Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, van 22 april 2024, nr. IENW/BSK-2024/122680, houdende vaststelling van tijdelijke regels ter stimulering van demonstraties Maritiem Masterplan (Tijdelijke subsidieregeling Maritiem Masterplan)
- BWB-id
- BWBR0049626
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Waterstaat
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-07-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0049626
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2024/tijdelijke-subsidieregeling-maritiem-masterplan
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2024/tijdelijke-subsidieregeling-maritiem-masterplan/2025-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0049626&g=2025-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0049626&z=2026-06-06&g=2025-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0049626/2025-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2024/tijdelijke-subsidieregeling-maritiem-masterplan
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: experimentele ontwikkeling: ontwikkeling als bedoeld in artikel 2, onderdeel 86, van de algemene groepsvrijstellingsverordening; grote onderneming: onderneming als bedoeld in artikel 2, onderdeel 24, van de algemene groepsvrijstellingsverordening; Human Capital-activiteiten: bijlage 2 activiteiten als bedoeld in; industrieel onderzoek: onderzoek als bedoeld in artikel 2, onderdeel 85, van de algemene groepsvrijstellingsverordening; JMDP: bijlage 2 Joint Maritime Digital Platform als bedoeld in; Kaderbesluit: Kaderbesluit subsidies I en M ; minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat; kleine onderneming: onderneming als bedoeld in artikel 2, onderdeel 2, van de algemene groepsvrijstellingsverordening; Maritiem Masterplan: bijlage 1 plan zoals samengevat opgenomen in; middelgrote onderneming: onderneming als bedoeld in artikel 2, onderdeel 2, van de algemene groepsvrijstellingsverordening; Nederlandse onderneming: artikel 1, eerste lid, onderdelen k en l, van de Handelsregisterwet 2007 onderneming die is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, met een hoofdvestiging of nevenvestiging als bedoeld in, in Nederland; O&D-project: Onderzoek- en Demonstratieproject; samenhangend geheel van activiteiten van ontwerp, ontwikkeling en demonstratie van een technologie aan boord van het schip, bestaande uit experimentele ontwikkeling, eventueel aangevuld met industrieel onderzoek, door ten minste twee ondernemingen en daarnaast eventueel bestaande uit niet-economisch industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling door één of meer onderzoeksorganisaties dat onafhankelijk wordt uitgevoerd met het oog op meer kennis en een beter inzicht, gericht op het verduurzamen en versterken van de maritieme sector; O&O&I-steunkader: Kaderregeling betreffende staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie nr. 2022/C 414/01 (PbEU 2022, C 414); onderzoeksorganisatie: organisatie voor onderzoek en kennisverspreiding als bedoeld in paragraaf 1.3, onderdeel 16, onder ff, van het O&O&I-steunkader; RVO: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. 2024 13437 26-04-2024 22-04-2024 IENW/BSK-2024/122680 2024 13437 26-04-2024 22-04-2024 IENW/BSK-2024/122680 27-04-2024
Artikel 2 — Artikel 2 Doel van de regeling#
Artikel 2 Doel van de regeling Deze regeling heeft als doel het stimuleren van activiteiten gericht op het verduurzamen en versterken van de maritieme sector, binnen de kaders van het Maritiem Masterplan. 2024 13437 26-04-2024 22-04-2024 IENW/BSK-2024/122680 2024 13437 26-04-2024 22-04-2024 IENW/BSK-2024/122680 27-04-2024
Artikel 3 — Artikel 3 Subsidiabele activiteiten#
Artikel 3 Subsidiabele activiteiten 1 De minister kan aan een aanvrager subsidie verstrekken voor O&D-projecten. 2 bijlage 1 Een O&D-project bevat een samenhangend geheel van activiteiten die passen binnen de doelstellingen en kaders van het Maritiem Masterplan en valt onder een van de volgende energielijnen, als omschreven in: a. Energielijn waterstof; b. Energielijn methanol; c. Energielijn Carbon Capture gekoppeld aan een LNG aandrijflijn. 2024 13437 26-04-2024 22-04-2024 IENW/BSK-2024/122680 2024 13437 26-04-2024 22-04-2024 IENW/BSK-2024/122680 27-04-2024
Artikel 4 — Artikel 4 Aanvrager#
Artikel 4 Aanvrager 1 Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend door een samenwerkingsverband. 2 De penvoerder van een samenwerkingsverband is een Nederlandse onderneming. 3 Een samenwerkingsverband bevat ten minste twee niet aan elkaar verbonden ondernemingen als bedoeld in artikel 3, derde lid, van bijlage I bij de algemene groepsvrijstellingsverordening. 2024 13437 26-04-2024 22-04-2024 IENW/BSK-2024/122680 2024 13437 26-04-2024 22-04-2024 IENW/BSK-2024/122680 27-04-2024
Artikel 5 — Artikel 5 Subsidiabele kosten#
Artikel 5 Subsidiabele kosten 1 Als subsidiabele kosten komen uitsluitend in aanmerking de kosten, bedoeld in artikel 25, derde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening. 2 Onder artikel 25, derde lid, onderdeel e, van de algemene groepsvrijstellingsverordening vallen ook meerkosten brandstof en kosten om voor demonstratie noodzakelijke infrastructuur aan te leggen. 3 Als standaardberekeningswijzen voor de berekening van uurtarieven worden gehanteerd: a. een berekening op basis van integrale kostensystematiek; b. een berekening op basis van kosten per kostendrager vermeerderd met een forfaitair vastgestelde opslag voor indirecte kosten; of c. een forfaitair vastgesteld uurtarief voor loonkosten. 2024 19991 25-06-2024 17-06-2024 IENW/BSK-2024/172271 2024 19991 25-06-2024 17-06-2024 IENW/BSK-2024/172271 26-06-2024 27-04-2024
Artikel 5a — Artikel 5a Berekening subsidiabele kosten bij toepassing integrale kostensystematiek#
Artikel 5a Berekening subsidiabele kosten bij toepassing integrale kostensystematiek 1 artikel 5, derde lid, onderdeel a Bij het hanteren van uurtarieven die tot stand zijn gekomen met de standaardberekeningswijze bedoeld in, worden de directe en indirecte kosten per kostendrager in een tarief per eenheid van deze kostendrager berekend. 2 De subsidiabele kosten worden berekend door het aantal eenheden van de kostendrager te vermenigvuldigen met het ingevolge het eerste lid berekende tarief, vermeerderd met de aan derden betaalde kosten voor zover deze geen deel uitmaken van het ingevolge het eerste lid vastgestelde tarief. 2024 19991 25-06-2024 17-06-2024 IENW/BSK-2024/172271 2024 19991 25-06-2024 17-06-2024 IENW/BSK-2024/172271 26-06-2024 27-04-2024
Artikel 5b — Artikel 5b Berekening subsidiabele kosten bij toepassing kosten per kostendrager met opslag#
Artikel 5b Berekening subsidiabele kosten bij toepassing kosten per kostendrager met opslag 1 artikel 5, derde lid, onderdeel b Bij het hanteren van uurtarieven die tot stand zijn gekomen met de standaardberekeningswijze bedoeld in, worden de directe loonkosten per uur vermenigvuldigd met het aantal uren dat direct bij de subsidiabele activiteiten betrokken personen ten behoeve van deze activiteiten hebben gewerkt. 2 De subsidiabele kosten worden berekend door het ingevolge het eerste lid berekende bedrag te vermeerderen met: a. een vaste opslag voor indirecte kosten van 50 procent van de loonkosten; b. kosten van het gebruik van apparatuur en de kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen indien deze in de administratie te onderscheiden zijn; en c. aan derden betaalde kosten. 3 Voor zover er geen loonkosten worden gemaakt, maar niettemin arbeid wordt verricht, wordt voor de berekening van de kosten van de arbeid uitgegaan van € 80,– per uur. 2024 19991 25-06-2024 17-06-2024 IENW/BSK-2024/172271 2024 19991 25-06-2024 17-06-2024 IENW/BSK-2024/172271 26-06-2024 27-04-2024
Artikel 5c — Artikel 5c Berekening met forfaitair uurtarief loonkosten#
Artikel 5c Berekening met forfaitair uurtarief loonkosten 1 artikel 5, derde lid, onderdeel c Bij het hanteren van uurtarieven die tot stand zijn gekomen met de standaardberekeningswijze bedoeld in, wordt een uurtarief gehanteerd van € 80,– per uur. 2 De subsidiabele kosten worden berekend door het ingevolge het eerste lid gehanteerde bedrag te vermenigvuldigen met het aantal uren dat de direct bij de subsidiabele activiteiten betrokken personen ten behoeve van deze activiteiten hebben gewerkt en te vermeerderen met: a. kosten van het gebruik van apparatuur en de kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen indien deze in de administratie te onderscheiden zijn; en b. aan derden betaalde kosten. 2024 19991 25-06-2024 17-06-2024 IENW/BSK-2024/172271 2024 19991 25-06-2024 17-06-2024 IENW/BSK-2024/172271 26-06-2024 27-04-2024
Artikel 6 — Artikel 6 Hoogte subsidie#
Artikel 6 Hoogte subsidie 1 De subsidie bedraagt ten hoogste: a. 50% van de subsidiabele kosten, voor zover deze betrekking hebben op industrieel onderzoek door een onderneming; b. 25% van de subsidiabele kosten, voor zover deze betrekking hebben op experimentele ontwikkeling door een onderneming; c. 100% van de subsidiabele kosten, voor zover deze betrekking hebben op niet-economisch industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling door een onderzoeksorganisatie. 2 De percentages, genoemd in het eerste lid, onderdelen a en b, worden verhoogd met: a. 10 procentpunten voor middelgrote ondernemingen en met 20 procentpunten voor kleine ondernemingen; b. 15 procentpunten, indien voldaan wordt aan ten minste één van de voorwaarden, bedoeld in artikel 25, zesde lid, onderdeel b, van de algemene groepsvrijstellingsverordening. 3 Van de totaal verleende subsidie aan het project bestaat ten hoogste 25% uit subsidiëring van meerkosten brandstof en ten hoogste 25%, met een maximum van € 2 miljoen, uit subsidiëring van kosten om de voor demonstratie noodzakelijke infrastructuur aan te leggen. 4 Van de totaal verleende subsidie aan het project bestaat ten hoogste 25% uit niet-economisch industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling door een onderzoeksorganisatie. 5 De subsidie bedraagt ten hoogste € 15 miljoen per project. 6 De subsidie bedraagt per onderneming, of per groep verbonden ondernemingen als bedoeld in artikel 3, derde lid, van bijlage I bij de algemene groepsvrijstellingsverordening, ten hoogste 80% van de totaal verleende subsidie aan het project. 7 Ten minste 50% van de subsidiabele kosten van de deelnemers aan het samenwerkingsverband wordt gemaakt door Nederlandse ondernemingen. 8 De subsidiabele kosten bedragen niet minder dan € 25.000,– per deelnemer aan het samenwerkingsverband. 2024 13437 26-04-2024 22-04-2024 IENW/BSK-2024/122680 2024 13437 26-04-2024 22-04-2024 IENW/BSK-2024/122680 27-04-2024
Artikel 7 — Artikel 7 Subsidieplafond en wijze van verdelen#
Artikel 7 Subsidieplafond en wijze van verdelen 1 Het subsidieplafond bedraagt voor het jaar 2024 ten hoogste € 85 miljoen: a. artikel 3, tweede lid, onderdeel a voor de energielijn, bedoeld in: € 40 miljoen; b. artikel 3, tweede lid, onderdeel b voor de energielijn, bedoeld in: € 25 miljoen; c. artikel 3, tweede lid, onderdeel c voor de energielijn, bedoeld in: € 20 miljoen. 2 De minister verdeelt het beschikbare bedrag op basis van de volgorde van rangschikking van de aanvragen. 3 Indien twee of meer aanvragen op dezelfde plaats in de rangschikking terechtkomen, wordt door middel van loting de definitieve plaats in de rangschikking bepaald. 4 Indien het beschikbare bedrag voor een van de energielijnen na toepassing van het tweede lid niet wordt uitgeput, wordt het resterende bedrag indien mogelijk toegekend aan het eerstvolgende project in de rangschikking binnen een van de overige energielijnen. 2024 13437 26-04-2024 22-04-2024 IENW/BSK-2024/122680 2024 13437 26-04-2024 22-04-2024 IENW/BSK-2024/122680 27-04-2024
Artikel 8 — Artikel 8 Rangschikkingscriteria#
Artikel 8 Rangschikkingscriteria 1 De minister kent aan een O&D-project een hoger aantal punten toe naarmate: a. de bijdrage aan emissiereductie en klimaatneutraliteit hoger is; b. de aanpak voor het bewijzen van de effectiviteit en betrouwbaarheid van het energiesysteem beter is; c. de opschaalbaarheid en het verdienvermogen voor de strategische deelmarkten groter is; d. de ketensamenwerking en Nederlandse betrokkenheid groter is; e. bijlage 2 de bijdrage van het project aan de samenwerking binnen het Maritiem Masterplan hoger is conform de beoordelingscriteria in, door: i. de bijdrage aan het Joint Maritime Digital Platform; en ii. de bijdrage aan human capital-activiteiten. 2 De minister kent per onderdeel van het eerste lid ten hoogste 20 punten toe. 2024 13437 26-04-2024 22-04-2024 IENW/BSK-2024/122680 2024 13437 26-04-2024 22-04-2024 IENW/BSK-2024/122680 27-04-2024
Artikel 9 — Artikel 9 Adviescommissie#
Artikel 9 Adviescommissie 1 artikel 8 Er is een Adviescommissie O&D-projecten, die tot taak heeft de minister op zijn verzoek te adviseren omtrent de rangschikking en toekenning van punten op basis van de rangschikkingscriteria, bedoeld in. 2 De commissie bestaat uit ten minste 3 en ten hoogste 5 leden. 3 De voorzitter en de andere leden van de commissie worden door de minister voor een termijn van ten hoogste één jaar benoemd. 2024 13437 26-04-2024 22-04-2024 IENW/BSK-2024/122680 2024 13437 26-04-2024 22-04-2024 IENW/BSK-2024/122680 27-04-2024
Artikel 10 — Artikel 10 Aanvraagperiode#
Artikel 10 Aanvraagperiode De aanvraag voor subsidieverlening kan worden ingediend van 11 juni 2024, 9.00 uur tot en met 1 oktober 2024, 17.00 uur. 2024 13437 26-04-2024 22-04-2024 IENW/BSK-2024/122680 2024 13437 26-04-2024 22-04-2024 IENW/BSK-2024/122680 27-04-2024
Artikel 11 — Artikel 11 Aanvraag#
Artikel 11 Aanvraag 1 Een aanvraag om subsidie heeft betrekking op één energielijn. 2 Een aanvrager kan de aanvraag bij de minister indienen door middel van een daartoe vastgesteld formulier dat beschikbaar is via de website van RVO. 3 artikel 10 van het Kaderbesluit Onverminderdbevat de aanvraag ten minste: a. een projectplan; b. de gegevens, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening. 2024 13437 26-04-2024 22-04-2024 IENW/BSK-2024/122680 2024 13437 26-04-2024 22-04-2024 IENW/BSK-2024/122680 27-04-2024
Artikel 12 — Artikel 12 Afwijzingsgronden#
Artikel 12 Afwijzingsgronden artikelen 11 12 van het Kaderbesluit Onverminderd deenwordt een subsidieaanvraag afgewezen indien: a. er sprake is van ongeoorloofde cumulatie van steun als bedoeld in artikel 8 van de algemene groepsvrijstellingsverordening; b. er sprake is van een onderneming in moeilijkheden als bedoeld in artikel 2, achttiende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening; c. de werkzaamheden aan het project reeds zijn aangevangen voordat de aanvraag voor dat project is ingediend; d. de subsidieverstrekking niet in overeenstemming is met enige andere bepaling van de algemene groepsvrijstellingsverordening; e. het aantal bij rangschikking toegekende punten in totaal minder is dan 65; f. artikel 8, eerste lid, onderdelen a tot en met d het aantal bij rangschikking toegekende punten aan een van de criteria genoemd in, minder is dan 10. g. artikel 8, eerste lid, onderdeel e het aantal bij rangschikking toegekende punten aan een van de subonderdelen genoemd in, minder is dan 5; of h. de subsidiabele kosten minder dan € 500.000,– per O&D-project bedragen. 2024 13437 26-04-2024 22-04-2024 IENW/BSK-2024/122680 2024 13437 26-04-2024 22-04-2024 IENW/BSK-2024/122680 27-04-2024
Artikel 13 — Artikel 13 Beschikking tot verlening#
Artikel 13 Beschikking tot verlening Voor zover de subsidie wordt verleend ten laste van de nog niet door de Staten-Generaal aangenomen rijksbegroting, onderdeel Infrastructuur en Waterstaat, wordt in de beschikking tot verlening van een subsidie vermeld dat de verlening plaatsvindt onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld in de Wet tot vaststelling van de rijksbegroting, onderdeel Infrastructuur en Waterstaat. 2024 13437 26-04-2024 22-04-2024 IENW/BSK-2024/122680 2024 13437 26-04-2024 22-04-2024 IENW/BSK-2024/122680 27-04-2024
Artikel 14 — Artikel 14 Verplichtingen subsidieontvanger#
Artikel 14 Verplichtingen subsidieontvanger 1 Met de uitvoering van een O&D-project wordt gestart binnen 6 maanden na de subsidieverlening. 2 De maximale looptijd van het project is 8 jaar, bestaande uit maximaal 3 jaar ontwerpen en ontwikkelen, en maximaal 5 jaar demonstreren en monitoren. 2024 13437 26-04-2024 22-04-2024 IENW/BSK-2024/122680 2024 13437 26-04-2024 22-04-2024 IENW/BSK-2024/122680 27-04-2024
Artikel 15 — Artikel 15 Verplichtingen voor onderzoeksorganisaties#
Artikel 15 Verplichtingen voor onderzoeksorganisaties 1 Indien in het O&D-project niet-economisch industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling door een onderzoeksorganisatie wordt verricht: a. wordt voorafgaand aan de start van het O&D-project een samenwerkingsovereenkomst gesloten tussen de deelnemers aan het O&D-project over de wijze waarop wordt omgegaan met de bijdrage in de kosten, het delen in de risico’s en uitkomsten, de verspreiding van de resultaten en de toegang tot en de regels voor de toewijzing van intellectuele eigendomsrechten; b. worden de projectactiviteiten door de onderzoeksorganisatie: i. uitgevoerd in daadwerkelijke samenwerking, als bedoeld in paragraaf 1.3, onderdeel 16, onder h, van het O&O&I-steunkader, met ondernemingen; en ii. in de boekhouding opgenomen als niet-economische activiteiten; en c. draagt de onderzoeksorganisatie er zorg voor dat: i. de resultaten van de activiteiten waaraan geen intellectuele eigendomsrechten kunnen worden ontleend, ruim mogen worden verspreid en eventuele intellectuele eigendomsrechten die uit de activiteiten van de onderzoeksorganisatie voortvloeien, volledig aan haar worden toegekend; ii. uit de activiteiten ontstane intellectuele eigendomsrechten, alsmede daarmee verband houdende toegangsrechten, aan de verschillende samenwerkende deelnemers worden toegekend op een wijze die een passende afspiegeling is van hun werkpakketten, bijdragen en respectieve belangen; of iii. het van de deelnemende ondernemingen een vergoeding ontvangt die overeenstemt met de marktprijs voor de intellectuele eigendomsrechten die voortvloeien uit het samenwerkingsproject die worden overgedragen aan de deelnemende ondernemingen. 2 Het absolute bedrag van financiële en niet-financiële bijdragen van de deelnemende ondernemingen in de kosten van de activiteiten van de onderzoeksorganisatie die de betrokken intellectuele eigendomsrechten hebben opgeleverd, kan op de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, subonderdeel iii, in mindering worden gebracht. 3 De vergoeding, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, subonderdeel iii, stemt overeen met de marktprijs indien: a. het bedrag van de vergoeding is vastgesteld via een publieke, open en transparante concurrerende verkoopprocedure; b. een taxatie van een onafhankelijke deskundige bevestigt dat de prijs overeenstemt met de marktprijs; c. de onderzoeksorganisatie als verkoper kan aantonen dat zij heeft onderhandeld over de vergoeding, om rekening houdende met haar algemene doelstellingen, maximaal economisch voordeel te behalen op het tijdstip dat de overeenkomst betreffende de vergoeding wordt afgesloten; of d. in de gevallen waarin de samenwerkingsovereenkomst, bedoeld in het eerste lid onderdeel a, de onderneming een voorkeursrecht geeft ten aanzien van het door de onderzoeksorganisatie gegenereerde intellectuele eigendomsrecht, wanneer hieraan voor de onderzoeksorganisatie het recht is gekoppeld derden te verzoeken om economisch meer voordelige aanbiedingen, zodat de onderneming haar aanbod daaraan moet aanpassen. 4 De voorwaarden van een overeenkomst, gesloten ingevolge het derde lid, onderdeel c, wijken niet af van voorwaarden die onafhankelijke ondernemingen overeen zouden komen en behelzen geen enkele vorm van heimelijke verstandhouding. 2024 13437 26-04-2024 22-04-2024 IENW/BSK-2024/122680 2024 13437 26-04-2024 22-04-2024 IENW/BSK-2024/122680 27-04-2024
Artikel 16 — Artikel 16 Verplichtingen betreffende voorlichting#
Artikel 16 Verplichtingen betreffende voorlichting 1 Op verzoek van de minister verleent de subsidieontvanger medewerking aan het verspreiden van de resultaten van de op grond van deze titel gesubsidieerde activiteiten. 2 De subsidieontvanger verstrekt gedurende de looptijd van het O&D-project jaarlijks een voortgangsrapportage over het project die de minister kan gebruiken voor de openbare brede verspreiding van de niet-bedrijfsgevoelige kennis en informatie die met het project worden opgedaan. 3 De subsidieontvanger maakt de niet bedrijfsgevoelige kennis en informatie die met het project worden opgedaan na afloop van het project openbaar in een verslag dat naar het oordeel van de minister van voldoende kwaliteit is. 4 De verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt vanaf de datum van de beschikking tot subsidieverlening tot vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling. 5 De informatie, bedoeld in het tweede en derde lid, wordt verstrekt met gebruikmaking van een middel dat door de minister beschikbaar wordt gesteld. 2024 13437 26-04-2024 22-04-2024 IENW/BSK-2024/122680 2024 13437 26-04-2024 22-04-2024 IENW/BSK-2024/122680 27-04-2024
Artikel 17 — Artikel 17 Voorschot#
Artikel 17 Voorschot 1 De minister verstrekt ambtshalve een voorschot, verdeeld over de volgende termijnen: a. ten hoogste 15% bij de subsidieverlening; b. ten hoogste 50% op het moment van de start van de werkzaamheden aan het schip; c. ten hoogste 15% bij de start van de monitoring; 2 De minister verstrekt het resterende bedrag bij de vaststelling van de subsidie. 2024 13437 26-04-2024 22-04-2024 IENW/BSK-2024/122680 2024 13437 26-04-2024 22-04-2024 IENW/BSK-2024/122680 27-04-2024
Artikel 18 — Artikel 18 Subsidievaststelling#
Artikel 18 Subsidievaststelling 1 De aanvrager kan bij de minister een aanvraag tot vaststelling van de subsidie indienen door middel van een daartoe vastgesteld formulier dat beschikbaar is via de website van RVO. 2 artikel 24 van het Kaderbesluit Onverminderdworden bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie in elk geval de volgende gegevens verstrekt: a. een omschrijving van de projectresultaten van het O&D-project; b. artikel 2 artikel 3, tweede lid op welke wijze het O&D-project heeft bijgedragen aan het doel, bedoeld in, en de energielijnen, bedoeld in. 3 Voorafgaand aan de aanvraag tot vaststelling van de subsidie dient de aanvrager bij RVO een verzoek in tot het bepalen van de restwaarde van de innovatieve aandrijflijn. 2024 13437 26-04-2024 22-04-2024 IENW/BSK-2024/122680 2024 13437 26-04-2024 22-04-2024 IENW/BSK-2024/122680 27-04-2024
Artikel 19 — Artikel 19 Staatssteun#
Artikel 19 Staatssteun artikel 3 De subsidie voor de subsidiabele activiteiten, bedoeld inbevat voor zover een O&D-project betrekking heeft op industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling door een onderneming staatssteun en wordt gerechtvaardigd door artikel 25 van de algemene groepsvrijstellingsverordening. 2024 13437 26-04-2024 22-04-2024 IENW/BSK-2024/122680 2024 13437 26-04-2024 22-04-2024 IENW/BSK-2024/122680 27-04-2024
Artikel 20 — Artikel 20 Evaluatie#
Artikel 20 Evaluatie De minister publiceert uiterlijk op 1 april 2029 een tussentijds verslag en uiterlijk op 31 december 2033 een eindverslag over de doeltreffendheid en de effecten van de subsidie in de praktijk. 2024 13437 26-04-2024 22-04-2024 IENW/BSK-2024/122680 2024 13437 26-04-2024 22-04-2024 IENW/BSK-2024/122680 27-04-2024
Artikel 21 — Artikel 21 Inwerkingtreding en horizonbepaling#
Artikel 21 Inwerkingtreding en horizonbepaling Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 april 2029, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn aangevraagd. 2024 13437 26-04-2024 22-04-2024 IENW/BSK-2024/122680 2024 13437 26-04-2024 22-04-2024 IENW/BSK-2024/122680 27-04-2024
Artikel 22 — Artikel 22 Citeertitel#
Artikel 22 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke subsidieregeling Maritiem Masterplan. 2024 13437 26-04-2024 22-04-2024 IENW/BSK-2024/122680 2024 13437 26-04-2024 22-04-2024 IENW/BSK-2024/122680 27-04-2024