Regeling van de Minister voor Milieu en Wonen, de Staatssecretaris van Defensie, de Minister van Economische Zaken en Klimaat, de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 21 november 2019, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (Omgevingsregeling)
- BWB-id
- BWBR0045528
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Waterstaat
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-05-29
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0045528
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2024/omgevingsregeling
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2024/omgevingsregeling/2026-05-29
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0045528&g=2026-05-29
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0045528&z=2026-06-06&g=2026-05-29
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0045528/2026-05-29
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2024/omgevingsregeling
Artikel 1.1 — Artikel 1.1 (begripsbepalingen)#
Artikel 1.1 (begripsbepalingen) Bijlage I bij deze regeling bevat begripsbepalingen voor de toepassing van deze regeling. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 1.1a — Artikel 1.1a (grondslag)#
Artikel 1.1a (grondslag) 1 1.5, tweede lid 2.15, tweede, derde, vierde en vijfde lid 2.20, tweede en derde lid 2.21 2.21a, eerste lid 2.24, tweede lid 4.1, tweede lid 4.3, vierde lid 5.2, derde lid 5.34, tweede lid 5.44, tweede lid 12.6, vijfde lid 12.26, derde lid 13.1, tweede lid 13.3e, tweede lid 13.21 16.6 16.55, tweede en zesde lid 16.139, derde en vierde lid 18.21, eerste lid 19.10, eerste lid 19.11 20.2, tweede lid 20.3, eerste lid 20.6, derde lid, aanhef en onder b 20.10, derde lid 20.14, zesde lid 20.16, derde lid 20.18, eerste lid 20.21, tweede en vierde lid 20.25, tweede lid 20.26, vierde lid 20.28, derde lid 20.29 20.30, aanhef en onder b Deze regeling berust op de volgende artikelen van de wet:,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,en. 2 Deze regeling berust ook op: a. artikelen 11.43 11.45 11.53 11.59 11.64 11.131, eerste lid, aanhef en onder d, en tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving de,,,,en; b. artikel 6.5a van het Besluit bouwwerken leefomgeving ; en c. artikelen 3.36, vierde, vijfde en zesde lid 3.37, vijfde lid 8.47, vijfde lid 8.48, vijfde lid 8.53, vijfde lid 8.55, vijfde lid 8.56, tweede lid 8.57, derde lid 8.57a, vierde lid 8.57b, vierde lid 8.59, tweede lid 8.62c, vijfde lid 8.62h, derde lid 8.62i, derde lid 8.62l, vierde lid 8.66, derde lid 8.68, derde lid 8.70g, derde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving de,,,,,,,,,,,,,,,,, en. 3 Deze regeling berust ook op de volgende artikelen voor zover het gaat om de daarbij aangegeven artikelen: a. artikel 133, derde lid, van de Mijnbouwwet artikelen 14.1 14.2 14.18b 14.28e 14.31i van deze regeling : de,,,en; en b. artikel 10.1, eerste lid van de Wet dieren artikel 4.30, derde lid, van deze regeling :. 2025 28474 18-08-2025 15-07-2025 IENW/BSK-2025/139444 2025 28474 18-08-2025 15-07-2025 IENW/BSK-2025/139444 01-10-2025
Artikel 1.2 — Artikel 1.2 (exclusieve economische zone)#
Artikel 1.2 (exclusieve economische zone) Deze regeling is ook van toepassing in de exclusieve economische zone. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 1.3 — Artikel 1.3 (wederzijdse erkenning)#
Artikel 1.3 (wederzijdse erkenning) Met een erkenning, kwaliteitsverklaring, certificaat, keuring of norm als bedoeld in deze regeling wordt gelijkgesteld een erkenning, kwaliteitsverklaring, certificaat, keuring of norm, afgegeven, uitgevoerd of goedgekeurd door een daartoe bevoegde onafhankelijke instelling in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een staat die geen lidstaat van de Europese Unie is en partij is bij een verdrag dat Nederland bindt, met een beschermingsniveau dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale eisen wordt nagestreefd. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 1.4 — Artikel 1.4 (uitgaven en verwijzingen)#
Artikel 1.4 (uitgaven en verwijzingen) 1 bijlage II Besluit activiteiten leefomgeving Besluit bouwwerken leefomgeving Besluit kwaliteit leefomgeving Inis bepaald welke uitgave van een in het, het, hetof deze regeling genoemde norm van toepassing is. 2 bijlage II Een verwijzing in een norm naar een andere norm of een onderdeel daarvan is alleen van toepassing voor zover het gaat om een document, genoemd in. 3 paragrafen 3.7.2 3.7.3 4.7.2 4.7.3 van het Besluit bouwwerken leefomgeving In afwijking van het tweede lid zijn de verwijzingen in de normen, genoemd in de,,en, van toepassing, met uitzondering van de verwijzingen in NEN 1010. 4 bijlage II In dit artikel wordt onder norm verstaan: document, genoemd in. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 2.1 — Artikel 2.1 (toepassingsbereik)#
Artikel 2.1 (toepassingsbereik) wet Dit hoofdstuk is van toepassing op de aanwijzing of geometrische begrenzing van locaties voor de toepassing van deen de daarop berustende bepalingen. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 2.2 — Artikel 2.2 (geometrische begrenzing oppervlaktewaterlichamen in beheer bij het Rijk)#
Artikel 2.2 (geometrische begrenzing oppervlaktewaterlichamen in beheer bij het Rijk) 1 oppervlaktewaterlichamen bijlage II, onder 1, bij het Omgevingsbesluit bijlage III De geometrische begrenzing van de, bedoeld in, is vastgelegd in. 2 oppervlaktewaterlichamen bijlage II, onder 1, bij het Omgevingsbesluit beheer van de waterkwaliteit bijlage III De geometrische begrenzing van de, bedoeld in, waarvan hetbij het Rijk berust, is vastgelegd in. 3 oppervlaktewaterlichamen bijlage II, onder 1, bij het Omgevingsbesluit beheer van de waterkwantiteit bijlage III De geometrische begrenzing van de, bedoeld in, waarvan hetbij het Rijk berust, is vastgelegd in. 4 oppervlaktewaterlichamen bijlage II, onder 1, bij het Omgevingsbesluit waterstaatkundig beheer bijlage III De geometrische begrenzing van de, bedoeld in, waarvan hetbij het Rijk berust, is vastgelegd in. 2026 2769 27-01-2026 19-01-2026 IENW/BSK-2025/276244 2026 2769 27-01-2026 19-01-2026 IENW/BSK-2025/276244 01-04-2026
Artikel 2.3 — Artikel 2.3 (aanwijzing en geometrische begrenzing rijkswateren niet in beheer bij het Rijk)#
Artikel 2.3 (aanwijzing en geometrische begrenzing rijkswateren niet in beheer bij het Rijk) 1 artikel 2.20, eerste lid, van de wet waterstaatkundig beheer van de rijkswateren niet tot het Rijk behorende openbare lichamen bijlage III In afwijking vanberust het, voor zover deze liggen binnen de begrenzing die is vastgelegd in, bij de in die bijlage bedoelde. 2 waterstaatkundig beheer van de rijkswateren voor het voorkomen van schade veroorzaakt door muskus- en beverratten aan waterstaatswerken artikel 2.2, vierde lid Het, voor zover het gaat om de zorgberust bij het waterschapsbestuur waarvan de geometrische begrenzing gelijk is aan de oppervlaktewaterlichamen waarvan het waterstaatkundig beheer bij het Rijk berust, bedoeld in. 2026 2769 27-01-2026 19-01-2026 IENW/BSK-2025/276244 2026 2769 27-01-2026 19-01-2026 IENW/BSK-2025/276244 01-04-2026
Artikel 2.4 — Artikel 2.4 (geometrische begrenzing primaire waterkeringen en andere dan primaire waterkeringen in beheer bij het Rijk)#
Artikel 2.4 (geometrische begrenzing primaire waterkeringen en andere dan primaire waterkeringen in beheer bij het Rijk) waterkeringen bijlage II, onder 2, bij het Omgevingsbesluit bijlage III De geometrische begrenzing van de, bedoeld in, is vastgelegd in. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2021 34775 02-07-2021 29-06-2021 IenW/BSK-2021/174563 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 2.5 — Artikel 2.5 (begrenzing locaties dijktrajecten van primaire waterkeringen en dijktrajecten van andere dan primaire waterkeringen in beheer bij het Rijk)#
Artikel 2.5 (begrenzing locaties dijktrajecten van primaire waterkeringen en dijktrajecten van andere dan primaire waterkeringen in beheer bij het Rijk) 1 artikel 2.0b van het Besluit kwaliteit leefomgeving bijlage IIIa Een dijktraject als bedoeld inwordt aan twee zijden begrensd door een lijn loodrecht op het dijktraject door een punt waarvan de rijksdriehoekscoördinaten zijn vastgesteld in. 2 artikel 2.0h, onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving bijlage IIIb Een dijktraject als bedoeld inwordt aan twee zijden begrensd door een lijn loodrecht op het dijktraject door een punt waarvan de rijksdriehoekscoördinaten zijn vastgesteld in. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 2.6 — Artikel 2.6 (aanwijzing Nederlandse delen stroomgebiedsdistricten)#
Artikel 2.6 (aanwijzing Nederlandse delen stroomgebiedsdistricten) bijlage IV De Nederlandse delen van stroomgebiedsdistricten Rijn, Maas, Schelde en Eems, met inbegrip van de toedeling van grondwaterlichamen aan die stroomgebiedsdistricten, zijn de locaties die zijn weergegeven op de kaart in. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 2.7 — Artikel 2.7 (geometrische begrenzing kustfundament)#
Artikel 2.7 (geometrische begrenzing kustfundament) kustfundament artikel 5.39 van het Besluit kwaliteit leefomgeving bijlage III De geometrische begrenzing van het, bedoeld in, is vastgelegd in. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 2.8 — Artikel 2.8 (geometrische begrenzing rivierbed grote rivieren)#
Artikel 2.8 (geometrische begrenzing rivierbed grote rivieren) 1 rivierbed van de grote rivieren artikel 5.41, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving bijlage III De geometrische begrenzing van het, bedoeld in, is vastgelegd in. 2 stroomvoerend deel van het rivierbed van de grote rivieren artikel 5.41, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving bijlage III De geometrische begrenzing van het, bedoeld in, is vastgelegd in. 3 bergend deel van het rivierbed van de grote rivieren artikel 5.41, derde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving bijlage III De geometrische begrenzing van het, bedoeld in, is vastgelegd in. 2025 28474 18-08-2025 15-07-2025 IENW/BSK-2025/139444 2025 28474 18-08-2025 15-07-2025 IENW/BSK-2025/139444 01-10-2025
Artikel 2.9 — Artikel 2.9 (geometrische begrenzing reserveringsgebieden grote rivieren)#
Artikel 2.9 (geometrische begrenzing reserveringsgebieden grote rivieren) 1 reserveringsgebied voor de lange termijn voor de Rijntakken artikel 5.42, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving bijlage III De geometrische begrenzing van het, bedoeld in, is vastgelegd in. 2 reserveringsgebied voor de lange termijn voor de Maas artikel 5.42, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving bijlage III De geometrische begrenzing van het, bedoeld in, is vastgelegd in. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 2.10 — Artikel 2.10 (geometrische begrenzing IJsselmeergebied)#
Artikel 2.10 (geometrische begrenzing IJsselmeergebied) IJsselmeergebied artikel 5.48 van het Besluit kwaliteit leefomgeving bijlage III De geometrische begrenzing van het, bedoeld in, is vastgelegd in. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 2.11 — Artikel 2.11 (geometrische begrenzing PKB-Waddenzee en Waddengebied)#
Artikel 2.11 (geometrische begrenzing PKB-Waddenzee en Waddengebied) 1 de PKB-Waddenzee artikel 5.129a, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving bijlage III De geometrische begrenzing van, bedoeld in, is vastgelegd in. 2 het Waddengebied artikel 5.129a, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving bijlage III De geometrische begrenzing van, bedoeld in, is vastgelegd in. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 2.12 — Artikel 2.12 (geometrische begrenzing vrijwaringsgebieden rijksvaarwegen)#
Artikel 2.12 (geometrische begrenzing vrijwaringsgebieden rijksvaarwegen) vrijwaringsgebied van een rijkswater dat een vaarweg is artikel 5.160 van het Besluit kwaliteit leefomgeving bijlage III De geometrische begrenzing van een, met uitzondering van de Noordzee, de Waddenzee, de Westerschelde en het IJsselmeer, met inbegrip van het Zwarte Meer en het Ketelmeer,als bedoeld in, is vastgelegd in. 2025 4347 30-01-2025 24-01-2025 IENW/BSK-2024/250148 2025 4347 30-01-2025 24-01-2025 IENW/BSK-2024/250148 01-04-2025
Artikel 2.13 — Artikel 2.13 (aanwijzing en geometrische begrenzing beperkingengebieden oppervlaktewaterlichamen in beheer bij het Rijk, niet zijnde kanalen)#
Artikel 2.13 (aanwijzing en geometrische begrenzing beperkingengebieden oppervlaktewaterlichamen in beheer bij het Rijk, niet zijnde kanalen) beperkingengebieden met betrekking tot een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk dat geen kanaal is bijlage III De, zijn de locaties waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in. 2026 2769 27-01-2026 19-01-2026 IENW/BSK-2025/276244 2026 2769 27-01-2026 19-01-2026 IENW/BSK-2025/276244 01-04-2026
Artikel 2.14 — Artikel 2.14 (aanwijzing en geometrische begrenzing beperkingengebieden met betrekking tot kanalen in beheer bij het Rijk)#
Artikel 2.14 (aanwijzing en geometrische begrenzing beperkingengebieden met betrekking tot kanalen in beheer bij het Rijk) beperkingengebieden met betrekking tot een kanaal in beheer bij het Rijk artikel 6.17, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving bijlage III De, bedoeld in, zijn de locaties waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in. 2026 2769 27-01-2026 19-01-2026 IENW/BSK-2025/276244 2026 2769 27-01-2026 19-01-2026 IENW/BSK-2025/276244 01-04-2026
Artikel 2.15 — Artikel 2.15 (geometrische begrenzing beperkingengebieden vaarwegen in beheer bij het Rijk)#
Artikel 2.15 (geometrische begrenzing beperkingengebieden vaarwegen in beheer bij het Rijk) beperkingengebieden met betrekking tot een vaarweg in beheer bij het Rijk bijlage III Dezijn de locaties waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in. 2026 2769 27-01-2026 19-01-2026 IENW/BSK-2025/276244 2026 2769 27-01-2026 19-01-2026 IENW/BSK-2025/276244 01-04-2026
Artikel 2.16 — Artikel 2.16 (aanwijzing en geometrische begrenzing beperkingengebieden oppervlaktewaterlichamen in beheer bij het Rijk afmeren woonschip of ander drijvend werk)#
Artikel 2.16 (aanwijzing en geometrische begrenzing beperkingengebieden oppervlaktewaterlichamen in beheer bij het Rijk afmeren woonschip of ander drijvend werk) beperkingengebieden oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk dat geen kanaal is permanent afmeren van een woonschip of een ander drijvend werk artikel 2.8, tweede lid Demet betrekking tot een, voor zover het gaat om het, zijn de locaties waarvan de geometrische begrenzing gelijk is aan de geometrische begrenzing van het stroomvoerend deel van het rivierbed van de grote rivieren, bedoeld in. 2024 21463 27-06-2024 IENW/BSK-2024/175024 2024 21463 27-06-2024 IENW/BSK-2024/175024 01-10-2024
Artikel 2.17 — Artikel 2.17 (aanwijzing en geometrische begrenzing beperkingengebieden waterkeringen in beheer bij het Rijk)#
Artikel 2.17 (aanwijzing en geometrische begrenzing beperkingengebieden waterkeringen in beheer bij het Rijk) beperkingengebieden met betrekking tot waterkeringen in beheer bij het Rijk bijlage III Dezijn de locaties waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2021 34775 02-07-2021 29-06-2021 IenW/BSK-2021/174563 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 2.18 — Artikel 2.18 (aanwijzing en geometrische begrenzing beperkingengebied Noordzee)#
Artikel 2.18 (aanwijzing en geometrische begrenzing beperkingengebied Noordzee) beperkingengebied met betrekking tot de Noordzee bijlage III Hetis de locatie waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2021 34775 02-07-2021 29-06-2021 IenW/BSK-2021/174563 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 2.19 — Artikel 2.19 (aanwijzing en geometrische begrenzing beperkingengebieden Noordzee zones tussen duinvoet en laagwaterlijn en buiten duinvoet en laagwaterlijn)#
Artikel 2.19 (aanwijzing en geometrische begrenzing beperkingengebieden Noordzee zones tussen duinvoet en laagwaterlijn en buiten duinvoet en laagwaterlijn) 1 beperkingengebied met betrekking tot de Noordzee buiten de zone tussen de duinvoet en de laagwaterlijn bijlage III Hetis de locatie waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in. 2 beperkingengebieden met betrekking tot de Noordzee in de zone tussen de duinvoet en de laagwaterlijn bijlage III Dezijn de locaties waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in. 2026 2769 27-01-2026 19-01-2026 IENW/BSK-2025/276244 2026 2769 27-01-2026 19-01-2026 IENW/BSK-2025/276244 01-04-2026
Artikel 2.20 — Artikel 2.20 (aanwijzing en geometrische begrenzing beperkingengebieden installaties in de Noordzee)#
Artikel 2.20 (aanwijzing en geometrische begrenzing beperkingengebieden installaties in de Noordzee) beperkingengebieden met betrekking tot andere installaties dan mijnbouwinstallaties in de Noordzee bijlage III Dezijn de locaties waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2021 34775 02-07-2021 29-06-2021 IenW/BSK-2021/174563 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 2.21 — Artikel 2.21 (aanwijzing en geometrische begrenzing gebied zeewaarts van de doorgaande NAP-min 20 meterdieptelijn)#
Artikel 2.21 (aanwijzing en geometrische begrenzing gebied zeewaarts van de doorgaande NAP-min 20 meterdieptelijn) Het zeewaartse gebied vanaf de doorgaande NAP-min 20 meterdieptelijn artikel 7.27, aanhef en onder f, onder 1°, van het Besluit activiteiten leefomgeving bijlage III , bedoeld in, is de locatie waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 2.22 — Artikel 2.22 (aanwijzing en geometrische begrenzing in verband met mijnbouwlocatieactiviteiten in de Noordzee)#
Artikel 2.22 (aanwijzing en geometrische begrenzing in verband met mijnbouwlocatieactiviteiten in de Noordzee) 1 oefen- en schietgebieden artikel 7.67, aanhef en onder b, onder 1°, en onder c, onder 1°, van het Besluit activiteiten leefomgeving bijlage III De, bedoeld in, zijn de locaties waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in. 2 drukbevaren delen van de zee artikel 7.67, aanhef en onder b, onder 2°, van het Besluit activiteiten leefomgeving bijlage III De, bedoeld in, zijn de locaties waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in. 3 aanloopgebieden artikel 7.67, aanhef en onder c, onder 2°, van het Besluit activiteiten leefomgeving bijlage III De, bedoeld in, zijn de locaties waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in. 4 ankergebieden in de buurt van aanloophavens artikel 7.67, aanhef en onder c, onder 3°, van het Besluit activiteiten leefomgeving bijlage III De, bedoeld in, zijn de locaties waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 2.23 — Artikel 2.23 (aanwijzing wegen, spoorwegen en binnenwateren met aandachtsgebieden basisnet)#
Artikel 2.23 (aanwijzing wegen, spoorwegen en binnenwateren met aandachtsgebieden basisnet) 1 bijlage VII, onder C, bij het Besluit kwaliteit leefomgeving bijlage I bij de Regeling basisnet Wegen waarvoor een brandaandachtsgebied en een explosieaandachtsgebied geldt als bedoeld inzijn de wegen, bedoeld in. 2 bijlage VII, onder C, bij het Besluit kwaliteit leefomgeving bijlage II bij de Regeling basisnet Spoorwegen waarvoor een brandaandachtsgebied en een explosieaandachtsgebied geldt als bedoeld inzijn de spoorwegen, bedoeld in. 3 bijlage VII, onder C, bij het Besluit kwaliteit leefomgeving bijlage III bij de Regeling basisnet Binnenwateren waarvoor een brandaandachtsgebied en een explosieaandachtsgebied geldt als bedoeld inzijn de binnenwateren, bedoeld in. 2024 11143 28-03-2024 25-03-2024 IENW/BSK/549390 2024 11143 28-03-2024 25-03-2024 IENW/BSK/549390 01-04-2024
Artikel 2.24 — Artikel 2.24 (aanwijzing brandvoorschriftengebieden basisnet)#
Artikel 2.24 (aanwijzing brandvoorschriftengebieden basisnet) artikel 5.14, vijfde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving Brandvoorschriftengebieden als bedoeld inzijn de brandaandachtsgebieden van: a. bijlage I bij de Regeling basisnet de wegen die inzijn aangewezen en waarbij in kolom 5 van die bijlage “JA” is geplaatst; en b. bijlage II bij de Regeling basisnet de spoorwegen die inzijn aangewezen en waarbij in kolom 7 van die bijlage “Ja” is geplaatst. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 2.25 — Artikel 2.25#
Artikel 2.25 [Gereserveerd] 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 2.26 — Artikel 2.26 (geometrische begrenzing civiele explosieaandachtsgebieden en opslagplaatsen)#
Artikel 2.26 (geometrische begrenzing civiele explosieaandachtsgebieden en opslagplaatsen) 1 civiele explosieaandachtsgebieden A artikel 5.28, aanhef en onder b, van het Besluit kwaliteit leefomgeving bijlage III De geometrische begrenzing van de, bedoeld in, is vastgelegd in. 2 civiele explosieaandachtsgebieden B artikel 5.28, aanhef en onder b, van het Besluit kwaliteit leefomgeving bijlage III De geometrische begrenzing van de, bedoeld in, is vastgelegd in. 3 civiele explosieaandachtsgebieden C artikel 5.28, aanhef en onder b, van het Besluit kwaliteit leefomgeving bijlage III De geometrische begrenzing van de, bedoeld in, is vastgelegd in. 4 civiele opslagplaatsen waar ontplofbare stoffen voor civiel gebruik worden opgeslagen bijlage IX, onder D, bij artikel 5.28, van het Besluit kwaliteit leefomgeving bijlage III De geometrische begrenzing van debinnen de locaties, genoemd in, is vastgelegd in. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 2.27 — Artikel 2.27 (geometrische begrenzing militaire explosieaandachtsgebieden)#
Artikel 2.27 (geometrische begrenzing militaire explosieaandachtsgebieden) 1 militaire explosieaandachtsgebieden A artikel 5.32, aanhef en onder b, van het Besluit kwaliteit leefomgeving bijlage III De geometrische begrenzing van de, bedoeld in, is vastgelegd in. 2 militaire explosieaandachtsgebieden B artikel 5.32, aanhef en onder b, van het Besluit kwaliteit leefomgeving bijlage III De geometrische begrenzing van de, bedoeld in, is vastgelegd in. 3 militaire explosieaandachtsgebieden C artikel 5.32, aanhef en onder b, van het Besluit kwaliteit leefomgeving bijlage III De geometrische begrenzing van de, bedoeld in, is vastgelegd in. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 2.28 — Artikel 2.28 (aanwijzing en geometrische begrenzing reserveringsgebieden autowegen, autosnelwegen en hoofdspoorwegen)#
Artikel 2.28 (aanwijzing en geometrische begrenzing reserveringsgebieden autowegen, autosnelwegen en hoofdspoorwegen) 1 De reserveringsgebieden voor de uitbreiding van een autoweg of autosnelweg artikel 5.133, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving bijlage III , bedoeld in, zijn de locaties waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in. 2 De reserveringsgebieden voor de aanleg van een autoweg of autosnelweg artikel 5.133, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving bijlage III , bedoeld in, zijn de locaties waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in. 3 De reserveringsgebieden voor de aanleg van een hoofdspoorweg artikel 5.133, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving bijlage III , bedoeld in, zijn de locaties waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in. 2025 28474 18-08-2025 15-07-2025 IENW/BSK-2025/139444 2025 28474 18-08-2025 15-07-2025 IENW/BSK-2025/139444 01-10-2025
Artikel 2.29 — Artikel 2.29 (aanwijzing en geometrische begrenzing beperkingengebieden wegen in beheer bij het Rijk)#
Artikel 2.29 (aanwijzing en geometrische begrenzing beperkingengebieden wegen in beheer bij het Rijk) 1 beperkingengebieden met betrekking tot wegen in beheer bij het Rijk artikel 2.21a, eerste lid, aanhef en onder a, van de wet bijlage III De, bedoeld in, zijn de locaties waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in. 2 beperkingengebieden met betrekking tot wegen in beheer bij het Rijk die horen bij een verzorgingsplaats bijlage III De delen vanzijn de locaties waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in. 2026 2769 27-01-2026 19-01-2026 IENW/BSK-2025/276244 2026 2769 27-01-2026 19-01-2026 IENW/BSK-2025/276244 01-04-2026
Artikel 2.29a — Artikel 2.29a (aanwijzing rijkswegen voor beheersing van geluid)#
Artikel 2.29a (aanwijzing rijkswegen voor beheersing van geluid) artikel 2.15, tweede lid, onder a, van de wet bijlage IVa De wegen in beheer bij het Rijk waarvoor de Minister van Infrastructuur en Waterstaat als omgevingswaarden geluidproductieplafonds vaststelt, bedoeld in, zijn de wegen, bedoeld in. 2021 15868 26-03-2021 19-03-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 2.30 — Artikel 2.30 (aanwijzing en geometrische begrenzing beperkingengebieden hoofdspoorwegen)#
Artikel 2.30 (aanwijzing en geometrische begrenzing beperkingengebieden hoofdspoorwegen) 1 beperkingengebieden met betrekking tot hoofdspoorwegen artikel 2.21a, eerste lid, aanhef en onder c, van de wet bijlage III De, bedoeld in, zijn de locaties waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in. 2 kernzones van beperkingengebieden met betrekking tot een hoofdspoorweg bijlage III De geometrische begrenzing van deis vastgelegd in. 3 overwegzones van beperkingengebieden met betrekking tot een hoofdspoorweg bijlage III De geometrische begrenzing van deis vastgelegd in. 4 beschermingszones van beperkingengebieden met betrekking tot een hoofdspoorweg bijlage III De geometrische begrenzing van deis vastgelegd in. 2026 2769 27-01-2026 19-01-2026 IENW/BSK-2025/276244 2026 2769 27-01-2026 19-01-2026 IENW/BSK-2025/276244 01-04-2026
Artikel 2.30a — Artikel 2.30a (aanwijzing hoofdspoorwegen voor beheersing van geluid)#
Artikel 2.30a (aanwijzing hoofdspoorwegen voor beheersing van geluid) artikel 2.15, tweede lid, onder b, van de wet bijlage IVb De hoofdspoorwegen waarvoor de Minister van Infrastructuur en Waterstaat als omgevingswaarden geluidproductieplafonds vaststelt, bedoeld in, zijn de spoorwegen, bedoeld in. 2021 15868 26-03-2021 19-03-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 2.30b — Artikel 2.30b (aanwijzing en begrenzing beperkingengebieden bijzondere spoorwegen ≤ 30 km/u)#
Artikel 2.30b (aanwijzing en begrenzing beperkingengebieden bijzondere spoorwegen ≤ 30 km/u) artikel 9.19, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 8, tweede lid, van het Besluit bijzondere spoorwegen De beperkingengebieden, bedoeld in, met betrekking tot bijzondere spoorwegen waarvoor geen toepassing is gegeven aan, zijn: a. de locaties die liggen binnen 3 m aan weerszijden van de bijzondere spoorweg; en b. als het gaat om kruisingen tussen de bijzondere spoorweg en een weg die open staat voor het openbaar verkeer: de locaties die liggen binnen een vlak dat wordt gevormd door hoekpunten in het hart van het buitenste spoor op 50 m aan weerszijden van de as van de weg en op 11 m aan weerszijden van de bijzondere spoorweg in de as van de weg. 2021 15868 26-03-2021 19-03-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 Voorheen art. 2.30a.
Artikel 2.30c — Artikel 2.30c (aanwijzing en begrenzing beperkingengebieden bijzondere spoorwegen > 30 km/u)#
Artikel 2.30c (aanwijzing en begrenzing beperkingengebieden bijzondere spoorwegen > 30 km/u) artikel 9.19, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 8, tweede lid, van het Besluit bijzondere spoorwegen De beperkingengebieden, bedoeld in, met betrekking tot bijzondere spoorwegen waarvoor toepassing is gegeven aan, zijn: a. als de bijzondere spoorweg als rechte baan is aangelegd: de locaties die liggen binnen 8 m aan weerszijden van de bijzondere spoorweg; b. als de bijzondere spoorweg in gebogen richting is aangelegd: de locaties die liggen: 1°. 8 m langs de buitenzijde van de boog; en 2°. 20 m langs de binnenzijde van de boog; c. als het gaat om kruisingen tussen een bijzondere spoorweg waarop een snelheid van ten hoogste 40 km/u is toegestaan en een weg die open staat voor het openbaar verkeer: de locaties die liggen binnen een vlak dat wordt gevormd door hoekpunten in het hart van het buitenste spoor op 220 m aan weerszijden van de as van de weg en op 11 m aan weerszijden van de bijzondere spoorweg in de as van de weg; en d. als het gaat om kruisingen tussen een bijzondere spoorweg waarop een snelheid van meer dan 40 km/u is toegestaan en een weg die open staat voor het openbaar verkeer: de locaties die liggen binnen een vlak dat wordt gevormd door hoekpunten in het hart van het buitenste spoor op 500 m aan weerszijden van de as van de weg en op 11 m aan weerszijden van de bijzondere spoorweg in de as van de weg. 2021 15868 26-03-2021 19-03-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 Voorheen art. 2.30b.
Artikel 2.30d — Artikel 2.30d (meten afstand beperkingengebied bijzondere spoorwegen)#
Artikel 2.30d (meten afstand beperkingengebied bijzondere spoorwegen) artikelen 2.30b 2.30c De afstanden aan weerszijden van de bijzondere spoorweg en de afstanden langs de buitenzijde en binnenzijde van de boog, bedoeld in deen, gelden: a. bij een spoorweg op maaiveldniveau: vanaf het hart van het buitenste spoor; b. bij een ingegraven spoorweg: vanaf de bovenzijde van de ingraving; en c. bij een opgehoogde spoorweg: vanaf de teen van het talud van de ophoging. 2021 15868 26-03-2021 19-03-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 Voorheen art. 2.30c.
Artikel 2.31 — Artikel 2.31 (geometrische begrenzing gebieden hoogtebeperkingen communicatie-, navigatie- en radarapparatuur voor de burgerluchtvaart)#
Artikel 2.31 (geometrische begrenzing gebieden hoogtebeperkingen communicatie-, navigatie- en radarapparatuur voor de burgerluchtvaart) 1 gebieden waar bouwwerken communicatie-, navigatie- en radarapparatuur buiten Schiphol of overige burgerluchthavens van nationale en regionale betekenis kunnen verstoren artikel 5.161a, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving bijlage III De geometrische begrenzing vanals bedoeld in, is vastgelegd in. 2 maximaal toelaatbare hoogte voor bouwwerken artikel 5.161a, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving bijlage III De, bedoeld in, is vastgelegd in. 3 maximaal toelaatbare hoogte voor windturbines artikel 5.161a, derde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving bijlage III De, bedoeld in, is vastgelegd in. 4 gebieden waar bouwwerken het civiele radarbeeld kunnen verstoren artikel 5.161a, vijfde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving bijlage III De geometrische begrenzing vanals bedoeld in, is vastgelegd in. 5 gebieden waar windturbines het civiele radarbeeld kunnen verstoren artikel 5.161a, vijfde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving bijlage III De geometrische begrenzing vanals bedoeld in, is vastgelegd in. 2025 22595 30-06-2025 02-06-2025 IENW/BSK-2025/116443 2025 166 27-06-2025 16-06-2025 01-07-2025 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel II van het
Besluit houdende wijziging van het Luchthavenindelingbesluit
Schiphol en van het Besluit kwaliteit leefomgeving
(technischewijzigingen in verband met onder meer verplaatsing
van een radar envervallen van navigatiebakens) (Stb. 2025/166)
in werking treedt.
Artikel 2.32 — Artikel 2.32 (aanwijzing en geometrische begrenzing reserveringsgebieden buisleidingen van nationaal belang)#
Artikel 2.32 (aanwijzing en geometrische begrenzing reserveringsgebieden buisleidingen van nationaal belang) 1 reserveringsgebieden voor de aanleg van buisleidingen van nationaal belang artikel 5.136, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving bijlage III De, bedoeld in, zijn de locaties waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in. 2 zoekgebieden voor de aanleg van buisleidingen van nationaal belang artikel 5.136, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving bijlage III De, bedoeld in, zijn de locaties waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 2.33 — Artikel 2.33 (geometrische begrenzing aanleggebieden Maasvlakte 2 en compensatie)#
Artikel 2.33 (geometrische begrenzing aanleggebieden Maasvlakte 2 en compensatie) 1 aanleggebied voor Maasvlakte 2 artikel 5.140, eerste lid, van Besluit kwaliteit leefomgeving bijlage III De geometrische begrenzing van het, bedoeld in, is vastgelegd in. 2 aanleggebied voor compensatie van open droog duin en natte duinvallei artikel 5.140, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving bijlage III De geometrische begrenzing van het, bedoeld in, is vastgelegd in. 3 aanleggebied voor compensatie van zeenatuur artikel 5.140, derde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving bijlage III De geometrische begrenzing van het, bedoeld in, is vastgelegd in. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 2.34 — Artikel 2.34 (geometrische begrenzing natuur- en recreatiegebieden)#
Artikel 2.34 (geometrische begrenzing natuur- en recreatiegebieden) 1 openbaar toegankelijke natuur- en recreatiegebied Midden-IJsselmonde artikel 5.143, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving bijlage III De geometrische begrenzing van het, bedoeld in, is vastgelegd in. 2 openbaar toegankelijke natuur- en recreatiegebied Schiebroekse en Zuidpolder artikel 5.143, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving bijlage III De geometrische begrenzing van het, bedoeld in, is vastgelegd in. 3 openbaar toegankelijke natuur- en recreatiegebied Schiezone artikel 5.143, derde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving bijlage III De geometrische begrenzing van het, bedoeld in, is vastgelegd in. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 2.35 — Artikel 2.35#
Artikel 2.35 [Vervallen] 2024 14645 30-04-2024 23-04-2024 IenW/BSK-2024/11677 2024 166 17-06-2024 04-06-2024 01-07-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Wijzigingsbesluit
Besluit kwaliteit leefomgeving (vervallen aanwijzing
reserveringsgebied parallelle Kaagbaan, vervallen aanwijzing gebied
militaire laagvliegroute 10A en de in die gebieden geldende
beperkingen) in werking treedt (Stb. 2024/116).
Artikel 2.36 — Artikel 2.36 (geometrische begrenzing locaties voor elektriciteitsvoorziening)#
Artikel 2.36 (geometrische begrenzing locaties voor elektriciteitsvoorziening) 1 locaties voor grootschalige elektriciteitsopwekking artikel 5.156, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving bijlage III De geometrische begrenzing van demet een of meer elektriciteitsproductie-installaties met een gezamenlijk vermogen van ten minste 500 MW en de daarmee verbonden werken en infrastructuur, met uitzondering van kernenergiecentrales en elektriciteitsproductie-installaties die elektriciteit opwekken door windenergie, bedoeld in, is vastgelegd in. 2 locaties voor een kernenergiecentrale artikel 5.156, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving bijlage III De geometrische begrenzing van de, bedoeld in, is vastgelegd in. 3 locaties voor het gebied binnen een straal van één km rondom een kernenergiecentrale artikel 5.158 van het Besluit kwaliteit leefomgeving bijlage III De geometrische begrenzing van de, bedoeld in, is vastgelegd in. 4 locaties voor een hoogspanningsverbinding met een spanning van ten minste 220 kV artikel 5.156, derde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving bijlage III De geometrische begrenzing van de, bedoeld in, is vastgelegd in. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 2.36a — Artikel 2.36a (geometrische begrenzing uitsluitingsgebied hyperscale datacentra)#
Artikel 2.36a (geometrische begrenzing uitsluitingsgebied hyperscale datacentra) uitsluitingsgebied hyperscale datacentra artikel 5.161bb van het Besluit kwaliteit leefomgeving bijlage III De geometrische begrenzing van het, bedoeld in, is vastgelegd in. 2023 35941 28-12-2023 21-12-2023 2023-0000756639 2023 35941 28-12-2023 21-12-2023 2023-0000756639 01-01-2024
Artikel 2.37 — Artikel 2.37 (geometrische begrenzing uitgezonderde locaties niet in betekenende mate luchtkwaliteit)#
Artikel 2.37 (geometrische begrenzing uitgezonderde locaties niet in betekenende mate luchtkwaliteit) de uitgezonderde locaties artikel 5.53, eerste lid, onder b, van het Besluit kwaliteit leefomgeving bijlage III De geometrische begrenzing vanvoor het exploiteren van een veehouderij, bedoeld in, is vastgelegd in. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 2.38 — Artikel 2.38 (aanwijzing agglomeraties richtlijn luchtkwaliteit en richtlijn gevaarlijke stoffen in de lucht)#
Artikel 2.38 (aanwijzing agglomeraties richtlijn luchtkwaliteit en richtlijn gevaarlijke stoffen in de lucht) De agglomeraties, bedoeld in de richtlijn luchtkwaliteit en de richtlijn gevaarlijke stoffen in de lucht, zijn: a. Amsterdam/Haarlem, omvattend de gemeenten: Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, Beverwijk, Bloemendaal, Diemen, Haarlem, Haarlemmermeer, Heemskerk, Heemstede, Ouder-Amstel, Uithoorn, Velsen, Zaanstad en Zandvoort; b. Den Haag/Leiden, omvattend de gemeenten: Delft, Den Haag, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Leidschendam-Voorburg, Midden-Delfland, Oegstgeest, Rijswijk, Voorschoten, Wassenaar en Westland; c. Eindhoven, omvattend de gemeenten: Best, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Helmond, Nuenen, Gerwen en Nederwetten en Veldhoven; d. Heerlen/Kerkrade, omvattend de gemeenten: Beekdaelen, Brunssum, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf en Voerendaal; e. Rotterdam/Dordrecht, omvattend de gemeenten: Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan de IJssel, Dordrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Maassluis, Nissewaard, Papendrecht, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Sliedrecht, Vlaardingen, Zuidplas en Zwijndrecht; en f. Utrecht, omvattend de gemeenten: Houten, Nieuwegein, Utrecht en IJsselstein. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 2.39 — Artikel 2.39 (aanwijzing zones richtlijn luchtkwaliteit en richtlijn gevaarlijke stoffen in de lucht)#
Artikel 2.39 (aanwijzing zones richtlijn luchtkwaliteit en richtlijn gevaarlijke stoffen in de lucht) De zones, bedoeld in de richtlijn luchtkwaliteit en de richtlijn gevaarlijke stoffen in de lucht, zijn: a. artikel 2.38, onder a, b, e en f midden, omvattend de provincies: Gelderland, Noord-Holland, Utrecht en Zuid-Holland, met uitzondering van de daarin gelegen agglomeraties, genoemd in; b. noord, omvattend de provincies: Drenthe, Flevoland, Friesland, Groningen en Overijssel; en c. artikel 2.38, onder c en d zuid, omvattend de provincies: Limburg, Noord-Brabant en Zeeland, met uitzondering van de daarin gelegen agglomeraties, genoemd in. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 2.40 — Artikel 2.40 (aanwijzing agglomeraties richtlijn omgevingslawaai)#
Artikel 2.40 (aanwijzing agglomeraties richtlijn omgevingslawaai) De agglomeraties, bedoeld in de richtlijn omgevingslawaai, zijn: a. Alkmaar, omvattend de gemeenten: Alkmaar, Bergen, Dijk en Waard en Heiloo; b. Almere; c. Amersfoort; d. Amsterdam/Haarlem, omvattend de gemeenten: Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, Beverwijk, Bloemendaal, Diemen, Haarlem, Haarlemmermeer, Heemskerk, Heemstede, Ouder-Amstel, Uithoorn, Velsen, Zaanstad en Zandvoort; e. Apeldoorn; f. Arnhem; g. Breda; h. ‘s-Hertogenbosch; i. Den Haag/Leiden, omvattend de gemeenten: Delft, Den Haag, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Leidschendam-Voorburg, Midden-Delfland, Oegstgeest, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Voorschoten, Wassenaar, Westland en Zoetermeer; j. Eindhoven, omvattend de gemeenten: Best, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Helmond, Nuenen, Gerwen en Nederwetten en Veldhoven; k. Enschede, omvattend de gemeenten: Almelo, Enschede en Hengelo; l. Gouda, omvattend de gemeenten: Alphen aan den Rijn, Gouda en Waddinxveen; m. Groningen; n. Heerlen/Kerkrade, omvattend de gemeenten: Beekdaelen, Brunssum, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf en Voerendaal; o. Hilversum, omvattend de gemeenten: Blaricum, Gooise Meren, Hilversum, Huizen en Laren; p. Maastricht; q. Nijmegen; r. Rotterdam/Dordrecht, omvattend de gemeenten: Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Dordrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Maassluis, Nissewaard, Papendrecht, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Sliedrecht, Vlaardingen en Zwijndrecht; s. Tilburg; t. Utrecht, omvattend de gemeenten: Houten, Nieuwegein, Stichtse Vecht, Utrecht en IJsselstein; en u. Zwolle. 2021 15868 26-03-2021 19-03-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2022 26085 28-09-2022 23-09-2022 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 2.41 — Artikel 2.41 (geometrische begrenzing militaire terreinen en gebieden met of bij militaire objecten)#
Artikel 2.41 (geometrische begrenzing militaire terreinen en gebieden met of bij militaire objecten) 1 militaire terreinen en terreinen met een militair object artikel 5.150, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving bijlage III De geometrische begrenzing van de, bedoeld in, is vastgelegd in. 2 de onveilige gebieden bij militaire schietbanen artikel 5.150, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving bijlage III De geometrische begrenzing van, bedoeld in, is vastgelegd in. 3 de gebieden waar bouwwerken een militaire zend- en ontvangstinstallatie kunnen verstoren artikel 5.150, derde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving bijlage III De geometrische begrenzing van, bedoeld in, is vastgelegd in. 4 gebieden waar zich een militaire laagvliegroute voor jacht- en transportvliegtuigen bevindt artikel 5.150, vierde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving bijlage III De geometrische begrenzing van de, bedoeld in, is vastgelegd in. 5 gebieden waar bouwwerken, niet zijnde windturbines, het radarbeeld kunnen verstoren artikel 5.150, vijfde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving bijlage III De geometrische begrenzing vanals bedoeld in, is vastgelegd in. 6 gebieden waar windturbines het radarbeeld kunnen verstoren artikel 5.150, vijfde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving bijlage III De geometrische begrenzing vanals bedoeld in, is vastgelegd in. 2024 14645 30-04-2024 23-04-2024 IenW/BSK-2024/11677 2024 166 17-06-2024 04-06-2024 01-07-2024
Artikel 2.42 — Artikel 2.42 (geometrische begrenzing werelderfgoed en erfgoed op de Voorlopige Lijst werelderfgoed)#
Artikel 2.42 (geometrische begrenzing werelderfgoed en erfgoed op de Voorlopige Lijst werelderfgoed) 1 de Droogmakerij de Beemster artikel 7.3, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving bijlage III De geometrische begrenzing van, bedoeld in, is vastgelegd in. 2 de Hollandse Waterlinies artikel 7.3, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving bijlage III De geometrische begrenzing van, bedoeld in, is vastgelegd in. 3 Schokland en omgeving artikel 7.3, derde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving bijlage III De geometrische begrenzing van, bedoeld in, is vastgelegd in. 4 de Neder-Germaanse Limes artikel 7.3, vierde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving bijlage III De geometrische begrenzing van, bedoeld in, is vastgelegd in. 5 de Koloniën van Weldadigheid artikel 7.3, vijfde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving bijlage III De geometrische begrenzing van, bedoeld in, is vastgelegd in. 2025 37567 31-10-2025 23-09-2025 WJZ/1566432 2025 37567 31-10-2025 23-09-2025 WJZ/1566432 01-01-2026
Artikel 2.43 — Artikel 2.43 (geometrische begrenzing herkomstgebieden en toepassingsgebieden mijnsteen en vermengde mijnsteen)#
Artikel 2.43 (geometrische begrenzing herkomstgebieden en toepassingsgebieden mijnsteen en vermengde mijnsteen) 1 herkomstgebieden van mijnsteen en vermengde mijnsteen artikel 3.48r, tweede lid, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving bijlage III De, bedoeld in, zijn de locaties waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in. 2 toepassingsgebieden voor het toepassen van mijnsteen en vermengde mijnsteen artikel 3.48r, tweede lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving bijlage III De, bedoeld in, zijn de locaties waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in. 2021 28102 01-06-2021 27-05-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 2.44 — Artikel 2.44 (aanwijzen locaties voor maatwerk herbeplanting)#
Artikel 2.44 (aanwijzen locaties voor maatwerk herbeplanting) artikel 11.130, onder b, onder 1°, van het Besluit activiteiten leefomgeving De gebieden, bedoeld in, waarbinnen herbeplanting op andere grond is toegestaan zijn: a. gebied 1: de provincies Groningen, Friesland en Drenthe; b. gebied 2: de provincie Overijssel, met uitzondering van de Noordoostpolder, en de provincies Gelderland en Utrecht; c. gebied 3: de provincies Noord-Holland, Zuid-Holland en Zeeland en de IJsselmeerpolders; en d. gebied 4: de provincies Noord-Brabant en Limburg. 2021 31421 16-06-2021 09-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 2.45 — Artikel 2.45 (aanwijzing gebieden waarin het verboden is water voor landbouwirrigatie te hergebruiken)#
Artikel 2.45 (aanwijzing gebieden waarin het verboden is water voor landbouwirrigatie te hergebruiken) artikel 19.1d, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving De stroomgebiedsdistricten of delen daarvan waarin het verboden is water voor landbouwirrigatie te hergebruiken, bedoeld in, zijn: a. artikel 4.4, tweede lid, aanhef en onder c, onder 2°, van het Besluit kwaliteit leefomgeving de waterwinlocaties die op grond vanin een regionaal waterprogramma zijn aangewezen; en b. artikel 7.11, eerste lid, aanhef en onder b, van het Besluit kwaliteit leefomgeving de grondwaterbeschermingsgebieden die op grond vanbij omgevingsverordening zijn aangewezen. 2025 25704 01-08-2025 21-07-2025 IENW/BSK-2025/156500 2025 25704 01-08-2025 21-07-2025 IENW/BSK-2025/156500 02-08-2025 Deze wijziging is ook gepubliceerd in Stcrt. 2023/26205 en in
werking getreden op 1 januari 2024 door Stcrt. 2023/26454.
Artikel 2.46 — Artikel 2.46 (aanwijzing en geometrische begrenzing van bodembeheergebieden)#
Artikel 2.46 (aanwijzing en geometrische begrenzing van bodembeheergebieden) 1 artikel 4.1265, derde lid, onder c, van het Besluit activiteiten leefomgeving De bodembeheergebieden met betrekking tot oppervlaktewaterlichamen in beheer bij het Rijk, bedoeld in, zijn de locaties Grebbedijk, Dijkversterking Hansweert, Meanderende Maas en Uiterwaarden Oeffelt, bedoeld in de leden 2 tot en met 5. 2 geometrische begrenzing van bodembeheergebied Grebbedijk bijlage III Deis vastgelegd in. 3 geometrische begrenzing van bodembeheergebied Dijkversterking Hansweert bijlage III Deis vastgelegd in. 4 geometrische begrenzing van bodembeheergebied Meanderende Maas bijlage III Deis vastgelegd in. 5 geometrische begrenzing van bodembeheergebied Uiterwaarden Oeffelt bijlage III Deis vastgelegd in. 2025 28474 18-08-2025 15-07-2025 IENW/BSK-2025/139444 2025 28474 18-08-2025 15-07-2025 IENW/BSK-2025/139444 01-10-2025
Artikel 3.1 — Artikel 3.1 (toepassingsbereik)#
Artikel 3.1 (toepassingsbereik) Deze afdeling is van toepassing op de beheersing van het geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen. 2021 15868 26-03-2021 19-03-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.2 — Artikel 3.2 (bepalen: waar het geluid wordt bepaald)#
Artikel 3.2 (bepalen: waar het geluid wordt bepaald) 1 Het geluid op een geluidgevoelig gebouw wordt bepaald op een of meer punten waar het geluid representatief is en dat ligt: a. als het gaat om een geluidgevoelig gebouw, anders dan een woonschip of woonwagen: op de gevel, op twee derde van de hoogte van een bouwlaag; b. als het gaat om een nieuw te bouwen geluidgevoelig gebouw, anders dan een woonschip of woonwagen: op de locatie waar een gevel mag komen, op twee derde van de hoogte van een bouwlaag die gebouwd mag worden; c. als het gaat om een woonwagen: op de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van de woonwagen, op twee derde van de hoogte van een bouwlaag; en d. als het gaat om een woonschip: op de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van het woonschip op 1 m boven het maaiveld. 2 In het eerste lid wordt onder woonschip verstaan: drijvend bouwwerk met een woonfunctie op een locatie die in het omgevingsplan is aangewezen als een ligplaats voor een woonschip. 2021 15868 26-03-2021 19-03-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.3 — Artikel 3.3 (bepalen: geluid in geluidgevoelige ruimten)#
Artikel 3.3 (bepalen: geluid in geluidgevoelige ruimten) 1 Het geluid in geluidgevoelige ruimten wordt bepaald door het geluid op de gevel te verminderen met de karakteristieke geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie, bepaald volgens NEN 5077 of NEN-EN-ISO 12354-3. 2 Bij de toepassing van NEN 5077 geldt dat in afwijking van tabel 3 de standen van de ventilatieopeningen en van de mechanische ventilatie alle ‘open’ respectievelijk ‘aan’ zijn. 2021 15868 26-03-2021 19-03-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2023 26205 19-09-2023 14-09-2023 2023-0000568411 2023 26454 02-10-2023 26-09-2023 2023-0000589458 01-01-2024
Artikel 3.4 — Artikel 3.4 (bepalen: geluid op een geluidgevoelig gebouw)#
Artikel 3.4 (bepalen: geluid op een geluidgevoelig gebouw) Bij het bepalen van het geluid op een geluidgevoelig gebouw: a. wordt het geluid dat wordt gereflecteerd door de gevel waarop het geluid wordt bepaald buiten beschouwing gelaten; en b. worden de waarden afgerond op hele getallen, waarbij een halve eenheid wordt afgerond naar het meest dichtbijgelegen even getal. 2021 15868 26-03-2021 19-03-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.5 — Artikel 3.5 (bepalen: geluidaandachtsgebied)#
Artikel 3.5 (bepalen: geluidaandachtsgebied) bijlage IVc Een geluidaandachtsgebied wordt bepaald volgens. 2021 15868 26-03-2021 19-03-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.6 — Artikel 3.6 (toepassingsbereik)#
Artikel 3.6 (toepassingsbereik) Deze paragraaf is van toepassing op het bepalen van het geluid door gemeentewegen, waterschapswegen en lokale spoorwegen die niet bij omgevingsverordening zijn aangewezen. 2021 15868 26-03-2021 19-03-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.7 — Artikel 3.7 (berekenen: basisgeluidemissie)#
Artikel 3.7 (berekenen: basisgeluidemissie) artikel 3.27, eerste tot en met vijfde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving bijlage IVd De basisgeluidemissie, bedoeld in, wordt berekend volgensen afgerond op één decimaal. 2021 15868 26-03-2021 19-03-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.8 — Artikel 3.8 (bepalen: geluid door wegen en spoorwegen)#
Artikel 3.8 (bepalen: geluid door wegen en spoorwegen) 1 artikel 3.24 van het Besluit kwaliteit leefomgeving Het geluid door een weg of spoorweg, bedoeld in, wordt bepaald: a. bijlage IVe voor het geluid door een gemeenteweg of waterschapsweg op een geluidgevoelig gebouw: volgens; b. bijlage IVf voor het geluid door een lokale spoorweg die niet bij omgevingsverordening is aangewezen op een geluidgevoelig gebouw: volgens. 2 artikel 3.4, onder b artikel 5.78af van het Besluit kwaliteit leefomgeving artikel 21a van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer In afwijking van, worden de waarden van een weg of spoorweg bij de toepassing vanen bij de toepassing vanniet afgerond. 2021 15868 26-03-2021 19-03-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2022 26085 28-09-2022 23-09-2022 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.9 — Artikel 3.9#
Artikel 3.9 [Vervallen] 2022 26085 28-09-2022 23-09-2022 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2021 15868 26-03-2021 19-03-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.10 — Artikel 3.10 (bepalen: geluidaandachtsgebied)#
Artikel 3.10 (bepalen: geluidaandachtsgebied) Bij het bepalen van het geluidaandachtsgebied worden de geluidbrongegevens gebruikt behorende bij de basisgeluidemissie. 2021 15868 26-03-2021 19-03-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.11 — Artikel 3.11 (bepalen: geluidbrongegevens gemeentewegen en waterschapswegen)#
Artikel 3.11 (bepalen: geluidbrongegevens gemeentewegen en waterschapswegen) De geluidbrongegevens zijn voor een gemeenteweg en een waterschapsweg: a. bijlage IVe per etmaalperiode het aantal motorvoertuigen, per categorie als bedoeld in, onder 2.1, dat gemiddeld over een kalenderjaar per uur op een geluidemissietraject passeert; b. bijlage IVe de per geluidemissietraject representatief te achten gemiddelde snelheid per categorie motorvoertuigen als bedoeld in, onder 2.1; c. de geluidbronregisterlijnen van de weg, vastgelegd in x- en y-coördinaten, uitgedrukt in het stelsel van de Rijksdriehoeksmeting; en d. het wegdektype per geluidemissietraject. 2021 15868 26-03-2021 19-03-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.12 — Artikel 3.12 (bepalen: geluidbrongegevens spoorwegen die niet bij omgevingsverordening zijn aangewezen)#
Artikel 3.12 (bepalen: geluidbrongegevens spoorwegen die niet bij omgevingsverordening zijn aangewezen) De geluidbrongegevens zijn voor een spoorweg die niet bij omgevingsverordening is aangewezen: a. bijlage IVf per etmaalperiode het aantal locomotieven, treinstellen, rijtuigen of wagens per spoorvoertuigcategorie als bedoeld in, onder 1.2, dat gemiddeld over een kalenderjaar per uur op een geluidemissietraject passeert met onderscheid naar de maximale snelheid van het type spoorvoertuig; b. de per geluidemissietraject, per etmaalperiode, representatief te achten snelheid met onderscheid naar doorgaande reizigersspoorvoertuigen, stoppende reizigersspoorvoertuigen en goederenspoorvoertuigen, waarbij wordt aangegeven of het remsysteem is ingeschakeld; c. de geluidbronregisterlijnen van de spoorweg, vastgelegd in x- en y-coördinaten, uitgedrukt in het stelsel van de Rijksdriehoeksmeting; d. bijlage IVf de spoorstaafruwheid, bepaald volgens; e. de bovenbouwconstructie per spoor van de spoorweg; en f. de aanwezigheid van een wissel in een geluidemissietraject. 2021 15868 26-03-2021 19-03-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.13 — Artikel 3.13 (toepassingsbereik)#
Artikel 3.13 (toepassingsbereik) Deze paragraaf is van toepassing op het bepalen van het geluid door rijkswegen, provinciale wegen, hoofdspoorwegen en lokale spoorwegen die bij omgevingsverordening zijn aangewezen. 2021 15868 26-03-2021 19-03-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.14 — Artikel 3.14 (bepalen: geluid door wegen en spoorwegen)#
Artikel 3.14 (bepalen: geluid door wegen en spoorwegen) 1 artikel 3.24 van het Besluit kwaliteit leefomgeving Het geluid door wegen en spoorwegen, bedoeld in, wordt bepaald: a. bijlage IVe voor het geluid door wegen op een geluidgevoelig gebouw: volgens; b. bijlage IVg voor het geluid door wegen op een geluidreferentiepunt: volgens, waarbij de waarde wordt afgerond op één decimaal; c. bijlage IVf voor het geluid door spoorwegen op een geluidgevoelig gebouw: volgens; en d. bijlage IVg voor het geluid door spoorwegen op een geluidreferentiepunt: volgens, waarbij de waarde wordt afgerond op één decimaal. 2 Bij het bepalen van het geluid door wegen en spoorwegen op een geluidgevoelig gebouw worden de geluidbrongegevens uit het geluidregister gebruikt. 3 In afwijking van het tweede lid kunnen bij het bepalen van het geluid door een weg op een geluidgevoelig gebouw in plaats van de geluidbronregisterlijn ook alleen de bij de geluidbronregisterlijn behorende gegevens worden gebruikt. 4 E bijlage IVe Bij het bepalen van het geluid door een weg op een geluidgevoelig gebouw of op een geluidreferentiepunt wordt bij volledige benutting van de geluidproductieplafonds de plafondcorrectiewaarde uit het geluidregister opgeteld bij de geluidemissiegetallen L, berekend volgens. 5 E bijlage IVf Bij het bepalen van het geluid door een spoorweg op een geluidgevoelig gebouw of op een geluidreferentiepunt wordt bij volledige benutting van de geluidproductieplafonds de plafondcorrectiewaarde uit het geluidregister opgeteld bij de geluidemissiegetallen L, berekend volgens. 2021 15868 26-03-2021 19-03-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.15 — Artikel 3.15 (bepalen: afbakening gebied waarbinnen geluidgevoelige gebouwen in aanmerking worden genomen)#
Artikel 3.15 (bepalen: afbakening gebied waarbinnen geluidgevoelige gebouwen in aanmerking worden genomen) 1 Bij het vaststellen van een geluidproductieplafond als omgevingswaarde voor een weg of spoorweg worden geluidgevoelige gebouwen in aanmerking genomen die liggen binnen het gebied rond een geluidreferentiepunt en dat begrensd wordt volgens het tweede of derde lid. 2 Als de weg of spoorweg waarop het geluidproductieplafond betrekking heeft niet eindigt, wordt het gebied, bedoeld in het eerste lid, begrensd door: a. de as van de weg of spoorweg; b. twee lijnen loodrecht op de as van de weg of spoorweg en op de halve afstand tot de in de lengterichting van de weg of spoorweg gezien naastliggende geluidreferentiepunten; en c. voor: 1°. artikel 3.48 van het Besluit kwaliteit leefomgeving artikel 3.34 van het Besluit kwaliteit leefomgeving den rijkswegen en hoofdspoorwegen, in de richting loodrecht op de weg of spoorweg: de afstand waarop het geluid in de situatie zonder maatregelen als bedoeld innaar verwachting niet hoger is dan de standaardwaarde in L, bedoeld inof, als deze afstand meer dan 2 km gemeten vanaf de rand van de weg of de buitenste spoorstaaf van de spoorweg bedraagt: een afstand van 2 km; en 2°. provinciale wegen en lokale spoorwegen: de begrenzing van het geluidaandachtsgebied of, als deze meer dan 2 km van de weg of spoorweg ligt: de afstand waarop het geluid niet meer toeneemt als gevolg van de vaststelling van het geluidproductieplafond als omgevingswaarde, maar niet meer dan 2 km. 3 Als de weg of spoorweg waarop het geluidproductieplafond betrekking heeft eindigt, wordt het gebied, bedoeld in het eerste lid, begrensd door: a. de as van de weg of spoorweg en de lijn in het verlengde daarvan; b. een lijn loodrecht op de as van de weg of spoorweg of het verlengde daarvan en op de halve afstand tussen het geluidreferentiepunt en het in de lengterichting van de weg of spoorweg gezien naastliggende geluidreferentiepunt; en c. voor: 1°. artikel 3.48 van het Besluit kwaliteit leefomgeving artikel 3.34 van het Besluit kwaliteit leefomgeving den rijkswegen en hoofdspoorwegen, in de richting loodrecht op de weg of spoorweg: de afstand waarop het geluid in de situatie zonder maatregelen als bedoeld innaar verwachting niet hoger is dan de standaardwaarde in L, bedoeld inof, als deze afstand meer dan 500 m gemeten vanaf de rand van de weg of de buitenste spoorstaaf van de spoorweg bedraagt: een afstand van 500 m; en 2°. provinciale wegen en lokale spoorwegen: de begrenzing van het geluidaandachtsgebied of, als deze meer dan 500 m van de weg of spoorweg ligt: de afstand waarop het geluid niet meer toeneemt als gevolg van de vaststelling van het geluidproductieplafond als omgevingswaarde, maar niet meer dan 500 m. 4 In afwijking van het eerste lid worden geluidgevoelige gebouwen binnen het gebied rond een geluidreferentiepunt waarvoor de waarde van het geluidproductieplafond alleen wordt verlaagd als gevolg van maatregelen die zijn vastgesteld op basis van het geluidproductieplafond als omgevingswaarde, bedoeld in het eerste lid, niet in aanmerking genomen. 2021 15868 26-03-2021 19-03-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.16 — Artikel 3.16#
Artikel 3.16 [Vervallen] 2022 26085 28-09-2022 23-09-2022 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2021 15868 26-03-2021 19-03-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.17 — Artikel 3.17 (bepalen: geluidaandachtsgebied)#
Artikel 3.17 (bepalen: geluidaandachtsgebied) Bij het bepalen van het geluidaandachtsgebied worden de geluidbrongegevens gebruikt behorende bij de geluidproductieplafonds als omgevingswaarden. 2021 15868 26-03-2021 19-03-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.18 — Artikel 3.18 (bepalen: geluidbrongegevens rijkswegen en provinciale wegen)#
Artikel 3.18 (bepalen: geluidbrongegevens rijkswegen en provinciale wegen) De geluidbrongegevens zijn voor een rijksweg en een provinciale weg: a bijlage IVe per etmaalperiode het aantal motorvoertuigen, per categorie als bedoeld in, onder 2.1, dat gemiddeld over een kalenderjaar per uur op een geluidemissietraject passeert; b. bijlage IVe de representatief te achten gemiddelde snelheid per geluidemissietraject per categorie motorvoertuigen als bedoeld in, onder 2.1; c. de geluidbronregisterlijnen van de weg, vastgelegd in x-, y- en z-coördinaten, uitgedrukt in het stelsel van de Rijksdriehoeksmeting; d. het wegdektype per geluidemissietraject; e. de afmetingen en locatie van geluidbeperkende werken of bouwwerken die zijn geplaatst om het geluid door de weg op een geluidgevoelig gebouw te beperken, vastgelegd in x-, y- en z-coördinaten, uitgedrukt in het stelsel van de Rijksdriehoeksmeting; f. de mate van absorptie en de profielafhankelijke correctieterm van geluidbeperkende werken of bouwwerken als bedoeld onder e en of het om een middenbermscherm, een scherm met schermtop of een diffractor gaat; g. de diffractoreigenschappen in octaafbanden; en h. de plafondcorrectiewaarde. 2021 15868 26-03-2021 19-03-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.19 — Artikel 3.19 (bepalen: geluidbrongegevens spoorwegen)#
Artikel 3.19 (bepalen: geluidbrongegevens spoorwegen) De geluidbrongegevens zijn voor een spoorweg: a. bijlage IVf per etmaalperiode het aantal locomotieven, treinstellen, rijtuigen of wagens per spoorvoertuigcategorie als bedoeld in, onder 1.2, dat gemiddeld over een kalenderjaar per uur op een geluidemissietraject passeert met onderscheid naar de maximale snelheid van het type spoorvoertuig; b. de per geluidemissietraject, per etmaalperiode, representatief te achten snelheid met onderscheid naar doorgaande reizigersspoorvoertuigen, stoppende reizigersspoorvoertuigen en goederenspoorvoertuigen, waarbij wordt aangegeven of het remsysteem is ingeschakeld; c. de geluidbronregisterlijnen van de spoorweg, vastgelegd in x-, y- en z-coördinaten, uitgedrukt in het stelsel van de Rijksdriehoeksmeting; d. bijlage IVf de spoorstaafruwheid, bepaald volgens; e. de bovenbouwconstructie per spoor van de spoorweg; f. de aanwezigheid van een wissel in een geluidemissietraject; g de afmetingen en locatie van geluidbeperkende werken of bouwwerken die zijn geplaatst om het geluid door de spoorweg op een geluidgevoelig gebouw te beperken, vastgelegd in x-, y- en z-coördinaten, uitgedrukt in het stelsel van de Rijksdriehoeksmeting; h. de mate van absorptie en de profielafhankelijke correctieterm van geluidbeperkende werken of bouwwerken als bedoeld onder g; i. de plafondcorrectiewaarde; en j. artikel 3.23, eerste lid, onder a en b de in, genoemde geluidbrongegevens van stilstaande spoorvoertuigen op spoorwegemplacementen. 2021 15868 26-03-2021 19-03-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.20 — Artikel 3.20 (toepassingsbereik)#
Artikel 3.20 (toepassingsbereik) Deze paragraaf is van toepassing op het bepalen van het geluid door industrieterreinen waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn of worden vastgesteld. 2021 15868 26-03-2021 19-03-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.21 — Artikel 3.21 (bepalen: geluid door industrieterreinen)#
Artikel 3.21 (bepalen: geluid door industrieterreinen) 1 artikel 3.25 van het Besluit kwaliteit leefomgeving Het geluid door industrieterreinen, bedoeld in, wordt bepaald: a. bijlage IVh op een geluidgevoelig gebouw: volgens; en b. bijlage IVg op een geluidreferentiepunt: volgens, waarbij de waarde wordt afgerond op één decimaal. 2 Bij het bepalen van het geluid door een industrieterrein op een geluidgevoelig gebouw worden de geluidbrongegevens uit het geluidregister gebruikt. 2021 15868 26-03-2021 19-03-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.22 — Artikel 3.22 (bepalen: geluidaandachtsgebied)#
Artikel 3.22 (bepalen: geluidaandachtsgebied) Bij het bepalen van het geluidaandachtsgebied van een industrieterrein worden de geluidbrongegevens gebruikt behorende bij de geluidproductieplafonds als omgevingswaarden. 2021 15868 26-03-2021 19-03-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.23 — Artikel 3.23 (bepalen: geluidbrongegevens industrieterreinen)#
Artikel 3.23 (bepalen: geluidbrongegevens industrieterreinen) 1 De geluidbrongegevens zijn voor een industrieterrein: a. bijlage IVh het immissierelevante geluidvermogen, bedoeld in paragraaf 2.3 van, van een geluidbron met een bedrijfsduurcorrectie volgens de jaargemiddelde bedrijfssituatie, bedoeld in hoofdstuk 5 van bijlage IVh; b. de locatie van de geluidbron, vastgelegd in x-, y- en z-coördinaten, uitgedrukt in het stelsel van de Rijksdriehoeksmeting; c. de hoogte van het maaiveld van de locatie van de geluidbron; d. de afmetingen, locatie en eigenschappen van voor de geluidoverdracht relevante objecten binnen het industrieterrein, vastgelegd in x-, y- en z-coördinaten, uitgedrukt in het stelsel van de Rijksdriehoeksmeting; en e. bijlage IVh de luchtabsorptiecoëfficiënten, als van de luchtabsorptiecoëfficiënten uit, tabel 3.1, is afgeweken. 2021 15868 26-03-2021 19-03-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.24 — Artikel 3.24 (toepassingsbereik)#
Artikel 3.24 (toepassingsbereik) Deze paragraaf is van toepassing op het bepalen van het gecumuleerde geluid en het gezamenlijke geluid op een geluidgevoelig gebouw. 2021 15868 26-03-2021 19-03-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.25 — Artikel 3.25 (berekenen: gecumuleerd geluid)#
Artikel 3.25 (berekenen: gecumuleerd geluid) 1 Het gecumuleerde geluid wordt berekend door eerst het geluid door de geluidbronsoorten en andere geluidbronnen om te rekenen naar het geluid door wegen dat evenveel hinder veroorzaakt en dan het gecumuleerde geluid te berekenen volgens de formule uit het vierde lid. 2 Het geluid door wegen, spoorwegen, industrieterreinen, windturbines en schietbanen wordt omgerekend naar het geluid door wegen dat evenveel hinder veroorzaakt, volgens de formules: a. voor wegen: b. voor spoorwegen: c. voor industrieterreinen: d. voor windturbines: e. voor schietbanen: waarbij: VL L RL IL WT L, Len L SG L den S,dan ,worden uitgedrukt in Lenwordt uitgedrukt in B. 3 Vanaf een bij ministerieel besluit te bepalen tijdstip wordt het geluid door luchtvaart omgerekend naar het geluid door wegen dat evenveel hinder veroorzaakt, volgens de formule: LL L den waarbij:wordt uitgedrukt in L. 4 cum Het gecumuleerde geluid Lwordt berekend volgens de formule: N n waarbij gesommeerd wordt over allebetrokken geluidbronnen en de indexstaat voor de geluidbronsoorten en andere geluidbronnen, bedoeld in het eerste lid of, als geluid door andere geluidbronnen wordt betrokken, het geluid door die geluidbronnen. 2021 15868 26-03-2021 19-03-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.26 — Artikel 3.26 (berekenen: gezamenlijk geluid)#
Artikel 3.26 (berekenen: gezamenlijk geluid) 1 Het gezamenlijke geluid wordt berekend door het geluid door de geluidbronsoorten en andere geluidbronnen op te tellen volgens de formule: waarbij wordt verstaan onder: g L : gezamenlijk geluid; en k : geluid door de geluidbronsoorten en andere geluidbronnen. 2 artikel 3.53, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving Als bij het bepalen van de karakteristieke geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie van een geluidgevoelige ruimte, bedoeld in, gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid van NEN 5077 om afwijkende spectra te gebruiken, wordt ook het gezamenlijk geluid per octaafbandindex berekend volgens de formule: waarbij wordt verstaan onder: i : octaafbandindex; en k : geluid door de geluidbronsoorten en andere geluidbronnen. 2021 15868 26-03-2021 19-03-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.27 — Artikel 3.27 (berekenen: gecumuleerd geluid en gezamenlijk geluid)#
Artikel 3.27 (berekenen: gecumuleerd geluid en gezamenlijk geluid) 1 artikel 3.38, derde lid, onder b, c en d, van het Besluit kwaliteit leefomgeving Bij het berekenen van het gecumuleerde geluid en het gezamenlijke geluid worden bij het berekenen van het geluid door luchtvaart, windturbines, buitenschietbanen en springterreinen als bedoeld in, de geluidbrongegevens uit het geluidregister gebruikt. 2 artikel 3.4, onder b artikelen 3.25, eerste lid 3.26, eerste lid In afwijking van, worden de waarden van het geluid door de geluidbronsoorten en andere geluidbronnen, bedoeld in de, enniet afgerond. 2021 15868 26-03-2021 19-03-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.28 — Artikel 3.28 (bepalen: geluidbrongegevens windturbine bij gecumuleerd geluid en gezamenlijk geluid)#
Artikel 3.28 (bepalen: geluidbrongegevens windturbine bij gecumuleerd geluid en gezamenlijk geluid) artikelen 3.25 3.26 3.27 Voor de toepassing van de,enzijn de geluidbrongegevens voor een windturbine: a. E bijlage IVi de emissieterm L, bedoeld in paragraaf 2.4.1 van, van een windturbine; b. de locatie van het middelpunt van de rotor, vastgelegd in x-, y- en z-coördinaten, uitgedrukt in het stelsel van de Rijksdriehoeksmeting; en c. de ashoogte in meters ten opzichte van het maaiveld. 2021 15868 26-03-2021 19-03-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.29 — Artikel 3.29 (bepalen: maatregelpunten en geluidbeperkende maatregelen)#
Artikel 3.29 (bepalen: maatregelpunten en geluidbeperkende maatregelen) 1 artikel 3.48 van het Besluit kwaliteit leefomgeving bijlage IVj Het aantal maatregelpunten als bedoeld inwordt bepaald volgens, tabellen 1 en 2. 2 artikel 3.48 van het Besluit kwaliteit leefomgeving De maatregelpunten omvatten het totaal van de maatregelpunten van bestaande en nieuw te treffen geluidbeperkende maatregelen waarvoor maatregelpunten gelden, ten opzichte van een weg of spoorweg in de situatie zonder maatregelen, bedoeld in. 3 bijlage IVj Bij het toepassen van tabel 2 vanwordt de hoogte van een geluidscherm of geluidwal bepaald ten opzichte van de bovenkant van het spoor of de kantstreep van de weg aan de zijde van het scherm. 4 bijlage IVj artikel 3.49, vijfde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving De maatregelen, bedoeld in, tabel 3, zijn geluidbeperkende maatregelen als bedoeld in, waarvan de financiële doelmatigheid wordt bepaald door de werkelijke kosten van aanleg en onderhoud van die maatregel af te wegen tegen de geluidreductie die door de maatregel wordt bereikt en de daaruit voortvloeiende waarde van het geluid. 2021 15868 26-03-2021 19-03-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.30 — Artikel 3.30 (faunabeheereenheid waarvoor Minister voor Natuur en Stikstof bevoegd gezag is)#
Artikel 3.30 (faunabeheereenheid waarvoor Minister voor Natuur en Stikstof bevoegd gezag is) 1 artikel 6.4 van het Omgevingsbesluit De faunabeheereenheid met het werkgebied bestaande uit de terreinen, bedoeld in, heeft de rechtsvorm van een stichting. De leden van het bestuur van de stichting worden benoemd en ontslagen door de gerechtigde, bedoeld in artikel 6.4 van dat besluit. 2 Het faunabeheerplan dat door de faunabeheereenheid, bedoeld in het eerste lid, is vastgesteld bevat ten minste de volgende gegevens: a. de omvang van het werkgebied van de faunabeheereenheid; b. een kaart waarop de begrenzing van het werkgebied van de faunabeheereenheid is aangegeven; c. kwantitatieve gegevens over de populatie van de diersoorten waarvoor een duurzaam beheer of bestrijding noodzakelijk wordt geacht, met inbegrip van gegevens over de aanwezigheid van de populaties in het betrokken gebied gedurende het jaar; d. een onderbouwing van de noodzaak van een duurzaam beheer of bestrijding van de diersoorten, bedoeld onder c, waaronder een onderbouwde verwachting van de belangen die zouden worden geschaad, wanneer niet tot beheer of bestrijding zou worden overgegaan; e. een beschrijving van de mate waarin de belangen, bedoeld onder d, zijn geschaad in de vijf jaar voorafgaand aan het tijdstip van de aanvraag om goedkeuring van het faunabeheerplan; f. de gewenste stand van de diersoorten, bedoeld onder c; g. per diersoort een beschrijving van de aard, omvang en noodzaak van de maatregelen die zullen worden getroffen om de gewenste stand, bedoeld onder f, te bereiken; h. per diersoort en gewas een beschrijving van de maatregelen die in de periode, bedoeld onder e, zijn getroffen om het schaden van de belangen, bedoeld onder d, te voorkomen, en voor zover daarover redelijkerwijs kwantitatieve gegevens beschikbaar zijn: een beschrijving van de effectiviteit van die maatregelen; i. voor zover het plan betrekking heeft op het beheer van edelherten, damherten, reeën of wilde zwijnen: een beschrijving van het voedselaanbod, de relatie tussen dit voedselaanbod en de grootte van de populatie van de betrokken dieren en de mogelijkheden van uitwisseling met aangrenzende terreinen; j. een beschrijving van de plaatsen in het werkgebied van de faunabeheereenheid waar en de perioden in het jaar waarin de maatregelen, bedoeld onder g, zullen worden getroffen; k. voor zover daarover kwantitatieve gegevens beschikbaar zijn: een onderbouwde inschatting van de verwachte effectiviteit van de onder g bedoelde maatregelen; en l. een beschrijving van de wijze waarop de effectiviteit van de voorgenomen maatregelen zal worden bepaald. 3 Het faunabeheerplan heeft een geldigheidsduur van ten hoogste vijf jaar. 4 artikel 6.4 van het Omgevingsbesluit artikel 8.2, eerste lid, van de Omgevingswet De jachthouder van de terreinen, bedoeld in, is uitgezonderd van de aansluitplicht, bedoeld in. 2021 31421 16-06-2021 09-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2023 26205 19-09-2023 14-09-2023 2023-0000568411 2023 26454 02-10-2023 26-09-2023 2023-0000589458 01-01-2024
Artikel 3.31 — Artikel 3.31 (eisen examen voor een jachtgeweeractiviteit)#
Artikel 3.31 (eisen examen voor een jachtgeweeractiviteit) 1 artikel 3.71, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving artikel 11.90, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving Een examen voor een jachtgeweeractiviteit komt alleen voor erkenning als bedoeld inin aanmerking als de kennis, bedoeld in, wordt getoetst met: a. ten minste vijftig meerkeuzevragen, waarvan: 1°. artikel 11.87, tweede lid, onder a, b, c en d, van het Besluit activiteiten leefomgeving vijftien vragen over de onderwerpen, bedoeld in; 2°. artikel 11.87, tweede lid, onder e en f, van het Besluit activiteiten leefomgeving tien vragen over de onderwerpen, bedoeld in; 3°. artikel 11.87, tweede lid, onder g en h, van het Besluit activiteiten leefomgeving tien vragen over de onderwerpen, bedoeld in; 4°. artikel 11.87, tweede lid, onder i en j, van het Besluit activiteiten leefomgeving tien vragen over de onderwerpen, bedoeld in; en 5°. artikel 11.87, tweede lid, onder k en l, van het Besluit activiteiten leefomgeving vijf vragen over de onderwerpen, bedoeld in; b. ten minste vijfentwintig meerkeuzevragen, gesteld met behulp van beelddragers, waarvan: 1°. artikel 11.87, tweede lid, onder a en b, van het Besluit activiteiten leefomgeving vijftien vragen over de onderwerpen, bedoeld in; en 2°. artikel 11.87, tweede lid, onder c, d, e, f, g, h, i, j, k en l, van het Besluit activiteiten leefomgeving tien vragen over de onderwerpen, bedoeld in. 2 artikel 11.90, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving De vaardigheid en bekwaamheid, bedoeld in, voor een jachtgeweeractiviteit worden getoetst door middel van: a. het schieten op ten minste vijfentwintig kleiduiven met hagel; b. het doen van ten minste vier schoten in twee series van twee schoten met groot-kaliber kogelgeweer op een doel gelegen op een afstand van ten minste 50 m; en c. het tonen van weidelijk gedrag en bekwaamheid in het veilig omgaan met een geweer in ten minste tien gesimuleerde situaties. 3 Het examen voor een jachtgeweeractiviteit is alleen met gunstig gevolg afgelegd als degene die het examen aflegt: a. van de vragen, bedoeld in het eerste lid, ten minste 70% goed heeft beantwoord; b. bij het schieten, bedoeld in het tweede lid, onder a, ten minste achttien van de vijfentwintig kleiduiven heeft geraakt; c. bij het doen van schoten als bedoeld in het tweede lid, onder b, ten minste drie treffers heeft die liggen binnen een cirkel van 15 cm; en d. naar het oordeel van de organisatie die het examen afneemt weidelijk gedrag en bekwaamheid als bedoeld in het tweede lid, onder c, heeft getoond. 2021 31421 16-06-2021 09-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.32 — Artikel 3.32 (eisen examen voor een valkeniersactiviteit)#
Artikel 3.32 (eisen examen voor een valkeniersactiviteit) 1 artikel 3.71, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving artikel 11.90, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving Een examen voor een valkeniersactiviteit komt alleen voor erkenning als bedoeld inin aanmerking als de kennis, bedoeld in, wordt getoetst met: a. ten minste vijftig meerkeuzevragen, waarvan: 1°. artikel 11.87, tweede lid, onder a, b en c, van het Besluit activiteiten leefomgeving vijftien vragen over de onderwerpen, bedoeld in; 2°. artikel 11.87, tweede lid, onder e, van het Besluit activiteiten leefomgeving vijf vragen over de onderwerpen, bedoeld in; 3°. artikel 11.87, tweede lid, onder g en h, van het Besluit activiteiten leefomgeving tien vragen over de onderwerpen, bedoeld in; 4°. artikel 11.87, tweede lid, onder j, van het Besluit activiteiten leefomgeving vijftien vragen over de onderwerpen, bedoeld in; en 5°. artikel 11.87, tweede lid, onder k en l, van het Besluit activiteiten leefomgeving vijf vragen over de onderwerpen, bedoeld in; b. ten minste twintig meerkeuzevragen, gesteld met behulp van beelddragers, waarvan: 1°. artikel 11.87, tweede lid, onder a en b, van het Besluit activiteiten leefomgeving tien vragen over de onderwerpen, bedoeld in; en 2°. artikel 11.87, tweede lid, onder c, e, g, h, j, k en l, van het Besluit activiteiten leefomgeving tien vragen over de onderwerpen, bedoeld in. 2 artikel 11.90, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 3.34 De bekwaamheid, bedoeld in, wordt getoetst bij de beoordeling van twee stages van een jaar bij twee mentoren, aangewezen door de ingenoemde organisatie. De stages hebben tot doel om bekwaamheid te verwerven in de omgang met jachtvogels, het dragen en zeeg maken van jachtvogels, de verzorging van jachtvogels, het aanleggen van tuig, het doden van prooien en slachten van aasdieren, het aanleren van gewenst gedrag van jachtvogels, het voorkomen en afleren van ongewenst gedrag van jachtvogels, het zoeken en terugvangen van verloren jachtvogels, het beoordelen van de inzetbaarheid van jachtvogels, het toepassen van fretten en het gebruik van fluit, loer en balg. 3 Het examen voor een valkeniersactiviteit is alleen met gunstig gevolg afgelegd als degene die het examen aflegt: a. van de vragen, bedoeld in het eerste lid, ten minste 70% goed heeft beantwoord; en b. naar het oordeel van de organisatie die het examen afneemt voldoende bekwaamheid als bedoeld in het tweede lid heeft verworven. 2021 31421 16-06-2021 09-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.33 — Artikel 3.33 (eisen examen voor het gebruik van eendenkooien)#
Artikel 3.33 (eisen examen voor het gebruik van eendenkooien) 1 artikel 3.71, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving artikel 11.90, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving Een examen voor het gebruik van eendenkooien komt alleen voor erkenning als bedoeld inin aanmerking als de kennis, bedoeld in, wordt getoetst met: a. ten minste veertig meerkeuzevragen, waarvan: 1°. artikel 11.87, tweede lid, onder a, b en c, van het Besluit activiteiten leefomgeving vijftien vragen over de onderwerpen, bedoeld in; 2°. artikel 11.87, tweede lid, onder e, van het Besluit activiteiten leefomgeving vijf vragen over de onderwerpen, bedoeld in; 3°. artikel 11.87, tweede lid, onder j, van het Besluit activiteiten leefomgeving vijftien vragen over de onderwerpen, bedoeld in; en 4°. artikel 11.87, tweede lid, onder k en l, van het Besluit activiteiten leefomgeving vijf vragen over de onderwerpen, bedoeld in; en b. ten minste vijftien meerkeuzevragen, gesteld met behulp van beelddragers, waarvan: 1°. artikel 11.87, tweede lid, onder a en b, van het Besluit activiteiten leefomgeving tien vragen over de onderwerpen, bedoeld in; en 2°. artikel 11.87, tweede lid, onder c, e, j, k en l, van het Besluit activiteiten leefomgeving vijf vragen over de onderwerpen, bedoeld in. 2 Het examen voor het gebruik van eendenkooien is alleen met gunstig gevolg afgelegd als degene die het examen aflegt van de vragen, bedoeld in het eerste lid, ten minste 70% goed heeft beantwoord. 2021 31421 16-06-2021 09-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.34 — Artikel 3.34 (erkenning examens)#
Artikel 3.34 (erkenning examens) artikel 3.71, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving Als examen worden erkend als bedoeld inde volgende, door de Stichting Jachtexamens afgenomen, examens: a. voor een jachtgeweeractiviteit: het jachtexamen; b. voor een valkeniersactiviteit: het examen voor het gebruik van jachtvogels; en c. voor het gebruik van eendenkooien: het examen voor het gebruik van eendenkooien. 2021 31421 16-06-2021 09-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.35 — Artikel 3.35 (aanwijzing gelijkwaardige examens)#
Artikel 3.35 (aanwijzing gelijkwaardige examens) artikel 3.71, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving Als gelijkwaardige examens als bedoeld inworden aangewezen: a. met betrekking tot het theoretische gedeelte: het theoretische gedeelte A en B van het jachtexamen, afgelegd vanaf 1 april 1984 op grond van het bepaalde bij of krachtens het Belgisch Koninklijk besluit van 28 februari 1977 betreffende de afgifte van jachtverloven en jachtvergunningen, het Belgisch ministerieel besluit van 2 maart 1977 tot inrichting van het jachtexamen en het Besluit van de Vlaamse Executieve van 29 mei 1991 tot inrichting van het jachtexamen; b. het jachtexamen, afgelegd op grond van het bepaalde bij of krachtens het Besluit van de Vlaamse regering van 18 januari 1995 betreffende de organisatie van het jachtexamen; c. het jachtexamen, afgelegd op grond van het bepaalde bij of krachtens het Besluit van de Waalse regering van 2 april 1998 tot organisatie van het jachtexamen in het Waalse Gewest; d. met betrekking tot het theoretische gedeelte: het theoretische gedeelte A en B van het jachtexamen, afgelegd vanaf 1 april 1984 op grond van het bepaalde bij of krachtens het Belgisch Koninklijk besluit van 28 februari 1977 betreffende de afgifte van jachtverloven en jachtvergunningen en het Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Executieve van 21 januari 1991 tot organisatie van het jachtexamen in het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest; e. het jachtexamen, afgelegd op grond van het bepaalde bij of krachtens het gewijzigde Règlement grand-ducal van 16 april 1991 betreffende de voorwaarden en modaliteiten met betrekking tot de bekwaamheidsproef voor het verlenen van een eerste jachtvergunning; en f. het jachtexamen, afgelegd op grond van het bepaalde bij of krachtens het Bundesjagdgesetz. 2021 31421 16-06-2021 09-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.36 — Artikel 3.36 (toepassingsbereik)#
Artikel 3.36 (toepassingsbereik) artikel 12.26, tweede lid, van de wet Deze afdeling is van toepassing op het bepalen van de gelijke hoedanigheid en de gelijkwaardige gebruiksmogelijkheden van onroerende zaken binnen een herverkavelingsblok, bedoeld in, in het kader van de voorbereiding van het ruilbesluit. 2021 34636 01-07-2021 29-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.37 — Artikel 3.37 (gelijke hoedanigheid en gelijkwaardige gebruiksmogelijkheden)#
Artikel 3.37 (gelijke hoedanigheid en gelijkwaardige gebruiksmogelijkheden) 1 artikelen 3.38 tot en met 3.40 De gelijke hoedanigheid van onroerende zaken wordt bepaald volgens de. 2 artikelen 3.41 3.42 De gelijkwaardige gebruiksmogelijkheden van onroerende zaken worden bepaald volgens deen. 2021 34636 01-07-2021 29-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.38 — Artikel 3.38 (bepalen gelijke hoedanigheid: tijdstip en begrenzing)#
Artikel 3.38 (bepalen gelijke hoedanigheid: tijdstip en begrenzing) 1 artikel 16.125, tweede lid, van de wet De gelijke hoedanigheid van onroerende zaken wordt uiterlijk op het inlaatstbedoelde tijdstip bepaald. 2 artikelen 10.4 tot en met 10.10 van het Besluit kwaliteit leefomgeving De gelijke hoedanigheid van onroerende zaken wordt bepaald voor zover deze uitruilbaar zijn op grond van de. 2021 34636 01-07-2021 29-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.39 — Artikel 3.39 (bepalen gelijke hoedanigheid: doorslaggevende kenmerken)#
Artikel 3.39 (bepalen gelijke hoedanigheid: doorslaggevende kenmerken) 1 De gelijke hoedanigheid van onroerende zaken wordt bepaald aan de hand van de volgende kenmerken: a. de opbouw, samenstelling en fysische eigenschappen van de lagen in de bodem tot ten minste een diepte van 1 m onder het maaiveld; en b. de grondwaterkarakteristiek. 2 De gelijke hoedanigheid van onroerende zaken wordt bepaald aan de hand van de Bodemkaart van Nederland en de Kaart Grondwaterdynamiek met een schaal van 1:50.000. Als de landinrichting plaatsvindt in een gebied met een grote diversiteit in de bodemkenmerken of de grondwaterkarakteristiek, worden deelkaarten van de Bodemkaart van Nederland en de Kaart Grondwaterdynamiek met een grotere schaal dan 1:50.000 gebruikt. 3 Als deelkaarten niet beschikbaar zijn, wordt de gelijke hoedanigheid van onroerende zaken bepaald op basis van een advies van deskundigen. 2021 34636 01-07-2021 29-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.40 — Artikel 3.40 (bepalen gelijke hoedanigheid: buiten beschouwing te laten kenmerken)#
Artikel 3.40 (bepalen gelijke hoedanigheid: buiten beschouwing te laten kenmerken) Bij het bepalen van de gelijke hoedanigheid van onroerende zaken blijven de volgende kenmerken buiten beschouwing: a. het feitelijke gebruik; b. de verkavelingssituatie; c. de ontsluitingssituatie; d. de beheersing van het oppervlaktewaterpeil; e. de mate van egaliteit van het maaiveld; f. de aanwezigheid van opstallen, opstanden en obstakels, waaronder bunkers, hoogspanningsmasten of kabels en leidingen; g. de aanwezigheid van beregeningsinstallaties of drainage; h. overige fysieke kenmerken die het feitelijke gebruik beïnvloeden; en i. andere dan agrarische kenmerken. 2021 34636 01-07-2021 29-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.41 — Artikel 3.41 (kenmerken gelijkwaardige gebruiksmogelijkheden)#
Artikel 3.41 (kenmerken gelijkwaardige gebruiksmogelijkheden) 1 Van onroerende zaken met een gelijke hoedanigheid worden de gelijkwaardige gebruiksmogelijkheden bepaald aan de hand van de bodemgeschiktheid. 2 De bodemgeschiktheid wordt bepaald aan de hand van de volgende kenmerken: a. de ontwateringstoestand; b. de beschikbaarheid van bodemvocht voor de groei van gewassen; c. de stevigheid van de bovengrond; d. de verkruimelbaarheid van de bodem; e. de stabiliteit van de bodem op maaiveldniveau; f. de stuifgevoeligheid van de bodem; en g. de dikte van de laag waarin zich 80% van de wortels van een gewas bevindt. 3 Voor elke gebruiksmogelijkheid wordt bepaald welke kenmerken doorslaggevend zijn. 2021 34636 01-07-2021 29-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.42 — Artikel 3.42 (klassenindeling bodemgeschiktheid per gebruiksmogelijkheid)#
Artikel 3.42 (klassenindeling bodemgeschiktheid per gebruiksmogelijkheid) 1 Binnen een gebruiksmogelijkheid wordt de bodemgeschiktheid ingedeeld in ten minste vijf klassen. 2 De klassenindeling wordt op een kaart vermeld. 2021 34636 01-07-2021 29-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.43 — Artikel 3.43 (toepassingsbereik)#
Artikel 3.43 (toepassingsbereik) artikel 6.45 van het Besluit bouwwerken leefomgeving Deze afdeling is van toepassing op werkzaamheden aan gasverbrandingsinstallaties als bedoeld in. 2022 3912 03-02-2022 31-01-2022 2022-0000037155 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.44 — Artikel 3.44 (aanwijzing certificatie-instellingen)#
Artikel 3.44 (aanwijzing certificatie-instellingen) 1 Een aanvraag tot aanwijzing als certificatie-instelling wordt ingediend met gebruikmaking van een door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vastgesteld formulier. 2 Bij de aanvraag worden ten minste de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de vestigingsplaats van de aanvrager; b. het nummer waarmee de certificatie-instelling is geregistreerd bij de Kamer van Koophandel; en c. het certificatieschema waarop de aanvraag betrekking heeft en het bewijs van accreditatie voor dat schema. 3 artikel 2, eerste lid, van de Wet aanwijzing nationale accreditatie-instantie In plaats van het bewijs van accreditatie, bedoeld in het tweede lid, onder c, kan, in het geval de aanvrager nog niet geaccrediteerd is, tot 1 januari 2023 een bewijs van de nationale accreditatie-instantie, bedoeld in, worden verstrekt dat de aanvraag voor het verkrijgen van accreditatie voor dat schema volledig is en door de nationale accreditatie-instantie in behandeling is genomen. 4 Een aanwijzing als certificatie-instelling heeft betrekking op de werkzaamheden die zijn opgenomen in het certificatieschema waarvoor de certificatie-instelling is geaccrediteerd. 2022 3912 03-02-2022 31-01-2022 2022-0000037155 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2023 26205 19-09-2023 14-09-2023 2023-0000568411 2023 26454 02-10-2023 26-09-2023 2023-0000589458 01-01-2024
Artikel 3.45 — Artikel 3.45 (certificatieschema)#
Artikel 3.45 (certificatieschema) Een certificatieschema vermeldt in ieder geval: a. voor welk type of welke typen gasverbrandingsinstallaties het schema is bedoeld; en b. paragraaf 6.5.5 van het Besluit bouwwerken leefomgeving welke van de in het schema opgenomen eisen voor certificaathouders voorgeschreven zijn dooren deze afdeling. 2022 3912 03-02-2022 31-01-2022 2022-0000037155 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.46 — Artikel 3.46 (certificatieschema: uitvoeren werkzaamheden)#
Artikel 3.46 (certificatieschema: uitvoeren werkzaamheden) artikel 6.45, tweede lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving Een certificatieschema schrijft in ieder geval voor dat bij het uitvoeren van de werkzaamheden, bedoeld in: a. een certificaathouder voorafgaand aan de werkzaamheden een meting van de concentratie koolmonoxide in de opstellingsruimte van het toestel uitvoert; b. een certificaathouder de gasverbrandingsinstallatie niet eerder in bedrijf stelt dan nadat hij de concentratie koolmonoxide in de opstellingsruimte van het toestel heeft gemeten en deze concentratie lager dan 5 ppm is; c. een certificaathouder, wanneer de gasverbrandingsinstallatie daar een voorziening voor heeft, de gasverbrandingsinstallatie niet eerder in bedrijf stelt dan nadat hij de concentratie koolmonoxide in de verbrandingsgassen van het toestel heeft gemeten en de concentratie niet hoger is dan: 1°. 50 ppm in het geval van een open, afvoerloos gasverbrandingstoestel; 2°. 200 ppm in het geval van een open, afvoergebonden gasverbrandingstoestel; of 3°. 400 ppm in het geval van een gesloten gasverbrandingstoestel; d. door de certificaathouder wordt gecontroleerd of het gebruiksvoorschrift van het gasverbrandingstoestel aanwezig is en dat zij, als dit niet het geval is, de gebruiker of bewoner wijzen op het ontbreken van deze informatie; en e. de certificaathouder de werkzaamheden uitvoert volgens de installatie- en onderhoudsvoorschriften van de leverancier of de fabrikant van de installatie, voor zover de voorschriften niet in strijd zijn met hetgeen in deze afdeling is bepaald. 2022 3912 03-02-2022 31-01-2022 2022-0000037155 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.47 — Artikel 3.47 (certificatieschema: vakbekwaamheid installateur)#
Artikel 3.47 (certificatieschema: vakbekwaamheid installateur) artikel 3.46 Een certificatieschema schrijft voor dat de persoon die de inbedrijfstelling uitvoert, met het oog op het kunnen voldoen aan de inbedoelde eisen, aantoonbaar in staat is: a. de opstelruimte voor gasverbrandingsinstallaties, in ieder geval inhoudende de ventilatievoorziening, te beoordelen; b. rookgasafvoerkanalen en -leidingen inclusief uitmonding, te beoordelen en te beproeven; c. collectieve rookgasafvoeren te beoordelen en te beproeven, in het geval van werkzaamheden daaraan; d. de toevoer van verbrandingslucht te beoordelen; e. de veiligheid van gasverbrandingsinstallaties te beoordelen daar waar het gaat om het vrijkomen van koolmonoxide; f. gasverbrandingsinstallaties in bedrijf te stellen; g. artikel 3.46, onder a, b en c de metingen en controles, bedoeld in, te verrichten alsmede de resultaten van deze metingen en controles te interpreteren; en h. voorlichting te geven aan de gebruiker over het functioneren van de gasverbrandingsinstallatie in samenhang met het systeem, inclusief luchttoevoer, rookgasafvoer en plaatsing in het gebouw. 2022 3912 03-02-2022 31-01-2022 2022-0000037155 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.48 — Artikel 3.48 (aanwijzing certificatieschema’s)#
Artikel 3.48 (aanwijzing certificatieschema’s) 1 artikel 3.73, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving Een aanvraag tot aanwijzing van een certificatieschema als bedoeld inwordt ingediend met gebruikmaking van een door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vastgesteld formulier. 2 Bij de aanvraag worden ten minste de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de vestigingsplaats van de aanvrager; b. het nummer waarmee de aanvrager is geregistreerd bij de Kamer van Koophandel; en c. het certificatieschema waarop de aanvraag betrekking heeft. 2022 3912 03-02-2022 31-01-2022 2022-0000037155 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2023 26205 19-09-2023 14-09-2023 2023-0000568411 2023 26454 02-10-2023 26-09-2023 2023-0000589458 01-01-2024
Artikel 3.49 — Artikel 3.49 (verslaglegging)#
Artikel 3.49 (verslaglegging) 1 artikel 10.14b, vierde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving De certificatie-instelling zendt jaarlijks voor 1 maart het verslag, bedoeld in, aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. 2 In het verslag worden in ieder geval de volgende onderwerpen behandeld: a. een overzicht van de controles die de certificatie-instelling heeft uitgevoerd, inclusief de resultaten van elke controle; b. de door de instelling afgegeven, ingetrokken en geschorste certificaten; c. wijzigingen in de voor de instelling relevante accreditaties, reglementen en procedures; d. knelpunten die zich in de uitvoeringspraktijk hebben voorgedaan; e. de hoeveelheid en aard van de door de certificatie-instelling ontvangen klachten en de wijze van afhandeling daarvan; en f. ingediende bezwaren op beslissingen van de certificatie-instelling over al dan niet verleende certificaten en de ingestelde beroepen tegen de beslissingen op bezwaar, alsmede de wijze van afhandeling daarvan. 3 artikel 6.46 van het Besluit bouwwerken leefomgeving Over iedere melding als bedoeld inwordt in het verslag ten minste de volgende informatie verstrekt: a. de gemeten concentratie koolmonoxide; en b. een beschrijving van de ruimte waarin de concentratie is gemeten. 2022 3912 03-02-2022 31-01-2022 2022-0000037155 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.50 — Artikel 3.50 (register certificering gasverbrandingstoestellen)#
Artikel 3.50 (register certificering gasverbrandingstoestellen) 1 artikel 10.14a, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving In het register, bedoeld in, worden de volgende gegevens over certificaathouders opgenomen: a. het nummer waarmee de certificaathouder geregistreerd is bij de Kamer van Koophandel; b. een beschrijving van de werkzaamheden die door de certificaathouder mogen worden uitgevoerd; c. het schema waarvoor het certificaat is verleend; en d. de datum waarop een certificaat is verleend, geschorst of ingetrokken, de geldigheidsduur van het certificaat en, in het geval van schorsing, de termijn van de schorsing. 2 De certificatie-instelling verstrekt de gegevens aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. 2022 3912 03-02-2022 31-01-2022 2022-0000037155 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2023 26205 19-09-2023 14-09-2023 2023-0000568411 2023 26454 02-10-2023 26-09-2023 2023-0000589458 01-01-2024
Artikel 3.51 — Artikel 3.51 (opleiding, kennis en ervaring kwaliteitsborger)#
Artikel 3.51 (opleiding, kennis en ervaring kwaliteitsborger) 1 artikel 3.83 van het Besluit kwaliteit leefomgeving De in een instrument voor kwaliteitsborging beschreven eisen over de opleiding en ervaring, bedoeld in, omvatten voor de kwaliteitsborging van bouwactiviteiten onder gevolgklasse 1 ten minste: a. voor werkzaamheden in het kader van risicobeoordelingen, vaststellen van borgingsplannen en de algemene coördinatie bij kwaliteitsborging: 1°. een diploma op HBO-niveau; 2°. Besluit bouwwerken leefomgeving kennis van de inhoud en systematiek van het; en 3°. drie jaar werkervaring als leidinggevende met: i. het coördineren en organiseren van bouwprojecten; ii. het uitvoeren van risicobeoordelingen van bouwplannen; iii. het vaststellen van borgingsplannen; en iv. Bouwbesluit 2012 Besluit bouwwerken leefomgeving het controleren en beoordelen van bouwplannen aan de algemene bepalingen voor bouwwerken en de regels voor bruikbaarheid van hetof het; b. voor werkzaamheden in het kader van constructieve veiligheid: 1°. een diploma op HBO-niveau; 2°. Besluit bouwwerken leefomgeving kennis van hetmet betrekking tot de regels voor constructieve veiligheid; en 3°. drie jaar werkervaring met het controleren en beoordelen van: i. Bouwbesluit 2012 Besluit bouwwerken leefomgeving constructies op het voldoen aan de regels voor constructieve veiligheid van hetof het; ii. constructietekeningen en –berekeningen, inclusief de schematisering en de toegepaste rekenmethoden; en iii. constructieve bouwmaterialen; c. voor werkzaamheden in het kader van brandveiligheid: 1°. een diploma op HBO-niveau; 2°. Besluit bouwwerken leefomgeving kennis van hetmet betrekking tot de regels voor brandveiligheid; en 3°. Bouwbesluit 2012 Besluit bouwwerken leefomgeving vijf jaar werkervaring met het controleren en beoordelen van bouwplannen op het voldoen aan de regels voor brandveiligheid van hetof het; d. voor werkzaamheden in het kader van bouwfysica: 1°. een diploma op MBO4-niveau; 2°. Besluit bouwwerken leefomgeving kennis van hetover de regels voor gezondheid, energiezuinigheid en milieu; en 3°. drie jaar werkervaring met het controleren en beoordelen van: i. Bouwbesluit 2012 Besluit bouwwerken leefomgeving bouwplannen op het voldoen aan de regels voor gezondheid van hetof het; ii. Bouwbesluit 2012 Besluit bouwwerken leefomgeving bouwplannen op het voldoen aan de regels voor energiezuinigheid en milieu van hetof het; en iii. gelijkwaardige oplossingen in het kader van gezondheid, energiezuinigheid en milieu; e. voor werkzaamheden in het kader van installaties: 1°. een diploma op MBO4-niveau; 2°. Besluit bouwwerken leefomgeving kennis van hetover de regels voor installaties; en 3°. drie jaar werkervaring met het controleren en beoordelen van: i. Bouwbesluit 2012 Besluit bouwwerken leefomgeving installaties op het voldoen aan de regels van hetof het; en ii. gelijkwaardige oplossingen in het kader van installaties; en f. voor werkzaamheden in het kader van controle op de bouw: 1°. een diploma op MBO4-niveau; 2°. Besluit bouwwerken leefomgeving kennis van het; en 3°. Bouwbesluit 2012 Besluit bouwwerken leefomgeving drie jaar werkervaring met het tijdens de uitvoering controleren en beoordelen van bouwplannen op het voldoen aan de regels van hetof het. 2 Aan de in het eerste lid beschreven eisen is ook voldaan als door ervaring een aantoonbaar gelijkwaardig kennisniveau is verkregen. 3 Het instrument voor kwaliteitsborging schrijft voor dat uitvoerenden van werkzaamheden in het kader van kwaliteitsborging: a. Besluit bouwwerken leefomgeving beschikken over actuele kennis van het; en b. ten minste iedere twee jaar bijscholen op de deelgebieden, bedoeld in het eerste lid. 2022 11749 26-04-2022 22-04-2022 2022-0000205329 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2023 26205 19-09-2023 14-09-2023 2023-0000568411 2023 26454 02-10-2023 26-09-2023 2023-0000589458 01-01-2024
Artikel 3.52 — Artikel 3.52 (administratieve organisatie kwaliteitsborger)#
Artikel 3.52 (administratieve organisatie kwaliteitsborger) artikel 3.86, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving Het instrument voor kwaliteitsborging schrijft voor dat alle gegevens en bescheiden over de werkzaamheden van de kwaliteitsborging van een project ten minste zeven jaar na het afgeven van een verklaring als bedoeld indoor de kwaliteitsborger worden bewaard. 2022 11749 26-04-2022 22-04-2022 2022-0000205329 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.53 — Artikel 3.53 (informatieverstrekking kwaliteitsborger aan instrumentaanbieder)#
Artikel 3.53 (informatieverstrekking kwaliteitsborger aan instrumentaanbieder) 1 Het instrument voor kwaliteitsborging beschrijft dat de projectgegevens die de kwaliteitsborger aan een instrumentaanbieder verstrekt, ten minste omvatten: a. de projectnaam en de locatie; b. de gevolgklasse en het type bouwwerk; c. een beknopte beschrijving van de bouwactiviteit; d. de lokale of kadastrale aanduiding van het bouwwerk waarop de bouwactiviteit betrekking heeft; e. de projectplanning met ten minste de begindatum en de einddatum van de bouwwerkzaamheden; en f. een beschrijving van de onafhankelijke positie van de kwaliteitsborger ten opzichte van de te borgen bouwactiviteit. 2 Het instrument voor kwaliteitsborging beschrijft dat de in het eerste lid, genoemde gegevens en bescheiden uiterlijk twee dagen voor het begin van de bouwwerkzaamheden worden verstrekt. 3 Het instrument voor kwaliteitsborging schrijft voor dat na afronding van elk project ten minste wordt verstrekt: a. het geactualiseerde borgingsplan, met inbegrip van de risicobeoordeling; en b. 3.86, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving de verklaring, bedoeld in. 2022 11749 26-04-2022 22-04-2022 2022-0000205329 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.54 — Artikel 3.54 (formulier verklaring kwaliteitsborger)#
Artikel 3.54 (formulier verklaring kwaliteitsborger) artikel 3.86, vierde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving bijlage IVK Het formulier voor de verklaring, bedoeld in, is vastgelegd in. 2022 11749 26-04-2022 22-04-2022 2022-0000205329 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.55 — Artikel 3.55 (verdeelsleutel en doorberekenen toezichtkosten)#
Artikel 3.55 (verdeelsleutel en doorberekenen toezichtkosten) 1 De bijdrage per instrumentaanbieder voor de toezichtkosten van de toelatingsorganisatie wordt berekend als volgt: a. per instrument wordt een variabele bijdrage in rekening gebracht, gebaseerd op het aantal keren dat het instrument per gevolgklasse wordt toegepast, waarbij onderscheid wordt gemaakt in een bedrag per woning en een bedrag per overig bouwwerk; en b. als peildatum voor het aantal projecten geldt de begindatum van de bouwwerkzaamheden, zoals door de instrumentaanbieder gemeld aan de toelatingsorganisatie. 2 De variabele marktbijdrage, bedoeld in het eerste lid, onder a, wordt per instrumentaanbieder vastgesteld door middel van de volgende formule, waarbij wordt verstaan onder: marktbijdrage toezichtskosten per instrument gk: gevolgklasse; B: totale toezichtkosten toelatingsorganisatie; W: totaal aantal woningen per gevolgklasse, zoals door de instrumentaanbieder gemeld aan de toelatingsorganisatie; en P: totaal aantal utiliteitsbouw plus infrastructuurprojecten per gevolgklasse, zoals door de instrumentaanbieder gemeld aan de toelatingsorganisatie. 2022 11749 26-04-2022 22-04-2022 2022-0000205329 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.56 — Artikel 3.56 (gegevens en bescheiden aanvraag toelating instrument)#
Artikel 3.56 (gegevens en bescheiden aanvraag toelating instrument) artikel 10.26b, eerste lid, van het Omgevingsbesluit bijlage IVL De gegevens en bescheiden, bedoeld in, zijn vastgelegd in. 2022 11749 26-04-2022 22-04-2022 2022-0000205329 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.57 — Artikel 3.57 (compartimenten AERIUS Register)#
Artikel 3.57 (compartimenten AERIUS Register) 1 artikel 10.25, vierde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving Voor de volgende categorieën van projecten bevat AERIUS Register compartimenten als bedoeld inen is de stikstofdepositieruimte beschikbaar die is opgenomen in dat compartiment: a. Natura 2000-activiteiten die betrekking hebben op de bouw van niet op een distributienet voor aardgas aangesloten woningen, inclusief het realiseren van noodzakelijke en direct met het project samenhangende nutsvoorzieningen, waterhuishoudkundige maatregelen en infrastructuur en noodzakelijke voorzieningen ten behoeve van een goed woon- en leefklimaat; b. op wegen in beheer bij het Rijk betrekking hebbende renovatieprojecten en projecten ter vergroting van de veiligheid van weggebruikers en anderen op die wegen; c. gemelde PAS-projecten; d. rijksvastgoedprojecten; e. projecten van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat; f. projecten die bijdragen aan het terugdringen van emissies van broeikasgassen of aan de transitie naar een klimaatneutrale energievoorziening, economie en samenleving; g. projecten van de Minister van Defensie; en h. artikel 4.25 van het Omgevingsbesluit projecten waarvoor gedeputeerde staten bevoegd gezag zijn voor de omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit of waarvoor de voorgenomen beslissing op de aanvraag om een dergelijke vergunning op grond vaninstemming van gedeputeerde staten behoeft. 2 artikel 3.61 De compartimenten voor de categorieën projecten, bedoeld in het eerste lid, onder a, b en c, gelden als een gezamenlijk compartiment waarvan de stikstofdepositieruimte beschikbaar wordt gesteld als bepaald in. 2025 33476 30-09-2025 20-09-2025 WJZ/98549805 2025 33476 30-09-2025 20-09-2025 WJZ/98549805 07-10-2025
Artikel 3.58 — Artikel 3.58 (maatregelen waardoor stikstofdepositieruimte ontstaat)#
Artikel 3.58 (maatregelen waardoor stikstofdepositieruimte ontstaat) 1 artikel 10.25, derde lid van het Besluit kwaliteit leefomgeving Een maatregel voor het verkrijgen van stikstofdepositie als bedoeld in, waardoor stikstofdepositieruimte ontstaat, is in ieder geval: a. artikel 4, eerste lid, van de Subsidieregeling sanering varkenshouderijen de onomkeerbare sluiting van varkenshouderijlocaties op grond van; b. artikel 6, eerste lid, van de Regeling provinciale aankoop veehouderijen nabij natuurgebieden de blijvende vermindering van de stikstofemissie, bedoeld inzoals zij luidde tot 1 december 2022; c. artikel 2, eerste lid, van de Regeling provinciale maatregelen PAS-melders 2024 de blijvende vermindering van stikstofemissie door maatregelen als bedoeld in; d. artikel 10.36dd van het Omgevingsbesluit een maatregel waarvan kennis is gegeven overeenkomstig, getroffen door, onder verantwoordelijkheid van, na afstemming met of op verzoek van: 1°. de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening; 2°. de Minister van Infrastructuur en Waterstaat; 3°. de Minister van Klimaat en Groene Groei; 4°. de Minister van Defensie; en 5°. provinciale staten of gedeputeerde staten. 2 Een maatregel als bedoeld in het eerste lid, onder d, die is afgestemd met een van de daar genoemde bestuursorganen kan ook een maatregel van een ander bestuursorgaan zijn die is genomen om stikstofdepositieruimte te verkrijgen. 3 Een maatregel als bedoeld in het eerste lid, onder d, is kan in ieder geval zijn: a. de intrekking of wijziging van een toestemming voor een activiteit die stikstofdepositie veroorzaakt waardoor de stikstofdepositie door die activiteit vermindert; en b. een wettelijk voorschrift of ander besluit dat leidt tot een vermindering van de stikstofdepositie door een toegestane activiteit. 4 In het derde lid, onder a, wordt verstaan onder toestemming: a. een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit; b. een ander op een Natura 2000-activiteit betrekking hebbend besluit voor het nemen waarvan de gevolgen van de activiteit voor de fysieke leefomgeving zijn beoordeeld; en c. als een vergunning of besluit als bedoeld onder a of b ontbreekt en als de activiteit rechtmatig werd uitgevoerd op de datum waarop artikel 6, derde lid, van de habitatrichtlijn is gaan gelden voor het betrokken Natura 2000-gebied en sindsdien onafgebroken is uitgevoerd: de meest beperkende toestemming volgend uit: 1°. een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit; 2°. hoofdstukken 2 tot en met 5 van het Besluit activiteiten leefomgeving een melding als bedoeld in de; of 3°. een ander op een Natura 2000-activiteit betrekking hebbend besluit of wettelijk voorschrift. 2025 21366 25-06-2025 23-06-2025 WJZ/99391401 2025 21366 25-06-2025 23-06-2025 WJZ/99391401 01-07-2025
Artikel 3.59 — Artikel 3.59 (verantwoordelijkheid vullen compartimenten in AERIUS Register)#
Artikel 3.59 (verantwoordelijkheid vullen compartimenten in AERIUS Register) 1 De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur draagt zorg voor het opnemen van stikstofdepositieruimte in AERIUS Register die ontstaat door: a. artikel 3.58, eerste lid, onder a, b en c een maatregel als bedoeld in; en b. artikel 3.58, tweede lid een maatregel als bedoeld in, voor zover deze niet door een ander bestuursorgaan is aangemerkt als maatregel als bedoeld in artikel 3.58, eerste lid, onder d, aanhef en onder 1° tot en met 5°. 2 artikel 3.58, eerste lid, onder d, aanhef en onder 1° tot en met 4° De ministers die het aangaat dragen zorg voor het opnemen van stikstofdepositieruimte in AERIUS Register die ontstaat door een maatregel als bedoeld in. 3 artikel 3.58, eerste lid, onder d, aanhef en onder 5° Gedeputeerde staten dragen zorg voor het opnemen van stikstofdepositieruimte in AERIUS Register die ontstaat door een maatregel als bedoeld in. 4 artikel 8.74e van het Besluit kwaliteit leefomgeving artikel 3.58 De ministers die het aangaat en gedeputeerde staten kunnen stikstofdepositieruimte in AERIUS Register opnemen waarvan vervolgens ten hoogste 0,05 mol stikstof per hectare per jaar kan worden gebruikt in een besluit waarbij een project wordt toegestaan als bedoeld in, als de stikstofdepositieruimte ontstaat door een maatregel als bedoeld in. 2025 21366 25-06-2025 23-06-2025 WJZ/99391401 2025 21366 25-06-2025 23-06-2025 WJZ/99391401 01-07-2025
Artikel 3.60 — Artikel 3.60 (voorwaarden vullen compartimenten in AERIUS Register)#
Artikel 3.60 (voorwaarden vullen compartimenten in AERIUS Register) 1 artikel 3.58, eerste en tweede lid De ministers die het aangaat en gedeputeerde staten nemen ten hoogste 70% van de vermindering van stikstofdepositie door een maatregel als bedoeld in, als stikstofdepositieruimte in AERIUS Register op. De beperking tot ten hoogste 70% geldt niet voor stikstofdepositieruimte die het gevolg is van een maatregel waarbij al eerder aan deze beperking toepassing is gegeven. 2 De ministers die het aangaat en gedeputeerde staten nemen stikstofdepositieruimte alleen in AERIUS Register op: a. als voor de maatregel een wettelijk voorschrift of een besluit nodig is: nadat dat voorschrift of besluit in werking is getreden; b. voor zover de vermindering van stikstofdepositie met zekerheid en nauwkeurigheid kan worden vastgesteld; en c. als handhaving van de wettelijke voorschriften die verband houden met de maatregel voldoende is verzekerd. 2025 21366 25-06-2025 23-06-2025 WJZ/99391401 2025 21366 25-06-2025 23-06-2025 WJZ/99391401 01-07-2025
Artikel 3.61 — Artikel 3.61 (bestemming stikstofdepositieruimte SSRS-bank)#
Artikel 3.61 (bestemming stikstofdepositieruimte SSRS-bank) 1 3.58, eerste lid, onder a of b Stikstofdepositieruimte die is verkregen door een maatregel als bedoeld in, is alleen beschikbaar voor: a. gemelde PAS-projecten; b. artikel 3.57, eerste lid, onder a woningbouwprojecten als bedoeld in; en c. artikel 3.57, eerste lid, onder b projecten ten aanzien van wegen in beheer bij het Rijk als bedoeld in. 2 Stikstofdepositieruimte als bedoeld in het eerste lid is gedurende de eerste 17 weken na de datum waarop zij in AERIUS Register is opgenomen, alleen beschikbaar voor gemelde PAS-projecten. 3 In afwijking van het tweede lid kan de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, in overeenstemming met de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, stikstofdepositieruimte als bedoeld in het eerste lid ook beschikbaar stellen voor een woningbouwproject, als de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening: a. hem uiterlijk drie weken voor het opnemen van de stikstofdepositieruimte in AERIUS Register heeft geïnformeerd dat voor het project een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit: 1°. is aangevraagd; of 2°. bijlage II naar alle waarschijnlijkheid zal worden aangevraagd voordat ineen nieuwe versie van AERIUS Register wordt aangewezen; en b. daarbij een berekening op hexagoonniveau van de benodigde stikstofdepositieruimte voor het project heeft overgelegd. 2025 21366 25-06-2025 23-06-2025 WJZ/99391401 2025 21366 25-06-2025 23-06-2025 WJZ/99391401 01-07-2025
Artikel 3.62 — Artikel 3.62 (bestemming stikstofdepositieruimte verkregen door maatregelen voor gemelde PAS-projecten)#
Artikel 3.62 (bestemming stikstofdepositieruimte verkregen door maatregelen voor gemelde PAS-projecten) artikel 3.58, eerste lid, onder c Stikstofdepositieruimte die is verkregen door een maatregel als bedoeld in, is alleen beschikbaar voor gemelde PAS-projecten. 2025 21366 25-06-2025 23-06-2025 WJZ/99391401 2025 21366 25-06-2025 23-06-2025 WJZ/99391401 01-07-2025
Artikel 3.63 — Artikel 3.63 (bestemming stikstofdepositieruimte verkregen door maatregelen Ministers)#
Artikel 3.63 (bestemming stikstofdepositieruimte verkregen door maatregelen Ministers) 1 Stikstofdepositieruimte die is verkregen door een maatregel die is getroffen door, onder verantwoordelijkheid van, na afstemming met of op verzoek van de volgende ministers, is alleen beschikbaar voor de volgende projecten: a. artikel 3.57, eerste lid, onder a de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening: rijksvastgoedprojecten en woningbouwprojecten als bedoeld in; b. de Minister van Infrastructuur en Waterstaat: projecten van die minister; c. de Minister van Klimaat en Groene Groei: projecten die bijdragen aan het terugdringen van emissies van broeikasgassen of aan de transitie naar een klimaatneutrale energievoorziening, economie en samenleving; en d. de Minister van Defensie: projecten van die minister. 2 artikel 3.57 De minister die het aangaat kan de stikstofdepositieruimte op verzoek van een andere minister of gedeputeerde staten ook beschikbaar stellen voor andere projecten als bedoeld in. 2025 21366 25-06-2025 23-06-2025 WJZ/99391401 2025 21366 25-06-2025 23-06-2025 WJZ/99391401 01-07-2025
Artikel 3.64 — Artikel 3.64 (bestemming stikstofdepositieruimte verkregen door maatregelen gedeputeerde staten)#
Artikel 3.64 (bestemming stikstofdepositieruimte verkregen door maatregelen gedeputeerde staten) 1 3.58, eerste lid, onder d, aanhef en onder 5° artikel 4.25 van het Omgevingsbesluit Stikstofdepositieruimte die is verkregen door een maatregel als bedoeld in, is alleen beschikbaar voor projecten waarvoor gedeputeerde staten van de betrokken provincie bevoegd gezag zijn voor de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit of waarvoor de voorgenomen beslissing op de aanvraag om een dergelijke vergunning op grond vaninstemming van gedeputeerde staten behoeft. 2 3.57 Gedeputeerde staten kunnen de stikstofdepositieruimte op verzoek van een minister of gedeputeerde staten van een andere provincie ook beschikbaar stellen voor andere projecten als bedoeld in. 2025 21366 25-06-2025 23-06-2025 WJZ/99391401 2025 21366 25-06-2025 23-06-2025 WJZ/99391401 01-07-2025
Artikel 3.65 — Artikel 3.65 (bestemming stikstofdepositieruimte van ten hoogste 0,05 mol)#
Artikel 3.65 (bestemming stikstofdepositieruimte van ten hoogste 0,05 mol) artikelen 3.61 tot en met 3.64 artikel 3.59, vierde lid artikel 3.57 In afwijking van deis stikstofdepositieruimte ten aanzien waarvan, is toegepast, beschikbaar voor alle inbedoelde projecten. 2025 21366 25-06-2025 23-06-2025 WJZ/99391401 2025 21366 25-06-2025 23-06-2025 WJZ/99391401 01-07-2025
Artikel 3.66 — Artikel 3.66 (berekening beschikbare stikstofdepositieruimte)#
Artikel 3.66 (berekening beschikbare stikstofdepositieruimte) 1 De op het moment van reservering of toedeling beschikbare stikstofdepositieruimte voor een hectare van een voor stikstof gevoelige habitat in een Natura 2000-gebied wordt berekend volgens de volgende formule: beschikbare stikstofdepositieruimte = AERIUS – reservering/toedeling + doorhaling + omzetting. 2 Voor de toepassing van het eerste lid wordt verstaan onder: AERIUS: in AERIUS Register voor die hectare opgenomen stikstofdepositieruimte; reservering of toedeling: stikstofdepositieruimte die tot het moment van reservering of toedeling voor andere projecten is gereserveerd of aan andere projecten is toegedeeld; doorhaling: stikstofdepositieruimte die weer beschikbaar is gekomen na het wijzigen, intrekken of vervallen van een reservering of na het wijzigen of intrekken van een aanvraag om een omgevingsvergunning; omzetting: stikstofdepositieruimte die weer beschikbaar is gekomen na het intrekken of vernietigen van een besluit als bedoeld in het eerste lid, of die weer beschikbaar is gekomen nadat een activiteit is beëindigd. 2025 21366 25-06-2025 23-06-2025 WJZ/99391401 2025 21366 25-06-2025 23-06-2025 WJZ/99391401 01-07-2025
Artikel 3.67 — Artikel 3.67 (reservering stikstofdepositieruimte voor project)#
Artikel 3.67 (reservering stikstofdepositieruimte voor project) 1 Stikstofdepositieruimte kan worden gereserveerd door: a. artikel 3.57, eerste lid, onder a tot en met g het bevoegd gezag voor de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit voor projecten als bedoeld in; en b. artikel 3.57, eerste lid,onder a, b en c artikel 4.25 van het Omgevingsbesluit gedeputeerde staten voor andere projecten dan bedoeld in, waarvoor zij het bevoegd gezag zijn voor de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit of waarvoor de voorgenomen beslissing op de aanvraag om een dergelijke vergunning op grond vaninstemming van gedeputeerde staten behoeft. 2 artikel 3.57, eerste lid, onder a, b en c artikel 3.69 Stikstofdepositieruimte voor projecten als bedoeld in, ten aanzien waarvanis toegepast, kan worden gereserveerd nadat 17 weken zijn verstreken na de datum waarop de stikstofdepositieruimte in AERIUS Register is opgenomen. 3 Gedeputeerde staten reserveren alleen stikstofdepositieruimte voor een woningbouwproject als de woningen niet worden aangesloten op een distributienet voor aardgas. 4 Een reservering als bedoeld in het eerste lid vervalt als het bevoegd gezag een beslissing heeft genomen op de aanvraag om de omgevingsvergunning. 2025 21366 25-06-2025 23-06-2025 WJZ/99391401 2025 21366 25-06-2025 23-06-2025 WJZ/99391401 01-07-2025
Artikel 3.68 — Artikel 3.68 (reservering stikstofdepositieruimte voor woningbouwcluster)#
Artikel 3.68 (reservering stikstofdepositieruimte voor woningbouwcluster) 1 artikel 10.27, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving 3.58, eerste lid, onder d Bij de aanvraag van het college van burgemeester en wethouders om een reservering voor een woningbouwcluster als bedoeld inwordt een berekening overgelegd waaruit blijkt dat in AERIUS Register binnen de stikstofdepositieruimte die is verkregen door een maatregel als bedoeld in, voldoende stikstofdepositieruimte beschikbaar is voor het woningbouwcluster. 2 Gedeputeerde staten beslissen over de reservering in de volgorde waarin de aanvragen zijn ontvangen. 3 Gedeputeerde staten reserveren alleen stikstofdepositieruimte voor een woningbouwcluster als de woningen niet worden aangesloten op een distributienet voor aardgas. 4 Een reservering voor een woningbouwcluster vervalt voor zover gedeputeerde staten stikstofdepositieruimte reserveren voor de woningbouwprojecten in dat cluster, maar in ieder geval als sinds de reservering twee jaar zijn verstreken. 5 Gedeputeerde staten kunnen de termijn, bedoeld in het vierde lid, eenmaal verlengen met ten hoogste een jaar. 2025 21366 25-06-2025 23-06-2025 WJZ/99391401 2025 21366 25-06-2025 23-06-2025 WJZ/99391401 01-07-2025
Artikel 3.69 — Artikel 3.69 (voorwaarden reservering stikstofdepositieruimte voor gemeld PAS-project)#
Artikel 3.69 (voorwaarden reservering stikstofdepositieruimte voor gemeld PAS-project) 1 Het bevoegd gezag reserveert alleen stikstofdepositieruimte voor een gemeld PAS-project als is voldaan aan de volgende voorwaarden: a. artikel 8 van de Regeling programmatische aanpak stikstof artikel 2.7 van de Regeling natuurbescherming voor het project gold een meldingsplicht op grond van, zoals deze regeling luidde tot 1 januari 2017, of op grond van, zoals deze luidde op 28 mei 2019; b. voor het project is in de periode van 1 juli 2015 tot 29 mei 2019 een melding gedaan; c. het project is in de periode van 1 juli 2015 tot 29 mei 2019: 1°. volledig gerealiseerd, waaronder wordt verstaan dat installaties, gebouwen en infrastructuur waren opgericht; 2°. nog niet volledig gerealiseerd, maar de initiatiefnemer heeft in die periode al wel een begin gemaakt met de realisatie, zoals aanleg of bouw van installaties, gebouwen en infrastructuur; of 3°. nog niet begonnen, maar in die periode zijn al wel onomkeerbare en significante investeringsverplichtingen voor het project aangegaan; d. voor de activiteit waarop de melding betrekking heeft, is geen toereikende en onherroepelijke omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit verleend; e. artikel 2.12 van het Besluit natuurbescherming als de melding betrekking heeft op een wijziging van een project dat geheel of gedeeltelijk was gerealiseerd voor 1 februari 2009 maar na de datum waarop artikel 6, derde lid, van de habitatrichtlijn is gaan gelden voor het betrokken Natura 2000-gebied, dan is de totale stikstofdepositie die door het gewijzigde project wordt veroorzaakt op een voor stikstof gevoelige habitat in dat gebied niet groter dan de op het moment van de melding geldende grenswaarde, bedoeld inzoals dat besluit luidde op 28 mei 2019; f. als het project dat wordt uitgevoerd, substantieel afwijkt van het gemelde project en het gewijzigde project veroorzaakt niet meer stikstofdepositie op een of meer voor stikstof gevoelige habitats in Natura 2000-gebieden dan het gemelde project; en g. de activiteit waarop het project betrekking heeft, wordt nog verricht. 2 Het eerste lid, onder g, geldt niet als het project voldoet aan het eerste lid, onder c, onder 3°. 2025 21366 25-06-2025 23-06-2025 WJZ/99391401 2025 21366 25-06-2025 23-06-2025 WJZ/99391401 01-07-2025
Artikel 3.70 — Artikel 3.70 (verdeling stikstofdepositieruimte over gemelde PAS-projecten)#
Artikel 3.70 (verdeling stikstofdepositieruimte over gemelde PAS-projecten) artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming artikel 5.1, eerste lid, onder e, van de wet Het bevoegd gezag geeft bij het reserveren van stikstofdepositieruimte voor gemelde PAS-projecten voorrang aan projecten ten aanzien waarvan het een verzoek heeft ontvangen tot handhaving van het verbod, bedoeld inzoals dat luidde op 31 december 2023, of van het verbod, bedoeld in, om zonder vergunning een Natura 2000-activiteit te verrichten te realiseren. Als het na toepassing van de eerste zin noodzakelijk is om een keuze te maken tussen projecten, kiest het bevoegd gezag de combinatie van projecten die gezamenlijk voor een optimale benutting van de beschikbare stikstofdepositieruimte zorgt. 2025 21366 25-06-2025 23-06-2025 WJZ/99391401 2025 21366 25-06-2025 23-06-2025 WJZ/99391401 01-07-2025
Artikel 3.71 — Artikel 3.71 (reservering stikstofdepositieruimte voor gemeld PAS-project na verdeling ruimte en ontvangst aanvraag)#
Artikel 3.71 (reservering stikstofdepositieruimte voor gemeld PAS-project na verdeling ruimte en ontvangst aanvraag) 1 artikel 3.70 Het bevoegd gezag kan voor gemelde PAS-projecten alleen stikstofdepositieruimte reserveren als deze zijn geselecteerd met toepassing van. 2 Het bevoegd gezag kan de ruimte reserveren na ontvangst van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit voor dat project. 2025 21366 25-06-2025 23-06-2025 WJZ/99391401 2025 21366 25-06-2025 23-06-2025 WJZ/99391401 01-07-2025
Artikel 3.72 — Artikel 3.72 (registratie wijzigingen in AERIUS Register)#
Artikel 3.72 (registratie wijzigingen in AERIUS Register) 1 Het bevoegd gezag voor de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit draagt zorg voor: a. afschrijving in AERIUS Register van stikstofdepositieruimte die aan het project is toegedeeld; b. doorhaling van gereserveerde stikstofdepositieruimte als de betrokken vergunningaanvraag is ingetrokken of als een beslissing is genomen op de betrokken aanvraag; en c. omzetting van toegedeelde in gereserveerde stikstofdepositieruimte als de vergunning is vernietigd. 2 artikel 9 van de Tracéwet artikel 4.44 4.45 4.46 van de Invoeringswet Omgevingswet Voor projectbesluiten voor een autoweg, autosnelweg, spoorweg of vaarweg van nationaal belang en voor tracébesluiten als bedoeld inzoals deze wet luidde tot 1 januari 2024 en waarop die wet van toepassing is op grond van,ofdraagt de Minister van Infrastructuur en Waterstaat zorg voor: a. afschrijving in AERIUS Register van stikstofdepositieruimte die hij heeft toegedeeld; en b. omzetting van toegedeelde in gereserveerde stikstofdepositieruimte als het projectbesluit of tracébesluit is vernietigd. 3 Voor kavelbesluiten draagt de Minister van Klimaat en Groene Groei zorg voor: a. afschrijving in AERIUS Register van stikstofdepositieruimte die hij heeft toegedeeld; en b. omzetting van toegedeelde in gereserveerde stikstofdepositieruimte als het kavelbesluit is vernietigd. 4 De in het eerste tot en met derde lid bedoelde bestuursorganen kunnen zorg dragen voor de bijschrijving in AERIUS Register van stikstofdepositieruimte die weer beschikbaar komt wanneer: a. het besluit waarin stikstofdepositieruimte is toegedeeld, is ingetrokken voordat het project is begonnen; of b. de bouw- en aanlegfase waarvoor stikstofdepositieruimte is toegedeeld, is afgerond. 5 De in het eerste tot en met derde lid bedoelde bestuursorganen dragen zorg voor de bijschrijving in AERIUS Register van stikstofdepositieruimte die weer beschikbaar komt, als het besluit waarin stikstofdepositieruimte is toegedeeld, is ingetrokken of gewijzigd. 2025 21366 25-06-2025 23-06-2025 WJZ/99391401 2025 21366 25-06-2025 23-06-2025 WJZ/99391401 01-07-2025
Artikel 3.73 — Artikel 3.73 (eenheid stikstofdepositie)#
Artikel 3.73 (eenheid stikstofdepositie) Stikstofdepositie in het register wordt uitgedrukt in mol per hectare per jaar. 2025 21366 25-06-2025 23-06-2025 WJZ/99391401 2025 21366 25-06-2025 23-06-2025 WJZ/99391401 01-07-2025
Artikel 4.1 — Artikel 4.1 (bevoegd gezag)#
Artikel 4.1 (bevoegd gezag) Afdeling 2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving afdelingen 4.2 tot en met 4.4 is van overeenkomstige toepassing op het stellen van een maatwerkvoorschrift of het beslissen op een aanvraag om toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen voor de. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.2 — Artikel 4.2 (normadressaat)#
Artikel 4.2 (normadressaat) afdelingen 4.2 tot en met 4.4 Aan dewordt voldaan door degene die de activiteit verricht. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.3 — Artikel 4.3 (maatwerkvoorschriften of vergunningvoorschriften)#
Artikel 4.3 (maatwerkvoorschriften of vergunningvoorschriften) 1 artikel 4.5 van de wet hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving afdelingen 4.2 4.4 Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld, of een vergunningvoorschrift als bedoeld inkan aan een omgevingsvergunning als bedoeld inworden verbonden, over deen. 2 afdelingen 4.2 4.4 Met een maatwerkvoorschrift of een vergunningvoorschrift kan worden afgeweken van deen, tenzij anders is bepaald. 3 hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving Een maatwerkvoorschrift wordt niet gesteld als over dat onderwerp een voorschrift aan een omgevingsvergunning als bedoeld inkan worden verbonden. 4 artikelen 8.9 8.10 8.11 8.17 8.18 8.20 8.21 8.22 8.26, tweede tot en met vierde lid 8.27 8.28 8.30 8.31 8.33 8.98 tot en met 8.100 van het Besluit kwaliteit leefomgeving Op het stellen van een maatwerkvoorschrift zijn de beoordelingsregels en de bepalingen over vergunningvoorschriften in de,,,,,,,,,,,,,envan overeenkomstige toepassing. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.4 — Artikel 4.4 (toepassingsbereik)#
Artikel 4.4 (toepassingsbereik) paragraaf 4.82 van het Besluit activiteiten leefomgeving Deze afdeling is van toepassing op het houden van landbouwhuisdieren in een dierenverblijf als bedoeld in. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.5 — Artikel 4.5 (beschrijving huisvestingssysteem en aanvullende techniek)#
Artikel 4.5 (beschrijving huisvestingssysteem en aanvullende techniek) bijlage V bijlage VI Met het oog op het beperken van emissies in de lucht voldoet een huisvestingssysteem of een aanvullende techniek aan de systeembeschrijving voor dat huisvestingssysteem of voor die aanvullende techniek, voor zover inrespectievelijkeen aanduiding van die systeembeschrijving is opgenomen. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.6 — Artikel 4.6 (rekenregels emissie ammoniak)#
Artikel 4.6 (rekenregels emissie ammoniak) 1 artikelen 4.818 4.819 4.820 van het Besluit activiteiten leefomgeving bijlage V De emissie van ammoniak per dierplaats per jaar, bedoeld in de,en, is gelijk aan de invastgestelde emissiefactor voor ammoniak voor het in het dierenverblijf toegepaste huisvestingssysteem. 2 bijlage VI bijlage V In afwijking van het eerste lid wordt de emissie van ammoniak per dierplaats per jaar bij toepassing van een aanvullende techniek berekend met het voor die techniek invastgestelde reductiepercentage en de invastgestelde emissiefactor voor ammoniak volgens de formule: a. als één aanvullende techniek wordt toegepast, anders dan in een situatie als bedoeld onder b: emissie van ammoniak = emissiefactor ammoniak huisvestingssysteem x (100% – reductiepercentage ammoniak aanvullende techniek); b. als een luchtwassysteem als aanvullende techniek wordt toegepast in combinatie met een huisvestingssysteem waarvan de emissiefactor voor ammoniak lager is dan 30% van de emissiefactor voor ammoniak voor een overig huisvestingssysteem: emissie van ammoniak = emissiefactor ammoniak overig huisvestingssysteem x (100% – reductiepercentage ammoniak luchtwassysteem) x 0,3; en c. als een aanvullende techniek in combinatie met een andere aanvullende techniek wordt toegepast: emissie van ammoniak = emissiefactor ammoniak huisvestingssysteem x (100% – reductiepercentage ammoniak aanvullende techniek A) x (100% – reductiepercentage ammoniak aanvullende techniek B). 3 wet Wet ammoniak en veehouderij bijlage V Als de Minister van Infrastructuur en Waterstaat voor de inwerkingtreding van deop grond van deeen bijzondere emissiefactor voor ammoniak voor een huisvestingssysteem heeft vastgesteld en het huisvestingssysteem nog niet is vermeld inof in die bijlage is vermeld met een hogere emissiefactor, wordt in afwijking van het eerste en tweede lid de bijzondere emissiefactor voor ammoniak gebruikt voor het berekenen van de emissie, bedoeld in het eerste en tweede lid. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.7 — Artikel 4.7 (rekenregels emissie fijnstof)#
Artikel 4.7 (rekenregels emissie fijnstof) 1 10 10 artikel 4.823 van het Besluit activiteiten leefomgeving bijlage V De emissie van PM, bedoeld in, is gelijk aan de invastgestelde emissiefactor voor PM, voor het in het dierenverblijf toegepaste huisvestingssysteem. 2 10 In afwijking van het eerste lid wordt de emissie van PMper dierplaats per jaar als volgt berekend: a. bijlage VI bijlage V 10 als één aanvullende techniek wordt toegepast: met het voor die techniek invastgestelde reductiepercentage en de invastgestelde emissiefactor voor PMvolgens de formule: 10 10 10 emissie van PM= emissiefactor PMhuisvestingssysteem x (100% – verwijderingspercentage PMaanvullende techniek); en b. als meer dan een aanvullende techniek wordt toegepast: met het volgens rekenmodel Vee-combistof berekende reductiepercentage voor de combinatie van aanvullende technieken volgens de volgende formule: 10 10 10 emissie van PM= emissiefactor PMhuisvestingssysteem x (100% – reductiepercentage PMaanvullende technieken). 3 10 10 Een aanvullende techniek die voor de reductie van PMeen oliefilm aanbrengt met een leidingensysteem met sproeikoppen wordt niet gecombineerd met een andere aanvullende techniek die PMreduceert. 4 3 Als gebruik wordt gemaakt van een aanvullende techniek met een variabel reductiepercentage, wordt het reductiepercentage vastgesteld met het rekenmodel Vee-combistof op basis van de hoeveelheid ventilatielucht, in m/dier/u, die vanuit de stal door de aanvullende techniek gaat. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2022 26085 28-09-2022 23-09-2022 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.8 — Artikel 4.8 (meetmethoden innovatieve dierenverblijven)#
Artikel 4.8 (meetmethoden innovatieve dierenverblijven) 1 artikel 4.824 van het Besluit activiteiten leefomgeving Op het meten van de emissie van ammoniak afkomstig van een dierenverblijf waarop de meetverplichting vanvan toepassing is, wordt het Protocol voor meting van ammoniakemissie uit huisvestingssystemen in de veehouderij toegepast. 2 10 artikel 4.824 van het Besluit activiteiten leefomgeving Op het meten van de emissie van PMafkomstig van een dierenverblijf waarop de meetverplichting vanvan toepassing is, wordt het Protocol voor meting van fijnstofemissie uit huisvestingssystemen in de veehouderij toegepast. 3 artikel 4.824 van het Besluit activiteiten leefomgeving Op het meten van de emissie van geur afkomstig van een dierenverblijf waarop de meetverplichting vanvan toepassing is, wordt het Protocol voor meting van geuremissie uit huisvestingssystemen in de veehouderij toegepast. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.9 — Artikel 4.9 (model registratie parameters)#
Artikel 4.9 (model registratie parameters) artikel 4.829, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving De parameters van het elektronisch monitoringssysteem van het luchtwassysteem, bedoeld in, worden opgeslagen in een csv-databestand met scheidingsteken line feed en onder elkaar in de volgorde van dat lid. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.10 — Artikel 4.10 (toepassingsbereik)#
Artikel 4.10 (toepassingsbereik) Deze afdeling is van toepassing op het berekenen van afstanden voor: a. artikelen 4.16, eerste lid, onder a 4.427, tweede lid, onder d 4.1112, eerste lid 4.1113, eerste lid 4.1115, eerste lid, aanhef en onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving het plaatsgebonden risico, bedoeld in de,,,, en; en b. artikelen 4.16, eerste lid, onder b 4.897, tweede lid, onder b 4.1115, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving het brandaandachtsgebied, explosieaandachtsgebied en gifwolkaandachtsgebied, bedoeld in de,, en. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.10a — Artikel 4.10a (tijdelijke uitzondering windparken)#
Artikel 4.10a (tijdelijke uitzondering windparken) artikel 4.10, aanhef en onder a afdeling 4.3 artikel 3.13 van het Besluit activiteiten leefomgeving In afwijking van, isniet van toepassing op het opwekken van elektriciteit met een windturbine, als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in. 2022 15886 21-06-2022 15-06-2022 IENW/BSK-2022/137206 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.11 — Artikel 4.11 (methode berekenen afstanden plaatsgebonden risico)#
Artikel 4.11 (methode berekenen afstanden plaatsgebonden risico) Op het berekenen van de afstand voor het plaatsgebonden risico is van toepassing: a. artikel 3.50 van het Besluit activiteiten leefomgeving voor het exploiteren van een Seveso-inrichting, bedoeld in: modules I en II van het Rekenvoorschrift omgevingsveiligheid en Safeti-NL; b. artikel 3.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving voor het opwekken van elektriciteit met een windturbine, bedoeld in: module IV van het Rekenvoorschrift omgevingsveiligheid; en c. artikel 3.101 van het Besluit activiteiten leefomgeving voor het exploiteren van een buisleiding, bedoeld in: module V van het Rekenvoorschrift omgevingsveiligheid en 1°. voor ondergrondse buisleidingen voor aardgas: Carola; en 2°. voor ondergrondse buisleidingen voor andere stoffen dan aardgas: Safeti-NL. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.12 — Artikel 4.12 (methode berekenen afstanden aandachtsgebieden)#
Artikel 4.12 (methode berekenen afstanden aandachtsgebieden) 1 Op het berekenen van de afstand voor een aandachtsgebied zijn van toepassing: a. voor een brandaandachtsgebied: het Stappenplan bepalen brandaandachtsgebieden, het Rekenvoorschrift omgevingsveiligheid en Safeti-NL; b. voor een explosieaandachtsgebied: het Stappenplan bepalen explosieaandachtsgebieden, het Rekenvoorschrift omgevingsveiligheid en Safeti-NL; en c. voor een gifwolkaandachtsgebied: het Stappenplan bepalen gifwolkaandachtsgebieden, het Rekenvoorschrift omgevingsveiligheid en Safeti-NL. 2 In afwijking van het eerste lid, onder a, zijn op het berekenen van de afstand voor een brandaandachtsgebied voor ondergrondse buisleidingen voor aardgas het Stappenplan bepalen brandaandachtsgebieden, het Rekenvoorschrift omgevingsveiligheid en Carola van toepassing. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.12a0 — Artikel 4.12a0 (Overgangsrecht: versies methode berekenen afstanden)#
Artikel 4.12a0 (Overgangsrecht: versies methode berekenen afstanden) artikel 4.1115 van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 3.101, eerste lid, aanhef en onder b, c of d, van dat besluit Op de berekeningen, bedoeld in, die degene die een buisleiding als bedoeld inexploiteert, heeft uitgevoerd voor die buisleiding, blijven het Rekenvoorschrift omgevingsveiligheid versie oktober 2020 en Safeti-NL versie 8, 2021 van toepassing, mits de exploitatie van de buisleiding naar aard, omvang of locatie niet verschilt van de activiteit zoals deze werd verricht voor het tijdstip van inwerkingtreding van het Rekenvoorschrift omgevingsveiligheid versie januari 2025 en Safeti-NL versie 9.2, 2025. 2024 41637 12-12-2024 10-12-2024 IENW/BSK-2024/359057 2024 41637 12-12-2024 10-12-2024 IENW/BSK-2024/359057 01-01-2025 Artikel II van Stcrt. 2024/42682 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 4.12a — Artikel 4.12a (toepassingsbereik)#
Artikel 4.12a (toepassingsbereik) 1 Afdeling 4.3 artikel 3.13 van het Besluit activiteiten leefomgeving en deze afdeling zijn tot en met 31 december 2026 of zoveel eerder als bij ministerieel besluit is bepaald van toepassing op het opwekken van elektriciteit met een windturbine, als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen inen daarvoor: a. artikel 2.1, eerste lid, onder e of i, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht uiterlijk op 30 juni 2021 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in; b. een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit in het windpark voorziet op grond van een besluit dat op 30 juni 2021 was vastgesteld; en c. sinds 30 juni 2021 geen wijziging van kracht is geworden in de omgevingsvergunning, bedoeld onder a, of, voor zover dat op het windpark betrekking had, het besluit, bedoeld onder b. 2 Het eerste lid geldt niet vanaf het tijdstip waarop met betrekking tot de windturbine of het windpark waarvan de windturbine deel uitmaakt, een wijziging van de omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit, het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit van kracht wordt. 2025 18322 17-06-2025 26-05-2025 IENW/BSK-2025/121678 2025 18322 17-06-2025 26-05-2025 IENW/BSK-2025/121678 18-06-2025
Artikel 4.12b — Artikel 4.12b (geluid: meet- en rekenbepalingen)#
Artikel 4.12b (geluid: meet- en rekenbepalingen) den night artikel 4.430c, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 6.8 Op het bepalen van het geluid Lof L, bedoeld in, isvan toepassing. 2022 15886 21-06-2022 15-06-2022 IENW/BSK-2022/137206 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.12c — Artikel 4.12c (registratie gegevens windturbines)#
Artikel 4.12c (registratie gegevens windturbines) 1 E artikel 4.430d, eerste lid, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving bijlage XXV De emissieterm L, bedoeld in, wordt bepaald volgens onderdeel 3.1 van. 2 artikel 4.430d, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving bijlage XXV De windsnelheid op ashoogte, bedoeld in, wordt bepaald volgens paragraaf 1.6 van. 2022 15886 21-06-2022 15-06-2022 IENW/BSK-2022/137206 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.12d — Artikel 4.12d (overgangsrecht: cumulatie geluid)#
Artikel 4.12d (overgangsrecht: cumulatie geluid) artikel 3.14a, tweede lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer Als voor een windturbine of een combinatie van windturbines ten behoeve van het voorkomen of beperken van geluidhinder op 30 juni 2022 een maatwerkvoorschrift van kracht was op grond van een besluit krachtenswaarin een lagere waarde voor geluidhinder was vastgesteld teneinde rekening te houden met cumulatie van geluid als gevolg van een andere windturbine of een andere combinatie van windturbines, voldoet het geluid door het opwekken van elektriciteit met een windturbine of windpark aan die lagere waarde. 2022 15886 21-06-2022 15-06-2022 IENW/BSK-2022/137206 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.12e — Artikel 4.12e (meet- en rekenregels geluid)#
Artikel 4.12e (meet- en rekenregels geluid) 1 Ar,LT Amax Ar,LT artikel 4.1121a, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 5.39, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving bijlage IVh Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau Len het maximaal geluidniveau L, bedoeld in, en het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau L, bedoeld in, worden bepaald volgens. 2 artikelen 6.5 6.6, tweede, vierde en vijfde lid Deen, zijn van overeenkomstige toepassing. 2022 26085 28-09-2022 23-09-2022 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.12f — Artikel 4.12f (toepassingsbereik)#
Artikel 4.12f (toepassingsbereik) paragraaf 4.116 van het Besluit activiteiten leefomgeving paragraaf 4.117 van dat besluit Deze afdeling is van toepassing op het op of in de bodem brengen van meststoffen als bedoeld inen het op of in de bodem brengen van zuiveringsslib als bedoeld in. 2023 34759 20-12-2023 14-12-2023 WJZ/43030489 2023 34759 20-12-2023 14-12-2023 WJZ/43030489 01-01-2024
Artikel 4.12g — Artikel 4.12g (aanwijzing vroege teelten)#
Artikel 4.12g (aanwijzing vroege teelten) artikelen 4.1188 4.1188a 4.1207 4.1207a van het Besluit activiteiten leefomgeving bijlage VIA Als vroege teelten als bedoeld in de,,enworden aangewezen de gewassen, genoemd in. 2023 34759 20-12-2023 14-12-2023 WJZ/43030489 2023 34759 20-12-2023 14-12-2023 WJZ/43030489 01-01-2024
Artikel 4.12h — Artikel 4.12h (aanwijzing rustgewassen)#
Artikel 4.12h (aanwijzing rustgewassen) artikelen 4.1194a 4.1212a van het Besluit activiteiten leefomgeving bijlage VIB Als rustgewassen als bedoeld in deenworden aangewezen de gewassen, genoemd in. 2023 34759 20-12-2023 14-12-2023 WJZ/43030489 2023 34759 20-12-2023 14-12-2023 WJZ/43030489 01-01-2024
Artikel 4.14 — Artikel 4.14 (maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik)#
Artikel 4.14 (maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik) 1 artikel 5.15, vierde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving bijlage VII De maatregelen, bedoeld in, zijn de maatregelen in. 2 artikel 5.15, vierde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving bijlage VIIaa In afwijking van het eerste lid zijn de maatregelen, bedoeld in, de maatregelen in, als sprake is van: a. artikel 3.205 van het Besluit activiteiten leefomgeving een activiteit als bedoeld in; of b. artikel 3.211 van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 60, eerste lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag een activiteit als bedoeld inwaarbij gebruik wordt gemaakt van het tarief, bedoeld in. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2023 25961 15-09-2023 08-09-2023 WJZ/27590052 2023 26454 02-10-2023 26-09-2023 2023-0000589458 01-01-2024 2023 35294 29-12-2023 15-12-2023 WJZ/33685782 2023 35294 29-12-2023 15-12-2023 WJZ/33685782 01-01-2024
Artikel 4.14a — Artikel 4.14a (rekenmethode maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik)#
Artikel 4.14a (rekenmethode maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik) 1 artikel 5.15, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving bijlage XV De terugverdientijd van maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik als bedoeld inwordt bepaald volgens de inopgenomen rekenmethodiek. 2 artikel 5.15, eerste lid, van het Besluit activiteiten bijlage XVa In afwijking van het eerste lid wordt de terugverdientijd van maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik als bedoeld inleefomgeving bepaald volgens de inopgenomen rekenmethodiek als sprake is van: a. artikel 3.205 van het Besluit activiteiten leefomgeving een activiteit als bedoeld in; of b. artikel 3.211 van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 60, eerste lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag een activiteit als bedoeld inwaarbij gebruik wordt gemaakt van het tarief, bedoeld in. 3 bijlage XV artikelen 3.3a, derde lid 5.15, derde lid, onder a 5.15a, eerste lid, onder e 5.15b, tweede lid, onder d, van het Besluit activiteiten leefomgeving Bij het berekenen van de hoeveelheid aardgasequivalent, bedoeld inen de,,, enworden de volgende waarden gehanteerd: a. 3 1 liter huisbrandolie komt overeen met 1,2 Nmaardgasequivalent; b. 3 1 ton stookolie komt overeen met 1300 Nmaardgasequivalent; c. 3 1 ton steenkool komt overeen met 925 Nmaardgasequivalent; d. 3 1 liter vloeibaar propaan komt overeen met 0,73 Nmaardgasequivalent; e. 3 3 3 3 1 mniet-Gronings aardgas komt overeen met X maardgasequivalent, waarbij X wordt berekend door de onderste verbrandingswaarde in MJ/mvan het ingezette aardgas te delen door 31,65 MJ/m; f. 3 1 GJ warmte komt overeen met 31,6 Nmaardgasequivalent; g. 3 1 liter diesel komt overeen met 1,13 Nmaardgasequivalent; en h. 3 1 liter benzine komt overeen met 1,04 Nmaardgasequivalent. 4 3 Als een brandstof wordt gebruikt die niet is opgenomen in het tweede lid, wordt de hoeveelheid aardgasequivalent per eenheid bepaald door de onderste verbrandingswaarde van deze stof in MJ per eenheid gewicht of volume te delen door 31,65 MJ/Nm. 5 artikel 5.15, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving bijlage XV bijlage XVa De emissie van kooldioxide van maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld inwordt bepaald volgens de inofopgenomen regels. 2022 3912 03-02-2022 31-01-2022 2022-0000037155 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2022 26085 28-09-2022 23-09-2022 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2023 35294 29-12-2023 15-12-2023 WJZ/33685782 2023 35294 29-12-2023 15-12-2023 WJZ/33685782 01-01-2024
Artikel 4.14aa — Artikel 4.14aa (gegevens en bescheiden onderzoek maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik)#
Artikel 4.14aa (gegevens en bescheiden onderzoek maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik) 1 artikel 5.15b van het Besluit activiteiten leefomgeving bijlage XVb Het aanleveren van de gegevens en bescheiden en het onderzoek, bedoeld in, wordt uitgevoerd in overeenstemming met. 2 artikel 5.15b, eerste en tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving bijlage XVb Aankan, voor de onderdelen waarvoor dat inis aangegeven, invulling worden gegeven door het toepassen van: a. een energiebeheersysteem dat voldoet aan NEN-EN-ISO 50001; of b. een milieubeheersysteem dat voldoet aan NEN-EN-ISO 14001 in samenhang met NEN-EN-ISO 14051. 3 artikel 5.15b, eerste en tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving bijlage XVb In aanvulling op het tweede lid kan aanvoor de onderdelen waarvoor dat inis aangegeven, invulling worden gegeven door de in bijlage XVb opgenomen keurmerken. 4 artikel 5.15b, eerste en tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving Als gebruik wordt gemaakt van de in het tweede of derde lid opgenomen mogelijkheid om invulling te geven aan, wordt van het van toepassing zijnde energiebeheersysteem of milieubeheersysteem of keurmerk een afschrift overgelegd. 2023 35294 29-12-2023 15-12-2023 WJZ/33685782 2023 35294 29-12-2023 15-12-2023 WJZ/33685782 01-01-2024
Artikel 4.14b — Artikel 4.14b (methode bepalen kosten en kosteneffectiviteit vermijdings- en reductieprogramma Zeer Zorgwekkende Stoffen)#
Artikel 4.14b (methode bepalen kosten en kosteneffectiviteit vermijdings- en reductieprogramma Zeer Zorgwekkende Stoffen) artikel 5.24, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving Bijlage XVc Bij het bepalen van de kosten en van de technieken, bedoeld in, is bij emissies naar de lucht de methode, bedoeld in, van toepassing. 2024 18837 13-06-2024 06-06-2024 WJZ/45659628 2024 18837 13-06-2024 06-06-2024 WJZ/45659628 15-06-2024
Artikel 4.14c — Artikel 4.14c (openbaarmaking gegevens energie-efficiëntie datacentra)#
Artikel 4.14c (openbaarmaking gegevens energie-efficiëntie datacentra) 1 afdeling 5.4.1a van het Besluit activiteiten leefomgeving Dit artikel is van toepassing op het openbaar maken van gegevens over de energie-efficiëntie van datacentra, bedoeld in. 2 artikel 5.16b, eerste en tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving bijlage XVd Het verzamelen en openbaar maken van de gegevens, bedoeld in, wordt uitgevoerd in overeenstemming met. 2024 18837 13-06-2024 06-06-2024 WJZ/45659628 2024 18837 13-06-2024 06-06-2024 WJZ/45659628 15-06-2024
Artikel 4.15 — Artikel 4.15 (methode berekenen stikstofdepositie Natura 2000-activiteit)#
Artikel 4.15 (methode berekenen stikstofdepositie Natura 2000-activiteit) 1 Dit artikel is van toepassing op het bepalen van de stikstofdepositie bij het vaststellen of een activiteit door het veroorzaken van stikstofdepositie als een Natura 2000-activiteit moet worden aangemerkt. 2 Op het berekenen van de stikstofdepositie is AERIUS Calculator van toepassing. 2021 31421 16-06-2021 09-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.16 — Artikel 4.16 (erkende organisaties: uitoefening jacht met toestemming jachthouder)#
Artikel 4.16 (erkende organisaties: uitoefening jacht met toestemming jachthouder) artikel 11.64, eerste lid, onder d, onder 3°, van het Besluit activiteiten leefomgeving Als organisaties die een duurzaam beheer van populaties van in het wild levende dieren in voldoende mate verzekeren als bedoeld inworden aangewezen: a. G.A. van der Lugt Stichting; b. Heerlijkheid Mariënwaerdt B.V.; c. It Fryske Gea; d. Staat der Nederlanden, voor zover het betreft de militaire luchthavens, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, van het Besluit militaire luchthavens; e. Staatsbosbeheer; f. Stichting Edwina van Heek; g. Stichting Flevo-Landschap; h. Stichting Het Drentse Landschap; i. Stichting Het Geldersch Landschap; j. Stichting het Goois Natuurreservaat; k. Stichting Het Groninger Landschap; l. Stichting het Limburgs Landschap; m. Stichting Het Nationale Park De Hoge Veluwe; n. Stichting Het Noordbrabants Landschap; o. Stichting Het Utrechts Landschap; p. Stichting Het Zeeuwse Landschap; q. Stichting “Het Zuid-Hollands Landschap”; r. Stichting Huis Deelerwoud; s. Stichting Landgoed Windesheim; t. Stichting Landschap Noord-Holland; u. Stichting Landschap Overijssel; v. Stichting Marke Vragender Veen; en w. Vereniging tot behoud van Natuurmonumenten in Nederland. 2025 24379 11-07-2025 01-07-2025 WJZ/90133517 2025 24379 11-07-2025 01-07-2025 WJZ/90133517 12-07-2025
Artikel 4.17 — Artikel 4.17 (opening jacht)#
Artikel 4.17 (opening jacht) artikel 11.68 van het Besluit activiteiten leefomgeving De jacht op de hierna genoemde wildsoorten is gedurende de daarbij vermelde tijdvakken en, voor zover van toepassing, in de daarbij aangegeven gebieden geopend als bedoeld in: a. fazantenhaan: van 15 oktober tot en met 31 januari; b. fazantenhen: van 15 oktober tot en met 31 december; c. haas: van 15 oktober tot en met 31 december in de provincies Drenthe, Flevoland, Friesland, Gelderland, Noord-Brabant, Noord-Holland, Overijssel, Zeeland en Zuid-Holland; d. houtduif: van 15 oktober tot en met 31 januari; en e. wilde eend: van 15 augustus tot en met 31 januari. 2021 31421 16-06-2021 09-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2022 19875 28-07-2022 26-07-2022 WJZ/21093226 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.18 — Artikel 4.18 (aanwijzing vergunningvrije gevallen soorten vogelrichtlijn: bestrijding schadelijke vogels)#
Artikel 4.18 (aanwijzing vergunningvrije gevallen soorten vogelrichtlijn: bestrijding schadelijke vogels) 1 artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet artikel 11.37, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving 11.43, eerste lid, onder b, van dat besluit Het verbod, bedoeld inin samenhang met, om zonder omgevingsvergunning van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de vogelrichtlijn opzettelijk te doden of opzettelijk te vangen, en om die vogels opzettelijk te storen geldt niet als deze flora- en fauna-activiteiten door grondgebruikers worden verricht om de volgende schadeveroorzakende vogels te bestrijden, bedoeld in: a. de Canadese gans (Branta Canadensis en Branta hutchinsii hutchinsii); b. de houtduif (Columba palumbus); c. de kauw (Corvus monedula); of d. de zwarte kraai (Corvus corone corone). 2 Het eerste lid geldt alleen als: a. het bestrijden gebeurt op door de grondgebruiker gebruikte gronden, of in of aan door hem gebruikte opstallen, om schade die in het lopende of daarop volgende jaar dreigt op te treden op die gronden, in of aan die opstallen of in het omringende gebied te voorkomen; b. de schade, bedoeld onder a, is aan te merken als: 1°. belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij, of wateren; of 2°. schade aan flora of fauna; en c. artikel 4.19 wordt voldaan aan. 2021 31421 16-06-2021 09-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.19 — Artikel 4.19 (middelen en methoden die zijn toegestaan voor bestrijden soorten vogelrichtlijn)#
Artikel 4.19 (middelen en methoden die zijn toegestaan voor bestrijden soorten vogelrichtlijn) 1 artikel 11.44, vierde lid, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving Als middelen als bedoeld indie zijn toegestaan voor het bestrijden van de Canadese gans (Branta Canadensis en Branta hutchinsii hutchinsii), de houtduif (Columba palumbus), de kauw (Corvus monedula) en de zwarte kraai (Corvus corone corone) worden aangewezen: a. geweren; b. honden, met uitzondering van lange honden; en c. aantoonbaar gefokte haviken (Accipiter gentilis), slechtvalken (Falco peregrinus) en woestijnbuizerds. 2 artikel 11.44, vierde lid, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving Als methoden als bedoeld indie mogen worden gebruikt voor het bestrijden van vogels van de soorten, bedoeld in het eerste lid, worden aangewezen: a. het vangen of doden met gebruikmaking van niet-levende lokvogels; b. het vangen of doden met gebruikmaking van een middel waarmee lokgeluiden kunnen worden gemaakt; en c. het vangen of doden met gebruikmaking van lokvoer, dat niet vergiftigd of verdovend is. 3 De aangewezen middelen worden niet gebruikt op zondagen, de nieuwjaarsdag, de tweede paasdag, de Hemelvaartsdag, de tweede pinksterdag en de beide kerstdagen. 2021 31421 16-06-2021 09-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.20 — Artikel 4.20 (aanwijzing vergunningvrije gevallen soorten vogelrichtlijn: commercieel bezit van bij bestrijding of populatiebeheer verkregen vogels)#
Artikel 4.20 (aanwijzing vergunningvrije gevallen soorten vogelrichtlijn: commercieel bezit van bij bestrijding of populatiebeheer verkregen vogels) artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet artikel 11.38, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving Het verbod, bedoeld inin samenhang met, om zonder omgevingsvergunning dode vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de vogelrichtlijn of gemakkelijk herkenbare delen van die vogels of uit die vogels verkregen producten te verkopen, te vervoeren voor verkoop, onder zich te hebben voor verkoop of aan te bieden voor verkoop geldt niet als de vogels aantoonbaar zijn verkregen: a. artikelen 11.43, eerste lid, onder b 11.44, tweede en derde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving in het kader van de bestrijding van schade of overlast veroorzakende vogels, bedoeld in de, en, of de beperking van de omvang van populaties van in het wild levende dieren; en b. in overeenstemming met: 1°. een voor die bestrijding verleende omgevingsvergunning; 2°. artikel 5.2, eerste lid, van de wet artikel 11.42 van het Besluit activiteiten leefomgeving de regels in een omgevingsverordening op grond vanenwaarin de bestrijding als vergunningvrij geval wordt aangewezen; of 3°. artikelen 4.18 4.19 deen. 2021 31421 16-06-2021 09-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.21 — Artikel 4.21 (aanwijzing vergunningvrije gevallen soorten vogelrichtlijn: commercieel en niet-commercieel bezit dode vogels uit het buitenland)#
Artikel 4.21 (aanwijzing vergunningvrije gevallen soorten vogelrichtlijn: commercieel en niet-commercieel bezit dode vogels uit het buitenland) 1 artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet artikel 11.38, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving Het verbod, bedoeld inin samenhang met, om zonder omgevingsvergunning dode of levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de vogelrichtlijn of gemakkelijk herkenbare delen van die vogels of uit die vogels verkregen producten te verkopen, te vervoeren voor verkoop, onder zich te hebben voor verkoop of aan te bieden voor verkoop geldt niet voor het verkopen, vervoeren, onder zich hebben of voor verkoop aanbieden van een dode vogel die vanuit een ander land Nederland is binnengebracht. 2 artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet artikel 11.39, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving Het verbod, bedoeld inin samenhang met, om zonder omgevingsvergunning dode of levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de vogelrichtlijn of gemakkelijk herkenbare delen van die vogels of uit die vogels verkregen producten om een andere reden dan verkoop onder zich te hebben of te vervoeren geldt niet voor het om een andere reden dan verkoop onder zich te hebben of vervoeren van een dode vogel die vanuit een ander land Nederland is binnengebracht. 3 Het eerste en tweede lid gelden alleen als: a. de vogel aantoonbaar is verkregen buiten Nederland overeenkomstig de daar geldende regelgeving; en b. als de vogel behoort tot een soort, genoemd in bijlage A, B, C of D bij de cites-basisverordening, aantoonbaar met inachtneming van de cites-basisverordening en cites-uitvoeringsverordening Nederland is binnengebracht of verkregen. 2021 31421 16-06-2021 09-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.22 — Artikel 4.22 (aanwijzing vergunningvrije gevallen soorten vogelrichtlijn: vervoeren zieke of gewonde vogels)#
Artikel 4.22 (aanwijzing vergunningvrije gevallen soorten vogelrichtlijn: vervoeren zieke of gewonde vogels) 1 artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet artikel 11.37, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving Het verbod, bedoeld inin samenhang met, om zonder omgevingsvergunning van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de vogelrichtlijn opzettelijk te vangen of om opzettelijk die vogels te storen geldt niet als deze flora- en fauna-activiteiten worden verricht voor het vangen of onder zich hebben van zieke of gewonde vogels voor vervoer in een motorvoertuig dat is ingericht en bestemd om te worden gebruikt voor het vervoer van zieke of gewonde dieren. 2 artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet artikel 11.39, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving Het verbod, bedoeld inin samenhang met, om zonder omgevingsvergunning levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de vogelrichtlijn, te vervoeren geldt niet als deze flora- en fauna-activiteiten worden verricht voor het vangen of onder zich hebben van zieke of gewonde vogels voor vervoer in een motorvoertuig dat is ingericht en bestemd om te worden gebruikt voor het vervoer van zieke of gewonde dieren. 3 Het eerste en tweede lid gelden alleen als de zieke of gewonde vogel binnen twaalf uur wordt overgedragen aan personen of instanties die zijn gerechtigd uit het wild afkomstige vogels onder zich te hebben voor opvang en verzorging, krachtens: a. een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit; en b. artikel 2.2, eerste lid, van de Wet dieren . 2021 31421 16-06-2021 09-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.23 — Artikel 4.23 (aanwijzing vergunningvrije gevallen soorten vogelrichtlijn: prepareren)#
Artikel 4.23 (aanwijzing vergunningvrije gevallen soorten vogelrichtlijn: prepareren) 1 artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet artikel 11.39, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving Het verbod, bedoeld inin samenhang met, om zonder omgevingsvergunning dode vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de vogelrichtlijn of gemakkelijk herkenbare delen van die vogels of uit die vogels verkregen producten om een andere reden dan verkoop onder zich te hebben of te vervoeren geldt niet voor het zich toe-eigenen en onder zich hebben van een dode uit het wild afkomstige vogel met het oog op het prepareren ervan. 2 Het eerste lid geldt alleen als: a. de vogel buiten schuld of medeweten van degene die zich het dier toe-eigent is gestorven; b. degene die de vogel onder zich heeft: 1°. de vogel binnen drie dagen aflevert bij een preparateur voor preparatie; of 2°. artikelen 11.102, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving 7.219 de vogel zelf prepareert en voldoet aanen; en c. de vogel aantoonbaar met inachtneming van de cites-basisverordening en de cites-uitvoeringsverordening Nederland is binnengebracht of verkregen, voor zover van toepassing. 3 artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet artikel 11.39, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving Het verbod, bedoeld inin samenhang met, om zonder omgevingsvergunning dode vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de vogelrichtlijn of gemakkelijk herkenbare delen van die vogels of uit die vogels verkregen producten om een andere reden dan verkoop onder zich te hebben of te vervoeren geldt niet voor het onder zich hebben van een geprepareerde uit het wild afkomstige vogel. 4 Het derde lid geldt alleen als: a. artikelen 11.102, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving 7.219, vierde en vijfde lid de vogel is gemerkt met een merkteken overeenkomstigen; en b. de vogel aantoonbaar met inachtneming van de cites-basisverordening en de cites-uitvoeringsverordening Nederland is binnengebracht of verkregen, voor zover van toepassing. 2021 31421 16-06-2021 09-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.23a — Artikel 4.23a (aanwijzing vergunningvrije gevallen soorten vogelrichtlijn: gedragscodes)#
Artikel 4.23a (aanwijzing vergunningvrije gevallen soorten vogelrichtlijn: gedragscodes) 1 artikel 11.45 van het Besluit activiteiten leefomgeving artikelen 11.37, eerste lid 11.39, eerste lid, van dat besluit Als gevallen waarin het verbod om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten niet geldt als bedoeld in, worden aangewezen de flora- en fauna-activiteiten, bedoeld in de, of, die: a. worden beschreven in een in het tweede lid aangewezen gedragscode; en b. betrekking hebben op soorten die vallen onder de reikwijdte van de gedragscode. 2 artikel 11.45, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving Als gedragscodes als bedoeld in, worden de in tabel 4.23a bedoelde gedragscodes aangewezen voor de daarbij aangegeven periode. Tabel 4.23a Gedragscodes vogelrichtlijn Gedragscode Periode Uitgezonderde verbodsbepaling Gedragscode soortenbescherming Aedes 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029 Artikel 11.37, eerste lid, onder b en d Gedragscode soortenbescherming gemeenten 9 juni 2025 tot en met 31 maart 2030 Artikel 11.37, eerste lid, onder b en d Gedragscode soortenbescherming Havenbedrijven 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029 Artikel 11.37, eerste lid, onder b en d Gedragscode soortenbescherming Natuurbeheer 1 april 2025 tot en met 31 maart 2030 Artikel 11.37, eerste lid, onder b en d Gedragscode soortenbescherming ProRail 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029 Artikel 11.37, eerste lid, onder b en d Gedragscode soortenbescherming Provinciale Infrastructuur 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029 Artikel 11.37, eerste lid, onder b en d Gedragscode soortenbescherming Rijkswaterstaat 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029 Artikel 11.37, eerste lid, onder b en d Gedragscode soortenbescherming Unie van Waterschappen 1 april 2025 tot en met 31 maart 2030 Artikel 11.37, eerste lid, onder b en d Gedragscode soortenbescherming VEWIN 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029 Artikel 11.37, eerste lid, onder b en d 2025 19975 06-06-2025 28-05-2025 WJZ/97828426 2025 19975 06-06-2025 28-05-2025 WJZ/97828426 09-06-2025
Artikel 4.24 — Artikel 4.24 (aanwijzing vergunningvrije gevallen soorten habitatrichtlijn: bezit van bij bestrijding of populatiebeheer verkregen dieren)#
Artikel 4.24 (aanwijzing vergunningvrije gevallen soorten habitatrichtlijn: bezit van bij bestrijding of populatiebeheer verkregen dieren) artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet artikel 11.47, eerste lid, aanhef en onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving Het verbod, bedoeld inin samenhang met, om zonder omgevingsvergunning dieren, genoemd in bijlage IV bij de habitatrichtlijn, bijlage I of II bij het verdrag van Bern of bijlage I bij het verdrag van Bonn, met uitzondering van de soorten, bedoeld in artikel 1 van de vogelrichtlijn, te verkopen, te vervoeren voor verkoop, te verhandelen, te ruilen of te koop of te ruil aan te bieden of om een andere reden dan verkoop onder zich te hebben of te vervoeren geldt niet als de dieren aantoonbaar zijn verkregen: a. artikel 11.52, tweede en derde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving in het kader van de bestrijding van schade of overlast veroorzakende dieren, bedoeld in, of de beperking van de omvang van populaties van in het wild levende dieren; en b. in overeenstemming met: 1°. een voor die bestrijding verleende omgevingsvergunning; of 2°. artikelen 5.2, eerste lid, van de wet 11.50 van het Besluit activiteiten leefomgeving de regels in een omgevingsverordening op grond vanenwaarin de bestrijding als vergunningvrij geval wordt aangewezen. 2021 31421 16-06-2021 09-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.25 — Artikel 4.25 (aanwijzing vergunningvrije gevallen soorten habitatrichtlijn: bezit dode dieren en planten uit het buitenland)#
Artikel 4.25 (aanwijzing vergunningvrije gevallen soorten habitatrichtlijn: bezit dode dieren en planten uit het buitenland) 1 artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet artikel 11.47, eerste lid, aanhef en onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving Het verbod, bedoeld inin samenhang met, om zonder omgevingsvergunning dieren of planten, genoemd in bijlage IV bij de habitatrichtlijn, bijlage I of II bij het verdrag van Bern of bijlage I bij het verdrag van Bonn, met uitzondering van de soorten, bedoeld in artikel 1 van de vogelrichtlijn, te verkopen, te vervoeren voor verkoop, te verhandelen, te ruilen of te koop of te ruil aan te bieden of om een andere reden dan verkoop onder zich te hebben of te vervoeren geldt niet voor het onder zich hebben, vervoeren, verhandelen, ruilen of te koop of te ruil aanbieden van een dood dier of een dode plant die vanuit een ander land Nederland is binnengebracht. 2 Het eerste lid geldt alleen als: a. het dier of de plant aantoonbaar is verkregen buiten Nederland overeenkomstig de aldaar geldende regelgeving; en b. als het dier of de plant behoort tot een soort, genoemd in bijlage A, B, C of D bij de cites-basisverordening, het dier of de plant aantoonbaar met inachtneming van de cites-basisverordening en de cites-uitvoeringsverordening Nederland is binnengebracht of verkregen. 3 Het eerste lid geldt niet voor botten en daarvan of daarmee vervaardigde producten van de tijger (Panthera tigris). 2021 31421 16-06-2021 09-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.26 — Artikel 4.26 (aanwijzing vergunningvrije gevallen soorten habitatrichtlijn: vervoeren zieke of gewonde dieren)#
Artikel 4.26 (aanwijzing vergunningvrije gevallen soorten habitatrichtlijn: vervoeren zieke of gewonde dieren) 1 artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet artikel 11.46, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving Het verbod, bedoeld inin samenhang met, om zonder omgevingsvergunning in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onder a, bij de habitatrichtlijn, bijlage II bij het verdrag van Bern of bijlage I bij het verdrag van Bonn, opzettelijk te vangen of om dieren opzettelijk te verstoren, geldt niet als deze flora- en fauna-activiteiten worden verricht voor het vangen of onder zich hebben van zieke of gewonde dieren voor vervoer in een motorvoertuig dat is ingericht en bestemd om te worden gebruikt voor het vervoer van zieke of gewonde dieren. 2 artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet artikel 11.47, eerste lid, aanhef en onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving Het verbod, bedoeld inin samenhang met, om zonder omgevingsvergunning dieren van soorten, genoemd in bijlage IV bij de habitatrichtlijn, bijlage I of II bij het verdrag van Bern of bijlage I bij het verdrag van Bonn, met uitzondering van de soorten, bedoeld in artikel 1 van de vogelrichtlijn, om een andere reden dan verkoop onder zich te hebben of te vervoeren geldt niet als deze flora- en fauna-activiteiten worden verricht voor het vangen of onder zich hebben van zieke of gewonde dieren voor vervoer in een motorvoertuig dat is ingericht en bestemd om te worden gebruikt voor het vervoer van zieke of gewonde dieren. 3 In afwijking van het eerste en tweede lid kan vervoer van een zieke of gewonde bruinvis, gewone dolfijn, tuimelaar, witflankdolfijn of witsnuitdolfijn ook anders plaatsvinden dan met een motorvoertuig dat is ingericht en bestemd om te worden gebruikt voor het vervoer van zieke of gewonde dieren. 4 Het eerste en tweede lid geldt alleen als het zieke of gewonde dier binnen twaalf uur wordt overgedragen aan personen of instanties die zijn gerechtigd uit het wild afkomstige dieren onder zich te hebben voor opvang en verzorging, krachtens: a. een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit; en b. artikel 2.2, eerste lid, van de Wet dieren . 2021 31421 16-06-2021 09-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.26a — Artikel 4.26a (aanwijzing vergunningvrije gevallen soorten habitatrichtlijn: gedragscodes)#
Artikel 4.26a (aanwijzing vergunningvrije gevallen soorten habitatrichtlijn: gedragscodes) 1 artikel 11.53 van het Besluit activiteiten leefomgeving artikelen 11.46, eerste lid 11.47, eerste lid, aanhef en onder b, van dat besluit Als gevallen waarin het verbod om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten niet geldt als bedoeld in, worden aangewezen de flora- en fauna-activiteiten, bedoeld in de, of, die: a. worden beschreven in een in het tweede lid aangewezen gedragscode; en b. betrekking hebben op soorten die vallen onder de reikwijdte van de gedragscode. 2 artikel 11.53, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving Als gedragscodes als bedoeld in, worden de in tabel 4.26a bedoelde gedragscodes aangewezen voor de daarbij aangegeven periode. Tabel 4.26a Gedragscodes habitatrichtlijn Gedragscode Periode Uitgezonderde verbodsbepaling Gedragscode soortenbescherming Aedes 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029 Artikel 11.46, eerste lid, onder b, d en e Gedragscode soortenbescherming gemeenten 9 juni 2025 tot en met 31 maart 2030 Artikel 11.46, eerste lid, onder b, d en e Gedragscode soortenbescherming Havenbedrijven 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029 Artikel 11.46, eerste lid, onder b, d en e Gedragscode soortenbescherming Natuurbeheer 1 april 2025 tot en met 31 maart 2030 Artikel 11.46, eerste lid, onder b, d en e Gedragscode soortenbescherming ProRail 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029 Artikel 11.46, eerste lid, onder b, d en e Gedragscode soortenbescherming Provinciale Infrastructuur 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029 Artikel 11.46, eerste lid, onder b, d en e Gedragscode soortenbescherming Rijkswaterstaat 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029 Artikel 11.46, eerste lid, onder b, d en e Gedragscode soortenbescherming Unie van Waterschappen 1 april 2025 tot en met 31 maart 2030 Artikel 11.46, eerste lid, onder b, d en e Gedragscode soortenbescherming VEWIN 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029 Artikel 11.46, eerste lid, onder b, d en e 2025 19975 06-06-2025 28-05-2025 WJZ/97828426 2025 19975 06-06-2025 28-05-2025 WJZ/97828426 09-06-2025
Artikel 4.27 — Artikel 4.27 (aanwijzing vergunningvrije gevallen andere soorten: bestrijding schadelijke dieren)#
Artikel 4.27 (aanwijzing vergunningvrije gevallen andere soorten: bestrijding schadelijke dieren) 1 artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet artikel 11.54, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving 11.57, onder b, van dat besluit Het verbod, bedoeld inin samenhang met, om zonder omgevingsvergunning in het wild levende zoogdieren van de soorten, genoemd in bijlage IX, onder A, bij dat besluit, opzettelijk te doden of te vangen geldt niet als deze flora- en fauna-activiteiten door grondgebruikers worden verricht om de volgende schadeveroorzakende dieren te bestrijden als bedoeld in: a. het konijn (Oryctolagus cuniculus); of b. de vos (Vulpes vulpes). 2 Het eerste lid geldt alleen als: a. het bestrijden gebeurt op door de grondgebruiker gebruikte gronden, of in of aan door hem gebruikte opstallen, om schade die in het lopende of daarop volgende jaar dreigt op te treden op deze gronden, in of aan deze opstallen, of in het omringende gebied te voorkomen; b. de schade, bedoeld onder a, is aan te merken als: 1°. schade aan de flora of fauna, of natuurlijke habitats; of 2°. schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; en c. artikel 4.28 wordt voldaan aan de ingestelde eisen en beperkingen. 2021 31421 16-06-2021 09-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.27a — Artikel 4.27a (voorwaarden voor uitzondering op het handelsverbod invasieve exoten, niet behorende tot invasieve uitheemse soorten aangewezen op grond van invasieve-exoten-basisverordening)#
Artikel 4.27a (voorwaarden voor uitzondering op het handelsverbod invasieve exoten, niet behorende tot invasieve uitheemse soorten aangewezen op grond van invasieve-exoten-basisverordening) 1 artikel 11.109a, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving Als voorwaarden als bedoeld inworden vastgesteld: a. artikel 11.109a, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving degene die planten, of delen of producten daarvan, als bedoeld inverhandelt, draagt er zorg voor dat alle passende maatregelen worden getroffen om te voorkomen dat de planten, of delen of producten daarvan, zich kunnen voortplanten of zich kunnen verspreiden in het milieu; b. artikel 11.109a, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving degene die planten, of delen of producten daarvan, als bedoeld inverhandelt, kan te allen tijde aannemelijk maken dat hij voldoet aan de in onderdeel a bedoelde voorwaarde. 2 Als passende maatregel als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt in ieder geval beschouwd een fysieke scheiding tussen de planten en hun natuurlijke leefomgeving. 2021 37138 28-07-2021 09-07-2021 WJZ/20243118 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel II van het
Besluit van 14 juli 2021, houdende wijziging van het Besluit
natuurbescherming en het Besluit activiteiten leefomgeving in
verband met een handelsverbod voor Aziatische duizendknopen en
wijziging van het Besluit kwaliteit leefomgeving in verband met de
additionele aanwijzing van door de provincies te bestrijden
invasieve uitheemse soorten in werking treedt (Stb. 2021/381).
Artikel 4.28 — Artikel 4.28 (middelen en methodes die zijn toegestaan voor bestrijden andere soorten)#
Artikel 4.28 (middelen en methodes die zijn toegestaan voor bestrijden andere soorten) 1 artikel 11.58, vierde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving Als middelen als bedoeld indie zijn toegestaan voor het bestrijden van het konijn (Oryctolagus cuniculus) en de vos (Vulpes vulpes) worden aangewezen: a. geweren; b. honden, met uitzondering van lange honden; c. aantoonbaar gefokte haviken (Accipiter gentilis), slechtvalken (Falco peregrinus) en woestijnbuizerds; d. kastvallen; e. vangkooien; f. fretten; en g. buidels. 2 Aardhonden worden niet gebruikt voor het vangen of doden van vossen in holen in de periode van 1 maart tot en met 31 augustus. 3 De aangewezen middelen worden niet gebruikt op zondagen, de nieuwjaarsdag, de tweede paasdag, de Hemelvaartsdag, de tweede pinksterdag en de beide kerstdagen. Dit geldt niet voor fretten, kastvallen, vangkooien en buidels. 2021 31421 16-06-2021 09-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.29 — Artikel 4.29 (aanwijzing vergunningvrije gevallen: vervoer zieke dieren)#
Artikel 4.29 (aanwijzing vergunningvrije gevallen: vervoer zieke dieren) 1 artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet artikel 11.54, eerste lid, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving bijlage IX, onder A, bij dat besluit Het verbod, bedoeld inin samenhang met, om zonder omgevingsvergunning in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in, te vangen geldt niet voor het opzettelijk vangen van een ziek of gewond dier, met uitzondering van de gewone zeehond of grijze zeehond, voor vervoer in een motorvoertuig dat is ingericht en bestemd om te worden gebruikt voor het vervoer van zieke of gewonde dieren. 2 Het eerste lid geldt alleen als: a. het dier binnen twaalf uur wordt overgedragen aan personen of instanties die zijn gerechtigd uit het wild afkomstige dieren onder zich te hebben voor opvang en verzorging krachtens: 1°. een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit; en 2°. artikel 2.2, eerste lid, van de Wet dieren ; en b. als het een zieke of gewonde ree, of een ziek of gewond edelhert, damhert of wild zwijn betreft: voorafgaand aan het vervoer melding is gedaan bij de meldkamer van de politie van het aantal, de vindplaats en de soort zieke of gewonde dieren en het vervoer geschiedt door een door de politie aangewezen vervoerder. 3 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor het opzettelijk vangen van een zieke of gewonde gewone zeehond of grijze zeehond door personen die in dienst zijn van, of als opdrachtnemer of als vrijwilliger actief zijn voor een van de organisaties, bedoeld in het vierde lid, voor vervoer: a. in een motorvoertuig dat is ingericht en bestemd om te worden gebruikt voor het vervoer van zieke of gewonde dieren; of b. anders dan met een motorvoertuig dat is ingericht en bestemd om te worden gebruikt voor het vervoer van zieke of gewonde dieren. 4 Het derde lid geldt alleen als: a. de uit het wild afkomstige zieke of gewonde gewone zeehond of grijze zeehond binnen twaalf uur wordt overgedragen aan een van de volgende organisaties: 1°. Stichting A Seal Centrum voor Zeezoogdierenzorg te Stellendam; 2°. Stichting Texels Museum (Ecomare) op Texel; 3°. Stichting Zeehondencentrum Pieterburen te Lauwersoog; 4°. Stichting Zeehondenopvang Eemsdelta te Uithuizen; of 5°. Stichting Zeehondenopvang Terschelling te West-Terschelling; b. bijlage VIIa artikel 2.2, eerste lid, van de Wet dieren de organisaties, genoemd onder a, bij de beslissing over het vangen, voor het vervoeren van het dier, het Handelingskader zeehondenopvang, opgenomen in, onder B, volgen, en als zij krachtenszijn gerechtigd uit het wild afkomstige gewone zeehonden of grijze zeehonden onder zich te hebben en te verzorgen; en c. bijlage VIIa de in het derde lid bedoelde personen werkzaam zijn binnen het werkgebied van de organisatie, genoemd onder a, weergegeven op de kaart in, onder A, en aantoonbaar beschikken over: 1°. kennis van: i. gewone en grijze zeehonden en hun leefomgeving; ii. het beheer van de gewone en grijze zeehond; iii. de belangrijkste wettelijke voorschriften op het terrein van de natuurbescherming en dierenwelzijn; en iv. het gedrag van gewone en grijze zeehonden bij ziekte of verwonding; en 2°. bekwaamheid in de omgang met de gewone en grijze zeehond. 2025 24379 11-07-2025 01-07-2025 WJZ/90133517 2025 24379 11-07-2025 01-07-2025 WJZ/90133517 12-07-2025
Artikel 4.30 — Artikel 4.30 (aanwijzing vergunningvrije gevallen en vrijstelling: uitzetten van dieren of eieren van dieren)#
Artikel 4.30 (aanwijzing vergunningvrije gevallen en vrijstelling: uitzetten van dieren of eieren van dieren) 1 artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet artikel 11.61, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving bijlage VIIb Het verbod, bedoeld inin samenhang met, om zonder omgevingsvergunning dieren of eieren van dieren uit te zetten geldt niet voor het uitzetten van dieren van de diersoorten voor het bestrijden van ziekten, plagen of onkruiden aangewezen in, onder A. 2 artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet artikel 11.61, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving bijlage VIIb Het verbod, bedoeld inin samenhang met, om zonder omgevingsvergunning dieren uit te zetten geldt niet voor het uitzetten van dieren van de diersoorten als prooidieren voor die dieren aangewezen in, onder A en B. 3 artikel 2.3, eerste lid, van de Wet dieren bijlage VIIb Aan een ieder wordt vrijstelling verleend van het verbod, bedoeld in, voor het gebruiken van dieren van de diersoorten aangewezen in, onder B, met het oog op de productie van dierlijke producten. 2021 31421 16-06-2021 09-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.31 — Artikel 4.31 (vergunningvrije gevallen bestendig beheer, onderhoud en gebruik en ter uitvoering van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting waarvoor Minister voor Natuur en Stikstof bevoegd gezag is)#
Artikel 4.31 (vergunningvrije gevallen bestendig beheer, onderhoud en gebruik en ter uitvoering van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting waarvoor Minister voor Natuur en Stikstof bevoegd gezag is) artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet artikel 11.54, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving bijlage IX Het verbod, bedoeld inin samenhang met, om zonder omgevingsvergunning in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in, onder A, bij dat besluit, opzettelijk te doden of te vangen, om de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of te vernielen en om de vaatplanten van de soorten, genoemd in bijlage IX, onder B, bij dat besluit, opzettelijk in hun natuurlijke verspreidingsgebied te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen geldt niet als: a. artikel 4.12 van het Omgevingsbesluit de Minister voor Natuur en Stikstof bevoegd gezag is op grond van; b. bijlage VIIc het gaat om dieren en planten van de soorten aangewezen in; en c. het gaat om handelingen in het kader van: 1°. bestendig beheer of onderhoud van vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; 2°. bestendig beheer of onderhoud in de landbouw en de bosbouw; 3°. bestendig gebruik; of 4°. de ruimtelijke ontwikkeling of inrichting van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied. 2021 31421 16-06-2021 09-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2023 26205 19-09-2023 14-09-2023 2023-0000568411 2023 26454 02-10-2023 26-09-2023 2023-0000589458 01-01-2024
Artikel 4.31a — Artikel 4.31a (aanwijzing vergunningvrije gevallen andere beschermde soorten: gedragscodes)#
Artikel 4.31a (aanwijzing vergunningvrije gevallen andere beschermde soorten: gedragscodes) 1 artikel 11.59 van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 11.54 van dat besluit Als gevallen waarin het verbod om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten niet geldt als bedoeld in, worden aangewezen de flora- en fauna-activiteiten, bedoeld in, die: a. worden beschreven in een in het tweede lid aangewezen gedragscode; en b. betrekking hebben op soorten die vallen onder de reikwijdte van de gedagscode. 2 artikel 11.59, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving Als gedragscodes als bedoeld in, worden de in tabel 4.31a bedoelde gedragscodes aangewezen voor de daarbij aangegeven periode. Tabel 4.31a Gedragscodes andere beschermde soorten Gedragscode Periode Uitgezonderde verbodsbepaling Gedragscode soortenbescherming Aedes 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029 Artikel 11.54, eerste lid, onder b en c Gedragscode soortenbescherming gemeenten 9 juni 2025 tot en met 31 maart 2030 Artikel 11.54, eerste lid, onder b en c Gedragscode soortenbescherming Havenbedrijven 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029 Artikel 11.54, eerste lid, onder b en c Gedragscode soortenbescherming Natuurbeheer 1 april 2025 tot en met 31 maart 2030 Artikel 11.54, eerste lid, onder b en c Gedragscode soortenbescherming ProRail 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029 Artikel 11.54, eerste lid, onder b en c Gedragscode soortenbescherming Provinciale Infrastructuur 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029 Artikel 11.54, eerste lid, onder b en c Gedragscode soortenbescherming Rijkswaterstaat 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029 Artikel 11.54, eerste lid, onder b en c Gedragscode soortenbescherming Unie van Waterschappen 1 april 2025 tot en met 31 maart 2030 Artikel 11.54, eerste lid, onder b en c Gedragscode soortenbescherming VEWIN 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029 Artikel 11.54, eerste lid, onder b en c 2025 19975 06-06-2025 28-05-2025 WJZ/97828426 2025 19975 06-06-2025 28-05-2025 WJZ/97828426 09-06-2025
Artikel 4.31b — Artikel 4.31b (toepassingsbereik)#
Artikel 4.31b (toepassingsbereik) artikel 11.27 van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 4.31c, tweede lid De paragraaf is van toepassing op het treffen van maatregelen ter invulling van, bij de vaststelling van de aanwezigheid van, of het gebruik door soorten, genoemd in, bij de na-isolatie van de spouwmuur van een grondgebonden woning. 2025 8635 07-03-2025 06-03-2025 WJZ/97397104 2025 8635 07-03-2025 06-03-2025 WJZ/97397104 08-03-2025
Artikel 4.31c — Artikel 4.31c (erkende maatregel specifieke zorgplicht: omgevingsDNA)#
Artikel 4.31c (erkende maatregel specifieke zorgplicht: omgevingsDNA) 1 artikel 11.27, tweede lid, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving Aan de verplichting om voorafgaand aan het na-isoleren van de spouwmuur van een grondgebonden woning na te gaan of er aanwijzingen zijn van de aanwezigheid van soorten op de locatie waarop die activiteit wordt verricht of in de directe nabijheid van die locatie of van het gebruik door soorten van die locatie, bedoeld in, wordt in ieder geval voldaan als voorafgaand aan die flora- en fauna-activiteit de Beoordelingsrichtlijn omgevingsDNA-methode wordt toegepast. 2 Voor de toepassing van het eerste lid worden onder soorten verstaan dieren als bedoeld in tabel 4.31c. Tabel 4.31c Vleermuizen baardvleermuis (Myotis mystacinus) bosvleermuis (Nyctalus leisleri) brandt’s vleermuis (Myotis brandtii) gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) gewone grootoorvleermuis (Plecotus auritus) ingekorven vleermuis (Myotis emarginatus) kleine dwergvleermuis (Pipistrellus pygmaeus) laatvlieger (Eptesicus serotinus) meervleermuis (Myotis dasycneme) rosse vleermuis (Nyctalus noctula) ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii) tweekleurige vleermuis (Vespertilio murinus) watervleermuis (Myotis daubent) 3 Het eerste lid is niet van toepassing als de na-isolatie plaatsvindt op een locatie waarvoor geldt dat door gedeputeerde staten een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit voor na-isolatie van spouwmuren is verleend dat samenhangt met een soortenmanagementplan voor vleermuizen dat is vastgesteld door het gemeentebestuur of het provinciebestuur. 2025 24379 11-07-2025 01-07-2025 WJZ/90133517 2025 24379 11-07-2025 01-07-2025 WJZ/90133517 12-07-2025
Artikel 4.32 — Artikel 4.32 (administratieve verplichtingen voor fokken van dieren, kweken van planten en sommige cites-soorten)#
Artikel 4.32 (administratieve verplichtingen voor fokken van dieren, kweken van planten en sommige cites-soorten) 1 artikel 11.103 van het Besluit activiteiten leefomgeving Dit artikel is van toepassing op degene die een levend gefokt dier, een levende gekweekte plant of een uit het wild afkomstig levend dier onder zich heeft, en de daar bijbehorende administratie als bedoeld inbijhoudt als het dier of de plant behoort tot: a. de soorten, genoemd in bijlage IV bij de habitatrichtlijn, bijlage II bij het verdrag van Bern of bijlage I bij het verdrag van Bonn, met uitzondering van vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de vogelrichtlijn; b. de soorten, genoemd in bijlage A bij de cites-basisverordening, met uitzondering van de in bijlage X bij de cites-uitvoeringsverordening genoemde diersoorten en de hybriden daarvan; c. de diersoorten, genoemd in bijlage B bij de cites-basisverordening, met uitzondering van: 1°. gefokte vogels, die van een gesloten pootring zijn voorzien; en 2°. bijlage X bij het Besluit activiteiten leefomgeving de soorten, genoemd in; d. de kunstmatig gekweekte hybriden van niet van een annotatie voorziene soorten, genoemd in bijlage A bij de cites-basisverordening als voor die soorten een fytosanitair certificaat als bedoeld in artikel 17 van de cites-uitvoeringsverordening is afgegeven; of e. een uit het wild afkomstig levend dier van een soort, genoemd in bijlage B bij de cites-basisverordening. 2 De administratie, bedoeld in het eerste lid, bevat de volgende gegevens: a. de wetenschappelijke soortnaam van het dier of de plant en het aantal dieren of planten van die soort; b. de datum en de plaats van verkrijging van het dier of de plant; c. de naam, het adres en het land van de leverancier van wie het dier of de plant is verkregen; d. het land van herkomst van het dier of de plant, als dit afwijkt van het land, bedoeld onder c; e. het nummer van het bij de verkrijging van het dier of de plant behorende cites-document; f. de datum en de plaats van vervreemding van het dier of de plant; g. de naam, het adres en het land van de afnemer van het dier of de plant; h. het nummer van het bij de vervreemding van het dier of de plant behorende cites-document; i. de datum van de geboorte en het aantal nakomelingen van een dier; j. gegevens over de soort en de code van de merktekens; k. de datum van de aanbrenging van merktekens aan het dier of de plant; en l. de datum en de plaats van sterfte van het dier of de plant, voor zover van toepassing. 3 De administratie, bedoeld in het eerste lid: a. is op naam gesteld, volledig en voorzien van een logische indeling en opeenvolgende nummering; b. wordt gevoerd op een zodanige wijze dat controle daarvan direct mogelijk is en de gegevens, bedoeld in het eerste lid, daaruit duidelijk blijken; en c. wordt bewaard met alle aantekeningen en bescheiden, waaronder nota's, vrachtbrieven en andere bewijsmiddelen, boeken, registers of andere hulpmiddelen, die betrekking hebben op het onder zich hebben en verhandelen van dieren of planten als bedoeld in het eerste lid. 4 De gegevens, bedoeld in het tweede lid, en de documenten, bedoeld in het derde lid, worden bewaard gedurende ten minste drie jaar na de datum van de laatste in de administratie aangebrachte wijziging of aanvulling. 2021 31421 16-06-2021 09-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.33 — Artikel 4.33 (pootringen gefokte vogels)#
Artikel 4.33 (pootringen gefokte vogels) 1 artikel 11.104, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving De gesloten pootring, bedoeld in, voor gefokte vogels: a. is een individueel gemerkte, ononderbroken ring of manchet, zonder enige naad of las, waarmee op geen enkele wijze is geknoeid en waarvan het formaat zodanig is dat zij, nadat zij in de eerste levensdagen van de vogel is aangebracht, niet kan worden verwijderd wanneer de poot van de vogel zijn definitieve omvang heeft bereikt; b. bijlage VIId heeft een diameter die niet groter is dan de invoor de betrokken soort vastgestelde diameter; c. voldoet aan de volgende eisen: 1°. een ring met een diameter van 2,5 tot en met 2,9 mm, gemeten aan de binnenkant van een ring, zijn vervaardigd van metaal, waarop een geanodiseerde kleurlaag is aangebracht, en zijn op zodanige wijze voorzien van een breukzone, dat de ring knapt, als de ring wordt opgerekt; of 2°. een ring met een diameter kleiner dan 2,5 mm en groter dan 2,9 mm, gemeten aan de binnenkant van een ring, zijn vervaardigd van metaal, waarop een geanodiseerde kleurlaag is aangebracht, of zijn vervaardigd van gekleurde kunststof, en zijn van zodanige kwaliteit, dat de ring knapt, als de ring wordt opgerekt; en d. is voorzien van een kleurlaag die voor elk jaar waarin de ring mag worden aangebracht verschillend is. 2 In afwijking van het eerste lid: a. bijlage VIId artikel 4.35 kan de gesloten pootring een diameter hebben die groter is dan de in devastgestelde maximale diameter, als de aanvrager aannemelijk kan maken dat een grotere diameter in verband met de dikte van de poot bij de aanvraag, bedoeld in, noodzakelijk is; of b. kunnen gesloten pootringen voor papegaaiachtigen en roofvogels zijn vervaardigd van roestvrij staal. 3 artikel 4.35 Een aanvrager van een aanvraag als bedoeld in: a. brengt een gesloten pootring als bedoeld in het eerste lid alleen aan op in Nederland in gevangenschap geboren en gefokte vogels van de soort waarvoor hij de gesloten pootring heeft aangevraagd; en b. verschaft een gesloten pootring als bedoeld in het eerste lid niet aan derden. 2021 31421 16-06-2021 09-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.34 — Artikel 4.34 (aangewezen organisaties en verplichtingen administratie pootringen gefokte vogels)#
Artikel 4.34 (aangewezen organisaties en verplichtingen administratie pootringen gefokte vogels) 1 artikel 11.104, derde lid, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving Als organisaties als bedoeld indie zijn belast met de afgifte van gesloten pootringen worden aangewezen: a. Kleindier Liefhebbers Nederland, gevestigd te Utrecht; b. Nederlandse Bond voor Vogelliefhebbers, gevestigd te Bergen op Zoom; c. Parkieten Sociëteit, gevestigd te Arnhem; d. Vereniging Aviornis International Nederland, gevestigd te Wijchen; en e. Vereniging Belangenbehartiging Europese Cultuurvogel, gevestigd te Eindhoven. 2 De organisaties, bedoeld in het eerste lid, houden een administratie bij met gebruikmaking van een door de Minister voor Natuur en Stikstof beschikbaar gesteld automatiseringssysteem. 3 De administratie wordt bewaard gedurende een periode van ten minste vijf jaar en bevat per soort de volgende gegevens: a. de soorten vogels waarvoor gesloten pootringen zijn aangevraagd; b. als het gaat om gefokte vogels: 1°. het aantal verstrekte gesloten pootringen; 2°. de ringmaat; en 3°. artikel 4.35, tweede lid, onder b, en derde lid de bijbehorende unieke nummers als bedoeld in; c. als het gaat om gefokte vogels behorende tot soorten die zijn opgenomen in bijlage A bij de cites-basisverordening: 1°. de gegevens onder b, onder 1° en 2°; en 2°. het aantal ouderparen; d. de datum van toekenning van de gesloten pootringen; en e. de noodzakelijke gegevens ter identificatie van de personen aan wie de gesloten pootringen zijn verstrekt. 4 De organisaties, bedoeld in het eerste lid, verschaffen de minister op verzoek, op een door de minister te bepalen wijze, alle informatie over de afgifte van gesloten pootringen. 2025 24379 11-07-2025 01-07-2025 WJZ/90133517 2025 24379 11-07-2025 01-07-2025 WJZ/90133517 12-07-2025
Artikel 4.35 — Artikel 4.35 (aanvraag en afgifte pootringen gefokte vogels)#
Artikel 4.35 (aanvraag en afgifte pootringen gefokte vogels) 1 artikel 4.34, eerste lid Gesloten pootringen worden aangevraagd met gebruikmaking van een door een van de organisaties, bedoeld in, ter beschikking gesteld aanvraagformulier dat volledig ingevuld en ondertekend wordt teruggestuurd. 2 artikel 4.34, eerste lid De organisaties, bedoeld in, verstrekken alleen gesloten pootringen: a. artikel 4.33 waarvoor door de leverancier een schriftelijke garantie is afgegeven dat de ringen voldoen aan de specificaties, bedoeld in; en b. die ten minste zijn voorzien van de letters NL, de aanduiding van de binnendiameter tot in tienden van een millimeter, de laatste twee cijfers van het jaartal waarin de gesloten pootring mag worden aangebracht en, per ringmaat, een uniek nummer bestaande uit de bondscode, een kweeknummer en een volgnummer. 3 In afwijking van het tweede lid, onder b, zijn de gesloten pootringen, afgegeven door Kleindier Liefhebbers Nederland, voorzien van een uniek nummer bestaande uit de bondscode en een volgnummer. 4 artikel 4.34, eerste lid De organisaties, bedoeld in, geven geen gesloten pootring af als: a. niet aannemelijk is dat de aanvrager vogels, waarvoor hij een gesloten pootring aanvraagt, fokt; of b. artikel 4.33, derde lid het redelijke vermoeden bestaat dat de aanvrager handelt of zal handelen in strijd met. 2021 31421 16-06-2021 09-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.36 — Artikel 4.36 (fytosanitair certificaat)#
Artikel 4.36 (fytosanitair certificaat) artikel 3.70, onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving Als plantensoorten waarvoor een fytosanitair certificaat als bedoeld inbij de Minister voor Natuur en Stikstof kan worden aangevraagd, worden aangewezen: a. Apocynaceae: Pachypodium spp; b. Cactaceae: de soorten, genoemd in bijlage B bij de cites-basisverordening; c. Droseraceae: Dionaea muscipula; d. Euphorbiaceae: de succulente soorten, genoemd in bijlage B bij de cites-basisverordening; e. Liliaceae: de soorten Aloe, genoemd in bijlage B bij de cites-basisverordening; f. Nepenthaceae: de soorten Nepenthes, genoemd in bijlage B bij de cites-basisverordening; g. Orchidaceae: de soorten, genoemd in bijlage B bij de cites-basisverordening, de hybriden van de soorten Paphiopedilum; en h. Sarraceniaceae: de soorten, genoemd in bijlage B bij de cites-basisverordening. 2021 31421 16-06-2021 09-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2023 26205 19-09-2023 14-09-2023 2023-0000568411 2023 26454 02-10-2023 26-09-2023 2023-0000589458 01-01-2024
Artikel 4.37 — Artikel 4.37 (aangewezen soorten voor uitzondering op het verbod te handelen in strijd met invasieve-exoten-basisverordening)#
Artikel 4.37 (aangewezen soorten voor uitzondering op het verbod te handelen in strijd met invasieve-exoten-basisverordening) 1 artikel 11.108, tweede lid, aanhef, van het Besluit activiteiten leefomgeving Als diersoorten als bedoeld inwaarvoor beheersmaatregelen als bedoeld in artikel 19 van de invasieve-exoten-basisverordening worden aangewezen: a. de Chinese wolhandkrab (Eriocheir sinensis); b. de Gevlekte Amerikaanse rivierkreeft (Orconectus Limosus); c. de Geknobbelde Amerikaanse rivierkreeft (Orconectes virilis); d. de Californische rivierkreeft (Pacifastacus leniusculus); e. de Rode Amerikaanse rivierkreeft (Procambarus Clarkia); en f. de Marmerkreeft (Procambarus fallax forma virginalis). 2 artikel 11.108, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving Als voorwaarden als bedoeld invoor de beheersmaatregelen, bedoeld in het eerste lid, worden vastgesteld: a. artikel 11.108, tweede lid, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving degene die de in, bedoelde handelingen verricht, draagt er zorg voor dat: 1°. alle passende maatregelen worden getroffen bij de bevissing, de opslag, de handel, het transport, het houden en het gebruik van de betrokken dieren om te voorkomen dat zij zich kunnen voortplanten, kunnen ontsnappen en zich kunnen verspreiden; 2°. alle passende maatregelen worden getroffen bij de opslag, het transport en het houden van de dieren om te voorkomen dat de betrokken dieren door onbevoegden kunnen worden verwijderd uit de omgeving waarin zij worden opgeslagen of getransporteerd; 3°. het beheren van afval, het onderhoud en schoonmaken van vistuigen, transport- en opslagmaterialen bij bevissing, de opslag, de handel, het transport en het houden van de dieren op zodanige wijze plaatsvindt dat exemplaren van de soorten zich niet kunnen verspreiden of door onbevoegden kunnen worden verwijderd; en 4°. wordt voorkomen dat dieren van de soorten op het grondgebied van andere lidstaten worden gebracht, tenzij die lidstaten dat toestaan in het kader van door hen getroffen beheersmaatregelen; en b. artikel 11.108, tweede lid, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving degene die de inbedoelde handelingen verricht maakt te allen tijde aannemelijk dat hij voldoet aan de in artikel 11.108, eerste en tweede lid, van dat besluit bedoelde regels. 3 Als passende maatregel als bedoeld in het tweede lid, onder a, onder 1° en 2°, wordt in ieder geval beschouwd een fysieke scheiding tussen de dieren en hun natuurlijke leefomgeving, waarbij de dieren die overleven zich vervolgens niet kunnen voortplanten en zich niet kunnen verspreiden. 2021 31421 16-06-2021 09-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.38 — Artikel 4.38 (aanwijzing douanekantoren)#
Artikel 4.38 (aanwijzing douanekantoren) 1 artikel 11.94 van het Besluit activiteiten leefomgeving Als douanekantoren als bedoeld inwaar dieren, planten, producten, nesten of eieren van dieren of producten van planten van soorten als bedoeld in artikel 1 van de vogelrichtlijn, of genoemd in bijlage IV bij de habitatrichtlijn, bijlage II bij het verdrag van Bern, bijlage I bij het verdrag van Bonn of bijlage A, B, C, of D bij de cites-basisverordening binnen of buiten het grondgebied van Nederland worden gebracht, worden aangewezen: a. voor het binnen Nederland brengen van levende dieren: 1°. Schiphol Cargo, Evert van de Beekstraat 384, 1118 CZ Schiphol; 2°. Schiphol Passagiers, vertrekpassage 1 -260, 1118 AP, Schiphol; en 3°. Maastricht Aachen Airport, Vliegveldweg 2, 6199 AD, Maastricht; b. voor het buiten Nederland brengen van levende dieren: 1°. Schiphol Cargo, Evert van de Beekstraat 384, 1118 CZ Schiphol; 2°. Schiphol Passagiers, vertrekpassage 1 -260, 1118 AP, Schiphol; 3°. Maastricht Aachen Airport, Vliegveldweg 2, 6199 AD, Maastricht; 4°. Rotterdam Haven, Bosporusstraat 5, 3199 LJ, Rotterdam (Maasvlakte); en 5°. Rotterdam Haven, Reeweg 16, 3088 KA, Rotterdam; c. voor dode dieren, dode of levende planten en producten, nesten en eieren van dieren of producten van planten: alle douanekantoren. 2 Als veterinaire voorschriften gelden voor dieren of producten, nesten of eieren van dieren die behoren tot de soorten, bedoeld in het eerste lid, worden deze dieren of producten, nesten of eieren daarvan binnengebracht op plaatsen die daarvoor als inspectiepost aan de grens zijn erkend op grond van de verordening officiële controles. 2021 31421 16-06-2021 09-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.39 — Artikel 4.39 (uitzondering op melding vellen houtopstand en plicht tot herbeplanting: gedragscodes)#
Artikel 4.39 (uitzondering op melding vellen houtopstand en plicht tot herbeplanting: gedragscodes) artikel 11.131, eerste lid, onder d, van het Besluit activiteiten leefomgeving Als gedragscode als bedoeld inwordt aangewezen de Gedragscode houtopstanden TenneT, voor de periode van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029. 2024 42325 18-12-2024 12-12-2024 WJZ/45789229 2024 42325 18-12-2024 12-12-2024 WJZ/45789229 01-01-2025
Artikel 5.1 — Artikel 5.1 (toepassingsbereik)#
Artikel 5.1 (toepassingsbereik) paragraaf 4.7.14 van het Besluit bouwwerken leefomgeving De regels in deze paragraaf zijn van toepassing op technische bouwsystemen als bedoeld in. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2022 3912 03-02-2022 31-01-2022 2022-0000037155 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 5.2 — Artikel 5.2 (energieprestatie technisch bouwsysteem)#
Artikel 5.2 (energieprestatie technisch bouwsysteem) artikelen 4.248, eerste lid 5.21, eerste lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving bijlage VIII De waarde van de energieprestatie van een technisch bouwsysteem, bedoeld in de, en, wordt bepaald op basis van de inopgenomen rekenmethodiek. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2022 3912 03-02-2022 31-01-2022 2022-0000037155 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 5.3 — Artikel 5.3 (verslaglegging energieprestatie)#
Artikel 5.3 (verslaglegging energieprestatie) Het verslag van de energieprestatie van een technisch bouwsysteem, bedoeld in artikel 4.249 van het Besluit bouwwerken leefomgeving , bevat de volgende gegevens en bescheiden: a. artikel 5.2 de berekende waarde voor de energieprestatie als bedoeld in; b. de naam en het adres van degene die opdracht geeft tot het laten vaststellen van de energieprestatie; c. het adres van het gebouw waar het technisch bouwsysteem zich in, op, aan of bij bevindt; d. een aanduiding van het soort gebouw waar het technisch bouwsysteem zich in, op, aan of bij bevindt: woning of overig; e. de naam en het registratienummer van degene die het technisch bouwsysteem heeft geïnstalleerd en het verslag heeft opgesteld of, als diegene geen registratienummer heeft, de naam en het adres; f. een beschrijving van het soort technisch bouwsysteem; g. een beschrijving van het type en serienummer van het technische bouwsysteem of componenten daarvan, of, bij het ontbreken van dergelijke gegevens, een nauwkeurige beschrijving van de locatie waar het technisch bouwsysteem zich in het gebouw bevindt; h. een beschrijving van de verrichte werkzaamheden aan het technisch bouwsysteem; i. de datum van de werkzaamheden aan het technisch bouwsysteem; en j. de ondertekening door diegene die het technisch bouwsysteem heeft geïnstalleerd. 2022 3912 03-02-2022 31-01-2022 2022-0000037155 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 5.4 — Artikel 5.4 (ruimteverwarmingssysteem)#
Artikel 5.4 (ruimteverwarmingssysteem) 1 artikelen 4.248, tweede lid 5.21, tweede lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving Een adequaat gedimensioneerd, geïnstalleerd, ingeregeld en instelbaar ruimteverwarmingssysteem als bedoeld in de, en: a. heeft een warmtecapaciteit die niet groter is dan nodig is om te voorzien in de warmtevraag van het gebouw waarin het systeem zich bevindt. De temperatuur in het warmtedistributie- en afgiftedeel van het systeem is daarbij afgesteld op de laagst mogelijke temperatuur waarbij het ruimteverwarmingssysteem kan voldoen aan de benodigde warmtecapaciteit van het gebouw; b. is geïnstalleerd volgens de ontwerpeisen en installatievoorschriften van de fabrikanten van de componenten van het systeem; c. is afgesteld op een energetisch optimale stooklijn met behoud van comfort, is hydraulisch in balans en is ingeregeld om optimaal te presteren bij gemiddelde gebruiksomstandigheden; en d. Verordening (EU) nr. 813/2013 Richtlijn 2009/125/EG Verordening (EU) nr. 811/2013 Richtlijn 2010/30 is voorzien van een ruimtethermostaat die voldoet aan de eisen voor een kamerthermostaat of andere centrale temperatuurregeling van klasse II of hoger als bedoeld in de Mededeling van de Commissie in het kader van de tenuitvoerlegging vanvan de Commissie tot uitvoering vanvan het Europees Parlement en de Raad wat eisen inzake ecologisch ontwerp voor ruimteverwarmingstoestellen en combinatieverwarmingstoestellen betreft, en van Gedelegeerdevan de Commissie ter aanvulling van/EU van het Europees Parlement en de Raad wat de energie-etikettering van ruimteverwarmingstoestellen, combinatieverwarmingstoestellen, pakketten van ruimteverwarmingstoestellen, temperatuurregelaars en zonne-energie-installaties en pakketten van combinatieverwarmingstoestellen, temperatuurregelaars en zonne-energie-installaties betreft (PbEU 2014, C 207/02). 2 Het eerste lid, onder d, is niet van toepassing als het systeem wordt aangestuurd door een gebouwautomatiserings- en controlesysteem waarmee een met dat onderdeel vergelijkbaar resultaat kan worden gerealiseerd of als de kosten voor het aanbrengen van de ruimtethermostaat en de thermostatische radiatorkranen meer dan 20% bedragen van de kosten van het technisch bouwsysteem voor ruimteverwarming. 2022 3912 03-02-2022 31-01-2022 2022-0000037155 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 5.5 — Artikel 5.5 (ruimtekoelingssysteem)#
Artikel 5.5 (ruimtekoelingssysteem) 1 artikelen 4.248, tweede lid 5.21, tweede lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving Een adequaat gedimensioneerd, geïnstalleerd, ingeregeld en instelbaar ruimtekoelingssysteem als bedoeld in de, en: a. heeft een koudecapaciteit niet groter dan nodig om te voorzien in de koudevraag van het gebouw waarin het systeem zich bevindt, waarbij de temperatuur in het koudedistributie- en afgiftedeel van het systeem is afgesteld op de hoogst mogelijke temperatuur waarmee het ruimtekoelingssysteem kan voldoen aan de benodigde koudecapaciteit van het gebouw; b. is geïnstalleerd volgens de ontwerpeisen en installatievoorschriften van de fabrikanten van componenten van het systeem; c. is afgesteld op de energetisch optimale condensor- en verdampertemperaturen met behoud van comfort, is hydraulisch in balans als het gaat om hydraulische systemen of heeft geoptimaliseerde luchtstromen als het gaat om lucht-distributiesystemen, en is ingeregeld op optimaal presteren bij typische gebruiksomstandigheden; d. heeft een ruimtethermostaat als het gaat om een centraal aangestuurd systeem; en e. heeft een door de gebruiker in te stellen thermostaat als het gaat om individueel geregelde units. 2 Het eerste lid, onder d, is niet van toepassing als het systeem wordt aangestuurd door een gebouwautomatiserings- en controlesysteem waarmee een met dat onderdeel vergelijkbaar resultaat kan worden bereikt. 2022 3912 03-02-2022 31-01-2022 2022-0000037155 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 5.6 — Artikel 5.6 (ventilatiesysteem)#
Artikel 5.6 (ventilatiesysteem) artikelen 4.248, tweede lid 5.21, tweede lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving Een adequaat gedimensioneerd, geïnstalleerd, ingeregeld en instelbaar ventilatiesysteem als bedoeld in de, en: a. sluit aan bij de ventilatiebehoefte van het gebouw waarin het systeem zich bevindt; b. is geïnstalleerd volgens de ontwerpeisen en installatievoorschriften van de fabrikanten van componenten van het systeem; c. heeft een ventilatiedebiet dat is geoptimaliseerd voor laag energieverbruik met behoud van comfort en luchtkwaliteit; en d. is voorzien van passende regelapparatuur waarmee het ventilatievolume in drie of meerdere standen of traploos aan te passen is aan de ventilatiebehoefte. 2022 3912 03-02-2022 31-01-2022 2022-0000037155 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 5.7 — Artikel 5.7 (warm tapwatersysteem)#
Artikel 5.7 (warm tapwatersysteem) artikelen 4.248, tweede lid 5.21, tweede lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving Een adequaat gedimensioneerd, geïnstalleerd, ingeregeld en instelbaar warmtapwatersysteem als bedoeld in de, en: a. sluit aan bij de warmtapwaterbehoefte van het gebouw waarin het systeem zich bevindt; b. is geïnstalleerd volgens de ontwerpeisen en installatievoorschriften van de fabrikanten van componenten van het systeem; c. heeft een warmtapwatertemperatuur, gemeten bij de warmteopwekker, die is geoptimaliseerd voor een zo laag mogelijk energieverbruik zonder risico’s voor legionella; en d. is voorzien van regelapparatuur waarmee de watertemperatuur bij de warmteopwekker op toegankelijke wijze kan worden ingesteld. 2022 3912 03-02-2022 31-01-2022 2022-0000037155 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 5.8 — Artikel 5.8 (ingebouwde verlichting)#
Artikel 5.8 (ingebouwde verlichting) artikelen 4.248, tweede lid 5.21, tweede lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving Adequaat gedimensioneerde, geïnstalleerde, ingeregelde en instelbare ingebouwde verlichting als bedoeld in de, en: a. heeft een hoeveelheid en type armaturen die voldoende zijn, maar niet meer dan nodig, voor de typische verlichtingsbehoefte van de ruimte waarin de verlichting ingebouwd wordt; b. is geïnstalleerd volgens de ontwerpeisen en installatievoorschriften van de fabrikanten van componenten van het systeem; en c. is instelbaar door aan-uit schakelaars of aanwezigheidsdetectie. 2022 3912 03-02-2022 31-01-2022 2022-0000037155 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 5.9 — Artikel 5.9 (gebouwautomatiserings- en controlesysteem)#
Artikel 5.9 (gebouwautomatiserings- en controlesysteem) artikelen 4.248, tweede lid 5.21, tweede lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving Adequaat gedimensioneerde, geïnstalleerde, ingeregelde en instelbare ingebouwde verlichting als bedoeld in de, en, is voor oplevering getest en ingesteld op energetisch optimale prestatie onder typische gebruiksomstandigheden. 2022 3912 03-02-2022 31-01-2022 2022-0000037155 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 5.10 — Artikel 5.10 (toepassingsbereik)#
Artikel 5.10 (toepassingsbereik) afdeling 6.4 van het Besluit bouwwerken leefomgeving De regels in deze paragraaf zijn van toepassing op energielabels als bedoeld in. 2022 3912 03-02-2022 31-01-2022 2022-0000037155 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 Voorheen art. 5.3.
Artikel 5.11 — Artikel 5.11 (vaststellen energielabel voor woningen en woongebouwen)#
Artikel 5.11 (vaststellen energielabel voor woningen en woongebouwen) 1 De energieprestatie van een woonfunctie, woongebouw of logiesfunctie niet gelegen in een logiesgebouw wordt opgenomen en geregistreerd door een energieadviseur werkzaam voor een NL-EPBD-certificaathouder volgens BRL 9500-W. 2 Het bij de bepaling van de energieprestatie gebruikte rekenprogramma is geattesteerd volgens BRL 9501. 3 Na registratie van de energieprestatie door de energieadviseur bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, wordt het energielabel voor die woonfunctie, dat woongebouw of die logiesfunctie niet gelegen in een logiesgebouw vastgesteld en afgegeven door de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. 4 bijlage IX Het primair fossiel energiegebruik van de woonfunctie, het woongebouw of die logiesfunctie niet gelegen in een logiesgebouw wordt met behulp van de alsopgenomen tabel omgezet in een letter of lettercombinatie. Bij de berekening van het primair fossiel energiegebruik van een woonfunctie, woongebouw of logiesfunctie niet gelegen in een logiesgebouw wordt, als energiemaatregelen op gebiedsniveau van toepassing zijn, gerekend met forfaitaire waarden voor deze maatregelen. 5 Voor een woonfunctie, woongebouw of logiesfunctie niet gelegen in een logiesgebouw, waarvoor de aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend na 29 mei 2026, kan op het energielabel naast de letter of lettercombinatie, bedoeld in het vierde lid, de aanduiding A0 worden toegevoegd, als: a. Besluit bouwwerken leefomgeving de energiebehoefte een waarde heeft van ten hoogste de in tabel 4.148A van hetaangegeven waarde; b. bijlage IXa het primair fossiel energiegebruik een waarde heeft van ten hoogste de waarde opgenomen in de inopgenomen tabel; c. Besluit bouwwerken leefomgeving het aandeel hernieuwbare energie een waarde heeft van ten minste de in tabel 4.148A van hetaangegeven waarde; en d. ter plaatse geen koolstofemissies uit fossiele brandstoffen wordt veroorzaakt. 2026 18123 12-05-2026 24-04-2026 2026-0000192640 2026 18123 12-05-2026 24-04-2026 2026-0000192640 28-05-2026
Artikel 5.12 — Artikel 5.12 (vaststellen energielabel voor utiliteitsgebouwen)#
Artikel 5.12 (vaststellen energielabel voor utiliteitsgebouwen) 1 De energieprestatie van een gebruiksfunctie of gebouw, niet zijnde een woonfunctie, woongebouw of logiesfunctie niet gelegen in een logiesgebouw, wordt opgenomen en geregistreerd door een energieadviseur werkzaam voor een NL-EPBD-certificaathouder volgens BRL 9500-U. 2 Het bij de bepaling van de energieprestatie gebruikte rekenprogramma is geattesteerd volgens BRL 9501. 3 Na registratie van de energieprestatie door de energieadviseur bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, wordt het energielabel voor dat utiliteitsgebouw vastgesteld en afgegeven door de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. 4 bijlage X Het primair fossiel energiegebruik van het utiliteitsgebouw wordt met behulp van de alsopgenomen tabel omgezet in een letter of lettercombinatie. Bij de berekening van het primair fossiel energiegebruik van het utiliteitsgebouw wordt, als energiemaatregelen op gebiedsniveau van toepassing zijn, gerekend met kwaliteitsverklaringen voor deze maatregelen. 5 Voor een utiliteitsgebouw waarvoor de aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend na 29 mei 2026, kan op het energielabel naast de letter of lettercombinatie, bedoeld in het vierde lid, de aanduiding A0 worden toegevoegd, als: a. Besluit bouwwerken leefomgeving de energiebehoefte een waarde heeft van ten hoogste de in tabel 4.148A van hetaangegeven waarde; b. bijlage Xa het primair fossiel energiegebruik een waarde heeft van ten hoogste de waarde opgenomen in de inopgenomen tabel; c. Besluit bouwwerken leefomgeving het aandeel hernieuwbare energie een waarde heeft van ten minste de in tabel 4.148A van hetaangegeven waarde; en d. ter plaatse geen koolstofemissies uit fossiele brandstoffen wordt veroorzaakt. 2026 18123 12-05-2026 24-04-2026 2026-0000192640 2026 18123 12-05-2026 24-04-2026 2026-0000192640 28-05-2026
Artikel 5.13 — Artikel 5.13 (gegevens energielabel)#
Artikel 5.13 (gegevens energielabel) artikel 5.11, derde lid artikel 5.12, derde lid Het energielabel, bedoeld in, en, wordt vastgesteld op basis van in ieder geval: a. 2 gegevens over de algemene gebouwkenmerken, waaronder gebruiksfunctie, bouwjaar, gebruiksoppervlakte in men, in het geval van een woonfunctie, woongebouw of logiesfunctie niet gelegen in een logiesgebouw, woningtype; b. gegevens over de aanwezige isolatie, waaronder beglazing, isolatie van de gevel, isolatie van het dak en isolatie van de vloer; c. gegevens over de aanwezige installaties, waaronder verwarmingstoestel, tapwatertoestel, koelsysteem, ventilatiesysteem, zonneboiler, zonnepanelen en, in het geval van een utiliteitsgebouw, verlichting; en d. gegevens over de berekende indicatoren van de energieprestatie, waaronder de energielabelklasse, het primair fossiel energiegebruik, het aandeel hernieuwbare energie, in het geval van een woonfunctie, woongebouw of logiesfunctie niet gelegen in een logiesgebouw de oververhitting in de zomer en de warmtebehoefte en, in het geval van een utiliteitsgebouw, de energiebehoefte. 2022 3912 03-02-2022 31-01-2022 2022-0000037155 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 5.13a — Artikel 5.13a (verplichte elementen energielabel)#
Artikel 5.13a (verplichte elementen energielabel) 1 artikel 5.11, derde lid artikel 5.12, derde lid Het energielabel, bedoeld in, en, bevat: a. de energielabelklasse; b. 2 het berekende jaarlijkse primair fossiel energiegebruik in kWh/(m.jaar); c. het aandeel hernieuwbare energie; d. 2 2 de operationele broeikasgasemissies in kgCO/(m.jaar), wanneer beschikbaar; e. de feitelijke en potentiële bijdrage aan de opwarming van de aarde gedurende de gehele levenscyclus van het gebouw, wanneer beschikbaar; f. 2 het berekende jaarlijkse finale energiegebruik in kWh/(m.jaar); g. het berekende jaarlijkse primaire en finale energiegebruik in kWh; h. de productie van hernieuwbare energie in kWh; i. de belangrijkste energiedrager en het belangrijkste type hernieuwbare energiebron; j. 2 de berekende jaarlijkse energiebehoefte in kWh/(m.jaar); k. de vermelding of het gebouw in staat is te reageren op externe signalen en het energiegebruik aan te passen; l. de vermelding of het verwarmingsdistributiesysteem in het gebouw ontworpen is om te functioneren bij lage temperaturen of efficiëntere temperatuurniveaus; en m. de contactgegevens van het Energiehuis voor advies over renovatie. 2 De elementen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met e, staan op de voorpagina van het energielabel. 2026 18123 12-05-2026 24-04-2026 2026-0000192640 2026 18123 12-05-2026 24-04-2026 2026-0000192640 29-05-2026
Artikel 5.13b — Artikel 5.13b (verplichte elementen energielabel)#
Artikel 5.13b (verplichte elementen energielabel) 1 artikel 6.29, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit bouwwerken leefomgeving De aanbevelingen, bedoeld in, hebben betrekking op maatregelen die uitgevoerd kunnen worden: a. in samenhang met een ingrijpende renovatie van de bouwschil of een of meer technische bouwsystemen; en b. voor individuele onderdelen van dat gebouw of gedeelte daarvan zonder dat sprake is van een ingrijpende renovatie. 2 De aanbevelingen bevatten in ieder geval: a. een beoordeling of de systemen voor verwarming, ventilatie, airconditioning en warmwater voor huishoudelijke doeleinden zodanig kunnen worden aangepast dat zij werken bij efficiëntere temperatuurinstellingen; en b. een beoordeling van de resterende levensduur van de verwarmingssystemen of airconditioningsystemen en, in voorkomend geval, vermelding van mogelijke alternatieven voor vervanging. 3 De aanbevelingen houden rekening met locatiegebonden omstandigheden en bouwtechnische belemmeringen en bieden een raming voor de gebouwgebonden energiebesparingen en de vermindering van de operationele broeikasgasemissies. 2026 18123 12-05-2026 24-04-2026 2026-0000192640 2026 18123 12-05-2026 24-04-2026 2026-0000192640 29-05-2026
Artikel 5.14 — Artikel 5.14 (registratie energielabel)#
Artikel 5.14 (registratie energielabel) 1 De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening kan registreren: a. artikel 19 van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen gegevens over voor welke gebouwen de energieprestatie is geregistreerd, waaronder adresgegevens, identificerend objectnummer van het pand of verblijfsobject als bedoeld inen de opleverstatus van het gebouw; b. artikel 5.11, eerste en tweede lid artikel 5.12, eerste en tweede lid kenmerken van de registratie van de energieprestatie bedoeld in, en, waaronder de aanduiding van het soort opname van de energieprestatie, de opnamedatum van de energieprestatie en gegevens over de energieadviseur, de NL-EPBD-certificaathouder en de geattesteerde software; c. de registratiedatum van de energieprestatie bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en het unieke registratienummer van het energielabel; en d. artikel 5.13 de gegevens, bedoeld in, op basis waarvan het energielabel is vastgesteld. 2 De minister beheert de registratie. 3 De registratie heeft tot doel het toezicht op de naleving en handhaving van de voorschriften op het gebied van energielabels te kunnen waarborgen en de verstrekking van de gegevens aan de instellingen en organisaties, bedoeld in het vijfde lid, mogelijk te maken voor zover de gegevens noodzakelijk zijn in verband met hun werkzaamheden als bedoeld in het vijfde lid. 4 De minister is verwerkingsverantwoordelijke voor de registratie. 5 De minister kan het energielabel en de gegevens, bedoeld in het eerste lid, verstrekken aan: a. certificatie-instellingen, voor zover het energielabel en die gegevens noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van hun taak zoals omschreven in BRL 9500-W en BRL 9500-U; b. het centraal bureau voor de statistiek, voor zover het energielabel en die gegevens noodzakelijk zijn voor het van overheidswege uitvoeren van statistisch onderzoek ten behoeve van praktijk, beleid en wetenschap; en c. andere onderzoeksinstellingen en -organisaties, voor zover het energielabel en die gegevens gebruikt worden voor wetenschappelijke, statistische of historische doeleinden en de persoonlijke levenssfeer niet onevenredig geschaad wordt. 6 De minister verstrekt het energielabel, de gegevens, bedoeld in het eerste lid, en de uitvoerfile van het rekenprogramma, bedoeld in paragraaf 4.3.6 van BRL 9500-W en paragraaf 4.2.6 van BRL 9500-U, aan de eigenaar van het gebouw of gedeelte daarvan waarvoor het energielabel is afgegeven. 7 De minister verstrekt het energielabel en de gegevens, bedoeld in het eerste lid, aan: a. de persoon die in de basisregistratie personen op het woonadres van het gebouw of gedeelte daarvan waarvoor het energielabel is afgegeven, staat ingeschreven; en b. de energieadviseur, bedoeld in de artikelen 5.11, eerste lid, en 5.12, eerste lid, voor het gebouw of gedeelte daarvan waarvan hij de energieprestatie heeft geregistreerd. 8 De gegevens in de registratie worden ten hoogste vijftien jaar bewaard, gerekend vanaf de opnamedatum van de energieprestatie voor een energielabel. 2026 18123 12-05-2026 24-04-2026 2026-0000192640 2026 18123 12-05-2026 24-04-2026 2026-0000192640 29-05-2026
Artikel 5.15 — Artikel 5.15 (zichtbaar ophangen energielabel)#
Artikel 5.15 (zichtbaar ophangen energielabel) artikel 6.30, tweede en derde lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving 2 Bij de toepassing vanwordt ten minste een weergave van de numerieke energieprestatie-indicator van het primair fossiel energiegebruik in kWh/(m.jaar) en de in een letter of lettercombinatie uitgedrukte weergave van dat energiegebruik opgehangen. 2026 18123 12-05-2026 24-04-2026 2026-0000192640 2026 18123 12-05-2026 24-04-2026 2026-0000192640 29-05-2026
Artikel 5.16 — Artikel 5.16 (document voor vergunningaanvraag)#
Artikel 5.16 (document voor vergunningaanvraag) Onder energielabel wordt niet verstaan het document dat is opgesteld op basis van de energieprestatie en is geregistreerd in het kader van een vergunningaanvraag als bedoeld in BRL 9500-W. 2022 3912 03-02-2022 31-01-2022 2022-0000037155 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 5.17 — Artikel 5.17 (toepassingsbereik)#
Artikel 5.17 (toepassingsbereik) Vervallen 2026 18123 12-05-2026 24-04-2026 2026-0000192640 2026 18123 12-05-2026 24-04-2026 2026-0000192640 29-05-2026
Artikel 5.18 — Artikel 5.18 (keuring airconditioningsystemen)#
Artikel 5.18 (keuring airconditioningsystemen) Vervallen 2026 18123 12-05-2026 24-04-2026 2026-0000192640 2026 18123 12-05-2026 24-04-2026 2026-0000192640 29-05-2026
Artikel 5.18a — Artikel 5.18a (keuring gecombineerde verwarmings- en airconditioningsystemen)#
Artikel 5.18a (keuring gecombineerde verwarmings- en airconditioningsystemen) Vervallen 2026 18123 12-05-2026 24-04-2026 2026-0000192640 2026 18123 12-05-2026 24-04-2026 2026-0000192640 29-05-2026
Artikel 5.19 — Artikel 5.19 (exameninstelling airconditioningsysteemdeskundige)#
Artikel 5.19 (exameninstelling airconditioningsysteemdeskundige) Vervallen 2026 18123 12-05-2026 24-04-2026 2026-0000192640 2026 18123 12-05-2026 24-04-2026 2026-0000192640 29-05-2026
Artikel 5.20 — Artikel 5.20 (examenreglement airconditioningsysteemdeskundige)#
Artikel 5.20 (examenreglement airconditioningsysteemdeskundige) Vervallen 2026 18123 12-05-2026 24-04-2026 2026-0000192640 2026 18123 12-05-2026 24-04-2026 2026-0000192640 29-05-2026
Artikel 5.21 — Artikel 5.21 (examen airconditioningsysteemdeskundige)#
Artikel 5.21 (examen airconditioningsysteemdeskundige) Vervallen 2026 18123 12-05-2026 24-04-2026 2026-0000192640 2026 18123 12-05-2026 24-04-2026 2026-0000192640 29-05-2026
Artikel 5.22 — Artikel 5.22 (herexamen airconditioningsysteemdeskundige)#
Artikel 5.22 (herexamen airconditioningsysteemdeskundige) Vervallen 2026 18123 12-05-2026 24-04-2026 2026-0000192640 2026 18123 12-05-2026 24-04-2026 2026-0000192640 29-05-2026
Artikel 5.23 — Artikel 5.23 (diploma airconditioningsysteemdeskundige)#
Artikel 5.23 (diploma airconditioningsysteemdeskundige) Vervallen 2026 18123 12-05-2026 24-04-2026 2026-0000192640 2026 18123 12-05-2026 24-04-2026 2026-0000192640 29-05-2026
Artikel 5.24 — Artikel 5.24 (registratie diploma airconditioningsysteemdeskundige)#
Artikel 5.24 (registratie diploma airconditioningsysteemdeskundige) Vervallen 2026 18123 12-05-2026 24-04-2026 2026-0000192640 2026 18123 12-05-2026 24-04-2026 2026-0000192640 29-05-2026
Artikel 5.25 — Artikel 5.25 (bijscholingsexamen airconditioningsystemen)#
Artikel 5.25 (bijscholingsexamen airconditioningsystemen) Vervallen 2026 18123 12-05-2026 24-04-2026 2026-0000192640 2026 18123 12-05-2026 24-04-2026 2026-0000192640 29-05-2026
Artikel 5.27 — Artikel 5.27 (keuringsverslag en afmelding)#
Artikel 5.27 (keuringsverslag en afmelding) Vervallen 2026 18123 12-05-2026 24-04-2026 2026-0000192640 2026 18123 12-05-2026 24-04-2026 2026-0000192640 29-05-2026
Artikel 5.28 — Artikel 5.28 (toepassingsbereik)#
Artikel 5.28 (toepassingsbereik) artikel 3.84 van het Besluit bouwwerken leefomgeving De regels in deze paragraaf zijn van toepassing op het treffen van maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik als bedoeld in. 2022 3912 03-02-2022 31-01-2022 2022-0000037155 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2023 25961 15-09-2023 08-09-2023 WJZ/27590052 2023 26454 02-10-2023 26-09-2023 2023-0000589458 01-01-2024
Artikel 5.29 — Artikel 5.29 (maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik)#
Artikel 5.29 (maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik) 1 artikel 3.84, vijfde lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving bijlage XIV De maatregelen, bedoeld in, zijn de maatregelen in. 2 artikel 3.84, vijfde lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving bijlage XIVa In afwijking van het eerste lid zijn de maatregelen, bedoeld in, de maatregelen in, als sprake is van: a. artikel 3.205 van het Besluit activiteiten leefomgeving een activiteit als bedoeld in; of b. artikel 3.211 van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 60, eerste lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag een activiteit als bedoeld inwaarbij gebruik wordt gemaakt van het tarief, bedoeld in. 2022 3912 03-02-2022 31-01-2022 2022-0000037155 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2023 35294 29-12-2023 15-12-2023 WJZ/33685782 2023 35294 29-12-2023 15-12-2023 WJZ/33685782 01-01-2024 2023 25961 15-09-2023 08-09-2023 WJZ/27590052 2023 26454 02-10-2023 26-09-2023 2023-0000589458 01-01-2024
Artikel 5.30 — Artikel 5.30 (rekenmethodiek terugverdientijd maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik)#
Artikel 5.30 (rekenmethodiek terugverdientijd maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik) 1 artikel 3.84, eerste lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving bijlage XV De terugverdientijd van maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik als bedoeld inwordt bepaald volgens de inopgenomen rekenmethodiek. 2 artikel 3.84, eerste lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving bijlage XVa In afwijking van het eerste lid wordt de terugverdientijd van maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik als bedoeld inbepaald volgens de inopgenomen rekenmethodiek als sprake is van: a. artikel 3.205 van het Besluit activiteiten leefomgeving een activiteit als bedoeld in; of b. artikel 3.211 van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 60, eerste lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag een activiteit als bedoeld inwaarbij gebruik wordt gemaakt van het tarief, bedoeld in. 3 artikelen 3.84 3.84a van het Besluit bouwwerken leefomgeving bijlage XV Bij het berekenen van de hoeveelheid aardgasequivalent, bedoeld in deenen, worden de volgende waarden gehanteerd: a. 3 1 liter huisbrandolie komt overeen met 1,2 Nmaardgasequivalent; b. 3 1 ton stookolie komt overeen met 1300 Nmaardgasequivalent; c. 3 1 ton steenkool komt overeen met 925 Nmaardgasequivalent; d. 3 1 liter vloeibaar propaan komt overeen met 0,73 Nmaardgasequivalent; e. 3 3 3 3 1 mniet-Gronings aardgas komt overeen met X maardgasequivalent, waarbij X wordt berekend door de onderste verbrandingswaarde in MJ/mvan het ingezette aardgas te delen door 31,65 MJ/m; f. 3 1 GJ warmte komt overeen met 31,6 Nmaardgasequivalent; g. 3 1 liter diesel komt overeen met 1,13 Nmaardgasequivalent; en h. 3 1 liter benzine komt overeen met 1,04 Nmaardgasequivalent. 4 3 Als een brandstof wordt gebruikt die niet is opgenomen in het tweede lid, wordt de hoeveelheid aardgasequivalent per eenheid bepaald door de onderste verbrandingswaarde van deze stof in MJ per eenheid gewicht of volume te delen door 31,65 MJ/Nm. 5 artikel 3.84, tweede lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving bijlage XV bijlage XVa De emissie van kooldioxide van maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld inwordt bepaald volgens de inofopgenomen regels. 2023 35294 29-12-2023 15-12-2023 WJZ/33685782 2023 35294 29-12-2023 15-12-2023 WJZ/33685782 01-01-2024 2022 3912 03-02-2022 31-01-2022 2022-0000037155 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 5.31 — Artikel 5.31 (toepassingsbereik)#
Artikel 5.31 (toepassingsbereik) artikel 4.149 van het Besluit bouwwerken leefomgeving De regels in deze paragraaf zijn van toepassing op bijna energieneutrale nieuwbouw als bedoeld in. 2022 3912 03-02-2022 31-01-2022 2022-0000037155 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 5.31a — Artikel 5.31a (certificering opname energieprestatie nieuwbouw)#
Artikel 5.31a (certificering opname energieprestatie nieuwbouw) artikel 4.149, eerste lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving De energiebehoefte, de waarde voor primair fossiel energiegebruik en het aandeel hernieuwbare energie van nieuwbouw, bedoeld in, worden bepaald door een bedrijf dat is gecertificeerd volgens BRL 9500-W, subdeelgebied detailopname, of BRL 9500-U, subdeelgebied detailopname. 2022 3912 03-02-2022 31-01-2022 2022-0000037155 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 5.31b — Artikel 5.31b (rekenprogramma opname energieprestatie nieuwbouw)#
Artikel 5.31b (rekenprogramma opname energieprestatie nieuwbouw) artikel 4.149, eerste lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving De energiebehoefte, de waarde voor primair fossiel energiegebruik en het aandeel hernieuwbare energie van nieuwbouw, bedoeld in, worden bepaald aan de hand van een rekenprogramma dat is geattesteerd volgens BRL 9501. 2022 3912 03-02-2022 31-01-2022 2022-0000037155 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 5.31c — Artikel 5.31c oververhitting#
Artikel 5.31c oververhitting artikel 4.149b, tweede en derde lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving bijlage XVI De berekening van de gewogen overschrijdingsuren, bedoeld in, voldoet aan de inopgenomen eisen. 2024 12699 12-04-2024 03-04-2024 2024-0000165749 2024 12699 12-04-2024 03-04-2024 2024-0000165749 01-07-2024 2024 21620 28-06-2024 24-06-2024 2024-0000360894 2024 21620 28-06-2024 24-06-2024 2024-0000360894 01-07-2024
Artikel 5.32 — Artikel 5.32#
Artikel 5.32 [Vervallen] 2022 3912 03-02-2022 31-01-2022 2022-0000037155 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 5.32c — Artikel 5.32c (toepassingsbereik)#
Artikel 5.32c (toepassingsbereik) De regels in deze paragraaf zijn van toepassing op: a. paragraaf 3.7.12 paragraaf 4.4.4 van het Besluit bouwwerken leefomgeving een systeem voor gebouwautomatisering en -controle als bedoeld inen; en b. paragraaf 4.4.5 van het Besluit bouwwerken leefomgeving een systeem voor ondersteuning energiegebruik technische bouwsystemen als bedoeld in. 2026 18123 12-05-2026 24-04-2026 2026-0000192640 2026 18123 12-05-2026 24-04-2026 2026-0000192640 29-05-2026
Artikel 5.32d — Artikel 5.32d (systeem voor gebouwautomatisering en -controle bestaande bouw anders dan een woonfunctie)#
Artikel 5.32d (systeem voor gebouwautomatisering en -controle bestaande bouw anders dan een woonfunctie) 1 artikel 3.146 van het Besluit bouwwerken leefomgeving Een systeem voor gebouwautomatisering en -controle als bedoeld involdoet ten minste aan de volgende eisen: a. de functies, bedoeld in tabel 6 van NEN-EN-ISO 52120-1, voldoen aan klasse C, met uitzondering van functie 7.4 en de situaties, bedoeld in het tweede lid; en b. functie 7.4, bedoeld in tabel 6 van NEN-EN-ISO 52120-1, voldoet aan klasse B. 2 In afwijking van het eerste lid, onder a, geldt voor de volgende situaties dat: a. als bestaande zonwering niet automatisch bedienbaar is, functie 6 , bedoeld in tabel 6 van NEN-EN-ISO 52120-1, voldoet aan klasse D; en b. als geen luchtkleppen per ruimte aanwezig zijn, voor functie 4.1, bedoeld in tabel 6 van NEN-EN-ISO 52120-1, tijdsturing op de centrale ventilatie-unit toegepast mag worden. 3 Het eerste lid, onderdeel a, is niet van toepassing als vanwege de veiligheid of gezondheid van personen een functie, bedoeld in tabel 6 van NEN-EN-ISO 52120-1, continu beschikbaar moet zijn. 2026 18123 12-05-2026 24-04-2026 2026-0000192640 2026 18123 12-05-2026 24-04-2026 2026-0000192640 29-05-2026
Artikel 5.32e — Artikel 5.32e (systeem voor gebouwautomatisering en -controle nieuwbouw anders dan een woonfunctie)#
Artikel 5.32e (systeem voor gebouwautomatisering en -controle nieuwbouw anders dan een woonfunctie) artikelen 4.160d 5.21g van het Besluit bouwwerken leefomgeving Een systeem voor gebouwautomatisering en -controle als bedoeld in deen, voldoet ten minste aan de volgende eisen: a. de functies, bedoeld in tabel 6 van NEN-EN-ISO 52120-1, voldoen aan klasse B, met uitzondering van functie 7.4; en b. functie 7.4, bedoeld in tabel 6 van NEN-EN-ISO 52120-1, voldoet aan klasse A. 2026 18123 12-05-2026 24-04-2026 2026-0000192640 2026 18123 12-05-2026 24-04-2026 2026-0000192640 29-05-2026
Artikel 5.32f — Artikel 5.32f (systeem voor ondersteuning energiegebruik technische bouwsystemen nieuwbouw woonfunctie)#
Artikel 5.32f (systeem voor ondersteuning energiegebruik technische bouwsystemen nieuwbouw woonfunctie) 1 artikelen 4.160g 5.21h van het Besluit bouwwerken leefomgeving Een systeem voor ondersteuning energiegebruik technische bouwsystemen als bedoeld in deen, heeft ten minste een energiemeter die gegevens registreert over: a. de elektriciteit die geleverd wordt vanuit het distributiesysteem voor elektriciteit naar de woonfunctie; en b. voor zover van toepassing: 1°. de elektriciteit die geleverd wordt vanuit de woonfunctie naar het distributiesysteem voor elektriciteit; 2°. de elektriciteit die opgewekt wordt door een technisch bouwsysteem binnen de woonfunctie of op het bouwwerkperceel; 3°. het gasverbruik door een technisch bouwsysteem binnen de woonfunctie; en 4°. het verbruik van aan de woonfunctie geleverde warmte. 2 De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onder a en b, onder 1° tot en met 3°, worden op de energiemeter weergegeven als actuele waarden en als periodieke waarden op minimaal dag-, maand- en jaarbasis. 3 Als de energiemeter voor de gegevens, bedoeld in het eerste lid, gebruik maakt van een extern aangesloten elektronisch beeldscherm of een dongel: a. is de energiemeter voorzien van een poortconnector die voldoet aan de eisen opgenomen in paragraaf 5.1 van de P1 Companion Standard; en b. heeft het elektronisch beeldscherm of de dongel ten minste twee poort connectoren. 4 artikel 4.160g van het Besluit bouwwerken leefomgeving Een systeem voor ondersteuning energiegebruik technische bouwsystemen als bedoeld inheeft, in aanvulling op het eerste lid, leidingdoorvoeren tussen de meterkast van de woonfunctie en de opstelplaatsen van technische bouwsystemen. 2026 18123 12-05-2026 24-04-2026 2026-0000192640 2026 18123 12-05-2026 24-04-2026 2026-0000192640 29-05-2026
Artikel 5.33 — Artikel 5.33 (toepassingsbereik)#
Artikel 5.33 (toepassingsbereik) Besluit bouwwerken leefomgeving Deze afdeling is van toepassing op in hetgenoemde normen. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 5.34 — Artikel 5.34 (NEN 2057)#
Artikel 5.34 (NEN 2057) Bij de toepassing van NEN 2057 geldt dat onderdeel 6.1 wordt gelezen als: Projecteer de delen van de daglichtopening loodrecht op het projectievlak. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 5.35 — Artikel 5.35 (NEN 2535)#
Artikel 5.35 (NEN 2535) artikelen 2.18 6.7 van het Besluit bouwwerken leefomgeving Bij de toepassing van NEN 2535 is het in die norm bedoelde akkoord van de bevoegde autoriteit verkregen met een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit of meldingen als bedoeld in deen. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2022 11749 26-04-2022 22-04-2022 2022-0000205329 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 5.36 — Artikel 5.36 (NEN 2575)#
Artikel 5.36 (NEN 2575) 1 artikelen 2.18 6.7 van het Besluit bouwwerken leefomgeving Bij de toepassing van NEN 2575 is het in die norm bedoelde akkoord van de bevoegde autoriteit verkregen met een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit of meldingen als bedoeld in deen. 2 artikelen 3.119 4.213 van het Besluit bouwwerken leefomgeving Waar in deenwordt verwezen naar NEN 2575 geldt het volgende: a. het in onderdeel 4, tabel 1, onder algemeen, bedoelde minimaal toelaatbaar geluidniveau van toonsignalen van 65 dB geldt alleen voor verkeersruimten; voor verblijfsruimten geldt alleen het in die tabel bedoelde geluidsniveau toonsignaal dat minimaal 6 dB boven het gemiddelde omgevingsgeluid uitkomt; b. het in onderdeel 4, tabel 2, onder algemeen, bedoelde minimaal toelaatbaar geluidniveau van gesproken berichten van 60 dB geldt alleen voor verkeersruimten; voor verblijfsruimten geldt alleen het in die tabel bedoelde geluidsniveau toonsignaal dat minimaal 6 dB boven het gemiddelde omgevingsgeluid uitkomt; c. onderdeel 12.4.2 Specificatie Luidsprekers is niet van toepassing; d. onderdeel 17 Bekabeling is niet van toepassing. 3 artikelen 3.115 4.208 van het Besluit bouwwerken leefomgeving Het tweede lid is niet van toepassing op een ontruimingsalarminstallatie die behoort bij een brandmeldinstallatie met doormelding als bedoeld in deenen op een ontruimingsalarminstallatie die behoort bij een brandmeldinstallatie zonder doormelding die na 1 november 2008 is opgeleverd of gewijzigd. 2022 3912 03-02-2022 31-01-2022 2022-0000037155 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2022 11749 26-04-2022 22-04-2022 2022-0000205329 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 5.37 — Artikel 5.37 (NEN 8062)#
Artikel 5.37 (NEN 8062) 1 artikel 3.29 van het Besluit bouwwerken leefomgeving Waar inis bepaald dat de brandveiligheid van een afvoervoorziening voor rookgas wordt bepaald volgens NEN 8062 geldt bij de toepassing van onderdeel 4 van die norm dat materiaal waaruit een voorziening voor de afvoer van rookgas is samengesteld onbrandbaar is, bepaald volgens NEN 6064, voor zover in dat materiaal een temperatuur kan optreden van meer dan 363 K. In afwijking van ‘onbrandbaar’ volgens NEN 6064 mogen ook materialen die voldoen aan de brandklasse A1 volgens NEN-EN 13501-1 zijn toegepast. 2 3 2 Bij de toepassing van onderdeel 5 van NEN 8062 geldt dat de luchtdichtheid van een voorziening voor de afvoer van rookgas kleiner is dan 25 m/m/h. 3 Als bij het bouwen de voorziening is gerealiseerd met toepassing van NEN 6062 en de bestaande voorziening aan dat normblad voldoet, is voldaan aan het eerste en het tweede lid. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 5.38 — Artikel 5.38#
Artikel 5.38 [Vervallen] 2022 3912 03-02-2022 31-01-2022 2022-0000037155 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 5.39 — Artikel 5.39 (NEN 1006)#
Artikel 5.39 (NEN 1006) Bij toepassing van NEN 1006 zijn alleen de onderdelen van toepassing die technische voorschriften uit oogpunt van gezondheid bevatten over een voorziening voor drinkwater of warmwater. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 5.40 — Artikel 5.40 (NEN 1010)#
Artikel 5.40 (NEN 1010) Bij toepassing van NEN 1010 zijn alleen de onderdelen van toepassing die technische voorschriften uit oogpunt van veiligheid bevatten over een voorziening voor elektriciteit. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 5.41 — Artikel 5.41 (NEN 1087)#
Artikel 5.41 (NEN 1087) 1 artikel 4.122 van het Besluit bouwwerken leefomgeving Waar inwordt verwezen naar NEN 1087, wordt bedoeld de hoofdstukken 5 en 8 van die norm. 2 artikel 4.137, tweede lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving Waar inwordt verwezen naar NEN 1087, wordt bedoeld de onderdelen 5.1 en 5.3 van die norm. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 5.41a — Artikel 5.41a (NEN 1594)#
Artikel 5.41a (NEN 1594) artikel 4.221, vijfde en zesde lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving Bij de toepassing van NEN 1594 is de derde alinea van onderdeel 4.2.2.2 van NEN 1594 niet van toepassing op een brandslangaansluiting in de eerste ruimte als bedoeld in. 2025 20900 24-06-2025 14-06-2025 2025-0000370045 2025 20900 24-06-2025 14-06-2025 2025-0000370045 01-07-2025
Artikel 5.42 — Artikel 5.42 (NEN 2057)#
Artikel 5.42 (NEN 2057) Bij de toepassing van NEN 2057 geldt dat in vergelijking (1) in hoofdstuk 4 van NEN 2057 e,i d,i b,i u,i LTA e,i d,i b,i u,i ‘A= Ax Cx Cx C’ wordt gelezen als: A= Ax Cx C. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 5.43 — Artikel 5.43 (NEN 2535 en NEN 2575)#
Artikel 5.43 (NEN 2535 en NEN 2575) artikelen 2.18 6.7 van het Besluit bouwwerken leefomgeving Bij de toepassing van NEN 2535 en NEN 2575 is het in die normen bedoelde akkoord van de bevoegde autoriteit verkregen met een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit of meldingen als bedoeld in deen. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2022 11749 26-04-2022 22-04-2022 2022-0000205329 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 5.44 — Artikel 5.44 (NEN 2757)#
Artikel 5.44 (NEN 2757) artikelen 4.136 4.138 4.141 van het Besluit bouwwerken leefomgeving Waar in de,enwordt verwezen naar NEN 2757, wordt bedoeld: a. NEN 2757-1 voor verbrandingsinstallaties met een belasting kleiner dan of gelijk aan 130 kW op bovenwaarde; en b. NEN 2757-2 voor verbrandingsinstallaties met een belasting groter dan 130 kW op bovenwaarde. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 5.45 — Artikel 5.45 (NEN 5077)#
Artikel 5.45 (NEN 5077) Bij de toepassing van NEN 5077 geldt dat in afwijking van de tabellen 3, 5, 6 en 7 de standen van de ventilatieopeningen en van de mechanische ventilatie alle ‘open’ respectievelijk ‘aan’ zijn. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2023 26205 19-09-2023 14-09-2023 2023-0000568411 2023 26454 02-10-2023 26-09-2023 2023-0000589458 01-01-2024
Artikel 5.46 — Artikel 5.46 (NEN 7120)#
Artikel 5.46 (NEN 7120) EPC;mn;U/W Bij de toepassing van NEN 7120 gelden voor de in onderdeel 5.3.2 opgenomen formule de waarden, aangegeven in tabel 5.46, voor de correctiefactor C: Tabel 5.46 Correctiefactor NEN 7120 Gebruiksfunctie EPC;mn;U/W C 1 Woonfunctie a. woonwagen 0,99 b. andere woonfunctie 1,10 2 Bijeenkomstfunctie 0,73 3 Celfunctie 0,98 4 Gezondheidszorgfunctie a. met bedgebied 1,17 b. andere gezondheidszorgfunctie 0,98 6 Kantoorfunctie 1,05 7 Logiesfunctie a. logiesfunctie in logiesgebouw 0,90 b. logiesfunctie niet in logiesgebouw 0,88 8 Onderwijsfunctie 1,44 9 Sportfunctie 0,86 10 Winkelfunctie 0,85 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 5.47 — Artikel 5.47 (NEN-EN 1838)#
Artikel 5.47 (NEN-EN 1838) Besluit bouwwerken leefomgeving Waar in hetwordt verwezen naar NEN-EN 1838, wordt bedoeld onderdeel 5.4.5 van die norm. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 5.48 — Artikel 5.48 (NEN-EN 1990)#
Artikel 5.48 (NEN-EN 1990) Bij de toepassing van NEN-EN 1990 wordt tabel NB. 1- 2.1 gelezen als: Ontwerplevensduur Toepassing Klasse Jaren 1A 5 Tijdelijke bouwwerken, anders dan een woonfunctie: artikel 2.25 2.26 van het Besluit bouwwerken leefomgeving waarbij de termijn, genoemd in een omgevingsvergunning als bedoeld inof, niet langer is dan 5 jaar, of die vergunningvrij zijn voor de activiteit bouwen. Bouwwerken in gevolgklasse CC2 of CC3: binnen deze klasse moeten de in rekening te brengen belastingen zijn gebaseerd op een referentieperiode van 15 jaar. Voor CC1 is dit 5 jaar. 1B 15 Tijdelijke bouwwerken, anders dan bouwwerken die vallen in klasse 1A. 2 15 Constructies en bouwwerken voor landbouw en tuinbouw en soortgelijke toepassingen, alleen voor productiedoeleinden, waarbij het aantal personen dat in het gebouw aanwezig is, beperkt is. Industriebouwwerken, al dan niet tijdelijk, met 1 of 2 bouwlagen. 3 50 Bouwwerken anders dan bedoeld onder 1A, 1B en 2. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2023 26205 19-09-2023 14-09-2023 2023-0000568411 2023 26454 02-10-2023 26-09-2023 2023-0000589458 01-01-2024
Artikel 5.49 — Artikel 5.49#
Artikel 5.49 [Vervallen] 2022 26085 28-09-2022 23-09-2022 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2022 3912 03-02-2022 31-01-2022 2022-0000037155 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 5.50 — Artikel 5.50 (NTA 8800)#
Artikel 5.50 (NTA 8800) artikel 4.149, eerste lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving Bij het bepalen van het aandeel hernieuwbare energie, bedoeld in, volgens NTA 8800 mag restwarmte en -koude als bedoeld in NTA 8800 worden meegerekend. 2026 18113 12-05-2026 24-04-2026 2026-0000173784 2026 18113 12-05-2026 24-04-2026 2026-0000173784 29-05-2026
Artikel 5.51 — Artikel 5.51 (toepassingsbereik)#
Artikel 5.51 (toepassingsbereik) artikel 6.45 van het Besluit bouwwerken leefomgeving artikel 7.1 van dat besluit Deze afdeling is van toepassing op werkzaamheden aan gasverbrandingsinstallaties als bedoeld inen bouw- en sloopwerkzaamheden als bedoeld in. 2022 3912 03-02-2022 31-01-2022 2022-0000037155 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 5.52 — Artikel 5.52 (concentratie (bijna-)ongevallen)#
Artikel 5.52 (concentratie (bijna-)ongevallen) artikel 6.46 van het Besluit bouwwerken leefomgeving De concentratie koolmonoxide, bedoeld in, bedraagt 20 ppm. 2022 3912 03-02-2022 31-01-2022 2022-0000037155 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 5.53 — Artikel 5.53 (beeldmerk)#
Artikel 5.53 (beeldmerk) 1 artikel 6.47, eerste lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving bijlage XVIII Het beeldmerk, bedoeld in, is het beeldmerk, opgenomen in. 2 Certificaathouders voeren het beeldmerk op alle uitingen die betrekking hebben op de werkzaamheden aan gasverbrandingsinstallaties en bij het zich legitimeren bij klanten. 3 artikel 3.35, onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving Het is verboden het beeldmerk te voeren wanneer niet wordt beschikt over een certificaat als bedoeld in. 2022 3912 03-02-2022 31-01-2022 2022-0000037155 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 5.54 — Artikel 5.54 (risicomatrix)#
Artikel 5.54 (risicomatrix) artikel 7.5a van het Besluit bouwwerken leefomgeving bijlage XVIIIa De risicomatrix, bedoeld in, is de risicomatrix, opgenomen in. 2022 3912 03-02-2022 31-01-2022 2022-0000037155 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 5.55 — Artikel 5.55 (veiligheidscoördinator directe omgeving en bouw- en sloopveiligheidsplan)#
Artikel 5.55 (veiligheidscoördinator directe omgeving en bouw- en sloopveiligheidsplan) artikel 7.5a, tweede lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving artikel 5.54 De noodzaak tot het aanstellen van een veiligheidscoördinator directe omgeving en het opstellen van een bouw- en sloopveiligheidsplan, bedoeld in, is aanwezig als het invullen van de risicomatrix, bedoeld in, resulteert in opgeteld twaalf of meer punten. 2022 3912 03-02-2022 31-01-2022 2022-0000037155 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2023 26205 19-09-2023 14-09-2023 2023-0000568411 2023 26454 02-10-2023 26-09-2023 2023-0000589458 01-01-2024
Artikel 5.56 — Artikel 5.56 (toepassingsbereik)#
Artikel 5.56 (toepassingsbereik) artikel 7.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving Deze afdeling is van toepassing op bouwactiviteiten die het bouwen van nieuwe bouwwerken betreffen en bouw- en sloopwerkzaamheden als bedoeld in. 2022 26085 28-09-2022 23-09-2022 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 5.57 — Artikel 5.57 (bepalen: gezamenlijk geluid bij afwijkende spectra)#
Artikel 5.57 (bepalen: gezamenlijk geluid bij afwijkende spectra) artikel 3.39 van het Besluit kwaliteit leegomgeving artikel 4.103a 5.23a, aanhef en onder a, van het Besluit bouwwerken leefomgeving artikel 3.26, tweede lid Als het gezamenlijke geluid bedoeld inwordt bepaald op grond van een maatwerkvoorschrift als bedoeld inofen voor het bepalen van de karakteristieke geluidwering gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid van NEN 5077 om afwijkende spectra te gebruiken, is, van overeenkomstige toepassing. 2022 26085 28-09-2022 23-09-2022 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 5.58 — Artikel 5.58 (berekenen: overgangsrecht gezamenlijk geluid)#
Artikel 5.58 (berekenen: overgangsrecht gezamenlijk geluid) artikel 4.103c, tweede lid, aanhef, van het Besluit bouwwerken leefomgeving artikelen 3.26 3.27 Op het berekenen van het gezamenlijke geluid voor een verblijfsgebied, bedoeld in, zijn deenvan toepassing. 2022 26085 28-09-2022 23-09-2022 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 5.59 — Artikel 5.59 (berekenen: geluidsniveau installatie voor warmte- of koudeopwekking)#
Artikel 5.59 (berekenen: geluidsniveau installatie voor warmte- of koudeopwekking) 1 artikelen 4.107, tweede lid 4.108, derde lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving bijlage XVII Het geluidsniveau van een installatie voor warmte- of koudeopwekking, bedoeld in de, en, wordt bepaald berekend volgens. 2 artikel 6.6, vijfde lid Op het berekenen van het geluidsniveau is, van overeenkomstige toepassing. 2022 26085 28-09-2022 23-09-2022 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 5.60 — Artikel 5.60 (bepalen: dagwaarden geluid bouw- en sloopwerkzaamheden)#
Artikel 5.60 (bepalen: dagwaarden geluid bouw- en sloopwerkzaamheden) 1 artikelen 7.17, tweede lid 7.39, tweede lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving bijlage IVh De dagwaarden, bedoeld in de, en, worden bepaald volgens. 2 artikelen 6.5 6.6, tweede, vierde en vijfde lid Op het bepalen van de dagwaarden zijn deen, van overeenkomstige toepassing. 2022 26085 28-09-2022 23-09-2022 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 5.61 — Artikel 5.61 (breedplaatvloeren)#
Artikel 5.61 (breedplaatvloeren) 1 artikel 3.6 van het Besluit bouwwerken leefomgeving Als bouwwerk waaropvan toepassing is wordt aangewezen een bouwwerk met breedplaatvloeren die: a. een overspanning hebben van meer dan 8,5 m; of b. zijn toegepast in niet-geïsoleerde daken. 2 Onder de aanwijzing valt niet een bouwwerk: a. artikel 4.1.2a van de Invoeringsregeling Omgevingswet als bedoeld in; b. dat voor 1 januari 2000 gereed is gemeld; of c. waarvoor na 1 januari 2018 een omgevingsvergunning is verleend. 3 Onder de aanwijzing vallen ook niet gedeelten van een bouwwerk met alleen een woonfunctie of een nevengebruiksfunctie daarvan, anders dan een overige gebruiksfunctie voor het stallen van motorvoertuigen. 4 Het onderzoek wordt verricht volgens het Stappenplan beoordeling bestaande gebouwen met breedplaatvloeren. 5 De uitkomsten van het onderzoek worden voor 1 juli 2025 in een rapport vastgelegd. 6 paragraaf 3.2.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving Met een onderzoek en rapport als bedoeld in dit artikel worden gelijkgesteld een ander onderzoek en rapport dat naar het oordeel van het bevoegd gezag aantoont dat de constructieve veiligheid van de breedplaatvloeren in het bouwwerk voldoet aan. 2024 12699 12-04-2024 03-04-2024 2024-0000165749 2024 12699 12-04-2024 03-04-2024 2024-0000165749 01-07-2024
Artikel 5.62 — Artikel 5.62 (bouwwerken)#
Artikel 5.62 (bouwwerken) 1 artikel 3.6a van het Besluit bouwwerken leefomgeving Als bouwwerk waaropvan toepassing is wordt aangewezen een bouwwerk met: niet zijnde een nevengebruiksfunctie daarvan, als het bouwwerk voor deze gebruiksfuncties is bestemd om te worden gebruikt door ten minste 5.000 personen. a. een bijeenkomstfunctie; b. een onderwijsfunctie; c. een sportfunctie; of d. een overige gebruiksfunctie voor het personenvervoer, 2 Onder de aanwijzing valt niet een bouwwerk dat voor 1 januari 1950 nieuw is gebouwd, tenzij het: a. op of na 1 januari 1950 is verbouwd met een verandering van de draagconstructie; b. op of na 1 januari 1950 een wijziging van de gebruiksfunctie heeft ondergaan; of c. een gebruiksgebied heeft dat niet in zijn geheel is voorzien van uitwendige scheidingsconstructies. 2024 12699 12-04-2024 03-04-2024 2024-0000165749 2024 12699 12-04-2024 03-04-2024 2024-0000165749 01-07-2024
Artikel 5.63 — Artikel 5.63 (initiële beoordeling)#
Artikel 5.63 (initiële beoordeling) 1 artikel 5.62 artikel 5.65 Een bouwwerk als bedoeld inwordt uiterlijk drie jaar na de gereedmelding beoordeeld volgens NTA 8790 door een bedrijf als bedoeld in. 2 Het rapport met de bevindingen van de initiële beoordeling bevat: a. een beschrijving van de uitgevoerde beoordeling en een overzicht van de daarbij gebruikte documenten; b. artikel 5.65, tweede lid een verklaring van de persoon, bedoeld in, dat naar zijn oordeel: 1°. het vertrouwen is gerechtvaardigd dat bij het bouwwerk niet meer dan 500 personen gelijktijdig gevaar lopen bij het bezwijken van een constructieonderdeel; 2°. paragrafen 3.2.1 3.2.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving het vertrouwen is gerechtvaardigd dat het bouwwerk voldoet aan de eisen voor de constructieve veiligheid van bestaande bouwwerken, bedoeld in deen; of 3°. het bouwwerk niet voldoet aan de onder 2° bedoelde eisen , onder vermelding van de door hem geconstateerde afwijkingen; en c. een plan voor de periodieke beoordeling van het bouwwerk als bedoeld in NTA 8790, als sprake is van een verklaring als bedoeld onder b, onder 2° of 3°. 3 Het rapport van de initiële beoordeling wordt aan het bevoegd gezag verstrekt uiterlijk een week nadat het rapport is vastgesteld door het beoordelende bedrijf. 2024 12699 12-04-2024 03-04-2024 2024-0000165749 2024 12699 12-04-2024 03-04-2024 2024-0000165749 01-07-2024 Abusievelijk voegt de Staatscourant een lid a. toe in plaats van
lid 1.
Artikel 5.64 — Artikel 5.64 (periodieke beoordeling)#
Artikel 5.64 (periodieke beoordeling) 1 artikel 5.62 artikel 5.63 artikel 5.65 Een bouwwerk als bedoeld inwordt na de initiële beoordeling, bedoeld in, door een bedrijf als bedoeld inperiodiek beoordeeld volgens NTA 8790 en het voor het bouwwerk opgestelde plan voor de periodieke beoordeling, bedoeld in artikel 5.63, tweede lid, onder c. 2 Het rapport van de bevindingen van de periodieke beoordeling bevat: a. een beschrijving van de uitgevoerde beoordeling en een overzicht van de daarbij gebruikte documenten; b. artikel 5.65, tweede lid een verklaring van de persoon, bedoeld in, dat naar zijn oordeel: 1°. paragrafen 3.2.1 3.2.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving het vertrouwen is gerechtvaardigd dat het bouwwerk voldoet aan de eisen voor de constructieve veiligheid van bestaande bouwwerken, bedoeld in deen; of 2°. het bouwwerk niet voldoet aan de onder 1° bedoelde eisen, onder vermelding van de door hem geconstateerde afwijkingen; en c. artikel 5.65, tweede lid een actualisering van het plan voor de periodieke beoordeling als dit naar het oordeel van de persoon, bedoeld in, nodig is. 3 Het rapport van de periodieke beoordeling wordt aan het bevoegd gezag verstrekt uiterlijk een week nadat het rapport is vastgesteld door het beoordelende bedrijf. 4 artikel 5.63 artikel 5.65, tweede lid Dit artikel is niet van toepassing op een bouwwerk waarvan het rapport van de initiële beoordeling, bedoeld in, een verklaring bevat van de persoon, bedoeld in, dat naar zijn oordeel het vertrouwen is gerechtvaardigd dat bij het bouwwerk niet meer dan 500 personen gelijktijdig gevaar lopen bij het bezwijken van een constructieonderdeel. 2024 12699 12-04-2024 03-04-2024 2024-0000165749 2024 12699 12-04-2024 03-04-2024 2024-0000165749 01-07-2024
Artikel 5.65 — Artikel 5.65 (beoordelend bedrijf)#
Artikel 5.65 (beoordelend bedrijf) 1 De beoordeling van een bouwwerk als bedoeld in deze afdeling wordt uitgevoerd door een bedrijf dat, anders dan via de overeenkomst tot het uitvoeren van die beoordeling, niet organisatorisch, financieel of juridisch betrokken is bij het eigendom of het gebruik van het bouwwerk en dat niet betrokken is of is geweest bij de nieuwbouw of verbouw van het bouwwerk of het toezicht daarop. 2 De beoordeling wordt uitgevoerd door een persoon met een registratie voor het deskundigheidsgebied registerontwerper of registertoetser B in het register van de Stichting Constructeursregister. 2024 12699 12-04-2024 03-04-2024 2024-0000165749 2024 12699 12-04-2024 03-04-2024 2024-0000165749 01-07-2024
Artikel 5.66 — Artikel 5.66 (overgangsrecht initiële beoordeling)#
Artikel 5.66 (overgangsrecht initiële beoordeling) artikel 5.63, eerste lid Een bouwwerk dat voor de inwerkingtreding van deze afdeling gereed is gemeld, wordt in afwijking van, beoordeeld voor 1 juli 2025. 2024 12699 12-04-2024 03-04-2024 2024-0000165749 2024 12699 12-04-2024 03-04-2024 2024-0000165749 01-07-2024
Artikel 5.67 — Artikel 5.67 (technische eisen aan de glasvezelklare fysieke binnenhuisinfrastructuur)#
Artikel 5.67 (technische eisen aan de glasvezelklare fysieke binnenhuisinfrastructuur) 1 artikel 4.245, eerste lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving De glasvezelklare fysieke binnenhuisinfrastructuur, bedoeld in: a. beschikt over een invoerpunt dat voldoet aan NEN 2768 voor glasvezelbekabeling voor de aansluiting op een openbaar elektronischecommunicatienetwerk; b. beschikt over een mantelbuis voor de invoer voor glasvezelbekabeling met een buitendiameter van ten minste 50 mm tussen het invoerpunt en het toegangspunt; c. artikel 4.245, vijfde lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving beschikt over een wandcontactdoos met een elektrische spanning van 230 volt dat is gelegen in de toegankelijke niet-gemeenschappelijke ruimte, bedoeld in; d. biedt bescherming tegen mechanische belasting en klimatologische blootstelling; en e. is toegankelijk voor onderhoud en het aanbrengen van extra binnenhuisglasvezelbekabeling. 2 De glasvezelklare fysieke binnenhuisinfrastructuur van een woongebouw beschikt ook over: a. een aaneengesloten ruimte met een binnendiameter van ten minste 40 mm tussen het toegangspunt en een ruimte met een netwerkaansluitpunt; en b. een netwerkaansluitpunt dat: 1°. connectoren heeft die voldoen aan NEN-EN 50173-1; 2°. voldoende bescherming biedt tegen stof, laserstraling en fysieke belasting; en 3°. een robuust ontwerp heeft dat voorkomt dat kabels of connectoren knikken of beschadigen. 2026 13092 31-03-2026 24-03-2026 2026-0000142561 2026 13092 31-03-2026 24-03-2026 2026-0000142561 01-04-2026
Artikel 5.68 — Artikel 5.68 (technische eisen aan de binnenhuisglasvezelbekabeling)#
Artikel 5.68 (technische eisen aan de binnenhuisglasvezelbekabeling) artikel 4.245, eerste lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving De binnenhuisglasvezelbekabeling, bedoeld in: a. voldoet aan NEN-EN 50173-1; b. heeft een minimale toelaatbare buigradius die groter is dan 10 keer de diameter van de binnenhuisglasvezelkabel; en c. is niet in hetzelfde leidingsysteem aangebracht als elektrische kabels en leidingen. 2026 13092 31-03-2026 24-03-2026 2026-0000142561 2026 13092 31-03-2026 24-03-2026 2026-0000142561 01-04-2026
Artikel 5.69 — Artikel 5.69 (technische eisen aan het toegangspunt)#
Artikel 5.69 (technische eisen aan het toegangspunt) artikel 4.245, tweede lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving Het toegangspunt, bedoeld inis gelegen in een toegankelijke gemeenschappelijke ruimte die beschikt over: a. een voorziening waarin de binnenhuisglasvezelbekabeling van verschillende woonfuncties vanuit de netwerkaansluitpunten samenkomen en van waaruit de aansluiting op het openbaar elektronischecommunicatienetwerk kan worden gemaakt; b. een wandcontactdoos met een elektrische spanning van 230 volt. 2026 13092 31-03-2026 24-03-2026 2026-0000142561 2026 13092 31-03-2026 24-03-2026 2026-0000142561 01-04-2026
Artikel 6.1 — Artikel 6.1 (toepassingsbereik)#
Artikel 6.1 (toepassingsbereik) artikel 4.1, eerste lid, van de wet Dit hoofdstuk is van toepassing op het bepalen van de gevolgen van activiteiten bij het vaststellen of wordt voldaan aan de regels in het omgevingsplan, de waterschapsverordening of de omgevingsverordening, als daarin op grond vanregels zijn opgenomen over die activiteiten. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 6.2 — Artikel 6.2 (normadressaat)#
Artikel 6.2 (normadressaat) Aan dit hoofdstuk wordt voldaan door degene die de activiteit verricht. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 6.3 — Artikel 6.3 (maatwerk- of vergunningvoorschriften)#
Artikel 6.3 (maatwerk- of vergunningvoorschriften) 1 artikel 4.5 van de wet hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 6.14, vierde en vijfde lid Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld, of een vergunningvoorschrift als bedoeld inkan aan een omgevingsvergunning als bedoeld inworden verbonden, over. 2 artikel 6.14, vierde en vijfde lid Met een maatwerkvoorschrift of een vergunningvoorschrift kan worden afgeweken van, tenzij anders is bepaald. 3 hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving Een maatwerkvoorschrift wordt niet gesteld als over dat onderwerp een voorschrift aan een omgevingsvergunning als bedoeld inkan worden verbonden. 4 artikelen 8.9 8.10 8.11 8.20 van het Besluit kwaliteit leefomgeving Op het stellen van een maatwerkvoorschrift zijn de beoordelingsregels en de bepalingen over vergunningvoorschriften in de,,envan overeenkomstige toepassing. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 6.3a — Artikel 6.3a (toepassingsbereik)#
Artikel 6.3a (toepassingsbereik) Deze paragraaf is van toepassing op het bepalen van de vuurbelasting van een gebruiksfunctie, voor zover het gaat om het bouwen en in stand houden van een gebouw of ander bouwwerk voor het verblijven van personen. 2025 32862 25-09-2025 15-09-2025 2025-0000531803 2025 32862 25-09-2025 15-09-2025 2025-0000531803 01-10-2025
Artikel 6.3b — Artikel 6.3b (bepalen: vuurbelasting)#
Artikel 6.3b (bepalen: vuurbelasting) Als een omgevingsplan met het oog op het waarborgen van de veiligheid regels over het bouwen en in stand houden van een bouwwerk voor het verblijven van personen bevat met betrekking tot de vuurbelasting van een gebruiksfunctie, is op het bepalen van die vuurbelasting NEN 6090 van toepassing. 2025 32862 25-09-2025 15-09-2025 2025-0000531803 2025 32862 25-09-2025 15-09-2025 2025-0000531803 01-10-2025
Artikel 6.3c — Artikel 6.3c (toepassingsbereik)#
Artikel 6.3c (toepassingsbereik) Deze paragraaf is van toepassing op het bepalen of wordt voldaan aan een emissiegrenswaarde voor het lozen van afvalwater, voor zover het gaat om het lozen van huishoudelijk afvalwater of afvalwater bij: a. sanering of ontwatering; b. het telen, kweken, spoelen of sorteren van gewassen; c. het maken van betonmortel; d. het uitwassen van beton; e. het ontwikkelen of afdrukken van fotografisch materiaal; f. het wassen van motorvoertuigen; en g. het fokken, houden, of trainen van meer dan 25 vogels of meer dan 5 zoogdieren. 2025 32862 25-09-2025 15-09-2025 2025-0000531803 2025 32862 25-09-2025 15-09-2025 2025-0000531803 01-10-2025
Artikel 6.3d — Artikel 6.3d (meten: afvalwater)#
Artikel 6.3d (meten: afvalwater) 1 Als een omgevingsplan een emissiegrenswaarde voor het lozen van afvalwater bevat: a. is op het bemonsteren van afvalwater NEN 6600-1 van toepassing, en is een monster niet gefiltreerd; b. is op het conserveren van een monster NEN-EN_ISO 5667-3 van toepassing; c. worden bij het analyseren van een monster onopgeloste stoffen meegenomen, en is op het analyseren daarvan NEN-EN 872 van toepassing. 2 In afwijking van het eerste lid, onder c, is op het analyseren van een monster van afvalwater bij sanering of ontwatering van toepassing: a. voor BTEX: NEN-EN-ISO 15680; b. voor polycyclische aromatische koolwaterstoffen: NEN-EN-ISO 17993; c. voor tetrachlooretheen, trichlooretheen, 1,2-dichlooretheen, 1,1,1-trichloorethaan, vinylchloride, de som van de vijf hiervoor genoemde stoffen, monochloorbenzeen, dichloorbenzeen, trichloorbenzenen: NEN-EN-ISO 10301 of NEN-EN-ISO 15680, waarbij voor vinylchloride enkel NEN-EN-ISO 15680 gebruikt kan worden; d. voor minerale olie: NEN-EN-ISO 9377-2; e. voor cadmium, koper, nikkel, lood, zink en chroom: NEN 6966 of NEN-EN-ISO 17294-2 of NEN-EN-ISO 11885, waarbij de elementen worden ontsloten volgens NEN-EN-ISO 15587-1 of NEN-EN-ISO 15587-2; f. voor kwik: NEN-EN-ISO 17294-2 of NEN-EN-ISO 12846 of NEN-EN-ISO 17852, waarbij kwik wordt ontsloten volgens NEN-EN-ISO 15587-1 of NEN-EN-ISO 15587-2; g. voor onopgeloste stoffen: NEN-EN 872; h. voor chloride: NEN-EN-ISO 15682; i. voor cyaniden totaal: NEN-EN-ISO 14403-1 en NEN-EN-ISO 14403-2; j. voor ammonium, nitraat, totaal-fosfaat en sulfaat: NEN-ISO 15923-1; k. voor fluoride: NEN 6589 of NEN 6578; l. voor endosulfan, α-HCH, y-HCH (lindaan), DDT (incl. DDD en DDE), aldrin, dieldrin, endrin, hexachloorbutadieen en hexachloorbenzeen: NEN-EN 16693; m. voor dichloorpropeen: NEN-EN-ISO 15680; n. voor mecoprop: NEN-EN-ISO 15913; o. voor trichloorfenolen, tetrachloorfenol, dichloorfenolen en pentachloorfenol: NEN-EN 12673; p. voor minerale olie: NEN-EN-ISO 9377-2; q. voor anthraceen, fenanthreen, chryseen, fluorantheen, benzo(a)anthraceen, benzo(k)fluorantheen, benzo(a)pyreen, benzo(ghi)peryleen en indeno(l23cd)pyreen: NEN-EN-ISO 17993; r. voor trihalomethanen (THM): ISO 11423-1; s. voor adsorbeerbare organische halogeenverbindingen (AOX): NEN-EN-ISO 9562; t. voor de zuurgraad (pH): NEN-EN-ISO 10523; en u. voor ijzerverbindingen: NEN-EN-ISO 17294-2. 3 In afwijking van het eerste lid, onder c, is op het analyseren van een monster van huishoudelijk afvalwater van toepassing: a. voor biomedisch zuurstofgebruik: ISO 5815-1/2; en b. voor chemisch zuurstofgebruik: NEN-ISO 15705. 4 In afwijking van het eerste lid, onder c, is op het analyseren van een monster van afvalwater bij het maken van betonmortel van toepassing: a. voor chemisch zuurstofgebruik: NEN-ISO 15705; en b. voor onopgeloste stoffen: NEN-EN 872. 5 In afwijking van het eerste lid, onder c, is op het analyseren van zilver in een monster van afvalwater bij het ontwikkelen of afdrukken van fotografisch materiaal NEN 6966, NEN-EN-ISO 17294-2, NEN-EN-ISO 11885 of NEN 6965 van toepassing, waarbij onopgeloste stoffen worden meegenomen in de analyse en elementen worden ontsloten volgens NEN-EN-ISO 15587-1 of NEN-EN-ISO 15587-2. 6 In afwijking van het eerste lid, onder c, is op het analyseren van olie in een monster van afvalwater bij het wassen van motorvoertuigen NEN-EN-ISO 9377-2 van toepassing. 2025 32862 25-09-2025 15-09-2025 2025-0000531803 2025 32862 25-09-2025 15-09-2025 2025-0000531803 01-10-2025
Artikel 6.3e — Artikel 6.3e (geleiden door septic tank)#
Artikel 6.3e (geleiden door septic tank) Als een omgevingsplan regels bevat over het geleiden van huishoudelijk afvalwater door een septic tank, is op het bepalen van de nominale inhoud NEN-EN 12566-1 van toepassing en op het bepalen van het hydraulisch rendement annex B van NEN-EN 12566-1. 2025 32862 25-09-2025 15-09-2025 2025-0000531803 2025 32862 25-09-2025 15-09-2025 2025-0000531803 01-10-2025
Artikel 6.3f — Artikel 6.3f (geleiden door slibvangput en olieafscheider)#
Artikel 6.3f (geleiden door slibvangput en olieafscheider) Als een omgevingsplan regels bevat over het geleiden van afvalwater afkomstig van het uitwendig wassen van motorvoertuigen door een slibvangput en olieafscheider, is NEN-EN 858-1 of NEN-EN 858-1/A1 en NEN-EN 858-2 van toepassing. 2025 32862 25-09-2025 15-09-2025 2025-0000531803 2025 32862 25-09-2025 15-09-2025 2025-0000531803 01-10-2025
Artikel 6.3g — Artikel 6.3g (geleiden door vetafscheider en slibvangput)#
Artikel 6.3g (geleiden door vetafscheider en slibvangput) 1 Als een omgevingsplan regels bevat over het geleiden door een vetafscheider en slibvangput van vethoudend afvalwater afkomstig van: zijn NEN-EN 1825-1 en NEN-EN 1825-2 van toepassing op een vetafscheider en slibvangpunt die zijn geplaatst op of na 14 september 2004. a. het bereiden van voedingsmiddelen met keukenapparatuur; b. het bereiden van voedingsmiddelen met grootkeukenapparatuur; c. het bereiden van voedingsmiddelen met een of meer bakkerijovens die chargegewijs worden beladen; d. het bereiden van voedingsmiddelen met een of meer bakkerijovens die continu worden beladen met een nominaal vermogen of een aansluitwaarde van ten hoogste 100 kW; e. het slachten van ten hoogste 10.000 kg levend gewicht aan dieren per week en het broeien, koken of pekelen van daarbij vrijkomende dierlijke bijproducten; f. het uitsnijden van vlees van karkassen of karkasdelen; g. het uitsnijden van vis; of h. het uitsnijden en pekelen van organen, 2 In afwijking van het eerste lid kan met een lagere frequentie van het legen en reinigen dan in NEN-EN 1825-1 en NEN-EN 1825-2 vermeld worden volstaan als dit geen nadelige gevolgen heeft voor het doelmatig functioneren van de afscheider. 2025 32862 25-09-2025 15-09-2025 2025-0000531803 2025 32862 25-09-2025 15-09-2025 2025-0000531803 01-10-2025
Artikel 6.4 — Artikel 6.4 (toepassingsbereik)#
Artikel 6.4 (toepassingsbereik) Deze paragraaf is van toepassing op het bepalen van het geluid door een activiteit, anders dan het wonen, met uitzondering van het geluid door spoorvoertuigen op spoorwegemplacementen en doorgaand verkeer op wegen, vaarwegen en spoorwegen: a. op een geluidgevoelig gebouw; b. in geluidgevoelige ruimten binnen een in- of aanpandig geluidgevoelig gebouw; en c. artikel 5.69 van het Besluit kwaliteit leefomgeving op een locatie die dichter bij de activiteit is gelegen dan de gevel, locatie of begrenzing als bedoeld in. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2021 15868 26-03-2021 19-03-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 6.5 — Artikel 6.5 (bepalen: waar het geluid wordt bepaald)#
Artikel 6.5 (bepalen: waar het geluid wordt bepaald) 1 Het geluid op een geluidgevoelig gebouw wordt bepaald op een of meer punten waar het geluid representatief is en dat ligt: a. als het gaat om een geluidgevoelig gebouw, anders dan een woonschip of woonwagen: op de gevel, op twee derde van de hoogte van een bouwlaag; b. als het gaat om een nieuw te bouwen geluidgevoelig gebouw, anders dan een woonschip of woonwagen: op de locatie waar een gevel mag komen, op twee derde van de hoogte van een bouwlaag die gebouwd mag worden; c. als het gaat om een woonwagen: op de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van de woonwagen, op twee derde van de hoogte van een bouwlaag; en d. als het gaat om een woonschip: op de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van het woonschip op 1 m boven het maaiveld. 2 In het eerste lid wordt onder woonschip verstaan: drijvend bouwwerk met een woonfunctie op een locatie die in het omgevingsplan is aangewezen als een ligplaats voor een woonschip. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2021 15868 26-03-2021 19-03-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 6.6 — Artikel 6.6 (bepalen: geluid door activiteiten, anders dan specifieke activiteiten, op een geluidgevoelig gebouw of op een andere locatie)#
Artikel 6.6 (bepalen: geluid door activiteiten, anders dan specifieke activiteiten, op een geluidgevoelig gebouw of op een andere locatie) 1 bijlage IVh Het geluid door een activiteit wordt bepaald volgensals sprake is van: a. artikel 5.65, eerste lid, onder a, tweede, derde of vierde lid 5.66, eerste lid 5.67 van het Besluit kwaliteit leefomgeving een activiteit waarvoor een omgevingsplan een waarde als bedoeld in,, ofbevat; of b. een activiteit waarvoor een omgevingsplan een waarde bevat gericht op het voldoen aan de geluidproductieplafonds die als omgevingswaarden zijn vastgesteld voor een industrieterrein. 2 bijlage IVh De bedrijfsduurcorrectie, bedoeld in, wordt niet toegepast voor muziek. 3 bijlage XVIIIb In afwijking van het eerste lid wordt het geluid door een schietbaan die ligt in een gebouw zonder open zijden en met een gesloten afdekking bepaald volgens. 4 Bij het bepalen van het geluid op een geluidgevoelig gebouw wordt het geluid dat wordt gereflecteerd door de gevel waarop het geluid wordt bepaald buiten beschouwing gelaten. 5 Ar,LT Amax Bij het bepalen van het geluid worden het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau Len het maximale geluidniveau Lafgerond op hele getallen, waarbij een halve eenheid wordt afgerond naar het meest dichtbij gelegen even getal. 2021 15868 26-03-2021 19-03-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2021 34636 01-07-2021 29-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 6.7 — Artikel 6.7 (bepalen: geluid door activiteiten, anders dan specifieke activiteiten, in geluidgevoelige ruimten binnen in- en aanpandige geluidgevoelige gebouwen)#
Artikel 6.7 (bepalen: geluid door activiteiten, anders dan specifieke activiteiten, in geluidgevoelige ruimten binnen in- en aanpandige geluidgevoelige gebouwen) 1 Op het bepalen van het geluid in geluidgevoelige ruimten binnen in- en aanpandige geluidgevoelige gebouwen zijn NEN 5077 en NEN-EN-ISO 12354-3 van toepassing. 2 Bij de toepassing van NEN 5077 geldt dat in afwijking van tabel 3 de standen van de ventilatieopeningen en van de mechanische ventilatie alle ‘open’ respectievelijk ‘aan’ zijn. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2021 15868 26-03-2021 19-03-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2023 26205 19-09-2023 14-09-2023 2023-0000568411 2023 26454 02-10-2023 26-09-2023 2023-0000589458 01-01-2024
Artikel 6.8 — Artikel 6.8 (berekenen: geluid door een windturbine of windpark)#
Artikel 6.8 (berekenen: geluid door een windturbine of windpark) 1 artikel 5.74, eerste of tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving bijlage IVi Het geluid door het opwekken van elektriciteit met een windturbine of windpark waarvoor een omgevingsplan een waarde als bedoeld inbevat, wordt berekend volgens. 2 artikel 3.25 Op het berekenen van het gecumuleerde geluid door het opwekken van elektriciteit met een windturbine of windpark in combinatie met een andere activiteit, isvan toepassing. 3 den night cum Bij het berekenen worden de waarden in dB L, dB Len dB Lafgerond op hele getallen, waarbij een halve eenheid wordt afgerond naar het meest dichtbijgelegen even getal. 4 Bij het berekenen van het geluid op een geluidgevoelig gebouw wordt het geluid dat wordt gereflecteerd door de gevel waarop het geluid wordt bepaald buiten beschouwing gelaten. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2021 15868 26-03-2021 19-03-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 6.8a — Artikel 6.8a (tijdelijke regeling berekenen: geluid door een windturbine of windpark)#
Artikel 6.8a (tijdelijke regeling berekenen: geluid door een windturbine of windpark) Artikel 6.8, eerste lid artikel 5.75a, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving , is ook van toepassing op het berekenen van het geluid door het opwekken van elektriciteit met een windturbine of windpark waarvoor een omgevingsplan een waarde als bedoeld inbevat. 2022 15886 21-06-2022 15-06-2022 IENW/BSK-2022/137206 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 6.9 — Artikel 6.9 (berekenen: geluid door civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen)#
Artikel 6.9 (berekenen: geluid door civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen) 1 artikel 5.76, tweede of derde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving bijlage XVIIIc Het geluid door het exploiteren van een in de buitenlucht of in een gebouw zonder gesloten afdekking of met een open zijde gelegen civiele of militaire schietbaan of militair springterrein, waarvoor een omgevingsplan een waarde als bedoeld inbevat, wordt berekend volgens. 2 bijlage XVIIId In afwijking van het eerste lid kan het geluid door het exploiteren van een civiele schietbaan, als het gaat om een kleiduivenschietbaan of een schermenbaan voor het toepassingsgebied, bedoeld in, ook volgens die bijlage worden berekend. 3 Bij het berekenen van het geluid op een geluidgevoelig gebouw wordt het geluid dat wordt gereflecteerd door de gevel waarop het geluid wordt bepaald buiten beschouwing gelaten. 2021 15868 26-03-2021 19-03-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2021 34636 01-07-2021 29-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 6.10 — Artikel 6.10 (toepassingsbereik)#
Artikel 6.10 (toepassingsbereik) Deze paragraaf is van toepassing op het bepalen van de trillingen door een activiteit, anders dan het wonen, die trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz veroorzaakt in trillinggevoelige ruimten van een trillinggevoelig gebouw. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 6.11 — Artikel 6.11 (bepalen: trillingen door activiteiten)#
Artikel 6.11 (bepalen: trillingen door activiteiten) 1 artikel 5.87 5.87a 5.88 5.89 van het Besluit kwaliteit leefomgeving Op het bepalen van de trillingen door een activiteit in trillinggevoelige ruimten van een trillinggevoelig gebouw waarvoor een omgevingsplan waarden als bedoeld in,,ofbevat, is paragraaf 6.2 van de Meet- en beoordelingsrichtlijnen voor trillingen, deel B, van toepassing. 2 De waarden worden afgerond op twee decimalen. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2023 26205 19-09-2023 14-09-2023 2023-0000568411 2023 26454 02-10-2023 26-09-2023 2023-0000589458 01-01-2024
Artikel 6.11a — Artikel 6.11a (toepassingsbereik)#
Artikel 6.11a (toepassingsbereik) Deze paragraaf is van toepassing op het bepalen van de kwaliteitseisen van het eindonderzoek bodem en het herstel van de bodemkwaliteit na het beëindigen van: a. het pekelen van dierlijke bijproducten of organen; en b. het traditioneel schieten door schutterijen of schuttersgilden met buksen of geweren vanaf een vaste standplaats op een stilstaand doel in de buitenlucht. 2025 32862 25-09-2025 15-09-2025 2025-0000531803 2025 32862 25-09-2025 15-09-2025 2025-0000531803 01-10-2025
Artikel 6.11b — Artikel 6.11b (eindonderzoek bodem)#
Artikel 6.11b (eindonderzoek bodem) Als een omgevingsplan regels bevat over het verrichten van een eindonderzoek bodem om de kwaliteit van de bodem vast te stellen, voldoet het bodemonderzoek aan NEN 5725 en NEN 5740 en wordt het veldwerk verricht door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 2000 of een certificatie-instantie of inspectie-instantie met een erkenning bodemkwaliteit voor AS SIKB 2000. 2025 32862 25-09-2025 15-09-2025 2025-0000531803 2025 32862 25-09-2025 15-09-2025 2025-0000531803 01-10-2025
Artikel 6.11c — Artikel 6.11c (herstel bodemkwaliteit)#
Artikel 6.11c (herstel bodemkwaliteit) Als een omgevingsplan regels bevat over het herstel van de bodemkwaliteit, wordt dat herstel verricht door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 7000. 2025 32862 25-09-2025 15-09-2025 2025-0000531803 2025 32862 25-09-2025 15-09-2025 2025-0000531803 01-10-2025
Artikel 6.12 — Artikel 6.12 (toepassingsbereik)#
Artikel 6.12 (toepassingsbereik) Deze paragraaf is van toepassing op het berekenen van de geur door het exploiteren van een zuiveringtechnisch werk of het houden van landbouwhuisdieren in een dierenverblijf, op een geurgevoelig gebouw. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 6.13 — Artikel 6.13 (berekenen: geur door het exploiteren van een zuiveringtechnisch werk)#
Artikel 6.13 (berekenen: geur door het exploiteren van een zuiveringtechnisch werk) 1 artikel 5.100, eerste of tweede lid 5.101 5.102 van het Besluit kwaliteit leefomgeving Op het berekenen van de geur door het exploiteren van een zuiveringtechnisch werk, waarvoor een omgevingsplan een waarde als bedoeld in,ofbevat, op een geurgevoelig gebouw is standaardrekenmethode luchtkwaliteit 3 van toepassing. 2 Bij het toepassen van de standaardrekenmethode is de emissie van geur per seconde de som van de emissies van geur per seconde door de verschillende procesonderdelen. 3 De emissie van geur per seconde door een procesonderdeel wordt: a. bijlage XVIIIe als voor het procesonderdeel ineen geuremissiefactor is vastgesteld: berekend door de geuremissiefactor te vermenigvuldigen met de oppervlakte of, als het gaat om overstorten, de lengte van het procesonderdeel; en b. bijlage XVIIIe als voor het procesonderdeel ingeen geuremissiefactor is vastgesteld: bepaald met een geuronderzoek volgens NTA 9065. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2021 34636 01-07-2021 29-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 6.14 — Artikel 6.14 (berekenen: geur door het houden van landbouwhuisdieren in een dierenverblijf)#
Artikel 6.14 (berekenen: geur door het houden van landbouwhuisdieren in een dierenverblijf) 1 artikel 5.109, eerste, tweede of derde lid 5.117, aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving Op het berekenen van de geur door het exploiteren van een ippc-installatie voor het houden van pluimvee of varkens of het houden van landbouwhuisdieren, waarvoor een omgevingsplan een waarde als bedoeld in, ofbevat, op een geurgevoelig gebouw is het verspreidingsmodel V-Stacks vergunning van toepassing. 2 Bij het toepassen van het verspreidingsmodel: a. is de emissie van geur per seconde de som van de emissies van geur per seconde door de verschillende diercategorieën, gehouden in de verschillende dierenverblijven; b. artikel 4.806, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving geldt als emissiepunt het emissiepunt, bedoeld in; en c. wordt bij een dierenverblijf met meer dan een emissiepunt het geometrisch gemiddelde van die punten aangemerkt als emissiepunt. 3 De emissie van geur per seconde door een diercategorie wordt berekend door het aantal dieren van die diercategorie in een dierenverblijf te vermenigvuldigen met de voor die diercategorie geldende emissie van geur per dierplaats per seconde. 4 bijlage V De emissie van geur per dierplaats per seconde is gelijk aan de invastgestelde geuremissiefactor voor het in het dierenverblijf toegepaste huisvestingssysteem. 5 bijlage VI bijlage V In afwijking van het vierde lid wordt de emissie van geur per dierplaats per seconde bij het toepassen van een aanvullende techniek berekend met het voor die techniek invastgestelde reductiepercentage voor geur en de invastgestelde geuremissiefactor volgens de formule: a. als één aanvullende techniek wordt toegepast, anders dan in een situatie als bedoeld onder b: emissie van geur = geuremissiefactor huisvestingssysteem x (100% – reductiepercentage geur aanvullende techniek); b. als een luchtwassysteem als aanvullende techniek wordt toegepast in combinatie met een huisvestingssysteem waarvan de geuremissiefactor lager is dan 30% van de geuremissiefactor voor een overig huisvestingssysteem: emissie voor geur = geuremissiefactor overig huisvestingssysteem x (100% – reductiepercentage geur luchtwassysteem) x 0,3; en c. als een aanvullende techniek in combinatie met een andere aanvullende techniek wordt toegepast: emissie van geur = geuremissiefactor huisvestingssysteem x (100% – reductiepercentage geur aanvullende techniek A) x (100% - reductiepercentage geur aanvullende techniek B). 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 6.14a — Artikel 6.14a (meten: reflectiewaarden)#
Artikel 6.14a (meten: reflectiewaarden) Als het omgevingsplan regels bevat over de lichtschittering van een windturbine, is op het uitvoeren van de meting van reflectiewaarden NEN-EN-ISO 2813 van toepassing. 2025 32862 25-09-2025 15-09-2025 2025-0000531803 2025 32862 25-09-2025 15-09-2025 2025-0000531803 01-10-2025
Artikel 6.14b — Artikel 6.14b (toepassingsbereik)#
Artikel 6.14b (toepassingsbereik) Deze paragraaf is van toepassing op het bepalen of wordt voldaan aan een emissiegrenswaarde voor het lozen van afvalwater, voor zover het gaat om het lozen van huishoudelijk afvalwater of afvalwater bij: a. sanering of ontwatering; b. bij het opslaan of overslaan van andere dan inerte goederen; en c. bij het telen, kweken, spoelen of sorteren van gewassen. 2025 32862 25-09-2025 15-09-2025 2025-0000531803 2025 32862 25-09-2025 15-09-2025 2025-0000531803 01-10-2025
Artikel 6.14c — Artikel 6.14c (meten: afvalwater)#
Artikel 6.14c (meten: afvalwater) 1 Als een waterschapsverordening een emissiegrenswaarde voor het lozen afvalwater bevat: a. is op het bemonsteren van afvalwater NEN 6600-1 van toepassing, en is een monster niet gefiltreerd; b. is op het conserveren van een monster NEN-EN_ISO 5667-3 van toepassing; en c. worden bij het analyseren van een monster onopgeloste stoffen meegenomen. 2 Op het analyseren van een monster van afvalwater bij sanering of ontwatering is van toepassing: a. voor BTEX: NEN-EN-ISO 15680; b. voor polycyclische aromatische koolwaterstoffen: NEN-EN-ISO 17993; c. voor tetrachlooretheen, trichlooretheen, 1,2-dichlooretheen, 1,1,1-trichloorethaan, vinylchloride, de som van de vijf hiervoor genoemde stoffen, monochloorbenzeen, dichloorbenzeen, trichloorbenzenen: NEN-EN-ISO 10301 of NEN-EN-ISO 15680, waarbij voor vinylchloride enkel NEN-EN-ISO 15680 gebruikt kan worden; d. voor minerale olie: NEN-EN-ISO 9377-2; e. voor cadmium, koper, nikkel, lood, zink en chroom: NEN 6966 of NEN-EN-ISO 17294-2 of NEN-EN-ISO 11885, waarbij de elementen worden ontsloten volgens NEN-EN-ISO 15587-1 of NEN-EN-ISO 15587-2; f. voor kwik: NEN-EN-ISO 17294-2 of NEN-EN-ISO 12846 of NEN-EN-ISO 17852, waarbij kwik wordt ontsloten volgens NEN-EN-ISO 15587-1 of NEN-EN-ISO 15587-2; en g. voor onopgeloste stoffen: NEN-EN 872. 3 Op het analyseren van een monster van huishoudelijk afvalwater is van toepassing: a. voor biochemisch zuurstofverbruik: NEN-EN-ISO 5815-1/2; b. voor chemisch zuurstofverbruik: NEN-ISO 15705; c. voor nitrietstikstof en nitraatstikstof: NEN-EN-ISO 13395 of NEN-ISO 15923-1; d. voor organisch stikstof: NEN-ISO 5663 of NEN 6646; e. voor ammoniumstikstof: NEN 6646, NEN-EN-ISO 11732 of NEN-ISO 15923-1; en f. voor totaal fosfor: NEN-EN-ISO 15681-1, NEN-EN-ISO 15681-2, NEN-EN-ISO 6878, NEN-EN-ISO 11885 of NEN-EN-ISO 17294-2. 4 Op het analyseren van een monster van afvalwater bij het opslaan of overslaan van andere dan inerte goederen is van toepassing: a. voor onopgeloste stoffen: NEN-EN 872; b. voor chemisch zuurstofverbruik: NEN-ISO 15705; c. voor olie: NEN-EN-ISO 9377-2; d. voor arseen, chroom, koper, lood, nikkel en zink: NEN 6966 of NEN-EN-ISO 17294-2 of NEN-EN-ISO 11885, waarbij de elementen worden ontsloten volgens NEN-EN-ISO 15587-1 of NEN-EN-ISO 15587-2; e. voor polycyclische aromatische koolwaterstoffen: NEN-EN-ISO 17993; f. voor nitrietstikstof en nitraatstikstof: NEN-EN-ISO 13395 of NEN-ISO 15923-1; g. voor organisch stikstof: NEN-ISO 5663 of NEN 6646; h. voor ammoniumstikstof: NEN 6646, NEN-EN-ISO 11732 of NEN-ISO 15923-1; en i. voor de som van fosforverbindingen: NEN-EN-ISO 15681-1, NEN-EN-ISO 15681-2, NEN-EN-ISO 6878, NEN-EN-ISO 11885 of NEN-EN-ISO 17294-2. 5 Op het analyseren van een monster van afvalwater bij het telen, kweken, spoelen of sorteren van gewassen is van toepassing: a. voor chloride: NEN-EN-ISO 15682; b. onopgeloste stoffen: NEN-EN 872; c. voor biochemisch zuurstofverbruik: NEN-EN-ISO 5815-1/2; d. voor chemisch zuurstofverbruik: NEN-ISO 15705; en e. voor ijzerverbindingen: NEN-EN-ISO 17294-2. 2025 32862 25-09-2025 15-09-2025 2025-0000531803 2025 32862 25-09-2025 15-09-2025 2025-0000531803 01-10-2025
Artikel 6.14d — Artikel 6.14d (geleiden door septic tank)#
Artikel 6.14d (geleiden door septic tank) Als een waterschapsverordening regels bevat over het geleiden van huishoudelijk afvalwater door een septic tank, is op het bepalen van de nominale inhoud NEN-EN 12566-1 van toepassing en op het bepalen van het hydraulisch rendement annex B van NEN-EN 12566-1. 2025 32862 25-09-2025 15-09-2025 2025-0000531803 2025 32862 25-09-2025 15-09-2025 2025-0000531803 01-10-2025
Artikel 6.14e — Artikel 6.14e (meten: afvalwater)#
Artikel 6.14e (meten: afvalwater) Als een waterschapsverordening een emissiegrenswaarde bevat voor stof bij het afzuigen van lucht vanuit een hulpconstructie voor de opvang van stoffen bij het lozen van afvalwater afkomstig van het reinigen of conserveren van bouwwerken, is op het meten NEN-EN 13284-1 van toepassing. 2025 32862 25-09-2025 15-09-2025 2025-0000531803 2025 32862 25-09-2025 15-09-2025 2025-0000531803 01-10-2025
Artikel 6.15 — Artikel 6.15 (methode berekenen stikstofdepositie Natura 2000-activiteit)#
Artikel 6.15 (methode berekenen stikstofdepositie Natura 2000-activiteit) artikel 4.1, eerste lid, van de wet De stikstofdepositie door het verrichten van een Natura 2000-activiteit waarvoor een omgevingsverordening een regel als bedoeld inbevat, wordt berekend met AERIUS Calculator. 2021 31421 16-06-2021 09-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.1 — Artikel 7.1 (toepassingsbereik)#
Artikel 7.1 (toepassingsbereik) Dit hoofdstuk is van toepassing op het verstrekken van gegevens en bescheiden: a. wet bij een aanvraag om een besluit op grond van de; b. artikel 4.3 van de wet ter voldoening aan een informatieverplichting op grond van; c. artikel 4.4, eerste lid, van de wet bij een melding als bedoeld in; of d. artikel 16.1, tweede lid, van de wet bij een andere informatieverplichting of ander bericht als bedoeld in. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.1a — Artikel 7.1a (verstrekken van gegevens en bescheiden via de landelijke voorziening)#
Artikel 7.1a (verstrekken van gegevens en bescheiden via de landelijke voorziening) 1 Gegevens en bescheiden die via de landelijke voorziening worden ingediend, worden verstrekt in een van de volgende bestandsformaten: PNG, TIFF, JPG, ODT, SVG, CSV, ODS of PDF/A. 2 Gegevens of bescheiden kunnen in een ander bestandsformaat worden verstrekt voor zover het bevoegd gezag dat kenbaar heeft gemaakt. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.1b — Artikel 7.1b (verstrekken van coördinaten)#
Artikel 7.1b (verstrekken van coördinaten) Als coördinaten worden verstrekt, worden deze uitgedrukt in: a. het stelsel van de Rijksdriehoeksmeting; of b. Richtlijn 2007/2/EG als het gaat om een activiteit in de Noordzee: het European Terrestrial Reference System 1989, bedoeld in bijlage II, onder 1.2, van Verordening (EU) nr. 1089/2010 van de Commissie van 23 november 2010 ter uitvoering vanvan het Europees Parlement en de Raad betreffende de interoperabiliteit van verzamelingen ruimtelijke gegevens en van diensten met betrekking tot ruimtelijke gegevens (PbEU 2010, L 323). 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.2 — Artikel 7.2 (toepassingsbereik)#
Artikel 7.2 (toepassingsbereik) artikel 5.1 van de wet artikel 5.3 5.4 van de wet artikelen 7.3 7.4 Deze afdeling is van toepassing op het verstrekken van gegevens en bescheiden bij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld inen, voor zover het gaat om deen, ook op het verstrekken van gegevens en bescheiden bij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld inof. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 Voorheen art. 7.1.
Artikel 7.3 — Artikel 7.3 (algemene aanvraagvereisten)#
Artikel 7.3 (algemene aanvraagvereisten) Bij de aanvraag worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een beschrijving van de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning wordt aangevraagd; b. het telefoonnummer van de aanvrager; c. het adres, de kadastrale aanduiding of coördinaten van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; d. een aanduiding van de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; e. als de aanvraag wordt ingediend door een gemachtigde: naam, adres, telefoonnummer en woonplaats van de gemachtigde; f. als de aanvraag elektronisch wordt ingediend: het e-mailadres van de aanvrager of de gemachtigde; g. paragraaf 4.1.1 van de wet als wordt gevraagd een voorschrift aan de omgevingsvergunning te verbinden over regels als bedoeld in: een beschrijving van het onderwerp van dat voorschrift; en h. als wordt gevraagd om toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen: gegevens waaruit blijkt dat met de gelijkwaardige maatregel ten minste hetzelfde resultaat wordt bereikt als met de voorgeschreven maatregel is beoogd. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 Voorheen art. 7.2.
Artikel 7.4 — Artikel 7.4 (participatie)#
Artikel 7.4 (participatie) 1 Bij de aanvraag wordt aangegeven of burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de aanvraag zijn betrokken. 2 Als burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de aanvraag zijn betrokken, verstrekt de aanvrager bij de aanvraag gegevens over hoe zij zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.5 — Artikel 7.5 (bouwactiviteit: toepassingsbereik)#
Artikel 7.5 (bouwactiviteit: toepassingsbereik) artikel 2.25 2.26 van het Besluit bouwwerken leefomgeving Deze paragraaf is van toepassing op het verstrekken van gegevens en bescheiden bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld inof. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2023 26205 19-09-2023 14-09-2023 2023-0000568411 2023 26454 02-10-2023 26-09-2023 2023-0000589458 01-01-2024
Artikel 7.6 — Artikel 7.6 (bouwactiviteit: algemene aanvraagvereisten)#
Artikel 7.6 (bouwactiviteit: algemene aanvraagvereisten) Bij een aanvraag wordt een opgave van de bouwkosten verstrekt. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.7 — Artikel 7.7 (bouwactiviteit: veiligheid)#
Artikel 7.7 (bouwactiviteit: veiligheid) 1 Bij een aanvraag worden met het oog op het waarborgen van de veiligheid gegevens en bescheiden verstrekt over: a. de belastingen en de belastingcombinaties voor sterkte en stabiliteit van de bouwconstructie en onderdelen daarvan; b. de uiterste grenstoestand van de bouwconstructie en onderdelen daarvan; c. de detaillering van trappen, hellingbanen en afscheidingen aan randen van vloeren, trappen of hellingbanen; d. de beweegbare constructieonderdelen in de gevel; e. de brandklasse en rookklasse van constructieonderdelen; f. de brandcompartimentering en de kwaliteit van scheidingsconstructies; g. de vluchtroutes, het verloop, de inrichting en de capaciteit hiervan, evenals de draairichting van de deuren waardoor een vluchtroute voert en de deuren grenzend aan de vluchtroute; en h. de inbraakwerendheid. 2 Als de aanvraag betrekking heeft op het veranderen of vergroten van een bestaand bouwwerk, blijkt uit de aangeleverde gegevens, bedoeld in het eerste lid, onder a en b, ook wat de opbouw van de bestaande constructie is en wat de toegepaste materialen zijn. 3 Bij de aanvraag wordt een toelichting op het ontwerp van de constructies verstrekt over: a. de aangehouden belastingen en belastingcombinaties; b. de constructieve samenhang; c. het stabiliteitsprincipe; en d. de bouwconstructie en de brandwerendheid bij het bezwijken hiervan. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.8 — Artikel 7.8 (bouwactiviteit: gezondheid)#
Artikel 7.8 (bouwactiviteit: gezondheid) Bij een aanvraag worden met het oog op het beschermen van de gezondheid gegevens en bescheiden verstrekt over: a. de geluidwering van buiten; b. de bescherming tegen geluid van bouwwerkinstallaties; c. de geluidsabsorptie van gemeenschappelijke verkeersruimten van een woongebouw; d. de geluidwering tussen niet-gemeenschappelijke verblijfsruimten van dezelfde gebruiksfunctie en de geluidwering tussen ruimten van verschillende gebruiksfuncties; e. de luchtvolumestroom en waterdichtheid, regenwerendheid, de factor van de temperatuur en wateropname van inwendige en uitwendige scheidingsconstructies; f. de voorziening voor luchtverversing en de spuivoorziening; g. de afvoer van rookgas en toevoer van verbrandingslucht; h. het weren van ratten en muizen; en i. de daglichtoppervlakte. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.9 — Artikel 7.9 (bouwactiviteit: duurzaamheid)#
Artikel 7.9 (bouwactiviteit: duurzaamheid) Bij een aanvraag worden met het oog op duurzaamheid gegevens en bescheiden verstrekt over: a. de waarden voor energiebehoefte, primair fossiel energiegebruik, het aandeel hernieuwbare energie en oververhitting in de zomer; b. de thermische eigenschappen van de toegepaste uitwendige scheidingsconstructie; c. de beperking van luchtdoorlatendheid; en d. de milieubelasting van het gebouw door de toe te passen materialen, bepaald volgens de Bepalingsmethode Milieuprestatie Gebouwen en GWW-werken. 2024 12699 12-04-2024 03-04-2024 2024-0000165749 2024 12699 12-04-2024 03-04-2024 2024-0000165749 01-07-2024
Artikel 7.10 — Artikel 7.10 (bouwactiviteit: bruikbaarheid en toegankelijkheid)#
Artikel 7.10 (bouwactiviteit: bruikbaarheid en toegankelijkheid) Bij een aanvraag worden met het oog op bruikbaarheid en toegankelijkheid gegevens en bescheiden verstrekt waaruit blijkt: a. de aanduiding van de gebruiksfuncties, de verblijfsgebieden en de afmeting en de bezetting van alle ruimten inclusief totaaloppervlakten per gebruiksfunctie; b. de aanduiding van bad- of toiletruimte, lift, buitenberging en buitenruimte; c. de integrale toegankelijkheid van het bouwwerk en in het bouwwerk gelegen ruimten; d. de aanduiding van de vloerpeilen ten opzichte van het aansluitende terrein; en e. de aanduiding van de opstelplaats van een aanrecht en kook-, stook- en warmwatertoestellen. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.11 — Artikel 7.11 (bouwactiviteit: bouwwerkinstallaties)#
Artikel 7.11 (bouwactiviteit: bouwwerkinstallaties) 1 Bij een aanvraag worden voor bouwwerkinstallaties gegevens en bescheiden verstrekt over: a. de noodstroomvoorziening en -verlichting; b. het leidingplan en aansluitpunten van breedbandconnectie, gas-, elektra- en waterleiding; c. de aansluitpunten van de drinkwater- en warmwatervoorziening; d. het leidingplan en aansluitpunten van riolering en hemelwaterafvoeren; e. de aard en locatie van brandveiligheidinstallaties en van de vluchtrouteaanduiding; f. gebouwgebonden veiligheidsvoorzieningen voor veilig onderhoud met behulp van de Checklist Veilig onderhoud op en aan gebouwen 2012; en g. technische bouwsystemen en het daarbij behorende systeemrendement. 2 Als de aanvraag gaat over een woongebouw worden gegevens en bescheiden verstrekt over: a. zelfsluitende deuren; b. spreekinstallaties; en c. signaalvoorzieningen en deuropeners ter voorkoming van veel voorkomende criminaliteit. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.12 — Artikel 7.12#
Artikel 7.12 [Vervallen] 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2022 3912 03-02-2022 31-01-2022 2022-0000037155 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2023 26205 19-09-2023 14-09-2023 2023-0000568411 2023 26454 02-10-2023 26-09-2023 2023-0000589458 01-01-2024
Artikel 7.12a — Artikel 7.12a#
Artikel 7.12a [Vervallen] 2021 35025 12-07-2021 07-07-2021 WJZ/21068728 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2023 26205 19-09-2023 14-09-2023 2023-0000568411 2023 26454 02-10-2023 26-09-2023 2023-0000589458 01-01-2024
Artikel 7.13 — Artikel 7.13 (bouwactiviteit: overige aanvraagvereisten)#
Artikel 7.13 (bouwactiviteit: overige aanvraagvereisten) Bij een aanvraag worden gegevens en bescheiden verstrekt over kwaliteitsverklaringen bouw en CE-markeringen van bouwproducten. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.14 — Artikel 7.14 (bouwactiviteit: aanvullende aanvraagvereisten woonwagens)#
Artikel 7.14 (bouwactiviteit: aanvullende aanvraagvereisten woonwagens) artikelen 7.7 tot en met 7.11 7.13 Bij een aanvraag die gaat over een woonwagen, kan ter voldoening aan deen, documentatie van de leverancier van de woonwagen worden verstrekt. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.15 — Artikel 7.15 (bouwactiviteit: aanvullende aanvraagvereisten wegtunnels)#
Artikel 7.15 (bouwactiviteit: aanvullende aanvraagvereisten wegtunnels) 1 Wet aanvullende regels veiligheid wegtunnels artikelen 7.7, tot en met 7.13 Bij een aanvraag die gaat over een wegtunnel als bedoeld in deworden aanvullend op dede volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. artikel 6, eerste lid, van die wet een toelichting waaruit blijkt dat het ontwerp van de tunnel voldoet aan de norm van; b. bijlage 2, Leidraad veiligheidsdocumentatie voor wegtunnels, onder B2 (Bouwplan), bij de Regeling aanvullende regels veiligheid wegtunnels een bouwplan dat voldoet aan; c. artikel 6b van die wet als er een gestandaardiseerde uitrusting wordt toegepast: een toelichting waaruit blijkt dat het ontwerp aansluit bij de standaarduitrusting van de tunnel waarvoor op grond vanis gekozen; en d. paragraaf 4.2.15 van het Besluit bouwwerken leefomgeving gegevens en bescheiden waaruit blijkt dat de tunnel voldoet aan de regels voor tunnelveiligheid, bedoeld in. 2 artikel 7.3, onder g richtlijn 2004/54/EG Als ook gevraagd wordt om een voorschrift als bedoeld in, worden voor wegtunnels ook gegevens en bescheiden verstrekt waaruit blijkt dat de toestemming als bedoeld in artikel 14 van devan het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 over minimumveiligheidseisen voor tunnels in het transeuropese wegennet (PbEU 2004, L 167, gerectificeerd in PbEU 2004, L 201) is verkregen om van eisen van die richtlijn af te wijken. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.16 — Artikel 7.16 (bouwactiviteit: uitgestelde aanvraagvereisten)#
Artikel 7.16 (bouwactiviteit: uitgestelde aanvraagvereisten) 1 artikel 8.3c, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving Gegevens en bescheiden als bedoeld inwaarvoor het bevoegd gezag op grond van dat lid op verzoek van de aanvrager een voorschrift tot het later verstrekken van die gegevens en bescheiden aan de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit moet verbinden zijn: a. de belastingen en de belastingcombinaties voor sterkte en stabiliteit en de uiterste grenstoestand van alle te wijzigen constructieve delen van het bouwwerk en van het bouwwerk als geheel, voor zover het niet gaat om de hoofdlijn van de constructie of het constructieprincipe; en b. de details van de in of voor het bouwwerk toegepaste bouwwerkinstallaties, voor zover het niet gaat om de gegevens over de hoofdlijn of het principe van de toegepaste installaties. 2 Het eerste lid, aanhef en onder a, is niet van toepassing als de gegevens en bescheiden betrekking hebben op tekeningen of berekeningen waaruit het constructieprincipe blijkt voor de nieuwe situatie en, als daarvan sprake is, voor de bestaande situatie. Dit gaat om: a. tekeningen van de definitieve hoofdopzet van de constructie van alle verdiepingen met inbegrip van globale maatvoering; b. een schematisch funderingsoverzicht of palenplan met globale plaatsing, aantallen en paalpuntniveaus, met inbegrip van globaal grondonderzoek waaruit de draagkracht van de ondergrond blijkt; c. plattegronden van vloeren en daken, met inbegrip van globale maatvoering; d. overzichtstekeningen van constructies in staal, hout en geprefabriceerd beton, met inbegrip van stabiliteitsvoorzieningen en dilataties, principedetails van karakteristieke constructieonderdelen in een schaal van 1:20, 1:10 of 1:5, met inbegrip van maatvoering; en e. artikel 7.7, derde lid een toelichting op het ontwerp van de constructies als bedoeld in. 3 De hoofdlijn, bedoeld in het eerste lid, onder b, gaat in ieder geval over de wijze van verwarming, koeling en luchtbehandeling, de locatie en wijze van verticaal transport en de locatie van en het type brandveiligheidinstallatie. 4 artikel 8.3c, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving artikelen 7.7, eerste lid, onder c tot en met h 7.8 tot en met 7.11 Gegevens en bescheiden als bedoeld inwaarvoor het bevoegd gezag op grond van dat lid als naar zijn oordeel de bouwactiviteit daartoe aanleiding geeft een voorschrift tot het later verstrekken van die gegevens en bescheiden aan de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit kan verbinden zijn: de gegevens en bescheiden, bedoeld in de, en. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2022 3912 03-02-2022 31-01-2022 2022-0000037155 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2023 26205 19-09-2023 14-09-2023 2023-0000568411 2023 26454 02-10-2023 26-09-2023 2023-0000589458 01-01-2024
Artikel 7.17 — Artikel 7.17 (bouwactiviteit: tekening)#
Artikel 7.17 (bouwactiviteit: tekening) 1 Bij een aanvraag worden tekeningen verstrekt met een duidelijke maatvoering en schaalaanduiding. 2 paragraaf 7.2.9.3 Tenzijvan toepassing is en de daarin aangegeven schaal geldt, heeft een tekening een schaal die niet kleiner is dan: a. 1:1.000, als het gaat om een situatietekening; b. 2 1:100, als het gaat om een geveltekening, plattegrond of doorsnede van een bouwwerk met een bruto-vloeroppervlakte van minder dan 10.000 m; en c. 2 1:200, als het gaat om een geveltekening, plattegrond of doorsnede van een bouwwerk met een bruto-vloeroppervlakte van 10.000 mof groter. 3 paragraaf 7.2.9.3 Tenzijvan toepassing is, heeft een detailtekening een schaal van 1:5, 1:10 of 1:20. 4 De situatietekening heeft een noordpijl waaruit de oriëntatie van het bouwwerk blijkt op het perceel en ten opzichte van de omgeving. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.18 — Artikel 7.18 (bouwactiviteit: plattegrond, doorsnede en aanzicht)#
Artikel 7.18 (bouwactiviteit: plattegrond, doorsnede en aanzicht) 1 Bij een aanvraag worden plattegronden verstrekt met een doorsnede van een bouwlaag op 1.200 mm boven vloerniveau waarop zijn aangegeven: a. uitwendige en inwendige scheidingsconstructies, met inbegrip van de materiaalaanduiding; b. peilmaten van de vloer; c. trappen en hellingbanen; d. binnen- en buitenkozijnen; e. kokers, schachten, kanalen en schoorstenen; f. alle oppervlakken die een directe relatie hebben met of behoren tot: 1°. gebruiksfuncties; 2°. gebruiksoppervlakten en vloeroppervlakten; 3°. verwarmde en onverwarmde zones; 4°. gebruiksgebieden, functiegebieden en verblijfsgebieden; 5°. verkeersruimten; en 6°. toegankelijkheidssectoren; en g. overige gegevens die zich hiervoor lenen, waaronder in ieder geval toiletruimten, badruimten, buitenbergingen, buitenruimten, liften, stallingsruimten, technische ruimten, opslagruimten en opstelplaatsen van het aanrecht en kook-, stook- en warmwatertoestellen. 2 De vloerpeilen ten opzichte van het straatpeil en de hoogte van het maaiveld zijn aangeduid ter plaatse van de entree van het bouwwerk. 3 Plattegronden en doorsneden zijn voorzien van maatvoering en hoogtelijnen. 4 Alle aanzichten, met inbegrip van geveltekeningen, worden in loodrechte verticale projectie weergegeven. 5 Alle dichte delen en kozijnen die een directe koppeling met de berekeningen hebben, zijn als zodanig terug te vinden in de berekening. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.19 — Artikel 7.19 (bouwactiviteit: berekening)#
Artikel 7.19 (bouwactiviteit: berekening) 1 De aanvraag bevat over de bij die aanvraag gevoegde berekeningen, de volgende gegevens: a. naam en versie van de gebruikte rekenprogramma’s; b. invoergegevens en handberekeningen op doorlopend genummerde bladen; c. de herkomst van basis- of invoergegevens; d. symbolen en afkortingen weergegeven conform de voor de verschillende berekeningen geldende NEN-normen; e. een toelichting op afwijkende symbolen of afkortingen, voor zover deze in rekenprogramma’s zijn gebruikt; en f. numerieke gegevens, weergegeven in SI-eenheden als bedoeld in de internationale standaard van het Système International. 2 Bij de aanvraag worden over de gebruikte rekenprogramma's de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een beschrijving van de toegepaste rekenprogramma's; b. een beschrijving van de rekenmethode; c. een beschrijving van het toepassingsgebied; d. een aanduiding van de betekenis van de gepresenteerde waarden; e. een aanduiding van de nauwkeurigheid van de resultaten; f. een beschrijving van het gekozen assenstelsel; en g. een verklaring van de gebruikte symbolen en grootheden. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.20 — Artikel 7.20 (bouwactiviteit: constructieve berekening)#
Artikel 7.20 (bouwactiviteit: constructieve berekening) Bij een aanvraag wordt een constructieve berekening verstrekt, die ten minste de volgende gegevens bevat: a. schematisering in overeenstemming met de NEN- of NEN-EN-norm die van toepassing is, met inbegrip van te hanteren belastingschema’s; b. toerekening van materiaaleigenschappen in overeenstemming met de NEN- of NEN-EN-norm die van toepassing is; c. doorsnedegrootheden die per constructieonderdeel zijn gemotiveerd, in de vorm van een berekening; d. verantwoording van eigenschappen van ondersteuningen; e. berekeningsresultaten per belastingschema uitgewerkt volgens de NEN- of NEN-EN-norm die van toepassing is; en f. maatgevende waarden. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.21 — Artikel 7.21 (bouwactiviteit: overige berekeningen)#
Artikel 7.21 (bouwactiviteit: overige berekeningen) 1 Bij een aanvraag wordt een berekening van de mechanische ventilatie verstrekt waarvan het resultaat ten minste de volgende gegevens en bescheiden bevat: a. strangenschema's met diameters en lengten; b. gegevens over drukverlies; en c. merk en type van de toe te passen bouwwerkinstallatie. 2 artikel 7.9, onderdelen a, b en c Een berekening van de waarden, bedoeld in, bevat ten minste de volgende gegevens en bescheiden: a. de totale oppervlakte van kozijnen, ramen, deuren, dichte delen en daarmee gelijk te stellen constructiedelen; b. de oppervlakte van elke toegepaste glassoort en de thermische eigenschappen hiervan; c. een tekening waarop de voor de berekening gehanteerde woningen zijn aangegeven; d. een plattegrondtekening met een arcering over de begrenzing van de woningen of woongebouwen die bij de berekening zijn aangehouden; e. gebruiksfunctie en energiesectoren die op een tekening voor niet tot bewoning bestemde gebouwen zijn gearceerd; en f. invoergegevens van de berekening, met inbegrip van de bouwfysische eigenschappen van het bouwwerk en de bouwwerkinstallaties en het gehanteerde rekenprogramma. 3 Het bij de berekening, bedoeld in het tweede lid, gebruikte rekenprogramma is geattesteerd volgens BRL 9501. 2024 12699 12-04-2024 03-04-2024 2024-0000165749 2024 12699 12-04-2024 03-04-2024 2024-0000165749 01-07-2024
Artikel 7.22 — Artikel 7.22 (toepassingsbereik)#
Artikel 7.22 (toepassingsbereik) paragrafen 7.2.3.2 tot en met 7.2.3.12 7.2.4.2 tot en met 7.2.4.8 7.2.5.2 tot en met 7.2.5.9 De artikelen in deze paragraaf zijn alleen van toepassing voor zover dat in de,enis bepaald. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2023 26205 19-09-2023 14-09-2023 2023-0000568411 2023 26454 02-10-2023 26-09-2023 2023-0000589458 01-01-2024
Artikel 7.22a — Artikel 7.22a (module: milieubelastende activiteiten met externe veiligheidsrisico’s)#
Artikel 7.22a (module: milieubelastende activiteiten met externe veiligheidsrisico’s) 1 hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het verrichten van een milieubelastende activiteit die externe veiligheidsrisico’s veroorzaakt, bedoeld in, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. artikel 19.1 van de wet een beschrijving van de ongewone voorvallen die zich kunnen voordoen, de nadelige gevolgen daarvan en de passende maatregelen die worden getroffen voor het voorkomen van ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan, bedoeld in; b. de berekende afstand in meters tot waar het plaatsgebonden risico ten hoogste 1 op de 1.000.000, 1 op de 10.000.000 en 1 op de 100.000.000 per jaar is en de aan de berekening ten grondslag liggende rekenbestanden; en c. artikel 5.12 van het Besluit kwaliteit leefomgeving de berekende afstand in meters voor de aandachtsgebieden, bedoeld in, en de aan de berekening ten grondslag liggende rekenbestanden. 2 artikelen 4.11, aanhef en onder a 4.12, eerste lid Op het berekenen van de afstanden voor het plaatsgebonden risico en de aandachtsgebieden zijn de, en, van overeenkomstige toepassing. 3 artikel 8.10a, eerste lid, onder c, van het Besluit kwaliteit leefomgeving Als bij de aanvraag gegevens en bescheiden zijn verstrekt over de kans op het overlijden van een groep van tien of meer personen per jaar, bedoeld in, is op het berekenen van die kans Safeti-NL van toepassing. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.23 — Artikel 7.23 (module: lozen van afvalwater)#
Artikel 7.23 (module: lozen van afvalwater) hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater op een oppervlaktewaterlichaam of een zuiveringtechnisch werk, bedoeld in, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. het maximale debiet in kubieke meters per uur van het te lozen afvalwater; b. de regelmaat waarmee lozingen plaatsvinden; c. een aanduiding of de lozing continu of niet-continu plaatsvindt; d. een lijst met stoffen die worden geloosd; e. een riooltekening; f. de locaties van de lozingspunten; g. de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van het lozen en de verwachte duur ervan; h. een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de lozingen te voorkomen of te beperken; i. een onderbouwing van de noodzaak om te lozen; j. de samenstelling van het afvalwater dat wordt geloosd; k. de bron of oorzaak van het afvalwater dat wordt geloosd; l. bijlage XVIII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving de resultaten van de bepaling van de waterbezwaarlijkheid van de stoffen die worden geloosd, verricht volgens de Algemene BeoordelingsMethodiek, bedoeld in; m. de resultaten van de immissietoets voor de te lozen stoffen, verricht volgens het Handboek Immissietoets; n. een beschrijving van de wijze waarop de lozing wordt vastgesteld en geregistreerd en de wijze waarop over de lozing wordt gerapporteerd; o. als een andere lozingsroute dan naar het oppervlaktewater niet mogelijk is: de redenen waarom dat het geval is; p. de eigenschappen van de opgeslagen stoffen; en q. als de drempelwaarden van bijlage 2 bij het rapport Integrale aanpak van risico’s van onvoorziene lozingen worden overschreden: de resultaten van een milieurisicoanalyse. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.24 — Artikel 7.24 (module: lozen van koelwater)#
Artikel 7.24 (module: lozen van koelwater) hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van koelwater met een warmtevracht van meer dan 50 MW op een oppervlaktewaterlichaam, bedoeld in, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. het maximale debiet in kubieke meters per uur van het te lozen koelwater; b. de regelmaat waarmee lozingen plaatsvinden; c. een aanduiding of de lozing continu of niet-continu plaatsvindt; d. de locaties van de lozingspunten; e. de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van het lozen en de verwachte duur ervan; f. de herkomst en eigenschappen van het koelwater; g. de maximale warmtevracht van het koelwater dat wordt geloosd; h. een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de warmtevracht van de lozingen te voorkomen of te beperken; i. bijlage XVIII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving de resultaten van de immissietoets voor de warmtelozing, verricht volgens de CIW beoordelingssystematiek warmtelozingen, bedoeld in; j. een schema of tekening van de opzet van het koelwatersysteem en een beschrijving daarvan; k. een beschrijving van de wijze waarop de lozing wordt vastgesteld en geregistreerd en de wijze waarop over de lozing wordt gerapporteerd; en l. als stoffen aan het koelwater worden toegevoegd: 1°. een lijst met stoffen die worden geloosd; 2°. de eigenschappen van die stoffen; 3°. een onderbouwing van de noodzaak om die stoffen te lozen; 4°. bijlage XVIII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving de resultaten van de bepaling van de waterbezwaarlijkheid van de te lozen stoffen, verricht volgens de Algemene BeoordelingsMethodiek, bedoeld in; en 5°. de resultaten van de immissietoets voor de te lozen stoffen, verricht volgens het Handboek Immissietoets. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.25 — Artikel 7.25 (module: lozen van afvalwater afkomstig van een ippc-installatie, andere milieubelastende installatie, Seveso-inrichting en verbranden van afvalstoffen)#
Artikel 7.25 (module: lozen van afvalwater afkomstig van een ippc-installatie, andere milieubelastende installatie, Seveso-inrichting en verbranden van afvalstoffen) hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater op een oppervlaktewaterlichaam of een zuiveringtechnisch werk afkomstig van het exploiteren van een ippc-installatie, een andere milieubelastende installatie, een Seveso-inrichting of het verbranden van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen, bedoeld in, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een beschrijving van: 1°. de milieubelastende activiteiten die worden verricht en de installaties; 2°. de grondstoffen, hulpmaterialen en andere stoffen die worden gebruikt of gegenereerd; 3°. de bronnen, aard en omvang van de emissies die zijn te voorzien in het oppervlaktewaterlichaam of zuiveringtechnisch werk, met een overzicht van de significante milieugevolgen van die emissies; 4°. de technieken die worden toegepast om emissies die zijn te voorzien in het oppervlaktewaterlichaam of zuiveringtechnisch werk te voorkomen of, als dat niet mogelijk is, te verminderen; 5°. een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om de emissies in het oppervlaktewaterlichaam of zuiveringtechnisch werk te controleren; en 6°. de belangrijkste door de aanvrager bestudeerde alternatieven voor de voorgestelde technologie, technieken en maatregelen; b. artikel 7.22a, eerste lid, onder a een beschrijving van de ongewone voorvallen als bedoeld in; en c. een niet-technische samenvatting van de gegevens en bescheiden, bedoeld onder a en b. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.26 — Artikel 7.26 (module: milieubelastende activiteiten met bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen en behandelen en zuiveren van afvalwater)#
Artikel 7.26 (module: milieubelastende activiteiten met bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen en behandelen en zuiveren van afvalwater) hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het verrichten van activiteiten met bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen of het behandelen of zuiveren van afvalwater, bedoeld in, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de aard, samenstelling, hoeveelheid in tonnen, herkomst en wijze van registratie per afvalstof; b. een beschrijving van de handelingen van nuttige toepassing of verwijdering per afvalstof; c. een beschrijving van de handelingen van nuttige toepassing of verwijdering en de wijze van registratie van de afvalstoffen die bij de nuttige toepassing of verwijdering ontstaan; d. een beschrijving van de wijze van afzet en registratie van de stoffen of materialen die geen afvalstoffen zijn en die zijn ontstaan bij de nuttige toepassing of verwijdering van de afvalstoffen; e. per handeling van nuttige toepassing of verwijdering en per afvalstof de maximale opslagcapaciteit in tonnen en de maximale verwerkingscapaciteit in tonnen per jaar; en f. als het gaat om afvalstoffen die via afgifte of inzameling worden verkregen: een beschrijving van de procedures van acceptatie van de afvalstoffen, administratieve organisatie en interne controle. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.27 — Artikel 7.27 (module: exploiteren van een ippc-installatie, andere milieubelastende installatie, Seveso-inrichting, mijnbouwwerk, militaire zeehaven of luchthaven, milieubelastende activiteiten in de minerale producten industrie en voedingsmiddelenindustrie en verbranden of verwerken van afvalstoffen)#
Artikel 7.27 (module: exploiteren van een ippc-installatie, andere milieubelastende installatie, Seveso-inrichting, mijnbouwwerk, militaire zeehaven of luchthaven, milieubelastende activiteiten in de minerale producten industrie en voedingsmiddelenindustrie en verbranden of verwerken van afvalstoffen) hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een ippc-installatie, andere milieubelastende installatie, Seveso-inrichting, mijnbouwwerk, militaire zeehaven of luchthaven, het verrichten van milieubelastende activiteiten in de minerale producten industrie of voedingsmiddelenindustrie of het verbranden of verwerken van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen, bedoeld in, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een beschrijving van: 1°. de milieubelastende activiteiten die worden verricht en de installaties; 2°. de grondstoffen, hulpmaterialen, andere stoffen en energie die worden gebruikt of gegenereerd; 3°. de emissiebronnen van de activiteiten; 4°. de aard en omvang van de emissies die zijn te voorzien in de bodem, het water en de lucht, met een overzicht van de significante milieugevolgen van de emissies; 5°. de toestand van het terrein van de installatie; 6°. de technieken die worden toegepast ter voorkoming of, als dat niet mogelijk is, ter vermindering van de emissies die zijn te voorzien in de bodem, het water en de lucht; 7°. een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om het ontstaan van afval te voorkomen of, wanneer dat niet mogelijk is, te beperken en om hergebruik, recycling of andere nuttige toepassing van afvalstoffen voor te bereiden; 8°. een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om de emissies in de bodem, het water en de lucht te controleren; 9°. de belangrijkste door de aanvrager bestudeerde alternatieven voor de voorgestelde technologie, technieken en maatregelen; en 10°. een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om energie doelmatig te gebruiken; b. artikel 7.22a, eerste lid, onder a een beschrijving van de ongewone voorvallen als bedoeld in; c. als bodembedreigende stoffen worden gebruikt, gemaakt of uitgestoten: een rapport van een bodemonderzoek dat: 1°. is verricht om de kwaliteit van de bodem en het grondwater vast te stellen; 2°. gaat over het gedeelte van de locatie waarop de bodembedreigende stoffen worden gebruikt, gemaakt of uitgestoten; 3°. voldoet aan NEN 5725 en NEN 5740, waarbij het veldwerk wordt verricht door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 2000 of een certificatie-instantie of inspectie-instantie met een erkenning bodemkwaliteit voor AS SIKB 2000; 4°. de naam en het adres bevat van degene die het onderzoek heeft verricht; 5°. een beschrijving bevat van de wijze waarop het onderzoek is verricht; 6°. inzicht biedt in de aard en de mate van de aangetroffen verontreinigde stoffen en de herkomst daarvan; 7°. informatie bevat over het huidige en eerdere gebruik van de locatie; en 8°. bestaande informatie bevat over bodemmetingen en grondwatermetingen die de toestand van de bodem en het grondwater weergeven op het tijdstip van opstelling van het rapport, of anders nieuwe bodemmetingen en grondwatermetingen voor het constateren van eventuele verontreiniging van de bodem door de bodemverontreinigende stoffen die bij de activiteit zijn gebruikt, gemaakt of uitgestoten; en d. een niet-technische samenvatting van de gegevens en bescheiden, bedoeld onder a tot en met c. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.27a — Artikel 7.27a (module: emissies in de lucht of het water)#
Artikel 7.27a (module: emissies in de lucht of het water) hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het verrichten van een milieubelastende activiteit die emissies in de lucht of het water veroorzaakt, bedoeld in, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. artikel 8.17 van het Besluit kwaliteit leefomgeving een aanduiding van de mate waarin de activiteit leidt tot een verhoging van de concentratie in de buitenlucht van de stoffen, bedoeld in; b. een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om emissies in de lucht te voorkomen of, als dat niet mogelijk is, te beperken; c. een aanduiding van de mate waarin zeer zorgwekkende stoffen in de lucht of het water worden geëmitteerd; en d. een beschrijving van de mogelijkheden om de emissies van zeer zorgwekkende stoffen in de lucht of het water te beperken. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.27b — Artikel 7.27b (module: doelmatig gebruik van energie)#
Artikel 7.27b (module: doelmatig gebruik van energie) hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het verrichten van een milieubelastende activiteit met een significant verbruik van energie, bedoeld in, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. het elektriciteitsverbruik in kilowattuur per jaar; b. het brandstofverbruik in kubieke meters per jaar; en c. een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om energie doelmatig te gebruiken. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.28 — Artikel 7.28 (lozingsactiviteit: lozen op een zuiveringtechnisch werk)#
Artikel 7.28 (lozingsactiviteit: lozen op een zuiveringtechnisch werk) artikel 3.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.23, onder a tot en met m Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van een milieubelastende activiteit op een zuiveringtechnisch werk, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.29 — Artikel 7.29 (milieubelastende activiteit: stookinstallatie)#
Artikel 7.29 (milieubelastende activiteit: stookinstallatie) 1 artikel 3.5, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.27a, onder c en d Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een stookinstallatie met een nominaal thermisch ingangsvermogen van meer dan 100 kW, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2 Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. gegevens over het nominaal thermisch ingangsvermogen in megawatt van de stookinstallatie; b. gegevens over het type stookinstallatie, onderverdeeld naar gasmotor, dieselmotor, dual-fuelmotor, gasturbine, ketel, fornuis, droger, luchtverhitter en andere stookinstallatie; en c. gegevens over het type gebruikte brandstoffen, onderverdeeld naar vaste rie-biomassa, andere vaste brandstoffen, andere vloeibare brandstoffen dan gasolie en andere gasvormige brandstoffen dan aardgas en vergistingsgas. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.29a — Artikel 7.29a (lozingsactiviteit: stookinstallatie)#
Artikel 7.29a (lozingsactiviteit: stookinstallatie) artikel 3.5, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.24 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van koelwater met een warmtevracht van meer dan 50 MW afkomstig van een stookinstallatie, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.30 — Artikel 7.30 (milieubelastende activiteit: zendmasten)#
Artikel 7.30 (milieubelastende activiteit: zendmasten) artikelen 3.9 3.10 van het Besluit activiteiten leefomgeving Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het omzetten van elektrische energie in elektromagnetische stralingsenergie, als het elektrisch vermogen groter is dan 4 kW, bedoeld in deen, worden gegevens en bescheiden verstrekt over de aard en omvang van elektromagnetische velden. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.31 — Artikel 7.31 (milieubelastende activiteit: windpark met 3 of meer windturbines)#
Artikel 7.31 (milieubelastende activiteit: windpark met 3 of meer windturbines) 1 artikel 3.13 van het Besluit activiteiten leefomgeving Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een windpark met 3 of meer windturbines als bedoeld in, worden voor elke windturbine de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. het vermogen in kilowatt; b. de diameter van de rotors in centimeters; c. de hoogte van de masten in meters; en d. de berekende afstand in meters tot waar het plaatsgebonden risico 1 op de 100.000 en 1 op de 1.000.000 per jaar is en de aan de berekening ten grondslag liggende rekenbestanden. 2 artikel 4.11, aanhef en onder b Op het berekenen van de afstand voor het plaatsgebonden risico is, van overeenkomstige toepassing. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2022 15886 21-06-2022 15-06-2022 IENW/BSK-2022/137206 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.32 — Artikel 7.32#
Artikel 7.32 [Vervallen] 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.33 — Artikel 7.33 (milieubelastende activiteit: koelinstallatie)#
Artikel 7.33 (milieubelastende activiteit: koelinstallatie) 1 artikelen 3.15, eerste lid 3.16, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.27b Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een koelinstallatie, bedoeld in deen, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2 Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. artikel 7.22a, eerste lid, onder a een beschrijving van de ongewone voorvallen als bedoeld in; b. als het gaat om een koelinstallatie met ammoniak: een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om te voldoen aan PGS 13; c. als het gaat om een koelinstallatie met minder dan 10.000 kg ammoniak en met een diameter van de vloeistofleiding naar de verdamper van ten hoogste 80 mm: gegevens over: 1°. het aantal koelinstallaties in een machinekamer; 2°. de werktemperatuur in graden Celsius van de installatie met pompbeveiliging; 3°. de hoeveelheidsklasse ammoniak in kilogrammen; 4°. de opstellingsuitvoering; 5°. de nominale diameter van de vloeistofleiding naar de verdamper vanaf de machinekamer en vanaf de vloeistofleiding; en 6°. de coördinaten van de koelinstallatie; d. artikel 7.22a, eerste lid, onder b en c als het gaat om een koelinstallatie met ten minste 10.000 kg ammoniak of met een diameter van de vloeistofleiding naar de verdamper van meer dan 80 mm: de gegevens en bescheiden, bedoeld in; en e. als het gaat om een koelinstallatie met meer dan 100 kg koolwaterstoffen: gegevens over: 1°. het soort koolwaterstof dat wordt toegepast in de koelinstallatie; en 2°. de hoeveelheid koolwaterstof in kilogrammen die wordt toegepast in de koelinstallatie. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.34 — Artikel 7.34 (lozingsactiviteit: koelinstallatie)#
Artikel 7.34 (lozingsactiviteit: koelinstallatie) artikel 3.16, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.24 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van koelwater met een warmtevracht van meer dan 50 MW afkomstig van een koelinstallatie, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.35 — Artikel 7.35 (milieubelastende activiteit: open bodemenergiesysteem)#
Artikel 7.35 (milieubelastende activiteit: open bodemenergiesysteem) artikel 3.19, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het aanleggen en gebruiken van een open bodemenergiesysteem, bedoeld in, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de capaciteit van de pomp in kubieke meters water per uur per put; b. de hoeveelheid water die ten hoogste in de bodem wordt gebracht en de hoeveelheid grondwater die wordt onttrokken, in kubieke meters water per uur, etmaal, maand en jaar; c. een beschrijving van de hydrologische en hydrothermische gevolgen van het in de bodem brengen van water en het onttrekken van grondwater; d. de maximale temperatuur in graden Celsius van het water dat in de bodem wordt gebracht; e. de coördinaten van elke put; f. de diepte in meters van de onderkant en de bovenkant van de filters van elke put ten opzichte van het maaiveld en het Normaal Amsterdams Peil; g. de lengte in meters van het effectieve filter in elke put; h. de omvang van de behoefte aan warmte en koude waarin het bodemenergiesysteem zal voorzien in megawattuur per jaar; i. de lozingsroute van het afvalwater; en j. een verklaring van degene die het open bodemenergiesysteem ontwerpt of installeert over het energierendement dat het systeem zal behalen, uitgedrukt als SPF, dat wordt berekend volgens de formule: waarbij wordt verstaan onder: w Q: de hoeveelheid warmte per jaar in megawattuur die door het open bodemenergiesysteem wordt geleverd; k Q: de hoeveelheid koude per jaar in megawattuur die door het systeem wordt geleverd; E: de hoeveelheid elektriciteit per jaar in megawattuur die door het systeem wordt verbruikt; en G: de hoeveelheid gas per jaar in megawattuur die door het systeem wordt verbruikt. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2022 10295 20-04-2022 19-04-2022 IENW/BSK-2022/76575 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.36 — Artikel 7.36 (lozingsactiviteit: open bodemenergiesysteem)#
Artikel 7.36 (lozingsactiviteit: open bodemenergiesysteem) 1 artikel 3.19, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.23, onder a, b, f, g, h en j tot en met o Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het aanleggen of gebruiken van een open bodemenergiesysteem, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2 Bij de aanvraag worden ook gegevens en bescheiden verstrekt over het gehalte van ammonium, zware metalen, ijzer en natriumchloride van het te lozen afvalwater. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.37 — Artikel 7.37 (milieubelastende activiteit: opslagtank voor gassen)#
Artikel 7.37 (milieubelastende activiteit: opslagtank voor gassen) 1 artikelen 3.21 3.22, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.27a, onder c en d Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het opslaan van gassen in een opslagtank, bedoeld in deen, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2 Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een aanduiding van de stoffen die worden opgeslagen, de temperatuur van de stoffen in de opslagtank in graden Celsius en de hoeveelheid die ten hoogste wordt opgeslagen in kubieke meters; b. de grootte van de opslagtank in kubieke meters; c. een beschrijving van de installatie; d. een aanduiding of het gaat om een bovengrondse of ondergrondse opslagtank; e. als de stoffen onder druk worden opgeslagen: de druk in kilopascal; f. 3 3 als het gaat om het opslaan van ten hoogste 50 mpropaan of propeen met een jaarlijkse doorzet van ten hoogste 600 m: 1°. de jaarlijkse doorzet in kubieke meters; 2°. artikel 7.22a, eerste lid, onder a een beschrijving van de ongewone voorvallen als bedoeld in; 3°. als het gaat om een bovengrondse opslagtank: de coördinaten van het vulpunt en de opslagtank; en 4°. als het gaat om een ondergrondse opslagtank: de coördinaten van het vulpunt, de bovengrondse vloeistofvoerende leiding en de aansluitpunten van die leiding en pomp. g. 3 3 3 3 3 3 artikel 7.22a, eerste lid als het gaat om het opslaan van meer dan 1.500 kg ammoniak, meer dan 1 mandere giftige of bijtende gassen van ADR-klasse 2, meer dan 1 mgassen in de gevarenklasse acute toxiciteit, categorie 1, 2 of 3, bedoeld in bijlage I, deel 3, bij de CLP-verordening, ten hoogste 50 mpropaan of propeen met een jaarlijkse doorzet van meer dan 600 m, meer dan 50 mpropaan of propeen of meer dan 13 macetyleen: de gegevens en bescheiden, bedoeld in; h. als het gaat om het opslaan van zuurstof, kooldioxide, argon, helium of stikstof: een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om te voldoen aan PGS 9; i. als het gaat om het opslaan van ammoniak: een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om te voldoen aan PGS 12; en j. als het gaat om het opslaan van propaan, butaan of propeen: een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om te voldoen aan PGS 19. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.38 — Artikel 7.38 (milieubelastende activiteit: opslagtank of tankcontainer of verpakking voor vloeistoffen)#
Artikel 7.38 (milieubelastende activiteit: opslagtank of tankcontainer of verpakking voor vloeistoffen) 1 artikelen 3.24 3.25, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.27a, onder c en d Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het opslaan van vloeistoffen in een opslagtank of een tankcontainer of verpakking die als opslagtank wordt gebruikt, bedoeld in deen, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2 Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een aanduiding van de stoffen die worden opgeslagen, de temperatuur van de stoffen in de opslagtank en de hoeveelheid die ten hoogste wordt opgeslagen; b. de grootte van de opslagtank, tankcontainer of verpakking in kubieke meters en het materiaal waarvan die is gemaakt; c. een aanduiding of het gaat om: 1°. een bovengrondse of ondergrondse opslagtank; en 2°. een verticaal of horizontaal opgestelde opslagtank; d. een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om verontreiniging van de bodem te voorkomen of, als dat niet mogelijk is, te beperken; e. als het gaat om het opslaan van: 1°. 3 meer dan 1 mvloeibare gevaarlijke stoffen van ADR-klasse 6.1; 2°. 3 meer dan 1 mvloeibare gevaarlijke stoffen in de gevarenklasse acute toxiciteit, categorie 1 of 2, bedoeld in bijlage I, deel 3, bij de CLP-verordening; 3°. 3 meer dan 1 mvloeibare gevaarlijke stoffen in de gevarenklasse acute toxiciteit, categorie 3, bedoeld in bijlage I, deel 3, bij de CLP-verordening, als die: i. bij inademing acuut toxisch zijn; of ii. bij opname door de mond acuut toxisch zijn, voor zover die stoffen niet kunnen worden ingedeeld in die klasse bij inademing of blootstelling aan de huid; of 4°. 3 artikel 7.22a, eerste lid vloeibare gevaarlijke stoffen van ADR-klasse 3, verpakkingsgroep I of II in een bovengrondse opslagtank of een tankcontainer of verpakking die als opslagtank wordt gebruikt met een inhoud van meer dan 150 m: de gegevens en bescheiden, bedoeld in; f. als de stoffen onder druk worden opgeslagen: de druk in kilopascal; g. 3 als het gaat om het opslaan van vloeibare gevaarlijke stoffen van ADR-klasse 3 in een bovengrondse opslagtank met een inhoud van ten hoogste 150 m: een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om te voldoen aan PGS 30; h. 3 als het gaat om het opslaan van andere vloeibare gevaarlijke stoffen dan stoffen van ADR-klasse 3 in een opslagtank met een inhoud van ten hoogste 150 m: een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om te voldoen aan PGS 31; i. 3 als het gaat om het opslaan van vloeibare gevaarlijke stoffen van ADR-klasse 3 in een bovengrondse opslagtank met een inhoud van meer dan 150 m: een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om te voldoen aan PGS 29; en j. als de drempelwaarden van bijlage 2 bij het rapport Integrale aanpak van risico’s van onvoorziene lozingen worden overschreden: de resultaten van een milieurisicoanalyse. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.39 — Artikel 7.39 (lozingsactiviteit: opslagtank of tankcontainer of verpakking voor vloeistoffen)#
Artikel 7.39 (lozingsactiviteit: opslagtank of tankcontainer of verpakking voor vloeistoffen) artikel 3.25, derde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.23, onder a, b, c, e, f, g, h en n Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het opslaan van vloeibare gevaarlijke stoffen in een opslagtank of een tankcontainer of verpakking die als opslagtank wordt gebruikt, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.40 — Artikel 7.40 (milieubelastende activiteit: gevaarlijke stoffen in verpakking)#
Artikel 7.40 (milieubelastende activiteit: gevaarlijke stoffen in verpakking) 1 artikel 3.28 van het Besluit activiteiten leefomgeving Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het in een opslagplaats opslaan van gevaarlijke stoffen, bedoeld in, worden per opslagplaats de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de maximale opslagcapaciteit in kilogrammen; b. de hoeveelheid stoffen in kilogrammen die per ADR-klasse ten hoogste wordt opgeslagen; c. een aanduiding van de stoffen die worden opgeslagen en de eigenschappen van die stoffen en een aanduiding of stoffen van verpakkingsgroep I worden opgeslagen; d. de hoeveelheid stoffen in de gevarenklasse acute toxiciteit, categorie 1, 2 of 3, bedoeld in bijlage I, deel 3, bij de CLP-verordening, in kilogrammen, die ten hoogste per categorie wordt opgeslagen; e. het beschermingsniveau volgens PGS 15; f. de oppervlakte in vierkante meters van de opslagplaats; g. een beschrijving van de brandbeveiligingsinstallatie en het daarvoor opgestelde uitgangspuntendocument volgens PGS 15; h. een aanduiding of de gevaarlijke stoffen wel of niet gedurende korte tijd en in afwachting van aansluitend vervoer naar een vooraf bekende ontvanger worden opgeslagen; i. de coördinaten van de opslagplaats, tenzij onderdeel l of m van toepassing is; j. een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om te voldoen aan PGS 15; k. artikel 7.22a, eerste lid, onder a een beschrijving van de ongewone voorvallen als bedoeld in; l. artikel 3.28, aanhef en onder a of g, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.22a, eerste lid, onder b en c als het gaat om het opslaan van meer dan 1.500 l giftige of bijtende gassen van ADR-klasse 2 of meer dan 1.500 l tot vloeistof verdichte gassen in de gevarenklasse acute toxiciteit, categorie 1, 2 of 3, bedoeld in bijlage I, deel 3, bij de CLP-verordening, in gasflessen, bedoeld in: de gegevens en bescheiden, bedoeld in; m. artikel 3.27, eerste lid, onder a, b of c, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 3.28, aanhef en onder h, van dat besluit als het gaat om het opslaan van 10.000 kg of meer in totaal van de gevaarlijke stoffen, bedoeld in, bedoeld in, voor zover brandbare gevaarlijke stoffen met fluor-, chloor-, broom-, stikstof- of zwavelhoudende verbindingen worden opgeslagen, of zowel brandbare gevaarlijke stoffen als gevaarlijke stoffen met die verbindingen worden opgeslagen, en voor zover het gaat om: 1°. 2 een opslagplaats met een oppervlakte van meer dan 100 m; of 2°. verpakkingseenheden van meer dan 100 kg met een stof van ADR-klasse 6.1, van verpakkingsgroep I, die in de open lucht worden gelost of geladen: artikel 7.22a, eerste lid, onder b en c de gegevens en bescheiden, bedoeld in; en n. als het gaat om het opslaan van gevaarlijke stoffen van ADR-klasse 5.2: een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om te voldoen aan PGS 8. 2 Het eerste lid, onder m, is niet van toepassing als het gaat om: a. het opslaan van ten hoogste 30.000 kg per opslagplaats, voor korte tijd en in afwachting van aansluitend vervoer naar een vooraf bekende ontvanger; of b. bijlage VII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving een geval waarvoor afstanden zijn vastgesteld in tabel B.3 van. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.41 — Artikel 7.41 (milieubelastende activiteit: vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik)#
Artikel 7.41 (milieubelastende activiteit: vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik) 1 artikel 3.31, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het opslaan, herverpakken of bewerken van vuurwerk of van pyrotechnische artikelen voor theatergebruik, bedoeld in, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. het gewicht van het vuurwerk, de pyrotechnische artikelen voor theatergebruik en de andere stoffen en voorwerpen van ADR-klasse 1 in kilogrammen, onderscheiden naar ADR-klasse en compatibiliteitsgroep als bedoeld in de ADR en aangegeven met de letters A tot en met J, K tot en met N of S, dat ten hoogste wordt opgeslagen in elke bewaarplaats en bufferbewaarplaats voor vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik; b. artikel 4.1031, tweede lid, van dat besluit de coördinaten van de ruimte, bedoeld inen elke bewaarplaats en bufferbewaarplaats voor vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik; c. de grootte van de deuropening in vierkante meters van elke bewaarplaats en bufferbewaarplaats voor vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik; d. artikel 7.22a, eerste lid, onder a een beschrijving van de ongewone voorvallen als bedoeld in; e. als de aanvraag betrekking heeft op het opslaan van vuurwerk van categorie F4: de hoeveelheid NEM in kilogrammen; en f. als de aanvraag betrekking heeft op het bewerken van vuurwerk van categorie F4 of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik: 1°. de namen van degenen door wie of onder toezicht van wie activiteiten met dat vuurwerk of die pyrotechnische artikelen voor theatergebruik worden verricht; 2°. gegevens over de vakbekwaamheid van het personeel dat werkzaamheden met dat vuurwerk of die pyrotechnische artikelen verricht; en 3°. een uitgangspuntendocument voor brandbeveiligingsinstallaties, waarin alle bouwkundige, organisatorische en installatietechnische eisen voor de met sprinklers te beveiligen ruimten en locaties zijn beschreven, dat voldoet aan Memorandum 60 van het Centrum voor criminaliteitspreventie en veiligheid en dat is beoordeeld en goedgekeurd door een inspectie-instantie met een accreditatie volgens NEN-EN-ISO/IEC 17020 als type A voor dat memorandum. 2 Voor het bepalen van het gewicht van vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik in: a. een bufferbewaarplaats wordt uitgegaan van het vuurwerk en de pyrotechnische artikelen voor theatergebruik met omhulsel en verpakking, maar zonder de transportverpakking, bedoeld in de ADR; en b. een bewaarplaats wordt uitgegaan van het vuurwerk en de pyrotechnische artikelen voor theatergebruik met omhulsel en verpakking en met de transportverpakking, bedoeld in de ADR. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.42 — Artikel 7.42 (milieubelastende activiteit: ontplofbare stoffen voor civiel gebruik)#
Artikel 7.42 (milieubelastende activiteit: ontplofbare stoffen voor civiel gebruik) artikel 3.34 van het Besluit activiteiten leefomgeving Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het opslaan van ontplofbare stoffen van ADR-klasse 1, bedoeld in, worden per opslagplaats de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de coördinaten van: 1°. het brandcompartiment voor het opslaan van zwart kruit van ADR-klasse 1.1 of rookzwak kruit van ADR-klasse 1.3; 2°. de opslagplaats voor noodsignalen van ADR-klasse 1.3 of 1.4; 3°. de opslagplaats voor munitiepatronen of hagelpatronen voor vuurwapens van ADR-klasse 1.4; 4°. de opslagplaats voor patronen voor schiethamers van ADR-klasse 1.4; en 5°. de opslagplaats voor andere ontplofbare stoffen van ADR-klasse 1; b. het type ontplofbare stoffen en de hoeveelheid in kilogrammen die ten hoogste wordt opgeslagen; c. gegevens over de dikte van het metselwerk of beton in centimeters van de onderdelen van het bouwwerk die grenzen aan de buitenlucht en waarin de ontplofbare stoffen worden opgeslagen; d. een aanduiding of het gaat om ADR-klasse 1.1, 1.2, 1.3, 1.4, 1.5 of 1.6 per ontplofbare stof die wordt opgeslagen; e. de hoeveelheid NEM in kilogrammen; f. als het gaat om het opslaan van gevaarlijke stoffen van ADR-klasse 1.1, 1.3 of 1.4: een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om te voldoen aan PGS 32; en g. artikel 7.22a, eerste lid, onder a een beschrijving van de ongewone voorvallen als bedoeld in. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.43 — Artikel 7.43 (milieubelastende activiteit: vaste minerale anorganische meststoffen)#
Artikel 7.43 (milieubelastende activiteit: vaste minerale anorganische meststoffen) artikel 3.37 van het Besluit activiteiten leefomgeving Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het opslaan van vaste minerale anorganische meststoffen, bedoeld in, worden per opslagplaats de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de coördinaten; b. de opslagcapaciteit in kilogrammen; c. de meststoffengroep, bedoeld in PGS 7, van de vaste minerale anorganische meststoffen die worden opgeslagen; d. de hoeveelheid in kilogrammen vaste minerale anorganische meststoffen per meststoffengroep, bedoeld in PGS 7, die wordt opgeslagen; e. een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om te voldoen aan PGS 7; en f. artikel 7.22a, eerste lid, onder a een beschrijving van de ongewone voorvallen als bedoeld in. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.44 — Artikel 7.44 (milieubelastende activiteit: bedrijfsafval of gevaarlijk afval)#
Artikel 7.44 (milieubelastende activiteit: bedrijfsafval of gevaarlijk afval) artikelen 3.39 3.40 van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.26, onder a tot en met e Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het verrichten van activiteiten met bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen voorafgaand aan de inzameling of afgifte van deze afvalstoffen, bedoeld in deen, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.45 — Artikel 7.45 (milieubelastende activiteit: op of in de bodem brengen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen buiten stortplaatsen)#
Artikel 7.45 (milieubelastende activiteit: op of in de bodem brengen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen buiten stortplaatsen) 1 artikelen 3.40b, eerste lid 3.40c, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.26 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het op of in de bodem brengen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen, bedoeld in de, en, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2 Als het op of in de bodem brengen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen kan worden aangemerkt als het verwijderen van afvalstoffen, worden bij de aanvraag ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de kwaliteit van de bodem op de locatie waar het op of in de bodem brengen van afvalstoffen plaatsvindt; b. de bodemkundige gesteldheid en geohydrologische omstandigheden op de locatie waar het op of in de bodem brengen van afvalstoffen plaatsvindt, waaronder ten minste gegevens over: 1°. de gemiddelde hoogste en laagste grondwaterstand, vastgesteld met metingen verricht volgens NEN 5766 op de 14e en 28e van elke maand, gedurende een periode van ten minste een jaar voorafgaand aan de aanvraag; 2°. de grondwaterstroming; en 3°. de doorlatendheid in meters per etmaal, dikte in meters, samenstelling en zetting van de bodemlagen; c. een beschrijving van het beheer van de afvalstoffen die op of in de bodem zijn gebracht en van de maatregelen of voorzieningen ter bescherming van het milieu die worden getroffen na beëindiging van het op of in de bodem brengen; en d. een exploitatieplan en een controleplan die ten minste de volgende gegevens bevatten: 1°. een beschrijving van de structuur van de onderneming en de organisatie; 2°. de aard, samenstelling, hoeveelheid in tonnen, herkomst en wijze van registratie van de afvalstoffen; 3°. per handeling en per afvalstof: de maximale opslagcapaciteit in tonnen en de verwerkingscapaciteit in tonnen per jaar; en 4°. een beschrijving van de procedures van acceptatie van afvalstoffen en van de administratieve organisatie en interne controle. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.46 — Artikel 7.46 (lozingsactiviteit: op of in de bodem brengen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen buiten stortplaatsen)#
Artikel 7.46 (lozingsactiviteit: op of in de bodem brengen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen buiten stortplaatsen) artikel 3.40c, derde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.23, onder a tot en met h en l tot en met n Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het op of in de bodem brengen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2023 26205 19-09-2023 14-09-2023 2023-0000568411 2023 26454 02-10-2023 26-09-2023 2023-0000589458 01-01-2024
Artikel 7.47 — Artikel 7.47 (milieubelastende activiteit: verbranden van afvalstoffen anders dan in een ippc-installatie)#
Artikel 7.47 (milieubelastende activiteit: verbranden van afvalstoffen anders dan in een ippc-installatie) 1 artikelen 3.40d 3.40e, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikelen 7.26 7.27 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het verbranden van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen in een andere milieubelastende installatie of buiten een installatie, bedoeld in deen, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in deen, verstrekt. 2 paragraaf 4.4 van het Besluit activiteiten leefomgeving Alsvan toepassing is, worden bij de aanvraag ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om ervoor te zorgen dat: 1°. paragraaf 4.4 van het Besluit activiteiten leefomgeving de installatie zo wordt ontworpen, uitgerust, onderhouden en geëxploiteerd dat wordt voldaan aan, waarbij rekening wordt gehouden met de afvalcategorieën die worden verbrand of meeverbrand; 2°. de warmte die wordt opgewekt bij het verbrandings- en meeverbrandingsproces zoveel mogelijk wordt gebruikt voor het produceren van warmte, stoom of elektriciteit; en 3°. het ontstaan van residuen en de schadelijkheid ervan zoveel mogelijk worden beperkt en residuen die ontstaan worden gerecycled; b. een beschrijving van de meest ongunstige bedrijfsomstandigheden; en c. een beschrijving van de structuur van de onderneming en de organisatie. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.48 — Artikel 7.48 (lozingsactiviteit: verbranden van afvalstoffen anders dan in een ippc-installatie)#
Artikel 7.48 (lozingsactiviteit: verbranden van afvalstoffen anders dan in een ippc-installatie) artikel 3.40e, derde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.25 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het verbranden van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen in een andere milieubelastende installatie of buiten een installatie, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.49 — Artikel 7.49 (milieubelastende activiteit: zuiveringsvoorziening voor ingezameld of afgegeven afvalwater)#
Artikel 7.49 (milieubelastende activiteit: zuiveringsvoorziening voor ingezameld of afgegeven afvalwater) 1 artikelen 3.41, onder a 3.42, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikelen 7.26 7.27 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een ippc-installatie voor het behandelen van afvalwater, bedoeld in de, en, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in deen, verstrekt. 2 artikelen 3.41, onder b 3.42, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikelen 7.26 7.27a, onder c en d Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een zuiveringsvoorziening voor het zuiveren van ingezameld of afgegeven afvalwater, bedoeld in de, en, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in deen, verstrekt. 3 Bij de aanvraag, bedoeld in het tweede lid, worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een beschrijving van het afvalwater dat wordt ingenomen; b. een beschrijving van de aanpak van het verwerken van het ingenomen afvalwater; c. een riooltekening; d. de ontwerpcapaciteit van het zuiveringtechnisch werk in inwonerequivalenten; e. het gemiddelde lozingsdebiet in kubieke meters per dag; f. de maximale hydraulische aanvoer in kubieke meters per uur; g. de samenstelling van het te lozen afvalwater; h. de ligging van de geuremissiepunten; en i. als de drempelwaarden van bijlage 2 bij het rapport Integrale aanpak van risico’s van onvoorziene lozingen worden overschreden: de resultaten van een milieurisicoanalyse. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.50 — Artikel 7.50 (lozingsactiviteit: zuiveringsvoorziening voor ingezameld of afgegeven afvalwater)#
Artikel 7.50 (lozingsactiviteit: zuiveringsvoorziening voor ingezameld of afgegeven afvalwater) 1 artikelen 3.41, onder a 3.42, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.25 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het exploiteren van een ippc-installatie voor het behandelen van afvalwater, bedoeld in de, en, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld inverstrekt. 2 artikelen 3.41, onder b 3.42, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.23, onder a tot en met h en l tot en met n Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het exploiteren van een zuiveringsvoorziening voor het zuiveren van ingezameld of afgegeven afvalwater, bedoeld in de, en, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.51 — Artikel 7.51 (milieubelastende activiteit: oppervlaktebehandeling met oplosmiddelen)#
Artikel 7.51 (milieubelastende activiteit: oppervlaktebehandeling met oplosmiddelen) artikelen 3.44 3.45, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.27 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een ippc-installatie voor het behandelen van het oppervlak van stoffen, voorwerpen of producten met organische oplosmiddelen, bedoeld in deen, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.52 — Artikel 7.52 (lozingsactiviteit: oppervlaktebehandeling met oplosmiddelen)#
Artikel 7.52 (lozingsactiviteit: oppervlaktebehandeling met oplosmiddelen) artikel 3.45, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.25 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het exploiteren van een ippc-installatie voor het behandelen van het oppervlak van stoffen, voorwerpen of producten met organische oplosmiddelen, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.53 — Artikel 7.53 (milieubelastende activiteit: afvangen kooldioxide voor ondergrondse opslag)#
Artikel 7.53 (milieubelastende activiteit: afvangen kooldioxide voor ondergrondse opslag) 2 artikelen 3.47 3.48, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.27 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een ippc-installatie of een andere milieubelastende installatie voor het afvangen van CO-stromen voor geologische opslag, bedoeld in deen, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.53a — Artikel 7.53a (milieubelastende activiteit: op of in de bodem brengen van zuiveringsslib)#
Artikel 7.53a (milieubelastende activiteit: op of in de bodem brengen van zuiveringsslib) artikel 3.48b van het Besluit activiteiten leefomgeving Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het op of in de bodem brengen van zuiveringsslib afkomstig van zuiveringsinstallaties voor huishoudelijk of stedelijk afvalwater, bedoeld in, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de aard, samenstelling, hoeveelheid in tonnen, herkomst en wijze van registratie van het zuiveringsslib; en b. een beschrijving van de procedures van acceptatie van zuiveringsslib en van de administratieve organisatie en interne controle. 2021 28102 01-06-2021 27-05-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.53b — Artikel 7.53b (milieubelastende activiteit: opslaan, zeven, mechanisch ontwateren of samenvoegen van grond of baggerspecie)#
Artikel 7.53b (milieubelastende activiteit: opslaan, zeven, mechanisch ontwateren of samenvoegen van grond of baggerspecie) 1 artikel 3.48k, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.26 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het opslaan, zeven, mechanisch ontwateren of samenvoegen van grond van de kwaliteitsklasse matig verontreinigd of sterk verontreinigd, baggerspecie van de kwaliteitsklasse sterk verontreinigd of grond of baggerspecie die niet beschikt over een milieuverklaring bodemkwaliteit, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2 Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. artikel 25d van het Besluit bodemkwaliteit als grond of baggerspecie die beschikt over een milieuverklaring bodemkwaliteit wordt opgeslagen: een aanduiding van de kwaliteitsklassen, bedoeld in, van de partij grond of partij baggerspecie; b. een aanduiding of verschillende partijen grond of verschillende partijen baggerspecie worden samengevoegd; en c. als verschillende partijen grond of verschillende partijen baggerspecie worden samengevoegd: 1°. 3 een aanduiding of dit gebeurt tot een partij die groter is dan 25 m; 2°. artikel 25d van het Besluit bodemkwaliteit een aanduiding van de kwaliteitsklassen, bedoeld in, van de partijen, tenzij partijen die niet beschikken over een milieuverklaring bodemkwaliteit worden samengevoegd; en 3°. het volume van de samengevoegde partij in kubieke meters. 2021 28102 01-06-2021 27-05-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.53c — Artikel 7.53c (lozingsactiviteit: opslaan, zeven, mechanisch ontwateren of samenvoegen van grond of baggerspecie)#
Artikel 7.53c (lozingsactiviteit: opslaan, zeven, mechanisch ontwateren of samenvoegen van grond of baggerspecie) artikel 3.48k, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.23, onder a tot en met h Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het opslaan, zeven, mechanisch ontwateren of samenvoegen van grond van de kwaliteitsklasse matig verontreinigd of sterk verontreinigd, baggerspecie van de kwaliteitsklasse sterk verontreinigd of grond of baggerspecie die niet beschikt over een milieuverklaring bodemkwaliteit, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2021 28102 01-06-2021 27-05-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.53d — Artikel 7.53d (lozingsactiviteit: opvullen diepe plas)#
Artikel 7.53d (lozingsactiviteit: opvullen diepe plas) artikel 3.48p van het Besluit activiteiten leefomgeving Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het brengen van grond of baggerspecie in een oppervlaktewaterlichaam, voor zover het gaat om het opvullen van een diepe plas voor het bevorderen van de natuurwaarde of recreatieve waarde van de diepe plas, het ontwikkelen tot landbodem voor het verwezenlijken van bedrijventerreinen, woningbouwlocaties, landbouwgronden, natuurgronden of recreatieterreinen of het stabiliseren van wanden, bedoeld in, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een beschrijving van de locatie waarop de activiteit wordt verricht en een situatietekening waarop is aangegeven: 1°. de locatie met een legenda en een noordpijl; en 2°. de omgeving van de locatie; b. een bovenaanzicht en een dwarsdoorsnede van de locatie op een schaal van ten minste 1:10.000; c. een aanduiding van de beoogde: 1°. hoeveelheid in kubieke meters, kwaliteit en herkomst van de grond en baggerspecie die worden toegepast in het oppervlaktewaterlichaam en in de afdeklaag; 2°. dikte van de afdeklaag in meters; 3°. diepte, oppervlakte, chemische en ecologische kwaliteit en het beoogde volume van het oppervlaktewaterlichaam na beëindiging van de activiteit of een fase, als de activiteit gefaseerd wordt verricht; en 4°. datum en het beoogde tijdstip van het begin van de activiteit of de fases, als de activiteit gefaseerd wordt verricht, en de verwachte duur ervan; d. de vermelding van de functionele toepassing in het kader waarvan de grond en baggerspecie wordt toegepast en een onderbouwing van de functionaliteit van de toepassing; e. de dimensionering van de functionele toepassing in het kader waarvan de grond en baggerspecie wordt toegepast; f. een beschrijving van de inrichting en de maatschappelijke functie van de locatie na de opvulling van het oppervlaktewaterlichaam; g. een beschrijving van de gevolgen voor de chemische en ecologische kwaliteit van het oppervlaktewaterlichaam en de gevolgen voor de openbare drinkwatervoorziening; h. een beschrijving van de procedures en van de criteria voor acceptatie van grond en baggerspecie en van de administratieve organisatie en interne controle; i. een rapportage met een weergave van een verricht hydrologisch en geohydrologisch onderzoek naar de gevolgen van de activiteit; j. een beschrijving van de wijze waarop tijdens en na afronding van de activiteit of een fase, als de activiteit gefaseerd wordt verricht, wordt gecontroleerd: 1°. op het bereiken van de doelen, bedoeld onder c; 2°. op verontreiniging van het oppervlaktewaterlichaam of de omgeving van de locatie; 3°. op de chemische en ecologische kwaliteit van het oppervlaktewaterlichaam; en 4°. op de instandhouding van de afdeklaag; k. een beschrijving van de wijze waarop is gewaarborgd dat corrigerende maatregelen worden getroffen als de controles, bedoeld onder j, daartoe aanleiding geven; en l. een aanduiding en onderbouwing van het type diepe plas, zowel voor als na de opvulling van het oppervlaktewaterlichaam. 2021 28102 01-06-2021 27-05-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.54 — Artikel 7.54 (milieubelastende activiteit: exploiteren van een Seveso-inrichting)#
Artikel 7.54 (milieubelastende activiteit: exploiteren van een Seveso-inrichting) 1 artikelen 3.50, eerste lid 3.51, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikelen 7.22a, eerste lid 7.27, onder a, c en d Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een Seveso-inrichting, bedoeld in de, en, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in de, en, verstrekt. 2 Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de naam en functie van de bestuurder van de Seveso-inrichting, als dat een ander is dan degene die de activiteit verricht; b. de gegevens die nodig zijn om de gevaarlijke stoffen, bedoeld in artikel 3, tiende lid, van de Seveso-richtlijn, en de categorie van die gevaarlijke stoffen te identificeren die in de Seveso-inrichting aanwezig zijn of kunnen zijn; c. een lijst met de hoeveelheid in kilogrammen, aard en fysische vormen van de gevaarlijke stoffen, bedoeld in artikel 3, tiende lid, van de Seveso-richtlijn, die aanwezig zijn of kunnen zijn in de Seveso-inrichting; d. een beschrijving van de activiteiten die in de Seveso-inrichting worden verricht; e. informatie over de directe omgeving van de Seveso-inrichting en de factoren die een zwaar ongeval kunnen veroorzaken of die de gevolgen ervan ernstiger kunnen maken, met gegevens over inrichtingen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Seveso-richtlijn, milieubelastende activiteiten waarop deze paragraaf niet van toepassing is en gebieden en ontwikkelingen die de bron kunnen zijn van of het risico of de gevolgen van een zwaar ongeval kunnen vergroten; f. voor de beoordeling of het risico op een zwaar ongeval of de gevolgen daarvan groter kunnen zijn door de geografische situatie of de ligging van de Seveso-inrichting ten opzichte van andere Seveso-inrichtingen, voor gevaarlijke stoffen die behoren tot de categorie ontplofbare stoffen, ontvlambare gassen, ontvlambare aerosolen of ontvlambare vloeistoffen, bedoeld in bijlage I, deel 1, bij de Seveso-richtlijn: 1°. het grootste insluitsysteem en de hoeveelheid gevaarlijke stoffen in kilogrammen die ten hoogste daarin aanwezig kan zijn; 2°. de betrokken gevaarlijke stoffen en de categorieën waartoe deze behoren; 3°. de plaats van het insluitsysteem in de Seveso-inrichting; en 4°. de druk in kilopascal en de temperatuur in graden Celsius van de betrokken gevaarlijke stoffen in het insluitsysteem; g. een beschrijving van de passende maatregelen die worden getroffen ter bescherming van een Natura 2000-gebied dat in de nabijheid van de Seveso-inrichting is gelegen; en h. artikel 4.14 van het Besluit activiteiten leefomgeving artikelen 4.14 tot en met 4.17 van dat besluit als het gaat om een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een hogedrempelinrichting: het veiligheidsrapport, bedoeld in, en de gegevens en bescheiden die het veiligheidsrapport moet bevatten op grond van de. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.55 — Artikel 7.55 (lozingsactiviteit: exploiteren van een Seveso-inrichting)#
Artikel 7.55 (lozingsactiviteit: exploiteren van een Seveso-inrichting) artikel 3.51, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.25 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het exploiteren van een Seveso-inrichting, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.56 — Artikel 7.56 (milieubelastende activiteit: grootschalige energieopwekking)#
Artikel 7.56 (milieubelastende activiteit: grootschalige energieopwekking) 1 artikelen 3.54 3.55, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.27 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een ippc-installatie voor het stoken, bedoeld in deen, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2 Bij de aanvraag worden ook gegevens en bescheiden verstrekt die duidelijk maken of het afvangen en comprimeren van kooldioxide en het transporteren daarvan naar een geschikte opslaglocatie in technisch en economisch opzicht haalbaar zijn. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.57 — Artikel 7.57 (lozingsactiviteit: grootschalige energieopwekking)#
Artikel 7.57 (lozingsactiviteit: grootschalige energieopwekking) artikel 3.55, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.25 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het exploiteren van een ippc-installatie voor het stoken, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.58 — Artikel 7.58 (milieubelastende activiteit: raffinaderij)#
Artikel 7.58 (milieubelastende activiteit: raffinaderij) artikelen 3.57 3.58, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.27 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een ippc-installatie voor het raffineren van aardolie en gas, bedoeld in deen, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.59 — Artikel 7.59 (lozingsactiviteit: raffinaderij)#
Artikel 7.59 (lozingsactiviteit: raffinaderij) artikel 3.58, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.25 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het exploiteren van een ippc-installatie voor het raffineren van aardolie en gas, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.60 — Artikel 7.60 (milieubelastende activiteit: maken van cokes)#
Artikel 7.60 (milieubelastende activiteit: maken van cokes) artikelen 3.60 3.61, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.27 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een ippc-installatie voor het maken van cokes, bedoeld in deen, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.61 — Artikel 7.61 (lozingsactiviteit: maken van cokes)#
Artikel 7.61 (lozingsactiviteit: maken van cokes) artikel 3.61, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.25 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het exploiteren van een ippc-installatie voor het maken van cokes, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.62 — Artikel 7.62 (milieubelastende activiteit: vergassen of vloeibaar maken van steenkool of andere brandstoffen)#
Artikel 7.62 (milieubelastende activiteit: vergassen of vloeibaar maken van steenkool of andere brandstoffen) artikelen 3.63, eerste lid 3.64, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.27 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een ippc-installatie of een andere milieubelastende installatie voor het vergassen of vloeibaar maken van steenkool of andere brandstoffen, het briketteren of walsen van steenkool of bruinkool of het maken van steenkoolproducten of vaste rookvrije brandstof, bedoeld in de, en, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.63 — Artikel 7.63 (lozingsactiviteit: vergassen of vloeibaar maken van steenkool of andere brandstoffen)#
Artikel 7.63 (lozingsactiviteit: vergassen of vloeibaar maken van steenkool of andere brandstoffen) artikel 3.64, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.25 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het exploiteren van een ippc-installatie of een andere milieubelastende installatie voor het vergassen of vloeibaar maken van steenkool of andere brandstoffen, het briketteren of walsen van steenkool of bruinkool of het maken van steenkoolproducten of vaste rookvrije brandstof, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.64 — Artikel 7.64 (milieubelastende activiteit: basismetaal)#
Artikel 7.64 (milieubelastende activiteit: basismetaal) artikelen 3.66, eerste lid 3.67, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.27 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een ippc-installatie of een andere milieubelastende installatie voor het roosten of sinteren van ertsen, het maken van ijzer of staal, het verwerken, smelten of gieten van ferrometalen of het winnen van ruwe non-ferrometalen, bedoeld in de, en, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.65 — Artikel 7.65 (lozingsactiviteit: basismetaal)#
Artikel 7.65 (lozingsactiviteit: basismetaal) artikel 3.67, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.25 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het exploiteren van een ippc-installatie of een andere milieubelastende installatie voor het roosten of sinteren van ertsen, het maken van ijzer of staal, het verwerken, smelten of gieten van ferrometalen of het winnen van ruwe non-ferrometalen, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.66 — Artikel 7.66 (milieubelastende activiteit: complexe minerale industrie)#
Artikel 7.66 (milieubelastende activiteit: complexe minerale industrie) artikelen 3.69, eerste lid 3.70, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.27 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een ippc-installatie of een andere milieubelastende installatie voor het maken van cement, cementklinkers, ongebluste kalk of magnesiumoxide, het winnen van asbest of het maken van asbestproducten, het maken van glas, met inbegrip van het maken van glasvezels, het smelten van minerale stoffen, het maken van mineraalvezels, glazuren of emailles of het maken van koolstof of elektrografiet, bedoeld in de, en, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.67 — Artikel 7.67 (lozingsactiviteit: complexe minerale industrie)#
Artikel 7.67 (lozingsactiviteit: complexe minerale industrie) artikel 3.70, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.25 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het exploiteren van een ippc-installatie of een andere milieubelastende installatie voor het maken van cement, cementklinkers, ongebluste kalk of magnesiumoxide, het winnen van asbest, het maken van asbestproducten, het maken van glas, met inbegrip van het maken van glasvezels, het smelten van minerale stoffen, het maken van mineraalvezels, glazuren of emailles of het maken van koolstof of elektrografiet, bedoeld in de, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.68 — Artikel 7.68 (milieubelastende activiteit: basischemie)#
Artikel 7.68 (milieubelastende activiteit: basischemie) artikelen 3.72, eerste lid 3.73, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.27 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een ippc-installatie voor het maken van organisch-chemische producten, anorganisch-chemische producten, fosfaathoudende, stikstofhoudende of kaliumhoudende meststoffen, producten voor gewasbescherming, biociden, farmaceutische producten of explosieven, bedoeld in de, en, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.69 — Artikel 7.69 (lozingsactiviteit: basischemie)#
Artikel 7.69 (lozingsactiviteit: basischemie) artikel 3.73, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.25 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het exploiteren van een ippc-installatie voor het maken van organisch-chemische producten, anorganisch-chemische producten, fosfaathoudende, stikstofhoudende of kaliumhoudende meststoffen, producten voor gewasbescherming, biociden, farmaceutische producten of explosieven, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.70 — Artikel 7.70 (milieubelastende activiteit: complexe papierindustrie, houtindustrie en textielindustrie)#
Artikel 7.70 (milieubelastende activiteit: complexe papierindustrie, houtindustrie en textielindustrie) artikelen 3.75, eerste lid 3.76, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.27 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een ippc-installatie voor het maken van papierpulp, papier, karton of oriented strand board, spaanplaat of vezelplaat van hout of het voorbehandelen of verven van textielvezels of textiel, bedoeld in de, en, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.71 — Artikel 7.71 (lozingsactiviteit: complexe papierindustrie, houtindustrie en textielindustrie)#
Artikel 7.71 (lozingsactiviteit: complexe papierindustrie, houtindustrie en textielindustrie) artikel 3.76, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.25 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het exploiteren van een ippc-installatie voor het maken van papierpulp, papier, karton of oriented strand board, spaanplaat of vezelplaat van hout of het voorbehandelen of verven van textielvezels of textiel, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.72 — Artikel 7.72 (milieubelastende activiteit: afvalbeheer)#
Artikel 7.72 (milieubelastende activiteit: afvalbeheer) 1 artikelen 3.78 3.79, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikelen 7.26 7.27 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een ippc-installatie voor het verwijderen of nuttig toepassen van gevaarlijke of ongevaarlijke afvalstoffen, het tijdelijk opslaan van gevaarlijke afvalstoffen of het ondergronds opslaan van gevaarlijke afvalstoffen, bedoeld in deen, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in deen, verstrekt. 2 Bij de aanvraag wordt ook een beschrijving verstrekt van de structuur van de onderneming en de organisatie. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.73 — Artikel 7.73 (lozingsactiviteit: afvalbeheer)#
Artikel 7.73 (lozingsactiviteit: afvalbeheer) artikel 3.79, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.25 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het exploiteren van een ippc-installatie voor het verwijderen of nuttig toepassen van gevaarlijke of ongevaarlijke afvalstoffen, het tijdelijk opslaan van gevaarlijke afvalstoffen of het ondergronds opslaan van gevaarlijke afvalstoffen, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.74 — Artikel 7.74 (milieubelastende activiteit: kadavers en dierlijk afval)#
Artikel 7.74 (milieubelastende activiteit: kadavers en dierlijk afval) 1 artikelen 3.81 3.82, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikelen 7.26 7.27 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een ippc-installatie voor de destructie of het verwerken van kadavers en dierlijk afval, bedoeld in deen, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in deen, verstrekt. 2 Bij de aanvraag wordt ook een beschrijving verstrekt van de structuur van de onderneming en de organisatie. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.75 — Artikel 7.75 (lozingsactiviteit: kadavers en dierlijk afval)#
Artikel 7.75 (lozingsactiviteit: kadavers en dierlijk afval) artikel 3.82, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.25 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het exploiteren van een ippc-installatie voor de destructie of het verwerken van kadavers en dierlijk afval, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.76 — Artikel 7.76 (milieubelastende activiteit: stortplaats algemeen)#
Artikel 7.76 (milieubelastende activiteit: stortplaats algemeen) 1 artikelen 3.84, eerste lid, onder a of b 3.85, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikelen 7.26 7.27 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een ippc-installatie of een andere milieubelastende installatie voor het storten van afvalstoffen, bedoeld in de, en, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in deen, verstrekt. 2 Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de maximale stortcapaciteit in tonnen; b. de kwaliteit van de bodem op de locatie waar het storten plaatsvindt; c. de bodemkundige gesteldheid en geohydrologische omstandigheden op de locatie waar het storten plaatsvindt, waaronder ten minste gegevens over: 1°. de gemiddelde hoogste en laagste grondwaterstand, vastgesteld met metingen verricht volgens NEN 5766 op de 14e en 28e van elke maand, gedurende een periode van ten minste een jaar voorafgaand aan de aanvraag; 2°. de grondwaterstroming; en 3°. de doorlatendheid in meters per etmaal, dikte in meters, samenstelling en zetting van de bodemlagen; d. een beschrijving van de nadelige gevolgen voor het milieu en de aard, omvang en duur daarvan die de locatie waar het storten plaatsvindt naar verwachting kan veroorzaken na beëindiging van het storten van afvalstoffen; e. een beschrijving van het beheer van de gestorte afvalstoffen en van de maatregelen of voorzieningen ter bescherming van het milieu die worden getroffen na beëindiging van het storten; f. een exploitatieplan en een controleplan die ten minste de volgende gegevens bevatten: 1°. een beschrijving van de milieubelastende activiteiten die worden verricht en de installaties; 2°. een beschrijving van de grondstoffen en hulpmaterialen, andere stoffen en energie die worden gebruikt of gegenereerd; 3°. een beschrijving van de structuur van de onderneming en de organisatie; 4°. de aard, samenstelling, hoeveelheid in tonnen, herkomst en wijze van registratie van de afvalstoffen; 5°. per handeling en per afvalstof: de maximale opslagcapaciteit in tonnen en de verwerkingscapaciteit in tonnen per jaar; 6°. een beschrijving van de procedures van acceptatie van afvalstoffen en van de administratieve organisatie en interne controle; en 7°. de capaciteit van de stortplaats; g. Richtlijn (EG) 1999/31 als het gaat om het storten van afvalstoffen in de diepe ondergrond: een veiligheidsbeoordeling die voldoet aan onderdeel 2.5 van de bijlage bij Beschikking (EG) 2003/33 van de Raad van de Europese Unie van 19 december 2002 tot vaststelling van criteria en procedures voor het aanvaarden van afvalstoffen op stortplaatsen overeenkomstig artikel 16 en bijlage II vanbetreffende het storten van afvalstoffen (PbEG 2003, L 11); h. als de aanvrager om de omgevingsvergunning een ander is dan degene die de stortplaats exploiteert of gaat exploiteren: de naam en het adres van degene die de stortplaats exploiteert of gaat exploiteren; en i. als het gaat om een stortplaats waar niet alleen baggerspecie wordt gestort: bewijs dat financiële zekerheid is of wordt gesteld voor het nakomen van verplichtingen die gaan gelden op grond van de omgevingsvergunning over de bovenafdichting van de stortplaats. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.77 — Artikel 7.77 (milieubelastende activiteit: stortplaats baggerspecie)#
Artikel 7.77 (milieubelastende activiteit: stortplaats baggerspecie) 1 artikelen 3.84, eerste lid, onder a of b 3.85, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een ippc-installatie of een andere milieubelastende installatie voor het storten van afvalstoffen, bedoeld in de, en, worden, voor zover alleen baggerspecie wordt gestort en de installatie niet ligt in een oppervlaktewaterlichaam, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. over de immissie van verontreiniging in het grondwater: 1°. bijlage XVIIIa bij het Besluit kwaliteit leefomgeving een aanduiding of in het poriënwater voor een stof de standaardwaarde, bedoeld in, wordt overschreden; 2°. bijlage XVIIIg als voor een stof die standaardwaarde wordt overschreden: een aanduiding of de toelaatbare flux, bedoeld in, voor die stof wordt overschreden; 3°. als voor een stof die toelaatbare flux wordt overschreden: i. artikel 8.62c, derde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving een aanduiding of de standaardwaarde voor die stof door de immissie wordt overschreden buiten het toelaatbaar beïnvloede gebied, bedoeld in; en ii. de berekende jaarlijkse vracht aan verontreinigingen in het poriënwater in grammen; 4°. als voor een stof die standaardwaarde wordt overschreden buiten het toelaatbaar beïnvloede gebied: gegevens over het direct buiten het toelaatbaar beïnvloede gebied optreden van een natuurlijke en effectieve geohydrologische isolatie; en 5°. als voor een stof die standaardwaarde niet wordt overschreden buiten het toelaatbaar beïnvloed gebied: gegevens waaruit blijkt dat het niet overschrijden van de standaardwaarde alleen het gevolg is van verdunning door locatiespecifieke omstandigheden; b. artikel 8.62c van het Besluit kwaliteit leefomgeving een beschrijving van de maatregelen, bedoeld in, die worden getroffen om verspreiding van verontreinigende stoffen buiten de stortplaats te voorkomen of te beperken en om te voorkomen dat de standaardwaarde voor een stof wordt overschreden buiten het toelaatbaar beïnvloede gebied; c. een onderbouwing van de effectiviteit van de maatregelen, bedoeld onder b; d. artikel 8.62c, eerste lid, onder b, van het Besluit kwaliteit leefomgeving artikel 8.62g van dat besluit een beschrijving van de aanleg, het in werking stellen en het onderhoud van het geohydrologisch isolatiesysteem, bedoeld in, en het controlesysteem, bedoeld in, als dat in de directe nabijheid van de stortplaats wordt aangelegd; en e. bewijs dat financiële zekerheid is of wordt gesteld voor het nakomen van verplichtingen die gaan gelden op grond van de omgevingsvergunning over het aanbrengen van een geohydrologisch isolatiesysteem of een afdeklaag. 2 bijlage XVIIIf De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onder a en c, worden bepaald volgensen berekend met een methode waarmee het bevoegd gezag heeft ingestemd. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2021 34636 01-07-2021 29-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2023 26205 19-09-2023 14-09-2023 2023-0000568411 2023 26454 02-10-2023 26-09-2023 2023-0000589458 01-01-2024
Artikel 7.78 — Artikel 7.78 (lozingsactiviteit: stortplaats)#
Artikel 7.78 (lozingsactiviteit: stortplaats) artikel 3.85, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.25 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het exploiteren van een ippc-installatie of een andere milieubelastende installatie voor het storten van afvalstoffen, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.79 — Artikel 7.79 (milieubelastende activiteit: winningsafvalvoorziening)#
Artikel 7.79 (milieubelastende activiteit: winningsafvalvoorziening) 1 artikelen 3.84, eerste lid, onder c 3.85, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikelen 7.26 7.27 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het storten of verzamelen van winningsafvalstoffen, bedoeld in de, en, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in deen, verstrekt. 2 Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een winningsafvalbeheersplan als bedoeld in artikel 5 van de richtlijn winningsafval; b. bewijs dat de winningsafvalvoorziening geschikt is gelegen, in het bijzonder gelet op verplichtingen voor beschermde gebieden en geologische, hydrologische en hydrogeologische, seismische en geotechnische factoren; c. bewijs dat de winningsafvalvoorziening zo is ontworpen dat wordt voldaan aan de noodzakelijke voorwaarden om: 1°. verontreiniging van bodem, lucht, oppervlaktewaterlichamen of grondwater te voorkomen, waarbij rekening wordt gehouden met de kaderrichtlijn water en de grondwaterrichtlijn; 2°. zeker te stellen dat verontreinigd water en percolaat op doelmatige wijze kunnen worden verzameld; en 3°. erosie door water of wind wordt tegengegaan voor zover dat technisch mogelijk en economisch haalbaar is; d. bewijs dat de winningsafvalvoorziening passend is gebouwd, wordt beheerd en onderhouden om: 1°. de fysische stabiliteit te verzekeren; 2°. verontreiniging of besmetting van bodem, lucht, oppervlaktewaterlichamen of grondwater te voorkomen; en 3°. schade aan het landschap zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken; e. ontwerpen en regelingen voor: 1°. periodieke monitoring en inspectie van de winningsafvalvoorziening door personen die beschikken over de daarvoor benodigde vakbekwaamheid; en 2°. een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen als de resultaten van de monitoring en inspectie wijzen op instabiliteit of verontreiniging van water of bodem; f. regelingen voor: 1°. de rehabilitatie en sluiting van de winningsafvalvoorziening; en 2°. de fase na sluiting van de winningsafvalvoorziening; g. bewijs dat in het ontwerp en bij de bouw van een winningsafvalvoorziening van categorie A rekening is gehouden met de noodzakelijke voorwaarden om een zwaar ongeval te voorkomen en de nadelige gevolgen van een dergelijk ongeval voor de gezondheid of het milieu te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken; h. een beschrijving van de structuur van de onderneming en de organisatie; en i. Richtlijn 2006/21/EG bewijs dat financiële zekerheid is of wordt gesteld voor het nakomen van verplichtingen die gaan gelden op grond van de omgevingsvergunning en dat het bedrag waarvoor de zekerheid in stand wordt gehouden, is berekend overeenkomstig beschikking nr. 2009/335/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 20 april 2009 inzake technische richtsnoeren voor het stellen van de financiële zekerheid overeenkomstigvan het Europees Parlement en de Raad betreffende het beheer van afval van winningsindustrieën (PbEU 2006, L 102/15). 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.80 — Artikel 7.80 (lozingsactiviteit: winningsafvalvoorziening)#
Artikel 7.80 (lozingsactiviteit: winningsafvalvoorziening) artikel 3.85, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.25 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het storten of verzamelen van winningsafvalstoffen, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.81 — Artikel 7.81 (milieubelastende activiteit: verbranden van afvalstoffen in een ippc-installatie)#
Artikel 7.81 (milieubelastende activiteit: verbranden van afvalstoffen in een ippc-installatie) 1 artikelen 3.87 3.88, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikelen 7.26 7.27 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een ippc-installatie voor het verwijderen of het nuttig toepassen van afvalstoffen in een afvalverbrandingsinstallatie of een afvalmeeverbrandingsinstallatie, bedoeld in deen, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in deen, verstrekt. 2 Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om ervoor te zorgen dat: 1°. paragraaf 4.4 van het Besluit activiteiten leefomgeving de installatie zo wordt ontworpen, uitgerust, onderhouden en geëxploiteerd dat wordt voldaan aan, waarbij rekening wordt gehouden met de afvalcategorieën die worden verbrand of meeverbrand; 2°. de warmte die wordt opgewekt bij het verbrandings- en meeverbrandingsproces zoveel mogelijk wordt gebruikt voor het produceren van warmte, stoom of elektriciteit; en 3°. het ontstaan van residuen en de schadelijkheid ervan zoveel mogelijk worden beperkt en residuen die ontstaan worden gerecycled; b. een beschrijving van de meest ongunstige bedrijfsomstandigheden; en c. een beschrijving van de structuur van de onderneming en de organisatie. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.82 — Artikel 7.82 (lozingsactiviteit: verbranden van afvalstoffen in een ippc-installatie)#
Artikel 7.82 (lozingsactiviteit: verbranden van afvalstoffen in een ippc-installatie) artikel 3.88, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.25 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het exploiteren van een ippc-installatie voor het verwijderen of het nuttig toepassen van afvalstoffen in een afvalverbrandingsinstallatie of een afvalmeeverbrandingsinstallatie, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.83 — Artikel 7.83 (milieubelastende activiteit: grootschalige mestverwerking)#
Artikel 7.83 (milieubelastende activiteit: grootschalige mestverwerking) artikelen 3.90 3.91, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.27 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het behandelen van dierlijke meststoffen, bedoeld in deen, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.84 — Artikel 7.84 (lozingsactiviteit: grootschalige mestverwerking)#
Artikel 7.84 (lozingsactiviteit: grootschalige mestverwerking) artikel 3.91, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.25 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het behandelen van dierlijke meststoffen, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.85 — Artikel 7.85 (lozingsactiviteit: drinkwaterbedrijf)#
Artikel 7.85 (lozingsactiviteit: drinkwaterbedrijf) artikelen 3.93, eerste lid 3.94, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.23, onder a tot en met h, j en l tot en met n Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het bewerken van drinkwater voor de openbare drinkwatervoorziening, bedoeld in de, en, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.86 — Artikel 7.86 (milieubelastende activiteit: behandelen, regelen en meten van aardgas)#
Artikel 7.86 (milieubelastende activiteit: behandelen, regelen en meten van aardgas) 1 artikelen 3.97 3.98 van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.22a, eerste lid Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het behandelen van aardgas, het regelen van aardgasdruk of het meten van de hoeveelheid of kwaliteit van aardgas, bedoeld in deen, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2 Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de ontwerpcapaciteit in normaal kubieke meters per uur en de werkdruk in kilopascal aan de inlaatzijde van de installatie; en b. de opstelling van de installatie. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.87 — Artikel 7.87 (milieubelastende activiteit: metaalproductenindustrie, ippc-installatie)#
Artikel 7.87 (milieubelastende activiteit: metaalproductenindustrie, ippc-installatie) artikel 3.104, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.27 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een ippc-installatie voor het behandelen van het oppervlak van metalen of kunststoffen door een elektrolytisch of chemisch procedé, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.88 — Artikel 7.88 (lozingsactiviteit: metaalproductenindustrie, ippc-installatie)#
Artikel 7.88 (lozingsactiviteit: metaalproductenindustrie, ippc-installatie) artikel 3.104, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.25 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het exploiteren van een ippc-installatie voor het behandelen van het oppervlak van metalen of kunststoffen door een elektrolytisch of chemisch procedé, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.89 — Artikel 7.89 (milieubelastende activiteit: metaalproductenindustrie, overige activiteiten)#
Artikel 7.89 (milieubelastende activiteit: metaalproductenindustrie, overige activiteiten) 1 artikel 3.105, aanhef en onder a, b of c, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.27a 7.27b Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het smelten of gieten van non-ferrometalen, het harden of gloeien van metalen of het diffunderen van stoffen in het metaaloppervlak, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld inen, verstrekt. 2 Bij de aanvraag wordt ook een aanduiding verstrekt van de metalen die worden verwerkt. 3 3 artikel 3.105, aanhef en onder d of e, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.22a, eerste lid Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het aanbrengen van metaallagen met een cyanidehoudend bad met een inhoud van ten minste 100 l of voor het behandelen van het oppervlak van metalen met een bad met een inhoud van ten minste 1 mvloeibare gevaarlijke stoffen van ADR-klasse 6.1 of vloeibare gevaarlijke stoffen in de gevarenklasse acute toxiciteit, categorie 1, 2 of 3, bedoeld in bijlage I, deel 3, bij de CLP-verordening, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.90 — Artikel 7.90 (milieubelastende activiteit: metaalproductenindustrie, andere milieubelastende installatie)#
Artikel 7.90 (milieubelastende activiteit: metaalproductenindustrie, andere milieubelastende installatie) 1 artikel 3.106, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 3.106, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikelen 7.27a 7.27b Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het verwerken van ferrometalen, het smelten van non-ferrometalen, het behandelen van het oppervlak van metalen, het maken van auto’s of motoren of het assembleren van auto’s, het bouwen of repareren van luchtvaartuigen of het maken van spoorwegmaterieel, bedoeld inof het met testbanken beproeven van motoren, turbines of reactoren of het uitstampen van metalen met springstoffen, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in deen, verstrekt. 2 Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een aanduiding van de metalen die worden verwerkt; en b. als gasflessen worden gevuld met propaan of butaan: de hoeveelheid gassen in liters die ten hoogste wordt opgeslagen. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.91 — Artikel 7.91 2 (milieubelastende activiteit: metaalproductenindustrie, andere milieubelastende installatie en productieoppervlakte ten minste 2.000 m)#
Artikel 7.91 2 (milieubelastende activiteit: metaalproductenindustrie, andere milieubelastende installatie en productieoppervlakte ten minste 2.000 m) 1 artikel 3.107 van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.27b Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het verwerken van metalen, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2 Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een aanduiding van de metalen die worden verwerkt; b. een aanduiding van de aard en omvang van de geluidemissies en geluidimmissies die door de activiteit worden veroorzaakt; c. een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om geluidemissies te voorkomen of, als dat niet mogelijk is, te beperken; en d. als gasflessen worden gevuld met propaan of butaan: de hoeveelheid gassen in liters die ten hoogste wordt opgeslagen. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.92 — Artikel 7.92 (lozingsactiviteit: metaalproductenindustrie, lozen van koelwater)#
Artikel 7.92 (lozingsactiviteit: metaalproductenindustrie, lozen van koelwater) artikelen 3.103, onder b tot en met f 3.108 van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.24 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van koelwater met een warmtevracht van meer dan 50 MW afkomstig van het verwerken van metalen, het op metaal aanbrengen van deklagen of conversielagen, het behandelen van het oppervlak van metalen, het harden en gloeien van metalen, het diffunderen van stoffen in het metaaloppervlak of het maken van producten van metaal, bedoeld in de, en, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.93 — Artikel 7.93 (milieubelastende activiteit: minerale productenindustrie, ippc-installatie)#
Artikel 7.93 (milieubelastende activiteit: minerale productenindustrie, ippc-installatie) artikel 3.112, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.27 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een ippc-installatie voor het maken van keramische producten door verhitting, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.94 — Artikel 7.94 (lozingsactiviteit: minerale productenindustrie, ippc-installatie)#
Artikel 7.94 (lozingsactiviteit: minerale productenindustrie, ippc-installatie) artikel 3.112, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.25 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het exploiteren van een ippc-installatie voor het maken van keramische producten door verhitting, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.95 — Artikel 7.95 (milieubelastende activiteit: minerale productenindustrie, asfalt, asfaltproducten, kalkzandsteen en cellenbeton)#
Artikel 7.95 (milieubelastende activiteit: minerale productenindustrie, asfalt, asfaltproducten, kalkzandsteen en cellenbeton) artikel 3.113 van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.27 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het maken van asfalt, asfaltproducten, kalkzandsteen of cellenbeton, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.96 — Artikel 7.96 (milieubelastende activiteit: minerale producten industrie, andere milieubelastende installatie voor keramische producten)#
Artikel 7.96 (milieubelastende activiteit: minerale producten industrie, andere milieubelastende installatie voor keramische producten) 1 artikel 3.114 van het Besluit activiteiten leefomgeving artikelen 7.27a 7.27b Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het maken van keramische producten door verhitting, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in deen, verstrekt. 2 Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een aanduiding van de materialen die worden verwerkt; b. als steen mechanisch wordt bewerkt: een opsomming van de steensoorten die worden bewerkt; en c. als gasflessen worden gevuld met propaan of butaan: de hoeveelheid gassen in liters die ten hoogste wordt opgeslagen. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.97 — Artikel 7.97 (milieubelastende activiteit: minerale productenindustrie, andere milieubelastende installatie overig)#
Artikel 7.97 (milieubelastende activiteit: minerale productenindustrie, andere milieubelastende installatie overig) 1 artikel 3.115 van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.27a, onder a en b Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het breken, malen, zeven of drogen van mergel, zand, grind, kalk, steenkolen of andere mineralen of derivaten daarvan, het winnen van steen, mergel, zand, grind of kalk of het maken van betonmortel of producten van betonmortel, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2 Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een aanduiding van de materialen die worden verwerkt; b. als steen mechanisch wordt bewerkt: een opsomming van de steensoorten die worden bewerkt; c. als gasflessen worden gevuld met propaan of butaan: de hoeveelheid gassen in liters die ten hoogste wordt opgeslagen; d. een aanduiding van de aard en omvang van de geluidemissies en geluidimmissies die door de activiteit worden veroorzaakt; en e. een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om geluidemissies te voorkomen of, als dat niet mogelijk is, te beperken. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.98 — Artikel 7.98 (milieubelastende activiteit: chemische productenindustrie)#
Artikel 7.98 (milieubelastende activiteit: chemische productenindustrie) artikel 3.119, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.27 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het maken van elastomeren, verf, lak, drukinkt, lijm, waspoeder of enzymen, het vullen van spuitbussen met drijfgassen, het maken van vloeibare biobrandstof of het maken van vloeibare gassen uit de buitenlucht, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.99 — Artikel 7.99 (lozingsactiviteit: chemische productenindustrie)#
Artikel 7.99 (lozingsactiviteit: chemische productenindustrie) artikel 3.119, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.23, onder a tot en met h en l tot en met n Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het maken van elastomeren, verf, lak, drukinkt, lijm, waspoeder of enzymen, het vullen van spuitbussen met drijfgassen, het maken van vloeibare biobrandstof of het maken van vloeibare gassen uit de buitenlucht, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.100 — Artikel 7.100 (milieubelastende activiteit: papierindustrie, houtindustrie, textielindustrie en leerindustrie, ippc-installatie)#
Artikel 7.100 (milieubelastende activiteit: papierindustrie, houtindustrie, textielindustrie en leerindustrie, ippc-installatie) artikel 3.123, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.27 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een ippc-installatie voor het looien van huiden of het conserveren van hout of houtproducten, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.101 — Artikel 7.101 (lozingsactiviteit: papierindustrie, houtindustrie, textielindustrie en leerindustrie, ippc-installatie)#
Artikel 7.101 (lozingsactiviteit: papierindustrie, houtindustrie, textielindustrie en leerindustrie, ippc-installatie) artikel 3.123, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.25 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het exploiteren van een ippc-installatie voor het looien van huiden of het conserveren van hout of houtproducten, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.102 — Artikel 7.102 (milieubelastende activiteit: papierindustrie, houtindustrie, textielindustrie en leerindustrie, conserveren hout)#
Artikel 7.102 (milieubelastende activiteit: papierindustrie, houtindustrie, textielindustrie en leerindustrie, conserveren hout) 1 artikel 3.124, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.27a, onder c en d Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het conserveren van hout of houtproducten, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2 Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een beschrijving van de houtconserveringsmiddelen die worden toegepast; en b. een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om het gebruik van houtconserveringsmiddelen te voorkomen of, als dat niet mogelijk is, te beperken. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.103 — Artikel 7.103 (lozingsactiviteit: papierindustrie, houtindustrie, textielindustrie en leerindustrie, conserveren hout)#
Artikel 7.103 (lozingsactiviteit: papierindustrie, houtindustrie, textielindustrie en leerindustrie, conserveren hout) artikel 3.124, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.23, onder a tot en met h en l tot en met o Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het conserveren van hout of houtproducten, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.104 — Artikel 7.104 (milieubelastende activiteit: papierindustrie, houtindustrie, textielindustrie en leerindustrie, andere milieubelastende installatie)#
Artikel 7.104 (milieubelastende activiteit: papierindustrie, houtindustrie, textielindustrie en leerindustrie, andere milieubelastende installatie) 1 artikel 3.125, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.27a, onder c en d Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het maken van papierstof, papier of karton, het looien van huiden of het voorbehandelen of verven van vezels of textiel, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2 Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de locaties van de lozingspunten waar op het vuilwaterriool of schoonwaterriool wordt geloosd; b. de samenstelling van het afvalwater dat op het vuilwaterriool en schoonwaterriool wordt geloosd; en c. een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om het ontstaan van afvalwater te voorkomen of, als dat niet mogelijk is, te beperken. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.105 — Artikel 7.105 (lozingsactiviteit: papierindustrie, houtindustrie, textielindustrie en leerindustrie, andere milieubelastende installatie)#
Artikel 7.105 (lozingsactiviteit: papierindustrie, houtindustrie, textielindustrie en leerindustrie, andere milieubelastende installatie) artikel 3.125, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.23, onder a tot en met h en l tot en met n Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het maken van papierstof, papier of karton, het looien van huiden of het voorbehandelen of verven van vezels of textiel, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.106 — Artikel 7.106 (milieubelastende activiteit: voedingsmiddelenindustrie, ippc-installatie)#
Artikel 7.106 (milieubelastende activiteit: voedingsmiddelenindustrie, ippc-installatie) artikel 3.129, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.27 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een ippc-installatie voor het slachten van dieren, het bewerken of verwerken van dierlijke of plantaardige grondstoffen voor het maken van levensmiddelen of voeder of het bewerken en verwerken van alleen melk, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.107 — Artikel 7.107 (lozingsactiviteit: voedingsmiddelenindustrie, ippc-installatie)#
Artikel 7.107 (lozingsactiviteit: voedingsmiddelenindustrie, ippc-installatie) artikel 3.129, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.25 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het exploiteren van een ippc-installatie voor het slachten van dieren, het bewerken of verwerken van dierlijke of plantaardige grondstoffen voor het maken van levensmiddelen of voeder of het bewerken en verwerken van alleen melk, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.108 — Artikel 7.108 (milieubelastende activiteit: voedingsmiddelenindustrie, andere milieubelastende installatie)#
Artikel 7.108 (milieubelastende activiteit: voedingsmiddelenindustrie, andere milieubelastende installatie) 1 artikel 3.130 van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.27a, onder c en d Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het maken van dierlijke of plantaardige oliën en vetten, het maken van conserven van dierlijke en plantaardige producten, het maken van zuivel, het brouwen van bier of het mouten, het maken van siroop of suikerwaren, het slachten van dieren of het maken van zetmeel, vismeel, visolie of suiker, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2 Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de maximale verwerkingscapaciteit in tonnen per jaar; b. de ligging van de geuremissiepunten; en c. als in het vuilwaterriool zuurstofbindende stoffen met een jaargemiddelde vervuilingswaarde van 5.000 inwonerequivalenten of meer worden geloosd: een overzicht van de spreiding van de lozing over het jaar. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.109 — Artikel 7.109 (milieubelastende activiteit: voedingsmiddelenindustrie, voedingsmiddelen voor landbouwhuisdieren)#
Artikel 7.109 (milieubelastende activiteit: voedingsmiddelenindustrie, voedingsmiddelen voor landbouwhuisdieren) artikel 3.131 van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.27 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het maken of bewerken van voedingsmiddelen voor landbouwhuisdieren, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.110 — Artikel 7.110 (milieubelastende activiteit: rubberindustrie en kunststofindustrie, ippc-installatie)#
Artikel 7.110 (milieubelastende activiteit: rubberindustrie en kunststofindustrie, ippc-installatie) artikel 3.135, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.27 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een ippc-installatie voor het behandelen van het oppervlak van metalen of kunststoffen door een elektrolytisch of chemisch procedé, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.111 — Artikel 7.111 (lozingsactiviteit: rubberindustrie en kunststofindustrie, ippc-installatie)#
Artikel 7.111 (lozingsactiviteit: rubberindustrie en kunststofindustrie, ippc-installatie) artikel 3.135, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.25 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het exploiteren van een ippc-installatie voor het behandelen van het oppervlak van metalen of kunststoffen door een elektrolytisch of chemisch procedé, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.112 — Artikel 7.112 (milieubelastende activiteit: rubberindustrie en kunststofindustrie, blazen, expanderen of schuimen van kunststof)#
Artikel 7.112 (milieubelastende activiteit: rubberindustrie en kunststofindustrie, blazen, expanderen of schuimen van kunststof) 1 artikel 3.136 van het Besluit activiteiten leefomgeving artikelen 7.27a, onder c en d 7.27b Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het blazen, expanderen of schuimen van kunststof met een blaasmiddel anders dan lucht, kooldioxide of stikstof, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in de, en, verstrekt. 2 Bij de aanvraag wordt ook een aanduiding verstrekt van de blaasmiddelen die worden toegepast. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.113 — Artikel 7.113 (milieubelastende activiteit: rubberindustrie en kunststofindustrie, andere milieubelastende installatie)#
Artikel 7.113 (milieubelastende activiteit: rubberindustrie en kunststofindustrie, andere milieubelastende installatie) 1 artikel 3.137 van het Besluit activiteiten leefomgeving artikelen 7.27a, onder c en d 7.27b Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het behandelen van het oppervlak van kunststof met een elektrolytisch of chemisch procedé of voor het maken of behandelen van producten op basis van elastomeren, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in de, en, verstrekt. 2 Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. als polyesterhars wordt verwerkt: 1°. de maximale verwerkingscapaciteit in tonnen per jaar; en 2°. de ligging van de geuremissiepunten; en b. als gasflessen worden gevuld met propaan of butaan: de hoeveelheid gassen in liters die ten hoogste wordt opgeslagen. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.114 — Artikel 7.114 (lozingsactiviteit: grafische industrie)#
Artikel 7.114 (lozingsactiviteit: grafische industrie) artikelen 3.140, eerste en tweede lid 3.141 van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.24 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van koelwater met een warmtevracht van meer dan 50 MW afkomstig van het bedrukken van materialen met zeefdruk, vellenoffset, rotatieoffset, illustratiediepdruk of flexografie, bedoeld in de, en, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.115 — Artikel 7.115 (milieubelastende activiteit: scheepswerven)#
Artikel 7.115 (milieubelastende activiteit: scheepswerven) 1 artikel 3.145, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.27a, onder c en d Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het maken van metalen pleziervaartuigen met een langs de waterlijn te meten lengte van ten minste 25 m of het maken, onderhouden, repareren, schoonmaken of behandelen van de scheepshuid van vaartuigen of drijvende werktuigen, anders dan pleziervaartuigen, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2 Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. als polyesterhars wordt verwerkt: 1°. de maximale verwerkingscapaciteit in tonnen per jaar; en 2°. de ligging van de geuremissiepunten; en b. als gasflessen worden gevuld met propaan of butaan: de hoeveelheid gassen in liters die ten hoogste wordt opgeslagen. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.116 — Artikel 7.116 (lozingsactiviteit: scheepswerven)#
Artikel 7.116 (lozingsactiviteit: scheepswerven) artikel 3.145, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.23, onder a tot en met h en l tot en met o Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van een andere milieubelastende installatie voor het maken van metalen pleziervaartuigen met een langs de waterlijn te meten lengte van ten minste 25 m of het maken, onderhouden, repareren, schoonmaken of behandelen van de scheepshuid van vaartuigen of drijvende werktuigen, anders dan pleziervaartuigen, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.117 — Artikel 7.117 (lozingsactiviteit: andere industrie)#
Artikel 7.117 (lozingsactiviteit: andere industrie) artikelen 3.148, eerste en tweede lid 3.149 van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.24 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van koelwater met een warmtevracht van meer dan 50 MW afkomstig van het maken van materialen, eindproducten of halffabrikaten met een stookinstallatie, koelinstallatie of oplosmiddeleninstallatie, bedoeld in de, en, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.118 — Artikel 7.118 (milieubelastende activiteit: autodemontage en tweewielerdemontagebedrijf)#
Artikel 7.118 (milieubelastende activiteit: autodemontage en tweewielerdemontagebedrijf) artikel 3.153 van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.26 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het opslaan van metaalschroot of autowrakken, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.119 — Artikel 7.119 (lozingsactiviteit: rubberrecyclingbedrijf en kunststofrecyclingbedrijf)#
Artikel 7.119 (lozingsactiviteit: rubberrecyclingbedrijf en kunststofrecyclingbedrijf) artikelen 3.159 3.160 van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.24 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van koelwater met een warmtevracht van meer dan 50 MW afkomstig van het voorbehandelen van ingezameld of afgegeven rubberafval of kunststofafval voor verdere recycling, bedoeld in deen, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.120 — Artikel 7.120 (milieubelastende activiteit: metaalrecyclingbedrijf)#
Artikel 7.120 (milieubelastende activiteit: metaalrecyclingbedrijf) artikel 3.164 van het Besluit activiteiten leefomgeving artikelen 7.26 7.27a, onder c en d Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het opslaan van metaalschroot of autowrakken, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in deen, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.121 — Artikel 7.121 (milieubelastende activiteit: zuiveringtechnisch werk)#
Artikel 7.121 (milieubelastende activiteit: zuiveringtechnisch werk) artikelen 3.173 3.174 van het Besluit activiteiten leefomgeving Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een zuiveringtechnisch werk, bedoeld in deen, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de locaties van de lozingspunten waar op het vuilwaterriool of schoonwaterriool wordt geloosd; b. de ontwerpcapaciteit van het zuiveringtechnisch werk in inwonerequivalenten; c. het gemiddelde lozingsdebiet in kubieke meters per dag; d. de maximale hydraulische aanvoer in kubieke meters per uur; e. de resultaten van de immissietoets voor fosforverbindingen en stikstofverbindingen, uitgevoerd volgens het Handboek Immissietoets; f. de ligging van de geuremissiepunten; g. een overzicht van de in te nemen afvalstoffen en de te verrichten activiteiten met afvalstoffen; h. per afvalstof de opslagcapaciteit en de verwerkingscapaciteit in tonnen per jaar; en i. een beschrijving van de procedures van acceptatie van afvalstoffen en van de administratieve organisatie en interne controle. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.121a — Artikel 7.121a (milieubelastende activiteit: grondbank of grondreinigingsbedrijf)#
Artikel 7.121a (milieubelastende activiteit: grondbank of grondreinigingsbedrijf) artikel 3.179, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.26 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bewerken van grond van de kwaliteitsklasse matig verontreinigd of sterk verontreinigd of baggerspecie van de kwaliteitsklasse sterk verontreinigd, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2021 28102 01-06-2021 27-05-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.121b — Artikel 7.121b (lozingsactiviteit: grondbank of grondreinigingsbedrijf)#
Artikel 7.121b (lozingsactiviteit: grondbank of grondreinigingsbedrijf) artikel 3.179, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.23, onder a tot en met h Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het bewerken van grond van de kwaliteitsklasse matig verontreinigd of sterk verontreinigd of baggerspecie van de kwaliteitsklasse sterk verontreinigd, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2021 28102 01-06-2021 27-05-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.122 — Artikel 7.122 (milieubelastende activiteit: verwerken van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen)#
Artikel 7.122 (milieubelastende activiteit: verwerken van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen) 1 artikelen 3.185, eerste lid 3.186, eerste lid 3.191, eerste lid 3.192, eerste lid 3.195, eerste lid 3.196, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikelen 7.26 7.27 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het verwerken van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen, bedoeld in,,,,, of, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in deen, verstrekt. 2 artikel 3.187, eerste lid 3.188, eerste lid 3.189, eerste lid 3.190 3.193, eerste lid 3.194, eerste lid 3.197, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikelen 7.26 7.27a, onder c en d Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het verwerken van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen, bedoeld in,,,,,, of, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in deen, verstrekt. 3 Bij de aanvraag, bedoeld in het eerste of tweede lid wordt ook een beschrijving verstrekt van de structuur van de onderneming en de organisatie. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.123 — Artikel 7.123 (lozingsactiviteit: verwerken van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen)#
Artikel 7.123 (lozingsactiviteit: verwerken van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen) 1 artikelen 3.185, vijfde lid 3.186, vierde lid 3.187, derde lid 3.191, vierde lid 3.192, vierde lid 3.197, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.23, onder a tot en met h en l tot en met o Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het verwerken van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen, bedoeld in de,,,,, of, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2 Bij de aanvraag wordt ook een beschrijving verstrekt van de aanpak van het verwerken van het ingenomen afvalwater. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.124 — Artikel 7.124 (milieubelastende activiteit: veehouderij, ippc-installatie)#
Artikel 7.124 (milieubelastende activiteit: veehouderij, ippc-installatie) 1 artikel 3.201 van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.27 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een ippc-installatie voor het houden van pluimvee of varkens, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2 Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. bijlage V een opgave van het aantal landbouwhuisdieren per diercategorie als bedoeld indat ten hoogste zal worden gehouden; b. per dierenverblijf: 1°. bijlage V een opgave van het aantal landbouwhuisdieren per diercategorie als bedoeld indat ten hoogste zal worden gehouden; 2°. een beschrijving van het huisvestingssysteem en van de aanvullende techniek; en 3°. een beschrijving van de wijze van ventilatie; c. bijlage V 10 per dierenverblijf waar landbouwhuisdieren worden gehouden waarvoor ineen emissiefactor voor geur of PMis vastgesteld: 1°. een plattegrondtekening op schaal met de ligging van de dierenverblijven, de emissiepunten en een overzicht van ventilatoren met diameter; en 2°. een doorsnedetekening met de goothoogte, de nokhoogte en de hoogte van het emissiepunt; d. de lozingsroutes; e. 3 3 als er sprake is van het opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie met een totaal volume van meer dan 3 m: een opgave van het totaal volume van de opslagcapaciteit in kubieke meters bij een opslag van meer dan 600 m; f. als er sprake is van het opslaan van drijfmest, digestaat of dunne fractie in een mestbassin: 1°. het volume in kubieke meters en de oppervlakte van het mestbassin in vierkante meters; en 2°. 3 2 het totaal volume of de totale oppervlakte van de mestbassins op de locatie als het gezamenlijke volume meer is dan 2.500 mof de gezamenlijke oppervlakte ten minste 350 mis; g. 3 3 als er sprake is van het composteren en opslaan van groenafval met een volume van 3 mtot en met 600 m: het maximale volume in kubieke meters van de opslag of het composteren; h. als er sprake is van het reinigen van voertuigen of werktuigen voor agrarische activiteiten: gegevens of bescheiden waaruit blijkt welke handelingen met gewasbeschermingsmiddelen worden verricht; en i. als gasflessen worden gevuld met propaan of butaan: de hoeveelheid gassen in liters die ten hoogste wordt opgeslagen. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.125 — Artikel 7.125 (milieubelastende activiteit: veehouderij, andere milieubelastende installatie)#
Artikel 7.125 (milieubelastende activiteit: veehouderij, andere milieubelastende installatie) artikel 3.202 van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.124, tweede lid Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het houden van landbouwhuisdieren, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.126 — Artikel 7.126 (milieubelastende activiteit: bedrijf voor teelt en kweek van waterplanten en waterdieren)#
Artikel 7.126 (milieubelastende activiteit: bedrijf voor teelt en kweek van waterplanten en waterdieren) 1 artikel 3.222, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.27b Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het kweken van consumptievis of ongewervelde waterdieren of het telen van waterplanten, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2 Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een riooltekening; b. de samenstelling van het afvalwater dat op het vuilwaterriool en schoonwaterriool wordt geloosd; c. de bron of oorzaak van het afvalwater dat op het vuilwaterriool en schoonwaterriool wordt geloosd; en d. een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om het ontstaan van afvalwater te voorkomen of, als dat niet mogelijk is, te beperken. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.127 — Artikel 7.127 (lozingsactiviteit: bedrijf voor teelt en kweek van waterplanten en waterdieren)#
Artikel 7.127 (lozingsactiviteit: bedrijf voor teelt en kweek van waterplanten en waterdieren) artikel 3.222, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.23, onder a tot en met h en l tot en met n Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het kweken van consumptievis of ongewervelde waterdieren of het telen van waterplanten, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.128 — Artikel 7.128 (milieubelastende activiteit: bedrijf voor mestbehandeling)#
Artikel 7.128 (milieubelastende activiteit: bedrijf voor mestbehandeling) 1 artikel 3.226, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikelen 7.26 7.27a 7.27b Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het drogen of indampen van dierlijke meststoffen, het vergisten van dierlijke meststoffen in combinatie met afvalstoffen, het vergisten van plantaardig materiaal, het verbranden van dierlijke meststoffen of het composteren van dierlijke meststoffen, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in de,en, verstrekt. 2 Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de hoeveelheid plantaardig materiaal in kubieke meters per jaar die ten hoogste wordt vergist; b. de samenstelling van het afvalwater dat op het vuilwaterriool en schoonwaterriool wordt geloosd; c. een riooltekening; d. het debiet in kubieke meters per uur dat ten hoogste wordt geloosd; e. een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om het ontstaan van afvalwater te voorkomen of, als dat niet mogelijk is, te beperken; f. als er sprake is van het vergisten van dierlijke meststoffen: 1°. de maximale verwerkingscapaciteit van dierlijke meststoffen in kubieke meter per jaar; 2°. de maximale opslagcapaciteit van het vergistingsgas in kubieke meter; 3°. de coördinaten van: i. het middelpunt van een gaszak waarin vergistingsgas wordt opgeslagen; en ii. het aftappunt van een opslagtank waarin vloeibaar gemaakt vergistingsgas wordt opgeslagen; 4°. de methode van bewerking en de bestemming van het vergistingsgas; en 5°. de methode van stabilisatie van het digestaat; en g. als sprake is van covergisting: de aard van de cosubstraten. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.129 — Artikel 7.129 (lozingsactiviteit: bedrijf voor mestbehandeling)#
Artikel 7.129 (lozingsactiviteit: bedrijf voor mestbehandeling) artikel 3.226, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.23, onder a tot en met h en l tot en met o Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het drogen of indampen van dierlijke meststoffen, het vergisten van dierlijke meststoffen in combinatie met afvalstoffen, het vergisten van plantaardig materiaal, het verbranden van dierlijke meststoffen of het composteren van dierlijke meststoffen, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.130 — Artikel 7.130 (lozingsactiviteit: datacentrum)#
Artikel 7.130 (lozingsactiviteit: datacentrum) artikel 3.236 van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.24 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van koelwater met een warmtevracht van meer dan 50 MW afkomstig van het exploiteren van een rekencentrum of datacentrum, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.131 — Artikel 7.131 (milieubelastende activiteit: ingeperkt gebruik genetisch gemodificeerde organismen)#
Artikel 7.131 (milieubelastende activiteit: ingeperkt gebruik genetisch gemodificeerde organismen) artikel 3.247 van het Besluit activiteiten leefomgeving Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor ingeperkt gebruik als bedoeld inworden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. bijlage 4 bij het Besluit genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 per type werkruimte als bedoeld in: het maximale aantal werkruimten waarop inperkingsniveau I of II van toepassing is; b. bijlage 4 bij het Besluit genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 per type werkruimte als bedoeld in: het maximale aantal werkruimten waarop inperkingsniveau III van toepassing is; c. bijlage 4 bij het Besluit genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 per type werkruimte als bedoeld in: het aantal werkruimten waarop inperkingsniveau IV van toepassing is; en d. een plattegrond van de locatie waarop het ggo-gebied is aangegeven. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.132 — Artikel 7.132 (milieubelastende activiteit: voorziening voor het oefenen van brandbestrijdingstechnieken)#
Artikel 7.132 (milieubelastende activiteit: voorziening voor het oefenen van brandbestrijdingstechnieken) 1 artikel 3.260, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.27a, onder c en d Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het oefenen van brandbestrijdingstechnieken, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2 Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de locaties van de lozingspunten waar op het vuilwaterriool of schoonwaterriool wordt geloosd; b. de samenstelling van het afvalwater dat op het vuilwaterriool en schoonwaterriool wordt geloosd; c. een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om het ontstaan van afvalwater te voorkomen of, als dat niet mogelijk is, te beperken; en d. een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om verontreiniging van de bodem te voorkomen of, als dat niet mogelijk is, te beperken. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.133 — Artikel 7.133 (lozingsactiviteit: voorziening voor het oefenen van brandbestrijdingstechnieken)#
Artikel 7.133 (lozingsactiviteit: voorziening voor het oefenen van brandbestrijdingstechnieken) artikel 3.260, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.23, onder b, d, f, h en l tot en met n Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het oefenen van brandbestrijdingstechnieken, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.134 — Artikel 7.134 (milieubelastende activiteit: brandstoffenhandel en tankopslagbedrijven)#
Artikel 7.134 (milieubelastende activiteit: brandstoffenhandel en tankopslagbedrijven) artikel 3.16 3.22 3.25 3.28 3.31 3.34 3.37 van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 3.269 van dat besluit Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor milieubelastende activiteiten met gevaarlijke stoffen die worden verricht op dezelfde locatie als een milieubelastende activiteit als bedoeld in,,,,,ofals bedoeld in, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een beschrijving van die milieubelastende activiteiten met gevaarlijke stoffen; b. de hoeveelheid gevaarlijke stoffen in liters; en c. de ADR-klassen van die gevaarlijke stoffen. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.135 — Artikel 7.135 (milieubelastende activiteit: bunkerstations en andere tankplaatsen voor schepen)#
Artikel 7.135 (milieubelastende activiteit: bunkerstations en andere tankplaatsen voor schepen) 1 3 artikelen 3.272 3.273, aanhef en onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bieden van gelegenheid voor het tanken van gemotoriseerde vaartuigen of drijvende werktuigen bij een bunkerstation of vanaf de wal met een vaste installatie voor het tanken, voor zover het gaat om het opslaan van meer dan 25 mgevaarlijke stoffen van ADR-klasse 3, bedoeld in deen, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. het aantal opslagtanks dat aanwezig is; b. de vloeistoffen die worden opgeslagen in de opslagtanks; c. de coördinaten van: 1°. de zijden van het bunkerstation; en 2°. het vulpunt van het bunkerstation; d. de hoeveelheid in liters van de vloeistoffen die ten hoogste wordt opgeslagen in de opslagtanks; en e. de doorzet in kubieke meters per jaar van de opgeslagen vloeistoffen in de opslagtanks. 2 artikelen 3.272 3.273, aanhef en onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bieden van gelegenheid voor het tanken van gemotoriseerde vaartuigen of drijvende werktuigen met LPG bij een bunkerstation of vanaf de wal met een vaste installatie voor het tanken, bedoeld in deen, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. het aantal opslagtanks voor LPG dat aanwezig is; b. de coördinaten van: 1°. de opslagtank voor LPG; 2°. het vulpunt van de opslagtank voor LPG; 3°. de bovengrondse vloeistofvoerende leiding en pomp; en 4°. het aansluitpunt van die leiding; c. de hoeveelheid LPG in kubieke meters die ten hoogste wordt opgeslagen; en d. de doorzet in kubieke meters per jaar. 3 artikelen 3.272 3.273, aanhef en onder c, van het Besluit activiteiten leefomgeving Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bieden van gelegenheid voor het tanken van gemotoriseerde vaartuigen of drijvende werktuigen met LNG bij een bunkerstation of vanaf de wal met een vaste installatie voor het tanken, bedoeld in deen, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. het aantal opslagtanks voor LNG dat aanwezig is; b. de coördinaten van het vulpunt van de opslagtank; c. de reactietijd in seconden van de noodstopvoorziening; d. een aanduiding of sprake is van ondervulling of bovenvulling; e. een aanduiding of sprake is van verlading met een pomp; f. de gebruikte voordruk in kilopascal; en g. artikel 7.22a, eerste lid, onder a en b de gegevens en bescheiden, bedoeld in. 4 artikelen 3.272 3.273, aanhef en onder d, van het Besluit activiteiten leefomgeving Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bieden van gelegenheid voor het tanken van gemotoriseerde vaartuigen of drijvende werktuigen met waterstof bij een bunkerstation of vanaf de wal met een vaste installatie voor het tanken, bedoeld in deen, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de coördinaten van: 1°. de tussenopslag, voor zover de waterstof wordt aangevoerd met een buisleiding of op de locatie wordt geproduceerd; 2°. het vulpunt van de opslagtank, voor zover de waterstof wordt aangevoerd met tanks; en 3°. de opslagtank; b. als waterstof wordt opgeslagen: de hoeveelheid in kubieke meters die ten hoogste wordt opgeslagen; en c. artikel 7.22a, eerste lid, onder a een beschrijving van de ongewone voorvallen als bedoeld in. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.136 — Artikel 7.136#
Artikel 7.136 [Gereserveerd] 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.137 — Artikel 7.137 (milieubelastende activiteit: motorrevisiebedrijf)#
Artikel 7.137 (milieubelastende activiteit: motorrevisiebedrijf) 1 artikel 3.281 van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.27a, onder a en b Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het proefdraaien van straalmotoren of straalturbines of het proefdraaien met testbanken van motoren, turbines of reactoren, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2 Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een aanduiding van de aard en omvang van de geluidemissies en geluidimmissies die door de activiteit worden veroorzaakt; en b. een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om geluidemissies te voorkomen of, als dat niet mogelijk is, te beperken. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.138 — Artikel 7.138#
Artikel 7.138 [Gereserveerd] 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.139 — Artikel 7.139 (milieubelastende activiteit: opslag- en transportbedrijf, groothandel en containerterminal – opslag steenkool en ertsen)#
Artikel 7.139 (milieubelastende activiteit: opslag- en transportbedrijf, groothandel en containerterminal – opslag steenkool en ertsen) 1 artikel 3.286, eerste lid, aanhef en onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.27a, onder a en b Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het opslaan van steenkool, ertsen of derivaten van ertsen, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2 Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een beschrijving van de mogelijke negatieve gevolgen van stofvorming en van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om die gevolgen te voorkomen of te beperken; b. een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om verontreiniging van de bodem te voorkomen of, als dat niet mogelijk is, te beperken; c. de locaties van de lozingspunten waar op het vuilwaterriool of schoonwaterriool wordt geloosd; d. de samenstelling van het afvalwater dat op het vuilwaterriool en schoonwaterriool wordt geloosd; e. de bron of oorzaak van het afvalwater dat op het vuilwaterriool en schoonwaterriool wordt geloosd; en f. een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om het ontstaan van afvalwater te voorkomen of, als dat niet mogelijk is, te beperken. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.140 — Artikel 7.140 (milieubelastende activiteit: opslag- en transportbedrijf, groothandel en containerterminal – opstellen en andere milieubelastende activiteiten met gevaarlijke stoffen)#
Artikel 7.140 (milieubelastende activiteit: opslag- en transportbedrijf, groothandel en containerterminal – opstellen en andere milieubelastende activiteiten met gevaarlijke stoffen) 1 artikel 3.286, eerste lid, aanhef en onder b of c, van het Besluit activiteiten leefomgeving Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het opstellen van voertuigen, opleggers of aanhangers met gevaarlijke stoffen, bedoeld in, worden per opstelplaats van voertuigen, opleggers of aanhangers met gevaarlijke stoffen de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. het aantal en het soort voertuigen, opleggers of aanhangers met gevaarlijke stoffen dat wordt opgesteld; b. de coördinaten van de opstelplaats; c. de hoeveelheid stoffen in liters of kilogrammen die ten hoogste aanwezig is in de voertuigen, opleggers of aanhangers; d. de ADR-klasse en de eigenschappen van de gevaarlijke stoffen die aanwezig zijn in de voertuigen, opleggers of aanhangers; en e. artikel 7.22a, eerste lid, onder a een beschrijving van de ongewone voorvallen als bedoeld in. 2 artikel 3.286, eerste lid, onder b tot en met k, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 3.16 3.22 3.25 3.28 3.31 3.34 3.37 van dat besluit artikel 3.286, tweede lid, van dat besluit Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor andere milieubelastende activiteiten met gevaarlijke stoffen die worden verricht op dezelfde locatie als de activiteiten, bedoeld in, of op dezelfde locatie als een milieubelastende activiteit als bedoeld in,,,,,ofals bedoeld inworden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een beschrijving van die andere milieubelastende activiteiten met gevaarlijke stoffen; b. de hoeveelheid gevaarlijke stoffen in liters; en c. de ADR-klassen van die gevaarlijke stoffen. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.141 — Artikel 7.141 (milieubelastende activiteit: opslag- en transportbedrijf, groothandel en containerterminal – begassen of ontgassen van containers)#
Artikel 7.141 (milieubelastende activiteit: opslag- en transportbedrijf, groothandel en containerterminal – begassen of ontgassen van containers) artikel 3.286, eerste lid, aanhef en onder d, van het Besluit activiteiten leefomgeving Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het begassen of ontgassen van containers, bedoeld in, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de eigenschappen van de stoffen die worden gebruikt om te begassen of ontgassen; b. de hoeveelheid in kubieke meters van de stoffen die worden gebruikt om te begassen of ontgassen; en c. een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om vrijkomende dampen op te vangen. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.142 — Artikel 7.142 (milieubelastende activiteit: opslag- en transportbedrijf, groothandel en containerterminal – tanken van voertuigen met LNG of waterstof)#
Artikel 7.142 (milieubelastende activiteit: opslag- en transportbedrijf, groothandel en containerterminal – tanken van voertuigen met LNG of waterstof) 1 artikel 3.286, eerste lid, aanhef en onder e, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.22a, eerste lid, onder a en b Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het tanken van voertuigen of werktuigen met LNG, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2 Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. het aantal opslagtanks voor LNG dat aanwezig is; b. de coördinaten van het vulpunt van de opslagtank; c. de reactietijd in seconden van de noodstopvoorziening; d. een aanduiding of sprake is van ondervulling of bovenvulling; e. een aanduiding of sprake is van verlading met een pomp; en f. de gebruikte voordruk in kilopascal. 3 artikel 3.286, eerste lid, aanhef en onder f, van het Besluit activiteiten leefomgeving Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het tanken van voertuigen of werktuigen met waterstof, bedoeld in, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de coördinaten van: 1°. de tussenopslag, voor zover de waterstof wordt aangevoerd met een buisleiding of op de locatie wordt geproduceerd; 2°. het vulpunt van de opslagtank, voor zover de waterstof wordt aangevoerd met tanks; en 3°. de opslagtank; b. als waterstof wordt opgeslagen: de hoeveelheid in kubieke meters die ten hoogste wordt opgeslagen; en c. artikel 7.22a, eerste lid, onder a een beschrijving van de ongewone voorvallen als bedoeld in. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.143 — Artikel 7.143 (milieubelastende activiteit: opslag- en transportbedrijf, groothandel en containerterminal – onverpakt in bulk en in container opslaan van gevaarlijke stoffen)#
Artikel 7.143 (milieubelastende activiteit: opslag- en transportbedrijf, groothandel en containerterminal – onverpakt in bulk en in container opslaan van gevaarlijke stoffen) artikel 3.286, eerste lid, aanhef en onder g en h, van het Besluit activiteiten leefomgeving Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het onverpakt in bulk opslaan van meer dan 1 kg vaste gevaarlijke stoffen of het opslaan van gevaarlijke stoffen in container, bedoeld in, worden per opslagplaats de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de maximale opslagcapaciteit in kilogrammen; b. de hoeveelheid stoffen in kilogrammen die per ADR-klasse ten hoogste wordt opgeslagen; c. het soort verpakkingen waarin de gevaarlijke stoffen worden opgeslagen; en d. een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om bodemverontreiniging te voorkomen. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.144 — Artikel 7.144 (milieubelastende activiteit: opslag- en transportbedrijf, groothandel en containerterminal – tijdelijk opslaan van gevaarlijke stoffen voor vervoer)#
Artikel 7.144 (milieubelastende activiteit: opslag- en transportbedrijf, groothandel en containerterminal – tijdelijk opslaan van gevaarlijke stoffen voor vervoer) 1 artikel 3.286, eerste lid, onder i, van het Besluit activiteiten leefomgeving Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het opslaan van vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik voor korte tijd en in afwachting van aansluitend vervoer naar een vooraf bekende ontvanger, bedoeld in, worden per opslagplaats de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. het gewicht van het vuurwerk en de pyrotechnische artikelen voor theatergebruik in kilogrammen, onderscheiden naar ADR-klasse en compatibiliteitsgroep als bedoeld in de ADR en aangegeven met de letters A tot en met J, K tot en met N of S, dat ten hoogste wordt opgeslagen; en b. artikel 7.22a, eerste lid, onder a een beschrijving van de ongewone voorvallen als bedoeld in. 2 artikel 3.286, eerste lid, onder j, van het Besluit activiteiten leefomgeving Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het opslaan van ontplofbare stoffen van ADR-klasse 1 door een ander dan de Nederlandse of bondgenootschappelijke krijgsmacht voor korte tijd en in afwachting van aansluitend vervoer naar een vooraf bekende ontvanger, bedoeld in, worden per opslagplaats de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. het type ontplofbare stoffen en de hoeveelheid in kilogrammen die ten hoogste wordt opgeslagen; b. een aanduiding of het gaat om ADR-klasse 1.1, 1.2, 1.3, 1.4, 1.5 of 1.6 per type ontplofbare stof die wordt opgeslagen; c. de hoeveelheid NEM in kilogrammen; en d. artikel 7.22a, eerste lid, onder a een beschrijving van de ongewone voorvallen als bedoeld in. 3 artikel 3.286, eerste lid, onder k, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.22a, eerste lid Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het buiten een Seveso-inrichting opslaan van gevaarlijke stoffen als bedoeld in artikel 3, tiende lid, van de Seveso-richtlijn voor korte tijd en in afwachting van aansluitend vervoer naar een vooraf bekende ontvanger, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 4 Bij de aanvraag, bedoeld in het derde lid, worden per opslagplaats ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de gegevens die nodig zijn om de gevaarlijke stoffen, bedoeld in artikel 3, tiende lid, van de Seveso-richtlijn, en de categorie van die gevaarlijke stoffen te identificeren die aanwezig zijn of kunnen zijn; b. een lijst met de hoeveelheid in kilogrammen, aard en fysische vormen van de gevaarlijke stoffen, bedoeld in artikel 3, tiende lid, van de Seveso-richtlijn, die aanwezig zijn of kunnen zijn; en c. de jaarlijkse doorzet in kilogrammen van de gevaarlijke stoffen, bedoeld in artikel 3, tiende lid, van de Seveso-richtlijn. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.145 — Artikel 7.145 (lozingsactiviteit: opslag- en transportbedrijf, groothandel en containeroverslag)#
Artikel 7.145 (lozingsactiviteit: opslag- en transportbedrijf, groothandel en containeroverslag) artikel 3.286, derde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.23, onder e, f, h, n, o, p en q Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het voor het vervoer van goederen opslaan van stoffen, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.146 — Artikel 7.146 (milieubelastende activiteit: onderhoudswerkplaats voor vliegtuigen)#
Artikel 7.146 (milieubelastende activiteit: onderhoudswerkplaats voor vliegtuigen) 1 artikel 3.293 van het Besluit activiteiten leefomgeving artikelen 7.27a 7.27b Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het repareren van vliegtuigen, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in deen, verstrekt. 2 Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een aanduiding van de metalen die worden verwerkt; b. als polyesterhars wordt verwerkt: 1°. de maximale verwerkingscapaciteit in tonnen per jaar; en 2°. de ligging van de geuremissiepunten; en c. als gasflessen worden gevuld met propaan of butaan: de hoeveelheid gassen in liters die ten hoogste wordt opgeslagen. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.147 — Artikel 7.147 (milieubelastende activiteit: spoorwegemplacementen)#
Artikel 7.147 (milieubelastende activiteit: spoorwegemplacementen) 1 artikelen 3.295a 3.295b van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.22a, eerste lid, onder a en b Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een spoorwegemplacement, bedoeld in deen, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2 Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. het aantal wagons met gevaarlijke stoffen dat per jaar het spoorwegemplacement aandoet; b. de hoeveelheid gevaarlijke stoffen in kilogrammen die per ADR-klasse ten hoogste tegelijkertijd op het spoorwegemplacement aanwezig is; en c. een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om verontreiniging van de bodem te voorkomen of, als dat niet mogelijk is, te beperken. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.148 — Artikel 7.148 (milieubelastende activiteit: tankstation)#
Artikel 7.148 (milieubelastende activiteit: tankstation) 1 artikelen 3.296 3.297, aanhef en onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.22a, eerste lid, onder a en b Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bieden van gelegenheid voor het tanken van voertuigen of werktuigen met LNG, bedoeld in deen, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2 Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. het aantal opslagtanks voor LNG dat aanwezig is; b. de coördinaten van het vulpunt van de opslagtank; c. de reactietijd in seconden van de noodstopvoorziening; d. een aanduiding of sprake is van ondervulling of bovenvulling; e. een aanduiding of sprake is van verlading met een pomp; en f. de gebruikte voordruk in kilopascal. 3 artikelen 3.296 3.297, aanhef en onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bieden van gelegenheid voor het tanken van voertuigen of werktuigen met waterstof, bedoeld in deen, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de coördinaten van: 1°. de tussenopslag, voor zover de waterstof wordt aangevoerd met een buisleiding of op de locatie wordt geproduceerd; 2°. het vulpunt van de opslagtank, voor zover de waterstof wordt aangevoerd met tanks; en 3°. de opslagtank; b. als waterstof wordt opgeslagen: de hoeveelheid in kubieke meters die ten hoogste wordt opgeslagen; en c. artikel 7.22a, eerste lid, onder a een beschrijving van de ongewone voorvallen als bedoeld in. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.149 — Artikel 7.149 (milieubelastende activiteit: tankautoreiniging en reiniging van drukhouders en vaten)#
Artikel 7.149 (milieubelastende activiteit: tankautoreiniging en reiniging van drukhouders en vaten) artikel 3.301, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.27 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het inwendig reinigen van opslagtanks of verpakkingen waarin gevaarlijke stoffen zijn opgeslagen of voertuigen, opleggers, aanhangers, tankcontainers of bulkcontainers waarin gevaarlijke stoffen zijn vervoerd, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.150 — Artikel 7.150 (lozingsactiviteit: tankautoreiniging en reiniging van drukhouders en vaten)#
Artikel 7.150 (lozingsactiviteit: tankautoreiniging en reiniging van drukhouders en vaten) artikel 3.301, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.23, onder a tot en met h, j en k tot en met o Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het inwendig reinigen van opslagtanks of verpakkingen waarin gevaarlijke stoffen zijn opgeslagen of voertuigen, opleggers, aanhangers, tankcontainers of bulkcontainers waarin gevaarlijke stoffen zijn vervoerd, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.151 — Artikel 7.151 (milieubelastende activiteit: autosport en motorsport, zoals crossterrein, racebaan of kartbaan)#
Artikel 7.151 (milieubelastende activiteit: autosport en motorsport, zoals crossterrein, racebaan of kartbaan) artikel 3.305 van het Besluit activiteiten leefomgeving Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het sporten of recreëren met voertuigen met een verbrandingsmotor in de buitenlucht, bedoeld in, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om verontreiniging van de bodem te voorkomen of, als dat niet mogelijk is, te beperken; b. een aanduiding van de aard en omvang van de geluidemissies en geluidimmissies die door de activiteit worden veroorzaakt; en c. een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om geluidemissies te voorkomen of, als dat niet mogelijk is, te beperken. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.152 — Artikel 7.152 (milieubelastende activiteit: mijnbouw)#
Artikel 7.152 (milieubelastende activiteit: mijnbouw) 1 artikelen 3.320 3.321, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.27 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het aanleggen of het exploiteren van een mijnbouwwerk, bedoeld in deen, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2 Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de capaciteit van het mijnbouwwerk die ten hoogste wordt bereikt in kubieke meters per dag; b. het motorische of thermische vermogen in kilowatt van de installaties die tot het mijnbouwwerk behoren dat ten hoogste wordt bereikt; c. de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van de activiteit en de verwachte duur ervan; d. de coördinaten van het mijnbouwwerk; e. een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen voor het opslaan van afvalstoffen in het mijnbouwwerk; en f. artikel 7.22a, eerste lid, onder b en c de gegevens en bescheiden, bedoeld in, als het gaat om het winnen, opslaan, bewerken of gereedmaken voor transport van: 1°. gevaarlijke stoffen in de gevarenklasse: i. ontvlambare gassen, categorie 1 of 2, bedoeld in bijlage I, deel 2, bij de CLP-verordening; ii. ontvlambare vloeistoffen, categorie 1, 2 of 3, bedoeld in bijlage I, deel 2, bij de CLP-verordening; of iii. acute toxiciteit, categorie 1, 2 of 3, bedoeld in bijlage I, deel 3, bij de CLP-verordening; 2°. ontplofbare stoffen van ADR-klasse 1; of 3°. gevaarlijke stoffen van ADR-klasse 2, 3, 4.1, 4.2, 4.3, 5.1, 5.2, 6.1 of 8. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.153 — Artikel 7.153 (milieubelastende activiteit: militaire zeehaven)#
Artikel 7.153 (milieubelastende activiteit: militaire zeehaven) artikel 5.150, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving artikelen 3.323 3.324, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.27 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een militaire zeehaven, met inbegrip van het terrein, bedoeld in, door de Nederlandse of een bondgenootschappelijke krijgsmacht, bedoeld in deen, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.154 — Artikel 7.154 (lozingsactiviteit: militaire zeehaven)#
Artikel 7.154 (lozingsactiviteit: militaire zeehaven) artikel 5.150, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving artikel 3.324, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.23, onder a tot en met h en l tot en met n Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het exploiteren van een militaire zeehaven, met inbegrip van het terrein, bedoeld in, door de Nederlandse of een bondgenootschappelijke krijgsmacht, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.155 — Artikel 7.155 (milieubelastende activiteit: militaire luchthaven)#
Artikel 7.155 (milieubelastende activiteit: militaire luchthaven) artikel 5.150, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving artikelen 3.326 3.327 van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.27 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een militaire luchthaven, met inbegrip van het terrein, bedoeld in, door de Nederlandse of een bondgenootschappelijke krijgsmacht, bedoeld in deen, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.156 — Artikel 7.156 (milieubelastende activiteit: opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen en voorwerpen op militaire objecten)#
Artikel 7.156 (milieubelastende activiteit: opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen en voorwerpen op militaire objecten) artikel 5.150, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving artikelen 3.331 3.332 van het Besluit activiteiten leefomgeving Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het opslaan en bewerken van stoffen of voorwerpen van ADR-klasse 1.1 of 1.2, of meer dan 50 kg NEM in stoffen of voorwerpen van ADR-klasse 1.3, met inbegrip van het terrein, bedoeld in, bedoeld in deen, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. per opslagplaats: het type ontplofbare stoffen of voorwerpen en de hoeveelheid in kilogrammen die ten hoogste wordt opgeslagen; en b. artikel 5.32, aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving als sprake is van een militair explosieaandachtsgebied als bedoeld in: de berekening van de begrenzing van de locatie van dat gebied. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.157 — Artikel 7.157 (milieubelastende activiteit: het gebruik van ontplofbare stoffen of voorwerpen op militaire objecten)#
Artikel 7.157 (milieubelastende activiteit: het gebruik van ontplofbare stoffen of voorwerpen op militaire objecten) artikel 5.150, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving artikelen 3.334 3.335, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het gebruik van ontplofbare stoffen of voorwerpen op een schietbaan of combinatie van schietbanen waar meer dan 3.000.000 schoten per jaar worden afgevuurd, een permanente voorziening waarop ontplofbare voorwerpen uit militaire vliegtuigen worden geworpen of springterreinen, met inbegrip van het terrein, bedoeld in, bedoeld in deen, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. informatie over de fysieke begrenzing van de locatie waarop de activiteit zal worden verricht; b. informatie over het type schietbaan; c. een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om verontreiniging van de bodem te voorkomen of, als dat niet mogelijk is, te beperken; d. een aanduiding van de aard en omvang van de geluidemissies en geluidimmissies die door de activiteit worden veroorzaakt; en e. een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om geluidemissies te voorkomen of, als dat niet mogelijk is, te beperken. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.157a — Artikel 7.157a (lozingsactiviteit: het gebruik van ontplofbare stoffen of voorwerpen op militaire objecten)#
Artikel 7.157a (lozingsactiviteit: het gebruik van ontplofbare stoffen of voorwerpen op militaire objecten) artikel 3.335, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het in een oppervlaktewaterlichaam brengen van ontplofbare stoffen of voorwerpen afkomstig van het gebruik van ontplofbare stoffen of voorwerpen door de Nederlandse of een bondgenootschappelijke krijgsmacht, bedoeld in, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. van de ontplofbare stoffen en voorwerpen die in het oppervlaktewaterlichaam worden gebracht: 1°. een aanduiding van het type; 2°. een aanduiding van het kaliber; 3°. een indicatie van de samenstelling; en 4°. de totale jaarvracht in kilogrammen; en b. een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om verontreiniging van het oppervlaktewaterlichaam te beperken. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.157b — Artikel 7.157b (milieubelastende activiteit: produceren, leveren, opslaan, distribueren en gebruiken van gezuiverd stedelijk afvalwater voor landbouwirrigatie)#
Artikel 7.157b (milieubelastende activiteit: produceren, leveren, opslaan, distribueren en gebruiken van gezuiverd stedelijk afvalwater voor landbouwirrigatie) artikel 19.1c, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het produceren en leveren van teruggewonnen water als bedoeld inworden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een risicobeheerplan als bedoeld in artikel 5 van de verordening hergebruik stedelijk afvalwater; en b. de gegevens en bescheiden die noodzakelijk zijn om te kunnen voldoen aan artikel 6, derde en zesde lid, van de verordening hergebruik stedelijk afvalwater. 2025 25704 01-08-2025 21-07-2025 IENW/BSK-2025/156500 2025 25704 01-08-2025 21-07-2025 IENW/BSK-2025/156500 02-08-2025 Deze wijziging is ook gepubliceerd in Stcrt. 2023/26205 en in
werking getreden op 1 januari 2024 door Stcrt. 2023/26454.
Artikel 7.158 — Artikel 7.158 (toepassingsbereik)#
Artikel 7.158 (toepassingsbereik) artikel 7.23 paragrafen 7.2.4.2 tot en met 7.2.4.8 7.2.5.2 tot en met 7.2.5.9 De artikelen in deze paragraaf enzijn alleen van toepassing voor zover dat in deofis bepaald. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.159 — Artikel 7.159 (module: waterstaatswerk in beheer bij het Rijk)#
Artikel 7.159 (module: waterstaatswerk in beheer bij het Rijk) hoofdstuk 6 van het Besluit activiteiten leefomgeving Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een waterstaatswerk in beheer bij het Rijk als bedoeld inworden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een werkplan waarin wordt beschreven hoe de activiteit wordt verricht; b. een toelichtende tekening en de coördinaten van de activiteit met daarbij het ontwerp en de afmetingen van het werk of het tracé van de kabel of de leiding; c. de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van de activiteit en de verwachte duur ervan; d. een beschrijving van de gevolgen van de activiteit voor de waterkwaliteit, waterkwantiteit, waterveiligheid en maatschappelijke functies van het waterstaatswerk; e. contactgegevens van de partijen die direct bij het verrichten van de activiteit zijn betrokken; en f. als een waterstaatswerk wordt gekruist door een boring: een boorplan met een beschrijving van de horizontaal gestuurde boring overeenkomstig Richtlijn Boortechnieken en open ontgraving voor kabels en leidingen, uitgegeven door Rijkswaterstaat. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.160 — Artikel 7.160 (beperkingengebiedactiviteit: bouwwerken, werken en objecten in een oppervlaktewaterlichaam)#
Artikel 7.160 (beperkingengebiedactiviteit: bouwwerken, werken en objecten in een oppervlaktewaterlichaam) artikel 6.17, eerste of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.159 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen of in stand houden van bouwwerken, het aanleggen, plaatsen, in stand houden, veranderen of verwijderen van werken die geen bouwwerken zijn of het plaatsen, in stand houden of verwijderen van andere objecten in een beperkingengebied met betrekking tot een oppervlaktewaterlichaam of een kanaal in beheer bij het Rijk, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.161 — Artikel 7.161 (beperkingengebiedactiviteit: bouwwerken, werken en objecten in een waterkering)#
Artikel 7.161 (beperkingengebiedactiviteit: bouwwerken, werken en objecten in een waterkering) artikel 6.18 van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.159 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen of in stand houden van bouwwerken, het aanleggen, plaatsen, in stand houden, veranderen of verwijderen van werken die geen bouwwerken zijn of het plaatsen, in stand houden of verwijderen van andere objecten in een beperkingengebied met betrekking tot een waterkering in beheer bij het Rijk, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.162 — Artikel 7.162 (ontgrondingsactiviteit: oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk)#
Artikel 7.162 (ontgrondingsactiviteit: oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk) artikel 5.1, eerste lid, onder c, van de wet Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een ontgrondingsactiviteit als bedoeld indie bestaat uit het ontgronden in een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een beschrijving van: 1°. de wijze waarop de activiteit wordt verricht; 2°. de oppervlakte die ten hoogste wordt ontgrond; 3°. de diepte in meters die ten hoogste wordt bereikt ten opzichte van Normaal Amsterdams Peil; 4°. de bestaande maaiveldhoogte; 5°. de dwarsprofielen van de activiteit; en 6°. de opleveringshoogten; b. de coördinaten van de locatie waarop de ontgrondingsactiviteit wordt verricht; c. een beschrijving van de locatie waarop de activiteit wordt verricht en een vermelding van het huidige gebruik; d. de reden van de activiteit en het toekomstig gebruik van de te ontgronden locatie; e. de hoeveelheid in kubieke meters en de soort stoffen die naar verwachting: 1°. worden ontgraven; 2°. worden toegepast op een andere locatie dan de locatie waarop de activiteit wordt verricht; 3°. worden toegepast op de locatie waarop de activiteit wordt verricht en afkomstig zijn van een andere locatie; en 4°. de herkomst van de stoffen die worden toegepast op de locatie waarop de activiteit wordt verricht en afkomstig zijn van een andere locatie; f. de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van de activiteit en de verwachte duur ervan; g. een beschrijving van de wijze waarop is verzekerd dat de locatie, zowel tijdens het verrichten van de activiteit als daarna, veilig en stabiel is; h. een beschrijving en tekening van de inrichting en het beheer van de locatie na beëindiging van de activiteit; i. een tekening met daarop aangegeven de begrenzing van de te ontgronden en in te richten locatie; j. naam, type en registratiegegevens van het te gebruiken vaartuig of drijvend werktuig; k. een beschrijving van de gevolgen van de activiteit voor het oppervlaktewaterlichaam en de omgeving; l. een rapportage met een weergave van een verricht hydrologisch en geohydrologisch onderzoek naar de gevolgen van de activiteit; en m. als het gaat om een activiteit in een rivier: een rivierkundig onderzoek. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.163 — Artikel 7.163 (beperkingengebiedactiviteit: terreinophoging in een oppervlaktewaterlichaam)#
Artikel 7.163 (beperkingengebiedactiviteit: terreinophoging in een oppervlaktewaterlichaam) artikel 6.29 van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.159 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het aanleggen of in stand houden van een terreinophoging in een beperkingengebied met betrekking tot een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.164 — Artikel 7.164 (beperkingengebiedactiviteit: ontgraven, verplaatsen of toepassen van grond of baggerspecie in een waterkering)#
Artikel 7.164 (beperkingengebiedactiviteit: ontgraven, verplaatsen of toepassen van grond of baggerspecie in een waterkering) artikel 6.30 van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.159 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het ontgraven, verplaatsen of toepassen van grond of baggerspecie in een beperkingengebied met betrekking tot een waterkering in beheer bij het Rijk, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.165 — Artikel 7.165 (beperkingengebiedactiviteit: instroomvoorziening voor onttrekken water)#
Artikel 7.165 (beperkingengebiedactiviteit: instroomvoorziening voor onttrekken water) artikel 6.35 van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.159 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen of in stand houden van een instroomvoorziening voor het onttrekken van water aan een oppervlaktewaterlichaam in een beperkingengebied met betrekking tot een waterstaatswerk in beheer bij het Rijk, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.166 — Artikel 7.166 (wateronttrekkingsactiviteit: onttrekken oppervlaktewater)#
Artikel 7.166 (wateronttrekkingsactiviteit: onttrekken oppervlaktewater) artikel 6.36, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het onttrekken van water aan een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk, bedoeld in, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. het doel waarvoor het te onttrekken oppervlaktewater wordt gebruikt; b. de coördinaten van elk onttrekkingspunt; c. de capaciteit van de pomp in kubieke meters water per uur per onttrekkingspunt; d. de hoeveelheid water in kubieke meters water per uur, etmaal, maand en jaar die ten hoogste wordt onttrokken; e. de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van de activiteit en de verwachte duur ervan; en f. een beschrijving van de mogelijke negatieve gevolgen van de onttrekking en van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om die gevolgen te voorkomen of te beperken. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.167 — Artikel 7.167 (wateronttrekkingsactiviteit: onttrekken grondwater)#
Artikel 7.167 (wateronttrekkingsactiviteit: onttrekken grondwater) artikel 6.37, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening in een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk of het in de bodem brengen van water voor aanvulling van het grondwater, in samenhang met het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening in een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk, bedoeld in, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. het doel waarvoor het te onttrekken grondwater wordt gebruikt; b. het aantal in te richten putten; c. de coördinaten van elke put; d. de diepte in meters van de onderkant en de bovenkant van de filters van elke put ten opzichte van het maaiveld en het Normaal Amsterdams Peil; e. de lengte in meters van het effectieve filter in elke put; f. de capaciteit van de pomp in kubieke meters water per uur per put; g. de hoeveelheid water in kubieke meters water per uur, etmaal, maand en jaar, die ten hoogste wordt onttrokken; h. de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van de activiteit en de verwachte duur ervan; en i. een beschrijving van de mogelijke negatieve gevolgen van de onttrekking en van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om die gevolgen te voorkomen of te beperken. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.168 — Artikel 7.168 (beperkingengebiedactiviteit: uitstroomvoorziening voor lozen huishoudelijk afvalwater)#
Artikel 7.168 (beperkingengebiedactiviteit: uitstroomvoorziening voor lozen huishoudelijk afvalwater) artikel 6.40 van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.159 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen of in stand houden van een uitstroomvoorziening voor het lozen van huishoudelijk afvalwater op een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.168a — Artikel 7.168a (mijnbouwlocatieactiviteit: gebruik van een locatie voor een mijnbouwinstallatie en verkenningsonderzoek)#
Artikel 7.168a (mijnbouwlocatieactiviteit: gebruik van een locatie voor een mijnbouwinstallatie en verkenningsonderzoek) 1 artikel 6.46, aanhef en onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het gebruiken van een locatie in een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk voor een mijnbouwinstallatie, bedoeld in, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van de activiteit en de verwachte duur ervan; b. de coördinaten van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; en c. een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen in het belang van de landsverdediging en de veiligheid. 2 artikel 6.46, aanhef en onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het gebruiken van een locatie in een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk voor een verkenningsonderzoek met gebruikmaking van kunstmatig opgewekte trillingen, bedoeld in, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van de activiteit en de verwachte duur ervan; en b. de wijze waarop het verkenningsonderzoek zal worden verricht en de technieken en hulpmiddelen die daarbij worden gebruikt. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.169 — Artikel 7.169 (beperkingengebiedactiviteit: telen en kweken)#
Artikel 7.169 (beperkingengebiedactiviteit: telen en kweken) artikel 6.50 van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.159 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het kweken van consumptievis, het kweken of houden van ongewervelde waterdieren, het telen van waterplanten of het invangen van mosselzaad in een beperkingengebied met betrekking tot een waterstaatswerk in beheer bij het Rijk, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.170 — Artikel 7.170 (beperkingengebiedactiviteit: uitstroomvoorziening voor brengen van stoffen, water of warmte op oppervlaktewaterlichaam)#
Artikel 7.170 (beperkingengebiedactiviteit: uitstroomvoorziening voor brengen van stoffen, water of warmte op oppervlaktewaterlichaam) artikel 6.54 van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.159 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen of in stand houden van een uitstroomvoorziening voor het brengen van stoffen, water of warmte op een oppervlaktewaterlichaam in een beperkingengebied met betrekking tot een waterstaatswerk in beheer bij het Rijk, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.171 — Artikel 7.171 (lozingsactiviteit: onderhouden, repareren, schoonmaken of behandelen van de scheepshuid van schepen)#
Artikel 7.171 (lozingsactiviteit: onderhouden, repareren, schoonmaken of behandelen van de scheepshuid van schepen) artikel 6.55, eerste lid, aanhef en onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.23, onder a, f tot en met h en l tot en met n Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van stoffen of water afkomstig van het onderhouden, repareren, schoonmaken of behandelen van de scheepshuid van vaartuigen of drijvende werktuigen op een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.172 — Artikel 7.172 3 (lozingsactiviteit: lozen van meer dan 5.000 mwater per uur)#
Artikel 7.172 3 (lozingsactiviteit: lozen van meer dan 5.000 mwater per uur) 1 3 artikel 6.55, eerste lid, aanhef en onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.23, onder a tot en met c, g en i Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van meer dan 5.000 mwater per uur op een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2 Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een beschrijving en toelichtende tekening van de uitstroomvoorziening; b. de capaciteit van de pomp in kubieke meters water per uur per uitstroomvoorziening; c. een aanduiding van de afmetingen van de uitstroomvoorziening; en d. de coördinaten van de uitstroomvoorziening. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.173 — Artikel 7.173 (lozingsactiviteit: lozen van water door een uitstroomvoorziening)#
Artikel 7.173 (lozingsactiviteit: lozen van water door een uitstroomvoorziening) artikel 6.55, eerste lid, aanhef en onder c, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.23, onder a tot en met d, f tot en met h en j tot en met n Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van water door een uitstroomvoorziening op een oppervlaktewaterlichaam, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.173a — Artikel 7.173a (beperkingengebiedactiviteit: mijnbouwinstallatie waterstaatswerk)#
Artikel 7.173a (beperkingengebiedactiviteit: mijnbouwinstallatie waterstaatswerk) artikel 6.56j, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het verrichten van activiteiten in een beperkingengebied met betrekking tot een mijnbouwinstallatie in een waterstaatswerk in beheer bij het Rijk, bedoeld in, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van de activiteit en de verwachte duur ervan; b. de coördinaten van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; en c. een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om eventuele risico’s voor de mijnbouwinstallatie zoveel mogelijk te beperken. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.174 — Artikel 7.174 (beperkingengebiedactiviteit: werkzaamheden, materiaal of vaste substanties in oppervlaktewaterlichaam)#
Artikel 7.174 (beperkingengebiedactiviteit: werkzaamheden, materiaal of vaste substanties in oppervlaktewaterlichaam) artikel 6.58 van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.159 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het plaatsen, laten staan of laten liggen van materieel, materialen of vaste substanties in een beperkingengebied met betrekking tot een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk tussen 1 oktober en 1 april, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.175 — Artikel 7.175 (beperkingengebiedactiviteit: werkzaamheden, materiaal of vaste substanties in waterkering)#
Artikel 7.175 (beperkingengebiedactiviteit: werkzaamheden, materiaal of vaste substanties in waterkering) artikel 6.59 van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.159 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het verrichten van werkzaamheden of het plaatsen, laten staan of laten liggen van materieel, materialen of vaste substanties in een beperkingengebied met betrekking tot een waterkering in beheer bij het Rijk, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.176 — Artikel 7.176 (toepassingsbereik)#
Artikel 7.176 (toepassingsbereik) artikelen 7.23 7.159 paragrafen 7.2.5.2 tot en met 7.2.5.9 Deenzijn alleen van toepassing voor zover dat in deis bepaald. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.177 — Artikel 7.177 (beperkingengebiedactiviteit: bouwwerken, werken en objecten in de Noordzee)#
Artikel 7.177 (beperkingengebiedactiviteit: bouwwerken, werken en objecten in de Noordzee) 1 artikel 7.17, eerste of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.159 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen, in stand houden of slopen van bouwwerken, het aanleggen, plaatsen, in stand houden, veranderen of verwijderen van werken die geen bouwwerken zijn of het plaatsen, in stand houden of verwijderen van andere objecten in de Noordzee, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2 Als de aanvraag betrekking heeft op een locatie buiten het provinciaal en gemeentelijk ingedeelde gebied, wordt bij de aanvraag ook een rapport verstrekt waarin de archeologische waarde van de locatie in voldoende mate is vastgesteld. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.178 — Artikel 7.178 (ontgrondingsactiviteit: Noordzee)#
Artikel 7.178 (ontgrondingsactiviteit: Noordzee) 1 artikel 5.1, eerste lid, onder c, van de wet artikel 7.162, onder a tot en met k Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een ontgrondingsactiviteit als bedoeld indie bestaat uit het ontgronden in de Noordzee, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2 Als de aanvraag betrekking heeft op een locatie buiten het provinciaal en gemeentelijk ingedeelde gebied, wordt bij de aanvraag ook een rapport verstrekt waarin de archeologische waarde van de locatie in voldoende mate is vastgesteld. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.179 — Artikel 7.179 (beperkingengebiedactiviteit: ontgraven, verplaatsen of toepassen van grond of baggerspecie in de Noordzee)#
Artikel 7.179 (beperkingengebiedactiviteit: ontgraven, verplaatsen of toepassen van grond of baggerspecie in de Noordzee) 1 artikel 7.28, eerste of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.159 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het ontgraven, verplaatsen of toepassen van grond of baggerspecie in de Noordzee, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2 Als de aanvraag betrekking heeft op een locatie buiten het provinciaal en gemeentelijk ingedeelde gebied, wordt bij de aanvraag ook een rapport verstrekt waarin de archeologische waarde van de locatie in voldoende mate is vastgesteld. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.180 — Artikel 7.180 (beperkingengebiedactiviteit: mijnbouwinstallatie en andere installatie)#
Artikel 7.180 (beperkingengebiedactiviteit: mijnbouwinstallatie en andere installatie) 1 artikel 7.47, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het verrichten van activiteiten in het beperkingengebied met betrekking tot een mijnbouwinstallatie in de Noordzee, bedoeld in, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van de activiteit en de verwachte duur ervan; b. een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om eventuele risico’s voor de mijnbouwinstallatie zoveel mogelijk te beperken; c. de coördinaten van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; en d. een kaart met de locatie van de mijnbouwinstallatie, het beperkingengebied met betrekking tot die installatie en de bijzonderheden van het omliggende gebied. 2 artikel 7.47, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.159, onder a tot en met c en e tot en met i Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het verrichten van activiteiten in het beperkingengebied met betrekking tot een andere installatie dan een mijnbouwinstallatie in de Noordzee, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 3 Bij de aanvraag, bedoeld in het tweede lid, worden ook de coördinaten van de locatie waarop de activiteit wordt verricht verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.181 — Artikel 7.181 (beperkingengebiedactiviteit: uitstroomvoorziening voor lozen huishoudelijk afvalwater)#
Artikel 7.181 (beperkingengebiedactiviteit: uitstroomvoorziening voor lozen huishoudelijk afvalwater) artikel 7.49 van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.159 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen of in stand houden van een uitstroomvoorziening voor het lozen van huishoudelijk afvalwater in de Noordzee, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.182 — Artikel 7.182 (beperkingengebiedactiviteit: telen en kweken)#
Artikel 7.182 (beperkingengebiedactiviteit: telen en kweken) 1 artikel 7.55 van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.159 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het kweken van consumptievis, het kweken of houden van ongewervelde waterdieren, het telen van waterplanten en het invangen van mosselzaad in de Noordzee, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2 Als de aanvraag betrekking heeft op een locatie buiten het provinciaal en gemeentelijk ingedeelde gebied, wordt bij de aanvraag ook een rapport verstrekt waarin de archeologische waarde van de locatie in voldoende mate is vastgesteld. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.183 — Artikel 7.183 (beperkingengebiedactiviteit: uitstroomvoorziening voor brengen van stoffen, water of warmte in de Noordzee)#
Artikel 7.183 (beperkingengebiedactiviteit: uitstroomvoorziening voor brengen van stoffen, water of warmte in de Noordzee) artikel 7.59 van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.159 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen of in stand houden van een uitstroomvoorziening voor het brengen van stoffen, water of warmte in de Noordzee, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.184 — Artikel 7.184 (lozingsactiviteit: onderhouden, repareren, schoonmaken of behandelen van de scheepshuid van schepen)#
Artikel 7.184 (lozingsactiviteit: onderhouden, repareren, schoonmaken of behandelen van de scheepshuid van schepen) artikel 7.60, eerste lid, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.23, onder a tot en met c, g, h en l tot en met n Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van stoffen of water afkomstig van het onderhouden, repareren, schoonmaken of behandelen van de scheepshuid van vaartuigen of drijvende werktuigen in de Noordzee, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.185 — Artikel 7.185 3 (lozingsactiviteit: lozen van meer dan 5.000 mwater per uur)#
Artikel 7.185 3 (lozingsactiviteit: lozen van meer dan 5.000 mwater per uur) 1 3 artikel 7.60, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.23, onder a tot en met c, g en i Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van meer dan 5.000 mwater per uur in de Noordzee, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2 Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een beschrijving en een toelichtende tekening van de uitstroomvoorziening; b. de capaciteit van de pomp in kubieke meters water per uur per uitstroomvoorziening; c. een aanduiding van de afmetingen van de uitstroomvoorziening; en d. de coördinaten van de uitstroomvoorziening. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.186 — Artikel 7.186 (lozingsactiviteit: lozen van water door een uitstroomvoorziening)#
Artikel 7.186 (lozingsactiviteit: lozen van water door een uitstroomvoorziening) artikel 7.60, eerste lid, onder c, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.23, onder a tot en met c, f tot en met h en l tot en met n Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van water door een uitstroomvoorziening in de Noordzee, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.187 — Artikel 7.187 (stortingsactiviteit: Noordzee)#
Artikel 7.187 (stortingsactiviteit: Noordzee) artikel 5.1, eerste lid, onder d, van de wet Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een stortingsactiviteit op zee als bedoeld inworden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een beschrijving van de aard, samenstelling, eigenschappen en herkomst van de stoffen die worden gestort; b. een aanduiding van de hoeveelheid in kubieke meters van de stoffen die worden gestort; c. een beschrijving van de methode van storten; d. een beschrijving van de gevolgen voor het mariene milieu van de stoffen die worden gestort; en e. het onderzoeksprotocol en de onderzoeksstrategie, bedoeld in NEN 5720. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.188 — Artikel 7.188 (mijnbouwlocatieactiviteit: gebruik van een locatie voor een mijnbouwinstallatie en verkenningsonderzoek)#
Artikel 7.188 (mijnbouwlocatieactiviteit: gebruik van een locatie voor een mijnbouwinstallatie en verkenningsonderzoek) 1 artikel 7.67, aanhef en onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het gebruiken van een locatie in de Noordzee voor een mijnbouwinstallatie voor het opsporen of winnen van delfstoffen, bedoeld in, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van de activiteit en de verwachte duur ervan; en b. de coördinaten van de locatie waarop de activiteit wordt verricht. 2 artikel 7.67, aanhef en onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het gebruiken van een locatie in de Noordzee voor een mijnbouwinstallatie die geheel of gedeeltelijk boven het wateroppervlak uitsteekt, bedoeld in, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van de activiteit en de verwachte duur ervan; b. de coördinaten van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; c. bijlage III als de mijnbouwinstallatie, met inbegrip van het om die installatie gelegen beperkingengebied, is voorzien in een inaangewezen oefen- en schietgebied: een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen in het belang van de landsverdediging en de veiligheid; d. bijlage III als de mijnbouwinstallatie met inbegrip van het om die installatie gelegen beperkingengebied, is voorzien in een inaangewezen gebied dat druk wordt bevaren: een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen in het belang van de scheepvaart en de veiligheid; en e. artikel 3, eerste lid artikel 9, eerste lid, van de Wet windenergie op zee als de mijnbouwinstallatie, met inbegrip van het om die installatie gelegen beperkingengebied, is voorzien in een gebied dat is aangewezen in een kavelbesluit of een voorbereidingsbesluit bevaren als bedoeld in, respectievelijk,: een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen in het belang van de elektriciteitsopwekking en de veiligheid. 3 artikel 7.67, aanhef en onder c, van het Besluit activiteiten leefomgeving Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het gebruiken van een locatie in de Noordzee voor een verkenningsonderzoek met gebruikmaking van kunstmatig opgewekte trillingen, bedoeld in, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van de activiteit en de verwachte duur ervan; b. de wijze waarop het verkenningsonderzoek zal worden verricht en de technieken en hulpmiddelen die daarbij worden gebruikt; c. de coördinaten van de locatie waarop het verkenningsonderzoek wordt verricht; d. bijlage III als het verkenningsonderzoek wordt verricht in of boven delen van een inaangewezen oefen- en schietgebied: een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen in het belang van de landsverdediging en de veiligheid; e. bijlage III als het verkenningsonderzoek wordt verricht in of boven delen van een inaangewezen aanloopgebied: een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen in het belang van de scheepvaart en de veiligheid; en f. bijlage III als het verkenningsonderzoek wordt verricht in of boven delen van een inaangewezen ankergebied in de buurt van een aanloophaven: een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen in het belang van de scheepvaart en de veiligheid. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.189 — Artikel 7.189 (beperkingengebiedactiviteit: weg in beheer bij het Rijk)#
Artikel 7.189 (beperkingengebiedactiviteit: weg in beheer bij het Rijk) artikel 8.16, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het verrichten van activiteiten in het beperkingengebied met betrekking tot een weg in beheer bij het Rijk als bedoeld in, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een situatietekening waarop de locatie is aangegeven waarop de activiteit wordt verricht met coördinaten, voorzien van een legenda, noordpijl, rijkswegnummer, kilometrering en aanduiding van het beperkingengebied; b. een beschrijving van de locatie en de inrichting van het werkterrein; c. de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van de activiteit en de verwachte duur ervan; d. een werkplan waarin wordt beschreven hoe de activiteit wordt verricht; e. contactgegevens van de partijen die direct bij het verrichten van de activiteit zijn betrokken; en f. als gevolgen voor het wegennet zijn te verwachten: een verkeersplan en een risico-inventarisatie met beheersmaatregelen. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.190 — Artikel 7.190 (beperkingengebiedactiviteit: overige werkzaamheden)#
Artikel 7.190 (beperkingengebiedactiviteit: overige werkzaamheden) artikel 8.16, eerste lid, aanhef en onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het verrichten van werkzaamheden in het beperkingengebied met betrekking tot een weg in beheer bij het Rijk, bedoeld in, worden relevante gegevens en bescheiden verstrekt over de voorgenomen werkzaamheden. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.191 — Artikel 7.191 (beperkingengebiedactiviteit: weginfrastructuur)#
Artikel 7.191 (beperkingengebiedactiviteit: weginfrastructuur) artikel 8.16, eerste lid, aanhef en onder b, onder 1°, van het Besluit activiteiten leefomgeving Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen, aanleggen, plaatsen of in stand houden van weginfrastructuur in het beperkingengebied met betrekking tot een weg in beheer bij het Rijk, bedoeld in, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een tekening van de nieuwe situatie, met inbegrip van aanzichten, details, maatvoering, dwarsprofielen, materialen die worden toegepast, afwatering en verlichting; b. als een bemaling plaatsvindt: een bemalingsplan; en c. als de grond moet worden voorbelast: een stabiliteitsonderzoek, een monitoringsplan en dwarsprofielen. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.192 — Artikel 7.192 (beperkingengebiedactiviteit: informatieborden)#
Artikel 7.192 (beperkingengebiedactiviteit: informatieborden) artikel 8.16, eerste lid, aanhef en onder b, onder 2°, van het Besluit activiteiten leefomgeving Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen, aanleggen, plaatsen of in stand houden van informatieborden in het beperkingengebied met betrekking tot een weg in beheer bij het Rijk, bedoeld in, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een ontwerp van de opschriften; b. de maten van het informatiebord en de bijbehorende constructie; c. een beschrijving van de materialen die worden toegepast; d. een tekening van de nieuwe situatie, met inbegrip van aanzichten, details, maatvoering, materialen die worden toegepast en verlichting; e. de wijze van verankering; en f. als sprake is van grondverankering: de diepte in meters. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.193 — Artikel 7.193 (beperkingengebiedactiviteit: technische installatie)#
Artikel 7.193 (beperkingengebiedactiviteit: technische installatie) artikel 8.16, eerste lid, aanhef en onder b, onder 3°, van het Besluit activiteiten leefomgeving Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen, aanleggen, plaatsen of in stand houden van een technische installatie voor een nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, het wegverkeer of het reguleren van het wegverkeer in het beperkingengebied met betrekking tot een weg in beheer bij het Rijk, bedoeld in, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een beschrijving van de technische installatie, de maatvoering en de materialen die worden toegepast; b. een tekening van de nieuwe situatie; c. de wijze van verankering; en d. als sprake is van grondverankering: de diepte in meters. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.194 — Artikel 7.194 (beperkingengebiedactiviteit: overige bouwwerken, werken, en objecten)#
Artikel 7.194 (beperkingengebiedactiviteit: overige bouwwerken, werken, en objecten) artikel 8.16, eerste lid, aanhef en onder b, onder 4°, van het Besluit activiteiten leefomgeving Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen of in stand houden van andere bouwwerken, het aanleggen, plaatsen of in stand houden van andere werken die geen bouwwerken zijn of het plaatsen of in stand houden van andere objecten in het beperkingengebied met betrekking tot een weg in beheer bij het Rijk, bedoeld in, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een tekening van de nieuwe situatie, met inbegrip van aanzichten, details, maatvoering, materialen die worden toegepast, afwatering en verlichting; b. als sprake is van een tijdelijke infrastructuur: een tekening daarvan; c. als sprake is van bemaling: een bemalingsplan; en d. als de grond moet worden voorbelast: een stabiliteitsonderzoek, een monitoringsplan en dwarsprofielen. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.195 — Artikel 7.195 (beperkingengebiedactiviteit: gebouw op een verzorgingsplaats)#
Artikel 7.195 (beperkingengebiedactiviteit: gebouw op een verzorgingsplaats) artikel 8.16, tweede lid, onder c, onder 1°, van het Besluit activiteiten leefomgeving Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen of in stand houden van een gebouw in het deel van het beperkingengebied met betrekking tot een weg in beheer bij het Rijk dat hoort bij een verzorgingsplaats, bedoeld in, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een tekening van de nieuwe situatie, met inbegrip van aanzichten, details, maatvoering, dwarsprofielen, materialen die worden toegepast, afwatering en verlichting; b. als sprake is van bemaling: een bemalingsplan; en c. als de grond moet worden voorbelast: een stabiliteitsonderzoek, een monitoringsplan en dwarsprofielen. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.196 — Artikel 7.196 (beperkingengebiedactiviteit: bouwwerk voor leveren van energie aan voertuigen)#
Artikel 7.196 (beperkingengebiedactiviteit: bouwwerk voor leveren van energie aan voertuigen) artikel 8.16, tweede lid, onder c, onder 2°, van het Besluit activiteiten leefomgeving Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen of in stand houden van een bouwwerk voor het leveren van energie aan voertuigen in het deel van het beperkingengebied met betrekking tot een weg in beheer bij het Rijk dat hoort bij een verzorgingsplaats, bedoeld in, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een tekening van de nieuwe situatie, met inbegrip van aanzichten, details, maatvoering, dwarsprofielen, materialen die worden toegepast, afwatering en verlichting; en b. als sprake is van bemaling: een bemalingsplan. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.197 — Artikel 7.197 (beperkingengebiedactiviteit: herinrichten van verzorgingsplaats)#
Artikel 7.197 (beperkingengebiedactiviteit: herinrichten van verzorgingsplaats) artikel 8.16, tweede lid, onder c, onder 3°, van het Besluit activiteiten leefomgeving Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het herinrichten van een verzorgingsplaats dat nadelige gevolgen kan hebben voor de staat of werking van de weg in het deel van het beperkingengebied met betrekking tot een weg in beheer bij het Rijk dat hoort bij een verzorgingsplaats, bedoeld in, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een tekening van de nieuwe situatie, met inbegrip van aanzichten, details, maatvoering, dwarsprofielen, materialen die worden toegepast, afwatering en verlichting; b. als sprake is van tijdelijke infrastructuur: een tekening daarvan; c. als sprake is van bemaling: een bemalingsplan; en d. als de grond moet worden voorbelast: een stabiliteitsonderzoek, een monitoringsplan en dwarsprofielen. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.197a — Artikel 7.197a (beperkingengebiedactiviteit: spoorwegen)#
Artikel 7.197a (beperkingengebiedactiviteit: spoorwegen) artikel 9.20 9.31 9.38 9.44, eerste lid 9.48, van het Besluit activiteiten leefomgeving Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het verrichten van activiteiten in het beperkingengebied met betrekking tot een hoofdspoorweg, een bijzondere spoorweg of een lokale spoorweg als bedoeld in,,,, of, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een situatietekening op een schaal van ten minste 1:1000 waarop de locatie is aangegeven waar de activiteit wordt verricht met coördinaten, voorzien van een legenda, noordpijl, kilometrering en aanduiding van de spoorweg en het bijbehorende beperkingengebied; b. een beschrijving van de locatie en de inrichting van het werkterrein waarbij in elk geval is aangegeven de locatie van bouwketen, werkmaterieel inclusief draaicirkels, opslagtanks en aan- en afvoerwegen; c. de verwachte datum en het verwachte tijdstip waarop met de activiteit wordt begonnen en de verwachte duur ervan; d. een werkplan waarin wordt beschreven hoe de activiteit wordt verricht; e. contactgegevens van de partijen die direct bij het verrichten van de activiteiten zijn betrokken; en f. een beschrijving van de gevolgen van de werkzaamheden voor de toegankelijkheid, de veiligheid en het doelmatig gebruik van de spoorweginfrastructuur. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.197b — Artikel 7.197b (beperkingengebiedactiviteit: kabels en leidingen bij een hoofdspoorweg of een bijzondere spoorweg)#
Artikel 7.197b (beperkingengebiedactiviteit: kabels en leidingen bij een hoofdspoorweg of een bijzondere spoorweg) artikel 9.20 van het Besluit activiteiten leefomgeving Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen, aanleggen, plaatsen of in stand houden van elektriciteitskabels en beschermbuizen voor kabels en leidingen in het beperkingengebied met betrekking tot een hoofdspoorweg of een bijzondere spoorweg, bedoeld in, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. artikel 7:197a, onder a een aanduiding op de situatietekening, bedoeld in, van de ligging van de kabel, leiding of objecten die daarmee samenhangen met coördinaten; b. bij een kabel of een beschermbuis voor een kabel: een dwarsprofieltekening op een schaal van 1:100 van de kabel of beschermbuis met de volgende informatie: 1°. een aanduiding van de diepte in meters ten opzichte van het Normaal Amsterdams Peil; 2°. een aanduiding van de diepte in meters ten opzichte van de bovenkant van de spoorstaaf; 3°. een aanduiding van de inwendige- en uitwendige diameter in centimeters; 4°. de materiaalsoort; 5°. het type kabel; 6°. het aantal kabels; en 7°. het doel van de kabel; c. bij een beschermbuis voor een leiding: een dwarsprofieltekening op een schaal van 1:100 van de beschermbuisleiding met de volgende informatie: 1°. een aanduiding van de diepte in meters ten opzichte van het Normaal Amsterdams Peil; 2°. een aanduiding van de diepte in meters ten opzichte van de bovenkant van de spoorstaaf; 3°. een aanduiding van de inwendige en uitwendige diameter in centimeters; 4°. de materiaalsoort; 5°. de soort door te voeren stof; en 6°. de te onderhouden maximum werkdruk in bar; d. bij een beschermbuis voor een leiding onder druk: een erosiekraterberekening; e. bij een beschermbuis voor een transportleiding: een slijtageberekening; f. als een gestuurde boring of persing wordt gebruikt: een boorplan; en g. als de activiteit plaatsvindt bij de fundering van een brug of viaduct: een stabiliteitsberekening. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.197c — Artikel 7.197c (beperkingengebiedactiviteit: bouwwerken, werken en objecten bij een hoofdspoorweg of een bijzondere spoorweg)#
Artikel 7.197c (beperkingengebiedactiviteit: bouwwerken, werken en objecten bij een hoofdspoorweg of een bijzondere spoorweg) artikel 9.31 van het Besluit activiteiten leefomgeving Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen of in stand houden van bouwwerken, het aanleggen, plaatsen, in stand houden of veranderen van werken die geen bouwwerken zijn en het plaatsen of in stand houden van andere objecten in de kernzone, overwegzone of beschermingszone van een beperkingengebied met betrekking tot een hoofdspoorweg of een bijzondere spoorweg, bedoeld in, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. artikel 7.197a, onder a een aanduiding op de situatietekening, bedoeld in, van de ligging van het bouwwerk, werk of object ten opzichte van de spoorweginfrastructuur met coördinaten; b. een tekening van de nieuwe situatie met inbegrip van aanzichten, details, maatvoering, materialen die worden toegepast, de hoogte van het bouwwerk, werk of object ten opzichte van het Normaal Amsterdams Peil en ten opzichte van de bovenkant spoorstaaf, en het aantal bouwlagen; c. als de grond moet worden voorbelast: een stabiliteitsonderzoek, een monitoringsplan en dwarsprofielen; en d. als er sprake is van bemaling: een bemalingsplan. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.197d — Artikel 7.197d (beperkingengebiedactiviteit: activiteiten op perrons en stations bij een hoofdspoorweg of een bijzondere spoorweg)#
Artikel 7.197d (beperkingengebiedactiviteit: activiteiten op perrons en stations bij een hoofdspoorweg of een bijzondere spoorweg) artikel 9.38 van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.197c Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken, het aanleggen, plaatsen en veranderen van werken die geen bouwwerken zijn, het plaatsen van andere objecten of het verrichten van werkzaamheden, waarbij de opzet van het perron of station wezenlijk verandert, in het beperkingengebied met betrekking tot een hoofdspoorweg of een bijzondere spoorweg, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.197e — Artikel 7.197e (beperkingengebiedactiviteit: andere activiteiten bij hoofdspoorwegen of een bijzondere spoorweg)#
Artikel 7.197e (beperkingengebiedactiviteit: andere activiteiten bij hoofdspoorwegen of een bijzondere spoorweg) artikel 9.44, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het verrichten van werkzaamheden, het storten van stoffen of het opslaan van licht ontvlambare stoffen in het beperkingengebied met betrekking tot een hoofdspoorweg of een bijzondere spoorweg, bedoeld in, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. als werkzaamheden worden verricht: een omschrijving van de werkzaamheden en het te gebruiken materieel; b. als stoffen worden gestort: een omschrijving van de stoffen; en c. als licht ontvlambare stoffen worden opgeslagen: de hoeveelheid stoffen in kilogrammen die per ADR-klasse aanwezig is. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.197f — Artikel 7.197f (beperkingengebiedactiviteit: lokale spoorwegen)#
Artikel 7.197f (beperkingengebiedactiviteit: lokale spoorwegen) artikel 9.48 van het Besluit activiteiten leefomgeving Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het verrichten van werkzaamheden of het bouwen of in stand houden van bouwwerken, het aanleggen, plaatsen, in stand houden of veranderen van werken die geen bouwwerken zijn of het plaatsen of in stand houden van andere objecten in het beperkingengebied met betrekking tot een lokale spoorweg, bedoeld in, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een tekening van de nieuwe situatie met inbegrip van aanzichten, details, maatvoering en materialen die worden toegepast, de hoogte van het bouwwerk, werk of object ten opzichte van het Normaal Amsterdams Peil en ten opzichte van de bovenkant spoorstaaf en het aantal bouwlagen; b. als er sprake is van het boren in of persen van grond: werktekeningen van de persaannemer en erosiekraterberekeningen; c. als graaf-, hei- of bronneringswerkzaamheden plaatsvinden: een monitoringsplan; en d. bij een mogelijke belemmering van het zicht van de bestuurder: een zichtlijnenanalyse. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.197g — Artikel 7.197g (beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een luchthaven)#
Artikel 7.197g (beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een luchthaven) Luchthavenindelingsbesluit Schiphol artikel 10.11, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het plaatsen of aanleggen van objecten in strijd met een regel in hetof een luchthavenbesluit over de maximale hoogte van objecten in een beperkingengebied met betrekking tot een luchthaven, bedoeld in, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een beschrijving van het object; b. een tekening van het object met de afmetingen van het object; c. de verwachte datum en het verwachte tijdstip waarop met de activiteit wordt begonnen en de verwachte duur ervan; d. een werkplan waarin wordt beschreven hoe de activiteit wordt verricht; e. contactgegevens van de partijen die direct bij het verrichten van de activiteit zijn betrokken; f. de hoogte van het object ten opzichte van het maaiveld; g. de ligging van het maaiveld ten opzichte van Normaal Amsterdams Peil; h. de hoogte van het object ten opzichte van Normaal Amsterdams Peil; i. de locatie van het object, uitgedrukt in coördinaten; j. een werktuigenplan; en k. als het gaat om een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot de luchthaven Schiphol: een uitdraai van de LIB-tool. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.197h — Artikel 7.197h (Natura 2000-activiteit)#
Artikel 7.197h (Natura 2000-activiteit) 1 artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Omgevingswet Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit als bedoeld inworden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een aanduiding van de Natura 2000-gebieden waarop een significant effect is te verwachten als gevolg van de voorgenomen activiteiten; b. de gewenste geldigheidsduur van de aangevraagde omgevingsvergunning; c. een passende beoordeling als bedoeld in artikel 6, derde lid, van de habitatrichtlijn; d. als uit de passende beoordeling volgt dat niet de zekerheid kan worden verkregen dat de natuurlijke kenmerken van de betreffende Natura 2000-gebieden niet zullen worden aangetast als gevolg van de voorgenomen activiteiten: een ADC-toets als bedoeld in artikel 6, vierde lid, van de habitatrichtlijn waaruit in ieder geval duidelijk wordt dat: 1°. er geen alternatieve oplossingen zijn; 2°. het project nodig is om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard; en 3°. compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van Natura 2000 bewaard blijft; en e. als sprake is van stikstofdepositie: een met AERIUS Calculator uitgevoerde berekening van de stikstofdepositie. 2 Als de activiteit significante gevolgen kan hebben voor een prioritair type natuurlijke habitat of een prioritaire soort in een Natura 2000-gebied, gegevens waaruit blijkt dat, in afwijking van het eerste lid, onder d, onder 2°, dat het project nodig is vanwege: a. argumenten die verband houden met de gezondheid, de openbare veiligheid of met voor het milieu wezenlijk gunstige effecten; of b. artikel 10.6d van het Omgevingsbesluit andere dwingende redenen van openbaar belang, als de procedure vanis toegepast. 2021 31421 16-06-2021 09-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.197i — Artikel 7.197i (toepassingsbereik)#
Artikel 7.197i (toepassingsbereik) paragraaf 7.2.8a.3 7.2.8a.4 7.2.8a.5 7.2.8a.6 Deze paragraaf is alleen van toepassing voor zover dat in,,enis bepaald. 2021 31421 16-06-2021 09-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.197j — Artikel 7.197j (module: flora- en fauna-activiteit)#
Artikel 7.197j (module: flora- en fauna-activiteit) 1 hoofdstuk 11, van het Besluit activiteiten leefomgeving Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het verrichten van een flora- en fauna-activiteit, bedoeld in, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de Nederlandse en wetenschappelijke naam van de soort waarom het gaat; b. de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van de activiteit en de verwachte duur ervan, inclusief een onderbouwing en planning van de werkzaamheden die in het kader van de activiteit worden verricht; c. de belangrijkste door de aanvrager bestudeerde alternatieven voor de activiteit en een onderbouwing waarom er geen andere bevredigende oplossing is dan het verrichten van de activiteit; d. een beschrijving van: 1°. de locatie en het gebied rondom de locatie waarop de activiteit wordt verricht; 2°. de verspreiding van soorten en hun functies in en rondom het gebied, bedoeld onder 1°, inclusief het onderzoek dat daarnaar verricht is; 3°. de functies van de nesten of rustplaatsen van soorten en hoe essentieel deze zijn voor de staat van instandhouding van betreffende soorten; 4°. de wijze waarop de activiteit wordt verricht; 5°. de mitigerende maatregelen die worden getroffen om schade aan de soort te voorkomen; 6°. de compenserende maatregelen die worden getroffen om onvermijdelijke schade aan de soort te herstellen; en 7°. bij een ingetekende topografische kaart met de locatie van de handelingen, de verspreiding van de soorten en de locatie van de mitigerende en compenserende maatregelen; e. de resultaten van een verricht natuurwaardenonderzoek met ten minste de volgende gegevens: 1°. een aanduiding van de aan- of afwezigheid van soorten; 2°. de omvang van de aanwezige populatie soorten; 3°. een aanduiding van de gevolgen van de activiteit in het werkgebied op de staat van instandhouding van de aanwezige soorten; en 4°. een beschrijving voor elke fase van de activiteit met ten minste de gevolgen van de daaraan voorafgaande fase en de gevolgen van mitigerende maatregelen als bedoeld onder d, onder 5°, of compenserende maatregelen als bedoeld onder d, onder 6°; en f. als de activiteit nodig is voor onderzoek aan of naar soorten: gegevens over: 1°. de achtergrond en de aanleiding van het onderzoek; 2°. de doelstellingen van het onderzoek en de bijbehorende onderzoeksvragen; 3°. de methoden en technieken die worden toegepast om de onderzoeksvragen te beantwoorden en de wijze waarop wordt omgegaan met de vogels; 4°. de beschikbare protocollen, richtlijnen of standaarden die worden toegepast; 5°. de onderzoekshandelingen; 6°. de relatie met eerder verricht onderzoek en de resultaten daarvan; 7°. de samenwerking met andere instituten of onderzoekers; 8°. de wijze waarop de voortgang van het onderzoek wordt gemonitord; 9°. de deskundigheid van de onderzoekers; 10°. de planning van het onderzoek, uitgesplitst naar onderzoeksfases, beslis- en interventiemomenten en werkzaamheden; en 11°. de geraadpleegde literatuur. 2 Het natuurwaardenonderzoek, bedoeld in het eerste lid, onder e: a. is verricht door een persoon met aantoonbare specifieke ecologische kennis en ervaring, die ecologisch advies versterkt of werkzaamheden begeleidt op het gebied van situaties, habitats en soorten; en b. bevat gegevens waarvan de jongste gegevens niet ouder zijn dan drie jaar, of korter als in de periode tussen het onderzoek en de aanvraag de locatie en het gebied rondom de locatie waarop de activiteit wordt verricht ingrijpend zijn gewijzigd. 2021 31421 16-06-2021 09-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2022 713 10-01-2022 08-12-2021 WJZ/21288684 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.197k — Artikel 7.197k (flora- en fauna-activiteit: schadelijke handelingen vogelrichtlijnsoorten)#
Artikel 7.197k (flora- en fauna-activiteit: schadelijke handelingen vogelrichtlijnsoorten) 1 artikel 11.37, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.197j, eerste lid, onder a tot en met f Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het opzettelijk doden of opzettelijk vangen, opzettelijk vernielen of opzettelijk beschadigen van nesten, rustplaatsen of eieren, of het opzettelijk wegnemen van nesten, het rapen en onder zich hebben van eieren of het opzettelijk storen van van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de vogelrichtlijn, bedoeld in, worden per soort de volgende gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2 Bij een aanvraag als bedoeld in het eerste lid worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: een onderbouwing waarom de activiteit nodig is: a. in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; b. in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; c. ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren; d. ter bescherming van flora en fauna; e. voor onderzoek of onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten, of voor de daarmee samenhangende teelt; of f. om het vangen, het onder zich hebben of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan. 3 Het tweede lid, onder e en f, is niet van toepassing als het gaat om beperking van de omvang van een populatie van vogels. 4 Als het gaat om beperking van de omvang van een populatie van vogels en het bestrijden van schadeveroorzakende vogels door grondgebruikers van vogels: a. artikel 7.197j, eerste lid, onder d, onder 3°, 5°, 6°, en 7°, onder e en f isniet van toepassing; en b. wordt een ingetekende topografische kaart met de locatie van de handelingen en de verspreiding van de vogelrichtlijnsoorten verstrekt. 2021 31421 16-06-2021 09-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.197l — Artikel 7.197l (flora- en fauna-activiteit: commercieel bezit vogelrichtlijnsoorten)#
Artikel 7.197l (flora- en fauna-activiteit: commercieel bezit vogelrichtlijnsoorten) 1 artikel 11.38, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.197j, eerste lid, onder a tot en met c Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het verkopen, vervoeren voor verkoop, onder zich hebben voor verkoop of aanbieden voor verkoop van dode of levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de vogelrichtlijn, gemakkelijk herkenbare delen van die vogels of uit die vogels verkregen producten, bedoeld in, worden per soort de volgende gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2 Bij een aanvraag als bedoeld in het eerste lid worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een onderbouwing waarom de activiteit nodig is: 1°. in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; 2°. in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; 3°. ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren; 4°. ter bescherming van flora en fauna; 5°. voor onderzoek of onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten, of voor de daarmee samenhangende teelt; of 6°. om het vangen, het onder zich hebben of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan; b. een onderbouwing waarom de activiteit niet leidt tot verslechtering van de staat van instandhouding van de vogelrichtlijnsoort; en c. de herkomst van de vogelrichtlijnsoort. 2021 31421 16-06-2021 09-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.197m — Artikel 7.197m (flora- en fauna-activiteit: niet-commercieel bezit vogelrichtlijnsoorten)#
Artikel 7.197m (flora- en fauna-activiteit: niet-commercieel bezit vogelrichtlijnsoorten) 1 artikel 11.39, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.197j, eerste lid, onder a tot en met c Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het om een andere reden dan verkoop onder zich hebben of vervoeren van dode of levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de vogelrichtlijn, gemakkelijk herkenbare delen van die vogels of uit die vogels verkregen producten, bedoeld in, worden per soort de volgende gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2 Bij een aanvraag als bedoeld in het eerste lid worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een onderbouwing waarom de activiteit nodig is: 1°. in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; 2°. in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; 3°. ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren; 4°. ter bescherming van flora en fauna; 5°. voor onderzoek of onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten, of voor de daarmee samenhangende teelt; of 6°. om het vangen, het onder zich hebben of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan; b. een onderbouwing waarom de activiteit niet leidt tot verslechtering van de staat van instandhouding van de vogelrichtlijnsoort; en c. de herkomst van de vogelrichtlijnsoort. 2021 31421 16-06-2021 09-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.197n — Artikel 7.197n (flora- en fauna-activiteit: wijze vangen of doden vogelrichtlijnsoorten)#
Artikel 7.197n (flora- en fauna-activiteit: wijze vangen of doden vogelrichtlijnsoorten) 1 artikel 11.40, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.197j, eerste lid, onder a tot en met c en e Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het vangen, doden of achtervolgen van van nature in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de volgelrichtlijn, bedoeld in, worden per soort de volgende gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2 Bij een aanvraag als bedoeld in het eerste lid worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een onderbouwing waarom de activiteit nodig is: 1°. in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; 2°. in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; 3°. ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren; of 4°. ter bescherming van flora en fauna; en b. een beschrijving van: 1°. de locatie en het gebied rondom de locatie waarop de activiteit wordt verricht; 2°. de verspreiding van vogelrichtlijnsoorten in en rondom het gebied, bedoeld onder 1°, inclusief het onderzoek dat daarnaar wordt verricht; 3°. de functies van de nesten of rustplaatsen van vogelrichtlijnsoorten; 4°. de wijze waarop de activiteit wordt verricht; 5°. de mitigerende maatregelen die worden getroffen om schade aan de vogelrichtlijnsoort te voorkomen; 6°. de compenserende maatregelen die worden getroffen om onvermijdelijke schade aan de vogelrichtlijnsoort te herstellen; en 7°. artikel 8.74p van het Besluit kwaliteit leefomgeving 8.74q van het Besluit kwaliteit leefomgeving de middelen, bedoeld in, en de methoden bedoeld in, die gebruikt worden. 2021 31421 16-06-2021 09-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.197o — Artikel 7.197o (flora- en fauna-activiteit: schadelijke handelingen habitatrichtlijnsoorten)#
Artikel 7.197o (flora- en fauna-activiteit: schadelijke handelingen habitatrichtlijnsoorten) 1 artikel 11.46, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.197j, eerste lid, onder a tot en met f Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk doden, vangen of verstoren van in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onder a, bij de habitatrichtlijn, bijlage II bij het verdrag van Bern of bijlage I bij het verdrag van Bonn, het in de natuur opzettelijk vernielen of rapen van eieren van die dieren, het beschadigen of vernielen van de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van die dieren of het opzettelijk plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van planten, van soorten, genoemd in bijlage IV, onder b, bij de habitatrichtlijn of bijlage I bij het verdrag van Bern, bedoeld in, worden per soort de volgende gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2 Bij een aanvraag als bedoeld in het eerste lid worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: een onderbouwing waarom de activiteit nodig is: a. in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; b. ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; c. in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; d. voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van die soorten, of voor de daarvoor benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten; of e. om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de omgevingsverordening of ministeriële regeling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, respectievelijk een beperkt bij de omgevingsverordening of ministeriële regeling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben. 3 Het tweede lid, onder d en e, is niet van toepassing als het gaat om beperking van de omvang van een populatie van habitatrichtlijnsoorten. 4 Als het gaat om beperking van de omvang van een populatie van habitatrichtlijnsoorten en het bestrijden van schadeveroorzakende habitatrichtlijnsoorten door grondgebruikers van habitatrichtlijnsoorten: a. artikel 7.197j, eerste lid, onder d, onder 3°, 5°, 6°, en 7°, onder e en f isniet van toepassing; en b. wordt een ingetekende topografische kaart met de locatie van de handelingen en de verspreiding van de habitatrichtlijnsoorten verstrekt. 2021 31421 16-06-2021 09-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.197p — Artikel 7.197p (flora- en fauna-activiteit: bezit habitatrichtlijnsoorten)#
Artikel 7.197p (flora- en fauna-activiteit: bezit habitatrichtlijnsoorten) 1 artikel 11.47, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.197j, eerste lid, onder a tot en met c Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het verkopen, vervoeren voor verkoop, verhandelen, ruilen of te koop of te ruil aanbieden van dieren of planten, of het voor het om een andere reden dan verkoop onder zich hebben of vervoeren van dieren of planten, bedoeld in, worden per soort de volgende gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2 Bij een aanvraag als bedoeld in het eerste lid worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een onderbouwing waarom de activiteit nodig is: 1°. in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; 2°. ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; 3°. in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; 4°. voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van die soorten, of voor de daarvoor benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten; of 5°. om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de omgevingsverordening of ministeriële regeling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, respectievelijk een beperkt bij de omgevingsverordening of ministeriële regeling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben; en b. een onderbouwing waarom de activiteit niet leidt tot verslechtering van de staat van instandhouding van de habitatrichtlijnsoort. 2021 31421 16-06-2021 09-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.197q — Artikel 7.197q (flora- en fauna-activiteit: wijze van vangen of doden habitatrichtlijnsoorten)#
Artikel 7.197q (flora- en fauna-activiteit: wijze van vangen of doden habitatrichtlijnsoorten) 1 artikel 11.48 van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.197j, eerste lid, onder a tot en met c en e Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het vangen of doden van dieren of het aan de natuur onttrekken van dieren door het gebruik van niet-selectieve middelen die de plaatselijke verdwijning of ernstige verstoring van de rust van populaties van soorten tot gevolg kunnen hebben, bedoeld in, worden per soort de volgende gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2 Bij een aanvraag als bedoeld in het eerste lid worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een onderbouwing waarom de activiteit nodig is: 1°. in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; 2°. ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; of 3°. in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; en b. een beschrijving van: 1°. de locatie en het gebied rondom de locatie waarop de activiteit wordt verricht; 2°. de verspreiding van habitatrichtlijnsoorten en hun functies in en rondom dat gebied, inclusief het onderzoek dat daarnaar verricht is; 3°. de functies van de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van habitatrichtlijnsoorten en hoe essentieel deze zijn voor de gunstige staat van instandhouding van betreffende soorten; 4°. de wijze waarop de activiteit wordt verricht; 5°. de mitigerende maatregelen die worden getroffen om schade aan de habitatrichtlijnsoort te voorkomen; 6°. de compenserende maatregelen die worden getroffen om onvermijdelijke schade aan de habitatrichtlijnsoort te herstellen; en 7°. artikel 8.74r van het Besluit kwaliteit leefomgeving de middelen, bedoeld in, die gebruikt worden. 2021 31421 16-06-2021 09-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.197r — Artikel 7.197r (flora- en fauna-activiteit: schadelijke handelingen andere soorten)#
Artikel 7.197r (flora- en fauna-activiteit: schadelijke handelingen andere soorten) 1 artikel 11.54, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.197j, eerste lid, onder a tot en met f Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het opzettelijk doden of vangen van in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen of kevers, het opzettelijk beschadigen of vernielen van de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van die dieren of het opzettelijk in hun natuurlijke verspreidingsgebied plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van vaatplanten, bedoeld in, worden per soort de volgende gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel in, verstrekt. 2 Bij een aanvraag als bedoeld in het eerste lid worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: een onderbouwing waarom de activiteit nodig is: a. in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; b. ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; c. in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; d. voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daarvoor benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten; e. om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de omgevingsverordening of ministeriële regeling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, respectievelijk een beperkt bij de omgevingsverordening of ministeriële regeling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben; f. in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; g. voor het voorkomen van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; h. voor het beperken van de omvang van de populatie van in het wild levende dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; i. voor het voorkomen of bestrijden van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; j. in het kader van een bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; k. in het kader van het bestendig beheren of onderhouden van vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, luchthavens, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; l. in het kader van het bestendig beheren of onderhouden van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied; of m. in het algemeen belang. 3 Het tweede lid, onder d, e, f, h, j en k is niet van toepassing als het gaat om beperking van de omvang van een populatie van de soorten als bedoeld in het eerste lid. 4 Als het gaat om beperking van de omvang van een populatie en het bestrijden van schadeveroorzakende soorten als bedoeld in het eerste lid door grondgebruikers: a. artikel 7.197j, eerste lid, onder d, onder 3°, 5°, 6°, en 7°, onder e en f isniet van toepassing; en b. wordt een ingetekende topografische kaart met de locatie van de handelingen en de verspreiding van de soorten verstrekt. 2021 31421 16-06-2021 09-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.197s — Artikel 7.197s (flora- en fauna-activiteit: bijvoeren)#
Artikel 7.197s (flora- en fauna-activiteit: bijvoeren) 1 artikel 11.60, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.197j, eerste lid, onder a en b Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bijvoeren van in het wild levende edelherten, damherten, reeën, wilde zwijnen, fazanten, wilde eenden, houtduiven, hazen of konijnen, bedoeld in, worden per soort de volgende gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2 Bij een aanvraag als bedoeld in het eerste lid worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een beschrijving waarom er sprake is van: 1°. bijzondere weersomstandigheden; of 2°. een tijdelijk natuurlijk voedseltekort waardoor het welzijn van de dieren in het geding is; b. een beschrijving, bedoeld onder a, die ten minste de volgende gegevens bevat: 1°. de reden tot bijvoeren of oorzaak van het voedseltekort; 2°. een beschrijving van de fysieke conditie van de dieren; 3°. een verklaring van een dierenarts of deskundige; en 4°. de wijze van bijvoeren. 2021 31421 16-06-2021 09-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2022 713 10-01-2022 08-12-2021 WJZ/21288684 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.197t — Artikel 7.197t (jachtgeweeractiviteit)#
Artikel 7.197t (jachtgeweeractiviteit) 1 artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Omgevingswet Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een jachtgeweeractiviteit als bedoeld inworden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. twee pasfoto’s van de aanvrager; b. een bewijs van een met goed gevolg afgelegd jachtexamen; en c. de namen en contactgegevens van ten minste drie referenten. 2 artikel 8.74t, tweede lid, onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving Het eerste lid, aanhef en onder c, is niet van toepassing als de aanvrager een nog geldende omgevingsvergunning voor een jachtgeweeractiviteit heeft, tenzij de in dat onderdeel bedoelde gegevens, naar het oordeel van de korpschef noodzakelijk zijn voor de beoordeling of sprake is van een situatie als bedoeld in. 2021 31421 16-06-2021 09-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.197u — Artikel 7.197u (valkeniersactiviteit)#
Artikel 7.197u (valkeniersactiviteit) artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder g, van de Omgevingswet Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een valkeniersactiviteit als bedoeld inworden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. twee goed gelijkende pasfoto’s van de aanvrager; b. een bewijs van een met goed gevolg afgelegd examen voor het gebruik van jachtvogels; en c. een bewijs dat de leeftijd van achttien jaar is bereikt. 2021 31421 16-06-2021 09-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.198 — Artikel 7.198 (rijksmonumentenactiviteit: algemeen)#
Artikel 7.198 (rijksmonumentenactiviteit: algemeen) 1 Paragraaf 7.2.9 artikel 5.1, eerste lid, onder b, van de wet is van toepassing op het verstrekken van gegevens en bescheiden bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentactiviteit als bedoeld in. 2 Bij de aanvraag worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. het rijksmonumentnummer en, voor zover van toepassing, de naam van het monument of de plaatselijke aanduiding van het archeologisch monument; b. de opgave van het huidige gebruik van het monument of archeologisch monument en het voorgenomen gebruik, als dat afwijkt van het huidige gebruik; en c. de motivering voor het verrichten van de activiteit en een omschrijving van de gevolgen ervan voor het monument of het archeologisch monument. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.199 — Artikel 7.199 (rijksmonumentenactiviteit: archeologische monumenten)#
Artikel 7.199 (rijksmonumentenactiviteit: archeologische monumenten) 1 Bij de aanvraag worden, voor zover het gaat om een archeologisch monument, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een omschrijving van de aard van de activiteit, met vermelding van: 1°. de omvang in vierkante meters; en 2°. de diepte, in centimeters ten opzichte van het maaiveld; b. een topografische kaart voorzien van noordpijl en ten minste twee coördinatenparen, met de exacte locatie en omvang van de activiteit; c. doorsnedetekeningen met de exacte locatie, omvang en diepte van de afzonderlijke ingrepen ten opzichte van het maaiveld; d. als sprake is van een opgraving, ook als deze alleen bestaat uit een proefsleuvenonderzoek of een proefputtenonderzoek: een programma van eisen voor de opgraving; e. als sprake is van een booronderzoek met boren met een diameter groter dan 10 cm: een plan van aanpak voor een booronderzoek; f. als sprake is van een zichtbaar archeologisch monument: overzichtsfoto’s van de bestaande situatie en plantekeningen van de nieuwe toestand; en g. voor zover de activiteit bestaat uit een bouwactiviteit: funderingstekeningen. 2 Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een rapport waarin de archeologische waarde van dat deel van het archeologisch monument waarop de activiteit van invloed is, in voldoende mate nader is vastgesteld; b. een rapport waarin de gevolgen van de activiteit voor de archeologische waarden in voldoende mate inzichtelijk zijn gemaakt; c. detailtekeningen met van de afzonderlijke ingrepen: 1°. de exacte locatie; 2°. de omvang; en 3°. de diepte ten opzichte van het maaiveld; d. voor zover de activiteit bestaat uit aanlegwerkzaamheden of een ontgrondingsactiviteit: 1°. een bestek met bijbehorende tekeningen; of 2°. een werkomschrijving met bijbehorende tekeningen; e. als sprake is van een sloopactiviteit: bestaande funderingstekeningen; of f. als sprake is van een archeologisch monument onder water: een vlakdekkende hoge resolutie sonaropname van de waterbodem en ultrahoge resolutie sonaropnamen van details. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2023 26205 19-09-2023 14-09-2023 2023-0000568411 2023 26454 02-10-2023 26-09-2023 2023-0000589458 01-01-2024
Artikel 7.200 — Artikel 7.200 (rijksmonumentenactiviteit: eisen aan tekeningen archeologisch monument)#
Artikel 7.200 (rijksmonumentenactiviteit: eisen aan tekeningen archeologisch monument) artikel 7.199 Tekeningen als bedoeld inhebben een schaal die niet kleiner is dan: a. 1:2000, als het gaat om een topografische kaart; b. 1:100, als het gaat om een funderingstekening of doorsnedetekening; en c. 1:50, als het gaat om een detailtekening. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.201 — Artikel 7.201 (rijksmonumentenactiviteit: slopen van een monument)#
Artikel 7.201 (rijksmonumentenactiviteit: slopen van een monument) 1 Bij de aanvraag worden, voor zover het gaat om het slopen van een monument, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de volgende kleurenfoto’s die een duidelijke indruk geven van het monument in relatie tot de voorgenomen sloop: 1°. overzichtsfoto’s van de bestaande situatie; en 2°. foto’s van de bestaande toestand; b. de volgende tekeningen: 1°. als sprake is van het slopen van een deel van het monument waarbij de omvang van het monument wijzigt: situatietekeningen van de bestaande en de nieuwe situatie; 2°. opnametekeningen van de bestaande toestand met, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag: i. plattegronden; ii. doorsneden; iii. gevelaanzichten; of iv. een dakaanzicht; en 3°. slooptekeningen; en c. een omschrijving van de sloopmethode en de aard van en bestemming voor het vrijkomend materiaal. 2 Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een nadere bepaling van de monumentale waarde van het monument aan de hand van cultuurhistorische rapporten, met inbegrip van rapporten over architectuurhistorie, bouwhistorie, interieurhistorie, kleurhistorie of tuinhistorie; b. als sprake is van verstoring van de bodem: een rapport waarin de archeologische waarde van de bodem onder het te slopen bouwwerk in voldoende mate is vastgesteld; c. een beschrijving van de technische staat van het monument of het onderdeel van het monument waarop de voorgenomen activiteit betrekking heeft; of d. een onderbouwing van de beschrijving van de technische staat aan de hand van technische rapporten, met inbegrip van rapporten over bouwfysische en constructieve aspecten. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.202 — Artikel 7.202 (rijksmonumentenactiviteit: verplaatsen van een monument)#
Artikel 7.202 (rijksmonumentenactiviteit: verplaatsen van een monument) 1 Bij de aanvraag worden, voor zover het gaat om het gedeeltelijk of volledig verplaatsen van een monument, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een beschrijving van de technische staat van het monument of het onderdeel van het monument waarop de voorgenomen activiteit betrekking heeft; b. de volgende kleurenfoto’s die een duidelijke indruk geven van het monument in relatie tot de voorgenomen verplaatsing: 1°. overzichtsfoto’s van de bestaande situatie; 2°. foto’s van de bestaande toestand; en 3°. overzichtsfoto’s van de nieuwe locatie; c. de volgende tekeningen: 1°. situatietekeningen van de bestaande en nieuwe situatie; 2°. opnametekeningen van de bestaande toestand met, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag: i. plattegronden; ii. doorsneden; iii. gevelaanzichten; of iv. een dakaanzicht; en 3°. plantekeningen van de nieuwe toestand met, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag: i. plattegronden; ii. doorsneden; iii. gevelaanzichten; of iv. een dakaanzicht; d. een bestek of werkomschrijving van de wijze van demonteren, van het verplaatsen naar de nieuwe locatie en de herbouw; en e. als de activiteit bestaat uit het verplaatsen van een molen: een rapport over de molenbiotoop van de bestaande en de nieuwe situatie. 2 Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een nadere bepaling van de monumentale waarde van het monument aan de hand van cultuurhistorische rapporten, met inbegrip van rapporten over architectuurhistorie, bouwhistorie, interieurhistorie, kleurhistorie of tuinhistorie of over de relatie van het monument tot zijn historische en zijn nieuwe omgeving; b. als op de bestaande of op de nieuwe locatie sprake is van verstoring van de bodem: een rapport waarin de archeologische waarde van het terrein dat volgens de aanvraag door de activiteit zal worden verstoord in voldoende mate is vastgesteld; c. een onderbouwing van de beschrijving van de technische staat aan de hand van technische rapporten, met inbegrip van rapporten over bouwfysische, constructieve, materiaaltechnische of preventieve aspecten; d. aanvullende tekeningen van de bestaande en nieuwe toestand, met inbegrip van detailtekeningen; of e. een opgave van de bij de voorbereiding en het verrichten van de activiteit te hanteren uitvoeringsrichtlijnen. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.203 — Artikel 7.203 (rijksmonumentenactiviteit: wijzigen van een monument of monument door herstel ontsieren of in gevaar brengen)#
Artikel 7.203 (rijksmonumentenactiviteit: wijzigen van een monument of monument door herstel ontsieren of in gevaar brengen) 1 Bij de aanvraag worden, voor zover het gaat om het wijzigen van een monument of het herstellen daarvan waardoor het kan worden ontsierd of in gevaar kan worden gebracht, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de volgende kleurenfoto’s die een duidelijke indruk geven van het monument in relatie tot de voorgenomen activiteit: 1°. overzichtsfoto’s van de bestaande situatie; en 2°. detailfoto’s van de bestaande toestand, die een duidelijke indruk geven van het onderdeel van het monument waar de voorgenomen activiteit zal worden verricht; b. de volgende tekeningen: 1°. een situatietekening van de bestaande situatie, en als de nieuwe situatie daarvan afwijkt: een situatietekening van de nieuwe situatie; 2°. opnametekeningen van de bestaande toestand met, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag: i. plattegronden; ii. doorsneden; iii. gevelaanzichten; of iv. een dakaanzicht; 3°. als er gebreken worden hersteld: gebrekentekeningen; 4°. plantekeningen van de nieuwe toestand en van de voorgenomen werkzaamheden, met inbegrip van de te vervangen of te veranderen onderdelen en de te verhelpen gebreken, met, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag: i. plattegronden; ii. doorsneden; iii. gevelaanzichten; of iv. een dakaanzicht; en 5°. als sprake is van verwijdering van materiaal: slooptekeningen; en c. een omschrijving van de aard en omvang van de activiteit in de vorm van een bestek of werkomschrijving, met: 1°. de te gebruiken en de te vervangen materialen, de toe te passen constructies, afwerkingen en kleuren en de wijze van uitvoering of verwerking; en 2°. als sprake is van verwijdering van materiaal: de sloopmethode en de aard van en bestemming voor het vrijkomend materiaal. 2 Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een nadere bepaling van de monumentale waarde van het monument aan de hand van cultuurhistorische rapporten, met inbegrip van rapporten over architectuurhistorie, bouwhistorie, interieurhistorie, kleurhistorie of tuinhistorie; b. als sprake is van verstoring van de bodem: een rapport waarin de archeologische waarde van de locatie in voldoende mate is vastgesteld; c. een beschrijving van de technische staat van het monument of het onderdeel van het monument waarop de voorgenomen activiteit betrekking heeft; d. een onderbouwing van de beschrijving van de technische staat aan de hand van technische rapporten, met inbegrip van rapporten over bouwfysische, constructieve, materiaaltechnische of preventieve aspecten; e. aanvullende tekeningen van de bestaande en nieuwe toestand, met inbegrip van detailtekeningen; f. voor zover er algemene kwaliteitsnormen of uitvoeringsrichtlijnen voor de instandhouding van monumenten op de activiteit van toepassing zijn: een opgave of de voorgenomen activiteit hierop is afgestemd; of g. als de activiteit een monument betreft dat een tuinaanleg, parkaanleg of andere groenaanleg is: een beheervisie. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.204 — Artikel 7.204 (rijksmonumentenactiviteit: monument door gebruik ontsieren of in gevaar brengen)#
Artikel 7.204 (rijksmonumentenactiviteit: monument door gebruik ontsieren of in gevaar brengen) Bij de aanvraag wordt, voor zover het gaat om het gebruiken van een monument waardoor het kan worden ontsierd of in gevaar gebracht, een opgave verstrekt van de maatregelen die worden getroffen om deze nadelige gevolgen te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.205 — Artikel 7.205 (rijksmonumentenactiviteit: eisen aan tekeningen monument)#
Artikel 7.205 (rijksmonumentenactiviteit: eisen aan tekeningen monument) 1 artikelen 7.201 tot en met 7.203 Tekeningen als bedoeld in dehebben een schaal die niet kleiner is dan: a. 1:1000, als het gaat om een situatietekening; b. 1:100, als het gaat om een algemene geveltekening; c. 1:20 of 1:50, als het gaat om een geveltekening voor een ingrijpende wijziging; en d. 1:100, als het gaat om een plattegrondtekening, doorsnedetekening of een tekening van het dakaanzicht. 2 Een detailtekening heeft een schaal van 1:1, 1:2 of 1:5 en is voorzien van een omschrijving van de materiaaltoepassing en de maatvoering. 3 Uit een situatietekening die is voorzien van een noordpijl blijkt de oriëntatie van het monument op het perceel en ten opzichte van omliggende bebouwing en wegen. 4 Een plattegrondtekening en een doorsnedetekening bevatten de volgende historische gegevens: a. balklagen: 1°. gestippeld aangegeven in plattegronden van ruimten onder de balklagen; en 2°. getekend aangegeven in doorsneden met aanduiding van de afmetingen; b. geornamenteerde plafonds, gestippeld aangegeven in plattegronden van de ruimten waar deze zich bevinden; c. houtafmeting, balklagen en kapconstructie, aangegeven in doorsneden van de bestaande en van de nieuwe toestand; en d. bijzondere ruimten of bouwdelen, direct of indirect betrokken bij de activiteit, aangegeven in plattegronden en doorsneden. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.206 — Artikel 7.206 (wateronttrekkingsactiviteit: onttrekken grondwater)#
Artikel 7.206 (wateronttrekkingsactiviteit: onttrekken grondwater) artikel 16.4 van het Besluit activiteiten leefomgeving Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een wateronttrekkingsactiviteit voor een industriële toepassing of voor de openbare drinkwatervoorziening als bedoeld inworden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. het aantal in te richten putten; b. de coördinaten van elke put; c. de diepte in meters van de onderkant en de bovenkant van de filters van elke put ten opzichte van het maaiveld en het Normaal Amsterdams Peil; d. de lengte in meters van het effectieve filter in elke put; e. de capaciteit van de pomp in kubieke meters water per uur per put; f. de hoeveelheid water in kubieke meters water per uur, etmaal, maand en jaar, die ten hoogste wordt onttrokken; g. een beschrijving van de mogelijke negatieve gevolgen van de onttrekking en van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om die gevolgen te voorkomen of te beperken; h. als het gaat om een wateronttrekkingsactiviteit voor een industriële toepassing: het doel waarvoor het te onttrekken grondwater wordt gebruikt; en i. als het gaat om het in samenhang met het onttrekken van grondwater in de bodem brengen van water ter aanvulling van het grondwater: 1°. de hoeveelheid water in kubieke meters water per uur, etmaal, maand en jaar die ten hoogste in de bodem wordt gebracht; 2°. de diepte in meters waarop het water in de bodem wordt gebracht; 3°. een beschrijving van de samenhang van het brengen van water in de bodem met de onttrekking; 4°. de herkomst en samenstelling van het water dat in de bodem wordt gebracht; en 5°. een beschrijving van de mogelijke negatieve gevolgen van het brengen van water in de bodem en van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om die gevolgen te voorkomen of te beperken. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.207 — Artikel 7.207 (ontgrondingsactiviteit: land, regionaal water en winterbed)#
Artikel 7.207 (ontgrondingsactiviteit: land, regionaal water en winterbed) artikel 5.1, eerste lid, onder c, van de wet artikel 7.162, onder a tot en met i, k en l Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een ontgrondingsactiviteit als bedoeld indie bestaat uit een ontgrondingsactiviteit op land, in regionale wateren en in het winterbed van een rivier in beheer bij het Rijk, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.207a — Artikel 7.207a (lozingsactiviteit: lozen van stoffen of afvalwater afkomstig van een vaartuig)#
Artikel 7.207a (lozingsactiviteit: lozen van stoffen of afvalwater afkomstig van een vaartuig) artikel 17.18, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 7.23, onder a, d en h tot en met n Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van stoffen of afvalwater afkomstig van een vaartuig, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in, verstrekt. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.207b — Artikel 7.207b (omgevingsplanactiviteit)#
Artikel 7.207b (omgevingsplanactiviteit) 1 artikel 5.1, eerste lid, onder a, van de wet Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in, worden, als het gaat om een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten, de gegevens en bescheiden verstrekt die op grond van het omgevingsplan bij die aanvraag moeten worden verstrekt. 2 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit worden de gegevens en bescheiden verstrekt die nodig zijn om de gevolgen van die activiteit te beoordelen voor: a. een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; b. artikelen 2.22 2.24 van de wet artikelen 2.33 2.34 van de wet de op grond van deengestelde regels over omgevingsplannen en de op grond van deengegeven instructies over omgevingsplannen; en c. het uitvoeren van een project waarvoor een projectbesluit is vastgesteld door een bestuursorgaan van de provincie of het Rijk. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.208 — Artikel 7.208 (toepassingsbereik)#
Artikel 7.208 (toepassingsbereik) afdeling 10.3 van de wet Deze afdeling is van toepassing op het verstrekken van gegevens en bescheiden bij een aanvraag om een gedoogplichtbeschikking als bedoeld in. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.209 — Artikel 7.209 (algemene aanvraagvereisten)#
Artikel 7.209 (algemene aanvraagvereisten) Bij de aanvraag worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. paragraaf 10.3.2 van de wet een beschrijving van de werken of activiteiten, bedoeld in, waarvoor de gedoogplicht wordt aangevraagd; b. het telefoonnummer van de aanvrager; c. als de aanvraag wordt ingediend door een gemachtigde: naam, adres, telefoonnummer en woonplaats van de gemachtigde; en d. als de aanvraag elektronisch wordt ingediend: het e-mailadres van de aanvrager of de gemachtigde. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.210 — Artikel 7.210#
Artikel 7.210 [Gereserveerd] 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.211 — Artikel 7.211 (gedoogplicht werken van algemeen belang: algemene situatie)#
Artikel 7.211 (gedoogplicht werken van algemeen belang: algemene situatie) artikelen 10.13 tot en met 10.18 10.19a van de wet Bij een aanvraag om een gedoogplichtbeschikking voor werken van algemeen belang als bedoeld in deenworden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een algemene beschrijving van het werk; b. een overzichtstekening die de ligging van het werk ten opzichte van de omgeving toont en voor zover van toepassing het gehele traject waarop het werk betrekking heeft met, als dit van toepassing is, de dwarsdoorsneden; c. een aanduiding van de gemeente of gemeenten waarin het perceel is gelegen; d. de toelichting op de reden voor de aanvraag, met een omschrijving van de gevolgen van het werk; e. de stand van zaken van het op het perceel van toepassing zijnde omgevingsplan of projectbesluit; f. de stand van zaken van de aangevraagde en verleende vergunningen en andere publiekrechtelijke toestemmingen; g. als sprake is van de uitvoering van een werk: 1°. een toelichting op de wijze van de uitvoering; 2°. de tijdsplanning, waaronder ten minste de verwachte datum waarop een begin wordt gemaakt met de werkzaamheden en de verwachte datum van ingebruikstelling; en h. als sprake is van een tracé: een beschrijving van de tracékeuze. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2021 34636 01-07-2021 29-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.212 — Artikel 7.212 (gedoogplicht werken van algemeen belang: perceel gebonden situatie)#
Artikel 7.212 (gedoogplicht werken van algemeen belang: perceel gebonden situatie) artikelen 10.13 tot en met 10.18 10.19a van de wet Bij een aanvraag om een gedoogplichtbeschikking voor werken van algemeen belang als bedoeld in deenworden per perceel en per rechthebbende de volgende gegevens en bescheiden als een aparte set gegevens verstrekt: a. de naam en het adres van de rechthebbende; b. de kadastrale gegevens van het perceel waarop de aanvraag betrekking heeft en een actuele kadastrale kaart; c. de vermogensrechtelijke status van de rechthebbende op het perceel; d. een beschrijving van het werk op het perceel; e. een situatietekening waarop het werk en het perceel is aangegeven en waarop het gedeelte van het perceel is ingetekend waarop de gedoogplicht komt te rusten, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen: 1°. het gedeelte van het perceel waarop tijdelijk werken of werkzaamheden moeten worden gedoogd; en 2°. het gedeelte van het perceel waarop permanent werken of werkzaamheden moeten worden gedoogd; f. gegevens en bescheiden die betrekking hebben op het minnelijk overleg, waaronder in ieder geval een chronologisch overzicht van het minnelijk overleg; en g. als de rechthebbende tot een rechtspersoon behoort: een uittreksel uit het register van de Kamer van Koophandel over deze rechtspersoon. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2021 34636 01-07-2021 29-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.213 — Artikel 7.213 (gedoogplicht archeologisch onderzoek)#
Artikel 7.213 (gedoogplicht archeologisch onderzoek) artikel 10.19 van de wet Bij een aanvraag om een gedoogplichtbeschikking vanwege het verrichten van een archeologisch onderzoek als bedoeld in, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. per perceel: de naam en het adres van de rechthebbende; b. de kadastrale gegevens van het perceel waarop de aanvraag betrekking heeft en een actuele kadastrale kaart; c. een toelichting op de reden voor de aanvraag, met een omschrijving van de activiteit waarvoor het archeologisch onderzoek is vereist; d. een toelichting op de noodzaak van het opleggen van de gedoogplicht in relatie tot de planning van de activiteit waarvoor het archeologisch onderzoek is vereist en de datum waarop het veldwerk van het archeologisch onderzoek moet zijn afgerond; e. de verwachte datum van het begin van het archeologisch veldwerk, dat uit een inventariserend veldonderzoek en mogelijk een vervolgonderzoek bestaat, en de verwachte duur ervan; f. een omschrijving van de te verwachten archeologische waarde van het terrein; g. een aanduiding van de aard van het onderzoek en een plan van aanpak of een programma van eisen voor het archeologisch onderzoek; h. een kaart met de locaties waarop archeologisch onderzoek is beoogd; en i. gegevens en bescheiden die betrekking hebben op het minnelijk overleg, waaronder in ieder geval een chronologisch overzicht van het minnelijk overleg, de afschriften van de verzoeken aan de rechthebbende om het terrein te betreden en, als dit van toepassing is, het aanbod tot schadevergoeding. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2021 34636 01-07-2021 29-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.214 — Artikel 7.214 (gedoogplicht maken ontwerp)#
Artikel 7.214 (gedoogplicht maken ontwerp) artikel 10.20 van de wet Bij een aanvraag om een gedoogplichtbeschikking vanwege het maken van een ontwerp als bedoeld inworden de volgende gegevens verstrekt: a. per perceel: de naam en het adres van de rechthebbende; b. de kadastrale gegevens van het perceel waarop de aanvraag betrekking heeft en een actuele kadastrale kaart; c. een toelichting op de reden voor de aanvraag, met een omschrijving van de activiteiten die nodig zijn voor het maken van een ontwerp; d. een toelichting op het algemeen belang dat aan de orde is bij het maken van een ontwerp voor de aanleg, instandhouding, wijziging, verplaatsing of opruiming van een werk; e. de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van activiteiten voor het maken van een ontwerp en de verwachte duur ervan; en f. gegevens en bescheiden die betrekking hebben op het minnelijk overleg, waaronder in ieder geval de afschriften van de verzoeken aan de rechthebbende om de activiteiten die nodig zijn voor het maken van het ontwerp toe te staan en, als dit van toepassing is, het aanbod tot schadevergoeding. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2021 34636 01-07-2021 29-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.215 — Artikel 7.215 (gedoogplicht andere werken van algemeen belang)#
Artikel 7.215 (gedoogplicht andere werken van algemeen belang) 1 artikel 10.21 van de wet artikelen 7.211 7.212 Bij een aanvraag om een gedoogplichtbeschikking voor andere werken van algemeen belang, bedoeld in, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in deen, verstrekt. 2 Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. artikelen 10.13 tot en met 10.19a van de wet een beschrijving van het werk waaruit in ieder geval blijkt dat het geen werk of activiteit als bedoeld in deis; en b. een beschrijving waaruit blijkt dat het opleggen van de gedoogplicht noodzakelijk is in het belang van de openbare veiligheid of het beschermen van de fysieke leefomgeving of vanwege zwaarwegende economische of andere maatschappelijke belangen. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.215a — Artikel 7.215a (gedoogplicht verontreiniging van de bodem zorgplicht of ongewoon voorval)#
Artikel 7.215a (gedoogplicht verontreiniging van de bodem zorgplicht of ongewoon voorval) 1 artikel 10.21a, aanhef en onder a, van de wet Bij een aanvraag om een gedoogplichtbeschikking voor het verrichten van onderzoek door de veroorzaker naar de aard en omvang van de verontreiniging of aantasting van de bodem, bedoeld in, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. per perceel: de naam en het adres van de rechthebbende; b. de kadastrale gegevens van het perceel waarop de aanvraag betrekking heeft en een actuele kadastrale kaart; c. een toelichting op de reden voor de aanvraag; d. een toelichting op de noodzaak van het opleggen van de gedoogplicht in relatie tot de planning van de activiteit waarvoor het onderzoek is vereist en de datum waarop het veldwerk moet zijn afgerond; e. de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van het onderzoek en de verwachte duur ervan; f. een omschrijving van de te verwachten verontreiniging of aantasting van de bodem; g. een aanduiding van de aard van het onderzoek en een plan van aanpak of een programma van eisen voor het onderzoek; h. een kaart met de locaties waarop onderzoek is beoogd; en i. gegevens en bescheiden die betrekking hebben op het minnelijk overleg, waaronder in ieder geval de afschriften van de verzoeken aan de rechthebbende om het terrein te betreden en, als dit van toepassing is, het aanbod tot schadevergoeding. 2 artikel 10.21a, aanhef en onder b van de wet Bij een aanvraag om een gedoogplichtbeschikking voor het treffen van maatregelen door de veroorzaker voor het voorkomen, beperken of ongedaan maken van de verontreiniging of aantasting van de bodem en de directe gevolgen daarvan, bedoeld in, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. per perceel: de naam en het adres van de rechthebbende; b. de kadastrale gegevens van het perceel waarop de aanvraag betrekking heeft en een actuele kadastrale kaart; c. een toelichting op de reden voor de aanvraag; d. de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van het treffen van maatregelen en de verwachte duur ervan; en e. gegevens en bescheiden die betrekking hebben op het minnelijk overleg, waaronder in ieder geval de afschriften van de verzoeken aan de rechthebbende om het treffen van maatregelen toe te staan en, als dit van toepassing is, het aanbod tot schadevergoeding. 2021 28102 01-06-2021 27-05-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.215b — Artikel 7.215b (toepassingsbereik)#
Artikel 7.215b (toepassingsbereik) artikel 11.3 van de wet Deze afdeling is van toepassing op het verstrekken van gegevens en bescheiden bij een aanvraag om een onteigeningsbeschikking als bedoeld in. 2021 34636 01-07-2021 29-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.215c — Artikel 7.215c (onteigeningsbeschikking)#
Artikel 7.215c (onteigeningsbeschikking) artikel 11.3 van de wet Bij een aanvraag om een onteigeningsbeschikking als bedoeld inworden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. artikel 16.97, eerste lid, onder g tot en met k, van de wet per te onteigenen onroerende zaak: de naam, volgens de basisregistratie kadaster, en het adres van de eigenaar of eigenaren, de beperkt gerechtigde of beperkt gerechtigden en de overige belanghebbenden, waaronder in ieder geval de belanghebbenden, bedoeld in; b. de kadastrale aanduidingen van de te onteigenen onroerende zaak of zaken en de kadastrale grootte van elk van de in de beschikking op te nemen percelen of de grootte van de gedeelten daarvan waarop de aanvraag betrekking heeft; c. artikel 7.6, onder a, van het Omgevingsbesluit een grondtekening die voldoet aan; d. een aanduiding van de gemeente of gemeenten waarin de onroerende zaak of zaken zijn gelegen; e. een beschrijving van de beoogde vorm van ontwikkeling, gebruik of beheer van de fysieke leefomgeving waarvoor de onteigening nodig is; f. de jaargang en het nummer van het elektronisch publicatieblad waarin van het ontwerp van het omgevingsplan of het projectbesluit mededeling is gedaan, waarin het omgevingsplan of het projectbesluit is bekendgemaakt of waarin van de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit of van het verlenen van die omgevingsvergunning mededeling is gedaan; g. de naam van de onteigenaar; h. een projectie van de grondtekening, bedoeld onder c, op het op de onroerende zaak of zaken van toepassing zijnde ter inzage gelegde ontwerp van het omgevingsplan of het projectbesluit, het daarop van toepassing zijnde omgevingsplan of projectbesluit of de daarop van toepassing zijnde aangevraagde of verleende omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit die de beoogde vorm van ontwikkeling, gebruik of beheer van de fysieke leefomgeving mogelijk maakt; i. de tijdsplanning van de verwezenlijking van de beoogde vorm van ontwikkeling, gebruik of beheer van de fysieke leefomgeving waarvoor onteigening nodig is, waaronder ten minste de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van de verwezenlijking; en j. gegevens en bescheiden die betrekking hebben op het minnelijk overleg, waaronder in ieder geval een chronologisch overzicht van het minnelijk overleg en de door de onteigenaar aan de belanghebbende of belanghebbenden gedane aanbieding of aanbiedingen tot schadeloosstelling. 2021 34636 01-07-2021 29-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.216 — Artikel 7.216 (gegevens bij wijziging normadressaat)#
Artikel 7.216 (gegevens bij wijziging normadressaat) artikel 5.37, tweede lid, van de wet Bij het informeren van het bevoegd gezag dat een aangevraagde of verleende omgevingsvergunning zal gaan gelden voor een ander dan de aanvrager of de vergunninghouder, bedoeld in, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. naam en adres van de aanvrager of vergunninghouder; b. een aanduiding van de omgevingsvergunning krachtens welke de activiteiten worden verricht; c. naam, adres en telefoonnummer van degene voor wie de omgevingsvergunning zal gaan gelden; d. de verwachte datum dat de omgevingsvergunning zal gaan gelden voor een ander dan de aanvrager of de vergunninghouder; en e. als de gegevens en bescheiden elektronisch worden verstrekt: de e-mailadressen van de personen, bedoeld onder a en c. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.217 — Artikel 7.217 (aanvraagvereisten maatwerkvoorschrift)#
Artikel 7.217 (aanvraagvereisten maatwerkvoorschrift) 1 Bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een beschrijving van de activiteit en het onderwerp waarvoor het maatwerkvoorschrift wordt aangevraagd; b. het telefoonnummer van de aanvrager; c. het adres, de kadastrale aanduiding of coördinaten van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; d. een aanduiding van de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; e. als de aanvraag wordt ingediend door een gemachtigde: naam, adres, telefoonnummer en woonplaats van de gemachtigde; en f. als de aanvraag elektronisch wordt ingediend: het e-mailadres van de aanvrager of de gemachtigde. 2 Dit artikel is niet van toepassing als het onderwerp, bedoeld in het eerste lid, onder a, onderdeel is van een aanvraag om een omgevingsvergunning. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.218 — Artikel 7.218 (aanvraagvereisten gelijkwaardige maatregel)#
Artikel 7.218 (aanvraagvereisten gelijkwaardige maatregel) 1 Bij een aanvraag om toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een beschrijving van de activiteit en het onderwerp waarvoor de toestemming wordt aangevraagd; b. gegevens waaruit blijkt dat met de gelijkwaardige maatregel ten minste hetzelfde resultaat wordt bereikt als met de voorgeschreven maatregel is beoogd; c. het telefoonnummer van de aanvrager; d. het adres, de kadastrale aanduiding of coördinaten van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; e. een aanduiding van de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; f. als de aanvraag wordt ingediend door een gemachtigde: naam, adres, telefoonnummer en woonplaats van de gemachtigde; en g. als de aanvraag elektronisch wordt ingediend: het e-mailadres van de aanvrager of de gemachtigde. 2 Dit artikel is niet van toepassing als de gelijkwaardige maatregel onderdeel is van een aanvraag om een omgevingsvergunning. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.219 — Artikel 7.219 (gegevens en merktekens voor prepareren wilde vogels)#
Artikel 7.219 (gegevens en merktekens voor prepareren wilde vogels) 1 artikel 11.102, tweede lid, aanhef en onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving Voor de toepassing vanworden na ontvangst van een uit het wild afkomstige vogel als bedoeld in artikel 1 van de vogelrichtlijn die ter preparatie wordt aangeboden binnen drie dagen de volgende gegevens verstrekt aan de Minister voor Natuur en Stikstof: a. de Nederlandse en wetenschappelijke naam van de vogelrichtlijnsoort waarom het gaat; b. het aantal aangeboden vogels; c. de datum van ontvangst en aflevering van de aangeboden vogel; d. de kennelijke doodsoorzaak van de aangeboden vogel; e. de naam en het adres van degene van wie de aangeboden vogel is ontvangen; f. de naam en het adres van degene aan wie de aangeboden vogel is afgeleverd; en g. artikel 11.102, tweede lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving het nummer van het op de aangeboden vogel in overeenstemming metaangebrachte merkteken. 2 Degene die de vogel prepareert verstrekt de gegevens met gebruikmaking van een elektronische voorziening die door de Minister voor Natuur en Stikstof beschikbaar wordt gesteld. 3 Het tweede lid is ook van toepassing op het verstrekken van een wijziging van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onder f. 4 11.102, tweede lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving Een merkteken als bedoeld invoor een geprepareerde vogel is voorzien van de letters NL gevolgd door de letters LNV en een uniek nummer. 5 Een merkteken wordt aangevraagd met gebruikmaking van een volledig ingevuld en ondertekend formulier, dat kosteloos bij de Minister voor Natuur en Stikstof verkrijgbaar is. 2021 31421 16-06-2021 09-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2023 26205 19-09-2023 14-09-2023 2023-0000568411 2023 26454 02-10-2023 26-09-2023 2023-0000589458 01-01-2024
Artikel 7.220 — Artikel 7.220 (aanvraag pootringen gefokte vogels)#
Artikel 7.220 (aanvraag pootringen gefokte vogels) artikel 4.23, eerste lid Bij een aanvraag van gesloten pootringen als bedoeld in, worden gegevens en bescheiden verstrekt over het aantal pootringen per soort vogel dat wordt aangevraagd. De hoeveelheid ringen staat in verhouding tot de te verwachten nakweek. 2021 31421 16-06-2021 09-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.221 — Artikel 7.221 (etiketten cites-uitvoeringsverordening)#
Artikel 7.221 (etiketten cites-uitvoeringsverordening) artikel 3.70, aanhef en onder b, van het Besluit kwaliteit leefomgeving Een aanvraag als bedoeld invoor etiketten als bedoeld in de artikelen 52, eerste lid, en 66, zesde lid, van de cites-uitvoeringsverordening wordt gedaan voor een minimum van 100 etiketten. De aanvrager zendt ongebruikte etiketten onverwijld terug naar de Minister voor Natuur en Stikstof. 2021 31421 16-06-2021 09-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2023 26205 19-09-2023 14-09-2023 2023-0000568411 2023 26454 02-10-2023 26-09-2023 2023-0000589458 01-01-2024
Artikel 7.222 — Artikel 7.222 (indieningsmoment flegt-vergunning)#
Artikel 7.222 (indieningsmoment flegt-vergunning) verordening (EG) nr. 2173/2005 In aanvulling op artikel 5, eerste lid, vanvan de Raad van de Europese Unie van 20 december 2005 inzake de opzet van een FLEGT-vergunningensysteem voor de invoer van hout in de Europese Gemeenschap (PbEU 2005, L 347), wordt bij het in het vrije verkeer brengen van hout de vergunning, bedoeld in dat artikel, verstrekt aan de bevoegde autoriteit ten minste één werkdag voorafgaand aan het moment dat de aangifte daarvoor bij de douane wordt ingediend. 2025 24379 11-07-2025 01-07-2025 WJZ/90133517 2025 24379 11-07-2025 01-07-2025 WJZ/90133517 12-07-2025
Artikel 8.1 — Artikel 8.1 (toepassingsbereik)#
Artikel 8.1 (toepassingsbereik) paragraaf 3.2.2 3.2.4 van de wet Deze afdeling is van toepassing op het vaststellen van programma’s als bedoeld inof. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 8.2 — Artikel 8.2 (bepalen aantal gehinderde bewoners actieplannen geluid)#
Artikel 8.2 (bepalen aantal gehinderde bewoners actieplannen geluid) artikel 4.23, eerste lid, onder h, van het Besluit kwaliteit leefomgeving bijlage XIX Het aantal bewoners van woningen dat door een of meer geluidbronnen wordt gehinderd of ernstig gehinderd of van wie daardoor de slaap wordt verstoord, bedoeld in, wordt bepaald aan de hand van de inopgenomen dosis-effectrelaties. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 8.3 — Artikel 8.3 (toepassingsbereik)#
Artikel 8.3 (toepassingsbereik) artikel 4.2, eerste lid, van de wet Deze afdeling is van toepassing op het stellen van regels in het omgevingsplan als bedoeld in. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 8.4 — Artikel 8.4 (toepassingsbereik)#
Artikel 8.4 (toepassingsbereik) Deze paragraaf is van toepassing op het bepalen van afstanden voor het plaatsgebonden risico en afstanden voor aandachtsgebieden en het berekenen van het groepsrisico, bij het toelaten van: a. bijlage VII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving activiteiten als bedoeld in; en b. beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties waar externe veiligheidsrisico’s worden veroorzaakt door een activiteit als bedoeld onder a. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 8.5 — Artikel 8.5 (berekenen: afstanden plaatsgebonden risico)#
Artikel 8.5 (berekenen: afstanden plaatsgebonden risico) artikelen 5.8, eerste lid, aanhef en onder c, en tweede lid, aanhef en onder b 5.10, tweede lid 5.11, vierde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving Op het berekenen van de afstand voor het plaatsgebonden risico, bedoeld in de,, en, is van toepassing: a. bijlage VII, onder A en B, bij het Besluit kwaliteit leefomgeving voor een activiteit als bedoeld in: modules I en II van het Rekenvoorschrift omgevingsveiligheid en Safeti-NL; b. bijlage VII, onder D, onder 1, bij het Besluit kwaliteit leefomgeving voor windturbines als bedoeld in: module IV van het Rekenvoorschrift omgevingsveiligheid; c. bijlage VII, onder D, onder 2, bij het Besluit kwaliteit leefomgeving voor buisleidingen als bedoeld in: module V van het Rekenvoorschrift omgevingsveiligheid en: 1°. voor ondergrondse buisleidingen voor aardgas: Carola; en 2°. voor ondergrondse buisleidingen voor andere stoffen dan aardgas: Safeti-NL; en d. bijlage VII, onder E, onder 2 tot en met 13, bij het Besluit kwaliteit leefomgeving voor een activiteit als bedoeld in: modules I en II van het Rekenvoorschrift omgevingsveiligheid en Safeti-NL. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2022 15886 21-06-2022 15-06-2022 IENW/BSK-2022/137206 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 8.6 — Artikel 8.6 (dosis gevaarlijke stoffen gifwolkaandachtsgebied)#
Artikel 8.6 (dosis gevaarlijke stoffen gifwolkaandachtsgebied) artikel 5.12, derde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving De dosis van een gevaarlijke stof, bedoeld in, is de dosis in een gebouw, die gelijk is aan de dosis bij 30 minuten blootstelling aan de levensbedreigende waarde voor een periode van 30 minuten (LBW30), bedoeld in het Overzicht Interventiewaarden. 2025 36704 24-10-2025 15-10-2025 IENW/BSK-2025/238725 2025 36704 24-10-2025 15-10-2025 IENW/BSK-2025/238725 01-01-2026
Artikel 8.7 — Artikel 8.7 (berekenen: afstand aandachtsgebieden en groepsrisico)#
Artikel 8.7 (berekenen: afstand aandachtsgebieden en groepsrisico) 1 artikelen 5.12, vierde lid 5.13, eerste lid, aanhef en onder b, en tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving Op het berekenen van de afstand voor een aandachtsgebied, bedoeld in de, en, is van toepassing: a. voor een brandaandachtsgebied: het Stappenplan bepalen brandaandachtsgebieden, het Rekenvoorschrift omgevingsveiligheid en Safeti-NL; b. voor een explosieaandachtsgebied: het Stappenplan bepalen explosieaandachtsgebieden, het Rekenvoorschrift omgevingsveiligheid en Safeti-NL; en c. voor een gifwolkaandachtsgebied: het Stappenplan bepalen gifwolkaandachtsgebieden, het Rekenvoorschrift omgevingsveiligheid en Safeti-NL. 2 In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder a, zijn op het berekenen van de afstand voor een brandaandachtsgebied van ondergrondse buisleidingen voor aardgas het Stappenplan bepalen brandaandachtsgebieden, het Rekenvoorschrift omgevingsveiligheid en Carola van toepassing. 3 artikel 5.15, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving Als de kans op het overlijden van een groep van tien of meer personen per jaar, bedoeld in, wordt berekend, is op het berekenen van die kans Safeti-NL van toepassing. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 8.7a — Artikel 8.7a (meten: afstanden aandachtsgebieden)#
Artikel 8.7a (meten: afstanden aandachtsgebieden) 1 bijlage VII, onder C, bij het Besluit kwaliteit leefomgeving De afstanden voor de aandachtsgebieden, bedoeld in, worden gemeten: a. bij een weg: vanaf de buitenste kantstrepen van de weg of een verbindingsboog die daarvan aftakt; b. artikel 1 van de Regeling basisnet bij een spoorweg: vanaf de buitenste spoorstaven van de spoorbundel als bedoeld in; c. bij een binnenwater: vanaf de begrenzing van de vaarweg of oever zoals aangegeven in de hierna genoemde bronnen, met inachtneming van de volgende voorkeursvolgorde: 1°. artikel 9 van de Tracéwet wet artikel 4.44 4.45 4.46 van de Invoeringswet Omgevingswet de overgang van land naar water volgend uit een projectbesluit of een tracébesluit als bedoeld inzoals zij luidde tot 1 januari 2024 en waarop dievan toepassing is op grond van,of; 2°. artikel 2.12 de geometrische begrenzing van een vrijwaringsgebied van een rijksvaarweg, bedoeld in; 3°. artikel 2.2, derde lid de geometrische begrenzing van een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk, bedoeld in; 4°. de kaart ‘Fairway’ uit de Elektronische vaarwegkaarten; en 5°. de kaart ‘Shoreline construction’ uit de Elektronische vaarwegkaarten. 2 In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder a, wordt: a. bij wegvak Nh12 van de A10, knooppunt De Nieuwe Meer tot knooppunt Amstel, gemeten vanaf de buitenste kantstrepen van de hoofdrijbanen; en b. als de doorgaande rijbaan geen buitenste kantstreep heeft, gemeten vanaf de rand van de verharding. 3 bijlage VII, onder C, bij het Besluit kwaliteit leefomgeving gemeten In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder c, worden de afstanden voor de aandachtsgebieden bedoeld in: a. bij de Westerschelde met haar mondingen: vanaf de begrenzingen van de vaargeulen; en b. bij de voorhaven van Hansweert: vanaf een referentiepunt bepaald aan de hand van de bodemvlakken uit de Beheerkaart nat of 1GIS. 4 Voor de ligging van een aandachtsgebied van een weg, of spoorweg of binnenwater is de feitelijke situatie bepalend. 5 Als een besluit tot wijziging van een weg, spoorweg of binnenwater is bekendgemaakt, is de ligging van die weg, die spoorweg, of dat binnenwater zoals weergegeven in dat besluit bepalend voor de ligging van het aandachtsgebied, totdat de feitelijke situatie overeenstemt met dat besluit. 2024 11143 28-03-2024 25-03-2024 IENW/BSK/549390 2024 11143 28-03-2024 25-03-2024 IENW/BSK/549390 01-04-2024
Artikel 8.8 — Artikel 8.8 (bepalen: afstand eerbiedigende werking civiele en militaire explosieaandachtsgebieden)#
Artikel 8.8 (bepalen: afstand eerbiedigende werking civiele en militaire explosieaandachtsgebieden) artikel 5.30, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving artikel 5.34, tweede lid, van dat besluit Op het bepalen van de afstand voor de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico in verband met de eerbiedigende werking voor een civiel explosieaandachtsgebied, bedoeld inen een militair explosieaandachtsgebied, bedoeld in, is de methode van toepassing die eerder is gebruikt voor het bepalen van de afstand. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 8.9 — Artikel 8.9 (toepassingsbereik)#
Artikel 8.9 (toepassingsbereik) 10 Deze paragraaf is van toepassing op het berekenen van de concentratie van stikstofdioxide of PMbij het toelaten van: a. artikel 5.50, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving activiteiten als bedoeld in; en b. het gebruik van wegen. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 8.10 — Artikel 8.10 (berekenen: rekenmethode wegen)#
Artikel 8.10 (berekenen: rekenmethode wegen) 10 Op het berekenen van de concentratie van stikstofdioxide en PMbij wegen is van toepassing: a. standaardrekenmethode luchtkwaliteit 1 als: 1°. de weg in een stedelijke omgeving ligt waarbij: i. er aan beide zijden van de weg min of meer aaneengesloten bebouwing is op een afstand van ten hoogste 60 m van de wegas, waarbij de afstand tussen wegas en gevel kleiner is dan 3 maal de hoogte van de bebouwing maar groter is dan 1,5 maal de hoogte van de bebouwing; ii. er aan beide zijden van de weg min of meer aaneengesloten bebouwing is op een afstand van ten hoogste 60 m van de weg, waarbij de afstand tussen wegas en gevel kleiner is dan 1,5 maal de hoogte van de bebouwing; iii. er aan één zijde min of meer aaneengesloten bebouwing is op een afstand van ten hoogste 60 m van de wegas, waarbij de afstand tussen wegas en gevel kleiner is dan 3 maal de hoogte van de bebouwing; of iv. er min of meer aaneengesloten bebouwing is op een afstand van ten hoogste 60 m van de wegas, anders dan bedoeld onder i tot en met iii; 2°. er niet of nauwelijks een hoogteverschil is tussen de weg en de directe omgeving; en 3°. er langs de weg geen afschermende constructies zijn; b. standaardrekenmethode luchtkwaliteit 2 als: 1°. er in de directe omgeving geen bebouwing is; of 2°. er in de directe omgeving bebouwing is, op een afstand van ten minste 3 maal de hoogte van de bebouwing; of c. bijlage XIXa een softwaremodel als bedoeld in, waarbij is aangegeven dat het kan worden toegepast voor: 1°. wegen die vallen binnen het toepassingsbereik van standaardrekenmethode luchtkwaliteit 1 of standaardrekenmethode luchtkwaliteit 2; of 2°. wegen die vallen buiten het toepassingsbereik van standaardrekenmethode luchtkwaliteit 1 en standaardrekenmethode luchtkwaliteit 2. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2021 34636 01-07-2021 29-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 8.11 — Artikel 8.11 (berekenen: locatie toetspunten representatieve blootstelling wegen)#
Artikel 8.11 (berekenen: locatie toetspunten representatieve blootstelling wegen) 10 Een toetspunt voor het berekenen van de concentratie van stikstofdioxide en PMbij wegen ligt: a. op een locatie die representatief is voor de kwaliteit van de buitenlucht van een straatsegment met een lengte van ten minste 100 m; b. ten minste 25 m van de rand van grote kruispunten, waarbij de verkeersstroom onderbroken wordt en de uitstoot verschilt ten opzichte van het overige gedeelte van de weg; c. ten hoogste 10 m van de wegrand; en d. op een locatie waar de hoogste concentratie voorkomt waaraan de bevolking wel of niet rechtstreeks kan worden blootgesteld voor een periode die in vergelijking met de middelingstijd van de omgevingswaarde significant is. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 8.12 — Artikel 8.12 (berekenen: invoergegevens wegen)#
Artikel 8.12 (berekenen: invoergegevens wegen) 1 10 Voor het berekenen van de concentratie van stikstofdioxide en PMbij wegen wordt gebruik gemaakt van: a. bijlage XX grootschalige concentratiegegevens, grootschalige dubbeltellingcorrectiegegevens, meteorologische gegevens en gegevens over de terreinruwheid, bedoeld in; b. bijlage XXI de emissiefactoren van voertuigen, bedoeld in; en c. gegevens die standaardrekenmethode luchtkwaliteit 1 of standaardrekenmethode luchtkwaliteit 2 vereist over: 1°. de kenmerken van de weg; 2°. het aantal en type motorvoertuigen dat gebruik maakt van de weg; 3°. de gemiddelde snelheid en wisselingen in de snelheid van het verkeer over de weg; en 4°. de directe omgeving van de weg. 2 Op het geschikt maken voor het gebruik van de gegevens voor standaardrekenmethode luchtkwaliteit 2 is PreSRM van toepassing. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 8.13 — Artikel 8.13 10 (berekenen PM: zeezoutcorrectie)#
Artikel 8.13 10 (berekenen PM: zeezoutcorrectie) 1 10 10 artikel 2.5, eerste lid, aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving bijlage XXIII Als de berekende 24-uurgemiddelde concentratie PMmeer dan 35 maal per kalenderjaar de omgevingswaarde voor PM, bedoeld in, overschrijdt, wordt het aantal overschrijdingen verminderd met het aantal overschrijdingen, bedoeld in, onder A, in de daarbij aangegeven provincie. 2 10 10 artikel 2.5, eerste lid, aanhef en onder b, van het Besluit kwaliteit leefomgeving bijlage XXIII Als de berekende kalenderjaargemiddelde concentratie PMhoger is dan de omgevingswaarde voor PM, bedoeld in, wordt de berekende concentratie verminderd met het aantal microgram per kubieke meter, bedoeld in, onder B, in de daarbij aangegeven gemeente. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 8.14 — Artikel 8.14 (berekenen: afronding)#
Artikel 8.14 (berekenen: afronding) 1 artikelen 8.12 8.13 Na toepassing van deenwordt de berekende concentratie of het berekende aantal overschrijdingen afgerond op hele getallen, waarbij een halve eenheid wordt afgerond naar het meest dichtbijgelegen even getal. 2 10 3 artikel 5.53, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving In afwijking van het eerste lid wordt afgerond op één decimaal, als het gaat om het berekenen van een verhoging van de kalenderjaargemiddelde concentratie in de buitenlucht van stikstofdioxide of PMvan 1,2 µg/mof minder als bedoeld in. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2021 15868 26-03-2021 19-03-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 8.15 — Artikel 8.15 (toepassingsbereik)#
Artikel 8.15 (toepassingsbereik) 10 Besluit activiteiten leefomgeving Deze paragraaf is van toepassing op het berekenen van de concentratie van stikstofdioxide of PMbij het toelaten van milieubelastende activiteiten als bedoeld in hetwaarover regels zijn gesteld met het oog op het beperken van verontreiniging van de lucht. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 8.16 — Artikel 8.16 (berekenen: rekenmethode milieubelastende activiteiten)#
Artikel 8.16 (berekenen: rekenmethode milieubelastende activiteiten) 10 Op het berekenen van de concentratie van stikstofdioxide en PMbij milieubelastende activiteiten is van toepassing: a. standaardrekenmethode luchtkwaliteit 3, in een geval dat valt binnen het toepassingsbereik van die rekenmethode; of b. bijlage XIXa een softwaremodel als bedoeld in, waarbij is aangegeven dat het kan worden toegepast voor: 1°. milieubelastende activiteiten die vallen binnen het toepassingsbereik van standaardrekenmethode luchtkwaliteit 3; of 2°. milieubelastende activiteiten die vallen buiten het toepassingsbereik van standaardrekenmethode luchtkwaliteit 3. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2021 34636 01-07-2021 29-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 8.17 — Artikel 8.17 (berekenen: locatie toetspunten representatieve blootstelling milieubelastende activiteiten)#
Artikel 8.17 (berekenen: locatie toetspunten representatieve blootstelling milieubelastende activiteiten) 1 10 Een toetspunt voor het berekenen van de concentratie van stikstofdioxide en PMbij milieubelastende activiteiten ligt: a. buiten de begrenzing van de locatie waarop de milieubelastende activiteit wordt verricht; b. op een locatie waar de hoogste concentratie voorkomt waaraan de bevolking wel of niet rechtstreeks kan worden blootgesteld voor een periode die in vergelijking met de middelingstijd van de omgevingswaarde significant is of op een andere locatie die representatief is voor de blootstelling van de bevolking als geheel; en c. op een locatie waar het meten van zeer kleine micromilieus in de directe omgeving wordt voorkomen, waaraan in ieder geval wordt voldaan als een toetspunt representatief is voor de kwaliteit van de buitenlucht: 1°. van een locatie van ten minste 250 m bij 250 m die sterk door industriële bronnen wordt beïnvloed; en 2°. van een locatie van enkele vierkante kilometers in stedelijk gebied. 2 Ten minste één toetspunt ligt benedenwinds van de milieubelastende activiteit in het meest dichtbijgelegen woongebied. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 8.18 — Artikel 8.18 (berekenen: invoergegevens milieubelastende activiteiten)#
Artikel 8.18 (berekenen: invoergegevens milieubelastende activiteiten) 1 10 Voor het berekenen van de concentraties van stikstofdioxide en PMwordt gebruik gemaakt van: a. bijlage XX grootschalige concentratiegegevens, grootschalige dubbeltellingcorrectiegegevens, meteorologische gegevens en gegevens over de terreinruwheid, bedoeld in; b. gegevens die standaardrekenmethode luchtkwaliteit 3 vereist over: 1°. de fysieke kenmerken van de bron; 2°. de kenmerken van de emissie; en 3°. de kenmerken van de directe omgeving van de milieubelastende activiteit. 2 artikel 3.200 van het Besluit activiteiten leefomgeving 10 10 Als het gaat om een veehouderij als bedoeld inwaarvan de emissie van PMmeer dan 800 kg bedraagt, omvatten de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onder b, onder 3°, in ieder geval de kenmerken van de emissie per veehouderij, voor alle veehouderijen met een emissie van PMvan meer dan 800 kg/jaar, waarvan de dierenverblijven geheel of gedeeltelijk liggen binnen een straal van 500 m van het dichtstbijzijnde emissiepunt. 3 10 In afwijking van het tweede lid omvatten de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onder b, onder 3°, in ieder geval de kenmerken van de emissie per veehouderij, voor alle veehouderijen met een emissie van PMvan meer dan 500 kg/jaar, waarvan de dierenverblijven geheel of gedeeltelijk liggen binnen een straal van 500 m van het dichtstbijzijnde emissiepunt, als: a. artikel 3.200 van het Besluit activiteiten leefomgeving 10 het gaat om een veehouderij als bedoeld inwaarvan de emissie van PMmeer dan 500 kg bedraagt; en b. 3 uit de grootschalige concentratiegegevens, bedoeld in het eerste lid, onder a, blijkt dat de achtergrondconcentratie hoger is dan 27 µg/m. 4 Op het geschikt maken voor het gebruik van de gegevens is PreSRM van toepassing. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 8.19 — Artikel 8.19 (berekenen: zeezoutcorrectie en afronding)#
Artikel 8.19 (berekenen: zeezoutcorrectie en afronding) artikelen 8.13 8.14 Deenzijn van overeenkomstige toepassing. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 8.20 — Artikel 8.20 (toepassingsbereik)#
Artikel 8.20 (toepassingsbereik) 1 Deze paragraaf is van toepassing op het bepalen van het geluid bij het toelaten van: a. artikel 5.55, eerste lid, onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving een activiteit als bedoeld in; en b. een geluidgevoelig gebouw waarop geluid wordt veroorzaakt door een activiteit als bedoeld onder a. 2 Bij het bepalen van het geluid, bedoeld in het eerste lid, gaat het om het geluid: a. op een geluidgevoelig gebouw; b. in geluidgevoelige ruimten binnen een in- of aanpandig geluidgevoelig gebouw; c. artikel 5.69 van het Besluit kwaliteit leefomgeving op een locatie die dichter bij de activiteit is gelegen dan de gevel, locatie of begrenzing als bedoeld in; en d. op een afstand van 50 m vanaf de begrenzing van de locatie waar de activiteit wordt verricht. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2021 15868 26-03-2021 19-03-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 8.21 — Artikel 8.21 (bepalen: waar het geluid wordt bepaald)#
Artikel 8.21 (bepalen: waar het geluid wordt bepaald) 1 Het geluid op een geluidgevoelig gebouw wordt bepaald op een of meer punten waar het geluid representatief is en dat ligt: a. als het gaat om een geluidgevoelig gebouw, anders dan een woonschip of woonwagen: op de gevel, op twee derde van de hoogte van een bouwlaag; b. als het gaat om een nieuw te bouwen geluidgevoelig gebouw, anders dan een woonschip of woonwagen: op de locatie waar een gevel mag komen, op twee derde van de hoogte van een bouwlaag die gebouwd mag worden; c. als het gaat om een woonwagen: op de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van de woonwagen, op twee derde van de hoogte van een bouwlaag; en d. als het gaat om een woonschip: op de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van het woonschip op 1 m boven het maaiveld. 2 In het eerste lid wordt onder woonschip verstaan: drijvend bouwwerk met een woonfunctie op een locatie die in het omgevingsplan is aangewezen als een ligplaats voor een woonschip. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2021 15868 26-03-2021 19-03-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 8.22 — Artikel 8.22 (bepalen: geluid door activiteiten, anders dan door specifieke activiteiten, op een geluidgevoelig gebouw)#
Artikel 8.22 (bepalen: geluid door activiteiten, anders dan door specifieke activiteiten, op een geluidgevoelig gebouw) 1 artikel 5.63 van het Besluit kwaliteit leefomgeving bijlage IVh Het geluid door een activiteit als bedoeld inwordt bepaald volgens. 2 bijlage IVh De bedrijfsduurcorrectie, bedoeld in, wordt niet toegepast voor muziek. 3 bijlage XVIIIb In afwijking van het eerste lid wordt het geluid door een schietbaan die ligt in een gebouw zonder open zijden en met een gesloten afdekking bepaald volgens. 4 Bij het bepalen van het geluid op een geluidgevoelig gebouw wordt het geluid dat wordt gereflecteerd door de gevel waarop het geluid wordt bepaald buiten beschouwing gelaten. 5 Ar,LT Amax Bij het bepalen van het geluid worden het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau Len het maximale geluidniveau Lafgerond op hele getallen, waarbij een halve eenheid wordt afgerond naar het meest dichtbijgelegen even getal. 2021 15868 26-03-2021 19-03-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2021 34636 01-07-2021 29-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 8.23 — Artikel 8.23 (bepalen: geluid door activiteiten, anders dan door specifieke activiteiten, in geluidgevoelige ruimten binnen in- en aanpandige geluidgevoelige gebouwen)#
Artikel 8.23 (bepalen: geluid door activiteiten, anders dan door specifieke activiteiten, in geluidgevoelige ruimten binnen in- en aanpandige geluidgevoelige gebouwen) 1 Op het bepalen van het geluid in geluidgevoelige ruimten binnen in- en aanpandige geluidgevoelige gebouwen zijn NEN 5077 en NEN-EN-ISO 12354-3 van toepassing. 2 Bij de toepassing van NEN 5077 geldt dat in afwijking van tabel 3 de standen van de ventilatieopeningen en van de mechanische ventilatie alle ‘open’ respectievelijk ‘aan’ zijn. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2021 15868 26-03-2021 19-03-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2023 26205 19-09-2023 14-09-2023 2023-0000568411 2023 26454 02-10-2023 26-09-2023 2023-0000589458 01-01-2024
Artikel 8.24 — Artikel 8.24 (bepalen: geluid door activiteiten, anders dan door specifieke activiteiten, in geluidgevoelige ruimten binnen niet in- of aanpandige geluidgevoelige gebouwen)#
Artikel 8.24 (bepalen: geluid door activiteiten, anders dan door specifieke activiteiten, in geluidgevoelige ruimten binnen niet in- of aanpandige geluidgevoelige gebouwen) 1 Het geluid in geluidgevoelige ruimten binnen geluidgevoelige gebouwen, anders dan binnen in- en aanpandige geluidgevoelige gebouwen, wordt bepaald door het geluid op de gevel te verminderen met de karakteristieke geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie, bepaald volgens NEN 5077 of NEN-EN-ISO 12354-3. 2 Bij de toepassing van NEN 5077 geldt dat in afwijking van tabel 3 de standen van de ventilatieopeningen en van de mechanische ventilatie alle ‘open’ respectievelijk ‘aan’ zijn. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2021 15868 26-03-2021 19-03-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2023 26205 19-09-2023 14-09-2023 2023-0000568411 2023 26454 02-10-2023 26-09-2023 2023-0000589458 01-01-2024
Artikel 8.25 — Artikel 8.25 (berekenen: geluid door een windturbine of windpark)#
Artikel 8.25 (berekenen: geluid door een windturbine of windpark) 1 bijlage IVi Het geluid door het opwekken van elektriciteit met een windturbine of windpark op een geluidgevoelig gebouw wordt berekend volgens. 2 bijlage IVi De windsnelheid op ashoogte kan in afwijking van paragraaf 2.3.2 vanmet een andere methode worden bepaald, als deze een gelijkwaardige nauwkeurigheid heeft of nauwkeuriger is. 3 artikel 3.25 Op het berekenen van het gecumuleerde geluid door het opwekken van elektriciteit met een windturbine of windpark in combinatie met een andere activiteit, isvan toepassing. 4 Bij het berekenen van het geluid op een geluidgevoelig gebouw wordt het geluid dat wordt gereflecteerd door de gevel waarop het geluid wordt bepaald buiten beschouwing gelaten. 5 den night cum Bij het berekenen worden de waarden in dB L, dB Len dB Lafgerond op hele getallen, waarbij een halve eenheid wordt afgerond naar het meest dichtbijgelegen even getal. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2021 15868 26-03-2021 19-03-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 8.26 — Artikel 8.26 (berekenen: geluid door civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen)#
Artikel 8.26 (berekenen: geluid door civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen) 1 bijlage XVIIIc Het geluid door het exploiteren van een in de buitenlucht of in een gebouw zonder gesloten afdekking of met een open zijde gelegen civiele of militaire schietbaan of militair springterrein wordt berekend volgens. 2 bijlage XVIIId In afwijking van het eerste lid kan het geluid door het exploiteren van een in de buitenlucht of in een gebouw zonder gesloten afdekking of met een open zijde gelegen civiele schietbaan, als het gaat om een kleiduivenschietbaan of een schermenbaan als bedoeld in het toepassingsbereik van, ook worden berekend volgens die bijlage. 3 Bij het berekenen van het geluid op een geluidgevoelig gebouw wordt het geluid dat wordt gereflecteerd door de gevel waarop het geluid wordt bepaald buiten beschouwing gelaten. 2021 15868 26-03-2021 19-03-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2021 34636 01-07-2021 29-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 8.26a — Artikel 8.26a (bepalen: geluid wegen, spoorwegen, industrieterreinen en gecumuleerd geluid)#
Artikel 8.26a (bepalen: geluid wegen, spoorwegen, industrieterreinen en gecumuleerd geluid) 1 paragrafen 3.1.1 tot en met 3.1.4 Op het bepalen van het geluid door industrieterreinen waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld en het geluid door wegen en spoorwegen zijn devan toepassing. 2 artikelen 3.25 3.27 3.28 Op het berekenen van het gecumuleerde geluid zijn de,envan toepassing. 2021 15868 26-03-2021 19-03-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 8.26b — Artikel 8.26b (afbakening gebied waarbinnen het geluid door een gemeenteweg, waterschapsweg of lokale spoorweg wordt bepaald)#
Artikel 8.26b (afbakening gebied waarbinnen het geluid door een gemeenteweg, waterschapsweg of lokale spoorweg wordt bepaald) artikel 3.34 van het Besluit kwaliteit leefomgeving Bij het vaststellen van een omgevingsplan dat de aanleg of wijziging van een gemeenteweg, waterschapsweg of lokale spoorweg of de wijziging van het gebruik van een lokale spoorweg toelaat, wordt het geluid bepaald op geluidgevoelige gebouwen waar de standaardwaarde, bedoeld in, verminderd met 10 dB, naar redelijke verwachting wordt overschreden wanneer alleen het geluid wordt betrokken van de nieuwe weg of spoorweg, het te wijzigen deel van de weg of spoorweg of het deel van de spoorweg waarvan het gebruik wordt gewijzigd. 2021 15868 26-03-2021 19-03-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 8.27 — Artikel 8.27 (toepassingsbereik)#
Artikel 8.27 (toepassingsbereik) Deze paragraaf is van toepassing op het bepalen van de trillingen in trillinggevoelige ruimten van een trillinggevoelig gebouw bij het toelaten van: a. artikel 5.79, eerste lid, aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving een activiteit als bedoeld in; en b. een trillinggevoelig gebouw waarop trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz plaatsvinden die worden veroorzaakt door een activiteit als bedoeld onder a. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 8.28 — Artikel 8.28 (bepalen: trillingen door activiteiten)#
Artikel 8.28 (bepalen: trillingen door activiteiten) 1 artikelen 5.87 5.87a 5.88 5.89 van het Besluit kwaliteit leefomgeving Op het bepalen van de trillingen, bedoeld in de,,en, door een activiteit in trillinggevoelige ruimten van een trillinggevoelig gebouw, is paragraaf 6.2 van de Meet- en beoordelingsrichtlijnen voor trillingen, deel B, van toepassing. 2 De waarden worden afgerond op twee decimalen. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2023 26205 19-09-2023 14-09-2023 2023-0000568411 2023 26454 02-10-2023 26-09-2023 2023-0000589458 01-01-2024
Artikel 8.28a — Artikel 8.28a (toepassingsbereik)#
Artikel 8.28a (toepassingsbereik) artikel 5.89i, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving Deze paragraaf is van toepassing op het bepalen van de waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie, bedoeld in. 2021 28102 01-06-2021 27-05-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 8.28b — Artikel 8.28b (berekenen: waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem)#
Artikel 8.28b (berekenen: waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem) artikel 5.89j, derde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving Op het berekenen van de grenswaarde, bedoeld in, is de Risicotoolbox bodem van toepassing. 2021 28102 01-06-2021 27-05-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 8.29 — Artikel 8.29 (toepassingsbereik)#
Artikel 8.29 (toepassingsbereik) Deze paragraaf is van toepassing op het berekenen van de geur op een geurgevoelig gebouw bij het toelaten van: a. het exploiteren van een zuiveringtechnisch werk of het houden van landbouwhuisdieren in een dierenverblijf; en b. een geurgevoelig gebouw waarop geur wordt veroorzaakt door een activiteit als bedoeld onder a. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 8.30 — Artikel 8.30 (berekenen: geur door zuiveringtechnische werken)#
Artikel 8.30 (berekenen: geur door zuiveringtechnische werken) 1 artikel 5.100 van het Besluit kwaliteit leefomgeving Op het berekenen van de geur, bedoeld in, door een zuiveringtechnisch werk op een geurgevoelig gebouw is standaardrekenmethode luchtkwaliteit 3 van toepassing. 2 Bij het toepassen van de standaardrekenmethode is de emissie van geur per seconde de som van de emissies van geur per seconde door de verschillende procesonderdelen. 3 De emissie van geur per seconde door een procesonderdeel wordt: a. bijlage XVIIIe als voor het procesonderdeel ineen geuremissiefactor is vastgesteld: berekend door de geuremissiefactor te vermenigvuldigen met de oppervlakte of, als het gaat om overstorten, de lengte van het procesonderdeel; en b. bijlage XVIIIe als voor het procesonderdeel ingeen geuremissiefactor is vastgesteld: bepaald met een geuronderzoek volgens NTA 9065. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2021 34636 01-07-2021 29-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 8.31 — Artikel 8.31 (berekenen: geur door het houden van landbouwhuisdieren)#
Artikel 8.31 (berekenen: geur door het houden van landbouwhuisdieren) 1 artikel 5.109 van het Besluit kwaliteit leefomgeving Op het berekenen van de geur, bedoeld in, door het houden van landbouwhuisdieren op een geurgevoelig gebouw is verspreidingsmodel V-Stacks vergunning van toepassing. 2 Bij het toepassen van het verspreidingsmodel: a. is de emissie van geur per seconde de som van de emissies van geur per seconde door de verschillende diercategorieën, gehouden in de verschillende dierenverblijven; b. artikel 4.806, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving geldt als emissiepunt het emissiepunt, bedoeld in; en c. wordt bij een dierenverblijf met meer dan een emissiepunt het geometrisch gemiddelde van die punten aangemerkt als emissiepunt. 3 De emissie van geur per seconde door een diercategorie wordt berekend door het aantal dieren van die diercategorie in een dierenverblijf te vermenigvuldigen met de voor die diercategorie geldende emissie van geur per dierplaats per seconde. 4 bijlage V De emissie van geur per dierplaats per seconde is gelijk aan de invastgestelde geuremissiefactor voor het in het dierenverblijf toegepaste huisvestingssysteem. 5 bijlage VI bijlage V In afwijking van het vierde lid wordt de emissie van geur per dierplaats per seconde bij toepassing van een aanvullende techniek berekend met het voor die techniek invastgestelde reductiepercentage voor geur en de invastgestelde geuremissiefactor volgens de formule: a. als één aanvullende techniek wordt toegepast, anders dan in een situatie als bedoeld onder b: emissie van geur = geuremissiefactor huisvestingssysteem x (100% – reductiepercentage geur aanvullende techniek) ; b. als een luchtwassysteem als aanvullende techniek wordt toegepast in combinatie met een huisvestingssysteem waarvan de geuremissiefactor lager is dan 30% van de geuremissiefactor voor een overig huisvestingssysteem: emissie van geur = geuremissiefactor overig huisvestingssysteem x (100% – reductiepercentage geur luchtwassysteem) x 0,3 ; en c. als een aanvullende techniek in combinatie met een andere aanvullende techniek wordt toegepast: emissie van geur = geuremissiefactor huisvestingssysteem x (100% – reductiepercentage geur aanvullende techniek A) x (100% – reductiepercentage geur aanvullende techniek B). 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 9.1 — Artikel 9.1 (toepassingsbereik)#
Artikel 9.1 (toepassingsbereik) paragraaf 8.5.1.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving Deze afdeling is van toepassing voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een milieubelastende activiteit als bedoeld in. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 9.2 — Artikel 9.2 (beoordeling milieubelastende activiteit externe veiligheid)#
Artikel 9.2 (beoordeling milieubelastende activiteit externe veiligheid) 1 artikelen 8.10a, eerste lid, onder b 8.12, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving artikel 8.5 Op het berekenen van de afstand voor het plaatsgebonden risico, bedoeld in de, en, isvan overeenkomstige toepassing. 2 artikel 8.10a, eerste lid, onder c, van het Besluit kwaliteit leefomgeving artikel 8.7 Op het berekenen van de afstand voor een brandaandachtsgebied, een explosieaandachtsgebied en een gifwolkaandachtsgebied, bedoeld in, isvan overeenkomstige toepassing. 3 artikel 8.10a, eerste lid, onder c, van het Besluit kwaliteit leefomgeving Als de kans op het overlijden van een groep van tien of meer personen per jaar, bedoeld in, wordt berekend, is op het berekenen van die kans Safeti-NL van toepassing. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 9.3 — Artikel 9.3 10 (beoordeling milieubelastende activiteit luchtkwaliteit – PMen stikstofdioxide)#
Artikel 9.3 10 (beoordeling milieubelastende activiteit luchtkwaliteit – PMen stikstofdioxide) 1 10 paragraaf 8.2.3.1.2 Op het berekenen van de concentratie van PMen stikstofdioxide isvan overeenkomstige toepassing. 2 artikel 3.200 van het Besluit activiteiten leefomgeving 10 10 Als het gaat om een milieubelastende activiteit als bedoeld in, wordt voor het berekenen van de concentratie van PMook gebruik gemaakt van de emissie van PM. 3 10 artikel 4.7, eerste lid bijlage V Bij het berekenen van de concentratie van PM, bedoeld in het tweede lid, kan in afwijking van, een andere emissiefactor dan de invastgestelde emissiefactoren worden gebruikt, als een huisvestingssysteem wordt toegepast dat: a. 10 bijdraagt aan de ontwikkeling van een huisvestingssysteem dat de fysieke leefomgeving beschermt tegen de gevolgen van de emissie van PM; en b. bijlage V niet wordt genoemd in. 4 10 artikel 4.7, tweede lid bijlage VI Bij het berekenen van de concentratie van PM, bedoeld in het tweede lid, kan in afwijking van, een ander reductiepercentage dan de invastgestelde reductiepercentages worden gebruikt, als een aanvullende techniek wordt toegepast die: a. 10 bijdraagt aan de ontwikkeling van een aanvullende techniek die de fysieke leefomgeving beschermt tegen de gevolgen van de emissie van PM; en b. bijlage VI niet wordt genoemd in. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 9.4 — Artikel 9.4 (beoordeling milieubelastende activiteit luchtkwaliteit – andere stoffen)#
Artikel 9.4 (beoordeling milieubelastende activiteit luchtkwaliteit – andere stoffen) 2,5 artikelen 8.14 8.16 8.17 8.18 Op het berekenen van de concentratie van zwaveldioxide, stikstofoxiden, PM, benzeen, lood en koolmonoxide zijn de,,envan overeenkomstige toepassing. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 9.5 — Artikel 9.5 (beoordeling milieubelastende activiteit geluid – geluid in geluidgevoelige ruimten)#
Artikel 9.5 (beoordeling milieubelastende activiteit geluid – geluid in geluidgevoelige ruimten) artikel 8.18, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving artikel 8.24 Op het berekenen van het geluid in geluidgevoelige ruimten, bedoeld in, isvan overeenkomstige toepassing. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 9.5a — Artikel 9.5a (beoordeling milieubelastende activiteit geluid -windturbine of windpark)#
Artikel 9.5a (beoordeling milieubelastende activiteit geluid -windturbine of windpark) artikel 8.25 Als een omgevingsvergunning voor het opwekken van elektriciteit met een windturbine of windpark waarden bevat voor het toelaatbare geluid door de activiteit op een geluidgevoelig gebouw, is op het berekenen van dat geluidvan overeenkomstige toepassing. 2022 15886 21-06-2022 15-06-2022 IENW/BSK-2022/137206 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 9.5b — Artikel 9.5b (beoordeling milieubelastende activiteit geluid – grenswaarden bij militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen)#
Artikel 9.5b (beoordeling milieubelastende activiteit geluid – grenswaarden bij militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen) artikel 8.19, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving artikel 8.26 Op het berekenen van het geluid op geluidgevoelige gebouwen, bedoeld in, isvan overeenkomstige toepassing. 2022 15886 21-06-2022 15-06-2022 IENW/BSK-2022/137206 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 Voorheen art. 9.5a.
Artikel 9.6 — Artikel 9.6 (toepassingsbereik)#
Artikel 9.6 (toepassingsbereik) artikel 8.7 van het Besluit kwaliteit leefomgeving Deze afdeling is van toepassing op het verbinden van voorschriften aan een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit als bedoeld in. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 9.7 — Artikel 9.7 (voorschriften over minder strenge emissiegrenswaarden: beoordeling)#
Artikel 9.7 (voorschriften over minder strenge emissiegrenswaarden: beoordeling) artikel 8.28, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving Bijlage XVc Bij de beoordeling of sprake is van buitensporig hogere kosten in verhouding tot de milieuvoordelen, bedoeld in, wordt bij emissies naar de lucht de methode, bedoeld in, gebruikt. 2024 18837 13-06-2024 06-06-2024 WJZ/45659628 2024 18837 13-06-2024 06-06-2024 WJZ/45659628 15-06-2024
Artikel 9.8 — Artikel 9.8 (toepassingsbereik voorschriften bodembescherming stortplaatsen)#
Artikel 9.8 (toepassingsbereik voorschriften bodembescherming stortplaatsen) artikel 8.44 van het Besluit kwaliteit leefomgeving Deze afdeling is van toepassing op het verbinden van voorschriften aan een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit als bedoeld in. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 9.9 — Artikel 9.9 (voorschriften zettingsgevoeligheid bodem)#
Artikel 9.9 (voorschriften zettingsgevoeligheid bodem) Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de vergunninghouder: a. artikel 8.47, vierde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving een deskundige inschakelt om op de plaats waar is of wordt gestort een onderzoek uit te voeren naar de gevoeligheid van de bodem voor zettingen onder invloed van de stortplaats als bedoeld in; en b. de resultaten van het onderzoek betrekt bij het bepalen van de ligging van de stortzool ten opzichte van de te verwachten gemiddeld hoogste grondwaterstand. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 9.10 — Artikel 9.10 (voorschriften onderzoek geohydrologische situatie)#
Artikel 9.10 (voorschriften onderzoek geohydrologische situatie) 1 artikel 8.47, vierde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat het onderzoek naar de geohydrologische situatie, bedoeld in, eenmaal voor het inrichten van de stortplaats wordt uitgevoerd en vervolgens jaarlijks plaatsvindt door een door de vergunninghouder ingeschakelde deskundige. 2 Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de vergunninghouder de resultaten van het onderzoek zendt naar het bevoegd gezag. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 9.11 — Artikel 9.11 (voorschriften over onder- en bovenafdichting)#
Artikel 9.11 (voorschriften over onder- en bovenafdichting) 1 8.48, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de onderafdichting, bedoeld in, een beschermingsniveau biedt dat ten minste gelijkwaardig is aan de bescherming van de bodem die is beoogd met de Richtlijn onderafdichtingen voor stort- en opslagplaatsen. 2 artikel 8.47, eerste lid, onder b, van het Besluit kwaliteit leefomgeving Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat tussen de capillair onderbrekende laag van grind als onderdeel van de onderafdichting, bedoeld in, en de te storten afvalstoffen een steunmat wordt aangebracht. 3 artikel 8.48, tweede en derde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de te treffen civieltechnische of geohydrologische maatregelen, bedoeld in, ten minste voldoen aan: a. de Richtlijn geohydrologische isolatie van bestaande stortplaatsen; en b. de Ontwerpprocedure grondwatermonitoring stortplaatsen. 4 artikel 8.48, vierde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de bovenafdichting, bedoeld in, een beschermingsniveau biedt dat ten minste gelijkwaardig is aan de bescherming van de bodem die is beoogd met de Richtlijn voor dichte eindafwerking op afval- en reststofbergingen. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 9.12 — Artikel 9.12 (voorschriften over stortgas)#
Artikel 9.12 (voorschriften over stortgas) 1 artikel 8.53, eerste lid, onder c, van het Besluit kwaliteit leefomgeving Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de metingen van de samenstelling en de atmosferische druk van de gasuitstoot, bedoeld in: a. 4 2 2 betrekking hebben op gassen die vrijkomen bij de biologische afbraak van het organisch materiaal in de afvalstoffen, waaronder in ieder geval CH, COen O; b. maandelijks plaatsvinden; en c. representatief zijn voor elk gedeelte van de stortplaats. 2 In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder b, kunnen aan een omgevingsvergunning voorschriften worden verbonden die inhouden dat, voor zover het gaat om de atmosferische druk, de metingen eenmaal per jaar plaatsvinden als het vrijkomende gas wordt benut of afgefakkeld. 3 In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder b, kunnen aan een omgevingsvergunning voorschriften worden verbonden die inhouden dat, voor zover het gaat om de samenstelling van de gasuitstoot, de metingen: a. eenmaal per jaar plaatsvinden als het vrijkomende gas wordt afgefakkeld; of b. 4 2 2 voortdurend plaatsvinden als die nodig zijn voor de goede werking van de benuttingsinstallatie voor zover het vrijkomende gas wordt benut en de gassen CH, COen Oomvat. 4 Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de metingen van de samenstelling van de gasuitstoot bij het affakkelen en benutten van het vrijkomende gas plaatsvinden in de verzamelleiding van het stortgasonttrekkingssysteem. 5 In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder b, kunnen aan een omgevingsvergunning voorschriften worden verbonden die inhouden dat de metingen van de samenstelling en de atmosferische druk van de gasuitstoot minder frequent mogen plaatsvinden als uit evaluatie van de gegevens blijkt dat metingen met langere tussenpozen even effectief zijn. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 9.13 — Artikel 9.13 (voorschriften grondwaterstand)#
Artikel 9.13 (voorschriften grondwaterstand) 1 artikel 8.55, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de vergunninghouder een deskundige inschakelt om de grondwaterstand van de bodem te meten op de plaats waar is of wordt gestort, bedoeld in. 2 Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de ingeschakelde deskundige de meting van de grondwaterstand: a. e e ten minste tweemaal per maand verricht, op of nabij de 14en 28van de maand; en b. volgens NEN-EN-ISO 22475-1 uitvoert. 3 Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de ingeschakelde deskundige vaststelt of de gegevens die zijn verkregen uit de metingen, bedoeld in het eerste lid, representatief zijn voor de bodem op de plaats waar is of wordt gestort. Dit doet de deskundige door de gegevens te vergelijken met de beschikbare gegevens van de grondwaterstanden verkregen uit peilbuizen in hetzelfde geohydrologische systeem die zijn opgenomen in het Archief van grondwaterstanden van TNO, voor zover laatstbedoelde gegevens betrekking hebben op dezelfde periode en op de daaraan voorafgaande aaneengesloten periode van ten minste vijf jaar. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 9.14 — Artikel 9.14 (voorschriften gemiddeld hoogste en gemiddeld laagste grondwaterstand#
Artikel 9.14 (voorschriften gemiddeld hoogste en gemiddeld laagste grondwaterstand 1 Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de vergunninghouder een deskundige inschakelt om de gemiddeld hoogste en gemiddeld laagste grondwaterstand te bepalen. 2 Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat bij het bepalen van de gemiddeld hoogste en de gemiddeld laagste grondwaterstand gebruik wordt gemaakt van: a. artikel 9.10 de resultaten van het onderzoek naar de geohydrologische toestand, bedoeld in; b. artikel 9.13, eerste lid de resultaten van de metingen, bedoeld in; en c. de profielbeschrijvingen van de bodem op de plaats van de aanleg van de stortplaats. 3 Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de door de vergunninghouder ingeschakelde deskundige een andere gemiddeld hoogste of gemiddeld laagste grondwaterstand kan vaststellen, als de verwachting bestaat dat de werkelijke gemiddeld hoogste of gemiddeld laagste grondwaterstand onder invloed van een kunstmatige grondwaterstandverandering significant zal afwijken van de in overeenstemming met het tweede lid vastgestelde grondwaterstand. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 9.15 — Artikel 9.15 (voorschriften over oppervlaktewaterlichamen)#
Artikel 9.15 (voorschriften over oppervlaktewaterlichamen) 1 artikel 8.56, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat het bepalen en bemonsteren van de hoeveelheid en de samenstelling van het in de nabijheid van de stortplaats aanwezige oppervlaktewaterlichaam, bedoeld in, elke drie maanden plaatsvindt. 2 In afwijking van het eerste lid kunnen aan de omgevingsvergunning voorschriften worden verbonden die inhouden dat de metingen van de hoeveelheid en samenstelling: a. op grond van de kenmerken van de stortplaats niet zijn vereist; of b. minder frequent mogen worden uitgevoerd als uit evaluatie van de gegevens blijkt dat metingen met langere tussenpozen even effectief zijn. 3 Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de bemonstering van de hoeveelheid en de samenstelling, bedoeld in het eerste lid, op ten minste twee punten wordt uitgevoerd waarvan een stroomopwaarts en een stroomafwaarts ligt. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 9.16 — Artikel 9.16 (voorschriften over onderzoek drainagesystemen en controledrainagesystemen)#
Artikel 9.16 (voorschriften over onderzoek drainagesystemen en controledrainagesystemen) 1 Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de drainagesystemen van de onder- en bovenafdichting en het controledrainagesysteem onder de onderafdichting in het grondwater elke zes maanden worden geïnspecteerd. 2 Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat na het aanbrengen van de drainagebuizen van de systemen, bedoeld in het eerste lid: a. direct wordt vastgesteld of de drainagebuizen open zijn; en b. de drainagebuizen regelmatig en ten minste een keer per jaar worden doorgespoten met het oog op het waarborgen van een goede werking. 3 Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat het inspecteren van het functioneren van het drainagesysteem voor percolaat van de onderafdichting en het controledrainagesysteem in het grondwater voor de vloeistofstroming in drains en leidingen, plaatsvindt: a. in de daarvoor aangebrachte schachten en inspectieputten of verzamelleidingen; en b. in overeenstemming met de in de Richtlijn drainagesystemen en controlesystemen grondwater voor stort- en opslagplaatsen aangegeven methode. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 9.17 — Artikel 9.17 (voorschriften over onderzoek bovenafdichting)#
Artikel 9.17 (voorschriften over onderzoek bovenafdichting) 1 Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de dichtheid van de bovenafdichting elke zes maanden wordt geïnspecteerd. 2 Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de inspectie van de dichtheid van de bovenafdichting bestaat uit: a. een onderzoek naar het uittreden van stortgas door de bovenafdichting, als redelijkerwijs is te verwachten dat stortgas uit de stortplaats vrijkomt; en b. een inspectie van de taluds op uittredend percolaat. 3 Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat het onderzoek naar het uittreden van stortgas, bedoeld in het tweede lid, onder a, plaatsvindt in overeenstemming met hoofdstuk 13 van de Richtlijn voor dichte eindafwerking op afval- en reststofbergingen. 4 Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de inspectie van taluds op uittredend percolaat, bedoeld in het tweede lid, onder b, plaatsvindt door bij de teenconstructie, zijnde het verbindingsgedeelte tussen de onder- en bovenafdichting en het nabijgelegen deel van het talud, de elektrische geleidbaarheid van het water uit het drainagesysteem boven de bovenafdichting te meten, in overeenstemming met de methode uit hoofdstuk 13 van de Richtlijn voor dichte eindeafwerking op afval- en reststofbergingen. 5 Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de bovenafdichting jaarlijks wordt gecontroleerd op zakking door hoogtemeting van het eindafwerkingsoppervlak in overeenstemming met de methode uit paragraaf 1.3 van de Richtlijn voor dichte eindafwerking op afval- en reststofbergingen. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 9.18 — Artikel 9.18 (voorschriften over onderzoek staat bodem onder de stortplaats)#
Artikel 9.18 (voorschriften over onderzoek staat bodem onder de stortplaats) 1 artikel 8.57, eerste lid, onder c, van het Besluit kwaliteit leefomgeving Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat het onderzoek naar de staat van de bodem onder de stortplaats, bedoeld in, bestaat uit een bemonstering van: a. het percolaat, dat op representatieve plaatsen wordt genomen en representatief is voor de gemiddelde samenstelling van het percolaat; b. het water in de verschillende bemonsteringsbuizen en verzamelleidingen of inspectieputten van het drainagesysteem onder de onderafdichting van de stortplaats; en c. het grondwater in de grondwaterbemonsteringsbuizen. 2 Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de frequentie van de bemonstering, bedoeld in het eerste lid, wordt bepaald door de stroomsnelheid van het grondwater onder de stortplaats en dat die frequentie is: a. eenmaal per jaar bij een stroomsnelheid tussen 0 en 5 m/jaar; b. tweemaal per jaar bij een stroomsnelheid tussen 5 tot 30 m/jaar; of c. driemaal per jaar bij een stroomsnelheid van meer dan 30 m/jaar. 3 Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de stroomsnelheid van het grondwater, bedoeld in het tweede lid, door een door de vergunninghouder ingeschakelde deskundige wordt vastgesteld. 4 Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de verkregen monsters worden geanalyseerd op: a. zuurgraad (pH); b. elektrische geleidbaarheid; c. chemisch zuurstofverbruik (CZV); d. minerale olie; e. vluchtige organische gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOX); f. chloride; en g. 3 Kjeldahl-N of ammoniak (NH). 5 Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de analyse van een of meer van de parameters, bedoeld in het vierde lid, achterwege kan blijven als op grond van de samenstelling van het te storten afval buiten twijfel staat dat deze niet voorkomen in het percolaat van de stortplaats. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 9.19 — Artikel 9.19 (voorschriften over onderzoek staat bodem onder stortplaats: gaschromatografisch-massaspectrometrisch onderzoek)#
Artikel 9.19 (voorschriften over onderzoek staat bodem onder stortplaats: gaschromatografisch-massaspectrometrisch onderzoek) 1 Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat eenmaal per jaar een gaschromatografisch-massaspectrometrisch onderzoek op organische verbindingen wordt uitgevoerd. 2 artikel 9.18, vierde lid, aanhef en onder e Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat als een gaschromatografisch-massaspectrometrisch onderzoek op organische verbindingen wordt uitgevoerd, in afwijking van de voorschriften die aan de vergunning zijn verbonden ter uitvoering van, geen analyse op vluchtige organische gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOX) hoeft plaats te vinden. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 9.20 — Artikel 9.20 (voorschriften over onderzoek staat bodem onder stortplaats: analyseren andere parameters)#
Artikel 9.20 (voorschriften over onderzoek staat bodem onder stortplaats: analyseren andere parameters) artikel 9.18, vierde lid Aan een omgevingsvergunning kunnen voorschriften worden verbonden die inhouden dat in verband met de samenstelling van het gestorte afval naast de parameters, genoemd in, ook andere parameters worden geanalyseerd. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 9.21 — Artikel 9.21 (voorschriften over onderzoek staat bodem onder stortplaats: frequentie meten hoeveelheid percolaat)#
Artikel 9.21 (voorschriften over onderzoek staat bodem onder stortplaats: frequentie meten hoeveelheid percolaat) 1 Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat het meten van de hoeveelheid percolaat maandelijks plaatsvindt. 2 In afwijking van het eerste lid kunnen aan een omgevingsvergunning voorschriften worden verbonden die inhouden dat een andere frequentie wordt gehanteerd als: a. de structuur, de opbouw en de samenstelling van het gestorte afval hiertoe aanleiding geven; of b. uit evaluatie van de gegevens blijkt dat metingen met langere tussenpozen even effectief zijn. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 9.22 — Artikel 9.22 (voorschriften over geohydrologische maatregelen bij bereiken interventiepunt)#
Artikel 9.22 (voorschriften over geohydrologische maatregelen bij bereiken interventiepunt) Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de geohydrologische maatregelen die worden getroffen bij het bereiken van het in het urgentieplan bepaalde interventiepunt in overeenstemming zijn met de Richtlijn geohydrologische isolatie van bestaande stortplaatsen. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 9.23 — Artikel 9.23 (voorschriften over wanneer interventiepunten worden bereikt)#
Artikel 9.23 (voorschriften over wanneer interventiepunten worden bereikt) 1 artikelen 9.18, vierde lid 9.20 9.25, tweede tot en met vierde lid, onder a Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat voor de parameters, bedoeld in de,en, standaardwaarden worden vastgesteld ter bepaling van de verslechtering van de grondwaterkwaliteit. 2 Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de standaardwaarde als volgt wordt berekend: a. artikelen 8.57 8.59 van het Besluit kwaliteit leefomgeving als minder dan 30 metingen op een referentiepunt zijn uitgevoerd: het rekenkundig gemiddelde van de achtergrondwaarden voor het grondwater die bij de onderzoeken, bedoeld in deen, op een referentiepunt zijn gemeten, vermenigvuldigd met 1,3 en vermeerderd met de detecteerbare overschrijdingswaarde; of b. als meer dan 30 metingen op een referentiepunt zijn uitgevoerd: de waarde waaronder 98% van die metingen liggen, vermeerderd met de detecteerbare overschrijdingswaarde. 3 Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat: a. artikel 8.57b, eerste lid, onder b, van het Besluit kwaliteit leefomgeving de bevestiging van de overschrijding, bedoeld in, wordt uitgevoerd door een door de vergunninghouder ingeschakelde deskundige door middel van bemonstering en een analyse; en b. artikel 8.57b, derde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving de vaststelling van de referentiemeetpunten en de controlemeetpunten, bedoeld in, plaatsvindt op basis van een schriftelijk advies van een door de vergunninghouder ingeschakelde deskundige. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 9.24 — Artikel 9.24 (voorschriften over inspectie en keuring bodembeschermende maatregelen)#
Artikel 9.24 (voorschriften over inspectie en keuring bodembeschermende maatregelen) 1 artikel 8.59, eerste lid, onder a, onder 1° tot en met 4°, van het Besluit kwaliteit leefomgeving Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat een door de vergunninghouder ingeschakelde deskundige de inspectie, de keuring en het onderzoek naar de technische staat van de bodembeschermende maatregelen, bedoeld in, elke twee jaar uitvoert in overeenstemming met: a. hoofdstuk 15 van de Richtlijn voor dichte eindafwerking op afval- en reststofbergingen voor de bovenafdichting; b. de Richtlijn drainagesystemen en controlesystemen grondwater voor stort- en opslagplaatsen, met uitzondering van de paragrafen 3.11 en 4.3.2, voor: 1°. het opvang- en afvoersysteem van percolaat; 2°. de controle van de drainagevoorzieningen; en 3°. de bemonsteringsdrainagebuizen; c. de Ontwerpprocedure grondwatermonitoring stortplaatsen voor de bemonsteringspeilbuizen, met uitzondering van bijlage V; en d. de Richtlijn geohydrologische isolatie van bestaande stortplaatsen, voor zover geohydrologische isolatie is vereist. 2 artikel 8.59, eerste lid, onder a, onder 4°, van het Besluit kwaliteit leefomgeving Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat een door de vergunninghouder ingeschakelde deskundige bij de analyse van het percolaat, bedoeld in, de voorgeschreven stoffen analyseert in verband met: a. eventuele aantasting van de afdichting; b. de processen in de stortplaats; en c. de afvoer van het percolaat. 3 artikel 8.59, eerste lid, onder a, onder 3°, van het Besluit kwaliteit leefomgeving Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verboden die inhouden dat de door de vergunninghouder ingeschakelde deskundige in het kader van het onderzoek, bedoeld in, een inschatting maakt van de resterende levensduur van de maatregelen. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 9.25 — Artikel 9.25 (voorschriften over inspectie en keuring onderzoek staat bodem onder de stortplaats)#
Artikel 9.25 (voorschriften over inspectie en keuring onderzoek staat bodem onder de stortplaats) 1 artikel 8.59, eerste lid, onder a, onder 5°, van het Besluit kwaliteit leefomgeving Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat een door de vergunninghouder ingeschakelde deskundige het onderzoek naar de staat van de bodem onder de stortplaats, bedoeld in, elke twee jaar uitvoert door een bemonstering van: a. het percolaat; b. het water in de verschillende bemonsteringsbuizen en verzamelleidingen van het drainagesysteem onder de onderafdichting van de stortplaats; en c. het grondwater in de grondwaterbemonsteringsbuizen. 2 Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de verkregen monsters worden geanalyseerd op: a. cadmium, chroom, koper, nikkel, lood, zink, kwik en arseen; b. chloride, sulfaat, zuurgraad (pH), elektrische geleidbaarheid; c. vluchtige organische gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOX); d. minerale olie; en e. polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK's). 3 artikel 9.19 Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de verkregen monsters worden geanalyseerd op aromaten, als bij het onderzoek, bedoeld in, de aanwezigheid daarvan is gesignaleerd. 4 Aan een omgevingsvergunning kunnen voorschriften worden verbonden die inhouden dat: a. naast de in het tweede en derde lid bedoelde parameters ook andere parameters worden geanalyseerd; of b. analyse van een of meer van de parameters, bedoeld in het tweede en derde lid, achterwege kan blijven als op grond van de samenstelling van het te storten afval buiten twijfel staat dat deze niet voorkomen in het percolaat van de stortplaats. 5 Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de analyse van de monsters plaatsvindt door een laboratorium dat een kwaliteitsborgingssysteem hanteert volgens NEN-EN-ISO 17025. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 9.26 — Artikel 9.26 (toepassingsbereik voorschriften bodembescherming stortplaatsen voor baggerspecie op land)#
Artikel 9.26 (toepassingsbereik voorschriften bodembescherming stortplaatsen voor baggerspecie op land) artikel 8.62a van het Besluit kwaliteit leefomgeving Deze afdeling is van toepassing op het verbinden van voorschriften aan een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit als bedoeld in. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 9.27 — Artikel 9.27 (voorschriften over voorkomen overschrijding standaardwaarden)#
Artikel 9.27 (voorschriften over voorkomen overschrijding standaardwaarden) 1 artikel 8.62c, derde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving bijlage XVIIIf Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de bepaling van het toelaatbaar beïnvloede gebied, bedoeld in, plaatsvindt volgens. 2 artikel 8.62c, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving bijlage XVIIIf Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de berekening of sprake is van een overschrijding als bedoeld in, plaatsvindt volgens. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2021 34636 01-07-2021 29-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 9.28 — Artikel 9.28 (voorschriften over controle oppervlaktewater)#
Artikel 9.28 (voorschriften over controle oppervlaktewater) 1 Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat in het oppervlaktewater dat in de potentiële invloedssfeer van de stortplaats is gelegen ten minste twee meetpunten worden aangewezen, die zo zijn gekozen dat uit de daar uitgevoerde metingen een beïnvloeding door de stortplaats kan worden vastgesteld. 2 artikel 8.62h, eerste lid, onder b, van het Besluit kwaliteit leefomgeving Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de inventarisatie, bedoeld in artikel 8.62h, eerste lid, onder a, en de metingen, bedoeld in, ten minste eenmaal per drie maanden worden uitgevoerd, of met een lagere frequentie als uit evaluatie van de gegevens blijkt dat inventarisaties met langere tussenpozen even effectief zijn. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 9.29 — Artikel 9.29 (voorschriften over controle grondwater: frequentie bepaling niveau grondwater)#
Artikel 9.29 (voorschriften over controle grondwater: frequentie bepaling niveau grondwater) artikel 8.62i, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat het vaststellen van het niveau van het grondwater, bedoeld in, ten minste elk half jaar plaatsvindt. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 9.30 — Artikel 9.30 (voorschriften over controle grondwater: referentiepunten en controlemeetpunten)#
Artikel 9.30 (voorschriften over controle grondwater: referentiepunten en controlemeetpunten) 1 artikel 8.62i, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de referentiepunten en de controlemeetpunten, bedoeld in, worden aangewezen op basis van een schriftelijk advies van een door de vergunninghouder ingeschakelde deskundige. 2 artikel 8.62i, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat als referentiepunt of referentiepunten als bedoeld in, een of meer meetpunten worden aangewezen die samen een betrouwbaar beeld geven van de concentratie van de betrokken stoffen in het grondwater in de nabijheid van de stortplaats zonder dat beïnvloeding van de stortplaats heeft plaatsgevonden. 3 artikel 8.62i, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving artikel 8.62c, derde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat als controlemeetpunt of controlemeetpunten als bedoeld in, een of meer meetpunten worden aangewezen in het toelaatbaar beïnvloede gebied, bedoeld in: a. die samen een betrouwbaar beeld geven van de verspreiding van de betrokken stoffen; en b. bijlage XVIIIa bij het Besluit kwaliteit leefomgeving die zo gelegen zijn dat tijdig maatregelen kunnen worden getroffen om te voorkomen dat de concentratie van een stof buiten het toelaatbaar beïnvloede gebied gelijk is aan of groter is dan de signaalwaarde voor die stof, vermeerderd met de standaardwaarde voor die stof, bedoeld in. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 9.31 — Artikel 9.31 (voorschriften over controle grondwater: frequentie meting parameters)#
Artikel 9.31 (voorschriften over controle grondwater: frequentie meting parameters) artikel 8.62i, tweede lid, onder c Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de metingen, bedoeld in, ten minste eenmaal per jaar plaatsvinden. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 9.32 — Artikel 9.32 (voorschriften over wanneer interventiepunten worden bereikt#
Artikel 9.32 (voorschriften over wanneer interventiepunten worden bereikt 1 artikel 8.62l, eerste lid, onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de signaalwaarde, bedoeld in, is: a. als één referentiepunt is aangewezen: 1°. als minder dan 30 metingen zijn verricht: de concentratie van een stof op het referentiepunt, vermenigvuldigd met 1,3; of 2°. als 30 of meer metingen zijn verricht: de waarde waaronder 98% van de metingen liggen; b. als meer dan een referentiepunt is aangewezen: het gemiddelde van de signaalwaarden op de afzonderlijke referentiepunten. 2 artikel 8.62l, eerste lid, onder b, van het Besluit kwaliteit leefomgeving Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de herhaalde meting, bedoeld in, wordt uitgevoerd door een door de vergunninghouder ingeschakelde deskundige. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 9.33 — Artikel 9.33 (toepassingsbereik voorschriften bodembescherming winningsafvalvoorzieningen)#
Artikel 9.33 (toepassingsbereik voorschriften bodembescherming winningsafvalvoorzieningen) artikel 8.63 van het Besluit kwaliteit leefomgeving Deze afdeling is van toepassing op het verbinden van voorschriften aan een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit als bedoeld in. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 9.34 — Artikel 9.34 (voorschriften over aanleg, aanpassing of bouw van een winningsafvalvoorziening)#
Artikel 9.34 (voorschriften over aanleg, aanpassing of bouw van een winningsafvalvoorziening) artikel 8.66, eerste lid, onder b, onder 3°, van het Besluit kwaliteit leefomgeving artikel 8.68, tweede lid, van dat besluit Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de controle, bedoeld in, en de validatie, bedoeld in, worden uitgevoerd door een door de vergunninghouder ingeschakelde deskundige. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 9.35 — Artikel 9.35 (toepassingsbereik)#
Artikel 9.35 (toepassingsbereik) artikel 8.70a van het Besluit kwaliteit leefomgeving Deze afdeling is van toepassing op het verbinden van voorschriften aan een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit als bedoeld in. 2021 28102 01-06-2021 27-05-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 9.36 — Artikel 9.36 (voorschriften over monsterneming en analyse)#
Artikel 9.36 (voorschriften over monsterneming en analyse) 1 bijlage XXXI Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de vergunninghouder de bodem waarop zuiveringsslib wordt gebracht, ten minste eenmaal per tien jaar laat bemonsteren en analyseren door een laboratorium met een accreditatie volgens NEN-EN-ISO/IEC 17025. Bij het bemonsteren en analyseren wordt voldaan aan. 2 Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de vergunninghouder er zorg voor draagt dat de door het laboratorium op te stellen rapportage per bemonsterd perceel in ieder geval de volgende gegevens bevat: a. de naam en het adres van degene die de milieubelastende activiteit verricht; b. een kadastrale of topografische aanduiding van het bemonsterde perceel; c. de hoedanigheid en de samenstelling van de bodem van het bemonsterde perceel; d. de naam van het laboratorium dat de analyse heeft verricht; e. de extractiedatum en de analysedatum van het monster; en f. tabel 8.70c van het Besluit kwaliteit leefomgeving de resultaten van de analyses en de vaststelling of de waarden voor de geanalyseerde stoffen de grenswaarden, bedoeld in, overschrijden. 3 Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat een rapportage een geldigheidsduur heeft van ten hoogste tien jaar. 2021 28102 01-06-2021 27-05-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2021 34636 01-07-2021 29-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 9.37 — Artikel 9.37 (model van een omgevingsvergunning voor een jachtgeweeractiviteit)#
Artikel 9.37 (model van een omgevingsvergunning voor een jachtgeweeractiviteit) 1 artikel 5.1, eerste lid, onder f, van de wet Het model van de omgevingsvergunning voor een jachtgeweeractiviteit, bedoeld in, wordt gevormd door een modelformulier, dat door de korpschef wordt gewaarmerkt met een stempelafdruk en een handtekening voor de periode waarvoor de omgevingsvergunning voor een jachtgeweeractiviteit wordt verleend. 2 bijlage XXXII Het model van de omgevingsvergunning voor een jachtgeweeractiviteit, bedoeld in het eerste lid, is het model dat is opgenomen in. 3 De omgevingsvergunning voor een jachtgeweeractiviteit wordt voorzien van de pasfoto van degene voor wie de omgevingsvergunning is bestemd. Deze foto wordt door de korpschef met een stempelafdruk gewaarmerkt. 2021 31421 16-06-2021 09-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2021 34636 01-07-2021 29-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 9.38 — Artikel 9.38 (model van een omgevingsvergunning voor een valkeniersactiviteit)#
Artikel 9.38 (model van een omgevingsvergunning voor een valkeniersactiviteit) artikel 5.1, eerste lid, onder g, van de wet bijlage XXXII Het model van de omgevingsvergunning voor een valkeniersactiviteit, bedoeld in, is het model opgenomen in. 2021 31421 16-06-2021 09-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2021 34636 01-07-2021 29-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 10.1 — Artikel 10.1 (instructieregel projectbesluit)#
Artikel 10.1 (instructieregel projectbesluit) paragrafen 8.2.2 8.2.3.1 8.2.3.2 8.2.3.3 8.2.3.4 De,,,enzijn van overeenkomstige toepassing op een projectbesluit. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 10.2 — Artikel 10.2 (projectbesluit dat geldt als omgevingsvergunning)#
Artikel 10.2 (projectbesluit dat geldt als omgevingsvergunning) afdelingen 9.1 tot en met 9.5 Dezijn van overeenkomstige toepassing op een projectbesluit dat geldt als een omgevingsvergunning. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 10.3 — Artikel 10.3 (geen overeenstemming Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vereist)#
Artikel 10.3 (geen overeenstemming Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vereist) artikel 5.44, eerste lid, van de wet Als voor het uitvoeren, in werking hebben of in stand houden van een project een projectbesluit wordt vastgesteld door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, is geen overeenstemming als bedoeld invereist, als het gaat om: a. een project in het kader van beheer, onderhoud, vervanging of renovatie; b. een project gericht op het verbeteren van de waterkwaliteit; c. artikel 5.47, eerste lid, van de wet een van de volgende projecten, voor zover het totale budget voor het uitvoeren van het project bij de kennisgeving van het voornemen, bedoeld in, lager is dan € 500.000.000 1°. de aanleg, wijziging of uitbreiding van een autoweg of autosnelweg, spoorweg of vaarweg; of 2°. de aanleg, wijziging of uitbreiding van een werk voor het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen; of d. de aanleg, wijziging of uitbreiding van een haven. 2021 34636 01-07-2021 29-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2023 26205 19-09-2023 14-09-2023 2023-0000568411 2023 26454 02-10-2023 26-09-2023 2023-0000589458 01-01-2024
Artikel 11.1 — Artikel 11.1 (kringen van gemeenten)#
Artikel 11.1 (kringen van gemeenten) artikel 18.21, eerste lid, van de wet De volgende gemeenten die deelnemen aan een genoemde omgevingsdienst worden aangewezen als een kring van gemeenten als bedoeld in: a. Noord-Veluwe: Elburg, Ermelo, Harderwijk, Hattem, Heerde, Nunspeet, Oldebroek en Putten; b. Veluwe IJssel: Apeldoorn, Brummen, Epe en Voorst; c. Achterhoek: Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Lochem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek, Winterswijk en Zutphen; d. de Vallei: Barneveld, Ede, Nijkerk, Scherpenzeel en Wageningen; e. Regio Arnhem: Arnhem, Doesburg, Duiven, Lingewaard, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rijnwaarden, Rozendaal, Westervoort en Zevenaar; f. Rivierenland: Buren, Culemborg, Geldermalsen, Lingewaal, Maasdriel, Neder-Betuwe, Neerijnen, Tiel, West Maas en Waal en Zaltbommel; g. Regio Nijmegen: Berg en Dal, Beuningen, Druten, Heumen, Nijmegen en Wijchen; h. Regio Utrecht: Bunnik, De Bilt, De Ronde Venen, Montfoort, Oudewater, Renswoude, Rhenen, Stichtse Vecht, Utrechtse Heuvelrug, Veenendaal, Vianen, Wijk bij Duurstede, Woerden, IJsselstein en Zeist; i. RUD Utrecht: Amersfoort, Baarn, Bunschoten, Eemnes, Houten, Leusden, Lopik, Nieuwegein, Soest, Utrecht en Woudenberg; j. IJmond: Beemster, Beverwijk, Haarlem, Heemskerk, Purmerend, Uitgeest en Velsen; k. Noordzeekanaalgebied: Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, Diemen, Haarlemmermeer, Ouder-Amstel, Uithoorn en Zaanstad; l. Midden-Holland: Alphen aan den Rijn, Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard, Zuidplas en Waddinxveen; m. West-Holland: Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten en Zoeterwoude; en n. Midden-West Brabant: Aalburg, Alphen-Chaam, Baarle-Nassau, Bergen op Zoom, Breda, Dongen, Drimmelen, Etten-Leur, Geertruidenberg, Gilze-Rijen, Goirle, Halderberge, Heusden, Hilvarenbeek, Loon op Zand, Moerdijk, Oisterwijk, Oosterhout, Roosendaal, Rucphen, Steenbergen, Tilburg, Waalwijk, Werkendam, Woensdrecht, Woudrichem en Zundert. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.1 — Artikel 12.1 (methode berekenen afstanden plaatsgebonden risico)#
Artikel 12.1 (methode berekenen afstanden plaatsgebonden risico) artikelen 11.2, onder d 11.3, onder c en d 11.4, onder a 11.5, eerste lid, onder b, onder 1°, van het Besluit kwaliteit leefomgeving Op het berekenen van de afstanden voor het plaatsgebonden risico, bedoeld in de,,, en, is van toepassing: a. bijlage VII, onder A en B, bij het Besluit kwaliteit leefomgeving voor een activiteit als bedoeld in: modules I en II van het Rekenvoorschrift omgevingsveiligheid en Safeti-NL; b. bijlage VII, onder D, onder 1, en onder E, onder 1, bij het Besluit kwaliteit leefomgeving voor windturbines als bedoeld in: module IV van het Rekenvoorschrift omgevingsveiligheid; c. bijlage VII, onder D, onder 2, bij het Besluit kwaliteit leefomgeving voor buisleidingen als bedoeld in: module V van het Rekenvoorschrift omgevingsveiligheid en: 1°. voor ondergrondse buisleidingen voor aardgas: Carola; en 2°. voor ondergrondse buisleidingen voor andere stoffen dan aardgas: Safeti-NL; en d. bijlage VII, onder E, onder 2 tot en met 13, bij het Besluit kwaliteit leefomgeving voor een activiteit als bedoeld in: modules I en II van het Rekenvoorschrift omgevingsveiligheid en Safeti-NL. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2022 26085 28-09-2022 23-09-2022 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.1a — Artikel 12.1a (methode berekenen afstand aandachtsgebieden)#
Artikel 12.1a (methode berekenen afstand aandachtsgebieden) 1 artikelen 11.3, onder e 11.4, onder b 11.5, eerste lid, onder b, onder 2°, van het Besluit kwaliteit leefomgeving Op het berekenen van de afstand voor een aandachtsgebied, bedoeld in de,, en, is van toepassing: a. voor een brandaandachtsgebied: het Stappenplan bepalen brandaandachtsgebieden, het Rekenvoorschrift omgevingsveiligheid en Safeti-NL; b. voor een explosieaandachtsgebied: het Stappenplan bepalen explosieaandachtsgebieden, het Rekenvoorschrift omgevingsveiligheid en Safeti-NL; en c. voor een gifwolkaandachtsgebied: het Stappenplan bepalen gifwolkaandachtsgebieden, het Rekenvoorschrift omgevingsveiligheid en Safeti-NL. 2 In afwijking van het eerste lid, onder a, zijn op het berekenen van de afstand voor een brandaandachtsgebied van ondergrondse buisleidingen voor aardgas het Stappenplan bepalen brandaandachtsgebieden, het Rekenvoorschrift omgevingsveiligheid en Carola van toepassing. 2022 26085 28-09-2022 23-09-2022 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 Voorheen art. 12.2.
Artikel 12.2 — Artikel 12.2 (Informatiemodel Externe Veiligheid)#
Artikel 12.2 (Informatiemodel Externe Veiligheid) artikel 20.11, onder b, van de wet Gegevens voor het register externe veiligheidsrisico's, bedoeld in, worden aangeleverd met het Informatiemodel Externe Veiligheid. 2022 26085 28-09-2022 23-09-2022 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.2a — Artikel 12.2a (toepassingsbereik)#
Artikel 12.2a (toepassingsbereik) Deze paragraaf is van toepassing op: a. artikel 11.9 van het Besluit kwaliteit leefomgeving artikel 2.0c van dat besluit de monitoring, bedoeld in, voor de omgevingswaarden voor de veiligheid van primaire waterkeringen, bedoeld in; b. artikel 11.11 van het Besluit kwaliteit leefomgeving de monitoring, bedoeld in, voor de andere parameters voor signalering over de veiligheid van primaire waterkeringen, bedoeld in artikel 11.11, eerste lid, van dat besluit; en c. artikel 20.2, tweede lid, van de wet artikel 15.3 de monitoring, bedoeld in, voor de alarmeringswaarden voor hoogwaterstanden die een gevaar voor primaire waterkeringen kunnen opleveren, bedoeld in. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2021 34636 01-07-2021 29-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.2b — Artikel 12.2b (monitoring omgevingswaarden en andere parameters voor signalering veiligheid primaire waterkeringen: beoordeling)#
Artikel 12.2b (monitoring omgevingswaarden en andere parameters voor signalering veiligheid primaire waterkeringen: beoordeling) bijlage II, onder A, bij het Besluit kwaliteit leefomgeving bijlage XXXIIA De beoordeling van de dijktrajecten, bedoeld invindt plaats volgensbij deze regeling. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2022 29177 11-11-2022 30-10-2022 IENW/BSK-2022/237672 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.2c — Artikel 12.2c (monitoring omgevingswaarden en andere parameters voor signalering veiligheid primaire waterkeringen: methode)#
Artikel 12.2c (monitoring omgevingswaarden en andere parameters voor signalering veiligheid primaire waterkeringen: methode) bijlage XXXIIB De monitoring van de omgevingswaarden voor de veiligheid van primaire waterkeringen en de andere parameters voor signalering over de veiligheid van primaire waterkeringen vindt plaats volgensbij deze regeling. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2022 29177 11-11-2022 30-10-2022 IENW/BSK-2022/237672 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.2d — Artikel 12.2d (monitoring omgevingswaarden en andere parameters voor signalering veiligheid primaire waterkeringen: frequentie)#
Artikel 12.2d (monitoring omgevingswaarden en andere parameters voor signalering veiligheid primaire waterkeringen: frequentie) De monitoring voor de omgevingswaarde voor de veiligheid van primaire waterkeringen en de andere parameters voor signalering over de veiligheid van primaire waterkeringen vindt voor elk dijktraject ten minste eenmaal per twaalf jaar plaats. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.2e — Artikel 12.2e (monitoring omgevingswaarden en andere parameters voor signalering veiligheid primaire waterkeringen: verslaglegging)#
Artikel 12.2e (monitoring omgevingswaarden en andere parameters voor signalering veiligheid primaire waterkeringen: verslaglegging) bijlage XXXIIA De verslaglegging over de resultaten van de monitoring voor de omgevingswaarden voor de veiligheid van primaire waterkeringen en de andere parameters voor signalering over de veiligheid van primaire waterkeringen vindt plaats volgens hoofdstuk 5 vanbij deze regeling. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2022 29177 11-11-2022 30-10-2022 IENW/BSK-2022/237672 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.2f — Artikel 12.2f (monitoring alarmeringswaarden: methode)#
Artikel 12.2f (monitoring alarmeringswaarden: methode) artikel 15.3 De monitoring van de alarmeringswaarden voor hoogwaterstanden die een gevaar voor primaire waterkeringen kunnen opleveren, bedoeld in, vindt plaats volgens het Landelijk Draaiboek Hoogwater en Overstromingsdreiging. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2022 29177 11-11-2022 30-10-2022 IENW/BSK-2022/237672 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.2g — Artikel 12.2g (toepassingsbereik)#
Artikel 12.2g (toepassingsbereik) artikel 11.10 van het Besluit kwaliteit leefomgeving artikel 2.0i van dat besluit Deze paragraaf is van toepassing op de monitoring, bedoeld in, voor de omgevingswaarden voor de veiligheid van andere dan primaire waterkeringen in beheer bij het Rijk, bedoeld in. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2021 34636 01-07-2021 29-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.2h — Artikel 12.2h (monitoring omgevingswaarden veiligheid andere dan primaire waterkeringen in beheer bij het Rijk: methode)#
Artikel 12.2h (monitoring omgevingswaarden veiligheid andere dan primaire waterkeringen in beheer bij het Rijk: methode) De monitoring van de omgevingswaarden voor de veiligheid van andere dan primaire waterkeringen in beheer bij het Rijk vindt plaats volgens het Voorschrift monitoring veiligheid andere dan primaire waterkeringen in beheer bij het Rijk. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.2i — Artikel 12.2i (monitoring omgevingswaarden veiligheid andere dan primaire waterkeringen in beheer bij het Rijk: frequentie)#
Artikel 12.2i (monitoring omgevingswaarden veiligheid andere dan primaire waterkeringen in beheer bij het Rijk: frequentie) De monitoring voor de omgevingswaarde voor de veiligheid van andere dan primaire waterkeringen in beheer bij het Rijk vindt voor elk dijktraject ten minste eenmaal per twaalf jaar plaats. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.3 — Artikel 12.3 (toepassingsbereik)#
Artikel 12.3 (toepassingsbereik) 1 paragrafen 12.2.1.2 12.2.1.3 Deenzijn van toepassing op: a. artikel 11.19 van het Besluit kwaliteit leefomgeving artikelen 2.3 tot en met 2.8 van dat besluit de monitoring, bedoeld in, voor de omgevingswaarden voor de kwaliteit van de buitenlucht, bedoeld in de; en b. artikel 11.23 van het Besluit kwaliteit leefomgeving de monitoring, bedoeld in, voor de andere parameters voor de kwaliteit van de buitenlucht, bedoeld in artikel 11.23, eerste lid, van dat besluit. 2 artikelen 12.4 tot en met 12.27 12.34 tot en met 12.37 artikel 15.2 artikel 20.2, tweede lid, van de wet Deenzijn van toepassing op de monitoring, bedoeld in, voor de alarmeringswaarden voor concentraties van verontreinigende stoffen in de buitenlucht, bedoeld in. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2021 34636 01-07-2021 29-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.4 — Artikel 12.4 (aantal monitoringspunten luchtkwaliteit Amsterdam/Haarlem)#
Artikel 12.4 (aantal monitoringspunten luchtkwaliteit Amsterdam/Haarlem) artikel 2.38, onder a In de agglomeratie Amsterdam/Haarlem, bedoeld in, liggen ten minste de volgende aantallen monitoringspunten voor het meten van de concentraties van de daarbij genoemde stoffen: a. vier voor stikstofdioxide; b. 10 vier voor PM; c. 2,5 twee voor PM; d. drie voor ozon, waarvan: 1°. twee in voorstedelijk gebied; en 2°. twee ook voor stikstofdioxide worden gebruikt; en e. één voor benzo(a)pyreen. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.5 — Artikel 12.5 (aantal monitoringspunten luchtkwaliteit Den Haag/Leiden)#
Artikel 12.5 (aantal monitoringspunten luchtkwaliteit Den Haag/Leiden) artikel 2.38, onder b In de agglomeratie Den Haag/Leiden, bedoeld in, liggen ten minste de volgende aantallen monitoringspunten voor het meten van de concentraties van de daarbij genoemde stoffen: a. vier voor stikstofdioxide; b. 10 vier voor PM; c. 2,5 één voor PM; en d. drie voor ozon, waarvan: 1°. twee in voorstedelijk gebied; en 2°. twee ook voor stikstofdioxide worden gebruikt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.6 — Artikel 12.6 (aantal monitoringspunten luchtkwaliteit Eindhoven)#
Artikel 12.6 (aantal monitoringspunten luchtkwaliteit Eindhoven) artikel 2.38, onder c In de agglomeratie Eindhoven, bedoeld in, liggen ten minste de volgende aantallen monitoringspunten voor het meten van de concentraties van de daarbij genoemde stoffen: a. twee voor stikstofdioxide; b. 10 twee voor PM; c. 2,5 één voor PM; en d. één voor ozon in voorstedelijk gebied, dat ook voor stikstofdioxide wordt gebruikt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.7 — Artikel 12.7 (aantal monitoringspunten luchtkwaliteit Heerlen/Kerkrade)#
Artikel 12.7 (aantal monitoringspunten luchtkwaliteit Heerlen/Kerkrade) artikel 2.38, onder d In de agglomeratie Heerlen/Kerkrade, bedoeld in, liggen ten minste de volgende aantallen monitoringspunten voor het meten van de concentraties van de daarbij genoemde stoffen: a. één voor zwaveldioxide; b. twee voor stikstofdioxide; c. 10 twee voor PM; d. 2,5 twee voor PM; en e. één voor ozon in voorstedelijk gebied, dat ook voor stikstofdioxide wordt gebruikt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.8 — Artikel 12.8 (aantal monitoringspunten luchtkwaliteit Rotterdam/Dordrecht)#
Artikel 12.8 (aantal monitoringspunten luchtkwaliteit Rotterdam/Dordrecht) artikel 2.38, onder e In de agglomeratie Rotterdam/Dordrecht, bedoeld in, liggen ten minste de volgende aantallen monitoringspunten voor het meten van de concentraties van de daarbij genoemde stoffen: a. twee voor zwaveldioxide; b. vier voor stikstofdioxide; c. 10 vier voor PM; d. 2,5 vier voor PM; e. één voor lood; f. drie voor ozon, waarvan: 1°. twee in voorstedelijk gebied; en 2°. twee ook voor stikstofdioxide worden gebruikt; en g. één voor benzo(a)pyreen. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.9 — Artikel 12.9 (aantal monitoringspunten luchtkwaliteit Utrecht)#
Artikel 12.9 (aantal monitoringspunten luchtkwaliteit Utrecht) artikel 2.38, onder f In de agglomeratie Utrecht, bedoeld in, liggen ten minste de volgende aantallen monitoringspunten voor het meten van de concentraties van de daarbij genoemde stoffen: a. twee voor stikstofdioxide; b. 10 twee voor PM; c. 2,5 twee voor PM; en d. één voor ozon in voorstedelijk gebied, dat ook voor stikstofdioxide wordt gebruikt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.10 — Artikel 12.10 (aantal monitoringspunten luchtkwaliteit zone midden)#
Artikel 12.10 (aantal monitoringspunten luchtkwaliteit zone midden) artikel 2.39, onder a In de zone midden, bedoeld in, liggen ten minste de volgende aantallen monitoringspunten voor het meten van de concentraties van de daarbij genoemde stoffen: a. drie voor zwaveldioxide; b. acht voor stikstofdioxide; c. 10 acht voor PM; d. 2,5 zeven voor PM; e. één voor lood; f. drie voor koolmonoxide; en g. zeven voor ozon, waarvan: 1°. één op de locatie waar de bevolking vermoedelijk aan de hoogste concentraties wordt blootgesteld; en 2°. vier ook voor stikstofdioxide worden gebruikt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.11 — Artikel 12.11 (aantal monitoringspunten luchtkwaliteit zone noord)#
Artikel 12.11 (aantal monitoringspunten luchtkwaliteit zone noord) artikel 2.39, onder b In de zone noord, bedoeld in, liggen ten minste de volgende aantallen monitoringspunten voor het meten van de concentraties van de daarbij genoemde stoffen: a. één voor zwaveldioxide; b. twee voor stikstofdioxide, waarvan er één ook voor stikstofoxiden wordt gebruikt; c. 10 zeven voor PM; d. 2,5 vier voor PM; e. één voor lood; en f. zes voor ozon, waarvan: 1°. één op de locatie waar de bevolking vermoedelijk aan de hoogste concentraties wordt blootgesteld; en 2°. drie ook voor stikstofdioxide worden gebruikt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.12 — Artikel 12.12 (aantal monitoringspunten luchtkwaliteit zone zuid)#
Artikel 12.12 (aantal monitoringspunten luchtkwaliteit zone zuid) artikel 2.39, onder c In de zone zuid, bedoeld in, liggen ten minste de volgende aantallen monitoringspunten voor het meten van de concentraties van de daarbij genoemde stoffen: a. één voor zwaveldioxide; b. drie voor stikstofdioxide; c. 10 zes voor PM; d. 2,5 vier voor PM, e. één voor lood; en f. zes voor ozon, waarvan: 1°. één op de locatie waar de bevolking vermoedelijk aan de hoogste concentraties wordt blootgesteld; en 2°. drie ook voor stikstofdioxide worden gebruikt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.13 — Artikel 12.13 (aantal monitoringspunten richtlijn gevaarlijke stoffen in de lucht)#
Artikel 12.13 (aantal monitoringspunten richtlijn gevaarlijke stoffen in de lucht) In Nederland ligt ten minste één monitoringspunt voor het meten van: a. de concentraties van arseen, cadmium en nikkel; b. de achtergrondconcentraties van arseen, cadmium, nikkel, benzo(a)pyreen, benzo(a)antraceen, benzo(b)fluorantheen, benzo(j)fluorantheen, benzo(k)fluorantheen, indeno(1,2,3-cd)pyreen en dibenzo(a,h)antraceen; en c. de depositie van: 1°. arseen, cadmium, kwik, nikkel en benzo(a)pyreen; en 2°. benzo(a)antraceen, benzo(b)fluorantheen, benzo(j)fluorantheen, benzo(k)fluorantheen, indeno(1,2,3-cd)pyreen en dibenzo(a,h)antraceen. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.14 — Artikel 12.14 x (aantal monitoringspunten ook gebruiken voor luchtkwaliteit NO, VOS en PAK’s)#
Artikel 12.14 x (aantal monitoringspunten ook gebruiken voor luchtkwaliteit NO, VOS en PAK’s) 1 artikelen 12.4 tot en met 12.9 Van de in debedoelde monitoringspunten voor het meten van de concentratie van ozon, wordt ten minste één monitoringspunt in stedelijk of voorstedelijk gebied ook gebruikt voor het meten van de concentratie van stikstofoxiden en vluchtige organische stoffen. 2 artikelen 12.4 12.8 Van de in deenbedoelde monitoringspunten voor het meten van de concentratie van benzo(a)pyreen, wordt ten minste één monitoringspunt ook gebruikt voor het meten van de concentratie van andere relevante polycyclische aromatische koolwaterstoffen, waaronder in ieder geval benzo(a)antraceen, benzo(b)fluorantheen, benzo(j)fluorantheen, benzo(k)fluorantheen, indeno(1,2,3-cd)pyreen en dibenzo(a,h)antraceen. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.15 — Artikel 12.15 2,5 (aantal monitoringspunten ook gebruiken voor chemische samenstellingen PM)#
Artikel 12.15 2,5 (aantal monitoringspunten ook gebruiken voor chemische samenstellingen PM) artikelen 12.10 tot en met 12.12 2,5 2,5 Van de in debedoelde monitoringspunten voor het meten van de concentratie van PM, wordt ten minste één monitoringspunt ook gebruikt voor het meten van de concentraties van de chemische samenstellingen van PM, waaronder in ieder geval sulfaat, nitraat, natrium, kalium, ammonium, chloride, calcium, magnesium, elementair koolstof en organisch koolstof. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.16 — Artikel 12.16 (locatie monitoringspunten algemeen)#
Artikel 12.16 (locatie monitoringspunten algemeen) 1 2,5 10 De monitoringspunten voor het meten van de concentratie van zwaveldioxide, stikstofdioxide, PM, PM, lood, koolmonoxide, arseen, cadmium, nikkel en benzo(a)pyreen liggen: a. op locaties waar de hoogste concentratie voorkomt waaraan de bevolking wel of niet rechtstreeks kan worden blootgesteld gedurende een periode die in vergelijking met de middelingstijd van de omgevingswaarde significant is; b. op een andere locatie dan bedoeld onder a die representatief is voor de blootstelling van de bevolking als geheel; en c. op een locatie waar het meten van zeer kleine micromilieus in de directe omgeving wordt voorkomen, waaraan in ieder geval wordt voldaan als een monitoringspunt representatief is voor de kwaliteit van de buitenlucht: 1°. 2,5 10 van een straatsegment met een lengte van ten minste 100 m op locaties die sterk door het verkeer worden beïnvloed, voor stikstofdioxide, PMen PM, lood en koolmonoxide; 2°. 2 van een locatie van ten minste 200 mdie sterk door het verkeer wordt beïnvloed, voor arseen, cadmium, nikkel en benzo(a)pyreen; 3°. van een locatie van ten minste 250 m bij 250 m die sterk door industriële bronnen wordt beïnvloed; en 4°. van een locatie van enkele vierkante kilometers in stedelijk gebied. 2 De monitoringspunten voor het meten van de verhoging van de concentratie door een milieubelastende activiteit worden zo geplaatst dat ten minste één monitoringspunt benedenwinds van die activiteit in het meest dichtbijgelegen woongebied ligt. 3 De monitoringspunten zijn zo mogelijk ook representatief voor soortgelijke locaties buiten de directe omgeving. 4 artikel 2.3, eerste lid, aanhef en onder c en d, van het Besluit kwaliteit leefomgeving Het eerste tot en met derde lid is niet van toepassing op de monitoring van de omgevingswaarden voor zwaveldioxide, bedoeld in. 5 Het eerste tot en met vierde lid is van overeenkomstige toepassing op de monitoring van: a. artikel 12.14, tweede lid de achtergrondconcentraties van arseen, cadmium, nikkel, benzo(a)pyreen en de andere in, genoemde polycyclische aromatische koolwaterstoffen; b. de depositie van: 1°. arseen, cadmium, kwik, nikkel en benzo(a)pyreen; 2°. artikel 12.14, tweede lid de andere in, genoemde polycyclische aromatische koolwaterstoffen. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.17 — Artikel 12.17 (locatie monitoringspunten ozon)#
Artikel 12.17 (locatie monitoringspunten ozon) 1 De monitoringspunten voor het meten van de concentratie van ozon liggen op locaties: a. artikelen 2.38 2.39 binnen de zones en agglomeraties, bedoeld in deen, waar de hoogste concentraties voorkomen waaraan de bevolking of de vegetatie kan worden blootgesteld gedurende een periode die ten opzichte van de middelingstijd significant is; en b. waarvan aannemelijk is dat ze niet direct worden beïnvloed door plaatselijke emissiebronnen. 2 De monitoringspunten zijn zo mogelijk ook representatief voor soortgelijke locaties buiten hun directe omgeving 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.18 — Artikel 12.18 (locatie monitoringspunten achtergrondconcentraties)#
Artikel 12.18 (locatie monitoringspunten achtergrondconcentraties) De monitoringspunten voor het meten van achtergrondconcentraties: a. liggen op een locatie waar deze niet worden beïnvloed door agglomeraties als bedoeld in artikel 2, aanhef en onder 17, van de richtlijn luchtkwaliteit of industrieterreinen binnen een straal van 5 km; en b. zijn zo mogelijk ook representatief voor soortgelijke locaties buiten hun directe omgeving. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.19 — Artikel 12.19 (wijze van bemonsteren algemeen)#
Artikel 12.19 (wijze van bemonsteren algemeen) 1 artikelen 12.16 12.17 Bij de monitoringspunten, bedoeld in deen, wordt bemonsterd door de lucht in een inlaatbuis te laten stromen: a. waarbij de lucht rond de inlaatbuis vrij kan stromen; b. binnen een hoek van ten minste 270° of 180° voor metingen aan de rooilijn; en c. zonder enige verstoring van de luchtstroom in de directe omgeving van het bemonsteringsapparaat. 2 De inlaatbuis ligt tussen de 1,5 m en 4 m boven de grond, tenzij een grotere hoogte nodig is. 3 De inlaatbuis ligt zo dat wordt voorkomen dat: a. de uitstoot van bronnen rechtstreeks en zonder menging met de buitenlucht in de inlaatbuis terechtkomt; en b. de lucht daaruit opnieuw in de inlaatbuis kan komen. 4 Het derde lid, onder a, is niet van toepassing op het bemonsteren van ozon. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.20 — Artikel 12.20 (wijze van bemonsteren bij wegen)#
Artikel 12.20 (wijze van bemonsteren bij wegen) 1 2,5 10 Als het gaat om het bemonsteren van de concentratie van stikstofdioxide, PMen PM, lood, koolmonoxide en benzeen op locaties die sterk door het verkeer worden beïnvloed, ligt de inlaatbuis: a. ten minste 25 m van de rand van grote kruispunten, waarbij de verkeersstroom wordt onderbroken en de uitstoot verschilt ten opzichte van het overige gedeelte van de weg; en b. niet meer dan 10 m van de wegrand. 2 Als het gaat om het bemonsteren van concentraties van arseen, cadmium, nikkel en benzo(a)pyreen op locaties die sterk door het verkeer worden beïnvloed, ligt de inlaatbuis: a. ten minste 25 m van de rand van grote kruispunten, waarbij de verkeersstroom wordt onderbroken en de uitstoot verschilt ten opzichte van het overige gedeelte van de weg; b. ten minste 4 m van het midden van de dichtstbij gelegen rijbaan; en c. op een locatie die representatief is voor de kwaliteit van de buitenlucht in de nabijheid van de rooilijn. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.21 — Artikel 12.21 (zwaveldioxide: meetmethode)#
Artikel 12.21 (zwaveldioxide: meetmethode) 1 Op het bemonsteren en het meten van de concentratie van zwaveldioxide is NEN-EN 14212 van toepassing. 2 De meetonzekerheid, bij 95% betrouwbaarheid van de in de buitenlucht gemeten waarden, voor zwaveldioxide is ten hoogste 15% voor: a. 3 een uurgemiddelde waarde van 350 µg/m; en b. 3 een 24-uurgemiddelde waarde van 125 µg/m. 3 artikel 2.3, derde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving 3 In afwijking van het tweede lid is op locaties als bedoeld inde meetonzekerheid, bij 95% betrouwbaarheid van de in de buitenlucht gemeten waarden, voor zwaveldioxide ten hoogste 15% voor een jaargemiddelde waarde van 20 µg/m. 4 Op het bepalen van de meetonzekerheid is NEN-EN 14212 van toepassing. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.22 — Artikel 12.22 (zwaveldioxide: gemiddelden)#
Artikel 12.22 (zwaveldioxide: gemiddelden) 1 Per monitoringspunt voor het meten van de concentratie van zwaveldioxide worden uurgemiddelde en 24-uurgemiddelde concentraties bepaald. 2 Er wordt een 24-uurgemiddelde bepaald als: a. per etmaal ten minste achttien uurgemiddelde concentraties beschikbaar zijn; of b. artikel 2.3, eerste lid, aanhef en onder b, van het Besluit kwaliteit leefomgeving op grond van de beschikbare uurgemiddelde concentraties aannemelijk is dat de omgevingswaarde, bedoeld in, wordt of zal worden overschreden. 3 Het aantal gevalideerde uurgemiddelde concentraties per kalenderjaar is ten minste 90%. 4 artikel 2.3, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving Op grond van de beschikbare uurgemiddelde concentraties wordt bepaald of aannemelijk is dat de omgevingswaarden, bedoeld inworden of zullen worden overschreden. 5 artikel 12.21, tweede of derde lid Uurgemiddelde concentraties waarvan aannemelijk is dat de afwijking ten opzichte van de werkelijke concentratie groter is dan bepaald in, worden niet gebruikt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.23 — Artikel 12.23 (stikstofdioxide en stikstofoxiden: meetmethode)#
Artikel 12.23 (stikstofdioxide en stikstofoxiden: meetmethode) 1 Op het bemonsteren en het meten van de concentratie van stikstofdioxide en stikstofoxiden is NEN-EN 14211 van toepassing. 2 De meetonzekerheid, bij 95% betrouwbaarheid van de in de buitenlucht gemeten waarden, voor stikstofdioxide is ten hoogste 15% voor: a. 3 een uurgemiddelde waarde van 200 µg/m; en b. 3 een jaargemiddelde waarde van 40 µg/m. 3 3 De meetonzekerheid, bij 95% betrouwbaarheid van de in de buitenlucht gemeten waarden, voor stikstofoxiden is kleiner dan, of gelijk aan 15% voor een jaargemiddelde waarde van 30 µg/m. 4 Op het bepalen van de meetonzekerheid is NEN-EN 14211 van toepassing. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.24 — Artikel 12.24 (stikstofdioxide en stikstofoxiden: gemiddelden)#
Artikel 12.24 (stikstofdioxide en stikstofoxiden: gemiddelden) 1 Per monitoringspunt voor het meten van de concentratie van stikstofdioxide en stikstofoxiden worden uurgemiddelde concentraties bepaald. 2 Het aantal gevalideerde uurgemiddelde concentraties per kalenderjaar is ten minste 90%. 3 artikel 2.4, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving Op grond van de beschikbare uurgemiddelde concentraties wordt bepaald of aannemelijk is dat de omgevingswaarde, bedoeld in, wordt of zal worden overschreden. 4 artikel 12.23, tweede of derde lid Uurgemiddelde concentraties waarvan aannemelijk is dat de afwijking ten opzichte van de werkelijke concentratie groter is dan bepaald in, worden niet gebruikt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.25 — Artikel 12.25 10 (PM: meetmethode)#
Artikel 12.25 10 (PM: meetmethode) 1 10 Op het bemonsteren en het meten van de concentratie van PMis NEN-EN 12341 van toepassing. 2 10 3 De meetonzekerheid, bij 95% betrouwbaarheid van de in de buitenlucht gemeten waarden, voor PMis ten hoogste 25% voor een 24-uurgemiddelde waarde van 50 µg/m. 3 Op het bepalen van de meetonzekerheid is NEN-EN 14907 van toepassing. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.26 — Artikel 12.26 10 (PM: gemiddelden)#
Artikel 12.26 10 (PM: gemiddelden) 1 10 Per monitoringspunt voor het meten van de concentratie van PMworden 24-uurgemiddelde concentraties bepaald. 2 Er wordt een 24-uurgemiddelde bepaald als: a. per etmaal ten minste achttien uur bemonsterd is; of b. artikel 2.5, eerste lid, aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving op grond van de beschikbare uurgemiddelde concentraties aannemelijk is dat de omgevingswaarde, bedoeld in, wordt of zal worden overschreden. 3 Het aantal gevalideerde 24-uurgemiddelde concentraties per kalenderjaar is ten minste 90%. 4 artikel 2.5, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving Op grond van de beschikbare 24-uurgemiddelde concentraties wordt bepaald of aannemelijk is dat de omgevingswaarden, bedoeld in, wordt of zullen worden overschreden. 5 artikel 12.25, tweede lid 24-uurgemiddelde concentraties waarvan aannemelijk is dat de afwijking ten opzichte van de werkelijke concentratie groter is dan bepaald in, worden niet gebruikt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.27 — Artikel 12.27 10 (PM: zeezoutcorrectie)#
Artikel 12.27 10 (PM: zeezoutcorrectie) 1 10 10 artikel 2.5, eerste lid, aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving bijlage XXIII Als de gemeten 24-uurgemiddelde concentratie PMmeer dan 35 maal per kalenderjaar de omgevingswaarde voor PM, bedoeld in, overschrijdt, wordt het aantal overschrijdingen verminderd met het aantal overschrijdingen, bedoeld in, onder A, in de daarbij aangegeven provincie. 2 10 10 artikel 2.5, eerste lid, aanhef en onder b, van het Besluit kwaliteit leefomgeving bijlage XXIII Als de gemeten kalenderjaargemiddelde concentratie PMhoger is dan de omgevingswaarde voor PM, bedoeld in, wordt de gemeten concentratie verminderd met het aantal microgram per kubieke meter, bedoeld in, onder B, in de daarbij aangegeven gemeente. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.28 — Artikel 12.28 2,5 (PM: meetmethode)#
Artikel 12.28 2,5 (PM: meetmethode) 1 2,5 Op het bemonsteren en het meten van de concentratie van PMis NEN-EN 12341 van toepassing. 2 2,5 3 De meetonzekerheid, bij 95% betrouwbaarheid van de in de buitenlucht gemeten waarden, voor PMis ten hoogste 25% voor een jaargemiddelde waarde van 25 µg/m. 3 Op het bepalen van de meetonzekerheid is NEN-EN 12341 van toepassing. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.29 — Artikel 12.29 2,5 (meting PM: gemiddelden)#
Artikel 12.29 2,5 (meting PM: gemiddelden) 1 2,5 Per monitoringspunt voor het meten van de concentratie van PMworden 24-uurgemiddelde concentraties bepaald. 2 Er wordt een 24-uurgemiddelde concentratie bepaald als per etmaal ten minste achttien uur bemonsterd is. 3 Het aantal gevalideerde 24-uurgemiddelde concentraties per kalenderjaar is ten minste 90%. 4 artikel 2.5, tweede lid, onder a en c, van het Besluit kwaliteit leefomgeving Op grond van de beschikbare 24-uurgemiddelde concentraties wordt bepaald of de omgevingswaarden, bedoeld in, worden of zullen worden overschreden. 5 artikel 12.28, tweede lid 24-uurgemiddelde concentraties waarvan aannemelijk is dat de afwijking ten opzichte van de werkelijke concentratie groter is dan bepaald in, worden niet gebruikt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.30 — Artikel 12.30 (lood: meetmethode)#
Artikel 12.30 (lood: meetmethode) 1 Op het bemonsteren van de concentratie van lood is NEN-EN 12341 van toepassing. 2 Op het meten van de concentratie van lood is NEN-EN 14902 van toepassing. 3 3 De meetonzekerheid, bij 95% betrouwbaarheid van de in de buitenlucht gemeten waarden, voor lood is ten hoogste 50% voor een 24-uurgemiddelde waarde van 0,5 µg/m. 4 Op het bepalen van de meetonzekerheid is NEN-EN 14902 van toepassing. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.31 — Artikel 12.31 (lood: gemiddelden)#
Artikel 12.31 (lood: gemiddelden) 1 Per monitoringspunt voor het meten van de concentratie van lood worden gedurende ten minste 14% van de tijd in een kalenderjaar concentraties bepaald. De metingen vinden gelijkmatig over het kalenderjaar gespreid plaats. 2 Het aantal gevalideerde meetwaarden per kalenderjaar is ten minste 90%. 3 artikel 12.30, derde lid Meetresultaten waarvan aannemelijk is dat de afwijking ten opzichte van de werkelijke concentratie groter is dan bepaald in, worden niet gebruikt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.32 — Artikel 12.32 (koolmonoxide: meetmethode)#
Artikel 12.32 (koolmonoxide: meetmethode) 1 Op het bemonsteren en het meten van de concentratie van koolmonoxide is NEN-EN 14626 van toepassing. 2 3 De meetonzekerheid, bij 95% betrouwbaarheid van de in de buitenlucht gemeten waarden, voor koolmonoxide is ten hoogste 15% voor een acht-uurgemiddelde waarde van 10.000 µg/m. 3 Op het bepalen van de meetonzekerheid is NEN-EN 14626 van toepassing. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.33 — Artikel 12.33 (koolmonoxide: gemiddelden)#
Artikel 12.33 (koolmonoxide: gemiddelden) 1 Per monitoringspunt voor het meten van de concentratie van koolmonoxide worden uurgemiddelde en acht-uurgemiddelde concentraties bepaald. 2 Er wordt een acht-uurgemiddelde concentratie berekend als ten minste zes uurgemiddelde concentraties beschikbaar zijn. 3 artikel 12.32, tweede lid Uurgemiddelde concentraties waarvan aannemelijk is dat de afwijking ten opzichte van de werkelijke concentraties groter is dan bepaald in, worden niet gebruikt. 4 Acht-uurgemiddelde concentraties worden voortschrijdend berekend uit acht achtereenvolgende uurgemiddelde concentraties. Het eerste acht-uurgemiddelde op een dag is de periode van 17.00 uur op de voorgaande dag tot 01.00 uur. Het laatste acht-uurgemiddelde op een dag is de periode van 16.00 uur tot 24.00 uur. 5 Het aantal gevalideerde uurgemiddelde concentraties per kalenderjaar is ten minste 90%. 6 artikel 2.6, derde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving Op grond van de beschikbare uurgemiddelde concentraties wordt bepaald of aannemelijk is dat de omgevingswaarde, bedoeld in, wordt of zal worden overschreden. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.34 — Artikel 12.34 (ozon: meetmethode)#
Artikel 12.34 (ozon: meetmethode) 1 Op het bemonsteren en het meten van de concentratie van ozon is NEN-EN 14625 van toepassing. 2 3 De meetonzekerheid, bij 95% betrouwbaarheid van de in de buitenlucht gemeten waarden, voor ozon is ten hoogste 15% voor een acht-uurgemiddelde waarde van 120 µg/m. 3 Op het bepalen van de meetonzekerheid is NEN-EN 14625 van toepassing. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.35 — Artikel 12.35 (ozon: uurgemiddelde concentratie)#
Artikel 12.35 (ozon: uurgemiddelde concentratie) 1 Per monitoringspunt voor het meten van de concentratie van ozon worden uurgemiddelde concentraties bepaald. 2 Er wordt een uurgemiddelde concentratie bepaald als ten minste vijfenveertig minuten meetsignalen beschikbaar zijn. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.36 — Artikel 12.36 (ozon: acht-uurgemiddelde concentratie)#
Artikel 12.36 (ozon: acht-uurgemiddelde concentratie) 1 artikel 12.35 Uit acht achtereenvolgende uurgemiddelde concentraties als bedoeld inworden acht-uurgemiddelde concentraties voortschrijdend berekend, waarbij het eerste acht-uurgemiddelde op een dag betrekking heeft op de periode van 17.00 uur op de voorgaande dag tot 1.00 uur, en het laatste acht-uurgemiddelde op een dag betrekking heeft op de periode van 16.00 uur tot 24.00 uur. 2 Er wordt een acht-uurgemiddelde concentratie berekend als in een periode van acht uur ten minste zes uurgemiddelde concentraties van ozon beschikbaar zijn. 3 Er wordt een hoogste acht-uurgemiddelde per dag bepaald als per dag ten minste achttien voortschrijdende acht-uurgemiddelden beschikbaar zijn. 4 Het aantal overschrijdingen van de acht-uurgemiddelde concentratie en de hoogste acht-uurgemiddelde concentratie per jaar wordt bepaald als voor vijf van de zes maanden in de periode van 1 april tot en met 30 september ten minste 90% van de hoogste acht-uurgemiddelde concentraties op de dagen, of ten minste 90% van de uurgemiddelde concentraties tussen 08.00 uur en 20.00 uur beschikbaar zijn. 5 artikel 2.7, eerste lid, aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving Als het drie-jaargemiddelde van het aantal overschrijdingen, bedoeld inniet kan worden bepaald op basis van een volledige en ononderbroken reeks jaargegevens, wordt gebruik gemaakt van de gegevens van ten minste één jaar. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.37 — Artikel 12.37 (ozon: AOT40)#
Artikel 12.37 (ozon: AOT40) 1 artikel 12.35 3 3 Uit de uurgemiddelde concentraties, bedoeld in, wordt voor de periode 1 mei tot en met 31 juli en de periode 1 april tot en met 30 september een AOT40-waarde berekend, zijnde het gesommeerde verschil tussen de uurgemiddelde concentraties boven de 80 µg/men 80 µg/m. 2 Er worden AOT40-waarden berekend als ten minste 90% van de uurwaarden tussen 08.00 uur en 20.00 uur in de periode van 1 mei tot en met 31 juli en in de periode van 1 april tot en met 30 september beschikbaar zijn. 3 Als ten minste 90% maar minder dan 100% van de uurwaarden tussen 08.00 uur en 20.00 uur in de periode van 1 mei tot en met 31 juli en in de periode van 1 april tot en met 30 september beschikbaar zijn, worden de AOT40-waarden bepaald door de gemeten AOT40-waarde te vermenigvuldigen met de uitkomst van het totale aantal mogelijke uren in die periodes gedeeld door het aantal gemeten uurgemiddelde concentraties. 4 artikel 2.7, eerste lid, aanhef en onder c, van het Besluit kwaliteit leefomgeving Als het vijf-jaargemiddelde van de AOT40-waarde, bedoeld inniet kan worden bepaald op basis van een volledige en ononderbroken reeks jaargegevens, wordt gebruik gemaakt van de gegevens van ten minste drie jaar. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.38 — Artikel 12.38 (concentratie arseen, cadmium en nikkel: meetmethode)#
Artikel 12.38 (concentratie arseen, cadmium en nikkel: meetmethode) 1 Op het bemonsteren van de concentratie van arseen, cadmium en nikkel is NEN-EN 12341 van toepassing. 2 Op het meten van de concentratie van arseen, cadmium en nikkel is NEN-EN 14902 van toepassing. 3 3 De meetonzekerheid, bij 95% betrouwbaarheid van de in de buitenlucht gemeten waarden, voor arseen is ten hoogste 40% voor een 24-uurgemiddelde waarde van 6 ng/m. 4 3 De meetonzekerheid, bij 95% betrouwbaarheid van de in de buitenlucht gemeten waarden, voor cadmium is ten hoogste 40% voor een 24-uurgemiddelde waarde van 5 ng/m. 5 3 De meetonzekerheid, bij 95% betrouwbaarheid van de in de buitenlucht gemeten waarden, voor nikkel is ten hoogste 40% voor een 24-uurgemiddelde waarde van 20 ng/m. 6 Op het bepalen van de meetonzekerheid is NEN-EN 12341 van toepassing. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.39 — Artikel 12.39 (concentratie arseen, cadmium en nikkel: gemiddelden)#
Artikel 12.39 (concentratie arseen, cadmium en nikkel: gemiddelden) 1 Per monitoringspunt voor het meten van de concentratie van arseen, cadmium en nikkel worden gedurende ten minste 50% van de tijd in een kalenderjaar, 24-uurgemiddelde concentraties bepaald. De metingen vinden gelijkmatig over de weekdagen en het kalenderjaar gespreid plaats. 2 Het aantal gevalideerde 24-uurgemiddelde concentraties per kalenderjaar is ten minste 90%. 3 artikel 2.8, eerste lid, onder a tot en met c, van het Besluit kwaliteit leefomgeving Op grond van de beschikbare 24-uurgemiddelde concentraties wordt bepaald of aannemelijk is dat de omgevingswaarden, bedoeld in, worden of zullen worden overschreden. 4 artikel 12.38, derde, vierde of vijfde lid 24-uurgemiddelde concentraties waarvan aannemelijk is dat de afwijking ten opzichte van de werkelijke concentratie groter is dan bepaald in, worden niet gebruikt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.40 — Artikel 12.40 (concentratie benzo(a)pyreen: meetmethode)#
Artikel 12.40 (concentratie benzo(a)pyreen: meetmethode) 1 Op het bemonsteren en het meten van de concentratie van benzo(a)pyreen is NEN-EN 15549 van toepassing. 2 De meetonzekerheid, bij 95% betrouwbaarheid van de in de buitenlucht gemeten waarden, voor benzo(a)pyreen is ten hoogste 50%. 3 Op het bepalen van de meetonzekerheid is NEN-EN 15549 van toepassing. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.41 — Artikel 12.41 (concentratie benzo(a)pyreen: gemiddelden)#
Artikel 12.41 (concentratie benzo(a)pyreen: gemiddelden) 1 Per monitoringspunt voor het meten van de concentratie van benzo(a)pyreen worden gedurende ten minste 33% van de tijd in een kalenderjaar, 24-uurgemiddelde concentraties bepaald. De metingen vinden gelijkmatig over de weekdagen en het kalenderjaar gespreid plaats. 2 Het aantal gevalideerde 24-uurgemiddelde concentraties per kalenderjaar is ten minste 90%. 3 artikel 2.8, eerste lid, onder d, van het Besluit kwaliteit leefomgeving Op grond van de beschikbare 24-uurgemiddelde concentraties wordt bepaald of aannemelijk is dat de omgevingswaarde, bedoeld in, wordt of zal worden overschreden. 4 artikel 12.40, tweede lid 24-uurgemiddelde concentraties waarvan aannemelijk is dat de afwijking ten opzichte van de werkelijke concentratie groter is dan bepaald in, worden niet gebruikt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.42 — Artikel 12.42 (concentratie andere PAK’s: meetmethode)#
Artikel 12.42 (concentratie andere PAK’s: meetmethode) 1 Op het bemonsteren en het meten van de concentratie van andere polycyclische aromatische koolwaterstoffen dan benzo(a)pyreen is NEN-EN 15549 van toepassing. 2 Op het analyseren van monsters van andere polycyclische aromatische koolwaterstoffen dan benzo(a)pyreen is NEN-EN 12341 van toepassing. 3 De meetonzekerheid, bij 95% betrouwbaarheid van de in de buitenlucht gemeten waarden, voor andere polycyclische aromatische koolwaterstoffen dan benzo(a)pyreen is ten hoogste 50%. 4 Op het bepalen van de meetonzekerheid is NEN-EN 15549 van toepassing. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.43 — Artikel 12.43 (concentratie andere PAK’s: gemiddelden)#
Artikel 12.43 (concentratie andere PAK’s: gemiddelden) 1 Per monitoringspunt voor het meten van de concentratie van andere polycyclische aromatische koolwaterstoffen dan benzo(a)pyreen worden gedurende ten minste 14% van de tijd in een kalenderjaar concentraties bepaald. De metingen vinden gelijkmatig over het kalenderjaar gespreid plaats. 2 Het aantal gevalideerde meetwaarden per kalenderjaar is ten minste 90%. 3 artikel 12.42, derde lid Meetresultaten waarvan aannemelijk is dat de afwijking ten opzichte van de werkelijke concentratie groter is dan bepaald in, worden niet gebruikt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.44 — Artikel 12.44 (depositie arseen, cadmium, nikkel: meetmethode)#
Artikel 12.44 (depositie arseen, cadmium, nikkel: meetmethode) 1 Op het meten van de totale depositie van arseen, cadmium en nikkel is NEN-EN 15841 van toepassing. 2 De meetonzekerheid, bij 95% betrouwbaarheid van de in de buitenlucht gemeten waarden, voor arseen, cadmium en nikkel is ten hoogste 70%. 3 Op het bepalen van de meetonzekerheid is NEN-EN 15841 van toepassing. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.45 — Artikel 12.45 (depositie kwik: meetmethode)#
Artikel 12.45 (depositie kwik: meetmethode) 1 Op het meten van de totale depositie van kwik is NEN-EN 15853 van toepassing. 2 De meetonzekerheid, bij 95% betrouwbaarheid van de in de buitenlucht gemeten waarden, voor kwik is ten hoogste 70%. 3 Op het bepalen van de meetonzekerheid is NEN-EN 15853 van toepassing. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.46 — Artikel 12.46 (depositie PAK’s: meetmethode)#
Artikel 12.46 (depositie PAK’s: meetmethode) 1 Op het meten van de totale depositie van polycyclische aromatische koolwaterstoffen is NEN-EN 15980 van toepassing. 2 De meetonzekerheid, bij 95% betrouwbaarheid van de in de buitenlucht gemeten waarden, voor polycyclische aromatische koolwaterstoffen is ten hoogste 70%. 3 Op het bepalen van de meetonzekerheid is NEN-EN 15980 van toepassing. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.47 — Artikel 12.47 (depositie arseen, cadmium, kwik, nikkel en PAK’s: gemiddelden)#
Artikel 12.47 (depositie arseen, cadmium, kwik, nikkel en PAK’s: gemiddelden) 1 Per monitoringspunt voor het meten van de totale depositie van arseen, cadmium, kwik, nikkel en polycyclische aromatische koolwaterstoffen worden gedurende ten minste 33% van de tijd in een kalenderjaar deposities bepaald. De metingen vinden gelijkmatig over het kalenderjaar gespreid plaats. 2 Het aantal gevalideerde meetwaarden per kalenderjaar is ten minste 90%. 3 artikelen 12.44, tweede lid 12.45, tweede lid 12.46, tweede lid Meetresultaten waarvan aannemelijk is dat de afwijking ten opzichte van de werkelijke depositie groter is dan bepaald in de,, of, worden niet gebruikt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.48 — Artikel 12.48 (monitoring luchtkwaliteit: toepassen gelijkwaardige meetmethode)#
Artikel 12.48 (monitoring luchtkwaliteit: toepassen gelijkwaardige meetmethode) 1 Er kan een andere meetmethode voor het bemonsteren en het meten van de concentratie van zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, lood, koolmonoxide, ozon, arseen, cadmium, nikkel, benzo(a)pyreen en andere polycyclische aromatische koolwaterstoffen dan benzo(a)pyreen worden toegepast dan voorgeschreven in deze paragraaf, als de resultaten daarvan gelijkwaardig zijn aan de resultaten van de in deze paragraaf voorgeschreven methoden. 2 10 2,5 Er kan een andere meetmethode voor het bemonsteren en het meten van de concentratie van PMen PMworden toegepast dan voorgeschreven in deze paragraaf als: a. artikel 12.25 12.28 de resultaten daarvan gelijkwaardig zijn aan de resultaten van de inofvoorgeschreven methoden; of b. artikel 12.25 12.28 artikel 12.25 12.28 die andere meetmethode een constante samenhang heeft met de inofvoorgeschreven methoden. Op de met deze methode verkregen resultaten wordt een correctiefactor toegepast, om resultaten te verkrijgen die gelijkwaardig zijn aan de resultaten van de inofvoorgeschreven methode. 3 Er kan een andere meetmethode voor het meten van de totale depositie van arseen, cadmium, nikkel, kwik en polycyclische aromatische koolwaterstoffen worden toegepast dan voorgeschreven in deze paragraaf, als de resultaten daarvan gelijkwaardig zijn aan de resultaten van de in deze paragraaf voorgeschreven methoden. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.49 — Artikel 12.49 (toepassingsbereik)#
Artikel 12.49 (toepassingsbereik) 10 artikelen 11.19 11.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving Deze paragraaf is van toepassing op het berekenen van de concentratie van stikstofdioxide en PMdoor de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, bedoeld in deen. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2021 34636 01-07-2021 29-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.50 — Artikel 12.50 (berekenen: rekenmethode wegen)#
Artikel 12.50 (berekenen: rekenmethode wegen) 10 Op het berekenen van de concentratie van stikstofdioxide en PMbij wegen is van toepassing: a. standaardrekenmethode luchtkwaliteit 1 als: 1°. de weg in een stedelijke omgeving ligt waarbij: i. er aan beide zijden van de weg min of meer aaneengesloten bebouwing is op een afstand van ten hoogste 60 m van de wegas, waarbij de afstand tussen wegas en gevel kleiner is dan 3 maal de hoogte van de bebouwing maar groter is dan 1,5 maal de hoogte van de bebouwing; ii. er aan beide zijden van de weg min of meer aaneengesloten bebouwing is op een afstand van ten hoogste 60 m van de weg, waarbij de afstand tussen wegas en gevel kleiner is dan 1,5 maal de hoogte van de bebouwing; iii. er aan één zijde min of meer aaneengesloten bebouwing is op een afstand van ten hoogste 60 m van de wegas, waarbij de afstand tussen wegas en gevel kleiner is dan 3 maal de hoogte van de bebouwing; of iv. er min of meer aaneengesloten bebouwing is op een afstand van ten hoogste 60 m van de wegas, anders dan bedoeld onder i tot en met iii; 2°. er niet of nauwelijks een hoogteverschil is tussen de weg en de directe omgeving; en 3°. er langs de weg geen afschermende constructies zijn; b. standaardrekenmethode luchtkwaliteit 2 als: 1°. er in de directe omgeving geen bebouwing is; of 2°. er in de directe omgeving bebouwing is, op een afstand van ten minste 3 maal de hoogte van de bebouwing; of c. bijlage XIXa een softwaremodel als bedoeld in, waarbij is aangegeven dat het kan worden toegepast voor: 1°. wegen die vallen binnen het toepassingsbereik van standaardrekenmethode luchtkwaliteit 1 of standaardrekenmethode luchtkwaliteit 2; of 2°. wegen die vallen buiten het toepassingsbereik van standaardrekenmethode luchtkwaliteit 1 en standaardrekenmethode luchtkwaliteit 2. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2021 34636 01-07-2021 29-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.51 — Artikel 12.51 (berekenen: locatie monitoringspunten representatieve blootstelling wegen)#
Artikel 12.51 (berekenen: locatie monitoringspunten representatieve blootstelling wegen) 10 Een monitoringspunt voor het berekenen van de concentratie van stikstofdioxide en PMbij wegen ligt: a. op een locatie die representatief is voor de kwaliteit van de buitenlucht van een straatsegment met een lengte van ten minste 100 m; b. ten minste 25 m van de rand van grote kruispunten, waarbij de verkeersstroom onderbroken wordt en de uitstoot verschilt ten opzichte van het overige gedeelte van de weg; c. ten hoogste 10 m van de wegrand; en d. op een locatie waar de hoogste concentratie voorkomt waaraan de bevolking wel of niet rechtstreeks kan worden blootgesteld voor een periode die in vergelijking met de middelingstijd van de omgevingswaarde significant is. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.52 — Artikel 12.52 (berekenen: invoergegevens wegen)#
Artikel 12.52 (berekenen: invoergegevens wegen) 1 10 Voor het berekenen van de concentratie van stikstofdioxide en PMbij wegen wordt gebruik gemaakt van: a. bijlage XX grootschalige concentratiegegevens, grootschalige dubbeltellingcorrectiegegevens, meteorologische gegevens en gegevens over de terreinruwheid als bedoeld in; b. bijlage XXI de emissiefactoren van voertuigen, bedoeld in; en c. gegevens die standaardrekenmethode luchtkwaliteit 1 of standaardrekenmethode luchtkwaliteit 2 vereist over: 1°. de kenmerken van de weg; 2°. het aantal en type motorvoertuigen dat gebruik maakt van de weg; 3°. de gemiddelde snelheid en wisselingen in de snelheid van het verkeer over de weg; en 4°. de directe omgeving van de weg. 2 Op het geschikt maken voor het gebruik van de gegevens voor standaardrekenmethode luchtkwaliteit 2 is PreSRM van toepassing. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.53 — Artikel 12.53 (berekenen: rekenmethode veehouderij)#
Artikel 12.53 (berekenen: rekenmethode veehouderij) 10 artikel 3.200, eerste lid, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving Op het berekenen van de concentratie van stikstofdioxide en PMbij het exploiteren van een ippc-installatie voor het houden van pluimvee of varkens, bedoeld in, of bij het houden van landbouwhuisdieren, bedoeld in artikel 3.200, eerste lid, onder b, van dat besluit, is van toepassing: a. standaardrekenmethode luchtkwaliteit 3, in een geval dat valt binnen het toepassingsbereik van die rekenmethode; of b. bijlage XIXa een softwaremodel als bedoeld in, waarbij is aangegeven dat het kan worden toegepast voor: 1°. milieubelastende activiteiten die vallen binnen het toepassingsbereik van standaardrekenmethode luchtkwaliteit 3; of 2°. milieubelastende activiteiten die vallen buiten het toepassingsbereik van standaardrekenmethode luchtkwaliteit 3. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2021 34636 01-07-2021 29-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.54 — Artikel 12.54 (berekenen: locatie monitoringspunten representatieve blootstelling veehouderij)#
Artikel 12.54 (berekenen: locatie monitoringspunten representatieve blootstelling veehouderij) 1 10 artikel 3.200, eerste lid, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving Een monitoringspunt voor het berekenen van de concentratie van stikstofdioxide en PMbij het exploiteren van een ippc-installatie voor het houden van pluimvee of varkens, bedoeld in, of bij het houden van landbouwhuisdieren, bedoeld in artikel 3.200, eerste lid, onder b, van dat besluit, ligt: a. buiten de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; b. op een locatie waar de hoogste concentratie voorkomt waaraan de bevolking wel of niet rechtstreeks kan worden blootgesteld voor een periode die in vergelijking met de middelingstijd van de omgevingswaarde significant is of op een andere locatie die representatief is voor de blootstelling van de bevolking als geheel; en c. op een locatie waar het meten van zeer kleine micromilieus in de directe omgeving wordt voorkomen, waaraan in ieder geval wordt voldaan als een monitoringspunt representatief is voor de kwaliteit van de buitenlucht: 1°. van een locatie van ten minste 250 m bij 250 m die sterk door industriële bronnen wordt beïnvloed; en 2°. van een locatie van enkele vierkante kilometers in stedelijk gebied. 2 Ten minste één monitoringspunt ligt benedenwinds van de activiteit in het meest dichtbij gelegen woongebied. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.55 — Artikel 12.55 (berekenen: invoergegevens veehouderij)#
Artikel 12.55 (berekenen: invoergegevens veehouderij) 1 10 Voor het berekenen van de concentratie van stikstofdioxide en PMwordt gebruik gemaakt van: a. bijlage XX grootschalige concentratiegegevens, grootschalige dubbeltellingcorrectiegegevens, meteorologische gegevens en gegevens over de terreinruwheid, bedoeld in; b. gegevens die standaardrekenmethode luchtkwaliteit 3 vereist over: 1°. de fysieke kenmerken van de bron; 2°. de kenmerken van de emissie; en 3°. de kenmerken van de directe omgeving van de milieubelastende activiteit. 2 Op het geschikt maken voor het gebruik van de gegevens is PreSRM van toepassing. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.56 — Artikel 12.56 10 (berekenen PM: zeezoutcorrectie)#
Artikel 12.56 10 (berekenen PM: zeezoutcorrectie) 1 10 10 artikel 2.5, eerste lid, aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving bijlage XXIII Als de berekende 24-uurgemiddelde concentratie PMmeer dan 35 maal per kalenderjaar de omgevingswaarde voor PM, bedoeld in, overschrijdt, wordt het aantal overschrijdingen verminderd met het aantal overschrijdingen, bedoeld in, onder A, in de daarbij aangegeven provincie. 2 10 10 artikel 2.5, eerste lid, aanhef en onder b, van het Besluit kwaliteit leefomgeving bijlage XXIII Als de berekende kalenderjaargemiddelde concentratie PMhoger is dan de omgevingswaarde voor PM, bedoeld in, wordt de berekende concentratie verminderd met het aantal microgram per kubieke meter, bedoeld in, onder B, in de daarbij aangegeven gemeente. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.57 — Artikel 12.57 (berekenen: afronding)#
Artikel 12.57 (berekenen: afronding) De berekende concentratie of het berekende aantal overschrijdingen wordt afgerond op hele getallen, waarbij een halve eenheid wordt afgerond naar het meest dichtbij gelegen even getal. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.58 — Artikel 12.58 (verslaglegging)#
Artikel 12.58 (verslaglegging) 1 10 artikel 10.29, derde lid, van het Omgevingsbesluit De resultaten van het vaststellen van de concentratie van stikstofdioxide en PMworden vastgelegd in het verslag, bedoeld in. 2 Het verslag bevat: a. een vermelding van alle gegevens die zijn gebruikt, een toelichting en onderbouwing over de totstandkoming en de kwaliteit van die gegevens en van de wijze van invoer daarvan; b. een vermelding van de waarden van de concentraties op de monitoringspunten; c. artikel 12.50 een verantwoording van de toegepaste rekenmethode voor het berekenen van de concentratie bij wegen en een motivering dat die situatie valt binnen het toepassingsbereik van die rekenmethode, bedoeld in; d. artikel 3.200, eerste lid, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 12.53 een verantwoording van de toegepaste rekenmethode voor het berekenen van de concentratie bij het exploiteren van een ippc-installatie voor het houden van pluimvee of varkens, bedoeld in, of bij het houden van landbouwhuisdieren, bedoeld in artikel 3.200, eerste lid, onder b, van dat besluit, en een motivering dat die situatie valt binnen het toepassingsbereik van die rekenmethode, bedoeld in. 3 artikel 12.51 Als gebruik is gemaakt van een monitoringspunt op meer dan 10 m van de wegrand of meer dan 25 m van de rand van grote kruispunten als bedoeld in, bevat het verslag een motivering daarvan en een toelichting op de gebruikte afstand. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.58a — Artikel 12.58a (monitoring afwijkende omgevingswaarden)#
Artikel 12.58a (monitoring afwijkende omgevingswaarden) artikelen 2.3 tot en met 2.8 van het Besluit kwaliteit leefomgeving paragrafen 12.2.1.2 12.2.1.3 Als bij omgevingsplan of omgevingsverordening een afwijkende omgevingswaarde wordt vastgesteld die strenger is dan een omgevingswaarde voor de kwaliteit van de buitenlucht als bedoeld in de, zijn op de monitoring daarvan de regels in deenvan overeenkomstige toepassing. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.59 — Artikel 12.59 (toepassingsbereik)#
Artikel 12.59 (toepassingsbereik) artikel 11.43 van het Besluit kwaliteit leefomgeving artikel 2.19 van dat besluit Deze paragraaf is van toepassing op de monitoring, bedoeld in, voor de omgevingswaarde voor zwemlocaties, bedoeld in. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2021 34636 01-07-2021 29-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.60 — Artikel 12.60 (monitoring omgevingswaarde zwemlocaties: locatie meetpunten)#
Artikel 12.60 (monitoring omgevingswaarde zwemlocaties: locatie meetpunten) De monitoringspunten liggen op locaties waar: a. de meeste zwemmers worden verwacht; of b. artikel 3.6 van het Besluit kwaliteit leefomgeving volgens het zwemwaterprofiel, bedoeld in, het grootste risico van verontreiniging wordt verwacht. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.61 — Artikel 12.61 (monitoring omgevingswaarde zwemlocaties: frequentie)#
Artikel 12.61 (monitoring omgevingswaarde zwemlocaties: frequentie) 1 De monitoring wordt eenmaal kort voor het begin van het badseizoen uitgevoerd en vindt vervolgens gedurende het badseizoen ten minste eenmaal per maand plaats. 2 artikel 12.67 De frequentie van de monitoring is zo hoog als nodig is om het aantal monsters, bedoeld in, te verzamelen. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.62 — Artikel 12.62 (monitoring omgevingswaarde zwemlocaties: tijdschema)#
Artikel 12.62 (monitoring omgevingswaarde zwemlocaties: tijdschema) 1 Voor het begin van elk badseizoen stelt de beheerder van het oppervlaktewaterlichaam een tijdschema voor monitoring vast. 2 De monitoring wordt telkens binnen vier dagen na de in het tijdschema aangegeven datum uitgevoerd. 3 De uitvoering van het tijdschema voor monitoring kan worden onderbroken wanneer de zwemwaterkwaliteit wordt beïnvloed door een situatie die zich naar verwachting gemiddeld niet meer dan eens in de vier jaar zal voordoen. De uitvoering van het tijdschema wordt hervat na afloop van de situatie. 4 Ter compensatie van de periode waarin geen monsters zijn genomen, worden zo spoedig mogelijk nieuwe monsters genomen. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.63 — Artikel 12.63 (monitoring omgevingswaarde zwemlocaties: methode)#
Artikel 12.63 (monitoring omgevingswaarde zwemlocaties: methode) Op het meten van de percentielwaarden bacteriën op zwemlocaties is van toepassing: a. voor intestinale enterokokken: NEN-EN-ISO 7899-1 of NEN-EN-ISO 7899-2; b. voor escherichia coli: NEN-EN-ISO 9308-3. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2023 26205 19-09-2023 14-09-2023 2023-0000568411 2023 26454 02-10-2023 26-09-2023 2023-0000589458 01-01-2024
Artikel 12.64 — Artikel 12.64 (monitoring omgevingswaarde zwemlocaties: behandeling monsters)#
Artikel 12.64 (monitoring omgevingswaarde zwemlocaties: behandeling monsters) Het steriliseren van monsterflessen, het nemen van monsters en het bewaren en vervoeren van monsters voor analyse vindt plaats in overeenstemming met bijlage V bij de zwemwaterrichtlijn. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.65 — Artikel 12.65 (monitoring omgevingswaarde zwemlocaties: toepassen gelijkwaardige methode of werkwijze)#
Artikel 12.65 (monitoring omgevingswaarde zwemlocaties: toepassen gelijkwaardige methode of werkwijze) artikelen 12.63 12.64 In afwijking van deenkan een andere methode of een andere werkwijze worden toegepast, als het resultaat daarvan gelijkwaardig is aan het resultaat van de in de bijlagen I en V bij de zwemwaterrichtlijn voorgeschreven methoden en werkwijzen. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.66 — Artikel 12.66 (beoordeling gegevens monitoring omgevingswaarde zwemlocaties: zwemwaterkwaliteitsbeoordeling)#
Artikel 12.66 (beoordeling gegevens monitoring omgevingswaarde zwemlocaties: zwemwaterkwaliteitsbeoordeling) 1 Na afloop van elk badseizoen wordt in overeenstemming met bijlage II bij de zwemwaterrichtlijn een zwemwaterkwaliteitsbeoordeling uitgevoerd. 2 De zwemwaterkwaliteitsbeoordeling wordt gebaseerd op de gegevens die bij de monitoring van de omgevingswaarde voor zwemlocaties zijn verzameld gedurende een periode bestaande uit: a. het zojuist ten einde gelopen badseizoen en de drie voorgaande badseizoenen; of b. alleen de drie voorgaande badseizoenen, als: 1°. de zwemlocatie minder dan vier badseizoenen geleden is aangewezen; of 2°. artikel 12.70 wijzigingen zijn opgetreden die de indeling van de zwemlocatie op grond vanzullen of redelijkerwijs zullen beïnvloeden. 3 De periode, bedoeld in het tweede lid, kan eenmaal in de vijf jaar worden gewijzigd in een periode bestaande uit de drie of vier voorgaande badseizoenen. 4 Als er wijzigingen zijn opgetreden die de indeling van de zwemlocatie zullen of redelijkerwijs zullen beïnvloeden, dan wordt de zwemwaterkwaliteitsbeoordeling gebaseerd op gegevens die zijn verzameld nadat de wijzigingen zijn opgetreden. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.67 — Artikel 12.67 (beoordeling gegevens monitoring omgevingswaarde zwemlocaties: hoeveelheid monsters)#
Artikel 12.67 (beoordeling gegevens monitoring omgevingswaarde zwemlocaties: hoeveelheid monsters) De zwemwaterkwaliteitsbeoordeling vindt plaats aan de hand van: a. ten minste 16 monsters; of b. ten minste 12 monsters, als sprake is van een omstandigheid als bedoeld in bijlage IV, punt 2, bij de zwemwaterrichtlijn. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.68 — Artikel 12.68 (beoordeling gegevens monitoring omgevingswaarde zwemlocaties: vervangen monsters kortstondige verontreiniging)#
Artikel 12.68 (beoordeling gegevens monitoring omgevingswaarde zwemlocaties: vervangen monsters kortstondige verontreiniging) artikel 12.66 Bij de zwemwaterkwaliteitsbeoordeling, bedoeld in, kunnen tijdens een kortstondige zwemwaterverontreiniging genomen monsters buiten beschouwing worden gelaten. Deze monsters worden vervangen door in overeenstemming met bijlage IV, punt 4, bij de zwemwaterrichtlijn genomen monsters. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.69 — Artikel 12.69 (beoordeling gegevens monitoring omgevingswaarde zwemlocaties: onderverdeling of groepering)#
Artikel 12.69 (beoordeling gegevens monitoring omgevingswaarde zwemlocaties: onderverdeling of groepering) 1 artikel 12.66 De beheerder van het oppervlaktewaterlichaam kan voor de zwemwaterkwaliteitsbeoordeling, bedoeld in, de zwemlocaties onderverdelen of groeperen. 2 Zwemlocaties kunnen alleen worden gegroepeerd als zij: a. aangrenzend zijn; b. artikel 12.66 tijdens de vier voorgaande jaren op dezelfde wijze zijn beoordeeld op grond van; en c. artikel 3.6 van het Besluit kwaliteit leefomgeving een zwemwaterprofiel als bedoeld invertonen met gemeenschappelijke risicofactoren of zonder risicofactoren. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.70 — Artikel 12.70 (beoordeling gegevens monitoring omgevingswaarde zwemlocaties: indeling in kwaliteitsklassen)#
Artikel 12.70 (beoordeling gegevens monitoring omgevingswaarde zwemlocaties: indeling in kwaliteitsklassen) 1 Om te bepalen of wordt voldaan aan de omgevingswaarde voor zwemlocaties, deelt de beheerder van het oppervlaktewaterlichaam na afloop van het badseizoen de zwemlocatie in een van de volgende klassen in: a. slecht; b. aanvaardbaar; c. goed; d. uitstekend. 2 Indeling vindt plaats in overeenstemming met de uitkomst van de zwemwaterkwaliteitsbeoordeling en de eisen gesteld in bijlage II bij de zwemwaterrichtlijn. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.71 — Artikel 12.71 (monitoring afwijkende omgevingswaarden)#
Artikel 12.71 (monitoring afwijkende omgevingswaarden) artikel 2.19 van het Besluit kwaliteit leefomgeving paragraaf 12.2.2.1 Als bij omgevingsverordening een afwijkende omgevingswaarde wordt vastgesteld die strenger is dan de omgevingswaarde voor de kwaliteit van een zwemlocatie, bedoeld in, zijn voor de monitoring daarvan de regels invan toepassing. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.71a — Artikel 12.71a (toepassingsbereik)#
Artikel 12.71a (toepassingsbereik) Deze paragraaf is van toepassing op: a. artikel 11.45 van het Besluit kwaliteit leefomgeving het berekenen van het geluid op geluidreferentiepunten voor de monitoring van geluidproductieplafonds als omgevingswaarden, bedoeld in; b. den den artikel 11.47 van dat besluit het bepalen van de geluidemissie in Len het verschil tussen de geluidemissie in Len de basisgeluidemissie, bedoeld in; c. den night artikel 11.53 van dat besluit het berekenen van de geluidbelasting Len de geluidbelasting Lbij het vaststellen van geluidbelastingkaarten, bedoeld in. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2021 15868 26-03-2021 19-03-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2023 26205 19-09-2023 14-09-2023 2023-0000568411 2023 26454 02-10-2023 26-09-2023 2023-0000589458 01-01-2024
Artikel 12.71b — Artikel 12.71b (methode berekenen geluidbelasting)#
Artikel 12.71b (methode berekenen geluidbelasting) night Op het berekenen van de geluidbelasting Lden en de geluidbelasting Lis van toepassing: a. bijlage XXXIII voor geluidbelasting afkomstig van wegen en spoorwegen: de meet- en rekenmethoden opgenomen in; b. bijlage XXXIII voor geluidbelasting afkomstig van activiteiten of een samenstel van activiteiten: de meet- en rekenmethoden opgenomen in; en c. Richtlijn 2015/996 Richtlijn 2002/49/EG voor geluidbelasting afkomstig van luchthavens: de hoofdstukken 2.6 tot en met 4 van de bijlage Bepalingsmethoden voor de geluidsbelastingsindicatoren bij/EU van de Commissie van 19 mei 2015 tot vaststelling van gemeenschappelijke bepalingsmethoden voor lawaai overeenkomstigvan het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2012 inzake de evaluatie en beheersing van omgevingslawaai (PbEU 2015, L 168). 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2021 15868 26-03-2021 19-03-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.71c — Artikel 12.71c (berekenen: geluid op geluidreferentiepunten voor monitoring)#
Artikel 12.71c (berekenen: geluid op geluidreferentiepunten voor monitoring) 1 artikel 11.45 van het Besluit kwaliteit leefomgeving artikelen 3.14, eerste lid, aanhef en onder b en d, vierde en vijfde lid 3.21, eerste lid, aanhef en onder b Op het berekenen van het geluid op geluidreferentiepunten, bedoeld in, zijn deen, van toepassing. 2 Het geluid wordt bepaald over een kalenderjaar. 2021 15868 26-03-2021 19-03-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2022 26085 28-09-2022 23-09-2022 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.71d — Artikel 12.71d den den (bepalen: geluidemissie in Len verschil tussen geluidemissie in Len basisgeluidemissie)#
Artikel 12.71d den den (bepalen: geluidemissie in Len verschil tussen geluidemissie in Len basisgeluidemissie) 1 den artikel 11.47, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving bijlage IVd De geluidemissie in L, bedoeld in, van gemeentewegen, waterschapswegen en lokale spoorwegen, voor zover deze niet bij omgevingsverordening zijn aangewezen, in een kalenderjaar wordt berekend volgensen afgerond op één decimaal. 2 den den bijlage IVe Bij het schatten van het verschil tussen de geluidemissie in Len de basisgeluidemissie wordt de geluidemissie in Lgeacht niet hoger te zijn dan de basisgeluidemissie vermeerderd met 1,5 dB, als wordt onderbouwd dat het verkeer in het kalenderjaar per categorie motorvoertuigen als bedoeld inmet minder dan 40% is toegenomen ten opzichte van de basisgeluidemissie bij omstandigheden die voor de geluidemissie gelijkwaardig of beter zijn. Bij die onderbouwing worden in ieder geval de wegverharding, samenstelling van het verkeer en maximumsnelheid meegenomen. 3 Als geen ruimtelijke ontwikkelingen, veranderingen aan de infrastructuur of veranderingen in verkeersstromen hebben plaatsgevonden, kan in afwijking van het tweede lid, in plaats van een onderbouwing een kwalitatieve beschrijving worden gegeven. 2021 15868 26-03-2021 19-03-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.71e — Artikel 12.71e (Informatiemodel Geluid)#
Artikel 12.71e (Informatiemodel Geluid) Gegevens voor het geluidregister worden aangeleverd met het Informatiemodel Geluid. 2021 15868 26-03-2021 19-03-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.71f — Artikel 12.71f (coördinaten geluidreferentiepunt)#
Artikel 12.71f (coördinaten geluidreferentiepunt) artikel 11.51, derde lid, onder a, onder 3°, van het Besluit kwaliteit leefomgeving In het geluidregister is de ligging van het geluidreferentiepunt, bedoeld inuitgedrukt in coördinaten in het stelsel van de Rijksdriehoeksmeting. 2021 15868 26-03-2021 19-03-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.72 — Artikel 12.72 (geluidbelastingkaarten algemeen)#
Artikel 12.72 (geluidbelastingkaarten algemeen) 1 Een geluidbelastingkaart bestaat in ieder geval uit tabellen en uit een of meer geografische kaarten en bevat een overzicht van de belangrijkste punten van die kaart. 2 De tabellen worden ingedeeld in de volgende geluidbelastingklassen: a. den voor geluidbelasting L: 55–59, 60–64, 65–69, 70–74, en groter dan of gelijk aan 75 dB; en b. night voor geluidbelasting L: 50–54, 55–59, 60–64, 65–69, en groter dan of gelijk aan 70 dB. 3 Een geografische kaart bevat een legenda waarin wordt verklaard hoe de informatie op die kaart is weergegeven. 4 artikel 11.50, tweede en derde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving Geografische kaarten voor de luchthavens, bedoeld in, worden weergegeven op een schaal van 1:50.000. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2021 15868 26-03-2021 19-03-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.72a — Artikel 12.72a (verplicht digitaal informatieuitwisselingsmechanisme: geluidbelastingkaart)#
Artikel 12.72a (verplicht digitaal informatieuitwisselingsmechanisme: geluidbelastingkaart) 1 artikel 10.50, derde lid, van het Omgevingsbesluit Het elektronisch beschikbaar stellen van een geluidbelastingkaart, bedoeld in, geschiedt in overeenstemming met het verplicht digitaal informatieuitwisselingsmechanisme dat door de Europese Commissie op 11 november 2021 is vastgesteld op grond van artikel 10, tweede lid, van de richtlijn omgevingslawaai, in samenhang met de bijlagen IV, onder 9, en VI, onder 3, bij die richtlijn. 2 De geluidbelastingkaarten worden beschikbaar gesteld met gebruikmaking van: a. www.geluidgegevens.nl een elektronische voorziening die door Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat beschikbaar wordt gesteld op; en b. www.iplo.nl het datamodel dat door het European Environmental Agency beschikbaar wordt gesteld op. 2022 26085 28-09-2022 23-09-2022 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.72b — Artikel 12.72b (verplicht digitaal informatieuitwisselingsmechanisme: actieplan geluid)#
Artikel 12.72b (verplicht digitaal informatieuitwisselingsmechanisme: actieplan geluid) 1 artikel 10.9 van de Omgevingsbesluit Het aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat verstrekken van een actieplan geluid, bedoeld in, geschiedt in overeenstemming met het verplicht digitaal informatieuitwisselingsmechanisme, dat door de Europese Commissie op 11 november 2021 is vastgesteld op grond van artikel 10, tweede lid, van de richtlijn omgevingslawaai, in combinatie met Bijlage IV, onderdeel 9 en Bijlage VI, onderdeel 3, van die richtlijn. 2 De actieplannen geluid worden beschikbaar gesteld met gebruikmaking van: a. www.geluidgegevens.nl een elektronische voorziening die door Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat beschikbaar wordt gesteld op; en b. www.iplo.nl het datamodel dat door het European Environmental Agency beschikbaar wordt gesteld op. 2022 26085 28-09-2022 23-09-2022 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.73 — Artikel 12.73 (toepassingsbereik)#
Artikel 12.73 (toepassingsbereik) artikel 11.53, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving artikel 2.40 Deze paragraaf is van toepassing op geluidbelastingkaarten als bedoeld invoor een agglomeratie als bedoeld in. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2021 15868 26-03-2021 19-03-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2023 26205 19-09-2023 14-09-2023 2023-0000568411 2023 26454 02-10-2023 26-09-2023 2023-0000589458 01-01-2024
Artikel 12.74 — Artikel 12.74 (geluidbelastingkaarten voor agglomeraties: tabellen)#
Artikel 12.74 (geluidbelastingkaarten voor agglomeraties: tabellen) 1 In de tabellen van een geluidbelastingkaart voor een agglomeratie worden per geluidbelastingklasse weergegeven: a. het aantal geluidgevoelige gebouwen dat is blootgesteld aan: 1°. den een geluidbelasting Ldie groter is dan, of gelijk is aan 55, 60, 65, 70 en 75 dB; en 2°. night een geluidbelasting Ldie groter is dan, of gelijk is aan 50, 55, 60, 65 en 70 dB; b. het aantal bewoners van de geluidgevoelige gebouwen, bedoeld onder a, die woningen zijn; en c. wet Wet milieubeheer Wet geluidhinder Woningwet Wet luchtvaart voor zover beschikbaar, het aantal woningen dat op grond van de, de, de, deof deis voorzien van extra geluidwering. 2 Het aantal bewoners, bedoeld in het eerste lid, onder b, wordt bepaald overeenkomstig de gemiddelde huishoudengrootte volgens de meest recente publicatie van het Centraal Bureau voor de Statistiek. 3 De aantallen, bedoeld in het eerste lid, onder a en b, worden afgerond op honderdtallen. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2021 15868 26-03-2021 19-03-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.75 — Artikel 12.75 (geluidbelastingkaarten voor agglomeraties: geografische kaarten)#
Artikel 12.75 (geluidbelastingkaarten voor agglomeraties: geografische kaarten) Op geografische kaarten van de geluidbelastingkaarten voor een agglomeratie worden verbeeld: a. de grenzen van de gemeente; en b. artikelen 4.23, tweede lid 4.24, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving de grenzen van de stille gebieden, bedoeld in de, en, binnen de gemeente. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.76 — Artikel 12.76 (verbeelding van wegen en spoorwegen op geografische kaarten)#
Artikel 12.76 (verbeelding van wegen en spoorwegen op geografische kaarten) artikel 11.50, eerste lid, onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving Wegen en spoorwegen als bedoeld inworden op geografische kaarten weergegeven door verbeelding van: a. de ligging van de wegen en spoorwegen; b. den night de geluidbelasting Len geluidbelasting Ldoor de betrokken categorie van geluidbronnen, door: 1°. den contouren, die liggen binnen de gemeente, die overeenkomen met een geluidbelasting Lvan 55, 60, 65, 70 en 75 dB; en 2°. night contouren, die liggen binnen de gemeente, die overeenkomen met een geluidbelasting Lvan 50, 55, 60, 65 en 70 dB; en c. de geluidgevoelige gebouwen die liggen binnen de contouren, bedoeld onder b. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2021 15868 26-03-2021 19-03-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.77 — Artikel 12.77 (verbeelding van luchthavens op geografische kaarten)#
Artikel 12.77 (verbeelding van luchthavens op geografische kaarten) 1 artikel 11.50, eerste lid, onder b, van het Besluit kwaliteit leefomgeving Luchthavens als bedoeld inworden op geografische kaarten weergegeven door verbeelding van: a. de ligging van de luchthaven; b. hoofdstuk 8 artikel 10.17 van de Wet luchtvaart een beperkingengebied als bedoeld inof; c. de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting door de luchthaven, door: 1°. den contouren, die liggen buiten de luchthaven, die overeenkomen met een geluidbelasting Lvan 55, 60, 65, 70 en 75 dB; en 2°. night contouren, die liggen buiten de luchthaven, die overeenkomen met een geluidbelasting Lvan 50, 55, 60, 65 en 70 dB; en d. de geluidgevoelige gebouwen die liggen binnen de contouren, bedoeld onder c. 2 De luchthaven Schiphol wordt op geografische kaarten verbeeld door verbeelding van: a. de ligging van de luchthaven; b. de waarde of waarden van de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting; c. de punten buiten de luchthaven waar de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting door de luchthaven is bepaald; en d. de geluidgevoelige gebouwen die de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting door de luchthaven ondervinden. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2021 15868 26-03-2021 19-03-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.78 — Artikel 12.78 (verbeelding van activiteiten op industrieterreinen op geografische kaarten)#
Artikel 12.78 (verbeelding van activiteiten op industrieterreinen op geografische kaarten) artikel 11.50, eerste lid, onder c, onder 1°, van het Besluit kwaliteit leefomgeving Activiteiten op industrieterreinen als bedoeld inworden op geografische kaarten weergegeven door verbeelding van: a. de grenzen van het industrieterrein; b. artikel 3.31 van het Besluit kwaliteit leefomgeving het geluidaandachtsgebied rond een industrieterrein vastgesteld op grond van; c. de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting door de gezamenlijke activiteiten op het industrieterrein, door: 1°. den contouren, die liggen buiten het industrieterrein, die overeenkomen met een geluidbelasting Lvan 55, 60, 65, 70 en 75 dB; en 2°. night contouren, die liggen buiten het industrieterrein, die overeenkomen met een geluidbelasting Lvan 50, 55, 60, 65 en 70 dB; en d. de geluidgevoelige gebouwen die liggen binnen de contouren, bedoeld onder c. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2021 15868 26-03-2021 19-03-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.79 — Artikel 12.79 (verbeelding van activiteiten in gebieden met een hogere waarde voor geluid op geografische kaarten)#
Artikel 12.79 (verbeelding van activiteiten in gebieden met een hogere waarde voor geluid op geografische kaarten) Ar,LT artikel 11.50, eerste lid, onder c, onder 2°, van het Besluit kwaliteit leefomgeving Activiteiten in gebieden waarvoor in het omgevingsplan een hogere waarde voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau Lvan geluid is vastgesteld als bedoeld inworden op geografische kaarten weergegeven door verbeelding van: a. de grenzen van het gebied waarvoor een hogere waarde is vastgesteld; b. den night de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting Len geluidbelasting Ldoor de activiteiten op omliggende geluidgevoelige gebouwen; en c. de geluidgevoelige gebouwen die liggen binnen het gebied, bedoeld onder a. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2021 15868 26-03-2021 19-03-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.80 — Artikel 12.80 (verbeelding van individuele activiteiten op geografische kaarten)#
Artikel 12.80 (verbeelding van individuele activiteiten op geografische kaarten) artikel 12.79 den night Activiteiten buiten een gebied als bedoeld inen die meer geluid op geluidgevoelige gebouwen mogen veroorzaken dan 55 dB Lof 50 dB Lworden op geografische kaarten weergegeven door verbeelding van: a. de locatie waar de activiteit wordt verricht; b. de waarde van de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting; c. de punten buiten de begrenzing van de locatie waar de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting door de activiteit is bepaald; en d. de geluidgevoelige gebouwen die de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting door de activiteit ondervinden. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.81 — Artikel 12.81 (toepassingsbereik)#
Artikel 12.81 (toepassingsbereik) artikel 11.53, tweede en derde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving Deze paragraaf is van toepassing op geluidbelastingkaarten voor wegen, spoorwegen en luchthavens als bedoeld in. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2021 15868 26-03-2021 19-03-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2023 26205 19-09-2023 14-09-2023 2023-0000568411 2023 26454 02-10-2023 26-09-2023 2023-0000589458 01-01-2024
Artikel 12.82 — Artikel 12.82 (geluidbelastingkaarten voor belangrijke wegen, belangrijke spoorwegen en belangrijke luchthavens: tabellen)#
Artikel 12.82 (geluidbelastingkaarten voor belangrijke wegen, belangrijke spoorwegen en belangrijke luchthavens: tabellen) 1 artikel 11.50, tweede en derde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving In de tabellen van een geluidbelastingkaart worden per geluidbelastingklasse en, als het wegen of spoorwegen als bedoeld inbetreft, per gemeente, weergegeven: a. artikel 2.40 het aantal geluidgevoelige gebouwen buiten agglomeraties als bedoeld indat is blootgesteld aan: 1°. den een geluidbelasting Ldie groter is dan, of gelijk is aan 55, 60, 65, 70 en 75 dB; en 2°. night een geluidbelasting Ldie groter is dan, of gelijk is aan 50, 55, 60, 65 en 70 dB; b. het aantal bewoners van de geluidgevoelige gebouwen, bedoeld onder a, die woningen zijn; c. wet Wet milieubeheer Wet geluidhinder Woningwet Wet luchtvaart voor zover beschikbaar, een opgave van het aantal woningen dat op grond van de, de, de, deof deis voorzien van extra geluidwering; en d. 2 den een opgave van de totale oppervlakte in kmdie is blootgesteld aan een geluidbelasting Ldie hoger is dan 55, 65 en 75 dB. 2 Het aantal bewoners, bedoeld in het eerste lid, onder b, wordt bepaald overeenkomstig de gemiddelde huishoudengrootte volgens de meest recente publicatie van het Centraal Bureau voor de Statistiek. 3 De aantallen, bedoeld in het eerste lid, onder a en b, worden afgerond op honderdtallen. 4 artikel 11.50, tweede en derde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving Als een geluidbelastingkaart wordt vastgesteld voor twee of meer wegen of voor twee of meer spoorwegen als bedoeld in, kunnen de gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden aangegeven voor de gezamenlijke wegen of spoorwegen. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2021 15868 26-03-2021 19-03-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.83 — Artikel 12.83 (verbeelding van belangrijke wegen, spoorwegen en luchthavens op geografische kaarten)#
Artikel 12.83 (verbeelding van belangrijke wegen, spoorwegen en luchthavens op geografische kaarten) artikel 11.50, tweede en derde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving Wegen, spoorwegen en luchthavens als bedoeld inworden op geografische kaarten weergegeven door verbeelding van: a. de ligging van de betrokken weg, spoorweg of luchthaven met het banenstelsel; b. de geluidbelasting door de betrokken weg, spoorweg of luchthaven, aangegeven door: 1°. den contouren die overeenkomen met een geluidbelasting Lvan 55, 60, 65, 70 en 75 dB; en 2°. night contouren die overeenkomen met een geluidbelasting Lvan 50, 55, 60, 65 en 70 dB; c. de geluidgevoelige gebouwen die liggen binnen de contouren, bedoeld onder b; d. de gemeentegrenzen binnen de contouren, bedoeld onder b; e. de grenzen van agglomeraties binnen de contouren, bedoeld onder b; en f. artikelen 4.23, tweede lid 4.24, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving de grenzen van de stille gebieden, bedoeld in de, en, voor zover deze liggen: 1°. nabij de betrokken luchthaven; of 2°. binnen een afstand van 2,5 km tot de betrokken weg of spoorweg, gemeten vanaf de buitenste begrenzing van de buitenste rijstrook respectievelijk de buitenste spoorstaaf. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2021 15868 26-03-2021 19-03-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.83a — Artikel 12.83a (monitoring omgevingswaarden stikstofdepositie 2025 en 2030)#
Artikel 12.83a (monitoring omgevingswaarden stikstofdepositie 2025 en 2030) 1 artikel 2.15a, eerste lid, van de wet Dit artikel is van toepassing op de monitoring voor de omgevingswaarden voor stikstofdepositie voor 2025 en 2030, bedoeld in. 2 De monitoring vindt plaats met behulp van AERIUS Monitor. 2024 30120 23-09-2024 18-09-2024 WJZ/76703793 2024 30120 23-09-2024 18-09-2024 WJZ/76703793 01-10-2024
Artikel 12.84 — Artikel 12.84 (wetenschappelijk onderzoek van de fysieke leefomgeving door het Planbureau voor de Leefomgeving)#
Artikel 12.84 (wetenschappelijk onderzoek van de fysieke leefomgeving door het Planbureau voor de Leefomgeving) Het Planbureau voor de Leefomgeving brengt rapporten uit over: a. de ontwikkeling van de kwaliteit van het milieu; en b. de ontwikkeling van de natuur, waaronder bos, en landschappen. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2021 31421 16-06-2021 09-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 13.1 — Artikel 13.1 (toepassingsbereik)#
Artikel 13.1 (toepassingsbereik) Dit hoofdstuk is van toepassing op het berekenen van plankosten, met uitzondering van plankosten voor: a. bijlage IV, onder A1 en A10, bij het Omgevingsbesluit het verrichten van onderzoek als bedoeld in, met uitzondering van het verrichten van grondmechanisch onderzoek; b. bijlage IV, onder A10, bij het Omgevingsbesluit het voorbereiden van en toezicht houden op bodemsanering, bedoeld in; en c. artikel 13.14, eerste lid, onder b, van de wet kostensoorten als bedoeld in, die niet worden gemaakt in een gebied waar kostenverhaal van toepassing is. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2021 34636 01-07-2021 29-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 13.2 — Artikel 13.2 (berekening plankosten)#
Artikel 13.2 (berekening plankosten) 1 Het bedrag aan plankosten dat ten hoogste kan worden verhaald, is de som van: a. artikel 13.15, eerste lid, van de wet bijlage XXXIVa voor kostenverhaalsgebieden als bedoeld inwaarvoor geen tijdvak is vastgesteld: de kosten van de producten en activiteiten, genoemd in; en b. artikel 13.15, eerste lid, van de wet bijlage XXXIV voor kostenverhaalsgebieden als bedoeld inwaarvoor wel een tijdvak is vastgesteld: de kosten van de producten en activiteiten, genoemd in. 2 bijlage XXXIV XXXIVa Als voor een product of activiteit of een onderdeel daarvan inofeen invloedsfactor kostenverhaal is aangegeven, worden de kosten voor dat product of die activiteit of dat onderdeel verlaagd of verhoogd met het percentage, bedoeld in bijlage XXXIV, tabel 4, en bijlage XXXIVa, tabel 4. 3 bijlage XXXIV, tabel 4 bijlage XXXIVa, tabel 4 Als in de bijlage wordt aangegeven dat meerdere invloedsfactoren van toepassing zijn op een product, een activiteit of een onderdeel daarvan, worden de kosten voor dat product, die activiteit of dat onderdeel verlaagd of verhoogd met de som van de percentages, bedoeld in, en. 2025 42332 17-12-2025 16-12-2025 2025-00006666398 2025 42332 17-12-2025 16-12-2025 2025-00006666398 01-01-2026
Artikel 13.3 — Artikel 13.3 (afbakening plankosten)#
Artikel 13.3 (afbakening plankosten) Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder plankosten ook verstaan de kosten die voorafgaand aan het vaststellen van het omgevingsplan of het projectbesluit of het verlenen van de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit zijn gemaakt binnen de voorafgaande periode van: a. bijlage XXXIV, tabel 4 bijlage XXXIVa, tabel 4 twee jaar, als de som van de percentages, bedoeld in, en, gelijk is aan of kleiner is dan 30%; b. bijlage XXXIV, tabel 4 bijlage XXXIVa, tabel 4 drie jaar, als de som van de percentages, bedoeld in, en, ligt tussen de 30% en 50%; of c. bijlage XXXIV, tabel 4 bijlage XXXIVa, tabel 4 vier jaar, als de som van de percentages, bedoeld in, en, gelijk is aan of groter is dan 50%. 2025 42332 17-12-2025 16-12-2025 2025-00006666398 2025 42332 17-12-2025 16-12-2025 2025-00006666398 01-01-2026
Artikel 13.4 — Artikel 13.4 (evenredige toedeling kosten bij groter gebied)#
Artikel 13.4 (evenredige toedeling kosten bij groter gebied) artikel 13.14, eerste lid, onder b, van de wet bijlage XXXIV bijlage XXXIVa Voor de toepassing vanworden de plankosten, voor zover het gaat om kosten voor de producten en activiteiten als bedoeld in, tabel 1, onder 1.1a en 1.1b, en, tabel 1, onder 1.1 en 1.1a, aan een kostenverhaalsgebied toegerekend naar evenredigheid van de oppervlakte van het kostenverhaalsgebied ten opzichte van het gehele gebied waarop die kosten betrekking hebben. 2025 42332 17-12-2025 16-12-2025 2025-00006666398 2025 42332 17-12-2025 16-12-2025 2025-00006666398 01-01-2026 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet
geheel juist is.
Artikel 13.5 — Artikel 13.5 (plankosten kleine bouwactiviteiten)#
Artikel 13.5 (plankosten kleine bouwactiviteiten) 1 artikelen 13.2 tot en met 13.4 bijlage XXXIV bijlage XXXIVa In afwijking van debedraagt het bedrag aan plankosten dat ten hoogste kan worden verhaald, met uitzondering van de plankosten van de producten en activiteiten genoemd in de in, tabel 1, onder 2.3a tot en met 2.3d, en in, tabel 1, onder 2.3a tot en met 2.3d: a. 2 € 8.018 bij het bouwen van kassen met een bruto-vloeroppervlakte van niet meer dan 3.000 m; b. € 10.651 bij: 1°. bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving het bouwen van een gebouw met één woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan als bedoeld in; 2°. bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving 2 het bouwen van een hoofdgebouw voor agrarische of bedrijfsdoeleinden zonder bijeenkomstfunctie, kantoorfunctie of winkelfunctie als bedoeld in, met een bruto-vloeroppervlakte van niet meer dan 1.500 m, of een bedrijfswoning op hetzelfde perceel waarop zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegestaan; 3°. 2 bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving een uitbreiding met niet meer dan 2.000 mbruto-vloeroppervlakte van een gebouw met een industriefunctie als bedoeld in, of een uitbreiding met niet meer dan een bedrijfswoning op hetzelfde perceel waarop zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegestaan; 4°. 2 bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving een uitbreiding van een ander gebouw dan bedoeld onder 1° tot en met 3° met niet meer dan 2.000 mbruto-vloeroppervlakte of met niet meer dan een gebouw met één woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan als bedoeld in; 5°. 2 2 kassen met een bruto-vloeroppervlakte van ten minste 3.000 men niet meer dan 10.000 m; of 6°. artikel 8.13, onder e of f, van het Omgevingsbesluit een verbouwing als bedoeld in; c. 2 2 € 12.670 bij het bouwen van kassen met een bruto-vloeroppervlakte van ten minste 10.000 men niet meer dan 30.000 m. 2 Bij het bedrag, bedoeld in het eerste lid, worden opgeteld de kosten van de producten en activiteiten: a. artikel 13.15, eerste lid, van de wet bijlage XXXIVa voor kostenverhaalsgebieden waarvoor geen tijdvak als bedoeld inis vastgesteld: in, tabel 1, onder 2.3a tot en met 2.3d; en b. artikel 13.15, eerste lid, van de wet bijlage XXXIV voor kostenverhaalsgebieden waarvoor wel een tijdvak als bedoeld inis vastgesteld: in, tabel 1, onder 2.3a tot en met 2.3d. 3 artikel 13.2 Op de berekening van de kosten voor producten en activiteiten, bedoeld in het tweede lid, isis van overeenkomstige toepassing. 2025 42332 17-12-2025 16-12-2025 2025-00006666398 2025 42332 17-12-2025 16-12-2025 2025-00006666398 01-01-2026 Abusievelijk is voor het eerste lid, aanhef, een
wijzigingsopdracht geformuleerd die niet geheel juist is.
Artikel 13.6 — Artikel 13.6 (moment van opname plankosten)#
Artikel 13.6 (moment van opname plankosten) artikel 13.14, eerste lid, onder c, van de wet Bij de raming van de kosten, bedoeld in, wordt ervan uitgegaan dat het totaal van de te verhalen plankosten wordt gemaakt in het jaar waarin het omgevingsplan of het projectbesluit is vastgesteld of de kostenverhaalsbeschikking is afgegeven. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2021 34636 01-07-2021 29-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 13.7 — Artikel 13.7 (herberekening van plankosten bij eindafrekening)#
Artikel 13.7 (herberekening van plankosten bij eindafrekening) artikel 13.14, eerste lid, onder e, onder 2°, van de wet Bij de eindafrekening, bedoeld in, worden de plankosten herberekend: a. artikel 13.18, eerste lid, van de wet als de plankosten in de beschikking, bedoeld in, volgens deze afdeling zijn berekend: met toepassing van deze afdeling; en b. artikel 13.18, eerste lid, van de wet als de plankosten in de beschikking, bedoeld in, op een andere wijze zijn berekend: overeenkomstig die berekeningswijze, voor zover het totaal aan plankosten niet meer bedraagt dan het bedrag dat op grond van deze afdeling is verschuldigd. 2021 34636 01-07-2021 29-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 13.8 — Artikel 13.8 (plankosten bij zelfrealisatie)#
Artikel 13.8 (plankosten bij zelfrealisatie) 1 artikel 13.14 van de wet artikel 13.18, eerste lid, van de wet Als toepassing is gegeven aanen door de aanvrager van de beschikking, bedoeld inkosten als bedoeld in artikel 13.18, tweede lid, onder b, van de wet zijn gemaakt die in mindering worden gebracht op de verschuldigde geldsom, wordt het in mindering te brengen bedrag, voor zover het om plankosten gaat, berekend met toepassing van dit hoofdstuk. 2 De vermindering bedraagt ten hoogste: a. bijlage XXXIV 60% van de ten hoogste te verhalen kosten voor producten en activiteiten als bedoeld in, tabel 1, onder 1.1a en 1.1b; b. bijlage XXXIV 80% van de ten hoogste te verhalen kosten voor producten en activiteiten als bedoeld in, tabel 1, onder 2.3a tot en met 2.3d; en c. bijlage XXXIV 90% van de ten hoogste te verhalen kosten voor de overige producten en activiteiten, bedoeld in. 2025 42332 17-12-2025 16-12-2025 2025-00006666398 2025 42332 17-12-2025 16-12-2025 2025-00006666398 01-01-2026
Artikel 13.9 — Artikel 13.9 (jaarlijkse indexatie)#
Artikel 13.9 (jaarlijkse indexatie) 1 bijlage XXXIV bijlage XXXIVa artikel 13.5 Alle tarieven en vaste kosten in, tabellen, 1, 3 en 6, en, tabellen, 1, 3 en 6, en de bedragen, genoemd in, worden jaarlijks geïndexeerd op basis van de dan geldende salarisschalen van de Cao Gemeenten. 2 De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening maakt jaarlijks de geïndexeerde tarieven bekend in de Staatscourant. 2025 42332 17-12-2025 16-12-2025 2025-00006666398 2025 42332 17-12-2025 16-12-2025 2025-00006666398 01-01-2026
Artikel 14.1 — Artikel 14.1 (toepassingsbereik)#
Artikel 14.1 (toepassingsbereik) Deze afdeling is van toepassing op het heffen van rechten bij: a. artikel 13.1 van de wet een aanvraag om een besluit als bedoeld in; en b. artikel 161a, tweede lid, onder h en j, van het Mijnbouwbesluit de gevallen, bedoeld in. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 14.2 — Artikel 14.2 (besluiten waarvoor rechten worden geheven)#
Artikel 14.2 (besluiten waarvoor rechten worden geheven) 1 Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om de volgende besluiten waarvoor een minister het bevoegd gezag is, heft die minister rechten: a. artikel 5.1 van de wet een omgevingsvergunning als bedoeld in, met uitzondering van een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een archeologisch monument of een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een militaire luchthaven; en b. artikel 4.5 van de wet een maatwerkvoorschrift als bedoeld in, met uitzondering van maatwerkvoorschriften die betrekking hebben op een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een archeologisch monument of een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een militaire luchthaven. 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om wijziging van een besluit als bedoeld in dat lid. 3 afdeling 13.6 van de wet Geen rechten worden geheven voor de behandeling van een aanvraag waarvan de kosten op grond vanzijn of worden verhaald. 4 De Minister van Economische Zaken en Klimaat heft naast de besluiten, bedoeld in het eerste lid, rechten voor het op aanvraag verlenen, wijzigen, intrekken of beoordelen van: a. artikel 2.7 van het Besluit activiteiten leefomgeving een melding als bedoeld in; b. artikel 2.7 van het Besluit activiteiten leefomgeving een toestemming als bedoeld in; en c. artikelen 4.1117 6.47a 7.69 van het Besluit activiteiten leefomgeving gegevens en bescheiden als bedoeld in de,en. 5 artikel 18.16a 18.16b van de wet artikelen 14.41 14.41a 14.41b 14.41c 14.41d 14.41e 14.41f 14.42 14.43 14.43a 14.44 14.44a 14.45, eerste lid Als ter uitvoering van een door de Minister voor Natuur en Stikstof op grond vanofgenomen besluit een omgevingsvergunning of document benodigd is, kan hij in afwijking van de,,,,,,,,,,,, 14.44b en, van deze regeling bepalen dat geen rechten worden geheven. 6 artikel 3.74, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heft naast de besluiten, bedoeld in het eerste lid, rechten voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot aanwijzing als certificatie-instelling als bedoeld in. 2024 21620 28-06-2024 24-06-2024 2024-0000360894 2024 21620 28-06-2024 24-06-2024 2024-0000360894 01-07-2024
Artikel 14.2a — Artikel 14.2a (besluit over instemming)#
Artikel 14.2a (besluit over instemming) 1 artikel 16.16 van de wet Als de voorgenomen beslissing op een aanvraag instemming behoeft van een minister op grond van, heft die minister voor het in behandeling nemen van de aanvraag om het besluit over instemming van het bevoegd gezag rechten. 2 artikelen 14.4 tot en met 14.6 De rechten worden geheven met overeenkomstige toepassing van de bepalingen in dit hoofdstuk over het heffen van rechten voor het in behandeling nemen van de aanvraag waarop de instemming betrekking heeft, met uitzondering van de. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 14.3 — Artikel 14.3 (bepalen tarief)#
Artikel 14.3 (bepalen tarief) 1 Als een aanvraag betrekking heeft op meerdere activiteiten, is het tarief opgebouwd uit de som van de tarieven behorend bij die activiteiten. 2 Het tarief behorend bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift of bij een aanvraag om toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen is niet van toepassing als het onderwerp waarop het maatwerkvoorschrift betrekking heeft of de gelijkwaardige maatregel onderdeel is van een aanvraag om een omgevingsvergunning. 3 artikel 16.16 van de wet Als de voorgenomen beslissing op een aanvraag instemming behoeft van een ander bestuursorgaan op grond van, wordt het tarief verhoogd met het tarief dat dat bestuursorgaan voor het in behandeling nemen van de aanvraag om het besluit over instemming in rekening brengt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 14.4 — Artikel 14.4 (gereduceerd tarief)#
Artikel 14.4 (gereduceerd tarief) 1 Als het bevoegd gezag op grond van een aanvraag om een omgevingsvergunning oordeelt dat voor de voorgenomen activiteit geen omgevingsvergunning is vereist, bedraagt het tarief 15% van het oorspronkelijke tarief voor het in behandeling nemen van die aanvraag. 2 artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht Als na toepassing vaneen aanvraag buiten behandeling wordt gelaten, bedraagt het tarief 15% van het oorspronkelijke tarief voor het in behandeling nemen van die aanvraag. 3 afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht Als een aanvraag om een omgevingsvergunning of een aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvanvan toepassing is geheel of gedeeltelijk is ingetrokken, geldt voor de activiteiten waarvoor de aanvraag is ingetrokken het volgende percentage van het oorspronkelijke tarief dat bij die activiteiten behoort: a. bij gehele of gedeeltelijke intrekking binnen zes weken na de indiening van de aanvraag: 25%; b. bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf zes weken tot achttien weken na de indiening van de aanvraag: 50%; c. bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf achttien weken na de indiening van de aanvraag: 75%. 4 afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht Als een aanvraag om een omgevingsvergunning of een aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvanniet van toepassing is geheel of gedeeltelijk wordt ingetrokken, geldt voor de activiteiten waarvoor de aanvraag is ingetrokken het volgende percentage van het oorspronkelijke tarief dat bij die activiteiten behoort: a. bij gehele of gedeeltelijke intrekking binnen vier weken na indiening van de aanvraag: 25%; b. bij gehele of gedeeltelijke intrekking na vier weken en binnen zes weken na indiening van de aanvraag: 50%; of c. bij gehele of gedeeltelijke intrekking na zes weken na indiening van de aanvraag: 75%. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 14.5 — Artikel 14.5 (heffen bij beschikking)#
Artikel 14.5 (heffen bij beschikking) 1 De rechten worden geheven bij beschikking. 2 Als voor de beslissing op een aanvraag om een besluit een uurtarief is opgenomen, bevat de beschikking een begroting van de kosten. 3 Het bevoegd gezag zendt de beschikking drie weken na ontvangst van de aanvraag toe aan de aanvrager. 4 De betaling geschiedt binnen vijf weken na toezending van de beschikking. 5 De beslissing op een aanvraag om een besluit als bedoeld in deze afdeling wordt niet eerder genomen dan nadat de aanvrager het verschuldigde recht heeft betaald of nadat zekerheid tot betaling is gesteld. 6 Het tweede tot en met vijfde lid zijn niet van toepassing als de Minister van Economische Zaken en Klimaat het bevoegd gezag is. 7 artikel 13.1, eerste lid, van de wet Het tweede tot en met het vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing op aanvragen om documenten, ringen en merktekens voor dieren als bedoeld in. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2021 31421 16-06-2021 09-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 14.6 — Artikel 14.6 (terugbetaling of wijziging)#
Artikel 14.6 (terugbetaling of wijziging) 1 artikel 14.5, vijfde lid Bij de beslissing op een aanvraag om een besluit waarvoor een uurtarief is opgenomen worden teveel betaalde kosten terugbetaald. De terugbetaling wordt berekend door het bedoelde uurtarief te vermenigvuldigen met het aantal werkelijk bestede uren, verminderd met het al betaalde tarief, bedoeld in. Het teveel betaalde wordt binnen zes weken na de beslissing op de aanvraag terugbetaald. 2 artikel 14.4 Als bij een aanvraag om een besluit een van de gevallen, bedoeld in, van toepassing is, en: a. de aanvrager het verschuldigde recht niet heeft betaald, wordt de beschikking tot het heffen van het recht ambtshalve daaraan aangepast; of b. de aanvrager het verschuldigde recht heeft betaald, wordt ambtshalve een teruggaaf verleend. 3 Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing als de Minister van Economische Zaken en Klimaat het bevoegd gezag is. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 14.7 — Artikel 14.7 (bouwactiviteit: tarief omgevingsvergunning)#
Artikel 14.7 (bouwactiviteit: tarief omgevingsvergunning) 1 artikel 2.25 2.26 van het Besluit bouwwerken leefomgeving Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld inof, bedraagt het tarief € 250. 2 Het tarief in het eerste lid wordt vermeerderd met: a. 0,24% van de bouwkosten over het deel van de bouwkosten tussen de € 0 en € 25.000; b. 0,23% van de bouwkosten over het deel van de bouwkosten tussen de € 25.000 en € 50.000; c. 1,10% van de bouwkosten over het deel van de bouwkosten tussen de € 50.000 en € 200.000; d. 1,57% van de bouwkosten over het deel van de bouwkosten tussen de € 200.000 en € 2.500.000; en e. 1,61% van de bouwkosten over het deel van de bouwkosten tussen de € 2.500.000 en elk bedrag daarboven. 3 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om wijziging van de omgevingsvergunning. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2023 26205 19-09-2023 14-09-2023 2023-0000568411 2023 26454 02-10-2023 26-09-2023 2023-0000589458 01-01-2024
Artikel 14.8 — Artikel 14.8 (bouwactiviteit: modaliteiten)#
Artikel 14.8 (bouwactiviteit: modaliteiten) artikel 10.24, eerste lid, van het Omgevingsbesluit afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 14.7, tweede lid Als op grond vanvan toepassing is op de voorbereiding van het besluit, wordt het tarief, bedoeld in, verhoogd met € 1.600. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 14.9 — Artikel 14.9 (bouwactiviteit: tarief maatwerkvoorschrift)#
Artikel 14.9 (bouwactiviteit: tarief maatwerkvoorschrift) Als een aanvraag om een maatwerkvoorschrift betrekking heeft op: bedraagt het uurtarief € 125. a. artikel 3.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving het in stand houden van een bestaand bouwwerk, bedoeld in; b. artikel 4.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving bouwactiviteiten die het bouwen van nieuwe bouwwerken betreffen als bedoeld in; c. artikel 6.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving het gebruik van een bouwwerk, bedoeld in; of d. artikel 7.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving het verrichten van bouw- of sloopwerkzaamheden als bedoeld in, 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 14.10 — Artikel 14.10 (bouwactiviteit: tarief verlengen omgevingsvergunning)#
Artikel 14.10 (bouwactiviteit: tarief verlengen omgevingsvergunning) artikel 10.23, tweede lid, van het Omgevingsbesluit Als een aanvraag betrekking heeft op het verlengen van de in een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit gestelde termijn, bedoeld in, bedraagt het tarief € 500. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 14.11 — Artikel 14.11 (omgevingsplanactiviteit: tarief omgevingsvergunning)#
Artikel 14.11 (omgevingsplanactiviteit: tarief omgevingsvergunning) 1 artikel 4.8 van het Omgevingsbesluit Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit van nationaal belang als bedoeld in, bedraagt het tarief € 5.000. 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om wijziging van de omgevingsvergunning. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 14.12 — Artikel 14.12 (omgevingsplanactiviteit: modaliteiten)#
Artikel 14.12 (omgevingsplanactiviteit: modaliteiten) artikel 10.24, eerste lid, van het Omgevingsbesluit afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 14.11, eerste lid Als op grond vanvan toepassing is op de voorbereiding van het besluit, wordt het tarief, bedoeld in, verhoogd met € 1.600. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 14.13 — Artikel 14.13 (lozingsactiviteit: tarief omgevingsvergunning)#
Artikel 14.13 (lozingsactiviteit: tarief omgevingsvergunning) 1 hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam en het gaat om het lozen van afvalwater afkomstig van een milieubelastende activiteit als bedoeld in, bedraagt het tarief € 607. 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om wijziging van de omgevingsvergunning. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 14.14 — Artikel 14.14 (lozingsactiviteit: modaliteiten)#
Artikel 14.14 (lozingsactiviteit: modaliteiten) 1 artikel 16.43, eerste lid, van de wet artikel 14.13, eerste lid Als op grond vanbij de voorbereiding van het besluit een milieueffectrapport moet worden gemaakt, wordt het tarief, bedoeld in, verhoogd met € 8.422. 2 artikel 10.24, eerste lid, van het Omgevingsbesluit afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 14.13, eerste lid Als op grond vanvan toepassing is op de voorbereiding van het besluit, wordt het tarief, bedoeld in, verhoogd met € 8.974. 3 Als een aanvraag als bedoeld in artikel 14.13 wordt ingediend: a. afdeling 3.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 14.13, eerste lid waaropvan toepassing is, wordt het tarief, bedoeld in, verhoogd met € 3.786; of b. afdeling 3.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 14.13, eerste lid voor een lozingsactiviteit vanuit een ippc-installatie waaropniet van toepassing is, wordt het tarief, bedoeld in, verhoogd met € 2.243. 4 artikel 4.14 van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 14.13, eerste lid Als bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een hogedrempelinrichting een veiligheidsrapport als bedoeld inis ingediend, wordt het tarief, bedoeld in, verhoogd met € 3.365. 2025 40199 20-11-2025 10-11-2025 IENW/BSK-2025/266097 2025 40199 20-11-2025 10-11-2025 IENW/BSK-2025/266097 01-01-2026
Artikel 14.15 — Artikel 14.15 (lozingsactiviteit: tarief maatwerkvoorschrift)#
Artikel 14.15 (lozingsactiviteit: tarief maatwerkvoorschrift) hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving Als een aanvraag om een maatwerkvoorschrift betrekking heeft op een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam en het gaat om het lozen van afvalwater afkomstig van een milieubelastende activiteit als bedoeld in, bedraagt het tarief € 607. 2025 40199 20-11-2025 10-11-2025 IENW/BSK-2025/266097 2025 40199 20-11-2025 10-11-2025 IENW/BSK-2025/266097 01-01-2026
Artikel 14.16 — Artikel 14.16 (milieubelastende activiteit voor mijnbouw: tarief omgevingsvergunning)#
Artikel 14.16 (milieubelastende activiteit voor mijnbouw: tarief omgevingsvergunning) 1 artikelen 3.320 3.321, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het aanleggen of het exploiteren van een mijnbouwwerk, bedoeld in deen, bedraagt het tarief € 7.280. 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om wijziging van de omgevingsvergunning. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 14.17 — Artikel 14.17 (milieubelastende activiteit voor mijnbouw: modaliteiten)#
Artikel 14.17 (milieubelastende activiteit voor mijnbouw: modaliteiten) 1 artikel 16.43, eerste lid, van de wet artikel 14.16, eerste lid Als op grond vanbij de voorbereiding van het besluit moet worden beoordeeld of het besluit aanzienlijke milieueffecten kan hebben, wordt het tarief, bedoeld in, verhoogd met € 2.750. 2 artikel 16.43, eerste lid, van de wet artikel 14.16, eerste lid Als op grond vanbij de voorbereiding van het besluit een milieueffectrapport moet worden gemaakt, wordt het tarief, bedoeld in, verhoogd met € 5.250. 3 artikel 10.24, eerste lid, van het Omgevingsbesluit afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 14.16, eerste lid Als op grond vanvan toepassing is op de voorbereiding van het besluit, wordt het tarief, bedoeld in, verhoogd met € 2.750. 4 artikel 12 van de Bekendmakingswet artikel 14.16, eerste lid Als kennisgeving van het ontwerp of van het besluit op de inbepaalde wijze geschiedt, wordt het tarief, bedoeld in, verhoogd met € 520 per publicatie en, voor zover aanvullend daaraan kennisgeving in een landelijk dagblad of in andere media geschiedt, met de daarvoor in rekening gebrachte kosten. 5 artikel 10.24, vierde lid, van het Omgevingsbesluit artikel 14.16, tweede lid Als een aanvraag om wijziging van de omgevingsvergunning wordt gedaan en de wijziging geen significante nadelige gevolgen heeft voor de gezondheid of het milieu als bedoeld in, wordt het tarief, bedoeld in, verminderd met € 2.080. 2021 21610 03-05-2021 29-04-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 De wijziging is in werking getreden op 1 juli 2021 (Stb. 2021/176). 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2022 11749 26-04-2022 22-04-2022 2022-0000205329 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 14.18 — Artikel 14.18 (milieubelastende activiteit voor mijnbouw: tarief maatwerkvoorschrift)#
Artikel 14.18 (milieubelastende activiteit voor mijnbouw: tarief maatwerkvoorschrift) 1 artikel 3.320 van het Besluit activiteiten leefomgeving Als een aanvraag om een maatwerkvoorschrift betrekking heeft op het aanleggen of het exploiteren van een mijnbouwwerk, bedoeld in, bedraagt het tarief € 1.920. 2 Als kennisgeving van het ontwerp van het besluit en bekendmaking, kennisgeving of mededeling van het besluit of de zakelijke inhoud ervan in een huis-aan-huisblad geschiedt, wordt het tarief verhoogd met € 520 per publicatie en, voor zover de kennisgeving, bekendmaking of mededeling in een landelijk dagblad of in andere media geschiedt, met de daarvoor in rekening gebrachte kosten. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 14.18a — Artikel 14.18a (milieubelastende activiteit voor mijnbouw: tarief toestemming)#
Artikel 14.18a (milieubelastende activiteit voor mijnbouw: tarief toestemming) 1 artikel 3.320 van het Besluit activiteiten leefomgeving Als een aanvraag om toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen betrekking heeft op het aanleggen of het exploiteren van een mijnbouwwerk, bedoeld in, bedraagt het tarief € 1.920. 2 Als kennisgeving van het ontwerp van het besluit en bekendmaking, kennisgeving of mededeling van het besluit of de zakelijke inhoud ervan in een huis-aan-huisblad geschiedt, wordt het tarief verhoogd met € 520 per publicatie en, voor zover de kennisgeving, bekendmaking of mededeling in een landelijk dagblad of in andere media geschiedt, met de daarvoor in rekening gebrachte kosten. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 14.18b — Artikel 14.18b (milieubelastende activiteit voor mijnbouw: tarief gegevens en bescheiden)#
Artikel 14.18b (milieubelastende activiteit voor mijnbouw: tarief gegevens en bescheiden) artikelen 4.1116 4.1117, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving Als voor het aanleggen, aanpassen, testen, onderhouden, repareren of buiten gebruik stellen van een boorgat met een verplaatsbaar mijnbouwwerk of voor het stimuleren van een voorkomen via een boorgat met een verplaatsbaar mijnbouwwerk gegevens en bescheiden worden verstrekt, als bedoeld in deen, bedraagt het tarief € 1.920. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 14.19 — Artikel 14.19 (militaire zeehaven: tarief omgevingsvergunning)#
Artikel 14.19 (militaire zeehaven: tarief omgevingsvergunning) artikelen 3.323 3.324 van het Besluit activiteiten leefomgeving Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het exploiteren van een militaire zeehaven, bedoeld in deen, bedraagt het uurtarief € 125. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 14.20 — Artikel 14.20 (militaire luchthaven: tarief omgevingsvergunning)#
Artikel 14.20 (militaire luchthaven: tarief omgevingsvergunning) artikelen 3.326 3.327 van het Besluit activiteiten leefomgeving Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het exploiteren van een militaire luchthaven, bedoeld in deen, bedraagt het uurtarief € 125. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 14.21 — Artikel 14.21 (opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen of voorwerpen op militaire objecten: tarief omgevingsvergunning)#
Artikel 14.21 (opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen of voorwerpen op militaire objecten: tarief omgevingsvergunning) artikelen 3.331 3.332 van het Besluit activiteiten leefomgeving Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen of voorwerpen, bedoeld in deen, bedraagt het uurtarief € 125. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 14.22 — Artikel 14.22 (het gebruik van ontplofbare stoffen en voorwerpen op militaire objecten: tarief omgevingsvergunning)#
Artikel 14.22 (het gebruik van ontplofbare stoffen en voorwerpen op militaire objecten: tarief omgevingsvergunning) artikelen 3.334 3.335 van het Besluit activiteiten leefomgeving Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het gebruik van ontplofbare stoffen of voorwerpen, bedoeld in deen, bedraagt het uurtarief € 125. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 14.23 — Artikel 14.23 (overige milieubelastende activiteit: tarief omgevingsvergunning)#
Artikel 14.23 (overige milieubelastende activiteit: tarief omgevingsvergunning) hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving artikelen 14.13 14.16 14.19 tot en met 14.22 Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een milieubelastende activiteit als bedoeld in, anders dan bedoeld in de,en, bedraagt het uurtarief € 125. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 14.24 — Artikel 14.24 (milieubelastende activiteit: tarief wijziging omgevingsvergunning)#
Artikel 14.24 (milieubelastende activiteit: tarief wijziging omgevingsvergunning) artikelen 14.19 tot en met 14.23 Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van een omgevingsvergunning als bedoeld in dedie betrekking heeft op: a. hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving één milieubelastende activiteit als bedoeld in, bedraagt het tarief € 2.500; b. hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 14.3 twee tot vijf milieubelastende activiteiten als bedoeld in, bedraagt het tarief, in afwijking van€ 4.375; c. hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 14.3 vijf tot tien milieubelastende activiteiten als bedoeld in, bedraagt het tarief, in afwijking van€ 8.125; d. hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 14.3 tien tot vijftien milieubelastende activiteiten als bedoeld in, bedraagt het tarief, in afwijking van€ 11.250; of e. hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 14.3 vijftien of meer milieubelastende activiteiten als bedoeld in, bedraagt het tarief, in afwijking van€ 15.000. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 14.25 — Artikel 14.25 (milieubelastende activiteit: tarief maatwerkvoorschrift)#
Artikel 14.25 (milieubelastende activiteit: tarief maatwerkvoorschrift) 1 hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving artikelen 14.15 14.18 Voor een aanvraag om een maatwerkvoorschrift als bedoeld in, anders dan bedoeld in deen, die betrekking heeft op: a. hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving één milieubelastende activiteit als bedoeld in, bedraagt het tarief € 2.500; b. hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 14.3 twee tot vijf milieubelastende activiteiten als bedoeld in, bedraagt het tarief, in afwijking van€ 4.375; c. hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 14.3 vijf tot tien milieubelastende activiteiten als bedoeld in, bedraagt het tarief, in afwijking van€ 8.125; d. hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 14.3 tien tot vijftien milieubelastende activiteiten als bedoeld in, bedraagt het tarief, in afwijking van€ 11.250; of e. hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 14.3 vijftien of meer milieubelastende activiteiten als bedoeld in, bedraagt het tarief, in afwijking van€ 15.000. 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om wijziging van het maatwerkvoorschrift. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 14.26 — Artikel 14.26 (activiteit in of bij waterstaatswerken in beheer bij het Rijk: tarief omgevingsvergunning)#
Artikel 14.26 (activiteit in of bij waterstaatswerken in beheer bij het Rijk: tarief omgevingsvergunning) 1 artikel 6.1, eerste lid, onder a tot en met c en e, van het Besluit activiteiten leefomgeving Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een waterstaatswerk in beheer bij het Rijk, een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk, een ontgrondingsactiviteit in een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk of een wateronttrekkingsactiviteit in een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk als bedoeld in, bedraagt het tarief € 607. 2 Als een aanvraag, betrekking heeft op een activiteit die vanwege de aard en omvang naar het oordeel van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat van ondergeschikt belang is, bedraagt het tarief € 151. 3 Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om wijziging van de omgevingsvergunning. 2025 40199 20-11-2025 10-11-2025 IENW/BSK-2025/266097 2025 40199 20-11-2025 10-11-2025 IENW/BSK-2025/266097 01-01-2026
Artikel 14.27 — Artikel 14.27 (activiteit in of bij waterstaatswerken in beheer bij het Rijk: modaliteiten)#
Artikel 14.27 (activiteit in of bij waterstaatswerken in beheer bij het Rijk: modaliteiten) 1 artikel 16.43, eerste lid, van de wet artikel 14.26, eerste lid Als op grond vanbij de voorbereiding van het besluit een milieueffectrapport moet worden gemaakt, wordt het tarief, bedoeld in, verhoogd met € 8.422. 2 artikel 10.24, eerste lid, van het Omgevingsbesluit afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 14.26, eerste lid Als op grond vanvan toepassing is op de voorbereiding van het besluit, wordt het tarief, bedoeld in, verhoogd met € 8.974. 2025 40199 20-11-2025 10-11-2025 IENW/BSK-2025/266097 2025 40199 20-11-2025 10-11-2025 IENW/BSK-2025/266097 01-01-2026
Artikel 14.28 — Artikel 14.28 (activiteit in of bij waterstaatswerken in beheer bij het Rijk: tarief maatwerkvoorschrift)#
Artikel 14.28 (activiteit in of bij waterstaatswerken in beheer bij het Rijk: tarief maatwerkvoorschrift) artikel 6.1, eerste lid, onder a tot en met c en e, van het Besluit activiteiten leefomgeving Als een aanvraag om een maatwerkvoorschrift betrekking heeft op een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een waterstaatswerk in beheer bij het Rijk, een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk, een ontgrondingsactiviteit in een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk, of een wateronttrekkingsactiviteit in een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk als bedoeld in, bedraagt het tarief € 607. 2025 40199 20-11-2025 10-11-2025 IENW/BSK-2025/266097 2025 40199 20-11-2025 10-11-2025 IENW/BSK-2025/266097 01-01-2026
Artikel 14.28a — Artikel 14.28a (mijnbouwlocatieactiviteit: tarief omgevingsvergunning)#
Artikel 14.28a (mijnbouwlocatieactiviteit: tarief omgevingsvergunning) 1 artikel 6.46, aanhef en onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een mijnbouwlocatieactiviteit als bedoeld in, bedraagt het tarief € 1.920. 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om wijziging van de omgevingsvergunning. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 14.28b — Artikel 14.28b (mijnbouwlocatieactiviteit: modaliteiten)#
Artikel 14.28b (mijnbouwlocatieactiviteit: modaliteiten) 1 artikel 16.43, eerste lid, van de wet artikel 14.28a, eerste lid Als op grond vanbij de voorbereiding van het besluit moet worden beoordeeld of het besluit aanzienlijke milieueffecten kan hebben, wordt het tarief, bedoeld in, verhoogd met € 2.750. 2 artikel 16.43, eerste lid, van de wet artikel 14.28a, eerste lid Als op grond vanbij de voorbereiding van het besluit een milieueffectrapport moet worden gemaakt, wordt het tarief, bedoeld in, verhoogd met € 5.250. 3 artikel 10.24, eerste lid, van het Omgevingsbesluit afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 14.28a, eerste lid Als op grond vanvan toepassing is op de voorbereiding van het besluit, wordt het tarief, bedoeld in, verhoogd met € 2.750. 4 artikel 12 van de Bekendmakingswet artikel 14.28a, eerste lid Als kennisgeving van het ontwerp of van het besluit op de inbepaalde wijze geschiedt, wordt het tarief, bedoeld in, verhoogd met € 520 per publicatie en, voor zover aanvullend daaraan kennisgeving in een landelijk dagblad of in andere media geschiedt, met de daarvoor in rekening gebrachte kosten. 5 artikel 10.24, vierde lid, van het Omgevingsbesluit artikel 14.28a, tweede lid Als een aanvraag om wijziging van de omgevingsvergunning wordt gedaan en de wijziging geen significante nadelige gevolgen heeft voor de gezondheid of het milieu als bedoeld in, wordt het tarief, bedoeld in, verminderd met € 2.080. 2021 21610 03-05-2021 29-04-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 De wijziging is in werking getreden op 1 juli 2021 (Stb. 2021/176). 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2022 11749 26-04-2022 22-04-2022 2022-0000205329 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 14.28c — Artikel 14.28c (mijnbouwlocatieactiviteit: tarief maatwerkvoorschrift)#
Artikel 14.28c (mijnbouwlocatieactiviteit: tarief maatwerkvoorschrift) artikel 6.45 van het Besluit activiteiten leefomgeving Als een aanvraag om een maatwerkvoorschrift betrekking heeft op een mijnbouwlocatieactiviteit als bedoeld in, bedraagt het tarief € 1.920. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 14.28d — Artikel 14.28d (mijnbouwlocatieactiviteit: tarief toestemming)#
Artikel 14.28d (mijnbouwlocatieactiviteit: tarief toestemming) artikel 6.45, van het Besluit activiteiten leefomgeving Als een aanvraag om toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen betrekking heeft op een mijnbouwlocatieactiviteit als bedoeld in, bedraagt het tarief € 1.920. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 14.28e — Artikel 14.28e (mijnbouwlocatieactiviteit: tarief melding)#
Artikel 14.28e (mijnbouwlocatieactiviteit: tarief melding) artikel 6.47, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving Als voor het gebruiken van een locatie in een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk voor een mijnbouwinstallatie, met inbegrip van het voor die installatie geldende beperkingengebied, een melding wordt gedaan als bedoeld in, bedraagt het tarief € 1.920. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 14.28f — Artikel 14.28f (beperkingengebiedactiviteit mijnbouwinstallatie waterstaatswerk: tarief omgevingsvergunning)#
Artikel 14.28f (beperkingengebiedactiviteit mijnbouwinstallatie waterstaatswerk: tarief omgevingsvergunning) 1 artikelen 6.56i 6.56j van het Besluit activiteiten leefomgeving Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een mijnbouwinstallatie in een waterstaatswerk als bedoeld in deen, bedraagt het tarief € 1.920. 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om wijziging van de omgevingsvergunning. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 14.28g — Artikel 14.28g (beperkingengebiedactiviteit mijnbouwinstallatie waterstaatswerk: modaliteiten)#
Artikel 14.28g (beperkingengebiedactiviteit mijnbouwinstallatie waterstaatswerk: modaliteiten) 1 artikel 10.24, eerste lid, van het Omgevingsbesluit afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 14.28f, eerste lid Als op grond vanvan toepassing is op de voorbereiding van het besluit, wordt het tarief, bedoeld in, verhoogd met € 2.750. 2 artikel 12 van de Bekendmakingswet artikel 14.28f, eerste lid Als kennisgeving van het ontwerp of van het besluit op de inbepaalde wijze geschiedt, wordt het tarief, bedoeld in, verhoogd met € 520 per publicatie en, voor zover aanvullend daaraan kennisgeving in een landelijk dagblad of in andere media geschiedt, met de daarvoor in rekening gebrachte kosten. 2021 21610 03-05-2021 29-04-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 De wijziging is in werking getreden op 1 juli 2021 (Stb. 2021/176). 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2022 11749 26-04-2022 22-04-2022 2022-0000205329 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 14.28h — Artikel 14.28h (beperkingengebiedactiviteit mijnbouwinstallatie waterstaatswerk: tarief maatwerkvoorschrift)#
Artikel 14.28h (beperkingengebiedactiviteit mijnbouwinstallatie waterstaatswerk: tarief maatwerkvoorschrift) artikel 6.56i van het Besluit activiteiten leefomgeving Als een aanvraag om een maatwerkvoorschrift betrekking heeft op een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een mijnbouwinstallatie in een waterstaatswerk als bedoeld in, bedraagt het tarief € 1.920. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 14.28i — Artikel 14.28i (beperkingengebiedactiviteit mijnbouwinstallatie waterstaatswerk: tarief toestemming)#
Artikel 14.28i (beperkingengebiedactiviteit mijnbouwinstallatie waterstaatswerk: tarief toestemming) artikel 6.56i van het Besluit activiteiten leefomgeving Als een aanvraag om toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen betrekking heeft op een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een mijnbouwinstallatie in een waterstaatswerk als bedoeld in, bedraagt het tarief € 1.920. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 14.29 — Artikel 14.29 (activiteit in de Noordzee: tarief omgevingsvergunning)#
Artikel 14.29 (activiteit in de Noordzee: tarief omgevingsvergunning) 1 artikel 7.1, onder a tot en met e en g, van het Besluit activiteiten leefomgeving Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een waterstaatswerk, een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een installatie in een waterstaatswerk, een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam, een stortingsactiviteit op zee, een ontgrondingsactiviteit of een wateronttrekkingsactiviteit als bedoeld in, bedraagt het tarief € 607. 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om wijziging van de omgevingsvergunning. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 14.30 — Artikel 14.30 (activiteit in de Noordzee: modaliteiten)#
Artikel 14.30 (activiteit in de Noordzee: modaliteiten) 1 artikel 16.43, eerste lid, van de wet artikel 14.29, eerste lid Als op grond vanbij de voorbereiding van het besluit een milieueffectrapport moet worden gemaakt, wordt het tarief, bedoeld in, verhoogd met € 8.422. 2 artikel 10.24, eerste lid, van het Omgevingsbesluit afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 14.29, eerste lid Als op grond vanvan toepassing is op de voorbereiding van het besluit, wordt het tarief, bedoeld in, verhoogd met € 8.974. 2025 40199 20-11-2025 10-11-2025 IENW/BSK-2025/266097 2025 40199 20-11-2025 10-11-2025 IENW/BSK-2025/266097 01-01-2026
Artikel 14.31 — Artikel 14.31 (activiteit in de Noordzee: tarief maatwerkvoorschrift)#
Artikel 14.31 (activiteit in de Noordzee: tarief maatwerkvoorschrift) artikel 7.1, onder a tot en met e en g, van het Besluit activiteiten leefomgeving Als een aanvraag om een maatwerkvoorschrift betrekking heeft op een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een waterstaatswerk, een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een installatie in een waterstaatswerk, een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam, een stortingsactiviteit op zee, een ontgrondingsactiviteit of een wateronttrekkingsactiviteit als bedoeld in, bedraagt het tarief € 607. 2025 40199 20-11-2025 10-11-2025 IENW/BSK-2025/266097 2025 40199 20-11-2025 10-11-2025 IENW/BSK-2025/266097 01-01-2026
Artikel 14.31a — Artikel 14.31a (beperkingengebied mijnbouwinstallatie Noordzee: tarief omgevingsvergunning)#
Artikel 14.31a (beperkingengebied mijnbouwinstallatie Noordzee: tarief omgevingsvergunning) 1 artikelen 7.46 7.47, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een installatie in een waterstaatswerk als bedoeld in deen, bedraagt het tarief € 1.920. 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om wijziging van de omgevingsvergunning. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 14.31b — Artikel 14.31b (beperkingengebiedactiviteit mijnbouwinstallatie Noordzee: modaliteiten)#
Artikel 14.31b (beperkingengebiedactiviteit mijnbouwinstallatie Noordzee: modaliteiten) 1 artikel 10.24, eerste lid, van het Omgevingsbesluit afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 14.31a, eerste lid Als op grond vanvan toepassing is op de voorbereiding van het besluit, wordt het tarief, bedoeld in, verhoogd met € 2.750. 2 artikel 12 van de Bekendmakingswet artikel 14.31a, eerste lid Als kennisgeving van het ontwerp of van het besluit op de inbepaalde wijze geschiedt, wordt het tarief, bedoeld in, verhoogd met € 520 per publicatie en, voor zover aanvullend daaraan kennisgeving in een landelijk dagblad of in andere media geschiedt, met de daarvoor in rekening gebrachte kosten. 2021 21610 03-05-2021 29-04-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 De wijziging is in werking getreden op 1 juli 2021 (Stb. 2021/176). 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2022 11749 26-04-2022 22-04-2022 2022-0000205329 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 14.31c — Artikel 14.31c (beperkingengebiedactiviteit mijnbouwinstallatie Noordzee: tarief maatwerkvoorschrift)#
Artikel 14.31c (beperkingengebiedactiviteit mijnbouwinstallatie Noordzee: tarief maatwerkvoorschrift) artikel 7.46 van het Besluit activiteiten leefomgeving Als een aanvraag om een maatwerkvoorschrift betrekking heeft op een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een installatie in een waterstaatswerk als bedoeld in, bedraagt het tarief € 1.920. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 14.31d — Artikel 14.31d (beperkingengebiedactiviteit mijnbouwinstallatie Noordzee: tarief toestemming)#
Artikel 14.31d (beperkingengebiedactiviteit mijnbouwinstallatie Noordzee: tarief toestemming) artikel 7.46 van het Besluit activiteiten leefomgeving Als een aanvraag om toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen betrekking heeft op een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een installatie in een waterstaatswerk als bedoeld in, bedraagt het tarief € 1.920. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 14.31e — Artikel 14.31e (mijnbouwlocatieactiviteit: tarief omgevingsvergunning)#
Artikel 14.31e (mijnbouwlocatieactiviteit: tarief omgevingsvergunning) 1 artikelen 7.66, aanhef en onder a 7.67, onder a of b, van het Besluit activiteiten leefomgeving Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een mijnbouwlocatieactiviteit als bedoeld in de, en, bedraagt het tarief € 4.300. 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om wijziging van de omgevingsvergunning. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 14.31f — Artikel 14.31f (mijnbouwlocatieactiviteit: modaliteiten)#
Artikel 14.31f (mijnbouwlocatieactiviteit: modaliteiten) 1 artikel 10.24, eerste lid, van het Omgevingsbesluit afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 14.31e, eerste lid Als op grond vanvan toepassing is op de voorbereiding van het besluit, wordt het tarief, bedoeld in, verhoogd met € 2.750. 2 artikel 12 van de Bekendmakingswet artikel 14.31e, eerste lid Als kennisgeving van het ontwerp of van het besluit op de inbepaalde wijze geschiedt, wordt het tarief, bedoeld in, verhoogd met € 520 per publicatie en, voor zover aanvullend daaraan kennisgeving in een landelijk dagblad of in andere media geschiedt, met de daarvoor in rekening gebrachte kosten. 2021 21610 03-05-2021 29-04-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 De wijziging is in werking getreden op 1 juli 2021 (Stb. 2021/176). 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2022 11749 26-04-2022 22-04-2022 2022-0000205329 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 14.31g — Artikel 14.31g (mijnbouwlocatieactiviteit: tarief maatwerkvoorschrift)#
Artikel 14.31g (mijnbouwlocatieactiviteit: tarief maatwerkvoorschrift) artikel 7.66 van het Besluit activiteiten leefomgeving Als een aanvraag om een maatwerkvoorschrift betrekking heeft op een mijnbouwlocatieactiviteit als bedoeld in, bedraagt het tarief € 1.920. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 14.31h — Artikel 14.31h (mijnbouwlocatieactiviteit: tarief toestemming)#
Artikel 14.31h (mijnbouwlocatieactiviteit: tarief toestemming) artikel 7.66 van het Besluit activiteiten leefomgeving Als een aanvraag om toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen betrekking heeft op een mijnbouwlocatieactiviteit als bedoeld in, bedraagt het tarief € 1.920. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 14.31i — Artikel 14.31i (mijnbouwlocatieactiviteit: tarief melding)#
Artikel 14.31i (mijnbouwlocatieactiviteit: tarief melding) artikel 7.68, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving Als voor het gebruiken van een locatie in de Noordzee voor een mijnbouwinstallatie, met inbegrip van het voor die installatie geldende beperkingengebied, een melding wordt gedaan als bedoeld in, bedraagt het tarief € 1.920. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 14.32 — Artikel 14.32 (activiteit rond rijkswegen: tarief omgevingsvergunning)#
Artikel 14.32 (activiteit rond rijkswegen: tarief omgevingsvergunning) 1 artikel 8.16, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een weg als bedoeld in, bedraagt het tarief € 607. 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om wijziging van de omgevingsvergunning. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 14.33 — Artikel 14.33 (activiteit rond rijkswegen: modaliteiten)#
Artikel 14.33 (activiteit rond rijkswegen: modaliteiten) 1 artikel 16.43, eerste lid, van de wet artikel 14.32, eerste lid Als op grond vanbij de voorbereiding van het besluit een milieueffectrapport moet worden gemaakt, wordt het tarief, bedoeld in, verhoogd met € 8.422. 2 artikel 10.24, eerste lid, van het Omgevingsbesluit afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 14.32, eerste lid Als op grond vanvan toepassing is op de voorbereiding van het besluit, wordt het tarief, bedoeld in, verhoogd met € 8.974. 2025 40199 20-11-2025 10-11-2025 IENW/BSK-2025/266097 2025 40199 20-11-2025 10-11-2025 IENW/BSK-2025/266097 01-01-2026
Artikel 14.34 — Artikel 14.34 (activiteit rond rijkswegen: tarief maatwerkvoorschrift)#
Artikel 14.34 (activiteit rond rijkswegen: tarief maatwerkvoorschrift) artikel 8.1, van het Besluit activiteiten leefomgeving Als een aanvraag om een maatwerkvoorschrift betrekking heeft op een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een weg als bedoeld in, bedraagt het tarief € 607. 2025 40199 20-11-2025 10-11-2025 IENW/BSK-2025/266097 2025 40199 20-11-2025 10-11-2025 IENW/BSK-2025/266097 01-01-2026
Artikel 14.35 — Artikel 14.35 (activiteit rond spoorwegen: tarief omgevingsvergunning)#
Artikel 14.35 (activiteit rond spoorwegen: tarief omgevingsvergunning) 1 artikel 9.20 van het Besluit activiteiten leefomgeving Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een hoofdspoorweg als bedoeld in, bedraagt het tarief € 1.665. 2 artikel 9.31 van het Besluit activiteiten leefomgeving Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een hoofdspoorweg als bedoeld in, bedraagt het tarief: a. artikel 9.31, aanhef en onder a en c, van het Besluit activiteiten leefomgeving in de gevallen, bedoeld in: 1°. artikel 2.27 2.29 van het Besluit bouwwerken leefomgeving voor zover het gaat om een beperkingengebiedactiviteit die alleen bestaat uit de activiteiten, bedoeld inofof werkzaamheden voor het verwijderen of in standhouden van bomen en struiken: € 1.665; 2°. andere gevallen dan bedoeld onder 1: € 11.300, b. artikel 9.31, aanhef en onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving in de gevallen, bedoeld in: € 1.665. 3 artikel 9.38 van het Besluit activiteiten leefomgeving Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een hoofdspoorweg als bedoeld in, bedraagt het tarief € 1.665. 4 artikel 9.44 van het Besluit activiteiten leefomgeving Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een hoofdspoorweg als bedoeld in, bedraagt het tarief € 1.665. 5 artikelen 9.20 9.31 9.38 9.44 van het Besluit activiteiten leefomgeving Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een bijzondere spoorweg als bedoeld in de,,of, bedraagt het tarief € 775. 6 Het eerste tot en met vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om wijziging van de omgevingsvergunning. 2024 40634 17-12-2024 16-12-2024 IENW/BSK-2024/347718 2024 40634 17-12-2024 16-12-2024 IENW/BSK-2024/347718 01-01-2025
Artikel 14.36 — Artikel 14.36#
Artikel 14.36 [Vervallen] 2025 40199 20-11-2025 10-11-2025 IENW/BSK-2025/266097 2025 40199 20-11-2025 10-11-2025 IENW/BSK-2025/266097 01-01-2026
Artikel 14.37 — Artikel 14.37 (activiteit rond spoorwegen: tarief maatwerkvoorschrift)#
Artikel 14.37 (activiteit rond spoorwegen: tarief maatwerkvoorschrift) 1 artikel 9.1, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving Als een aanvraag om een maatwerkvoorschrift betrekking heeft op een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een hoofdspoorweg als bedoeld in, bedraagt het tarief € 950. 2 artikel 9.1, onder c, van het Besluit activiteiten leefomgeving Als een aanvraag om een maatwerkvoorschrift betrekking heeft op een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een bijzondere spoorweg als bedoeld in, bedraagt het tarief € 775. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 14.38 — Artikel 14.38 (activiteit rond luchthavens: tarief omgevingsvergunning)#
Artikel 14.38 (activiteit rond luchthavens: tarief omgevingsvergunning) 1 artikel 10.11, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een luchthaven als bedoeld in, bedraagt het tarief: a. Luchthavenindelingbesluit Schiphol als sprake is van een obstakel beneden veiligheidsvlakken bedoeld in het: € 675; of b. Luchthavenindelingbesluit Schiphol als sprake is van een obstakel door veiligheidsvlakken bedoeld in het: € 1.924. 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om wijziging van de omgevingsvergunning. 3 Voor een aanvraag om verlenging van een omgevingsvergunning als bedoeld in het eerste lid bedraagt het tarief: € 46. 2024 40634 17-12-2024 16-12-2024 IENW/BSK-2024/347718 2024 40634 17-12-2024 16-12-2024 IENW/BSK-2024/347718 01-01-2025
Artikel 14.39 — Artikel 14.39#
Artikel 14.39 [Gereserveerd] 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 14.40 — Artikel 14.40 (activiteit rond luchthavens: tarief maatwerkvoorschrift)#
Artikel 14.40 (activiteit rond luchthavens: tarief maatwerkvoorschrift) artikel 10.1 van het Besluit activiteiten leefomgeving Als een aanvraag om een maatwerkvoorschrift betrekking heeft op een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een luchthaven als bedoeld in, bedraagt het tarief € 1.568. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 14.41 — Artikel 14.41 (Natura 2000-activiteit: tarief omgevingsvergunning)#
Artikel 14.41 (Natura 2000-activiteit: tarief omgevingsvergunning) artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de wet Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een Natura 2000-activiteit als bedoeld in, bedraagt het tarief: a. als de omgevingsvergunning voor een geldigheidsduur van ten hoogste een jaar wordt aangevraagd: € 800; b. als de omgevingsvergunning voor een geldigheidsduur van één tot drie jaar wordt aangevraagd: € 1.900; of c. als de omgevingsvergunning voor een geldigheidsduur van drie jaar of meer wordt aangevraagd: € 3.500. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2021 31421 16-06-2021 09-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 14.41a — Artikel 14.41a (flora- en fauna-activiteit schadelijke handelingen: tarief omgevingsvergunning)#
Artikel 14.41a (flora- en fauna-activiteit schadelijke handelingen: tarief omgevingsvergunning) Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op: a. artikel 11.37, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving flora- en fauna-activiteiten als bedoeld in, bedraagt het tarief: 1°. als de omgevingsvergunning voor een geldigheidsduur van ten hoogste een jaar wordt aangevraagd: € 600; 2°. als de omgevingsvergunning voor een geldigheidsduur van een tot drie jaar wordt aangevraagd: € 1.600; of 3°. als de omgevingsvergunning voor een geldigheidsduur van drie jaar of meer wordt aangevraagd: € 3.000; of b. artikel 11.46, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving flora- en fauna-activiteiten soorten als bedoeld in, bedraagt het tarief: 1°. als de omgevingsvergunning voor een geldigheidsduur van ten hoogste een jaar wordt aangevraagd: € 600; 2°. als de omgevingsvergunning voor een geldigheidsduur van een tot drie jaar wordt aangevraagd: € 1.600; of 3°. als de omgevingsvergunning voor een geldigheidsduur van drie jaar of meer wordt aangevraagd: € 3.000; of c. artikel 11.54, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving flora- en fauna-activiteiten als bedoeld in, bedraagt het tarief: 1°. als de omgevingsvergunning voor een geldigheidsduur van ten hoogste een jaar wordt aangevraagd: € 600; 2°. als de omgevingsvergunning voor een geldigheidsduur van een tot drie jaar wordt aangevraagd: € 1.600; of 3°. als de omgevingsvergunning voor een geldigheidsduur van drie jaar of meer wordt aangevraagd: € 3.000. 2021 31421 16-06-2021 09-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 14.41b — Artikel 14.41b (flora- en fauna-activiteit commercieel bezit: tarief omgevingsvergunning)#
Artikel 14.41b (flora- en fauna-activiteit commercieel bezit: tarief omgevingsvergunning) 1 Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op: a. artikel 11.38, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving flora- en fauna-activiteiten als bedoeld in, bedraagt het tarief: € 80; of b. artikel 11.47, eerste lid, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving flora- en fauna-activiteiten als bedoeld in, bedraagt het tarief: € 80. 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om wijziging van de omgevingsvergunning. 2021 31421 16-06-2021 09-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 14.41c — Artikel 14.41c (flora- en fauna-activiteit niet-commercieel bezit: tarief omgevingsvergunning)#
Artikel 14.41c (flora- en fauna-activiteit niet-commercieel bezit: tarief omgevingsvergunning) Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op: a. artikel 11.39, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving flora- en fauna-activiteiten als bedoeld in, bedraagt het tarief: € 60; of b. artikel 11.47, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving flora- en fauna-activiteiten als bedoeld in, bedraagt het tarief: € 60. 2021 31421 16-06-2021 09-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 14.41d — Artikel 14.41d (flora- en fauna-activiteit uitzetten van dieren of eieren van dieren: tarief omgevingsvergunning)#
Artikel 14.41d (flora- en fauna-activiteit uitzetten van dieren of eieren van dieren: tarief omgevingsvergunning) artikel 11.61, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het uitzetten van dieren of eieren van dieren, bedoeld in, bedraagt het tarief: a. voor de herintroductie van een soort: € 1.600; of b. voor het uitzetten, planten of zaaien van exoten: € 800. 2021 31421 16-06-2021 09-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 14.41e — Artikel 14.41e (valkeniersactiviteit: tarief omgevingsvergunning)#
Artikel 14.41e (valkeniersactiviteit: tarief omgevingsvergunning) 1 Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op: a. een valkeniersactiviteit, bedraagt het tarief: € 65; en b. een duplicaat van een omgevingsvergunning voor een valkeniersactiviteit, bedraagt het tarief: € 30. 2 De gelden die zijn voldaan voor een verleende omgevingsvergunning voor een valkeniersactiviteit worden niet gerestitueerd. 2021 31421 16-06-2021 09-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 14.41f — Artikel 14.41f (jachtgeweeractiviteit: tarief omgevingsvergunning)#
Artikel 14.41f (jachtgeweeractiviteit: tarief omgevingsvergunning) 1 Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op: a. een jachtgeweeractiviteit, bedraagt het tarief: € 138; b. een jachtgeweeractiviteit voor de periode aansluitend op de periode waarvoor een omgevingsvergunning voor een jachtgeweeractiviteit is verleend, bedraagt het tarief: € 68; c. het wijzigen van een omgevingsvergunning voor een jachtgeweeractiviteit, bedraagt het tarief: € 30; d. het vervangen als gevolg van verlies van een omgevingsvergunning voor een jachtgeweeractiviteit, bedraagt het tarief: € 30; en e. een duplicaat van een omgevingsvergunning voor een jachtgeweeractiviteit, bedraagt het tarief: € 30. 2 De gelden die zijn voldaan voor een verleende omgevingsvergunning voor een jachtgeweeractiviteit worden niet gerestitueerd. 3 Het tarief voor een combinatie van de in het eerste lid genoemde handelingen bedraagt niet meer dan het bedrag dat zou zijn verschuldigd voor dat deel van de combinatie waarvoor het hoogste tarief geldt. 2021 31421 16-06-2021 09-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 14.42 — Artikel 14.42 (modaliteiten)#
Artikel 14.42 (modaliteiten) 1 artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder f, van de wet artikelen 11.37, eerste lid 11.46, eerste lid 11.54, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van een omgevingsvergunning voor een jachtgeweeractiviteit als bedoeld in, of een activiteit als bedoeld in de,, en, wordt het tarief: a. als de wijziging geen nieuwe ecologische beoordeling vergt: € 0; en b. artikelen 14.41 14.41a als de wijziging een nieuwe ecologische beoordeling vergt: 25% van het tarief dat bij de activiteiten, bedoeld inen, hoort. 2 artikel 48a van de Regeling wapens en munitie artikel 14.14f Als onderzoek als bedoeld in, deel uitmaakt van de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een jachtgeweeractiviteit wordt het tarief, bedoeld in, verhoogd met € 55. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2021 31421 16-06-2021 09-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 14.43 — Artikel 14.43 (flora- en fauna-activiteiten: tarief maatwerkvoorschrift)#
Artikel 14.43 (flora- en fauna-activiteiten: tarief maatwerkvoorschrift) 1 artikel 11.31, van het Besluit activiteiten leefomgeving Als een aanvraag om een maatwerkvoorschrift betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in, bedraagt het tarief € 100. 2 artikel 11.96, eerste, tweede en derde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving Als een aanvraag om een maatwerkvoorschrift betrekking heeft op het verbod op bezit van en handel in dieren en planten als bedoeld inen betrekking heeft op levende dieren, bedraagt het tarief € 15. 3 Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om wijziging van het maatwerkvoorschrift. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2021 31421 16-06-2021 09-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 14.43a — Artikel 14.43a (herbeplanten: tarief maatwerkvoorschrift)#
Artikel 14.43a (herbeplanten: tarief maatwerkvoorschrift) 1 artikel 11.114, onder a van het Besluit activiteiten leefomgeving Als een aanvraag om een maatwerkvoorschrift betrekking heeft op herbeplanten van grond als bedoeld in, bedraagt het tarief € 300. 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om wijziging van het maatwerkvoorschrift. 2021 31421 16-06-2021 09-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 14.44 — Artikel 14.44 (documenten uit de cites-basisverordening: tarief documenten)#
Artikel 14.44 (documenten uit de cites-basisverordening: tarief documenten) Voor de behandeling van een aanvraag om afgifte of wijziging van de hierna genoemde documenten, bedraagt het tarief voor: a. een invoervergunning als bedoeld in artikel 4 van de cites-basisverordening: € 60; b. een uitvoervergunning als bedoeld in artikel 5 van de cites-basisverordening: € 60; c. een wederuitvoercertificaat als bedoeld in artikel 5 van de cites-basisverordening: € 60; d. een bijlage bij een document als bedoeld in onderdeel a, b of c waarop maximaal 3 soorten worden vermeld: € 60; e. een inschrijving als wetenschappelijke instelling als bedoeld in artikel 7, vierde lid, van de cites-basisverordening: € 40; f. een certificaat als bedoeld in de artikelen 8, derde lid, en 9, tweede lid, onderdeel b, van de cites-basisverordening: € 15; g. een certificaat van persoonlijke eigendom als bedoeld in artikel 37, eerste lid, van de cites-uitvoeringsverordening: € 45; h. een certificaat van monsterverzameling als bedoeld in artikel 44 bis van de cites-uitvoeringsverordening: € 60; i. een muziekinstrumentencertificaat als bedoeld in artikel 44 decies, eerste lid, van de cites-uitvoeringsverordening: € 45; j. een certificaat voor reizende tentoonstellingen als bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de cites-uitvoeringsverordening: € 45; k. een etiket als bedoeld in artikel 66, zesde lid, van de cites-uitvoeringsverordening: € 0,25; en l. een vergunning als bedoeld in artikel 66, zevende lid, van de cites-uitvoeringsverordening: € 60. 2021 31421 16-06-2021 09-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2022 33298 19-12-2022 11-12-2022 WJZ/21243081 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 14.44a — Artikel 14.44a (documenten uit de invasieve-exoten-basisverordening: tarief documenten)#
Artikel 14.44a (documenten uit de invasieve-exoten-basisverordening: tarief documenten) artikel 11.109 van het Besluit activiteiten leefomgeving Voor de behandeling van een aanvraag om een document als bedoeld in de artikelen 8, zesde lid, en 9, zesde lid, van de invasieve-exoten-basisverordening, voor zover de aanvraag niet gelijktijdig wordt ingediend met de aanvraag om een maatwerkvoorschrift als bedoeld in, bedraagt: € 15. 2021 31421 16-06-2021 09-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 14.45 — Artikel 14.45 (tarief ringen, merken of merktekens)#
Artikel 14.45 (tarief ringen, merken of merktekens) 1 artikel 7.219, vierde lid Voor de behandeling van een aanvraag om merktekens voor een geprepareerde vogel als bedoeld in, bedraagt het tarief: € 1 per merkteken. 2 artikel 4.34, eerste lid De aan erkende organisaties, als bedoeld in, door de leverancier in rekening gebrachte kostprijs voor de vervaardiging van gesloten pootringen wordt aan de aanvrager doorberekend. 3 De erkende organisaties kunnen de in het tweede lid bedoelde kostprijs verhogen met een bedrag ter dekking van de kosten voor de uitreiking van ringen ter hoogte van maximaal € 1 per ring. 4 Gesloten pootringen worden uitgereikt na voldoening van de som van de gelden, bedoeld in het tweede en derde lid. 2025 24379 11-07-2025 01-07-2025 WJZ/90133517 2025 24379 11-07-2025 01-07-2025 WJZ/90133517 12-07-2025
Artikel 14.46 — Artikel 14.46#
Artikel 14.46 [Vervallen] 2021 31421 16-06-2021 09-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 14.47 — Artikel 14.47 (activiteit die het werelderfgoed betreft: tarief maatwerkvoorschrift)#
Artikel 14.47 (activiteit die het werelderfgoed betreft: tarief maatwerkvoorschrift) artikel 14.1 van het Besluit activiteiten leefomgeving Als een aanvraag om een maatwerkvoorschrift betrekking heeft op een activiteit die het werelderfgoed betreft als bedoeld in, bedraagt het tarief € 2.211. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 14.47a — Artikel 14.47a (certificering gasverbrandingsinstallaties: tarief aanwijzing als certificatie-instelling)#
Artikel 14.47a (certificering gasverbrandingsinstallaties: tarief aanwijzing als certificatie-instelling) artikel 3.74, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving Voor de behandeling van een aanvraag tot aanwijzing als certificatie-instelling als bedoeld in, bedraagt het tarief € 12.963. 2025 42332 17-12-2025 16-12-2025 2025-00006666398 2025 42332 17-12-2025 16-12-2025 2025-00006666398 01-01-2026
Artikel 14.48 — Artikel 14.48 (toepassingsbereik)#
Artikel 14.48 (toepassingsbereik) 1 Deze afdeling is van toepassing als: a. artikel 10.14 10.21 van de wet artikel 13.3e, eerste lid, van de wet een gedoogplicht als bedoeld inofis opgelegd voor een werk dat tot stand wordt gebracht of wordt opgeruimd door een initiatiefnemer als bedoeld in; en b. artikel 13.3e, eerste lid, van de wet de initiatiefnemer op grond vaneen redelijke gebruiksvergoeding is verschuldigd. 2 Artikel 10.1 van de wet is van overeenkomstige toepassing op deze afdeling. 2021 34636 01-07-2021 29-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 14.49 — Artikel 14.49 (hoogte redelijke gebruiksvergoeding rechthebbenden)#
Artikel 14.49 (hoogte redelijke gebruiksvergoeding rechthebbenden) 1 artikel 13.3e, eerste lid, van de wet Een initiatiefnemer is de redelijke gebruiksvergoeding, bedoeld in, jaarlijks aan de eigenaar van de onroerende zaak verschuldigd. De redelijke gebruiksvergoeding wordt bepaald volgens de formule: gebruiksvergoeding = grondoppervlakte · grondwaarde · rendementsfactor waarbij wordt verstaan onder: grondoppervlakte: oppervlakte in vierkante meter van het deel van de onroerende zaak waarop de gedoogplicht rust; grondwaarde: marktwaarde per vierkante meter van de grondoppervlakte, uitgaande van de prijs die tot stand zou zijn gekomen bij een veronderstelde vrije koop in het economische verkeer tussen een redelijk handelende verkoper en een redelijk handelende koper, uitgaande van het in een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit toegelaten gebruik van de onroerende zaak; rendementsfactor: forfaitair rendement van 2%. 2 Bij het bepalen van de grondwaarde wordt uitgegaan van de waarde op de dag voorafgaand aan die waarop de gedoogplicht wordt opgelegd. 3 De grondwaarde wordt vanaf de dag waarop de verplichting tot gedogen ingaat elke vijf jaar geïndexeerd overeenkomstig het percentage waarmee de consumentenprijsindex, zoals gepubliceerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek, over de derde maand voorafgaand aan die waarin indexatie plaatsvindt, afwijkt van: a. de consumentenprijsindex geldend op de dag waarop de verplichting tot gedogen is ingegaan; of b. als indexatie tien jaar of meer na het ingaan van de verplichting tot gedogen plaatsvindt: de consumentenprijsindex waarop de voorgaande indexatie is gebaseerd. 4 artikel 13.3e van de wet Als voor de grondoppervlakte op grond vanook een redelijke gebruiksvergoeding aan een andere rechthebbende dan de eigenaar van de onroerende zaak is verschuldigd, komt die gebruiksvergoeding in mindering op de gebruiksvergoeding, bedoeld in het eerste lid. 5 De redelijke gebruiksvergoeding voor de andere rechthebbende wordt bepaald naar rato van: a. de aard van het recht dat die rechthebbende op de onroerende zaak heeft; en b. het aantal vierkante meter van de onroerende zaak waarop die rechthebbende een recht heeft en waarop de gedoogplicht rust. 2021 34636 01-07-2021 29-06-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2023 26205 19-09-2023 14-09-2023 2023-0000568411 2023 26454 02-10-2023 26-09-2023 2023-0000589458 01-01-2024
Artikel 15.1 — Artikel 15.1 (toepassingsbereik)#
Artikel 15.1 (toepassingsbereik) artikel 19.10, eerste lid, van de wet artikel 19.11 van de wet Deze afdeling is van toepassing op het vaststellen van de alarmeringswaarden, bedoeld in, en op het geven van informatie of waarschuwingen bij overschrijding of dreigende overschrijding van een alarmeringswaarde als bedoeld in. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 15.2 — Artikel 15.2 (alarmeringswaarden verontreinigende stoffen in de buitenlucht)#
Artikel 15.2 (alarmeringswaarden verontreinigende stoffen in de buitenlucht) 1 3 Voor zwaveldioxide geldt een alarmeringswaarde van 500 μg/mals uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren. 2 3 Voor stikstofdioxide geldt een alarmeringswaarde van 400 μg/mals uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren. 3 Voor ozon gelden de volgende alarmeringswaarden: a. 3 180 μg/mals uurgemiddelde concentratie; en b. 3 240 μg/mals uurgemiddelde concentratie. 4 10 Voor PMgelden de volgende alarmeringswaarden: a. 3 70 μg/mals daggemiddelde concentratie; en b. 3 100 μg/mals daggemiddelde concentratie. 5 2 artikel 2.38 artikel 2.39 De alarmeringswaarden, bedoeld in het eerste, tweede en vierde lid, gelden in gebieden van ten minste 100 kmof in een volledige agglomeratie of zone als bedoeld inrespectievelijk. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 15.3 — Artikel 15.3 (alarmeringswaarden hoogwaterstanden)#
Artikel 15.3 (alarmeringswaarden hoogwaterstanden) artikel 19.10, eerste lid, onder b, van de wet bijlage XXXV De alarmeringswaarden voor hoogwaterstanden die een gevaar voor primaire waterkeringen kunnen opleveren, bedoeld in, zijn vastgesteld in. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 15.4 — Artikel 15.4 (niveaus van verhoogde concentratie van verontreinigende stoffen in de buitenlucht)#
Artikel 15.4 (niveaus van verhoogde concentratie van verontreinigende stoffen in de buitenlucht) 1 Van geringe smog is sprake wanneer: a. artikel 2.3, eerste lid, onder a artikel 2.4, eerste lid, onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving de concentratie van zwaveldioxide of stikstofdioxide lager is dan de omgevingswaarden, bedoeld in, respectievelijk; b. artikel 15.2, derde lid, onder a de concentratie van ozon lager is dan de alarmeringswaarde, bedoeld in; of c. 10 artikel 15.2, vierde lid, onder a de daggemiddelde concentratie van PMlager is dan de alarmeringswaarde, bedoeld in. 2 Van matige smog is sprake wanneer: a. artikel 2.3, eerste lid, onder a artikel 2.4, eerste lid, onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving artikel 15.2, eerste lid, respectievelijk tweede lid de concentratie van zwaveldioxide of stikstofdioxide hoger is dan de omgevingswaarden, bedoeld in, respectievelijk, maar lager is dan de alarmeringswaarden, bedoeld in; b. artikel 15.2, derde lid, onder a de concentratie van ozon hoger is dan de alarmeringswaarde, bedoeld in, maar lager is dan de alarmeringswaarde, bedoeld in artikel 15.2, derde lid, onder b; of c. 10 artikel 15.2, vierde lid, onder a de daggemiddelde concentratie van PMzich bevindt tussen de alarmeringswaarde, bedoeld in, en de alarmeringswaarde, bedoeld in artikel 15.2, vierde lid, onder b. 3 Van ernstige smog is sprake wanneer: a. artikel 15.2, eerste lid, respectievelijk tweede lid de concentratie van zwaveldioxide of stikstofdioxide hoger is dan de alarmeringswaarden, bedoeld in; b. artikel 15.2, derde lid, onder b de concentratie van ozon hoger is dan de alarmeringswaarde, bedoeld in; of c. 10 artikel 15.2, vierde lid, onder b de daggemiddelde concentratie van PMhoger is dan de alarmeringswaarde, bedoeld in. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 15.5 — Artikel 15.5 (vaststellen niveau van verontreinigende stoffen in de buitenlucht)#
Artikel 15.5 (vaststellen niveau van verontreinigende stoffen in de buitenlucht) artikel 12.3, tweede lid Het vaststellen of sprake is van geringe, matige of ernstige smog vindt plaats door het RIVM overeenkomstig. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 15.6 — Artikel 15.6 (basisinformatie)#
Artikel 15.6 (basisinformatie) 1 10 www.luchtmeetnet.nl Het RIVM stelt basisinformatie over zwaveldioxide, stikstofdioxide, ozon en PMbeschikbaar open zo mogelijk via andere landelijke media. 2 Basisinformatie als bedoeld in het eerste lid omvat ten minste: a. 10 een beschrijving van het ontstaan van concentraties van zwaveldioxide, stikstofdioxide, ozon en PMin de buitenlucht; b. 10 artikel 2.38 artikel 2.39 een weergave van de actuele concentraties van zwaveldioxide, stikstofdioxide, ozon en PMper agglomeratie en zone als bedoeld inrespectievelijken een toelichting daarop; en c. 10 een aanduiding van de actuele concentraties van zwaveldioxide, stikstofdioxide, ozon en PMals geringe, matige of ernstige smog. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 15.7 — Artikel 15.7 (analyse luchtkwaliteit bij matige of ernstige smog)#
Artikel 15.7 (analyse luchtkwaliteit bij matige of ernstige smog) artikel 12.3, tweede lid Als naar redelijke verwachting van het RIVM het risico bestaat op matige of ernstige smog en in perioden van matige of ernstige smog, analyseert het RIVM ieder uur de ontwikkeling van de kwaliteit van de buitenlucht op basis van de vaststelling van de concentraties, bedoeld in. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 15.8 — Artikel 15.8 (matige of ernstige smog: informatie aan het publiek en bijzonder gevoelige bevolkingsgroepen)#
Artikel 15.8 (matige of ernstige smog: informatie aan het publiek en bijzonder gevoelige bevolkingsgroepen) 1 artikel 15.6 Bij matige of ernstige smog stelt het RIVM, in aanvulling op de ingenoemde basisinformatie, beschikbaar: a. een beschrijving van het ontstaan van smog en van de verontreinigende stoffen in de buitenlucht die matige of ernstige smog veroorzaken; b. 10 een prognose van de concentraties van zwaveldioxide, stikstofdioxide, ozon en PMvoor de eerstvolgende middag, dag of dagen; c. een beschrijving van de bevolkingsgroep of bevolkingsgroepen waarvoor matige of ernstige smog risico’s kan inhouden voor de gezondheid, van te verwachten symptomen en van door die bevolkingsgroep of bevolkingsgroepen te treffen voorzorgsmaatregelen; en d. een verwijzing naar het Longfonds, de GGD en het RIVM als bronnen van nadere informatie over smog. 2 www.luchtmeetnet.nl De in het eerste lid bedoelde informatie wordt beschikbaar gesteld open zo mogelijk via andere landelijke media. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 15.9 — Artikel 15.9 (matige smog: informatie aan bestuursorganen en andere instanties)#
Artikel 15.9 (matige smog: informatie aan bestuursorganen en andere instanties) artikel 2.38 artikel 2.39 artikel 15.4, tweede lid, onder a Als matige smog is vastgesteld in een of meer agglomeraties of zones als bedoeld inrespectievelijken de matige smog is veroorzaakt door verhoogde concentraties van zwaveldioxide of stikstofdioxide als bedoeld in, stelt het RIVM gedeputeerde staten van de betreffende provincies, het ANP, de GGD en het Departementaal Coördinatiecentrum Crisisbeheersing van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat in kennis van de actuele concentraties van zwaveldioxide en stikstofdioxide. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 15.10 — Artikel 15.10 (ernstige smog: informatie en waarschuwing aan bestuursorganen en andere instanties)#
Artikel 15.10 (ernstige smog: informatie en waarschuwing aan bestuursorganen en andere instanties) 1 artikel 2.38 artikel 2.39 Als ernstige smog is vastgesteld in een of meer agglomeraties of zones als bedoeld inrespectievelijk, stelt het RIVM gedeputeerde staten van de betreffende provincies, het ANP, de GGD en het Departementaal Coördinatiecentrum Crisisbeheersing van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, onmiddellijk in kennis van: a. 10 de actuele concentraties van zwaveldioxide, stikstofdioxide, ozon en PM; b. de alarmeringswaarde die wordt overschreden; c. de hoogste uurgemiddelde concentratie en voor ozon de hoogste acht-uurgemiddelde concentratie; d. de datum, het tijdstip van aanvang, de duur, de plaats en, voor zover bekend, de oorzaak van de overschrijding van de betreffende alarmeringswaarde; e. 10 een gemotiveerde prognose van de concentraties van zwaveldioxide, stikstofdioxide, ozon en PMvoor de eerstvolgende middag, dag of dagen in het betreffende geografische gebied en de verwachte duur van de ernstige smog; f. een beschrijving van de bevolkingsgroep of bevolkingsgroepen waarvoor ernstige smog risico’s kan inhouden voor de gezondheid, van te verwachten symptomen en van door die bevolkingsgroep of bevolkingsgroepen te treffen voorzorgsmaatregelen; en g. informatie over de stoffen waarvan de concentratie tijdelijk is verhoogd. 2 Op de dagen die volgen op een dag dat ernstige smog is vastgesteld, stelt het RIVM de instanties, genoemd in het eerste lid, ten minste eenmaal per dag in kennis van geactualiseerde gegevens als bedoeld in het eerste lid, onder a tot en met g. 3 De commissaris van de Koning doet van het optreden van ernstige smog zo spoedig mogelijk mededeling aan het publiek door middel van radio en televisie of op een andere door de commissaris te bepalen wijze. De mededeling omvat de informatie, bedoeld in het eerste lid, en: a. een verwijzing naar het Longfonds, de GGD en het RIVM als bronnen van nadere informatie over smog; en b. voor zover van toepassing, gegevens over de belangrijkste bronsectoren die bijdragen aan de ernstige smog en aanbevelingen voor maatregelen om de emissies te verminderen. 4 Het eerste en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing wanneer naar redelijke verwachting van het RIVM ernstige smog dreigt te ontstaan. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 15.11 — Artikel 15.11 10 (informatie bij dreigende overschrijding alarmeringswaarde ozon of PM)#
Artikel 15.11 10 (informatie bij dreigende overschrijding alarmeringswaarde ozon of PM) Artikel 15.10, eerste tot en met derde lid artikel 15.2, derde lid, onder a 10 , is van overeenkomstige toepassing wanneer naar redelijke verwachting van het RIVM het risico bestaat op overschrijding van de alarmeringswaarde voor ozon of PM, bedoeld in, respectievelijk artikel 15.2, vierde lid, onder a, of wanneer overschrijding van die alarmeringswaarde is vastgesteld. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 15.12 — Artikel 15.12 (vaststellen Smogdraaiboek)#
Artikel 15.12 (vaststellen Smogdraaiboek) artikelen 15.10, derde en vierde lid 15.11 Gedeputeerde staten stellen voor de uitvoering van de, eneen provinciaal draaiboek smog vast op basis van het Modeldraaiboek Smog. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2022 26085 28-09-2022 23-09-2022 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 15.13 — Artikel 15.13 (informatie en waarschuwing bij overschrijding alarmeringswaarden: hoogwaterstanden)#
Artikel 15.13 (informatie en waarschuwing bij overschrijding alarmeringswaarden: hoogwaterstanden) artikel 15.3 Op het geven van informatie of waarschuwingen bij een overschrijding of dreigende overschrijding van de alarmeringswaarden voor hoogwaterstanden, bedoeld in, is het Landelijk Draaiboek Hoogwater en Overstromingen van toepassing. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 16.1 — Artikel 16.1 (tactisch beheer)#
Artikel 16.1 (tactisch beheer) artikel 2 van de Organisatiewet Kadaster Aan de Dienst, bedoeld in, wordt een uitsluitend recht verleend voor het in opdracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verrichten van werkzaamheden die verband houden met het coördineren van het beheer van de landelijke voorziening. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 16.2 — Artikel 16.2 (beschikbaarheid, integriteit en vertrouwelijkheid van de landelijke voorziening)#
Artikel 16.2 (beschikbaarheid, integriteit en vertrouwelijkheid van de landelijke voorziening) 1 De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties neemt passende generieke maatregelen om de beschikbaarheid, integriteit en vertrouwelijkheid van de landelijke voorziening te waarborgen. 2 Tot de maatregelen behoort in ieder geval het vastleggen en implementeren van een noodherstelplan bij verlies van gegevens in de landelijke voorziening. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 16.3 — Artikel 16.3 (storingen, aantastingen en beveiligingsincidenten landelijke voorziening)#
Artikel 16.3 (storingen, aantastingen en beveiligingsincidenten landelijke voorziening) 1 De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verhelpt storingen, aantastingen van de beschikbaarheid, integriteit en vertrouwelijkheid van de landelijke voorziening en beveiligingsincidenten binnen een redelijke termijn. 2 De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan zonder voorafgaande kennisgeving de toegang tot of de beschikbaarheid van de landelijke voorziening onderbreken, als sprake is van een storing, een aantasting van de beschikbaarheid, integriteit en vertrouwelijkheid van de landelijke voorziening of een beveiligingsincident. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verstrekt informatie over de aard en verwachte duur van de onderbreking via een algemeen toegankelijk kanaal. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 16.4 — Artikel 16.4 (bevoegdheden minister bij misbruik van de landelijke voorziening)#
Artikel 16.4 (bevoegdheden minister bij misbruik van de landelijke voorziening) Om aantasting van de beveiliging, misbruik of oneigenlijk gebruik van de landelijke voorziening te signaleren en adequaat te beëindigen, kan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties: a. controles uitvoeren op de gegevens in de landelijke voorziening; b. bij het vermoeden van misbruik of oneigenlijk gebruik de toegang tot de landelijke voorziening onderbreken; of c. bij geconstateerd misbruik of oneigenlijk gebruik de toegang tot de landelijke voorziening beëindigen. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 16.4a — Artikel 16.4a (aanwijzing omgevingsdocument)#
Artikel 16.4a (aanwijzing omgevingsdocument) Omgevingsdocument zijn de besluiten en andere rechtsfiguren die zijn opgenomen in bijlage 4 of bijlage 5 bij de Regeling standaarden publicaties Omgevingswet. 2022 11749 26-04-2022 22-04-2022 2022-0000205329 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 16.5 — Artikel 16.5 (systeembeschrijving)#
Artikel 16.5 (systeembeschrijving) artikel 20.29 van de wet De systeembeschrijving, bedoeld in, bestaat uit: a. bijlage XXXVI hoofdstuk 8 van de inopgenomen Standaard toepasbare regels, versie 2.0, en de hoofdstukken 5 tot en met 9 van het daarbij behorende en in die bijlage opgenomen Informatiemodel toepasbare regels; en b. bijlage XXXVII de hoofdstukken 3 en 4 van de inopgenomen Standaard aanvragen en meldingen, versie 5.0. 2025 23558 07-07-2025 29-06-2025 2025-0000378452 2025 23558 07-07-2025 29-06-2025 2025-0000378452 08-07-2025
Artikel 16.6 — Artikel 16.6 (levering informatie voor formulier)#
Artikel 16.6 (levering informatie voor formulier) artikel 14.2, derde lid, van het Omgevingsbesluit artikel 16.5, onder a Informatie voor het samenstellen van het via de landelijke voorziening te verstrekken formulier, bedoeld in, wordt beschikbaar gesteld volgens het onderdeel van de systeembeschrijving, bedoeld in. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 16.7 — Artikel 16.7 (levering statusinformatie)#
Artikel 16.7 (levering statusinformatie) bijlage VIII bij het Omgevingsbesluit Bekendmakingswet Een inbedoeld gegeven over de status van een besluit of andere rechtsfiguur wordt verstrekt volgens de standaard en met gebruikmaking van de voorziening zoals op grond van deis bepaald voor de publicatie van het besluit of de andere rechtsfiguur waarop het gegeven betrekking heeft. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 16.8 — Artikel 16.8 (facultatieve levering toepasbare regels)#
Artikel 16.8 (facultatieve levering toepasbare regels) artikel 16.5, onder a Als een bestuursorgaan voor ontsluiting via de landelijke voorziening informatie beschikbaar stelt die is bedoeld om een ieder in staat te stellen op eenvoudige wijze inzicht te verkrijgen in regels die gelden voor een bepaalde activiteit, gebeurt dit volgens het onderdeel van de systeembeschrijving, bedoeld in. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 16.9 — Artikel 16.9 (toepassingsbereik)#
Artikel 16.9 (toepassingsbereik) wet Deze afdeling is van toepassing op het via de landelijke voorziening uitwisselen van persoonsgegevens bij het voorbereiden van een beslissing op een aanvraag of het beoordelen van een melding of gegevens en bescheiden ter voldoening aan een andere informatieverplichting dan een melding op grond van de, waarvoor de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het bestuursorgaan dat het initiatief heeft genomen tot het uitwisselen van gegevens, gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken zijn. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 16.10 — Artikel 16.10 (informatieverstrekking aan betrokkene)#
Artikel 16.10 (informatieverstrekking aan betrokkene) Het bestuursorgaan dat het initiatief heeft genomen tot het uitwisselen van gegevens, draagt zorg voor het verstrekken van informatie aan de betrokkene in overeenstemming met de artikelen 13 en 14 van de Algemene verordening gegevensbescherming. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 16.11 — Artikel 16.11 (rechten van betrokkene)#
Artikel 16.11 (rechten van betrokkene) 1 Betrokkene kan een verzoek over de uitoefening van de aan hem toegekende rechten als bedoeld in de artikelen 15 tot en met 22 van de Algemene verordening gegevensbescherming richten aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De minister richt hiervoor een contactpunt in. 2 De minister geleidt een verzoek als bedoeld in het eerste lid zo spoedig mogelijk door naar het bestuursorgaan dat het initiatief heeft genomen tot het uitwisselen van gegevens. Dit bestuursorgaan handelt het verzoek af. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2023 26205 19-09-2023 14-09-2023 2023-0000568411 2023 26454 02-10-2023 26-09-2023 2023-0000589458 01-01-2024
Artikel 16.12 — Artikel 16.12 (melden datalek in verband met operationele werking landelijke voorziening)#
Artikel 16.12 (melden datalek in verband met operationele werking landelijke voorziening) 1 De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties meldt een inbreuk in verband met persoonsgegevens die verband houdt met de inrichting, instandhouding, werking en beveiliging van de landelijke voorziening aan de Autoriteit persoonsgegevens en informeert het bestuursorgaan dat het initiatief heeft genomen tot het uitwisselen van gegevens daarover. 2 De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stelt degene om wiens persoonsgegevens het gaat onverwijld in kennis van een inbreuk in verband met persoonsgegevens als bedoeld in het eerste lid als de inbreuk waarschijnlijk een hoog risico inhoudt voor diens rechten en vrijheden. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 16.13 — Artikel 16.13 (melden datalek in verband met gebruik landelijke voorziening)#
Artikel 16.13 (melden datalek in verband met gebruik landelijke voorziening) 1 Het bestuursorgaan dat het initiatief heeft genomen tot het uitwisselen van gegevens, meldt een inbreuk in verband met persoonsgegevens die verband houdt met het gebruik van de landelijke voorziening aan de Autoriteit persoonsgegevens en informeert de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties daarover. 2 Het bestuursorgaan stelt degene om wiens persoonsgegevens het gaat onverwijld in kennis van een inbreuk in verband met persoonsgegevens als bedoeld in het eerste lid als de inbreuk waarschijnlijk een hoog risico inhoudt voor diens rechten en vrijheden. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 16.14 — Artikel 16.14 (melden datalek bij onduidelijkheid oorsprong)#
Artikel 16.14 (melden datalek bij onduidelijkheid oorsprong) 1 Als niet duidelijk is of een inbreuk in verband met persoonsgegevens verband houdt met de inrichting, instandhouding, werking en beveiliging van de landelijke voorziening of het gebruik daarvan, meldt de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de inbreuk aan de Autoriteit persoonsgegevens en informeert hij het bestuursorgaan dat het initiatief heeft genomen tot het uitwisselen van gegevens daarover. 2 De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stelt degene om wiens persoonsgegevens het gaat onverwijld in kennis van een inbreuk in verband met persoonsgegevens als bedoeld in het eerste lid als de inbreuk waarschijnlijk een hoog risico inhoudt voor diens rechten en vrijheden. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 16.15 — Artikel 16.15 (registratie datalekken)#
Artikel 16.15 (registratie datalekken) 1 De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties documenteert alle inbreuken in verband met persoonsgegevens die verband houden met de inrichting, instandhouding, werking en beveiliging van de landelijke voorziening. 2 Het bestuursorgaan dat het initiatief heeft genomen tot het uitwisselen van gegevens, documenteert alle inbreuken in verband met persoonsgegevens die verband houden met het gebruik van de landelijke voorziening. 3 De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties documenteert alle overige inbreuken in verband met persoonsgegevens. 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 17.1 — Artikel 17.1 10 (overgangsrecht emissiefactoren ammoniak en PMvoor pelsdieren)#
Artikel 17.1 10 (overgangsrecht emissiefactoren ammoniak en PMvoor pelsdieren) Vervallen 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 01-01-2024 2022 26085 28-09-2022 23-09-2022 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 17.1a — Artikel 17.1a (overgangsrecht aanvraagvereisten omgevingsplanactiviteit)#
Artikel 17.1a (overgangsrecht aanvraagvereisten omgevingsplanactiviteit) Artikel 7.207b, eerste lid , is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is vereist op grond van: a. artikel 22.8 van de Omgevingswet een gemeentelijke verordening in samenhang met; of b. artikel 4.35, tweede lid, van de Invoeringswet Omgevingswet . 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 17.2 — Artikel 17.2 (overgangsrecht formulier te saneren gebouwen)#
Artikel 17.2 (overgangsrecht formulier te saneren gebouwen) artikel 15.2 van het Omgevingsbesluit www.bureausaneringverkeerslawaai.nl De lijst met vanwege het geluid te saneren gebouwen, bedoeld in, wordt vastgesteld volgens het formulier ‘Formulier saneringslijst’, beschikbaar gesteld op. 2021 15868 26-03-2021 19-03-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 17.3 — Artikel 17.3 (overgangsrecht: rekenformule luchtvaartgeluid bij berekenen gecumuleerd geluid)#
Artikel 17.3 (overgangsrecht: rekenformule luchtvaartgeluid bij berekenen gecumuleerd geluid) artikel 3.25, derde lid Tot het tijdstip, bedoeld in, wordt het geluid door luchtvaart omgerekend naar het geluid door wegen dat evenveel hinder veroorzaakt, volgens de formule: 2021 15868 26-03-2021 19-03-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 17.4 — Artikel 17.4 (algemeen overgangsrecht bouwactiviteiten)#
Artikel 17.4 (algemeen overgangsrecht bouwactiviteiten) 1 artikel 5.2, tweede lid, onder a, van de wet Besluit bouwwerken leefomgeving hoofdstuk 5 paragraaf 7.2.2 Op een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in, een aanvraag om toestemming tot het treffen van een gelijkwaardige maatregel voor een activiteit geregeld in hetof een aanvraag om een besluit tot het stellen van maatwerkvoorschriften voor een activiteit geregeld in het Besluit bouwwerken leefomgeving, ingediend voor het tijdstip waarop een wijziging vanof, inclusief de daar genoemde bijlagen, in werking treedt, of op bezwaar of beroep, ingesteld tegen een beslissing op een dergelijke aanvraag, blijven de regels in hoofdstuk 5 of paragraaf 7.2.2 van toepassing zoals die golden op het tijdstip waarop de aanvraag is ingediend. 2 Besluit bouwwerken leefomgeving hoofdstuk 5 paragraaf 7.2.2 Op een melding voor een activiteit geregeld in het, gedaan voor het tijdstip waarop een wijziging vanof, inclusief de daar genoemde bijlagen, in werking treedt, blijven de regels van hoofdstuk 5 en paragraaf 7.2.2 van toepassing zoals die golden op het tijdstip waarop de melding is gedaan. 2022 3912 03-02-2022 31-01-2022 2022-0000037155 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 17.5 — Artikel 17.5 (overgangsrecht geluidaandachtsgebied voor gemeentewegen, lokale spoorwegen en waterschapswegen)#
Artikel 17.5 (overgangsrecht geluidaandachtsgebied voor gemeentewegen, lokale spoorwegen en waterschapswegen) 1 Tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip waarop de gegevens voor de basisgeluidemissie uiterlijk worden verzameld, bestaat het geluidaandachtsgebied uit het gebied dat zich aan weerszijden van de as van de weg uitstrekt tot de volgende afstand, gemeten vanaf de rand van de weg of de buitenste spoorstaaf van de spoorweg: a. voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken, waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/u of minder geldt: 100 m; b. voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken, waarvoor een onbekende maximumsnelheid of een maximumsnelheid van meer dan 30 km/u geldt, en een spoorweg, bestaande uit een of twee sporen: 200 m; en c. voor een weg, bestaande uit drie of meer rijstroken, en een spoorweg, bestaande uit drie of meer sporen: 350 m. 2 Als een lokale spoorweg grotendeels is verweven of gebundeld met een gemeenteweg wordt bij de toepassing van het eerste lid het totaal van het aantal sporen of rijstroken beschouwd. 2022 26085 28-09-2022 23-09-2022 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 17.6 — Artikel 17.6 (overgangsrecht geluid spoorvoertuigen op emplacementen)#
Artikel 17.6 (overgangsrecht geluid spoorvoertuigen op emplacementen) 1 artikel 12.5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving Bij wijziging van een geluidproductieplafond op grond vanwordt de hoogte van het geluidproductieplafond berekend op basis van: a. bijlage XXXIX de geluidbrongegevens behorende bij het geldende geluidproductieplafond of, voor zover van toepassing, de gewijzigde geluidbrongegevens, bedoeld in; en b. de geluidbrongegevens die horen bij het geluid door spoorvoertuigen op spoorwegemplacementen die onderdeel zijn van de hoofdspoorweg. 2 Het geluid, bedoeld in het eerste lid, onder b, wordt bepaald op basis van aard en omvang van de activiteiten opgenomen in de representatieve bedrijfssituatie van het akoestisch onderzoek dat ten grondslag ligt aan de vigerende omgevingsvergunning, waarbij de aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften in acht worden genomen. 3 bijlage IVf Paragraaf 2.7 vanis van overeenkomstige toepassing op de geluidbronvermogens van stilstaande treinen. 4 Artikel 4.1, vijfde lid, van de Aanvullingsregeling geluid Omgevingswet is van overeenkomstige toepassing op de op grond van dit artikel gewijzigde geluidproductieplafonds. 2023 26205 19-09-2023 14-09-2023 2023-0000568411 2023 26454 02-10-2023 26-09-2023 2023-0000589458 01-01-2024
Artikel 17a.1 — Artikel 17a.1 (begripsbepalingen)#
Artikel 17a.1 (begripsbepalingen) Vervallen 2019 517 30-12-2019 18-12-2019 35347 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-07-2025 2024 41249 19-12-2024 18-12-2024 WJZ/89391745 Hoofdstuk 17a ook ingetrokken door Stb. 2025/165 per 1 juli 2025. Inwerkingtreding voorheen door Stb. 2023/113 gesteld op 1 januari 2025.
Artikel 17a.2 — Artikel 17a.2 (specifieke beoordelingsregels bij gebruikmaking register stikstofdepositieruimte)#
Artikel 17a.2 (specifieke beoordelingsregels bij gebruikmaking register stikstofdepositieruimte) Vervallen 2019 517 30-12-2019 18-12-2019 35347 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-07-2025 2024 41249 19-12-2024 18-12-2024 WJZ/89391745 Hoofdstuk 17a ook ingetrokken door Stb. 2025/165 per 1 juli 2025. Inwerkingtreding voorheen door Stb. 2023/113 gesteld op 1 januari 2025.
Artikel 17a.3 — Artikel 17a.3 (registratie stikstofdepositieruimte)#
Artikel 17a.3 (registratie stikstofdepositieruimte) Vervallen 2019 517 30-12-2019 18-12-2019 35347 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-07-2025 2024 41249 19-12-2024 18-12-2024 WJZ/89391745 Hoofdstuk 17a ook ingetrokken door Stb. 2025/165 per 1 juli 2025. Inwerkingtreding voorheen door Stb. 2023/113 gesteld op 1 januari 2025.
Artikel 17a.4 — Artikel 17a.4 (maatregelen waardoor stikstofdepositieruimte ontstaat)#
Artikel 17a.4 (maatregelen waardoor stikstofdepositieruimte ontstaat) Vervallen 2019 517 30-12-2019 18-12-2019 35347 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-07-2025 2024 41249 19-12-2024 18-12-2024 WJZ/89391745 Hoofdstuk 17a ook ingetrokken door Stb. 2025/165 per 1 juli 2025. Inwerkingtreding voorheen door Stb. 2023/113 gesteld op 1 januari 2025.
Artikel 17a.5 — Artikel 17a.5 (compartimentering stikstofdepositieruimte voor doelprojecten)#
Artikel 17a.5 (compartimentering stikstofdepositieruimte voor doelprojecten) Vervallen 2019 517 30-12-2019 18-12-2019 35347 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-07-2025 2024 41249 19-12-2024 18-12-2024 WJZ/89391745 Hoofdstuk 17a ook ingetrokken door Stb. 2025/165 per 1 juli 2025. Inwerkingtreding voorheen door Stb. 2023/113 gesteld op 1 januari 2025.
Artikel 17a.6 — Artikel 17a.6 (registratie reserveringen voor woningbouwprojecten en tracébesluiten)#
Artikel 17a.6 (registratie reserveringen voor woningbouwprojecten en tracébesluiten) Vervallen 2019 517 30-12-2019 18-12-2019 35347 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-07-2025 2024 41249 19-12-2024 18-12-2024 WJZ/89391745 Hoofdstuk 17a ook ingetrokken door Stb. 2025/165 per 1 juli 2025. Inwerkingtreding voorheen door Stb. 2023/113 gesteld op 1 januari 2025.
Artikel 17a.7 — Artikel 17a.7 (registratie reserveringen voor woningbouwclusters)#
Artikel 17a.7 (registratie reserveringen voor woningbouwclusters) Vervallen 2019 517 30-12-2019 18-12-2019 35347 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-07-2025 2024 41249 19-12-2024 18-12-2024 WJZ/89391745 Hoofdstuk 17a ook ingetrokken door Stb. 2025/165 per 1 juli 2025. Inwerkingtreding voorheen door Stb. 2023/113 gesteld op 1 januari 2025.
Artikel 17a.8 — Artikel 17a.8 (voorwaarden registratie reserveringen voor gemelde PAS-activiteiten)#
Artikel 17a.8 (voorwaarden registratie reserveringen voor gemelde PAS-activiteiten) Vervallen 2019 517 30-12-2019 18-12-2019 35347 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-07-2025 2024 41249 19-12-2024 18-12-2024 WJZ/89391745 Hoofdstuk 17a ook ingetrokken door Stb. 2025/165 per 1 juli 2025. Inwerkingtreding voorheen door Stb. 2023/113 gesteld op 1 januari 2025.
Artikel 17a.9 — Artikel 17a.9 (verdeling van stikstofdepositieruimte over gemelde PAS-activiteiten)#
Artikel 17a.9 (verdeling van stikstofdepositieruimte over gemelde PAS-activiteiten) Vervallen 2019 517 30-12-2019 18-12-2019 35347 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-07-2025 2024 41249 19-12-2024 18-12-2024 WJZ/89391745 Hoofdstuk 17a ook ingetrokken door Stb. 2025/165 per 1 juli 2025. Inwerkingtreding voorheen door Stb. 2023/113 gesteld op 1 januari 2025.
Artikel 17a.10 — Artikel 17a.10 (registratie reserveringen voor gemelde PAS-activiteiten na verdeling stikstofdepositieruimte en ontvangst aanvraag)#
Artikel 17a.10 (registratie reserveringen voor gemelde PAS-activiteiten na verdeling stikstofdepositieruimte en ontvangst aanvraag) Vervallen 2019 517 30-12-2019 18-12-2019 35347 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-07-2025 2024 41249 19-12-2024 18-12-2024 WJZ/89391745 Hoofdstuk 17a ook ingetrokken door Stb. 2025/165 per 1 juli 2025. Inwerkingtreding voorheen door Stb. 2023/113 gesteld op 1 januari 2025.
Artikel 18.1 — Artikel 18.1 (inwerkingtreding)#
Artikel 18.1 (inwerkingtreding) 1 Deze regeling treedt in werking op een bij ministerieel besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. 2 Een ministerieel besluit als bedoeld in het eerste lid wordt in de Staatscourant bekendgemaakt. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2020 64380 03-12-2020 01-12-2020 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 De wijziging is in werking getreden op 4 december 2020 (Stcrt. 2020/64380).
Artikel 18.2 — Artikel 18.2 (citeertitel)#
Artikel 18.2 (citeertitel) Deze regeling wordt aangehaald als: Omgevingsregeling. 2019 56288 22-11-2019 21-11-2019 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 1.1#
artikel 1.1
Artikel 5.19#
artikel 5.19, eerste lid
Artikel 3.69#
artikel 3.69
Artikel 1.4#
artikel 1.4
Artikel 12.2#
Artikel 12.2
Artikel 12.71e#
Artikel 12.71e
Artikel 4.14aa#
Artikel 4.14aa
Artikel 4.14aa#
Artikel 4.14aa
Artikel 4.14aa#
Artikel 4.14aa
Artikel 2.2#
2.2, eerste lid
Artikel 2.2#
2.2, tweede lid
Artikel 2.2#
2.2, derde lid
Artikel 2.2#
2.2, vierde lid
Artikel 2.3#
2.3, eerste lid
Artikel 2.4#
2.4
Artikel 2.7#
2.7
Artikel 2.8#
2.8, eerste lid
Artikel 2.8#
2.8, tweede lid
Artikel 2.8#
2.8, derde lid
Artikel 2.9#
2.9, eerste lid
Artikel 2.9#
2.9, tweede lid
Artikel 2.10#
2.10
Artikel 2.11#
2.11, eerste lid
Artikel 2.11#
2.11, tweede lid
Artikel 2.12#
2.12
Artikel 2.13#
2.13
Artikel 2.14#
2.14
Artikel 2.15#
2.15
Artikel 2.17#
2.17
Artikel 2.18#
2.18
Artikel 2.19#
2.19, eerste lid
Artikel 2.19#
2.19, tweede lid
Artikel 2.20#
2.20
Artikel 2.21#
2.21
Artikel 2.22#
2.22, eerste lid
Artikel 2.22#
2.22, tweede lid
Artikel 2.22#
2.22, derde lid
Artikel 2.22#
2.22, vierde lid
Artikel 2.26#
2.26, eerste lid
Artikel 2.26#
2.26, tweede lid
Artikel 2.26#
2.26, derde lid
Artikel 2.26#
2.26, vierde lid
Artikel 2.27#
2.27, eerste lid
Artikel 2.27#
2.27, tweede lid
Artikel 2.27#
2.27, derde lid
Artikel 2.28#
2.28, eerste lid
Artikel 2.28#
2.28, tweede lid
Artikel 2.28#
2.28, derde lid
Artikel 2.29#
2.29, eerste lid
Artikel 2.29#
2.29, tweede lid
Artikel 2.30#
2.30, eerste lid
Artikel 2.30#
2.30, tweede lid
Artikel 2.30#
2.30, derde lid
Artikel 2.30#
2.30, vierde lid
Artikel 2.31#
2.31, eerste lid
Artikel 2.31#
2.31, tweede lid
Artikel 2.31#
2,31, derde lid
Artikel 2.31#
2.31, vierde lid
Artikel 2.31#
2.31, vijfde lid
Artikel 2.32#
2.32, eerste lid
Artikel 2.32#
2.32, tweede lid
Artikel 2.33#
2.33, eerste lid
Artikel 2.33#
2.33, tweede lid
Artikel 2.33#
2.33, derde lid
Artikel 2.34#
2.34, eerste lid
Artikel 2.34#
2.34, tweede lid
Artikel 2.34#
2.34, derde lid
Artikel 2.36#
2.36, eerste lid
Artikel 2.36#
2.36, tweede lid
Artikel 2.36#
2.36, derde lid
Artikel 2.36#
2.36, vierde lid
Artikel 2.36a#
2.36a
Artikel 2.37#
2.37
Artikel 2.41#
2.41, eerste lid
Artikel 2.41#
2.41, tweede lid
Artikel 2.41#
2.41, derde lid
Artikel 2.41#
2.41, vierde lid
Artikel 2.41#
2.41, vijfde lid
Artikel 2.41#
2.41, zesde lid
Artikel 2.42#
2.42, eerste lid
Artikel 2.42#
2.42, tweede lid
Artikel 2.42#
2.42, derde lid
Artikel 2.42#
2.42, vierde lid
Artikel 2.42#
2.42, vijfde lid
Artikel 2.43#
2.43, eerste lid
Artikel 2.43#
2.43, tweede lid
Artikel 2.46#
2.46, tweede lid
Artikel 2.46#
2.46, derder lid
Artikel 2.46#
2.46, vierde lid
Artikel 2.46#
2.46, vijfde lid
Artikel 2.5#
artikel 2.5, eerste lid
Artikel 2.5#
artikel 2.5, tweede lid
Artikel 2.6#
artikel 2.6
Artikel 2.29a#
artikel 2.29a
Artikel 2.30a#
artikel 2.30a
Artikel 2.30a#
artikel 2.30a
Artikel 2.30a#
artikel 2.30a
Artikel 2.30a#
artikel 2.30a
Artikel 3.5#
artikel 3.5
Artikel 3.7#
artikelen 3.7
Artikel 12.71d#
12.71d
Artikel 12.71d#
artikel 12.71d
Artikel 3.8#
artikelen 3.8, eerste lid, onder a
Artikel 3.9#
3.9, eerste lid, aanhef en onder a en b
Artikel 3.11#
3.11, onder a en b
Artikel 3.14#
3.14, eerste lid, onder a, en vierde lid
Artikel 3.18#
3.18, onder a en b
Artikel 12.71d#
12.71d, tweede lid
Artikel 3.8#
artikelen 3.8, eerste lid, onder b
Artikel 3.12#
3.12, onder a en d
Artikel 3.14#
3.14, eerste lid, onder c, en vijfde lid
Artikel 3.19#
3.19, onder a en d
Artikel 3.14#
artikelen 3.14, eerste lid, onder b en d
Artikel 3.21#
3.21, eerste lid, onder b
Artikel 3.21#
artikelen 3.21, eerste lid, onder a
Artikel 3.23#
3.23, eerste lid, onder a en e
Artikel 6.6#
6.6, eerste en tweede lid
Artikel 8.22#
8.22, eerste en tweede lid
Artikel 3.28#
artikelen 3.28, onder a
Artikel 6.8#
6.8, eerste lid
Artikel 8.25#
8.25, eerste en tweede lid
Artikel 3.29#
artikel 3.29
Artikel 3.54#
artikel 3.54
Artikel 3.56#
artikel 3.56
Artikel 4.5#
artikelen 4.5
Artikel 4.6#
4.6, tweede lid
Artikel 4.7#
4.7, tweede lid
Artikel 6.14#
6.14, vijfde lid
Artikel 8.31#
8.31, vijfde lid
Artikel 9.3#
9.3, vierde lid
Artikel 4.12g#
artikel 4.12g
Artikel 4.12h#
artikel 4.12h
Artikel 4.14#
artikel 4.14, eerste lid
Artikel 4.29#
artikel 4.29
Artikel 4.14#
artikel 4.14, tweede lid
Artikel 4.30#
artikel 4.30
Artikel 4.31#
artikel 4.31
Artikel 4.33#
artikel 4.33, eerste lid
Artikel 5.2#
artikel 5.2
Artikel 5.11#
artikel 5.11, vierde lid
Artikel 5.11#
artikel 5.11, vijfde lid
Artikel 5.12#
artikel 5.12, vierde lid
Artikel 5.12#
artikel 5.12, vijfde lid
Artikel 5.29#
artikel 5.29
Artikel 5.29#
artikel 5.29, tweede lid
Artikel 4.14a#
artikelen 4.14a, eerste lid
Artikel 5.30#
5.30, eerste lid
Artikel 4.14a#
artikelen 4.14a, eerste lid
Artikel 5.30#
5.30, eerste lid
Artikel 4.14a#
artikelen 4.14a, tweede lid
Artikel 5.30#
5.30, tweede lid
Artikel 4.14a#
artikelen 4.14a, tweede lid
Artikel 5.30#
5.30, tweede lid
Artikel 4.14aa#
artikel 4.14aa
Artikel 4.14aa#
artikel 4.14aa, eerste lid
Artikel 4.14aa#
artikel 4.14aa, tweede en derde lid
Artikel 4.14aa#
artikel 4.14aa, derde lid
Artikel 4.14aa#
artikel 4.14aa, tweede lid
Artikel 4.14aa#
artikel 4.14aa, tweede lid
Artikel 4.14aa#
artikel 4.14aa, eerste lid
Artikel 4.14aa#
artikel 4.14aa, tweede lid
Artikel 4.14a#
artikel 4.14a, derde en vierde lid
Artikel 4.14aa#
artikel 4.14aa, tweede lid
Artikel 4.14aa#
artikel 4.14aa, tweede lid
Artikel 4.14aa#
artikel 4.14aa, tweede lid
Artikel 4.14aa#
artikel 4.14aa, tweede lid
Artikel 4.14aa#
artikel 4.14aa, tweede lid
Artikel 4.14b#
artikelen 4.14b
Artikel 9.7#
9.7
Artikel 4.14c#
artikel 4.14c, tweede lid
Artikel 4.14c#
artikel 4.14c, tweede lid
Artikel 5.31c#
artikel 5.31c
Artikel 5.59#
artikel 5.59
Artikel 5.53#
artikel 5.53, eerste lid
Artikel 5.54#
artikel 5.54
Artikel 6.6#
artikelen 6.6, derde lid
Artikel 8.22#
8.22, derde lid
Artikel 6.9#
artikelen 6.9, eerste lid
Artikel 8.26#
8.26, eerste lid
Artikel 6.9#
artikelen 6.9, tweede lid
Artikel 8.26#
8.26, tweede lid
Artikel 6.13#
artikelen 6.13, derde lid
Artikel 8.30#
8.30, tweede en derde lid
Artikel 7.77#
artikelen 7.77
Artikel 9.27#
9.27
Artikel 7.77#
artikel 7.77, eerste lid, onder a, onder 5°
Artikel 7.77#
artikel 7.77, eerste lid, onder a, onder 4°
Artikel 7.77#
artikel 7.77, eerste lid, onder a, onder 3°
Artikel 7.77#
artikel 7.77
Artikel 8.2#
artikel 8.2
Artikel 8.10#
artikelen 8.10, onder c
Artikel 8.16#
8.16, onder b
Artikel 12.50#
12.50, onder c
Artikel 12.53#
12.53, onder b
Artikel 8.10#
artikelen 8.10, aanhef en onder a
Artikel 12.50#
12.50, aanhef en onder a
Artikel 8.10#
artikelen 8.10, aanhef en onder b
Artikel 12.50#
12.50, aanhef en onder b
Artikel 8.12#
artikelen 8.12, eerste lid, onder a
Artikel 8.18#
8.18, eerste lid, onder a
Artikel 12.52#
12.52, eerste lid, onder a
Artikel 12.55#
12.55, eerste lid, onder a
Artikel 8.12#
artikelen 8.12, eerste lid, onder b
Artikel 12.52#
12.52, eerste lid, onder b
Artikel 8.13#
artikelen 8.13
Artikel 12.27#
12.27
Artikel 12.56#
12.56
Artikel 9.36#
artikel 9.36
Artikel 9.37#
artikelen 9.37, tweede lid
Artikel 9.38#
9.38
Artikel 9.37#
artikel 9.37, tweede lid
Artikel 9.38#
artikel 9.38
Artikel 12.2b#
artikelen 12.2b
Artikel 12.2e#
12.2e
Artikel 12.2c#
artikel 12.2c
Artikel 12.71b#
artikel 12.71b, onder a en b
Artikel 13.2#
artikelen 13.2
Artikel 13.3#
13.3
Artikel 13.5#
13.5, tweede en derde lid
Artikel 13.8#
13.8, tweede lid
Artikel 13.9#
13.9, eerste lid
Artikel 13.2#
artikelen 13.2
Artikel 13.3#
13.3
Artikel 13.4#
13.4
Artikel 13.5#
13.5, tweede en derde lid
Artikel 13.8#
13.8, tweede lid
Artikel 13.9#
13.9, eerste lid
Artikel 15.3#
artikel 15.3
Artikel 16.5#
artikel 16.5
Artikel 16.5#
artikel 16.5
Artikel 17.6#
artikel 17.6
Artikel 3.19#
artikel 3.19, onder a, c, f en i
Artikel 3.19#
artikel 3.19, onder a, b, c, d, e, f en i
Artikel 3.19#
artikel 3.19, onder c en i