Regeling van de Minister voor Klimaat en Energie van 26 september 2023, nr. WJZ/ 36713828, houdende regels over de subsidiëring van de realisatie en exploitatie van productie-installaties voor waterstof (Subsidieregeling opschaling volledig hernieuwbare waterstofproductie via elektrolyse)
- BWB-id
- BWBR0048664
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken en Klimaat
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2024-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0048664
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2023/subsidieregeling-opschaling-volledig-hernieuwbare-waterstofp
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2023/subsidieregeling-opschaling-volledig-hernieuwbare-waterstofp/2024-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0048664&g=2024-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0048664&z=2026-06-06&g=2024-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0048664/2024-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2023/subsidieregeling-opschaling-volledig-hernieuwbare-waterstofp
Artikel 1.1 — Artikel 1.1 (begripsbepalingen)#
Artikel 1.1 (begripsbepalingen) In deze regeling wordt verstaan onder: aansluiting: artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Elektriciteitswet 1998 aansluiting als bedoeld in; directe lijn: artikel 1, eerste lid, onderdeel ar, van de Elektriciteitswet 1998 directe lijn als bedoeld in; direct gekoppelde waterstofproductie-installatie: artikel 2.2, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1° waterstofproductie-installatie als bedoeld in; dubbelgekoppelde waterstofproductie-installatie: artikel 2.2, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 3° waterstofproductie als bedoeld in; elektriciteitsnet: artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van de Elektriciteitswet 1998 net als bedoeld in; exploitatiesubsidiebedrag: artikel 6.4 bedrag van het exploitatiesubsidiedeel overeenkomstig; exploitatiesubsidiedeel: artikel 2.1, onderdeel b subsidiedeel als bedoeld; garantie van oorsprong voor duurzame elektriciteit: artikel 1, eerste lid, onderdeel x, van de Elektriciteitswet 1998 garantie van oorsprong voor duurzame elektriciteit als bedoeld in; garantie van oorsprong voor hernieuwbare waterstof: artikel 1, eerste lid, van de Wet implementatie EU-richtlijn hernieuwbare energie voor garanties van oorsprong garantie van oorsprong voor ander gas uit hernieuwbare bronnen, zijnde waterstof, als bedoeld in; investeringssubsidiebedrag: artikelen 5.2 5.3 bedrag van het investeringssubsidiedeel overeenkomstig deen; investeringssubsidiedeel: artikel 2.1, onderdeel a subsidiedeel als bedoeld in; kleine onderneming: Verordening (EU) nr. 651/2014 kleine onderneming als bedoeld in bijlage I bijvan de Europese Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard; middelgrote onderneming: Verordening (EU) nr. 651/2014 middelgrote onderneming als bedoeld in bijlage I bijvan de Europese Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard; Minister: Minister voor Klimaat en Energie; netbeheerder: artikel 1, eerste lid, onderdeel k, van de Elektriciteitswet 1998 netbeheerder als bedoeld in; netgekoppelde waterstofproductie-installatie: artikel 2.2, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2° waterstofproductie-installatie als bedoeld in; nominaal elektrisch inputvermogen van de elektrolyser: door de leverancier aangegeven maximale elektrische vermogen in MW van de elektrolyser dat onder nominale condities kan worden benut voor de productie van waterstof bij continu gebruik; onderneming: iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van financiering, die een economische activiteit uitoefent; productieprijs van volledig hernieuwbare waterstof: artikel 6.11 productieprijs van volledig hernieuwbare waterstof overeenkomstig; richtlijn (EU) 2018/2001: richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (PbEU 2018, L 328); gedelegeerde verordening (EU) 2023/1184: verordening (EU) 2023/1184 Richtlijn (EU) 2018/2001 gedelegeerdevan de Commissie van 10 februari 2023 ter aanvulling vanvan het Europees Parlement en de Raad door de bepaling van een gemeenschappelijke Uniemethode die voorziet in gedetailleerde regels voor de productie van hernieuwbare vloeibare en gasvormige transportbrandstoffen van niet-biologische oorsprong (PbEU L 157/11); gedelegeerde verordening (EU) 2023/1185: verordening (EU) 2023/1185 Richtlijn (EU) 2018/2001 gedelegeerdevan de Commissie van 10 februari 2023 tot aanvulling vanvan het Europees Parlement en de Raad door de vaststelling van een minimumdrempel voor broeikasgasemissiereducties door brandstoffen op basis van hergebruikte koolstof en door de methode te specificeren voor de beoordeling van broeikasgasemissiereducties door hernieuwbare vloeibare en gasvormige transportbrandstoffen van niet-biologische oorsprong en door brandstoffen op basis van hergebruikte koolstof (PbEU L 157/20); waterstofproductie-installatie: productie-installatie voor het produceren van waterstof, bestaande uit een elektrolyser en de voor de productie van waterstof benodigde randapparatuur. 2023 29605 27-10-2023 24-10-2023 WJZ/38012016 2023 29605 27-10-2023 24-10-2023 WJZ/38012016 28-10-2023 Abusievelijk geeft de Staatscourant een wijzigingsopdracht voor
artikel 1 in plaats van artikel 1.1.
Artikel 2.1 — Artikel 2.1 (verstrekken van subsidie)#
Artikel 2.1 (verstrekken van subsidie) De Minister verstrekt op aanvraag aan een onderneming subsidie bestaande uit: a. een subsidiedeel voor de realisatie van een waterstofproductie-installatie; en b. een subsidiedeel voor de productie van volledig hernieuwbare waterstof met die waterstofproductie-installatie. 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 30-09-2023
Artikel 2.2 — Artikel 2.2 (criteria)#
Artikel 2.2 (criteria) 1 De subsidie wordt uitsluitend verstrekt indien: a. het nominale elektrische inputvermogen van de elektrolyser minimaal 0,5 MW en maximaal 50 MW is; b. de volledig hernieuwbare waterstof wordt geproduceerd door elektrolyse van water tot zuurstof en waterstof; c. de broeikasgasemissiereductie van het totaal aan de geproduceerde volledig hernieuwbare waterstof en waterstof die niet volledig hernieuwbaar is samen ten minste 70% is gedurende de periode die het exploitatiesubsidiedeel beslaat in het geval ook waterstof die niet volledig hernieuwbaar is, wordt geproduceerd; en d. de waterstofproductie-installatie: 1°. met een directe lijn is gekoppeld aan een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit wind- of zonne-energie; 2°. met een aansluiting is gekoppeld aan het elektriciteitsnet; of 3°. zowel met een directe lijn is gekoppeld aan een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit wind- of zonne-energie als met een aansluiting is gekoppeld aan het elektriciteitsnet. 2 verordening (EU) 2023/1185 Bij het aantonen dat wordt voldaan aan het eerste lid, onderdeel c, is voor de subsidieontvanger gedelegeerdevan overeenkomstige toepassing. 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 30-09-2023
Artikel 2.3 — Artikel 2.3 (volledig hernieuwbare waterstof)#
Artikel 2.3 (volledig hernieuwbare waterstof) 1 verordening (EU) 2023/1184 Indien de subsidie wordt verstrekt voor een direct gekoppelde waterstofproductie-installatie, wordt de geproduceerde waterstof voor de toepassing van deze regeling als volledig hernieuwbaar aangemerkt indien de subsidieontvanger voldoet aan de artikelen 3 en 8 van gedelegeerde. 2 Indien de subsidie wordt verstrekt voor een netgekoppelde waterstofproductie-installatie, wordt de geproduceerde waterstof voor de toepassing van deze regeling als volledig hernieuwbaar aangemerkt indien de subsidieontvanger: a. verordening (EU) 2023/1184 voldoet aan de artikelen 4 tot en met 8, 10 en 11 van gedelegeerde, waarbij de hernieuwbare stroomafnameovereenkomsten, bedoeld in de artikelen 5, 6 en 7, van die verordening betrekking hebben op de levering van hernieuwbare elektriciteit uit wind- of zonne-energie; en b. beschikt over het bewijs van afboeking van garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit. 3 Indien de subsidie wordt verstrekt voor een dubbelgekoppelde waterstofproductie-installatie, wordt de geproduceerde waterstof voor de toepassing van deze regeling als volledig hernieuwbaar aangemerkt indien de subsidieontvanger: a. verordening (EU) 2023/1184 voldoet aan de artikelen 3 tot en 8, 10 en 11 van gedelegeerde, waarbij de hernieuwbare stroomafnameovereenkomsten, bedoeld in de artikelen 5, 6 en 7, van die verordening betrekking hebben op de levering van hernieuwbare elektriciteit uit wind- of zonne-energie; en b. beschikt over het bewijs van afboeking van garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit. 4 De garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, en derde lid, onderdeel b, zijn uitgegeven voor productie-installaties voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit wind- of zonne-energie waarvoor hernieuwbare stroomafnameovereenkomsten als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, en derde lid, onderdeel a, zijn getekend. 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 30-09-2023
Artikel 2.4 — Artikel 2.4 (subsidieplafond en openstellingstermijn)#
Artikel 2.4 (subsidieplafond en openstellingstermijn) 1 Het subsidieplafond bedraagt € 245.600.000. 2 Een aanvraag voor subsidie kan worden ingediend in de periode van donderdag 30 november 2023, 9:00 uur, tot donderdag 14 december 2023, 17:00 uur. 3 Per adres, of bij het ontbreken daarvan per kadastrale aanduiding, waarop de waterstofproductie-installatie wordt geplaatst, kan in de periode, bedoeld in het tweede lid, ten hoogste één aanvraag voor subsidie worden ingediend. 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 30-09-2023
Artikel 3.1 — Artikel 3.1 (verdeling subsidieplafond)#
Artikel 3.1 (verdeling subsidieplafond) 1 artikel 3.11 De Minister verdeelt het subsidieplafond in de volgorde van rangschikking van de aanvragen voor subsidie waarop niet met toepassing vanafwijzend wordt beslist. 2 De rangschikking vindt plaats op rangschikkingsbedrag waarbij geldt dat hoe lager het rangschikkingsbedrag van een aanvraag is, hoe hoger de aanvraag wordt gerangschikt, met inachtneming van het derde tot en met zesde lid. 3 Indien de hoogst gerangschikte aanvraag een direct gekoppelde waterstofproductie-installatie of een dubbelgekoppelde waterstofproductie-installatie betreft, is de tweede aanvraag in de rangschikking de aanvraag die het laagste rangschikkingsbedrag heeft van de aanvragen voor netgekoppelde waterstofproductie-installaties. 4 Indien de hoogst gerangschikte aanvraag een netgekoppelde waterstofproductie-installatie betreft, is de tweede aanvraag in de rangschikking de aanvraag die het laagste rangschikkingsbedrag heeft van alle aanvragen voor direct gekoppelde waterstofproductie-installaties en alle aanvragen voor dubbelgekoppelde waterstofproductie-installaties. 5 Indien blijkt dat twee of meer aanvragen in aanmerking komen als eerste of tweede in de rangschikking, bedoeld in het derde of vierde lid, stelt de Minister de onderlinge rangschikking van deze aanvragen vast met loting. 6 Op het moment dat het subsidieplafond zou worden overschreden door honorering van twee of meer aanvragen met hetzelfde rangschikkingsbedrag, stelt de Minister de onderlinge rangschikking van deze aanvragen vast met loting. 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 30-09-2023
Artikel 3.2 — Artikel 3.2 (rangschikkingsbedrag €/MW)#
Artikel 3.2 (rangschikkingsbedrag €/MW) 1 artikel 3.1 Het rangschikkingsbedrag, bedoeld in, is het aangevraagde subsidiebedrag in € per MW nominaal elektrisch inputvermogen van de elektrolyser. 2 Het rangschikkingsbedrag wordt berekend met de formule: rangschikkingsbedrag = (investeringssubsidiebedrag in € + het maximum exploitatiesubsidiebedrag in €) : nominaal elektrisch inputvermogen van de elektrolyser. 3 artikel 5.3, derde lid Bij het bepalen van het investeringssubsidiebedrag, bedoeld in het tweede lid, blijft een eventuele verhoging voor een kleine of middelgrote onderneming als bedoeld in, buiten beschouwing. 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 30-09-2023
Artikel 3.3 — Artikel 3.3 (gegevens aanvraag)#
Artikel 3.3 (gegevens aanvraag) 1 Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend bij de Minister met gebruikmaking van een middel dat door de Minister beschikbaar wordt gesteld. 2 De aanvraag bevat in ieder geval: a. de naam, het adres en het rekeningnummer van de subsidieaanvrager; b. het adres, of bij het ontbreken daarvan de kadastrale aanduiding, waarop de waterstofproductie-installatie wordt geplaatst; c. de periode die het exploitatiesubsidiedeel zal beslaan, bestaande uit ten minste zeven en ten hoogste vijftien achtereenvolgende, hele jaren; d. een projectplan waarin is opgenomen: 1°. de activiteiten ter realisatie van de waterstofproductie-installatie met ten minste drie mijlpalen en een tijdschema met de geplande startdatum van de activiteiten en de geplande datum waarop de waterstofproductie-installatie zal zijn gerealiseerd; 2°. artikel 5.4 een begroting, per component, van de subsidiabele kosten, bedoeld in; e. indien van toepassing: gegevens waarmee de subsidieaanvrager kan aantonen dat hij een kleine of middelgrote onderneming is. 3 titel 16.2 van de Wet milieubeheer Bij de aanvraag vermeldt de subsidieaanvrager of voor hem opbrengsten of vermeden kosten voortvloeien uit het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten, bedoeld in. 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 30-09-2023
Artikel 3.4 — Artikel 3.4 (gegevens subsidieparameters)#
Artikel 3.4 (gegevens subsidieparameters) 1 Bij een aanvraag voor subsidie wordt vermeld: a. het nominale elektrische inputvermogen van de elektrolyser; b. het investeringssubsidiebedrag; c. het maximum exploitatiesubsidiebedrag; d. de totale hoeveelheid te produceren volledig hernieuwbare waterstof in kg in de periode die het exploitatiesubsidiedeel zal beslaan; e. de totale hoeveelheid te produceren waterstof die niet volledig hernieuwbaar is in kg in de periode die het exploitatiesubsidiedeel zal beslaan; f. de productieprijs van volledig hernieuwbare waterstof. 2 De aanvraag gaat vergezeld van de technische specificatie van de leverancier van de elektrolyser waarop het nominale elektrische inputvermogen van de elektrolyser is aangegeven. 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 30-09-2023
Artikel 3.5 — Artikel 3.5 (vergunningen)#
Artikel 3.5 (vergunningen) 1 Omgevingswet De aanvraag voor subsidie gaat vergezeld van de vergunningen die krachtens denoodzakelijk zijn voor de waterstofproductie-installatie. 2 Omgevingswet Indien sprake is van een direct gekoppelde waterstofproductie-installatie of dubbelgekoppelde waterstofproductie-installatie, gaat de aanvraag vergezeld van de vergunning die voor een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit wind- of zonne-energie krachtens denoodzakelijk is, tenzij die productie-installatie al gebouwd is op de datum waarop de aanvraag is ingediend. 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 3.1 van de
Invoeringswet Omgevingswet in werking treedt.
Artikel 3.6 — Artikel 3.6 (haalbaarheidsstudie)#
Artikel 3.6 (haalbaarheidsstudie) 1 Een aanvraag voor subsidie gaat vergezeld van een haalbaarheidsstudie. 2 De haalbaarheidsstudie bevat in ieder geval: a. een omschrijving van de waterstofproductie-installatie; b. een waterstofopbrengstberekening met de verwachte hoeveelheid te produceren volledig hernieuwbare en de verwachte hoeveelheid waterstof die niet volledig hernieuwbaar is per kalenderjaar in de periode die het exploitatiesubsidiedeel beslaat; c. een financieringsplan voor de investering in de waterstofproductie-installatie; d. inzicht in het eigen vermogen van de subsidieaanvrager; e. een exploitatieberekening met de verwachte kosten en opbrengsten van de waterstofproductie-installatie; f. een intentieverklaring van een financier voor de financiering van de investering in de waterstofproductie-installatie, indien: 1°. het eigen vermogen, anders dan het aangevraagde investeringssubsidiedeel, minder dan 20% van de kosten van de investering in de waterstofproductie-installatie bedraagt; of 2°. artikel 2.4, tweede lid de subsidieaanvrager meer dan één aanvraag heeft ingediend in de periode voor het aanvragen van subsidie, genoemd in, en het eigen vermogen, anders dan het aangevraagde investeringssubsidiedeel, minder dan 20% van de totale kosten van de investeringen in de waterstofproductie-installaties bedraagt. 3 De exploitatieberekening, bedoeld in het tweede lid, onderdeel e, bevat: a. een specificatie van de investeringskosten per component van de waterstofproductie-installatie; b. artikel 9.7.3.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer een overzicht van de kosten en baten van de exploitatie van de waterstofproductie-installatie, waarbij gedurende de periode die het exploitatiesubsidiedeel zal beslaan geen rekening wordt gehouden met toekomstige inkomsten uit hernieuwbare brandstofeenheden als bedoeld in; c. een berekening van het financiële rendement van de investering gedurende de levensduur van de waterstofproductie-installatie, waarbij wordt uitgegaan van een levensduur van ten hoogste vijftien jaar. 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 30-09-2023
Artikel 3.7 — Artikel 3.7 (toestemming eigenaar locatie)#
Artikel 3.7 (toestemming eigenaar locatie) 1 Indien een aanvraag voor subsidie betrekking heeft op een waterstofproductie-installatie op een locatie waarvan de subsidieaanvrager niet de eigenaar is, gaat de aanvraag vergezeld van de toestemming van de eigenaar of eigenaren voor het plaatsen en in gebruik hebben van de waterstofproductie-installatie op die locatie gedurende de periode waarvoor subsidie wordt aangevraagd. 2 De toestemming van de eigenaar of eigenaren wordt overgelegd met gebruikmaking van een middel dat door de Minister beschikbaar wordt gesteld. 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 30-09-2023
Artikel 3.8 — Artikel 3.8 (transportindicatie elektriciteit)#
Artikel 3.8 (transportindicatie elektriciteit) 1 Een aanvraag voor subsidie voor een netgekoppelde waterstofproductie-installatie of een dubbelgekoppelde waterstofproductie-installatie gaat vergezeld van een verklaring van een netbeheerder over de beschikbaarheid van transportcapaciteit voor de waterstofproductie-installatie. 2 De verklaring wordt overgelegd met gebruikmaking van een middel dat door de Minister beschikbaar wordt gesteld. 3 De verklaring is niet langer dan drie maanden voorafgaand aan het indienen van de aanvraag afgegeven. 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 30-09-2023
Artikel 3.9 — Artikel 3.9 (toestemming informatieverstrekking gemandateerden)#
Artikel 3.9 (toestemming informatieverstrekking gemandateerden) 1 Een aanvraag gaat vergezeld van een verklaring dat de subsidieaanvrager ermee instemt dat de informatie over de waterstofproductie-installatie die hij bij de aanvraag heeft verstrekt en de informatie over de waterstofproductie-installatie die in de beschikking tot subsidieverlening is opgenomen, door de Minister wordt verstrekt aan: a. artikel 74 van de Elektriciteitswet 1998 de door de Minister op grond vangemandateerde niet-ondergeschikte; en b. artikel 3, vierde lid, van de Wet implementatie EU-richtlijn hernieuwbare energie voor garanties van oorsprong de op grond vangemandateerde niet-ondergeschikte. 2 artikel 5 artikel 9 van de Regeling garanties van oorsprong en certificaten van oorsprong De aanvraag gaat vergezeld van een verklaring dat de subsidieaanvrager ermee instemt dat de aan de Minister verstrekte meetgegevens, bedoeld inof, door de Minister worden gebruikt voor de berekeningen op grond van deze regeling. 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 30-09-2023
Artikel 3.10 — Artikel 3.10 (beslistermijn aanvraag subsidie)#
Artikel 3.10 (beslistermijn aanvraag subsidie) 1 artikel 2.4, tweede lid De Minister beslist op een aanvraag voor subsidie binnen dertien weken na de laatste dag van de periode voor het aanvragen van de subsidie, genoemd in. 2 De termijn van dertien weken kan eenmaal met ten hoogste dertien weken worden verlengd. 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 30-09-2023
Artikel 3.11 — Artikel 3.11 (afwijzingsgronden)#
Artikel 3.11 (afwijzingsgronden) 1 De Minister beslist afwijzend op een aanvraag voor subsidie indien: a. de aanvraag niet voldoet aan de bij deze regeling gestelde bepalingen; b. de elektrolyser al eerder in gebruik is geweest; c. de aangevraagde periode die het exploitatiesubsidiedeel zal beslaan, korter is dan zeven of langer dan vijftien achtereenvolgende, hele jaren; d. het onaannemelijk is dat de waterstofproductie-installatie in gebruik wordt genomen binnen vier jaar na subsidieverlening; e. het onaannemelijk is dat de waterstofproductie-installatie in de hele periode die het exploitatiesubsidiedeel beslaat, in gebruik is; f. het onaannemelijk is dat de realisatie of exploitatie van de waterstofproductie-installatie: 1°. uitvoerbaar is; 2°. technisch haalbaar is; 3°. financieel haalbaar is; 4°. economisch haalbaar is; g. artikel 2.3 het onaannemelijk is dat zal worden voldaan aan de eisen die gelden om waterstof als volledig hernieuwbaar aan te merken, bedoeld in; h. het onaannemelijk is dat de broeikasgasemissiereductie van het totaal aan de geproduceerde hernieuwbare waterstof en waterstof die niet volledig hernieuwbaar is samen ten minste 70% bedraagt gedurende de periode die het exploitatiesubsidiedeel beslaat, in het geval ook waterstof zal worden geproduceerd die niet volledig hernieuwbaar is; i. artikel 3.5 één of meer vergunningen die zijn vereist op grond vanniet zijn verleend; j. onomkeerbare investeringsverplichtingen voor de realisatie van de waterstofproductie-installatie zijn aangegaan voor de datum waarop de aanvraag is ingediend; k. met de in het projectplan opgenomen activiteiten is gestart voor de datum waarop de aanvraag is ingediend; l. het aannemelijk is dat realisatie of exploitatie van de waterstofproductie-installatie ook zonder belangrijke vertraging zouden worden verricht zonder de subsidie; m. de financiële haalbaarheid van de realisatie of exploitatie van de waterstofproductie-installatie afhankelijk is van andere, nog te verkrijgen subsidies; n. Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie op grond van hetal subsidie is verstrekt voor de productie van waterstof met de waterstofproductie-installatie; o. het aangevraagde subsidiebedrag in € per kg te produceren volledig hernieuwbare waterstof hoger is dan € 9/kg. 2 Het aangevraagde subsidiebedrag in € per kg te produceren volledig hernieuwbare waterstof, bedoeld in het eerste lid, onderdeel o, wordt berekend met de formule: aangevraagd subsidiebedrag = (aangevraagde investeringssubsidiebedrag in € : aangevraagde totale hoeveelheid te produceren volledig hernieuwbare waterstof in kg in de periode die het exploitatiesubsidiedeel zal beslaan) + (aangevraagde productieprijs van volledig hernieuwbare waterstof in € per kg – € 1,7600 per kg waterstof). 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 30-09-2023
Artikel 3.12 — Artikel 3.12 (toets passende stimulering)#
Artikel 3.12 (toets passende stimulering) De Minister kan al ontvangen of genoten overheidssteun of in de toekomst te ontvangen of te genieten overheidssteun voor de realisatie van de waterstofproductie-installatie of voor de productie van volledig hernieuwbare waterstof in mindering brengen op de subsidie die op grond van deze regeling wordt verstrekt, indien die steun er toe leidt dat de totale voor de waterstofproductie-installatie verleende overheidssteun meer bedraagt dan is toegestaan op grond van de verplichtingen die voor de Staat gelden krachtens een verdrag. 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 30-09-2023
Artikel 3.13 — Artikel 3.13 (transparantiebepaling)#
Artikel 3.13 (transparantiebepaling) De Minister maakt binnen zes maanden na de subsidieverlening de informatie bekend over de steunverlening, bedoeld in paragraaf 3.2.1.14, onderdeel 58, aanhef en subonderdeel b, van de Richtsnoeren staatssteun ten behoeve van klimaat, milieubescherming en energie 2022 (PbEU 2022/C 80/01). 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 30-09-2023
Artikel 4.1 — Artikel 4.1 (certificaat volledig hernieuwbare waterstof en ≥ 70% broeikasgasemissiereductie)#
Artikel 4.1 (certificaat volledig hernieuwbare waterstof en ≥ 70% broeikasgasemissiereductie) 1 De subsidieontvanger is vanaf de datum van ingebruikname van de waterstofproductie-installatie tot aan de datum van de beschikking tot subsidievaststelling in het bezit van een geldig certificaat dat aantoont dat: a. de waterstofproductie-installatie zodanig is ontworpen en de elektriciteits- en waterstofstromen zodanig worden gemeten en geadministreerd dat aantoonbaar volledig hernieuwbare waterstof kan worden geproduceerd; b. artikel 2.3 de te produceren waterstof als volledig hernieuwbaar kan worden aangemerkt als bedoeld in; en c. artikel 2.2, eerste lid, onderdeel c indien met de waterstofproductie-installatie ook waterstof die niet volledig hernieuwbaar is zal worden geproduceerd, de broeikasgasemissiereductie van het totaal aan te produceren volledig hernieuwbare waterstof en waterstof die niet volledig hernieuwbaar is samen tenminste 70% is overeenkomstig. 2 richtlijn (EU) 2018/2001 Indien door de Europese Commissie twee of meer vrijwillige nationale of internationale systemen voor hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong zijn erkend op basis van artikel 30, vierde lid, van, is het certificaat opgesteld met een van deze vrijwillige nationale of internationale systemen. 3 richtlijn (EU) 2018/2001 Indien door de Europese Commissie minder dan twee vrijwillige nationale of internationale systemen voor hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong zijn erkend op basis van artikel 30, vierde lid, van, is het certificaat opgesteld met een erkend vrijwillig nationaal of internationaal systeem voor hernieuwbare gasvormige brandstoffen van niet-biologische oorsprong of met een vrijwillig nationaal of internationaal systeem voor hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong dat de vaststellingsprocedure door de Europese Commissie, bedoeld in artikel 30, vierde en vijfde lid, van die richtlijn doorloopt. 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 30-09-2023
Artikel 4.2 — Artikel 4.2 (verklaring volledig hernieuwbare waterstof en ≥ 70% broeikasgasemissiereductie)#
Artikel 4.2 (verklaring volledig hernieuwbare waterstof en ≥ 70% broeikasgasemissiereductie) 1 artikel 2.3 artikel 2.2, eerste lid, onderdeel c De subsidieontvanger zendt vanaf de datum van ingebruikname van de waterstofproductie-installatie tot aan de subsidievaststelling telkens binnen vijf maanden na afloop van ieder kalenderjaar aan de Minister een verklaring waaruit blijkt dat de geproduceerde volledig hernieuwbare waterstof voldoet aan de eisen die zien op volledige hernieuwbaarheid, bedoeld in, en dat, indien met de waterstofproductie-installatie ook waterstof wordt geproduceerd die niet volledig hernieuwbaar is, de broeikasgasemissiereductie van het totaal aan geproduceerde volledig hernieuwbare waterstof en waterstof die niet volledig hernieuwbaar is tenminste 70% is, bedoeld in. 2 De verklaring wordt overgelegd met gebruikmaking van een middel dat door de Minister beschikbaar wordt gesteld. 3 verordening (EU) 2023/1184 De verklaring bevat ten minste de informatie, bedoeld in artikel 8 van gedelegeerde, over het voorgaande kalenderjaar. 4 artikel 4.1, eerste lid De subsidieontvanger laat de verklaring verifiëren en ondertekenen door de instantie die het certificaat, bedoeld in, afgeeft. 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 30-09-2023
Artikel 4.3 — Artikel 4.3 (realisatie- en ingebruiknametermijn)#
Artikel 4.3 (realisatie- en ingebruiknametermijn) 1 De subsidieontvanger realiseert de waterstofproductie-installatie zo spoedig mogelijk na de beschikking tot subsidieverlening en neemt de waterstofproductie-installatie in gebruik zo spoedig mogelijk na realisatie maar uiterlijk binnen vier jaar na de beschikking tot subsidieverlening. 2 De subsidieontvanger realiseert de waterstofproductie-installatie in overeenstemming met het in de aanvraag opgenomen projectplan. 3 De subsidieontvanger heeft de waterstofproductie-installatie in gebruik volgens de gegevens, die zijn opgenomen in de aanvraag voor subsidie, tot aan de datum van de beschikking tot subsidievaststelling. 4 De subsidieontvanger stelt de Minister onverwijld op de hoogte van de datum dat hij waterstofproductie-installatie in gebruik neemt. 5 Zodra aannemelijk is dat vertraging in de realisatie of ingebruikname van de waterstofproductie-installatie zal optreden, stelt de subsidieontvanger de Minister hiervan onverwijld op de hoogte. 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 30-09-2023
Artikel 4.4 — Artikel 4.4 (ontheffing)#
Artikel 4.4 (ontheffing) 1 artikel 4.3, eerste lid De Minister kan op voorafgaand verzoek van de subsidieontvanger bij vertraging een ontheffing voor ten hoogste één jaar verlenen van de verplichting om de waterstofproductie-installatie binnen vier jaar na de beschikking tot subsidieverlening te realiseren of in gebruik te nemen, bedoeld in. 2 artikel 4.3, tweede of derde lid De Minister kan op voorafgaand verzoek van de subsidieontvanger bij essentiële wijzigingen van de realisatie van waterstofproductie-installatie ten opzichte van het projectplan of van de ingebruikname van de waterstofproductie-installatie ten opzichte van de gegevens, die zijn opgenomen in de aanvraag voor subsidie, een ontheffing verlenen van de verplichting, bedoeld in. 3 Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 30-09-2023
Artikel 4.5 — Artikel 4.5 (waterstofproductie-installatie in Nederland)#
Artikel 4.5 (waterstofproductie-installatie in Nederland) De waterstofproductie-installatie wordt in stand gehouden in Nederland, de territoriale zee of binnen de Nederlandse exclusieve economische zone. 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 30-09-2023
Artikel 4.6 — Artikel 4.6 (voortgangsverslag realisatie waterstofproductie-installatie)#
Artikel 4.6 (voortgangsverslag realisatie waterstofproductie-installatie) 1 De subsidieontvanger dient tot de datum dat de waterstofproductie-installatie is gerealiseerd, telkens één keer per kalenderjaar een voortgangsverslag in bij de Minister over de voortgang van de realisatie van de waterstofproductie-installatie. 2 Het voortgangsverslag bevat: a. een beschrijving van de ervaringen met de realisatie van de productie-installatie van waterstof; b. gegevens over de voortgang van de in het projectplan opgenomen activiteiten, inclusief de realisatie van de mijlpalen en het tijdschema. 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 30-09-2023
Artikel 4.7 — Artikel 4.7 (eindverslag realisatie waterstofproductie-installatie)#
Artikel 4.7 (eindverslag realisatie waterstofproductie-installatie) 1 De subsidieontvanger dient binnen dertien weken na de datum waarop de waterstofproductie-installatie in gebruik is genomen, een eindverslag in over de realisatie van de waterstofproductie-installatie. 2 Het eindverslag gaat vergezeld van: a. een beschrijving van de ervaringen met de realisatie van de waterproductie-installatie; b. een gespecificeerde opgave van de gemaakte en betaalde subsidiabele kosten per component als opgenomen in de begroting, waarbij deze kosten zijn berekend en gestaafd met bewijsstukken; c. een overzicht van de ontvangen inkomsten, waaronder al verstrekte subsidies op grond van een andere regeling dan op grond van deze regeling en overige steun voor de realisatie van de waterstofproductie-installatie; d. artikel 1 van de Wet op het accountantsberoep een nader vast te stellen product van een accountant als bedoeld in. 3 artikel 1 van de Wet op de omzetbelasting 1968 Het nader vast te stellen product, bedoeld in het tweede lid, onderdeel d, wordt opgesteld met gebruikmaking van een model dat door de Minister ter beschikking wordt gesteld, en dat in ieder geval een opgave van de investeringskosten die zijn gemaakt en betaald, een opgave van de verstrekte overige subsidies en steun en informatie over de in aftrek te brengen omzetbelasting, bedoeld inbevat. 4 Indien het een directgekoppelde waterstofproductie-installatie of een dubbelgekoppelde waterstofproductie-installatie betreft, gaat het eindverslag vergezeld van hernieuwbare stroomafnameovereenkomsten voor wind- of zonne-energie voor de elektriciteit die gedurende de eerste vijf jaar zal worden gebruikt voor de productie van volledig hernieuwbare waterstof. 5 Het eindverslag wordt ingediend met gebruikmaking van een middel dat door de Minister beschikbaar wordt gesteld. 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 30-09-2023
Artikel 4.8 — Artikel 4.8 (overzicht kosten en baten toets passende stimulering)#
Artikel 4.8 (overzicht kosten en baten toets passende stimulering) 1 artikel 3.12 De subsidieontvanger zendt de Minister binnen een jaar na de datum waarop de waterstofproductie-installatie in gebruik is genomen of op verzoek van de Minister, voor het bepalen of de totale verleende overheidssteun meer bedraagt dan is toegestaan op grond van de verplichtingen die voor de Staat gelden krachtens een verdrag, bedoeld in: a. een opgave van de gemaakte kosten van de realisatie van de waterstofproductie-installatie; b. een overzicht van de al ontvangen inkomsten, waaronder de al verstrekte subsidies op grond van een andere regeling dan op grond van deze regeling en overige steun, voor de realisatie of de exploitatie van de waterstofproductie-installatie; c. een overzicht van de nog te ontvangen inkomsten, waaronder nog te verstrekken subsidies op grond van een andere regeling dan op grond van deze regeling en overige steun, voor de realisatie of de exploitatie van de waterstofproductie-installatie; d. een overzicht van de overige kosten en baten van de exploitatie van de waterstofproductie-installatie; e. artikel 1 van de Wet op het accountantsberoep een nader vast te stellen product van een accountant als bedoeld in. 2 artikel 1 van de Wet op de omzetbelasting 1968 De gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden verstrekt met gebruikmaking van een middel dat door de Minister beschikbaar wordt gesteld, waarbij het nader vast te stellen product, bedoeld in onderdeel e, wordt opgesteld met gebruikmaking van een model dat door de Minister ter beschikking wordt gesteld, en dat in ieder geval een opgave van de investeringskosten die zijn gemaakt en betaald, een opgave van de verstrekte overige subsidies en steun en informatie over de in aftrek te brengen omzetbelasting, bedoeld inbevat. 3 De Minister kan de termijn van een jaar, bedoeld in het eerste lid, op verzoek van de subsidieontvanger één keer verlengen met ten minste zes weken en ten hoogste drie maanden. 4 De subsidieontvanger meldt wijzigingen van de al ontvangen en de nog te ontvangen inkomsten, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en c, die van invloed kunnen zijn op hoogte van de totale verleende overheidssteun, aan de Minister. 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 30-09-2023
Artikel 4.9 — Artikel 4.9 (voortgangsverslag productie waterstof)#
Artikel 4.9 (voortgangsverslag productie waterstof) 1 De subsidieontvanger dient vanaf de datum waarop de waterstofproductie-installatie in gebruik is genomen tot aan de subsidievaststelling, telkens één keer per twee kalenderjaren een voortgangsverslag in bij de Minister over de voortgang van de productie van de waterstof. 2 Een voorgangsverslag bevat: a. een beschrijving van de ervaringen met het produceren van waterstof met de waterstofproductie-installatie; b. gegevens over de hernieuwbaarheid van de elektriciteit die is ingezet voor het produceren van waterstof; c. monitorgegevens over de productie van waterstof en over het onderhoud en de eventuele uitval van de waterstofproductie-installatie. 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 30-09-2023
Artikel 4.10 — Artikel 4.10 (kennisverspreiding)#
Artikel 4.10 (kennisverspreiding) artikelen 4.6 4.9 artikel 4.7 De Minister kan de voortgangsverslagen, bedoeld in deen, en het eindverslag, bedoeld in, gebruiken voor openbare, brede verspreiding van de niet-bedrijfsgevoelige kennis en informatie die zijn opgedaan. 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 30-09-2023
Artikel 4.11 — Artikel 4.11 (overige gegevensverstrekking)#
Artikel 4.11 (overige gegevensverstrekking) 1 De subsidieontvanger deelt onverwijld de indiening bij de rechtbank van een verzoek tot faillietverklaring van hem, tot verlening van surseance van betaling aan hem of tot toepassing van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen over hem schriftelijk mee aan de Minister. 2 De subsidieontvanger deelt onverwijld schriftelijk aan de Minister mee zodra het aannemelijk is dat niet, niet tijdig of niet geheel zal worden voldaan aan verplichtingen die aan de subsidie zijn verbonden. 3 titel 16.2 van de Wet milieubeheer Indien voor de subsidieaanvrager opbrengsten of vermeden kosten gaan voortvloeien of niet meer voortvloeien uit het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten, bedoeld in, meldt hij dit onverwijld schriftelijk aan de Minister. 4 De subsidieontvanger verstrekt op verzoek aan de Minister alle overige bescheiden, gegevens of inlichtingen die nodig zijn voor een beslissing over de subsidie. 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 30-09-2023
Artikel 4.12 — Artikel 4.12 (evaluatieverplichting)#
Artikel 4.12 (evaluatieverplichting) De subsidieontvanger verleent tot en met vijf jaar na de beschikking tot subsidievaststelling medewerking aan een evaluatie door de Minister van de doeltreffendheid en de effecten van de subsidie, voor zover medewerking redelijkerwijs van hem kan worden verlangd. 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 30-09-2023
Artikel 5.1 — Artikel 5.1 paragraaf 5 (toepassingsbereik)#
Artikel 5.1 paragraaf 5 (toepassingsbereik) Deze paragraaf is van toepassing op het investeringssubsidiedeel. 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 30-09-2023
Artikel 5.2 — Artikel 5.2 (berekeningswijze investeringssubsidiebedrag)#
Artikel 5.2 (berekeningswijze investeringssubsidiebedrag) 1 artikel 5.4 Indien sprake is van een waterstofproductie-installatie waarvan het nominale elektrische inputvermogen van de elektrolyser groter is dan 0,5 MW en kleiner is dan 30 MW, is het bedrag van het investeringssubsidiedeel de som van de subsidiabele kosten van realisatie van de waterstofproductie-installatie, bedoeld in. 2 artikel 5.4 artikel 5.5 Indien sprake is van een waterstofproductie-installatie waarvan het nominale elektrische inputvermogen van de elektrolyser gelijk aan of groter is dan 30 MW en niet groter is dan 50 MW, is het bedrag van het investeringssubsidiedeel het verschil tussen de som van subsidiabele kosten van realisatie van de waterstofproductie-installatie, bedoeld in, en de kosten van realisatie van een stoommethaanreforminstallatie, bedoeld in. 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 30-09-2023
Artikel 5.3 — Artikel 5.3 (maximum investeringssubsidiebedrag)#
Artikel 5.3 (maximum investeringssubsidiebedrag) 1 Indien sprake is van een waterstofproductie-installatie waarvan het nominale elektrische inputvermogen van de elektrolyser groter is dan 0,5 MW en kleiner is dan 30 MW, bedraagt het investeringssubsidiebedrag: a. artikel 5.2, eerste lid ten hoogste 40% van de som van de subsidiabele kosten van realisatie van de waterstofproductie-installatie, bedoeld in; b. artikel 5.2, eerste lid indien voor de realisatie van de waterstofproductie-installatie al een subsidie is verstrekt op grond van een andere regeling dan op grond van deze regeling, ten hoogste 40% van de som van de subsidiabele kosten van realisatie van de waterstofproductie-installatie, bedoeld in, verminderd met de al verstrekte subsidie, met dien verstande dat in het geval de uitkomst van deze berekening negatief is, als investeringssubsidiebedrag € 0,00 wordt aangehouden. 2 Indien sprake is van een waterstofproductie-installatie waarvan het nominale elektrische inputvermogen van de elektrolyser gelijk aan of groter is dan 30 MW en niet groter is dan 50 MW, bedraagt het investeringssubsidiebedrag: a. artikel 5.2, tweede lid ten hoogste 40% van het verschil tussen de som van subsidiabele kosten van realisatie van de waterstofproductie-installatie en de kosten van realisatie van een stoommethaanreforminstallatie, bedoeld in; b. indien voor de realisatie van de waterstofproductie-installatie al een subsidie is verstrekt op grond van een andere regeling dan op grond van deze regeling, ten hoogste het verschil tussen: 1°. artikel 5.2, tweede lid 40% van het verschil tussen de som van subsidiabele kosten van realisatie van de waterstofproductie-installatie en de kosten van realisatie van een stoommethaanreforminstallatie, bedoeld in; en 2°. de al verstrekte subsidie, met dien verstande dat in het geval de uitkomst van deze berekening negatief is, als investeringssubsidiebedrag € 0,00 wordt aangehouden. 3 Het percentage van 40%, genoemd in het eerste en tweede lid, wordt verhoogd met: a. 20 procentpunten indien de subsidieaanvrager een kleine onderneming is; b. 10 procentpunten indien de subsidieaanvrager een middelgrote onderneming is. 2023 29605 27-10-2023 24-10-2023 WJZ/38012016 2023 29605 27-10-2023 24-10-2023 WJZ/38012016 28-10-2023
Artikel 5.4 — Artikel 5.4 (subsidiabele kosten realisatie waterstofproductie-installatie)#
Artikel 5.4 (subsidiabele kosten realisatie waterstofproductie-installatie) 1 Als subsidiabele kosten komen uitsluitend de kosten in aanmerking die nodig zijn voor de realisatie van de waterstofproductie-installatie. 2 Kosten die in ieder geval in aanmerking kunnen komen, zijn kosten van investeringen in: a. gronden en gebouwen; b. machines en apparatuur, waaronder batterijen met een maximaal vermogen van 1 MW per MW nominaal elektrisch inputvermogen van de elektrolyser en een maximale opslagcapaciteit van 2 MWh per MW nominaal elektrisch inputvermogen van de elektrolyser; c. een opslagvoorziening van de hoeveelheid waterstof in kg die de waterstofproductie-installatie in een periode van 24 uur kan produceren; d. materialen of hulpmiddelen; e. immateriële activa; f. aanleg van infrastructuur voor de verbinding van de waterstofproductie-installatie met het elektriciteitsnet en de waterstoftransportleidingen. 3 De volgende kosten komen niet in aanmerking: a. kosten van omzetbelasting die de subsidieaanvrager in aftrek kan brengen; b. kosten die de subsidieaanvrager heeft gemaakt voordat de aanvraag voor subsidie is ingediend. 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 30-09-2023
Artikel 5.5 — Artikel 5.5 (kosten realisatie stoommethaanreforminstallatie)#
Artikel 5.5 (kosten realisatie stoommethaanreforminstallatie) 1 De kosten van realisatie van een stoommethaanreforminstallatie in € worden berekend met de formule: kosten stoommethaanreforminstallatie = (€ 327.500 x nominaal elektrisch inputvermogen van de elektrolyser) x (gemiddeld aantal verwachte jaarlijkse vollasturen voor volledig hernieuwbare waterstof van de waterstofproductie-installatie : 8.000) 2 Het gemiddeld aantal verwachte jaarlijkse vollasturen, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend met de formule: gemiddeld aantal verwachte jaarlijkse vollasturen = verwacht gemiddeld jaarlijks elektriciteitsverbruik van de elektrolyser in de periode die het exploitatiesubsidiedeel zal beslaan : nominaal elektrisch inputvermogen van de elektrolyser. 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 30-09-2023
Artikel 5.6 — Artikel 5.6 (verstrekken voorschotten)#
Artikel 5.6 (verstrekken voorschotten) 1 De Minister verstrekt ambtshalve voorschotten. 2 De voorschotten worden telkens per kwartaal verstrekt voor de te maken kosten in dat kwartaal, waarbij: a. het eerste voorschot binnen twee weken na de start van de activiteiten wordt verstrekt; en b. de daaropvolgende voorschotten telkens binnen twee weken na de eerste dag van het kwartaal worden verstrekt. 3 Als de start van de activiteiten, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, geldt: a. 3.3, tweede lid, onderdeel d, subonderdeel 1° indien op de geplande startdatum, bedoeld in, de beschikking tot subsidieverlening al is verzonden: de startdatum in het projectplan; b. indien op de geplande startdatum de beschikking tot subsidieverlening nog niet is verzonden: de dag na verzending van de beschikking. 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 30-09-2023
Artikel 5.7 — Artikel 5.7 (berekeningswijze voorschotten)#
Artikel 5.7 (berekeningswijze voorschotten) 1 bijlage Een voorschot bedraagt 90% van het investeringssubsidiebedrag dat in het kwartaal voor subsidie in aanmerking komt en wordt berekend volgens de in deopgenomen werkwijze. 2 Indien de gemaakte subsidiabele kosten tussen twee mijlpalen meer dan 25% afwijken van subsidiabele kosten die zijn opgenomen in de begroting, meldt de subsidieontvanger dit onverwijld aan de Minister. 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 30-09-2023
Artikel 5.8 — Artikel 5.8 (bijstellen voorschotten)#
Artikel 5.8 (bijstellen voorschotten) 1 artikel 4.7 Binnen dertien weken na ontvangst van het eindverslag, bedoeld in, stelt de Minister het geheel van verstrekte voorschotten bij aan de hand van het eindverslag. 2 Indien blijkt dat het geheel van verstrekte voorschotten minder bedraagt dan 100% van de het investeringssubsidiebedrag, betaalt de Minister het te weinig betaalde bedrag binnen zes weken na de beschikking tot bijstelling van het voorschot aan de subsidieontvanger. 3 Indien blijkt dat het geheel van verstrekte voorschotten meer bedraagt dan 100% van het investeringssubsidiebedrag, vordert de Minister het teveel betaalde voorschot terug. 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 30-09-2023
Artikel 6.1 — Artikel 6.1 paragraaf 6 (toepassingsbereik)#
Artikel 6.1 paragraaf 6 (toepassingsbereik) Deze paragraaf is van toepassing op het exploitatiesubsidiedeel. 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 30-09-2023
Artikel 6.2 — Artikel 6.2 (gegevens beschikking subsidieverlening)#
Artikel 6.2 (gegevens beschikking subsidieverlening) In de beschikking tot subsidieverlening wordt in ieder geval opgenomen: a. de periode die het exploitatiesubsidiedeel beslaat; b. de productieprijs van volledig hernieuwbare waterstof; c. de totale hoeveelheid te produceren volledig hernieuwbare waterstof in kg in de periode die het exploitatiesubsidiedeel beslaat; d. de jaarlijkse gemiddelde hoeveelheid te produceren volledig hernieuwbare waterstof in kg, berekend met de formule: jaarlijkse gemiddelde hoeveelheid te produceren volledig hernieuwbare waterstof = totale hoeveelheid te produceren volledig hernieuwbare waterstof in kg, bedoeld in onderdeel c : periode die het exploitatiesubsidiedeel beslaat in kalenderjaren; e. de maandelijkse gemiddelde hoeveelheid te produceren volledig hernieuwbare waterstof in kg, berekend met de formule: maandelijkse gemiddelde hoeveelheid te produceren volledig hernieuwbare waterstof = jaarlijkse gemiddelde hoeveelheid te produceren volledig hernieuwbare waterstof, bedoeld in onderdeel d : 12. 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 30-09-2023
Artikel 6.3 — Artikel 6.3 (startdatum periode exploitatiesubsidiedeel)#
Artikel 6.3 (startdatum periode exploitatiesubsidiedeel) De periode die het exploitatiesubsidiedeel beslaat, start op de datum van ingebruikname van de waterstofproductie-installatie. 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 30-09-2023
Artikel 6.4 — Artikel 6.4 (berekeningswijze exploitatiesubsidiebedrag)#
Artikel 6.4 (berekeningswijze exploitatiesubsidiebedrag) 1 Met het bedrag van het exploitatiesubsidiedeel wordt het verschil tussen de productieprijs van volledig hernieuwbare waterstof en de gemiddelde kosten van het produceren van waterstof met een stoommethaanreforminstallatie geheel of gedeeltelijk gecompenseerd. 2 Het bedrag van het exploitatiesubsidiedeel is de som van de bedragen per kalenderjaar berekend over de periode die het exploitatiesubsidiedeel beslaat. 3 Het bedrag per kalenderjaar, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend volgens de formule: artikel 6.7 artikel 6.6 bedrag per kalenderjaar = (hoeveelheid geproduceerde volledig hernieuwbare waterstof in kg in dat kalenderjaar, inclusief de op grond vanaangemerkte volledig hernieuwbare waterstof uit een eerder kalenderjaar, tot ten hoogste de jaarlijkse gemiddelde hoeveelheid te produceren volledig hernieuwbare waterstof, inclusief de op grond vantoegevoegde te produceren volledig hernieuwbare waterstof) x (productieprijs van volledig hernieuwbare waterstof – definitieve correctiebedrag voor dat kalenderjaar). 4 Indien de productieprijs van volledig hernieuwbare waterstof in een kalenderjaar lager is dan het voor dat kalenderjaar vastgestelde definitieve correctiebedrag, wordt voor dat kalenderjaar uitgegaan van een bedrag van € 0,00. 5 Indien de periode die het exploitatiesubsidiedeel beslaat, start op een latere datum dan 1 januari of eindigt op een eerdere datum dan 31 december, bedraagt het bedrag per kalenderjaar voor het eerste kalenderjaar respectievelijk het laatste kalenderjaar van die periode een evenredig deel van dat kalenderjaar. 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 30-09-2023
Artikel 6.5 — Artikel 6.5 (maximum exploitatiesubsidiebedrag)#
Artikel 6.5 (maximum exploitatiesubsidiebedrag) Het maximum exploitatiesubsidiebedrag wordt berekend volgens de formule: de totale hoeveelheid te produceren volledig hernieuwbare waterstof in kg in de periode die het exploitatiesubsidiedeel beslaat x (productieprijs van volledig hernieuwbare waterstof – € 1,7600 per kg waterstof). 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 30-09-2023
Artikel 6.6 — Artikel 6.6 (gebankte onderproductie)#
Artikel 6.6 (gebankte onderproductie) 1 Indien in een kalenderjaar minder kg volledig hernieuwbare waterstof is geproduceerd dan de jaarlijkse gemiddelde hoeveelheid te produceren volledig hernieuwbare waterstof, wordt de niet-geproduceerde kg volledig hernieuwbare waterstof toegevoegd aan de jaarlijkse gemiddelde hoeveelheid te produceren volledig hernieuwbare waterstof in een volgend kalenderjaar, om daarin het productietekort van volledig hernieuwbare waterstof en de gemiste subsidie in te halen. 2 Indien de periode die het exploitatiedeel beslaat, start op een latere datum dan 1 januari, wordt voor het eerste kalenderjaar de niet-geproduceerde kg volledig hernieuwbare waterstof voor een evenredig deel van het eerste kalenderjaar toegevoegd aan de jaarlijkse gemiddelde hoeveelheid te produceren volledig hernieuwbare waterstof in een volgend kalenderjaar. 3 Indien aannemelijk is dat na afloop van de periode die het exploitatiedeel van de subsidie beslaat minder kg volledig hernieuwbare waterstof zal zijn geproduceerd dan de totale hoeveelheid te produceren volledig hernieuwbare waterstof, verlengt de Minister, voordat de periode afloopt, op voorafgaand verzoek van de subsidieontvanger de periode met ten hoogste één jaar. 4 De verlenging, bedoeld in het derde lid, eindigt na afloop van de verlenging of, indien dat eerder is, op het moment dat de totale hoeveelheid te produceren volledig hernieuwbare waterstof is geproduceerd. 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 30-09-2023
Artikel 6.7 — Artikel 6.7 (gebankte overproductie)#
Artikel 6.7 (gebankte overproductie) artikel 6.6 Indien in een kalenderjaar meer kg volledig hernieuwbare waterstof is geproduceerd dan de jaarlijkse gemiddelde hoeveelheid te produceren volledig hernieuwbare waterstof, wordt die te veel geproduceerde kg tot een hoeveelheid van ten hoogste 25% van de jaarlijkse gemiddelde hoeveelheid te produceren volledig hernieuwbare waterstof aangemerkt als zijnde geproduceerd in een volgend kalenderjaar, indien in dat volgende kalenderjaar de hoeveelheid geproduceerde volledig hernieuwbare waterstof in kg lager is dan de jaarlijkse gemiddelde hoeveelheid te produceren volledig hernieuwbare waterstof, inclusief de op grond vantoegevoegde te produceren volledig hernieuwbare waterstof. 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 30-09-2023
Artikel 6.8 — Artikel 6.8 (verstrekken voorschotten)#
Artikel 6.8 (verstrekken voorschotten) 1 De Minister verstrekt ambtshalve één keer per jaar een voorschot. 2 Het voorschot wordt berekend met de volgende formule: voorschot = 100% x (jaarlijkse gemiddelde hoeveelheid te produceren volledig hernieuwbare waterstof) x (productieprijs van volledig hernieuwbare waterstof – voorlopig correctiebedrag voor dat kalenderjaar). 3 artikel 6.6 Op verzoek van de subsidieontvanger kan de in een voorgaand kalenderjaar niet-geproduceerde kg volledig hernieuwbare waterstof, bedoeld inworden toegevoegd aan de jaarlijkse gemiddelde hoeveelheid te produceren volledig hernieuwbare waterstof, bedoeld in het tweede lid. 4 Indien de periode die het exploitatiesubsidiedeel beslaat, start op een latere datum dan 1 januari of eindigt op een eerdere datum dan 31 december, bedraagt het voorlopige voorschot voor het eerste kalenderjaar respectievelijk het laatste kalenderjaar van die periode een evenredig deel van dat kalenderjaar. 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 30-09-2023
Artikel 6.9 — Artikel 6.9 (verstrekken maandelijks bedragen)#
Artikel 6.9 (verstrekken maandelijks bedragen) 1 Het voorschot wordt in maandelijkse bedragen uitbetaald. 2 Het maandelijkse bedrag wordt berekend volgens de formule: maandelijkse bedrag = 80% x (jaarlijkse gemiddelde hoeveelheid te produceren volledig hernieuwbare waterstof) x (productieprijs van volledig hernieuwbare waterstof – voorlopig correctiebedrag voor dat kalenderjaar)) : 12. 3 artikel 6.6 Op verzoek van de subsidieontvanger kan de in een voorgaand kalenderjaar niet-geproduceerde kg volledig hernieuwbare waterstof, bedoeld in, worden toegevoegd aan de jaarlijkse gemiddelde hoeveelheid te produceren volledig hernieuwbare waterstof, bedoeld in het tweede lid. 4 Indien de periode die het exploitatiesubsidiedeel beslaat, start op een latere datum dan 1 januari of eindigt op een eerdere datum dan 31 december, bedraagt het maandelijkse bedrag voor het eerste kalenderjaar respectievelijk het laatste kalenderjaar van die periode een evenredig deel van dat kalenderjaar. 5 De Minister kan het maandelijkse bedrag herberekenen, indien: a. artikel 4.4, tweede lid de subsidieontvanger een verzoek tot ontheffing bij essentiële wijzigingen als bedoeld in, heeft ingediend; b. artikel 4.8 de subsidieontvanger niet heeft voldaan aan de verplichting om gegevens te zenden voor het bepalen of totale verleende overheidssteun meer bedraagt dan is toegestaan op grond van de verplichtingen die voor de Staat gelden krachtens een verdrag, bedoeld in; c. gedurende twee maanden of meer tenminste 50% minder volledig hernieuwbare waterstof is of zal worden geproduceerd dan de maandelijkse gemiddelde hoeveelheid te produceren volledig hernieuwbare waterstof; d. in een kalenderjaar tenminste 20% minder volledig hernieuwbare waterstof is of zal worden geproduceerd dan de jaarlijkse gemiddelde hoeveelheid te produceren volledig hernieuwbare waterstof; e. artikel 5 artikel 9 van de Regeling garanties van oorsprong en certificaten van oorsprong de Minister na verlening van het eerste maandelijkse bedrag langer dan een maand geen meetgegevens, bedoeld inof, heeft ontvangen. 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 30-09-2023
Artikel 6.10 — Artikel 6.10 (bijstellen voorschotten)#
Artikel 6.10 (bijstellen voorschotten) 1 artikel 6.4, derde, vierde en vijfde lid Binnen zeven maanden na afloop van het kalenderjaar stelt de Minister het voorschot bij volgens de berekeningswijze, bedoeld in, aan de hand van: a. artikel 6.4, derde en vijfde lid de hoeveelheid geproduceerde volledig hernieuwbare waterstof in dat kalenderjaar, bepaald volgens de berekeningswijze, bedoeld in: 1°. waarvoor garanties van oorsprong voor hernieuwbare waterstof zijn afgegeven, die zijn omgerekend naar kg waterstof met de omrekenfactor 0,03932 MWh/kg; en 2°. artikel 4.2 waarvoor aan de hand van de verklaring, bedoeld in, is vastgesteld dat de waterstof volledig hernieuwbaar is; en b. het voor dat kalenderjaar vastgestelde definitieve correctiebedrag. 2 Indien blijkt dat het geheel van verstrekte maandelijkse bedragen in een kalenderjaar minder bedraagt dan het bijgestelde voorschot voor dat kalenderjaar, verstrekt de Minister het te weinig betaalde bedrag binnen zes weken na de beschikking tot bijstelling van het voorschot aan de subsidieontvanger. 3 Indien blijkt dat het geheel van verstrekte maandelijkse bedragen in een kalenderjaar meer bedraagt dan het bijgestelde voorschot in dat kalenderjaar, brengt de Minister het te veel betaalde bedrag in mindering op het eerstvolgende te verstrekken maandelijkse bedrag en vervolgens op zoveel maandelijkse bedragen als nodig is om het teveel betaalde voorschot volledig te verrekenen. Indien er geen maandelijkse bedragen meer verschuldigd zijn, wordt het teveel betaalde bedrag teruggevorderd. 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 30-09-2023
Artikel 6.11 — Artikel 6.11 (productieprijs volledig hernieuwbare waterstof)#
Artikel 6.11 (productieprijs volledig hernieuwbare waterstof) 1 De productieprijs van volledig hernieuwbare waterstof bestaat uit de som van de subsidiabele kosten van de realisatie van de waterstofproductie-installatie waarvoor geen subsidie is aangevraagd en de kosten van het produceren van volledig hernieuwbare waterstof. 2 De productieprijs van volledig hernieuwbare waterstof bedraagt ten hoogste de uitkomst van de berekening volgens de formule: productieprijs van volledig hernieuwbare waterstof in € per kg = (subsidiabele kosten in € voor de realisatie van de waterstofproductie-installatie waarvoor geen investeringssubsidiedeel is verstrekt + kosten van het produceren van volledig hernieuwbare waterstof in € in de periode die het exploitatiedeel beslaat) : totale hoeveelheid te produceren volledig hernieuwbare waterstof in kg in de periode die het exploitatiesubsidiedeel beslaat. 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 30-09-2023
Artikel 6.12 — Artikel 6.12 (definitief correctiebedrag)#
Artikel 6.12 (definitief correctiebedrag) 1 De Minister stelt jaarlijks voor 1 april het definitieve correctiebedrag voor het voorgaande kalenderjaar vast. 2 Het definitieve correctiebedrag bedraagt de som van: a. de gemiddelde kosten van het produceren van waterstof met een stoommethaanreforminstallatie over het voorgaande kalenderjaar; b. de waarde van de garanties van oorsprong voor hernieuwbare waterstof, omgerekend naar € per kg waterstof met de omrekenfactor 0,03932 MWh/kg; en c. titel 16.2 van de Wet milieubeheer de opbrengsten of vermeden kosten die voor de subsidieontvanger voortvloeien uit het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten, bedoeld in. 3 Indien het definitieve correctiebedrag, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, lager is dan een bedrag van € 1,7600 per kg waterstof, wordt gerekend met dat bedrag in plaats van met de gemiddelde kosten. 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 30-09-2023
Artikel 6.13 — Artikel 6.13 (voorlopig correctiebedrag)#
Artikel 6.13 (voorlopig correctiebedrag) 1 De Minister stelt jaarlijks voor 1 november het voorlopige correctiebedrag vast voor het daaropvolgende kalenderjaar. 2 Het voorlopige correctiebedrag bedraagt de som van: a. de gemiddelde kosten van het produceren van waterstof met een stoommethaanreforminstallatie in de periode van 1 september tot en met 31 augustus voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor het voorlopige correctiebedrag wordt vastgesteld; b. de waarde van de garanties van oorsprong voor hernieuwbare waterstof, omgerekend naar € per kg waterstof met de omrekenfactor 0,03932 MWh/kg; en c. titel 16.2 van de Wet milieubeheer de opbrengsten of vermeden kosten die voor de subsidieontvanger voortvloeien uit het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten, bedoeld in. 3 Indien het definitieve correctiebedrag, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, lager is dan een bedrag van € 1,7600 per kg waterstof, wordt gerekend met dat bedrag in plaats van met de gemiddelde kosten. 4 Voor 2023 wordt het voorlopige correctiebedrag vastgesteld op: a. € 3,9895/kg waterstof voor gemiddelde kosten voor het produceren van waterstof met een stoommethaanreforminstallatie, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a; b. € 0,0000/kg waterstof voor de waarde van de garanties van oorsprong voor hernieuwbare waterstof, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b; c. € 0,0000/kg waterstof voor de opbrengsten of vermeden kosten die voor de subsidieontvanger voortvloeien uit het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c. 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 30-09-2023
Artikel 6.14 — Artikel 6.14 (hernieuwbare stroomafnameovereenkomsten)#
Artikel 6.14 (hernieuwbare stroomafnameovereenkomsten) artikel 4.7 Indien sprake is van een netgekoppelde waterstofproductie-installatie of een dubbelgekoppelde waterstofproductie-installatie verstrekt de Minister alleen een voorschot indien het eindverslag, bedoeld in, vergezeld gaat van de hernieuwbare stroomafnameovereenkomsten voor wind- of zonne-energie voor de elektriciteit die gedurende de eerste vijf jaar zal worden gebruikt voor de productie van volledig hernieuwbare waterstof. 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 30-09-2023
Artikel 6.15 — Artikel 6.15 (rekening garanties van oorsprong hernieuwbare waterstof)#
Artikel 6.15 (rekening garanties van oorsprong hernieuwbare waterstof) artikel 3 van de Wet implementatie EU-richtlijn hernieuwbare energie voor garanties van oorsprong De Minister verstrekt het eerste voorschot pas nadat de subsidieontvanger voor de garanties van oorsprong voor hernieuwbare waterstof een rekening heeft als bedoeld in. 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 30-09-2023
Artikel 7.1 — Artikel 7.1 (aanvraag subsidievaststelling)#
Artikel 7.1 (aanvraag subsidievaststelling) 1 De subsidieontvanger dient een aanvraag voor subsidievaststelling in binnen zes maanden na de dag waarop de periode die het exploitatiesubsidiedeel beslaat, is verstreken. 2 De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een middel dat door de Minister beschikbaar wordt gesteld. 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 30-09-2023
Artikel 7.2 — Artikel 7.2 (subsidievaststelling)#
Artikel 7.2 (subsidievaststelling) 1 De Minister stelt de subsidievaststelling vast binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag voor subsidievaststelling. 2 artikel 7.1, eerste lid Indien de aanvraag voor subsidievaststelling niet is ingediend binnen de termijn van zes maanden, bedoeld in, stelt de Minister de subsidie ambtshalve vast na afloop van die termijn. 3 artikel 6.12 Indien de aanvraag tot subsidievaststelling is ingediend voordat het definitieve correctiebedrag, bedoeld in, is vastgesteld voor het laatste jaar waarin de subsidiabele productie heeft plaatsgevonden, wordt de termijn van dertien weken, bedoeld in het eerste lid, opgeschort en eindigt de termijn dertien weken na de dag dat het definitieve correctiebedrag is vastgesteld. 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 30-09-2023
Artikel 8.1 — Artikel 8.1 Omgevingswet (overgangsrecht)#
Artikel 8.1 Omgevingswet (overgangsrecht) Wijzigt deze regeling. 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 30-09-2023
Artikel 8.2 — Artikel 8.2 (inwerkingtreding en vervaldatum)#
Artikel 8.2 (inwerkingtreding en vervaldatum) 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2 Deze regeling vervalt vijf jaar na haar inwerkingtreding, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verstrekt. 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 30-09-2023
Artikel 8.3 — Artikel 8.3 (citeertitel)#
Artikel 8.3 (citeertitel) Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling opschaling volledig hernieuwbare waterstofproductie via elektrolyse. 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 2023 27014 29-09-2023 26-09-2023 WJZ/36713828 30-09-2023
Artikel 5.7#
artikel 5.7
Artikel 5.6#
artikel 5.6, derde lid