Regeling van de Minister van Buitenlandse Zaken van 6 februari 2024, nr. MinBuZa.2024.20449-9, houdende beperkende maatregelen ten aanzien van Hamas en de Palestijnse Islamitische Jihad (Sanctieregeling Hamas en PIJ 2024)
- BWB-id
- BWBR0049353
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Buitenlandse Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-04-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0049353
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2024/sanctieregeling-hamas-en-pij-2024
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2024/sanctieregeling-hamas-en-pij-2024/2025-04-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0049353&g=2025-04-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0049353&z=2026-06-06&g=2025-04-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0049353/2025-04-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2024/sanctieregeling-hamas-en-pij-2024
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Verordening (EU) 2024/386 Verordening (EU) 2024/386 In deze regeling wordt verstaan onder:van de Raad van de Europese Unie van 19 januari 2024 tot vaststelling van beperkende maatregelen tegen degenen die gewelddadige acties door Hamas en de Palestijnse Islamitische Jihad steunen, faciliteren of mogelijk maken (PbEU 19 januari 2024, nummer 00386). 2024 4542 13-02-2024 06-02-2024 MinBuZa.2024.20449-9 2024 4542 13-02-2024 06-02-2024 MinBuZa.2024.20449-9 14-02-2024
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Verordening (EU) 2024/386 Het is verboden te handelen in strijd met de artikelen 2, eerste en tweede lid, 8, eerste lid, en 9, eerste lid, van. 2 Verordening (EU) 2024/386 Een verbod als bedoeld in het eerste lid is niet van toepassing in gevallen waarin artikel 3, eerste lid, 4, eerste of tweede lid, 5, eerste lid, 6, eerste lid, of 7 vanvan toepassing is. 2024 4542 13-02-2024 06-02-2024 MinBuZa.2024.20449-9 2024 4542 13-02-2024 06-02-2024 MinBuZa.2024.20449-9 14-02-2024
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Verordening (EU) 2024/386 artikel 10, tweede lid, onder a, c, e tot en met j en, voor zover het een bank of elektronischgeldinstelling betreft die cryptoactivadiensten aanbiedt, l, van de Sanctiewet 1977 Verordening (EU) 2024/386 Verordening (EU) 2024/386 De bevoegde autoriteit, bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, 4, tweede en derde lid, 5, eerste lid, 6, eerste lid, 7, eerste lid, en 8, eerste lid, vanis de Minister van Financiën voor zover het betreft de vrijgave of beschikbaarstelling van tegoeden of informatie van financiële aard, met dien verstande dat instellingen als bedoeld inde informatie, bedoeld in artikel 8, eerste lid, vanverstrekken aan De Nederlandsche Bank en instellingen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, onder b, d, k en, voor zover het een andere instelling betreft dan een bank of elektronischgeldinstelling die cryptoactivadiensten aanbiedt, l, van de Sanctiewet 1977 de informatie, bedoeld in artikel 8, eerste lid, vanverstrekken aan de Autoriteit Financiële Markten. De Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten zijn ten behoeve van de uitvoering van voornoemd artikel 8 bevoegd de ontvangen informatie aan de Minister van Financiën te verstrekken. 2 Verordening (EU) 2024/386 De bevoegde autoriteit, bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, 4, tweede en derde lid, 5, eerste lid, 6, eerste lid, en 8, eerste lid, vanis de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking voor zover het betreft de vrijgave of beschikbaarstelling van economische middelen of informatie anders dan van financiële aard. 3 artikel 1 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen artikel 10g van de Sanctiewet 1977 artikel 2 van de Sanctiewet 1977 De Minister die het aangaat is, of zelfstandige bestuursorganen als bedoeld inzijn, onverminderd de bepalingen terzake in bindende besluiten van organen van de Europese Unie of andere volkenrechtelijke organisaties, in afwijking vanbevoegd om gegevens of inlichtingen verkregen bij de vervulling van de hem bij of krachtens enig wettelijk voorschrift opgedragen taken, te verstrekken aan Nederlandse of buitenlandse overheidsinstanties dan wel aan Nederlandse of buitenlandse van overheidswege aangewezen instanties die belast zijn met het toezicht op de naleving of met de uitvoering van de verdragen, besluiten, aanbevelingen en afspraken, bedoeld in, tenzij: a. het doel waarvoor de gegevens of inlichtingen zullen worden gebruikt onvoldoende bepaald is; b. de verstrekking van de gegevens of inlichtingen zich niet zou verdragen met de Nederlandse wet of de openbare orde; c. de vertrouwelijkheid van de gegevens of inlichtingen niet in voldoende mate is gewaarborgd; d. Sanctiewet 1977 de verstrekking van de gegevens of inlichtingen redelijkerwijs in strijd is of zou kunnen komen met de belangen die debeoogt te beschermen; of e. onvoldoende is gewaarborgd dat de gegevens of inlichtingen niet zullen worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor deze worden verstrekt. 4 Verordening (EU) 2024/386 De bevoegde autoriteiten, bedoeld in artikel 8, vijfde lid, vanzijn: a. Sanctiewet 1977 alle bevoegde autoriteiten die zijn aangewezen bij of krachtens de; b. Sanctiewet 1977 Verordening (EU) 2024/386 alle toezichthouders en toezichthoudende ambtenaren die bij of krachtens debelast zijn met het toezicht op de naleving vanof de bij of krachtens de Sanctiewet 1977 gestelde voorschriften; c. Sanctiewet 1977 Verordening (EU) 2024/386 of alle autoriteiten of beheerders van registers die bij of krachtens debelast zijn met de uitvoering van. 2025 11079 31-03-2025 24-03-2025 BZ2514288 2025 11079 31-03-2025 24-03-2025 BZ2514288 01-04-2025
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Deze regeling wordt aangehaald als: Sanctieregeling Hamas en PIJ 2024. 2024 4542 13-02-2024 06-02-2024 MinBuZa.2024.20449-9 2024 4542 13-02-2024 06-02-2024 MinBuZa.2024.20449-9 14-02-2024
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2024 4542 13-02-2024 06-02-2024 MinBuZa.2024.20449-9 2024 4542 13-02-2024 06-02-2024 MinBuZa.2024.20449-9 14-02-2024