Regeling van de Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs van 23 april 2024 nr. VO/37841750, houdende regels voor de subsidieverstrekking aan scholen voor het deelnemen aan het programma Ontwikkelkracht 2024/2025 (Subsidieregeling Ontwikkelkracht 2024/2025)
- BWB-id
- BWBR0049613
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-02-19
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0049613
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2024/subsidieregeling-ontwikkelkracht-2024-2025-en-2025-2026
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2024/subsidieregeling-ontwikkelkracht-2024-2025-en-2025-2026/2026-02-19
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0049613&g=2026-02-19
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0049613&z=2026-06-06&g=2026-02-19
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0049613/2026-02-19
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2024/subsidieregeling-ontwikkelkracht-2024-2025-en-2025-2026
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: aanbieder: a. voor de uitvoering van het onderzoeks- en verbetercultuurtraject: Groeikracht of Transformatieve School; b. voor de uitvoering van het leertraject: de desbetreffende expertiseschool; c. voor de uitvoering van het aspirant-traject expertisescholen: programmabureau Ontwikkelkracht; d. voor de uitvoering van de co-creatielabs: Education Lab Netherlands; aspirant-expertisescholen: vestigingen die deelnemen aan het aspirant-traject expertisescholen, en zo worden opgeleid tot expertiseschool; aspirant-traject expertisescholen: opleidingsprogramma voor aspirant-expertisescholen waarin de vestiging wordt opgeleid tot expertiseschool, waarbinnen expertise van de vestiging wordt vastgesteld en een leertraject wordt ontwikkeld waarmee de school andere scholen kan begeleiden; bevoegd gezag: artikel 1 van de WPO artikel 1 van de WPO BES artikel 1 van de WEC artikel 1.1 van de WVO 2020 bevoegd gezag als bedoeld in,,of; co-creatielab: thematisch lab binnen het programma Ontwikkelkracht waarin onderwijsprofessionals en onderzoekers samenwerken aan effectieve aanpakken voor onderwerpen waar vanuit vestigingen grote behoefte aan is; co-creërende vestiging: vestiging die in een co-creatielab samen met onderzoekers co-creëert en zo meewerkt aan het ontwikkelen van effectieve aanpakken; deelnemende vestiging: vestiging die in een co-creatielab meewerkt aan het onderzoeken van effectieve aanpakken, door een aanpak te implementeren en de resultaten te monitoren; DUS-I: Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen; Education Lab Netherlands: onderzoeksnetwerk dat werkt aan de verbetering van het onderwijs en dat optreedt als organisator van de co-creatielabs binnen het programma Ontwikkelkracht; evidence-informed interventie: wetenschappelijk bewezen aanpak of werkwijze die bijdraagt aan onderwijsverbetering, waarbij zowel kennis uit onderzoek als praktijkkennis is toegepast; expertiseschool: vestiging die deelneemt aan het programma Ontwikkelkracht en die een evidence-informed interventie hanteert, evidence-informed werkt, een sterke onderzoeks- en verbetercultuur heeft en vanuit deze expertise andere vestigingen helpt om deze interventie in de context van de eigen vestiging te implementeren; expertleraar: leraar die bekwaam is in een evidence-informed interventie, hierbij gebruikmaakt van inzichten uit wetenschappelijk onderzoek, en die vestigingen helpt met evidence-informed werken op het eigen expertisegebied; expertschoolleider: schoolleider die bekwaam is in een evidence-informed interventie, met het schoolteam evidence-informed werkt en die andere vestigingen helpt met evidence-informed werken op het eigen expertisegebied; funderend onderwijs: artikel 1 van de WPO artikel 1 WPO artikel 1.4 van de WVO 2020 artikel 1 van de WEC onderwijs dat wordt gegeven op een basisschool als bedoeld in, op een speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in, onderwijs dat wordt gegeven op een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in, onderwijs dat wordt gegeven op een school voor speciaal onderwijs, een school voor voortgezet speciaal onderwijs en een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in. informatiebijeenkomst: regionale kennisbijeenkomst georganiseerd door het programmabureau van Ontwikkelkracht; informatiegesprek: gesprek met het programmabureau, welk gesprek onder andere betrekking heeft op de activiteiten die in het kader van het programma Ontwikkelkracht worden aangeboden en de stappen die moeten worden doorlopen tijdens het aanvraagproces; intakegesprek: gesprek voorafgaand aan de subsidieaanvraag met de aanbieder van het onderzoeks- en verbetercultuurtraject, het aspirant-traject expertisescholen, het leertraject of het co-creatielab waar de subsidieaanvraag op zou zijn gericht, waarin de ontwikkelvraag van de vestiging wordt besproken en bekeken wordt in hoeverre het aanbod van de aanbieder hierbij aansluit; Kaderregeling: Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS ; leertraject expertiseschool: opleidingsprogramma van een expertiseschool waarin deelnemende onderwijsprofessionals begeleid of opgeleid worden in het toepassen en implementeren van een evidence-informed interventie; leraar: artikel 3 van de WPO artikel 3 van de WEC artikel 3 van de WPO BES artikel 7.8 van de WVO 2020 personeelslid dat is aangesteld in een onderwijsgevende functie als bedoeld in,,of; lerende school: vestiging die deelneemt aan het programma Ontwikkelkracht en van een expertiseschool een evidence-informed interventie leert; Minister: Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs; Nationaal Groeifonds: artikel 1 van de Tijdelijke wet Nationaal Groeifonds fonds als bedoeld in; onderwijsprofessional: artikel 1 van de WPO artikel 1 van de WPO BES artikel 1.1 van de WVO 2020 artikel 1 van de WEC lid van het personeel, bedoeld in,,of; onderzoeks- en verbetercultuur: cultuur die stimuleert dat alle betrokkenen zich richten op het definiëren en behalen van de gewenste onderwijskwaliteit door middel van een constructief-kritische houding en continu streven naar de daarvoor zo nodig vereiste kwaliteitsverbeteringen; penvoerder: bevoegd gezag in een samenwerking dat namens de samenwerking subsidie aanvraagt; primair onderwijs: artikel 1 van de WPO artikel 1 van de Wet op de expertisecentra artikel 1 van de WPO BES onderwijs dat gegeven wordt op een school of speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in, onderwijs dat gegeven wordt op een school of instelling als bedoeld in, of onderwijs dat gegeven wordt op een school als bedoeld in; programma Ontwikkelkracht: programma dat is gericht op het versterken van de kennisinfrastructuur en de onderzoeks- en verbetercultuur in het funderend onderwijs; programmabureau: onderdeel binnen het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap dat de programmaorganisatie van het programma Ontwikkelkracht voor haar rekening neemt; RIO: Registratie Instellingen en Opleidingen; samenwerking: samenwerking van twee of meer bevoegde gezagsorganen van meerdere vestigingen; samenwerkingsovereenkomst: ondertekende overeenkomst tussen de bevoegde gezagsorganen in een samenwerking; school: artikel 1.1 van de WVO 2020 artikel 1 van de WPO artikel 1 van de WEC artikel 1 van de WPO BES artikel 12.2.4 van de WEB uit ’s Rijks kas bekostigde school als bedoeld in,,ofmet inbegrip van een school voor voorbereidend beroepsonderwijs die deel uitmaakt van een verticale scholengemeenschap die van rechtswege is ontstaan na de omzetting op grond van; schooljaar: artikel 1 van de WPO artikel 1 van de WPO BES artikel 1 van de WEC artikel 1 van de WVO 2020 schooljaar als bedoeld in,,of; schoolteam: een groep onderwijsprofessionals die samenwerken om de leerlingen en de schoolorganisatie te ondersteunen; verkennend gesprek: gesprek met het programmabureau, met als doel de ontwikkelvraag van een vestiging te concretiseren en te verkennen of en zo ja bij welk onderdeel van het programma Ontwikkelkracht deze ontwikkelvraag aansluit; vestiging: artikel 1 van de WPO artikel 76a van de WEC artikel 4.13 van de WVO 2020 artikel 4.14 van de WVO 2020 artikel 4.16 van de WVO 2020 artikel 12.2.4 van de WEB hoofdvestiging van een school, of nevenvestiging van een school als bedoeld in, hoofdvestiging of nevenvestiging van een school als bedoeld in, hoofdvestiging als bedoeld in, nevenvestiging als bedoeld inof tijdelijke nevenvestiging als bedoeld in, met inbegrip van een vestiging van een school voor voorbereidend beroepsonderwijs die deel uitmaakt van een verticale scholengemeenschap die van rechtswege is ontstaan na de omzetting op grond van; voortgezet onderwijs: artikel 1.1 van de WVO 2020 onderwijs dat gegeven wordt op een school als bedoeld in; WEB: Wet educatie en beroepsonderwijs ; WEC: Wet op de expertisecentra ; WPO: Wet op het primair onderwijs ; WPO BES: Wet primair onderwijs BES ; WVO 2020: Wet voortgezet onderwijs 2020 . 2026 6870 18-02-2026 05-02-2026 VO/20251121 2026 6870 18-02-2026 05-02-2026 VO/20251121 19-02-2026
Artikel 2 — Artikel 2 Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS Toepassing#
Artikel 2 Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS Toepassing Kaderregeling Deze regeling geldt in aanvulling op de. 2024 13997 24-04-2024 23-04-2024 VO/37841750 2024 13997 24-04-2024 23-04-2024 VO/37841750 25-04-2024
Artikel 3 — Artikel 3 Doel van de regeling en te subsidiëren activiteiten#
Artikel 3 Doel van de regeling en te subsidiëren activiteiten 1 De Minister kan aan een bevoegd gezag subsidie verstrekken voor deelname aan activiteiten die worden ontwikkeld in het kader van het programma Ontwikkelkracht. 2 De subsidie kan worden aangevraagd voor de uitvoering van één of meer van de volgende activiteiten: a. deelname aan het aspirant-traject expertisescholen; b. deelname aan een onderzoeks- en verbetercultuurtraject; c. als lerende school deelnemen aan het leertraject van een expertiseschool; d. deelname als een co-creërende vestiging in een co-creatielab; e. deelname als een deelnemende vestiging in een co-creatielab; of f. het aanbieden van leertrajecten aan lerende scholen als expertiseschool. 3 Een subsidieaanvraag kan geen betrekking hebben op: a. het door één en dezelfde vestiging deelnemen aan een onderzoeks- en verbetercultuurtraject alsmede het deelnemen aan het aspirant-traject expertisescholen of het aanbieden van leertrajecten aan lerende scholen als expertiseschool; b. het door één en dezelfde vestiging deelnemen aan een onderzoeks- en verbetercultuurtraject alsmede het deelnemen als een co-creërende vestiging in een co-creatielab; of c. het door één en dezelfde vestiging deelnemen aan het aspirant-traject expertisescholen alsmede het aanbieden van leertrajecten aan lerende scholen als expertiseschool; d. het door één en dezelfde vestiging met dezelfde vestigingscode deelnemen aan het aanbieden van leertrajecten aan lerende scholen als expertiseschool alsmede het deelnemen als lerende school aan het leertraject van een expertiseschool. 2026 6870 18-02-2026 05-02-2026 VO/20251121 2026 6870 18-02-2026 05-02-2026 VO/20251121 19-02-2026
Artikel 4a — Artikel 4a Reikwijdte hoofdstuk 2#
Artikel 4a Reikwijdte hoofdstuk 2 artikel 3 Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op de verstrekking van subsidie voor de uitvoering van activiteiten als bedoeld invoor het schooljaar 2024/2025. 2025 5659 14-02-2025 06-02-2025 49989613 2025 5659 14-02-2025 06-02-2025 49989613 15-02-2025
Artikel 4 — Artikel 4 Aanvraag subsidie#
Artikel 4 Aanvraag subsidie 1 Een bevoegd gezag dat subsidie wil aanvragen, voert voorafgaand aan de aanvraag een verkennend gesprek met het programmabureau, met als doel de ontwikkelvraag van een vestiging of meerdere vestigingen te concretiseren en te verkennen of en zo ja bij welk onderdeel van het programma Ontwikkelkracht deze ontwikkelvraag aansluit. 2 artikel 3, tweede lid, onderdeel d In afwijking van het eerste lid voert een bevoegd gezag dat subsidie wil aanvragen voor de activiteiten, bedoeld in, voorafgaand aan de aanvraag een evaluatiegesprek met Education Lab Netherlands, indien de subsidie wordt aangevraagd voor een vestiging die voor het schooljaar 2023/2024 heeft deelgenomen als een co-creërende vestiging in een co-creatielab. Een verslag van dit gesprek wordt opgenomen bij de subsidieaanvraag. 3 artikel 3, tweede lid, onderdeel f In afwijking van het eerste lid voert een bevoegd gezag dat subsidie wil aanvragen voor de activiteiten, bedoeld in, voorafgaand aan de aanvraag een evaluatiegesprek met het programmabureau, indien de subsidie wordt aangevraagd voor een vestiging die voor het schooljaar 2023/2024 heeft deelgenomen aan het aspirant-traject expertscholen. Een verslag van dit gesprek wordt opgenomen bij de subsidieaanvraag. 4 artikel 3, tweede lid, onderdeel b In aanvulling op het eerste lid voert een bevoegd gezag dat subsidie wil aanvragen voor de activiteiten, bedoeld in, een intakegesprek met de aanbieder van het onderzoeks- en verbetercultuurtraject. 5 artikel 3, tweede lid, onderdeel c In aanvulling op het eerste lid voert een bevoegd gezag dat subsidie wil aanvragen voor de activiteiten, bedoeld in, een intakegesprek met de expertiseschool die een leertraject aanbiedt. 6 Een bevoegd gezag kan op basis van deze regeling voor meerdere vestigingen van eigen scholen een aanvraag indienen. 7 artikel 3, tweede lid, onderdeel d Voor de activiteiten, bedoeld in, kan ook door een samenwerking subsidie worden aangevraagd. Een samenwerking bestaat uit maximaal vijf vestigingen. De aanvraag voor een samenwerking geschiedt door de penvoerder. 8 artikel 3, tweede lid, onderdelen a, b, d of e Een aanvraag voor subsidie voor activiteiten als bedoeld in, kan worden ingediend van 25 april 2024, 9.00 uur, tot en met 28 juni 2024, 16.00 uur. 9 artikel 3, tweede lid, onderdelen c en f Een aanvraag voor subsidie voor activiteiten als bedoeld in, kan worden ingediend van 25 april 2024, 9.00 uur, tot en met 28 juni 2024, 16.00 uur en van 1 oktober 2024, 9.00 uur, tot en met 29 november 2024, 16.00 uur. 10 Subsidieaanvragen die buiten een aanvraagtijdvak worden ingediend, worden afgewezen. 11 De subsidie wordt aangevraagd met het digitale aanvraagformulier dat daartoe op de website van DUS-I beschikbaar is gesteld. 12 De subsidieaanvraag die namens een samenwerking wordt ingediend door de penvoerder, bedoeld in het zevende lid, bevat: a. een verklaring, ondertekend door de penvoerder, waaruit blijkt dat de deelnemende partijen een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in het dertiende lid hebben gesloten; en b. een vermelding van de vestigingen waaruit de samenwerking bestaat. 13 In de samenwerkingsovereenkomst tussen de penvoerder en de deelnemende partijen, bedoeld in het twaalfde lid, onderdeel a, wordt in ieder geval opgenomen: a. de wijze waarop de scholen binnen de samenwerking met elkaar gaan samenwerken ten behoeve van deelname als co-creërende vestigingen in een co-creatie lab; b. de voorgenomen verdeling van de subsidiemiddelen tussen de scholen binnen de samenwerking; c. de wijze van informatieverstrekking en verantwoording aan de penvoerder door de overige scholen binnen de samenwerking, zodat de penvoerder aan de verplichtingen in deze regeling kan voldoen. 14 De subsidie, bedoeld in het zevende lid, die wordt verstrekt ten behoeve van een samenwerking, wordt verstrekt aan en verantwoord door de penvoerder. Op de penvoerder rusten alle aan de subsidie verbonden verplichtingen, ongeacht welke vestiging feitelijk is belast met de uitvoering van de daarop betrekking hebbende activiteiten. 15 Onvolledige subsidieaanvragen kunnen, binnen twee weken na de mededeling van de Minister dat de aanvraag onvolledig is, worden aangevuld door de subsidieaanvrager. Blijft tijdige en volledige aanlevering van de gegevens uit, dan wordt de betreffende aanvraag buiten behandeling gesteld. 16 De Minister stelt een model voor de samenwerkingsovereenkomst, bedoeld in het twaalfde lid, elektronisch beschikbaar. 2025 5659 14-02-2025 06-02-2025 49989613 2025 5659 14-02-2025 06-02-2025 49989613 15-02-2025
Artikel 5 — Artikel 5 Aanvraagvereisten#
Artikel 5 Aanvraagvereisten 1 artikel 3.4 van de Kaderregeling De aanvraag bestaat uit een activiteitenplan, waarin onverminderdten minste wordt opgenomen: a. artikel 3, tweede lid, onderdeel a indien subsidie wordt aangevraagd voor de activiteiten, bedoeld in: 1°. artikel 4, eerste lid een verslag van het gesprek als bedoeld in, met het programmabureau; 2°. een onderbouwing dat de desbetreffende vestiging expertise heeft op een bepaald terrein binnen het gebied van het programma Ontwikkelkracht en dat de aangeboden aanpak of werkwijze kansrijk is en gebaseerd is op relevante en recente inzichten uit de onderwijswetenschap; 3°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de schoolleiding en het schoolbestuur van de vestiging betrokken zijn en zich committeren aan het traject en dat er in de school voldoende draagvlak is; 4°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de vestiging een goede onderzoeks- en verbetercultuur heeft; en 5°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de vestiging in een bepaald leergebied een evidence-informed werkwijze of aanpak hanteert. b. artikel 3, tweede lid, onderdeel b indien subsidie wordt aangevraagd voor de activiteiten, bedoeld in: 1°. een omschrijving van de vraag of doelstelling die de vestiging heeft op het gebied van het versterken van haar onderzoeks- en verbetercultuur; 2°. een ontwikkeldoel gericht op leerwinst; 3°. een uiteenzetting die inzicht geeft op welke manier het onderwijspersoneel betrokken is, op welke manier de schoolleiding en het schoolbestuur betrokken zijn en welke rol eenieder heeft; 4°. een onderbouwing waaruit blijkt dat sprake is van voldoende draagvlak op de vestiging voor deelname aan het traject, en dat de onderwijsprofessionals, de schoolleiding en het schoolbestuur committeren aan het traject; 5°. een onderbouwing waaruit blijkt dat voldoende tijd zal worden vrijgemaakt voor de leraren en schoolleiding op de vestiging voor deelname aan het traject; en 6°. een uiteenzetting die inzicht geeft in de wijze waarop het traject op de desbetreffende vestiging organisatorisch wordt vormgegeven; c. artikel 3, tweede lid, onderdeel c indien subsidie wordt aangevraagd voor de activiteiten, bedoeld in: 1°. artikel 4, vijfde lid een verslag van het gesprek, bedoeld in, met de expertschool die het te volgen leertraject aanbiedt; 2°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de desbetreffende vestiging bereid en in staat is om actief deel te nemen aan het leertraject; 3°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de schoolleiding en het schoolbestuur van de vestiging betrokken zijn en zich committeren aan het traject; en 4°. een onderbouwing waaruit blijkt dat er in het team voldoende draagvlak is om de lessen uit het leertraject duurzaam in de school te borgen. d. artikel 3, tweede lid, onderdeel d indien subsidie wordt aangevraagd voor de activiteiten, bedoeld in: 1°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de desbetreffende vestiging of samenwerking beschikt over expertise op het thema van het co-creatielab; 2°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de desbetreffende vestiging of samenwerking reeds succesvol werkt met evidence-informed aanpakken op het thema van het co-creatielab; 3°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de desbetreffende vestiging of samenwerking in staat is de pilotversie van een aanpak uit het co-creatielab te implementeren en mee te werken aan monitoring en evaluatie; 4°. een uiteenzetting die inzicht geeft op welke manier het onderwijspersoneel betrokken is, welke rol eenieder heeft en op welke manier de schoolleiding en het schoolbestuur van de vestiging betrokken zijn en zich committeren aan het traject; 5°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de vestiging of samenwerking bereid is om samen te werken met andere vestigingen en onderzoekers in het desbetreffende co-creatielab; en 6°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de vestiging of samenwerking aantoonbare ervaring heeft met samenwerking met wetenschappelijke onderzoekers. e. artikel 3, tweede lid, onderdeel e indien subsidie wordt aangevraagd voor de activiteiten, bedoeld in: 1°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de vestiging bereid is om samen te werken met andere vestigingen en onderzoekers in het desbetreffende co-creatielab; 2°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de desbetreffende vestiging bereid en in staat is om actief deel te nemen aan het traject van vraagarticulatie; en 3°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de schoolleiding en het schoolbestuur van de vestiging betrokken zijn en zich committeren aan het traject; f. artikel 3, tweede lid, onderdeel f indien subsidie wordt aangevraagd voor de activiteiten, bedoeld in, en voor zover de vestiging waarvoor de subsidie wordt aangevraagd aan het aspirant-traject expertisescholen heeft deelgenomen: 1°. artikel 4, derde lid een verslag van het gesprek als bedoeld in, met het programmabureau; 2°. een onderbouwing waaruit blijkt dat sprake is van voldoende draagvlak op de vestiging voor het aanbieden van een of meer leertrajecten als expertiseschool en dat de onderwijsprofessionals, de schoolleiding en het schoolbestuur van de vestiging betrokken zijn en zich committeren aan de inzet hiervoor; 3°. een uiteenzetting die inzicht geeft in welke manier het onderwijspersoneel op de vestiging betrokken is, op welke manier de schoolleiding en het schoolbestuur betrokken zijn, welke rol eenieder heeft, hoeveel tijd voor de verschillende deelnemers wordt vrijgemaakt en hoe de op de vestiging aan te bieden leertrajecten organisatorisch worden vormgegeven; 4°. een beschrijving van het leertraject van de vestiging als expertiseschool en de vereisten voor deelname van de vestigingen die deelnemen als lerende scholen; en 5°. een onderbouwing van het aantal beschikbare plaatsen voor vestigingen die deelnemen als lerende scholen per aangeboden leertraject voor schooljaar 2024/2025. g. artikel 3, tweede lid, onderdeel f indien subsidie wordt aangevraagd voor de activiteiten, bedoeld in, en voor zover de vestiging waarvoor de subsidie wordt aangevraagd niet aan het aspirant-traject expertisescholen heeft deelgenomen: 1°. artikel 4, eerste lid een verslag van het gesprek als bedoeld in, met het programmabureau; 2°. een onderbouwing dat de desbetreffende vestiging expertise heeft op een bepaald terrein binnen het gebied van het programma Ontwikkelkracht en dat de aangeboden aanpak of werkwijze kansrijk is en gebaseerd is op relevante en recente inzichten uit de onderwijswetenschap; 3°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de schoolleiding en het schoolbestuur van de vestiging betrokken zijn en zich committeren aan het traject en dat er in de school voldoende draagvlak is; 4°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de vestiging een goede onderzoeks- en verbetercultuur heeft; 5°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de vestiging een evidence-informed werkwijze hanteert; 6°. een onderbouwing waaruit blijkt dat sprake is van voldoende draagvlak op de vestiging voor het aanbieden van een of meerdere leertrajecten als expertiseschool en dat de onderwijsprofessionals, de schoolleiding en het schoolbestuur van de vestiging betrokken zijn en zich committeren aan de inzet hiervoor; 7°. een uiteenzetting die inzicht geeft in welke manier het onderwijspersoneel op de vestiging betrokken is, op welke manier de schoolleiding en het schoolbestuur betrokken zijn, welke rol eenieder heeft, hoeveel tijd voor de verschillende deelnemers wordt vrijgemaakt en hoe de op de vestiging aan te bieden leertrajecten organisatorisch worden vormgegeven; 8°. een beschrijving van het aanbod en studieprogramma van de expertiseschool en de vereisten voor deelname van de lerende scholen; en 9°. een onderbouwing van het aantal beschikbare plaatsen voor lerende scholen per aangeboden leertraject voor schooljaar 2024/2025. 2025 5659 14-02-2025 06-02-2025 49989613 2025 5659 14-02-2025 06-02-2025 49989613 15-02-2025
Artikel 6 — Artikel 6 Weigeringsgronden#
Artikel 6 Weigeringsgronden artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht Onverminderdwordt een subsidieaanvraag in ieder geval geweigerd: a. artikel 4, eerste tot en met het derde lid indien het bevoegd gezag of de penvoerder het gesprek of de gesprekken, bedoeld in, en indien van toepassing het gesprek, bedoeld in artikel 4, vierde of vijfde lid, niet heeft gevoerd; b. artikel 3, derde lid voor zover op de aanvraag het bepaalde in, van toepassing is; c. artikel 3, tweede lid, onderdeel b indien de aanvraag betrekking heeft op de activiteiten, bedoeld in, en het bevoegd gezag reeds subsidie heeft aangevraagd of ontvangt voor de vestiging voor een ander onderzoeks- en verbetercultuurtraject; en d. artikel 3, tweede lid, onderdeel a, d of f indien het bevoegd gezag of de penvoerder een aanvraag indient voor de activiteiten bedoeld inen de kwaliteit van het onderwijs van de desbetreffende vestiging in het primair onderwijs of afdeling of schoolsoort binnen de vestiging in het voortgezet onderwijs waarvoor de subsidie wordt aangevraagd door de Inspectie van het onderwijs bij besluit op peildatum 1 januari 2024 als ‘zeer zwak’ of ‘onvoldoende’ is beoordeeld. 2024 13997 24-04-2024 23-04-2024 VO/37841750 2024 13997 24-04-2024 23-04-2024 VO/37841750 25-04-2024
Artikel 7 — Artikel 7 Subsidieplafonds en maximaal aantal deelnemende vestigingen per jaar#
Artikel 7 Subsidieplafonds en maximaal aantal deelnemende vestigingen per jaar 1 Voor verstrekking van de subsidie op grond van dit hoofdstuk is in totaal een bedrag beschikbaar van € 13.248.770,– voor het primair onderwijs en het voortgezet onderwijs. 2 Per activiteit waarvoor subsidie kan worden aangevraagd zijn ten hoogste de volgende bedragen beschikbaar: a. artikel 3, tweede lid, onderdeel a € 711.260,– voor deelname aan de activiteiten, bedoeld in, waarbij in het schooljaar 2024/2025 ten hoogste vijf vestigingen in het primair onderwijs en vijf vestigingen in het voortgezet onderwijs kunnen deelnemen; b. artikel 3, tweede lid, onderdeel b € 10.260.800,– voor deelname aan de activiteiten, bedoeld in, waarbij in het schooljaar 2024/2025 ten hoogste tachtig vestigingen in het primair onderwijs en tachtig vestigingen in het voortgezet onderwijs deelnemen; c. artikel 3, tweede lid, onderdeel c € 636.000,– voor deelname aan de activiteiten, bedoeld in, waarbij in het schooljaar 2024/2025 voor ten hoogste twaalf vestigingen in het primair onderwijs, ten hoogste achttien vestigingen in het voortgezet onderwijs en in totaal voor ten hoogste dertig vestigingen subsidie kan worden verstrekt; d. artikel 3, tweede lid, onderdeel d € 833.290,– voor deelname aan de activiteiten, bedoeld in, waarbij in het schooljaar 2024/2025 voor ten hoogste vijf vestigingen per co-creatielab en in totaal voor ten hoogste tien vestigingen subsidie kan worden verstrekt; e. artikel 3, tweede lid, onderdeel e € 374.940,– voor deelname aan de activiteiten, bedoeld in, waarbij in het schooljaar 2024/2025 totaal voor ten hoogste negentig vestigingen subsidie kan worden verstrekt; en f. artikel 3, tweede lid, onderdeel f € 432.480,– voor deelname aan de activiteiten, bedoeld inwaarbij in het schooljaar 2024/2025 voor ten hoogste vijf vestigingen subsidie kan worden verstrekt. 3 De Minister verdeelt de beschikbare bedragen in volgorde van binnenkomst van de volledige aanvragen. Een subsidie wordt geweigerd voor zover door verstrekking van de subsidie het plafond zou worden overschreden. 2025 5659 14-02-2025 06-02-2025 49989613 2025 5659 14-02-2025 06-02-2025 49989613 15-02-2025
Artikel 8 — Artikel 8 Subsidiebedrag#
Artikel 8 Subsidiebedrag 1 Het subsidiebedrag per vestiging in het primair onderwijs voor het schooljaar 2024/2025 bedraagt: a. artikel 3, tweede lid, onderdeel a € 71.126,– voor de activiteiten, bedoeld in; b. artikel 3, tweede lid, onderdeel b € 34.980,– voor de activiteiten, bedoeld in; c. artikel 3, tweede lid, onderdeel c € 21.200,– voor de activiteiten, bedoeld in. d. artikel 3, tweede lid, onderdeel d € 83.329,– voor de activiteiten, bedoeld in; e. artikel 3, tweede lid, onderdeel e € 4.166,– voor de activiteiten, bedoeld in; en f. artikel 3, tweede lid, onderdeel f € 35.616,– voor de activiteiten, bedoeld inen een aanvullend bedrag per aangeboden leertraject per lerende school van € 8.480,–. 2 Het subsidiebedrag per vestiging in het voortgezet onderwijs voor het schooljaar 2024/2025 bedraagt: a. artikel 3, tweede lid, onderdeel a € 71.126,– voor de activiteiten, bedoeld in; b. artikel 3, tweede lid, onderdeel b € 93.280,– voor de activiteiten, bedoeld in; c. artikel 3, tweede lid, onderdeel c € 21.200,– voor de activiteiten, bedoeld in. d. artikel 3, tweede lid, onderdeel d € 83.329,– voor de activiteiten, bedoeld in; e. artikel 3, tweede lid, onderdeel e € 4.166,– voor de activiteiten, bedoeld in; en f. artikel 3, tweede lid, onderdeel f € 35.616,– voor de activiteiten, bedoeld in, vermeerderd met een aanvullend bedrag per aangeboden leertraject per lerende school van € 8.480,–. 3 Voor subsidieontvangers in Caribisch Nederland wordt het in het eerste en tweede lid bedoelde subsidiebedrag omgerekend in US-dollars tegen de vastgestelde wisselkoers. 2025 5659 14-02-2025 06-02-2025 49989613 2025 5659 14-02-2025 06-02-2025 49989613 15-02-2025
Artikel 9 — Artikel 9 Subsidieverplichtingen#
Artikel 9 Subsidieverplichtingen 1 hoofdstuk 5 van de Kaderregeling In aanvulling opworden aan de subsidieontvanger de volgende verplichtingen opgelegd: a. de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt worden uitgevoerd binnen de periode die de Minister in de beschikking bepaalt; b. per vestiging neemt ten minste het volgend aantal onderwijsprofessionals per schooljaar deel aan de activiteiten waarvoor subsidie wordt verstrekt: 1°. artikel 3, tweede lid, onderdeel a vier personen waaronder ten minste één schoolleider aan het aspirant-traject voor expertisescholen, bedoeld in; 2°. artikel 3, tweede lid, onderdeel b vijftien personen, indien het een vestiging in het primair onderwijs betreft of veertig personen, indien het een vestiging in het voortgezet onderwijs betreft, voor de activiteiten, bedoeld in; 3°. artikel 3, tweede lid, onderdeel c vijf personen waaronder ten minste één schoolleider aan een leertraject aangeboden door een expertiseschool, bedoeld in; 4°. artikel 3, tweede lid, onderdeel d twee personen voor de activiteiten, bedoeld in; 5°. artikel 3, tweede lid, onderdeel e één interne procesbegeleider voor de activiteiten, bedoeld in; 6°. artikel 3, tweede lid, onderdeel f vier personen waaronder ten minste één schoolleider voor het uitvoeren van de werkzaamheden als expertiseschool, bedoeld in; c. de subsidieontvanger deelt actief zijn kennis met andere vestigingen; d. artikel 3, tweede lid, onderdeel b de subsidieontvanger die subsidie ontvangt voor de activiteiten, bedoeld in, zendt jaarlijks vóór 1 oktober een activiteitenverslag aan de Minister, waarin verslag wordt gedaan van de realisatie van de in het activiteitenplan genoemde activiteiten; e. artikel 3, tweede lid, onderdelen d en e de subsidieontvanger die subsidie ontvangt voor de activiteiten, bedoeld in: 1°. werkt mee aan de monitoring van de implementatie van de aanpak en het in kaart brengen van de effecten; en 2°. draagt er zorg voor dat een leraar of intern procesbegeleider de implementatie van de aanpak uit het co-creatielab begeleidt. 2 artikel 3, tweede lid, onderdeel b In aanvulling op het eerste lid, onderdeel b, onder 2°, worden voor de activiteiten, bedoeld in, interne procesbegeleiders aangesteld, die elk een lerarenteam begeleiden bij het traject. Bij vestigingen waar minder dan vijftien onderwijsprofessionals werken, indien het een vestiging voor primair onderwijs betreft of minder dan veertig, indien het een vestiging voor voortgezet onderwijs betreft, dienen alle onderwijsprofessionals in het schoolteam deel te nemen aan de trajecten, met uitzondering van onderwijsprofessionals die een aanstelling hebben van minder dan één dag per week. Bij vestigingen waar op het moment van aanvraag meer dan tachtig onderwijsprofessionals werken, indien het een vestiging in het voortgezet onderwijs betreft, mogen maximaal drie schoolteams van minimaal veertig medewerkers deelnemen aan de trajecten. 3 De subsidieontvanger is verplicht om de activiteiten uiterlijk in het kalenderjaar 2025 af te ronden. 4 Voor subsidies vanaf € 125.000 geldt dat de subsidieontvanger op uiterlijk 1 juni van het jaar volgend op het laatste bestedingsjaar een eindverslag zendt over de gehele subsidieperiode aan de Minister. Het eindverslag bestaat uit een activiteitenverslag. 2025 5659 14-02-2025 06-02-2025 49989613 2025 5659 14-02-2025 06-02-2025 49989613 15-02-2025
Artikel 9a — Artikel 9a Reikwijdte hoofdstuk 3#
Artikel 9a Reikwijdte hoofdstuk 3 artikel 3 Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op de verstrekking van subsidie voor de uitvoering van activiteiten als bedoeld invoor het schooljaar 2025/2026. 2025 5659 14-02-2025 06-02-2025 49989613 2025 5659 14-02-2025 06-02-2025 49989613 15-02-2025
Artikel 9b — Artikel 9b Aanvraag subsidie#
Artikel 9b Aanvraag subsidie 1 Een bevoegd gezag dat subsidie wil aanvragen, voert voorafgaand aan de aanvraag een verkennend gesprek met het programmabureau, met als doel de ontwikkelvraag van een vestiging of meerdere vestigingen te concretiseren en te verkennen of en zo ja bij welk onderdeel van het programma Ontwikkelkracht deze ontwikkelvraag aansluit. 2 In afwijking van het eerste lid: a. artikel 3, tweede lid, onderdeel d voert een bevoegd gezag dat subsidie wil aanvragen voor de activiteiten, bedoeld in, voorafgaand aan de aanvraag een evaluatiegesprek met Education Lab Netherlands, indien de subsidie wordt aangevraagd voor een vestiging die voor het schooljaar 2024/2025 heeft deelgenomen als een co-creërende vestiging in een co-creatielab, waarbij een verslag van dit gesprek wordt opgenomen bij de subsidieaanvraag; b. artikel 3, tweede lid, onderdeel f voert een bevoegd gezag dat subsidie wil aanvragen voor de activiteiten, bedoeld in, voorafgaand aan de aanvraag een evaluatiegesprek met het programmabureau, waarbij een verslag van dit gesprek wordt opgenomen bij de subsidieaanvraag; 3 In aanvulling op het eerste lid: a. artikel 3, tweede lid, onderdeel a voert een bevoegd gezag dat subsidie wil aanvragen voor de activiteiten, bedoeld in, een intakegesprek met het programmabureau; b. artikel 3, tweede lid, onderdeel b voert een bevoegd gezag dat subsidie wil aanvragen voor de activiteiten, bedoeld in, het intakegesprek met de aanbieder van het onderzoeks- en verbetercultuurtraject; c. artikel 3, tweede lid, onderdeel c voert een bevoegd gezag dat subsidie wil aanvragen voor de activiteiten, bedoeld in, het intakegesprek met de expertiseschool die een leertraject aanbiedt; d. artikel 3, tweede lid, onderdelen d of e voert een bevoegd gezag dat subsidie wil aanvragen voor de activiteiten, bedoeld in, het intakegesprek met Education Lab Netherlands. 4 artikel 3, tweede lid Een bevoegd gezag kan op basis van deze regeling voor vestigingen van eigen scholen per activiteit als bedoeld in, een aanvraag indienen. 5 artikel 3, tweede lid, onderdeel d Voor de activiteiten, bedoeld in, kan ook door een samenwerking subsidie worden aangevraagd. Een samenwerking bestaat uit maximaal vijf vestigingen. De aanvraag voor een samenwerking geschiedt door een penvoerder. 6 artikel 3, tweede lid, onderdelen a, b, d of e Een aanvraag voor subsidie voor activiteiten als bedoeld in, kan worden ingediend van 10 maart 2025, 9.00 uur, tot en met 27 juni 2025, 16.00 uur. 7 artikel 3, tweede lid, onderdelen c en f Een aanvraag voor subsidie voor activiteiten als bedoeld in, kan worden ingediend van 10 maart 2025, 9.00 uur, tot en met 27 juni 2025, 16.00 uur en van 1 oktober 2025, 9.00 uur, tot en met 28 november 2025, 16.00 uur. 2025 5659 14-02-2025 06-02-2025 49989613 2025 5659 14-02-2025 06-02-2025 49989613 15-02-2025
Artikel 9c — Artikel 9c Aanvraagvereisten#
Artikel 9c Aanvraagvereisten 1 artikel 3.4 van de Kaderregeling De aanvraag bestaat uit een activiteitenplan, waarin onverminderdten minste wordt opgenomen: a. artikel 3, tweede lid, onderdeel a indien subsidie wordt aangevraagd voor de activiteiten, bedoeld in: 1°. artikel 9b, eerste lid een verslag van het gesprek, bedoeld in, met het programmabureau; 2°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de desbetreffende vestiging expertise heeft op een bepaald terrein binnen het gebied van het programma Ontwikkelkracht en dat de aangeboden aanpak of werkwijze kansrijk is en gebaseerd is op relevante en recente inzichten uit de onderwijswetenschap; 3°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de schoolleiding en het schoolbestuur van de vestiging betrokken zijn en zich committeren aan het traject en dat er in de school voldoende draagvlak is; 4°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de vestiging een goede onderzoeks- en verbetercultuur heeft; en 5°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de vestiging in een bepaald leergebied een evidence-informed werkwijze of aanpak hanteert; b. artikel 3, tweede lid, onderdeel b indien subsidie wordt aangevraagd voor de activiteiten, bedoeld in: 1°. een omschrijving van de vraag of doelstelling die de vestiging heeft op het gebied van het versterken van haar onderzoeks- en verbetercultuur; 2°. een ontwikkeldoel gericht op leerwinst; 3°. een uiteenzetting die inzicht geeft in de manier waarop het onderwijspersoneel betrokken is, de manier waarop de schoolleiding en het schoolbestuur betrokken zijn en welke rol eenieder heeft; 4°. een onderbouwing waaruit blijkt dat sprake is van voldoende draagvlak op de vestiging voor deelname aan het traject, en dat de onderwijsprofessionals, de schoolleiding en het schoolbestuur zich committeren aan het traject; 5°. een onderbouwing waaruit blijkt dat voldoende tijd zal worden vrijgemaakt voor de leraren en schoolleiding op de vestiging voor deelname aan het traject; en 6°. een uiteenzetting die inzicht geeft in de wijze waarop het traject op de desbetreffende vestiging organisatorisch wordt vormgegeven; c. artikel 3, tweede lid, onderdeel c indien subsidie wordt aangevraagd voor de activiteiten, bedoeld in: 1°. een verslag van het gesprek, bedoeld in artikel 9b, zesde lid, met de expertiseschool die het te volgen leertraject aanbiedt; 2°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de desbetreffende vestiging bereid en in staat is om actief deel te nemen aan het leertraject; 3°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de schoolleiding en het schoolbestuur van de vestiging betrokken zijn en zich committeren aan het traject; en 4°. een onderbouwing waaruit blijkt dat er in het team voldoende draagvlak is om de lessen uit het leertraject duurzaam in de school te borgen; d. artikel 3, tweede lid, onderdeel d indien subsidie wordt aangevraagd voor de activiteiten, bedoeld in: 1°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de desbetreffende vestiging of samenwerking beschikt over expertise op het thema van het co-creatielab; 2°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de desbetreffende vestiging of samenwerking reeds succesvol werkt met evidence-informed aanpakken op het thema van het co-creatielab; 3°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de desbetreffende vestiging of samenwerking in staat is de pilotversie van een aanpak uit het co-creatielab te implementeren en mee te werken aan monitoring en evaluatie; 4°. een uiteenzetting die inzicht geeft in de manier waarop het onderwijspersoneel betrokken is, welke rol eenieder heeft en de manier waarop de schoolleiding en het schoolbestuur van de vestiging betrokken zijn en zich committeren aan het traject; 5°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de vestiging of samenwerking bereid is om samen te werken met andere vestigingen en onderzoekers in het desbetreffende co-creatielab; en 6°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de vestiging of samenwerking aantoonbare ervaring heeft met samenwerking met wetenschappelijke onderzoekers; e. artikel 3, tweede lid, onderdeel e indien subsidie wordt aangevraagd voor de activiteiten, bedoeld in: 1°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de vestiging bereid is om samen te werken met andere vestigingen en onderzoekers in het desbetreffende co-creatielab; 2°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de desbetreffende vestiging bereid en in staat is om deel te nemen aan het project en de activiteiten van het co-creatielab; en 3°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de schoolleiding en het schoolbestuur van de vestiging betrokken zijn en zich committeren aan het traject; f. artikel 3, tweede lid, onderdeel f indien subsidie wordt aangevraagd voor de activiteiten, bedoeld in, en voor zover de vestiging waarvoor de subsidie wordt aangevraagd aan het aspirant-traject expertisescholen heeft deelgenomen; 1°. artikel 9b, derde lid een verslag van het gesprek, bedoeld in, met het programmabureau; 2°. een onderbouwing waaruit blijkt dat sprake is van voldoende draagvlak op de vestiging voor het aanbieden van een of meer leertrajecten als expertiseschool en dat de onderwijsprofessionals, de schoolleiding en het schoolbestuur van de vestiging betrokken zijn en zich committeren aan de inzet hiervoor; 3°. een uiteenzetting die inzicht geeft in welke manier het onderwijspersoneel op de vestiging betrokken is, op welke manier de schoolleiding en het schoolbestuur betrokken zijn, welke rol eenieder heeft, hoeveel tijd voor de verschillende deelnemers wordt vrijgemaakt en hoe de op de vestiging aan te bieden leertrajecten organisatorisch worden vormgegeven; 4°. een beschrijving van het leertraject van de vestiging als expertiseschool en de vereisten voor deelname van de vestigingen die deelnemen als lerende scholen; en 5°. een onderbouwing van het aantal beschikbare plaatsen, ten minste vier en ten hoogste zes plaatsen, voor vestigingen die deelnemen als lerende scholen per aangeboden leertraject voor schooljaar 2025/2026. 2025 5659 14-02-2025 06-02-2025 49989613 2025 5659 14-02-2025 06-02-2025 49989613 15-02-2025
Artikel 9d — Artikel 9d Overeenkomstige toepassing weigeringsgronden#
Artikel 9d Overeenkomstige toepassing weigeringsgronden artikel 6 De weigeringsgronden, bedoeld in, zijn van overeenkomstige toepassing voor de subsidieverstrekking op grond van dit hoofdstuk, met dien verstande dat bij artikel 6, onderdeel a, voor ‘de gesprekken’ wordt gelezen de gesprekken als bedoeld in artikel 9b, eerste, tweede of derde lid en bij artikel 6, onderdeel d, voor ‘peildatum 1 januari 2024’ wordt gelezen ‘peildatum 1 januari 2025’. 2025 5659 14-02-2025 06-02-2025 49989613 2025 5659 14-02-2025 06-02-2025 49989613 15-02-2025
Artikel 9e — Artikel 9e Subsidieplafonds en maximaal aantal deelnemende vestigingen per jaar#
Artikel 9e Subsidieplafonds en maximaal aantal deelnemende vestigingen per jaar 1 Voor verstrekking van de subsidie op grond van dit hoofdstuk is in totaal een bedrag beschikbaar van € 19.378.831,– voor het primair onderwijs en het voortgezet onderwijs. 2 Per activiteit waarvoor subsidie kan worden aangevraagd zijn ten hoogste de volgende bedragen beschikbaar: a. artikel 3, tweede lid, onderdeel a € 1.601.689,– voor deelname aan de activiteiten, bedoeld in, waarbij in het schooljaar 2025/2026 ten hoogste tien vestigingen in het primair onderwijs en zeven vestigingen in het voortgezet onderwijs kunnen deelnemen; b. artikel 3, tweede lid, onderdeel b € 13.111.480,– voor deelname aan de activiteiten, bedoeld in, waarbij in het schooljaar 2025/2026 ten hoogste zesentachtig vestigingen in het primair onderwijs en zesentachtig vestigingen in het voortgezet onderwijs deelnemen; c. artikel 3, tweede lid, onderdeel c € 1.814.400,– voor deelname aan de activiteiten, bedoeld in, waarbij in het schooljaar 2025/2026 voor ten hoogste achtenveertig vestigingen in het primair onderwijs, ten hoogste vierentwintig vestigingen in het voortgezet onderwijs en in totaal voor ten hoogste tweeënzeventig vestigingen subsidie kan worden verstrekt; d. artikel 3, tweede lid, onderdeel d € 991.615,– voor deelname aan de activiteiten, bedoeld in, waarbij in het schooljaar 2025/2026 voor ten hoogste vijf vestigingen per co-creatielab en in totaal voor ten hoogste tien vestigingen subsidie kan worden verstrekt; e. artikel 3, tweede lid, onderdeel e € 446.179,– voor deelname aan de activiteiten, bedoeld in, waarbij in het schooljaar 2025/2026 in totaal voor ten hoogste negentig vestigingen subsidie kan worden verstrekt; f. artikel 3, tweede lid, onderdeel f € 1.413.468,– voor deelname aan de activiteiten, bedoeld in, waarbij in het schooljaar 2025/2026 voor ten hoogste twaalf vestigingen subsidie kan worden verstrekt. 3 In aanvulling op het tweede lid, onderdeel b, geldt voor het primair onderwijs dat het maximaal aantal beschikbare onderzoeks- en verbetercultuurtrajecten vanuit de aanbieder Groeikracht en de aanbieder Transformatieve school respectievelijk eenenzestig en vijfentwintig bedraagt. Het maximaal aantal beschikbare onderzoeks- en verbetercultuurtrajecten voor het voortgezet onderwijs bedraagt zesentwintig vanuit Groeikracht en zestig vanuit de Transformatieve School. 4 De minister verdeelt de beschikbare bedragen in volgorde van binnenkomst van de volledige aanvragen. Een subsidie wordt geweigerd voor zover door verstrekking van de subsidie het plafond zou worden overschreden. 2025 29185 29-08-2025 19-08-2025 53160336 2025 29185 29-08-2025 19-08-2025 53160336 30-08-2025 15-02-2025
Artikel 9f — Artikel 9f Subsidiebedrag#
Artikel 9f Subsidiebedrag 1 Het subsidiebedrag per vestiging in het primair onderwijs voor het schooljaar 2025/2026 bedraagt: a. artikel 3, tweede lid, onderdeel a € 94.217,– voor de activiteiten, bedoeld in; b. artikel 3, tweede lid, onderdeel b € 41.580,– voor de activiteiten, bedoeld in; c. artikel 3, tweede lid, onderdeel c € 25.200,– voor de activiteiten, bedoeld in. d. artikel 3, tweede lid, onderdeel d € 99.162,– voor de activiteiten, bedoeld in; e. artikel 3, tweede lid, onderdeel e € 4.958,– voor de activiteiten, bedoeld in; en f. artikel 3, tweede lid, onderdeel f € 47.116,– voor de activiteiten, bedoeld in, vermeerderd met een aanvullend bedrag per aangeboden leertraject per lerende school van € 11.779,–. 2 Het subsidiebedrag per vestiging in het voortgezet onderwijs voor het schooljaar 2025/2026 bedraagt: a. artikel 3, tweede lid, onderdeel a € 94.217,– voor de activiteiten, bedoeld in; b. artikel 3, tweede lid, onderdeel b € 110.880,– voor de activiteiten, bedoeld in; c. artikel 3, tweede lid, onderdeel c € 25.200,– voor de activiteiten, bedoeld in. d. artikel 3, tweede lid, onderdeel d € 99.162,– voor de activiteiten, bedoeld in; e. artikel 3, tweede lid, onderdeel e € 4.958,– voor de activiteiten, bedoeld in; en f. artikel 3, tweede lid, onderdeel f € 47.116,– voor de activiteiten, bedoeld in, vermeerderd met een aanvullend bedrag per aangeboden leertraject per lerende school van € 11.779,–. 3 Voor subsidieontvangers in Caribisch Nederland wordt het in het eerste en tweede lid bedoelde subsidiebedrag omgerekend in US-dollars tegen de vastgestelde wisselkoers. 2025 5659 14-02-2025 06-02-2025 49989613 2025 5659 14-02-2025 06-02-2025 49989613 15-02-2025
Artikel 9g — Artikel 9g Overeenkomstige toepassing subsidieverplichtingen#
Artikel 9g Overeenkomstige toepassing subsidieverplichtingen artikel 9 De subsidieverplichtingen, bedoeld in, zijn van overeenkomstige toepassing voor de subsidieverstrekking op grond van dit hoofdstuk, met dien verstande dat bij artikel 9, derde lid, voor ‘kalenderjaar 2025’ wordt gelezen ‘kalenderjaar 2026’. 2025 5659 14-02-2025 06-02-2025 49989613 2025 5659 14-02-2025 06-02-2025 49989613 15-02-2025
Artikel 9a.1 — Artikel 9a.1 Reikwijdte hoofdstuk 4#
Artikel 9a.1 Reikwijdte hoofdstuk 4 artikel 3 Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op de verstrekking van subsidie voor de uitvoering van activiteiten als bedoeld invoor het schooljaar 2026/2027. 2026 6870 18-02-2026 05-02-2026 VO/20251121 2026 6870 18-02-2026 05-02-2026 VO/20251121 19-02-2026
Artikel 9b.2 — Artikel 9b.2 Aanvraag subsidie#
Artikel 9b.2 Aanvraag subsidie 1 Een bevoegd gezag dat subsidie wil aanvragen, voert voorafgaand aan de aanvraag een informatiegesprek met het programmabureau of neemt voorafgaand aan de aanvraag deel aan een informatiebijeenkomst. 2 In afwijking van het eerste lid: a. artikel 3, tweede lid, onderdeel d voert een bevoegd gezag dat subsidie wil aanvragen voor de activiteiten, bedoeld in, voorafgaand aan de aanvraag een evaluatiegesprek met Education Lab Netherlands, indien de subsidie wordt aangevraagd voor een vestiging die voor het schooljaar 2025/2026 heeft deelgenomen als een co-creërende vestiging in een co-creatielab, waarbij een verslag van dit gesprek wordt opgenomen bij de subsidieaanvraag; b. artikel 3, tweede lid, onderdeel e voert een bevoegd gezag dat subsidie wil aanvragen voor de activiteiten, bedoeld in, voorafgaand aan de aanvraag een intakegesprek met Education Lab Netherlands; c. artikel 3, tweede lid, onderdeel f voert een bevoegd gezag dat subsidie wil aanvragen voor de activiteiten, bedoeld in, voorafgaand aan de aanvraag een evaluatiegesprek met het programmabureau, waarbij een verslag van dit gesprek wordt opgenomen bij de subsidieaanvraag; 3 In aanvulling op het eerste lid: a. artikel 3, tweede lid, onderdeel a voert een bevoegd gezag dat subsidie wil aanvragen voor de activiteiten, bedoeld in, een intakegesprek met het programmabureau; b. artikel 3, tweede lid, onderdeel b voert een bevoegd gezag dat subsidie wil aanvragen voor de activiteiten, bedoeld in, een intakegesprek met de aanbieder van het onderzoeks- en verbetercultuurtraject; c. artikel 3, tweede lid, onderdeel c voert een bevoegd gezag dat subsidie wil aanvragen voor de activiteiten, bedoeld in, een intakegesprek met de expertiseschool die een leertraject aanbiedt; d. artikel 3, tweede lid, onderdeel d voert een bevoegd gezag dat subsidie wil aanvragen voor de activiteiten, bedoeld in, een intakegesprek met Education Lab Netherlands. 4 artikel 3, tweede lid Een bevoegd gezag kan op basis van deze regeling voor vestigingen van eigen scholen per activiteit als bedoeld in, een aanvraag indienen. 5 artikel 3, tweede lid, onderdeel b Voor de activiteiten, bedoeld in, kan een bevoegd gezag ten behoeve van meerdere schoolteams subsidie aanvragen. Bij vestigingen waar op het moment van de aanvraag meer dan tachtig onderwijsprofessionals werken, indien het een vestiging in het voortgezet onderwijs betreft, mogen maximaal drie schoolteams van minimaal veertig onderwijsprofessionals deelnemen aan de trajecten. Bij vestigingen waar op het moment van aanvraag meer dan dertig onderwijsprofessionals werken, indien het een vestiging in het primair onderwijs betreft, mogen maximaal drie schoolteams van minimaal vijftien onderwijsprofessionals deelnemen aan de trajecten. 6 artikel 3, tweede lid, onderdeel d Voor de activiteiten, bedoeld in, kan ook door een samenwerking subsidie worden aangevraagd. Een samenwerking bestaat uit maximaal vijf vestigingen. De aanvraag voor een samenwerking geschiedt door een penvoerder. 7 artikel 3, tweede lid, onderdelen a, b, d, e of f Een aanvraag voor subsidie voor activiteiten als bedoeld in, kan worden ingediend van 9 maart 2026, 9.00 uur, tot en met 26 juni 2026, 16.00 uur. 8 artikel 3, tweede lid, onderdeel c Een aanvraag voor subsidie voor activiteiten als bedoeld in, kan worden ingediend van 9 maart 2026, 9.00 uur, tot en met 26 juni 2026, 16.00 uur en van 2 oktober 2026, 9.00 uur, tot en met 27 november 2026, 16.00 uur. 9 Subsidieaanvragen die buiten een aanvraagtijdvak worden ingediend, worden afgewezen. 10 De subsidie wordt aangevraagd met het digitale aanvraagformulier dat daartoe op de website van DUS-I beschikbaar is gesteld. 11 De subsidieaanvraag die namens een samenwerking wordt ingediend door de penvoerder, bedoeld in het zesde lid, bevat: a. een verklaring, ondertekend door de penvoerder, waaruit blijkt dat de deelnemende partijen een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in het dertiende lid hebben gesloten; en b. een vermelding van de vestigingen waaruit de samenwerking bestaat. 12 In de samenwerkingsovereenkomst tussen de penvoerder en de deelnemende partijen, bedoeld in het elfde lid, onderdeel a, wordt in ieder geval opgenomen: a. de wijze waarop de vestigingen binnen de samenwerking met elkaar gaan samenwerken ten behoeve van deelname als co-creërende vestigingen in een co-creatie lab; b. de voorgenomen verdeling van de subsidiemiddelen tussen de vestigingen binnen de samenwerking; c. de wijze van informatieverstrekking en verantwoording aan de penvoerder door de overige vestigingen binnen de samenwerking, zodat de penvoerder aan de verplichtingen in deze regeling kan voldoen. 13 De subsidie, bedoeld in het zesde lid, die wordt verstrekt ten behoeve van een samenwerking, wordt verstrekt aan en verantwoord door de penvoerder. Op de penvoerder rusten alle aan de subsidie verbonden verplichtingen, ongeacht welke vestiging feitelijk is belast met de uitvoering van de daarop betrekking hebbende activiteiten. 14 Onvolledige subsidieaanvragen kunnen, binnen twee weken na de mededeling van de Minister dat de aanvraag onvolledig is, worden aangevuld door de subsidieaanvrager. Blijft tijdige en volledige aanlevering van de gegevens uit, dan wordt de betreffende aanvraag buiten behandeling gesteld. 15 De Minister stelt een model voor de samenwerkingsovereenkomst, bedoeld in het elfde lid, elektronisch beschikbaar. 2026 6870 18-02-2026 05-02-2026 VO/20251121 2026 6870 18-02-2026 05-02-2026 VO/20251121 19-02-2026
Artikel 9c.3 — Artikel 9c.3 Aanvraagvereisten#
Artikel 9c.3 Aanvraagvereisten 1 artikel 3.4 van de Kaderregeling De aanvraag bestaat uit een activiteitenplan, waarin onverminderdten minste wordt opgenomen: a. artikel 3, tweede lid, onderdeel a indien subsidie wordt aangevraagd voor de activiteiten, bedoeld in: 1°. artikel 9b.3a voor zover de aanvrager voorafgaand aan de aanvraag niet heeft deelgenomen aan een informatiebijeenkomst van het programmabureau van Ontwikkelkracht, een verslag van het intakegesprek, bedoeld in, met het programmabureau; 2°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de desbetreffende vestiging expertise heeft op een bepaald terrein binnen het gebied van het programma Ontwikkelkracht en dat de aangeboden aanpak of werkwijze kansrijk is en gebaseerd is op relevante en recente inzichten uit de onderwijswetenschap; 3°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de schoolleiding en het schoolbestuur van de vestiging betrokken zijn en zich committeren aan het traject en dat er in de school voldoende draagvlak is; 4°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de vestiging een goede onderzoeks- en verbetercultuur heeft; en 5°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de vestiging in een bepaald leergebied een evidence-informed werkwijze of aanpak hanteert; b. artikel 3, tweede lid, onderdeel b indien subsidie wordt aangevraagd voor de activiteiten, bedoeld in: 1°. een omschrijving van de vraag of doelstelling die de vestiging heeft op het gebied van het versterken van haar onderzoeks- en verbetercultuur; 2°. een ontwikkeldoel gericht op leerwinst; 3°. een uiteenzetting die inzicht geeft in de manier waarop het onderwijspersoneel betrokken is, de manier waarop de schoolleiding en het schoolbestuur betrokken zijn en welke rol eenieder heeft; 4°. een onderbouwing waaruit blijkt dat sprake is van voldoende draagvlak op de vestiging voor deelname aan het traject, en dat de onderwijsprofessionals waaronder de schoolleiding en het schoolbestuur, zich committeren aan het traject; 5°. een onderbouwing waaruit blijkt dat voldoende tijd zal worden vrijgemaakt voor de leraren en schoolleiding op de vestiging voor deelname aan het traject; en 6°. een uiteenzetting die inzicht geeft in de wijze waarop het traject op de desbetreffende vestiging organisatorisch wordt vormgegeven; c. artikel 3, tweede lid, onderdeel c indien subsidie wordt aangevraagd voor de activiteiten, bedoeld in: 1°. artikel 9b.2, derde lid, onderdeel c een verslag van het gesprek, bedoeld in, met de expertiseschool die het te volgen leertraject aanbiedt; 2°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de desbetreffende vestiging bereid en in staat is om actief deel te nemen aan het leertraject; 3°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de schoolleiding en het schoolbestuur van de vestiging betrokken zijn en zich committeren aan het traject; en 4°. een onderbouwing waaruit blijkt dat er in het team voldoende draagvlak is om de lessen uit het leertraject duurzaam in de school te borgen; d. artikel 3, tweede lid, onderdeel d indien subsidie wordt aangevraagd voor de activiteiten, bedoeld in: 1°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de desbetreffende vestiging of samenwerking beschikt over expertise op het thema van het co-creatielab; 2°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de desbetreffende vestiging of samenwerking reeds succesvol werkt met evidence-informed aanpakken op het thema van het co-creatielab; 3°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de desbetreffende vestiging of samenwerking in staat is de pilotversie van een aanpak uit het co-creatielab te implementeren en mee te werken aan monitoring en evaluatie; 4°. een uiteenzetting die inzicht geeft in de manier waarop het onderwijspersoneel betrokken is, welke rol eenieder heeft en de manier waarop de schoolleiding en het schoolbestuur van de vestiging betrokken zijn en zich committeren aan het traject; 5°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de vestiging of samenwerking bereid is om samen te werken met andere vestigingen en onderzoekers in het desbetreffende co-creatielab; en 6°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de vestiging of samenwerking aantoonbare ervaring heeft met samenwerking met wetenschappelijke onderzoekers; e. artikel 3, tweede lid, onderdeel e indien subsidie wordt aangevraagd voor de activiteiten, bedoeld in: 1°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de vestiging bereid is om samen te werken met andere vestigingen en onderzoekers in het desbetreffende co-creatielab; 2°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de desbetreffende vestiging bereid en in staat is om deel te nemen aan het project en de activiteiten van het co-creatielab; en 3°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de schoolleiding en het schoolbestuur van de vestiging betrokken zijn en zich committeren aan het traject; f. artikel 3, tweede lid, onderdeel f indien subsidie wordt aangevraagd voor de activiteiten, bedoeld in, en voor zover de vestiging waarvoor de subsidie wordt aangevraagd aan het aspirant-traject expertisescholen heeft deelgenomen; 1°. artikel 9b.2, tweede lid, onderdeel b een verslag van het gesprek, bedoeld in, met het programmabureau; 2°. een onderbouwing waaruit blijkt dat sprake is van voldoende draagvlak op de vestiging voor het aanbieden van een of meer leertrajecten als expertiseschool en dat de onderwijsprofessionals waaronder de schoolleiding en het schoolbestuur van de vestiging, betrokken zijn en zich committeren aan de inzet hiervoor; 3°. een uiteenzetting die inzicht geeft in welke manier het onderwijspersoneel op de vestiging betrokken is, op welke manier de schoolleiding en het schoolbestuur betrokken zijn, welke rol eenieder heeft, hoeveel tijd voor de verschillende deelnemers wordt vrijgemaakt en hoe de op de vestiging aan te bieden leertrajecten organisatorisch worden vormgegeven; 4°. een beschrijving van het leertraject van de vestiging als expertiseschool en de vereisten voor deelname van de vestigingen die deelnemen als lerende scholen; en 5°. een onderbouwing van het aantal beschikbare plaatsen, ten minste vier en ten hoogste zes plaatsen, voor vestigingen die deelnemen als lerende scholen per aangeboden leertraject voor schooljaar 2026/2027. 2 artikel 9b.2, vijfde lid In aanvulling op het eerste lid, onderdeel b, en voor zover ten behoeve van meerdere schoolteams subsidie wordt aangevraagd, bevat de aanvraag een verklaring, ondertekend door het bevoegd gezag, waaruit blijkt dat wordt voldaan aan het vereiste als bedoeld in. 2026 6870 18-02-2026 05-02-2026 VO/20251121 2026 6870 18-02-2026 05-02-2026 VO/20251121 19-02-2026
Artikel 9d.4 — Artikel 9d.4 Overeenkomstige toepassing weigeringsgronden#
Artikel 9d.4 Overeenkomstige toepassing weigeringsgronden 1 artikel 6 artikel 9b.2, eerste, tweede of derde lid De weigeringsgronden, bedoeld in, zijn van overeenkomstige toepassing voor de subsidieverstrekking op grond van dit hoofdstuk, met dien verstande dat bij artikel 6, onderdeel a, voor ‘de gesprekken’ wordt gelezen de gesprekken als bedoeld inen bij artikel 6, onderdeel d, voor ‘peildatum 1 januari 2024’ wordt gelezen ‘peildatum 1 januari 2026’. 2 artikel 3, tweede lid, onderdeel b artikel 9b.2, vijfde lid In aanvulling op het eerste lid, wordt een aanvraag die betrekking heeft op de activiteiten, bedoeld in, en die ten behoeve van meerdere schoolteams is aangevraagd, geweigerd indien niet wordt voldaan aan het vereiste als bedoeld in. 2026 6870 18-02-2026 05-02-2026 VO/20251121 2026 6870 18-02-2026 05-02-2026 VO/20251121 19-02-2026
Artikel 9e.5 — Artikel 9e.5 Subsidieplafonds en maximaal aantal deelnemende vestigingen per jaar#
Artikel 9e.5 Subsidieplafonds en maximaal aantal deelnemende vestigingen per jaar 1 Voor verstrekking van de subsidie op grond van dit hoofdstuk is in totaal een bedrag beschikbaar van € 20.383.644 voor het primair onderwijs en het voortgezet onderwijs. 2 Per activiteit waarvoor subsidie kan worden aangevraagd zijn ten hoogste de volgende bedragen beschikbaar: a. artikel 3, tweede lid, onderdeel a € 1.413.255,– voor deelname aan de activiteiten, bedoeld in, waarbij in het schooljaar 2026/2027 ten hoogste vijf vestigingen in het primair onderwijs en tien vestigingen in het voortgezet onderwijs kunnen deelnemen; b. artikel 3, tweede lid, onderdeel b € 11.781.000,– voor deelname aan de activiteiten, bedoeld in, waarbij in het schooljaar 2026/2027 ten hoogste achtenzeventig vestigingen in het primair onderwijs en zevenenzeventig vestigingen in het voortgezet onderwijs deelnemen; c. artikel 3, tweede lid, onderdeel c € 3.024.000,– voor deelname aan de activiteiten, bedoeld in, waarbij in het schooljaar 2026/2027 voor ten hoogste drieëndertig vestigingen in het primair onderwijs, ten hoogste zevenentachtig vestigingen in het voortgezet onderwijs en in totaal voor ten hoogste honderdtwintig vestigingen subsidie kan worden verstrekt; d. artikel 3, tweede lid, onderdeel d € 991.615,– voor deelname aan de activiteiten, bedoeld in, waarbij in het schooljaar 2026/2027 voor ten hoogste vijf vestigingen per co-creatielab en in totaal voor ten hoogste tien vestigingen subsidie kan worden verstrekt; e. artikel 3, tweede lid, onderdeel e € 817.994,– voor deelname aan de activiteiten, bedoeld in, waarbij in het schooljaar 2026/2027 in totaal voor ten hoogste honderdvijfenzestig vestigingen subsidie kan worden verstrekt; en f. artikel 3, tweede lid, onderdeel f € 2.355.780,– voor deelname aan de activiteiten, bedoeld in, waarbij in het schooljaar 2026/2027 voor ten hoogste twintig vestigingen subsidie kan worden verstrekt. 3 In aanvulling op het tweede lid, onderdeel b, geldt voor het primair onderwijs dat het maximaal aantal beschikbare onderzoeks- en verbetercultuurtrajecten vanuit de aanbieder Groeikracht en de aanbieder Transformatieve School respectievelijk vijfenvijftig en drieëntwintig bedraagt. Het maximaal aantal beschikbare onderzoeks- en verbetercultuurtrajecten voor het voortgezet onderwijs bedraagt tweeëntwintig vanuit Groeikracht en vijfenvijftig vanuit de Transformatieve School. 4 De Minister verdeelt de beschikbare bedragen in volgorde van binnenkomst van de volledige aanvragen. Een subsidie wordt geweigerd voor zover door verstrekking van de subsidie het plafond zou worden overschreden. 2026 6870 18-02-2026 05-02-2026 VO/20251121 2026 6870 18-02-2026 05-02-2026 VO/20251121 19-02-2026
Artikel 9f.6 — Artikel 9f.6 Subsidiebedrag#
Artikel 9f.6 Subsidiebedrag 1 Het subsidiebedrag per vestiging in het primair onderwijs voor het schooljaar 2026/2027 bedraagt: a. artikel 3, tweede lid, onderdeel a € 94.217,– voor de activiteiten, bedoeld in; b. artikel 3, tweede lid, onderdeel b € 41.580,– voor de activiteiten, bedoeld in; c. artikel 3, tweede lid, onderdeel c € 25.200,– voor de activiteiten, bedoeld in. d. artikel 3, tweede lid, onderdeel d € 99.162,– voor de activiteiten, bedoeld in; e. artikel 3, tweede lid, onderdeel e € 4.958,– voor de activiteiten, bedoeld in; en f. artikel 3, tweede lid, onderdeel f € 47.116,– voor de activiteiten, bedoeld in, vermeerderd met een aanvullend bedrag per aangeboden leertraject per lerende school van € 11.779,–. 2 Het subsidiebedrag per vestiging in het voortgezet onderwijs voor het schooljaar 2026/2027 bedraagt: a. artikel 3, tweede lid, onderdeel a € 94.217,– voor de activiteiten, bedoeld in; b. artikel 3, tweede lid, onderdeel b € 110.880,– voor de activiteiten, bedoeld in; c. artikel 3, tweede lid, onderdeel c € 25.200,– voor de activiteiten, bedoeld in; d. artikel 3, tweede lid, onderdeel d € 99.162,– voor de activiteiten, bedoeld in; e. artikel 3, tweede lid, onderdeel e € 4.958,– voor de activiteiten, bedoeld in; en f. artikel 3, tweede lid, onderdeel f € 47.116,– voor de activiteiten, bedoeld in, vermeerderd met een aanvullend bedrag per aangeboden leertraject per lerende school van € 11.779,–. 3 Voor subsidieontvangers in Caribisch Nederland wordt het in het eerste en tweede lid bedoelde subsidiebedrag omgerekend in US-dollars tegen de vastgestelde wisselkoers. 4 artikel 9b.2, vijfde lid Het subsidiebedrag per vestiging bij een aanvraag als bedoeld in, wordt berekend door de bedragen uit onderdelen b van het eerste of tweede lid, te vermenigvuldigen met het aantal schoolteams dat aan de trajecten deelneemt. 5 artikel 9b.2, zesde lid Het subsidiebedrag bij een aanvraag die namens een samenwerking wordt ingediend, als bedoeld in, wordt berekend door de bedragen uit onderdelen d van het eerste of tweede lid, te vermenigvuldigen met het aantal vestigingen dat binnen een samenwerking als een co-creërende vestiging deelneemt in een co-creatielab. 2026 6870 18-02-2026 05-02-2026 VO/20251121 2026 6870 18-02-2026 05-02-2026 VO/20251121 19-02-2026
Artikel 9g.7 — Artikel 9g.7 Overeenkomstige toepassing subsidieverplichtingen#
Artikel 9g.7 Overeenkomstige toepassing subsidieverplichtingen artikel 9 artikel 3, tweede lid, onderdeel b De subsidieverplichtingen, bedoeld in, zijn van overeenkomstige toepassing voor de subsidieverstrekking op grond van dit hoofdstuk, met dien verstande dat bij artikel 9, derde lid, voor ‘kalenderjaar 2025’ wordt gelezen ‘kalenderjaar 2027’ en de Minister in afwijking van het derde lid op een gemotiveerd verzoek van de subsidieontvanger die deelneemt aan activiteiten, bedoeld in, de in het derde lid genoemde termijn van één kalenderjaar waarin het traject uiterlijk moet zijn afgerond kan verlengen. 2026 6870 18-02-2026 05-02-2026 VO/20251121 2026 6870 18-02-2026 05-02-2026 VO/20251121 19-02-2026
Artikel 10 — Artikel 10 Vaststelling en verantwoording#
Artikel 10 Vaststelling en verantwoording 1 Een subsidie waarbij het te verstrekken subsidiebedrag minder dan € 125.000,– bedraagt, wordt direct vastgesteld binnen 13 weken na indiening van de aanvraag. 2 Regeling jaarverslaggeving onderwijs Regeling jaarverslaggeving onderwijs BES De verantwoording van de subsidie, als bedoeld in het eerste lid, geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig demet model G, onderdeel 1, of overeenkomstig de. Indien de activiteiten zijn uitgevoerd en aan alle verplichtingen is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt. 3 artikel 9.1, vierde lid, van de Kaderregeling In afwijking van, wordt een subsidie waarbij het te verstrekken subsidiebedrag € 125.000 of meer bedraagt, verleend binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag, en wordt vastgesteld binnen een jaar na de ontvangst van de verantwoording in de jaarverslaggeving over het laatste kalenderjaar van de activiteitenperiode. De Minister verleent bij het besluit tot verlening van de subsidie een voorschot van 100% dat in één keer wordt betaald. 4 Regeling jaarverslaggeving onderwijs Regeling jaarverslaggeving onderwijs BES De verantwoording van de subsidie, als bedoeld in het derde lid, geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig demet model G, onderdeel 1, of overeenkomstig de. De verantwoording gaat vergezeld van een activiteitenverslag. Indien de activiteiten zijn uitgevoerd en aan alle verplichtingen is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt. 5 De subsidieontvanger toont op verzoek van de Minister door middel van een activiteitenverslag aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie verbonden zijn. In dit kader vindt in ieder geval een steekproefsgewijze controle door de Minister plaats. Subsidieontvangers verklaren wanneer zij binnen de steekproef vallen welke activiteiten zijn ondernomen met de subsidie. 2024 13997 24-04-2024 23-04-2024 VO/37841750 2024 13997 24-04-2024 23-04-2024 VO/37841750 25-04-2024
Artikel 11 — Artikel 11 Betaling#
Artikel 11 Betaling 1 artikel 10, eerste lid De Minister bepaalt bij subsidies als bedoeld in, het betaalritme van het subsidiebedrag in de beschikking. 2 artikel 10, derde lid De Minister verstrekt bij subsidies als bedoeld in, een voorschot van 100% dat wordt uitbetaald volgens een betaalritme dat in de beschikking wordt bepaald. 2024 13997 24-04-2024 23-04-2024 VO/37841750 2024 13997 24-04-2024 23-04-2024 VO/37841750 25-04-2024
Artikel 12 — Artikel 12 Hardheidsclausule#
Artikel 12 Hardheidsclausule De Minister kan één of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing daarvan, gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen, zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. 2024 13997 24-04-2024 23-04-2024 VO/37841750 2024 13997 24-04-2024 23-04-2024 VO/37841750 25-04-2024
Artikel 13 — Artikel 13 Inwerkingtreding en vervaldatum#
Artikel 13 Inwerkingtreding en vervaldatum 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2 Deze regeling vervalt met ingang van 25 april 2028 dien verstande dat de regeling van toepassing blijft ten aanzien van de subsidies die op grond van de regeling zijn verstrekt. 2024 13997 24-04-2024 23-04-2024 VO/37841750 2024 13997 24-04-2024 23-04-2024 VO/37841750 25-04-2024
Artikel 14 — Artikel 14 Citeertitel#
Artikel 14 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Ontwikkelkracht 2024/2025, 2025/2026 en 2026/2027. 2026 6870 18-02-2026 05-02-2026 VO/20251121 2026 6870 18-02-2026 05-02-2026 VO/20251121 19-02-2026