Regeling van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 29 januari 2024, nummer 5190221, houdende specifieke uitkeringen voor gemeenten en provincies die het mogelijk maken asielzoekers op te vangen (Regeling specifieke uitkeringen Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen)
- BWB-id
- BWBR0049320
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Justitie en Veiligheid
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2024-05-15
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0049320
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2024/regeling-specifieke-uitkeringen-wet-gemeentelijke-taak-mogel
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2024/regeling-specifieke-uitkeringen-wet-gemeentelijke-taak-mogel/2024-05-15
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0049320&g=2024-05-15
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0049320&z=2026-06-06&g=2024-05-15
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0049320/2024-05-15
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2024/regeling-specifieke-uitkeringen-wet-gemeentelijke-taak-mogel
Artikel 1 — Artikel 1 Definitiebepaling#
Artikel 1 Definitiebepaling In deze regeling wordt verstaan onder: – uitkering: artikel 15a van de Financiële-verhoudingswet een specifieke uitkering, als bedoeld in. 2024 3349 31-01-2024 29-01-2024 5190221 2024 3349 31-01-2024 29-01-2024 5190221 01-02-2024
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikel 2.1 van het Besluit gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen De inbedoelde capaciteitsraming gaat uit van de verwachte behoefte aan opvangplaatsen voor asielzoekers op 1 januari in het opvolgende jaar. 2024 3349 31-01-2024 29-01-2024 5190221 2024 3349 31-01-2024 29-01-2024 5190221 01-02-2024
Artikel 3 — Artikel 3 Aanvraag of ambtshalve verstrekking#
Artikel 3 Aanvraag of ambtshalve verstrekking 1 artikel 9, tweede lid, onder a, en derde lid van de wet Voor opvangplaatsen als bedoeld inverstrekt Onze Minister aan de gemeente onderscheidenlijk de provincie en de gemeente ambtshalve een uitkering. 2 artikel 9, tweede lid, onderdeel b, van de wet Voor duurzame opvangplaatsen als bedoeld inverstrekt Onze Minister een uitkering op aanvraag van het college van de betreffende gemeente. 3 De aanvraag, bedoeld in het tweede lid, wordt ingediend door gebruikmaking van een door Onze Minister beschikbaar gesteld elektronisch aanvraagformulier. 4 De aanvraag, bedoeld in het tweede lid, wordt ingediend uiterlijk voor het begin van een nieuwe wetscyclus. 5 De aanvraag, bedoeld in het tweede lid, bevat ten minste: a. het tijdstip vanaf wanneer de opvangplaatsen beschikbaar worden gesteld aan het COA of, indien het college verantwoordelijk is voor de exploitatie van de opvangvoorziening, aan het college; b. het aantal ingediende duurzame opvangplaatsen; c. het soort duurzame opvangplaatsen; d. de periode van beschikbaarheid van de duurzame opvangplaatsen. 2024 3349 31-01-2024 29-01-2024 5190221 2024 3349 31-01-2024 29-01-2024 5190221 01-02-2024
Artikel 4 — Artikel 4 Hoogte van de uitkeringen#
Artikel 4 Hoogte van de uitkeringen 1 artikel 9, tweede lid, onderdeel a, van de wet De uitkering, bedoeld inbedraagt per opvangplaats van bijzondere aard € 2.000. 2 artikel 9, tweede lid, onderdeel b, van de wet De uitkering, bedoeld inbedraagt per duurzame opvangplaats € 2.000 indien tenminste 100 opvangplaatsen worden ingediend en € 1.000 indien minder dan 100 opvangplaatsen worden ingediend. 3 artikel 9, derde lid, van de wet De uitkering, bedoeld inbedraagt per opvangplaats € 1.500. 4 De uitkering, bedoeld in het derde lid, wordt volgens een vaste verdeling van 15% voor de provincie en 85% voor de gemeenten verstrekt. Deze uitkering wordt tussen de gemeenten verdeeld naar rato van het aantal opvangplaatsen dat geboden is en het aantal maanden waarvoor deze opvangplaatsen beschikbaar zijn gesteld. 2024 3349 31-01-2024 29-01-2024 5190221 2024 3349 31-01-2024 29-01-2024 5190221 01-02-2024
Artikel 5 — Artikel 5 Vereisten#
Artikel 5 Vereisten 1 artikel 9, tweede lid, van de wet De uitkeringen, bedoeld in, worden verstrekt: a. indien de opvangplaatsen beschikbaar zijn gesteld aan het Centraal Orgaan opvang asielzoekers of, indien het college verantwoordelijk is voor de exploitatie van de opvangvoorziening, aan het college; b. indien de opvangplaatsen in het verdeelbesluit zijn opgenomen; c. indien de duurzame opvangplaatsen minimaal vijf jaar beschikbaar zijn; d. artikel 3 van de wet voor de duurzame opvangplaatsen, waarmee het met toepassing vanbepaalde indicatieve deel van het aantal opvangplaatsen per gemeente wordt overschreden. 2 artikel 9, derde lid, van de wet De uitkering, bedoeld in, wordt verstrekt indien wordt voldaan aan de in het eerste lid, onderdelen a en b, genoemde voorwaarden. 2024 3349 31-01-2024 29-01-2024 5190221 2024 3349 31-01-2024 29-01-2024 5190221 01-02-2024
Artikel 6 — Artikel 6 Tijdstip van verstrekking van de uitkeringen#
Artikel 6 Tijdstip van verstrekking van de uitkeringen 1 artikel 9, tweede lid, van de wet artikel 5 De uitkeringen, bedoeld inworden verstrekt in de eerstvolgende maand juni of november nadat aan de voorwaarden, bedoeld in, is voldaan. 2 artikel 9, derde lid, van de wet artikel 2 van de wet De uitkering bedoeld inwordt verstrekt in de eerstvolgende maand juni of november na ommekomst van de periode van twee jaar, bedoeld in. 2024 15408 14-05-2024 29-04-2024 5400706 2024 15408 14-05-2024 29-04-2024 5400706 15-05-2024 01-02-2024
Artikel 7 — Artikel 7 Verantwoording#
Artikel 7 Verantwoording artikel 2, eerste lid, van de wet artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet De gemeenten en de provincies leggen uiterlijk op 15 juli van het kalenderjaar volgend op het laatste van de twee kalenderjaren, bedoeld in, verantwoording af over de voorwaarden waaronder de uitkering wordt verstrekt op de wijze bepaald in. 2024 3349 31-01-2024 29-01-2024 5190221 2024 3349 31-01-2024 29-01-2024 5190221 01-02-2024
Artikel 8 — Artikel 8 Procedure vaststelling uitkering#
Artikel 8 Procedure vaststelling uitkering artikel 7 Onze Minister stelt de uitkering vast uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de verantwoordingsinformatie, bedoeld in, is ontvangen. 2024 3349 31-01-2024 29-01-2024 5190221 2024 3349 31-01-2024 29-01-2024 5190221 01-02-2024
Artikel 9 — Artikel 9 Terugvordering#
Artikel 9 Terugvordering De uitkering kan worden teruggevorderd indien en voor zover na de beschikbaarstelling van de opvangplaatsen blijkt dat niet is voldaan aan de vereisten voor het ontvangen van de uitkering. 2024 3349 31-01-2024 29-01-2024 5190221 2024 3349 31-01-2024 29-01-2024 5190221 01-02-2024
Artikel 10 — Artikel 10 Overgangsbepaling#
Artikel 10 Overgangsbepaling artikel 13, derde lid, van de wet artikelen 4, tweede lid 7 tot en met 9 Op de uitkering, bedoeld in, zijn de, envan overeenkomstige toepassing. 2024 3349 31-01-2024 29-01-2024 5190221 2024 3349 31-01-2024 29-01-2024 5190221 01-02-2024
Artikel 11 — Artikel 11 Inwerkingtreding#
Artikel 11 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking op 1 februari 2024. 2024 3349 31-01-2024 29-01-2024 5190221 2024 3349 31-01-2024 29-01-2024 5190221 01-02-2024
Artikel 12 — Artikel 12 Citeertitel#
Artikel 12 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke uitkeringen Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen. 2024 3349 31-01-2024 29-01-2024 5190221 2024 3349 31-01-2024 29-01-2024 5190221 01-02-2024