Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 13 december 2024, nr. OVO/49358107, houdende regels voor de subsidieverstrekking ten behoeve van het uitvoeren van het Innovatieprogramma Onderwijshuisvesting (Subsidieregeling Innovatieprogramma Onderwijshuisvesting)
- BWB-id
- BWBR0050569
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-11-26
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0050569
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2024/subsidieregeling-innovatieprogramma-onderwijshuisvesting
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2024/subsidieregeling-innovatieprogramma-onderwijshuisvesting/2025-11-26
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0050569&g=2025-11-26
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0050569&z=2026-06-06&g=2025-11-26
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0050569/2025-11-26
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2024/subsidieregeling-innovatieprogramma-onderwijshuisvesting
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepaling#
Artikel 1 Begripsbepaling In deze regeling wordt verstaan onder: achterstandsscore: a. voor het voortgezet onderwijs: achterstandsscore zoals gepubliceerd op 7 maart 2024 door het Centraal Bureau voor de Statistiek op peildatum 1 oktober 2022, met dien verstande dat voor een vestiging voor praktijkonderwijs, de achterstandsscore zonder drempel voor praktijkonderwijs wordt gehanteerd en dat voor overige vestigingen voor voortgezet onderwijs de achterstandsscores met drempel voor het vmbo, havo en/of vwo worden gehanteerd; b. artikel 18 van het Besluit bekostiging WPO 2022 voor het primair onderwijs: achterstandsscore met drempel, als bedoeld in, zoals gepubliceerd op 7 oktober 2024 door het Centraal Bureau voor de Statistiek, op basis van de onderwijsscores van de leerlingen die op 1 februari 2024 zijn ingeschreven op een basisschool; adaptief schoolgebouw: schoolgebouw dat flexibel is ingedeeld, waardoor het gebouw aanpasbaar is aan toekomstige nieuwe onderwijsconcepten en een toekomstige nieuwe indeling van installaties; bevoegd gezag: artikel 1 van de WPO artikel 1 van de WEC artikel 1.1 van de WVO 2020 bevoegd gezag als bedoeld in,of; bouwheer: artikel 103 van de WPO artikel 101 van de WEC artikel 6.13 van de WVO 2020 bevoegd gezag of gemeente die de voorziening in de huisvesting, bedoeld in,oftot stand brengt; bouwproject: technisch, functioneel en in de tijd samenhangend geheel van werkzaamheden ten behoeve van een schoolgebouw; bundel: groep van drie bouwprojecten binnen hetzelfde leerlab waarin ten minste twee bevoegde gezagsorganen en twee of drie gemeenten participeren; dislocatie: deel van een vestiging in het primair onderwijs waarin leerlingen worden gehuisvest in een ander gebouw en op een andere locatie dan het hoofdgebouw waarmee feitelijk ruimtegebrek in het hoofdgebouw van de school wordt opgevangen; DUS-I: Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen; energielabel: bijlage I bij artikel 1.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving schriftelijke verklaring over de energieprestatie van een gebouw als bedoeld in; ENG: 2 energieneutraal hetgeen betekent dat het primair fossiel energiegebruik kleiner of gelijk is aan 0 kWh/mgebruiksoppervlakte per jaar conform NEN NTA 8800; inclusief schoolgebouw: schoolgebouw met passende voorzieningen waarbij ruimte is voor individuele zorg, verzorging of ondersteuning, om participatie en een goede leeromgeving voor alle leerlingen te realiseren, ook voor leerlingen die speciale onderwijszorg en extra ondersteuning behoeven, waarbij het gebouw de mogelijkheid biedt tot samenwerking met partners gericht op inclusie; innovatiekosten: kosten om te komen tot een vernieuwing in product of proces met als doel deze vernieuwing in de praktijk te kunnen toetsen en valideren; Kaderregeling: Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS ; leerlab: leerlab 1, leerlab 2 of leerlab 3; leerlab 1: artikel 5, derde lid, onderdeel a leerlab als bedoeld in; leerlab 2: artikel 5, derde lid, onderdeel b leerlab als bedoeld in; leerlab 3: artikel 5, derde lid, onderdeel c leerlab als bedoeld in; monument: artikel 1.1 van de Erfgoedwet rijksmonument als bedoeld inof een op grond van een provinciale verordening of gemeentelijke verordening beschermd monument; minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; penvoerder: bevoegd gezag dat namens de in het bouwproject vertegenwoordigde bevoegde gezagsorganen als aanvrager optreedt bij het aanvragen van subsidie op grond van deze regeling; praktijkonderwijs: artikel 2.8 van de WVO 2020 onderwijs als bedoeld in; primair onderwijs: artikel 1 van de WPO artikel 1 van de WEC onderwijs dat gegeven wordt op een basisschool of een speciale school voor basisonderwijs als bedoeld inen onderwijs dat gegeven wordt op een school of instelling als bedoeld in; Programma van Eisen Frisse Scholen 2021: eisen met betrekking tot het realiseren van een goed binnenmilieu en een lage energierekening zoals gepubliceerd door Rijksdienst voor Ondernemend Nederland met publicatienummer RVO-079-2021/BR-DUZA; programmabureau: Kenniscentrum Ruimte-OK dat de programmaorganisatie van het Innovatieprogramma Onderwijshuisvesting voor zijn rekening neemt; projectperiode: periode tussen deelname aan de eerste leerlab-bijeenkomst en de datum van oplevering van het vervangende of gerenoveerde schoolgebouw; renovatie: alternatief voor nieuwbouw, bestaande uit vernieuwing of grootschalige verandering van een gebouw door een samenhangend geheel van maatregelen, dat gericht is op het verlengen van de levensduur van het gebouw; schoolgebouw: artikel 1 van de WPO artikel 1.1 van de WVO 2020 artikel 1 van de WEC artikel 2.6.1 van de WEB gebouw dat mede dan wel uitsluitend wordt gebruikt voor een door het Rijk bekostigde school als bedoeld in,of, of een gebouw dat mede dan wel uitsluitend wordt gebruikt voor een verticale scholengemeenschap als bedoeld; Technology Readiness Level: methode voor het vaststellen van de mate van ontwikkeling van een technologie; vervangende nieuwbouw: het bouwen van een nieuw toekomstbestendig schoolgebouw ter vervanging van een verouderd schoolgebouw; vestiging: artikel 1 van de WPO artikel 76a artikel 76b van de WEC artikel 4.13 van de WVO 2020 artikel 4.14 van de WVO 2020 artikel 12.2.4 van de WEB hoofdvestiging of nevenvestiging van een school als bedoeld inofen, hoofdvestiging als bedoeld inof nevenvestiging als bedoeld in, met inbegrip van een vestiging van een school voor voorbereidend beroepsonderwijs die deel uitmaakt van een verticale scholengemeenschap die van rechtswege is ontstaan na de omzetting op grond van; vestiging voor praktijkonderwijs: vestiging waar op 1 oktober 2022 meer dan 50% van de leerlingen praktijkonderwijs volgt, op grond van de leerlingtelling op basis waarvan de achterstandsscores door CBS zijn berekend; voortgezet onderwijs: artikel 1.1 van de WVO 2020 onderwijs dat gegeven wordt op een school als bedoeld in; WEB: Wet educatie en beroepsonderwijs ; WEC: Wet op de expertisecentra ; WPO: Wet op het primair onderwijs ; WVO 2020: Wet voortgezet onderwijs 2020 . 2024 42099 19-12-2024 13-12-2024 OVO/49358107 2024 42099 19-12-2024 13-12-2024 OVO/49358107 20-12-2024
Artikel 2 — Artikel 2 Kaderregeling Toepasselijkheid#
Artikel 2 Kaderregeling Toepasselijkheid Kaderregeling Deze regeling geldt in aanvulling op de. 2024 42099 19-12-2024 13-12-2024 OVO/49358107 2024 42099 19-12-2024 13-12-2024 OVO/49358107 20-12-2024
Artikel 3 — Artikel 3 Doelstelling van de regeling#
Artikel 3 Doelstelling van de regeling Deze regeling is onderdeel van het Innovatieprogramma Onderwijshuisvesting waarin vanuit thematische leerlabs op basis van een lerende, monitorende en onderzoekende opzet binnen bouwprojecten kennis wordt ontwikkeld over innovatievraagstukken met als doel het sneller en kostenefficiënter realiseren van toekomstbestendige schoolgebouwen die hoog presteren op het gebied van duurzaamheid, gezond binnenklimaat, adaptiviteit en inclusie. Met deze regeling wordt door middel van subsidieverstrekking bijgedragen aan deze doelstelling. 2024 42099 19-12-2024 13-12-2024 OVO/49358107 2024 42099 19-12-2024 13-12-2024 OVO/49358107 20-12-2024
Artikel 4 — Artikel 4 In aanmerking komende kosten#
Artikel 4 In aanmerking komende kosten 1 artikel 3 De minister kan op aanvraag van een bevoegd gezag subsidie verstrekken voor de deelname aan een leerlab, voor activiteiten die kunnen bijdragen aan de realisatie van de doelstelling, bedoeld in. Daarbij komen de volgende kosten voor subsidie in aanmerking: a. innovatiekosten; en b. kosten van aanvullende maatregelen om te komen tot een duurzaam, gezond, inclusief en adaptief schoolgebouw, waarbij het schoolgebouw voor wat betreft duurzaamheid aan ENG voldoet en wat betreft gezondheid voldoet aan het Programma van Eisen Frisse Scholen 2021 op de aspecten lucht en temperatuur. 2 Een subsidie gericht op deelname aan leerlab 1 wordt uitsluitend verstrekt voor vervangende nieuwbouw ten behoeve van het primair onderwijs of het praktijkonderwijs. 3 Een subsidie gericht op deelname aan leerlab 2 wordt uitsluitend verstrekt voor renovatie. 4 Uitsluitend de binnen de projectperiode gemaakte, aan het bouwproject toe te rekenen kosten komen voor subsidie in aanmerking. 5 Op grond van deze regeling wordt geen subsidie verstrekt: a. voor kosten die reeds uit andere hoofde zijn of worden gesubsidieerd of bekostigd; b. voor kosten ten behoeve van delen van een schoolgebouw die niet gebruikt worden of zullen worden gebruikt ten behoeve van het onderwijs; c. voor kosten van personeel in vaste dienst van het bevoegd gezag; en d. artikel 92 van de WPO artikel 6.2 van de WVO 2020 artikel 90 van de WEC voor reguliere kosten voor voorzieningen in de onderwijshuisvesting als bedoeld,of. 2024 42099 19-12-2024 13-12-2024 OVO/49358107 2024 42099 19-12-2024 13-12-2024 OVO/49358107 20-12-2024
Artikel 5 — Artikel 5 Aanvraag van de subsidie#
Artikel 5 Aanvraag van de subsidie 1 Een aanvraag voor een subsidie heeft betrekking op één bouwproject. 2 Een bouwproject kan betrekking hebben op meerdere vestigingen van een bevoegd gezag, of vestigingen van verschillende bevoegde gezagsorganen. In dat laatste geval wordt de subsidie overeenkomstig het achtste lid aangevraagd door een penvoerder. 3 Een aanvraag voor een subsidie heeft betrekking op deelname aan één van de drie leerlabs: a. leerlab 1: ‘Parametrisch bouwen’ dat zich richt op het toewerken naar een bouwstandaard voor het realiseren van geüniformeerde scholenbouw waarbij gebruik wordt gemaakt van een parametrisch basismodel en met een focus op passiefbouw; b. leerlab 2: ‘Processen en procedures’ dat zich richt op het beter en sneller doorlopen van processen en procedures met een focus op biobased en natuurinclusief bouwen; of c. leerlab 3: ‘Inclusieve scholen’ dat zich richt op het toepassen en wetenschappelijk onderzoeken van inclusieve maatregelen. 4 Een aanvraag voor subsidie voor deelname aan leerlab 1 en 2 kan uitsluitend worden ingediend als het bouwproject waarvoor de subsidie wordt aangevraagd onderdeel vormt van een bundel. 5 Als het bouwproject onderdeel is van een bundel kan het bevoegd gezag voor maximaal twee bouwprojecten binnen een bundel subsidie aanvragen, waarbinnen twee of drie gemeenten participeren. 6 Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het aanvraagformulier dat door de minister ter beschikking is gesteld op de website van de DUS-I. 7 Kaderregeling Een aanvraag bevat in afwijking van deten minste: a. het Brin-nummer met vestigingserkenning-code van de binnen het bouwproject betrokken schoolvestigingen en de bijbehorende adresgegevens; b. een korte omschrijving van het bouwproject, waarbij in ieder geval wordt vermeld of sprake is van vervangende nieuwbouw of renovatie, alsmede voor welk type onderwijs het betreffende bouwproject wordt gerealiseerd; c. een vermelding van het leerlab waar de subsidieaanvraag op is gericht; d. een door een erkend deskundige afgegeven geldig energielabel van het te renoveren of te vervangen schoolgebouw ten behoeve waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; e. een door een erkend deskundige opgestelde bouwkundige rapportage conform NEN 2767 van het te renoveren of te vervangen schoolgebouw; f. artikel 6, eerste lid een bewijs van deelname aan het gesprek, bedoeld in; g. indien sprake is van renovatie, een document waaruit het oorspronkelijke bouwjaar van het te renoveren schoolgebouw blijkt, indien het bouwjaar niet juist is geregistreerd in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen; h. artikel 10, derde en vierde lid indien sprake is van een dislocatie waarbij de leerlingen staan ingeschreven op een andere vestiging dan de binnen het bouwproject betrokken schoolvestiging, wordt het aantal geprognosticeerde leerlingen op de dislocatie doorgegeven en het Brin-nummer met vestigingserkenning-code van de vestiging waarop de leerlingen ingeschreven staan. Het door aanvrager opgegeven aantal leerlingen op de dislocatie mag niet hoger zijn dan het aantal leerlingen, als bedoeld in, van deze vestiging; i. artikel 10, derde lid indien sprake is van een vestiging binnen het voortgezet onderwijs, waarvan niet alle leerlingen van deze vestiging in het te renoveren of nieuw te bouwen schoolgebouw worden gehuisvest, wordt het geprognotiseerde aantal van deze leerlingen doorgegeven en het Brin-nummer met vestigingserkenning-code van de vestiging waarop de leerlingen ingeschreven staan. Het door aanvrager opgeven aantal leerlingen mag niet hoger zijn dan het aantal leerlingen, als bedoeld in, van deze vestiging; j. artikel 12, eerste, tweede en zesde lid artikel 13, eerste lid, onderdelen a, b, c, d en e artikel 14, eerste lid, onderdelen a, b, c en d artikel 15, eerste lid, onderdelen a en b indien de gemeente als bouwheer optreedt, een afschrift van een samenwerkingsovereenkomst tussen het bevoegd gezag en de gemeente als bouwheer ter uitvoering van het bouwproject, waarbij de samenwerkingsovereenkomst in elk geval afspraken bevat over de medewerking van de gemeente als bouwheer van het bouwproject aan de uitvoering van het bouwproject en de naleving van de aan de subsidie verbonden verplichtingen, bedoeld in, en voor zover van toepassing,en; k. artikel 95 van de WPO artikel 6.5 van de WVO 2020 artikel 93 van de WEC indien sprake is van vervangende nieuwbouw of renovatie, voor zover de kosten voor renovatie deels dan wel geheel voor rekening van de gemeente komen, een verklaring van het college van burgemeester en wethouders waaruit blijkt dat de gemeente zich heeft gecommitteerd aan de aanvraag van de subsidie en dat het bouwproject waarvoor de subsidie wordt aangevraagd als voorziening is opgenomen in het programma voor huisvestingsvoorzieningen, bedoeld in,ofof een verklaring anderszins waaruit blijkt dat de financiering voor het bouwproject door de gemeente is toegezegd; l. indien sprake is van renovatie en voor zover de kosten voor renovatie deels dan wel geheel voor rekening van het bevoegd gezag komen, een verklaring van het bevoegd gezag waarin financiering wordt toegezegd voor deze kosten; m. artikel 111 van de WPO artikel 6.21 van de WVO 2020 artikel 109 van de WEC artikel 4, vijfde lid, onderdeel d indien sprake is van doordecentralisatie van huisvestingstaken als bedoeld in,of, een verklaring van het bevoegd gezag waarin financiering uit de structurele doordecentralisatievergoeding wordt toegezegd voor de kosten bedoeld in; n. artikel 10, vierde lid indien een groei van het leerlingenaantal in het speciaal onderwijs wordt verwacht het verwachte aantal leerlingen in 2039, bedoeld in. 8 Indien een bouwproject door meerdere bevoegde gezagsorganen wordt uitgevoerd, treedt één van deze partijen als penvoerder op. De subsidie wordt aangevraagd door, verstrekt aan en verantwoord door de penvoerder. Op de penvoerder rusten alle aan de subsidie verbonden verplichtingen, ongeacht welk bevoegd gezag feitelijk is belast met de uitvoering van de daarop betrekking hebbende werkzaamheden. Bij de aanvraag wordt een door alle in het bouwproject vertegenwoordigde bevoegde gezagsorganen getekende overeenkomst gevoegd waarin zij verklaren dat de penvoerder gemachtigd is om hen in het kader van de subsidieverstrekking in en buiten rechte te vertegenwoordigen en dat alle gegevens die noodzakelijk zijn voor de verantwoording op verzoek aan de aanvrager worden verstrekt. 9 Een aanvraag voor de subsidie wordt ingediend in de periode van 1 mei 2025, 9:00 uur tot 30 juni 2025, 23:59 uur. 10 Aanvragen die buiten het aanvraagtijdvak worden ingediend, worden afgewezen. 2025 14155 24-04-2025 14-04-2025 OVO/51869912 2025 14155 24-04-2025 14-04-2025 OVO/51869912 25-04-2025
Artikel 6 — Artikel 6 Voorwaarden#
Artikel 6 Voorwaarden 1 Het bevoegd gezag voert voorafgaand aan de subsidieaanvraag een verkennend gesprek met het programmabureau, met als doel de ontwikkelvraag van het bouwproject te concretiseren en te verkennen bij welk leerlab het bouwproject het beste zou kunnen aansluiten. 2 Het te renoveren of te vervangen schoolgebouw beschikt over een geldig energielabel klasse C, D, E, F, of G dat nog overeenstemt met de actuele staat van het schoolgebouw. 3 Het te renoveren of te vervangen schoolgebouw heeft op grond van een NEN 2767 conditiemeting een totale conditiescore van 3, 4, 5 of 6. 4 Het bouwproject bevindt zich ten tijde van de indiening van de aanvraag in een fase waarin de kwaliteitseisen vanuit het innovatieprogramma kunnen worden bepaald. 5 artikel 4, vijfde lid, onderdeel d artikel 5, zevende lid, onderdeel l Subsidie wordt uitsluitend verstrekt indien sprake is van financiering van de kosten, bedoeld in, of. 6 Het bouwproject is ofwel gericht op scholenbouw binnen het basisonderwijs, speciaal basisonderwijs, speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs of praktijkonderwijs, ofwel gericht op scholenbouw binnen het voorbereidend beroepsonderwijs, mavo, havo of vwo. 7 Een bouwproject dat gericht is op nieuwbouw of renovatie ten behoeve van een nieuw te stichten school is uitgesloten van deelname. 2025 14155 24-04-2025 14-04-2025 OVO/51869912 2025 14155 24-04-2025 14-04-2025 OVO/51869912 25-04-2025
Artikel 7 — Artikel 7 Specifieke voorwaarden#
Artikel 7 Specifieke voorwaarden 1 artikel 6 Onverminderdkomen aanvragen voor deelname aan leerlab 1 en 2 uitsluitend in aanmerking voor subsidie indien het bouwproject waarvoor de subsidie wordt aangevraagd onderdeel vormt van een bundel. Voor leerlab 2 geldt dat de bundel bestaat uit bouwprojecten die ofwel gericht zijn op renovatie van scholenbouw binnen het basisonderwijs, speciaal basisonderwijs, speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs of praktijkonderwijs ofwel gericht zijn op renovatie van scholenbouw binnen het voorbereidend beroepsonderwijs, mavo, havo of vwo. 2 artikel 6 Onverminderdgeldt als voorwaarde voor deelname aan leerlab 1 en 2 dat ten minste 66% van de leerlingen van alle vestigingen binnen een bundel ingeschreven staat op een vestiging met een positieve achterstandsscore. Hierbij wordt uitgegaan van de leerlingtelling op basis waarvan de achterstandsscores door CBS zijn berekend. Voor vestigingen van scholen voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs, of van speciale scholen voor basisonderwijs, geldt dat alle vestigingen worden beschouwd als een vestiging met een positieve achterstandsscore en wordt uitgegaan van de leerlingtelling van 1 februari 2024. 3 Het tweede lid is niet van toepassing voor deelname aan leerlab 2, indien een bundel is gericht op renovatie binnen het voorbereidend beroepsonderwijs, mavo, havo of vwo. 4 artikel 6 Onverminderdgeldt als voorwaarde voor deelname aan leerlab 2 en 3 dat het te renoveren schoolgebouw initieel gebouwd is in de periode van 1946 tot 1992. Een schoolgebouw dat als monument staat geregistreerd is uitgesloten van deelname. 2025 21798 25-06-2025 24-06-2025 OVO/52866777 2025 21798 25-06-2025 24-06-2025 OVO/52866777 26-06-2025
Artikel 8 — Artikel 8 Weigeringsgronden#
Artikel 8 Weigeringsgronden 1 artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht Onverminderdwijst de minister een aanvraag voor een subsidie af, indien: a. artikel 4 niet is voldaan aan het bepaalde in; of b. artikel 6 artikel 7 niet is voldaan aan de voorwaarden, bedoeld inen voor zover van toepassing. 2 Indien één aanvraag binnen een bundel wordt afgewezen worden de overige aanvragen binnen de desbetreffende bundel ook afgewezen. 2024 42099 19-12-2024 13-12-2024 OVO/49358107 2024 42099 19-12-2024 13-12-2024 OVO/49358107 20-12-2024
Artikel 9 — Artikel 9 Subsidieplafond#
Artikel 9 Subsidieplafond 1 Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is een totaalbedrag van € 96.544.604 beschikbaar. Dit subsidieplafond is verdeeld over zeven plafonds, waarvan: a. ten hoogste € 21.009.683 beschikbaar is voor leerlab 1 voor uitsluitend vervangende nieuwbouw ten behoeve van het primair onderwijs of het praktijkonderwijs; b. ten hoogste € 26.399.881 beschikbaar is voor leerlab 2 voor uitsluitend renovatie ten behoeve van het primair onderwijs of het praktijkonderwijs; c. ten hoogste € 26.718.929 beschikbaar is voor leerlab 2 voor uitsluitend renovatie ten behoeve van het voortgezet onderwijs met uitzondering van het praktijkonderwijs; d. ten hoogste € 2.334.409 beschikbaar is voor leerlab 3 voor uitsluitend vervangende nieuwbouw ten behoeve van het primair onderwijs of het praktijkonderwijs; e. ten hoogste € 2.199.990 beschikbaar is voor leerlab 3 voor uitsluitend renovatie ten behoeve van het primair onderwijs of het praktijkonderwijs; f. ten hoogste € 8.975.402 beschikbaar is voor leerlab 3 voor uitsluitend vervangende nieuwbouw ten behoeve van het voortgezet onderwijs met uitzondering van het praktijkonderwijs; en g. ten hoogste € 8.906.310 beschikbaar is voor leerlab 3 voor uitsluitend renovatie ten behoeve van het voortgezet onderwijs met uitzondering van het praktijkonderwijs. 2 In aanvulling op het eerste lid geldt dat: a. voor het plafond, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, aan ten hoogste negen bouwprojecten subsidie kan worden verstrekt, en het maximaal te verstrekken subsidiebedrag per bundel in totaal ten hoogste € 7.003.227 bedraagt; b. voor het plafond, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, aan ten hoogste 12 bouwprojecten een subsidie kan worden verstrekt het maximaal te verstrekken subsidiebedrag per bundel € 6.599.970 bedraagt; c. voor het plafond, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, aan ten hoogste één bundel van drie bouwprojecten een subsidie kan worden verstrekt, en het maximaal te verstrekken subsidiebedrag voor die bundel € 26.718.929 bedraagt; en d. voor de plafonds, bedoeld in het eerste lid, onderdelen d tot en met g, steeds voor ten hoogste één bouwproject subsidie kan worden verstrekt. 3 artikel 10 Voor zover het maximaal uit te keren subsidiebedrag per bundel, bedoeld in het tweede lid, onderdelen a en b, wordt overschreden, wordt het bedrag van overschrijding naar rato leerlingaantal als bedoeld in het derde en vierde lid van, in mindering gebracht op het uit te keren bedrag per bouwproject. 4 Indien het beschikbare bedrag als bedoeld in het eerste lid, niet volledig wordt benut, worden de resterende bedragen van de afzonderlijke deelplafonds in zijn geheel beschikbaar gesteld voor een nog open te stellen opvolgende subsidieronde. 2024 42099 19-12-2024 13-12-2024 OVO/49358107 2024 42099 19-12-2024 13-12-2024 OVO/49358107 20-12-2024
Artikel 10 — Artikel 10 Subsidiebedrag#
Artikel 10 Subsidiebedrag 1 Het subsidiebedrag bestaat uit een vast bedrag en een variabel bedrag. 2 Het vaste bedrag bedraagt: a. voor vervangende nieuwbouw ten behoeve van het primair onderwijs of praktijkonderwijs € 571.284,–; b. voor renovatie ten behoeve van het primair onderwijs of praktijkonderwijs € 539.023,–; c. voor vervangende nieuwbouw ten behoeve van het voortgezet onderwijs met uitzondering van praktijkonderwijs € 2.184.955,–; en d. voor renovatie ten behoeve van het voortgezet onderwijs met uitzondering van praktijkonderwijs € 2.181.617,–. 3 Het variabele bedrag wordt berekend door het door DUO geprognotiseerd aantal leerlingen in 2039 op de desbetreffende vestiging in het primair onderwijs en het voortgezet onderwijs, te vermenigvuldigen met een bedrag per leerling. Hierbij wordt uitgegaan van de prognoses met peildatum 1 oktober 2023, zoals gepubliceerd op 30 april 2024 op de website van DUO. 4 In afwijking van het derde lid wordt het variabele bedrag ten behoeve van het speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs berekend met het aantal ingeschreven leerlingen op peildatum 1 februari 2024 op de desbetreffende vestiging, met dien verstande dat bij verwachte groei van het leerlingenaantal in het speciaal onderwijs gebruik wordt gemaakt van het door de aanvrager te verwachtte aantal leerlingen in 2039 met een maximum van groei van het aantal leerlingen van 25% ten opzichte van het aantal leerlingen op voornoemde peildatum. 5 Het bedrag per leerling bedraagt: a. voor vervangende nieuwbouw ten behoeve van het primair onderwijs, met uitzondering van het speciaal onderwijs, speciaal basisonderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs € 4.565,– per leerling; b. voor vervangende nieuwbouw ten behoeve van het speciaal basisonderwijs € 8.608,– per leerling; c. voor vervangende nieuwbouw ten behoeve van het speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs € 12.782,– per leerling; d. voor renovatie ten behoeve van het primair onderwijs, met uitzondering van het speciaal onderwijs, speciaal basisonderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs € 4.307,– per leerling; e. voor renovatie ten behoeve van het speciaal basisonderwijs € 8.122,– per leerling; f. voor renovatie ten behoeve van het speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs € 12.060,– per leerling; g. voor vervangende nieuwbouw ten behoeve van het voortgezet onderwijs voor vwo, havo, vmbo of praktijkonderwijs, € 9.905,– per leerling; en h. voor renovatie ten behoeve van het voortgezet onderwijs voor vwo, havo, vmbo of praktijkonderwijs € 9.890,– per leerling. 2025 39987 25-11-2025 19-11-2025 OVO/54645433 2025 39987 25-11-2025 19-11-2025 OVO/54645433 26-11-2025
Artikel 11 — Artikel 11 Wijze van verdeling#
Artikel 11 Wijze van verdeling De minister verdeelt het beschikbare bedrag binnen het deelplafond op grond van loting. Een bundel krijgt één lotnummer. De bundel valt hierdoor in zijn geheel binnen of buiten de loting. artikel 9, eerste lid, onderdeel c artikel 7, tweede lid Aanvragen voor deelname aan leerlab 2, als bedoeld in, waarbij de desbetreffende bundel voldoet aan de voorwaarde, bedoeld in, krijgen voorrang op aanvragen voor deelname aan leerlab 2, als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c, waarbij de desbetreffende bundel niet voldoet aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 7, tweede lid. 2025 21798 25-06-2025 24-06-2025 OVO/52866777 2025 21798 25-06-2025 24-06-2025 OVO/52866777 26-06-2025
Artikel 12 — Artikel 12 Algemene verplichtingen#
Artikel 12 Algemene verplichtingen 1 De subsidieontvanger treft maatregelen om te komen tot een duurzaam en gezond schoolgebouw, zijnde respectievelijk ENG en Programma van Eisen Frisse Scholen 2021 klasse B voor de aspecten lucht en temperatuur, alsmede om te komen tot een inclusief en adaptief schoolgebouw. 2 De subsidieontvangerzorgt ervoor dat per bouwproject ten minste één vertegenwoordiger namens de bouwheer deelneemt aan de bijeenkomsten in het leerlab. 3 artikel 4 De subsidieontvanger informeert de minister op verzoek over de jaarlijkse voortgang van de activiteiten waarvoor de subsidie, bedoeld in, is verstrekt. 4 De subsidieontvanger werkt mee aan de monitoring- en effectstudie van het programma en stelt de daarvoor benodigde gegevens, alsmede de gegevens ten behoeve van de ontwikkeling van de open standaarden aan het programmabureau beschikbaar. 5 De subsidieontvanger informeert de minister onverwijld, schriftelijk en onder overlegging van de relevante stukken, indien: a. aannemelijk is geworden dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht; b. aannemelijk is geworden dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de subsidie zal worden voldaan; of c. zich andere omstandigheden voordoen of zullen voordoen die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de subsidie. 6 De subsidieontvanger past ten minste één productinnovatie toe met een TRL-score 5–7 passend binnen de focus van het leerlab waaraan de subsidieontvanger deelneemt. 7 De subsidieontvanger verleent op verzoek van de minister medewerking aan een evaluatieonderzoek. 8 artikel 13, eerste lid, onderdelen a, b, c,d en e artikel 14, eerste lid, onderdelen a, b, c en d artikel 15, eerste lid, onderdelen a en b Indien de gemeente als bouwheer optreedt draagt de subsidieontvanger er zorg voor dat deze gemeente als bouwheer zich inspant om te voldoen aan de subsidieverplichtingen, bedoeld in het eerste, tweede en zesde lid, en voor zover van toepassing,en. 2025 14155 24-04-2025 14-04-2025 OVO/51869912 2025 14155 24-04-2025 14-04-2025 OVO/51869912 25-04-2025
Artikel 13 — Artikel 13 Specifieke verplichtingen leerlab 1#
Artikel 13 Specifieke verplichtingen leerlab 1 1 artikel 12 Aan de verlening van een subsidie zijn, onverminderd, ten aanzien van leerlab 1 de volgende aanvullende verplichtingen verbonden: a. subsidieontvanger stelt informatie, kennis en expertise beschikbaar aan partnergemeenten en partnerschoolbesturen binnen de bundel; b. de subsidieontvangers zorgt ervoor dat de bouwprojecten binnen een bundel geclusterd worden aanbesteed; c. de subsidieontvanger zorgt ervoor dat vervangende nieuwbouw wordt ontworpen aan de hand van het parametrisch basismodel dat door de minister tijdig beschikbaar wordt gesteld; d. de subsidieontvanger zorgt ervoor dat de bouwactiviteiten die onderdeel uitmaken van het bouwproject uiterlijk op 1 oktober 2028 starten en uiterlijk op 1 oktober 2030 zijn afgerond; en e. de subsidieontvanger besteedt het bouwproject aan op basis van een geïntegreerd contract waarin minimaal het ontwerp en de uitvoering worden gecombineerd. 2 De minister kan op een gemotiveerd verzoek van de subsidieontvanger een ontheffing verlenen van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, indien de geclusterde aanbesteding geen of geen geschikte inschrijving heeft opgeleverd. 3 De minister kan op een gemotiveerd verzoek van de subsidieontvanger de in het eerste lid, onderdeel d, genoemde uiterlijke startdatum en de termijn waarin het bouwproject moet zijn afgerond verleggen respectievelijk verlengen. 2024 42099 19-12-2024 13-12-2024 OVO/49358107 2024 42099 19-12-2024 13-12-2024 OVO/49358107 20-12-2024
Artikel 14 — Artikel 14 Specifieke verplichtingen leerlab 2#
Artikel 14 Specifieke verplichtingen leerlab 2 1 artikel 12 Aan de verlening van een subsidie zijn, onverminderd, ten aanzien van leerlab 2 de volgende aanvullende verplichtingen verbonden: a. de subsidieontvanger stelt informatie, kennis en expertise beschikbaar aan partnergemeenten en partnerschoolbesturen binnen de bundel; b. bijlage 1 de subsidieontvanger zorgt ervoor dat het bouwproject wordt aanbesteed met een generiek programma van eisen als bedoeld inbij deze regeling; c. de bouwprojecten binnen een bundel worden afzonderlijk van elkaar aanbesteed; en d. de subsidieontvanger zorgt ervoor dat de bouwactiviteiten die onderdeel uitmaken van het bouwproject uiterlijk op 1 december 2027 starten en uiterlijk op 1 december 2029 zijn afgerond. 2 De minister kan op een gemotiveerd verzoek van de subsidieontvanger een ontheffing verlenen van de verplichting bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, indien het generiek programma van eisen geen of geen geschikte inschrijving heeft opgeleverd. 3 De minister kan op een gemotiveerd verzoek van de subsidieontvanger de in het eerste lid, onderdeel d, genoemde uiterlijke startdatum en de termijn waarin het bouwproject moet zijn afgerond verleggen respectievelijk verlengen. 2025 14155 24-04-2025 14-04-2025 OVO/51869912 2025 14155 24-04-2025 14-04-2025 OVO/51869912 25-04-2025
Artikel 15 — Artikel 15 Specifieke verplichtingen leerlab 3#
Artikel 15 Specifieke verplichtingen leerlab 3 1 artikel 12 Aan de verlening van een subsidie zijn, onverminderd, ten aanzien van leerlab 3 de volgende aanvullende verplichtingen verbonden: a. de subsidieontvanger besteedt het bouwproject voor wat betreft vervangende nieuwbouw aan op basis van een geïntegreerd contract waarin minimaal het ontwerp en de uitvoering worden gecombineerd. b. de subsidieontvanger waarborgt dat de bouwactiviteiten uiterlijk op 1 december 2027 starten en uiterlijk op 1 december 2029 zijn afgerond. 2 De minister kan op een gemotiveerd verzoek van de subsidieontvanger de in het eerste lid, onderdeel b, genoemde startdatum en de termijn waarin het bouwproject moet zijn afgerond verleggen respectievelijk verlengen. 2024 42099 19-12-2024 13-12-2024 OVO/49358107 2024 42099 19-12-2024 13-12-2024 OVO/49358107 20-12-2024
Artikel 16 — Artikel 16 Verlening en voorschot#
Artikel 16 Verlening en voorschot 1 artikel 9.1, vierde lid, van de Kaderregeling artikel 5, negende lid In afwijking van, wordt de subsidie verleend binnen dertien weken na sluiting van de aanvraagtermijn, bedoeld in. 2 De minister verleent bij het besluit tot verlening een voorschot van 100%. Het voorschot wordt als volgt uitbetaald: a. 5% van het in het besluit tot verlening van de subsidie opgenomen maximum subsidiebedrag wordt in één keer in 2025 uitbetaald; b. 31% van het in het besluit tot verlening van de subsidie opgenomen maximum subsidiebedrag wordt in één keer in 2026 uitbetaald; c. 30% van het in het besluit tot verlening van de subsidie opgenomen maximum subsidiebedrag wordt in één keer in 2027 uitbetaald; en d. 34% van het in het besluit tot verlening van de subsidie opgenomen maximum subsidiebedrag wordt in één keer in 2028 uitbetaald. 2024 42099 19-12-2024 13-12-2024 OVO/49358107 2024 42099 19-12-2024 13-12-2024 OVO/49358107 20-12-2024
Artikel 17 — Artikel 17 Verantwoording en vaststellingsbeschikking#
Artikel 17 Verantwoording en vaststellingsbeschikking 1 bijlage 4 van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs De verantwoording van de subsidie geschiedt in de jaarverslaggeving met gebruikmaking van Model G, onderdeel1, als bedoeld in. 2 Indien de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt geheel zijn verricht en volledig is voldaan aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de verleende subsidie, wordt de subsidie vastgesteld op het bedrag waarvan de hoogte door de minister bij de verlening is genoemd. Het eventuele niet-aangewende deel van de subsidie kan worden besteed aan andere activiteiten waarvoor aan de subsidieontvanger bekostiging wordt verstrekt. 3 artikel 13, eerste lid, onderdeel d artikel 14, eerste lid, onderdeel d artikel 15, eerste lid, onderdeel b De vaststelling vindt plaats binnen een jaar na de indiening van het jaarverslag over laatste jaar van de uitvoering van de bouwactiviteiten, bedoeld in,, onderscheidenlijk. 2024 42099 19-12-2024 13-12-2024 OVO/49358107 2024 42099 19-12-2024 13-12-2024 OVO/49358107 20-12-2024
Artikel 18 — Artikel 18 Hardheidsclausule#
Artikel 18 Hardheidsclausule De minister kan, gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen, artikelen buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover strikte toepassing leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. 2024 42099 19-12-2024 13-12-2024 OVO/49358107 2024 42099 19-12-2024 13-12-2024 OVO/49358107 20-12-2024
Artikel 19 — Artikel 19 Inwerkingtreding en vervaldatum#
Artikel 19 Inwerkingtreding en vervaldatum 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2029, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die op grond van deze regeling zijn verstrekt. 2024 42099 19-12-2024 13-12-2024 OVO/49358107 2024 42099 19-12-2024 13-12-2024 OVO/49358107 20-12-2024
Artikel 20 — Artikel 20 Citeertitel#
Artikel 20 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Innovatieprogramma Onderwijshuisvesting. 2024 42099 19-12-2024 13-12-2024 OVO/49358107 2024 42099 19-12-2024 13-12-2024 OVO/49358107 20-12-2024