Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, van 5 april 2024, nr. IENW/BSK-2024/91785, houdende regels voor het verstrekken van een rijksbijdrage voor schoon en emissieloos bouwen (Regeling stimulering schoon en emissieloos bouwen voor medeoverheden)
- BWB-id
- BWBR0049544
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Waterstaat
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0049544
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2024/regeling-stimulering-schoon-en-emissieloos-bouwen-voor-medeo
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2024/regeling-stimulering-schoon-en-emissieloos-bouwen-voor-medeo/2026-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0049544&g=2026-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0049544&z=2026-06-06&g=2026-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0049544/2026-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2024/regeling-stimulering-schoon-en-emissieloos-bouwen-voor-medeo
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: aanvrager: gemeente, provincie of waterschap; bouwmachine: a. bouwwerktuig: 1°. mobiele machine; 2°. vervoerbare industriële uitrusting; of 3°. voertuig, niet bestemd voor personen- of goederenvervoer over de weg; en 4°. bijlage 1 welke genoemd is in, onderdeel A; of b. hulpfunctie: 1°. machine die is gemonteerd op het chassis van een weg- of spoorvoertuig of een drijvend werktuig; en 2°. bijlage 1 welke genoemd is in, onderdeel B; of c. bouwvoertuig: 1°. voertuig met de in het kentekenregister vastgelegde voertuigkwalificatie N2 of N3 en indien het voertuigcategorie N2 betreft vanaf een gewicht van 4.250 kg; en 2°. bijlage 1 welke genoemd is in, onderdeel C; en d. indien elektrisch aangedreven beschikkende over een continu elektrisch vermogen van 8 kilowatt of hoger. bouwwerkzaamheden: werkzaamheden die zich richten op de nieuwbouw, het onderhoud, de verbouw of het slopen en verwijderen van een onroerende zaak of een gedeelte daarvan, met inbegrip van werkzaamheden gericht op de inrichting van de openbare ruimte in de directe omgeving van een onroerende zaak, met uitzondering van groenonderhoud; CPV-code: Common Procurement Vocabulary, de code voor alle mogelijke soorten overheidsopdrachten voor diensten, leveringen en werken, die aanbestedende diensten gebruiken bij Europese aanbestedingen; emissieloos: x 2 zonder uitlaatemissie van NO, roetdeeltjes en broeikasgassen, uitgezonderd COdie vrijkomt bij gebruik van niet fossiele waterstofdragers in een brandstofcel; inzetdag: dag waarbij een bouwmachine voor minimaal twee uur per etmaal wordt ingezet; inzetplan emissieloos materieel: een opgave van de voor de bouwwerkzaamheid in te zetten emissieloze bouwmachines en vaartuigen en het aantal inzetdagen; Minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat; ontvanger: aanvrager aan wie een rijksbijdrage is toegekend; rijksbijdrage: een specifieke uitkering of een subsidie op grond van deze regeling; vaartuig: richtlijn (EU) 2016/1629 Richtlijn 2009/100/EG Richtlijn 2006/87/EG binnenvaartschip of drijvend werktuig als bedoeld in devan het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2016 tot vaststelling van de technische voorschriften voor binnenschepen, tot wijziging vanen tot intrekking van. 2025 35116 05-11-2025 13-10-2025 IENW/BSK-2025/165421 2025 35116 05-11-2025 13-10-2025 IENW/BSK-2025/165421 01-01-2026
Artikel 2 — Artikel 2 Kaderbesluit subsidies I en M Toepasselijkheid#
Artikel 2 Kaderbesluit subsidies I en M Toepasselijkheid artikelen, 6, eerste en vierde lid 11 12, aanhef en onder c, g en i 14, eerste en vierde lid 17, eerste lid, aanhef en onder a tot en met c en f, tweede lid 18 artikel 15, tweede lid, aanhef en onder b artikel 24, eerste, derde en vierde lid artikel 25, van het Kaderbesluit subsidies I en M De,,,,,en, voor zover het een rijksbijdrage aan een waterschap betreft,enzijn van overeenkomstige toepassing op een rijksbijdrage die op grond van deze regeling wordt verstrekt. 2024 10962 08-04-2024 05-04-2024 IENW/BSK-2024/91785 2024 10962 08-04-2024 05-04-2024 IENW/BSK-2024/91785 09-04-2024
Artikel 3 — Artikel 3 Doel#
Artikel 3 Doel Het doel van deze regeling is het stimuleren van medeoverheden om emissieloos bouwmaterieel toe te passen bij aanbestedingen, daartoe het Convenant Schoon en Emissieloos Bouwen te ondertekenen en daarmee bij te dragen aan doelen op het gebied van stikstofreductie, klimaat en gezondheid. 2024 10962 08-04-2024 05-04-2024 IENW/BSK-2024/91785 2024 10962 08-04-2024 05-04-2024 IENW/BSK-2024/91785 09-04-2024
Artikel 4 — Artikel 4 Kosten die in aanmerking komen voor een rijksbijdrage#
Artikel 4 Kosten die in aanmerking komen voor een rijksbijdrage 1 De Minister kan een rijksbijdrage verstrekken voor kosten van de inzet van emissieloze bouwmachines en emissieloze vaartuigen bij aanbestede bouwwerkzaamheden ten behoeve van een publieke taak waarvoor de aanvrager financieel verantwoordelijk is. 2 Kosten waarvoor reeds een specifieke uitkering of een andere subsidie door het Rijk, een provinciebestuur of een gemeentebestuur is verstrekt aan de aanvrager voor de inzet van emissieloos bouwmaterieel bij de bouwwerkzaamheid of waarvoor reeds gebruik is gemaakt van Europese subsidies voor de inzet van emissieloos bouwmaterieel bij de bouwwerkzaamheid komen niet voor een rijksbijdrage in aanmerking. 2024 37159 19-11-2024 12-11-2024 IENW/BSK-2024/226901 2024 37159 19-11-2024 12-11-2024 IENW/BSK-2024/226901 01-01-2025
Artikel 5 — Artikel 5 Plafond en wijze van verdeling#
Artikel 5 Plafond en wijze van verdeling 1 Het totale rijksbijdrageplafond voor de gehele looptijd van de regeling bedraagt in totaal € 216.000.000 inclusief btw. 2 Het jaarlijkse rijksbijdrageplafond bedraagt: a. voor het jaar 2024: € 18.000.000 inclusief btw; b. voor het jaar 2025: 1°. Wet Mobiliteitsfonds € 51.000.000 inclusief btw voor de kosten van de inzet van emissieloze bouwmachines en emissieloze vaartuigen bij aanbestede bouwwerkzaamheden ten behoeve van aanleg, verbetering, beheer en onderhoud en bediening van infrastructuur als bedoeld in de, die door een provincie, gemeente of waterschap wordt beheerd; 2°. € 20.000.000 inclusief btw voor kosten van de inzet van emissieloze bouwmachines en emissieloze vaartuigen bij aanbestede werkzaamheden die niet onder het tweede lid, onderdeel b, onderdeel 1°, vallen; c. voor het jaar 2026: 1°. € 100.000.000 inclusief btw voor de kosten van de inzet van emissieloze bouwmachines en emissieloze vaartuigen bij aanbestede bouwwerkzaamheden ten behoeve van aanleg, verbetering, beheer en onderhoud en bediening van infrastructuur als bedoeld in de Wet Mobiliteitsfonds, die door een provincie, gemeente of waterschap wordt beheerd; 2°. € 20.000.000 inclusief btw voor kosten van de inzet van emissieloze bouwmachines en emissieloze vaartuigen bij aanbestede werkzaamheden die niet onder het tweede lid, onderdeel c, onderdeel 1°, vallen. 3 De verdeling van het rijksbijdrageplafond, bedoeld in het tweede lid, vindt plaats op volgorde van binnenkomst van de aanvragen met dien verstande dat: a. artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht indien een aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag en met toepassing vande gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag voldoet aan de wettelijke voorschriften met betrekking tot de verdeling als datum van ontvangst geldt; b. indien de Minister op de dag dat het subsidieplafond wordt bereikt meer dan één aanvraag ontvangt, hij de onderlinge rangschikking van die aanvragen vaststelt door middel van loting. 4 Indien op 1 mei 2026 het rijksbijdrageplafond in het tweede lid, onderdeel c, onderdeel 2°, nog niet voor 80% bereikt is, kan het nog beschikbare geld gebruikt worden voor de kosten, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, onderdeel 1°. 5 Indien het rijksbijdrageplafond in het tweede lid, onderdeel c, onderdeel 1°, op enig moment in 2026 volledig bereikt is, kan het rijksbijdrageplafond in het tweede lid, onderdeel c, onderdeel 2°, gebruikt worden voor de kosten genoemd in het tweede lid, onderdeel c, onderdeel 1°. 6 bijlage 2 Per aanvrager genoemd inis voor het betreffende jaar een individueel rijksbijdrageplafond beschikbaar van ten hoogste € 1.000.000 inclusief btw tot en met 30 juni van dat jaar. 7 artikel 6, tweede lid Vanaf 1 juli tot het sluiten van de aanvraagperiode in het betreffende jaar geldt er geen maximaal rijksbijdrageplafond per aanvrager, met inachtneming van het maximale bedrag per aanvrager over de gehele looptijd van de regeling genoemd in. 8 bijlage 2 Nieuwe ondertekenaars van het Convenant Schoon en Emissieloos Bouwen worden inbij de regeling opgenomen vanaf het volgende jaar indien zij dit convenant voor 20 augustus van enig jaar ondertekend hebben. 9 In het jaar dat het totale rijksbijdrageplafond wordt bereikt, wordt het beschikbare bedrag evenredig verdeeld over de medeoverheden die het Convenant Schoon en Emissieloos Bouwen hebben ondertekend. 10 In afwijking van het negende lid hebben nieuwe toetreders tot het Convenant Schoon en Emissieloos Bouwen in het betreffende jaar voorrang boven medeoverheden die reeds een jaarlijks individueel uitkeringsplafond hebben ontvangen. 2025 35116 05-11-2025 13-10-2025 IENW/BSK-2025/165421 2025 35116 05-11-2025 13-10-2025 IENW/BSK-2025/165421 01-01-2026
Artikel 6 — Artikel 6 Hoogte van de rijksbijdrage#
Artikel 6 Hoogte van de rijksbijdrage 1 bijlage 3 De hoogte van de rijksbijdrage exclusief btw wordt bepaald volgens de tabellen in, waarbij € 2.400 inclusief btw wordt opgeteld als forfaitair startbedrag. 2 De som van de uitgekeerde rijksbijdragen per aanvrager gedurende de looptijd van de regeling bedraagt ten hoogste € 5.000.000 inclusief de gemaakte kosten aan btw. 2025 35116 05-11-2025 13-10-2025 IENW/BSK-2025/165421 2025 35116 05-11-2025 13-10-2025 IENW/BSK-2025/165421 01-01-2026
Artikel 7 — Artikel 7 Aanvraag tot verlening#
Artikel 7 Aanvraag tot verlening 1 Een rijksbijdrage wordt op aanvraag verstrekt. 2 Een aanvraag voor een rijksbijdrage kan bij de Minister worden ingediend: a. voor het jaar 2024 vanaf 16 april tot en met 20 augustus; b. voor het jaar 2025 vanaf 14 januari tot en met 12 september; c. voor het jaar 2026 vanaf 13 januari tot en met 11 september. 3 Een aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een door de Minister ter beschikking gesteld aanvraagformulier. 4 Per aanvraag kan voor één bouwwerkzaamheid een rijksbijdrage worden aangevraagd. 5 De aanvraag bevat in ieder geval de volgende gegevens: a. een korte omschrijving van de bouwwerkzaamheid waarvoor de aanvraag wordt ingediend; b. de CPV-code waarop de bouwwerkzaamheid hoofdzakelijk betrekking heeft; c. de financiële omvang van de bouwwerkzaamheid; d. indien van toepassing het bedrag aan compensabele btw; e. de geplande start- en einddatum van de bouwwerkzaamheid; f. bijlage 1 een inzetplan emissieloos materieel met daarop vermeld uitsluitend bouwmachines die zijn vermeld inof vaartuigen, die emissieloos zijn en die, indien elektrisch aangedreven, beide een continu elektrisch vermogen hebben van 8 kilowatt of hoger; g. het bankrekeningnummer waarop het rijksbijdragebedrag dient te worden gestort. 2025 35116 05-11-2025 13-10-2025 IENW/BSK-2025/165421 2025 35116 05-11-2025 13-10-2025 IENW/BSK-2025/165421 01-01-2026
Artikel 8 — Artikel 8 Voorwaarden#
Artikel 8 Voorwaarden Uitsluitend aanvragen die voldoen aan de volgende voorwaarden worden in behandeling genomen: a. de aanvrager heeft het Convenant Schoon en Emissieloos Bouwen getekend; b. de werkzaamheid betreft een bouwwerkzaamheid ten behoeve van een publieke taak waarvoor de aanvrager financieel verantwoordelijk is; c. de eerste inzet bij de bouwwerkzaamheid van de in het inzetplan emissieloos materieel genoemde bouwmachines of vaartuigen is uiterlijk vijf maanden voor de aanvraagdatum gestart. 2024 37159 19-11-2024 12-11-2024 IENW/BSK-2024/226901 2024 37159 19-11-2024 12-11-2024 IENW/BSK-2024/226901 01-01-2025 Abusievelijk is voor onderdeel b een wijzigingsopdracht
geformuleerd die niet geheel juist is.
Artikel 9 — Artikel 9 Verlening#
Artikel 9 Verlening Een besluit tot verlening vermeldt in ieder geval: a. de bouwwerkzaamheid waarvoor de rijksbijdrage wordt verleend; b. het bedrag van de rijksbijdrage; c. indien van toepassing het bedrag dat betrekking heeft op de compensabele btw-component en, indien van toepassing, dat toegevoegd is aan het BTW-compensatiefonds; d. de wijze waarop het bedrag van de rijksbijdrage is bepaald; e. de periode waarvoor de rijksbijdrage wordt verleend; en f. indien het een rijksbijdrage van minder dan € 25.000,- betreft aan een waterschap: de datum waarop de subsidie ambtshalve wordt vastgesteld. 2024 10962 08-04-2024 05-04-2024 IENW/BSK-2024/91785 2024 10962 08-04-2024 05-04-2024 IENW/BSK-2024/91785 09-04-2024
Artikel 10 — Artikel 10 Voorwaardelijke verlening#
Artikel 10 Voorwaardelijke verlening artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht Een rijksbijdrage ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld, wordt verleend onder de voorwaarde, bedoeld in. 2024 10962 08-04-2024 05-04-2024 IENW/BSK-2024/91785 2024 10962 08-04-2024 05-04-2024 IENW/BSK-2024/91785 09-04-2024
Artikel 11 — Artikel 11 Verplichtingen ontvanger#
Artikel 11 Verplichtingen ontvanger 1 De bouwwerkzaamheid start uiterlijk binnen 12 maanden na verlening en is uiterlijk binnen vier jaar na verlening van de rijksbijdrage afgerond. 2 Per aanvraag kan eenmalig één jaar uitstel aangevraagd worden van de start of afronding van de bouwwerkzaamheid bij de Minister. 3 bijlage 3 Zodra bekend is bij de aanvrager dat de inzet van het emissieloos bouwmaterieel zodanig anders is in de praktijk dat daardoor de berekende kosten, zoals berekend op basis van het inzetplan emissieloos materieel conform, minimaal 10% lager uitvallen dan waarvoor een vergoeding is verstrekt bij de verlening, dient de ontvanger hiervan melding te doen bij de Minister. 4 Na afronding van de bouwwerkzaamheid worden op verzoek de ervaringen, resultaten en knelpunten gedeeld met de Minister volgens een door de Minister vastgesteld formulier. 5 De aanvrager verleent binnen een door de Minister te stellen termijn medewerking aan een door de Minister ingesteld evaluatieonderzoek. 2025 35116 05-11-2025 13-10-2025 IENW/BSK-2025/165421 2025 35116 05-11-2025 13-10-2025 IENW/BSK-2025/165421 01-01-2026
Artikel 12 — Artikel 12 Bevoorschotting#
Artikel 12 Bevoorschotting artikel 9 De Minister verstrekt bij het besluit tot verlening, bedoeld in, een voorschot van 100%, dat binnen vier weken na de beschikking tot verlening wordt betaald. 2024 10962 08-04-2024 05-04-2024 IENW/BSK-2024/91785 2024 10962 08-04-2024 05-04-2024 IENW/BSK-2024/91785 09-04-2024
Artikel 13 — Artikel 13 Verantwoording gemeenten en provincies#
Artikel 13 Verantwoording gemeenten en provincies artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet Gemeenten en provincies leggen verantwoording af over de besteding van de rijksbijdrage op de wijze bepaald in. 2024 10962 08-04-2024 05-04-2024 IENW/BSK-2024/91785 2024 10962 08-04-2024 05-04-2024 IENW/BSK-2024/91785 09-04-2024
Artikel 14 — Artikel 14 Vaststelling van de rijksbijdrage#
Artikel 14 Vaststelling van de rijksbijdrage 1 artikel 13 De Minister stelt de rijksbijdrage voor provincies en gemeenten vast uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de eindverantwoording, bedoeld inheeft plaatsgevonden. 2 De Minister stelt een rijksbijdrage voor een waterschap van minder dan € 25.000,- ambtshalve vast. 3 Waterschappen dienen voor een rijksbijdrage van € 25.000,- of meer de aanvraag tot subsidievaststelling bij de Minister in. 4 Een besluit tot vaststelling vermeldt in ieder geval: a. het bedrag van de vastgestelde rijksbijdrage; b. het betaalde voorschot; c. wanneer van toepassing, het terug te vorderen bedrag. 2024 10962 08-04-2024 05-04-2024 IENW/BSK-2024/91785 2024 10962 08-04-2024 05-04-2024 IENW/BSK-2024/91785 09-04-2024
Artikel 15 — Artikel 15 Evaluatieverslag#
Artikel 15 Evaluatieverslag De Minister publiceert uiterlijk op 1 oktober 2029 een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de rijksbijdrage in de praktijk. 2024 10962 08-04-2024 05-04-2024 IENW/BSK-2024/91785 2024 10962 08-04-2024 05-04-2024 IENW/BSK-2024/91785 09-04-2024
Artikel 16 — Artikel 16 Inwerkingtreding en vervaldatum#
Artikel 16 Inwerkingtreding en vervaldatum 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin de regeling wordt geplaatst. 2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 april 2029, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op een rijksbijdrage die voor die datum is aangevraagd. 2024 10962 08-04-2024 05-04-2024 IENW/BSK-2024/91785 2024 10962 08-04-2024 05-04-2024 IENW/BSK-2024/91785 09-04-2024
Artikel 17 — Artikel 17 Citeertitel#
Artikel 17 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling stimulering schoon en emissieloos bouwen voor medeoverheden. 2024 10962 08-04-2024 05-04-2024 IENW/BSK-2024/91785 2024 10962 08-04-2024 05-04-2024 IENW/BSK-2024/91785 09-04-2024
Artikel 1#
artikel 1
Artikel 5#
artikel 5
Artikel 6#
artikel 6