2023 17749 30-06-2023 29-06-2023 WJZ/27870366 2023 17749 30-06-2023 29-06-2023 WJZ/27870366 01-07-2023
Artikel 3.3 — Artikel 3.3#
Artikel 3.3 1 De vergoeding wordt vastgesteld op basis van: a. de in bijlage 2 opgenomen standaardbedragen; of b. de door de eigenaar overgelegde offertes van derden of andere bewijsstukken, indien het activiteiten betreft waarvoor geen standaardbedragen in bijlage 2 zijn opgenomen, voor zover die offertes of bewijsstukken zijn gebaseerd op bedrijfseconomische grondslagen en normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd. 2 De vergoeding omvat mede een aanspraak ter hoogte van € 890,50, berekend op basis van 6,5 arbeidsuren tegen een uurtarief van € 137 voor het inschakelen van een bouwkundig, bodemkundig, ecologisch, hydrologisch of financieel adviseur. 3 In gevallen waarin door de bijzondere omstandigheden van het geval de vergoeding te laag is en dit leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard kan de Minister deze verhogen. 4 Indien de eigenaar een projectmatige aanpak toepast, kunnen de standaardbedragen en de offertes of bewijsstukken betrekking hebben op meerdere gebouwen binnen het project. 5 artikelen 8a.1 8a.2 8a.4 8a.5 artikel 8a.3, eerste lid Op het tweede lid zijn de,,envan overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat waar in de genoemde artikelen wordt gesproken over ‘het Instituut of de Minister’ dit gelezen moet worden als ‘de Minister’, dat in artikel 8a.4, eerste lid, voor ‘’ gelezen moet worden ‘artikel 3.3, tweede lid’ en dat in artikel 8a.5, eerste lid, voor ‘artikel 8a.3’ gelezen moet worden ‘artikel 3.3, tweede lid’. 2026 2049 21-01-2026 08-01-2026 2025-0000692715 2026 8 21-01-2026 12-01-2026 22-01-2026 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel H,
van de Wet van 19 februari 2025 tot wijziging van de Tijdelijke wet
Groningen in verband met het herstel van omissies en het aanbrengen
van verduidelijkingen (Stb. 2025/62) in werking treedt.
Artikel 3.4 — Artikel 3.4#
Artikel 3.4 1 De Minister kan de vergoeding geheel of gedeeltelijk terugvorderen indien blijkt dat de vergoeding is verleend op grond van door de eigenaar verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren. 2 Indien de vergoeding niet is besteed aan de doeleinden waarvoor deze is verstrekt, kan de Minister het niet of onrechtmatig bestede deel terugvorderen. 2023 17749 30-06-2023 29-06-2023 WJZ/27870366 2023 17749 30-06-2023 29-06-2023 WJZ/27870366 01-07-2023
Artikel 4.1 — Artikel 4.1#
Artikel 4.1 1 artikel 13ib, derde lid, van de wet bijlage 1 De Minister kan een vergoeding als bedoeld inverstrekken indien de eigenaar en de opdrachtnemer de inopgenomen modelbepalingen ontwerpfase hebben overgenomen in hun overeenkomst. 2 Indien de eigenaar een toegelaten instelling is, is hij vrijgesteld van het gebruik van de modelbepalingen ontwerpfase. 3 De Minister betaalt de vergoeding aan de opdrachtnemer die de kosten in rekening brengt bij de eigenaar op basis van door de eigenaar overgelegde facturen of andere bewijsstukken of aan de eigenaar voor die kosten die de eigenaar al heeft voldaan aan de opdrachtnemer. Indien de eigenaar een toegelaten instelling is, kan betaling aan de eigenaar plaatsvinden voor kosten die de eigenaar nog zal voldoen aan de opdrachtnemer op grond van door de Minister in het besluit tot vergoeding aan te wijzen bewijsstukken die door de eigenaar zijn overgelegd. 4 De Minister betaalt de opdrachtnemer of de eigenaar binnen 30 dagen na ontvangst van de facturen of andere bewijsstukken. 2026 2049 21-01-2026 08-01-2026 2025-0000692715 2026 2049 21-01-2026 08-01-2026 2025-0000692715 22-01-2026 01-07-2023
Artikel 4.2 — Artikel 4.2#
Artikel 4.2 De vergoeding omvat, voor zover de eigenaar de te vergoeden activiteiten in eigen beheer uitvoert: a. de kosten voor: 1°. het laten maken van een definitief ontwerp; 2°. het laten maken van een technisch ontwerp; 3°. het natuurvrij laten maken van een gebouw; b. de vereiste leges en heffingen voor de versterking of de sloop en nieuwbouw; c. andere kosten waarvan de Minister op verzoek van de eigenaar voorafgaand aan het maken van die kosten heeft geoordeeld dat deze noodzakelijk zijn voor de voorbereiding van de versterkingsmaatregelen. 2026 2049 21-01-2026 08-01-2026 2025-0000692715 2026 8 21-01-2026 12-01-2026 22-01-2026 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel H,
van de Wet van 19 februari 2025 tot wijziging van de Tijdelijke wet
Groningen in verband met het herstel van omissies en het aanbrengen
van verduidelijkingen (Stb. 2025/62) in werking treedt.
Artikel 4.3 — Artikel 4.3#
Artikel 4.3 1 De vergoeding wordt vastgesteld op basis van door de eigenaar overgelegde offertes van derden of andere bewijsstukken, voor zover die offertes of bewijsstukken zijn gebaseerd op bedrijfseconomische grondslagen en normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd. 2 De vergoeding bedraagt ten hoogste 16,5% van de op basis van de beoordeling geraamde kosten voor de versterking van een gebouw, of van meerdere gebouwen binnen een project indien de eigenaar een projectmatige aanpak toepast. 3 In gevallen waarin door bijzondere omstandigheden de vergoeding te laag is en dit leidt tot onbillijkheden van overwegende aard kan de Minister de vergoeding verhogen. 2023 17749 30-06-2023 29-06-2023 WJZ/27870366 2023 17749 30-06-2023 29-06-2023 WJZ/27870366 01-07-2023
Artikel 4.4 — Artikel 4.4#
Artikel 4.4 1 De Minister kan de vergoeding geheel of gedeeltelijk terugvorderen indien blijkt dat de vergoeding is verleend op grond van door de eigenaar verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren. 2 Indien de vergoeding niet is besteed aan de activiteiten waarvoor deze is verstrekt, kan de Minister het niet of onrechtmatig bestede deel terugvorderen. 2023 17749 30-06-2023 29-06-2023 WJZ/27870366 2023 17749 30-06-2023 29-06-2023 WJZ/27870366 01-07-2023
Artikel 5.1 — Artikel 5.1#
Artikel 5.1 1 artikel 10g, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit bijlage 1 De Minister kan een budget als bedoeld in, verstrekken indien de eigenaar en de opdrachtnemer de inopgenomen modelbepalingen uitvoeringsfase hebben overgenomen in hun overeenkomst. 2 Indien de eigenaar een toegelaten instelling is, is hij vrijgesteld van het gebruik van de modelbepalingen uitvoeringsfase. 3 De Minister betaalt uit het budget de kosten voor de uitvoering van de versterkingsmaatregelen aan de opdrachtnemer die de kosten in rekening brengt bij de eigenaar op basis van door de eigenaar overgelegde facturen van derden of andere bewijsstukken of aan de eigenaar voor die kosten die de eigenaar al heeft voldaan aan de opdrachtnemer. Indien de eigenaar een toegelaten instelling is, kan betaling aan de eigenaar plaatsvinden voor kosten die de eigenaar nog zal voldoen aan de opdrachtnemer op grond van door de Minister in het versterkingsbesluit aan te wijzen bewijsstukken die door de eigenaar zijn overgelegd. 4 De Minister betaalt de opdrachtnemer of de eigenaar binnen 30 dagen na ontvangst van de facturen of andere bewijsstukken. 2026 2049 21-01-2026 08-01-2026 2025-0000692715 2026 2049 21-01-2026 08-01-2026 2025-0000692715 22-01-2026 01-07-2023
Artikel 5.2 — Artikel 5.2#
Artikel 5.2 1 Het budget bedraagt per gebouw dat is opgenomen in het versterkingsbesluit ten hoogste het bedrag dat wordt berekend op grond van de formule: (1,5 x h) + v – n, h v n waarbij,enachtereenvolgens staan voor: h : de herbouwwaarde; v : de kosten voor onder meer voorzieningen en installaties die ten gevolge van de uitvoering van de versterkingsmaatregelen moeten worden vervangen of aangepast; en n : de kosten voor de uitvoering van maatregelen die niet in eigen beheer plaatsvinden, of in geval van sloop en nieuwbouw het deel van de sloop en nieuwbouw waarop de vergoeding betrekking heeft dat niet in eigen beheer wordt uitgevoerd. 2 v Indien het gebouw een beschermd monument is of tot een beschermd stads- of dorpsgezicht behoort, wordt onderin de formule ook verstaan de kosten die ten gevolge van de uitvoering van de versterkingsmaatregelen noodzakelijk zijn voor het behoud van de monumentale waarden van beschermd monument of voor het behoud van het stads- of dorpsgezicht. 3 www.maatregelencatalogus.nl Voor voorzieningen en installaties als bedoeld in het eerste lid en voor maatregelen die als standaardmaatregelen zijn opgenomen in de Groninger Maatregelencatalogus, die als webtool beschikbaar is gesteld opwordt het budget vastgesteld op basis van de bij die voorzieningen, installaties of standaardmaatregelen behorende kostenramingen, voor zover die kostenramingen op de datum van het nemen van het versterkingsbesluit in de catalogus zijn opgenomen. 4 Indien in bijzondere omstandigheden de kostenraming bij een voorziening, installatie of standaardmaatregel naar het oordeel van de Minister aantoonbaar en substantieel afwijkt van het bedrag dat in die omstandigheden werkelijk nodig is voor de uitvoering van die maatregel, wordt de vergoeding vastgesteld op het bedrag dat werkelijk nodig is voor de uitvoering van die maatregel. 5 Voor voorzieningen, installaties en maatregelen die niet als standaardmaatregelen zijn opgenomen in de Groningen Maatregelencatalogus, wordt het budget vastgesteld overeenkomstig de bedragen in door de eigenaar overgelegde offertes van derden of andere bewijsstukken, voor zover die offertes of bewijsstukken zijn gebaseerd op bedrijfseconomische grondslagen en normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd. 2026 2049 21-01-2026 08-01-2026 2025-0000692715 2026 8 21-01-2026 12-01-2026 22-01-2026 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel H,
van de Wet van 19 februari 2025 tot wijziging van de Tijdelijke wet
Groningen in verband met het herstel van omissies en het aanbrengen
van verduidelijkingen (Stb. 2025/62) in werking treedt.
Artikel 5.3 — Artikel 5.3#
Artikel 5.3 1 Het budget wordt vastgesteld op basis van door de eigenaar overgelegde offertes van derden of andere bewijsstukken, voor zover die offertes en bewijsstukken zijn gebaseerd op bedrijfseconomische grondslagen en normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd. 2 artikel 5.1, derde lid Indien het budget op een hoger bedrag is vastgesteld dan de door de Minister op basis van, betaalde kosten, vervalt de aanspraak van de eigenaar op het resterende bedrag van het budget. 3 Indien de eigenaar een projectmatige aanpak toepast kunnen de op grond van het eerste lid overgelegde facturen of andere bewijsstukken betrekking hebben op meerdere gebouwen binnen het project. 2023 17749 30-06-2023 29-06-2023 WJZ/27870366 2023 17749 30-06-2023 29-06-2023 WJZ/27870366 01-07-2023
Artikel 5.4 — Artikel 5.4#
Artikel 5.4 De Minister kan bepalen dat het budget mag worden overschreden met een in het versterkingsbesluit genoemd percentage dat maximaal tien procent bedraagt van dat budget. 2023 17749 30-06-2023 29-06-2023 WJZ/27870366 2023 17749 30-06-2023 29-06-2023 WJZ/27870366 01-07-2023
Artikel 5.5 — Artikel 5.5#
Artikel 5.5 1 De Minister kan het budget geheel of gedeeltelijk terugvorderen indien blijkt dat het budget is verleend op grond van door de eigenaar verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren. 2 Indien het budget niet is besteed aan de activiteiten waarvoor deze is verstrekt, kan de Minister het niet of onrechtmatig bestede deel terugvorderen. 2023 17749 30-06-2023 29-06-2023 WJZ/27870366 2023 17749 30-06-2023 29-06-2023 WJZ/27870366 01-07-2023
Artikel 6.1 — Artikel 6.1#
Artikel 6.1 1 artikel 13ja van de wet Bij het indienen van een aanvraag als bedoeld inoverlegt de eigenaar de volgende gegevens: a. een uitvoeringsontwerp, inclusief kostenraming; b. artikel 4.1 een verklaring van de opdrachtnemer, bedoeld in, dat het gebouw na uitvoering van de maatregelen aan de veiligheidsnorm voldoet; c. een budgetaanvraag voor de uitvoering van het uitvoeringsontwerp, indien de eigenaar deze in eigen beheer wenst uit te voeren; d. een uittreksel van de Kamer van Koophandel van ten hoogste drie maanden oud, indien de aanvrager een rechtspersoon is; e. een getekend machtigingsformulier, indien een gemachtigde de aanvraag doet; f. de gegevens om de benodigde vergunningsaanvragen in te dienen, indien de eigenaar deze niet zelf indient. 2 Het uitvoeringsontwerp, inclusief de kostenraming, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt opgesteld volgens detailniveau 6 van de NEN 2699:2017 en maakt duidelijk welke activiteiten die zijn opgenomen in het uitvoeringsontwerp niet noodzakelijk zijn om het gebouw te laten voldoen aan de veiligheidsnorm. 2026 2049 21-01-2026 08-01-2026 2025-0000692715 2026 2049 21-01-2026 08-01-2026 2025-0000692715 22-01-2026
Artikel 7.1 — Artikel 7.1#
Artikel 7.1 1 artikel 10g, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit Een eigenaar komt in aanmerking voor vergoeding van de schade die optreedt ten gevolge van de uitvoering van de versterkingsmaatregelen als bedoeld inindien de schade op verzoek van de eigenaar niet door de Minister in natura wordt hersteld. 2 artikel 13m, eerste lid, onderdeel b, van de wet bijlage 2 Een rechtmatige gebruiker, niet zijnde de eigenaar, komt niet in aanmerking voor vergoeding van de schade die een direct gevolg is van de voorbereiding of uitvoering van de versterkingsmaatregelen als bedoeld inindien hij de rechtmatige gebruiker is van een gebouw van een toegelaten instelling, tenzij de vergoeding betrekking heeft op compensatie voor ongemak, bedoeld in, tabel 2.2, eerste rij, of op vergoeding voor eigen tijd, bedoeld in bijlage 2, tabel 2.2, elfde rij. 3 Een rechtmatige gebruiker, niet zijnde de eigenaar, van een gebouw van een toegelaten instelling komt in aanmerking voor vergoeding van schade door het verlies van een voorziening die aard- en nagelvast verbonden is met dat gebouw of een bij dat gebouw behorende buitenruimte indien: a. het een voorziening betreft die kan worden aangemerkt als: 1°. een tuinhuis met fundering; 2°. een schutting of pergola; 3°. een serre of veranda; 4°. een uitbouw; 5°. sierbeplanting of sierbestrating; 6°. een vijver; 7°. een garage; 8°. een uitbreiding of vervanging van een keuken of badkamer; 9°. een aanvullende installatie; of 10°. een andere voorziening dan bedoeld in de onderdelen 1°. tot en met 9°. die met toestemming van de verhuurder is aangebracht; en b. hij die voorziening zelf heeft aangebracht, of kan aantonen dat hij deze tegen een financiële vergoeding van de vorige rechtmatige gebruiker, niet zijnde de eigenaar, heeft overgenomen. 4 De schade die deels voortvloeit uit de voorbereiding of uitvoering van versterkingsmaatregelen maar ook deels uit andere oorzaken, komt in aanmerking voor vergoeding, tenzij de Minister hier anders over beslist. 5 Indien de eigenaar of rechtmatige gebruiker, niet zijnde de eigenaar, in meerdere hoedanigheden recht heeft op vergoeding van dezelfde schade wordt slechts eenmaal een vergoeding hiervoor verstrekt. 2026 2049 21-01-2026 08-01-2026 2025-0000692715 2026 2049 21-01-2026 08-01-2026 2025-0000692715 22-01-2026
Artikel 7.2 — Artikel 7.2#
Artikel 7.2 1 De vergoeding wordt vastgesteld op basis van: a. de bedragen, genoemd of bedoeld in bijlage 2; b. bijlage 2 de overgelegde offertes van derden of andere bewijsstukken, indien het activiteiten betreft waarvoor geen bedragen inzijn opgenomen, voor zover die offertes of bewijsstukken zijn gebaseerd op bedrijfseconomische grondslagen en normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd; of c. het door de Minister gehanteerde rekenmodel. 2 artikel 3:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht Indien de vergoeding niet overeenkomstig het eerste lid kan worden vastgesteld, stelt de Minister een onafhankelijk adviseur als bedoeld inaan die een advies uitbrengt over de hoogte van de vergoeding. 3 De eigenaar of rechtmatige gebruiker, niet zijnde de eigenaar, wordt door de Minister in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze over het advies uit te brengen. Indien de eigenaar of rechtmatige gebruiker, niet zijnde de eigenaar, daarvan gebruik maakt, wordt de onafhankelijk adviseur verzocht te beoordelen of de zienswijze aanleiding geeft tot aanpassing van zijn advies en zijn advies in dat geval aan te passen. 4 De Minister stelt in het geval, bedoeld in het tweede lid, de vergoeding vast overeenkomstig het advies. Voor zover de Minister afwijkt van het advies, motiveert hij dat. 5 In gevallen waarin door de bijzondere omstandigheden van het geval de vergoeding te laag is en dit leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard kan de Minister deze verhogen. 6 Bij het vaststellen van de vergoeding kan de Minister rekening houden met de fiscale schade en de negatieve effecten op toeslagen of uitkeringen die een direct gevolg zijn van het toekennen van de vergoeding. 2026 2049 21-01-2026 08-01-2026 2025-0000692715 2026 2049 21-01-2026 08-01-2026 2025-0000692715 22-01-2026
Artikel 7.3 — Artikel 7.3#
Artikel 7.3 artikel 7.1 Indien de schade, bedoeld in, niet kwantificeerbaar is op het tijdstip waarop het versterkingsbesluit genomen wordt, kan de Minister de hoogte van de vergoeding voor de schade opnemen in een apart besluit dat wordt genomen nadat het versterkingsbesluit is vastgesteld. 2023 17749 30-06-2023 29-06-2023 WJZ/27870366 2023 17749 30-06-2023 29-06-2023 WJZ/27870366 01-07-2023
Artikel 7.4 — Artikel 7.4#
Artikel 7.4 De Minister kan de schadevergoeding geheel of gedeeltelijk terugvorderen indien blijkt dat de vergoeding is verleend op grond van door de eigenaar of rechtmatige gebruiker, niet zijnde de eigenaar, verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren. 2023 17749 30-06-2023 29-06-2023 WJZ/27870366 2023 17749 30-06-2023 29-06-2023 WJZ/27870366 01-07-2023
Artikel 8.1 — Artikel 8.1#
Artikel 8.1 artikel 13j, derde lid, van de wet Als gevallen als bedoeld inwaarvoor de redelijke termijn voor het nemen van een versterkingsbesluit maximaal zes maanden bedraagt na de dagtekening van de beoordeling en waarvoor de verlenging van die termijn maximaal zes maanden bedraagt, worden aangewezen gevallen waarin uit de beoordeling, uitgevoerd op basis van een typologie, blijkt dat de soort maatregelen die nodig zijn om een gebouw aan de veiligheidsnorm te laten voldoen, ertoe leiden dat de uitvoering van de versterking naar verwachting ten hoogste vier maanden in beslag zal nemen. 2023 17749 30-06-2023 29-06-2023 WJZ/27870366 2023 17749 30-06-2023 29-06-2023 WJZ/27870366 01-07-2023
Artikel 8a.1 — Artikel 8a.1#
Artikel 8a.1 1 artikel 13n, vierde of vijfde lid, van de wet De eigenaar komt in aanmerking voor een vergoeding als bedoeld in, voor de kosten die hij maakt voor bouwkundig advies indien tegen de adviseur geen ernstige bezwaren bestaan en de adviseur: a. beschikt over grondige inhoudelijke kennis en ruime ervaring op het gebied van bouwprocessen, blijkens: 1°. een afgeronde bouwkunde opleiding op minimaal MBO-niveau 4; 2°. minimaal vijf jaar relevante werkervaring in de bouw; en 3°. aantoonbare ervaring met financiële aspecten van bouwprojecten; b. op de hoogte is van huidige eisen ten aanzien van vergunningen en relevante regelgeving; c. versterkingsadviezen kan vertalen in versterkingsmaatregelen, indien hij wordt ingeschakeld in het kader van het versterkingstraject; d. rapporten over schade en schadecalculaties kan beoordelen, indien hij wordt ingeschakeld in het kader van het schadetraject; en e. onafhankelijk is, inhoudende dat hij geen arbeidsrelatie heeft tot de exploitant, de aandeelhouders van de exploitant of de overheid en dat hij niet eerder betrokken is geweest bij het gebouw in het kader van het versterkingstraject door de Minister. 2 artikel 13n, vierde of vijfde lid, van de wet De eigenaar komt in aanmerking voor een vergoeding als bedoeld in, voor de kosten die hij maakt voor bodemkundig advies indien tegen de adviseur geen ernstige bezwaren bestaan en de adviseur: a. beschikt over grondige inhoudelijke kennis en ruime ervaring in de gebouwde omgeving op het gebied van bodemonderzoek, blijkens: 1°. een afgeronde opleiding op minimaal hbo-niveau met het accent op funderingstechnologie; en 2°. minimaal vijf jaar relevante werkervaring daarin; b. literatuuronderzoek kan verrichten naar geohydrologische omstandigheden; c. grondboringen kan laten uitvoeren en beoordelen; d. bodemmonsters kan laten afnemen en analyseren; e. gedetailleerde rapportages kan uitwerken en bevindingen kan formuleren; f. een bodemkundige opbouw kan beschrijven en over de risico’s voor de gebouwde omgeving kan adviseren; g. toezicht kan houden op bouwprojecten bij grondverzet-, hei- en bronbemalingsactiviteiten; en h. onafhankelijk is, inhoudende dat hij geen arbeidsrelatie heeft tot de exploitant, de aandeelhouders van de exploitant of de overheid en dat hij niet eerder betrokken is geweest bij het gebouw in het kader van het versterkingstraject door de Minister. 3 artikel 13n, vierde of vijfde lid, van de wet De eigenaar komt in aanmerking voor een vergoeding als bedoeld in, voor de kosten die hij maakt voor ecologisch advies indien tegen de adviseur geen ernstige bezwaren bestaan en de adviseur: a. beschikt over grondige inhoudelijke kennis en ruime ervaring in de gebouwde omgeving op het gebied van natuurbescherming, soortherkenning en het zorgvuldig handelen ten opzichte van die soorten, blijkens: 1°. een afgeronde opleiding op minimaal hbo-niveau met het accent op ecologie of biologie; 2°. minimaal vijf jaar relevante werkervaring daarin; en 3°. binnen de kaders van het soortenmanagementplan, bedoeld in bijlage I, onderdeel A, van de Omgevingsregeling, aantoonbare ecologische kennis en ervaring heeft in soort-specifieke ecologie; b. de potentie van gebouwen voor soorten kan herkennen; c. kennis heeft van algemeen erkende onderzoeksmethoden; d. gedetailleerde rapportages kan uitwerken en bevindingen kan formuleren; e. specifieke ecologische maatregelen, die gerelateerd zijn aan het schade- of versterkingstraject, kan begeleiden en controleren, en oplossingen kan bieden indien hierdoor knelpunten ontstaan; f. kan adviseren over het natuurvrij maken buiten de gestelde reguliere perioden of de impact van de voorgestelde ecologische maatregelen kan aanduiden; en g. onafhankelijk is, inhoudende dat hij geen arbeidsrelatie heeft tot de exploitant, de aandeelhouders van de exploitant of de overheid en dat hij niet eerder betrokken is geweest bij het gebouw in het kader van het versterkingstraject door de Minister. 4 artikel 13n, vierde of vijfde lid, van de wet De eigenaar komt in aanmerking voor een vergoeding als bedoeld in, voor de kosten die hij maakt voor hydrologisch advies indien tegen de adviseur geen ernstige bezwaren bestaan en de adviseur: a. beschikt over grondige inhoudelijke kennis en ruime ervaring in de gebouwde omgeving op het gebied van grondwaterpeil en grondwateronttrekkingen, blijkens: 1°. een afgeronde opleiding op minimaal hbo-niveau met het accent op geohydrologie; en 2°. minimaal vijf jaar relevante werkervaring daarin; b. bureau- of effectenstudies kan uitvoeren op basis van beschikbare grondwatermodellen en grondwaterpeilingen; c. grondwaterpeilingen kan laten uitvoeren; d. gedetailleerde rapportages kan uitwerken en bevindingen kan formuleren; en e. onafhankelijk is, inhoudende dat hij geen arbeidsrelatie heeft tot de exploitant, de aandeelhouders van de exploitant of de overheid en dat hij niet eerder betrokken is geweest bij het gebouw in het kader van het versterkingstraject door de Minister. 5 artikel 13n, vierde of vijfde lid, van de wet De eigenaar komt in aanmerking voor een vergoeding als bedoeld in, voor de kosten die hij maakt voor financieel advies indien tegen de adviseur geen ernstige bezwaren bestaan en de adviseur: a. beschikt over grondige inhoudelijke kennis en ruime ervaring op het gebied van persoonlijke financiën, blijkens: 1°. een afgeronde financiële opleiding op minimaal hbo-niveau; en 2°. minimaal vijf jaar relevante werkervaring in de financiële sector of de financiële adviessector.; en b. onafhankelijk is, inhoudende dat hij geen arbeidsrelatie heeft tot de exploitant, de aandeelhouders van de exploitant of de overheid en dat hij niet eerder betrokken is geweest bij het gebouw in het kader van het versterkingstraject door de Minister. 2026 2049 21-01-2026 08-01-2026 2025-0000692715 2026 8 21-01-2026 12-01-2026 22-01-2026 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel H,
van de Wet van 19 februari 2025 tot wijziging van de Tijdelijke wet
Groningen in verband met het herstel van omissies en het aanbrengen
van verduidelijkingen (Stb. 2025/62) in werking treedt.
Artikel 8a.2 — Artikel 8a.2#
Artikel 8a.2 artikel 13n, vierde of vijfde lid, van de wet Bij het indienen van een aanvraag voor de vergoeding, bedoeld in, bij het Instituut respectievelijk de Minister, overlegt de eigenaar de naam en contactgegevens van de bouwkundig, bodemkundig, ecologisch, hydrologisch of financieel adviseur waarvan de eigenaar gebruik wenst te maken. 2026 2049 21-01-2026 08-01-2026 2025-0000692715 2026 8 21-01-2026 12-01-2026 22-01-2026 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel H,
van de Wet van 19 februari 2025 tot wijziging van de Tijdelijke wet
Groningen in verband met het herstel van omissies en het aanbrengen
van verduidelijkingen (Stb. 2025/62) in werking treedt.
Artikel 8a.3 — Artikel 8a.3#
Artikel 8a.3 1 Het Instituut of de Minister verstrekt de vergoeding aan de eigenaar in de vorm van een aanspraak ter hoogte van € 2.740, berekend op basis van 20 arbeidsuren tegen een uurtarief van € 137 per uur. 2 Het Instituut of de Minister neemt een besluit over de aanspraak op vergoeding binnen vier weken na de ontvangst van de aanvraag. 2023 19015 07-07-2023 06-07-2023 WJZ/33463844 2023 19015 07-07-2023 06-07-2023 WJZ/33463844 08-07-2023 01-07-2023
Artikel 8a.4 — Artikel 8a.4#
Artikel 8a.4 1 artikel 8a.3, eerste lid Indien het aantal arbeidsuren, genoemd in, ontoereikend blijkt door de complexiteit van het te leveren bouwkundig, bodemkundig, ecologisch, hydrologisch of financieel advies, kan de eigenaar een aanvraag tot vergoeding van aanvullende arbeidsuren doen. 2 Bij het indienen van de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, overlegt de eigenaar een raming en onderbouwing van de verwachte aanvullende benodigde arbeidsuren voor het bouwkundig, bodemkundig, ecologisch, hydrologisch of financieel advies aan de Minister of het Instituut. 3 Het Instituut of de Minister neemt een besluit over het verhogen van de aanspraak op vergoeding binnen acht weken na de ontvangst van de aanvraag. 2026 2049 21-01-2026 08-01-2026 2025-0000692715 2026 8 21-01-2026 12-01-2026 22-01-2026 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel H,
van de Wet van 19 februari 2025 tot wijziging van de Tijdelijke wet
Groningen in verband met het herstel van omissies en het aanbrengen
van verduidelijkingen (Stb. 2025/62) in werking treedt.
Artikel 8a.5 — Artikel 8a.5#
Artikel 8a.5 1 artikel 8a.3 artikel 8a.4 Het Instituut of de Minister betaalt de vergoeding aan degene die de kosten voor het leveren van bouwkundig, bodemkundig, ecologisch, hydrologisch of financieel advies bij de eigenaar in rekening brengt, op basis van een gespecificeerde factuur. De vergoeding bedraagt niet meer dan de hoogte van de aanspraak, bedoeld in, eventueel verhoogd op grond van. 2 De factuur, op basis waarvan de vergoeding betaald wordt, is voorzien van een handtekening van de eigenaar. De eigenaar verklaart hiermee akkoord te zijn met de arbeidsuren die de adviseur heeft gefactureerd. 3 De vergoeding wordt betaald binnen 30 dagen na het overleggen van de ondertekende factuur. 2026 2049 21-01-2026 08-01-2026 2025-0000692715 2026 8 21-01-2026 12-01-2026 22-01-2026 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel H,
van de Wet van 19 februari 2025 tot wijziging van de Tijdelijke wet
Groningen in verband met het herstel van omissies en het aanbrengen
van verduidelijkingen (Stb. 2025/62) in werking treedt.
Artikel 8a.6 — Artikel 8a.6#
Artikel 8a.6 Vervallen 2023 19015 07-07-2023 06-07-2023 WJZ/33463844 2023 19015 07-07-2023 06-07-2023 WJZ/33463844 01-07-2024
Artikel 8a.7 — Artikel 8a.7#
Artikel 8a.7 1 artikelen 8a.1, tweede lid 8a.2 8a.3 8a.4 8a.5 artikel 13n, vierde of vijfde lid, van de wet artikel 13m, eerste lid, van de wet De,,,enzijn van overeenkomstige toepassing op de rechtmatige gebruiker van een gebouw niet zijnde de eigenaar voor de kosten die hij maakt voor financieel advies, met dien verstande dat waar in de genoemde artikelen wordt gesproken over ‘eigenaar’ dit gelezen moet worden als ‘rechtmatige gebruiker van een gebouw niet zijnde de eigenaar’ en waar wordt gesproken over ‘’ dit gelezen moet worden als ‘’. 2 Artikel 7.1, tweede lid , is niet van toepassing op het eerste lid. 2024 27983 04-09-2024 02-09-2024 WJZ/53021307 2024 27983 04-09-2024 02-09-2024 WJZ/53021307 05-09-2024
Artikel 9.1 — Artikel 9.1#
Artikel 9.1 Vervallen 2026 2049 21-01-2026 08-01-2026 2025-0000692715 2026 2049 21-01-2026 08-01-2026 2025-0000692715 22-01-2026
Artikel 9.2 — Artikel 9.2#
Artikel 9.2 1 artikel 10f, eerste lid, van het Besluit Indien uit een beoordeling die heeft plaatsgevonden volgens de NPR 9998:2018 tijdvak 2 of een eerdere versie van de NPR 9998 blijkt dat een gebouw niet aan de veiligheidsnorm voldoet, stelt de Minister op verzoek van de eigenaar vast of het gebouw aan de veiligheidsnorm voldoet overeenkomstig, tenzij voor de uitvoering van de versterkingsmaatregelen al een versterkingsbesluit is genomen, of een aannemingsovereenkomst of depotovereenkomst is gesloten. 2 Indien een gebouw is gesplitst in appartementsrechten en de versterkingsmaatregelen uit het versterkingsadvies ook zien op de gemeenschappelijke delen, wordt het verzoek gedaan door de vereniging van eigenaars. 3 Indien het gebouw constructief is verbonden met andere gebouwen, overlegt de Minister met de eigenaren van alle constructief verbonden gebouwen of de herbeoordeling wordt uitgevoerd voor al deze gebouwen. Indien hiervoor steun ontbreekt, kan de Minister beslissen of deze herbeoordeling desondanks plaatsvindt. 4 Het verzoek wordt ingediend bij de Minister met gebruikmaking van een door de Minister vastgesteld formulier. 5 Het verzoek kan worden gedaan tot en met het tijdstip dat vermeld is in de brief waarmee het formulier aan de eigenaar wordt verstrekt. Dat tijdstip is ten minste zes maanden na dagtekening van die brief. 2026 2049 21-01-2026 08-01-2026 2025-0000692715 2026 2049 21-01-2026 08-01-2026 2025-0000692715 22-01-2026
Artikel 9.3 — Artikel 9.3#
Artikel 9.3 1 artikel 22b, zesde lid, van de wet De vergoeding, bedoeld inbedraagt: a. bij een gebouw dat niet gesplitst is in appartementsrechten: € 13.000 per adres; en b. bij een gebouw dat is gesplitst in appartementsrechten: € 13.000 per adres dat op 6 november 2020 bestond. 2 De vergoeding, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt uitgekeerd aan de eigenaar. 3 De vergoeding, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt uitgekeerd aan de houder van de appartementsrechten van dat adres. 2023 17749 30-06-2023 29-06-2023 WJZ/27870366 2023 17749 30-06-2023 29-06-2023 WJZ/27870366 01-07-2023
Artikel 10.1 — Artikel 10.1#
Artikel 10.1 bijlage 3 De opname op locatie van een mogelijk aan een typologie toe te delen gebouw vindt plaats aan de hand van de inopgenomen checklist. 2023 17749 30-06-2023 29-06-2023 WJZ/27870366 2023 17749 30-06-2023 29-06-2023 WJZ/27870366 01-07-2023
Artikel 10.2 — Artikel 10.2#
Artikel 10.2 bijlage 4 Als typologieën worden de inopgenomen typologieën vastgesteld. 2023 17749 30-06-2023 29-06-2023 WJZ/27870366 2023 17749 30-06-2023 29-06-2023 WJZ/27870366 01-07-2023
Artikel 10.3 — Artikel 10.3#
Artikel 10.3 artikel 10f, eerste lid, onderdeel a of b, van het Besluit Een gebouw wordt niet toegedeeld aan een typologie als bedoeld in, indien: a. de bouwkundige staat van het gebouw zodanig is dat deze de constructieve samenhang negatief beïnvloedt; b. het gebouw een hellend dakvlak heeft en het dakvlak onvoldoende in staat is de seismische krachten over te dragen naar de stabiliteitselementen van de constructie; c. een aan- of opbouw aan het gebouw is aangebracht die niet als ondergeschikt kan worden beschouwd; d. een wijziging aan de draagconstructie van het gebouw is aangebracht ten opzichte van de oorspronkelijke draagconstructie die een significant effect kan hebben op het seismisch gedrag van het gebouw; e. het gebouw weliswaar niet constructief is verbonden met een ander gebouw maar de onderlinge afstand tussen de gebouwen zo klein is dat bij een seismische belasting het gedrag van het ene gebouw het gedrag van het andere gebouw kan beïnvloeden, waarbij een ondergeschikte aanbouw van een gebouw buiten beschouwing blijft; f. ten minste vijf vierkante meter van de oppervlakte van de vloer van de tweede bouwlaag of in het geval van Metselwerk-D ten minste vijf vierkante meter van de oppervlakte van de vloer van de tweede of hogere bouwlagen ontbreekt ten behoeve van een vide; g. sprake is van verschillende vloerniveaus van de tweede bouwlaag of in het geval van Metselwerk-D de tweede of hogere bouwlagen, waarbij het niveauverschil meer dan twintig centimeter bedraagt en geen van de vloerniveaus ten minste 90 procent van het vloeroppervlak van de beschouwde bouwlaag bedraagt. 2023 17749 30-06-2023 29-06-2023 WJZ/27870366 2023 17749 30-06-2023 29-06-2023 WJZ/27870366 01-07-2023
Artikel 10.4 — Artikel 10.4#
Artikel 10.4 artikel 10f, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit bijlage 5 bijlage 7 De beoordeling van een aan een typologie toegedeeld gebouw aan de hand van de typologie, de ontwerpdatum, locatie en afmetingen van het gebouw en de NPR 9998, bedoeld in, vindt plaats met de inopgenomen vlekkentabel die bij die typologie hoort, met inachtneming van de inopgenomen voorwaarden. 2023 17749 30-06-2023 29-06-2023 WJZ/27870366 2023 17749 30-06-2023 29-06-2023 WJZ/27870366 01-07-2023
Artikel 10.5 — Artikel 10.5#
Artikel 10.5 artikel 10f, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit bijlage 6 De beoordeling van een aan een typologie toegedeeld gebouw aan de hand van de typologie en de locatie, bedoeld in, vindt plaats met de inopgenomen vlekkenkaart die bij die typologie hoort. 2023 17749 30-06-2023 29-06-2023 WJZ/27870366 2023 17749 30-06-2023 29-06-2023 WJZ/27870366 01-07-2023
Artikel 10.6 — Artikel 10.6#
Artikel 10.6 artikel 10f, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit bijlage 7 De individuele beoordeling van een gebouw volgens de NPR 9998, bedoeld in, vindt plaats met inachtneming van de inopgenomen voorwaarden. 2023 17749 30-06-2023 29-06-2023 WJZ/27870366 2023 17749 30-06-2023 29-06-2023 WJZ/27870366 01-07-2023
Artikel 10.7 — Artikel 10.7#
Artikel 10.7 1 bijlage 5 bijlage 8 De bepaling welke soort maatregelen nodig is volgens de NPR 9998 voor een aan een typologie toegedeeld gebouw waarvoor aan de hand van de typologie, de ontwerpdatum, locatie en afmetingen van het gebouw en de NPR 9998 is vastgesteld dat het niet aan de veiligheidsnorm voldoet, vindt plaats met de inopgenomen vlekkentabel die bij die typologie hoort met inachtneming van de inopgenomen voorwaarden. 2 bijlage 6 bijlage 8 De bepaling welke soort maatregelen nodig is volgens de NPR 9998 aan de hand van de typologie en de locatie voor een aan een typologie toebedeeld gebouw waarvan aan de hand van de typologie en de locatie is vastgesteld dat het niet aan de veiligheidsnorm voldoet, vindt plaats met de inopgenomen vlekkenkaart die bij die typologie hoort met inachtneming van de inopgenomen voorwaarden. 3 bijlage 8 De bepaling welke soort maatregelen nodig is volgens de NPR 9998 voor een voor een individueel beoordeeld gebouw dat niet aan de veiligheidsnorm voldoet, vindt plaats met inachtneming van de inopgenomen voorwaarden. 2023 17749 30-06-2023 29-06-2023 WJZ/27870366 2023 17749 30-06-2023 29-06-2023 WJZ/27870366 01-07-2023
Artikel 10.8 — Artikel 10.8#
Artikel 10.8 artikel 10f, vijfde lid, aanhef, van het Besluit Als de te hanteren versie van de NPR 9998, bedoeld in, wordt de NPR 9998:2020 aangewezen. 2023 17749 30-06-2023 29-06-2023 WJZ/27870366 2023 17749 30-06-2023 29-06-2023 WJZ/27870366 01-07-2023
Artikel 11.1 — Artikel 11.1#
Artikel 11.1 artikel 2, tiende lid, van de wet De hoogte van de financiële middelen voor de uitgaven van het Instituut inzake tegemoetkomingen in het kader van duurzaam herstel als bedoeld inis het bedrag opgenomen voor Duurzaam herstel in de tabel behorende bij de artikelsgewijze toelichting op beleidsartikel 5 in onderdeel B van de memorie van toelichting van de wet tot vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor het desbetreffende jaar. 2026 2049 21-01-2026 08-01-2026 2025-0000692715 2026 2049 21-01-2026 08-01-2026 2025-0000692715 22-01-2026
Artikel 11.2 — Artikel 11.2#
Artikel 11.2 1 artikel 2, zesde lid van de wet De hoogte van de financiële middelen voor de uitgaven van het Instituut voor het oplossen van knelpunten als gevolg van schade, niet zijnde bijzondere situaties of vastgelopen situaties, die ontstaan door het kader, bedoeld in, is het bedrag opgenomen voor de knelpunten IMG in de tabel behorende bij de artikelsgewijze toelichting op beleidsartikel 5 in onderdeel B van de memorie van toelichting van de wet tot vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor het desbetreffende jaar. 2 De hoogte van de financiële middelen voor de uitgaven van het Instituut voor het oplossen van knelpunten als gevolg van schade is voor zover het bijzondere situaties betreft het bedrag opgenomen voor de Commissie bijzondere situaties in de tabel behorende bij de artikelsgewijze toelichting op beleidsartikel 5 in onderdeel B van de memorie van toelichting van de wet tot vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor het desbetreffende jaar. 3 De hoogte van de financiële middelen voor de uitgaven van het Instituut en de Minister voor het oplossen van knelpunten als gevolg van schade is voor zover het vastgelopen situaties betreft het bedrag opgenomen voor vastgelopen dossiers in de tabel behorende bij de artikelsgewijze toelichting op beleidsartikel 5 in onderdeel B van de memorie van toelichting van de wet tot vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor het desbetreffende jaar. 2026 2049 21-01-2026 08-01-2026 2025-0000692715 2026 2049 21-01-2026 08-01-2026 2025-0000692715 22-01-2026
Artikel 12.1 — Artikel 12.1#
Artikel 12.1 1 Subsidieregeling versterking gebouwen Groningen Op een aanvraag voor een subsidie op grond van dedie is ingediend voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling, blijft het recht van toepassing zoals dat luidde voor dat tijdstip. 2 Besluit versterking gebouwen Groningen Subsidieregeling versterking gebouwen Groningen Indien op het moment van de inwerkingtreding van deze regeling een versterkingsbesluit genomen is op basis vanmaar nog geen aanvraag voor een subsidie op grond van deis ingediend, neemt de Minister een besluit over de aanspraak op versterking en vergoeding van schade ten gevolge van de versterking op basis van deze regeling. 3 Beleidsregel tegemoetkoming zelf aangebrachte voorzieningen huurders Groningen Op een aanvraag voor een tegemoetkoming op grond van dedie is ingediend voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling, blijft het recht van toepassing zoals dat luidde voor dat tijdstip. 4 Beleidsregel tegemoetkoming huurders, woningcorporaties en particuliere verhuurders aardbevingsgebied Groningen Op een aanvraag voor een tegemoetkoming op grond van dedie is ingediend voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling, blijft het recht van toepassing zoals dat luidde voor dat tijdstip. 2023 17749 30-06-2023 29-06-2023 WJZ/27870366 2023 17749 30-06-2023 29-06-2023 WJZ/27870366 01-07-2023
Artikel 12.2 — Artikel 12.2#
Artikel 12.2 artikel 12.4 Indien een subsidie, vergoeding of tegemoetkoming is verstrekt op basis van een ingenoemde ministeriële regeling of beleidsregel of op basis van een overeenkomst die is gesloten voor 1 juli 2023, wordt voor dezelfde activiteit geen vergoeding verstrekt op basis van deze regeling. 2024 27983 04-09-2024 02-09-2024 WJZ/53021307 2024 27983 04-09-2024 02-09-2024 WJZ/53021307 05-09-2024
Artikel 12.3 — Artikel 12.3#
Artikel 12.3 Met de beroepseisen ter zake van een opdrachtnemer die de beoordeling, het ontwerp van maatregelen of de uitvoering van de versterkingsmaatregelen als bedoeld in deze regeling uitvoert worden gelijkgesteld beroepseisen die worden gesteld in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat Nederland bindt, en die een beroepsniveau waarborgen dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale eisen wordt nagestreefd. 2023 17749 30-06-2023 29-06-2023 WJZ/27870366 2023 17749 30-06-2023 29-06-2023 WJZ/27870366 01-07-2023
Artikel 12.3a — Artikel 12.3a#
Artikel 12.3a Met de beroepseisen ter zake van het leveren van bouwkundig, bodemkundig, ecologisch, hydrologisch of financieel advies, genoemd in deze regeling, worden gelijkgesteld beroepseisen die worden gesteld in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat Nederland bindt, en die een beroepsniveau waarborgen dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale eisen wordt nagestreefd. 2026 2049 21-01-2026 08-01-2026 2025-0000692715 2026 8 21-01-2026 12-01-2026 22-01-2026 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel H,
van de Wet van 19 februari 2025 tot wijziging van de Tijdelijke wet
Groningen in verband met het herstel van omissies en het aanbrengen
van verduidelijkingen (Stb. 2025/62) in werking treedt.
Artikel 12.3b — Artikel 12.3b#
Artikel 12.3b Subsidieregeling versterking gebouwen Groningen Op aanvragen die zijn ingediend, op subsidies die zijn verleend en op subsidies die zijn vastgesteld op grond van deblijft die regeling van toepassing. 2023 19015 07-07-2023 06-07-2023 WJZ/33463844 2023 19015 07-07-2023 06-07-2023 WJZ/33463844 08-07-2023 01-07-2023
Artikel 12.4 — Artikel 12.4#
Artikel 12.4 De volgende ministeriële regeling en beleidsregels worden ingetrokken: a. Subsidieregeling versterking gebouwen Groningen de; b. Besluit versterking gebouwen Groningen het; c. Beleidsregel tegemoetkoming zelf aangebrachte voorzieningen huurders Groningen de; d. Beleidsregel tegemoetkoming huurders, woningcorporaties en particuliere verhuurders aardbevingsgebied Groningen de. 2023 17749 30-06-2023 29-06-2023 WJZ/27870366 2023 17749 30-06-2023 29-06-2023 WJZ/27870366 01-07-2023
Artikel 12.5 — Artikel 12.5#
Artikel 12.5 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2023. 2023 17749 30-06-2023 29-06-2023 WJZ/27870366 2023 17749 30-06-2023 29-06-2023 WJZ/27870366 01-07-2023
Artikel 12.6 — Artikel 12.6#
Artikel 12.6 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Tijdelijke wet Groningen. 2023 17749 30-06-2023 29-06-2023 WJZ/27870366 2023 17749 30-06-2023 29-06-2023 WJZ/27870366 01-07-2023
Artikel 3.1#
artikelen 3.1, eerste lid
Artikel 4.1#
4.1, eerste lid
Artikel 5.1#
5.1, eerste lid
Artikel 3.1#
artikel 3.1, eerste lid
Artikel 4.1#
artikel 4.1, eerste lid
Artikel 5.1#
artikel 5.1, eerste lid
Artikel 3.3#
artikelen 3.3, eerste lid, onderdelen a en b
Artikel 7.2#
7.2, eerste lid
Artikel 10.1#
artikel 10.1
Artikel 10.3#
artikel 10.3, onderdeel a
Artikel 10.3#
artikel 10.3, onderdeel a
Artikel 10.3#
artikel 10.3
Artikel 10.2#
artikel 10.2
Artikel 10.4#
artikel 10.4
Artikel 10.5#
artikelen 10.5
Artikel 10.7#
10.7, tweede lid
Artikel 10.6#
artikel 10.6
Artikel 10.7#
artikel 10.7
Artikel 10.7#
artikel 10.7