Regeling van de Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen van 18 augustus 2023, nr.2023-0000495330 houdende regels over het verstrekken van subsidies voor inbedding van financiële educatie op mbo-instellingen ter preventie van geldzorgen (Subsidieregeling financiële educatie voor mbo-instellingen)
- BWB-id
- BWBR0048586
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-12-23
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0048586
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2023/subsidieregeling-financi-le-educatie-voor-onderwijsinstellin
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2023/subsidieregeling-financi-le-educatie-voor-onderwijsinstellin/2025-12-23
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0048586&g=2025-12-23
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0048586&z=2026-06-06&g=2025-12-23
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0048586/2025-12-23
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2023/subsidieregeling-financi-le-educatie-voor-onderwijsinstellin
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: bevoegd gezag: artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs artikel 1 van de Wet op de expertisecentra artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs bevoegd gezag als bedoeld invoor mbo-instellingen,,of; minister: Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; docent: artikel 3 van de Wet op het primair onderwijs artikel 3 van de Wet op de expertisecentra artikel 7.8 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 degene die voldoet aan de bevoegdheidseisen gesteld in,of; financiële competenties: competenties op het gebied van financiële kennis, vaardigheden en houding; het expertisepunt financiële educatie: het expertisepunt van Wijzer in geldzaken; Kaderregeling: Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS ; leerkracht: artikel 3 van de Wet op het primair onderwijs artikel 3 van de Wet op de expertisecentra degene die bevoegd is om schoolonderwijs te geven als bedoeld inrespectievelijk; mbo: artikel 1.2.1, tweede lid van de Wet educatie en beroepsonderwijs middelbaar beroepsonderwijs als bedoeld in; mbo-instelling: Wet educatie en beroepsonderwijs uit ’s Rijks kas bekostigde instelling voor beroepsonderwijs in de zin van de; onderwijslocatie: de plek (vestiging) waar het onderwijs wordt aangeboden of verzorgd; onderwijsondersteunend personeelslid: artikel 7.2, derde lid van de Wet voortgezet onderwijs 2020 artikel 3a van de Wet op het primair onderwijs artikel 29, zesde lid, van de Wet op de expertisecentra lid van het overig personeel, bedoeld inofof lid van het onderwijsondersteunend personeel als bedoeld in; po-school: artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs artikel 1 van de Wet op de expertisecentra uit ’s Rijks kas bekostigde basisschool of speciale school voor basisonderwijs als bedoeld inof een school of instelling als bedoeld in; student: artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs bekostigde student als bedoeld in; subsidieaanvrager: bevoegd gezag van een mbo-instelling, vo-instelling of po-school; verletkosten: artikel 7, eerste lid, onderdelen a en e loonkosten voor gemiste lesuren als gevolg van deelname aan een opleiding als bedoeld onder; vo: artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 artikel 1 van de Wet op de expertisecentra onderwijs dat gegeven wordt op een school als bedoeld inof onderwijs dat gegeven wordt op een school als bedoeld in, voor zover het voortgezet speciaal onderwijs betreft; vo-instelling: artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 artikel 1 van de Wet op de expertisecentra uit ’s Rijks kas bekostigde school als bedoeld inof. 2025 44074 22-12-2025 15-12-2025 2025-0000288742 2025 44074 22-12-2025 15-12-2025 2025-0000288742 23-12-2025
Artikel 2 — Artikel 2 Kaderregeling Toepasselijkheiden benodigde formulieren#
Artikel 2 Kaderregeling Toepasselijkheiden benodigde formulieren 1 Kaderregeling artikelen 3.1 7.1 Op het aanvragen en verstrekken van subsidies op grond van deze regeling is de, met uitzondering van deen, van toepassing. 2 www.uitvoeringvanbeleidszw.nl De formulieren, modellen en formats waarnaar in deze regeling wordt verwezen, zijn door de minister elektronisch beschikbaar gesteld op. 2023 23825 28-08-2023 18-08-2023 2023-0000495330 2023 23825 28-08-2023 18-08-2023 2023-0000495330 29-08-2023
Artikel 3 — Artikel 3 Doel#
Artikel 3 Doel Het doel van deze regeling is het creëren, ontwikkelen en bevorderen van structurele aandacht voor financiële educatie in onderwijsinstellingen. 2024 7991 18-03-2024 08-03-2024 2024-0000062413 2024 7991 18-03-2024 08-03-2024 2024-0000062413 19-03-2024
Artikel 4 — Artikel 4 Subsidieplafond en het subsidiebedrag per aanvraag#
Artikel 4 Subsidieplafond en het subsidiebedrag per aanvraag 1 artikel 5, onderdeel a Het subsidieplafond bedraagt € 8.620.000,– voor aanvragen gedaan in het tijdvak, bedoeld in. 2 artikel 5, onderdeel a De subsidie bedraagt minimaal € 25.000,– en maximaal € 400.000 per aanvraag gedaan in het tijdvak, bedoeld in. 3 artikel 5, onderdeel b Het subsidieplafond bedraagt € 18.700.000 voor aanvragen gedaan in het tijdvak, bedoeld in. 4 artikel 5, onderdeel b De subsidie bedraagt minimaal € 75.000 en maximaal € 300.000 per aanvraag gedaan in het tijdvak, bedoeld in. 5 artikel 5, onderdeel c Het subsidieplafond bedraagt € 11.200.000 voor aanvragen gedaan in het tijdvak, bedoeld in. 6 artikel 5, onderdeel c De subsidie bedraagt minimaal € 75.000 en maximaal € 200.000 per aanvraag gedaan in het tijdvak, bedoeld in. 7 artikel 5, onderdeel d Het subsidieplafond voor aanvragen gedaan in het tijdvak, bedoeld in, bedraagt voor: a. mbo-instellingen: € 4.445.000; b. vo-instellingen: € 3.330.000; c. po-scholen: € 2.225.000. 8 artikel 5, onderdeel d De subsidie per aanvraag gedaan in het tijdvak, bedoeld in, bedraagt voor: a. mbo-instellingen: minimaal € 75.000 en maximaal € 400.000; b. vo-instellingen: minimaal € 75.000 en maximaal € 300.000; c. po-scholen: minimaal € 75.000 en maximaal € 200.000. 9 artikel 8 De subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten, bedoeld in. 10 artikel 5, onderdeel d artikel 4, zevende lid Indien in het aanvraagtijdvak, bedoeld in, het beschikbare bedrag voor een van de onderwijsinstellingen, genoemd in, niet geheel wordt verleend, kan het resterende bedrag aangewend worden voor de aanvragen van de andere onderwijsinstellingen, genoemd in artikel 4, zevende lid. De verdeling van dit bedrag vindt plaats op volgorde van binnenkomst van de aanvragen. 2025 44074 22-12-2025 15-12-2025 2025-0000288742 2025 44074 22-12-2025 15-12-2025 2025-0000288742 23-12-2025
Artikel 5 — Artikel 5 Aanvraagtijdvak#
Artikel 5 Aanvraagtijdvak Subsidieaanvragen met betrekking tot een project in het kader van deze regeling worden ingediend in het aanvraagtijdvak van: a. artikel 6, eerste lid, onderdeel a 18 september 2023, 09.00 uur, tot en met 16 oktober 2023, 17.00 uur, voor de projectperiode in een mbo-instelling, bedoeld in; b. artikel 6, eerste lid, onderdeel b 15 april 2024, 15.00 uur, tot en met 10 mei 2024, 17.00 uur, voor de projectperiode in een vo-instelling, bedoeld in; c. artikel 6, eerste lid, onderdeel c 4 maart 2025, 09.00 uur, tot en met 12 mei 2025, 17.00 uur, voor de projectperiode binnen een po-school, bedoeld in; d. artikel 6, eerste lid, onderdeel d 2 februari 2026, 09.00 uur, tot en met 16 maart 2026, 17.00 uur, voor de projectperiode in een mbo-instelling, vo-instelling of po-school, bedoeld in. 2025 44074 22-12-2025 15-12-2025 2025-0000288742 2025 44074 22-12-2025 15-12-2025 2025-0000288742 23-12-2025
Artikel 6 — Artikel 6 Projectperiode#
Artikel 6 Projectperiode 1 Activiteiten voor een project in het kader van deze regeling vinden plaats binnen de periode van: a. artikel 5, onderdeel a 17 oktober 2023 tot en met 31 juli 2027, voor een project van een mbo-instelling, ingediend in het aanvraagtijdvak, bedoeld in; b. artikel 5, onderdeel b 11 mei 2024 tot en met 9 juli 2027, voor een project van een vo-instelling, ingediend in het aanvraagtijdvak, bedoeld in; c. artikel 5, onderdeel c 1 april 2025 tot en met 18 augustus 2028, voor een project van een po-school, ingediend in het aanvraagtijdvak, bedoeld in; d. artikel 5, onderdeel d 2 februari 2026 tot en met 31 juli 2029, voor een project van een mbo-instelling, vo-instelling of po-school, ingediend in het aanvraagtijdvak, bedoeld in. 2 De voor subsidie in aanmerking komende kosten worden gemaakt in een door de minister aangewezen projectperiode. 2025 44074 22-12-2025 15-12-2025 2025-0000288742 2025 44074 22-12-2025 15-12-2025 2025-0000288742 23-12-2025
Artikel 7 — Artikel 7 Subsidiabele activiteiten#
Artikel 7 Subsidiabele activiteiten 1 Voor subsidie komen uitsluitend de volgende activiteiten in aanmerking: a. het volgen van een door de minister goedgekeurde opleiding die tot doel heeft het integreren van financiële educatie in bestaande vakken en het onderwijzen van studenten of leerlingen in financiële competenties, door docenten en medewerkers van mbo-instellingen en vo-instellingen die zorg dragen voor inbedding van financiële educatie in het onderwijs binnen de mbo-instellingen of vo-instellingen. Van de medewerkers en docenten die deze opleiding volgen is ten minste de helft docent; b. het aannemen of vrijstellen van medewerkers binnen mbo-instellingen of vo-instellingen, die zorg dragen voor structurele inbedding van financiële educatie in het onderwijs op de desbetreffende mbo-instelling of vo-instelling; c. het aanbieden van persoonlijke financiële begeleiding op de mbo-instellingen aan studenten met geldzorgen; d. het aanbieden van individuele persoonlijke financiële begeleiding op vo-instellingen aan leerlingen en het betrekken van ouders of verzorgers bij de financiële opvoeding van hun kinderen; e. het volgen van een door de minister goedgekeurde bij- of nascholingsopleiding die tot doel heeft het aanbieden of integreren van financiële educatie in bestaande leergebieden en vakken, door leerkrachten en medewerkers die zorg dragen voor inbedding van financiële educatie in het onderwijs op de po-school; f. het aannemen of vrijstellen van medewerkers binnen de po-school die zorg dragen voor inbedding van financiële educatie in het onderwijs op die school; g. het ondersteunen van ouders of verzorgers bij de financiële opvoeding van hun kinderen. 2 Het expertisepunt financiële educatie adviseert de minister over opleidingen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, en toetst daarbij of het scholingsaanbod: a. gericht is op zittende of aankomende leerkrachten in het primair onderwijs, docenten op het voortgezet onderwijs en mbo of het hele onderwijsteam; b. specifiek gericht is op structureel inbedden van effectieve financiële educatie in het schoolcurriculum en de bestaande vakken; c. gericht is op duurzame impact; d. plaatsvindt onder begeleiding van een trainer; en e. niet uitsluitend door middel van e-learning wordt aangeboden hetgeen niet geldt voor instellingen in Caribisch Nederland. 3 Van effectieve financiële educatie als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, is sprake, indien: a. sprake is van een structurele aanpak; b. het aanbod aansluit op de belevingswereld van jongeren en situaties waar zij mee te maken kunnen krijgen; c. het aanbod aansluit bij de cognitieve, sociale en psychologische ontwikkeling van de jongeren en een doorlopende leerlijn betreft; d. onderwijsprofessionals bij het proces worden betrokken; e. financiële vaardigheden worden geïntegreerd in andere thema’s; f. de docenten worden getraind en indien nodig ouders worden betrokken bij het proces; en g. rekening wordt gehouden met culturele factoren. 4 www.geldlessen.nl Door de minister goedgekeurde opleidingen worden opgenomen op. 2025 38916 18-11-2025 10-11-2025 2025-0000242686 2025 38916 18-11-2025 10-11-2025 2025-0000242686 19-11-2025
Artikel 8 — Artikel 8 Subsidiabele kosten#
Artikel 8 Subsidiabele kosten 1 Voor subsidie komen uitsluitend de volgende kosten in aanmerking: a. artikel 7, eerste lid, onderdelen a en e externe kosten voor een opleiding, als bedoeld in; b. artikel 7, eerste lid, onderdeel a verletkosten van de docenten en medewerkers van mbo-instellingen en vo-instellingen, bedoeld in, tegen een vast tarief van € 75,– per uur en van de leerkrachten en medewerkers van een po-school, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel e, tegen een vast tarief van € 50,–; c. artikel 7, eerste lid, onderdelen b, c en d kosten voor de activiteiten, bedoeld in, tegen een vast tarief van € 75,– per uur en voor de activiteiten, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdelen f en g, tegen een vast tarief van € 50,– per uur; d. artikel 7, eerste lid, onderdelen b, c, d, f en g kosten voor de activiteit bedoeld in, indien dit wordt uitgevoerd door een ingehuurde externe medewerker, tegen een maximaal tarief van € 110,– exclusief btw per uur; e. niet verrekenbare btw; f. artikel 14, vierde lid kosten voor een controleverklaring ter hoogte van € 3.000,– inclusief btw indien deze verplicht is op grond van. 2 artikel 7, eerste lid, onderdelen c en d De subsidiabele kosten voor de activiteit, bedoeld in, bedragen per onderdeel maximaal 25% van de subsidiabele kosten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a tot en met e. 2025 38916 18-11-2025 10-11-2025 2025-0000242686 2025 38916 18-11-2025 10-11-2025 2025-0000242686 19-11-2025
Artikel 9 — Artikel 9 Niet subsidiabele kosten;#
Artikel 9 Niet subsidiabele kosten; Niet voor subsidie komen in aanmerking: a. kosten voor de inkoop van gastlessen; b. artikel 6 kosten die gemaakt zijn buiten de projectperiode, bedoeld in; c. naar oordeel van de minister onredelijke en niet noodzakelijk gemaakte kosten ter uitvoering van het project of een onderdeel daarvan; en, d. externe kosten waarvoor geen factuur of betaalbewijs kan worden overlegd. 2023 23825 28-08-2023 18-08-2023 2023-0000495330 2023 23825 28-08-2023 18-08-2023 2023-0000495330 29-08-2023
Artikel 10 — Artikel 10 Bevoorschotting#
Artikel 10 Bevoorschotting De minister verstrekt bij de beschikking van de subsidieverlening een voorschot tot maximaal 80% van het verleende subsidiebedrag. 2023 23825 28-08-2023 18-08-2023 2023-0000495330 2023 23825 28-08-2023 18-08-2023 2023-0000495330 29-08-2023
Artikel 11 — Artikel 11 Subsidieaanvraag#
Artikel 11 Subsidieaanvraag 1 artikel 7, eerste lid, onderdeel a en b De subsidieaanvraag door een mbo-instelling of vo-instelling heeft in ieder geval betrekking op de activiteiten, bedoeld in. 2 artikel 7, eerste lid, onderdeel e, f en g De subsidieaanvraag door een po-school heeft betrekking op activiteiten als bedoeld in. 3 artikel 6, eerste lid, onderdeel c en d artikel 6, onderdeel c Regeling kansrijke wijk artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs artikel 18, derde lid, van het Besluit bekostiging WPO 2022 De subsidieaanvraag voor een project, bedoeld in, kan worden ingediend door een po-school die niet ligt in een gemeente die deelneemt aan het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid als bedoeld in de. Voor een basisschool als bedoeld ingeldt voor een project als bedoeld in, daarnaast als voorwaarde dat voor die school voor het jaar 2024 de uitkomst van de formule A – B, bedoeld in, meer is dan 0. 4 Een subsidieaanvrager dient één aanvraag in voor één of meerdere onderwijslocaties die horen bij dezelfde mbo-instelling, vo-instelling of po-school. 5 Per subsidieaanvrager wordt voor mbo-instellingen of po-scholen één aanvraag in behandeling genomen. Per subsidieaanvrager kunnen voor vo-instellingen meerdere aanvragen in behandeling worden genomen indien deze een verschillende instellingscode uit de Registratie Instellingen en Opleidingen betreffen. 6 De subsidieaanvraag wordt ingediend onder gebruikmaking van een daartoe door de minister elektronisch beschikbaar gesteld formulier en ondertekend door de tekenbevoegde van het bevoegd gezag. 7 Een aanvraag voor subsidie gaat vergezeld van: a. de naam en het nummer van het bevoegd gezag; b. de contactpersoon; c. een bankrekeningnummer die op naam staat van de mbo-instelling, vo-instelling of po-school; d. de in de Registratie Instellingen en Opleidingen geïdentificeerde instellingscode waarvoor de aanvraag voor een vo-instelling of po-school wordt ingediend; e. een machtiging van de tekenbevoegde namens het bevoegd gezag, indien aanvraag is gedaan door een po-school. 8 De subsidieaanvraag bevat middels voorgeschreven formats in ieder geval een activiteitenplan met bijbehorende begroting. 9 Het activiteitenplan bevat in ieder geval: a. overzicht van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd; b. een beschrijving van de aard, omvang en duur van uitvoering van de activiteiten; c. een omschrijving van het aantal studenten respectievelijk leerlingen, docenten, medewerkers per onderwijslocatie waarvoor de aanvraag is ingediend; d. een omschrijving van reeds bestaande en uitgevoerde activiteiten op het gebied van financiële educatie; e. een beschrijving van de met de activiteiten na te streven resultaten. 10 Een aanvraag is volledig wanneer het elektronische formulier en de bijbehorende bijlagen volledig zijn ingevuld en binnen het aanvraagtijdvak zijn ontvangen door de minister. 11 artikel 5, onderdeel b Een subsidieaanvraag als bedoeld in, kan mede worden gedaan door een vo-instelling gevestigd op Bonaire, Sint-Eustatius of Saba’. 2025 44074 22-12-2025 15-12-2025 2025-0000288742 2025 44074 22-12-2025 15-12-2025 2025-0000288742 23-12-2025
Artikel 12 — Artikel 12 Rangschikking#
Artikel 12 Rangschikking De subsidieaanvragen worden behandeld op volgorde van ontvangst, waarbij alleen volledige subsidieaanvragen in behandeling worden genomen. 2023 23825 28-08-2023 18-08-2023 2023-0000495330 2023 23825 28-08-2023 18-08-2023 2023-0000495330 29-08-2023
Artikel 13 — Artikel 13 Weigering van de subsidie#
Artikel 13 Weigering van de subsidie artikelen 4:25, tweede lid 4:35, van de Algemene wet bestuursrecht Onverminderd de, enkan een aanvraag voor subsidie deels of geheel worden afgewezen: a. indien de kosten van het project niet in een redelijke verhouding staan tot de daarvan te verwachten resultaten; b. indien de activiteiten reeds geheel of gedeeltelijk uit andere middelen worden gefinancierd; c. indien de mbo-instelling, vo-instelling of po-school ten behoeve waarvan de aanvraag is ingediend reeds eerder een subsidie heeft ontvangen op grond van deze regeling. 2025 44074 22-12-2025 15-12-2025 2025-0000288742 2025 44074 22-12-2025 15-12-2025 2025-0000288742 23-12-2025
Artikel 14 — Artikel 14 Rapportageverplichting#
Artikel 14 Rapportageverplichting 1 Indien een project langer dan achttien maanden duurt, wordt binnen acht weken na afloop van deze periode een voortgangsrapportage in het voorgeschreven format ingediend. 2 Een verzoek tot vaststelling van subsidie wordt ingediend onder gebruikmaking van een daartoe door de minister elektronisch beschikbaar gesteld formulier. 3 Het verzoek, als bedoeld in tweede lid, omvat middels een door de minister elektronisch beschikbaar gesteld format, voor: a. subsidies van € 125.000 of meer een verslag van de uitgevoerde activiteiten met een overzicht van de gemaakte subsidiabele kosten per activiteit; b. subsidies van € 25.000 of meer, maar minder dan € 125.000 een verslag van de uitgevoerde activiteiten met een totaalbedrag van de gemaakte subsidiabele kosten. 4 artikel 8, eerste lid, onderdeel f Indien de verleende subsidie, exclusief de accountantskosten bedoeld in, € 125.000,– of meer bedraagt, bevat het verzoek tot vaststelling, in aanvulling op het tweede lid, tevens een controleverklaring omtrent de naleving van de aan de verleende subsidie verbonden verplichtingen door het bevoegd gezag, opgesteld door een accountant overeenkomstig een door de minister beschikbaar gesteld model met inachtneming van een door de minister beschikbaar gesteld accountantsprotocol. 2025 38916 18-11-2025 10-11-2025 2025-0000242686 2025 38916 18-11-2025 10-11-2025 2025-0000242686 19-11-2025
Artikel 15 — Artikel 15 Inwerkingtreding en vervallen van de regeling#
Artikel 15 Inwerkingtreding en vervallen van de regeling 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt op 17 oktober 2028. 2 In afwijking van het eerste lid blijft deze regeling, zoals die luidde op 16 oktober 2028, van toepassing op de afwikkeling van verleende subsidies op grond van deze regeling. 2025 8932 14-03-2025 06-03-2025 2025-0000039258 2025 8932 14-03-2025 06-03-2025 2025-0000039258 15-03-2025
Artikel 16 — Artikel 16 Citeertitel#
Artikel 16 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling financiële educatie voor onderwijsinstellingen. 2024 7991 18-03-2024 08-03-2024 2024-0000062413 2024 7991 18-03-2024 08-03-2024 2024-0000062413 19-03-2024