Regeling van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 30 november 2023, kenmerk 3726212-1056819-J, houdende regels inzake de verstrekking van een specifieke uitkering in verband met de compensatie van gemeenten na wijziging van het begrip woonplaatsbeginsel in de Jeugdwet (Regeling specifieke uitkering niet beoogde kosten jeugdzorg vanwege verblijf in gemeente)
- BWB-id
- BWBR0049074
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0049074
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2024/regeling-specifieke-uitkering-niet-beoogde-kosten-jeugdzorg-
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2024/regeling-specifieke-uitkering-niet-beoogde-kosten-jeugdzorg-/2026-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0049074&g=2026-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0049074&z=2026-06-06&g=2026-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0049074/2026-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2024/regeling-specifieke-uitkering-niet-beoogde-kosten-jeugdzorg-
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: aaneengesloten jeugdhulp met verblijf: jeugdhulp waarbij de jeugdige gedurende een periode van drie of meer maanden, minimaal vijf dagen per week in een instelling verblijft en de jeugdige wordt ingeschreven in de BRP op het adres van die instelling; BRP: artikel 1.2 van de Wet basisregistratie personen basisregistratie personen als bedoeld in; instelling: artikel 1.1 van de Jeugdwet Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 artikel 3.1.1, eerste lid, onder a, van de Wet langdurige zorg een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder als bedoeld in, een instelling voor opvang of beschermd wonen als bedoeld in deof een instelling voor verblijf als bedoeld in; jeugdhulp: artikel 1.1 van de Jeugdwet jeugdhulp als bedoeld in; jeugdige: artikel 1.1 van de Jeugdwet jeugdige als bedoeld in; minister: de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; moeder: artikel 198, eerste lid, onder a, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek moeder als bedoeld in; opvangcentrum: artikel 1 van de Wet Centraal orgaan opvang asielzoekers een opvangcentrum als bedoeld in; sisa: Regeling informatieverstrekking sisa systeem van single information, single audit, bedoeld in de; uitkering: artikel 15a van de Financiële-verhoudingswet specifieke uitkering als bedoeld in. 2025 21170 24-06-2025 16-06-2025 4101759-1082333-J 2025 21170 24-06-2025 16-06-2025 4101759-1082333-J 01-01-2026
Artikel 2 — Artikel 2 Algemene wet bestuursrecht Toepasselijkheid#
Artikel 2 Algemene wet bestuursrecht Toepasselijkheid artikelen 4:25 4:35 4:37 tot en met 4:39 4:46 4:48 tot en met 4:50 4:56 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht Op verstrekte uitkeringen op grond van deze regeling zijn de,,,,,envan overeenkomstige toepassing. 2023 33645 07-12-2023 30-11-2023 3726212-1056819-J 2023 33645 07-12-2023 30-11-2023 3726212-1056819-J 01-01-2024
Artikel 3 — Artikel 3 Voor een uitkering in aanmerking komende situaties#
Artikel 3 Voor een uitkering in aanmerking komende situaties 1 Jeugdwet Wet wijziging woonplaatsbeginsel De minister kan op aanvraag een uitkering verstrekken aan een gemeente die op grond deverantwoordelijk is voor de bekostiging van aaneengesloten jeugdhulp met verblijf en de daarmee samenhangende kosten, die zijn ontstaan na inwerkingtreding van de, voor een jeugdige die: a. is geboren in een in deze gemeente gevestigde instelling en destijds is ingeschreven in de BRP in deze gemeente; en wiens moeder ten tijde van de geboorte van deze jeugdige is ingeschreven in de BRP in deze gemeente, maar dat niet was voorafgaand aan het verblijf in die instelling; b. voorafgaand aan de aaneengesloten jeugdhulp met verblijf, verbleef in een in de aanvragende gemeente gevestigd opvangcentrum en destijds is ingeschreven in het BRP in deze gemeente; c. is geboren buiten Nederland en onmiddellijk sinds diens aankomst in Nederland verbleef in een in de aanvragende gemeente gevestigde instelling en destijds is ingeschreven in de BRP in deze gemeente; of d. vanuit het buitenland geplaatst is bij een bij de minister en gemeente bekende organisatie voor een observatieperiode en daarna in een in de aanvragende gemeente gevestigde instelling is geplaatst, waar diens moeder voor die plaatsing was ingeschreven in de BRP. 2 De minister kan voor de gemeenten Barneveld, Raalte en Westerkwartier afwijken van de situaties, bedoeld in het eerste lid, voor aanvragen betreffende een jeugdige ten aanzien waarvan: a. Wet wijziging woonplaatsbeginsel naar het oordeel van de minister door de betreffende gemeente redelijkerwijs is aangetoond dat sprake is van niet beoogde bekostiging van aaneengesloten jeugdhulp met verblijf en de daarmee samenhangende kosten voor de jeugdige, na inwerkingtreding van de, die voortvloeit uit het feit dat in die gemeente een instelling of opvangcentrum is gevestigd; en b. de aanvragende gemeente zich heeft ingespannen te onderzoeken en bewerkstelligen dat de juiste gemeente de aaneengesloten jeugdhulp met verblijf aan de jeugdige en de daarmee samenhangende kosten financiert. 2025 40925 02-12-2025 24-11-2025 4276025-1091214-J 2025 40925 02-12-2025 24-11-2025 4276025-1091214-J 01-01-2026 2025 21170 24-06-2025 16-06-2025 4101759-1082333-J 2025 21170 24-06-2025 16-06-2025 4101759-1082333-J 01-01-2026
Artikel 4 — Artikel 4 In aanmerking komende kosten#
Artikel 4 In aanmerking komende kosten 1 Alleen kosten voor een jeugdige met aangesloten jeugdhulp met verblijf komen voor een uitkering in aanmerking. 2 artikel 1.1 van de Jeugdwet Alleen de door de aanvragende gemeente werkelijk gerealiseerde kosten voor jeugdhulp, jeugdreclassering als bedoeld inen kinderbeschermingsmaatregelen als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet komen voor een uitkering in aanmerking. 3 Wet langdurige zorg Zorgverzekeringswet Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 Kosten die gefinancierd worden op grond van de, deof dekomen niet in aanmerking voor een uitkering. 4 Alleen kosten die in het kalenderjaar 2024 en 2025 gemaakt zijn komen voor een uitkering in aanmerking. 2025 21170 24-06-2025 16-06-2025 4101759-1082333-J 2025 21170 24-06-2025 16-06-2025 4101759-1082333-J 01-01-2026
Artikel 5 — Artikel 5 Uitkeringsplafond#
Artikel 5 Uitkeringsplafond 1 Het uitkeringsplafond voor aanvragen die zien op de jaren 2024 en 2025 is € 60.000.000. 2 Het uit hoofde van het uitkeringsplafond beschikbare bedrag wordt evenredig over de ingediende aanvragen verdeeld als het totaal aangevraagde bedrag het uitkeringsplafond overschrijdt. 2025 21170 24-06-2025 16-06-2025 4101759-1082333-J 2025 21170 24-06-2025 16-06-2025 4101759-1082333-J 01-01-2026
Artikel 6 — Artikel 6 Aanvraag#
Artikel 6 Aanvraag 1 artikel 3 Een gemeente dient een aanvraag tot verlening van de uitkering in, die kan zien op het jaar 2024, het jaar 2025 of beiden en op alle jeugdigen tezamen waarop een situatie als bedoeld inop van toepassing is. 2 De aanvraag wordt ingediend in de periode van 1 mei 2026 om 9.00 uur tot en met 1 juli 2026 om 13.00 uur. 3 Voor de aanvraag wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt. 2025 21170 24-06-2025 16-06-2025 4101759-1082333-J 2025 21170 24-06-2025 16-06-2025 4101759-1082333-J 01-01-2026
Artikel 7 — Artikel 7 Voorwaarde#
Artikel 7 Voorwaarde 1 Een uitkering wordt slechts verstrekt als de in aanmerking komende kosten in totaal minimaal € 250.000 bedragen. 2 artikel 3, tweede lid Het eerste lid is niet van toepassing op kosten als bedoeld in. 2025 40925 02-12-2025 24-11-2025 4276025-1091214-J 2025 40925 02-12-2025 24-11-2025 4276025-1091214-J 01-01-2026 2025 21170 24-06-2025 16-06-2025 4101759-1082333-J 2025 21170 24-06-2025 16-06-2025 4101759-1082333-J 01-01-2026
Artikel 8 — Artikel 8 Verlening en bevoorschotting#
Artikel 8 Verlening en bevoorschotting 1 artikel 6, tweede lid De minister neemt binnen 13 weken na sluiting van het aanvraagtijdvak, bedoeld in, een besluit omtrent de verstrekking van de uitkering. 2 Het besluit vermeldt in ieder geval voor welke activiteiten de uitkering wordt verstrekt, het bedrag van de uitkering en de wijze van verantwoording. 3 De minister verstrekt bij het besluit een voorschot ter hoogte van 100%, dat in één keer wordt uitbetaald in het jaar 2026. 2025 21170 24-06-2025 16-06-2025 4101759-1082333-J 2025 21170 24-06-2025 16-06-2025 4101759-1082333-J 01-01-2026
Artikel 9 — Artikel 9 Verantwoording en terugvordering#
Artikel 9 Verantwoording en terugvordering 1 artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet De gemeente legt verantwoording af over de besteding van de uitkering op de wijze, bedoeld in. 2 Als uit de verantwoordingsinformatie blijkt dat de uitkering niet of niet volledig is besteed aan de activiteiten waarvoor de uitkering is verstrekt, of onrechtmatig is besteed, kan de uitkering ter hoogte van het niet of onrechtmatig bestede deel door de minister worden teruggevorderd. De minister doet binnen een jaar na ontvangst van de verantwoordingsinformatie mededeling van de terugvordering aan de ontvanger van de uitkering. 2023 33645 07-12-2023 30-11-2023 3726212-1056819-J 2023 33645 07-12-2023 30-11-2023 3726212-1056819-J 01-01-2024
Artikel 10 — Artikel 10 Hardheidsclausule#
Artikel 10 Hardheidsclausule De minister kan een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. 2023 33645 07-12-2023 30-11-2023 3726212-1056819-J 2023 33645 07-12-2023 30-11-2023 3726212-1056819-J 01-01-2024
Artikel 11 — Artikel 11 Inwerkingtreding#
Artikel 11 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2024 en vervalt met ingang van 1 oktober 2028 met dien verstande dat deze van toepassing blijft op uitkeringen die voor die datum zijn aangevraagd. 2025 21170 24-06-2025 16-06-2025 4101759-1082333-J 2025 21170 24-06-2025 16-06-2025 4101759-1082333-J 01-01-2026
Artikel 12 — Artikel 12 Citeertitel#
Artikel 12 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke uitkering niet beoogde kosten jeugdzorg vanwege verblijf in gemeente. 2023 33645 07-12-2023 30-11-2023 3726212-1056819-J 2023 33645 07-12-2023 30-11-2023 3726212-1056819-J 01-01-2024