Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, van 6 december 2023, nr. IENW/BSK-2023/343978, houdende regels voor toekenning van bijdragen voor sanering van verkeerslawaai (Regeling sanering verkeerslawaai 2024)
- BWB-id
- BWBR0049082
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Waterstaat
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-11-14
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0049082
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2024/regeling-sanering-verkeerslawaai-2024
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2024/regeling-sanering-verkeerslawaai-2024/2025-11-14
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0049082&g=2025-11-14
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0049082&z=2026-06-06&g=2025-11-14
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0049082/2025-11-14
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2024/regeling-sanering-verkeerslawaai-2024
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: afschermende maatregel: geluidbeperkende maatregel bestaande uit een werk of bouwwerk die de overdracht van geluid door een weg of spoorweg naar een geluidgevoelig gebouw beperkt; Bkl: Besluit kwaliteit leefomgeving ; bijdrage: specifieke uitkering of een subsidie op grond van deze regeling; bronmaatregel: geluidbeperkende maatregel die het geluid door een weg of spoorweg beperkt bij de bron; budgetontvanger: bijlage 1 ontvanger die is aangewezen in; budgetbijdrage: artikel 4, eerste lid bijdrage als bedoeld in; Bureau Sanering Verkeerslawaai: Mandaatbesluit Bureau Sanering Verkeerslawaai 2014 bureau, genoemd in het, dat voor de minister deze regeling uitvoert; geluid: artikel 3.24 van het Bkl geluid zoals dat bepaald wordt in overeenstemming met; gekoppelde sanering: artikel 3.28 3.35 3.37 5.78j 5.78k 5.78af van het Bkl artikel 22.272 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet artikel 21a van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer sanering die bij de uitvoering samenloopt met het treffen van maatregelen als bedoeld in,of,,of,of; geluidbeperkende maatregel: maatregel die het geluid op een geluidgevoelig gebouw verlaagt; geluidgevoelig gebouw: artikel 3.21 van het Bkl gebouw of een gedeelte van een gebouw als bedoeld in; geluidwerende maatregel: maatregel aan een geluidgevoelig gebouw ter beperking van het geluid in dat gebouw; gemeenteweg: weg in beheer bij een gemeente; minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat; omgevingsdienst: artikel 18.21 van de Omgevingswet omgevingsdienst als bedoeld in; ontvanger: gemeente, provincie, omgevingsdienst of waterschap; pre-sanering: sanering die een provincie kan uitvoeren op basis van de brief van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat van 1 november 2019 met kenmerk IENW/BSK-2019/217157; project: artikel 3, tweede lid in tijd en financiële middelen begrensde activiteit gericht op het tot stand brengen van maatregelen als bedoeld in; projectbijdrage: artikel 5, eerste lid bijdrage als bedoeld in; provinciale weg: weg in beheer bij een provincie; saneringsgebouwen: artikel 15.2 van het Omgevingsbesluit geluidgevoelige gebouwen als bedoeld in, die zijn vermeld op de saneringslijst, dan wel gebouwen waarvoor de provincie conform de uitgangspunten van de pre-sanering inschat dat deze op de saneringslijst komen; saneringslijst: artikel 15.2, eerste lid, van het Omgevingsbesluit lijst als bedoeld in; saneringsprogramma: artikel 12.12 12.13 12.13a van het Bkl artikel 12.13a, eerste en tweede lid, van het Bkl programma of deel van een programma als bedoeld in,en, dan wel een besluit van Gedeputeerde Staten over de geluidbeperkende en geluidwerende maatregelen voor een specifieke projectlocatie in het kader van het actieplan omgevingslawaai, waarbij wordt voldaan aan de voorwaarden in; spoorweg: Wet lokaal spoor lokale spoorweg als bedoeld in de; toolbox vrijwillige geluidsanering: www.bureausaneringverkeerslawaai.nl methodiek om de overschrijding van de binnenwaarde te schatten (vastgesteld op 8 april 2021, vindplaats); verkeersmaatregelen: maatregelen die tot doel hebben het geluid, veroorzaakt door het verkeer op de weg of spoorweg, te verminderen; vrijwillig te saneren gebouwen: artikel 12.11, tweede lid, van het Bkl geluidgevoelige gebouwen die worden opgenomen in een saneringsprogramma en voldoen aan; waterschapsweg: weg in beheer bij een waterschap; weg: gemeenteweg, waterschapsweg of provinciale weg. 2023 32620 13-12-2023 06-12-2023 IENW/BSK-2023/343978 2023 89 22-03-2023 20-03-2023 01-01-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Omgevingswet in
werking treedt.
Artikel 2 — Artikel 2 Kaderbesluit subsidies I en M#
Artikel 2 Kaderbesluit subsidies I en M artikelen 10, eerste lid 14, vierde lid 17, eerste lid, aanhef en onder a en b 18 21 van het Kaderbesluit subsidies I en M De,,,enzijn van overeenkomstige toepassing op een bijdrage. 2023 32620 13-12-2023 06-12-2023 IENW/BSK-2023/343978 2023 89 22-03-2023 20-03-2023 01-01-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Omgevingswet in
werking treedt.
Artikel 3 — Artikel 3 Doel en activiteiten#
Artikel 3 Doel en activiteiten 1 artikelen 12.12 12.13 12.13a van het Bkl De minister kan op aanvraag een bijdrage verstrekken voor de kosten van activiteiten met als doel de beperking van het geluid door een weg of spoorweg op of binnen saneringsgebouwen en vrijwillig te saneren gebouwen, ter uitvoering van de,en. 2 De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, zijn: a. voorbereiding, begeleiding van en toezicht houden op de uitvoering van maatregelen; b. uitvoering van verkeersmaatregelen; c. uitvoering van bronmaatregelen aan de constructie van een weg of spoorweg; d. uitvoering van afschermende maatregelen; e. uitvoering van geluidwerende maatregelen; f. uitvoering van maatregelen waardoor een saneringsgebouw ophoudt een geluidgevoelig gebouw te zijn. 2023 32620 13-12-2023 06-12-2023 IENW/BSK-2023/343978 2023 89 22-03-2023 20-03-2023 01-01-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Omgevingswet in
werking treedt.
Artikel 4 — Artikel 4 Budgetbijdrage#
Artikel 4 Budgetbijdrage 1 De minister kan op aanvraag per tijdvak van maximaal 5 jaar een bijdrage verstrekken aan een budgetontvanger. 2 artikel 3 Een budgetbijdrage heeft betrekking op activiteiten die voldoen aanen worden uitgevoerd in één of meer projecten. 3 bijlage 3 De maximaal te verlenen budgetbijdrage voor saneringsgebouwen wordt bepaald door het aantal saneringsgebouwen in de aanvraag te vermenigvuldigen met het normbedrag inbij deze regeling. 4 bijlage 3 De maximaal te verlenen budgetbijdrage voor vrijwillig te saneren gebouwen wordt bepaald door het aantal van die gebouwen in de aanvraag te vermenigvuldigen met het normbedrag inbij deze regeling en met een percentage volgens tabel 1, waarbij de overschrijding van de binnenwaarde wordt geschat met de methodiek uit de toolbox vrijwillige geluidsanering. Tabel 1 Overschrijding binnenwaarde (dB) Percentage bijdrage door het Rijk 0 0% 1-2 30% 3-6 50% ≥7 60% Ander criterium Het berekende gezamenlijke geluid op de gevel is > 70 dB 60% 5 De budgetbijdrage heeft een looptijd van maximaal 5 jaar. 6 De looptijd van een budgetbijdrage voor het eerste tijdvak eindigt in 2025. 7 De looptijd van een budgetbijdrage kan op aanvraag telkens met 5 jaar worden verlengd tot uiterlijk 2045. 8 Een ontvanger die nog geen budgetontvanger is, en een groot aantal gebouwen op de saneringslijst heeft, kan de minister verzoeken om aangemerkt te worden als budgetontvanger. De minister beslist binnen acht weken op dit verzoek. 2023 32620 13-12-2023 06-12-2023 IENW/BSK-2023/343978 2023 89 22-03-2023 20-03-2023 01-01-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Omgevingswet in
werking treedt.
Artikel 5 — Artikel 5 Projectbijdrage#
Artikel 5 Projectbijdrage 1 De minister kan op aanvraag een bijdrage verstrekken aan een ontvanger die geen budgetontvanger is. 2 artikel 3 Een projectbijdrage heeft betrekking op activiteiten die voldoen aanen zijn opgenomen in een project. 3 bijlage 3 De te verlenen projectbijdrage voor saneringsgebouwen wordt bepaald door het aantal saneringsgebouwen in de aanvraag te vermenigvuldigen met de bijdrage per gebouw volgensbij deze regeling. 4 bijlage 3 artikel 4, vierde lid De te verlenen projectbijdrage voor vrijwillig te saneren gebouwen wordt bepaald door het aantal van die gebouwen in de aanvraag te vermenigvuldigen met de projectbijdrage per gebouw volgensbij deze regeling en met een percentage volgens de in, genoemde tabel 1, waarbij de overschrijding van de binnenwaarde wordt geschat met de methodiek uit de toolbox vrijwillige geluidsanering. 5 De looptijd van de projectbijdrage is de looptijd van het project, met een maximum van 5 jaar. 2023 32620 13-12-2023 06-12-2023 IENW/BSK-2023/343978 2023 89 22-03-2023 20-03-2023 01-01-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Omgevingswet in
werking treedt.
Artikel 6 — Artikel 6 Algemeen#
Artikel 6 Algemeen 1 De kosten die een ontvanger maakt vóór indiening van de aanvraag komen niet voor een bijdrage in aanmerking, met uitzondering van a. artikel 7, aanhef en onder b en c de kosten bedoeld in; b. de kosten die een provincie maakt voor pre-sanering tot aan de vaststelling van de saneringslijst. 2 Wet op het BTW-compensatiefonds Er wordt geen bijdrage verstrekt voor btw, tenzij de ontvanger aantoonbaar de btw niet kan verrekenen of hiervoor geen compensatie kan krijgen op grond van de. 2023 32620 13-12-2023 06-12-2023 IENW/BSK-2023/343978 2023 89 22-03-2023 20-03-2023 01-01-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Omgevingswet in
werking treedt.
Artikel 7 — Artikel 7 Voorbereiding, begeleiding en toezicht#
Artikel 7 Voorbereiding, begeleiding en toezicht Kosten die in aanmerking komen voor een bijdrage voor voorbereiding, begeleiding en toezicht zijn de kosten voor: a. uren voor begeleiding van en toezicht op aannemers; b. het uitvoeren en vastleggen in een rapport van het akoestisch onderzoek; c. onderzoek naar en rapportage van de doelmatigheid van maatregelen; d. het uitvoeren en vastleggen in een rapport van het bouwkundig onderzoek van de karakteristieke geluidwering van gebouwen en de maatregelen om de vereiste karakteristieke geluidwering te realiseren; e. het voorbereiden en opstellen van een bestek voor maatregelen; f. controlemeting van de geluidwering bij een steekproef van gebouwen. 2023 32620 13-12-2023 06-12-2023 IENW/BSK-2023/343978 2023 89 22-03-2023 20-03-2023 01-01-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Omgevingswet in
werking treedt.
Artikel 8 — Artikel 8 Maatregelen#
Artikel 8 Maatregelen 1 artikel 3 Kosten die in aanmerking komen voor een bijdrage voor maatregelen zijn de kosten voor activiteiten als bedoeld invoor zover: a. die sober en doelmatig zijn; en b. artikelen 12.12, eerste lid 12.13, eerste lid 12.13a, eerste lid, van het Bkl artikel 3.53, tweede lid, van het Bkl artikel 3.53, derde lid die nodig zijn om het geluid op de gevel te beperken tot de waarden in de,, en, of de geluidwering aan te brengen tot de waarde, genoemd in, of zoveel als mogelijk is, overeenkomstig. 2 Kosten die niet in aanmerking komen voor een bijdrage voor maatregelen zijn de kosten voor maatregelen waarin op andere wijze is voorzien. 2023 32620 13-12-2023 06-12-2023 IENW/BSK-2023/343978 2023 89 22-03-2023 20-03-2023 01-01-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Omgevingswet in
werking treedt.
Artikel 9 — Artikel 9 Verkeersmaatregelen#
Artikel 9 Verkeersmaatregelen 1 Kosten die in aanmerking komen voor een bijdrage voor verkeersmaatregelen zijn de kosten voor: a. aanpassingen aan de weg die de snelheid remmen, zodat de inrichting ervan past bij de verlaagde snelheid; b. aanpassingen aan de weg om het verkeer langs een andere route te leiden. 2 Kosten die niet in aanmerking komen voor een bijdrage zijn de kosten die voortvloeien uit het normale beheer en onderhoud van de weg. 2023 32620 13-12-2023 06-12-2023 IENW/BSK-2023/343978 2023 89 22-03-2023 20-03-2023 01-01-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Omgevingswet in
werking treedt.
Artikel 10 — Artikel 10 Bronmaatregelen#
Artikel 10 Bronmaatregelen 1 Kosten die in aanmerking komen voor een bijdrage voor bronmaatregelen zijn: a. de meerkosten van het aanbrengen van een stiller wegdek ten opzichte van het aanbrengen van Dicht Asfalt Beton; b. kosten voor het aanbrengen van bronmaatregelen aan de constructie van een spoorweg. 2 Kosten die niet in aanmerking komen voor een bijdrage zijn de kosten die voortvloeien uit het normale beheer en onderhoud van de weg of spoorweg. 2023 32620 13-12-2023 06-12-2023 IENW/BSK-2023/343978 2023 89 22-03-2023 20-03-2023 01-01-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Omgevingswet in
werking treedt.
Artikel 11 — Artikel 11 Geluidschermen en -wallen#
Artikel 11 Geluidschermen en -wallen 1 Kosten die in aanmerking komen voor een bijdrage voor geluidschermen en -wallen zijn de kosten voor het plaatsen van een geluidscherm of -wal. 2 Tot de in het eerste lid bedoelde kosten behoren in ieder geval ook de kosten voor: a. de volgende uitvoeringen van een scherm: 1°. absorberende geluidschermen; 2°. reflecterende geluidschermen; 3°. geluidschermen op kunstwerken; 4°. transparante geluidschermen, voor zover nodig wegens veiligheidseisen of lichttoetreding in gebouwen; 5°. hellende geluidschermen; b. noodzakelijke aanvullende voorzieningen, zoals: 1°. aanpassing van het talud; 2°. afwateringsvoorzieningen; 3°. beplanting tegen een geluidscherm, gras op een geluidwal, vervanging (alleen klein groen) of terugplaatsing van beplanting die voor de bouw van een geluidscherm of -wal moest worden verwijderd; 4°. bouwkosten voor veiligheidsmaatregelen voor noodzakelijke aanvullende voorzieningen voor een geluidscherm; 5°. aanvulling van grond; c. noodzakelijke wijzigingen aan kabels en leidingen, zoals: 1°. beschermingsmaatregelen voor kabels en leidingen; 2°. het verleggen van de gebruikelijk aanwezige kabels en leidingen; d. verkeersmaatregelen op de weg die noodzakelijk zijn voor de bouw. 3 Tot de kosten die niet in aanmerking komen voor een bijdrage, behoren in ieder geval de kosten voor: a. sanering van verontreinigde grond; b. verwijdering van explosieven. 2023 32620 13-12-2023 06-12-2023 IENW/BSK-2023/343978 2023 89 22-03-2023 20-03-2023 01-01-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Omgevingswet in
werking treedt.
Artikel 12 — Artikel 12 Geluidwerende maatregelen#
Artikel 12 Geluidwerende maatregelen 1 Kosten die in aanmerking komen voor een bijdrage voor geluidwerende maatregelen zijn de kosten: a. voor geluidisolerende maatregelen aan gevels en daken; b. die in redelijke verhouding staan tot kwaliteit, aard en gebruik van het geluidgevoelige gebouw en tot het geluidwerend effect van de maatregelen; c. artikel 29, derde lid voor een controlemeting op verzoek als bedoeld in. 2 artikel 3.53, vierde lid, onder c, van het Bkl Kosten die niet in aanmerking komen voor een bijdrage zijn de kosten die worden gemaakt voor het herstel van gebreken als bedoeld in. 2023 32620 13-12-2023 06-12-2023 IENW/BSK-2023/343978 2023 89 22-03-2023 20-03-2023 01-01-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Omgevingswet in
werking treedt.
Artikel 13 — Artikel 13 Maatregelen waardoor een geluidgevoelig gebouw ophoudt een geluidgevoelig gebouw te zijn#
Artikel 13 Maatregelen waardoor een geluidgevoelig gebouw ophoudt een geluidgevoelig gebouw te zijn Kosten die in aanmerking komen voor een bijdrage voor maatregelen waardoor een geluidgevoelig gebouw ophoudt een geluidgevoelig gebouw te zijn, bestaan uit de waardevermindering van de onroerende zaak. 2023 32620 13-12-2023 06-12-2023 IENW/BSK-2023/343978 2023 89 22-03-2023 20-03-2023 01-01-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Omgevingswet in
werking treedt.
Artikel 14 — Artikel 14 Plafonds#
Artikel 14 Plafonds 1 De minister maakt de tijdvakken voor projectbijdragen en budgetbijdragen uiterlijk in november van het jaar voorafgaand aan het tijdvak waarvoor het plafond wordt vastgesteld, bekend in de Staatscourant, waarbij ook het plafond per tijdvak wordt vastgesteld. 2 artikel 4 Het plafond voor budgetbijdragen als bedoeld inwordt vastgesteld op € 2.000.000 voor 2024. 3 artikel 4 Het plafond voor budgetbijdragen als bedoeld inwordt vastgesteld op € 2.435.000 voor 2025. 4 Het plafond voor budgetbijdragen als bedoeld in artikel 4 wordt vastgesteld op € 3.000.000 voor 2026. 5 Indien het plafond voor projectbijdragen of het plafond voor budgetbijdragen niet volledig wordt benut in het tijdvak waarvoor het is vastgesteld, kan de minister het resterende bedrag beschikbaar stellen voor aanvragen vallend onder het andere plafond wanneer dit reeds voor het aflopen van het tijdvak volledig is uitgeput. 2025 38213 13-11-2025 10-11-2025 IENW/BSK-2025/273851 2025 38213 13-11-2025 10-11-2025 IENW/BSK-2025/273851 14-11-2025
Artikel 15 — Artikel 15 Wijze van verdelen plafond voor budgetbijdragen#
Artikel 15 Wijze van verdelen plafond voor budgetbijdragen 1 artikel 4, derde lid De minister verdeelt het plafond voor budgetbijdragen als volgt over de aanvragen voor een budgetbijdrage: het te verlenen bedrag per aanvraag (B) is het aantal saneringsgebouwen op de saneringslijst van de budgetontvanger (A), gedeeld door het totaal aantal gebouwen op saneringslijsten van budgetontvangers die een bijdrage hebben aangevraagd (T), vermenigvuldigd met het plafond (P), als in formule 1, met een maximum M als bedoeld in(M1). Formule 1: Bedrag B = (A/T) * P 2 artikel 4, derde lid In afwijking van het eerste lid verdeelt de minister het plafond voor budgetbijdragen in 2024 als volgt over de aanvragen voor een budgetbijdrage voor de pre-sanering: het te verlenen bedrag per aanvraag (B) is het geschatte totaal aantal saneringsgebouwen van de budgetontvanger (A’), gedeeld door het geschatte totaal aantal saneringsgebouwen van budgetontvangers die een bijdrage hebben aangevraagd (T’), vermenigvuldigd met het plafond (P), als in formule 1, met een maximum M als bedoeld in(M1). Formule 1: Bedrag B = (A’/T’) * P 3 Wanneer het plafond na toepassing van het eerste of tweede lid niet volledig is verdeeld, wordt het resterende deel op dezelfde wijze als in het eerste en tweede lid verdeeld over de aanvragers die niet het maximale bedrag hebben gekregen. 4 artikel 4, vierde lid Wanneer in de aanvraag vrijwillig te saneren gebouwen zijn opgenomen, is het maximum M, genoemd in het eerste en tweede lid gelijk aan M1 + het maximum, genoemd in(M2), als in formule 2. Formule 2: Maximaal te verlenen bedrag M = M1 + M2 2023 32620 13-12-2023 06-12-2023 IENW/BSK-2023/343978 2023 89 22-03-2023 20-03-2023 01-01-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Omgevingswet in
werking treedt.
Artikel 16 — Artikel 16 Wijze van verdelen plafond voor projectbijdragen#
Artikel 16 Wijze van verdelen plafond voor projectbijdragen 1 De minister rangschikt jaarlijks de aanvragen op basis van: a. maatregelen voor saneringsgebouwen die gecombineerd worden uitgevoerd met wegwerkzaamheden of, bij gevelisolatie, met woningrenovatie of -verduurzaming, waaronder thermische isolatie; b. maatregelen die niet gecombineerd of alleen voor vrijwillig te saneren gebouwen worden uitgevoerd. 2 Aanvragen als bedoeld in het eerste lid, onder a, worden gerangschikt op volgorde van binnenkomst. 3 Aanvragen als bedoeld in het eerste lid, onder b, worden gerangschikt op basis van de gemiddelde geluidbelasting op de gevels van de te saneren gebouwen binnen het project, afgerond op twee decimalen achter de komma. Wanneer een project meer dan 50 gebouwen omvat, wordt het gemiddelde genomen van de 50 hoogst belaste te saneren gebouwen. 4 Aanvragen die worden geweigerd omdat het plafond niet toereikend is, nemen deel aan de rangschikking in het volgende kalenderjaar. 5 Bij de berekening van de gemiddelde geluidbelasting, bedoeld in het derde lid, wordt per tijdvak dat de aanvraag eerder is ingediend, met het oog op de rangorde bij de verlening van de projectbijdragen, 1 dB opgeteld. 6 Indien het plafond dreigt te worden overschreden door een aanvraag, wordt de projectbijdrage toegekend aan de eerstvolgende daaronder gerangschikte aanvraag, waardoor het plafond niet wordt overschreden. 2023 32620 13-12-2023 06-12-2023 IENW/BSK-2023/343978 2023 89 22-03-2023 20-03-2023 01-01-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Omgevingswet in
werking treedt.
Artikel 17 — Artikel 17 Aanvraag voor een budgetbijdrage#
Artikel 17 Aanvraag voor een budgetbijdrage 1 Een aanvraag voor een budgetbijdrage wordt ingediend bij de minister. 2 De aanvraag vermeldt in ieder geval: a. de meerjarenplanning met een tijdschema waaruit blijkt hoeveel saneringsgebouwen en hoeveel vrijwillig te saneren gebouwen in welk jaar gesaneerd zullen worden; b. welke saneringsgebouwen de aanvrager voornemens is te saneren; c. artikel 12.11, tweede lid, onder b, van het Bkl welke vrijwillig te saneren gebouwen de aanvrager voornemens is te saneren, met de in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen opgenomen identificatienummers en het geluid op het gebouw, bedoeld in; d. een tijdschema waaruit blijkt wanneer een saneringsprogramma zal worden vastgesteld en ter inzage gelegd; e. artikel 3, tweede lid, onder b tot en met f of de maatregelen worden uitgevoerd in combinatie met andere maatregelen, niet zijnde maatregelen, bedoeld in, en welke gevolgen dat heeft voor de kosten; f. voor saneringsgebouwen of in de kosten mede wordt voorzien door bijdragen van derden, en de hoogte van deze bijdragen; g. het bedrag waarvoor een budgetbijdrage wordt aangevraagd, onderverdeeld in een bedrag voor saneringsgebouwen en een bedrag voor vrijwillig te saneren gebouwen; h. een liquiditeitsplanning. 3 In afwijking van het tweede lid, onder a en b, bevat een aanvraag van of namens een provincie voor de pre-sanering de gebouwen waarvoor de provincie inschat dat deze op de saneringslijst komen, uitgaande van de geschatte geluidproductie waarop de provincie de geluidproductieplafonds zal baseren. 2023 32620 13-12-2023 06-12-2023 IENW/BSK-2023/343978 2023 89 22-03-2023 20-03-2023 01-01-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Omgevingswet in
werking treedt.
Artikel 18 — Artikel 18 Aanvraag voor een projectbijdrage#
Artikel 18 Aanvraag voor een projectbijdrage 1 Een aanvraag voor een projectbijdrage wordt ingediend bij de minister. 2 De aanvraag vermeldt in ieder geval: a. het tijdschema van het project, met de planning voor de voorbereiding, het vaststellen van het saneringsprogramma, de aanbesteding en de uitvoering; b. welke saneringsgebouwen zullen worden gesaneerd; c. artikel 12.11, tweede lid, onder b, van het Bkl welke vrijwillig te saneren gebouwen zullen worden gesaneerd, met de in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen opgenomen identificatienummers en het geluid op het gebouw, bedoeld in; d. artikel 3, tweede lid, onder b tot en met f of de maatregelen worden uitgevoerd in combinatie met andere maatregelen niet zijnde maatregelen, bedoeld in, en welke gevolgen dat heeft voor de kosten; e. voor saneringsgebouwen of in de kosten mede wordt voorzien door bijdragen van derden, en de hoogte van deze bijdragen; f. het bedrag waarvoor een projectbijdrage wordt aangevraagd, onderverdeeld in een bedrag voor saneringsgebouwen en een bedrag voor vrijwillig te saneren gebouwen. 2023 32620 13-12-2023 06-12-2023 IENW/BSK-2023/343978 2023 89 22-03-2023 20-03-2023 01-01-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Omgevingswet in
werking treedt.
Artikel 19 — Artikel 19 Aanvraagperiode#
Artikel 19 Aanvraagperiode 1 Een aanvraag voor een projectbijdrage wordt vóór 1 februari van een kalenderjaar ingediend, maar uiterlijk vóór 1 februari 2040. 2 Een aanvraag voor een budgetbijdrage of een verlenging daarvan wordt vóór 1 februari 2024, 2025, 2026, 2027, 2028, 2029, 2030, 2035 of 2040 ingediend. 3 In afwijking van het tweede lid, tweede jaartal, wordt een aanvraag voor een budgetbijdrage voor sanering bij een weg of spoorweg ingediend voor een nader te bepalen datum, die afhangt van het bij koninklijk besluit vast te stellen tijdstip voor het vaststellen van de saneringslijst. 4 artikel 2.13a, eerste lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet Het derde lid geldt niet voor een aanvraag voor pre-sanering bij een provinciale weg of een lokale spoorweg die bij omgevingsverordening is aangewezen als bedoeld in. 2025 38213 13-11-2025 10-11-2025 IENW/BSK-2025/273851 2025 38213 13-11-2025 10-11-2025 IENW/BSK-2025/273851 14-11-2025
Artikel 20 — Artikel 20 Voorwaarden bij een budgetbijdrage#
Artikel 20 Voorwaarden bij een budgetbijdrage Een budgetbijdrage kan worden verleend wanneer: a. bijlage 1 de ontvanger is opgenomen inbij deze regeling; b. artikel 3 de activiteiten waarvoor een budgetbijdrage wordt aangevraagd, voldoen aan; c. bij de aanvraag een meerjarenplanning is gevoegd met een globale planning en een globale beschrijving van de projecten en maatregelen voor de looptijd van de budgetbijdrage. 2023 32620 13-12-2023 06-12-2023 IENW/BSK-2023/343978 2023 89 22-03-2023 20-03-2023 01-01-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Omgevingswet in
werking treedt.
Artikel 21 — Artikel 21 Voorwaarden bij een projectbijdrage#
Artikel 21 Voorwaarden bij een projectbijdrage 1 Een projectbijdrage kan worden verleend wanneer: a. artikel 3 de activiteiten waarvoor een projectbijdrage wordt aangevraagd, voldoen aan; b. de aanvraag wordt gedaan voor minimaal 50 gebouwen; c. de omvang van het project zodanig is bepaald dat het project in maximaal 5 jaar kan worden uitgevoerd; en d. bij de aanvraag een planning is gevoegd in tijdvakken van een kwartaal van de volgende projectfasen: voorbereiding, procedure saneringsprogramma, aanbesteding en uitvoering. 2 Een projectbijdrage kan ook worden verleend in geval de aanvraag wordt gedaan voor minder dan 50 gebouwen wanneer wordt voldaan aan de voorwaarden uit het eerste lid, onder a, c en d, en: a. de resterende saneringsopgave van de ontvanger kleiner is dan 50; b. artikel 3, tweede lid, onder b tot en met d en f de aanvraag uitsluitend het aanbrengen van een maatregel betreft als bedoeld in; c. de aanvraag een sanering betreft die in combinatie met werkzaamheden aan de weg of het gebouw wordt uitgevoerd; of d. er andere zwaarwegende redenen zijn om af te wijken. 2023 32620 13-12-2023 06-12-2023 IENW/BSK-2023/343978 2023 89 22-03-2023 20-03-2023 01-01-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Omgevingswet in
werking treedt.
Artikel 22 — Artikel 22 Besluit tot verlenen van een bijdrage#
Artikel 22 Besluit tot verlenen van een bijdrage 1 artikel 19 artikelen 4 5 De minister beslist binnen 13 weken na afloop van de termijn, bedoeld in, op de aanvraag om een bijdrage als bedoeld in deen. Deze termijn kan eenmalig worden verlengd met 13 weken. 2 In het besluit tot verlening van een budgetbijdrage kan de looptijd van de bijdrage worden bepaald. 3 In het besluit tot verlening van een projectbijdrage wordt in ieder geval bepaald binnen welke tijdvakken het saneringsprogramma voor de in de aanvraag opgenomen gebouwen wordt opgesteld en uitgevoerd. 4 In het besluit tot verlening van een bijdrage worden de voorschotten bepaald. 5 Indien de beslissing op een aanvraag voor een projectbijdrage wordt afgewezen vanwege het bereiken van het plafond, kan de minister deze beslissing ambtshalve herzien tot 31 december van het kalenderjaar waarin de aanvraag is ingediend. 2023 32620 13-12-2023 06-12-2023 IENW/BSK-2023/343978 2023 89 22-03-2023 20-03-2023 01-01-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Omgevingswet in
werking treedt.
Artikel 23 — Artikel 23 Op verzoek wijzigen van een bijdrage#
Artikel 23 Op verzoek wijzigen van een bijdrage 1 De ontvanger kan tot het einde van de looptijd van de bijdrage de minister schriftelijk verzoeken: a. de verlening van de bijdrage te wijzigen naar aanleiding van omstandigheden die ertoe leiden dat de kosten van de maatregelen de verleende bijdrage overstijgen; b. de looptijd van een projectbijdrage te wijzigen naar aanleiding van bijzondere omstandigheden die ertoe leiden dat het uitvoeren van activiteiten langer duurt dan kon worden voorzien bij de aanvraag. 2 Het verzoek, bedoeld in het eerste lid, is voorzien van een motivering, en in het geval van een situatie als bedoeld in het eerste lid, onder a, een opgave van de kosten van de maatregelen, waaronder de kosten van de btw. 3 De minister kan de verlening van de bijdrage wijzigen naar aanleiding van het verzoek. 4 Binnen zes weken na ontvangst van het verzoek neemt de minister een besluit op het verzoek. Deze termijn kan eenmalig worden verlengd met zes weken. 5 Een bijdrage wordt niet eerder vastgesteld dan dat de minister heeft besloten op het verzoek. 2023 32620 13-12-2023 06-12-2023 IENW/BSK-2023/343978 2023 89 22-03-2023 20-03-2023 01-01-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Omgevingswet in
werking treedt.
Artikel 24 — Artikel 24 Ambtshalve wijzigen van een bijdrage#
Artikel 24 Ambtshalve wijzigen van een bijdrage 1 artikel 36 37 Indien uit informatie van de ontvanger blijkt dat de kosten naar verwachting sterk zullen afwijken van het bedrag waar uiteindelijk recht op zal bestaan op grond vanen, kan de minister de verlening van een bijdrage wijzigen. Dit kan in ieder geval naar aanleiding van: a. artikel 30, eerste lid een voortgangsrapportage over een budgetbijdrage als bedoeld in; b. artikel 27 artikel 31, derde of vierde lid een saneringsprogramma als bedoeld inof een melding als bedoeld in; c. andere informatie die de ontvanger aan de minister verstrekt over te treffen maatregelen en de kosten daarvan. 2 artikel 14 De minister neemt bij de ambtshalve wijziging de plafonds vanin acht. 2023 32620 13-12-2023 06-12-2023 IENW/BSK-2023/343978 2023 89 22-03-2023 20-03-2023 01-01-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Omgevingswet in
werking treedt.
Artikel 25 — Artikel 25 Verplichting aangaande de organisatie#
Artikel 25 Verplichting aangaande de organisatie De ontvanger draagt zorg voor een functiescheiding van de instanties die worden betrokken bij de voorbereiding en controle van de projecten enerzijds en de uitvoering anderzijds. 2023 32620 13-12-2023 06-12-2023 IENW/BSK-2023/343978 2023 89 22-03-2023 20-03-2023 01-01-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Omgevingswet in
werking treedt.
Artikel 26 — Artikel 26 Informatieverplichting#
Artikel 26 Informatieverplichting 1 De ontvanger doet mededeling aan de minister zodra aannemelijk is dat: a. de activiteiten waarvoor de bijdrage is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht; of b. niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de bijdrage verbonden verplichtingen zal worden voldaan. 2 De ontvanger verstrekt op verzoek van de minister een weergave van de stand van zaken, met inbegrip van de gemaakte kosten en de besteding van de verleende voorschotten. De volgende documenten kunnen in ieder geval worden gevraagd: a. rapport van een onderzoek naar de doelmatigheid van maatregelen; b. bij geluidwerende maatregelen: rapport van een bouwtechnisch onderzoek met een berekening van de geluidwering voor en na de maatregelen, inclusief plattegronden met maatvoering; c. bijlage 2 bij geluidwerende maatregelen: een berekening van de kosten van de geluidwerende maatregelen uitgaande van de toetsbedragen inbij deze regeling; d. artikel 3.53 3.54 van het Bkl bij geluidwerende maatregelen of het afzien daarvan: besluit op grond vanof; e. bestek; f. opdracht voor het uitvoeren van maatregelen en voor eventueel meer- en minderwerk; g. proces-verbaal van oplevering; h. factuur van de aannemer; i. staat van meer- en minderwerk. 3 De ontvanger van een projectbijdrage, niet zijnde een waterschap, is verplicht binnen vier weken na de oplevering van een project daarvan mededeling te doen aan de minister. Bij de mededeling worden de volgende gegevens gevoegd: a. per gebouw dat in het saneringsprogramma is opgenomen: of een maatregel is getroffen, en zo ja, welke; b. wanneer voor een gebouw een geluidbeperkende maatregel is getroffen: de afname van het geluid in dB op het gebouw na sanering; c. artikel 3.21 van het Bkl, eerste lid wanneer voor een gebouw een geluidwerende maatregel is getroffen: het type geluidgevoelige gebouw, bedoeld in, en of het gebouw een vrijstaande woning is; d. wanneer voor een gebouw in het saneringsprogramma geen maatregel is getroffen: de reden waarom geen maatregel is getroffen. 4 artikel 30, eerste lid Een budgetontvanger stuurt de gegevens, bedoeld in het derde lid, aan de minister na de oplevering van het laatste project in een saneringsprogramma waarin de maatregelkeuze voor de locatie van die projecten is vastgesteld. Dit gebeurt bij de laatste van de jaarlijkse rapportages genoemd in. 2023 32620 13-12-2023 06-12-2023 IENW/BSK-2023/343978 2023 89 22-03-2023 20-03-2023 01-01-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Omgevingswet in
werking treedt.
Artikel 27 — Artikel 27 Verplichting aangaande het saneringsprogramma#
Artikel 27 Verplichting aangaande het saneringsprogramma 1 artikel 3, tweede lid, onder b tot en met f De in, genoemde maatregelen worden vastgelegd in een saneringsprogramma. 2 De ontvanger meldt de terinzagelegging van het saneringsprogramma aan de minister. 3 In het saneringsprogramma is onderbouwd welke geluidbeperkende maatregelen financieel doelmatig zijn. 4 artikel XI, eerste lid, onder c, van het Aanvullingsbesluit geluid Omgevingswet Voor zover het saneringsprogramma afschermende maatregelen of bronmaatregelen aan de constructie van een weg of spoorweg omvat, is in het saneringsprogramma onderbouwd dat deze maatregelen financieel doelmatig zijn op grond van. 5 Om voor een bijdrage voor verkeersmaatregelen in aanmerking te komen bevat het saneringsprogramma een onderbouwing dat de verkeersmaatregelen er niet toe leiden dat elders een zodanige toename van de geluidbelasting wordt veroorzaakt dat over het geheel het geluid toeneemt. 2023 32620 13-12-2023 06-12-2023 IENW/BSK-2023/343978 2023 89 22-03-2023 20-03-2023 01-01-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Omgevingswet in
werking treedt.
Artikel 28 — Artikel 28 Verplichting aangaande de maatregelen#
Artikel 28 Verplichting aangaande de maatregelen 1 Om voor een bijdrage in aanmerking te komen leidt een bronmaatregel aan de constructie van een weg gemiddeld over de levensduur tot een afname van de geluidbelasting vóór afronding van ten minste 1,0 dB op ten minste een geluidgevoelig gebouw in het cluster waarvoor de bronmaatregel wordt afgewogen. 2 bijlage 2 Wanneer in een saneringsprogramma als maatregel een geluidscherm of -wal is opgenomen, legt de ontvanger het akoestisch onderzoek, het bestek, de kostenraming en de berekening van de gemiddelde schermkosten volgensbij deze regeling, voor aan de minister. De opdracht voor de uitvoering wordt niet eerder verleend dan nadat de minister heeft ingestemd met het ontwerp en de kostenraming. De minister besluit binnen zes weken op de toegezonden stukken. Deze termijn kan eenmalig worden verlengd met zes weken. 3 Om voor een bijdrage in aanmerking te komen geldt voor geluidwerende maatregelen dat zij: a. artikel 2.43 van de Omgevingswet zijn opgenomen in een geldend besluit tot het treffen van maatregelen op grond van; b. voldoen aan gebruikelijke standaarden voor energie-isolatie en duurzaamheid van materialen; c. niet leiden tot een wijziging van de gebruiksmogelijkheden van de gevel vóór sanering of, als ze wel daartoe leiden, niet leiden tot meerkosten ten laste van de bijdrage; d. voor ventilatievoorzieningen waar mogelijk gebruik maken van de bestaande ventilatiemogelijkheden, rekening houdend met de eisen die aan het voldoende beperken van de geluidbelasting worden gesteld. 4 artikel 3, tweede lid, onder b, c en d artikel 12.12 12.13 12.13a van het Bkl artikel 3.53, tweede lid, van het Bkl Maatregelen waardoor een saneringsgebouw ophoudt een geluidgevoelig gebouw te zijn, komen alleen voor een bijdrage in aanmerking als de maatregelen, bedoeld in, niet kunnen leiden tot een geluidreductie als bedoeld in,of, en geluidwerende maatregelen, zo mogelijk in combinatie met geluidbeperkende maatregelen, niet kunnen leiden tot het voldoen aan. 2023 32620 13-12-2023 06-12-2023 IENW/BSK-2023/343978 2023 89 22-03-2023 20-03-2023 01-01-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Omgevingswet in
werking treedt.
Artikel 29 — Artikel 29 Verplichting aangaande controlemeting geluidwerende maatregelen#
Artikel 29 Verplichting aangaande controlemeting geluidwerende maatregelen 1 artikel 3.3 van de Omgevingsregeling artikel 3.53, tweede of derde lid, van het Bkl Na uitvoering van geluidwerende maatregelen toont de ontvanger met een steekproefsgewijze akoestische controlemeting van het binnenniveau volgens, aan dat is voldaan aan het saneringsdoel van. De steekproef omvat minimaal één gebouw, en voor elke 20 gebouwen daarboven één gebouw extra. 2 Het rapport van de akoestische controlemeting wordt toegezonden aan de minister vóór de afronding van het project waarvoor de meting wordt gedaan, samen met het rapport bouwtechnisch onderzoek voor het betreffende gebouw, met een berekening van de geluidwering voor en na de maatregelen, inclusief plattegronden met maatvoering. 3 Indien een documentencontrole daartoe aanleiding geeft, kan de minister de ontvanger een gemotiveerd verzoek doen om een controlemeting van het binnenniveau uit te voeren bij een door de minister geselecteerd gebouw. De ontvanger is verplicht hieraan mee te werken, tenzij de eigenaar van het gebouw hier niet aan meewerkt. 2023 32620 13-12-2023 06-12-2023 IENW/BSK-2023/343978 2023 89 22-03-2023 20-03-2023 01-01-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Omgevingswet in
werking treedt.
Artikel 30 — Artikel 30 Verplichting aangaande uitvoering maatregelen en informatieverplichting#
Artikel 30 Verplichting aangaande uitvoering maatregelen en informatieverplichting 1 artikel 17, tweede lid, onder a De ontvanger informeert de minister jaarlijks vóór 1 februari over de voortgang van de meerjarenplanning, bedoeld in, en de eventuele aanpassing daarvan. De ontvanger verstrekt daarbij in ieder geval de volgende gegevens: 1°. een aanduiding van de gesaneerde gebouwen; 2°. per gesaneerd gebouw: of een maatregel is getroffen, en zo ja, welke; 3°. een actualisatie van de liquiditeitsplanning; 4°. artikel 17, tweede lid, onder d, e en f een actualisatie van de gegevens, bedoeld in. 2 De uitvoering van maatregelen voor het aantal in de aanvraag opgenomen gebouwen wordt gestart binnen de looptijd van de bijdrage. 2023 32620 13-12-2023 06-12-2023 IENW/BSK-2023/343978 2023 89 22-03-2023 20-03-2023 01-01-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Omgevingswet in
werking treedt.
Artikel 31 — Artikel 31 Verplichting aangaande uitvoering maatregelen#
Artikel 31 Verplichting aangaande uitvoering maatregelen 1 artikel 3, tweede lid, onder b tot en met f artikel 27, derde, vierde en vijfde lid De ontvanger voert de maatregelen, bedoeld in, niet eerder uit dan nadat de minister heeft ingestemd met het saneringsprogramma voor de onderdelen bedoeld in. 2 artikel 27, tweede lid De minister beslist over het saneringsprogramma binnen vier weken na de melding, bedoeld in. Deze termijn kan eenmalig worden verlengd met vier weken. 3 De ontvanger informeert de minister over de geplande start van de uitvoering van de maatregelen. 4 artikel 27, eerste lid Wanneer in een saneringsprogramma als bedoeld in, een andere maatregel dan geluidwerende maatregelen is opgenomen, informeert de ontvanger de minister zo spoedig mogelijk over de actuele kostenraming voor het project. 5 Wanneer bij de aanbesteding van maatregelen blijkt dat de kosten van de maatregelen hoger zijn dan de verleende bijdrage, informeert de ontvanger de minister zo spoedig mogelijk over de actuele kostenraming voor het project. 6 De maatregelen worden getroffen binnen de termijn die is opgenomen in het besluit tot verlening van de bijdrage. 2023 32620 13-12-2023 06-12-2023 IENW/BSK-2023/343978 2023 89 22-03-2023 20-03-2023 01-01-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Omgevingswet in
werking treedt.
Artikel 32 — Artikel 32 Informatieverplichting voor een waterschap#
Artikel 32 Informatieverplichting voor een waterschap Zolang nog geen aanvraag tot vaststelling is ingediend, dienen waterschappen eenmaal per jaar voor een in het besluit tot verlening van de bijdrage te noemen datum, een rapportage in met: a. de uitgaven tot het moment van de rapportage; b. artikel 3, tweede lid de maatregelen, bedoeld in, en het aantal geluidgevoelige gebouwen waarvoor deze maatregelen zijn getroffen; c. artikel 21, eerste lid, onder d een actualisatie van de planning, bedoeld in. 2023 32620 13-12-2023 06-12-2023 IENW/BSK-2023/343978 2023 89 22-03-2023 20-03-2023 01-01-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Omgevingswet in
werking treedt.
Artikel 33 — Artikel 33 Bevoorschotting budgetbijdrage#
Artikel 33 Bevoorschotting budgetbijdrage 1 artikel 15 Het jaarlijkse voorschot voor een budgetbijdrage is 95% van het bedrag, bedoeld in, gedeeld door het aantal jaren waarvoor de bijdrage wordt aangevraagd, of een bedrag op basis van de liquiditeitsbehoefte voor het saneringsprogramma. 2 Het eerste voorschot voor een budgetbijdrage wordt binnen vier weken na verlening of aan de hand van de liquiditeitsbehoefte voor het saneringsprogramma verstrekt. 3 artikel 30, eerste lid De voorschotverlening kan worden opgeschort zolang de rapportage, bedoeld in, in strijd met dat artikel niet is ontvangen. 2023 32620 13-12-2023 06-12-2023 IENW/BSK-2023/343978 2023 89 22-03-2023 20-03-2023 01-01-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Omgevingswet in
werking treedt.
Artikel 34 — Artikel 34 Bevoorschotting projectbijdrage#
Artikel 34 Bevoorschotting projectbijdrage 1 artikel 3, tweede lid, onder a Het voorschot voor een activiteit, bedoeld in, is € 700 per saneringsgebouw. Dit voorschot wordt verstrekt binnen vier weken na verlening van de projectbijdrage of in een termijn die wordt bepaald aan de hand van de liquiditeitsbehoefte voor het project. 2 artikel 3, tweede lid, onder a artikel 4, vierde lid Wanneer in een aanvraag vrijwillig te saneren gebouwen zijn opgenomen, bedraagt het voorschot voor een activiteit als bedoeld in, een percentage van € 700 per vrijwillig te saneren gebouw, bepaald volgens de in, genoemde tabel 1. 3 artikel 3, tweede lid, onder b tot en met f Het voorschot voor activiteiten als bedoeld in, is 95% van de verleende projectbijdrage na aftrek van de voorschotten, bedoeld in het eerste en tweede lid. 4 artikel 27, tweede lid artikel 31, tweede lid Voorschotten als bedoeld in het derde lid worden maximaal viermaal, gelijkmatig verspreid over het tijdvak waarin de maatregelen zullen worden getroffen, of aan de hand van de liquiditeitsbehoefte voor het project verstrekt, nadat de ontvanger aan de verplichting van, om de terinzagelegging van het saneringsprogramma te melden, heeft voldaan, en de minister met het saneringsprogramma heeft ingestemd ingevolge. 5 artikel 32 De voorschotverlening aan een waterschap wordt opgeschort zolang de rapportage, bedoeld in, in strijd met dat artikel niet is ontvangen. 2023 32620 13-12-2023 06-12-2023 IENW/BSK-2023/343978 2023 89 22-03-2023 20-03-2023 01-01-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Omgevingswet in
werking treedt.
Artikel 35 — Artikel 35 Verzoek voor tussentijdse toets#
Artikel 35 Verzoek voor tussentijdse toets 1 Een ontvanger kan voorafgaand aan het uitvoeren van maatregelen de minister verzoeken om de maatregelen te toetsen aan de voorwaarden voor de bijdrage. 2 Op basis van en voor zover informatie over de uit te voeren maatregelen is ingediend, beslist de minister binnen vier weken of de voorgestelde maatregelen overeenkomstig de voorwaarden zijn. Deze termijn kan eenmalig worden verlengd met vier weken. 2023 32620 13-12-2023 06-12-2023 IENW/BSK-2023/343978 2023 89 22-03-2023 20-03-2023 01-01-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Omgevingswet in
werking treedt.
Artikel 36 — Artikel 36 Wijze van berekenen bijdrage saneringsgebouwen#
Artikel 36 Wijze van berekenen bijdrage saneringsgebouwen 1 artikel 3, tweede lid, onder a De hoogte van de bijdrage voor voorbereiding, begeleiding en toezicht, bedoeld in, is: a. artikel 3, tweede lid, onder b, c en d 18% van het bedrag van de bijdrage voor de maatregelen, bedoeld in; b. artikel 3, tweede lid, onder e bijlage 2 voor maatregelen, bedoeld in: een bedrag per gebouw zoals opgenomen inbij deze regeling. 2 artikel 3, tweede lid, onder b tot en met f bijlage 2 De hoogte van de bijdrage voor uitvoering van de maatregelen, bedoeld in, is het bedrag van de werkelijk gemaakte kosten met een maximum per getroffen maatregel volgensbij deze regeling. 3 In afwijking van het tweede lid: a. is er geen maximum voor bronmaatregelen aan de constructie van een spoorweg; b. kan voor geluidschermen en -wallen en voor geluidwerende maatregelen het maximale bedrag worden overschreden wanneer de minister voorafgaand aan de uitvoering toestemming heeft gegeven voor uitzonderlijke kosten; c. bijlage 2 geldt een vast bedrag voor bronmaatregelen aan de constructie van een weg, dat wordt berekend met toepassing vanbij deze regeling. 4 artikel 3, tweede lid, onder c, d en e Wanneer maatregelen als bedoeld inworden getroffen bij een gekoppelde sanering, komen de maatregelen ten laste van de beheerder van de weg of spoorweg voor zover die maatregelen nodig zijn om een toename van de geluidproductie of geluidemissie als gevolg van de wijziging van de weg of spoorweg weg te nemen. Het aandeel van de beheerder in de kosten van de maatregel is de toename in geluidbelasting door de wijziging van de weg of spoorweg, gedeeld door de som van de reducties die nodig zijn voor het wegnemen van de toename en de sanering gezamenlijk. 5 De hoogte van de bedragen in de bijlagen, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid zal elke twee jaar worden geïndexeerd volgens tabel 2. Tabel 2 Soort bijdrage Index volgens CBS Bijdrage vbt geluidwerende maatregelen als bedoeld in het eerste lid Inflatiecorrectie Maximale bijdrage verkeersmaatregelen Inflatiecorrectie Maximale bijdrage afschermende maatregelen GWW-index Maximale bijdrage geluidwerende maatregelen Outputindex nieuwbouwwoningen Maximale bijdrage maatregelen waardoor een gebouw ophoudt een geluidgevoelig gebouw te zijn GWW-index Vast bedrag maatregelen aan de constructie van een weg GWW-index 2023 32620 13-12-2023 06-12-2023 IENW/BSK-2023/343978 2023 89 22-03-2023 20-03-2023 01-01-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Omgevingswet in
werking treedt.
Artikel 37 — Artikel 37 Wijze van berekenen bijdrage vrijwillig te saneren gebouwen#
Artikel 37 Wijze van berekenen bijdrage vrijwillig te saneren gebouwen 1 artikel 3, tweede lid, onder e artikel 36, eerste en tweede lid artikel 4 5 De bijdrage voor de maatregelen, bedoeld invoor vrijwillig te saneren gebouwen is een percentage van de bedragen, bedoeld in, volgens tabel 1 als bedoeld inen. 2 artikel 3, tweede lid, onder a, b, c, d en f artikel 36, eerste en tweede lid De bijdrage voor de activiteiten, bedoeld invoor vrijwillig te saneren gebouwen is 50% van de bedragen, bedoeld in. 3 derde en vierde lid van artikel 36 Hetzijn van overeenkomstige toepassing. 2023 32620 13-12-2023 06-12-2023 IENW/BSK-2023/343978 2023 89 22-03-2023 20-03-2023 01-01-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Omgevingswet in
werking treedt.
Artikel 38 — Artikel 38 Verantwoording#
Artikel 38 Verantwoording artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet artikel 3, tweede lid, onder a en c Gemeenten, provincies en omgevingsdiensten leggen verantwoording af over de besteding van de bijdrage op de wijze bepaald in. Dit geldt niet voor bestedingen voor voorbereiding, begeleiding en toezicht en voor bronmaatregelen aan de constructie van een weg als bedoeld in. 2023 32620 13-12-2023 06-12-2023 IENW/BSK-2023/343978 2023 89 22-03-2023 20-03-2023 01-01-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Omgevingswet in
werking treedt.
Artikel 39 — Artikel 39 Vaststellen van een budgetbijdrage#
Artikel 39 Vaststellen van een budgetbijdrage 1 artikel 38 De minister stelt uiterlijk 31 december, op basis van de verantwoording, bedoeld in, de budgetbijdrage vast. 2 artikel 38 Budgetontvangers kunnen in afwijking van het eerste lid een vaststelling van een budgetbijdrage aanvragen door de verantwoordingsinformatie, bedoeld in, voor zover deze specifiek op de verleende bijdrage ziet, voor 1 juli van het jaar volgend op het begrotingsjaar aan de minister te zenden. 3 In geval van toepassing van het tweede lid stelt de minister de bijdrage uiterlijk acht weken na aanvraag vast. 4 artikel 3, eerste lid hoofdstuk 7 hoofdstuk 3 artikel 36 37 De minister kan de budgetbijdrage vaststellen op een lager bedrag dan het verantwoorde bedrag wanneer uit controle blijkt dat niet is voldaan aan het saneringsdoel, bedoeld in, of aan de verplichtingen, bedoeld in, of als de kosten niet voor een budgetbijdrage in aanmerking komen, bedoeld in, of niet bepaald zijn in overeenstemming meten. 2023 32620 13-12-2023 06-12-2023 IENW/BSK-2023/343978 2023 89 22-03-2023 20-03-2023 01-01-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Omgevingswet in
werking treedt.
Artikel 40 — Artikel 40 Vaststellen van een projectbijdrage aan gemeente, provincie en omgevingsdienst#
Artikel 40 Vaststellen van een projectbijdrage aan gemeente, provincie en omgevingsdienst 1 artikel 38 De minister stelt uiterlijk 31 december op basis van de verantwoording, bedoeld in, de projectbijdrage vast. 2 artikel 38 Gemeenten, provincies en omgevingsdiensten kunnen in afwijking van het eerste lid een vaststelling van een projectbijdrage aanvragen door de verantwoordingsinformatie, bedoeld in, voor zover deze specifiek op de verleende bijdrage ziet, voor 1 juli van het jaar volgend op het begrotingsjaar aan de minister te zenden. 3 In geval van toepassing van het tweede lid stelt de minister de bijdrage uiterlijk acht weken na aanvraag vast. 4 artikel 3, eerste lid hoofdstuk 7 hoofdstuk 3 artikel 36 37 De minister kan de projectbijdrage vaststellen op een lager bedrag dan het verantwoorde bedrag wanneer uit controle blijkt dat niet is voldaan aan het saneringsdoel, bedoeld in, of aan de verplichtingen, bedoeld in, of als de kosten niet voor een projectbijdrage in aanmerking komen, bedoeld in, of niet bepaald zijn in overeenstemming meten. 2023 32620 13-12-2023 06-12-2023 IENW/BSK-2023/343978 2023 89 22-03-2023 20-03-2023 01-01-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Omgevingswet in
werking treedt.
Artikel 41 — Artikel 41 Vaststellen van een projectbijdrage aan een waterschap#
Artikel 41 Vaststellen van een projectbijdrage aan een waterschap 1 Waterschappen dienen een aanvraag tot vaststelling in binnen 13 weken na het einde van het tijdvak waarin de maatregelen getroffen moesten worden. 2 Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid gaat vergezeld van: a. een verslag omtrent het verloop, de uitvoering en de resultaten van de activiteit, waaruit blijkt dat het waterschap aan de verplichtingen heeft voldaan; b. per gebouw dat in het saneringsprogramma is opgenomen: of een maatregel is getroffen, en zo ja, welke; c. Wanneer voor een gebouw een geluidbeperkende maatregel is getroffen: de geluidbelasting op het gebouw na sanering; d. Wanneer voor een gebouw in het saneringsprogramma geen maatregel is getroffen: de reden waarom geen maatregel is getroffen; e. een financiële verantwoording; f. bij de aanvraag tot vaststelling voor een bijdrage van € 125.000,– of meer: een accountantsverklaring. 3 De minister stelt binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag tot vaststelling, bedoeld in het eerste lid, de bijdrage vast. Deze termijn kan eenmalig worden verlengd met acht weken. 2023 32620 13-12-2023 06-12-2023 IENW/BSK-2023/343978 2023 89 22-03-2023 20-03-2023 01-01-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Omgevingswet in
werking treedt.
Artikel 42 — Artikel 42 Korting bij niet tijdig indienen aanvraag tot vaststelling door een waterschap#
Artikel 42 Korting bij niet tijdig indienen aanvraag tot vaststelling door een waterschap 1 artikel 41, eerste lid Indien een waterschap de aanvraag tot vaststelling, bedoeld in, niet tijdig heeft toegezonden of indien de toegezonden stukken naar het oordeel van de minister onvolledig zijn, stelt de minister het waterschap binnen zes weken na de in artikel 41, eerste lid, genoemde termijn dan wel na ontvangst van deze stukken, in de gelegenheid om binnen een door de minister te stellen termijn van ten hoogste acht weken alsnog aan zijn verplichtingen te voldoen. 2 Indien het waterschap niet binnen de in het eerste lid genoemde termijn aan zijn verplichtingen heeft voldaan, kan de minister voor iedere week die het waterschap in gebreke blijft, bij de vaststelling van de projectbijdrage een korting toepassen van 2,5% van de verleende projectbijdrage. 3 Indien het waterschap de in het eerste lid genoemde termijn met zestien weken heeft overschreden, stelt de minister de projectbijdrage vast, waarbij hij een korting toepast van ten minste 50% en ten hoogste 100% van de verleende projectbijdrage. 4 De minister verrekent de korting, bedoeld in het tweede en derde lid, met de projectbijdrage. De verrekening vindt plaats bij de vaststelling. Voor zover de korting niet verrekend kan worden, vordert de minister haar terug. 2023 32620 13-12-2023 06-12-2023 IENW/BSK-2023/343978 2023 89 22-03-2023 20-03-2023 01-01-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Omgevingswet in
werking treedt.
Artikel 43 — Artikel 43 Monitoring sanering#
Artikel 43 Monitoring sanering 1 Aansluitend aan de einddatum voor het samenstellen van de saneringslijsten publiceert de minister een samenvoeging van deze lijsten en de volgende gegevens: a. het totaal aantal saneringsgebouwen op de saneringslijsten; b. het totaal aantal saneringsgebouwen van budgetontvangers. 2 Jaarlijks vóór 1 april publiceert de minister de voortgang van de sanering. 3 Ter uitvoering van het bepaalde in het tweede lid wordt gepubliceerd: a. welke vrijwillig te saneren gebouwen zijn aangegeven in de aanvragen voor bijdragen die zijn verleend; b. het totaal aantal vrijwillig te saneren gebouwen, bedoeld onder a; c. het totaal aantal vrijwillig te saneren gebouwen van budgetontvangers, bedoeld onder a. 4 Ter uitvoering van het bepaalde in het tweede lid worden ook de volgende gegevens over het vorige kalenderjaar gepubliceerd per categorie ontvanger: a. Voor bijdrageverlening: 1°. het aantal verleende budgetbijdragen; 2°. het aantal saneringsgebouwen waarvoor een budgetbijdrage is verleend; 3°. het aantal vrijwillig te saneren gebouwen waarvoor een budgetbijdrage is verleend; 4°. het bedrag dat is aangevraagd voor budgetbijdragen; 5°. het bedrag dat is verleend voor budgetbijdragen; 6°. het aantal aanvragen voor een projectbijdrage; 7°. het aantal verleende projectbijdragen; 8°. het aantal saneringsgebouwen waarvoor een projectbijdrage is verleend; 9°. het aantal vrijwillig te saneren gebouwen waarvoor een projectbijdrage is verleend; 10°. het bedrag dat is aangevraagd voor projectbijdragen 11°. het bedrag dat is verleend voor projectbijdragen; b. Voor bijdragevaststelling: 1°. het aantal vastgestelde budgetbijdragen; 2°. het aantal saneringsgebouwen waarvoor de budgetbijdrage is vastgesteld; 3°. het aantal vrijwillig te saneren gebouwen waarvoor de budgetbijdrage is vastgesteld; 4°. het vastgestelde totaalbedrag voor budgetbijdragen; 5°. het aantal vastgestelde projectbijdragen; 6°. het aantal saneringsgebouwen waarvoor een projectbijdrage is vastgesteld; 7°. het aantal vrijwillig te saneren gebouwen waarvoor een projectbijdrage is vastgesteld; 8°. het vastgestelde totaalbedrag voor projectbijdragen; c. Voor maatregelen: het aantal gebouwen per maatregel dat (mede) met die maatregel is gesaneerd, met onderscheid naar saneringsgebouwen en vrijwillig te saneren gebouwen. 5 www.bureausaneringverkeerslawaai.nl De gegevens, bedoeld in het eerste, derde en vierde lid, worden gepubliceerd op de website van Bureau Sanering Verkeerslawaai,. 2023 32620 13-12-2023 06-12-2023 IENW/BSK-2023/343978 2023 89 22-03-2023 20-03-2023 01-01-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Omgevingswet in
werking treedt.
Artikel 44 — Artikel 44 Inwerkingtreding#
Artikel 44 Inwerkingtreding Omgevingswet Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop dein werking treedt. 2023 32620 13-12-2023 06-12-2023 IENW/BSK-2023/343978 2023 89 22-03-2023 20-03-2023 01-01-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Omgevingswet in
werking treedt.
Artikel 45 — Artikel 45 Citeertitel#
Artikel 45 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling sanering verkeerslawaai 2024. 2023 32620 13-12-2023 06-12-2023 IENW/BSK-2023/343978 2023 89 22-03-2023 20-03-2023 01-01-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Omgevingswet in
werking treedt.
Artikel 1#
artikel 1
Artikel 36#
artikel 36
Artikel 36#
artikel 36, eerste lid, onder b
Artikel 36#
artikel 36, tweede lid
Artikel 36#
artikel 36, tweede lid
Artikel 36#
artikel 36, tweede lid
Artikel 36#
artikel 36, tweede lid
Artikel 36#
artikel 36, derde lid, onder c
Artikel 36#
artikel 36
Artikel 4#
artikel 4
Artikel 5#
5