Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 2 april 2024, kenmerk 3793275-1063349-S, houdende regels voor de subsidiëring van gemeentelijke uitgaven aan sport voor de jaren 2024 tot en met 2025 (Regeling specifieke uitkering stimulering sport 2024–2025)
- BWB-id
- BWBR0049559
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0049559
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2024/regeling-specifieke-uitkering-stimulering-sport-2024-2025
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2024/regeling-specifieke-uitkering-stimulering-sport-2024-2025/2026-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0049559&g=2026-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0049559&z=2026-06-06&g=2026-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0049559/2026-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2024/regeling-specifieke-uitkering-stimulering-sport-2024-2025
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: minister: Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; sport: activiteiten die worden gekenmerkt door een niet te verwaarlozen lichamelijke component; sportbedrijf: een aan een gemeente verbonden lichaam als bedoeld in de Beleidsregels inhoudende de beoordeling van aanvragen van gemeenten voor de Regeling specifieke uitkering stimulering sport 2024–2026; uitkering: artikel 15a van de Financiële-verhoudingswet specifieke uitkering als bedoeld in. 2025 43563 18-12-2025 10-12-2025 4314694-1091860-SB 2025 43563 18-12-2025 10-12-2025 4314694-1091860-SB 01-01-2026
Artikel 2 — Artikel 2 Kaderregeling Awb Toepasselijkheiden#
Artikel 2 Kaderregeling Awb Toepasselijkheiden 1 Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS hoofdstuk 5 Op deze regeling is deniet van toepassing, met uitzondering van. 2 artikelen 4:5 4:35 4:37 4:38 4:46 4:48 tot en met 4:50 4:56 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht Op deze regeling zijn de,,,,,,envan overeenkomstige toepassing. 2024 11820 11-04-2024 02-04-2024 3793275-1063349-S 2024 11820 11-04-2024 02-04-2024 3793275-1063349-S 12-04-2024
Artikel 3 — Artikel 3 Activiteiten waarvoor een uitkering kan worden verstrekt#
Artikel 3 Activiteiten waarvoor een uitkering kan worden verstrekt De minister kan jaarlijks aan een gemeente een uitkering verstrekken voor de bestedingen in een kalenderjaar in verband met activiteiten in het kader van sport. 2024 11820 11-04-2024 02-04-2024 3793275-1063349-S 2024 11820 11-04-2024 02-04-2024 3793275-1063349-S 12-04-2024
Artikel 4 — Artikel 4 In aanmerking komende kosten#
Artikel 4 In aanmerking komende kosten 1 De bestedingen in verband met activiteiten in het kader van sport kunnen betrekking hebben op de kosten van een gemeente of sportbedrijf voor: a. de nieuwbouw, de verbouw, het onderhoud, het beheer of de exploitatie van onroerende zaken; b. de aankoop en het beheer van roerende zaken; en c. de dienstverlening door derden. 2 Op grond van deze regeling wordt geen uitkering verstrekt: a. Subsidieregeling BOSA voor kosten in verband met activiteiten in het betreffende kalenderjaar waarvoor subsidie is verstrekt op grond van de; b. voor kosten in verband met activiteiten in het kader van bewegingsonderwijs; c. voor met btw belastte overheadkosten van gemeenten ten aanzien van de activiteiten in het kader van sport; of d. Wet op de omzetbelasting 1968 Wet op het btw-compensatiefonds indien voor de kosten van activiteiten op grond van derecht op aftrek van omzetbelasting bestaat, dan wel recht bestaat op compensatie op grond van de. 2025 43563 18-12-2025 10-12-2025 4314694-1091860-SB 2025 43563 18-12-2025 10-12-2025 4314694-1091860-SB 01-01-2026
Artikel 5 — Artikel 5 Hoogte van de uitkering#
Artikel 5 Hoogte van de uitkering 1 bijlage 1 De uitkering per ontvanger bedraagt bij de verlening ten hoogste het bedrag zoals vermeld in de verdeelsleutel in. 2 artikel 4, eerste lid De uitkering per ontvanger bedraagt bij de vaststelling ten hoogste 18% van de in aanmerking komende bestedingen, bedoeld in, van enig kalenderjaar. 2024 11820 11-04-2024 02-04-2024 3793275-1063349-S 2024 11820 11-04-2024 02-04-2024 3793275-1063349-S 12-04-2024
Artikel 6 — Artikel 6 Uitkeringsplafond#
Artikel 6 Uitkeringsplafond 1 Het uitkeringsplafond voor het kalenderjaar 2024 bedraagt € 189.000.000. 2 Het uitkeringsplafond voor het kalenderjaar 2025 bedraagt € 189.000.000. 3 Het uitkeringsplafond voor het kalenderjaar 2026 bedraagt € 177.000.000. 2025 43563 18-12-2025 10-12-2025 4314694-1091860-SB 2025 43563 18-12-2025 10-12-2025 4314694-1091860-SB 01-01-2026
Artikel 7 — Artikel 7 Aanvraag tot verlening#
Artikel 7 Aanvraag tot verlening 1 Een uitkering wordt op aanvraag verstrekt. 2 De aanvraag tot verlening van een uitkering voor kalenderjaar 2026 kan worden ingediend van 5 januari 2026 09:00 uur tot en met 27 februari 2026 13:00 uur. 3 Voor de aanvraag tot verlening van de uitkering wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt. 2025 43563 18-12-2025 10-12-2025 4314694-1091860-SB 2025 43563 18-12-2025 10-12-2025 4314694-1091860-SB 01-01-2026
Artikel 8 — Artikel 8 Verlening#
Artikel 8 Verlening 1 De minister neemt binnen dertien weken na sluiting van de aanvraagperiode van het kalenderjaar waarvoor de uitkering wordt aangevraagd een besluit omtrent de verlening van de uitkering. 2 Indien de ontvangen aanvraag op de laatste dag van de aanvraagperiode van het kalenderjaar waarvoor de uitkering wordt aangevraagd incompleet is, kan de termijn van dertien weken, bedoeld in het eerste lid, met vier weken worden verlengd. 3 Het besluit tot verlening vermeldt in elk geval het bedrag van de uitkering, de wijze van verantwoording en de periode waarvoor de uitkering wordt verleend. 2024 11820 11-04-2024 02-04-2024 3793275-1063349-S 2024 11820 11-04-2024 02-04-2024 3793275-1063349-S 12-04-2024
Artikel 9 — Artikel 9 Bevoorschotting en betaling#
Artikel 9 Bevoorschotting en betaling artikel 8, eerste lid De minister verleent bij het besluit tot verlening, bedoeld in, een voorschot van 100%, dat in één keer wordt betaald. 2024 11820 11-04-2024 02-04-2024 3793275-1063349-S 2024 11820 11-04-2024 02-04-2024 3793275-1063349-S 12-04-2024
Artikel 10 — Artikel 10 Verplichtingen#
Artikel 10 Verplichtingen 1 Wet omzetbelasting 1968 Wet op het btw-compensatiefonds De ontvanger van een uitkering draagt er zorg voor dat gedurende tien jaren na afloop van de uitkeringsperiodeperiode voor de activiteiten waarvoor uitkering is ontvangen geen recht op aftrek van omzetbelasting op grond van de, dan wel recht op compensatie op grond van de, ontstaat. 2 Indien niet aan de verplichting, bedoeld in het eerste lid, wordt voldaan doet de ontvanger van de uitkering onverwijld melding daarvan aan de minister. 2024 11820 11-04-2024 02-04-2024 3793275-1063349-S 2024 11820 11-04-2024 02-04-2024 3793275-1063349-S 12-04-2024
Artikel 11 — Artikel 11 Verantwoording#
Artikel 11 Verantwoording artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet De ontvanger van een uitkering legt verantwoording af over de besteding van de uitkering op de wijze bepaald in. 2024 11820 11-04-2024 02-04-2024 3793275-1063349-S 2024 11820 11-04-2024 02-04-2024 3793275-1063349-S 12-04-2024
Artikel 12 — Artikel 12 Herziening verlening#
Artikel 12 Herziening verlening 1 Indien de besteding lager is dan het voorschot dat de ontvanger heeft ontvangen, dan zal de verlening ambtshalve worden herzien en wordt het te veel betaalde voorschot teruggevorderd. 2 artikel 4 Indien de besteding hoger is dan het voorschot dat de ontvanger heeft ontvangen, dan kan er een ambtshalve herziening van de verlening plaatsvinden, waarbij de uitkering per ontvanger ten hoogste 18% van de in aanmerking komende bestedingen, als bedoeld in, van enig kalenderjaar bedraagt. 3 De ambtshalve herziening vindt enkel plaats indien: a. de besteding van de ontvanger van een uitkering ten minste € 1.000 hoger zijn dan het voorschot dat de ontvanger heeft ontvangen; en b. er ten minste € 2.000.000 resteert binnen het uitkeringsplafond. 4 Indien door toepassing van het eerste en tweede lid het uitkeringsplafond zou worden overschreden, wordt het beschikbare bedrag naar rato verdeeld over de ontvangers als bedoeld in het tweede lid. 2024 11820 11-04-2024 02-04-2024 3793275-1063349-S 2024 11820 11-04-2024 02-04-2024 3793275-1063349-S 12-04-2024
Artikel 13 — Artikel 13 Vaststelling#
Artikel 13 Vaststelling 1 Indien de activiteiten waarvoor de uitkering is verleend geheel zijn verricht en daarnaast volledig is voldaan aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de uitkering, wordt de uitkering vastgesteld op het bedrag dat is bepaald in de verlening dan wel herziene verlening van de uitkering. 2 artikel 11 De minister besluit uiterlijk op 31 juli in het jaar na ontvangst van de verantwoordingsinformatie, bedoeld in, over de vaststelling van de uitkering. 2024 11820 11-04-2024 02-04-2024 3793275-1063349-S 2024 11820 11-04-2024 02-04-2024 3793275-1063349-S 12-04-2024
Artikel 14 — Artikel 14 Hardheidsclausule#
Artikel 14 Hardheidsclausule De minister kan, gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen, artikelen buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover strikte toepassing leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. 2024 11820 11-04-2024 02-04-2024 3793275-1063349-S 2024 11820 11-04-2024 02-04-2024 3793275-1063349-S 12-04-2024
Artikel 15 — Artikel 15 Inwerkingtreding en vervaldatum#
Artikel 15 Inwerkingtreding en vervaldatum Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na publicatie in de Staatscourant en vervalt met ingang van 1 september 2027. 2025 43563 18-12-2025 10-12-2025 4314694-1091860-SB 2025 43563 18-12-2025 10-12-2025 4314694-1091860-SB 01-01-2026
Artikel 16 — Artikel 16 Citeertitel#
Artikel 16 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke uitkering stimulering sport 2024–2026. 2025 43563 18-12-2025 10-12-2025 4314694-1091860-SB 2025 43563 18-12-2025 10-12-2025 4314694-1091860-SB 01-01-2026
Artikel 5#
artikel 5, eerste lid