Regeling van de Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs van 14 april 2023, nr. VO/37841750, houdende regels voor de subsidieverstrekking aan vestigingen van scholen voor het deelnemen aan het programma Ontwikkelkracht (Subsidieregeling Ontwikkelkracht)
- BWB-id
- BWBR0048123
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2023-05-03
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0048123
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2023/subsidieregeling-ontwikkelkracht
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2023/subsidieregeling-ontwikkelkracht/2023-05-03
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0048123&g=2023-05-03
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0048123&z=2026-06-06&g=2023-05-03
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0048123/2023-05-03
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2023/subsidieregeling-ontwikkelkracht
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: bevoegd gezag: artikel 1 van de WPO artikel 1 van de WPO BES artikel 1 van de WEC artikel 1.1 van de WVO 2020 bevoegd gezag als bedoeld in,,of; Caribisch Nederland: Bonaire, Saba en Sint Eustatius; co-creatielab: thematisch lab binnen het programma Ontwikkelkracht waarin onderwijsprofessionals en onderzoekers samenwerken aan (nieuwe) effectieve aanpakken voor onderwerpen waar op vestigingen grote behoefte aan is; co-creërende vestiging: vestiging die in een co-creatielab intensief meewerkt aan het ontwikkelen van effectieve aanpakken; deelnemende vestiging: vestiging die in een co-creatielab meewerkt aan het onderzoeken van (nieuwe) effectieve aanpakken, door een aanpak te implementeren en de resultaten te monitoren; DUS-I: Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen; evidence-informed interventie: wetenschappelijk bewezen aanpak of werkwijze die aantoonbaar bijdraagt aan onderwijsverbetering waarbij zowel kennis uit onderzoek als praktijkkennis is toegepast; expertleraar: leraar die bekwaam is in een evidence-informed interventie of inhoudelijk thema, hierbij gebruik maakt van inzichten uit wetenschappelijk onderzoek, die andere vestigingen helpt met evidence-informed werken op het eigen expertisegebied en die een opleiding tot expertleraar binnen het programma Ontwikkelkracht heeft gevolgd; expertschool: expertschool die deelneemt aan het programma Ontwikkelkracht en waar expertschoolleiders en/of expertleraren werkzaam zijn; expertschoolleider: schoolleider die bekwaam is in een evidence-informed interventie of inhoudelijk thema, met het schoolteam evidence-informed werkt en die een opleiding tot expertschoolleider binnen het programma Ontwikkelkracht heeft gevolgd en die vestigingen helpt met evidence-informed werken op het eigen expertisegebied; Kaderregeling: Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS ; minister: Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs; leertraject: traject waarin deelnemende onderwijsprofessionals begeleid of opgeleid worden in het toepassen en implementeren van een evidence-informed interventie; Nationaal Groeifonds: artikel 1 van de Tijdelijke wet Nationaal Groeifonds Nationaal Groeifonds als bedoeld in; onderwijsprofessional: artikel 1 van de WPO artikel 1 van de WPO BES artikel 1.1. van de WVO 2020 artikel 1 van de WEC lid van het personeel als bedoeld in,,of; onderzoeks- en verbetercultuur: cultuur die stimuleert dat alle betrokkenen, zowel intern als extern, zich richten op het definiëren en behalen van de gewenste onderwijskwaliteit door middel van een constructief-kritische houding en continu streven naar de daarvoor zo nodig vereiste kwaliteitsverbeteringen; primair onderwijs en primair onderwijs BES: artikel 1 van de WPO artikel 1 van de Wet op de expertisecentra artikel 1 van de WPO BES onderwijs dat gegeven wordt op een school of speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in, onderwijs dat gegeven wordt op een school of instelling als bedoeld in, of onderwijs dat gegeven wordt op een school als bedoeld in; programma Ontwikkelkracht: programma dat is gericht op het versterken van de kennisinfrastructuur en de onderzoeks- en verbetercultuur in het Nederlands funderend onderwijs; programmabureau: programmaorganisatie van het programma Ontwikkelkracht; RIO: Registratie Instellingen en Opleidingen; school: artikel 1.1 van de WVO 2020 artikel 1 van de WPO artikel 1 van de WEC artikel 1 van de WPO BES artikel 12.2.4 van de WEB uit ’s Rijks kas bekostigde school als bedoeld in,,ofmet inbegrip van een school voor voorbereidend beroepsonderwijs die deel uitmaakt van een verticale scholengemeenschap die van rechtswege is ontstaan na de omzetting op grond van; vestiging: artikel 1 van de WPO artikel 76a van de WEC artikel 4.13 van de WVO 2020 artikel 4.14 van de WVO 2020 artikel 4.16 van de WVO 2020 artikel 12.2.4 van de WEB hoofdvestiging of nevenvestiging van een school als bedoeld in, hoofdvestiging of nevenvestiging van een school als bedoeld, hoofdvestiging als bedoeld in, nevenvestiging als bedoeld inof tijdelijke nevenvestiging als bedoeld in, met inbegrip van een vestiging van een school voor voorbereidend beroepsonderwijs die deel uitmaakt van een verticale scholengemeenschap die van rechtswege is ontstaan na de omzetting op grond van; voortgezet onderwijs: artikel 1.1 van de WVO 2020 WVO 2020 onderwijs dat gegeven wordt op een school als bedoeld inof onderwijs dat gegeven wordt in Caribisch Nederland als bedoeld in de; WEB: Wet educatie en beroepsonderwijs ; WEC: Wet op de expertisecentra ; WPO: Wet op het primair onderwijs ; WPO BES: Wet primair onderwijs BES ; WVO 2020: Wet voortgezet onderwijs 2020 . 2023 12396 02-05-2023 14-04-2023 VO/37841750 2023 12396 02-05-2023 14-04-2023 VO/37841750 03-05-2023
Artikel 2 — Artikel 2 Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS Toepassing#
Artikel 2 Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS Toepassing Kaderregeling Deze regeling geldt in aanvulling op de. 2023 12396 02-05-2023 14-04-2023 VO/37841750 2023 12396 02-05-2023 14-04-2023 VO/37841750 03-05-2023
Artikel 3 — Artikel 3 Doel van de regeling en te subsidiëren activiteiten#
Artikel 3 Doel van de regeling en te subsidiëren activiteiten 1 De minister kan aan een bevoegd gezag subsidie verstrekken voor deelname aan activiteiten die worden ontwikkeld in het kader van het programma Ontwikkelkracht. 2 De subsidie kan worden aangevraagd voor één of meer van de volgende activiteiten: a. activiteiten in het kader van ‘leren en ontwikkelen’, waaronder wordt verstaan: 1°. het deelnemen aan een train-de-trainer-traject, begeleid door het programmabureau om expertleraar of expertschoolleider te worden; 2°. het deelnemen aan een onderzoeks- en verbetercultuurtraject; b. activiteiten in het kader van ‘creëren’, waaronder wordt verstaan: 1°. het deelnemen als een co-creërende vestiging in een co-creatielab; of 2°. het deelnemen als een deelnemende vestiging in een co-creatielab; 3 Een subsidieaanvraag kan niet betrekking hebben op: a. het door één en dezelfde vestiging deelnemen als co-creërende vestiging in een co- creatielab, alsmede als deelnemende vestiging in een co-creatielab; of b. het door één en dezelfde vestiging deelnemen aan een onderzoeks- en verbetercultuurtraject, alsmede het deelnemen aan een train-de-trainertraject; of c. het door één en dezelfde vestiging deelnemen aan een onderzoeks- en verbetercultuurtraject, alsmede als deelnemende of co-creërende vestiging in een co-creatielab. 2023 12396 02-05-2023 14-04-2023 VO/37841750 2023 12396 02-05-2023 14-04-2023 VO/37841750 03-05-2023
Artikel 4 — Artikel 4 Aanvraag subsidie#
Artikel 4 Aanvraag subsidie 1 Een bevoegd gezag dat subsidie wil aanvragen, voert voorafgaand aan de aanvraag een verkenningsgesprek met het programmabureau, met als doel de ontwikkelvraag van een vestiging of meerdere vestigingen te concretiseren en te verkennen of en zo ja bij welk onderdeel van het programma Ontwikkelkracht deze ontwikkelvraag aansluit. 2 artikel 3, tweede lid, onderdeel a, onder 2°, of onderdeel b onder 1° of 2° In aanvulling op het eerste lid voert een bevoegd gezag dat subsidie wil aanvragen voor één of meer van de activiteiten, bedoeld in, tevens ten minste een gesprek of gesprekken met de organisaties die de onderzoeks- en verbetercultuurtrajecten begeleiden of die een co-creatielab uitvoeren. 3 Een bevoegd gezag kan op basis van deze regeling voor meerdere vestigingen, doch in totaal niet meer dan vijf, een aanvraag indienen. 4 bijlage 1 Een subsidieaanvraag kan worden ingediend in de desbetreffende aanvraagperiodes, bedoeld in. 5 De subsidie wordt aangevraagd met het digitale aanvraagformulier dat daartoe op de website van DUS-I beschikbaar is gesteld. 6 Subsidieregeling verbetering basisvaardigheden Subsidieregeling verbetering basisvaardigheden voor scholen 2023 Subsidieregeling verbetering basisvaardigheden voor prioriteitsscholen 2023 Een bevoegd gezag kan geen aanvraag indienen voor een vestiging waarvoor het bevoegd gezag reeds subsidie is verstrekt op grond van de, de, of deen voor zover de activiteitenperiode nog niet is afgerond. 2023 12396 02-05-2023 14-04-2023 VO/37841750 2023 12396 02-05-2023 14-04-2023 VO/37841750 03-05-2023
Artikel 5 — Artikel 5 Aanvraagvereisten#
Artikel 5 Aanvraagvereisten artikel 3.4 van de Kaderregeling De aanvraag bestaat uit een activiteitenplan, waarin onverminderdten minste wordt opgenomen: a. artikel 3, tweede lid, onderdeel a, onder 1° indien subsidie wordt aangevraagd voor de activiteiten, bedoeld in: 1°. een onderbouwing met ondersteunend bewijs, zoals resultaten op teamniveau of leerlingniveau, dat de desbetreffende vestiging expertise heeft op een bepaald terrein binnen het gebied van het programma Ontwikkelkracht; 2°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de schoolleiding en het schoolbestuur van de vestiging betrokken zijn en zich committeren aan het traject; 3°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de vestiging een goede onderzoeks- en verbetercultuur in het schoolteam heeft; 4°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de vestiging evidence-informed werkt; b. artikel 3, tweede lid, onderdeel a, onder 2° indien subsidie wordt aangevraagd voor de activiteiten, bedoeld in: 1°. een onderbouwing die inzicht geeft in welke vraag de vestiging heeft op het gebied van het versterken van haar onderzoeks- en verbetercultuur; 2°. een ontwikkeldoel gericht op leerwinst; 3°. een uiteenzetting die inzicht geeft in welke personen op de vestiging betrokken zijn, op welke manier schoolleiding en schoolbestuur betrokken zijn en welke rol eenieder heeft; 4°. een onderbouwing waaruit blijkt dat sprake is van voldoende draagvlak op de vestiging voor deelname aan het traject, en dat de onderwijsprofessionals, de schoolleiding en het schoolbestuur van de vestiging betrokken zijn en zich committeren aan het traject; 5°. een onderbouwing waaruit blijkt dat voldoende tijd zal worden vrijgemaakt voor de leraren en schoolleiding op de vestiging voor deelname aan het traject; 6°. een onderbouwing die inzicht geeft in welke middelen schoolleiding en schoolbestuur eventueel moeten reserveren om materiele kosten te dekken die noodzakelijk zijn voor het traject en hoe zij deze beschikbaar stelt aan het team; 7°. een uiteenzetting die inzicht geeft in hoe op de vestiging het traject organisatorisch wordt vormgegeven; c. artikel 3, tweede lid, onderdeel b, onder 1° indien subsidie wordt aangevraagd voor de activiteiten, bedoeld in: 1°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de desbetreffende vestiging beschikt over expertise op het thema van het co-creatielab; 2°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de desbetreffende vestiging reeds succesvol werkt met evidence-informed aanpakken op het thema van het co-creatielab; 3°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de desbetreffende vestiging in staat zou zijn de pilotversie van een aanpak uit het co-creatielab te implementeren en mee te werken aan monitoring en evaluatie; 4°. een uiteenzetting die inzicht geeft in welke personen op de vestiging betrokken zijn, welke rol eenieder heeft en op welke manier schoolleiding en het schoolbestuur van de vestiging betrokken zijn en zich committeren aan het traject; 5°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de vestiging bereid is samen met andere vestigingen en onderzoekers te werken aan aanpakken op het thema van het desbetreffende co-creatielab; 6°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de vestiging aantoonbare ervaring heeft met samenwerking met wetenschappelijke onderzoekers. d. artikel 3, tweede lid, onderdeel b, onder 2° indien subsidie wordt aangevraagd voor de activiteiten, bedoeld in: 1°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de vestiging bereid is samen met andere vestigingen en onderzoekers te werken aan aanpakken op het thema van het desbetreffende co-creatielab; 2°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de desbetreffende vestiging bereid en in staat is om actief deel te nemen aan het traject van vraagarticulatie; 3°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de schoolleiding en het schoolbestuur van de vestiging betrokken zijn en zich committeren aan het traject. 2023 12396 02-05-2023 14-04-2023 VO/37841750 2023 12396 02-05-2023 14-04-2023 VO/37841750 03-05-2023
Artikel 6 — Artikel 6 Weigeringsgronden#
Artikel 6 Weigeringsgronden Een subsidieaanvraag wordt in ieder geval geweigerd: a. artikel 4, eerste lid indien het bevoegd gezag het gesprek of de gesprekken, bedoeld in, niet heeft gevoerd; b. artikel 3, derde lid indien de aanvraag niet voldoet aan het bepaalde in; c. artikel 3, tweede lid, onderdeel a, onder 2° indien de subsidieaanvraag betrekking heeft op de activiteiten, bedoeld in, en de vestiging reeds deelneemt aan een ander onderzoeks- en verbetercultuurtraject; d. Subsidieregeling verbetering basisvaardigheden Subsidieregeling verbetering basisvaardigheden voor scholen 2023 Subsidieregeling verbetering basisvaardigheden voor prioriteitsscholen 2023 indien het bevoegd gezag een aanvraag indient voor een vestiging waarvoor het bevoegd gezag reeds subsidie is verstrekt en voor zover de activiteitenperiode op grond van de, de, of denog niet is afgerond; e. artikel 3, tweede lid, onderdeel a, onder 1° en onderdeel b, onder 1° indien het bevoegd gezag een aanvraag indient voor de activiteiten bedoeld inen geen oordeel voldoende, afgegeven door de Inspectie van het Onderwijs, heeft. 2023 12396 02-05-2023 14-04-2023 VO/37841750 2023 12396 02-05-2023 14-04-2023 VO/37841750 03-05-2023
Artikel 7 — Artikel 7 Subsidieplafonds en maximaal aantal deelnemende vestigingen per jaar#
Artikel 7 Subsidieplafonds en maximaal aantal deelnemende vestigingen per jaar 1 Voor verstrekking van de subsidie is voor het schooljaar 2023/2024 in totaal een bedrag beschikbaar van € 1.969.856,– voor het primair onderwijs, primair onderwijs BES, voortgezet onderwijs en voortgezet onderwijs BES. 2 Per activiteit waarvoor subsidie kan worden aangevraagd zijn per schooljaar ten hoogste de volgende bedragen beschikbaar: a. artikel 3, tweede lid, onderdeel a, onder 1° € 228.960,– voor deelname aan de activiteiten als bedoeld in, waarbij in het schooljaar 2023/2024 ten hoogste vijf PO-vestigingen en vijf VO-vestigingen kunnen deelnemen; b. artikel 3, tweede lid, onderdeel a, onder 2° € 1.282.600,– voor deelname aan de activiteiten als bedoeld in, waarbij in het schooljaar 2023/2024 ten hoogste tien PO-vestigingen en tien VO-vestigingen deelnemen; c. artikel 3, tweede lid, onderdeel b, onder 1° € 333.316,– voor deelname aan de activiteiten als bedoeld in, waarbij in het schooljaar 2023/2024 voor ten hoogste twee vestigingen per co-creatielab en in totaal voor ten hoogste vier vestigingen subsidie kan worden verstrekt; d. artikel 3, tweede lid, onderdeel b, onder 2° € 124.980,– voor deelname aan de activiteiten als bedoeld in, waarbij in het schooljaar 2023/2024 voor ten hoogste vijftien vestigingen per co-creatielab en in totaal voor ten hoogste dertig vestigingen subsidie kan worden verstrekt. 3 De minister verdeelt de beschikbare bedragen in volgorde van binnenkomst van de aanvragen. 2023 12396 02-05-2023 14-04-2023 VO/37841750 2023 12396 02-05-2023 14-04-2023 VO/37841750 03-05-2023
Artikel 8 — Artikel 8 Subsidiebedrag#
Artikel 8 Subsidiebedrag 1 Het subsidiebedrag per PO-vestiging voor het schooljaar 2023/2024 is: a. artikel 3, tweede lid, onderdeel a, onder 1° € 19.716,– voor de activiteiten, bedoeld in; b. artikel 3, tweede lid, onderdeel a, onder 2° € 34.980,– voor de activiteiten als bedoeld in; c. artikel 3, tweede lid, onderdeel b, onder 1° € 83.329,– voor activiteiten als bedoeld in; d. artikel 3, tweede lid, onderdeel b, onder 2° € 4.166,– voor activiteiten als bedoeld in; 2 Het subsidiebedrag per VO-vestiging voor het schooljaar 2023/2024 is: a. artikel 3, tweede lid, onderdeel a, onder 1° € 26.076 voor de activiteiten, bedoeld in; b. artikel 3, tweede lid, onderdeel a, onder 2° € 93.280,– voor de activiteiten als bedoeld in; c. artikel 3, tweede lid, onderdeel b, onder 1° € 83.329,– voor activiteiten als bedoeld in; d. artikel 3, tweede lid, onderdeel b, onder 2° € 4.166,– voor activiteiten als bedoeld in. 2023 12396 02-05-2023 14-04-2023 VO/37841750 2023 12396 02-05-2023 14-04-2023 VO/37841750 03-05-2023
Artikel 9 — Artikel 9 Subsidieverplichtingen#
Artikel 9 Subsidieverplichtingen hoofdstuk 5 van de Kaderregeling In aanvulling opworden aan de subsidieontvanger de volgende verplichtingen opgelegd: a. De subsidieontvanger verstrekt informatie aan het programmabureau van het programma Ontwikkelkracht als daar om wordt gevraagd en werkt mee aan evaluaties en monitoring. b. De activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt worden uitgevoerd binnen de periode die de minister in de beschikking bepaalt. c. Per vestiging neemt per traject ten minste het volgend aantal onderwijsprofessionals per schooljaar deel: 1°. artikel 3, tweede lid, onderdeel a, onder 1° vijftien personen, indien het een PO-vestiging betreft, en vijfentwintig personen indien het een VO-vestiging betreft, voor het bijwonen van een cursus, bedoeld in, hiervan dienen ten minste zes personen het train-de-trainer-traject te volgen; 2°. artikel 3, tweede lid, onderdeel a, onder 2° vijftien personen, indien het een PO-vestiging betreft of veertig personen, indien het een VO-vestiging betreft, voor de activiteiten, bedoeld in, waarbij er één interne procesbegeleider wordt aangesteld per team van 4 tot 10 leraren voor het deelnemen aan het traject. Bij vestigingen waar minder onderwijsprofessionals werken dan vijftien personen, indien het een PO-vestiging betreft of minder dan veertig, indien het een VO-vestiging betreft, dienen alle onderwijsprofessionals in het schoolteam deel te nemen aan de trajecten, met uitzondering van onderwijsprofessionals die een aanstelling hebben van minder dan één dag per week; 3°. artikel 3, tweede lid, onderdeel b, onder 1° twee personen voor de activiteiten, bedoeld in; 4°. artikel 3, tweede lid, onderdeel b, onder 2° één interne procesbegeleider voor de activiteiten, bedoeld in; d. De subsidieontvanger deelt actief zijn kennis met andere vestigingen. e. artikel 3, tweede lid, onderdeel a, onder 2° De subsidieontvanger die subsidie ontvangt voor activiteiten als bedoeld in, zendt jaarlijks vóór 1 oktober, een activiteitenverslag aan de minister. Hierin wordt verslag gedaan van de realisatie van de in het activiteitenplan genoemde activiteiten; f. artikel 3, tweede lid, onderdeel b, onder 1° en 2° De subsidieontvanger die subsidie ontvangt voor activiteiten als bedoeld in: 1°. werkt mee aan de monitoring van de implementatie van de aanpak en het in kaart brengen van de effecten; en 2°. draagt er zorg voor dat een leraar of intern procesbegeleider de implementatie begeleidt. 2023 12396 02-05-2023 14-04-2023 VO/37841750 2023 12396 02-05-2023 14-04-2023 VO/37841750 03-05-2023
Artikel 10 — Artikel 10 Vaststelling en verantwoording#
Artikel 10 Vaststelling en verantwoording 1 De subsidie wordt direct vastgesteld binnen 13 weken na indiening van de aanvraag. 2 Regeling jaarverslaggeving onderwijs model G Regeling jaarverslaggeving onderwijs BES De verantwoording van de subsidie geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig demet, onderdeel 1, zoals bedoeld in richtlijn 660 van de Raad voor de Jaarverslaggeving of overeenkomstig de. 3 De subsidieontvanger toont op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie verbonden zijn. In dit kader vindt in ieder geval een steekproefsgewijze controle door de minister plaats. 2023 12396 02-05-2023 14-04-2023 VO/37841750 2023 12396 02-05-2023 14-04-2023 VO/37841750 03-05-2023
Artikel 11 — Artikel 11 Betaling#
Artikel 11 Betaling De minister bepaalt het betaalritme van het subsidiebedrag in de beschikking. 2023 12396 02-05-2023 14-04-2023 VO/37841750 2023 12396 02-05-2023 14-04-2023 VO/37841750 03-05-2023
Artikel 12 — Artikel 12 Hardheidsclausule#
Artikel 12 Hardheidsclausule De minister kan één of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing daarvan, gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen, zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. 2023 12396 02-05-2023 14-04-2023 VO/37841750 2023 12396 02-05-2023 14-04-2023 VO/37841750 03-05-2023
Artikel 13 — Artikel 13 Inwerkingtreding en vervaldatum#
Artikel 13 Inwerkingtreding en vervaldatum 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 juni 2027, met dien verstande dat de regeling van toepassing blijft ten aanzien van de subsidies die op grond van de regeling zijn verstrekt. 2023 12396 02-05-2023 14-04-2023 VO/37841750 2023 12396 02-05-2023 14-04-2023 VO/37841750 03-05-2023
Artikel 14 — Artikel 14 Citeertitel#
Artikel 14 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Ontwikkelkracht. 2023 12396 02-05-2023 14-04-2023 VO/37841750 2023 12396 02-05-2023 14-04-2023 VO/37841750 03-05-2023
Artikel 4#
artikel 4, vierde lid