Regeling van de Minister voor Klimaat en Energie van 27 juni 2024, nr. WJZ/ 62925896, houdende aanwijzing categorieën van productie-installaties voor de productie van duurzame energieproductie en klimaattransitie in 2024 (Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2024)
- BWB-id
- BWBR0049998
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken en Klimaat
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2024-09-04
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0049998
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2024/regeling-aanwijzing-categorie-n-duurzame-energieproductie-en
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2024/regeling-aanwijzing-categorie-n-duurzame-energieproductie-en/2024-09-04
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0049998&g=2024-09-04
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0049998&z=2026-06-06&g=2024-09-04
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0049998/2024-09-04
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2024/regeling-aanwijzing-categorie-n-duurzame-energieproductie-en
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: aanvoertemperatuur in het stookseizoen: de volgens de stooklijn bij een buitentemperatuur van –10°C of lager vereiste ingaande vloeistoftemperatuur voor een warmtenet of de volgens de stooklijn bij een buitentemperatuur van –10°C of lager vereiste ingaande vloeistoftemperatuur aan de gebruikerszijde voor een verwarmingssysteem; Algemene uitvoeringsregeling: Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie ; allesvergisting: biologische afbraakreacties van biomassa als bedoeld in de NTA 8003:2017, met uitzondering van de nummers 400, 410, 420, 500, 550 tot en met 559, waarvan de biogasopbrengst van de ingaande stroom ten minste 25 Nm3 aardgasequivalent per ton bedraagt; beperkingengebied: artikel 2.21.a., eerste lid, onderdeel b van de Omgevingswet beperkingengebied met betrekking tot waterstaatswerken in beheer bij het Rijk als bedoeld in; Besluit SDEK: Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie ; Besluit SDE: Besluit stimulering duurzame energieproductie , zoals dit luidde op 31 oktober 2020; biosyngas: mengsel van gassen dat is geproduceerd door vergassing van biomassa en dat geen nadere bewerking tot methaan heeft ondergaan; COP-waarde: coëfficiënt van prestatie uitgedrukt in de hoeveelheid afgegeven warmte aan de condensorzijde per hoeveelheid opgenomen elektriciteit bij gemiddelde gebruiksomstandigheden; domein hoge-temperatuur-warmte: verzameling van de volgende categorieën productie-installaties: a. artikelen 41 43 45 47 49 51 53 57, onderdeel f categorieën productie-installaties voor de productie van hernieuwbare warmte als bedoeld in de,,,,,,en; en b. artikelen 63 71 73, onderdelen c en d categorieën productie-installaties voor de vermindering van broeikasgas als bedoeld in de,, en; domein lage-temperatuur-warmte: verzameling van de volgende categorieën productie-installaties: a. artikelen 33 35, onderdelen a, c, e en g 37, onderdelen a en c 39, onderdeel a 55 57, onderdelen a tot en met e categorieën productie-installaties voor de productie van hernieuwbare warmte als bedoeld in de,,,,en; en b. artikelen 59 61 63 65 67 69 73, eerste lid, onderdelen a en b 75 categorieën productie-installaties voor de vermindering van broeikasgas als bedoeld in de,,,,,,, en; domein moleculen: verzameling van de volgende categorieën productie-installaties: a. artikelen 25 27 29 31 categorieën productie-installaties voor de productie van hernieuwbaar gas als bedoeld in de,,en; en b. artikelen 77 79 categorieën productie-installaties voor de vermindering van broeikasgas als bedoeld in deen; doublet: combinatie van naast elkaar liggende diepboringen die ten minste bestaat uit één productieput en één injectieput; geavanceerde hernieuwbare brandstof: richtlijn (EU) 2018/2001 biobrandstof als bedoeld in artikel 2, onderdeel 33, vanvan het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (PbEU 2018, L 328) en geproduceerd uit grondstoffen als bedoeld in deel A van bijlage IX bij die richtlijn; gebouw: bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt, niet zijnde een bouwwerk dat bedoeld is om voor een periode van ten hoogste vijftien jaar op een bepaalde plaats aanwezig te zijn; ketel: installatie waarin brandstof wordt verstookt waarbij de verbrandingswarmte met een warmtewisselaar wordt overgedragen aan een vloeistof; monomestvergisting: biologische afbraakreacties van uitsluitend vaste en vloeibare uitwerpselen van dieren; minister: Minister voor Klimaat en Energie; netto P50-waarde vollasturen: aantal vollasturen waarbij de verwachte jaarlijkse energieproductie voor een gegeven combinatie van locatie en productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie is bepaald met een waarschijnlijkheid van 50%; nominaal elektrisch rendement: uitkomst van de deling van het nominaal elektrisch vermogen en: a. de som van het nominaal elektrisch vermogen en nominaal warmtevermogen in het geval van gecombineerde opwekking met behulp van een verbrandingsmotor; en b. het nominaal warmtevermogen van de ketel in het geval van gecombineerde opwekking met behulp van een stoomturbine of een organische rankinecyclus; nominaal vermogen: maximaal vermogen van een productie-installatie dat onder nominale condities benut kan worden voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbare warmte, nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte of hernieuwbaar gas en dat door de leverancier wordt gegarandeerd bij continu gebruik, waarbij in het geval van geothermische productie-installaties het nominale vermogen is bepaald met een waarschijnlijkheid van ten minste 50%; NTA 8003: 2017: Nederlandse Technische Afspraak 8003, Classificatie van biomassa voor energietoepassing, uitgegeven door de Stichting Nederlands Normalisatie-instituut, zoals deze luidde op 30 november 2017; nuttig aangewende warmte: artikel 1 van de Regeling garanties van oorsprong en certificaten van oorsprong nuttig aangewende warmte als bedoeld in; nuttig aangewende koolstofdioxide: artikel 1 van de Algemene uitvoeringsregeling nuttig aangewende koolstofdioxide als bedoeld in; nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte: artikel 1 van de Algemene uitvoeringsregeling nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte als bedoeld in; primaire waterkering: bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet primaire waterkering als bedoeld in de; productie-uren: som van de tijdsperioden waarin een productie-installatie in deellast of op vol vermogen produceert; productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonlicht uitsluitend door middel van fotovoltaïsche zonnepanelen die natuurinclusief wordt gerealiseerd: artikel 2, zesde lid van de Algemene uitvoeringsregeling productie-installatie die voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in; restwarmte: onvermijdelijke thermische energie die als bijproduct in de bedrijfsvoering van een onderneming wordt opgewekt en die zonder nuttige aanwending ongebruikt terecht zou komen in lucht of water en die op het moment van indienen van de aanvraag niet nuttig wordt aangewend; richtlijn (EU) 2018/2001: richtlijn nr. (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (PbEU 2018, L 328); SBI-code: code, opgenomen in de Standaard Bedrijfs Indeling 2008, Versie 2018, Update 2022; stadsverwarming: artikel 1, eerste lid, van de Warmtewet warmtelevering aan een warmtenet als bedoeld in, waarbij de producent de warmte levert voor ruimteverwarming en warmtapwatervoorzieningen van gebouwen door transport van water; thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa: omzetting van vaste of vloeibare biomassa door: a. verbranding; b. een andere thermische behandeling dan bedoeld onder a in het geval de producten daarvan vervolgens worden verbrand; of c. de verbranding van producten die voortkomen uit thermische behandeling; valhoogte: verschil in waterpeil voor en achter een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit door waterkracht waarbij het nominale vermogen wordt benut; verwarming van gebouwde omgeving: stadsverwarming of ruimteverwarming en warmtapwatervoorzieningen in een gebouw, niet zijnde een kas, waarbij de producent de warmte rechtstreeks levert aan dat gebouw; voorliggende waterkering: bijlage XXXIIb van de Omgevingsregeling voorliggende waterkeringen als genoemd in paragraaf 3.9 van; waterstaatswerk: bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet waterstaatswerk als bedoeld in de; zeewering of zachte zeewering van Maasvlakte 2: harde zeewering en zachte zeewering van Maasvlakte 2 als bedoeld in bijlage 1 bij de concessie aan het Havenbedrijf Rotterdam N.V. te Rotterdam, bij koninklijk besluit van 23 mei 2008, nr. 08.001524. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Het subsidieplafond bedraagt € 11.500.000.000 voor het verlenen van subsidies die worden aangevraagd in de periode van 10 september, 9:00 uur, tot 10 oktober, 17:00, voor: a. artikel 13 15 17 19 21 23 de productie van hernieuwbare elektriciteit op grond van,,,,of; b. artikel 25 27 29 31 de productie van hernieuwbaar gas op grond van,,of; c. artikel 33 35 37 39 41 43 45 47 49 51 53 55 57 de productie van hernieuwbare warmte of al dan niet gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte op grond van,,,,,,,,,,,of; d. artikel 59 61 63 65 67 69 71 73 75 77 79 81 83 85 de vermindering van broeikasgas op grond van,,,,,,,,,,,,of. 2 Per categorie productie-installaties kan in de periode, genoemd in het eerste lid, per adres waarop een productie-installatie wordt geplaatst maximaal één aanvraag worden ingediend. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Van het subsidieplafond is: a. € 1.000.000.000 gereserveerd voor het verlenen van subsidies voor aanvragen binnen het domein hoge-temperatuur-warmte; b. € 1.000.000.000 gereserveerd voor het verlenen van subsidies voor aanvragen binnen het domein lage-temperatuur-warmte; c. € 1.000.000.000 gereserveerd voor het verlenen van subsidies voor aanvragen binnen het domein moleculen. 2 De minister verdeelt telkens het gereserveerde bedrag voor het verlenen van subsidies binnen een domein als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, b of c, in de volgorde van ontvangst van de aanvragen voor subsidies binnen dat domein, tot het gereserveerde bedrag binnen dat domein is bereikt. 3 Indien honorering van alle aanvragen binnen een domein die op één dag zijn ontvangen ertoe zou leiden dat het gereserveerde bedrag voor het verlenen van subsidies binnen dat domein zou worden overschreden, worden telkens de aanvragen voor subsidie binnen dat domein met het laagste rangschikkingsbedrag, uitgedrukt in euro per 1.000 kg vermindering van broeikasgas, geacht eerder te zijn ontvangen. Bij een gelijk rangschikkingsbedrag stelt de minister de volgorde vast door loting. 4 artikel 4 Indien blijkt dat het totale bedrag van de te verlenen subsidies voor aanvragen binnen een domein als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, b of c, lager is dan het voor de aanvragen binnen dat domein gereserveerde bedrag, vervalt de reservering voor het overblijvende bedrag en wordt dat overblijvende bedrag verdeeld op de wijze, bedoeld in. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 3 De minister verdeelt onverminderdhet subsidieplafond op volgorde van binnenkomst van aanvragen voor zowel subsidies buiten de domeinen hoge-temperatuur-warmte, lage-temperatuur-warmte en moleculen, als voor subsidies binnen een van deze domeinen, indien in het betreffende domein het gereserveerde bedrag is bereikt. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikel 79, eerste lid artikel 2, eerste lid De maximale vermindering van broeikasgas die in aanmerking komt voor subsidies voor de productie van geavanceerde hernieuwbare brandstof op grond van, die worden aangevraagd in de periode, genoemd in, komt overeen met 10.600.000.000 kWh, gerekend voor de hele looptijd van de subsidies. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 De minister beslist afwijzend op een aanvraag, indien: a. artikel 10.21., eerste lid, van de Omgevingswet geen toestemming van de eigenaar van de beoogde locatie, geen gedoogplichtbeschikking op grond vanvoor de beoogde locatie en geen afgesloten voorovereenkomst of grondovereenkomst met het Rijksvastgoedbedrijf kan worden overgelegd voor het vestigen van de productie-installatie op desbetreffende locatie; b. artikel 3.42, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 de subsidieaanvrager voor de investering in de productie-installatie beschikt over een verklaring van de minister dat sprake is van energie-investeringen op grond van; c. Subsidieregeling coöperatieve energieopwekking voor dezelfde productie-installatie al subsidie is verstrekt op grond van de; of d. Subsidieregeling opschaling volledig hernieuwbare waterstofproductie via elektrolyse voor dezelfde productie-installatie al subsidie is verstrekt op grond van de. 2 Bij het overleggen van de toestemming van de eigenaar, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt gebruik gemaakt van het middel dat door de minister beschikbaar wordt gesteld. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikelen 81 83 85 artikel 2, vijfde lid, van de Algemene uitvoeringsregeling Een subsidie als bedoeld in de,endie is afgegeven op een aanvraag voor subsidie die is ingediend met toepassing van, een subsidie die is ingediend met toepassing van artikel 2, zesde lid, van de Algemene uitvoeringsregeling, of een subsidie van meer dan € 400.000.000,– worden verleend onder de volgende opschortende voorwaarden: a. binnen twee weken na afgifte van de beschikking tot subsidieverlening is een uitvoeringsovereenkomst tot stand gekomen tussen de Staat en de subsidieontvanger; b. artikel 2, eerste lid de subsidieontvanger heeft binnen vier weken na afgifte van de beschikking tot subsidieverlening aangetoond dat een bankgarantie als bedoeld in, van de uitvoeringsovereenkomst is afgegeven. 2 bijlage 1 Voor het opstellen van de uitvoeringsovereenkomst, bedoeld in het eerste lid, wordt gebruik gemaakt van het inopgenomen model. 3 artikel 9b, eerste lid, onderdeel a, van de Elektriciteitswet 1998 Het eerste lid is niet van toepassing op een productie-installatie als bedoeld in. 4 artikel 81, tweede, derde, vierde, vijfde, zesde, zevende, achtste, negende, tiende, elfde, twaalfde of dertiende lid artikel 83, tweede, derde, vierde, vijfde, zesde, zevende, achtste, negende, tiende, elfde, twaalfde of dertiende lid artikel 85, tweede, derde of vierde lid Indien subsidie wordt verstrekt als bedoeld in, of, en ook subsidie als bedoeld, worden voor het berekenen van het bedrag van € 400.000.000, bedoeld in het eerste lid, aanhef, beide subsidies bij elkaar opgeteld. 2024 28764 03-09-2024 30-08-2024 WJZ/81953880 2024 28764 03-09-2024 30-08-2024 WJZ/81953880 04-09-2024
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 3, tweede lid, onderdeel a, van het Besluit SDEK Als productie-installaties als bedoeld inworden aangewezen: a. artikelen 27, onderdelen a en c 29 productie-installaties waarmee hernieuwbaar gas door biomassa wordt geproduceerd als bedoeld in deen; b. artikelen 39 41 57, onderdeel e productie-installaties waarmee hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd als bedoeld in de,en; c. artikel 81, eerste lid, onderdelen c tot en met g productie-installaties waarmee broeikasgas wordt verminderd als bedoeld in, indien deze worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in: 1°. artikel 68, onderdeel c of d, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2020 ; 2°. artikel 85, eerste lid, onderdeel c, d, e, f of g, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2022 ; 3°. artikel 81, eerste lid, onderdeel c, d, e, f of g, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2023 . d. artikel 83, eerste lid, onderdelen c tot en met h productie-installaties waarmee broeikasgas wordt verminderd als bedoeld in, indien deze worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in: 1°. artikel 87, eerste lid, onderdeel c, d, e, f, g of h, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2022 in; 2°. artikel 83, eerste lid, onderdeel c, d, e, f, g of h, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2023 in. 2 artikel 3, tweede lid, onderdeel b, van het Besluit SDEK Als productie-installaties waarvoor subsidie kan worden verstrekt als bedoeld inworden aangewezen: a. artikel 27, onderdelen b en d productie-installaties waarmee hernieuwbaar gas uit biomassa wordt geproduceerd als bedoeld in; b. artikelen 37 53, eerste lid productie-installaties waarmee hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte uit biomassa wordt geproduceerd als bedoeld in deen. 3 artikel 3, vijfde lid, van het Besluit SDEK Als productie-installaties waarvoor subsidie kan worden verstrekt indien deze geheel of deels bestaat uit gebruikte materialen als bedoeld inworden aangewezen: a. artikelen 25 27 29 31 productie-installaties waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd als bedoeld in de,,en; b. artikelen 35 37 39 41 51 57, onderdeel e productie-installaties waarmee hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd als bedoeld in de,,,,en; c. artikel 75 productie-installaties waarmee koolstofdioxide-arme warmte wordt geproduceerd als bedoeld in; d. artikelen 81, eerste lid 83, eerste lid productie-installaties waarmee koolstofdioxide wordt afgevangen en permanent opgeslagen als bedoeld in de, en; e. artikel 85, eerste lid productie-installaties waarmee koolstofdioxide wordt afgevangen en gebruikt als bedoeld in. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 15, derde en vierde lid, van het Besluit SDEK artikelen 13 15 Als productie-installaties waarvoor het verschil in kWh kan worden opgeteld als bedoeld inworden aangewezen productie-installaties waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd als bedoeld in deen. Het verschil in kWh dat bij het aantal geproduceerde kWh van het volgende jaar kan worden opgeteld, bedoeld in artikel 15, vierde lid, van het Besluit SDEK, wordt gemaximeerd op 25% van het aantal kWh dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt. 2 artikel 15a, derde lid artikel 15, derde lid van het Besluit SDEK artikelen 17, eerste lid 19, eerste lid 21, eerste lid 23, eerste lid Als productie-installaties waarvoor het verschil in kWh kan worden opgeteld als bedoeld in, jo.worden aangewezen productie-installaties waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd als bedoeld in de,,en. 3 artikel 32, derde en vierde lid, van het Besluit SDEK artikelen 25 27 29 31 Als productie-installaties waarvoor het verschil in kWh kan worden opgeteld als bedoeld inworden aangewezen productie-installaties waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd als bedoeld in de,,en. Het verschil in kWh dat bij het aantal geproduceerde kWh van het volgende jaar kan worden opgeteld, bedoeld in artikel 32, vierde lid, van het Besluit SDEK, wordt gemaximeerd op 25% van het aantal kWh dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt. 4 artikel 48, derde en vierde lid, van het Besluit SDEK artikelen 33, eerste lid 35 37 39 41 43 45 47 49, eerste lid 51 53, eerste lid 55, eerste lid 57 Als productie-installaties waarvoor het verschil in kWh kan worden opgeteld als bedoeld inworden aangewezen productie-installaties waarmee hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd als bedoeld in de,,,,,,,,,,,, en. 5 artikel 48, vierde lid, van het Besluit SDEK Voor de productie-installaties, bedoeld in het vierde lid, wordt het verschil in kWh dat bij het aantal geproduceerde kWh van het volgende jaar kan worden opgeteld, bedoeld in, gemaximeerd op 25% van het aantal kWh dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt. 6 artikel 55j, derde en vierde lid, van het Besluit SDEK Als productie-installaties waarvoor het verschil in kWh kan worden opgeteld als bedoeld inworden aangewezen: a. artikelen 59 61 63, eerste lid 65, eerste lid 67, eerste lid 69, eerste lid 73, eerste lid 75 productie-installaties waarmee koolstofdioxide-arme warmte wordt geproduceerd als bedoeld in de,,,,,,, en; b. artikel 77, eerste lid productie-installaties waarmee waterstof wordt geproduceerd als bedoeld in; c. artikel 79, eerste lid productie-installaties waarmee geavanceerde hernieuwbare brandstof wordt geproduceerd als bedoeld in; d. artikelen 81, eerste lid 83, eerste lid productie-installaties waarmee koolstofdioxide wordt afgevangen en permanent opgeslagen als bedoeld in de, en; e. artikel 85, eerste lid productie-installaties waarmee koolstofdioxide wordt afgevangen en gebruikt als bedoeld in. 7 artikel 55j, vierde lid, van het Besluit SDEK Voor de productie-installatie, bedoeld in het zesde lid, wordt het verschil in kg verminderde broeikasgas dat bij het aantal kg verminderde broeikasgas van het volgende jaar kan worden opgeteld, bedoeld in, gemaximeerd op 25% van het aantal kg verminderde broeikasgas dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt. 8 artikel 55j, derde lid, van het Besluit SDEK artikel 71, eerste lid Als productie-installaties waarvoor het verschil in kWh kan worden opgeteld, bedoeld in, worden aangewezen productie-installaties waarmee koolstofdioxide-arme warmte wordt geproduceerd als bedoeld in. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 32, zesde lid, van het Besluit SDEK artikelen 25 27 29 31 Als productie-installaties waarvoor het aantal kWh kan worden opgeteld als bedoeld inworden aangewezen productie-installaties waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd als bedoeld in de,,en. 2 artikel 32, zevende lid, van het Besluit SDEK artikelen 35 37 39 Als productie-installaties waarvoor de producent kan aantonen dat hij hernieuwbaar gas heeft geproduceerd waarmee hernieuwbare warmte of hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit is geproduceerd, als bedoeld inworden productie-installaties aangewezen waarmee hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd als bedoeld in de,en. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 15, zesde lid, van het Besluit SDEK artikelen 13 15 Als productie-installaties waarvoor het aantal kWh kan worden opgeteld waarvoor garanties van oorsprong voor niet-netlevering zijn verstrekt als bedoeld inworden productie-installaties aangewezen waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt opgewekt als bedoeld in deen. 2 artikel 48, zevende lid van het Besluit SDEK artikelen 35, onderdelen b, d, f en h 37, onderdelen b en d 39, onderdeel b Als productie-installaties waarvoor het aantal kWh kan worden opgeteld waarvoor garanties van oorsprong voor niet-netlevering zijn verstrekt als bedoeld inworden productie-installaties aangewezen waarmee hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd als bedoeld in de,en. 2024 28764 03-09-2024 30-08-2024 WJZ/81953880 2024 28764 03-09-2024 30-08-2024 WJZ/81953880 04-09-2024
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 artikel 56, tweede lid, van het Besluit SDEK Als productie-installaties waarvoor een gebundelde aanvraag kan worden ingediend als bedoeld inworden aangewezen: a. artikelen 17, eerste lid 19, eerste lid 21, eerste lid productie-installaties waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd als bedoeld in de,, en; b. artikelen 25 27 productie-installaties waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd als bedoeld in deen; c. artikelen 35 37 productie-installatie waarmee hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd als bedoeld in deen; d. artikelen 81, eerste lid 83, eerste lid productie-installaties waarmee koolstofdioxide wordt afgevangen en permanent opgeslagen als bedoeld in de, en; e. artikel 85, eerste lid productie-installaties waarmee koolstofdioxide wordt afgevangen en gebruikt als bedoeld in. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie waarmee door hydromechanisch-elektrische omzetting hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd uit potentiële of kinetische energie van stromend water dat niet specifiek voor de elektriciteitsproductie omhoog is gepompt: a. in installaties met een valhoogte kleiner dan 50 centimeter; of b. in installaties met een valhoogte gelijk aan of groter dan 50 centimeter. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 artikel 13 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt gegenereerd door middel van het verschil in zoutconcentratie tussen twee watermassa’s. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 artikel 15 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 artikelen 19 21 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie, niet zijnde een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie als bedoeld in deen; a. die is aangesloten op een elektriciteitsnet met een aansluiting met een totale maximale doorlaatwaarde van meer dan 3*80 A; en b. bijlage 2 die wordt gerealiseerd op een locatie die overeenkomstig de lijst van gemeenten volgens de gemeentelijke indeling op 1 januari 2024, bedoeld in, een windsnelheid heeft van: 1°. ≥ 8,5 m/s; 2°. ≥ 8,0 en < 8,5 m/s; 3°. ≥ 7,5 en < 8,0 m/s; 4°. ≥ 7,0 en < 7,5 m/s; 5°. ≥ 6,75 en < 7,0 m/s; of 6°. < 6,75 m/s. 2 De productie-installatie is niet opgericht in de territoriale zee of in de Nederlandse exclusieve economische zone. 3 Indien de productie-installatie wordt opgericht op een locatie waar op het moment van het indienen van de aanvraag een windturbine staat of heeft gestaan, verstrekt de minister de subsidie uitsluitend indien: a. het nominale en te realiseren vermogen per windturbine ten opzichte van de te vervangen windturbine ten minste 1 MW toeneemt; of b. de te vervangen windturbine op het moment van vervanging ten minste vijftien jaar op die locatie in gebruik is geweest en op het moment van het indienen van de aanvraag ten minste dertien jaar geleden in gebruik is genomen. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 artikel 17, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie met een tiphoogte kleiner dan of gelijk aan 150 meter; a. die is aangesloten op een elektriciteitsnet met een aansluiting met een totale maximale doorlaatwaarde van meer dan 3*80 A; en b. bijlage 2 die wordt gerealiseerd op een locatie die overeenkomstig de lijst van gemeenten volgens de gemeentelijke indeling op 1 januari 2024, bedoeld in, een windsnelheid heeft van: 1°. ≥ 8,5 m/s; 2°. ≥ 8,0 en < 8,5 m/s; 3°. ≥ 7,5 en < 8,0 m/s; 4°. ≥ 7,0 en < 7,5 m/s; 5°. ≥ 6,75 en < 7,0 m/s; of 6°. < 6,75 m/s. 2 De productie-installatie is niet opgericht in de territoriale zee of in de Nederlandse exclusieve economische zone. 3 artikel 5, vijfde lid van de Regeling luchtverkeersdienstverlening Op de locatie van de productie-installatie is sprake van een hoogterestrictie bij of krachtens landelijke wet- en regelgeving in verband met de aanwezigheid van een luchthaven in de omgeving of doordat de productie-installatie wordt gerealiseerd in een plaatselijk luchtverkeersleidingsgebied rond de luchthavens Schiphol, De Kooy, Deelen, Eindhoven, Gilze-Rijen, Leeuwarden, De Peel, Volkel, Woensdrecht of het boven Nederlands grondgebied gelegen deel van de Kleine-Brogel dat op het moment van het indienen van de aanvraag is vastgesteld door de minister van Infrastructuur en Waterstaat en dat is opgenomen in de luchtvaartgids, hoofdstuk ENR 6, bedoeld in, waardoor de windturbine een tiphoogte heeft van kleiner dan of gelijk aan 150 meter. 4 Indien de productie-installatie wordt opgericht op een locatie waar op het moment van het indienen van een aanvraag een windturbine staat of heeft gestaan, verstrekt de minister de subsidie uitsluitend indien: a. het nominale en te realiseren vermogen per windturbine ten opzichte van de te vervangen windturbine met ten minste 1 MW toeneemt; of b. de te vervangen windturbine op het moment van vervanging ten minste vijftien jaar op die locatie in gebruik is geweest en op het moment van indienen van de aanvraag ten minste dertien jaar geleden in gebruik is genomen. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 artikel 19, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie: a. die is opgericht binnen het waterstaatswerk of een beperkingengebied van een voorliggende waterkering, dan wel binnen het waterstaatswerk of het zeewaartsgerichte beperkingengebied van een primaire waterkering grenzend aan de Noordzee, de Westerschelde, de Oosterschelde, de Waddenzee, de Dollard of de Eems, dan wel in de harde zeewering of zachte zeewering van Maasvlakte 2; b. die is aangesloten op een elektriciteitsnet met een aansluiting met een totale maximale doorlaatwaarde van meer dan 3*80 A; en c. bijlage 2 die wordt gerealiseerd op een locatie die overeenkomstig de lijst van gemeenten volgens de gemeentelijke indeling op 1 januari 2024, bedoeld in, een windsnelheid heeft van: 1°. ≥ 8,5 m/s; 2°. ≥ 8,0 en < 8,5 m/s; 3°. ≥ 7,5 en < 8,0 m/s; 4°. ≥ 7,0 en < 7,5 m/s; 5°. ≥ 6,75 en < 7,0 m/s; of 6°. < 6,75 m/s m/s. 2 Indien de productie-installatie wordt opgericht op een locatie waar op het moment van het indienen van de aanvraag een windturbine staat of heeft gestaan, verstrekt de minister de subsidie uitsluitend indien: a. het nominale en te realiseren vermogen per windturbine ten opzichte van de te vervangen windturbine ten minste 1 MW toeneemt; of b. de te vervangen windturbine op het moment van vervanging ten minste vijftien jaar op die locatie in gebruik is geweest en op het moment van indienen van de aanvraag ten minste dertien jaar geleden in gebruik is genomen. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 artikel 21, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonlicht uitsluitend door middel van fotovoltaïsche zonnepanelen, die is aangesloten op een elektriciteitsnet via een aansluiting met een totale maximale doorlaatwaarde van meer dan 3*80 A en: a. waarbij de zonnepanelen op of aan een gebouw zijn aangebracht, met een totaal nominaal vermogen: 1° gelijk aan of groter dan 15 kWp en kleiner dan 1 MWp; 2° gelijk aan of groter dan 1 MWp; 3° gelijk aan of groter dan 15 kWp en kleiner dan 1 MWp, waarbij het dak van een bestaand gebouw constructief wordt aangepast of een draagconstructie wordt toegepast die het dak ontlast en waarbij deze constructieve dakaanpassing of draagconstructie noodzakelijk is voor de realisatie van de productie-installatie, danwel bij het gebruik van het dak van een bestaand gebouw gebruik wordt gemaakt van een productie-installatie met een maximaal gewicht van 10 kilogram per vierkante meter met zonnepanelen bedekt dakoppervlak; of 4° gelijk aan of groter dan 1 MWp, waarbij het dak van een bestaand gebouw constructief wordt aangepast of een draagconstructie wordt toegepast die het dak ontlast en waarbij deze constructieve dakaanpassing of draagconstructie noodzakelijk is voor de realisatie van de productie-installatie, danwel bij het gebruik van het dak van een bestaand gebouw gebruik wordt gemaakt van een productie-installatie met een maximaal gewicht van 10 kilogram per vierkante meter met zonnepanelen bedekt dakoppervlak. b. waarbij de zonnepanelen, niet op of aan een gebouw aangebracht, op water drijven, met een totaal nominaal vermogen; 1° gelijk aan of groter dan 15 kWp en kleiner dan 1 MWp; of 2° gelijk aan of groter dan 1 MWp; c. waarbij de zonnepanelen, niet op of aan een gebouw aangebracht, op land staan, met een totaal nominaal vermogen; 1° gelijk aan of groter dan 15 kWp en kleiner dan 1 MWp; 2° gelijk aan of groter dan 1 MWp en kleiner dan 20 MWp; 3° gelijk aan of groter dan 20 MWp; 4° gelijk aan of groter dan 15 kWp en kleiner dan 1 MWp en waarbij de productie-installatie natuurinclusief wordt gerealiseerd; 5° gelijk aan of groter dan 1 MWp en kleiner dan 20 MWp en waarbij de productie-installatie natuurinclusief wordt gerealiseerd; of 6° gelijk aan of groter dan 20 MWp en waarbij de productie-installatie natuurinclusief wordt gerealiseerd. d. waarbij de zonnepanelen automatisch met de stand van de zon meebewegen door middel van een zonvolgsysteem, met een totaal nominaal vermogen: 1° gelijk aan of groter dan 1 MWp en kleiner dan 20 MWp en waarbij de zonnepanelen, niet op of aan een gebouw aangebracht, op land staan; 2° gelijk aan of groter dan 1 MWp en kleiner dan 20 MWp en waarbij de zonnepanelen, niet op of aan een gebouw aangebracht, op land staan en waarbij de productie-installatie natuurinclusief wordt gerealiseerd; 3° gelijk aan of groter dan 20 MWp en waarbij de zonnepanelen, niet op of aan een gebouw aangebracht, op land staan; 4° gelijk aan of groter dan 20 MWp en waarbij de zonnepanelen, niet op of aan een gebouw aangebracht, op land staan en waarbij de productie-installatie natuurinclusief wordt gerealiseerd; of 5° gelijk aan of groter dan 1 MWp en waarbij de zonnepanelen, niet op of aan een gebouw aangebracht, op water drijven. 2 Voor de toepassing van dit artikel wordt onder gebouw ook verstaan een aan de grond gebonden overkapping voor het tegen weersinvloeden beschermd parkeren van voertuigen. 3 Het additioneel gecontracteerde terugleververmogen voor een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b en c, bedraagt maximaal 50% van het piekvermogen van de zonnepanelen. 4 Voor de productie-installaties bedoeld onder het eerste lid, onderdeel c, subonderdelen 4°, 5° en 6° en eerste lid, onderdeel d, subonderdelen 2° en 4°, bedraagt de open ruimte tussen de tafels met zonnepanelen, van bovenaf gezien, minimaal 25%. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 artikel 23, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 artikel 23, eerste lid, onderdeel a, subonderdelen 1° en 3°, onderdeel b, subonderdeel 1°, en onderdeel c, subonderdelen 1° en 4° De subsidieontvanger neemt een productie-installatie als bedoeld in, binnen twee jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 artikel 23, eerste lid, onderdeel a, subonderdelen 2° en 4° De subsidieontvanger neemt een productie-installatie als bedoeld in, binnen drie jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 4 artikel 23, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2°, onderdeel c, subonderdelen 2°, 3°, 5° en 6°, en onderdeel d, subonderdelen 1°, 2°, 3°, 4° en 5° De subsidieontvanger neemt een productie-installatie als bedoeld in, binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 5 Artikel 3, eerste lid, van de Algemene uitvoeringsregeling artikel 23, eerste lid, onderdeel a, subonderdelen 1° en 3°, onderdeel b, subonderdeel 1°, en onderdeel c, subonderdelen 1° en 4° is niet van toepassing op een productie-installatie als bedoeld in. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door een productie-installatie waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd: a. uitsluitend door middel van allesvergisting, waarbij ten minste de vergister nieuw is; b. uitsluitend door middel van monomestvergisting met een productie-installatie met een vermogen groter dan 450 kW, waarbij ten minste de vergister nieuw is; c. uitsluitend door middel van monomestvergisting met een productie-installatie met een vermogen groter dan 110 kW en kleiner dan of gelijk aan 450 kW, waarbij ten minste de vergister nieuw is; d. uitsluitend door middel van monomestvergisting met een productie-installatie met een vermogen kleiner dan of gelijk aan 110 kW, waarbij ten minste de vergister nieuw is. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 artikel 25 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 richtlijn (EU) 2018/2001 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in een installatie met een totaal nominaal vermogen van de gasopwaardeerinstallatie gelijk aan of groter dan 2 MW gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door een productie-installatie waarmee: a. artikel 3, tweede lid, onderdeel a, van het Besluit SDEK uitsluitend door middel van allesvergisting hernieuwbaar gas wordt geproduceerd en de aanvraag betrekking heeft op een situatie als bedoeld in; b. artikel 3, tweede lid, onderdeel b, van het Besluit SDEK uitsluitend door middel van allesvergisting hernieuwbaar gas wordt geproduceerd en de aanvraag betrekking heeft op een situatie als bedoeld in; c. artikel 3, tweede lid, onderdeel a, van het Besluit SDEK uitsluitend door middel van monomestvergisting met een vermogen kleiner dan of gelijk aan 450 kW hernieuwbaar gas wordt geproduceerd en de aanvraag betrekking heeft op een situatie als bedoeld in; of d. artikel 3, tweede lid, onderdeel b, van het Besluit SDEK uitsluitend door middel van monomestvergisting met een vermogen kleiner dan of gelijk aan 450 kW hernieuwbaar gas wordt geproduceerd en de aanvraag betrekking heeft op een situatie als bedoeld in. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 artikel 27 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 richtlijn (EU) 2018/2001 Een subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in een installatie met een totaal nominaal vermogen van de gasopwaardeerinstallatie gelijk aan of groter dan 2 MW gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbaar gas uit biogas dat vrijkomt ten gevolge van een biologische afbraakreactie van gisting van zuiveringsslib waarbij: a. verbeteringen zijn uitgevoerd in het productieproces waarna er per ton slib sprake is van ten minste 25% meer biogasproductie ten opzichte van voor de verbetering; en b. ten minste de installatiedelen die verantwoordelijk zijn voor de aanvullende productie van biogas nieuw zijn. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 artikel 29 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieaanvrager maakt aannemelijk dat de voorgestelde aanpassingen een verbetering van 25% inhouden ten opzichte van de gemiddelde productie van het jaar voorafgaande aan de aanvraag, of, wanneer hij minder dan een jaar produceert, ten opzichte van de totale gemiddelde productie tot het moment van de aanvraag. 4 richtlijn (EU) 2018/2001 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in de productie-installatie met een totaal nominaal vermogen van de gasopwaardeerinstallatie gelijk aan of groter dan 2 MW gebruikte biomassa voldoet aan het broeikasgasemissiereductiecriterium, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas, niet zijnde biosyngas, geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbaar gas door middel van vergassing, waarbij ten minste de vergasser nieuw is, uit: a. biomassa als bedoeld in de NTA 8003:2017; of b. biomassa als bedoeld in de NTA 8003:2017, met uitzondering van B-Hout als bedoeld in nummers 100, 150, 170 tot en met 179 van de NTA 8003:2017. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 1 artikel 31 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat ten minste 97% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is. 4 richtlijn (EU) 2018/2001 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa, dan wel de in een installatie met een totaal nominaal vermogen van de gasopwaardeerinstallatie gelijk aan of groter dan 2 MW gebruikte overige biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie die uitsluitend voorziet in de productie van hernieuwbare warmte uit zonne-energie met een totaal thermisch vermogen: a. gelijk aan of groter dan 140 kWth en kleiner dan 1 MWth; of b. gelijk aan of groter dan 1 MWth. 2 Er wordt uitsluitend gebruik gemaakt van afgedekte collectoren waarvan de transparante isolerende laag, niet zijnde beglazing van tuinbouwkassen of fotovoltaïsche zonnepanelen, een geïntegreerd geheel vormt met de collector van een collectorsysteem of met collectoren waarbij het zonlicht met externe spiegels of lenzen wordt geconcentreerd. 3 Het vermogen in kWth van de productie-installatie wordt berekend door de apertuuroppervlakte van de afgedekte collectoren of het aangestraalde oppervlak van de spiegels of lenzen voor het concentreren van zonlicht in vierkante meter te vermenigvuldigen met een factor 0,7. 4 artikel 4.5.2. van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies Voor de productie-installatie is niet al subsidie verstrekt op basis van. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 1 artikel 33, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen drie jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie waarmee: a. hernieuwbare warmte wordt geproduceerd door middel van allesvergisting, waarbij ten minste de vergister nieuw is; b. hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte worden geproduceerd door middel van allesvergisting, waarbij ten minste de vergister nieuw is en het nominale elektrisch rendement ten minste 20% bedraagt; c. hernieuwbare warmte wordt geproduceerd door middel van monomestvergisting, met een vermogen groter dan 450 kW, waarbij ten minste de vergister nieuw is; d. hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte worden geproduceerd door middel van monomestvergisting, met een vermogen groter dan 450 kW, voor elektrisch en thermisch vermogen samen, waarbij ten minste de vergister nieuw is en het nominale elektrisch rendement ten minste 20% bedraagt; e. hernieuwbare warmte wordt geproduceerd door middel van monomestvergisting, met een vermogen groter dan 110 kW en kleiner dan of gelijk aan 450 kW, waarbij ten minste de vergister nieuw is; f. hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte worden geproduceerd door middel van monomestvergisting, met een vermogen groter dan 110 kW en kleiner dan of gelijk aan 450 kW, voor elektrisch en thermisch vermogen samen, waarbij ten minste de vergister nieuw is en het nominale elektrisch rendement ten minste 20% bedraagt; g. hernieuwbare warmte wordt geproduceerd door middel van monomestvergisting, met een vermogen kleiner dan of gelijk aan 110 kW, waarbij ten minste de vergister nieuw is; of h. hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd door middel van monomestvergisting, met een vermogen kleiner dan of gelijk aan 110 kW, waarbij ten minste de vergister nieuw is 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 1 artikel 35 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte. 4 richtlijn (EU) 2018/2001 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in een installatie voor de opwekking van warmte of gecombineerde opwekking van warmte en elektriciteit met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen gelijk aan of groter dan 2 MW gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie waarmee: a. artikel 3, tweede lid, onderdeel b, van het Besluit SDEK uitsluitend door middel van allesvergisting hernieuwbare warmte wordt geproduceerd en de aanvraag betrekking heeft op een situatie als bedoeld in; b. artikel 3, tweede lid, onderdeel b, van het Besluit SDEK uitsluitend door middel van allesvergisting hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd en de aanvraag betrekking heeft op een situatie als bedoeld in; c. artikel 3, tweede lid, onderdeel b, van het Besluit SDEK uitsluitend door middel van monomestvergisting met een vermogen kleiner dan of gelijk aan 450 kW hernieuwbare warmte wordt geproduceerd en de aanvraag betrekking heeft op een situatie als bedoeld in; of d. artikel 3, tweede lid, onderdeel b, van het Besluit SDEK uitsluitend door middel van monomestvergisting met een vermogen kleiner dan of gelijk aan 450 kW hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd en de aanvraag betrekking heeft op een situatie als bedoeld in. 2024 28764 03-09-2024 30-08-2024 WJZ/81953880 2024 28764 03-09-2024 30-08-2024 WJZ/81953880 04-09-2024
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 1 artikel 37 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte. 4 richtlijn (EU) 2018/2001 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in een installatie met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen gelijk aan of groter dan 2 MW gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte uit biogas dat vrijkomt ten gevolge van een biologische afbraakreactie van gisting van zuiveringsslib waarbij verbeteringen worden doorgevoerd in het productieproces die ertoe leiden dat per ton zuiveringsslib de biogasproductie met ten minste 25% toeneemt vergeleken met de biogasproductie van voor de verbeteringen, en: a. indien hernieuwbare warmte wordt geproduceerd, ten minste de installatie-onderdelen die verantwoordelijk zijn voor de meerproductie nieuw zijn; of b. indien hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd, ten minste de installatie-onderdelen die verantwoordelijk zijn voor de meerproductie, nieuw zijn. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 1 artikel 39 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte. 4 De subsidieaanvrager maakt aannemelijk dat de voorgestelde aanpassingen een verbetering van 25% inhouden ten opzichte van de gemiddelde productie van het jaar voorafgaande aan de aanvraag, of, wanneer de producent minder dan een jaar produceert, ten opzichte van de totale gemiddelde productie tot het moment van de aanvraag. 5 richtlijn (EU) 2018/2001 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in een installatie voor de opwekking van warmte of gecombineerde opwekking van warmte en elektriciteit met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen gelijk aan of groter dan 2 MW gebruikte biomassa voldoet aan de broeikasgasemissiereductiecriteria bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte door middel van verbranding van vloeibare biomassa als bedoeld in de nummers 512, 514, 517, 518, 543, 545, 550 tot en met 579, 587, 594, 595 en 800 tot en met 809 van de NTA 8003:2017 met een brander in een ketel, waarbij ten minste de brander nieuw is, met een nominaal thermisch vermogen gelijk aan of groter dan 0,5 MWth en een nominaal elektrisch vermogen kleiner dan of gelijk aan 100 MW voor: a. toepassing in stadsverwarming; of b. overige toepassingen. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 1 artikel 41 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte. 4 richtlijn (EU) 2018/2001 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van warmte door middel van verbranding van vaste of vloeibare biomassa als bedoeld in de NTA 8003:2017 met uitzondering van biomassa als bedoeld in de nummers 100, 150, 170 tot en met 179 van de NTA 8003:2017 in een ketel, met een nominaal thermisch vermogen gelijk aan of groter dan 0,5 MWth en kleiner dan 5 MWth. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 1 artikel 43 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte. 4 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat ten minste 97% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is. 5 richtlijn (EU) 2018/2001 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de. 6 Als gebruik wordt gemaakt van houtige biomassa als bedoeld in de nummers 100 tot en met 199 van de NTA 8003:2017 draagt de subsidieontvanger er zorg voor dat de geproduceerde warmte wordt gebruikt voor een industriële toepassing, niet zijnde tuinbouw, in een verwarmingssysteem met een aanvoertemperatuur aan de gebruikerszijde van ten minste 100°C. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte, uitsluitend door middel van thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa als bedoeld in de NTA 8003:2017 met uitzondering van biomassa als bedoeld in de nummers 100, 150, 170 tot en met 179 van de NTA 8003:2017 in een ketel met een nominaal thermisch vermogen gelijk aan of groter dan 5 MWth waarvan het aantal subsidiabele vollasturen: a. ten hoogste 4.500 vollasturen per jaar bedraagt; b. ten hoogste 5.000 vollasturen per jaar bedraagt; c. ten hoogste 5.500 vollasturen per jaar bedraagt; d. ten hoogste 6.000 vollasturen per jaar bedraagt; e. ten hoogste 6.500 vollasturen per jaar bedraagt; f. ten hoogste 7.000 vollasturen per jaar bedraagt; g. ten hoogste 7.500 vollasturen per jaar bedraagt; h. ten hoogste 8.000 vollasturen per jaar bedraagt; of i. ten hoogste 8.500 vollasturen per jaar bedraagt. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 1 artikel 45 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte. 4 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat ten minste 97% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is. 5 richtlijn (EU) 2018/2001 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa, dan wel de in een installatie met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen gelijk aan of groter dan 7,5 MW gebruikte vaste biomassa, voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de. 6 Als gebruik wordt gemaakt van houtige biomassa als bedoeld in de nummers 100 tot en met 199 van de NTA 8003:2017, draagt de subsidieontvanger er zorg voor dat de geproduceerde warmte wordt gebruikt voor een industriële toepassing, niet zijnde tuinbouw, in een verwarmingssysteem met een aanvoertemperatuur aan de gebruikerszijde van ten minste 100°C. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte, uitsluitend door middel van thermische conversie van biomassa als bedoeld in NTA 8003:2017 in een ketel met een nominaal thermisch vermogen gelijk aan of groter dan 5 MWth. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 1 artikel 47 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte. 4 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat ten minste 97% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is. 5 richtlijn (EU) 2018/2001 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in een installatie met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen gelijk aan of groter dan 7,5 MW gebruikte vaste biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de. 6 Als gebruik wordt gemaakt van houtige biomassa als bedoeld in de nummers 100 tot en met 199 van de NTA 8003:2017, draagt de subsidieontvanger er zorg voor dat de geproduceerde warmte wordt gebruikt voor een industriële toepassing, niet zijnde tuinbouw, in een verwarmingssysteem met een aanvoertemperatuur aan de gebruikerszijde van ten minste 100°C. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van stoom door middel van verbranding van houtpellets in een ketel, die wordt gebruikt voor een industriële toepassing, niet zijnde tuinbouw waarvan het nominale thermische vermogen: a. gelijk aan of groter is dan 5 MWth en kleiner dan 50 MWth; of b. gelijk aan of groter is dan 50 MWth. 2 In de ketel worden: a. houtpellets geproduceerd uit biomassa als bedoeld in de nummers 110 tot en met 138 van de NTA 8003:2017 verbrand; b. reststoffen die vrijkomen uit bioraffinage als bedoeld in nummer 595 van de NTA 8003:2017 van biomassa als bedoeld in de nummers 110 tot en met 138 van de NTA 8003:2017 verbrand voor ten hoogste 25% van het aantal kWh dat in een kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt; of c. houtpellets geproduceerd uit biomassa als bedoeld in de nummers 160 tot en met 169 van de NTA 8003:2017 verbrand, voor ten hoogste vijftien vijfentachtigste deel van de som van het aantal kWh dat in een kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt, geproduceerd met biomassa als bedoeld in de onderdelen a en b. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 50 — Artikel 50#
Artikel 50 1 artikel 49, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat ten minste 97% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is. 4 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte. 5 richtlijn (EU) 2018/2001 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in een installatie met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen gelijk aan of groter dan 7,5 MW gebruikte vaste biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de. 6 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de geproduceerde warmte wordt gebruikt voor een industriële toepassing, niet zijnde tuinbouw, in een verwarmingssysteem met een aanvoertemperatuur aan de gebruikerszijde van ten minste 100°C. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 51 — Artikel 51#
Artikel 51 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte door middel van verbranding van houtpellets met een brander in een ketel, oven of fornuis, waarbij ten minste de brander nieuw is, met een nominaal thermisch vermogen gelijk aan of groter dan 5 MWth en een nominaal elektrisch vermogen kleiner dan of gelijk aan 100 MW, die wordt gebruikt voor een industriële toepassing, niet zijnde tuinbouw, en waarin: a. houtpellets geproduceerd uit biomassa als bedoeld in de nummers 110 tot en met 138 van de NTA 8003:2017 worden verbrand; b. reststoffen die vrijkomen uit bioraffinage als bedoeld in nummer 595 van de NTA 8003:2017 van biomassa als bedoeld in de nummers 110 tot en met 138 van de NTA 8003:2017 worden verbrand voor ten hoogste 25% van het aantal kWh dat in een kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt; of c. houtpellets geproduceerd uit biomassa als bedoeld in de nummers 160 tot en met 169 van de NTA 8003:2017 worden verbrand voor ten hoogste vijftien vijfentachtigste deel van de som van het aantal kWh dat in een kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt, geproduceerd met biomassa als bedoeld in de onderdelen a en b. 2024 28764 03-09-2024 30-08-2024 WJZ/81953880 2024 28764 03-09-2024 30-08-2024 WJZ/81953880 04-09-2024
Artikel 52 — Artikel 52#
Artikel 52 1 artikel 51 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte. 4 richtlijn (EU) 2018/2001 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in een installatie met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen gelijk aan of groter dan 7,5 MW gebruikte vaste biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 53 — Artikel 53#
Artikel 53 1 artikel 3, tweede lid, onderdeel b, van het besluit BSDK De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte uitsluitend door middel van thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa als bedoeld in de NTA 8003:2017, met uitzondering van biomassa als bedoeld in de nummers 100, 150, 170 tot en met 179 van de NTA 8003:2017 in een ketel met een nominaal thermisch vermogen van ten minste 5 MWth en de aanvraag betrekking heeft op een situatie als bedoeld in. 2 De biomassa die in de productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, wordt toegepast, is voor ten minste 97% van de energetische waarde biogeen. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 54 — Artikel 54#
Artikel 54 1 artikel 53, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte. 4 richtlijn (EU) 2018/2001 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa, dan wel de in een installatie met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen gelijk aan of groter dan 7,5 MW gebruikte vaste biomassa, voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de. 5 Als gebruik wordt gemaakt van houtige biomassa als bedoeld in de nummers 100 tot en met 199 van de NTA 8003:2017, draagt de subsidieontvanger er zorg voor dat de geproduceerde warmte wordt gebruikt voor een industriële toepassing, niet zijnde tuinbouw, in een verwarmingssysteem met een aanvoertemperatuur aan de gebruikerszijde van ten minste 100°C. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 55 — Artikel 55#
Artikel 55 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte die vrijkomt bij het composteren van uitsluitend biomassa als bedoeld in de NTA 8003:2017, met uitzondering van biomassa als bedoeld in de nummers 300 tot en met 329 van de NTA 8003:2017 in een gesloten ruimte voor compostering onder geconditioneerde omstandigheden, met een vermogen van ten minste 500 kWth. 2 De biomassa die in de productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, wordt toegepast, is voor ten minste 97% van de energetische waarde biogeen. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 56 — Artikel 56#
Artikel 56 1 artikel 55, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 57 — Artikel 57#
Artikel 57 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door: a. een productie-installatie bestaande uit één of meer doubletten, waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van één of meer geothermische bronnen met een diepte van ten minste 1.500 meter met een thermisch vermogen: 1°. kleiner dan 12 MWth; 2°. van ten minste 12 MWth en kleiner dan 20 MWth; of 3°. gelijk aan of groter dan 20 MWth; b. een productie-installatie, bestaande uit één of meer doubletten, waarmee uitsluitend door middel van één of meer geothermische bronnen met een diepte van ten minste 1.500 meter hernieuwbare warmte wordt geproduceerd die wordt aangewend voor de verwarming van gebouwde omgeving, waarbij het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 5.000 uur bedraagt; c. een productie-installatie, bestaande uit één of meer doubletten, waarmee uitsluitend door middel van één of meer geothermische bronnen met een diepte van ten minste 1.500 meter hernieuwbare warmte wordt geproduceerd die wordt aangewend voor de verwarming van gebouwde omgeving, waarbij het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 3.500 uur bedraagt; d. een productie-installatie bestaande uit één of meer doubletten, waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd, gebruikmakend van ten minste één olie- of gasput met een diepte van ten minste 1.500 meter, waarbij het thermische vermogen: 1°. kleiner dan 12 MWth; 2°. van ten minste 12 MWth en kleiner dan 20 MWth; of 3°. gelijk aan of groter dan 20 MWth; e. artikel 3, tweede lid, onderdeel a, van het Besluit SDEK een productie-installatie als bedoeld in de onderdelen a en d waarbij, indien de aanvraag betrekking heeft op een situatie als bedoeld in, de installatie wordt uitgebreid met ten minste één aanvullende put met een diepte van ten minste 1.500 meter; of f. een productie-installatie, bestaande uit één of meer doubletten, waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van één of meer geothermische bronnen met een diepte van ten minste 4.000 meter. 2024 28764 03-09-2024 30-08-2024 WJZ/81953880 2024 28764 03-09-2024 30-08-2024 WJZ/81953880 04-09-2024
Artikel 58 — Artikel 58#
Artikel 58 1 artikel 57 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 artikel 57, onderdelen a, d, e en f De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen vijf jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 artikel 57, onderdelen b en c De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen zes jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 4 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 59 — Artikel 59#
Artikel 59 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent die broeikasgas vermindert door: a. een productie-installatie, bestaande uit één of meer doubletten, waarmee koolstofdioxide-arme warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van één of meer geothermische bronnen met een diepte van ten minste 500 meter en kleiner dan 1.500 meter, waarbij de warmte wordt opgewaardeerd met een compressiewarmtepomp op basis van een halogeenvrij koudemiddel met een COP-waarde van ten minste 3,0 en het nominale thermische vermogen ten minste 500 kWth is; b. een productie-installatie, bestaande uit één of meer doubletten, waarmee koolstofdioxide-arme warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van één of meer geothermische bronnen met een diepte van ten minste 500 meter en kleiner dan 1.500 meter, waarbij de warmte wordt opgewaardeerd met een compressiewarmtepomp op basis van een halogeenvrij koudemiddel met een COP-waarde van ten minste 3,0 en het nominale thermische vermogen ten minste 500 kWth is en de warmte wordt aangewend voor de verwarming van gebouwde omgeving; of c. een productie-installatie, bestaande uit één of meer doubletten, waarmee koolstofdioxide-arme warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van één of meer geothermische bronnen met een diepte van ten minste 1.500 meter, waarbij de warmte wordt opgewaardeerd met een compressiewarmtepomp op basis van een halogeenvrij koudemiddel met een COP-waarde van ten minste 3,0, het nominale thermische vermogen ten minste 500 kWth is en alle geproduceerde warmte wordt toegepast in een warmtenet of een verwarmingssysteem met een aanvoertemperatuur in het stookseizoen van ten minste 90°C in het stookseizoen en de warmte wordt aangewend voor de verwarming van gebouwde omgeving. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 60 — Artikel 60#
Artikel 60 1 artikel 59 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 artikel 59, onderdeel a De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen vijf jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 artikel 59, onderdelen b en c De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen zes jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 4 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte koolstofdioxide-arme warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 61 — Artikel 61#
Artikel 61 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van koolstofdioxide-arme warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van warmte onttrokken uit oppervlaktewater, afvalwater, drinkwater of zeewater, waarbij de warmte wordt opgewaardeerd door middel van een warmtepomp op basis van een halogeenvrij koudemiddel met een COP-waarde van ten minste 3,0 met een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth, waarbij: a. het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 6.000 vollasturen per jaar bedraagt en: 1°. de productie-installatie beschikt over een seizoensopslag voor warmte en de productie-installatie uitsluitend warmte levert voor verwarming van gebouwde omgeving; 2°. de productie-installatie uitsluitend warmte levert via een op het moment van aanvraag bestaand warmtenet voor verwarming van gebouwde omgeving; of 3°. de productie-installatie uitsluitend warmte levert voor verwarming van gebouwde omgeving en niet wordt gebruikt voor koudelevering en waarbij er sprake is van een nieuw warmteoverdrachtsstation; b. het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 3.500 vollasturen per jaar bedraagt en: 1°. de productie-installatie uitsluitend warmte levert voor verwarming van gebouwde omgeving; of 2°. de productie-installatie beschikt over een seizoensopslag voor warmte. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 62 — Artikel 62#
Artikel 62 1 artikel 61 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte koolstofdioxide-arme warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte. 4 artikel 61, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3° artikel 4.10.2. van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies Voor de productie-installatie, bedoeld inis geen subsidie verstrekt op basis van. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 63 — Artikel 63#
Artikel 63 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van koolstofdioxide-arme warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van warmte waarbij warmte wordt hergebruikt in een op het moment van de aanvraag bestaand verdampingsproces door middel van één of meerdere elektrisch aangedreven warmtepompen, indien van toepassing op basis van een halogeenvrij koudemiddel, waarbij: a) het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 8.000 vollasturen per jaar bedraagt; of b) het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 3.000 vollasturen per jaar bedraagt. 2 De warmtepomp of warmtepompen hebben een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth, waarbij de hoeveelheid bespaarde warmte per hoeveelheid extra opgenomen elektriciteit bij vollast bedrijf ten minste 3,0 bedraagt, bepaald op een fictieve gesloten omhulling waarbinnen zich de warmtepomp of warmtepompen en de tot de productie-installatie behorende procesaanpassingen bevinden. 3 Door procesintegratie met de productie-installatie wordt het bestaande verdampingsproces, bedoeld in het eerste lid, ten minste aangepast door: a) over te stappen van een productiewijze waarbij in een reactor grondstoffen tot gereed product worden verwerkt waarna de reactor wordt geleegd, naar een productiewijze waarbij in een reactor voortdurend nieuwe grondstoffen worden toegevoerd en gereed product wordt afgevoerd; of b) het plaatsen van een nieuw verdampingsvat of een nieuwe verdampingsreactor om de warmtepomp te kunnen integreren; of c) het installeren van een nieuwe verdampingskap of een nieuwe warmtewisselaar ten behoeve van het terugwinnen van latente warmte. 4 De productie-installatie produceert warmte die op dezelfde locatie wordt gebruikt voor een industriële toepassing, niet zijnde tuinbouw, en levert geen koude. 5 Het aantal productie-uren per jaar van een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b bedraagt ten hoogste 4.000. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 64 — Artikel 64#
Artikel 64 1 artikel 63, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte koolstofdioxide-arme warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 65 — Artikel 65#
Artikel 65 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van koolstofdioxide-arme warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van warmte door middel van een lucht-water-warmtepomp op basis van een halogeenvrij koudemiddel en waarbij alle geproduceerde koolstofdioxide-arme warmte wordt toegepast in een verwarmingssysteem waarvan de aanvoertemperatuur in het stookseizoen: a. ten minste 70°C bedraagt en de COP-waarde ten minste 3,0 bedraagt bij gemiddelde gebruiksomstandigheden en waarbij de koolstofdioxide-arme warmte wordt aangewend voor de verwarming van bestaande gebouwde omgeving; of b. ten minste 40°C bedraagt en de COP-waarde ten minste 4,0 bedraagt bij gemiddelde gebruiksomstandigheden en waarbij de koolstofdioxide-arme warmte wordt aangewend voor de verwarming van bestaande gebouwde omgeving of bestaande tuinbouwkassen. 2 De productie-installatie heeft een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 66 — Artikel 66#
Artikel 66 1 artikel 65, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte koolstofdioxide-arme warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte. 4 artikel 65, eerste lid De aanvoertemperatuur in het stookseizoen bedoeld in, wordt bereikt door de warmtepomp zonder naverwarming. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 67 — Artikel 67#
Artikel 67 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van koolstofdioxide-arme warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van warmte uit zonne-energie die integraal onderdeel uitmaakt van een nieuwe tuinbouwkas. 2 De productie-installatie maakt gebruik van: a. een optisch en zonvolgend systeem, waarbij zonlicht wordt geconcentreerd op collectorbuizen met een thermisch vermogen dat ten minste vier keer het nominaal thermisch vermogen van de warmtepomp bedraagt; en b. een warmtepomp op basis van een halogeenvrij koudemiddel met een COP-waarde van ten minste 5,0 en de warmtepomp een nominaal thermisch vermogen heeft van ten minste 500 kWth. 3 De productie-installatie heeft een seizoensopslag van warmte. 4 De productie-installatie wordt niet gebruikt voor koudelevering. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 68 — Artikel 68#
Artikel 68 1 artikel 67, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte koolstofdioxide-arme warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 69 — Artikel 69#
Artikel 69 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van koolstofdioxide-arme warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van warmte uit zonne-energie en buitenluchtwarmte door middel van zonnecollectoren die warmte en stroom produceren, waarbij de warmte wordt aangewend voor de verwarming van gebouwde omgeving. 2 De productie-installatie maakt gebruik van een water-water-warmtepomp op basis van een halogeenvrij koudemiddel en de water-water-warmtepomp heeft een minimaal nominaal thermisch vermogen van 500 kWth en een COP-waarde van ten minste 3,0. 3 2 De oppervlakte aan fotovoltaïsch-thermische panelen bedraagt ten minste 1,2 mper kWth nominaal thermisch vermogen van de warmtepomp. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 70 — Artikel 70#
Artikel 70 1 artikel 69, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte koolstofdioxide-arme warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 71 — Artikel 71#
Artikel 71 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van koolstofdioxide-arme warmte geproduceerd door een productie-installatie waarmee elektriciteit in warmte wordt omgezet, met een nominaal thermisch vermogen van ten minste 2 MWth, waarbij de vrijkomende warmte direct of indirect wordt overgedragen aan een vloeistof voor: a. toepassing in stadsverwarming; b. een industriële toepassing, niet zijnde tuinbouw; of c. voor gebruik op locatie voor een industriële toepassing, niet zijnde tuinbouw, waarbij sprake is van de uitgestelde levering van warmte door de toepassing van thermische opslag. 2 De door de productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, geproduceerde warmte heeft een aanvoertemperatuur in het stookseizoen van ten minste 100°C. 3 De door de productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en c, geproduceerde warmte wordt toegepast in een verwarmingssysteem met een aanvoertemperatuur aan de gebruikerszijde van ten minste 100°C of in een stoomsysteem. 4 Het vermogen van de aansluiting op het elektriciteitsnet is ten minste even groot als het gezamenlijke vermogen van de op de locatie aanwezige elektroboilers. 5 Het nominaal elektrisch vermogen van de productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, bedraagt minstens anderhalf keer het nominaal thermisch vermogen van de productie-installatie, waarbij de opslagcapaciteit ten minste 3 MWh per MW thermisch vermogen van de productie-installatie moet bedragen. 6 Het nominaal thermisch vermogen van de productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, bedraagt ten hoogste 50 MWth. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 72 — Artikel 72#
Artikel 72 1 artikel 71, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte koolstofdioxide-arme warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 73 — Artikel 73#
Artikel 73 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van koolstofdioxide-arme warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van warmte door middel van: a. een elektrisch aangedreven gesloten warmtepomp op basis van een halogeenvrij koudemiddel met een COP-waarde van ten minste 2,3 en een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth, waarbij het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 8.000 vollasturen per jaar bedraagt; b. een elektrisch aangedreven gesloten warmtepomp op basis van een halogeenvrij koudemiddel met een COP-waarde van ten minste 2,3 en een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth, waarbij het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 3.000 vollasturen per jaar bedraagt; c. een elektrisch aangedreven open warmtepomp met een COP-waarde van ten minste 2,3 en ten hoogste 14,0 en een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth, waarbij het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 8.000 vollasturen per jaar bedraagt; of d. een elektrisch aangedreven open warmtepomp met een COP-waarde van ten minste 2,3 en ten hoogste 14,0 en een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth, waarbij het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 3.000 vollasturen per jaar bedraagt. 2 De productie-installatie produceert warmte die op dezelfde locatie wordt gebruikt voor een industriële toepassing, niet zijnde tuinbouw, en levert geen koude. 3 Het aantal productie-uren per jaar van een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en d, bedraagt ten hoogste 4.000. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 74 — Artikel 74#
Artikel 74 1 artikel 73, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte koolstofdioxide-arme warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 75 — Artikel 75#
Artikel 75 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van koolstofdioxide-arme warmte geproduceerd door een productie-installatie met een thermisch vermogen van ten minste 2 MWth, waarmee restwarmte wordt uitgekoppeld en naar een andere locatie wordt getransporteerd, waarbij ten minste de warmtewisselaar bij de uitkoppeling nieuw is, waarbij er geen sprake is van levering van stoom, en: a. de warmte wordt opgewaardeerd met een nieuwe warmtepomp op basis van een halogeenvrij koudemiddel, de warmtepomp een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth en een COP-waarde van ten minste 3,0 heeft en transport plaatsvindt met behulp van een transportleiding met een verhouding van kilometer nieuw aan te leggen transportleiding tot MWth outputvermogen van de productie-installatie en andere op de transportleiding invoedende installaties van: 1°. < 0,10; 2°. ≥ 0,10 en < 0,20; 3°. ≥ 0,20 en < 0,30; 4°. ≥ 0,30 en < 0,40; 5°. ≥ 0,40; of b. de warmte niet wordt opgewaardeerd en transport plaatsvindt met behulp van een transportleiding met een verhouding van kilometer nieuw aan te leggen transportleiding tot MWth outputvermogen van de productie-installatie en andere op de transportleiding invoedende installaties van: 1°. ≥ 0,20 en < 0,30; 2°. ≥ 0,30 en < 0,40; 3°. ≥ 0,40. 2024 28764 03-09-2024 30-08-2024 WJZ/81953880 2024 28764 03-09-2024 30-08-2024 WJZ/81953880 04-09-2024
Artikel 76 — Artikel 76#
Artikel 76 1 artikel 75 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte koolstofdioxide-arme warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 77 — Artikel 77#
Artikel 77 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van waterstof geproduceerd door een productie-installatie die waterstof produceert door elektrolyse van water tot zuurstof en waterstof met een nominale capaciteit van ten minste 500 kW die met: a. een aansluiting is gekoppeld aan het elektriciteitsnet; of b. een directe aansluiting op een productie-installatie die elektriciteit produceert met behulp van windenergie of een productie-installatie die elektriciteit produceert uit zonlicht door middel van fotovoltaïsche zonnepanelen. 2 De productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel b, is in staat om, terwijl deze gereed is voor gebruik, minder dan 1% elektriciteit te verbruiken van het maximale vermogen van de productie-installatie. 3 verordening (EU) 2023/1184 Voor de productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, wordt subsidie uitsluitend verstrekt voor de waterstof die volledig hernieuwbaar is en zodoende voldoet aan de artikelen 4 tot en met 8 en 11 van gedelegeerde, waarbij de hernieuwbare stroomafnameovereenkomsten, bedoeld in de artikelen 5, 6 en 7, van die verordening betrekking hebben op de levering van hernieuwbare elektriciteit uit wind- of zonne-energie. 4 Voor de productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, bedraagt de broeikasgasemissiereductie van het totaal aan geproduceerde volledig hernieuwbare waterstof en waterstof die niet volledig hernieuwbaar is samen ten minste 70% in het geval ook waterstof die niet volledig hernieuwbaar is, wordt geproduceerd. 5 De subsidie-ontvanger beschikt over het bewijs van afboeking van garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit, die zijn uitgegeven voor productie-installaties voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit wind- of zonne-energie waarvoor hernieuwbare stroomafnameovereenkomsten als bedoeld in het derde lid, zijn getekend. 6 Indien sprake is van een productie-installatie met een directe aansluiting als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel b, wordt de subsidie uitsluitend verstrekt voor de waterstof die is geproduceerd met de elektriciteit die is geproduceerd door een productie-installatie voor wind- of zonne-energie waarvoor geen subsidie voor het produceren van die elektriciteit op grond van deze of een andere regeling is verstrekt. 7 Indien sprake is van een productie-installatie met een directe aansluiting als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel b, wordt de subsidie uitsluitend verstrekt voor de waterstof die is geproduceerd met elektriciteit die is geproduceerd door de direct aangesloten productie-installatie voor wind- of zonne-energie aangesloten. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 78 — Artikel 78#
Artikel 78 1 artikel 77, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 79 — Artikel 79#
Artikel 79 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van geavanceerde hernieuwbare brandstof die wordt geproduceerd door een productie-installatie waarmee: a. bioethanol wordt geproduceerd uit vaste lignocellulosehoudende biomassa, waarvan maximaal 50% B-Hout is als bedoeld in nummers 170 tot en met 179 van de NTA 8003:2017; b. biomethanol wordt geproduceerd uit vaste lignocellulosehoudende biomassa, waarvan maximaal 50% B-Hout is als bedoeld in nummers 170 tot en met 179 van de NTA 8003:2017; c. bioLNG wordt geproduceerd door middel van monomestvergisting; d. bioLNG wordt geproduceerd door middel van allesvergisting; of e. diesel- en benzinevervangers worden geproduceerd uit vaste lignocellulosehoudende biomassa, waarvan maximaal 50% B-Hout is als bedoeld in nummers 170 tot en met 179 van de NTA 8003:2017. 2 sub-paragraaf 9.7.5 van de Wet milieubeheer De geavanceerde hernieuwbare brandstof wordt in Nederland geleverd aan wegvoertuigen of binnenvaartschepen en wordt ingeboekt in het register hernieuwbare energie, bedoeld in. 3 richtlijn (EU) 2018/2001 De productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, onderdelen c en d, maakt uitsluitend gebruik van grondstoffen als bedoeld in deel A van bijlage IX bij de. 4 richtlijn (EU) 2018/2001 De productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b en e, maakt uitsluitend gebruik van vaste grondstoffen als bedoeld onder o) met uitzondering van zwart residuloog, bruin residuloog, vezelslib, lignine en tallolie, en q) van deel A van Bijlage IX bij de. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 80 — Artikel 80#
Artikel 80 1 artikel 79, eerste lid, onderdelen a, b en e De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 artikel 79, eerste lid, onderdelen c en d De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 3 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 81 — Artikel 81#
Artikel 81 1 artikel 16.5 van de Wet milieubeheer De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent die met een productie-installatie koolstofdioxide afvangt en permanent opslaat of doet opslaan door een houder van een vergunning voor het exploiteren van een broeikasgasinstallatie als bedoeld inin een ondergronds opslagvoorkomen voor koolstofdioxide, waarbij: a. het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 4.000 vollasturen per jaar bedraagt, de koolstofdioxide wordt afgevangen die ontstaat bij een proces, en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding, en ten minste de compressor nieuw is; 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de vervloeiingsinstallatie nieuw is; of 3°. vloeibaar transport van koolstofdioxide; b. het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 8.000 vollasturen per jaar bedraagt, de koolstofdioxide wordt afgevangen die ontstaat bij een op het moment van indienen van de aanvraag bestaand proces, en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding, en ten minste de compressor nieuw is; of 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de vervloeiingsinstallatie nieuw is; c. de afgevangen koolstofdioxide bij een op het moment van indienen van de aanvraag bestaand proces wordt gezuiverd, en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding en ten minste de installatie voor de zuivering van de afgevangen koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; of 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de zuivering van de afgevangen koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn; d. de koolstofdioxide wordt afgevangen die ontstaat bij een nieuw productieproces voor de productie van waterstof uit restgassen, de waterstof wordt ingezet in een productieproces voor ondervuring in een ketel, fornuis of warmtekrachtkoppeling, en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; of 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn; e. de koolstofdioxide wordt afgevangen die ontstaat bij een op het moment van indienen van de aanvraag bestaand verbrandingsproces, en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; of 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn; f. de afvang van koolstofdioxide gebeurt bij een op het moment van indienen van de aanvraag bestaande afvalverbrandingsinstallatie en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; of 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn; g. de afgevangen koolstofdioxide in een nieuw proces wordt gezuiverd, en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding, en ten minste de installatie voor de zuivering van de afgevangen koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; of 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de zuivering van de afgevangen koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn; h. de afvang van koolstofdioxide gebeurt bij een nieuw verbrandingsproces, en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; of 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn. 2 artikel 85, eerste lid, aanhef en onderdeel a, c, d, e, f of g Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 1°, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in. 3 artikel 85, eerste lid, aanhef en onderdeel a, c, d, e, f of g, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2023 Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 1°, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in. 4 artikel 89, eerste lid, aanhef en onderdeel a, c, d, e, f of g, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2022 Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 1°, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in. 5 artikel 85, eerste lid, aanhef en onderdeel a, b, c, f, g, h, i, j, k, l of m, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2021 Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 1°, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in. 6 artikel 85, eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 1° of 2°, onderdeel c, subonderdeel 1° of 2°, onderdeel d, subonderdeel 1° of 2°, onderdeel e, subonderdeel 1° of 2°, onderdeel f, subonderdeel 1° of 2°, of onderdeel g, subonderdeel 1° Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 2°, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in. 7 artikel 85, eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdelen 1° of 2°, onderdeel c, subonderdelen 1° of 2°, onderdeel d, subonderdelen 1° of 2°, onderdeel e, subonderdelen 1° of 2°, onderdeel f, subonderdelen 1° of 2°, of onderdeel g, subonderdeel 1°, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2023 Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 2°, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in. 8 artikel 89, eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdelen 1° of 2°, onderdeel c, subonderdelen 1° of 2°, onderdeel d, subonderdelen 1° of 2°, onderdeel e, subonderdelen 1° of 2°, onderdeel f, subonderdelen 1° of 2°, of onderdeel g, subonderdeel 1°, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2022 Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 2°, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in. 9 artikel 85, eerste lid, aanhef en onderdeel a, c, f, h, i, k of l, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2021 Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 2°, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in. 10 artikel 85, eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 3°, onderdeel c, subonderdeel 3°, onderdeel d, subonderdeel 3°, onderdeel e, subonderdeel 3°, onderdeel f, subonderdeel 3° of onderdeel g, subonderdeel 2° Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 3°, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in. 11 artikel 85, eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 3°, onderdeel c, subonderdeel 3°, onderdeel d, subonderdeel 3°, onderdeel e, subonderdeel 3°, onderdeel f, subonderdeel 3° of onderdeel g, subonderdeel 2°, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2023 Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 3°, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in. 12 artikel 89, eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 3°, onderdeel c, subonderdeel 3°, onderdeel d, subonderdeel 3°, onderdeel e, subonderdeel 3°, onderdeel f, subonderdeel 3° of onderdeel g, subonderdeel 2°, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2022 Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 3°, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in. 13 artikel 85, eerste lid, aanhef en onderdeel b, g, j of m, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2021 Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 3°, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 82 — Artikel 82#
Artikel 82 1 artikel 81, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen zes jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De afgevangen en permanent opgeslagen koolstofdioxide die voor subsidie in aanmerking komt, komt uitsluitend voort uit: a. een door de subsidieontvanger uitgevoerde economische activiteit met SBI-code 06, 08 tot en met 33, 352 of 38; b. een door de subsidieontvanger uitgevoerde economische activiteit met SBI-code 351, indien de koolstofdioxide vrijkomt bij de verbranding van een bijproduct afkomstig van door subsidieontvangers uitgevoerde economische activiteiten met SBI-code 06, 08 tot en met 33, 352, 353 of 38; c. een door de subsidieontvanger uitgevoerde economische activiteit met SBI-code 35111, indien het de productie betreft van elektriciteit door een warmtekrachtcentrale die hoofdzakelijk wordt gestookt op aardgas. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 83 — Artikel 83#
Artikel 83 1 titel 16.2 van de Wet milieubeheer artikel 16.5 van de Wet milieubeheer De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent die niet valt onder het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten, bedoeld in, en die met een productie-installatie koolstofdioxide afvangt en permanent opslaat of doet opslaan door een houder van een vergunning voor het exploiteren van een broeikasgasinstallatie als bedoeld inin een ondergronds opslagvoorkomen voor koolstofdioxide, waarbij: a. het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 4.000 vollasturen per jaar bedraagt, de koolstofdioxide wordt afgevangen die ontstaat bij een proces, en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding, en ten minste de compressor nieuw is; 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en tenminste de vervloeiingsinstallatie nieuw is; of 3°. vloeibaar transport van koolstofdioxide; b. het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 8.000 vollasturen per jaar bedraagt, de koolstofdioxide wordt afgevangen die ontstaat bij een op het moment van indienen van de aanvraag bestaand proces, en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding, en ten minste de compressor nieuw is; of 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de vervloeiingsinstallatie nieuw is; c. de afgevangen koolstofdioxide bij een op het moment van indienen van de aanvraag bestaand proces wordt gezuiverd, en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding en ten minste de installatie voor de zuivering van de afgevangen koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; of 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de zuivering van de afgevangen koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn; d. de koolstofdioxide wordt afgevangen die ontstaat bij een nieuw productieproces voor de productie van waterstof uit restgassen, de waterstof wordt ingezet in een productieproces voor ondervuring in een ketel, fornuis of warmtekrachtkoppeling, en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; of 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn; e. de koolstofdioxide wordt afgevangen die ontstaat bij een op het moment van indienen van de aanvraag bestaand verbrandingsproces, en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; of 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn; f. de afgevangen koolstofdioxide in een nieuw proces wordt gezuiverd, en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding, en ten minste de installatie voor de zuivering van de afgevangen koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; of 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de zuivering van de afgevangen koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn; g. de afvang van koolstofdioxide gebeurt bij een nieuw verbrandingsproces, en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; of 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn; h. de afvang van koolstofdioxide gebeurt bij een op het moment van indienen van de aanvraag bestaande biomassaverbrandingsinstallatie met een nominaal elektrisch vermogen kleiner dan of gelijk aan 100 MW, en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; of 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn. 2 artikel 85, eerste lid, aanhef en onderdeel a, c, d, e, f of g Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 1°, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in. 3 artikel 85, eerste lid, aanhef en onderdeel a, c, d, e, f of g van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2023 Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 1°, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in. 4 artikel 89, eerste lid, aanhef en onderdeel a, c, d, e, f of g van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2022 Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 1°, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in. 5 artikel 85, eerste lid, aanhef en onderdeel a, b, c, f, g, h, l of m van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2021 Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 1°, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld. 6 artikel 85, eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 1° of 2°, onderdeel c, subonderdeel 1° of 2°, onderdeel d, subonderdeel 1° of 2°, onderdeel e, subonderdeel 1° of 2°, onderdeel f, subonderdeel 1° of 2°, of onderdeel g, subonderdeel 1° Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 2°, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in. 7 artikel 85, eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdelen 1° of 2°, onderdeel c, subonderdelen 1° of 2°, onderdeel d, subonderdelen 1° of 2°, onderdeel e, subonderdeel 1° of 2°, onderdeel f, subonderdeel 1° of 2° of onderdeel g, subonderdeel 1° van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2023 Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 2°, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in. 8 artikel 89, eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdelen 1° of 2°, onderdeel c, subonderdelen 1° of 2°, onderdeel d, subonderdelen 1° of 2°, onderdeel e, subonderdeel 1° of 2°, onderdeel f, subonderdeel 1° of 2° of onderdeel g, subonderdeel 1° van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2022 Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 2°, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in. 9 artikel 85, eerste lid, aanhef en onderdeel a, c, f, h, of l van de regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2021 Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 2°, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in. 10 artikel 85, eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 3°, onderdeel c, subonderdeel 3°, onderdeel d, subonderdeel 3°, onderdeel e, subonderdeel 3°, onderdeel f, subonderdeel 3° of onderdeel g, subonderdeel 2° Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 3°, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in. 11 artikel 85, eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 3°, onderdeel c, subonderdeel 3°, onderdeel d, subonderdeel 3°, onderdeel e, subonderdeel 3°, onderdeel f, subonderdeel 3° of onderdeel g, subonderdeel 2° van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2023 Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 3°, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in. 12 artikel 89, eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 3°, onderdeel c, subonderdeel 3°, onderdeel d, subonderdeel 3°, onderdeel e, subonderdeel 3°, onderdeel f, subonderdeel 3° of onderdeel g, subonderdeel 2° van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2022 Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 3°, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in. 13 artikel 85, eerste lid, aanhef en onderdeel b, g of m van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2021 Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 3°, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 84 — Artikel 84#
Artikel 84 1 artikel 83, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen zes jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 artikel 83, eerste lid, onderdeel h richtlijn (EU) 2018/2001 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in een biomassaverbrandingsinstallatie bedoeld in, met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen gelijk aan of groter dan 7,5 MW gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de. 4 De afgevangen en permanent opgeslagen koolstofdioxide die voor subsidie in aanmerking komt, komt uitsluitend voort uit: a. een door de subsidieontvanger uitgevoerde economische activiteit met SBI-code 06, 08 tot en met 33, 352 of 38; b. een door de subsidieontvanger uitgevoerde economische activiteit met SBI-code 351, indien de koolstofdioxide vrijkomt bij de verbranding van een bijproduct afkomstig van door subsidieontvangers uitgevoerde economische activiteiten met SBI-code 06, 08 tot en met 33, 352, 353 of 38; c. een door de subsidieontvanger uitgevoerde economische activiteit met SBI-code 35111, indien het de productie betreft van: 1°. elektriciteit door een warmtekrachtcentrale die hoofdzakelijk wordt gestookt op aardgas; of 2°. warmte door een biomassaverbrandingsinstallatie. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 85 — Artikel 85#
Artikel 85 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent die met een productie-installatie koolstofdioxide afvangt en gebruikt of doet gebruiken ter vermindering van broeikasgas door middel van nuttig aangewende koolstofdioxide, waarbij: a. de afgevangen koolstofdioxide die ontstaat bij een op het moment van indienen van de aanvraag bestaand proces wordt gezuiverd, en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een transportleiding, en ten minste de installatie voor de zuivering van de afgevangen koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; 2°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een transportleiding, en ten minste de installatie voor de zuivering van de afgevangen koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn, en de transportleiding wordt uitgebreid of nieuw aangelegd; of 3°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de zuivering van de afgevangen koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn; b. de afgevangen koolstofdioxide die ontstaat bij een op het moment van indienen van de aanvraag bestaand proces wordt gezuiverd, en gebruik wordt gemaakt van vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de vervloeiingsinstallatie nieuw is; c. de afgevangen koolstofdioxide die ontstaat bij een nieuw proces wordt gezuiverd, en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een transportleiding, en ten minste de installatie voor de zuivering van de afgevangen koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; 2°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een transportleiding, en ten minste de installatie voor de zuivering van de afgevangen koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn, en de transportleiding wordt uitgebreid of nieuw aangelegd; of 3°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de zuivering van de afgevangen koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn; d. de koolstofdioxide wordt afgevangen die ontstaat bij een op het moment van indienen van de aanvraag bestaand verbrandingsproces, en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een transportleiding, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; 2°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een transportleiding, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn, en de transportleiding wordt uitgebreid of nieuw aangelegd; of 3°. vloeibaar transport van koolstofdioxide en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn; e. de koolstofdioxide wordt afgevangen die ontstaat bij een nieuw verbrandingsproces, en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een transportleiding, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; 2°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een transportleiding en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn, en de transportleiding wordt uitgebreid of nieuw aangelegd; of 3°. vloeibaar transport van koolstofdioxide en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn; f. de koolstofdioxide wordt afgevangen die ontstaat bij een op het moment van indienen van de aanvraag bestaande biomassaverbrandingsinstallatie met een nominaal thermisch vermogen groter dan 50 MWth of een op het moment van indienen van de aanvraag bestaande afvalverbrandingsinstallatie, en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een transportleiding, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; 2°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een transportleiding, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn, en de transportleiding wordt uitgebreid of nieuw aangelegd; of 3°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn; g. de koolstofdioxide wordt afgevangen die ontstaat bij een biomassaverbrandingsinstallatie met een nominaal thermisch vermogen kleiner dan of gelijk aan 50 MWth en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een transportleiding, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide nieuw is; of 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn. 2 artikel 81, eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 1° artikel 83, eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 1° Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, c, d, e, f of g, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld inof. 3 artikel 81, eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 2° artikel 83, eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 2° Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdelen 1° of 2°, onderdeel c, subonderdelen 1° of 2°, onderdeel d, subonderdelen 1° of 2°, onderdeel e, subonderdelen 1° of 2°, onderdeel f, subonderdelen 1° of 2° of onderdeel g, subonderdeel 1° kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld inof. 4 artikel 81, eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 3° artikel 83, eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 3° Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 3°, onderdeel c, subonderdeel 3°, onderdeel d, subonderdeel 3°, onderdeel e, subonderdeel 3°, onderdeel f, subonderdeel 3° of onderdeel g, subonderdeel 2° kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld inof. 5 De productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, heeft een nominaal elektrisch vermogen kleiner dan of gelijk aan 100 MW. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 86 — Artikel 86#
Artikel 86 1 artikel 85, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen zes jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 artikel 85, eerste lid, onderdelen f en g richtlijn (EU) 2018/2001 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in een biomassaverbrandingsinstallatie als bedoeld in, met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen gelijk aan of groter dan 7,5 MW gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 87 — Artikel 87#
Artikel 87 1 Voor de fase, genoemd in de eerste kolom van onderstaande tabel, wordt: a. de periode waarbinnen de aanvragen moeten zijn ontvangen per fase vastgesteld op de periode, genoemd in de tweede kolom van onderstaande tabel; b. artikelen 10, eerste lid 27, eerste lid 43a, eerste lid 55e, eerste lid, van het Besluit SDEK voor fase 1 tot en met 4 het fasebedrag voor de subsidie, bedoeld in de,,, en, per respectievelijke fase vastgesteld op het in de derde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; c. artikelen 10, eerste lid 27, eerste lid 43a, eerste lid 55e, eerste lid, van het Besluit SDEK voor fase 5 het fasebedrag voor de subsidie, bedoeld in de,,, en, vastgesteld op het in de derde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag, waarbij het fasebedrag voor het fasebedrag voor subsidies voor aanvragen binnen het domein hoge-temperatuur-warmte, het domein lage-temperatuur-warmte of het domein moleculen wordt verhoogd met € 100/1.000 kg broeikasgas; 1 verhoging met € 100 voor de aanvragen voor subsidies binnen het domein hoge-temperatuur-warmte, het domein lage-temperatuur-warmte en het domein moleculen. Fase Periode waarbinnen de aanvragen ontvangen moet zijn, per fase Fasebedrag in €/1.000 kg broeikasgas 1 10 september 2024, 9:00 uur, tot 16 september 2024, 17:00 uur 75 2 16 september 2024, 17:00 uur, tot 23 september 2024, 17:00 uur 150 3 23 september 2024, 17:00 uur, tot 30 september 2024, 17:00 uur 225 4 30 september 2024, 17:00 uur, tot 7 oktober 2024, 17:00 uur 300 5 7 oktober 2024, 17:00 uur, tot 10 oktober 2024, 17:00 uur 1 300 2 artikelen 10, eerste lid artikel 27, eerste lid 43a, eerste lid 55e, eerste lid, van het Besluit SDEK Voor de fase 1 tot en met 5, bedoeld in het eerste lid, wordt in afwijking van het fasebedrag, genoemd in de derde kolom van de tabel in het eerste lid, het omgerekende fasebedrag voor de subsidie, bedoeld in de,, enen, voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas, hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking en vermindering van broeikasgas, vastgesteld op het respectievelijk in de derde, vierde, vijfde, zesde en zevende kolom van onderstaande tabellen genoemde bedrag. 1 2 3 4 5 6 7 Artikel regeling Categorie Fasebedrag in euro/kWh Fase 1 Fase 2 Fase 3 Fase 4 Fase 5 Artikel 13, onderdeel a Waterkracht, valhoogte < 50 cm 0,1037 0,1134 0,1232 0,1329 0,1329 Artikel 13, onderdeel b Waterkracht, valhoogte ≥ 50 cm 0,1037 0,1134 0,1232 0,1329 0,1329 Artikel 15 Osmose 0,1037 0,1134 0,1232 0,1329 0,1329 Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° Wind op land, ≥ 8,5 m/s 0,0480 0,0480 0,0480 0,0480 0,0480 Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° Wind op land, ≥ 8 en < 8,5 m/s 0,0504 0,0504 0,0504 0,0504 0,0504 Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 3° Wind op land, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,0561 0,0561 0,0561 0,0561 0,0561 Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 4° Wind op land, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,0618 0,0618 0,0618 0,0618 0,0618 Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 5° Wind op land, ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,0662 0,0662 0,0662 0,0662 0,0662 Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 6° Wind op land, < 6,75 m/s 0,0715 0,0715 0,0715 0,0715 0,0715 Artikel 19, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 8,5 m/s 0,0553 0,0553 0,0553 0,0553 0,0553 Artikel 19, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 8 en < 8,5 m/s 0,0591 0,0591 0,0591 0,0591 0,0591 Artikel 19, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 3° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,0666 0,0666 0,0666 0,0666 0,0666 Artikel 19, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 4° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,0736 0,0748 0,0748 0,0748 0,0748 Artikel 19, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 5° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,0736 0,0808 0,0808 0,0808 0,0808 Artikel 19, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 6° Wind op land, hoogtebeperkt < 6,75 m/s 0,0736 0,0818 0,0880 0,0880 0,0880 Artikel 21, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° Wind op waterkering, ≥ 8,5 m/s 0,0545 0,0545 0,0545 0,0545 0,0545 Artikel 21, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° Wind op waterkering, ≥ 8 en < 8,5 m/s 0,0570 0,0570 0,0570 0,0570 0,0570 Artikel 21, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 3° Wind op waterkering, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,0635 0,0635 0,0635 0,0635 0,0635 Artikel 21, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 4° Wind op waterkering, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,0700 0,0700 0,0700 0,0700 0,0700 Artikel 21, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 5° Wind op waterkering, ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,0736 0,0750 0,0750 0,0750 0,0750 Artikel 21, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 6° Wind op waterkering, < 6,75 m/s 0,0736 0,0809 0,0809 0,0809 0,0809 Artikel 23, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1° Zon-PV ≥ 15 kWp en < 1 MWp aansluiting > 3*80 A, gebouwgebonden (net = 50%) 0,0791 0,0791 0,0791 0,0791 0,0791 Artikel 23, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° Zon-PV ≥ 1 MWp, gebouwgebonden (net = 50%) 0,0734 0,0734 0,0734 0,0734 0,0734 Artikel 23, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3° Zon-PV ≥ 15 kWp en < 1 MWp aansluiting > 3*80 A, gebouwgebonden met lichte dakaanpassing of lichtgewicht panelen (net = 50%) 0,0828 0,0828 0,0828 0,0828 0,0828 Artikel 23, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 4° Zon-PV ≥ 1 MWp, gebouwgebonden met lichte dakaanpassing of lichtgewicht panelen (net = 50%) 0,0772 0,0772 0,0772 0,0772 0,0772 Artikel 23, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° Zon-PV ≥ 15 kWp en < 1 MWp aansluiting > 3*80 A, drijvend op water (net = 50%) 0,0884 0,0948 0,0948 0,0948 0,0948 Artikel 23, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° Zon-PV ≥ 1 MWp, aansluiting > 3*80 A, drijvend op water (net = 50%) 0,0770 0,0770 0,0770 0,0770 0,0770 Artikel 23, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° Zon-PV ≥ 15 kWp en < 1 MWp aansluiting > 3*80 A, op land (net = 50%) 0,0818 0,0818 0,0818 0,0818 0,0818 Artikel 23, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° Zon-PV ≥ 1 MWp en < 20 MWp, op land (net = 50%) 0,0663 0,0663 0,0663 0,0663 0,0663 Artikel 23, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 3° Zon-PV ≥ 20 MWp, op land (net = 50%) 0,0624 0,0624 0,0624 0,0624 0,0624 Artikel 23, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 4° Zon-PV ≥ 15 kWp en < 1 MWp aansluiting > 3*80 A, op land natuurinclusief (net = 50%) 0,0884 0,0896 0,0896 0,0896 0,0896 Artikel 23, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 5° Zon-PV ≥ 1 MWp en < 20 MWp, op land natuurinclusief (net = 50%) 0,0706 0,0706 0,0706 0,0706 0,0706 Artikel 23, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 6° Zon-PV ≥ 20 MWp, op land natuurinclusief (net = 50%) 0,0660 0,0660 0,0660 0,0660 0,0660 Artikel 23, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1° Zon-PV ≥ 1 MWp en < 20 MWp, zonvolgend op land 0,0663 0,0663 0,0663 0,0663 0,0663 Artikel 23, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2° Zon-PV ≥ 1 MWp en < 20 MWp, zonvolgend op land natuurinclusief 0,0706 0,0706 0,0706 0,0706 0,0706 Artikel 23, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 3° Zon-PV ≥ 20 MWp, zonvolgend op land 0,0624 0,0624 0,0624 0,0624 0,0624 Artikel 23, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 4° Zon-PV ≥ 20 MWp, zonvolgend op land natuurinclusief 0,0660 0,0660 0,0660 0,0660 0,0660 Artikel 23, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5° Zon-PV ≥ 1 MWp, zonvolgend op water 0,0770 0,0770 0,0770 0,0770 0,0770 Artikel 25, onderdeel a Allesvergisting, gas 0,0591 0,0719 0,0848 0,0877 0,0877 Artikel 25, onderdeel b Monomestvergisting > 450 kW, gas 0,0700 0,0938 0,1001 0,1001 0,1001 Artikel 25, onderdeel c Monomestvergisting > 110 kW en ≤ 450 kW, gas 0,0841 0,1219 0,1588 0,1588 0,1588 Artikel 25, onderdeel d Monomestvergisting ≤ 110 kW, gas 0,0846 0,1230 0,1614 0,1998 0,2187 Artikel 27, onderdeel a Allesvergisting extra faciliteit, ombouw naar gas 0,0591 0,0719 0,0746 0,0746 0,0746 Artikel 27, onderdeel b Allesvergisting voortzetting, gas 0,0591 0,0684 0,0684 0,0684 0,0684 Artikel 27, onderdeel c Monomestvergisting extra faciliteit ≤ 450 kW, ombouw naar gas 0,0841 0,1083 0,1083 0,1083 0,1083 Artikel 27, onderdeel d Monomestvergisting voortzetting ≤ 450 kW, gas 0,0841 0,0928 0,0928 0,0928 0,0928 Artikel 29 RWZI verbeterde slibgisting, gas 0,0599 0,0735 0,0872 0,1008 0,1190 Artikel 31, onderdeel a Biomassavergassing (inclusief B-hout) 0,0586 0,0710 0,0833 0,0915 0,0915 Artikel 31, onderdeel b Biomassavergassing (exclusief B-hout) 0,0586 0,0710 0,0833 0,0957 0,1122 Artikel 33, eerste lid, onderdeel a Zonthermie ≥ 140 kWth en < 1 MWth 0,0861 0,1030 0,1158 0,1158 0,1158 Artikel 33, eerste lid, onderdeel b Zonthermie ≥ 1 MWth 0,0804 0,0973 0,0976 0,0976 0,0976 Artikel 35, onderdeel a Allesvergisting, warmte 0,0799 0,0951 0,0951 0,0951 0,0951 Artikel 35, onderdeel b Allesvergisting, gecombineerde opwekking 0,0913 0,0981 0,0981 0,0981 0,0981 Artikel 35, onderdeel c Monomestvergisting, warmte > 450 kW 0,0920 0,1206 0,1274 0,1274 0,1274 Artikel 35, onderdeel d Monomestvergisting, gecombineerde opwekking > 450 kW 0,1139 0,1355 0,1355 0,1355 0,1355 Artikel 35, onderdeel e Monomestvergisting, warmte > 110 kW en ≤ 450 kW 0,1075 0,1516 0,1765 0,1765 0,1765 Artikel 35, onderdeel f Monomestvergisting, gecombineerde opwekking > 110 kW en ≤ 450 kW 0,1691 0,2340 0,2473 0,2473 0,2473 Artikel 35, onderdeel g Monomestvergisting, warmte ≤ 110 kW 0,1074 0,1514 0,1953 0,2249 0,2249 Artikel 35, onderdeel h Monomestvergisting, gecombineerde opwekking ≤ 110 kW 0,1685 0,2334 0,2903 0,2903 0,2903 Artikel 37, onderdeel a Allesvergisting voortzetting, warmte 0,0767 0,0767 0,0767 0,0767 0,0767 Artikel 37, onderdeel b Allesvergisting voortzetting, gecombineerde opwekking 0,0786 0,0786 0,0786 0,0786 0,0786 Artikel 37, onderdeel c Monomestvergisting voortzetting, warmte ≤ 450 kW 0,1074 0,1074 0,1074 0,1074 0,1074 Artikel 37, onderdeel d Monomestvergisting voortzetting, gecombineerde opwekking ≤ 450 kW 0,1328 0,1328 0,1328 0,1328 0,1328 Artikel 39, onderdeel a RWZI verbeterde slibgisting, warmte 0,0804 0,0973 0,1018 0,1018 0,1018 Artikel 39, onderdeel b RWZI verbeterde slibgisting, gecombineerde opwekking 0,0967 0,1093 0,1218 0,1344 0,1344 Artikel 41, onderdeel a Ketel op vloeibare biomassa, stadsverwarming 0,0835 0,0876 0,0876 0,0876 0,0876 Artikel 41, onderdeel b Ketel op vloeibare biomassa, overige toepassingen 0,0876 0,0876 0,0876 0,0876 0,0876 Artikel 43 Kleine ketel op vaste of vloeibare biomassa 0,0742 0,0742 0,0742 0,0742 0,0742 Artikel 45, onderdeel a Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (4.500 vollasturen) 0,0528 0,0652 0,0652 0,0652 0,0652 Artikel 45, onderdeel b Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (5.000 vollasturen) 0,0528 0,0641 0,0641 0,0641 0,0641 Artikel 45, onderdeel c Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (5.500 vollasturen) 0,0528 0,0629 0,0629 0,0629 0,0629 Artikel 45, onderdeel d Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (6.000 vollasturen) 0,0528 0,0621 0,0621 0,0621 0,0621 Artikel 45, onderdeel e Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (6.500 vollasturen) 0,0528 0,0612 0,0612 0,0612 0,0612 Artikel 45, onderdeel f Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (7.000 vollasturen) 0,0528 0,0606 0,0606 0,0606 0,0606 Artikel 45, onderdeel g Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (7.500 vollasturen) 0,0528 0,0603 0,0603 0,0603 0,0603 Artikel 45, onderdeel h Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (8.000 vollasturen) 0,0528 0,0597 0,0597 0,0597 0,0597 Artikel 45, onderdeel i Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (8.500 vollasturen) 0,0528 0,0592 0,0592 0,0592 0,0592 Artikel 47 Grote ketel op B-hout 0,0378 0,0378 0,0378 0,0378 0,0378 Artikel 49, onderdeel a Grote stoomketel op houtpellets ≥ 5 MWth en < 50 MWth 0,0837 0,0895 0,0895 0,0895 0,0895 Artikel 49, onderdeel b Grote stoomketel op houtpellets ≥ 50 MWth 0,0837 0,1006 0,1050 0,1050 0,1050 Artikel 51 Directe inzet (brander) van houtpellets voor industriële toepassingen 0,0684 0,0684 0,0684 0,0684 0,0684 Artikel 53, eerste lid Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa voortzetting 0,0452 0,0452 0,0452 0,0452 0,0452 Artikel 55, eerste lid Composteringsinstallatie, warmte 0,0574 0,0574 0,0574 0,0574 0,0574 Artikel 57, onderdeel a, subonderdeel 1 en onderdeel d, subonderdeel 1 Diepe geothermie < 12 MWth, basislast 0,0589 0,0589 0,0589 0,0589 0,0589 Artikel 57, onderdeel a, subonderdeel 2 en onderdeel d, subonderdeel 2 Diepe geothermie ≥ 12 MWth en < 20 MWth, basislast 0,0525 0,0525 0,0525 0,0525 0,0525 Artikel 57, onderdeel a, subonderdeel 3 en onderdeel d, subonderdeel 3 Diepe geothermie ≥ 20 MWth, basislast 0,0466 0,0466 0,0466 0,0466 0,0466 Artikel 57, onderdeel b Diepe geothermie, middenlast, verwarming gebouwde omgeving 0,0719 0,1029 0,1029 0,1029 0,1029 Artikel 57, onderdeel c Diepe geothermie, geen basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0713 0,1036 0,1319 0,1319 0,1319 Artikel 57, onderdeel e Diepe geothermie, basislast, aanvullende put 0,0341 0,0341 0,0341 0,0341 0,0341 Artikel 57, onderdeel f Ultradiepe geothermie, basislast 0,0806 0,0806 0,0806 0,0806 0,0806 Artikel 59, onderdeel a Ondiepe geothermie met warmtepomp, basislast 0,0644 0,0862 0,0862 0,0862 0,0862 Artikel 59, onderdeel b Ondiepe geothermie met warmtepomp, geen basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0644 0,0929 0,1213 0,1498 0,1646 Artikel 59, onderdeel c Diepe geothermie met warmtepomp, basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0638 0,0909 0,1181 0,1255 0,1255 Artikel 61, onderdeel a, subonderdeel 1° Aquathermie met seizoensopslag, basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0494 0,0628 0,0763 0,0898 0,1077 Artikel 61, onderdeel a, subonderdeel 2° Aquathermie, basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0500 0,0641 0,0769 0,0769 0,0769 Artikel 61, onderdeel a, subonderdeel 3° Aquathermie, basislast, verwarming gebouwde omgeving, nieuw warmteoverdrachtstation 0,0502 0,0645 0,0787 0,0917 0,0917 Artikel 61, onderdeel b, subonderdeel 1° Aquathermie, geen basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0494 0,0629 0,0765 0,0900 0,1080 Artikel 61, onderdeel b, subonderdeel 2° Aquathermie, met seizoensopslag, directe toepassing 0,0495 0,0632 0,0768 0,0904 0,0928 Artikel 63, eerste lid, onderdeel a Procesgeïntegreerde warmtepomp in een verdampingsproces (8.000 uur) 0,0623 0,0623 0,0623 0,0623 0,0623 Artikel 63, eerste lid, onderdeel b Procesgeïntegreerde warmtepomp in een verdampingsproces (3.000 uur) 0,0720 0,0861 0,1002 0,1095 0,1095 Artikel 65, eerste lid, onderdeel a Lucht-water-warmtepomp voor verwarming bestaande gebouwde omgeving, middentemperatuur 0,0769 0,0902 0,1036 0,1169 0,1347 Artikel 65, eerste lid, onderdeel b Lucht-water-warmtepomp voor verwarming bestaande gebouwde omgeving of bestaande tuinbouwkassen, lagetemperatuur 0,0501 0,0644 0,0694 0,0694 0,0694 Artikel 67, eerste lid Daglichtkas 0,0506 0,0654 0,0801 0,0948 0,1012 Artikel 69, eerste lid Zon-PVT systeem 0,0650 0,0650 0,0650 0,0650 0,0650 Artikel 71, eerste lid, onderdeel a Elektroboiler, stadsverwarming 0,0739 0,0908 0,1076 0,1113 0,1113 Artikel 71, eerste lid, onderdeel b Elektroboiler, industriële toepassing niet zijnde tuinbouw 0,0631 0,0800 0,0968 0,1113 0,1113 Artikel 71, eerste lid, onderdeel c Elektroboiler, industriële toepassing niet zijnde tuinbouw, met thermische opslag 0,0631 0,0800 0,0968 0,1137 0,1359 Artikel 73, eerste lid, onderdeel a Industriële gesloten warmtepomp (8.000 uur) 0,0610 0,0610 0,0610 0,0610 0,0610 Artikel 73, eerste lid, onderdeel b Industriële gesloten warmtepomp (3.000 uur) 0,0720 0,0861 0,1002 0,1065 0,1065 Artikel 73, eerste lid, onderdeel c Industriële open warmtepomp (8.000 uur) 0,0319 0,0319 0,0319 0,0319 0,0319 Artikel 73, eerste lid, onderdeel d Industriële open warmtepomp (3.000 uur) 0,0710 0,0710 0,0710 0,0710 0,0710 Artikel 75, onderdeel a, subonderdeel 1° Restwarmtebenutting met warmtepomp, transportleiding < 0,10 km/MWth 0,0566 0,0670 0,0670 0,0670 0,0670 Artikel 75, onderdeel a, subonderdeel 2° Restwarmtebenutting met warmtepomp, transportleiding ≥ 0,10 en < 0,20 km/MWth 0,0566 0,0707 0,0741 0,0741 0,0741 Artikel 75, onderdeel a, subonderdeel 3° Restwarmtebenutting met warmtepomp, transportleiding ≥ 0,20 en < 0,30 km/MWth 0,0566 0,0706 0,0813 0,0813 0,0813 Artikel 75, onderdeel a, subonderdeel 4° Restwarmtebenutting met warmtepomp, transportleiding ≥ 0,30 en < 0,40 km/MWth 0,0566 0,0706 0,0847 0,0884 0,0884 Artikel 75, onderdeel a, subonderdeel 5° Restwarmtebenutting met warmtepomp, transportleiding ≥ 0,40 km/MWth 0,0565 0,0706 0,0846 0,0956 0,0956 Artikel 75, onderdeel b, subonderdeel 1° Restwarmtebenutting, transportleiding ≥ 0,20 en < 0,30 km/MWth 0,0262 0,0262 0,0262 0,0262 0,0262 Artikel 75, onderdeel b, subonderdeel 2° Restwarmtebenutting, transportleiding ≥ 0, 30 en < 0, 40 km/MWth 0,0334 0,0334 0,0334 0,0334 0,0334 Artikel 75, onderdeel b, subonderdeel 3° Benutting restwarmte, transportleiding ≥ 0,40 km/MWth 0,0405 0,0405 0,0405 0,0405 0,0405 Artikel 77, eerste lid, onderdeel a Waterstof uit elektrolyse, netgekoppeld met hernieuwbare stroomafnameovereenkomsten 0,1136 0,1308 0,1479 0,1651 0,1880 Artikel 77, eerste lid, onderdeel b Waterstof uit elektrolyse, directe lijn met windpark of zonnepark 0,1136 0,1308 0,1479 0,1651 0,1880 Artikel 79, eerste lid, onderdeel a Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, bioethanol uit vaste lignocellulosehoudende biomassa 0,1750 0,1750 0,1750 0,1750 0,1750 Artikel 79, eerste lid, onderdeel b Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, biomethanol uit vaste lignocellulosehoudende biomassa 0,1427 0,1427 0,1427 0,1427 0,1427 Artikel 79, eerste lid, onderdeel c Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, bioLNG uit monomestvergisting 0,1669 0,1799 0,1799 0,1799 0,1799 Artikel 79, eerste lid, onderdeel d Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, bioLNG uit allesvergisting 0,1174 0,1174 0,1174 0,1174 0,1174 Artikel 79, eerste lid, onderdeel e Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, diesel- en benzinevervangers uit vaste lignocellulose houdende biomassa 0,1390 0,1390 0,1390 0,1390 0,1390 1 2 3 4 5 6 7 Artikel regeling Categorie 2 Fasebedrag in euro/1.000 kg CO Fase 1 Fase 2 Fase 3 Fase 4 Fase 5 Artikel 81, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1° 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag bij bestaande installaties, gasvormig transport 205,0341 249,6473 249,6473 249,6473 249,6473 Artikel 81, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag bij bestaande installaties, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 204,6733 272,3245 339,9756 340,8704 340,8704 Artikel 81, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3° 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag bij bestaande installaties, vloeibaar transport 204,6733 272,3245 293,6963 293,6963 293,6963 Artikel 81, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° 2 CCS – Volledige CO-opslag bij bestaande installaties, gasvormig transport 144,5032 144,5032 144,5032 144,5032 144,5032 Artikel 81, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° 2 CCS – Volledige CO-opslag bij bestaande installaties, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 192,0387 192,0387 192,0387 192,0387 192,0387 Artikel 81, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, bestaande installatie, gasvormig transport 170,9900 170,9900 170,9900 170,9900 170,9900 Artikel 81, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 204,6733 214,9569 214,9569 214,9569 214,9569 Artikel 81, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-afvang bij waterstofproductie uit restgassen voor ondervuring, gasvormig transport 204,0591 211,8525 211,8525 211,8525 211,8525 Artikel 81, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-afvang bij waterstofproductie uit restgassen voor ondervuring, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 203,6983 258,1535 258,1535 258,1535 258,1535 Artikel 81, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport 199,0097 216,4108 216,4108 216,4108 216,4108 Artikel 81, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 198,6490 259,6245 259,6245 259,6245 259,6245 Artikel 81, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande afvalverbrandingsinstallatie, gasvormig transport 55,9463 111,8925 167,8388 223,7850 223,7850 Artikel 81, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande afvalverbrandingsinstallatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 55,5855 111,1710 166,7565 222,3420 222,3420 Artikel 81, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, nieuwe installatie, gasvormig transport 147,6072 147,6072 147,6072 147,6072 147,6072 Artikel 81, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, nieuwe installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 195,7078 195,7078 195,7078 195,7078 195,7078 Artikel 81, eerste lid, onderdeel h, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport 197,0111 197,0111 197,0111 197,0111 197,0111 Artikel 81, eerste lid, onderdeel h, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 199,8302 238,3560 238,3560 238,3560 238,3560 Artikel 83, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1° 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 68,0119 136,0238 204,0356 249,6473 249,6473 Artikel 83, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 67,6511 135,3023 202,9534 270,6045 270,6045 Artikel 83, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3° 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport 67,6511 135,3023 202,9534 270,6045 270,6045 Artikel 83, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° 2 CCS – Volledige CO-opslag bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 68,0119 136,0238 144,5032 144,5032 144,5032 Artikel 83, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° 2 CCS – Volledige CO-opslag bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 67,6511 135,3023 192,0387 192,0387 192,0387 Artikel 83, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, bestaande installatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 68,0119 136,0238 170,9900 170,9900 170,9900 Artikel 83, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, bestaande installatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 67,6511 135,3023 202,9534 214,9569 214,9569 Artikel 83, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-afvang bij waterstofproductie uit restgassen voor ondervuring niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 67,0369 134,0738 201,1106 211,8525 211,8525 Artikel 83, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-afvang bij waterstofproductie uit restgassen voor ondervuring niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 66,6761 133,3523 200,0284 258,1535 258,1535 Artikel 83, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 61,9875 123,9750 185,9625 216,4108 216,4108 Artikel 83, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 61,6268 123,2535 184,8803 246,5070 246,5070 Artikel 83, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, nieuwe installatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 68,4675 136,9350 147,6072 147,6072 147,6072 Artikel 83, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, nieuwe installatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 68,1068 136,2135 195,7078 195,7078 195,7078 Artikel 83, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 63,1688 126,3375 189,5063 197,0111 197,0111 Artikel 83, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 62,8080 125,6160 188,4240 238,3560 238,3560 Artikel 83, eerste lid, onderdeel h, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande biomassaverbrandingsinstallatie ≤ 100 MWe niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 55,9463 111,8925 167,8388 223,7850 223,7850 Artikel 83, eerste lid, onderdeel h, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande biomassaverbrandingsinstallatie ≤ 100 MWe niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 55,5855 111,1710 166,7565 222,3420 222,3420 Artikel 85, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1° 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, bestaande installatie, gasvormig transport 90,6325 90,6325 90,6325 90,6325 90,6325 Artikel 85, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, bestaande installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 105,0264 105,0264 105,0264 105,0264 105,0264 Artikel 85, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3° 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 130,4494 130,4494 130,4494 130,4494 130,4494 Artikel 85, eerste lid, onderdeel b 2 Extra CCU – Bestaande CO-afvang, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 123,2570 123,2570 123,2570 123,2570 123,2570 Artikel 85, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, nieuwe installatie, gasvormig transport 89,2968 89,2968 89,2968 89,2968 89,2968 Artikel 85, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, nieuwe installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 103,6907 103,6907 103,6907 103,6907 103,6907 Artikel 85, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 3° 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, nieuwe installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 129,1138 129,1138 129,1138 129,1138 129,1138 Artikel 85, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport 162,3309 172,2054 172,2054 172,2054 172,2054 Artikel 85, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 162,3309 186,5993 186,5993 186,5993 186,5993 Artikel 85, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 3° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 161,5558 217,9325 230,7191 230,7191 230,7191 Artikel 85, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 1° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport 146,3869 146,3869 146,3869 146,3869 146,3869 Artikel 85, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 2° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 160,7808 160,7808 160,7808 160,7808 160,7808 Artikel 85, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 3° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 162,7370 200,4535 200,4535 200,4535 200,4535 Artikel 85, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 1° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang bij bestaande afvalverbrandingsinstallatie of bestaande biomassaverbrandingsinstallatie > 50 MWth, gasvormig transport 156,2896 202,8852 202,8852 202,8852 202,8852 Artikel 85, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 2° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang bij bestaande afvalverbrandingsinstallatie of bestaande biomassaverbrandingsinstallatie > 50 MWth, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 156,2896 207,4003 217,2791 217,2791 217,2791 Artikel 85, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 3° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang bij bestaande afvalverbrandingsinstallatie of bestaande biomassaverbrandingsinstallatie > 50 MWth, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 155,5145 205,8500 256,1855 267,4250 267,4250 Artikel 85, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 1° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang bij biomassaverbrandingsinstallatie ≤ 50 MWth, gasvormig 135,6886 135,6886 135,6886 135,6886 135,6886 Artikel 85, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 2° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang bij biomassaverbrandingsinstallatie ≤ 50 MWth, vloeibaar, nieuwe vervloeiingsinstallatie 161,7215 179,8150 179,8150 179,8150 179,8150 3 artikelen 13 15 17, eerste lid 19, eerste lid 21, eerste lid 23, eerste lid 25 27 29 31 33, eerste lid 35, eerste lid 37 39 41 43 45 47 49 51 53, eerste lid 55, eerste lid 57 59, eerste lid 61 63, eerste lid 65, eerste lid 67, eerste lid 69, eerste lid 71, eerste lid 73, eerste lid 75 77, eerste lid 79, eerste lid In afwijking van de fasebedragen, genoemd in de derde, vierde, vijfde, zesde en zevende kolom van de tabel in het tweede lid, geldt voor de productie-installaties, bedoeld in de,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,, en, het fasebedrag in euro per kWh in vier decimalen dat door de aanvrager bij de aanvraag in een fase is ingediend, indien dat bedrag per kWh lager is dan het fasebedrag dat van toepassing is voor de fase waarin de aanvraag is ingediend. 4 artikelen 81, eerste lid 83, eerste lid 85, eerste lid In afwijking van de fasebedragen, genoemd in de derde, vierde, vijfde, zesde of zevende kolom van de tabel in het tweede lid, geldt voor de productie-installaties, bedoeld in de,, en, het fasebedrag in euro per 1.000 kg broeikasgas in vier decimalen dat door de aanvrager bij de aanvraag in een fase is ingediend, indien dat bedrag per 1.000 kg broeikasgas lager is dan het fasebedrag, genoemd in de respectievelijke derde, vierde, vijfde, zesde of zevende kolom van de tabel in het tweede lid, dat van toepassing is voor de fase waarin de aanvraag is ingediend. 2024 28764 03-09-2024 30-08-2024 WJZ/81953880 2024 28764 03-09-2024 30-08-2024 WJZ/81953880 04-09-2024
Artikel 88 — Artikel 88#
Artikel 88 1 artikel 58, tweede lid, van het Besluit SDEK Het rangschikkingsbedrag, bedoeld voor de vergelijking van de fasebedragen op grond van, wordt berekend volgens de formule in het tweede lid en voor de uitdrukking in euro per 1.000 kg vermindering van broeikasgas vermenigvuldigd met de factor 1.000 en afgerond op drie decimalen. 2 De formule voor de berekening van het rangschikkingsbedrag luidt: a. voor productie-installaties voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas, hernieuwbare warmte of hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit: het quotiënt van het verschil tussen het fasebedrag waarvoor de aanvrager de aanvraag heeft ingediend en de langetermijnenergieprijs als vastgesteld in de derde kolom van de in dit lid opgenomen tabel, en de omrekenfactor als vastgesteld in de vierde kolom van de in dit lid opgenomen tabel; b. voor productie-installaties voor vermindering van broeikasgas: het quotiënt van het verschil tussen het fasebedrag waarvoor de aanvrager de aanvraag heeft ingediend en het langetermijnbroeikasgasbedrag als vastgesteld in de derde kolom van de in dit lid opgenomen tabel, en de omrekenfactor als vastgesteld in de vierde kolom van de in dit lid opgenomen tabel. 1 2 3 4 Artikel regeling Categorie Langetermijn energieprijs of langetermijn broeikasgasbedrag in euro/kWh 2 Omrekenfactor in kg CO/kWh Artikel 13, onderdeel a Waterkracht, valhoogte < 50 cm 0,0939 0,1300 Artikel 13, onderdeel b Waterkracht, valhoogte ≥ 50 cm 0,0939 0,1300 Artikel 15 Osmose 0,0939 0,1300 Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° Wind op land, ≥ 8,5 m/s 0,0654 0,1093 Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° Wind op land, ≥ 8 en < 8,5 m/s 0,0654 0,1093 Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 3° Wind op land, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,0654 0,1093 Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 4° Wind op land, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,0654 0,1093 Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 5° Wind op land, ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,0654 0,1093 Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 6° Wind op land, < 6,75 m/s 0,0654 0,1093 Artikel 19, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 8,5 m/s 0,0654 0,1093 Artikel 19, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 8 en < 8,5 m/s 0,0654 0,1093 Artikel 19, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 3° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,0654 0,1093 Artikel 19, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 4° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,0654 0,1093 Artikel 19, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 5° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,0654 0,1093 Artikel 19, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 6° Wind op land, hoogtebeperkt < 6,75 m/s 0,0654 0,1093 Artikel 21, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° Wind op waterkering, ≥ 8,5 m/s 0,0654 0,1093 Artikel 21, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° Wind op waterkering, ≥ 8 en < 8,5 m/s 0,0654 0,1093 Artikel 21, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 3° Wind op waterkering, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,0654 0,1093 Artikel 21, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 4° Wind op waterkering, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,0654 0,1093 Artikel 21, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 5° Wind op waterkering, ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,0654 0,1093 Artikel 21, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 6° Wind op waterkering, < 6,75 m/s 0,0654 0,1093 Artikel 23, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1° Zon-PV ≥ 15 kWp en < 1 MWp aansluiting > 3*80 A, gebouwgebonden (net = 50%) 0,0778 0,2023 Artikel 23, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° Zon-PV ≥ 1 MWp, gebouwgebonden aansluiting > 3*80 A, (net = 50%) 0,0778 0,1771 Artikel 23, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3° Zon-PV ≥ 15 kWp en < 1 MWp aansluiting > 3*80 A, gebouwgebonden met lichte dakaanpassing of lichtgewicht panelen (net = 50%) 0,0778 0,2023 Artikel 23, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 4° Zon-PV ≥ 1 MWp, gebouwgebonden met lichte dakaanpassing of lichtgewicht panelen (net = 50%) 0,0778 0,1771 Artikel 23, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° Zon-PV ≥ 15 kWp en < 1 MWp aansluiting > 3*80 A, drijvend op water (net = 50%) 0,0778 0,1417 Artikel 23, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° Zon-PV ≥ 1 MWp, drijvend op water (net = 50%) 0,0778 0,0787 Artikel 23, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° Zon-PV ≥ 15 kWp en < 1 MWp aansluiting > 3*80 A, op land (net = 50%) 0,0778 0,1417 Artikel 23, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° Zon-PV ≥ 1 MWp en < 20 MWp, op land (net = 50%) 0,0778 0,0787 Artikel 23, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 3° Zon-PV ≥ 20 MWp, op land (net = 50%) 0,0778 0,0708 Artikel 23, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 4° Zon-PV ≥ 15 kWp en < 1 MWp aansluiting > 3*80 A, op land natuurinclusief (net = 50%) 0,0778 0,1417 Artikel 23, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 5° Zon-PV ≥ 1 MWp en < 20 MWp, op land natuurinclusief (net = 50%) 0,0778 0,0787 Artikel 23, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 6° Zon-PV ≥ 20 MWp, op land natuurinclusief (net = 50%) 0,0778 0,0708 Artikel 23, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1° Zon-PV ≥ 1 MWp en < 20 MWp, zonvolgend op land 0,0778 0,0787 Artikel 23, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2° Zon-PV ≥ 1 MWp en < 20 MWp, zonvolgend op land natuurinclusief 0,0778 0,0787 Artikel 23, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 3° Zon-PV ≥ 20 MWp, zonvolgend op land 0,0778 0,0708 Artikel 23, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 4° Zon-PV ≥ 20 MWp, zonvolgend op land natuurinclusief 0,0778 0,0708 Artikel 23, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5° Zon-PV ≥ 1 MWp, zonvolgend op water 0,0778 0,0787 Artikel 25, onderdeel a Allesvergisting, gas 0,0462 0,1716 Artikel 25, onderdeel b Monomestvergisting > 450 kW, gas 0,0462 0,3174 Artikel 25, onderdeel c Monomestvergisting > 110 kW en ≤ 450 kW, gas 0,0462 0,5048 Artikel 25, onderdeel d Monomestvergisting ≤ 110 kW, gas 0,0462 0,5120 Artikel 27, onderdeel a Allesvergisting extra faciliteit, ombouw naar gas 0,0462 0,1716 Artikel 27, onderdeel b Allesvergisting voortzetting, gas 0,0462 0,1716 Artikel 27, onderdeel c Monomestvergisting extra faciliteit ≤ 450 kW, ombouw naar gas 0,0462 0,5048 Artikel 27, onderdeel d Monomestvergisting voortzetting ≤ 450 kW, gas 0,0462 0,5048 Artikel 29 RWZI verbeterde slibgisting, gas 0,0462 0,1820 Artikel 31, onderdeel a Biomassavergassing (inclusief B-hout) 0,0462 0,1651 Artikel 31, onderdeel b Biomassavergassing (exclusief B-hout) 0,0462 0,1651 Artikel 33, eerste lid, onderdeel a Zonthermie ≥ 140 kWth en < 1 MWth 0,0692 0,2250 Artikel 33, eerste lid, onderdeel b Zonthermie ≥ 1 MWth 0,0635 0,2250 Artikel 35, onderdeel a Allesvergisting, warmte 0,0635 0,2185 Artikel 35, onderdeel b Allesvergisting, gecombineerde opwekking 0,0778 0,1804 Artikel 35, onderdeel c Monomestvergisting, warmte > 450 kW 0,0635 0,3805 Artikel 35, onderdeel d Monomestvergisting, gecombineerde opwekking > 450 kW 0,0823 0,4211 Artikel 35, onderdeel e Monomestvergisting, warmte > 110 kW en ≤ 450 kW 0,0635 0,5870 Artikel 35, onderdeel f Monomestvergisting, gecombineerde opwekking > 110 kW en ≤ 450 kW 0,1042 0,8652 Artikel 35, onderdeel g Monomestvergisting, warmte ≤ 110 kW 0,0635 0,5859 Artikel 35, onderdeel h Monomestvergisting, gecombineerde opwekking ≤ 110 kW 0,1035 0,8663 Artikel 37, onderdeel a Allesvergisting voortzetting, warmte 0,0635 0,2185 Artikel 37, onderdeel b Allesvergisting voortzetting, gecombineerde opwekking 0,0780 0,1798 Artikel 37, onderdeel c Monomestvergisting voortzetting, warmte ≤ 450 kW 0,0635 0,5870 Artikel 37, onderdeel d Monomestvergisting voortzetting, gecombineerde opwekking ≤ 450 kW 0,1042 0,8652 Artikel 39, onderdeel a RWZI verbeterde slibgisting, warmte 0,0635 0,2250 Artikel 39, onderdeel b RWZI verbeterde slibgisting, gecombineerde opwekking 0,0841 0,1677 Artikel 41, onderdeel a Ketel op vloeibare biomassa, stadsverwarming 0,0666 0,2250 Artikel 41, onderdeel b Ketel op vloeibare biomassa, overige toepassingen 0,0944 0,2250 Artikel 43 Kleine ketel op vaste of vloeibare biomassa 0,0635 0,2250 Artikel 45, onderdeel a Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (4.500 vollasturen) 0,0359 0,2250 Artikel 45, onderdeel b Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (5.000 vollasturen) 0,0359 0,2250 Artikel 45, onderdeel c Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (5.500 vollasturen) 0,0359 0,2250 Artikel 45, onderdeel d Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (6.000 vollasturen) 0,0359 0,2250 Artikel 45, onderdeel e Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (6.500 vollasturen) 0,0359 0,2250 Artikel 45, onderdeel f Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (7.000 vollasturen) 0,0359 0,2250 Artikel 45, onderdeel g Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (7.500 vollasturen) 0,0359 0,2250 Artikel 45, onderdeel h Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (8.000 vollasturen) 0,0359 0,2250 Artikel 45, onderdeel i Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (8.500 vollasturen) 0,0359 0,2250 Artikel 47 Grote ketel op B-hout 0,0359 0,2250 Artikel 49, onderdeel a Grote stoomketel op houtpellets ≥ 5 MWth en < 50 MWth 0,0668 0,2250 Artikel 49, onderdeel b Grote stoomketel op houtpellets ≥ 50 MWth 0,0668 0,2250 Artikel 51 Directe inzet (brander) van houtpellets voor industriële toepassingen 0,0881 0,2250 Artikel 53, eerste lid Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa voortzetting 0,0359 0,2250 Artikel 55, eerste lid Composteringsinstallatie, warmte 0,0635 0,2250 Artikel 57, onderdeel a, subonderdeel 1 en onderdeel d, subonderdeel 1 Diepe geothermie < 12 MWth, basislast 0,0359 0,4356 Artikel 57, onderdeel a, subonderdeel 2 en onderdeel d, subonderdeel 2 Diepe geothermie ≥ 12 MWth en < 20 MWth, basislast 0,0359 0,4380 Artikel 57, onderdeel a, subonderdeel 3 en onderdeel d, subonderdeel 3 Diepe geothermie ≥ 20 MWth, basislast 0,0359 0,4370 Artikel 57, onderdeel b Diepe geothermie, middenlast, verwarming gebouwde omgeving 0,0390 0,4380 Artikel 57, onderdeel c Diepe geothermie, geen basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0390 0,4309 Artikel 57, onderdeel e Diepe geothermie, basislast, aanvullende put 0,0359 0,4380 Artikel 57, onderdeel f Ultradiepe geothermie, basislast 0,0668 0,4380 Artikel 59, onderdeel a Ondiepe geothermie met warmtepomp, basislast 0,0359 0,3797 Artikel 59, onderdeel b Ondiepe geothermie met warmtepomp, geen basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0359 0,3797 Artikel 59, onderdeel c Diepe geothermie met warmtepomp, basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0366 0,3621 Artikel 61, onderdeel a, subonderdeel 1° Aquathermie met seizoensopslag, basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0359 0,1796 Artikel 61, onderdeel a, subonderdeel 2° Aquathermie, basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0359 0,1878 Artikel 61, onderdeel a, subonderdeel 3° Aquathermie, basislast, verwarming gebouwde omgeving, nieuw warmteoverdrachtstation 0,0359 0,1904 Artikel 61, onderdeel b, subonderdeel 1° Aquathermie, geen basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0359 0,1803 Artikel 61, onderdeel b, subonderdeel 2° Aquathermie, met seizoensopslag, directe toepassing 0,0359 0,1817 Artikel 63, eerste lid, onderdeel a Procesgeïntegreerde warmtepomp in een verdampingsproces (8.000 uur) 0,0579 0,1879 Artikel 63, eerste lid, onderdeel b Procesgeïntegreerde warmtepomp in een verdampingsproces (3.000 uur) 0,0579 0,1879 Artikel 65, eerste lid, onderdeel a Lucht-water-warmtepomp voor verwarming bestaande gebouwde omgeving, middentemperatuur 0,0635 0,1781 Artikel 65, eerste lid, onderdeel b Lucht-water-warmtepomp voor verwarming bestaande gebouwde omgeving of bestaande tuinbouwkassen, lagetemperatuur 0,0359 0,1897 Artikel 67, eerste lid Daglichtkas 0,0359 0,1964 Artikel 69, eerste lid Zon-PVT systeem 0,0692 0,2039 Artikel 71, eerste lid, onderdeel a Elektroboiler, stadsverwarming 0,0570 0,2250 Artikel 71, eerste lid, onderdeel b Elektroboiler, industriële toepassing niet zijnde tuinbouw 0,0462 0,2250 Artikel 71, eerste lid, onderdeel c Elektroboiler, industriële toepassing niet zijnde tuinbouw, met thermische opslag 0,0462 0,2250 Artikel 73, eerste lid, onderdeel a Industriële gesloten warmtepomp (8.000 uur) 0,0579 0,1879 Artikel 73, eerste lid, onderdeel b Industriële gesloten warmtepomp (3.000 uur) 0,0579 0,1879 Artikel 73, eerste lid, onderdeel c Industriële open warmtepomp (8.000 uur) 0,0646 0,2157 Artikel 73, eerste lid, onderdeel d Industriële open warmtepomp (3.000 uur) 0,0646 0,2157 Artikel 75, onderdeel a, subonderdeel 1° Restwarmtebenutting met warmtepomp, transportleiding < 0,10 km/MWth 0,0425 0,1878 Artikel 75, onderdeel a, subonderdeel 2° Restwarmtebenutting met warmtepomp, transportleiding ≥ 0,10 en < 0,20 km/MWth 0,0425 0,1877 Artikel 75, onderdeel a, subonderdeel 3° Restwarmtebenutting met warmtepomp, transportleiding ≥ 0,20 en < 0,30 km/MWth 0,0425 0,1875 Artikel 75, onderdeel a, subonderdeel 4° Restwarmtebenutting met warmtepomp, transportleiding ≥ 0,30 en < 0,40 km/MWth 0,0425 0,1874 Artikel 75, onderdeel a, subonderdeel 5° Restwarmtebenutting met warmtepomp, transportleiding ≥ 0,40 km/MWth 0,0425 0,1872 Artikel 75, onderdeel b, subonderdeel 1° Restwarmtebenutting, transportleiding ≥ 0,20 en < 0,30 km/MWth 0,0452 0,2247 Artikel 75, onderdeel b, subonderdeel 2° Restwarmtebenutting, transportleiding ≥ 0, 30 en < 0, 40 km/MWth 0,0452 0,2245 Artikel 75, onderdeel b, subonderdeel 3° Benutting restwarmte, transportleiding ≥ 0,40 km/MWth 0,0452 0,2244 Artikel 77, eerste lid, onderdeel a Waterstof uit elektrolyse, netgekoppeld met hernieuwbare stroomafnameovereenkomsten 0,0964 0,2290 Artikel 77, eerste lid, onderdeel b Waterstof uit elektrolyse, directe lijn met windpark of zonnepark 0,0964 0,2290 Artikel 79, eerste lid, onderdeel a Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, bioethanol uit vaste lignocellulosehoudende biomassa 0,1909 0,2860 Artikel 79, eerste lid, onderdeel b Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, biomethanol uit vaste lignocellulosehoudende biomassa 0,1909 0,2500 Artikel 79, eerste lid, onderdeel c Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, bioLNG uit monomestvergisting 0,1384 0,3804 Artikel 79, eerste lid, onderdeel d Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, bioLNG uit allesvergisting 0,1384 0,2371 Artikel 79, eerste lid, onderdeel e Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, diesel- en benzinevervangers uit vaste lignocellulose houdende biomassa 0,1886 0,2616 1 2 3 4 Artikel regeling Categorie 2 Langetermijn broeikasgasbedrag in euro/1.000 kg CO 2 2 Emissiefactor in kg CO/1.000 kg CO Artikel 81, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1° 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag bij bestaande installaties, gasvormig transport 137,0222 906,8250 Artikel 81, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag bij bestaande installaties, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 137,0222 902,0150 Artikel 81, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3° 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag bij bestaande installaties, vloeibaar transport 137,0222 902,0150 Artikel 81, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° 2 CCS – Volledige CO-opslag bij bestaande installaties, gasvormig transport 137,0222 906,8250 Artikel 81, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° 2 CCS – Volledige CO-opslag bij bestaande installaties, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 137,0222 902,0150 Artikel 81, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, bestaande installatie, gasvormig transport 137,0222 906,8250 Artikel 81, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 137,0222 902,0150 Artikel 81, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-afvang bij waterstofproductie uit restgassen voor ondervuring, gasvormig transport 137,0222 893,8250 Artikel 81, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-afvang bij waterstofproductie uit restgassen voor ondervuring, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 137,0222 889,0150 Artikel 81, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport 137,0222 826,5000 Artikel 81, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 137,0222 821,6900 Artikel 81, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande afvalverbrandingsinstallatie, gasvormig transport 0,0000 745,9500 Artikel 81, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande afvalverbrandingsinstallatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 0,0000 741,1400 Artikel 81, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, nieuwe installatie, gasvormig transport 137,0222 912,9000 Artikel 81, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, nieuwe installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 137,0222 908,0900 Artikel 81, eerste lid, onderdeel h, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport 137,0222 842,2500 Artikel 81, eerste lid, onderdeel h, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 137,0222 837,4400 Artikel 83, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1° 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 0,0000 906,8250 Artikel 83, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 0,0000 902,0150 Artikel 83, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3° 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport 0,0000 902,0150 Artikel 83, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° 2 CCS – Volledige CO-opslag bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 0,0000 906,8250 Artikel 83, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° 2 CCS – Volledige CO-opslag bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 0,0000 902,0150 Artikel 83, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, bestaande installatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 0,0000 906,8250 Artikel 83, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, bestaande installatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 0,0000 902,0150 Artikel 83, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-afvang bij waterstofproductie uit restgassen voor ondervuring niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 0,0000 893,8250 Artikel 83, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-afvang bij waterstofproductie uit restgassen voor ondervuring niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 0,0000 889,0150 Artikel 83, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 0,0000 826,5000 Artikel 83, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 0,0000 821,6900 Artikel 83, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, nieuwe installatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 0,0000 912,9000 Artikel 83, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, nieuwe installatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 0,0000 908,0900 Artikel 83, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 0,0000 842,2500 Artikel 83, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 0,0000 837,4400 Artikel 83, eerste lid, onderdeel h, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande biomassaverbrandingsinstallatie ≤ 100 MWe niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 0,0000 745,9500 Artikel 83, eerste lid, onderdeel h, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande biomassaverbrandingsinstallatie ≤ 100 MWe niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 0,0000 741,1400 Artikel 85, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1° 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, bestaande installatie, gasvormig transport 105,1790 842,4625 Artikel 85, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, bestaande installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 105,1790 842,4625 Artikel 85, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3° 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 105,1790 828,4875 Artikel 85, eerste lid, onderdeel b 2 Extra CCU – Bestaande CO-afvang, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 105,1790 832,1275 Artikel 85, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, nieuwe installatie, gasvormig transport 105,1790 848,3350 Artikel 85, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, nieuwe installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 105,1790 848,3350 Artikel 85, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 3° 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, nieuwe installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 105,1790 834,3600 Artikel 85, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport 105,1790 762,0250 Artikel 85, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 105,1790 762,0250 Artikel 85, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 3° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 105,1790 751,6900 Artikel 85, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 1° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport 105,1790 777,7750 Artikel 85, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 2° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 105,1790 777,7750 Artikel 85, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 3° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 105,1790 767,4400 Artikel 85, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 1° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang bij bestaande afvalverbrandingsinstallatie of bestaande biomassaverbrandingsinstallatie > 50 MWth, gasvormig transport 105,1790 681,4750 Artikel 85, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 2° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang bij bestaande afvalverbrandingsinstallatie of bestaande biomassaverbrandingsinstallatie > 50 MWth, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 105,1790 681,4750 Artikel 85, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 3° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang bij bestaande afvalverbrandingsinstallatie of bestaande biomassaverbrandingsinstallatie > 50 MWth, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 105,1790 671,1400 Artikel 85, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 1° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang bij biomassaverbrandingsinstallatie ≤ 50 MWth, gasvormig 105,1790 774,0500 Artikel 85, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 2° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang bij biomassaverbrandingsinstallatie ≤ 50 MWth, vloeibaar, nieuwe vervloeiingsinstallatie 105,1790 753,9000 2024 28764 03-09-2024 30-08-2024 WJZ/81953880 2024 28764 03-09-2024 30-08-2024 WJZ/81953880 04-09-2024
Artikel 89 — Artikel 89#
Artikel 89 Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt: a. artikel 11, eerste lid, van het Besluit SDEK het basisbedrag voor subsidie, bedoeld in, vastgesteld op het in de derde kolom genoemde bedrag; b. artikel 15, vijfde lid, van het Besluit SDEK voor de productie van hernieuwbare elektriciteit het maximale aantal vollasturen, bedoeld in, vastgesteld op het in de vierde kolom van onderstaande tabel genoemde aantal uren; c. artikel 12, eerste lid, van het Besluit SDEK voor de productie van hernieuwbare elektriciteit de basiselektriciteitsprijs, bedoeld in, vastgesteld op het in de vijfde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; d. de correctie op het basisbedrag voor subsidie voor 2024 vastgesteld op: 1°. artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit SDEK voor de elektriciteitsprijs, bedoeld in, het in de zesde kolom genoemde bedrag; 2°. artikel 14, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit SDEK voor de waarde van de garanties van oorsprong, bedoeld in, het in de zevende kolom genoemde bedrag; en 3°. artikel 14, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit SDEK voor andere correcties als bedoeld inop € 0 per kWh; en e. artikelen 17, eerste lid 19, eerste lid 21, eerste lid 23, eerste lid artikel 12a, eerste lid van het Besluit SDEK voor zover het productie-installaties betreft als bedoeld in,,en, het opbrengstgrensbedrag, bedoeld in, vastgesteld op het in de achtste kolom genoemde bedrag. 1 2 3 4 5 6 7 8 Artikel regeling Categorie Basisbedrag in euro/kWh Vollasturen Basiselektriciteitsprijs in euro/kWh Voorlopige correctie elektriciteitsprijs in 2.024 euro/kWh Voorlopige correctie waarde garanties van oorsprong in 2.024 euro/kWh Opbrengstgrensbedrag in euro/kWh Artikel 13, onderdeel a Waterkracht, valhoogte < 50 cm 0,1329 3700 0,0626 0,1488 0,0000 - Artikel 13, onderdeel b Waterkracht, valhoogte ≥ 50 cm 0,1329 5700 0,0626 0,1488 0,0000 - Artikel 15 Osmose 0,1329 8000 0,0626 0,1488 0,0000 - Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° Wind op land, ≥ 8,5 m/s 0,0480 P50 0,0410 0,1109 0,0040 0,0660 Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° Wind op land, ≥ 8 en < 8,5 m/s 0,0504 P50 0,0410 0,1109 0,0040 0,0684 Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 3° Wind op land, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,0561 P50 0,0410 0,1109 0,0040 0,0741 Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 4° Wind op land, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,0618 P50 0,0410 0,1109 0,0040 0,0798 Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 5° Wind op land, ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,0662 P50 0,0410 0,1109 0,0040 0,0842 Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 6° Wind op land, < 6,75 m/s 0,0715 P50 0,0410 0,1109 0,0040 0,0895 Artikel 19, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 8,5 m/s 0,0553 P50 0,0410 0,1109 0,0040 0,0733 Artikel 19, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 8 en < 8,5 m/s 0,0591 P50 0,0410 0,1109 0,0040 0,0771 Artikel 19, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 3° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,0666 P50 0,0410 0,1109 0,0040 0,0846 Artikel 19, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 4° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,0748 P50 0,0410 0,1109 0,0040 0,0928 Artikel 19, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 5° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,0808 P50 0,0410 0,1109 0,0040 0,0988 Artikel 19, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 6° Wind op land, hoogtebeperkt < 6,75 m/s 0,0880 P50 0,0410 0,1109 0,0040 0,1060 Artikel 21, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° Wind op waterkering, ≥ 8,5 m/s 0,0545 P50 0,0410 0,1109 0,0040 0,0725 Artikel 21, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° Wind op waterkering, ≥ 8 en < 8,5 m/s 0,0570 P50 0,0410 0,1109 0,0040 0,0750 Artikel 21, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 3° Wind op waterkering, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,0635 P50 0,0410 0,1109 0,0040 0,0815 Artikel 21, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 4° Wind op waterkering, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,0700 P50 0,0410 0,1109 0,0040 0,0880 Artikel 21, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 5° Wind op waterkering, ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,0750 P50 0,0410 0,1109 0,0040 0,0930 Artikel 21, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 6° Wind op waterkering, < 6,75 m/s 0,0809 P50 0,0410 0,1109 0,0040 0,0989 Artikel 23, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1° Zon-PV ≥ 15 kWp en < 1 MWp aansluiting > 3*80 A, gebouwgebonden (net = 50%) 0,0791 840 0,0492 0,1243 0,0040 0,0971 Artikel 23, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° Zon-PV ≥ 1 MWp, aansluiting > 3*80 A, gebouwgebonden (net = 50%) 0,0734 840 0,0492 0,1243 0,0040 0,0914 Artikel 23, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3° Zon-PV ≥ 15 kWp en < 1 MWp aansluiting > 3*80 A, gebouwgebonden met lichte dakaanpassing of lichtgewicht panelen (net = 50%) 0,0828 840 0,0492 0,1243 0,0040 0,1008 Artikel 23, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 4° Zon-PV ≥ 1 MWp, gebouwgebonden met lichte dakaanpassing of lichtgewicht panelen (net = 50%) 0,0772 840 0,0492 0,1243 0,0040 0,0952 Artikel 23, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° Zon-PV ≥ 15 kWp en < 1 MWp aansluiting > 3*80 A, drijvend op water (net = 50%) 0,0948 855 0,0492 0,1243 0,0040 0,1128 Artikel 23, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° Zon-PV ≥ 1 MWp, drijvend op water (net = 50%) 0,0770 855 0,0492 0,1243 0,0040 0,0950 Artikel 23, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° Zon-PV ≥ 15 kWp en < 1 MWp aansluiting > 3*80 A, op land (net = 50%) 0,0818 855 0,0492 0,1243 0,0040 0,0998 Artikel 23, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° Zon-PV ≥ 1 MWp en < 20 MWp, op land (net = 50%) 0,0663 855 0,0492 0,1243 0,0040 0,0843 Artikel 23, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 3° Zon-PV ≥ 20 MWp, op land (net = 50%) 0,0624 855 0,0492 0,1243 0,0040 0,0804 Artikel 23, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 4° Zon-PV ≥ 15 kWp en < 1 MWp aansluiting > 3*80 A, op land natuurinclusief (net = 50%) 0,0896 855 0,0492 0,1243 0,0040 0,1076 Artikel 23, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 5° Zon-PV ≥ 1 MWp en < 20 MWp, op land natuurinclusief (net = 50%) 0,0706 855 0,0492 0,1243 0,0040 0,0886 Artikel 23, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 6° Zon-PV ≥ 20 MWp, op land natuurinclusief (net = 50%) 0,0660 855 0,0492 0,1243 0,0040 0,0840 Artikel 23, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1° Zon-PV ≥ 1 MWp en < 20 MWp, zonvolgend op land 0,0663 1045 0,0492 0,1243 0,0040 0,0843 Artikel 23, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2° Zon-PV ≥ 1 MWp en < 20 MWp, zonvolgend op land natuurinclusief 0,0706 1045 0,0492 0,1243 0,0040 0,0886 Artikel 23, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 3° Zon-PV ≥ 20 MWp, zonvolgend op land 0,0624 1045 0,0492 0,1243 0,0040 0,0804 Artikel 23, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 4° Zon-PV ≥ 20 MWp, zonvolgend op land natuurinclusief 0,0660 1045 0,0492 0,1243 0,0040 0,0840 Artikel 23, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5° Zon-PV ≥ 1 MWp, zonvolgend op water 0,0770 1190 0,0492 0,1243 0,0040 0,0950 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 90 — Artikel 90#
Artikel 90 Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt: a. artikel 28, eerste lid, van het Besluit SDEK het basisbedrag voor subsidie, bedoeld in, voor de productie van hernieuwbaar gas vastgesteld op het in de derde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; b. artikel 32, vijfde lid, van het Besluit SDEK voor de productie van hernieuwbaar gas het maximale aantal vollasturen, bedoeld in, vastgesteld op het in de vierde kolom van onderstaande tabel genoemde aantal uren; c. artikel 29, eerste lid, van het Besluit SDEK voor de productie van hernieuwbaar gas de basisenergieprijs, bedoeld in, vastgesteld op het in de vijfde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; en d. de correctie op het basisbedrag voor subsidie voor 2024 vastgesteld op: 1°. artikel 31, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit SDEK voor de energieprijs, bedoeld inhet in de zesde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; en 2°. artikel 31, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit SDEK voor de waarde van de garanties van oorsprong, bedoeld in, en andere correcties als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit SDEK op € 0 per kWh. 1 2 3 4 5 6 Artikel regeling Categorie Basisbedrag in euro/kWh Vollasturen Basisenergieprijs in euro/kWh Voorlopige correctie energieprijs in 2.024 euro/kWh Artikel 25, onderdeel a Allesvergisting, gas 0,0877 8000 0,0308 0,0719 Artikel 25, onderdeel b Monomestvergisting > 450 kW, gas 0,1001 8000 0,0308 0,0719 Artikel 25, onderdeel c Monomestvergisting > 110 kW en ≤ 450 kW, gas 0,1588 8000 0,0308 0,0719 Artikel 25, onderdeel d Monomestvergisting ≤ 110 kW, gas 0,2187 8000 0,0308 0,0719 Artikel 27, onderdeel a Allesvergisting extra faciliteit, ombouw naar gas 0,0746 8000 0,0308 0,0719 Artikel 27, onderdeel b Allesvergisting voortzetting, gas 0,0684 8000 0,0308 0,0719 Artikel 27, onderdeel c Monomestvergisting extra faciliteit ≤ 450 kW, ombouw naar gas 0,1083 8000 0,0308 0,0719 Artikel 27, onderdeel d Monomestvergisting voortzetting ≤ 450 kW, gas 0,0928 8000 0,0308 0,0719 Artikel 29 RWZI verbeterde slibgisting, gas 0,1190 8000 0,0308 0,0719 Artikel 31, onderdeel a Biomassavergassing (inclusief B-hout) 0,0915 7500 0,0308 0,0719 Artikel 31, onderdeel b Biomassavergassing (exclusief B-hout) 0,1122 7500 0,0308 0,0719 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 91 — Artikel 91#
Artikel 91 Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt: a. artikel 44, eerste lid, van het Besluit SDEK het basisbedrag voor subsidie, bedoeld in, voor de productie van hernieuwbare warmte en de gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte vastgesteld op het in de derde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; b. artikel 48, vijfde lid, van het Besluit SDEK voor de productie van hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of de gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte het maximale aantal vollasturen, bedoeld in, vastgesteld op het in de vierde kolom van onderstaande tabel genoemde aantal uren; c. artikel 45, eerste lid, van het Besluit SDEK de basisenergieprijs, bedoeld in, voor de productie van hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of de gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte vastgesteld op het in de vijfde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; en d. de correcties op het basisbedrag voor subsidie voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel, worden voor 2024 vastgesteld op: 1°. artikel 47, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit SDEK voor de energieprijs, bedoeld in, het in de zesde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; 2°. artikel 47, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit SDEK voor de waarde van garanties van oorsprong, bedoeld in, op € 0 per kWh; en 3°. artikel 47, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit SDEK voor andere correcties als bedoeld inhet in de zevende kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag. 1 2 3 4 5 6 7 Artikel regeling Categorie Basisbedrag in euro/kWh Vollasturen Basisenergieprijs in euro/kWh Voorlopige correctie energieprijs in 2024 in euro/kWh Andere correctie in 2024 in euro/kWh Artikel 33, eerste lid, onderdeel a Zonthermie ≥ 140 kWth en < 1 MWth 0,1158 600 0,0502 0,1010 0,0019 Artikel 33, eerste lid, onderdeel b Zonthermie ≥ 1 MWth 0,0976 600 0,0445 0,0953 0,0019 Artikel 35, onderdeel a Allesvergisting, warmte 0,0951 7000 0,0445 0,0953 0,0185 Artikel 35, onderdeel b Allesvergisting, gecombineerde opwekking 0,0981 7535 0,0530 0,1204 0,0098 Artikel 35, onderdeel c Monomestvergisting, warmte > 450 kW 0,1274 6000 0,0445 0,0953 0,0185 Artikel 35, onderdeel d Monomestvergisting, gecombineerde opwekking > 450 kW 0,1355 5647 0,0557 0,1283 0,0071 Artikel 35, onderdeel e Monomestvergisting, warmte > 110 kW en ≤ 450 kW 0,1765 8000 0,0445 0,0953 0,0185 Artikel 35, onderdeel f Monomestvergisting, gecombineerde opwekking > 110 kW en ≤ 450 kW 0,2473 5078 0,0779 0,1496 0,0076 Artikel 35, onderdeel g Monomestvergisting, warmte ≤ 110 kW 0,2249 8000 0,0445 0,0953 0,0185 Artikel 35, onderdeel h Monomestvergisting, gecombineerde opwekking ≤ 110 kW 0,2903 4960 0,0769 0,1495 0,0071 Artikel 37, onderdeel a Allesvergisting voortzetting, warmte 0,0767 7000 0,0445 0,0953 0,0185 Artikel 37, onderdeel b Allesvergisting voortzetting, gecombineerde opwekking 0,0786 7540 0,0531 0,1208 0,0097 Artikel 37, onderdeel c Monomestvergisting voortzetting, warmte ≤ 450 kW 0,1074 8000 0,0445 0,0953 0,0185 Artikel 37, onderdeel d Monomestvergisting voortzetting, gecombineerde opwekking ≤ 450 kW 0,1328 5078 0,0779 0,1496 0,0076 Artikel 39, onderdeel a RWZI verbeterde slibgisting, warmte 0,1018 7000 0,0445 0,0953 0,0019 Artikel 39, onderdeel b RWZI verbeterde slibgisting, gecombineerde opwekking 0,1344 5728 0,0577 0,1298 0,0007 Artikel 41, onderdeel a Ketel op vloeibare biomassa, stadsverwarming 0,0876 7000 0,0445 0,0953 0,0019 Artikel 41, onderdeel b Ketel op vloeibare biomassa, overige toepassingen 0,0876 7000 0,0445 0,0953 0,0185 Artikel 43 Kleine ketel op vaste of vloeibare biomassa 0,0742 3000 0,0445 0,0953 0,0185 Artikel 45, onderdeel a Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (4.500 vollasturen) 0,0652 4500 0,0240 0,0560 0,0185 Artikel 45, onderdeel b Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (5.000 vollasturen) 0,0641 5000 0,0240 0,0560 0,0185 Artikel 45, onderdeel c Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (5.500 vollasturen) 0,0629 5500 0,0240 0,0560 0,0185 Artikel 45, onderdeel d Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (6.000 vollasturen) 0,0621 6000 0,0240 0,0560 0,0185 Artikel 45, onderdeel e Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (6.500 vollasturen) 0,0612 6500 0,0240 0,0560 0,0185 Artikel 45, onderdeel f Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (7.000 vollasturen) 0,0606 7000 0,0240 0,0560 0,0185 Artikel 45, onderdeel g Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (7.500 vollasturen) 0,0603 7500 0,0240 0,0560 0,0185 Artikel 45, onderdeel h Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (8.000 vollasturen) 0,0597 8000 0,0240 0,0560 0,0185 Artikel 45, onderdeel i Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (8.500 vollasturen) 0,0592 8500 0,0240 0,0560 0,0185 Artikel 47 Grote ketel op B-hout 0,0378 7500 0,0240 0,0560 0,0185 Artikel 49, onderdeel a Grote stoomketel op houtpellets ≥ 5 MWth en < 50 MWth 0,0895 8500 0,0240 0,0560 0,0185 Artikel 49, onderdeel b Grote stoomketel op houtpellets ≥ 50 MWth 0,1050 8500 0,0240 0,0560 0,0185 Artikel 51 Directe inzet (brander) van houtpellets voor industriële toepassingen 0,0684 3000 0,0400 0,0858 0,0185 Artikel 53, eerste lid Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa voortzetting 0,0452 8000 0,0240 0,0560 0,0185 Artikel 55, eerste lid Composteringsinstallatie, warmte 0,0574 5200 0,0445 0,0953 0,0019 Artikel 57, onderdeel a, subonderdeel 1 en onderdeel d, subonderdeel 1 Diepe geothermie < 12 MWth, basislast 0,0589 6000 0,0240 0,0560 0,0019 Artikel 57, onderdeel a, subonderdeel 2 en onderdeel d, subonderdeel 2 Diepe geothermie ≥ 12 MWth en < 20 MWth, basislast 0,0525 6000 0,0240 0,0560 0,0019 Artikel 57, onderdeel a, subonderdeel 3 en onderdeel d, subonderdeel 3 Diepe geothermie ≥ 20 MWth, basislast 0,0466 6000 0,0240 0,0560 0,0019 Artikel 57, onderdeel b Diepe geothermie, middenlast, verwarming gebouwde omgeving 0,1029 5000 0,0240 0,0560 0,0019 Artikel 57, onderdeel c Diepe geothermie, geen basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,1319 3500 0,0240 0,0560 0,0019 Artikel 57, onderdeel e Diepe geothermie, basislast, aanvullende put 0,0341 6000 0,0240 0,0560 0,0019 Artikel 57, onderdeel f Ultradiepe geothermie, basislast 0,0806 7000 0,0240 0,0560 0,0185 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 92 — Artikel 92#
Artikel 92 1 Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabellen genoemde artikel wordt: a. artikel 55f, eerste lid, van het Besluit SDEK het basisbedrag voor subsidie voor de vermindering van broeikasgas, bedoeld in, vastgesteld op het in de derde kolom van onderstaande tabellen genoemde bedrag; b. artikel 55j, vijfde lid, van het Besluit SDEK voor de vermindering van broeikasgas het maximale aantal vollasturen, bedoeld in, vastgesteld op het in de vierde kolom van onderstaande tabellen genoemde aantal uren; c. artikel 55g, eerste lid, van het Besluit SDEK het basisbroeikasgasbedrag, bedoeld in, voor de vermindering van broeikasgas vastgesteld op het in de vijfde kolom van onderstaande tabellen genoemde bedrag; en d. de correcties op het basisbedrag voor subsidie voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabellen genoemde artikel worden voor 2024 vastgesteld op: 1°. artikel 55i, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit SDEK voor de prijs van het primaire product, bedoeld in, het in de zesde kolom van onderstaande tabellen genoemde bedrag; 2°. artikel 55i, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit SDEK voor de correcties, bedoeld in, het in de zevende kolom van onderstaande tabellen genoemde bedrag; en 3°. artikel 55i, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit SDEK voor andere correcties als bedoeld inhet in de achtste kolom van onderstaande tabellen genoemde bedrag. 1 2 3 4 5 6 7 8 Artikel regeling Categorie Basisbedrag in euro/kWh Vollasturen Basisbroeikasgasbedrag in euro/kWh Voorlopige correctie productprijs in 2024 in euro/kWh Voorlopige correctie ETS in 2024 in euro/kWh Voorlopige correctie overige correcties in 2024 in euro/kWh Artikel 59, onderdeel a Ondiepe geothermie met warmtepomp, basislast 0,0862 6000 0,0240 0,0560 0,0004 0,0000 Artikel 59, onderdeel b Ondiepe geothermie met warmtepomp, geen basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,1646 3500 0,0240 0,0560 0,0004 0,0000 Artikel 59, onderdeel c Diepe geothermie met warmtepomp, basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,1255 6000 0,0240 0,0560 0,0004 0,0000 Artikel 61, onderdeel a, subonderdeel 1° Aquathermie met seizoensopslag, basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,1077 6000 0,0240 0,0560 0,0004 0,0000 Artikel 61, onderdeel a, subonderdeel 2° Aquathermie, basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0769 6000 0,0240 0,0560 0,0004 0,0000 Artikel 61, onderdeel a, subonderdeel 3° Aquathermie, basislast, verwarming gebouwde omgeving, nieuw warmteoverdrachtstation 0,0917 6000 0,0240 0,0560 0,0004 0,0000 Artikel 61, onderdeel b, subonderdeel 1° Aquathermie, geen basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,1080 3500 0,0240 0,0560 0,0004 0,0000 Artikel 61, onderdeel b, subonderdeel 2° Aquathermie, met seizoensopslag, directe toepassing 0,0928 3500 0,0240 0,0560 0,0004 0,0000 Artikel 63, eerste lid, onderdeel a Procesgeïntegreerde warmtepomp in een verdampingsproces (8.000 uur) 0,0623 8000 0,0240 0,0560 0,0132 0,0000 Artikel 63, eerste lid, onderdeel b Procesgeïntegreerde warmtepomp in een verdampingsproces (3.000 uur) 0,1095 3000 0,0240 0,0560 0,0132 0,0000 Artikel 65, eerste lid, onderdeel a Lucht-water-warmtepomp voor verwarming bestaande gebouwde omgeving, middentemperatuur 0,1347 3500 0,0445 0,0953 0,0004 0,0000 Artikel 65, eerste lid, onderdeel b Lucht-water-warmtepomp voor verwarming bestaande gebouwde omgeving of bestaande tuinbouwkassen, lagetemperatuur 0,0694 3500 0,0240 0,0560 0,0140 0,0000 Artikel 67, eerste lid Daglichtkas 0,1012 3850 0,0240 0,0560 0,0004 0,0000 Artikel 69, eerste lid Zon-PVT systeem 0,0650 3500 0,0502 0,1010 0,0004 0,0000 Artikel 71, eerste lid, onderdeel a Elektroboiler, stadsverwarming 0,1113 3300 0,0308 0,0719 0,0065 0,0000 Artikel 71, eerste lid, onderdeel b Elektroboiler, industriële toepassing niet zijnde tuinbouw 0,1113 3300 0,0308 0,0719 0,0000 0,0000 Artikel 71, eerste lid, onderdeel c Elektroboiler, industriële toepassing niet zijnde tuinbouw, met thermische opslag 0,1359 5000 0,0308 0,0719 0,0000 0,0000 Artikel 73, eerste lid, onderdeel a Industriële gesloten warmtepomp (8.000 uur) 0,0610 8000 0,0240 0,0560 0,0132 0,0000 Artikel 73, eerste lid, onderdeel b Industriële gesloten warmtepomp (3.000 uur) 0,1065 3000 0,0240 0,0560 0,0132 0,0000 Artikel 73, eerste lid, onderdeel c Industriële open warmtepomp (8.000 uur) 0,0319 8000 0,0240 0,0560 0,0172 0,0000 Artikel 73, eerste lid, onderdeel d Industriële open warmtepomp (3.000 uur) 0,0710 3000 0,0240 0,0560 0,0172 0,0000 Artikel 75, onderdeel a, subonderdeel 1° Restwarmtebenutting met warmtepomp, transportleiding < 0,10 km/MWth 0,0670 5500 0,0240 0,0560 0,0040 0,0000 Artikel 75, onderdeel a, subonderdeel 2° Restwarmtebenutting met warmtepomp, transportleiding ≥ 0,10 en < 0,20 km/MWth 0,0741 5500 0,0240 0,0560 0,0040 0,0000 Artikel 75, onderdeel a, subonderdeel 3° Restwarmtebenutting met warmtepomp, transportleiding ≥ 0,20 en < 0,30 km/MWth 0,0813 5500 0,0240 0,0560 0,0040 0,0000 Artikel 75, onderdeel a, subonderdeel 4° Restwarmtebenutting met warmtepomp, transportleiding ≥ 0,30 en < 0,40 km/MWth 0,0884 5500 0,0240 0,0560 0,0040 0,0000 Artikel 75, onderdeel a, subonderdeel 5° Restwarmtebenutting met warmtepomp, transportleiding ≥ 0,40 km/MWth 0,0956 5500 0,0240 0,0560 0,0040 0,0000 Artikel 75, onderdeel b, subonderdeel 1° Restwarmtebenutting, transportleiding ≥ 0,20 en < 0,30 km/MWth 0,0262 5500 0,0240 0,0560 0,0056 0,0000 Artikel 75, onderdeel b, subonderdeel 2° Restwarmtebenutting, transportleiding ≥ 0, 30 en < 0, 40 km/MWth 0,0334 5500 0,0240 0,0560 0,0056 0,0000 Artikel 75, onderdeel b, subonderdeel 3° Benutting restwarmte, transportleiding ≥ 0,40 km/MWth 0,0405 5500 0,0240 0,0560 0,0056 0,0000 Artikel 77, eerste lid, onderdeel a Waterstof uit elektrolyse, netgekoppeld met hernieuwbare stroomafnameovereenkomsten 0,1880 3740 0,0458 0,0970 0,0000 0,0000 Artikel 77, eerste lid, onderdeel b Waterstof uit elektrolyse, directe lijn met windpark of zonnepark 0,1880 5845 0,0458 0,0970 0,0000 0,0000 Artikel 79, eerste lid, onderdeel a Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, bioethanol uit vaste lignocellulosehoudende biomassa 0,1750 8000 0,0713 0,0976 0,0000 0,0839 Artikel 79, eerste lid, onderdeel b Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, biomethanol uit vaste lignocellulosehoudende biomassa 0,1427 8000 0,0713 0,0976 0,0000 0,0839 Artikel 79, eerste lid, onderdeel c Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, bioLNG uit monomestvergisting 0,1799 8000 0,0374 0,0831 0,0000 0,0839 Artikel 79, eerste lid, onderdeel d Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, bioLNG uit allesvergisting 0,1174 8000 0,0374 0,0831 0,0000 0,0839 Artikel 79, eerste lid, onderdeel e Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, diesel- en benzinevervangers uit vaste lignocellulose houdende biomassa 0,1390 8000 0,0698 0,0994 0,0000 0,0839 Artikel regeling Categorie 2 Basisbedrag in euro/1.000 kg CO Vollasturen 2 Basisbroeikasgasbedrag in euro/1.000 kg CO 2 Voorlopige correctie productprijs in 2024 in euro/1.000 kg CO 2 Voorlopige correctie ETS in 2024 in euro/1.000 kg CO 2 Voorlopige correctie overige correcties in 2024 in euro/1.000 kg CO Artikel 81, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1° 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag bij bestaande installaties, gasvormig transport 249,6473 4000 91,3481 0,0000 91,3481 0,0000 Artikel 81, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag bij bestaande installaties, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 340,8704 4000 91,3481 0,0000 91,3481 0,0000 Artikel 81, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3° 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag bij bestaande installaties, vloeibaar transport 293,6963 4000 91,3481 0,0000 91,3481 0,0000 Artikel 81, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° 2 CCS – Volledige CO-opslag bij bestaande installaties, gasvormig transport 144,5032 8000 91,3481 0,0000 91,3481 0,0000 Artikel 81, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° 2 CCS – Volledige CO-opslag bij bestaande installaties, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 192,0387 8000 91,3481 0,0000 91,3481 0,0000 Artikel 81, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, bestaande installatie, gasvormig transport 170,9900 8000 91,3481 0,0000 91,3481 0,0000 Artikel 81, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 214,9569 8000 91,3481 0,0000 91,3481 0,0000 Artikel 81, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-afvang bij waterstofproductie uit restgassen voor ondervuring, gasvormig transport 211,8525 8000 91,3481 0,0000 91,3481 0,0000 Artikel 81, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-afvang bij waterstofproductie uit restgassen voor ondervuring, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 258,1535 8000 91,3481 0,0000 91,3481 0,0000 Artikel 81, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport 216,4108 8000 91,3481 0,0000 91,3481 0,0000 Artikel 81, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 259,6245 8000 91,3481 0,0000 91,3481 0,0000 Artikel 81, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande afvalverbrandingsinstallatie, gasvormig transport 223,7850 8000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 81, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande afvalverbrandingsinstallatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 222,3420 8000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 81, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, nieuwe installatie, gasvormig transport 147,6072 8000 91,3481 0,0000 91,3481 0,0000 Artikel 81, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, nieuwe installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 195,7078 8000 91,3481 0,0000 91,3481 0,0000 Artikel 81, eerste lid, onderdeel h, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport 197,0111 8000 91,3481 0,0000 91,3481 0,0000 Artikel 81, eerste lid, onderdeel h, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 238,3560 8000 91,3481 0,0000 91,3481 0,0000 Artikel 83, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1° 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 249,6473 4000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 83, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 270,6045 4000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 83, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3° 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport 270,6045 4000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 83, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° 2 CCS – Volledige CO-opslag bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 144,5032 8000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 83, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° 2 CCS – Volledige CO-opslag bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 192,0387 8000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 83, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, bestaande installatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 170,9900 8000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 83, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, bestaande installatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 214,9569 8000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 83, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-afvang bij waterstofproductie uit restgassen voor ondervuring niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 211,8525 8000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 83, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-afvang bij waterstofproductie uit restgassen voor ondervuring niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 258,1535 8000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 83, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 216,4108 8000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 83, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 246,5070 8000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 83, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, nieuwe installatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 147,6072 8000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 83, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, nieuwe installatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 195,7078 8000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 83, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 197,0111 8000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 83, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 238,3560 8000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 83, eerste lid, onderdeel h, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande biomassaverbrandingsinstallatie ≤ 100 MWe niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 223,7850 8000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 83, eerste lid, onderdeel h, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande biomassaverbrandingsinstallatie ≤ 100 MWe niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 222,3420 8000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 85, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1° 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, bestaande installatie, gasvormig transport 90,6325 4000 70,1193 148,3672 0,0000 0,0000 Artikel 85, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, bestaande installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 105,0264 4000 70,1193 148,3672 0,0000 0,0000 Artikel 85, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3° 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 130,4494 4000 70,1193 148,3672 0,0000 0,0000 Artikel 85, eerste lid, onderdeel b 2 Extra CCU – Bestaande CO-afvang, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 123,2570 4000 70,1193 148,3672 0,0000 0,0000 Artikel 85, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, nieuwe installatie, gasvormig transport 89,2968 4000 70,1193 148,3672 0,0000 0,0000 Artikel 85, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, nieuwe installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 103,6907 4000 70,1193 148,3672 0,0000 0,0000 Artikel 85, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 3° 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, nieuwe installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 129,1138 4000 70,1193 148,3672 0,0000 0,0000 Artikel 85, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport 172,2054 4000 70,1193 148,3672 0,0000 0,0000 Artikel 85, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 186,5993 4000 70,1193 148,3672 0,0000 0,0000 Artikel 85, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 3° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 230,7191 4000 70,1193 148,3672 0,0000 0,0000 Artikel 85, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 1° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport 146,3869 4000 70,1193 148,3672 0,0000 0,0000 Artikel 85, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 2° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 160,7808 4000 70,1193 148,3672 0,0000 0,0000 Artikel 85, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 3° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 200,4535 4000 70,1193 148,3672 0,0000 0,0000 Artikel 85, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 1° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang bij bestaande afvalverbrandingsinstallatie of bestaande biomassaverbrandingsinstallatie > 50 MWth, gasvormig transport 202,8852 4000 70,1193 148,3672 0,0000 0,0000 Artikel 85, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 2° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang bij bestaande afvalverbrandingsinstallatie of bestaande biomassaverbrandingsinstallatie > 50 MWth, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 217,2791 4000 70,1193 148,3672 0,0000 0,0000 Artikel 85, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 3° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang bij bestaande afvalverbrandingsinstallatie of bestaande biomassaverbrandingsinstallatie > 50 MWth, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 267,4250 4000 70,1193 148,3672 0,0000 0,0000 Artikel 85, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 1° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang bij biomassaverbrandingsinstallatie ≤ 50 MWth, gasvormig 135,6886 4000 70,1193 148,3672 0,0000 0,0000 Artikel 85, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 2° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang bij biomassaverbrandingsinstallatie ≤ 50 MWth, vloeibaar, nieuwe vervloeiingsinstallatie 179,8150 4000 70,1193 148,3672 0,0000 0,0000 2 artikel 71, eerste lid Het aantal productie-uren van een productie-installatie als bedoeld in, dat in aanmerking komt voor subsidie, bedraagt voor de kalenderjaren 2024 tot en met 2029 ten hoogste de in de onderstaande tabel weergegeven waarden in een bepaald kalenderjaar. Jaar artikel 71, eerste lid, onderdelen a en b Productie-uren artikel 71, eerste lid, onderdeel c Productie-uren 2024 2.949 4.423 2025 3.457 5.185 2026 3.774 5.661 2027 4.775 7.162 2028 6.229 8.784 2029 8.760 8.760 2024 28764 03-09-2024 30-08-2024 WJZ/81953880 2024 28764 03-09-2024 30-08-2024 WJZ/81953880 04-09-2024
Artikel 93 — Artikel 93#
Artikel 93 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 94 — Artikel 94#
Artikel 94 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2024. 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 2024 21599 16-07-2024 27-06-2024 WJZ/62925896 17-07-2024
Artikel 7#
artikel 7, tweede lid
Artikel 17#
artikelen 17, eerste lid, onderdeel b
Artikel 19#
19 eerste lid, onderdeel b
Artikel 21#
21 eerste lid, onderdeel c