Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 1 november 2022, nr. WJZ/22031065, houdende de uitvoering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid voor wat betreft de rechtstreekse betalingen en de conditionaliteiten (Uitvoeringsregeling GLB 2023)
- BWB-id
- BWBR0047444
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-05-20
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0047444
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2023/uitvoeringsregeling-glb-2023
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2023/uitvoeringsregeling-glb-2023/2026-05-20
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0047444&g=2026-05-20
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0047444&z=2026-06-06&g=2026-05-20
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0047444/2026-05-20
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2023/uitvoeringsregeling-glb-2023
Artikel 1 — Artikel 1 Definities#
Artikel 1 Definities 1 In deze regeling wordt verstaan onder: − aanvraagjaar: kalenderjaar waarin de aanvraag wordt gedaan; − administratieve sanctie: verlagen van de betaling naar aanleiding van een niet-naleving; − areaalmonitoring: verordening (EU) 2021/2116 systeem als bedoeld in artikel 65, vierde lid, onderdeel b, van; − Belastingdienst: artikel 2, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003 Belastingdienst als bedoeld in; − blijvend grasland: perceel met een natuurlijke of ingezaaide vegetatie van meer dan 50 procent grassen of kruidachtige voedergewassen dat minimaal vijf jaar niet is opgenomen in de vruchtwisseling; − blijvende teelt: teelt van gewassen, anders dan blijvend grasland, die niet in de vruchtwisseling zijn opgenomen en die de grond gedurende ten minste vijf jaar in beslag nemen en geregeld een oogst opleveren; − boslandbouw: vorm van landbouw waarbij bomen en struiken bewust worden geteeld tussen niet-houtige gewassen of worden gecombineerd met dierhouderij op hetzelfde perceel; − bouwland: grond die voor de teelt van gewassen, anders dan blijvend grasland en blijvende teelt, wordt gebruikt of daarvoor beschikbaar is maar braak ligt; − braak: bouwland waarop in het aanvraagjaar voor een periode van minimaal 6 aaneengesloten maanden, of op basis van de subsidieregelingen ANLb of de Catalogus Groenblauwe diensten, geen productie plaatsvindt en waarop natuurlijke of ingezaaide vegetatie voorkomt; − certificerende instantie: instantie die door de Raad ISO-geaccrediteerd is voor certificerings- of inspectiewerkzaamheden; − droogstaande koeien: vrouwelijke runderen die gehouden worden voor de productie van melk en die zich bevinden in de fase tussen de periode van melk geven en het moment van afkalven; − eco-activiteiten: verordening (EU) 2021/2115 landbouwpraktijken als bedoeld in artikel 31, tweede lid, van; − Europees Landbouwgarantiefonds: verordening (EU) 2021/2116 Europees Landbouwgarantiefonds als bedoeld in artikel 4, onderdeel a, van; – flauw talud: een talud dat tenminste 2 meter breed is vanaf de waterlijn tot aan de insteek en met een helling die niet steiler is dan 1:3; − grootvee-eenheid: Verordening (EU) nr. 2021/2290 coëfficiënt voor het omrekenen van dieren zoals opgenomen in de bijlage, punt 12, onder b, van; − hamsterverbintenis: een verbintenis aangegaan in het kader van subsidieregelingen van de provincie Limburg met als specifiek doel de bescherming van de habitat voor de hamster; − hoofdactiviteit: artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007 eerstgenoemde activiteit die in het handelsregister, bedoeld in, is vermeld; − hoofdteelt: teelt op landbouwareaal van een gewas dat in de periode van 15 mei tot en met 15 juli het langst aanwezig is; − I&R register: afdeling 5b.4 van de Regeling houders van dieren geautomatiseerd gegevensbestand als bedoeld in; − kortlopend hakhout: boomsoorten met een maximale omlooptijd van vijf jaar met een plantdichtheid van minimaal 10.000 stoven per hectare, die behoren tot het geslacht wilg, populier, els of es; − kruidachtige voedergewassen: alle kruidachtige planten die traditioneel in natuurlijk grasland voorkomen of normaliter in zaadmengsels voor grasland worden opgenomen met uitzondering van heide en riet; − landbouwactiviteit: productie of landbouwareaal in een staat houden die begrazing of teelt mogelijk maakt zonder dat daarvoor voorbereidende activiteiten nodig zijn die verder gaan dan activiteiten op basis van de gebruikelijke landbouwmethoden en -machines; − landbouwareaal: grond die wordt gebruikt als bouwland, blijvend grasland of blijvende teelt; − landbouwer: natuurlijke of rechtspersoon of een groep natuurlijke of rechtspersonen die een minimumniveau aan landbouwactiviteiten uitvoert; − landschapselementen: begroeide terrein- en waterdelen en overige elementen waarop het uitoefenen van een landbouwactiviteit niet mogelijk is; − lichte grondbewerking: graslandvernieuwingstechniek waarbij de ondergrond vrijwel onberoerd blijft en waarbij een dekkende vegetatie zichtbaar blijft; – melkvee: koeien (bos taurus) die ten minste éénmaal hebben gekalfd en die bedrijfsmatig worden gehouden voor de productie van melk voor menselijke consumptie, of verwerking daarvan; − minister: Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur; − mulchsysteem: teeltsysteem waarbij de bodem in het najaar wordt geploegd, gevolgd door de inzaai van een bodembedekking, waarbij in het voorjaar uitsluitend niet-kerende grondbewerking plaatsvindt; − natte teelten: bijlage 1 natte teelt als bedoeld in; − nevenactiviteit: artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007 activiteit die in het handelsregister, bedoeld in, is vermeld na de hoofdactiviteit; − niet-productieve gronden: landschapselementen, braak, plas-dras gedurende de inundatieperiode, bufferstroken als bedoeld in artikel 32, onderdeel b, in samenhang met Bijlage 4, onder 4 en 4a die worden gebruikt voor niet-productieve doeleinden, akkerranden en andere stroken of randen van gras of kruiden die niet aangemerkt kunnen worden als landbouwproductie; − onregelmatigheid: verordening (EU) 2021/2116 onregelmatigheid als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van; − oppervlaktewaterlichaam: artikel 1.1 van de Omgevingswet samenhangend geheel van vrij aan het aardoppervlak voorkomend water, met de daarin aanwezige stoffen, en de bijbehorende bodem en oevers, alsmede flora en fauna, als bedoeld in; − peildatum: 15 mei van het aanvraagjaar; − perceel landbouwgrond: aaneengesloten stuk landbouwareaal, waaronder begrepen aangrenzende landschapselementen die ter beschikking van de landbouwer staan, dat door één landbouwer is aangegeven; − productie: produceren van landbouwproducten als bedoeld in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), bijlage I, met uitzondering van visserijproducten, alsmede hakhout met korte omlooptijd; − Raad: Raad voor Accreditatie te Utrecht; − RVO: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland; − schema-eigenaar: de eigenaar van een certificeringsschema, dat door de Minister wordt erkend; − subsidiabele hectare: verordening (EU) 2021/2115 verordening (EU) 2021/2115 landbouwareaal van het landbouwbedrijf dat wordt gebruikt voor een landbouwactiviteit of in overwegende mate voor landbouwactiviteiten wordt gebruikt en ter beschikking van de landbouwer staat, landschapselementen aanwezig op of grenzend aan landbouwareaal die ter beschikking van de landbouwer staan, areaal dat wordt ingezet voor een conditionaliteitsnorm als bedoeld in bijlage III, onder GLMC 8, van, alsmede natte teelten op areaal als bedoeld in artikel 4, vierde lid, onderdeel c, onder ii van; − THI: temperatuur en luchtvochtigheidsindex; − verlaging: elke vermindering op de betaling als gevolg van het toepassen van een administratieve sanctie; − verlengde teelt: teelt van een gewas dat langer dan één jaar onafgebroken aanwezig is; − verordening (EU) 2018/848: Verordening (EU) 2018/848 Verordening (EG) nr. 834/2007 van het Europees parlement en de Raad van 30 mei 2018 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking vanvan de Raad (PbEU 2018, L150); − verordening (EU) 2021/2115: Verordening (EU) 2021/2115 Verordeningen (EU) nr. 1305/2013 Verordening (EU) nr. 1307/2013 van het Europees parlement en de Raad van 2 december 2021 tot vaststelling van voorschriften inzake steun voor de strategische plannen die de lidstaten in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid opstellen (strategische GLB-plannen) en die uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) worden gefinancierd, en tot intrekking vanen(PbEU 2021, L435); − verordening (EU) 2021/2116: Verordening (EU) 2021/2116 Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees parlement en de Raad van 2 december 2021 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van(PbEU 2021, L435); − verordening (EU) 2021/2290: Uitvoeringsverordening (EU) 2021/2290 Verordening (EU) 2021/2115 Verordeningen (EU) nr. 1305/2013 (EU) nr. 1307/2013 van de Commissie van 21 december 2021 tot vaststelling van regels voor de berekeningsmethoden voor de gemeenschappelijke output- en resultaatindicatoren die zijn opgenomen in bijlage I bijvan het Europees parlement en de Raad tot vaststelling van voorschriften inzake steun voor de strategische plannen die de lidstaten in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid opstellen (strategische GLB-plannen) en die uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling worden gefinancierd, en tot intrekking vanen(PbEU 2021, L458); − verordening (EU) 2022/126: verordening (EU) 2022/126 Verordening (EU) 2021/2115 Gedelegeerdevan de Commissie van 7 december 2021 tot aanvulling vanvan het Europees parlement en de Raad met aanvullende eisen voor bepaalde interventietypes die de lidstaten in het kader van die verordening in hun strategisch GLB-plan voor de periode 2023-2027 uitwerken, alsmede regels voor het aandeel in het kader van norm 1 inzake een goede landbouw- en milieuconditie (GLMC) (PbEU 2022, L20); − verordening (EU) 2022/128: Uitvoeringsverordening (EU) 2022/128 Verordening (EU) 2021/2116 van de Commissie van 21 december 2021 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voorvan het Europees parlement en de Raad wat betreft betaalorganen en andere instanties, financieel beheer, goedkeuring van de rekeningen, controles, zekerheden en transparantie (PbEU 2022, L20); − verordening (EU) 2022/1172: verordening (EU) 2022/1172 Verordening (EU) 2021/2116 Gedelegeerdevan de Commissie van 4 mei 2022 tot aanvulling vanvan het Europees parlement en de Raad wat betreft het geïntegreerd beheers- en controlesysteem van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en de toepassing en berekening van administratieve conditionaliteitssancties (PbEU 2022, L183); − weiden: het grazen op grasland met voldoende gras door al het daarvoor in het kader van een normale bedrijfsvoering van een landbouwer in aanmerking komend lacterend melkvee, zodat de dieren een natuurlijk graasgedrag kunnen laten zien; − zeldzame landbouwhuisdierrassen: Verordening (EU) 2022/126 met uitsterven bedreigde landbouwhuisdierrassen als bedoeld in artikel 45, tweede lid, onderdeel a, van. 2 verordening (EU) 2021/2115 verordening (EU) 2021/2116 De definities inenalsmede in de op deze verordeningen gebaseerde verordeningen zijn van overeenkomstige toepassing voor deze regeling. 2024 32483 05-11-2024 03-11-2024 WJZ/52473102 2024 32483 05-11-2024 03-11-2024 WJZ/52473102 01-01-2025
Artikel 2 — Artikel 2 Bevoegdheden minister#
Artikel 2 Bevoegdheden minister 1 De minister verstrekt rechtstreekse betalingen inzake: a. basisinkomenssteun voor duurzaamheid; b. aanvullende herverdelende inkomenssteun voor duurzaamheid; c. aanvullende inkomenssteun voor jonge landbouwers; d. de eco-regeling. 2 De minister verstrekt voorts betalingen inzake de regeling voor zeldzame landbouwhuisdierrassen. 3 verordening (EU) 2021/2115 De minister stelt elk jaar voor alle in het eerste en tweede lid genoemde betalingen het eenheidsbedrag vast binnen de marges, bedoeld in artikel 102, tweede lid, van, waarbij eerst een voorlopig en daarna een definitief eenheidsbedrag kan worden vastgesteld. 4 verordening (EU) 2021/2115 De minister kan middelen bestemd voor de in het eerste lid genoemde rechtstreekse betalingen herverdelen overeenkomstig artikel 101, derde lid, van. 5 De minister is bevoegd tot het uitbetalen, terugvorderen en verrekenen van betalingen en het opleggen van sancties. 2023 28459 17-10-2023 09-10-2023 WJZ/27399369 2023 28459 17-10-2023 09-10-2023 WJZ/27399369 01-12-2023
Artikel 3 — Artikel 3 Landbouwactiviteit#
Artikel 3 Landbouwactiviteit verordening (EU) 2021/2115 Het criterium waaraan de landbouwer dient te voldoen om een landbouwareaal in een staat te houden die begrazing of teelt mogelijk maakt, als bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel b, van, is: a. het jaarlijks, vóór 1 oktober, maaien van het areaal grasland, tenzij de landbouwer als gevolg van een contract voor agrarisch natuurbeheer op basis van de subsidieregelingen ANLb en Catalogus Groenblauwe diensten niet aan dit criterium kan voldoen, in welk geval het areaal ten minste één keer per twee jaar vóór 1 oktober wordt gemaaid; b. het areaal bouwland in zodanige staat houden dat regelmatig een akkerbouwgewas kan worden ingezaaid; c. het areaal blijvende teelt in goede vegetatieve staat houden die productief potentieel heeft. 2022 29696 08-11-2022 01-11-2022 WJZ/22031065 2022 29696 08-11-2022 01-11-2022 WJZ/22031065 01-01-2023
Artikel 4 — Artikel 4 Landbouwareaal#
Artikel 4 Landbouwareaal 1 Voor de uitvoering van zijn taken en bevoegdheden baseert de minister zich voor de grenzen van de referentiepercelen op het perceelsregister van RVO dat is gebaseerd op de objectgrenzen uit de Basisregistratie Grootschalige Topografie. 2 Op de peildatum heeft de landbouwer het perceel landbouwgrond ter beschikking op grond van eigendom, pacht of onderpacht dan wel in gebruik met toestemming van de eigenaar of van de pachter die het perceel landbouwgrond met toestemming van de eigenaar heeft onderverpacht. 3 Als landbouwareaal komt tevens in aanmerking boslandbouw op areaal dat sinds 2015 minimaal één jaar werd aangemerkt als landbouwareaal. 4 Als bouwland komt tevens in aanmerking een perceel met maximaal 100 bomen per hectare. 5 Als blijvende teelt komt tevens in aanmerking: a. een perceel boslandbouw als voedselbos met verschillende bomen en struiken waarvan de soorten binnen afzienbare termijn voor eetbare producten zorgen, onder de volgende voorwaarden: 1°. er mag een kruinlaag van hogere bomen staan die een ondersteunende functie voor de andere soorten heeft; 2°. er zijn minimaal drie verticale vegetatielagen; 3°. de kruinlaag en vegetatielagen mogen nog in ontwikkeling zijn; b. arealen met jonge houtachtige planten in de open lucht, bestemd om later te worden verplant en kwekerijen van: 1°. wijnstokken en moederplanten; 2°. vruchtbomen en kleinfruitgewassen; 3°. siergewassen; 4°. voor de verkoop bestemde bosplanten, exclusief de in het bos gelegen bosboomkwekerijen voor de eigen behoefte van het bedrijf; 5°. bomen en heesters ter beplanting van tuinen, parken, straten en wegbermen, alsmede onderstammen en jonge zaailingen ervan; c. kortlopend hakhout. 6 Als blijvend grasland komt tevens in aanmerking: a. bijlage 1 mengsels van gras, niet zijnde riet, met een gewas uit de gewassenlijst ‘stikstofbindende gewassen’ als bedoeld in, waarbij het aandeel gras meer dan 50% is; en b. areaal blijvend grasland met maximaal 100 bomen per hectare. 7 Voor controle op de toestemming, bedoeld in het tweede lid, kan schriftelijk bewijs worden opgevraagd. 2025 22614 09-10-2025 07-10-2025 WJZ/97203757 2025 22614 09-10-2025 07-10-2025 WJZ/97203757 01-01-2026
Artikel 5 — Artikel 5 Actieve landbouwer#
Artikel 5 Actieve landbouwer 1 artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007 Er worden geen betalingen toegekend aan landbouwers die niet uiterlijk op de peildatum zijn ingeschreven of waarvan de onderneming niet uiterlijk op de peildatum is ingeschreven in het handelsregister, bedoeld in, onder de vermelding van de verkorte omschrijving van de landbouwactiviteit en de daarbij behorende code van de Standaard Bedrijfsindeling (SBI) beginnend met de cijfers 011, 012, 013, 014, 015, 016 of 1051, voor zover minimaal 50 procent van de melk die wordt verwerkt op het eigen melkveebedrijf geproduceerd wordt. 2 Onverminderd het eerste lid worden geen betalingen toegekend aan een landbouwer indien uit de inschrijving in het handelsregister volgt dat de landbouwactiviteit geen hoofdactiviteit is. 3 Het tweede lid is niet van toepassing indien de landbouwer aantoont door middel van een accountantsverklaring dat de landbouwactiviteit een nevenactiviteit is, waaronder begrepen het in stand houden van landbouwareaal, waarmee een derde van het totale bedrag aan inkomsten in het meest recente belastingjaar wordt verdiend, dan wel een derde van een gemiddeld bedrag aan inkomsten over de drie meest recente belastingjaren. 4 bijlage5 Als accountantsverklaring wordt vastgesteld een accountantsverklaring die overeenkomt met het model dat is opgenomen in. 5 artikel 2, derde lid Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing ingeval de landbouwer over het voorgaande aanvraagjaar rechtstreekse betalingen heeft ontvangen en deze vóór het toepassen van sancties en verlagingen minder dan 5.000 euro bedroegen, of ingeval in het voorgaande aanvraagjaar geen rechtstreekse betalingen zijn toegekend, de landbouwer voor het huidige aanvraagjaar rechtstreekse betalingen zal ontvangen en deze minder dan 5.000 euro zullen bedragen, berekend op basis van het aantal in het huidige aanvraagjaar opgegeven hectaren, vermenigvuldigd met de eenheidsbedragen als bedoeld in, die in het voorgaande aanvraagjaar van toepassing waren. 6 artikel 40, eerste lid Een overnemer als bedoeld in, wordt als actieve landbouwer aangemerkt indien de inschrijving, bedoeld in het eerste lid, uiterlijk ten tijde van de melding van de overdracht van het bedrijf is geschied, en voor zover uit de inschrijving blijkt dat het bedrijf van de overnemer is opgericht op uiterlijk de datum van de bedrijfsoverdracht. 2024 41242 19-12-2024 18-12-2024 WJZ/87523093 2024 41242 19-12-2024 18-12-2024 WJZ/87523093 01-01-2025 2024 32483 05-11-2024 03-11-2024 WJZ/52473102 2024 32483 05-11-2024 03-11-2024 WJZ/52473102 01-01-2025
Artikel 6 — Artikel 6 Subsidiabele hectare#
Artikel 6 Subsidiabele hectare 1 Landbouwareaal dat ook wordt gebruikt voor niet-landbouwactiviteiten, wordt aangemerkt als overwegend voor landbouwactiviteiten gebruikt areaal indien geen sprake is van noemenswaardige hinder voor de uitoefening van landbouwactiviteiten. 2 Van de in het eerste lid bedoelde situatie is sprake indien: a. maximaal 90 dagen in het jaar van aanvraag niet-landbouwactiviteiten plaatsvinden; en b. het landbouwareaal na afloop van deze activiteiten weer in een staat verkeert waarin begrazing of teelt mogelijk is. 3 artikel 3 Van de in het eerste lid bedoelde situatie is tevens sprake indien op een landbouwareaal voor meer dan 90 dagen niet-landbouwactiviteiten plaatsvinden in het kader van contracten op basis van de subsidieregelingen ANLb of de Catalogus Groenblauwe diensten en het landbouwareaal na afloop van deze activiteiten weer in een staat verkeert waarin begrazing of teelt mogelijk is overeenkomstig. 4 artikel 2, eerste lid Als areaal dat overwegend voor niet-landbouwactiviteiten wordt gebruikt en daardoor voor de toepassing van, niet wordt beschouwd als subsidiabele hectare, wordt in elk geval aangemerkt: a. moes- en siertuinen; b. bermen tot een breedte van drie meter van de weg of breder voor zover de verkeersbestemming de landbouw hindert; c. speelweides; d. stroken grasland langs verharde landingsbanen voor vliegverkeer; e. onverharde landingsbanen voor luchtsport en luchtvaart; f. stroken langs gebouwen of kassen smaller dan één meter; g. geluidswallen; h. springweides; i. kinderboerderijen; j. erven; k. areaal waarop installaties voor de benutting van zonne-energie aanwezig zijn. 5 In afwijking van het vierde lid, onderdeel k, is er sprake van subsidiabele hectare indien verspreid over het perceel maximaal 100 zonnepanelen per hectare staan die gezamenlijk een oppervlakte van maximaal 100m² beslaan. 6 artikel 2, eerste lid De minimumoppervlakte van een perceel landbouwgrond waarvoor rechtstreekse betalingen als bedoeld in, kunnen worden aangevraagd bedraagt afgerond 0,01 hectare. 7 In afwijking van het zesde lid komt: a. een perceel landbouwgrond met een afgeronde oppervlakte kleiner dan 0,01 hectare voor steun in aanmerking, voor zover is voldaan aan de volgende criteria: 1°. het perceel grenst direct aan een ander perceel landbouwgrond van dezelfde landbouwer waarbij de totale oppervlakte afgerond minimaal 0,01 hectare bedraagt; en 2°. tussen de percelen bevindt zich geen afrastering of enige andere vorm van fysieke begrenzing. b. een perceel landbouwgrond met alleen een landschapselement met een afgeronde oppervlakte kleiner dan 0,01 hectare voor steun in aanmerking. 8 verordening (EU) 2022/1172 Het maximum subsidiabele areaal wordt vastgesteld per referentieperceel waarbij een marge als bedoeld in artikel 2, zevende lid, onderdeel a, van, kan worden gehanteerd van maximaal 125 cm, rekening houdend met de omtrek en conditie van het referentieperceel. 9 artikel 10, tweede lid Indien het verschil tussen het subsidiabele areaal en het totale areaal dat op grond van, is opgegeven niet meer dan 0,1 ha bedraagt, wordt het subsidiabele areaal gelijkgesteld aan het opgegeven areaal. 2025 22614 09-10-2025 07-10-2025 WJZ/97203757 2025 22614 09-10-2025 07-10-2025 WJZ/97203757 10-10-2025 01-01-2025
Artikel 7 — Artikel 7 Landschapselementen#
Artikel 7 Landschapselementen 1 Voor de uitvoering van zijn taken en bevoegdheden baseert de minister zich voor de grenzen van landschapselementen op de referentiepercelen van het perceelsregister van RVO dat is gebaseerd op de objectgrenzen uit de Basisregistratie Grootschalige Topografie. 2 Als landschapselement, zijnde begroeide terreindelen, worden aangemerkt: a. boomgroepen met een maximum oppervlakte van 1,5 hectare op maaiveldniveau; b. geïsoleerde bomen; c. heggen en hagen; d. houtsingels of houtwallen; en e. struwelen. 3 Als landschapselementen, zijnde waterdelen, worden aangemerkt: a. sloten, niet zijnde grachten, smaller dan tien meter van insteek naar insteek, waarbij geldt dat ze geheel meetellen als ten minste 90 procent van de sloot smaller is dan tien meter; b. watervlakten met een oppervlakte tussen 0,001 hectare en 0,5 hectare; en c. sloten die doorgaans het hele jaar droog staan, smaller dan tien meter van insteek naar insteek, waarbij geldt dat ze geheel meetellen als ten minste 90 procent van de sloot smaller is dan tien meter. 4 Als landschapselementen, zijnde overige elementen met een oppervlakte van maximaal 1,5 hectare, worden aangemerkt: a. natuurvriendelijke oevers; b. schouwpaden; c. zandwallen; d. tuunwallen; e. ruigtes op landbouwareaal; f. stroken wild gras; g. graften; en h. rietland. 5 Als aangrenzende landschapselementen worden aangemerkt: a. lijnvormige landschapselementen waarvan ten minste één lange zijde is gelegen binnen vijf meter van landbouwareaal; b. niet-lijnvormige landschapselementen die binnen vijf meter van landbouwareaal liggen; c. landschapselementen die direct grenzen aan landschapselementen als bedoeld onder a en b, met dien verstande dat indien sprake is van een lijnvormig landschapselement, het landschapselement met ten minste één lange zijde grenst aan het onder a of b bedoelde landschapselement. 6 Op de peildatum heeft de landbouwer de landschapselementen ter beschikking op grond van eigendom, pacht of onderpacht dan wel in gebruik met toestemming van de eigenaar of van de pachter die de landschapselementen met toestemming van de eigenaar heeft onderverpacht. 7 Landschapselementen die volledig zijn omsloten door niet subsidiabele arealen zijn niet subsidiabel. 8 Van lijnvormige landschapselementen waarvan de lange zijde doorloopt tot voorbij landbouwareaal of een landschapselement dat binnen vijf meter van landbouwareaal ligt, behoort enkel de oppervlakte die langs het landbouwareaal of aangrenzende landschapselement ligt, tot de subsidiabele hectares. 9 Voor controle op de toestemming, bedoeld in het zesde lid, kan schriftelijk bewijs worden opgevraagd. 2024 41242 19-12-2024 18-12-2024 WJZ/87523093 2024 41242 19-12-2024 18-12-2024 WJZ/87523093 01-01-2025
Artikel 8 — Artikel 8 Drempel rechtstreekse betalingen#
Artikel 8 Drempel rechtstreekse betalingen Geen rechtstreekse betalingen worden toegekend aan de landbouwer indien het totaalbedrag van de voor een aanvraagjaar aangevraagde of toe te kennen rechtstreekse betalingen, voordat de sancties of verlagingen zijn toegepast, lager is dan 500 euro. 2024 32483 05-11-2024 03-11-2024 WJZ/52473102 2024 32483 05-11-2024 03-11-2024 WJZ/52473102 01-01-2025
Artikel 9 — Artikel 9 Bepalingen hennep#
Artikel 9 Bepalingen hennep 1 De landbouwer die hennep teelt stuurt de minister een kopie van de originele etiketten van het gebruikte zaaizaad toe met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld elektronisch formulier. 2 De landbouwer bewaart de aankoopbewijzen en de originele etiketten van het gebruikte zaaizaad gedurende 5 jaar in zijn administratie. 2022 29696 08-11-2022 01-11-2022 WJZ/22031065 2022 29696 08-11-2022 01-11-2022 WJZ/22031065 01-01-2023
Artikel 10 — Artikel 10 Aanvraag#
Artikel 10 Aanvraag 1 artikel 2, eerste of tweede lid Algemene termijnenwet Een landbouwer die aanspraak maakt op betalingen als bedoeld in, dient hiertoe in de periode van 1 maart tot en met 15 mei van het aanvraagjaar een aanvraag in. Wanneer 15 mei op een zaterdag, zondag of een algemeen erkende feestdag als bedoeld in deeindigt, wordt deze verlengd tot en met de eerstvolgende dag die niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is. 2 De aanvraag wordt gedaan door middel van een door de minister beschikbaar gesteld elektronisch formulier en bevat in ieder geval: a. een opgave van alle percelen met de daarop in het aanvraagjaar geteelde of te telen gewassen en in voorkomend geval alle landschapselementen, die op de peildatum ter beschikking van de landbouwer staan; b. artikelen 18 tot en met 24 een opgave van de in het aanvraagjaar gerealiseerde of te realiseren eco-activiteiten, bedoeld in de, per perceel; c. artikel 28 een opgave van de zeldzame landbouwhuisdierrassen, als bedoeld in, die betrekking hebben op het desbetreffende aanvraagjaar; d. het BTW-nummer van de landbouwer en, indien van toepassing, de naam van de moedermaatschappij of dochteronderneming met het daarbij behorende BTW-nummer; e. ingeval van de teelt van hennep, het geteelde ras en een indicatie van de hoeveelheid gebruikt zaaizaad, uitgedrukt in kilogrammen per hectare; en f. artikel 5, derde lid indien van toepassing een accountantsverklaring als bedoeld in. 3 De landbouwer houdt gedurende de periode tussen 15 mei en 15 oktober van het aanvraagjaar de bij de aanvraag ingediende gegevens actueel met dien verstande dat nadat zich een wijziging heeft voorgedaan, onverwijld door middel van een door de minister beschikbaar gesteld formulier een wijziging van de gegevens wordt ingediend, voor zover die wijziging betrekking heeft op: a. de gewassen die per perceel worden geteeld; b. artikelen 18 tot en met 24 de in de aanvraag per perceel opgenomen eco-activiteiten als bedoeld in dedie niet, gedeeltelijk niet, of niet volgens de voorwaarden, worden uitgevoerd; of c. het aanwezig zijn van noemenswaardige hinder voor de uitoefening van landbouwactiviteiten op een perceel. 4 verordening (EU) 2021/2116 artikel 46 Na de in het eerste lid bedoelde uiterste datum kunnen geen wijzigingen meer worden aangebracht in de aanvraag, behoudens gevallen als bedoeld in het derde lid en artikel 59, zesde lid, van, die tot en met 15 oktober kunnen worden ingediend, en gevallen als bedoeld in. 5 De landbouwer die aanspraak maakt op betalingen verklaart voorts: a. artikelen 3 4, tweede lid 5 7, zesde lid te voldoen aan de voorwaarden, bedoeld in de,,en; b. toestemming te verlenen aan de minister om persoonsgegevens te verwerken ten behoeve van de controle op de naleving van deze regeling; c. toestemming te verlenen voor het gebruik van areaalmonitoring; en d. artikel 22 toestemming te verlenen aan de minister om (persoons)gegevens aan de certificerende instantie door te geven ten behoeve van controle door de certificerende instantie op deelname en voldoen aan de eco-activiteit weiden, bedoeld in. 6 In geval het indienen van de aanvraag op of kort voor de uiterste datum, bedoeld in het eerste lid, langere tijd niet mogelijk is door een calamiteit aan de kant van het elektronisch loket kan de minister met inachtneming van een redelijke termijn een nieuw tijdstip voor uiterste indiening van de aanvraag bepalen. 7 De minister beslist op de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, uiterlijk op 30 juni van het jaar volgend op het aanvraagjaar. 2026 16532 19-05-2026 15-05-2026 WJZ/104092078 2026 16532 19-05-2026 15-05-2026 WJZ/104092078 20-05-2026
Artikel 11 — Artikel 11 Aanvraag#
Artikel 11 Aanvraag Vervallen 2024 32483 05-11-2024 03-11-2024 WJZ/52473102 2024 32483 05-11-2024 03-11-2024 WJZ/52473102 01-01-2025
Artikel 12 — Artikel 12 Belastingdienst#
Artikel 12 Belastingdienst De belastingdienst maakt voor de uitvoering van deze regeling het BTW-nummer van de aanvrager bekend aan de minister. 2022 29696 08-11-2022 01-11-2022 WJZ/22031065 2022 29696 08-11-2022 01-11-2022 WJZ/22031065 01-01-2023
Artikel 13 — Artikel 13 Ontheffing elektronische weg#
Artikel 13 Ontheffing elektronische weg 1 artikel 10, eerste lid De minister kan een ontheffing verlenen van de verplichting langs elektronische weg de aanvraag, bedoeld in, in te dienen, in geval de landbouwer aantoont: a. te behoren tot een geloofsgemeenschap die het gebruik van de elektronische weg in zijn geheel afwijst; of b. niet te beschikken over een computer met internetverbinding en niet eerder langs elektronische weg contact te hebben gelegd met RVO of de rijksoverheid. 2 Een ontheffing wordt uiterlijk op 1 maart van het aanvraagjaar aangevraagd. 2024 32483 05-11-2024 03-11-2024 WJZ/52473102 2024 32483 05-11-2024 03-11-2024 WJZ/52473102 01-01-2025
Artikel 14 — Artikel 14 Aanvullende betaling#
Artikel 14 Aanvullende betaling 1 artikel 2, eerste lid, onderdeel a Een landbouwer die aanspraak maakt op de betaling van basisinkomenssteun voor duurzaamheid, bedoeld in, krijgt aanvullend hierop een betaling van herverdelende inkomenssteun voor maximaal 40 hectaren. 2 verordening (EU) 2021/2115 De minister stelt elk jaar een bedrag- en hectaregrens als bedoeld in artikel 29, derde lid, vanvast. 2022 29696 08-11-2022 01-11-2022 WJZ/22031065 2022 29696 08-11-2022 01-11-2022 WJZ/22031065 01-01-2023
Artikel 15 — Artikel 15 Voorwaarden#
Artikel 15 Voorwaarden 1 artikel 2, eerste lid, onderdeel c verordening (EU) 2021/2115 Een landbouwer kan aanspraak maken op de betaling voor aanvullende inkomenssteun voor jonge landbouwers, bedoeld in, voor de resterende periode, bedoeld in artikel 30, tweede lid, tweede alinea, van, indien de jonge landbouwer daadwerkelijke langdurige zeggenschap heeft over het bedrijf op de peildatum van het aanvraagjaar. 2 Bij een aanspraak als bedoeld in het eerste lid, verleent de landbouwer toestemming aan de minister om persoonsgegevens te verwerken ten behoeve van de controle op de naleving van deze regeling. 2022 29696 08-11-2022 01-11-2022 WJZ/22031065 2022 29696 08-11-2022 01-11-2022 WJZ/22031065 01-01-2023
Artikel 16 — Artikel 16 Zeggenschap#
Artikel 16 Zeggenschap 1 Van daadwerkelijke langdurige zeggenschap is sprake indien de jonge landbouwer: a. ten minste een blokkerende zeggenschap heeft ter zake van ondernemingsbeslissingen met een financieel belang van meer dan 25.000 euro; en b. ten minste mede belast is met de dagelijkse bedrijfsvoering. 2 De blokkerende zeggenschap, bedoeld in het eerste lid, onderdeel, a, is uiterlijk op 15 mei 2022 verkregen en kan worden aangetoond met: a. de statuten van de rechtspersoon, ingeval van een besloten vennootschap, naamloze vennootschap, een stichting en een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid; b. een schriftelijk vastgelegde overeenkomst met alle maten, ingeval van een maatschap; c. een schriftelijk vastgelegde overeenkomst met alle vennoten, ingeval van een vennootschap onder firma; d. een schriftelijk vastgelegde overeenkomst tussen alle leden, ingeval van een vereniging zonder volledige rechtsbevoegdheid; of e. artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007 de registratie van de blokkerende zeggenschap in het handelsregister, bedoeld in, waarvan de juistheid desgevraagd kan worden aangetoond met de onder a tot en met d genoemde bescheiden. 3 De jonge landbouwer wordt geacht niet te voldoen aan het bepaalde in het eerste lid, onderdeel a, indien in een samenwerkingsovereenkomst voor bepaalde tijd is bepaald dat de maatschap onderscheidenlijk de vennootschap onder firma eenzijdig door de andere maten onderscheidenlijk vennoten kan worden opgezegd of bij bedrijfsbeëindiging de jonge landbouwer geen recht op voortzetting heeft. 4 Een commanditaire vennoot wordt geacht niet te voldoen aan het eerste lid. 5 De overeenkomst, bedoeld in het tweede en derde lid, is uiterlijk op de peildatum opgesteld, ondertekend en voorzien van de datum waarop de overeenkomst is ondertekend. 2022 29696 08-11-2022 01-11-2022 WJZ/22031065 2022 29696 08-11-2022 01-11-2022 WJZ/22031065 01-01-2023
Artikel 17 — Artikel 17 Betaling vast bedrag#
Artikel 17 Betaling vast bedrag verordening (EU) 2021/2115 De minister stelt elk jaar een vast bedrag per jonge landbouwer als bedoeld in artikel 30, derde lid, tweede alinea, vanvast. 2022 29696 08-11-2022 01-11-2022 WJZ/22031065 2022 29696 08-11-2022 01-11-2022 WJZ/22031065 01-01-2023
Artikel 18 — Artikel 18 Eco-activiteiten categorie hoofdteelt#
Artikel 18 Eco-activiteiten categorie hoofdteelt De Eco-activiteiten in de categorie hoofdteelt zijn: a. een rustgewas, onder de volgende voorwaarden: 1°. bijlage 1 de landbouwer teelt uitsluitend een of meerdere gewassen uit de gewassenlijst ‘rustgewassen eco-regeling’ als bedoeld inals hoofdteelt met een zichtbare bedekking; en 2°. bijlage VIb van de Omgevingsregeling bijlage 1 op het betreffende perceel is in de voorgaande drie kalenderjaren tenminste één keer een rustgewas als bedoeld inof een rustgewas uit de gewassenlijst ‘rustgewassen eco-regeling’ als bedoeld in, als hoofdteelt geteeld. b. vezelgewas een, onder de volgende voorwaarden: 1°. bijlage 1 de landbouwer teelt een gewas uit de gewassenlijst ‘vezelgewassen’ als bedoeld inals hoofdteelt met een zichtbare bedekking; en 2°. artikel 9 is van overeenkomstige toepassing op de teelt van hennep. c. stikstofbindend gewas een, onder de volgende voorwaarden: 1°. bijlage 1 de landbouwer teelt uitsluitend één of meerdere gewassen uit de gewassenlijst ‘stikstofbindende gewassen’ als bedoeld inals hoofdteelt met een zichtbare bedekking of teelt een gewas uit de gewassenlijst 'stikstofbindende gewassen’ als bedoeld in bijlage 1 in combinatie met graan, waarbij de oppervlakte van het betreffende perceel volledig zichtbaar bedekt is waarvan minimaal 50% met stikstofbindende gewassen; en 2°. de landbouwer past deze eco-activiteit niet toe op een perceel dat het voorgaande jaar blijvend grasland was. d. verlengde teelt een, vanaf het tweede jaar, onder de volgende voorwaarden: 1°. bijlage 1 de landbouwer teelt een gewas uit de gewassenlijst ‘verlengde teelten’ als bedoeld inals hoofdteelt met een zichtbare bedekking; en 2°. het gewas is in het voorgaande jaar als hoofdteelt geteeld en staat aaneengesloten op het perceel. e. langjarig grasland , onder de volgende voorwaarden: 1°. de landbouwer houdt blijvend grasland in stand op het perceel in de periode van 1 januari tot en met 31 december; 2°. op het perceel is vanaf 1 januari 2023 uitsluitend lichte grondbewerking toegepast; en 3°. uitsluitend pleksgewijze toepassing van gewasbeschermingsmiddelen en biociden is toegestaan, op maximaal 10 procent van de oppervlakte van het betreffende perceel blijvend grasland. f. kruidenrijk grasland , onder de volgende voorwaarden: 1°. de landbouwer teelt: a. bijlage 1 gras, kruidachtige voedergewassen en vlinderbloemigen uit de gewassenlijst ‘stikstofbindend gewas’ als bedoeld in, op het perceel, waarbij van 1 juni tot 1 oktober en voor het jaar 2024 van 15 juli tot 1 oktober de oppervlakte van het betreffende perceel volledig zichtbaar bedekt is waarvan minimaal 25% met kruidachtige voedergewassen en vlinderbloemigen en minimaal 25% met gras, tenzij de landbouwer als gevolg van een contract voor agrarisch natuurbeheer op basis van de subsidieregelingen ANLb beheerspakket 3 ‘plasdras voor weidevogels’ uitvoert waardoor hij tijdelijk niet kan voldoen aan de zichtbare bedekking; of b. bijlage 1 gras, kruidachtige voedergewassen en vlinderbloemigen uit de gewassenlijst ‘stikstofbindend gewas’ als bedoeld in, waarbij van 1 juni tot 1 oktober en voor het jaar 2024 van 15 juli tot 1 oktober minimaal 25 procent uit duidelijk zichtbare kruidachtige voedergewassen en vlinderbloemigen en minimaal 25 procent uit gras bestaat, op de grasstroken tussen de fruitbomen of -struiken of de boomkwekerijgewassen, op minimaal 30 procent van de oppervlakte van de grasstroken; en 2°. gras, kruidachtige voedergewassen en vlinderbloemigen zijn gelijkmatig verdeeld over het perceel. g. natte teelt, eenonder de volgende voorwaarden: 1°. bijlage 1 de landbouwer teelt een gewas uit de gewassenlijst ‘natte teelten’ als bedoeld inals hoofdgewas met een zichtbare bedekking; 2°. de teelt vindt plaats op areaal dat sinds 2015 minimaal één jaar werd aangemerkt als landbouwareaal; en 3°. de landbouwer oogst het gewas ten minste eenmaal per kalenderjaar. h. vroeg ras rooigewas 1 september een, onder de volgende voorwaarden: 1°. bijlage 1 de landbouwer teelt een gewas uit de gewassenlijst ‘vroeg ras rooigewas 1 september’ als bedoeld inals hoofdteelt met een zichtbare bedekking; 2°. de landbouwer oogst het aangegeven vroeg ras rooigewas vóór 1 september van het aanvraagjaar; en 3°. de landbouwer voert het gewas en de gewasresten af van het perceel of werkt de gewasresten onder vóór 1 september van het aanvraagjaar. i. voedselbos onder de volgende voorwaarden: 1°. artikel 4, vijfde lid, onderdeel a het gaat om een voedselbos als bedoeld in, dat sinds 2015 minimaal één jaar werd aangemerkt als landbouwareaal; 2°. het toepassen van chemische gewasbeschermingsmiddelen of biociden en bemesting is niet toegestaan; 3°. het keren, ploegen, spitten of woelen van de grond is niet toegestaan; 4°. het perceel voedselbos heeft een aaneengesloten oppervlak van minimaal 0,5 hectare; 5°. per hectare staan er minimaal 15 verschillende soorten voedselproducerende bomen en struiken, van de soorten, bedoeld in de Soortenlijst behorende bij de gewascode voedselbossen van de Stichting Voedselbosbouw; en 6°. er is een teeltplan voor het voedselbos dat tenminste bestaat uit te volgende elementen: a. een lijst met aangeplante of aan te planten soorten; b. het ontwerp van het voedselbos; en c. wanneer en wat voor voedsel de eetbare soorten zullen opleveren. j. grasklaver , onder de volgende voorwaarden: 1°. van 1 juni tot 1 augustus wordt de oppervlakte van het betreffende perceel volledig zichtbaar bedekt waarvan minimaal 25% met gras en minimaal 25% met klaver; en 2°. gras en klaver zijn gelijkmatig verdeeld over het perceel. k. strokenteelt , onder de volgende voorwaarden: 1°. het perceel landbouwgrond bestaat uit minimaal vijf stroken; 2°. de stroken zijn minimaal drie en maximaal 27 meter breed; 3°. bijlage 1 de landbouwer teelt een combinatie van minimaal vier gewassen (waarbij twee dezelfde gewassen niet naast elkaar mogen liggen), met uitzondering van blijvend grasland, als hoofdteelt met een zichtbare bedekking, waarvan tenminste twee productieve gewassen en één rustgewas uit de gewassenlijst ‘rustgewassen eco-regeling’ als bedoeld in; en 4°. een strook met struiken en bomen waaronder boslandbouw is toegestaan. 2026 1855 20-01-2026 17-01-2026 WJZ/102046152 2026 1855 20-01-2026 17-01-2026 WJZ/102046152 21-01-2026 01-01-2026
Artikel 19 — Artikel 19 Eco-activiteiten categorie bodemgewas#
Artikel 19 Eco-activiteiten categorie bodemgewas De Eco-activiteiten in de categorie bodemgewas zijn: a. onderzaai vanggewas, onder de volgende voorwaarden: 1°. bijlage 1 de landbouwer teelt een vanggewas uit de gewassenlijst ‘groenbemesters / vanggewassen’ als bedoeld inals onderzaai in combinatie met de hoofdteelt, zodat dit leidt tot zichtbare bodembedekking direct na de oogst van de hoofdteelt; 2°. tot ten minste 1 december is de oppervlakte van het betreffende perceel voor minimaal 80% zichtbaar bedekt met het aangegeven vanggewas; 3°. de hoofdteelt en de onderzaai zijn verschillende gewassen; en 4°. het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen of biociden op het perceel is na de oogst van de hoofdteelt niet toegestaan. b. groenbedekking, onder de volgende voorwaarden: 1°. bijlage 1 de landbouwer teelt een gewas uit de gewassenlijst ‘groenbemesters / vanggewassen’ als bedoeld in, waarbij gedurende de gehele periode van 1 januari tot 1 maart de oppervlakte van het betreffende perceel voor minimaal 80% zichtbaar bedekt is met het aangegeven gewas; 2°. uitsluitend pleksgewijze toepassing van gewasbeschermingsmiddelen of biociden is toegestaan, op maximaal 10 procent van de oppervlakte van het betreffende landbouwareaal; 3°. de groenbedekking wordt mechanisch ondergewerkt voorafgaand aan de hoofdteelt in het betreffende aanvraagjaar, zonder doodspuiten of branden van het gewas; en 4°. het gewas mag doodvriezen. 2026 1855 20-01-2026 17-01-2026 WJZ/102046152 2026 1855 20-01-2026 17-01-2026 WJZ/102046152 21-01-2026 01-01-2026
Artikel 20 — Artikel 20 Eco-activiteiten categorie teeltmaatregel#
Artikel 20 Eco-activiteiten categorie teeltmaatregel De Eco-activiteiten in de categorie teeltmaatregel zijn: a. biologische bestrijding , onder de volgende voorwaarden: 1°. bijlage 1 de landbouwer teelt een gewas uit de gewassenlijst ‘biologische bestrijding’ als bedoeld in; 2°. op het perceel met biologische bestrijding wordt een of een combinatie van de volgende technieken toegepast: i. de steriele insectentechniek (SIT) ter beheersing van de uienvlieg; ii. feromoonverwarring ter beheersing van de fruitmot, pruimenmot, bessenglasvlinder, vruchtbladroller, leverkleurige bladroller, grote appelbladroller, of heggebladroller; iii. nematoden; iv. bacteriepreparaten; v. bijlage VIIb, onderdeel A, van de Omgevingsregeling een bestrijder uit; 3°. de landbouwer bewaart het aankoopbewijs van de toepassing van de biologische bestrijding en het betaalbewijs gedurende 5 jaar in zijn administratie. Het aankoopbewijs vermeldt tenminste de naam van de teler van het gewas, de eenduidige locatiegegevens zoals de X- en Y-coördinaten of het perceelnummer uit de Gecombineerde Opgave, bedoeld in artikel 2 van de voor het desbetreffende jaar geldende Regeling landbouwtelling en gecombineerde opgave, een indicatie van de oppervlakte van het perceel waarop de biologische bestrijding is toegepast, de leverancier en de prijs en hoeveelheid van de geleverde biologische bestrijding. b. precisiegewasbescherming , onder de volgende voorwaarden: 1°. de landbouwer past op het perceel, gedurende de hoofdteelt in het aanvraagjaar, doch uiterlijk 15 oktober van dat jaar, plaatsspecifieke dosering van gewasbeschermingsmiddelen toe door middel van een taakkaart die een GPS-gestuurde spuit aanstuurt dan wel een sensorgestuurde on-the-go aangestuurde spuit; 2°. de spuitboom beschikt minimaal over de mogelijkheid om variabel per sectie de spuitdoppen aan te sturen; 3°. de landbouwer: a. heeft machines en werktuigen die precisiegewasbescherming kunnen uitvoeren ter beschikking op grond van eigendom of huur dan wel in gebruik met toestemming van de eigenaar of de verhuurder; of b. beschikt over een factuur van een loonwerker met vermelding van de uitgevoerde handeling(en), de datum van de handeling, en de eenduidige locatiegegevens zoals de X- en Y-coördinaten of het perceelnummer uit de Gecombineerde Opgave, bedoeld in artikel 2 van de voor het desbetreffende jaar geldende Regeling landbouwtelling en gecombineerde opgave, en bewaart deze gedurende 5 jaar in zijn administratie; 4°. de landbouwer beschikt voor iedere toepassing van precisiegewasbescherming over: a. een taakkaart bij een GPS-gestuurde spuit, waarop de geplande handeling(en), en de eenduidige locatiegegevens zoals de X- en Y-coördinaten staan aangegeven,en bewaart deze gedurende 5 jaar in zijn administratie; of b. een resultaatkaart bij een sensorgestuurde on-the-go aangestuurde spuit waarop de uitgevoerde handelingen en de eenduidige locatiegegevens zoals de X- en Y-coördinaten staan aangegeven, en bewaart deze gedurende 5 jaar in zijn administratie; 5°. verordening (EG) Nr 1107/2009 Richtlijnen 79/117/EEG 91/414/EEG de landbouwer houdt een register bij als bedoeld in artikel 67 vanvan het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van deenvan de Raad (PbEU 2009, L309); 6°. landbouwareaal dat braak ligt, inclusief landschapselementen, is uitgesloten van deze Eco-activiteit; en 7°. artikel 32, onderdeel a bijlage 3 de landbouwer voldoet aan de beheerseisen RBE 7.1 en RBE 8.1 tot en met 8.8, bedoeld in, in samenhang met. c. precisiebemesting, onder de volgende voorwaarden: 1°. de landbouwer past op het perceel, gedurende de hoofdteelt in het aanvraagjaar, doch uiterlijk 15 oktober van dat jaar, plaatsspecifieke dosering van bemesting toe door middel van een taakkaart die een GPS-gestuurde strooier (bij korrel- of vaste meststoffen) of – spuit (vloeibare meststoffen) of – zodebemester of – sleepvoetbemester (drijfmest) aanstuurt dan wel een sensorgestuurde on-the-go aangestuurde machine; 2°. de strooier dient ingericht te zijn om meststoffen over de strooibreedte plaatsspecifiek te kunnen doseren; 3°. de spuitboom beschikt minimaal over de mogelijkheid om variabel per sectie de spuitdoppen aan te sturen; 4°. de zodebemester en sleepvoetbemesters dienen ingericht te zijn om de drijfmest over de inbrengbreedte plaatsspecifiek te kunnen doseren; 5°. de landbouwer: a. heeft machines en werktuigen die precisiebemesting kunnen uitvoeren ter beschikking op grond van eigendom of huur dan wel in gebruik met toestemming van de eigenaar of de verhuurder; of b. beschikt over een factuur van een loonwerker met vermelding van de uitgevoerde handeling(en), de datum van de handeling en de eenduidige locatiegegevens zoals de X- en Y-coördinaten of de naam en het perceelnummer uit de Gecombineerde Opgave, bedoeld in artikel 2 van de voor het desbetreffende jaar geldende Regeling landbouwtelling en gecombineerde opgave, en bewaart deze gedurende 5 jaar in zijn administratie; 6°. de landbouwer beschikt voor iedere toepassing van precisiebemesting over: a. een taakkaart bij een GPS-gestuurde machine, waarop de geplande handeling(en) en de eenduidige locatiegegevens zoals de X- en Y-coördinaten staan aangegeven, en bewaart deze gedurende 5 jaar in zijn administratie; of b. een resultaatkaart bij een sensorgestuurde on-the-go aangestuurde machine waarop de uitgevoerde handelingen, en de eenduidige locatiegegevens zoals de X- en Y-coördinaten staan aangegeven, en bewaart deze gedurende 5 jaar in zijn administratie; 7°. landbouwareaal dat braak ligt, inclusief landschapselementen, is uitgesloten van deze eco-activiteit; en 8°. artikel 32, onderdeel a bijlage 3 de landbouwer voldoet aan de beheerseisen RBE 2.2 tot en met 2.5, 2.7 tot en met 2.9, 2.11, 2.13 en 2.15, bedoeld in, in samenhang met. d. fertigatie , onder de volgende voorwaarden: 1°. de landbouwer beschikt op het perceel, tijdens de hoofdteelt, over een functioneel werkende druppelirrigatie met doseersysteem; 2°. het doseersysteem kan via leidingen of slangen een mengsel van water en vloeibare meststoffen beschikbaar stellen; 3°. De landbouwer beschikt over een boekhouding waar de registratie van meststoffen die via het doseersysteem worden toegediend wordt vastgelegd, en bewaart deze gedurende 5 jaar in zijn administratie. 4°. nutriënten worden gedoseerd toegevoegd aan het water; 5°. landbouwareaal dat braak ligt, inclusief landschapselementen, is uitgesloten van deze eco-activiteit; en 6°. artikel 32, onderdeel a bijlage 3 de landbouwer voldoet aan de beheerseisen RBE 2.3, 2.5, 2.11, 2.13 en 2.15, bedoeld in, in samenhang met. e. Tagetes als aaltjesbestrijding , onder de volgende voorwaarden: 1°. Tagetes patula de landbouwer teelt uitsluitendals hoofdteelt met een zichtbare bedekking; 2°. de teelt vindt minimaal drie aansluitende maanden plaats; 3°. de landbouwer gebruikt minimaal de in de Aanbevelende Rassenlijst voor landbouwgewassen CSAR aanbevolen hoeveelheid zaaizaad; 4°. Tagetes patula de landbouwer bewaart de etiketten van het zaaizaad van degedurende 5 jaar in zijn administratie; 5°. het areaal was in het voorgaand aanvraagjaar geen blijvend grasland. 2026 16532 19-05-2026 15-05-2026 WJZ/104092078 2026 16532 19-05-2026 15-05-2026 WJZ/104092078 20-05-2026
Artikel 21 — Artikel 21 Niet-toegestane Eco-activiteiten#
Artikel 21 Niet-toegestane Eco-activiteiten artikel 20, onderdelen b, c en d artikel 23, onderdeel c artikel 32, onderdeel b Bijlage 4 § 2. Water De eco-activiteiten, bedoeld in, en, zijn niet toegestaan op een bufferstrook als bedoeld in, in samenhang met. 2024 32483 05-11-2024 03-11-2024 WJZ/52473102 2024 32483 05-11-2024 03-11-2024 WJZ/52473102 01-01-2025
Artikel 22 — Artikel 22 Eco-activiteiten categorie veemaatregelen#
Artikel 22 Eco-activiteiten categorie veemaatregelen 1 De eco-activiteiten in de categorie veemaatregel zijn: weiden categorie 1 of weiden categorie 2 onder de volgende voorwaarden: 1°. artikel 10, vijfde lid, onderdeel d de landbouwer verleent toestemming als bedoeld in; en 2°. artikel 22b de landbouwer neemt deel aan een erkend certificeringsschema als bedoeld inen voldoet volgens vaststelling door de certificerende instantie aan de eisen van dit certificeringsschema. 2025 22614 09-10-2025 07-10-2025 WJZ/97203757 2025 22614 09-10-2025 07-10-2025 WJZ/97203757 10-10-2025 01-01-2025
Artikel 22a — Artikel 22a Voorschriften certificeringsschema#
Artikel 22a Voorschriften certificeringsschema 1 Het certificeringsschema bevat voorschriften voor het weiden, waaronder: 1°. ten minste 1.500 uur per jaar (weiden categorie 1) of 2.500 uur per jaar (weiden categorie 2) weiden; 2°. voorwaarden voor het bepalen van het aantal uren weiden, indien er sprake is van vrije uitloop; 3°. het bijhouden van een register waarin tenminste de weidedagen en de tijdstippen van beweiding, zoals starttijd en eindtijd, zijn vastgelegd; 4°. het bewaren van het register gedurende 5 jaar na afloop van het kalenderjaar waarop het register betrekking heeft in de administratie van de landbouwer; en 5°. eisen aan de maximale hoeveelheid lacterend melkvee per hectare huiskavel om natuurlijk graasgedrag te borgen. 2 Het certificeringsschema geeft de mogelijkheid dat schaduwcontroles door de Minister, de Auditdienst Rijk of de Europese Commissie kunnen worden uitgevoerd. 3 De Minister kan op advies van de schema-eigenaar in een jaar met uitzonderlijke veterinaire of weersomstandigheden die de mogelijkheden voor weiden beperken bij besluit het vereiste aantal uren voor weiden categorie 1 of weiden categorie 2 voor dat jaar verlagen. 2024 10711 03-04-2024 28-03-2024 WJZ/46081717 2024 10711 03-04-2024 28-03-2024 WJZ/46081717 04-04-2024
Artikel 22b — Artikel 22b Erkenning certificeringsschema#
Artikel 22b Erkenning certificeringsschema 1 artikel 22 De Minister verleent op aanvraag een erkenning aan een certificeringsschema ten behoeve van de certificering van de eco-activiteit weiden, bedoeld in, indien wordt voldaan aan de volgende eisen: a. artikel 22a het certificeringsschema bevat de voorschriften, bedoeld in; b. het certificeringsschema is eigendom van een schema-eigenaar; c. het certificeringsschema heeft een voldoende mate van borging, handhaafbaarheid, uitvoerbaarheid en fraudebestendigheid; d. er is afdoende toezicht door de schema-eigenaar op de naleving van het certificeringsschema; e. de schema-eigenaar heeft een schriftelijke overeenkomst met een certificerende instantie die voor inspecties is geaccrediteerd door de Raad in het kader van norm NEN-EN/ISO 17020 met de scope op het uitvoeren van inspecties op weiden; en f. de schema-eigenaar beschikt over een audit- of inspectieregime waarmee invulling wordt gegeven aan de onderdelen c en d. 2 Een aanvraag voor erkenning kan tot 15 juni van het voorliggende kalenderjaar waarop het certificeringsschema van toepassing is worden ingediend, waarbij ten minste de volgende gegevens worden verstrekt: a. de naam, het adres en de vestigingsplaats van de schema-eigenaar; b. het certificeringsschema; c. een beschrijving en bewijsstukken waaruit blijkt dat aan de voorschriften van het eerste lid wordt voldaan. 3 Wijzigingen van de gegevens, bedoeld in het tweede lid worden binnen 30 dagen aan de Minister gemeld. 4 Een erkenning wordt verleend voor een kalenderjaar en is niet overdraagbaar. 5 De erkenning kan met een jaar worden verlengd na schriftelijk verzoek van de schemaeigenaar voor 15 juni voorafgaand aan het kalenderjaar waarop het certificeringsschema van toepassing is. 6 De Minister trekt een erkenning in: a. op verzoek van de schema-eigenaar; b. indien bij de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en kennis van de juiste en volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid; c. indien niet meer wordt voldaan aan een of meer eisen als bedoeld in het eerste lid; of d. indien wijzigingen als bedoeld in het derde lid niet of niet tijdig worden gemeld. 2023 11065 13-04-2023 07-04-2023 WJZ/26286097 2023 11065 13-04-2023 07-04-2023 WJZ/26286097 14-04-2023
Artikel 22c — Artikel 22c Verplichtingen certificerende instantie#
Artikel 22c Verplichtingen certificerende instantie 1 De certificerende instantie controleert of de landbouwer voldoet aan artikel 22b het erkende certificeringsschema, bedoeld invoor de eco-activiteit weiden. 2 De certificerende instantie heeft een schriftelijke deelname overeenkomst met de landbouwer. 3 De certificerende instantie verstrekt jaarlijks, uiterlijk 15 oktober aan de Minister een verklaring waarin wordt aangegeven welke landbouwers deelnemen en voldoen aan het erkende certificeringsschema voor de eco-activiteit weiden. 4 Indien tijdens de controles blijkt dat de landbouwer niet voldoet aan het erkende certificeringsschema stelt de certificerende instantie de desbetreffende landbouwer en de Minister hiervan in kennis. 5 artikel 22b, zesde lid In geval van intrekking als bedoeld in, geeft de certificerende instantie de in het derde lid bedoelde verklaringen niet meer af. 6 De certificerende instantie houdt een administratie bij waaruit de relevante informatie blijkt over de aanmeldingen voor het certificeringsschema, uitgevoerde controles, toewijzing en afwijzing van deelname aan het certificeringsschema en afgegeven verklaringen en bewaart deze ten minste 5 jaar na afloop van het kalenderjaar waarop de deelname aan het certificeringsschema van toepassing is. 7 De certificerende instantie gaat akkoord met schaduwcontroles door de Minister, de Auditdienst Rijk of de Europese Commissie. 2023 11065 13-04-2023 07-04-2023 WJZ/26286097 2023 11065 13-04-2023 07-04-2023 WJZ/26286097 14-04-2023
Artikel 23 — Artikel 23 Eco-activiteiten categorie niet-productieve grond#
Artikel 23 Eco-activiteiten categorie niet-productieve grond De Eco-activiteiten in de categorie niet-productieve grond zijn: a. heg, haag, struweel, onder de volgende voorwaarden: 1°. de landbouwer houdt een heg, haag, of struweel gelegen op of grenzend aan landbouwgrond in stand van 1 januari tot en met 31 december; 2°. een heg, haag of struweel bestaat uit een lijnvormig element met aaneengesloten opgaande begroeiing van voornamelijk inheemse struiken, waarbij uitheemse soorten en bomen worden verwijderd en waarbij voor een nieuw aangeplante heg, haag of struweel geldt dat aan deze voorwaarde wordt voldaan als de plantdichtheid bij aanplant zodanig is dat binnen drie jaar na die aanplant een aaneengesloten opgaande begroeiing aanwezig is; 3°. een heg, haag of struweel wordt in stand gehouden door periodiek te snoeien of te knippen, zodat de begroeiing bestaat uit alleen opgaande begroeiing; en 4°. het knippen of snoeien van landschapselementen is niet toegestaan in de periode van 15 maart tot en met 15 juli en in het geval buiten die periode in landschapselementen door vogels wordt gebroed. b. landschapselement hout , onder de volgende voorwaarde: 1°. artikel 7, tweede lid de landbouwer houdt een landschapselement als bedoeld in, in stand gelegen op of grenzend aan landbouwgrond van 1 januari tot en met 31 december; en 2°. het knippen of snoeien van landschapselementen is niet toegestaan in de periode van 15 maart tot en met 15 juli en in het geval buiten die periode in landschapselementen door vogels wordt gebroed. c. groene braak , onder de volgende voorwaarden: 1°. bijlage 1 de landbouwer teelt voor een periode van minimaal 9 aaneengesloten maanden in het aanvraagjaar een gewas uit de gewassenlijst ‘groene braak’ als bedoeld inals hoofdteelt op bouwland; 2°. het perceel is minimaal drie meter breed; 3°. in de periode van 31 mei tot 31 augustus is de oppervlakte van het betreffende perceel voor minimaal 80% zichtbaar bedekt met het aangegeven gewas; 4°. het is niet toegestaan om tijdens en na de braakperiode het aanwezige gewas in het betreffende aanvraagjaar alsnog te oogsten, te bemesten of er chemische gewasbeschermingsmiddelen of biociden op toe te passen; 5°. beweiden of oogsten van het aangegeven gewas is het gehele aanvraagjaar niet toegestaan; en 6°. het areaal was in het voorgaand aanvraagjaar geen blijvend grasland. d. een kruidenrijke bufferstrook langs bouwland of blijvende teelt, onder de volgende voorwaarden: 1°. artikel 32, onderdeel b Bijlage 4 de landbouwer beheert een kruidenrijke beheerde bufferstrook die minimaal drie meter en maximaal 12 meter breed is en geheel of gedeeltelijk samenvalt met de bufferstrook, bedoeld in, in samenhang met, onder 4 en 4a; 2°. de bufferstrook ligt direct langs bouwland, met uitzondering van tijdelijk grasland, of direct langs een perceel blijvende teelt; 3°. er wordt op de bufferstrook geen gebruik gemaakt van bemesting en chemische gewasbeschermingsmiddelen of biociden; 4°. beweiden of oogsten is niet toegestaan; 5°. van 1 juni tot 1 oktober en voor het jaar 2024 van 15 juli tot 1 oktober heeft de kruidenrijke bufferstrook een zichtbare bedekking bestaande uit tenminste 25 procent duidelijk zichtbare kruiden en vlinderbloemigen, tenzij de landbouwer als gevolg van een contract voor agrarisch natuurbeheer op basis van de subsidieregelingen ANLb beheerspakket 3 ‘plasdras voor weidevogels’ uitvoert waardoor hij tijdelijk niet kan voldoen aan de zichtbare bedekking; en 6°. kruidachtige voedergewassen en vlinderbloemigen zijn gelijkmatig verspreid over de bufferstrook aanwezig. e. een kruidenrijke bufferstrook langs grasland, onder de volgende voorwaarden: 1°. artikel 32, onderdeel b Bijlage 4 de landbouwer beheert een kruidenrijke beheerde bufferstrook die minimaal drie meter en maximaal 12 meter breed is en geheel of gedeeltelijk samenvalt met de bufferstrook, bedoeld in, in samenhang met, onder 4 en 4a; 2°. de kruidenrijke bufferstrook ligt direct langs een perceel met grasland; 3°. er wordt op de bufferstrook geen gebruik gemaakt van bemesting en chemische gewasbeschermingsmiddelen of biociden; 4°. beweiden of oogsten is niet toegestaan; 5°. van 1 juni tot 1 oktober en voor het jaar 2024 van 15 juli tot 1 oktober heeft de kruidenrijke bufferstrook een zichtbare bedekking bestaande uit tenminste 25 procent duidelijk zichtbare kruiden en vlinderbloemigen, tenzij de landbouwer als gevolg van een contract voor agrarisch natuurbeheer op basis van de subsidieregelingen ANLb beheerspakket 3 ‘plasdras voor weidevogels’ uitvoert waardoor hij tijdelijk niet kan voldoen aan de zichtbare bedekking; en 6°. gras, kruidachtige voedergewassen en vlinderbloemigen zijn gelijkmatig verspreid over de bufferstrook aanwezig. 2025 22614 09-10-2025 07-10-2025 WJZ/97203757 2025 22614 09-10-2025 07-10-2025 WJZ/97203757 10-10-2025 01-01-2025
Artikel 24 — Artikel 24 Eco-activiteiten categorie biologische productie#
Artikel 24 Eco-activiteiten categorie biologische productie De Eco-activiteit in de categorie biologische productie is: biologische landbouw, onder de volgende voorwaarden: 1°. verordening (EU) 2018/848 Het bedrijf van de landbouwer is gecertificeerd overeenkomstigvoor het betreffende perceel of het betreffende perceel is in omschakeling naar biologisch; en 2°. Het bedrijf voldoet uiterlijk op de peildatum aan de voorwaarden gesteld onder 1°. 2022 29696 08-11-2022 01-11-2022 WJZ/22031065 2022 29696 08-11-2022 01-11-2022 WJZ/22031065 01-01-2023
Artikel 25 — Artikel 25 Voorwaarden eco-regeling#
Artikel 25 Voorwaarden eco-regeling 1 artikel 2, eerste lid, onderdeel d De landbouwer die aanspraak maakt op de betaling voor de eco-regeling, bedoeld in: a. artikelen 18 tot en met 24 voldoet per uitgevoerde eco-activiteit aan de desbetreffende voorwaarden, bedoeld in de; b. bijlage 2 bijlage 2 heeft voor de subsidiabele hectares per regio een minimaal aantal punten volgens de verdeelsleutel, bedoeld in, onderdeel C, behaald voor de verbetering van klimaat, bodem en lucht, water, landschap en biodiversiteit gedifferentieerd naar regio als bedoeld in, onderdeel B; c. artikel 27, vierde lid heeft voor de uit te betalen subsidiabele hectares minimaal een waarde op het niveau van het tarief brons behaald, als bedoeld in; en d. is verantwoordelijk voor de uitvoering van de eco-activiteiten op de subsidiabele hectares die op de peildatum bij hem in gebruik zijn. 2 artikel 10, tweede lid, onderdeel b en derde lid, onderdeel b bijlage 2 Algemene termijnenwet Onverminderd, geeft de landbouwer, uiterlijk op de ingenoemde datum, aan welke eco-activiteiten op welke percelen zullen worden uitgevoerd. Wanneer deze uiterste datum op een zaterdag, zondag of een algemeen erkende feestdag als bedoeld in deeindigt, wordt deze verlengd tot en met de eerstvolgende dag die niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is. 2026 1855 20-01-2026 17-01-2026 WJZ/102046152 2026 1855 20-01-2026 17-01-2026 WJZ/102046152 21-01-2026 01-01-2026
Artikel 26 — Artikel 26 Combinatie van activiteiten#
Artikel 26 Combinatie van activiteiten 1 bijlage 2, onderdeel D Uitbetaling kan worden gevraagd voor de uitvoering van verschillende, elkaar niet uitsluitende eco-activiteiten op hetzelfde perceel, als bedoeld in, waarbij zowel de punten als de waardes van die eco-activiteit bij elkaar mogen worden opgeteld. 2 bijlage 2, onderdeel D Bij de uitvoering van verschillende eco-activiteiten op hetzelfde perceel die dezelfde handeling omvatten als bedoeld in: a. worden de punten toegekend van de activiteit die het hoogste aantal te behalen punten oplevert; en b. wordt de waarde toegekend van de activiteit die de hoogste waarde oplevert. 3 Indien naast een aanvraag om uitbetaling voor het uitvoeren van een eco-activiteit voor dezelfde handeling op hetzelfde perceel of deel van het perceel tevens een aanvraag wordt gedaan om uitbetaling in het kader van de subsidieregelingen ANLb, wordt voor het overlappende deel van het perceel voor de eco-activiteit geen waarde toegekend. 2025 22614 09-10-2025 07-10-2025 WJZ/97203757 2025 22614 09-10-2025 07-10-2025 WJZ/97203757 10-10-2025 01-01-2025
Artikel 27 — Artikel 27 Berekening en betaling#
Artikel 27 Berekening en betaling 1 artikel 25, eerste lid, onderdeel b bijlage 2 Het totaal aantal punten, bedoeld in, wordt berekend door de subsidiabele hectares waarop de eco-activiteit is gerealiseerd en die op de peildatum bij de landbouwer in gebruik zijn, te vermenigvuldigen met het aantal te behalen punten voor de verbetering van klimaat, bodem en lucht, water, landschap en biodiversiteit gedifferentieerd naar regio, zoals vastgesteld in. 2 artikel 22 artikel 23 onderdelen d en e bijlage 2 In afwijking van het eerste lid wordt het totaal aantal punten voor de eco-activiteiten, bedoeld in, berekend door de oppervlakte tijdelijk en blijvend grasland, met uitzondering van het grasland dat wordt ingezet als kruidenrijke beheerde bufferstrook als bedoeld in, waarop de eco-activiteit wordt uitgevoerd en die op de peildatum bij de landbouwer in gebruik zijn, te vermenigvuldigen met het aantal te behalen punten voor de verbetering van klimaat, bodem en lucht, water, landschap en biodiversiteit, zoals vastgesteld in. 3 bijlage 2 Per uitgevoerde eco-activiteit wordt de waarde berekend door het aantal subsidiabele hectares waarop de eco-activiteit wordt uitgevoerd, te vermenigvuldigen met de invastgestelde waarde, gedifferentieerd naar regio. 4 Indien op bedrijfsniveau gemiddeld per hectare een waarde is behaald van: a. ten minste 60 euro, maar minder dan 100 euro, vindt uitbetaling plaats op niveau van het tarief brons; b. ten minste 100 euro, maar minder dan 200 euro, vindt uitbetaling plaats op het niveau van het tarief zilver; c. 200 euro of meer, vindt uitbetaling plaats op het niveau van het tarief goud. 5 De minister stelt de tarieven voor het niveau brons, zilver en goud jaarlijks vast. 6 verordening (EU) 2018/848 In afwijking van het vierde lid vindt uitbetaling plaats op het niveau van het tarief goud indien het bedrijf van de landbouwer voor het gehele landbouwareaal dat bij de landbouwer in gebruik is SKAL gecertificeerd is overeenkomstigof in omschakeling is. 7 De hoogte van de uitbetaling wordt berekend door het tarief, bedoeld in het vijfde lid, te vermenigvuldigen met het aantal subsidiabele hectares. 8 artikel 23, onderdeel b bijlage 2 Indien een solitaire boom wordt ingezet als landschapselement hout als bedoeld in, wordt in afwijking van het eerste lid het aantal te behalen punten voor de verbetering van klimaat, bodem en lucht, water, landschap en biodiversiteit voor de eco-activiteit landschapselement hout zoals vastgesteld inberekend door de oppervlakte van de boom te vermenigvuldigen met conversiefactor 20. 9 artikel 32, onderdeel b Bijlage 4, onder 9 Op ecologisch kwetsbaar blijvend grasland als bedoeld in, in samenhang met, wordt voor de eco-activiteit langjarig grasland geen waarde toegekend. 2024 32483 05-11-2024 03-11-2024 WJZ/52473102 2024 32483 05-11-2024 03-11-2024 WJZ/52473102 01-01-2025
Artikel 27a — Artikel 27a#
Artikel 27a 1 verordening (EU) 2022/1173 Ten behoeve van de controle op de naleving van de voorwaarden en de uitvoering van eco-activiteiten kan aan de landbouwer als bewijs daarvan een gegeotagde foto als genoemd in artikel 11 vanworden gevraagd. 2 De gegeotagde foto wordt ingestuurd met een door de minister beschikbaar gesteld middel binnen de daarvoor gestelde termijn, bij gebreke waarvan de betreffende eco-activiteit als niet uitgevoerd wordt beschouwd. 3 De minister kan op aanvraag een ontheffing verlenen van de in het eerste lid bedoelde verplichting in geval de landbouwer met een door de minister beschikbaar gesteld middel aantoont: a. te behoren tot een geloofsgemeenschap die het gebruik van de elektronische weg in zijn geheel afwijst; of b. niet te beschikken over apparatuur om de gegeotagde foto te maken en in te sturen. 2024 41242 19-12-2024 18-12-2024 WJZ/87523093 2024 41242 19-12-2024 18-12-2024 WJZ/87523093 01-01-2025
Artikel 28 — Artikel 28 Zeldzame landbouwhuisdierrassen#
Artikel 28 Zeldzame landbouwhuisdierrassen 1 artikel 5 Een actieve landbouwer als bedoeld in, kan aanspraak maken op de betaling voor het houden van raszuivere vrouwelijke en mannelijke dieren, als bedoeld en als zodanig geregistreerd in het I&R register, van de volgende zeldzame Nederlandse landbouwhuisdierrassen: a. rund: Brandrood rund, Fries-Hollands vee, Groninger blaarkop, Lakenvelder, Verbeterd Roodbont; b. schaap: Drents heideschaap, Flevolander, Groot heideschaap, Fries melkschaap, Mergelland schaap, Nederlands bonte schaap, Noordhollander, Schoonebeeker heideschaap, Swifter, Veluws heideschaap, Zwartbles; en c. geit: Nederlandse Bonte geit, Nederlandse Landgeit, Nederlandse Toggenburger geit, Nederlandse Witte geit. 2 Dieren van de in het eerste lid bedoelde landbouwhuisdierrassen worden als raszuiver beschouwd indien: a. het dier staat ingeschreven in de hoofdsectie van het stamboek; b. het dier staat ingeschreven in de aanvullende sectie van het stamboek, met tenminste 87.5% bloedvoering van het desbetreffende ras. 3 Om in aanmerking te komen voor betalingen worden: a. in geval van mannelijke en vrouwelijke runderen, tenminste 2,5 grootvee-eenheden gehouden; b. in geval van mannelijke en vrouwelijke geiten en schapen, tenminste 0,5 grootvee-eenheden gehouden. 2024 32483 05-11-2024 03-11-2024 WJZ/52473102 2024 32483 05-11-2024 03-11-2024 WJZ/52473102 01-01-2025
Artikel 29 — Artikel 29 Voorwaarden#
Artikel 29 Voorwaarden 1 artikel 28, eerste lid artikel 32, onderdeel a bijlage 3 Betalingen als bedoeld in, worden enkel verstrekt voor zover de aanvrager voldoet aan de beheerseisen van RBE 11, bedoeld in, in samenhang met, met dien verstande dat voor zover sprake is van een niet-naleving die een deel van de aangevraagde dieren raakt, enkel het aantal dieren waarop de niet-naleving betrekking heeft niet voor betaling in aanmerking komt. 2 artikel 10 Onverminderdbevat de aanvraag in ieder geval: a. de reeds automatisch ingevulde, actuele en voor de betaling relevante, juiste informatie uit het I&R register; b. artikel 28 artikel 30 het aantal zeldzame landbouwhuisdierrassen, bedoeld ineerste lid, uitgedrukt in grootvee-eenheden als bedoeld in. c. de locatie van de dieren; en d. de leeftijd van de dieren. 2024 32483 05-11-2024 03-11-2024 WJZ/52473102 2024 32483 05-11-2024 03-11-2024 WJZ/52473102 01-01-2025
Artikel 30 — Artikel 30 Berekening grootvee-eenheid en drempel betaling#
Artikel 30 Berekening grootvee-eenheid en drempel betaling 1 verordening (EU) 2021/2290 Het aantal grootvee-eenheden van de zeldzame landbouwhuisdierrassen wordt met inachtneming van punt 12, onderdeel b, van de bijlage bij, berekend door: a. de som van het aantal op 1 januari, 1 april, 1 juli en 1 oktober van het aanvraagjaar, op het unieke bedrijfsregistratienummer van de aanvrager, vastgestelde aantal grootvee-eenheden te delen door 4; b. het aantal runderen van 2 jaar en ouder, te vermenigvuldigen met 1; c. het aantal runderen van 6 maanden tot 2 jaar oud, te vermenigvuldigen met 0,6; d. het aantal schapen of geiten van 6 maanden en ouder te vermenigvuldigen met 0,15. 2 Indien een dier op een peildatum als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, bij meer dan één houder geregistreerd staat, wordt het dier voor die peildatum toegerekend aan de laatst aanvoerende houder. 2024 10711 03-04-2024 28-03-2024 WJZ/46081717 2024 10711 03-04-2024 28-03-2024 WJZ/46081717 04-04-2024 01-01-2024
Artikel 31 — Artikel 31 Betaling#
Artikel 31 Betaling 1 De betaling wordt eenmaal per jaar verstrekt voor maximaal 100 grootvee-eenheden zeldzame landbouwhuisdierrassen, gehouden in het aanvraagjaar. 2 De beschikking tot betaling vermeldt per ras het aantal dieren, omgerekend in grootvee-eenheid. 3 De betaling bedraagt maximaal 200 euro per jaar per grootvee-eenheid. 4 Indien betaling van het goedgekeurde aantal aanvragen het beschikbare budget overschrijdt, wordt het maximaal per jaar per grootvee-eenheid te betalen bedrag naar rato verdeeld over het aantal grootvee-eenheden waarvoor betaling is gevraagd. 2022 29696 08-11-2022 01-11-2022 WJZ/22031065 2022 29696 08-11-2022 01-11-2022 WJZ/22031065 01-01-2023
Artikel 32 — Artikel 32 Conditionaliteiten#
Artikel 32 Conditionaliteiten 1 artikel 2, eerste en tweede lid Een landbouwer die deelneemt aan één of meer van de onder, bedoelde regelingen, neemt de volgende bepalingen in acht: a. verordening (EU) 2021/2115 bijlage 3 de beheerseisen, bedoeld in artikel 12 van, opgenomen in; b. verordening (EU) 2021/2115 bijlage 4 de normen voor het in goede landbouw- en milieuconditie houden van landbouwareaal, bedoeld in artikel 13 van, opgenomen in; en c. verordening (EU) 2021/2115 bijlage 4a de sociale conditionaliteiten, bedoeld in artikel 14 van, opgenomen in. 2 verordening (EU) 2018/848 Bijlage IV Percelen die zijn gecertificeerd overeenkomstigof in omschakeling zijn naar biologisch worden geacht te voldoen aan de in het eerste lid, onderdeel b, enbedoelde GLMC-normen 1, 3, 4, 5, 6 en 7 voor het in goede landbouw- en milieuconditie houden van landbouwareaal. 2026 16532 19-05-2026 15-05-2026 WJZ/104092078 2026 16532 19-05-2026 15-05-2026 WJZ/104092078 20-05-2026
Artikel 33 — Artikel 33 Bewustmakingsmechanisme#
Artikel 33 Bewustmakingsmechanisme 1 verordening (EU) 2021/2116 Het bewustmakingsmechanisme, bedoeld in artikel 85, derde lid, tweede alinea, van, houdt in dat de minister, op grond van de beoordeling van de niet-naleving van een conditionaliteit die, gelet op haar geringe ernst, omvang en duur, in naar behoren gemotiveerde gevallen geen aanleiding geeft tot een verlaging of uitsluiting, aan de landbouwer eerst een waarschuwing geeft voor zover geen sprake is van een herhaling. 2 De in het eerste lid bedoelde niet-naleving van een conditionaliteit betreft in ieder geval: a. artikel 2.18, tweede lid artikel 6.4 van de Wet dieren artikel 2.1 van het Besluit diervoeders 2012 artikel 13 van de Regeling Diervoeders 2012 Verordening (EG) nr.183/2005 , en, in samenhang meten, in samenhang met artikel 5, eerste lid, en Bijlage I, deel A, onderdeel II onder 2a, 2b en 2e van, voor zover de registratie in geringe mate niet volledig is bijgehouden; RBE 5.2 b. artikel 2, eerste lid, van het Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen Verordening (EG) nr. 852/2004 juncto artikel 4, eerste lid, en Bijlage I, deel A, onderdeel III, onder 8a, 8d en 8e van, voor zover de registratie in geringe mate niet volledig is bijgehouden; RBE 5.10 c. artikel 2, eerste lid, van het Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen Verordening (EG) nr. 852/2004 juncto artikel 4, eerste lid, en bijlage I, deel A, onderdeel III, onder 9a en 9c van, voor zover de registratie in geringe mate niet volledig is bijgehouden; RBE 5.11 d. artikel 2.2, tiende lid, onderdeel l, subonderdeel 4˚, en onderdeel r, van de Wet dieren Verordening (EG) nr. 852/2004 artikel 1.25 van het Besluit houders van dieren artikel 3.1 van de Regeling houders van dieren in samenhang met artikel 4, eerste lid, en Bijlage I, deel A, onder III, onder 8b, van,en, voor zover het register in geringe mate niet volledig is bijgehouden; RBE 5.12 e. artikel 2a van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden , voor zover het onzorgvuldig handelen of nalaten eenvoudig en snel kan worden of al is beëindigd, met geringe gevaarzetting of gevolgen waardoor het (risico op) gevaar voor de gezondheid van mens, dier en milieu gering is; RBE 8.4 f. artikelen 3.23 4.6 4.7 8.1 8.4 van het Arbeidsomstandighedenbesluit de,,,en, voor zover het onzorgvuldig handelen of nalaten eenvoudig en snel kan worden of al is beëindigd, bij gebruik van gewasbeschermingsmiddelen door werknemers; RBE 8.7 g. artikel 2.33, tweede lid, van het Besluit houders van dieren , voor zover de niet-naleving door een melkveehouder plaatsvindt, bij een gering aantal kalveren; RBE 9.15 h. artikel 2.22, eerste en tweede, van het Besluit houders van dieren , voor zover het materiaal incidenteel ontbreekt; RBE 10.19 i. artikel 2.23, eerste lid, van het Besluit houders van dieren , voor zover sprake is van incidenteel te weinig licht; RBE 10.20 j. artikel 2.10 van het Besluit houders van dieren , voor zover het register in geringe mate onvolledig is bijgehouden; RBE 11.18 3 De waarschuwing, bedoeld in het eerste lid, wordt niet meer dan één keer gegeven voor niet-nalevingen van eenzelfde conditionaliteit gedurende drie opeenvolgende kalenderjaren, gerekend vanaf en inclusief het jaar waarin de niet-naleving is geconstateerd. 2026 16532 19-05-2026 15-05-2026 WJZ/104092078 2026 16532 19-05-2026 15-05-2026 WJZ/104092078 20-05-2026 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet
geheel juist is.
Artikel 34 — Artikel 34 Administratieve sancties conditionaliteiten#
Artikel 34 Administratieve sancties conditionaliteiten 1 verordening (EU) 2021/2116 verordening (EU) 2021/2116 verordening (EU) 2022/1172 De minister stelt de sancties, bedoeld in artikel 84, eerste lid, van, vast overeenkomstig artikel 85 vanen hoofdstuk III van. 2 verordening (EU) 2021/2116 verordening 2021/2116 De peildatum voor het vaststellen van de bedrijfsoppervlakte in verband met de vrijstelling van controle, bedoeld in artikel 83, tweede lid, van, van bedrijven met een maximale omvang van tien ha areaal dat in aanmerking komt voor de betalingen, bedoeld in het eerste lid van dat artikel en is aangegeven in de in artikel 69, eerste lid, van, bedoelde geospatiale aanvraag, is 15 mei. 3 verordening (EU) 2021/2116 Verordening 2021/2116 De peildatum voor het vaststellen van de bedrijfsoppervlakte in verband met de vrijstelling van controle, bedoeld in artikel 83, lid 2 bis, van, van bedrijven met een maximale omvang van dertig ha landbouwareaal dat is aangegeven in de in artikel 69, eerste lid, van, bedoelde geospatiale aanvraag, is 15 mei. 2026 16532 19-05-2026 15-05-2026 WJZ/104092078 2026 16532 19-05-2026 15-05-2026 WJZ/104092078 20-05-2026
Artikel 35 — Artikel 35 Opzet#
Artikel 35 Opzet 1 Een niet-naleving van conditionaliteiten is opzettelijk begaan indien de landbouwer de desbetreffende niet-naleving heeft beoogd of indien de landbouwer het risico heeft aanvaard dat zijn handelen of nalaten een niet-naleving tot gevolg heeft. 2 Opzet wordt beoordeeld aan de hand van de volgende criteria: a. in de omschrijving van de betrokken conditionaliteit wordt een rechtstreeks verband met de opzettelijkheid van de niet-naleving gelegd; b. de mate van complexiteit van de conditionaliteit; c. de aanwezigheid van langdurig bestendig beleid; d. de niet-naleving veronderstelt een actieve handeling dan wel het bewust nalaten van een handeling; e. de omstandigheid dat de landbouwer reeds eerder op de hoogte is gesteld van onvolkomenheden in de naleving ten aanzien van de conditionaliteit; f. de omvang van de niet-naleving. 3 In het geval waarin een niet-naleving door een derde is begaan op de landbouwgrond of in het kader van het bedrijf van een landbouwer wordt desbetreffende niet-naleving aan de landbouwer toegerekend als een opzettelijke niet-naleving indien de landbouwer heeft beoogd of het risico heeft aanvaard dat de niet-naleving zou plaatsvinden blijkens: a. de keuze voor de derde; b. het door de landbouwer op de derde uitgeoefende toezicht; of c. de door de landbouwer aan de derde gegeven instructies. 4 verordening (EU) 2021/2116 Indien een opzettelijke niet-naleving die heeft geleid tot een verlaging met 15 procent, als bedoeld in artikel 85, zesde lid, tweede alinea, van, nogmaals wordt geconstateerd bedraagt de verlaging voor die herhaling 20 procent, welk percentage voor elke volgende herhaling met 10 procentpunten wordt verhoogd. 5 Indien een niet-naleving die vóór 2023 heeft geleid tot een verlaging met een percentage van meer dan 15 en niet zijnde een percentage uitgedrukt in een tiental, nogmaals wordt geconstateerd, bedraagt de verlaging voor die herhaling een verlaging met het percentage dat overeenkomt met het daarop eerstvolgende tiental, welk percentage voor elke volgende herhaling met 10 procentpunten wordt verhoogd. 6 In afwijking van de leden 4 en 5 kan een hoger verlagingspercentage worden toegepast indien ernst, omvang of permanent karakter van de niet-naleving daar aanleiding toe geven. 2022 29696 08-11-2022 01-11-2022 WJZ/22031065 2022 29696 08-11-2022 01-11-2022 WJZ/22031065 01-01-2023
Artikel 36 — Artikel 36 Sancties bij overdracht van landbouwgrond#
Artikel 36 Sancties bij overdracht van landbouwgrond artikel 34 artikel 5 Wanneer de landbouwgrond, dan wel een deel hiervan, in het betrokken kalenderjaar wordt overgedragen, worden de administratieve sancties, bedoeld in, opgelegd aan de actieve landbouwer, bedoeld in, die op de peildatum het perceel landbouwgrond ter beschikking heeft. 2022 29696 08-11-2022 01-11-2022 WJZ/22031065 2022 29696 08-11-2022 01-11-2022 WJZ/22031065 01-01-2023
Artikel 37 — Artikel 37 Bedrijfsadviesdiensten#
Artikel 37 Bedrijfsadviesdiensten 1 verordening (EU) 2021/2115 Er is een bedrijfsadviseringssysteem als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van. 2 verordening (EU) 2021/2115 verordening (EU) 2021/2115 De adviseur in het kader van het bedrijfsadviseringssysteem adviseert, met inachtneming van artikel 15, tweede lid, vanten minste over de onderwerpen, bedoeld in artikel 15, vierde lid, onderdelen a tot en met h, van. 2022 29696 08-11-2022 01-11-2022 WJZ/22031065 2022 29696 08-11-2022 01-11-2022 WJZ/22031065 01-01-2023
Artikel 38 — Artikel 38 Aanwijzing beroepsorganisaties adviseurs#
Artikel 38 Aanwijzing beroepsorganisaties adviseurs 1 De minister wijst op aanvraag een beroepsorganisatie voor adviseurs in het kader van het bedrijfsadviseringssysteem aan die ten minste 50 leden heeft en die blijkens de bij de aanvraag overgelegde gegevens voldoet aan het tweede tot en met vierde lid. 2 De beroepsorganisatie erkent de adviseur in het kader van het bedrijfsadviseringssysteem die aantoonbaar: a. ten minste een HBO-opleidingsniveau of HBO-denkniveau heeft; b. ten minste 3 jaar werkervaring heeft als adviseur; en c. verordening (EU) 2021/2115 kennis heeft over de onderwerpen, bedoeld in artikel 15, vierde lid, onderdelen a tot en met h, van. 3 De beroepsorganisatie verplicht de adviseur in het kader van het bedrijfsadviseringssysteem die een erkenning als bedoeld in het tweede lid houdt tot: a. het regelmatig geven van adviezen in het kader van het bedrijfsadviseringssysteem; en b. verordening (EU) 2021/2115 de periodieke educatie met betrekking tot de onderwerpen, bedoeld in artikel 15, vierde lid, onderdelen a tot en met h, van, en met betrekking tot adviesvaardigheden. 4 De beroepsorganisatie trekt een erkenning als bedoeld in het tweede lid in indien de adviseur in enig jaar niet kan aantonen dat hij ten minste 20 uur educatie heeft gevolgd als bedoeld in het derde lid, onderdeel b. 2022 29696 08-11-2022 01-11-2022 WJZ/22031065 2022 29696 08-11-2022 01-11-2022 WJZ/22031065 01-01-2023
Artikel 38a — Artikel 38a Aanwijzing aanbieder of eigenaar van een nutriëntentool#
Artikel 38a Aanwijzing aanbieder of eigenaar van een nutriëntentool 1 Verordening (EU) 2021/2115 bijlage 7 De minister wijst op aanvraag één of meer aanbieders of eigenaren van een nutriëntentool aan, die voldoet aan de eisen van artikel 15, vierde lid, onderdeel g, van. Deze eisen zijn weergegeven in, onderdeel A. 2 bijlage 7 Naast de algemene eisen, bedoeld in het eerste lid, moet de nutriëntentool de onderdelen bevatten die zijn weergegeven in, onderdeel A. 3 bijlage 7 De eigenaar of aanbieder van een nutriëntentool moet voldoen aan de verplichtingen gesteld in, onderdeel B. 4 Een aanvraag om aanwijzing als aanbieder of eigenaar van een nutriëntentool kan worden ingediend tot 15 oktober van het lopende kalenderjaar, waarbij ten minste de volgende gegevens worden verstrekt: a. de naam, het adres en de vestigingsplaats van de nutriëntentool-eigenaar of -aanbieder; b. bewijsstukken waaruit blijkt dat aan de voorschriften van het eerste, tweede en derde lid wordt voldaan. 5 Wijzigingen van de gegevens, bedoeld in het vierde lid, worden binnen 30 dagen aan de minister gemeld. 6 Een eerste aanwijzing is mogelijk vanaf 1 januari 2024 en geldt voor twee jaar. 7 Een aanwijzing is niet overdraagbaar. 8 De aanwijzing kan met een jaar worden verlengd na schriftelijk verzoek van de nutriëntentool-eigenaar of -aanbieder voor 15 oktober van het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de verlenging van toepassing is. 9 De minister trekt een aanwijzing in: a. op verzoek van de nutriëntentool-eigenaar of -aanbieder; b. indien bij de aanvraag tot aanwijzing onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en kennis van de juiste en volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid; c. indien niet meer wordt voldaan aan een of meer eisen als bedoeld in het eerste, tweede of derde lid; of d. indien wijzigingen als bedoeld in het vijfde lid niet of niet tijdig worden gemeld. 2023 28459 17-10-2023 09-10-2023 WJZ/27399369 2023 28459 17-10-2023 09-10-2023 WJZ/27399369 01-01-2024
Artikel 39 — Artikel 39 Termijn indiening extra gegevens#
Artikel 39 Termijn indiening extra gegevens Ten behoeve van de beoordeling van een aanvraag om betalingen kan door de minister worden verzocht om binnen maximaal vier weken extra gegevens en inlichtingen te verschaffen. 2024 32483 05-11-2024 03-11-2024 WJZ/52473102 2024 32483 05-11-2024 03-11-2024 WJZ/52473102 01-01-2025
Artikel 40 — Artikel 40 Gehele bedrijfsoverdracht#
Artikel 40 Gehele bedrijfsoverdracht 1 Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder: overdracht van een bedrijf: de verkoop, verhuur of welke soortgelijke transactie ook van de betrokken productie-eenheden; overdrager: de begunstigde wiens bedrijf geheel wordt overgedragen aan een andere begunstigde; overnemer: de begunstigde aan wie het bedrijf wordt overgedragen. 2 artikel 10 Indien het bedrijf van een landbouwer na de aanvraag, bedoeld in, in zijn geheel aan een andere begunstigde wordt overgedragen, wordt van deze overdracht onverwijld melding gedaan met een door de minister ter beschikking gesteld elektronisch formulier dat door de overdrager en de overnemer is ondertekend. 3 artikel 10 Indien in de melding van een bedrijfsoverdracht is verklaard dat de overnemer alle rechten en plichten van de overdrager heeft overgenomen kan de overnemer aanspraak maken op de betalingen, waarvoor de overdrager een aanvraag heeft gedaan als bedoeld in, en wordt de steun uitbetaald aan de overnemer, op voorwaarde dat: a. de overdracht uiterlijk 15 oktober van het aanvraagjaar is gemeld; b. artikel 5 de overnemer vanaf het moment van de overdracht actieve landbouwer is als bedoeld in; c. artikel 5 ingeval de overdracht dateert van na de peildatum, de overdrager op de peildatum actieve landbouwer was als bedoeld in; en d. artikel 10 de overnemer, na de melding van de bedrijfsoverdracht, een aanvraag als bedoeld inheeft gedaan die overeenkomt met de aanvraag zoals deze, na eventuele wijzigingen, door de overdrager is gedaan. 4 artikel 5 artikel 10 Indien de overdracht na 15 oktober van het aanvraagjaar is gemeld of de overnemer op het moment van de overdracht geen actieve landbouwer is als bedoeld in, wordt de steun uitbetaald aan de overdrager, mits de overdrager tijdig een aanvraag heeft ingediend als bedoeld inen de overdrager op de peildatum actieve landbouwer was als bedoeld in artikel 5. 2024 41242 19-12-2024 18-12-2024 WJZ/87523093 2024 41242 19-12-2024 18-12-2024 WJZ/87523093 01-01-2025 2024 32483 05-11-2024 03-11-2024 WJZ/52473102 2024 32483 05-11-2024 03-11-2024 WJZ/52473102 01-01-2025
Artikel 41 — Artikel 41 Gedeeltelijke bedrijfsoverdracht, fusie, splitsing, vererving en bedrijfsbeëindiging#
Artikel 41 Gedeeltelijke bedrijfsoverdracht, fusie, splitsing, vererving en bedrijfsbeëindiging artikel 10 Indien het bedrijf van een landbouwer na de aanvraag, bedoeld in, gedeeltelijk aan een andere begunstigde wordt overgedragen, of wanneer sprake is van een fusie, splitsing, vererving of bedrijfsbeëindiging, wordt door de landbouwer die de aanvraag heeft gedaan daarvan onverwijld melding gedaan met een door de minister ter beschikking gesteld elektronisch formulier. 2024 32483 05-11-2024 03-11-2024 WJZ/52473102 2024 32483 05-11-2024 03-11-2024 WJZ/52473102 01-01-2025
Artikel 42 — Artikel 42 Administratieve sancties#
Artikel 42 Administratieve sancties 1 verordening (EU) 2021/2116 Ter uitvoering van artikel 59, eerste lid, onderdeel d, vanworden administratieve sancties vastgesteld om een doeltreffende bescherming van de financiële belangen van de Europese Unie te waarborgen. 2 verordening (EU) 2021/2116 De minister kan besluiten, met inachtneming van de bij of krachtensgestelde regels, tot: a. het geven van een waarschuwing; b. het opleggen van een administratieve sanctie in de vorm van een verlaging van de betaling. 3 artikel 2, eerste lid en tweede lid De administratieve sanctie wordt toegepast op het totale bedrag aan betalingen van de interventie als bedoeld in, waarop de niet-naleving betrekking heeft. 4 bijlage 6 De niet-nalevingen waarvoor een waarschuwing kan worden afgegeven en de hoogte van de verlagingen staan opgenomen in. 5 Van herhaling is sprake wanneer dezelfde niet-naleving zich eenmaal herhaalt binnen drie opeenvolgende kalenderjaren vanaf en met inbegrip van het jaar waarin de niet-naleving heeft plaatsgevonden. 6 In afwijking van het tweede lid, onderdeel b, kan een hogere verlaging worden toegepast indien ernst, omvang of permanent karakter van de niet-naleving daar aanleiding toe geven. 7 Een administratieve sanctie wordt alleen opgelegd indien een niet-naleving wordt ontdekt binnen drie opeenvolgende kalenderjaren vanaf en met inbegrip van het jaar waarin de niet-naleving heeft plaatsgevonden. 8 artikel 9, tweede lid In afwijking van het derde lid wordt de administratieve sanctie bij overtreding van, toegepast op de henneppercelen. 9 Indien bij een landbouwer meerdere niet-nalevingen zijn geconstateerd die zien op de volgende overtredingen, wordt alleen de hoogste administratieve sanctie opgelegd: a. het opgeven van een perceel of landschapselement dat op de peildatum geheel of gedeeltelijk niet ter beschikking van de landbouwer staat; of b. het niet melden van het geheel of gedeeltelijk of niet volgens de voorwaarden uitvoeren van een eco-activiteit. 2026 1855 20-01-2026 17-01-2026 WJZ/102046152 2026 1855 20-01-2026 17-01-2026 WJZ/102046152 6429 20-01-2026 21-01-2026 01-01-2025
Artikel 43 — Artikel 43 Sancties bij overdracht van een perceel landbouwgrond#
Artikel 43 Sancties bij overdracht van een perceel landbouwgrond artikel 42 artikel 5 Wanneer een perceel landbouwgrond in het betrokken kalenderjaar wordt overgedragen, worden de administratieve sancties, bedoeld in, opgelegd aan de actieve landbouwer, bedoeld in, die op de peildatum het perceel landbouwgrond ter beschikking heeft. 2022 29696 08-11-2022 01-11-2022 WJZ/22031065 2022 29696 08-11-2022 01-11-2022 WJZ/22031065 01-01-2023
Artikel 44 — Artikel 44 Controle ter plaatse#
Artikel 44 Controle ter plaatse artikel 46 Indien de begunstigde of zijn vertegenwoordiger de uitvoering van een controle ter plaatse verhindert, wordt de betrokken steun- of betalingsaanvraag afgewezen, behalve in gevallen als bedoeld in. 2022 29696 08-11-2022 01-11-2022 WJZ/22031065 2022 29696 08-11-2022 01-11-2022 WJZ/22031065 01-01-2023
Artikel 45 — Artikel 45 Omzeilingsclausule#
Artikel 45 Omzeilingsclausule Geen steun wordt toegekend aan natuurlijke personen of rechtspersonen van wie is komen vast te staan dat zij kunstmatig de voorwaarden hebben gecreëerd om hiervoor in aanmerking te komen. 2022 29696 08-11-2022 01-11-2022 WJZ/22031065 2022 29696 08-11-2022 01-11-2022 WJZ/22031065 01-01-2023
Artikel 46 — Artikel 46 Overmacht en uitzonderlijke omstandigheden#
Artikel 46 Overmacht en uitzonderlijke omstandigheden 1 De landbouwer die een beroep wil doen op overmacht of uitzonderlijke omstandigheden doet hiervan zo spoedig mogelijk een melding bij RVO met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld elektronisch formulier. 2 artikel 42 verordening (EU) 2021/2116 De minister geeft geen toepassing aanin de gevallen genoemd in artikel 59, vijfde lid, onderdelen a, b en c, van. 2022 29696 08-11-2022 01-11-2022 WJZ/22031065 2022 29696 08-11-2022 01-11-2022 WJZ/22031065 01-01-2023
Artikel 47 — Artikel 47 Kennelijke fout#
Artikel 47 Kennelijke fout 1 artikel 10, eerste lid De aanvraag, bedoeld in, en eventuele daarbij overgelegde bewijsstukken, kunnen na de indiening ervan worden gecorrigeerd en aangepast indien sprake is van een kennelijke fout. 2 Van een kennelijke fout kan sprake zijn indien: a. er een tegenstrijdigheid zit in de door of namens de landbouwer verstrekte gegevens, die wijst op een vergissing; b. de tegenstrijdigheid eenvoudig kan worden geconstateerd tijdens een administratieve controle van de aanvraag of de bewijsstukken; en c. de begunstigde te goeder trouw heeft gehandeld. 3 artikel 42 De minister geeft geen toepassing aanindien de niet-naleving het gevolg is van een kennelijke fout. 2024 32483 05-11-2024 03-11-2024 WJZ/52473102 2024 32483 05-11-2024 03-11-2024 WJZ/52473102 01-01-2025
Artikel 48 — Artikel 48 Hardheidsclausule#
Artikel 48 Hardheidsclausule 1 artikelen 5 10, eerste lid 13, tweede lid 18, onderdelen f en j 19, onderdeel b 23, onderdelen d en e 40 41 De minister kan afwijken van de,,,,,,en, voor zover de toepassing van deze artikelen gelet op het doel ervan zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. 2 artikel 42 De minister kan, rekening houdend met de financiële belangen van de Unie, voorts afwijken van, voor zover de toepassing van dit artikel gelet op het doel ervan zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. 2026 1855 20-01-2026 17-01-2026 WJZ/102046152 2026 1855 20-01-2026 17-01-2026 WJZ/102046152 6429 20-01-2026 21-01-2026 01-01-2025
Artikel 49 — Artikel 49 Terugvordering#
Artikel 49 Terugvordering 1 Indien sprake is van een (deels) onverschuldigde betaling, wordt het onverschuldigd betaalde bedrag teruggevorderd, tenzij: a. artikel 2, eerste en tweede lid artikel 34 het van de begunstigde over een aanvraagjaar terug te vorderen bedrag, exclusief rente, niet hoger is dan 100 euro per betaling als bedoeld inen dit bedrag geen sanctie betreft als bedoeld in; of b. de terugvordering onmogelijk is als gevolg van erkende insolventie van de debiteur of van de personen die juridisch aansprakelijk zijn voor de onregelmatigheid. 2 verordening (EU) 2022/128 afdeling 4.4.2 van de Algemene wet bestuursrecht Ter voldoening aan artikel 30, tweede lid, vanwordt wettelijke rente in rekening gebracht overeenkomstigindien de begunstigde het onverschuldigde bedrag niet binnen de gestelde termijn heeft terugbetaald. 3 verordening (EU) 2022/128 De minister geeft toepassing aan artikel 31 van. 2025 22614 09-10-2025 07-10-2025 WJZ/97203757 2025 22614 09-10-2025 07-10-2025 WJZ/97203757 10-10-2025 01-01-2023
Artikel 50 — Artikel 50 Openbaarmaking steungegevens#
Artikel 50 Openbaarmaking steungegevens 1 verordening (EU) 2021/2116 Over de periode van 16 oktober van het kalenderjaar voorafgaand aan het aanvraagjaar tot en met 15 oktober van het aanvraagjaar worden de gegevens openbaar gemaakt over de subsidies en andere steunbedragen van het Europees Landbouwgarantiefonds overeenkomstig artikel 98, leden 2, 3 en 4, van. 2 De in het eerste lid bedoelde gegevens worden ontleend aan de financiële administratie van RVO ten behoeve van het Europees Landbouwgarantiefonds. 3 De gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden uiterlijk 31 mei van het kalenderjaar volgend op het aanvraagjaar openbaar gemaakt. 2022 29696 08-11-2022 01-11-2022 WJZ/22031065 2022 29696 08-11-2022 01-11-2022 WJZ/22031065 01-01-2023
Artikel 51 — Artikel 51#
Artikel 51 1 Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB Dewordt ingetrokken. 2 Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB Deblijft van toepassing ten aanzien van aanvragen die op grond van die regeling zijn ingediend vóór 1 januari 2023. 2022 29696 08-11-2022 01-11-2022 WJZ/22031065 2022 29696 08-11-2022 01-11-2022 WJZ/22031065 01-01-2023
Artikel 51a — Artikel 51a#
Artikel 51a 1 Regeling superheffing 2008 Dewordt ingetrokken. 2 Regeling superheffing 2008 Dezoals deze luidde onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van het eerste lid blijft evenwel van toepassing op nog lopende procedures met betrekking tot de vaststelling, berekening en invordering van verschuldigde heffingen. 2024 17328 24-05-2024 22-05-2023 WJZ53333159 2024 17328 24-05-2024 22-05-2023 WJZ53333159 01-07-2024
Artikel 52 — Artikel 52#
Artikel 52 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2023. 2022 29696 08-11-2022 01-11-2022 WJZ/22031065 2022 29696 08-11-2022 01-11-2022 WJZ/22031065 01-01-2023
Artikel 53 — Artikel 53#
Artikel 53 Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling GLB 2023. 2022 29696 08-11-2022 01-11-2022 WJZ/22031065 2022 29696 08-11-2022 01-11-2022 WJZ/22031065 01-01-2023
Artikel 4#
artikelen 4
Artikel 18#
18
Artikel 19#
19
Artikel 20#
20
Artikel 23#
23, onderdeel c
Artikel 32#
32, onderdeel b
Artikel 10#
artikelen 10
Artikel 23#
23
Artikel 25#
25
Artikel 26#
26
Artikel 27#
27
Artikel 32#
artikel 32, onderdeel a
Artikel 32#
artikel 32, onderdeel a
Artikel 32#
artikel 32, onderdeel b
Artikel 1#
Artikel 1, onderdelen a en d
Artikel 32#
artikel 32, onderdeel c
Artikel 5#
artikel 5, vierde lid
Artikel 42#
artikel 42
Artikel 4#
artikel 4, lid 4 en lid 6, onderdeel b
Artikel 2#
artikel 2, eerste lid, onderdelen a, b en d
Artikel 4#
artikel 4, lid 5, onderdeel a
Artikel 2#
artikel 2, eerste lid, onderdelen a, b en d
Artikel 9#
Artikel 9, lid 2
Artikel 2#
artikel 2, eerste lid, onderdelen a en b
Artikel 10#
artikel 10, lid 2, onderdeel a juncto artikel 4, lid 2
Artikel 2#
artikel 2, eerste lid, onderdelen a, b en d
Artikel 10#
artikel 10, lid 2 onderdeel a juncto artikel 4, lid 2
Artikel 2#
artikel 2, eerste lid, onderdelen a, b en d
Artikel 10#
artikel 10, lid 2 onderdeel a juncto artikel 7, lid 6
Artikel 2#
artikel 2, eerste lid, onderdelen a, b en d
Artikel 10#
artikel 10, lid 2 onderdeel a juncto artikel 7, lid 6
Artikel 2#
artikel 2, eerste lid, onderdelen a, b en d
Artikel 10#
artikel 10 lid 2 onderdeel a
Artikel 2#
artikel 2, eerste lid, onderdelen a, b en d
Artikel 10#
artikel 10, lid 3, onderdeel a
Artikel 2#
artikel 2, eerste lid, onderdelen a, b en d
Artikel 10#
artikel 10, lid 3, onderdeel b
Artikel 25#
artikel 25, lid 1, onderdeel a
Artikel 2#
artikel 2, eerste lid, onderdeel d
Artikel 10#
artikel 10, lid 3, onderdeel b
Artikel 25#
artikel 25, lid 1, onderdeel a
Artikel 2#
artikel 2, eerste lid, onderdeel d
Artikel 10#
Artikel 10, lid 3, onderdeel c
Artikel 2#
artikel 2, eerste lid, onderdelen a, b en d
Artikel 29#
29, lid 2, onderdeel a
Artikel 2#
artikel 2, tweede lid
Artikel 45#
45
Artikel 2#
artikel 2, eerste en tweede lid
Artikel 38a#
artikel 38a
Artikel 18#
artikelen 18
Artikel 19#
19
Artikel 20#
20
Artikel 22#
22
Artikel 23#
23
Artikel 24#
24