Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 27 juni 2023, nr. 1409103, houdende regels voor de subsidieverstrekking ten behoeve van het Leven Lang Ontwikkelen-Katalysator programma voor Bouwsteen 2 (Subsidieregeling LLO-oplossingen energie- en grondstoffentransitie 2023–2026)
- BWB-id
- BWBR0048365
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-07-12
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0048365
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2023/subsidieregeling-llo-katalysator-llo-oplossingen-energie-en-
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2023/subsidieregeling-llo-katalysator-llo-oplossingen-energie-en-/2025-07-12
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0048365&g=2025-07-12
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0048365&z=2026-06-06&g=2025-07-12
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0048365/2025-07-12
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2023/subsidieregeling-llo-katalysator-llo-oplossingen-energie-en-
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: arbeidsorganisatie: publieke of private werkgever die binnen een samenwerkingsverband de aanleiding vormt voor het ontwerpen en het ontwikkelen van een LLO-oplossing niet zijnde een publieke opleider; beoordelingscommissie: artikel 26 commissie als bedoeld in; cofinanciering: artikel 17 cofinanciering als bedoeld in; co-makerschap: vorm van partnerschap waarin de samenwerking dusdanig is dat alle deelnemers invloed hebben op en bijdragen aan het ontwikkelproces van een LLO-oplossing en een aantoonbaar belang hebben bij het resultaat van de samenwerking; competentieknelpunt: belemmering in de ontwikkeling of beschikbaarheid van menselijk kapitaal op de arbeidsmarkt doordat de benodigde competenties of vaardigheden ontbreken of niet beschikbaar zijn, onvoldoende ontwikkeld zijn of onvoldoende erkend worden; DUS-I: Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen; energie- en grondstoffentransitie: overgang van het gebruik van fossiele energie naar energie uit hernieuwbare bronnen en de overgang van een lineaire economie naar een circulaire economie waarin geen verspilling bestaat; groot project: artikel 3, derde lid project als bedoeld in; klein project: artikel 3, tweede lid project als bedoeld in; LLO: Leven Lang Ontwikkelen; LLO-ecosysteem: samenhangend geheel van interacterende partijen als overheid, brancheverenigingen, vakbonden, opleiders en uitvoerders binnen de context van een (arbeidsmarkt)regio of sector dat gericht is op het stimuleren van leren en ontwikkelen van werkenden, werkzoekenden en organisaties en bijdraagt aan een sterke leercultuur en leerinfrastructuur; LLO-oplossing: op grond van deze regeling gesubsidieerde leer- of ontwikkelactiviteit of reeks van activiteiten gericht op het oplossen van een competentieknelpunt van werkenden, werkzoekenden en werkgevers binnen de context van een (arbeidsmarkt)regio of sector; minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; model: beschrijving van het eindproduct van de LLO-oplossing waaruit in elk geval blijkt welk competentieknelpunt het eindproduct oplost, op welke doelgroep het is gericht en hoe de LLO-oplossing uitvoerbaar, kostendekkend en schaalbaar in de praktijk gebracht kan worden; penvoerder: artikel 3 penvoerder als bedoeld in; project: in het kader van deze subsidieregeling ontplooide activiteiten van een samenwerkingsverband om te komen tot een LLO-oplossing; publieke opleider: artikel 1.3.1 1.3.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs artikel 1.8, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek instelling als bedoeld inofof instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in; samenwerkingsverband: artikel 4 samenwerkingsverband als bedoeld in; testen: in de praktijk testen van een conceptversie van een LLO-oplossing of een onderdeel daarvan door de deelnemers aan een samenwerkingsverband, met het doel de LLO-oplossing door te ontwikkelen tot een eindproduct; vraagarticulatie: voortdurend proces van afstemming tussen arbeidsorganisaties en opleiders binnen een samenwerkingsverband om een leer- en ontwikkelvraagstuk in de huidige of toekomstige praktijk te signaleren, te verkennen en te doorgronden, waarbij het resultaat van dit proces de basis vormt voor het ontwerpen en ontwikkelen van een LLO-oplossing en waarbij de hierbij opgedane inzichten kunnen leiden tot nieuwe vragen. 2023 19046 07-07-2023 27-06-2023 1409103 2023 19046 07-07-2023 27-06-2023 1409103 07-07-2023
Artikel 2 — Artikel 2 Toepasselijke regelgeving#
Artikel 2 Toepasselijke regelgeving Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS Deze regeling geldt in aanvulling op de. 2023 19046 07-07-2023 27-06-2023 1409103 2023 19046 07-07-2023 27-06-2023 1409103 07-07-2023
Artikel 3 — Artikel 3 Subsidieverstrekking kleine en grote projecten#
Artikel 3 Subsidieverstrekking kleine en grote projecten 1 De minister kan op grond van deze regeling subsidie verstrekken aan de penvoerder van een samenwerkingsverband voor een klein of groot project gericht op het ontwikkelen van een LLO-oplossing in het kader van de energie- en grondstoffentransitie. 2 Voor een klein project bedraagt de subsidie ten minste € 50.000, maar minder dan € 125.000. 3 Voor een groot project bedraagt de subsidie ten minste € 125.000 en ten hoogste € 2.000.000. 4 Subsidieaanvragen die betrekking hebben op een bedrag van minder dan € 50.000,– of meer dan € 2.000.000,– worden afgewezen. 5 Een subsidieaanvraag kan uitsluitend worden ingediend door een publieke opleider die deelneemt aan een samenwerkingsverband, en die namens dat samenwerkingsverband als penvoerder optreedt. 6 De subsidie wordt aangevraagd door, verstrekt aan en verantwoord door de penvoerder, ongeacht welke partij in het samenwerkingsverband feitelijk is belast met de uitvoering van de daarop betrekking hebbende werkzaamheden. 2023 19046 07-07-2023 27-06-2023 1409103 2023 19046 07-07-2023 27-06-2023 1409103 07-07-2023
Artikel 4 — Artikel 4 Samenwerkingsverbanden#
Artikel 4 Samenwerkingsverbanden 1 Een samenwerkingsverband bestaat uit ten minste één arbeidsorganisatie en ten minste twee publieke opleiders die een combinatie zijn van: a. artikel 1.3.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs artikel 2.1.3 van deze wet een instelling als bedoeld indie op grond vanin aanmerking voor bekostiging is gebracht; of b. bijlage bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek een hogeschool als bedoeld in de onderdelen c en g van de; of c. bijlage bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek een universiteit als bedoeld in de onderdelen a, b, h, i en j van de. 2 Naast publieke opleiders en arbeidsorganisaties kunnen ook andere partijen zoals private opleiders aan het samenwerkingsverband deelnemen. 2023 19046 07-07-2023 27-06-2023 1409103 2023 19046 07-07-2023 27-06-2023 1409103 07-07-2023
Artikel 5 — Artikel 5 Subsidieplafond#
Artikel 5 Subsidieplafond 1 artikel 6, eerste lid, onderdeel a Voor subsidieverstrekking op aanvragen die in de eerste aanvraagronde, bedoeld in, zijn ingediend, is een bedrag van € 17.500.000 beschikbaar, waarvan: a. € 2.250.000 beschikbaar is voor kleine projecten; en b. € 15.250.000 beschikbaar is voor grote projecten. 2 artikel 6, eerste lid, onderdeel b Voor subsidieverstrekking op aanvragen die in de tweede aanvraagronde, bedoeld in, zijn ingediend, is een bedrag van € 20.500.000 beschikbaar, waarvan: a. € 1.000.000 beschikbaar is voor kleine projecten; en b. € 19.500.000 beschikbaar is voor grote projecten. 3 artikel 6, eerste lid, onderdeel c Voor subsidieverstrekking op aanvragen die in de derde aanvraagronde, bedoeld in, zijn ingediend, is een bedrag van € 26.250.000 beschikbaar, waarvan: a. € 1.250.000 beschikbaar is voor kleine projecten; en b. € 25.000.000 beschikbaar is voor grote projecten. 4 artikel 6, eerste lid, onderdeel d Voor subsidieverstrekking op aanvragen die in de vierde aanvraagronde, bedoeld in, zijn ingediend, is een bedrag van € 5.450.257,00 beschikbaar, waarvan: a. € 375.000 beschikbaar is voor kleine projecten; en b. € 5.075.257 beschikbaar is voor grote projecten. 2025 23648 11-07-2025 27-06-2025 1512135 2025 23648 11-07-2025 27-06-2025 1512135 12-07-2025
Artikel 6 — Artikel 6 Algemene bepalingen subsidieaanvraag#
Artikel 6 Algemene bepalingen subsidieaanvraag 1 Op grond van deze regeling kan subsidie worden aangevraagd: a. van 2 oktober 2023 tot en met 16 oktober 2023; b. van 1 april 2024 tot en met 15 april 2024; c. van 18 november tot en met 2 december 2024; d. van 15 september tot en met 22 september 2025. 2 Aanvragen die buiten een in het eerste lid bedoelde aanvraagperiode worden ingediend, worden afgewezen. 3 Een samenwerkingsverband kan per aanvraagronde ten hoogste één subsidieaanvraag indienen. 4 Een publieke opleider kan per aanvraagronde als deelnemer aan meerdere samenwerkingsverbanden deelnemen, doch kan per aanvraagronde ten hoogste eenmaal als penvoerder optreden. 5 De subsidie wordt aangevraagd met gebruikmaking van het aanvraagformulier dat daartoe is bekendgemaakt op de website van DUS-I. 2025 23648 11-07-2025 27-06-2025 1512135 2025 23648 11-07-2025 27-06-2025 1512135 12-07-2025
Artikel 7 — Artikel 7 Te subsidiëren activiteiten#
Artikel 7 Te subsidiëren activiteiten 1 artikel 3, eerste en tweede lid De minister kan subsidie verstrekken aan de penvoerder van een samenwerkingsverband voor een klein project als bedoeld in. 2 Een klein project is gericht op een onderdeel van het ontwikkelproces van een LLO-oplossing in het kader van de energie- en grondstoffentransitie. Subsidiabele activiteiten voor een klein project zijn: a. het doorlopen van het proces van vraagarticulatie met het doel de gewenste LLO-oplossing concreet te maken; of b. het ontwerpen van een gewenste LLO-oplossing in co-makerschap door de deelnemers aan het samenwerkingsverband; of c. het ontwikkelen van een conceptversie van een LLO-oplossing in co-makerschap door de deelnemers aan het samenwerkingsverband. 2023 19046 07-07-2023 27-06-2023 1409103 2023 19046 07-07-2023 27-06-2023 1409103 07-07-2023
Artikel 8 — Artikel 8 Subsidieaanvraag klein project#
Artikel 8 Subsidieaanvraag klein project artikel 6, vijfde lid In aanvulling op het aanvraagformulier, bedoeld in, dient de penvoerder die subsidie aanvraagt voor een klein project de volgende documenten in: a. artikel 9 een visiedocument als bedoeld in; b. artikel 10 een activiteitenplan als bedoeld in; c. artikel 11 een begroting als bedoeld in; d. artikel 12 een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in; en e. een samenvatting van de aanvraag die openbaar gemaakt kan worden. 2023 19046 07-07-2023 27-06-2023 1409103 2023 19046 07-07-2023 27-06-2023 1409103 07-07-2023
Artikel 9 — Artikel 9 Visiedocument#
Artikel 9 Visiedocument 1 In het visiedocument wordt de visie van het samenwerkingsverband beschreven op het oplossen van één of meerdere competentieknelpunten in het kader van de energie- en grondstoffentransitie binnen een bepaalde regio of sector. 2 Het visiedocument bevat in ieder geval: a. een beschrijving van de regio of sector waarin het samenwerkingsverband actief is; b. een beschrijving van de competentieknelpunten in het kader van de energie- en grondstoffentransitie op de arbeidsmarkt binnen de regio of sector waar het samenwerkingsverband zich op richt; c. een beschrijving van de samenstelling van het samenwerkingsverband en de overwegingen die bij de samenstelling een rol hebben gespeeld; d. een beschrijving van de ambities van het samenwerkingsverband met het project qua bereik voor werkenden, werkzoekenden, werkgevers en andere stakeholders; en e. een beschrijving van de bijdrage die het samenwerkingsverband met het project wil leveren aan het oplossen van de beschreven competentieknelpunten en het versterken van het LLO-ecosysteem waar het onderdeel van is. 2023 19046 07-07-2023 27-06-2023 1409103 2023 19046 07-07-2023 27-06-2023 1409103 07-07-2023
Artikel 10 — Artikel 10 Activiteitenplan#
Artikel 10 Activiteitenplan artikel 3.4 van de Kaderregeling In voorkomend geval in aanvulling op, bevat het activiteitenplan in ieder geval: a. een projectbeschrijving met de projectdoelstellingen in relatie tot het visiedocument; b. een beschrijving van de projectorganisatie met een verdeling van de taken tussen de partijen van het samenwerkingsverband waarmee aannemelijk wordt gemaakt dat de partijen in staat zijn het voorstel binnen de gestelde tijd uit te voeren; en c. een activiteitenplanning met een uitgewerkt overzicht van realiseerbare activiteiten in het eerste jaar van de projectperiode en dat bestaat uit fasering, mijlpalen en beoogde tussentijdse resultaten en indien van toepassing, een globaal overzicht van realiseerbare activiteiten voor het tweede jaar van de projectperiode, bestaande uit fasering, mijlpalen en beoogde eindresultaten. 2023 19046 07-07-2023 27-06-2023 1409103 2023 19046 07-07-2023 27-06-2023 1409103 07-07-2023
Artikel 11 — Artikel 11 Begroting#
Artikel 11 Begroting 1 artikel 3.5 van de Kaderregeling De begroting bevat een overzicht van de kosten van de activiteiten, voorzien van een toelichting. Op de begroting isvan toepassing. 2 Voor de begroting kan worden gekozen uit vier functies met een vast integraal uurtarief inclusief opslag voor overhead en administratie: a. secretarieel of administratief medewerker € 63; b. projectmedewerker € 86; c. projectleider, docent of onderzoeker € 108; d. (associate) practor, lector, of hoogleraar € 127. 3 De begroting wordt aangeleverd in het hiervoor door DUS-I beschikbaar gestelde format. 2023 19046 07-07-2023 27-06-2023 1409103 2023 19046 07-07-2023 27-06-2023 1409103 07-07-2023
Artikel 12 — Artikel 12 Samenwerkingsovereenkomst#
Artikel 12 Samenwerkingsovereenkomst 1 De samenwerking binnen het samenwerkingsverband voor een klein project wordt vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst. 2 De samenwerkingsovereenkomst wordt ondertekend door de partijen in het samenwerkingsverband. 3 In de samenwerkingsovereenkomst is in elk geval vastgelegd: a. de beoogde start- en einddatum van het project; b. dat de penvoerder gemachtigd is om als penvoerder namens het samenwerkingsverband op te treden; c. wat elke partij in het samenwerkingsverband in het kader van co-makerschap inhoudelijk, organisatorisch dan wel financieel bijdraagt aan het project; d. dat elke partij in het samenwerkingsverband de intentie heeft om na afloop van het project de samenwerking te verduurzamen; e. dat het samenwerkingsverband een open netwerk is waar geïnteresseerde partijen in de regio of sector zich onder transparante en redelijke voorwaarden bij kunnen aansluiten; en f. dat alle partijen in het samenwerkingsverband medewerking verlenen aan de verantwoording van de subsidie en aan de nakoming van de aan de subsidie verbonden verplichtingen, en dat alle gegevens die daarvoor noodzakelijk zijn op verzoek aan de penvoerder worden verstrekt. 2023 19046 07-07-2023 27-06-2023 1409103 2023 19046 07-07-2023 27-06-2023 1409103 07-07-2023
Artikel 13 — Artikel 13 Aanvullende verplichtingen#
Artikel 13 Aanvullende verplichtingen Aan de penvoerder die subsidie ontvangt voor een klein project, worden de volgende verplichtingen opgelegd: a. het project wordt afgerond binnen een termijn van twee jaren, gerekend vanaf het moment van subsidieverstrekking; b. de penvoerder zendt binnen 13 weken na de afronding van het project, doch uiterlijk binnen 13 weken na het einde van de in het eerste lid bedoelde termijn, een eindrapportage aan de minister. De eindrapportage wordt opgesteld met gebruikmaking van het format dat daartoe door DUS-I beschikbaar is gesteld; c. de penvoerder verleent gedurende de looptijd van de regeling op verzoek van de minister medewerking aan regionale of sectorale bijeenkomsten om aldaar de opgedane inzichten van het project toe te lichten; d. de penvoerder verleent gedurende vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening medewerking aan een evaluatie van de doeltreffendheid en de effecten van de aan hem verstrekte subsidie, voor zover medewerking redelijkerwijs van hem kan worden verlangd; e. de penvoerder voert met betrekking tot de financiering van en de kosten en inkomsten uit economische activiteiten een gescheiden boekhouding, indien de penvoerder naast niet-economische activiteiten ook economische activiteiten verricht; f. de activiteiten bevoordelen geen individuele ondernemingen; g. de penvoerder maakt alle resultaten van activiteiten voor eenieder zonder onderscheid kosteloos toegankelijk en kan hiervoor de standaardlicentie CC-BY-SA, versie 4.0 van Creative Commons hanteren; h. de penvoerder verleent opdrachten aan derden voor uitvoering van de activiteiten, of een deel daarvan, op basis van transparante criteria en tegen marktconforme tarieven en houdt zich aan de toepasselijke wet- en regelgeving; i. de administratie en de daartoe behorende bescheiden worden gedurende 10 jaren na de vaststelling van de subsidie bewaard. 2023 19046 07-07-2023 27-06-2023 1409103 2023 19046 07-07-2023 27-06-2023 1409103 07-07-2023
Artikel 14 — Artikel 14 Vaststelling en verantwoording#
Artikel 14 Vaststelling en verantwoording 1 artikel 27 Indien de aanvraag voor een klein project ingevolgevoor subsidie in aanmerking komt, stelt de minister de subsidie direct vast binnen 22 weken na de sluiting van de desbetreffende aanvraagronde. 2 Regeling jaarverslaggeving onderwijs De verantwoording over de verstrekte subsidie geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig demet model G, onderdeel 1, zoals bedoeld in richtlijn 660 van de Raad voor de Jaarverslaggeving. 3 De penvoerder toont op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie verbonden zijn. 4 Als de activiteiten zijn uitgevoerd en aan de verplichtingen is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt. 2023 19046 07-07-2023 27-06-2023 1409103 2023 19046 07-07-2023 27-06-2023 1409103 07-07-2023
Artikel 15 — Artikel 15 Betaling#
Artikel 15 Betaling Het subsidiebedrag voor een klein project wordt ineens betaald. 2023 19046 07-07-2023 27-06-2023 1409103 2023 19046 07-07-2023 27-06-2023 1409103 07-07-2023
Artikel 16 — Artikel 16 Te subsidiëren activiteiten#
Artikel 16 Te subsidiëren activiteiten 1 artikel 3, eerste en derde lid De minister kan subsidie verstrekken aan de penvoerder van een samenwerkingsverband voor een groot project als bedoeld in. 2 Een groot project is gericht op de ontwikkeling en de realisatie van een LLO-oplossing. Subsidiabele activiteiten voor een groot project zijn: a. het doorlopen van het proces van vraagarticulatie, het ontwerpen, het ontwikkelen en testen van een LLO-oplossing; of b. het ontwerpen, het ontwikkelen en het testen van een LLO-oplossing op basis van een reeds gearticuleerde vraag; of c. het ontwikkelen en testen van een LLO-oplossing op basis van de projectuitkomsten van een eerder uitgevoerd klein project. 3 Het testen van een conceptversie van een eindproduct is proportioneel en staat in verhouding tot het doel van de test om de kwaliteit, uitvoerbaarheid en effectiviteit van de LLO-oplossing aan te tonen. 4 Het testen van een conceptversie van een eindproduct is ten hoogste driemaal subsidiabel. 2023 19046 07-07-2023 27-06-2023 1409103 2023 19046 07-07-2023 27-06-2023 1409103 07-07-2023
Artikel 17 — Artikel 17 Cofinanciering#
Artikel 17 Cofinanciering 1 Het door de minister te verlenen subsidiebedrag bedraagt ten hoogste 75% van de begrote kosten voor de subsidiabele activiteiten. 2 De subsidieontvanger bekostigt ten minste 25% van de subsidiabele activiteiten door middel van cofinanciering. De cofinanciering kan worden ingebracht door iedere partij die deelneemt aan het samenwerkingsverband, met uitzondering van de deelnemende publieke opleiders. 3 De cofinanciering bestaat uit een bijdrage in geld, of uit een op economische waarde bepaalbare bijdrage die noodzakelijk is voor de ontwikkeling van de LLO-oplossing waarvoor de subsidie is aangevraagd. 2023 19046 07-07-2023 27-06-2023 1409103 2023 19046 07-07-2023 27-06-2023 1409103 07-07-2023
Artikel 18 — Artikel 18 Subsidieaanvraag groot project#
Artikel 18 Subsidieaanvraag groot project artikel 6, vijfde lid In aanvulling op het aanvraagformulier, bedoeld in, dient de penvoerder die subsidie aanvraagt voor een groot project de volgende documenten in: a. artikel 19 een visiedocument als bedoeld in; b. artikel 20 een activiteitenplan als bedoeld in; c. artikel 21 een begroting als bedoeld in; d. artikel 22 een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in; en e. een samenvatting van de aanvraag die openbaar gemaakt kan worden. f. 2023 19046 07-07-2023 27-06-2023 1409103 2023 19046 07-07-2023 27-06-2023 1409103 07-07-2023
Artikel 19 — Artikel 19 Visiedocument#
Artikel 19 Visiedocument 1 In het visiedocument beschrijft het samenwerkingsverband de visie op het oplossen van een of meerdere competentieknelpunten in het kader van de energie- en grondstoffentransitie binnen een regio of sector. 2 Het visiedocument bevat in ieder geval: a. een beschrijving van de regio of sector waar de samenwerking zich op richt met een overzicht van de relevante partijen die daarbinnen actief zijn; b. een beschrijving van de competentieknelpunten in het kader van de energie- en grondstoffentransitie op de arbeidsmarkt binnen de regio of sector waar het samenwerkingsverband zich op richt; c. een analyse waaruit blijkt in welke mate het huidige LLO aanbod de vraag dekt die voortkomt uit de beschreven competentieknelpunten; d. een beschrijving van de samenstelling van het samenwerkingsverband en de overwegingen die bij het samenstellen daarvan een rol hebben gespeeld; e. een beschrijving van de ambities van het samenwerkingsverband met het project qua bereik voor werkenden, werkzoekenden en werkgevers en andere stakeholders; f. een beschrijving van de bijdrage die het samenwerkingsverband wil leveren aan de energie- en grondstoffentransitie en het versterken van het LLO-ecosysteem. 2023 19046 07-07-2023 27-06-2023 1409103 2023 19046 07-07-2023 27-06-2023 1409103 07-07-2023
Artikel 20 — Artikel 20 Activiteitenplan#
Artikel 20 Activiteitenplan artikel 3.4 van de Kaderregeling In voorkomend geval in aanvulling op, bevat het activiteitenplan in ieder geval: a. een projectbeschrijving met de projectdoelstellingen in relatie tot het visiedocument; b. een beschrijving van de projectorganisatie met een verdeling van de taken tussen de partijen van het samenwerkingsverband waarmee aannemelijk wordt gemaakt dat de partijen in staat zijn het voorstel binnen de gestelde tijd uit te voeren; c. een activiteitenplanning met een uitgewerkt overzicht van realiseerbare activiteiten in het eerste jaar van de projectperiode en dat bestaat uit fasering, mijlpalen en beoogde tussentijdse resultaten en indien van toepassing, een globaal overzicht van realiseerbare activiteiten voor de overige jaren van de projectperiode, bestaande uit fasering, mijlpalen en beoogde eindresultaten; d. een beschrijving van de wijze waarop het samenwerkingsverband tot een model voor de LLO-oplossing komt om de beoogde LLO-oplossing kostendekkend, uitvoerbaar en schaalbaar in de praktijk te brengen; e. een beschrijving van de bijdrage van de LLO-oplossing waar het project zich op richt aan het oplossen van de competentieknelpunten in het kader van de energie-en grondstoffentransitie; f. een beschrijving van de lerende aanpak waarmee de voortgang en de uitkomsten van het project worden geëvalueerd en de aanpak indien nodig wordt bijgesteld; g. een beschrijving van de wijze waarop het samenwerkingsverband individuele resultaten van de deelnemers aan de LLO-oplossing inzichtelijk gaat maken; h. een analyse van de risico’s van het project en een beschrijving van de wijze waarop deze potentiële risico’s worden gemitigeerd; en i. een beschrijving van de wijze waarop het samenwerkingsverband na de subsidieperiode het project in de praktijk brengt en de activiteiten en resultaten verduurzaamt. 2023 19046 07-07-2023 27-06-2023 1409103 2023 19046 07-07-2023 27-06-2023 1409103 07-07-2023
Artikel 21 — Artikel 21 Begroting#
Artikel 21 Begroting 1 artikel 3.5 van de Kaderregeling De begroting bevat een overzicht van de kosten van de activiteiten, voorzien van een toelichting. Op de begroting isvan toepassing. 2 De begroting maakt inzichtelijk welk percentage cofinanciering wordt gerealiseerd voor de gehele projectperiode, waaruit cofinanciering bestaat, en hoe de inbreng van de cofinanciering is verdeeld over de partijen binnen het samenwerkingsverband. 3 Voor de begroting kan worden gekozen uit vier functies met een vast integraal uurtarief inclusief opslag voor overhead en administratie: a. secretarieel of administratief medewerker € 63; b. projectmedewerker € 86; c. projectleider, docent of onderzoeker € 108; d. (associate) practor, lector, of hoogleraar € 127. 4 De begroting wordt aangeleverd in het hiervoor door DUS-I beschikbaar gestelde format. 2023 19046 07-07-2023 27-06-2023 1409103 2023 19046 07-07-2023 27-06-2023 1409103 07-07-2023
Artikel 22 — Artikel 22 Samenwerkingsovereenkomst#
Artikel 22 Samenwerkingsovereenkomst 1 De samenwerking binnen het samenwerkingsverband voor een groot project wordt vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst. 2 De samenwerkingsovereenkomst wordt ondertekend door de partijen in het samenwerkingsverband. 3 In de samenwerkingsovereenkomst is in elk geval vastgelegd: a. de beoogde start- en einddatum van het project; b. dat de penvoerder middels een verklaring van de betrokken partijen in het samenwerkingsverband gemachtigd is om als penvoerder namens het samenwerkingsverband op te treden; c. wat elke partij in het samenwerkingsverband in het kader van co-makerschap inhoudelijk, organisatorisch dan wel financieel bijdraagt aan het project; d. dat het samenwerkingsverband een open netwerk is waarbij geïnteresseerde partijen in de regio of sector zich onder transparante en redelijke voorwaarden bij het samenwerkingsverband kunnen aansluiten; e. de financiële of bestuurlijke afspraken over de verduurzaming van de activiteiten en de samenwerking na afloop van het project, waarmee aannemelijk wordt gemaakt dat de ambities over het bereik onder werkgevers, werkenden en werkzoekenden gerealiseerd gaan worden; f. dat alle partijen in het samenwerkingsverband medewerking verlenen aan de verantwoording van de subsidie en aan de nakoming van de aan de subsidie verbonden verplichtingen, en dat alle gegevens die daarvoor noodzakelijk zijn op verzoek aan de penvoerder worden verstrekt. 2023 19046 07-07-2023 27-06-2023 1409103 2023 19046 07-07-2023 27-06-2023 1409103 07-07-2023
Artikel 23 — Artikel 23 Aanvullende verplichtingen#
Artikel 23 Aanvullende verplichtingen Aan de penvoerder die subsidie ontvangt voor een groot project, worden de volgende verplichtingen opgelegd: a. het project wordt afgerond binnen een termijn van ten hoogste vier kalenderjaren, gerekend vanaf het moment van subsidieverlening; b. de penvoerder van het samenwerkingsverband zendt jaarlijks een voortgangsrapportage aan de minister met gebruikmaking van het format dat daartoe door DUS-I beschikbaar is gesteld, voor de eerste keer een jaar na de datum van de subsidieverlening, gedurende de looptijd van het project aan de minister met uitzondering van het laatste jaar; c. de penvoerder zendt binnen 13 weken na de afronding van het project, doch uiterlijk binnen 13 weken na het einde van de in onderdeel a bedoelde termijn, een eindrapportage aan de minister met daarin een model van de LLO-oplossing, die is opgesteld met gebruikmaking van het format dat daartoe door DUS-I beschikbaar is gesteld; d. artikel 27, zesde lid indien sprake is van een subsidietoekenning als bedoeld in, is de penvoerder verplicht om binnen vier maanden na ontvangst van de beschikkingsbrief een rapportage aan de Minister te sturen waarin hij aantoont dat de in de beschikking gestelde verbeteringen zijn doorgevoerd, en voert hij een toelichtingsgesprek met de beoordelingscommissie over de rapportage en de voortgang van het project. De beoordelingscommissie adviseert vervolgens de Minister over continuering van het project; e. de penvoerder verleent gedurende de looptijd van de regeling op verzoek van de minister medewerking aan regionale of sectorale bijeenkomsten om aldaar de opgedane inzichten van het project toe te lichten; f. de penvoerder verleent gedurende vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening medewerking aan een evaluatie van de doeltreffendheid en de effecten van de aan hem verleende subsidie, voor zover medewerking redelijkerwijs van hem kan worden verlangd; g. de penvoerder voert met betrekking tot de financiering van en de kosten en inkomsten uit economische activiteiten een gescheiden boekhouding, indien de penvoerder naast niet-economische activiteiten ook economische activiteiten verricht; h. de activiteiten bevoordelen geen individuele ondernemingen; i. de penvoerder maakt alle resultaten van activiteiten voor eenieder zonder onderscheid kosteloos toegankelijk en kan hiervoor de standaardlicentie CC-BY-SA, versie 4.0 van Creative Commons hanteren; j. de penvoerder verleent opdrachten aan derden voor uitvoering van de activiteiten, of een deel daarvan, op basis van transparante criteria en tegen marktconforme tarieven en houdt zich aan de toepasselijke wet- en regelgeving; k. de administratie en de daartoe behorende bescheiden worden gedurende 10 jaren na de vaststelling van de subsidie bewaard. 2024 10795 29-03-2024 25-03-2024 1512135 2024 10795 29-03-2024 25-03-2024 1512135 30-03-2024
Artikel 24 — Artikel 24 Verlening en verantwoording#
Artikel 24 Verlening en verantwoording 1 artikel 27 Indien een aanvraag ingevolgevoor subsidie in aanmerking komt, verleent de minister de subsidie. De Minister besluit binnen 22 weken op de aanvragen voor grote projecten. 2 artikel 27, zesde lid artikel 23, onderdeel d In afwijking van het eerste lid besluit de Minister voor subsidieaanvragen die zijn toegekend met een aanvullende verplichting als bedoeld in, binnen 13 weken na ontvangst van de rapportage, bedoeld in, of het project alsnog als voldoende wordt beoordeeld. Indien de Minister op basis van de rapportage en het advies van de beoordelingscommissie op basis van het toelichtingsgesprek, het project als onvoldoende beoordeelt, kan de subsidieontvanger de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, niet voortzetten. De subsidieontvanger verantwoordt de niet-afgeronde activiteiten onder toepassing van het derde lid. 3 Regeling jaarverslaggeving onderwijs De verantwoording over de verleende subsidie geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig demet model G, onderdeel 2. 4 De penvoerder toont via een activiteitenverslag aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie verbonden zijn. 5 De subsidie wordt uitsluitend besteed aan de activiteiten waarvoor deze wordt verleend. Niet-bestede middelen worden teruggevorderd. 6 De Minister stelt de subsidie vast binnen een jaar na ontvangst van de jaarverslaggeving over het laatste jaar van de projectperiode. 2024 10795 29-03-2024 25-03-2024 1512135 2024 10795 29-03-2024 25-03-2024 1512135 30-03-2024
Artikel 25 — Artikel 25 Bevoorschotting en betaling#
Artikel 25 Bevoorschotting en betaling 1 De subsidie voor een groot project wordt ieder kwartaal bij voorschot verleend, waarbij het eerste voorschot 35% van de totale toegekende subsidie bedraagt en de overige voorschotten als gelijke delen van het resterende subsidiebedrag worden uitgekeerd. 2 artikel 27, zesde lid artikel 24, tweede lid In afwijking van het eerste lid, wordt voor een toegekende subsidie op een aanvraag met beoordeling bijna voldoende als bedoeld in, een voorschot toegekend van 20% van de totale toegekende subsidie. Na een positief besluit van de Minister op de rapportage, bedoeld in, wordt de resterende 80% van het toegekende subsidiebedrag bevoorschot in gelijke delen per kwartaal van de resterende subsidieperiode. 2024 10795 29-03-2024 25-03-2024 1512135 2024 10795 29-03-2024 25-03-2024 1512135 30-03-2024
Artikel 26 — Artikel 26 Beoordeling subsidieaanvragen#
Artikel 26 Beoordeling subsidieaanvragen 1 De minister stelt een onafhankelijke beoordelingscommissie in die is belast met het adviseren van de minister over de beoordeling en de rangschikking van de aanvragen. 2 Na de sluitingsdatum van de desbetreffende aanvraagperiode worden de ingediende volledige aanvragen, voor grote en voor kleine projecten afzonderlijk, beoordeeld door de beoordelingscommissie en voorzien van een advies aan de minister. 3 bijlage 1 De beoordelingscommissie beoordeelt de aanvragen aan de hand van het beoordelingskader dat is opgenomen alsbij deze regeling. 4 Aanvragen voor kleine projecten worden alleen schriftelijk beoordeeld als voldoende of onvoldoende. 5 Aanvragen voor grote projecten worden beoordeeld als voldoende, bijna voldoende of onvoldoende. 6 Aanvragen voor grote projecten die als voldoende zijn beoordeeld worden gerangschikt op basis van hun score zodanig dat een hoger toegekende puntenscore ook leidt tot een hogere rangschikking. 7 bijlage 1 Voor aanvragen van kleine en grote projecten geldt dat de minimale score voldoende moet zijn op elk van de inbedoelde criteria Impact, Kwaliteit en Verankering, om direct van een positief advies voorzien te worden. 8 bijlage 1 De beoordelingscommissie kan adviseren om aanvragen voor grote projecten die niet op elk van de inbedoelde criteria Impact, Kwaliteit en Verankering een voldoende scoren en waarbij het aannemelijk is dat het project met een extra kwaliteitsslag alsnog als voldoende kan worden beoordeeld, te beoordelen als bijna voldoende, waarbij de commissie adviseert over de verbeteringen die de subsidieaanvrager binnen uiterlijk vier maanden na ontvangst van de beschikking dient door te voeren om alsnog als voldoende te worden beoordeeld. 9 Aanvragen die zijn beoordeeld als bijna voldoende komen uitsluitend in aanmerking voor een positief advies en worden uitsluitend onderling gerangschikt, indien er na rangschikking van de als voldoende beoordeelde grote projectaanvragen nog budget resteert. 10 De beoordelingscommissie kent een hoger aantal punten toe naarmate de score op Impact, Kwaliteit en Verankering hoger is, blijkend uit: a. de kwaliteit van het visiedocument en de verbinding met de regio of sector waar de samenwerking zich op richt; b. de ambities van het project qua doelstellingen en bereik van werkgevers, werkenden en werkzoekenden en andere stakeholders; c. de kwaliteit van het samenwerkingsverband en het draagvlak waardoor het aannemelijk is dat de doelen van het project behaald worden; d. de kwaliteit van het activiteitenplan waardoor het project uitvoerbaar en haalbaar is; e. de kwaliteit van de begroting waaruit blijkt dat het project zo kostenefficiënt mogelijk wordt uitgevoerd en middelen effectief worden ingezet; f. er voldoende aandacht is voor de verduurzaming van de activiteiten, het versterken van het LLO-ecosysteem en de bijdrage aan de energie- en grondstoffentransitie. 11 Een toelichtingsgesprek met de beoordelingscommissie is een vast onderdeel bij de beoordelingsprocedure van een grote projectaanvraag. 2024 10795 29-03-2024 25-03-2024 1512135 2024 10795 29-03-2024 25-03-2024 1512135 30-03-2024
Artikel 27 — Artikel 27 Besluitvorming minister en verdeling subsidie#
Artikel 27 Besluitvorming minister en verdeling subsidie 1 De minister beoordeelt de aanvragen met kennisneming van het advies van de beoordelingscommissie. 2 artikel 5 Indien in een aanvraagronde bij toewijzing van alle door de minister als voldoende beoordeelde aanvragen voor een klein project, het desbetreffende subsidieplafond, bedoeld in, zou worden overschreden, bepaalt de minister de rangschikking van de aanvragen op basis van loting. 3 bijlage 1 De minister bepaalt de rangschikking van de als voldoende beoordeelde aanvragen voor grote projecten aan de hand van de kwaliteit van de aanvragen op basis van, en verdeelt het beschikbare bedrag op basis van deze rangschikking totdat het budget voor die aanvraagronde is uitgeput. 4 artikel 5 Indien de minister aan meerdere aanvragen een gelijk puntenaantal heeft toegekend, en het desbetreffende inbedoelde subsidieplafond ontoereikend is om alle gelijke gewaardeerde aanvragen te kunnen toewijzen, bepaalt de minister de rangschikking van deze aanvragen op basis van loting. 5 Indien in een aanvraagronde voor grote projecten budget resteert, maar een gerangschikt voorstel niet volledig te honoreren is, wordt aan de subsidieaanvrager voorgesteld met het nog resterende bedrag van het subsidiebudget zijn project in volledige of aangepaste vorm uit te voeren. Indien de betreffende aanvrager hiermee niet akkoord gaat wordt de aanvraag niet toegekend. 6 artikel 23, onderdeel d Indien in een aanvraagronde voor grote projecten na toepassing van het derde, vierde en vijfde lid van dit artikel budget resteert, kan de Minister de als bijna voldoende beoordeelde aanvragen toekennen met de aanvullende verplichting, bedoeld in. Ten aanzien van de rangschikking en toekenning van deze aanvragen zijn het derde, vierde en vijfde lid van overeenkomstige toepassing. 2024 10795 29-03-2024 25-03-2024 1512135 2024 10795 29-03-2024 25-03-2024 1512135 30-03-2024
Artikel 28 — Artikel 28 Inwerkingtreding en vervaldatum#
Artikel 28 Inwerkingtreding en vervaldatum 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van 7 juli 2023. 2 Deze regeling vervalt met ingang van 31 december 2026, met dien verstande dat zij van toepassing blijft ten aanzien van subsidies die op grond van deze regeling zijn verstrekt. 2023 19046 07-07-2023 27-06-2023 1409103 2023 19046 07-07-2023 27-06-2023 1409103 07-07-2023
Artikel 29 — Artikel 29 Citeertitel#
Artikel 29 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als Subsidieregeling LLO-Katalysator (LLO-oplossingen energie- en grondstoffentransitie 2023–2026). 2023 19046 07-07-2023 27-06-2023 1409103 2023 19046 07-07-2023 27-06-2023 1409103 07-07-2023
Artikel 26#
artikel 26, derde lid