Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 9 december 2024, nr. MBO 49374503, houdende regels voor de verstrekking van aanvullende middelen voor studentendaling in het beroepsonderwijs (Regeling aanvullende middelen studentendaling MBO 2025 – 2027)
- BWB-id
- BWBR0050571
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2024-12-20
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0050571
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2024/regeling-aanvullende-middelen-studentendaling-mbo-2025-2027
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2024/regeling-aanvullende-middelen-studentendaling-mbo-2025-2027/2024-12-20
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0050571&g=2024-12-20
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0050571&z=2026-06-06&g=2024-12-20
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0050571/2024-12-20
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2024/regeling-aanvullende-middelen-studentendaling-mbo-2025-2027
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: arbeidsmarktregio: bijlage 1 arbeidsmarktregio als bedoeld invan deze regeling; beroepsonderwijs: artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs beroepsonderwijs als bedoeld in; bevoegd gezag: artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs bevoegd gezag van een bijzondere instelling als bedoeld in; centrumgemeente: artikel 1.8 van de Regeling SUWI centrumgemeente genoemd in; commissie: artikel 2 van het Instellingsbesluit Commissie macrodoelmatigheid mbo commissie als bedoeld in; instelling: artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs instelling als bedoeld in; Kaderregeling: Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS ; minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. 2024 41714 19-12-2024 09-12-2024 MBO49374503 2024 41714 19-12-2024 09-12-2024 MBO49374503 20-12-2024
Artikel 2 — Artikel 2 Toepasselijkheid Kaderregeling#
Artikel 2 Toepasselijkheid Kaderregeling Kaderregeling Deze regeling geldt in aanvulling op de. 2024 41714 19-12-2024 09-12-2024 MBO49374503 2024 41714 19-12-2024 09-12-2024 MBO49374503 20-12-2024
Artikel 3 — Artikel 3 Bijzondere omstandigheden en bekostigingsplafond#
Artikel 3 Bijzondere omstandigheden en bekostigingsplafond 1 De minister kan aan een bevoegd gezag dat is gevestigd in een arbeidsmarktregio aanvullende middelen verstrekken met als doel bij te dragen aan een toekomstbestendig aanbod van beroepsonderwijs in de betreffende arbeidsmarktregio. 2 Het bekostigingsplafond in de kalenderjaren 2025, 2026 en 2027 bedraagt € 30 miljoen per kalenderjaar. 2024 41714 19-12-2024 09-12-2024 MBO49374503 2024 41714 19-12-2024 09-12-2024 MBO49374503 20-12-2024
Artikel 4 — Artikel 4 Weigeringsgronden#
Artikel 4 Weigeringsgronden artikelen 4:25 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht In aanvulling op deen, worden aanvragen die naar het oordeel van de minister in onvoldoende mate bijdragen aan een toekomstbestendig aanbod van beroepsonderwijs in de arbeidsmarktregio, afgewezen. 2024 41714 19-12-2024 09-12-2024 MBO49374503 2024 41714 19-12-2024 09-12-2024 MBO49374503 20-12-2024
Artikel 5 — Artikel 5 Aanvraag aanvullende middelen#
Artikel 5 Aanvraag aanvullende middelen 1 artikel 3 Een aanvraag voor aanvullende middelen als bedoeld in, wordt ingediend namens een bevoegd gezag dat is gevestigd in een arbeidsmarktregio. 2 artikelen 3.4 3.5 van de Kaderregeling De aanvraag bevat een activiteitenplan en een begroting. Deenzijn van overeenkomstige toepassing. 3 artikel 3.4 van de Kaderregeling In aanvulling opbevat het activiteitenplan: a. een regiovisie voor de kalenderjaren 2025 tot en met 2027 die bestaat uit een analyse van de studentendaling en de gevolgen daarvan voor het gehele beroepsonderwijs in de betreffende arbeidsmarktregio, waarbij wordt ingegaan op maatregelen die het bevoegd gezag al heeft genomen, gericht op een toekomstbestendig aanbod van beroepsonderwijs in de arbeidsmarktregio; b. een beschrijving van de activiteiten die zijn gericht op een toekomstbestendig aanbod van beroepsonderwijs in de arbeidsmarktregio, waarbij wordt ingegaan op: 1°. activiteiten gericht op de transitie van het aanbod aan beroepsopleidingen en onderwijsvoorzieningen; 2°. activiteiten gericht op het in stand houden van opleidingen en onderwijsvoorzieningen; en 3°. artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs activiteiten gericht op fusie als bedoeld in. c. artikel 6.1.3, eerste en derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs een reflectie op de input van de commissie ten aanzien van de kwaliteit van het activiteitenplan met het oog op een toekomstbestendig aanbod van beroepsonderwijs in de arbeidsmarktregio, gelet op de zorgplichten arbeidsmarktperspectief en doelmatigheid, als bedoeld in. 4 Het activiteitenplan en de begroting worden gezamenlijk opgesteld met alle bevoegde gezagen die in dezelfde arbeidsmarktregio gevestigd zijn en aanspraak wensen te maken op aanvullende middelen op grond van deze regeling, waarbij in de begroting duidelijk wordt gemaakt hoe de beschikbare middelen over de verschillende betrokken bevoegde gezagen wordt verdeeld. 5 Het bevoegd gezag voert gezamenlijk met alle bevoegde gezagen die in dezelfde arbeidsmarktregio gevestigd zijn en aanspraak wensen te maken op aanvullende middelen op grond van deze regeling, een startgesprek met de commissie waarin de commissie reflecteert op het activiteitenplan, bedoeld in het derde lid. 6 Uit de aanvraag blijkt op welke wijze de belangrijkste partners van het bevoegd gezag in de arbeidsmarktregio zijn betrokken bij de totstandkoming van het activiteitenplan en bij de uitvoering van het activiteitenplan. Daaronder worden in elk geval begrepen: a. artikel 1.1 van de Wet op het voortgezet onderwijs 2020 de scholen voor voortgezet onderwijs, bedoeld in; b. artikel 1.1, onderdeel g, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek de instellingen voor hoger onderwijs, bedoeld in; c. de centrumgemeente van de betreffende arbeidsmarktregio; en d. het regionale bedrijfsleven. 7 De aanvraag kan worden ingediend van 1 februari 2025 tot en met 1 april 2025. 8 artikel 6, derde lid Aanvragen die worden ingediend buiten de aanvraagperiode, bedoeld in het zevende lid of, worden afgewezen. 9 Aan een bevoegd gezag dat is gevestigd in een arbeidsmarktregio kan op grond van deze regeling maximaal één aanvraag worden toegekend. 10 www.duo.nl Voor de aanvraag wordt gebruik gemaakt van het digitale aanvraagformulier dat beschikbaar is gesteld op de website. 2024 41714 19-12-2024 09-12-2024 MBO49374503 2024 41714 19-12-2024 09-12-2024 MBO49374503 20-12-2024
Artikel 6 — Artikel 6 Beoordeling aanvraag aanvullende middelen#
Artikel 6 Beoordeling aanvraag aanvullende middelen 1 De minister kan ten behoeve van de beoordeling van de aanvraag informatie opvragen bij de commissie. 2 artikel 4.1 van de Kaderregeling artikel 5 In afwijking van, beslist de minister op een aanvraag als bedoeld inbinnen acht weken na afloop van de aanvraagperiode, bedoeld in artikel 5, zevende lid. 3 artikel 4 Indien de aanvraag wordt geweigerd op grond van, kan het bevoegd gezag van 15 juli 2025 tot en met 1 september 2025 een nieuwe aanvraag op grond van deze regeling indienen. 4 artikel 4.1 van de Kaderregeling In afwijking van, beslist de minister op een aanvraag als bedoeld in het derde lid binnen acht weken na afloop van de aanvraagperiode. 2024 41714 19-12-2024 09-12-2024 MBO49374503 2024 41714 19-12-2024 09-12-2024 MBO49374503 20-12-2024
Artikel 7 — Artikel 7 Verdeling aanvullende middelen#
Artikel 7 Verdeling aanvullende middelen 1 bijlage 1 Het maximaal beschikbare bedrag aan aanvullende middelen per arbeidsmarktregio is opgenomen in. 2 artikel 5, eerste lid Het maximaal beschikbare bedrag aan aanvullende middelen bedraagt niet meer dan de middelen die volgens de begroting bij de aanvraag, bedoeld in, nodig zijn voor de uitvoering van het activiteitenplan. 2024 41714 19-12-2024 09-12-2024 MBO49374503 2024 41714 19-12-2024 09-12-2024 MBO49374503 20-12-2024
Artikel 8 — Artikel 8 Vaststelling, besteding en betaling aanvullende middelen#
Artikel 8 Vaststelling, besteding en betaling aanvullende middelen 1 De aanvraag tot aanvullende middelen wordt direct vastgesteld. 2 De aanvullende middelen kunnen worden besteed aan activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt. 3 De aanvullende middelen worden in gelijke delen betaald in juli 2025, januari 2026 en januari 2027 op de bij de minister bekende bankrekening van het bevoegd gezag. 4 artikel 6, derde lid In afwijking van het derde lid, worden de aanvullende middelen op een aanvraag als bedoeld in, voor de eerste termijn uitbetaald in december 2025. 2024 41714 19-12-2024 09-12-2024 MBO49374503 2024 41714 19-12-2024 09-12-2024 MBO49374503 20-12-2024
Artikel 9 — Artikel 9 Verantwoording#
Artikel 9 Verantwoording 1 Regeling jaarverslaggeving onderwijs De verantwoording van de besteding van de aanvullende middelen geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de. 2 artikel 5 Het bevoegd gezag beschrijft jaarlijks in het bestuursverslag de voortgang in de uitvoering van het activiteitenplan, bedoeld in. 2024 41714 19-12-2024 09-12-2024 MBO49374503 2024 41714 19-12-2024 09-12-2024 MBO49374503 20-12-2024
Artikel 10 — Artikel 10 Hardheidsclausule#
Artikel 10 Hardheidsclausule De minister kan een of meer bepalingen van de regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen, zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. 2024 41714 19-12-2024 09-12-2024 MBO49374503 2024 41714 19-12-2024 09-12-2024 MBO49374503 20-12-2024
Artikel 11 — Artikel 11 Inwerkingtreding en vervaldatum#
Artikel 11 Inwerkingtreding en vervaldatum 1 Deze regeling treedt inwerking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2028, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de aanvullende middelen die voor die datum zijn verstrekt. 2024 41714 19-12-2024 09-12-2024 MBO49374503 2024 41714 19-12-2024 09-12-2024 MBO49374503 20-12-2024
Artikel 12 — Artikel 12 Citeertitel#
Artikel 12 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanvullende middelen studentendaling MBO 2025 – 2027. 2024 41714 19-12-2024 09-12-2024 MBO49374503 2024 41714 19-12-2024 09-12-2024 MBO49374503 20-12-2024
Artikel 1#
artikel 1.1