Regeling van de Minister van Klimaat en Groene Groei van 6 juli 2025, nr. WJZ/98374713, houdende aanwijzing categorieën van productie-installaties voor de productie van duurzame energieproductie en klimaattransitie in 2025 (Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2025) [KetenID WGK 27799]
- BWB-id
- BWBR0051266
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Klimaat en Groene Groei
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-10-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0051266
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2025/regeling-aanwijzing-categorie-n-duurzame-energieproductie-en
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2025/regeling-aanwijzing-categorie-n-duurzame-energieproductie-en/2025-10-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0051266&g=2025-10-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0051266&z=2026-06-06&g=2025-10-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0051266/2025-10-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2025/regeling-aanwijzing-categorie-n-duurzame-energieproductie-en
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: aanvoertemperatuur in het stookseizoen: de volgens de stooklijn bij een buitentemperatuur van –10°C of lager vereiste ingaande vloeistoftemperatuur voor een warmtenet of de volgens de stooklijn bij een buitentemperatuur van –10°C of lager vereiste ingaande vloeistoftemperatuur aan de gebruikerszijde voor een verwarmingssysteem; Algemene uitvoeringsregeling: Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie ; allesvergisting: biologische afbraakreacties van biomassa als bedoeld in de NTA 8003:2017, met uitzondering van de nummers 400, 410, 420, 500, 550 tot en met 559, waarvan de biogasopbrengst van de ingaande stroom ten minste 25 Nm3 aardgasequivalent per ton bedraagt; beperkingengebied: artikel 2.21.a., eerste lid, onderdeel b van de Omgevingswet beperkingengebied met betrekking tot waterstaatswerken in beheer bij het Rijk als bedoeld in; Besluit SDEK: Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie ; Besluit SDE: Besluit stimulering duurzame energieproductie , zoals dit luidde op 31 oktober 2020; biosyngas: mengsel van gassen dat is geproduceerd door vergassing van biomassa en dat geen nadere bewerking tot methaan heeft ondergaan; COP-waarde: coëfficiënt van prestatie uitgedrukt in de hoeveelheid afgegeven warmte aan de condensorzijde per hoeveelheid opgenomen elektriciteit bij gemiddelde gebruiksomstandigheden; domein hoge-temperatuur-warmte: verzameling van de volgende categorieën productie-installaties: artikelen 41 43 45 47 49 categorieën productie-installaties voor de productie van hernieuwbare warmte als bedoeld in de,,,enen artikelen 63 65 69 categorieën productie-installaties voor de vermindering van broeikasgas als bedoeld in de,en; domein lage-temperatuur-warmte: verzameling van de volgende categorieën productie-installaties: a. artikelen 33 35, onderdelen a, c, e en g 37, onderdelen a en c 39, onderdeel a 51 53 categorieën productie-installaties voor de productie van hernieuwbare warmte als bedoeld in de,,,,en; en b. artikelen 55 57 59 61 67 71 categorieën productie-installaties voor de vermindering van broeikasgas als bedoeld in de,,,,en; domein moleculen: verzameling van de volgende categorieën productie-installaties: a. artikelen 23 25 27 29 31 categorieën productie-installaties voor de productie van hernieuwbaar gas als bedoeld in de,,,en; en b. artikelen 73 75 77 categorieën productie-installaties voor de vermindering van broeikasgas als bedoeld in de,en; doublet: combinatie van naast elkaar liggende diepboringen die ten minste bestaat uit één productieput en één injectieput; geavanceerde hernieuwbare brandstof: richtlijn (EU) 2018/2001 biobrandstof als bedoeld in artikel 2, onderdeel 34, vanvan het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (PbEU 2018, L 328) en geproduceerd uit grondstoffen als bedoeld in deel A van bijlage IX bij die richtlijn; gebouw: bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt, niet zijnde een bouwwerk dat bedoeld is om voor een periode van ten hoogste vijftien jaar op een bepaalde plaats aanwezig te zijn; gedelegeerde verordening (EU) 2023/1184: verordening (EU) 2023/1184 Richtlijn (EU) 2018/2001 gedelegeerdevan de Commissie ter aanvulling vanvan het Europees Parlement en de Raad door de bepaling van een gemeenschappelijke Uniemethode die voorziet in gedetailleerde regels voor de productie van hernieuwbare vloeibare en gasvormige transportbrandstoffen van niet-biologische oorsprong van 10 februari 2023; ketel: installatie waarin brandstof wordt verstookt waarbij de verbrandingswarmte met een warmtewisselaar wordt overgedragen aan een vloeistof; monomestvergisting: biologische afbraakreacties van uitsluitend vaste en vloeibare uitwerpselen van dieren; minister: Minister van Klimaat en Groene Groei; netto P50-waarde vollasturen: aantal vollasturen waarbij de verwachte jaarlijkse energieproductie voor een gegeven combinatie van locatie en productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie is bepaald met een waarschijnlijkheid van 50%; nominaal elektrisch rendement: a. uitkomst van de deling van het nominaal elektrisch vermogen en: b. de som van het nominaal elektrisch vermogen en nominaal warmtevermogen in het geval van gecombineerde opwekking met behulp van een verbrandingsmotor; en het nominaal warmtevermogen van de ketel in het geval van gecombineerde opwekking met behulp van een stoomturbine of een organische rankinecyclus; nominaal vermogen: maximaal vermogen van een productie-installatie dat onder nominale condities benut kan worden voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbare warmte, nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte of hernieuwbaar gas en dat door de leverancier wordt gegarandeerd bij continu gebruik, waarbij in het geval van geothermische productie-installaties het nominale vermogen is bepaald met een waarschijnlijkheid van ten minste 50%; NTA 8003: 2017: Nederlandse Technische Afspraak 8003, Classificatie van biomassa voor energietoepassing, uitgegeven door de Stichting Nederlands Normalisatie-instituut, zoals deze luidde op 30 november 2017; nuttig aangewende warmte: artikel 1 van de Regeling garanties van oorsprong en certificaten van oorsprong nuttig aangewende warmte als bedoeld in; nuttig aangewende koolstofdioxide: artikel 1 van de Algemene uitvoeringsregeling nuttig aangewende koolstofdioxide als bedoeld in; nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte: artikel 1 van de Algemene uitvoeringsregeling nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte als bedoeld in; primaire waterkering: artikel 1.1 van de Omgevingswet primaire waterkering als bedoeld in de bijlage bij; productie-uren: som van de tijdsperioden waarin een productie-installatie in deellast of op vol vermogen produceert; productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonlicht uitsluitend door middel van fotovoltaïsche zonnepanelen die natuurinclusief wordt gerealiseerd: artikel 2, zesde lid van de Algemene uitvoeringsregeling productie-installatie die voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in; restwarmte: onvermijdelijke thermische energie die als bijproduct in de bedrijfsvoering van een onderneming wordt opgewekt en die zonder nuttige aanwending ongebruikt terecht zou komen in lucht of water en die op het moment van indienen van de aanvraag niet nuttig wordt aangewend; richtlijn 2009/31/EG: richtlijn 2009/31/EG Richtlijn 85/337/EEG Richtlijnen 2000/60/EG 2001/80/EG 2004/35/EG 2006/12/EG 2008/1/EG Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende de geologische opslag van kooldioxide en tot wijziging vanvan de Raad, de,,,enenvan het Europees Parlement en de Raad; richtlijn (EU) 2018/2001: richtlijn nr. (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (PbEU 2018, L 328); SBI-code: code, opgenomen in de Standaard Bedrijfs Indeling 2008, Versie 2018, Update 2022; stadsverwarming: artikel 1, eerste lid, van de Warmtewet warmtelevering aan een warmtenet als bedoeld in, waarbij de producent de warmte levert voor ruimteverwarming en warmtapwatervoorzieningen van gebouwen door transport van water; thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa: omzetting van vaste of vloeibare biomassa door: a. verbranding; b. een andere thermische behandeling dan bedoeld onder a in het geval de producten daarvan vervolgens worden verbrand; of c. de verbranding van producten die voortkomen uit thermische behandeling; valhoogte: verschil in waterpeil voor en achter een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit door waterkracht waarbij het nominale vermogen wordt benut; verordening 1060/2009/EG: Verordening (EG) nr. 1060/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 inzake ratingbureaus; verwarming van gebouwde omgeving: stadsverwarming of ruimteverwarming en warmtapwatervoorzieningen in een gebouw, niet zijnde een kas, waarbij de producent de warmte rechtstreeks levert aan dat gebouw; voorliggende waterkering: paragraaf 3.9 van bijlage XXXIIb van de Omgevingsregeling voorliggende waterkeringen als genoemd in; waterstaatswerk: bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet waterstaatswerk als bedoeld in de; zeewering of zachte zeewering van Maasvlakte 2: bijlage 1 bij de concessie aan het Havenbedrijf Rotterdam N.V. te Rotterdam, bij koninklijk besluit van 23 mei 2008 harde zeewering en zachte zeewering van Maasvlakte 2 als bedoeld in, nr. 08.001524. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Het subsidieplafond bedraagt € 8.000.000.000 voor het verlenen van subsidies die worden aangevraagd in de periode van 7 oktober, 9:00 uur, tot 6 november 2025, 17:00, voor: a. artikel 13 15 17 19 21 de productie van hernieuwbare elektriciteit op grond van,,,of; b. artikel 23 25 27 29 31 de productie van hernieuwbaar gas op grond van,,,of; c. artikel 33 35 37 39 41 43 45 47 49 51 53 de productie van hernieuwbare warmte of al dan niet gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte op grond van,,,,,,,,,, of; d. artikel 55 57 59 61 63 65 67 69 71 73 75 77 79 81 83 85 de vermindering van broeikasgas op grond van,,,,,,,,,,,,,,of. 2 Per categorie productie-installaties kan in de periode, genoemd in het eerste lid, per adres waarop een productie-installatie wordt geplaatst maximaal één aanvraag worden ingediend. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Van het subsidieplafond is: a. € 750.000.000 gereserveerd voor het verlenen van subsidies voor aanvragen binnen het domein hoge-temperatuur-warmte; b. € 750.000.000 gereserveerd voor het verlenen van subsidies voor aanvragen binnen het domein lage-temperatuur-warmte; c. € 750.000.000 gereserveerd voor het verlenen van subsidies voor aanvragen binnen het domein moleculen. 2 De minister verdeelt telkens het gereserveerde bedrag voor het verlenen van subsidies binnen een domein als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, b of c, in de volgorde van ontvangst van de aanvragen voor subsidies binnen dat domein, tot het gereserveerde bedrag binnen dat domein is bereikt. 3 Indien honorering van alle aanvragen binnen een domein die op één dag zijn ontvangen ertoe zou leiden dat het gereserveerde bedrag voor het verlenen van subsidies binnen dat domein zou worden overschreden, worden telkens de aanvragen voor subsidie binnen dat domein met het laagste rangschikkingsbedrag, uitgedrukt in euro per 1.000 kg vermindering van broeikasgas, geacht eerder te zijn ontvangen. Bij een gelijk rangschikkingsbedrag stelt de minister de volgorde vast door loting. 4 artikel 4 Indien blijkt dat het totale bedrag van de te verlenen subsidies voor aanvragen binnen een domein als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, b of c, lager is dan het voor de aanvragen binnen dat domein gereserveerde bedrag, vervalt de reservering voor het overblijvende bedrag en wordt dat overblijvende bedrag verdeeld op de wijze, bedoeld in. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 3 De minister verdeelt onverminderdhet subsidieplafond op volgorde van binnenkomst van aanvragen voor zowel subsidies buiten de domeinen hoge-temperatuur-warmte, lage-temperatuur-warmte en moleculen, als voor subsidies binnen een van deze domeinen, indien in het betreffende domein het gereserveerde bedrag is bereikt. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikel 77, eerste lid artikel 2, eerste lid De maximale vermindering van broeikasgas die in aanmerking komt voor subsidies voor de productie van geavanceerde hernieuwbare brandstof op grond van, die worden aangevraagd in de periode, genoemd in, komt overeen met 9.800.000.000 kWh, gerekend voor de hele looptijd van de subsidies. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 De minister beslist afwijzend op een aanvraag, indien: a. artikel 10.21., eerste lid, van de Omgevingswet geen toestemming van de eigenaar van de beoogde locatie, geen gedoogplichtbeschikking op grond vanvoor de beoogde locatie en geen afgesloten voorovereenkomst of grondovereenkomst met het Rijksvastgoedbedrijf kan worden overgelegd voor het vestigen van de productie-installatie op desbetreffende locatie; b. artikel 3.42, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 de subsidieaanvrager voor de investering in de productie-installatie beschikt over een verklaring van de minister dat sprake is van energie-investeringen op grond van; c. voor dezelfde productie-installatie al subsidie is verstrekt op grond van de Subsidieregeling coöperatieve energieopwekking; of d. voor dezelfde productie-installatie al subsidie is verstrekt op grond van de Subsidieregeling opschaling volledig hernieuwbare waterstofproductie via elektrolyse of de Subsidieregeling grootschalige productie volledig hernieuwbare waterstof via elektrolyse. 2 Bij het overleggen van de toestemming van de eigenaar, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt gebruik gemaakt van het middel dat door de minister beschikbaar wordt gesteld. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikelen 79 81 83 artikel 2, vijfde lid, van de Algemene uitvoeringsregeling Een subsidie als bedoeld in de,endie is afgegeven op een aanvraag voor subsidie die is ingediend met toepassing van, een subsidie die is ingediend met toepassing van artikel 2, zesde lid, van de Algemene uitvoeringsregeling, of een subsidie van meer dan € 400.000.000,– wordt verleend onder de volgende opschortende voorwaarden: a. binnen twee weken na afgifte van de beschikking tot subsidieverlening is een uitvoeringsovereenkomst tot stand gekomen tussen de Staat en de subsidieontvanger; b. artikel 2, eerste lid de subsidieontvanger heeft binnen vier weken na afgifte van de beschikking tot subsidieverlening aangetoond dat een bankgarantie als bedoeld in, van de uitvoeringsovereenkomst is afgegeven. 2 bijlage 1 Voor het opstellen van de uitvoeringsovereenkomst, bedoeld in het eerste lid, wordt gebruik gemaakt van het inopgenomen model. 3 artikel 9b, eerste lid, onderdeel a, van de Elektriciteitswet 1998 Het eerste lid is niet van toepassing op een productie-installatie als bedoeld in. 4 artikel 79, eerste tot en met vierde lid artikel 81 artikel 83, eerste lid Indien subsidie wordt verstrekt als bedoeld inof, en ook subsidie als bedoeld in, worden voor het berekenen van het bedrag van € 400.000.000, bedoeld in het eerste lid, aanhef, beide subsidies bij elkaar opgeteld. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 3, tweede lid, onderdeel a, van het Besluit SDEK Als productie-installaties als bedoeld inworden aangewezen: a. artikelen 25, onderdelen a en c 27 29 productie-installaties waarmee hernieuwbaar gas door biomassa wordt geproduceerd als bedoeld in de,en; b. artikelen 39 41 53, onderdeel e productie-installaties waarmee hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd als bedoeld in de,en; c. artikel 79, eerste lid, onderdelen c tot en met g en vierde lid, onderdeel c artikel 81, onderdelen c tot en met g productie-installaties waarmee broeikasgas wordt verminderd als bedoeld in, en, indien deze worden gecombineerd met een productie-installatie waarmee broeikasgas wordt verminderd door de afvang en permanente opslag van koolstofdioxide; d. artikel 79, eerste lid, onderdelen a en b, tweede lid, derde lid en vierde lid, onderdelen a en b artikel 81, onderdelen a en b productie-installaties waarmee broeikasgas wordt verminderd als bedoeld in, en als bedoeld in, waarbij: 1°. artikel 79, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° artikel 81, onderdeel a, subonderdeel 2° Besluit SDEK in het geval van productie-installaties als bedoeld inen als bedoeld inop grond van hetvoor dezelfde productie-installatie geen subsidie mag zijn verstrekt voor de vermindering van broeikasgas door afvang en gebruik van koolstofdioxide waarbij gebruik gemaakt wordt van vloeibaar transport van koolstofdioxide, en; 2°. Besluit SDEK voor dezelfde productie-installatie niet eerder op grond van hetsubsidie mag zijn verstrekt voor de vermindering van broeikasgas door afvang en permanente opslag van koolstofdioxide en het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 4.000 vollasturen per jaar bedraagt. 2 artikel 3, tweede lid, onderdeel b, van het Besluit SDEK Als productie-installaties waarvoor subsidie kan worden verstrekt als bedoeld inworden aangewezen: a. artikel 25, onderdelen b en d productie-installaties waarmee hernieuwbaar gas uit biomassa wordt geproduceerd als bedoeld in; b. artikelen 37 41 49, eerste lid productie-installaties waarmee hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte uit biomassa wordt geproduceerd als bedoeld in de,en; c. artikel 63, eerste lid, onderdelen c en d productie-installaties waarmee broeikasgas wordt verminderd als bedoeld in. 3 artikel 3, vijfde lid, van het Besluit SDEK Als productie-installaties waarvoor subsidie kan worden verstrekt indien deze geheel of deels bestaat uit gebruikte materialen als bedoeld inworden aangewezen: a. artikel 21 productie-installaties waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd als bedoeld in; b. artikelen 23 25 27 29 31 productie-installaties waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd als bedoeld in de,,,en; c. artikelen 35 37 39 41 47 53, onderdeel e productie-installaties waarmee hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd als bedoeld in de,,,,en; d. artikelen 63, eerste lid, onderdelen c en d 71 productie-installaties waarmee koolstofdioxide-arme warmte wordt geproduceerd als bedoeld inen; e. artikelen 79, eerste tot en met vierde lid 81 productie-installaties waarmee koolstofdioxide wordt afgevangen en permanent opgeslagen als bedoeld in de, en; f. artikel 83, eerste lid productie-installaties waarmee koolstofdioxide wordt afgevangen en gebruikt als bedoeld in. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 15, derde en vierde lid, van het Besluit SDEK artikel 13 Als productie-installaties waarvoor het verschil in kWh kan worden opgeteld als bedoeld inworden aangewezen productie-installaties waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd als bedoeld in. Het verschil in kWh dat bij het aantal geproduceerde kWh van het volgende jaar kan worden opgeteld, bedoeld in artikel 15, vierde lid, van het Besluit SDEK, wordt gemaximeerd op 25% van het aantal kWh dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt. 2 artikel 15a, derde lid artikel 15, derde lid van het Besluit SDEK artikelen 15, eerste lid 17, eerste lid 19, eerste lid 21, eerste lid Als productie-installaties waarvoor het verschil in kWh kan worden opgeteld als bedoeld in, jo.worden aangewezen productie-installaties waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd als bedoeld in de,,en. 3 artikel 32, derde en vierde lid, van het Besluit SDEK artikelen 23 25 27 29 31 Als productie-installaties waarvoor het verschil in kWh kan worden opgeteld als bedoeld inworden aangewezen productie-installaties waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd als bedoeld in de,,,en. Het verschil in kWh dat bij het aantal geproduceerde kWh van het volgende jaar kan worden opgeteld, bedoeld in artikel 32, vierde lid, van het Besluit SDEK, wordt gemaximeerd op 25% van het aantal kWh dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt. 4 artikel 48, derde en vierde lid, van het Besluit SDEK artikelen 33, eerste lid 35 37 39 41 43 45, eerste lid 47 49, eerste lid 51, eerste lid 53 Als productie-installaties waarvoor het verschil in kWh kan worden opgeteld als bedoeld inworden aangewezen productie-installaties waarmee hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd als bedoeld in de,,,,,,,,,, en. 5 artikel 48, vierde lid, van het Besluit SDEK Voor de productie-installaties, bedoeld in het vierde lid, wordt het verschil in kWh dat bij het aantal geproduceerde kWh van het volgende jaar kan worden opgeteld, bedoeld in, gemaximeerd op 25% van het aantal kWh dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt. 6 artikel 55j, derde en vierde lid, van het Besluit SDEK Als productie-installaties waarvoor het verschil in kWh kan worden opgeteld als bedoeld inworden aangewezen: a. artikelen 55 57 59, eerste lid 61, eerste lid 65, eerste lid 67, eerste lid 69, eerste lid 71 productie-installaties waarmee koolstofdioxide-arme warmte wordt geproduceerd als bedoeld in de,,,,,,, en; b. artikelen 73, eerste lid 75 productie-installaties waarmee waterstof wordt geproduceerd als bedoeld in deen; c. artikel 77, eerste lid productie-installaties waarmee geavanceerde hernieuwbare brandstof wordt geproduceerd als bedoeld in; d. artikelen 79, eerste toe en met vierde lid 81 productie-installaties waarmee koolstofdioxide wordt afgevangen en permanent opgeslagen als bedoeld in de, en; e. artikel 83, eerste lid 85 productie-installaties waarmee koolstofdioxide wordt afgevangen en gebruikt als bedoeld in deen. 7 artikel 55j, vierde lid, van het Besluit SDEK Voor de productie-installatie, bedoeld in het zesde lid, wordt het verschil in kg verminderde broeikasgas dat bij het aantal kg verminderde broeikasgas van het volgende jaar kan worden opgeteld, bedoeld in, gemaximeerd op 25% van het aantal kg verminderde broeikasgas dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt. 8 artikel 55j, derde lid, van het Besluit SDEK artikel 63, eerste lid Als productie-installaties waarvoor het verschil in kWh kan worden opgeteld, bedoeld in, worden aangewezen productie-installaties waarmee koolstofdioxide-arme warmte wordt geproduceerd als bedoeld in. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 32, zesde lid, van het Besluit SDEK artikelen 23 25 27 29 31 Als productie-installaties waarvoor het aantal kWh kan worden opgeteld als bedoeld inworden aangewezen productie-installaties waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd als bedoeld in de,,,en. 2 artikel 32, zevende lid, van het Besluit SDEK artikelen 35 37 39 Als productie-installaties waarvoor de producent kan aantonen dat hij hernieuwbaar gas heeft geproduceerd waarmee hernieuwbare warmte of hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit is geproduceerd, als bedoeld inworden productie-installaties aangewezen waarmee hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd als bedoeld in de,en. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 15, zesde lid, van het Besluit SDEK artikel 13 Als productie-installaties waarvoor het aantal kWh kan worden opgeteld waarvoor garanties van oorsprong voor niet-netlevering zijn verstrekt als bedoeld inworden productie-installaties aangewezen waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt opgewekt als bedoeld in. 2 artikel 48, zevende lid van het Besluit SDEK artikelen 35, onderdelen b, d, f, h en j 37, onderdelen b en d 39, onderdeel b Als productie-installaties waarvoor het aantal kWh kan worden opgeteld waarvoor garanties van oorsprong voor niet-netlevering zijn verstrekt als bedoeld inworden productie-installaties aangewezen waarmee hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd als bedoeld in de,en. 2025 33254 30-09-2025 25-09-2025 WJZ/101196738 2025 33254 30-09-2025 25-09-2025 WJZ/101196738 01-10-2025
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 artikel 56, tweede lid, van het Besluit SDEK Als productie-installaties waarvoor een gebundelde aanvraag kan worden ingediend als bedoeld inworden aangewezen: a. artikelen 15, eerste lid 17, eerste lid 19, eerste lid productie-installaties waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd als bedoeld in de,, en; b. artikelen 23 25 productie-installaties waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd als bedoeld in deen; c. artikelen 35 37 productie-installatie waarmee hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd als bedoeld in deen; d. artikelen 79, eerste tot en met vierde lid 81 productie-installaties waarmee koolstofdioxide wordt afgevangen en permanent opgeslagen als bedoeld in de, en; e. artikelen 83, eerste lid 85 productie-installaties waarmee koolstofdioxide wordt afgevangen en gebruikt als bedoeld in deen. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie waarmee door hydromechanisch-elektrische omzetting hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd uit potentiële of kinetische energie van stromend water dat niet specifiek voor de elektriciteitsproductie omhoog is gepompt in installaties met een valhoogte kleiner dan 50 centimeter. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 artikel 13 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 artikelen 17 19 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie, niet zijnde een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie als bedoeld in deen; a. die is aangesloten op een elektriciteitsnet met een aansluiting met een totale maximale doorlaatwaarde van meer dan 3*80 A; en b. bijlage 2 die wordt gerealiseerd op een locatie die overeenkomstig de lijst van gemeenten volgens de gemeentelijke indeling op 1 januari 2025, bedoeld in, een windsnelheid heeft van: 1°. ≥ 8,0 m/s; 2°. ≥ 7,5 en < 8,0 m/s; 3°. ≥ 7,0 en < 7,5 m/s; 4°. ≥ 6,75 en < 7,0 m/s; of 5°. < 6,75 m/s. 2 De productie-installatie is niet opgericht in de territoriale zee of in de Nederlandse exclusieve economische zone. 3 Indien de productie-installatie wordt opgericht op een locatie waar op het moment van het indienen van de aanvraag een windturbine of windturbines staan of hebben gestaan, verstrekt de minister de subsidie uitsluitend indien: a. het nominale en te realiseren vermogen van de productie-installatie ten opzichte van de te vervangen windturbine of windturbines of ten opzichte van de windturbine of windturbines die eerder op de locatie hebben gestaan, ten minste 1 MW toeneemt per te vervangen windturbine of windturbines of per windturbine of windturbines die eerder op de locatie hebben gestaan; of b. de te vervangen windturbine of windturbines of windturbines die eerder op de locatie hebben gestaan op het in de aanvraag opgenomen moment van vervanging ten minste vijftien jaar op die locatie in gebruik zijn of zijn geweest en op het moment van het indienen van de aanvraag ten minste dertien jaar geleden in gebruik zijn genomen. 2025 33254 30-09-2025 25-09-2025 WJZ/101196738 2025 33254 30-09-2025 25-09-2025 WJZ/101196738 01-10-2025
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 artikel 15, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie met een tiphoogte kleiner dan of gelijk aan 150 meter; a. die is aangesloten op een elektriciteitsnet met een aansluiting met een totale maximale doorlaatwaarde van meer dan 3*80 A; en b. bijlage 2 die wordt gerealiseerd op een locatie die overeenkomstig de lijst van gemeenten volgens de gemeentelijke indeling op 1 januari 2025, bedoeld in, een windsnelheid heeft van: 1°. ≥ 8,0 m/s; 2°. ≥ 7,5 en < 8,0 m/s; 3°. ≥ 7,0 en < 7,5 m/s; 4°. ≥ 6,75 en < 7,0 m/s; of 5°. < 6,75 m/s. 2 De productie-installatie is niet opgericht in de territoriale zee of in de Nederlandse exclusieve economische zone. 3 artikel 5, vijfde lid van de Regeling luchtverkeersdienstverlening Op de locatie van de productie-installatie is sprake van een hoogterestrictie bij of krachtens landelijke wet- en regelgeving in verband met de aanwezigheid van een luchthaven in de omgeving of doordat de productie-installatie wordt gerealiseerd in een plaatselijk luchtverkeersleidingsgebied rond de luchthavens Schiphol, De Kooy, Deelen, Eindhoven, Gilze-Rijen, Leeuwarden, De Peel, Volkel, Woensdrecht of het boven Nederlands grondgebied gelegen deel van de Kleine-Brogel dat op het moment van het indienen van de aanvraag is vastgesteld door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat en dat is opgenomen in de luchtvaartgids, hoofdstuk ENR 6, bedoeld in, waardoor de windturbine een tiphoogte heeft van kleiner dan of gelijk aan 150 meter. 4 Indien de productie-installatie wordt opgericht op een locatie waar op het moment van het indienen van een aanvraag een windturbine staat of heeft gestaan, verstrekt de minister de subsidie uitsluitend indien: a. het nominale en te realiseren vermogen van de productie-installatie ten opzichte van de te vervangen windturbine of windturbines of ten opzichte van de windturbine of windturbines die eerder op de locatie hebben gestaan, ten minste 1 MW toeneemt per te vervangen windturbine of windturbines of per windturbine of windturbines die eerder op de locatie hebben gestaan; of b. de te vervangen windturbine of windturbines of windturbines die eerder op de locatie hebben gestaan op het in de aanvraag opgenomen moment van vervanging ten minste vijftien jaar op die locatie in gebruik zijn of zijn geweest en op het moment van het indienen van de aanvraag ten minste dertien jaar geleden in gebruik zijn genomen. 2025 33254 30-09-2025 25-09-2025 WJZ/101196738 2025 33254 30-09-2025 25-09-2025 WJZ/101196738 01-10-2025
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 artikel 17, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie: a. die is opgericht binnen het waterstaatswerk of een beperkingengebied van een voorliggende waterkering, dan wel binnen het waterstaatswerk of het zeewaartsgerichte beperkingengebied van een primaire waterkering grenzend aan de Noordzee, de Westerschelde, de Oosterschelde, de Waddenzee, de Dollard of de Eems, dan wel in de harde zeewering of zachte zeewering van Maasvlakte 2; b. die is aangesloten op een elektriciteitsnet met een aansluiting met een totale maximale doorlaatwaarde van meer dan 3*80 A; en c. bijlage 2 die wordt gerealiseerd op een locatie die overeenkomstig de lijst van gemeenten volgens de gemeentelijke indeling op 1 januari 2025, bedoeld in, een windsnelheid heeft van: 1°. ≥ 8,0 m/s; 2°. ≥ 7,5 en < 8,0 m/s; 3°. ≥ 7,0 en < 7,5 m/s; 4°. ≥ 6,75 en < 7,0 m/s; of 5°. < 6,75 m/s m/s. 2 Indien de productie-installatie wordt opgericht op een locatie waar op het moment van het indienen van de aanvraag een windturbine staat of heeft gestaan, verstrekt de minister de subsidie uitsluitend indien: a. het nominale en te realiseren vermogen van de productie-installatie ten opzichte van de te vervangen windturbine of windturbines of ten opzichte van de windturbine of windturbines die eerder op de locatie hebben gestaan, ten minste 1 MW toeneemt per te vervangen windturbine of windturbines of per windturbine of windturbines die eerder op de locatie hebben gestaan; of b. de te vervangen windturbine of windturbines of windturbines die eerder op de locatie hebben gestaan op het in de aanvraag opgenomen moment van vervanging ten minste vijftien jaar op die locatie in gebruik zijn of zijn geweest en op het moment van het indienen van de aanvraag ten minste dertien jaar geleden in gebruik zijn genomen. 2025 33254 30-09-2025 25-09-2025 WJZ/101196738 2025 33254 30-09-2025 25-09-2025 WJZ/101196738 01-10-2025
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 artikel 19, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonlicht uitsluitend door middel van fotovoltaïsche zonnepanelen, die is aangesloten op een elektriciteitsnet via een aansluiting met een totale maximale doorlaatwaarde van meer dan 3*80 A, waarbij ten minste de zonnepanelen en de omvormer nieuw zijn en: a. waarbij de zonnepanelen op of aan een gebouw zijn aangebracht, met een totaal nominaal vermogen: 1° gelijk aan of groter dan 15 kWp en kleiner dan 1 MWp; 2° gelijk aan of groter dan 1 MWp; 3° gelijk aan of groter dan 15 kWp en kleiner dan 1 MWp, waarbij het dak van een bestaand gebouw constructief wordt aangepast of een draagconstructie wordt toegepast die het dak ontlast en waarbij deze constructieve dakaanpassing of draagconstructie noodzakelijk is voor de realisatie van de productie-installatie, danwel bij het gebruik van het dak van een bestaand gebouw gebruik wordt gemaakt van een productie-installatie met een maximaal gewicht van 10 kilogram per vierkante meter met zonnepanelen bedekt dakoppervlak; 4° gelijk aan of groter dan 1 MWp, waarbij het dak van een bestaand gebouw constructief wordt aangepast of een draagconstructie wordt toegepast die het dak ontlast en waarbij deze constructieve dakaanpassing of draagconstructie noodzakelijk is voor de realisatie van de productie-installatie, danwel bij het gebruik van het dak van een bestaand gebouw gebruik wordt gemaakt van een productie-installatie met een maximaal gewicht van 10 kilogram per vierkante meter met zonnepanelen bedekt dakoppervlak; of 5° gelijk aan of groter dan 15 kWp en kleiner dan 1 MWp, waarbij de zonnepanelen met een oriëntatie op het oosten of het westen met een afwijking van ten hoogste dertig graden op die oriëntatie op of aan een gevel, niet zijnde een dak, zijn aangebracht; b. waarbij de zonnepanelen, niet op of aan een gebouw aangebracht, op water drijven, met een totaal nominaal vermogen; 1° gelijk aan of groter dan 15 kWp en kleiner dan 1 MWp; of 2° gelijk aan of groter dan 1 MWp; c. waarbij de zonnepanelen, niet op of aan een gebouw aangebracht, op land staan, waarbij de productie-installatie natuurinclusief wordt gerealiseerd met een totaal nominaal vermogen; 1° gelijk aan of groter dan 15 kWp en kleiner dan 1 MWp; 2° gelijk aan of groter dan 1 MWp en kleiner dan 20 MWp; 3° gelijk aan of groter dan 20 MWp; 4° gelijk aan of groter dan 15 kWp en kleiner dan 1 MWp en waarbij de zonnepanelen verticaal staan opgesteld; of 5° gelijk aan of groter dan 1 MWp en waarbij de zonnepanelen verticaal staan opgesteld; d. waarbij de zonnepanelen automatisch met de stand van de zon meebewegen door middel van een zonvolgsysteem, met een totaal nominaal vermogen: 1° gelijk aan of groter dan 1 MWp en kleiner dan 20 MWp en waarbij de zonnepanelen, niet op of aan een gebouw aangebracht, op land staan en waarbij de productie-installatie natuurinclusief wordt gerealiseerd; 2° gelijk aan of groter dan 20 MWp en waarbij de zonnepanelen, niet op of aan een gebouw aangebracht, op land staan en waarbij de productie-installatie natuurinclusief wordt gerealiseerd; of 3° gelijk aan of groter dan 1 MWp en waarbij de zonnepanelen, niet op of aan een gebouw aangebracht, op water drijven. 2 Voor de toepassing van dit artikel wordt onder gebouw ook verstaan een aan de grond gebonden overkapping voor het tegen weersinvloeden beschermd parkeren van voertuigen. 3 Het additioneel gecontracteerde terugleververmogen voor een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b en c, subonderdelen 1°, 2° en 3°, bedraagt maximaal 50% van het piekvermogen van de zonnepanelen. 4 Voor de productie-installaties bedoeld onder het eerste lid, onderdeel c, subonderdelen 4°, 5° en 6° en eerste lid, onderdeel d, subonderdelen 1° en 2°, bedraagt de open ruimte tussen de tafels met zonnepanelen, van bovenaf gezien, minimaal 25%. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 artikel 21, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 artikel 21, eerste lid, onderdeel a, subonderdelen 1°, 3° en 5°, onderdeel b, subonderdeel 1°, en onderdeel c, subonderdelen 1° en 4° De subsidieontvanger neemt een productie-installatie als bedoeld in, binnen twee jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 artikel 21, eerste lid, onderdeel a, subonderdelen 2° en 4° De subsidieontvanger neemt een productie-installatie als bedoeld in, binnen drie jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 4 artikel 21, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2°, onderdeel c, subonderdelen 2°, 3° en 5°, en onderdeel d, subonderdelen 1°, 2° en 3° De subsidieontvanger neemt een productie-installatie als bedoeld in, binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 5 Artikel 3, eerste lid, van de Algemene uitvoeringsregeling artikel 21, eerste lid, onderdeel a, subonderdelen 1°, 3° en 5°, onderdeel b, subonderdeel 1°, en onderdeel c, subonderdelen 1° en 4° is niet van toepassing op een productie-installatie als bedoeld in. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door een productie-installatie waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd: a. uitsluitend door middel van allesvergisting, waarbij ten minste de vergister nieuw is; b. uitsluitend door middel van monomestvergisting met een productie-installatie met een vermogen groter dan 1.500 kW, waarbij ten minste de vergister nieuw is; c. uitsluitend door middel van monomestvergisting met een productie-installatie met een vermogen groter dan 275 kW en kleiner dan of gelijk aan 1.500 kW, waarbij ten minste de vergister nieuw is; d. uitsluitend door middel van monomestvergisting met een productie-installatie met een vermogen groter dan 110 kW en kleiner dan of gelijk aan 275 kW, waarbij ten minste de vergister nieuw is; of e. uitsluitend door middel van monomestvergisting met een productie-installatie met een vermogen kleiner dan of gelijk aan 110 kW, waarbij ten minste de vergister nieuw is. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 artikel 23 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 richtlijn (EU) 2018/2001 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in een installatie met een totaal nominaal vermogen van de gasopwaardeerinstallatie gelijk aan of groter dan 2 MW gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door een productie-installatie waarmee: a. artikel 3, tweede lid, onderdeel a, van het Besluit SDEK uitsluitend door middel van allesvergisting hernieuwbaar gas wordt geproduceerd en de aanvraag betrekking heeft op een situatie als bedoeld in; b. artikel 3, tweede lid, onderdeel b, van het Besluit SDEK uitsluitend door middel van allesvergisting hernieuwbaar gas wordt geproduceerd en de aanvraag betrekking heeft op een situatie als bedoeld inen ten minste negen jaar van de periode waarover die subsidie is verstrekt, zijn verstreken op het moment van het indienen van de aanvraag; c. artikel 3, tweede lid, onderdeel a, van het Besluit SDEK uitsluitend door middel van monomestvergisting met een vermogen kleiner dan of gelijk aan 450 kW hernieuwbaar gas wordt geproduceerd en de aanvraag betrekking heeft op een situatie als bedoeld in; of d. artikel 3, tweede lid, onderdeel b, van het Besluit SDEK uitsluitend door middel van monomestvergisting met een vermogen kleiner dan of gelijk aan 450 kW hernieuwbaar gas wordt geproduceerd en de aanvraag betrekking heeft op een situatie als bedoeld inen ten minste negen jaar van de periode waarover die subsidie is verstrekt, zijn verstreken op het moment van het indienen van de aanvraag. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 artikel 25 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 richtlijn (EU) 2018/2001 Een subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in een installatie met een totaal nominaal vermogen van de gasopwaardeerinstallatie gelijk aan of groter dan 2 MW gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de. 4 Artikel 3, eerste lid, van de Algemene uitvoeringsregeling artikel 25, onderdelen b en d is niet van toepassing op een productie-installatie als bedoeld in. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbaar gas uit biogas dat vrijkomt ten gevolge van een biologische afbraakreactie van gisting van zuiveringsslib waarbij: a. verbeteringen zijn uitgevoerd in het productieproces waarna er per ton slib sprake is van ten minste 25% meer biogasproductie ten opzichte van voor de verbetering; en b. ten minste de installatiedelen die verantwoordelijk zijn voor de aanvullende productie van biogas nieuw zijn. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 artikel 27 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieaanvrager maakt aannemelijk dat de voorgestelde aanpassingen een verbetering van 25% inhouden ten opzichte van de gemiddelde productie van het jaar voorafgaande aan de aanvraag, of, wanneer hij minder dan een jaar produceert, ten opzichte van de totale gemiddelde productie tot het moment van de aanvraag. 4 richtlijn (EU) 2018/2001 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in de productie-installatie met een totaal nominaal vermogen van de gasopwaardeerinstallatie gelijk aan of groter dan 2 MW gebruikte biomassa voldoet aan het broeikasgasemissiereductiecriterium, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbaar gas uit biogas dat vrijkomt ten gevolge van een biologische afbraakreactie van gisting van zuiveringsslib, waarbij ten minste de opwerkinstallatie waarmee biogas op aardgaskwaliteit wordt gebracht, nieuw is. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 artikel 29 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 richtlijn (EU) 2018/2001 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in een installatie met een totaal nominaal vermogen van de gasopwaardeerinstallatie gelijk aan of groter dan 2 MW gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas, niet zijnde biosyngas, geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbaar gas door middel van vergassing, waarbij ten minste de vergasser nieuw is, uit biomassa als bedoeld in de NTA 8003:2017. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 1 artikel 31 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat ten minste 97% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is. 4 richtlijn (EU) 2018/2001 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa, dan wel de in een installatie met een totaal nominaal vermogen van de gasopwaardeerinstallatie gelijk aan of groter dan 2 MW gebruikte overige biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie die uitsluitend voorziet in de productie van hernieuwbare warmte uit zonne-energie met een totaal thermisch vermogen: a. gelijk aan of groter dan 140 kWth en kleiner dan 1 MWth; of b. gelijk aan of groter dan 1 MWth. 2 Er wordt uitsluitend gebruik gemaakt van afgedekte collectoren waarvan de transparante isolerende laag, niet zijnde beglazing van tuinbouwkassen of fotovoltaïsche zonnepanelen, een geïntegreerd geheel vormt met de collector van een collectorsysteem of met collectoren waarbij het zonlicht met externe spiegels of lenzen wordt geconcentreerd. 3 Het vermogen in kWth van de productie-installatie wordt berekend door de apertuuroppervlakte van de afgedekte collectoren of het aangestraalde oppervlak van de spiegels of lenzen voor het concentreren van zonlicht in vierkante meter te vermenigvuldigen met een factor 0,7. 4 artikel 4.5.2. van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies Voor de productie-installatie is niet al subsidie verstrekt op basis van. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 1 artikel 33, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen drie jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie waarmee: a. hernieuwbare warmte wordt geproduceerd door middel van allesvergisting, waarbij ten minste de vergister nieuw is; b. hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte worden geproduceerd door middel van allesvergisting, waarbij ten minste de vergister nieuw is en het nominale elektrisch rendement ten minste 20% bedraagt; c. hernieuwbare warmte wordt geproduceerd door middel van monomestvergisting, met een vermogen groter dan 1.500 kW, waarbij ten minste de vergister nieuw is; d. hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte worden geproduceerd door middel van monomestvergisting, met een vermogen groter dan 1.500 kW, voor elektrisch en thermisch vermogen samen, waarbij ten minste de vergister nieuw is en het nominale elektrisch rendement ten minste 20% bedraagt; e. hernieuwbare warmte wordt geproduceerd door middel van monomestvergisting, met een vermogen groter dan 275 kW en kleiner dan of gelijk aan 1.500 kW, waarbij ten minste de vergister nieuw is; f. hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte worden geproduceerd door middel van monomestvergisting, met een vermogen groter dan 275 kW en kleiner dan of gelijk aan 1.500 kW, voor elektrisch en thermisch vermogen samen, waarbij ten minste de vergister nieuw is en het nominale elektrisch rendement ten minste 20% bedraagt; g. hernieuwbare warmte wordt geproduceerd door middel van monomestvergisting, met een vermogen groter dan 110 kW en kleiner dan of gelijk aan 275 kW, waarbij ten minste de vergister nieuw is; h. hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte worden geproduceerd door middel van monomestvergisting, met een vermogen groter dan 110 kW en kleiner dan of gelijk aan 275 kW, voor elektrisch en thermisch vermogen samen, waarbij ten minste de vergister nieuw is en het nominale elektrisch rendement ten minste 20% bedraagt; i. hernieuwbare warmte wordt geproduceerd door middel van monomestvergisting, met een vermogen kleiner dan of gelijk aan 110 kW, waarbij ten minste de vergister nieuw is; of j. hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd door middel van monomestvergisting, met een vermogen kleiner dan of gelijk aan 110 kW, waarbij ten minste de vergister nieuw is. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 1 artikel 35 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte. 4 richtlijn (EU) 2018/2001 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in een installatie voor de opwekking van warmte of gecombineerde opwekking van warmte en elektriciteit met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen gelijk aan of groter dan 2 MW gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie waarmee: a. artikel 3, tweede lid, onderdeel b, van het Besluit SDEK uitsluitend door middel van allesvergisting hernieuwbare warmte wordt geproduceerd en de aanvraag betrekking heeft op een situatie als bedoeld inen ten minste negen jaar van de periode waarover die subsidie is verstrekt, zijn verstreken op het moment van het indienen van de aanvraag; b. artikel 3, tweede lid, onderdeel b, van het Besluit SDEK uitsluitend door middel van allesvergisting hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd en de aanvraag betrekking heeft op een situatie als bedoeld inen ten minste negen jaar van de periode waarover die subsidie is verstrekt, zijn verstreken op het moment van het indienen van de aanvraag; c. artikel 3, tweede lid, onderdeel b, van het Besluit SDEK uitsluitend door middel van monomestvergisting met een vermogen kleiner dan of gelijk aan 450 kW hernieuwbare warmte wordt geproduceerd en de aanvraag betrekking heeft op een situatie als bedoeld inen ten minste negen jaar van de periode waarover die subsidie is verstrekt, zijn verstreken op het moment van het indienen van de aanvraag; of d. artikel 3, tweede lid, onderdeel b, van het Besluit SDEK uitsluitend door middel van monomestvergisting met een vermogen kleiner dan of gelijk aan 450 kW hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd en de aanvraag betrekking heeft op een situatie als bedoeld inen ten minste negen jaar van de periode waarover die subsidie is verstrekt, zijn verstreken op het moment van het indienen van de aanvraag. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 1 artikel 37 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte. 4 richtlijn (EU) 2018/2001 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in een installatie met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen gelijk aan of groter dan 2 MW gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de. 5 Artikel 3, eerste lid, van de Algemene uitvoeringsregeling artikel 37 is niet van toepassing op een productie-installatie als bedoeld in. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte uit biogas dat vrijkomt ten gevolge van een biologische afbraakreactie van gisting van zuiveringsslib waarbij verbeteringen worden doorgevoerd in het productieproces die ertoe leiden dat per ton zuiveringsslib de biogasproductie met ten minste 25% toeneemt vergeleken met de biogasproductie van voor de verbeteringen, en: a. indien hernieuwbare warmte wordt geproduceerd, ten minste de installatie-onderdelen die verantwoordelijk zijn voor de meerproductie nieuw zijn; of b. indien hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd, ten minste de installatie-onderdelen die verantwoordelijk zijn voor de meerproductie, nieuw zijn. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 1 artikel 39 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte. 4 De subsidieaanvrager maakt aannemelijk dat de voorgestelde aanpassingen een verbetering van 25% inhouden ten opzichte van de gemiddelde productie van het jaar voorafgaande aan de aanvraag, of, wanneer de producent minder dan een jaar produceert, ten opzichte van de totale gemiddelde productie tot het moment van de aanvraag. 5 richtlijn (EU) 2018/2001 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in een installatie voor de opwekking van warmte of gecombineerde opwekking van warmte en elektriciteit met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen gelijk aan of groter dan 2 MW gebruikte biomassa voldoet aan de broeikasgasemissiereductiecriteria bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte door middel van verbranding van vloeibare biomassa als bedoeld in de nummers 512, 514, 517, 518, 543, 545, 550 tot en met 579, 587, 594, 595 en 800 tot en met 809 van de NTA 8003:2017 met een brander in een ketel, met een nominaal thermisch vermogen gelijk aan of groter dan 0,5 MWth en een nominaal elektrisch vermogen kleiner dan of gelijk aan 100 MW voor: a. toepassing in stadsverwarming; of b. overige toepassingen. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 1 artikel 41 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte. 4 richtlijn (EU) 2018/2001 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte, uitsluitend door middel van thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa als bedoeld in de NTA 8003:2017 met uitzondering van biomassa als bedoeld in de nummers 100, 150, 170 tot en met 179 van de NTA 8003:2017 in een ketel met een nominaal thermisch vermogen gelijk aan of groter dan 5 MWth waarvan het aantal subsidiabele vollasturen: a. ten hoogste 4.500 vollasturen per jaar bedraagt; b. ten hoogste 5.000 vollasturen per jaar bedraagt; c. ten hoogste 5.500 vollasturen per jaar bedraagt; d. ten hoogste 6.000 vollasturen per jaar bedraagt; e. ten hoogste 6.500 vollasturen per jaar bedraagt; f. ten hoogste 7.000 vollasturen per jaar bedraagt; g. ten hoogste 7.500 vollasturen per jaar bedraagt; h. ten hoogste 8.000 vollasturen per jaar bedraagt; of i. ten hoogste 8.500 vollasturen per jaar bedraagt. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 1 artikel 43 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte. 4 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat ten minste 97% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is. 5 richtlijn (EU) 2018/2001 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa, dan wel de in een installatie met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen gelijk aan of groter dan 7,5 MW gebruikte vaste biomassa, voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de. 6 Als gebruik wordt gemaakt van houtige biomassa als bedoeld in de nummers 100 tot en met 199 van de NTA 8003:2017, draagt de subsidieontvanger er zorg voor dat de geproduceerde warmte wordt gebruikt voor een industriële toepassing, niet zijnde tuinbouw, in een verwarmingssysteem met een aanvoertemperatuur aan de gebruikerszijde van ten minste 100°C. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van stoom door middel van verbranding van houtpellets in een ketel, die wordt gebruikt voor een industriële toepassing, niet zijnde tuinbouw waarvan het nominale thermische vermogen: a. gelijk aan of groter is dan 5 MWth en kleiner dan 50 MWth; of b. gelijk aan of groter is dan 50 MWth. 2 In de ketel worden: a. houtpellets geproduceerd uit biomassa als bedoeld in de nummers 110 tot en met 138 van de NTA 8003:2017 verbrand; b. reststoffen die vrijkomen uit bioraffinage als bedoeld in nummer 595 van de NTA 8003:2017 van biomassa als bedoeld in de nummers 110 tot en met 138 van de NTA 8003:2017 verbrand voor ten hoogste 25% van het aantal kWh dat in een kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt; of c. houtpellets geproduceerd uit biomassa als bedoeld in de nummers 160 tot en met 169 van de NTA 8003:2017 verbrand, voor ten hoogste vijftien vijfentachtigste deel van de som van het aantal kWh dat in een kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt, geproduceerd met biomassa als bedoeld in de onderdelen a en b. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 1 artikel 45, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat ten minste 97% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is. 4 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte. 5 richtlijn (EU) 2018/2001 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in een installatie met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen gelijk aan of groter dan 7,5 MW gebruikte vaste biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de. 6 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de geproduceerde warmte wordt gebruikt voor een industriële toepassing, niet zijnde tuinbouw, in een verwarmingssysteem met een aanvoertemperatuur aan de gebruikerszijde van ten minste 100°C. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte door middel van verbranding van houtpellets met een brander in een ketel, oven of fornuis, waarbij ten minste de brander nieuw is, met een nominaal thermisch vermogen gelijk aan of groter dan 5 MWth en een nominaal elektrisch vermogen kleiner dan of gelijk aan 100 MW, die wordt gebruikt voor een industriële toepassing, niet zijnde tuinbouw, en waarin: a. houtpellets geproduceerd uit biomassa als bedoeld in de nummers 110 tot en met 138 van de NTA 8003:2017 worden verbrand; b. reststoffen die vrijkomen uit bioraffinage als bedoeld in nummer 595 van de NTA 8003:2017 van biomassa als bedoeld in de nummers 110 tot en met 138 van de NTA 8003:2017 worden verbrand voor ten hoogste 25% van het aantal kWh dat in een kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt; of c. houtpellets geproduceerd uit biomassa als bedoeld in de nummers 160 tot en met 169 van de NTA 8003:2017 worden verbrand voor ten hoogste vijftien vijfentachtigste deel van de som van het aantal kWh dat in een kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt, geproduceerd met biomassa als bedoeld in de onderdelen a en b. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 1 artikel 47 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte. 4 richtlijn (EU) 2018/2001 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in een installatie met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen gelijk aan of groter dan 7,5 MW gebruikte vaste biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 1 artikel 3, tweede lid, onderdeel b, van het besluit BSDK De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte uitsluitend door middel van thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa als bedoeld in de NTA 8003:2017, met uitzondering van biomassa als bedoeld in de nummers 100, 150, 170 tot en met 179 van de NTA 8003:2017 in een ketel met een nominaal thermisch vermogen van ten minste 5 MWth en de aanvraag betrekking heeft op een situatie als bedoeld inen ten minste negen jaar van de periode waarover die subsidie is verstrekt, zijn verstreken op het moment van het indienen van de aanvraag. 2 De biomassa die in de productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, wordt toegepast, is voor ten minste 97% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen. 2025 33254 30-09-2025 25-09-2025 WJZ/101196738 2025 33254 30-09-2025 25-09-2025 WJZ/101196738 01-10-2025
Artikel 50 — Artikel 50#
Artikel 50 1 artikel 49, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte. 4 richtlijn (EU) 2018/2001 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa, dan wel de in een installatie met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen gelijk aan of groter dan 7,5 MW gebruikte vaste biomassa, voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de. 5 Als gebruik wordt gemaakt van houtige biomassa als bedoeld in de nummers 100 tot en met 199 van de NTA 8003:2017, draagt de subsidieontvanger er zorg voor dat de geproduceerde warmte wordt gebruikt voor een industriële toepassing, niet zijnde tuinbouw, in een verwarmingssysteem met een aanvoertemperatuur aan de gebruikerszijde van ten minste 100°C. 6 Artikel 3, eerste lid, van de Algemene uitvoeringsregeling artikel 49, eerste lid is niet van toepassing op een productie-installatie als bedoeld in. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 51 — Artikel 51#
Artikel 51 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte die vrijkomt bij het composteren van uitsluitend biomassa als bedoeld in de NTA 8003:2017, met uitzondering van biomassa als bedoeld in de nummers 300 tot en met 329 van de NTA 8003:2017 in een gesloten ruimte voor compostering onder geconditioneerde omstandigheden, met een vermogen van ten minste 500 kWth. 2 De biomassa die in de productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, wordt toegepast, is voor ten minste 97% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen. 2025 33254 30-09-2025 25-09-2025 WJZ/101196738 2025 33254 30-09-2025 25-09-2025 WJZ/101196738 01-10-2025
Artikel 52 — Artikel 52#
Artikel 52 1 artikel 51, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 53 — Artikel 53#
Artikel 53 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door: a. een productie-installatie bestaande uit één of meer doubletten, waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van één of meer geothermische bronnen met een diepte van ten minste 1.500 meter met een thermisch vermogen: 1°. kleiner dan 12 MWth; 2°. van ten minste 12 MWth en kleiner dan 20 MWth; of 3°. gelijk aan of groter dan 20 MWth; b. een productie-installatie, bestaande uit één of meer doubletten, waarmee uitsluitend door middel van één of meer geothermische bronnen met een diepte van ten minste 1.500 meter hernieuwbare warmte wordt geproduceerd die wordt aangewend voor de verwarming van gebouwde omgeving, waarbij het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 5.000 uur bedraagt; c. een productie-installatie, bestaande uit één of meer doubletten, waarmee uitsluitend door middel van één of meer geothermische bronnen met een diepte van ten minste 1.500 meter hernieuwbare warmte wordt geproduceerd die wordt aangewend voor de verwarming van gebouwde omgeving, waarbij het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 3.500 uur bedraagt met een thermisch vermogen: 1°. kleiner dan 12 MWth; of 2°. gelijk aan of groter dan 12 MWth; d. een productie-installatie bestaande uit één of meer doubletten, waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd, gebruikmakend van ten minste één olie- of gasput met een diepte van ten minste 1.500 meter, met een thermisch vermogen: 1°. kleiner dan 12 MWth; 2°. van ten minste 12 MWth en kleiner dan 20 MWth; of 3°. gelijk aan of groter dan 20 MWth; of e. artikel 3, tweede lid, onderdeel a, van het Besluit SDEK een productie-installatie als bedoeld in de onderdelen a en d waarbij, indien de aanvraag betrekking heeft op een situatie als bedoeld in, de installatie wordt uitgebreid met ten minste één aanvullende put met een diepte van ten minste 1.500 meter. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 54 — Artikel 54#
Artikel 54 1 artikel 53 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 artikel 53, onderdelen a, d en e De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen vijf jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 artikel 53, onderdelen b en c De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen zes jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 4 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 55 — Artikel 55#
Artikel 55 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent die broeikasgas vermindert door een productie-installatie, bestaande uit één of meer doubletten, waarmee koolstofdioxide-arme warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van één of meer geothermische bronnen met een diepte van: a. ten minste 500 meter en kleiner dan 1.500 meter, waarbij de warmte wordt opgewaardeerd met een compressiewarmtepomp op basis van een halogeenvrij koudemiddel met een COP-waarde van ten minste 2,5 en een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth; b. ten minste 500 meter en kleiner dan 1.500 meter, waarbij de warmte wordt opgewaardeerd met een compressiewarmtepomp op basis van een halogeenvrij koudemiddel met een COP-waarde van ten minste 2,5 en een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth en de warmte wordt aangewend voor de verwarming van gebouwde omgeving; of c. ten minste 1.500 meter, waarbij de warmte wordt opgewaardeerd met een compressiewarmtepomp op basis van een halogeenvrij koudemiddel met een COP-waarde van ten minste 2,5 en een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth en ten minste 20% van het geothermische vermogen van de productie-installatie en alle geproduceerde warmte wordt toegepast in een warmtenet of een verwarmingssysteem met een aanvoertemperatuur in het stookseizoen van ten minste 90°C en de warmte wordt aangewend voor de verwarming van gebouwde omgeving en met een thermisch vermogen van: 1°. kleiner dan 12 MWth; of 2°. gelijk aan of groter dan 12 MWth. 2025 33254 30-09-2025 25-09-2025 WJZ/101196738 2025 33254 30-09-2025 25-09-2025 WJZ/101196738 01-10-2025
Artikel 56 — Artikel 56#
Artikel 56 1 artikel 55 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 artikel 55, onderdeel a De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen vijf jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 artikel 55, onderdelen b en c De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen zes jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 4 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte koolstofdioxide-arme warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 57 — Artikel 57#
Artikel 57 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van koolstofdioxide-arme warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van warmte onttrokken uit oppervlaktewater, afvalwater, drinkwater of zeewater, waarbij de warmte wordt opgewaardeerd door middel van een warmtepomp op basis van een halogeenvrij koudemiddel met een COP-waarde van ten minste 2,5 met een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth, waarbij: a. het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 6.000 vollasturen per jaar bedraagt en: 1°. de productie-installatie uitsluitend warmte levert voor verwarming van gebouwde omgeving en waarbij er sprake is van een nieuw warmteoverdrachtsstation; 2°. de productie-installatie uitsluitend warmte levert voor verwarming van gebouwde omgeving; b. het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 3.500 vollasturen per jaar bedraagt en: 1°. de productie-installatie uitsluitend warmte levert voor stadsverwarming; of 2°. de productie-installatie uitsluitend rechtstreeks warmte levert aan een gebouw en beschikt over een seizoensopslag voor warmte. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 58 — Artikel 58#
Artikel 58 1 artikel 57 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte koolstofdioxide-arme warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte. 4 artikel 57, onderdeel a, subonderdeel 1° artikel 4.10.2. van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies Voor de productie-installatie, bedoeld in, is geen subsidie verstrekt op basis van. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 59 — Artikel 59#
Artikel 59 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van koolstofdioxide-arme warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van warmte door middel van een lucht-water-warmtepomp op basis van een halogeenvrij koudemiddel, waarvan de COP-waarde ten minste 2,5 bedraagt bij gemiddelde gebruiksomstandigheden en waarbij alle geproduceerde koolstofdioxide-arme warmte wordt toegepast in een verwarmingssysteem waarvan de aanvoertemperatuur in het stookseizoen: a. ten minste 70°C bedraagt en waarbij de koolstofdioxide-arme warmte wordt aangewend voor de verwarming van bestaande gebouwde omgeving; of b. ten minste 40°C bedraagt en waarbij de koolstofdioxide-arme warmte wordt aangewend voor de verwarming van bestaande gebouwde omgeving of bestaande tuinbouwkassen. 2 De productie-installatie heeft een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 60 — Artikel 60#
Artikel 60 1 artikel 59, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte koolstofdioxide-arme warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte. 4 artikel 59, eerste lid De aanvoertemperatuur in het stookseizoen bedoeld in, wordt bereikt door de warmtepomp zonder naverwarming. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 61 — Artikel 61#
Artikel 61 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van koolstofdioxide-arme warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van warmte uit zonne-energie en buitenluchtwarmte door middel van zonnecollectoren die warmte en stroom produceren, waarbij de warmte wordt aangewend voor: a. de verwarming van gebouwen in de gebouwde omgeving; of b. toepassing in stadsverwarming. 2 De productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, maakt gebruik van een water-water-warmtepomp op basis van een halogeenvrij koudemiddel en de water-water-warmtepomp heeft een minimaal nominaal thermisch vermogen van 500 kWth en een COP-waarde van ten minste 2,5. 3 De productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, maakt gebruik van een water-water-warmtepomp op basis van een halogeenvrij koudemiddel en de water-water-warmtepomp heeft een minimaal nominaal thermisch vermogen van 1.400 kWth en een COP-waarde van ten minste 2,5, beschikt over een nieuwe seizoensopslag voor warmte en een nieuwe dag-nacht-opslag voor warmte uit de warmtepomp. 4 2 De oppervlakte aan fotovoltaïsch-thermische panelen van de productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, bedraagt ten minste 1,2 mper kWth nominaal thermisch vermogen van de warmtepomp. 5 2 2 De oppervlakte aan fotovoltaïsch-thermische panelen van de productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, bedraagt ten minste 4.200 men ten minste 3 mper kWth nominaal thermisch vermogen van de warmtepomp. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 62 — Artikel 62#
Artikel 62 1 artikel 61, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte koolstofdioxide-arme warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 63 — Artikel 63#
Artikel 63 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van koolstofdioxide-arme warmte geproduceerd door een productie-installatie waarmee elektriciteit in warmte wordt omgezet, met een nominaal thermisch vermogen van ten minste 2 MWth, waarbij de vrijkomende warmte direct of indirect wordt overgedragen aan een vloeistof voor: a. toepassing in stadsverwarming; b. een industriële toepassing, niet zijnde tuinbouw; c. artikel 3, tweede lid, onderdeel b, van het Besluit SDEK toepassing in stadsverwarming en de aanvraag betrekking heeft op een situatie als bedoeld in; d. artikel 3, tweede lid, onderdeel b, van het Besluit SDEK een industriële toepassing, niet zijnde tuinbouw en de aanvraag betrekking heeft op een situatie als bedoeld in; of e. voor gebruik op locatie voor een industriële toepassing, niet zijnde tuinbouw, waarbij sprake is van de uitgestelde levering van warmte door de toepassing van thermische opslag. 2 De door de productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en c, geproduceerde warmte heeft een aanvoertemperatuur in het stookseizoen van ten minste 100°C. 3 De door de productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b, d en e, geproduceerde warmte wordt toegepast in een verwarmingssysteem met een aanvoertemperatuur aan de gebruikerszijde van ten minste 100°C of in een stoomsysteem. 4 Het vermogen van de aansluiting op het elektriciteitsnet is ten minste even groot als het gezamenlijke vermogen van de op de locatie aanwezige elektroboilers. 5 Het nominaal elektrisch vermogen van de productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, bedraagt minstens anderhalf keer het nominaal thermisch vermogen van de productie-installatie, waarbij de opslagcapaciteit ten minste 4 MWh per MW thermisch vermogen van de productie-installatie moet bedragen. 6 Het nominaal thermisch vermogen van de productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, bedraagt ten hoogste 50 MWth. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 64 — Artikel 64#
Artikel 64 1 artikel 63, eerste lid, onderdelen a, b en e De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 artikel 63, eerste lid, onderdelen c en d De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijf jaar verstrekt. 3 artikel 63, eerste lid, onderdelen a, b en e De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 4 artikel 63, eerste lid, onderdelen c en d De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in, binnen een jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 5 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte koolstofdioxide-arme warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte. 6 Artikel 3, eerste lid, van de Algemene uitvoeringsregeling artikel 63, eerste lid, onderdelen c en d is niet van toepassing op een productie-installatie als bedoeld in. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 65 — Artikel 65#
Artikel 65 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van koolstofdioxide-arme warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van warmte waarbij warmte wordt hergebruikt in een op het moment van de aanvraag bestaand verdampingsproces door middel van één of meerdere elektrisch aangedreven warmtepompen, indien van toepassing op basis van een halogeenvrij koudemiddel, waarbij het aantal subsidiabele vollasturen: a) ten hoogste 8.000 vollasturen per jaar bedraagt; b) ten hoogste 5.000 vollasturen per jaar bedraagt; of c) ten hoogste 3.000 vollasturen per jaar bedraagt. 2 De warmtepomp of warmtepompen hebben een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth, waarbij de hoeveelheid bespaarde warmte per hoeveelheid extra opgenomen elektriciteit bij vollast bedrijf ten minste 2,5 bedraagt, bepaald op een fictieve gesloten omhulling waarbinnen zich de warmtepomp of warmtepompen en de tot de productie-installatie behorende procesaanpassingen bevinden. 3 Door procesintegratie met de productie-installatie wordt het bestaande verdampingsproces, bedoeld in het eerste lid, ten minste aangepast door: a) over te stappen van een productiewijze waarbij in een reactor grondstoffen tot gereed product worden verwerkt waarna de reactor wordt geleegd, naar een productiewijze waarbij in een reactor voortdurend nieuwe grondstoffen worden toegevoerd en gereed product wordt afgevoerd; of b) het plaatsen van een nieuw verdampingsvat of een nieuwe verdampingsreactor om de warmtepomp te kunnen integreren; of c) het installeren van een nieuwe verdampingskap of een nieuwe warmtewisselaar ten behoeve van het voorkomen van het aanzuigen van lucht teneinde het condensatiepunt van de damp te verhogen; of d) het toepassen van een nieuw vat of een nieuwe warmtewisselaar voor condensatie van de damp. 4 De productie-installatie produceert warmte die op dezelfde locatie wordt gebruikt voor een industriële toepassing, niet zijnde tuinbouw, en levert geen koude. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 66 — Artikel 66#
Artikel 66 1 artikel 65, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte koolstofdioxide-arme warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 67 — Artikel 67#
Artikel 67 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van koolstofdioxide-arme warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van warmte door middel van een elektrisch aangedreven gesloten warmtepomp op basis van een halogeenvrij koudemiddel met een COP-waarde van ten minste 2,3 en een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth, waarbij het aantal subsidiabele vollasturen: a. ten hoogste 8.000 vollasturen per jaar bedraagt; b. ten hoogste 5.000 vollasturen per jaar bedraagt; of c. ten hoogste 3.000 vollasturen per jaar bedraagt. 2 De productie-installatie produceert warmte die op dezelfde locatie wordt gebruikt voor een industriële toepassing, niet zijnde tuinbouw, en levert geen koude. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 68 — Artikel 68#
Artikel 68 1 artikel 67, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte koolstofdioxide-arme warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 69 — Artikel 69#
Artikel 69 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van koolstofdioxide-arme warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van warmte door middel van een elektrisch aangedreven open warmtepomp op basis van een halogeenvrij koudemiddel met een COP-waarde van ten minste 2,3 en een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth, waarbij het aantal subsidiabele vollasturen: a. ten hoogste 8.000 vollasturen per jaar bedraagt; b. ten hoogste 5.000 vollasturen per jaar bedraagt; of c. ten hoogste 3.000 vollasturen per jaar bedraagt. 2 De productie-installatie produceert warmte die op dezelfde locatie wordt gebruikt voor een industriële toepassing, niet zijnde tuinbouw, en levert geen koude. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 70 — Artikel 70#
Artikel 70 1 artikel 69, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte koolstofdioxide-arme warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 71 — Artikel 71#
Artikel 71 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van koolstofdioxide-arme warmte geproduceerd door een productie-installatie met een thermisch vermogen van ten minste 2 MWth, waarmee restwarmte wordt uitgekoppeld en naar een andere locatie wordt getransporteerd, waarbij ten minste de warmtewisselaar bij de uitkoppeling nieuw is, waarbij er geen sprake is van levering van stoom, en: a. de warmte wordt opgewaardeerd met een nieuwe warmtepomp op basis van een halogeenvrij koudemiddel, de warmtepomp een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth en een COP-waarde van ten minste 2,5 heeft en transport plaatsvindt met behulp van een transportleiding met een verhouding van kilometer nieuw aan te leggen transportleiding tot MWth outputvermogen van de productie-installatie en andere op de transportleiding invoedende installaties van: 1°. < 0,10; 2°. ≥ 0,10 en < 0,20; 3°. ≥ 0,20 en < 0,30; 4°. ≥ 0,30 en < 0,40; 5°. ≥ 0,40; of b. de warmte niet wordt opgewaardeerd en transport plaatsvindt met behulp van een transportleiding met een verhouding van kilometer nieuw aan te leggen transportleiding tot MWth outputvermogen van de productie-installatie en andere op de transportleiding invoedende installaties van: 1°. ≥ 0,10 en < 0,20; 2°. ≥ 0,20 en < 0,30; 3°. ≥ 0,30 en < 0,40; 4°. ≥ 0,40. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 72 — Artikel 72#
Artikel 72 1 artikel 71 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte koolstofdioxide-arme warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 73 — Artikel 73#
Artikel 73 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van waterstof geproduceerd door een productie-installatie die waterstof produceert door elektrolyse van water tot zuurstof en waterstof met een nominale capaciteit van ten minste 500 kW die met: a. een aansluiting is gekoppeld aan het elektriciteitsnet; of b. een directe aansluiting op een productie-installatie die elektriciteit produceert met behulp van windenergie of een productie-installatie die elektriciteit produceert uit zonlicht door middel van fotovoltaïsche zonnepanelen. 2 verordening (EU) 2023/1184 Voor de productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, wordt subsidie uitsluitend verstrekt voor de waterstof die volledig hernieuwbaar is en zodoende voldoet aan de artikelen 4 tot en met 8 en 11 van gedelegeerde, waarbij de hernieuwbare stroomafnameovereenkomsten, bedoeld in de artikelen 5, 6 en 7, van die gedelegeerde verordening betrekking hebben op de levering van hernieuwbare elektriciteit uit wind- of zonne-energie. 3 verordening (EU) 2023/1184 Voor de productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel b, wordt subsidie uitsluitend verstrekt voor de waterstof die volledig hernieuwbaar is en zodoende voldoet aan de artikelen 3 en 8 van gedelegeerde. 4 Voor de productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, bedraagt de broeikasgasemissiereductie van het totaal aan geproduceerde volledig hernieuwbare waterstof en waterstof die niet volledig hernieuwbaar is samen ten minste 70% in het geval ook waterstof die niet volledig hernieuwbaar is, wordt geproduceerd. 5 De subsidie-ontvanger beschikt over het bewijs van afboeking van garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit, die zijn uitgegeven voor productie-installaties voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit wind- of zonne-energie waarvoor hernieuwbare stroomafnameovereenkomsten als bedoeld in het derde lid, zijn getekend. 6 Indien sprake is van een productie-installatie met een directe aansluiting als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel b, wordt de subsidie uitsluitend verstrekt voor de waterstof die is geproduceerd met elektriciteit die is geproduceerd door de direct aangesloten productie-installatie voor wind- of zonne-energie. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 74 — Artikel 74#
Artikel 74 1 artikel 73, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 75 — Artikel 75#
Artikel 75 artikel 10.3 van de Wet milieubeheer De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent die met een productie-installatie waterstof produceert uit afvalstoffen door een houder van een vergunning voor het exploiteren van een afvalverwerkingsinstallatie, waarin, ingevolge die vergunning, uitsluitend afvalstoffen of voorbewerkte afvalstoffen mogen worden ingezet die op basis van de minimumstandaarden in het afvalbeheerplan, bedoeld in, mogen worden verbrand of mogen worden gestort of die zijn geproduceerd uit dergelijke afvalstoffen. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 76 — Artikel 76#
Artikel 76 1 artikel 75 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 77 — Artikel 77#
Artikel 77 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van geavanceerde hernieuwbare brandstof die wordt geproduceerd door een productie-installatie waarmee: a. bioethanol wordt geproduceerd uit vaste lignocellulosehoudende biomassa; b. biomethanol wordt geproduceerd uit vaste lignocellulosehoudende biomassa; c. bioLNG wordt geproduceerd door middel van monomestvergisting; d. bioLNG wordt geproduceerd door middel van allesvergisting; of e. diesel- en benzinevervangers worden geproduceerd uit vaste lignocellulosehoudende biomassa. 2 sub-paragraaf 9.7.5 van de Wet milieubeheer De geavanceerde hernieuwbare brandstof wordt in Nederland geleverd aan wegvoertuigen of binnenvaartschepen en wordt ingeboekt in het register hernieuwbare energie, bedoeld in. 3 richtlijn (EU) 2018/2001 De productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, onderdelen c en d, maakt uitsluitend gebruik van grondstoffen als bedoeld in deel A van bijlage IX bij de. 4 richtlijn (EU) 2018/2001 De productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b en e, maakt uitsluitend gebruik van vaste grondstoffen als bedoeld onder o) met uitzondering van zwart residuloog, bruin residuloog, vezelslib, lignine en tallolie, en q) van deel A van Bijlage IX bij de. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 78 — Artikel 78#
Artikel 78 1 artikel 77, eerste lid, onderdelen a, b en e De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 artikel 77, eerste lid, onderdelen c en d De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt. 3 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 79 — Artikel 79#
Artikel 79 1 richtlijn 2009/31 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent die met een productie-installatie koolstofdioxide afvangt en permanent opslaat of doet opslaan door een houder van een vergunning die is verleend krachtens hoofdstuk 3 vanin een ondergronds opslagvoorkomen voor koolstofdioxide, waarbij: a. het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 4.000 vollasturen per jaar bedraagt, de koolstofdioxide niet biogeen is en wordt afgevangen die ontstaat bij een proces, en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding, en ten minste de compressor nieuw is; 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de vervloeiingsinstallatie nieuw is; of 3°. vloeibaar transport van koolstofdioxide; b. het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 8.000 vollasturen per jaar bedraagt, de koolstofdioxide wordt afgevangen die ontstaat bij een op het moment van indienen van de aanvraag bestaand proces en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding, en ten minste de compressor nieuw is; of 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de vervloeiingsinstallatie nieuw is; c. de afgevangen koolstofdioxide bij een op het moment van indienen van de aanvraag bestaand proces wordt gezuiverd, de koolstofdioxide niet biogeen is, en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding en ten minste de installatie voor de zuivering van de afgevangen koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; of 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de zuivering van de afgevangen koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn; d. de koolstofdioxide wordt afgevangen die ontstaat bij een nieuw productieproces voor de productie van waterstof uit restgassen, de waterstof wordt ingezet in een productieproces voor ondervuring in een ketel, fornuis of warmtekrachtkoppeling, en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; of 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn; e. de koolstofdioxide wordt afgevangen die ontstaat bij een op het moment van indienen van de aanvraag bestaand verbrandingsproces, en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; of 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn; f. de afgevangen koolstofdioxide in een nieuw proces wordt gezuiverd, en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding, en ten minste de installatie voor de zuivering van de afgevangen koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; of 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de zuivering van de afgevangen koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn; g. de afvang van koolstofdioxide gebeurt bij een nieuw verbrandingsproces, en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; of 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn. 2 richtlijn 2009/31 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent die met een productie-installatie koolstofdioxide afvangt bij een op het moment van indienen van de aanvraag bestaande afvalverbrandingsinstallatie en permanent opslaat of doet opslaan door een houder van een vergunning die is verleend krachtens hoofdstuk 3 vanin een ondergronds opslagvoorkomen voor koolstofdioxide, waarbij: a. het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 4.000 vollasturen per jaar bedraagt, en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding, en ten minste de compressor nieuw is; 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de vervloeiingsinstallatie nieuw is; of 3°. vloeibaar transport van koolstofdioxide; b. het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 8.000 vollasturen per jaar bedraagt en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; of 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn; 3 richtlijn 2009/31 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent die met een productie-installatie koolstofdioxide afvangt en permanent opslaat of doet opslaan door een houder van een vergunning die is verleend krachtens hoofdstuk 3 vanin een ondergronds opslagvoorkomen voor koolstofdioxide, waarbij: a. de afgevangen koolstofdioxide afkomstig is uit de omgevingslucht of een op het moment van indienen van de aanvraag bestaande biomassaverbrandingsinstallatie met een nominaal elektrisch vermogen kleiner dan of gelijk aan 100 MW en waarbij het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 4.000 vollasturen per jaar bedraagt en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding, en ten minste de compressor nieuw is; 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de vervloeiingsinstallatie nieuw is; of 3°. vloeibaar transport van koolstofdioxide; b. de afgevangen koolstofdioxide afkomstig is uit een op het moment van indienen van de aanvraag bestaande biomassaverbrandingsinstallatie met een nominaal elektrisch vermogen kleiner dan of gelijk aan 100 MW het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 8.000 vollasturen per jaar bedraagt en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; of 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn. 4 richtlijn 2009/31 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent die met een productie-installatie, niet zijnde een afvalverbrandingsinstallatie of een biomassaverbrandingsinstallatie, biogene koolstofdioxide afvangt en permanent opslaat of doet opslaan door een houder van een vergunning die is verleend krachtens hoofdstuk 3 vanin een ondergronds opslagvoorkomen voor koolstofdioxide, waarbij: a. het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 4.000 vollasturen per jaar bedraagt, de afgevangen koolstofdioxide in een proces wordt gezuiverd en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding, en ten minste de compressor nieuw is; 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de vervloeiingsinstallatie nieuw is; of 3°. vloeibaar transport van koolstofdioxide; b. de afgevangen koolstofdioxide bij een op het moment van indienen van de aanvraag bestaand proces wordt gezuiverd en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding en ten minste de installatie voor de zuivering van de afgevangen koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; of 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de zuivering van de afgevangen koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn; c. de afgevangen koolstofdioxide in een nieuw proces wordt gezuiverd en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding, en ten minste de installatie voor de zuivering van de afgevangen koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; of 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de zuivering van de afgevangen koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 80 — Artikel 80#
Artikel 80 1 artikel 79, eerste tot en met vierde lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen zes jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 artikel 79, derde lid artikel 81, vierde lid richtlijn (EU) 2018/2001 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in een biomassaverbrandingsinstallatie bedoeld in, met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen gelijk aan of groter dan 7,5 MW, of de in een proces als bedoeld ingebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de. 4 De afgevangen en permanent opgeslagen koolstofdioxide die voor subsidie in aanmerking komt, met uitzondering van koolstofdioxide die is afgevangen uit de omgevingslucht, komt uitsluitend voort uit: a. een door de subsidieontvanger uitgevoerde economische activiteit met SBI-code 06, 08 tot en met 33, 352 of 38; b. een door de subsidieontvanger uitgevoerde economische activiteit met SBI-code 351, indien de koolstofdioxide vrijkomt bij de verbranding van een bijproduct afkomstig van door subsidieontvangers uitgevoerde economische activiteiten met SBI-code 06, 08 tot en met 33, 352, 353 of 38; c. een door de subsidieontvanger uitgevoerde economische activiteit met SBI-code 35111, indien het de productie betreft van: 1° elektriciteit door een warmtekrachtcentrale die hoofdzakelijk wordt gestookt op aardgas; of 2° warmte door een biomassaverbrandingsinstallatie. 5 artikel 79, eerste lid De afgevangen en permanent opgeslagen koolstofdioxide die voor subsidie in aanmerking komt door een productie-installatie als bedoeld in, komt niet voort uit de productie van stoom van minder dan 200°C. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 81 — Artikel 81#
Artikel 81 titel 16.2 van de Wet milieubeheer richtlijn 2009/31 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent die niet valt onder het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten, bedoeld in, en die met een productie-installatie koolstofdioxide afvangt en permanent opslaat of doet opslaan door een houder van een vergunning die is verleend krachtens hoofdstuk 3 vanin een ondergronds opslagvoorkomen voor koolstofdioxide, waarbij: a. het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 4.000 vollasturen per jaar bedraagt, de koolstofdioxide niet biogeen is en wordt afgevangen die ontstaat bij een proces, en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding, en ten minste de compressor nieuw is; 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en tenminste de vervloeiingsinstallatie nieuw is; of 3°. vloeibaar transport van koolstofdioxide; b. het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 8.000 vollasturen per jaar bedraagt en wordt afgevangen die ontstaat bij een op het moment van indienen van de aanvraag bestaand proces, en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding, en ten minste de compressor nieuw is; of 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de vervloeiingsinstallatie nieuw is; c. de afgevangen koolstofdioxide bij een op het moment van indienen van de aanvraag bestaand proces wordt gezuiverd, de koolstofdioxide niet biogeen is en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding en ten minste de installatie voor de zuivering van de afgevangen koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; of 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de zuivering van de afgevangen koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn; d. de koolstofdioxide wordt afgevangen die ontstaat bij een nieuw productieproces voor de productie van waterstof uit restgassen, de waterstof wordt ingezet in een productieproces voor ondervuring in een ketel, fornuis of warmtekrachtkoppeling, en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; of 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn; e. de koolstofdioxide wordt afgevangen die ontstaat bij een op het moment van indienen van de aanvraag bestaand verbrandingsproces, en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; of 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn; f. de afgevangen koolstofdioxide in een nieuw proces wordt gezuiverd, de koolstofdioxide niet biogeen is en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding, en ten minste de installatie voor de zuivering van de afgevangen koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; of 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de zuivering van de afgevangen koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn; g. de afvang van koolstofdioxide gebeurt bij een nieuw verbrandingsproces, en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; of 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 82 — Artikel 82#
Artikel 82 1 artikel 81 De subsidie, bedoeld inwordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen zes jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 De afgevangen en permanent opgeslagen koolstofdioxide die voor subsidie in aanmerking komt, komt uitsluitend voort uit: a. een door de subsidieontvanger uitgevoerde economische activiteit met SBI-code 06, 08 tot en met 33, 352 of 38; of b. een door de subsidieontvanger uitgevoerde economische activiteit met SBI-code 351, indien de koolstofdioxide vrijkomt bij de verbranding van een bijproduct afkomstig van door subsidieontvangers uitgevoerde economische activiteiten met SBI-code 06, 08 tot en met 33, 352, 353 of 38. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 83 — Artikel 83#
Artikel 83 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent die met een productie-installatie koolstofdioxide afvangt en gebruikt of doet gebruiken ter vermindering van broeikasgas door middel van nuttig aangewende koolstofdioxide, waarbij: a. de afgevangen koolstofdioxide die ontstaat bij een op het moment van indienen van de aanvraag bestaand proces wordt gezuiverd, en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een transportleiding, en ten minste de installatie voor de zuivering van de afgevangen koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; 2°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een transportleiding, en ten minste de installatie voor de zuivering van de afgevangen koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn, en de transportleiding wordt uitgebreid of nieuw aangelegd; of 3°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de zuivering van de afgevangen koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn; b. de afgevangen koolstofdioxide die ontstaat bij een op het moment van indienen van de aanvraag bestaand proces wordt gezuiverd, en gebruik wordt gemaakt van vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de vervloeiingsinstallatie nieuw is; c. de afgevangen koolstofdioxide die ontstaat bij een nieuw proces wordt gezuiverd, en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een transportleiding, en ten minste de installatie voor de zuivering van de afgevangen koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; 2°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een transportleiding, en ten minste de installatie voor de zuivering van de afgevangen koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn, en de transportleiding wordt uitgebreid of nieuw aangelegd; of 3°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de zuivering van de afgevangen koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn; d. de koolstofdioxide wordt afgevangen die ontstaat bij een op het moment van indienen van de aanvraag bestaand verbrandingsproces, en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een transportleiding, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; 2°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een transportleiding, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn, en de transportleiding wordt uitgebreid of nieuw aangelegd; of 3°. vloeibaar transport van koolstofdioxide en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn; e. de koolstofdioxide wordt afgevangen die ontstaat bij een nieuw verbrandingsproces, en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een transportleiding, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; 2°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een transportleiding en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn, en de transportleiding wordt uitgebreid of nieuw aangelegd; of 3°. vloeibaar transport van koolstofdioxide en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn; f. de koolstofdioxide wordt afgevangen die ontstaat bij een op het moment van indienen van de aanvraag bestaande biomassaverbrandingsinstallatie met een nominaal thermisch vermogen groter dan 50 MWth of een op het moment van indienen van de aanvraag bestaande afvalverbrandingsinstallatie, en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een transportleiding, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; 2°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een transportleiding, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn, en de transportleiding wordt uitgebreid of nieuw aangelegd; of 3°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn; g. de koolstofdioxide wordt afgevangen die ontstaat bij een biomassaverbrandingsinstallatie met een nominaal thermisch vermogen kleiner dan of gelijk aan 50 MWth en gebruik wordt gemaakt van: 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een transportleiding, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide nieuw is; of 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn. 2 De productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, heeft een nominaal elektrisch vermogen kleiner dan of gelijk aan 100 MW. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 84 — Artikel 84#
Artikel 84 1 artikel 83, eerste lid De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen zes jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 3 artikel 85, eerste lid, onderdelen f en g richtlijn (EU) 2018/2001 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in een biomassaverbrandingsinstallatie als bedoeld in, met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen gelijk aan of groter dan 7,5 MW gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 85 — Artikel 85#
Artikel 85 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent die met een productie-installatie uitsluitend koolstofdioxide afvangt uit de omgevingslucht en gebruikt of doet gebruiken ter vermindering van broeikasgas door middel van nuttig aangewende koolstofdioxide. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 86 — Artikel 86#
Artikel 86 1 artikel 85 De subsidie, bedoeld in, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen zes jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 87 — Artikel 87#
Artikel 87 1 Voor de fase, genoemd in de eerste kolom van onderstaande tabel, wordt: 1 verhoging met € 100 voor de aanvragen voor subsidies binnen het domein hoge-temperatuur-warmte, het domein lage-temperatuur-warmte en het domein moleculen. a. de periode waarbinnen de aanvragen moeten zijn ontvangen per fase vastgesteld op de periode, genoemd in de tweede kolom van onderstaande tabel; b. artikelen 10, eerste lid 27, eerste lid 43a, eerste lid 55e, eerste lid, van het Besluit SDEK voor fase 1 tot en met 4 het fasebedrag voor de subsidie, bedoeld in de,,, en, per respectievelijke fase vastgesteld op het in de derde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; c. artikelen 10, eerste lid 27, eerste lid 43a, eerste lid 55e, eerste lid, van het Besluit SDEK voor fase 5 het fasebedrag voor de subsidie, bedoeld in de,,, en, vastgesteld op het in de derde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag, waarbij het fasebedrag voor het fasebedrag voor subsidies voor aanvragen binnen het domein hoge-temperatuur-warmte, het domein lage-temperatuur-warmte of het domein moleculen wordt verhoogd met € 100/1.000 kg broeikasgas; Fase Periode waarbinnen de aanvragen ontvangen moet zijn, per fase Fasebedrag in €/1.000 kg broeikasgas 1 7 oktober 2025, 9:00 uur, tot 13 oktober 2025, 17:00 uur 75 2 13 oktober 2025, 17:00 uur, tot 20 oktober 2025, 17:00 uur 150 3 20 oktober 2025, 17:00 uur, tot 27 oktober 2025, 17:00 uur 225 4 27 oktober 2025, 17:00 uur, tot 3 november 2025, 17:00 uur 300 5 3 november 2025, 17:00 uur, tot 6 november 2025, 17:00 uur 1 300 2 artikelen 10, eerste lid artikel 27, eerste lid 43a, eerste lid 55e, eerste lid, van het Besluit SDEK Voor de fase 1 tot en met 5, bedoeld in het eerste lid, wordt in afwijking van het fasebedrag, genoemd in de derde kolom van de tabel in het eerste lid, het omgerekende fasebedrag voor de subsidie, bedoeld in de,, enen, voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas, hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking en vermindering van broeikasgas, vastgesteld op het respectievelijk in de derde, vierde, vijfde, zesde en zevende kolom van onderstaande tabellen genoemde bedrag. Artikel regeling Categorie Fasebedrag in euro/kWh Fase 1 Fase 2 Fase 3 Fase 4 Fase 5 Artikel 13 Waterkracht, valhoogte < 50 cm 0,0797 0,0894 0,0992 0,1089 0,1089 Artikel 15, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° Wind op land, ≥ 8,0 m/s 0,0599 0,0599 0,0599 0,0599 0,0599 Artikel 15, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° Wind op land, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,0637 0,0650 0,0650 0,0650 0,0650 Artikel 15, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 3° Wind op land, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,0637 0,0704 0,0704 0,0704 0,0704 Artikel 15, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 4° Wind op land, ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,0637 0,0719 0,0744 0,0744 0,0744 Artikel 15, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 5° Wind op land, < 6,75 m/s 0,0637 0,0719 0,0791 0,0791 0,0791 Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 8,0 m/s 0,0637 0,0687 0,0687 0,0687 0,0687 Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,0637 0,0719 0,0757 0,0757 0,0757 Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 3° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,0637 0,0719 0,0801 0,0833 0,0833 Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 4° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,0637 0,0719 0,0801 0,0883 0,0883 Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 5° Wind op land, hoogtebeperkt < 6,75 m/s 0,0637 0,0719 0,0801 0,0883 0,0883 Artikel 19, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° Wind op waterkering, ≥ 8,0 m/s 0,0637 0,0658 0,0658 0,0658 0,0658 Artikel 19, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° Wind op waterkering, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,0637 0,0718 0,0718 0,0718 0,0718 Artikel 19, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 3° Wind op waterkering, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,0637 0,0719 0,0776 0,0776 0,0776 Artikel 19, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 4° Wind op waterkering, ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,0637 0,0719 0,0801 0,0821 0,0821 Artikel 19, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 5° Wind op waterkering, < 6,75 m/s 0,0637 0,0719 0,0801 0,0876 0,0876 Artikel 21, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1° Zon-PV ≥ 15 kWp en <1 MWp aansluiting > 3*80 A, gebouwgebonden (net = 50%) 0,0764 0,0843 0,0843 0,0843 0,0843 Artikel 21, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° Zon-PV ≥ 1 MWp, gebouwgebonden (net = 50%) 0,0747 0,0769 0,0769 0,0769 0,0769 Artikel 21, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3° Zon-PV ≥ 15 kWp en <1 MWp aansluiting > 3*80 A, gebouwgebonden met lichte dakaanpassing of lichtgewicht panelen (net = 50%) 0,0764 0,0880 0,0880 0,0880 0,0880 Artikel 21, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 4° Zon-PV ≥ 1 MWp, gebouwgebonden met lichte dakaanpassing of lichtgewicht panelen (net = 50%) 0,0747 0,0806 0,0806 0,0806 0,0806 Artikel 21, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 5° Zon-PV≥ 15kWp en < 1 MWp aansluiting > 3*80 A,op oost-west gevels van gebouwen (net = 50%) 0,0762 0,0895 0,1028 0,1162 0,1162 Artikel 21, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° Zon-PV ≥ 15 kWp en <1 MWp aansluiting > 3*80 A, drijvend op water (net = 50%) 0,0723 0,0818 0,0912 0,0936 0,0936 Artikel 21, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° Zon-PV ≥ 1 MWp, drijvend op water (net = 50%) 0,0682 0,0734 0,0787 0,0794 0,0794 Artikel 21, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° Zon-PV ≥ 15 kWp en <1 MWp aansluiting > 3*80 A, op land natuurinclusief (net = 50%) 0,0723 0,0818 0,0912 0,0930 0,0930 Artikel 21, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° Zon-PV ≥ 1 MWp en <20 MWp, op land natuurinclusief (net = 50%) 0,0682 0,0734 0,0771 0,0771 0,0771 Artikel 21, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 3° Zon-PV ≥ 20 MWp, op land natuurinclusief (net = 50%) 0,0676 0,0724 0,0728 0,0728 0,0728 Artikel 21, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 4° Zon-PV ≥ 15kWp en < 1 MWp aansluiting > 3*80 A,verticaal op land 0,0723 0,0818 0,0903 0,0903 0,0903 Artikel 21, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 5° Zon-PV ≥ 1 MWp,verticaal op land 0,0681 0,0734 0,0769 0,0769 0,0769 Artikel 21, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1° Zon-PV ≥ 1 MWp en < 20 MWp, zonvolgend op land natuurinclusief 0,0681 0,0734 0,0772 0,0772 0,0772 Artikel 21, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2° Zon-PV ≥ 20 MWp, zonvolgend op land natuurinclusief 0,0676 0,0723 0,0728 0,0728 0,0728 Artikel 21, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 3° Zon-PV ≥ 1 MWp, zonvolgend op water 0,0681 0,0734 0,0786 0,0795 0,0795 Artikel 23, onderdeel a Allesvergisting, gas 0,0532 0,0661 0,0790 0,0903 0,0903 Artikel 23, onderdeel b Monomestvergisting > 1.500 kW, gas 0,0641 0,0880 0,0918 0,0918 0,0918 Artikel 23, onderdeel c Monomestvergisting > 275 kW en ≤ 1.500 kW, gas 0,0633 0,0863 0,1094 0,1324 0,1423 Artikel 23, onderdeel d Monomestvergisting > 110 kW en ≤ 275 kW, gas 0,0783 0,1163 0,1543 0,1571 0,1571 Artikel 23, onderdeel e Monomestvergisting ≤ 110 kW, gas 0,0786 0,1170 0,1553 0,1937 0,2107 Artikel 25, onderdeel a Allesvergisting extra faciliteit, gas 0,0532 0,0661 0,0781 0,0781 0,0781 Artikel 25, onderdeel b Allesvergisting voorzetting, gas 0,0532 0,0661 0,0718 0,0718 0,0718 Artikel 25, onderdeel c Monomestvergisting extra faciliteit ≤ 450 kW, gas 0,0633 0,0863 0,1026 0,1026 0,1026 Artikel 25, onderdeel d Monomestvergisting voortzetting ≤ 450 kW, gas 0,0633 0,0863 0,0886 0,0886 0,0886 Artikel 27 RWZI verbeterde slibgisting, gas 0,0531 0,0659 0,0787 0,0915 0,1085 Artikel 29 RWZI bestaande slibgisting, gas 0,0375 0,0375 0,0375 0,0375 0,0375 Artikel 31 Biomassavergassing 0,0527 0,0651 0,0774 0,0898 0,0915 Artikel 33, eerste lid, onderdeel a Zonthermie ≥ 140 kWth en < 1 MWth 0,0758 0,0927 0,1095 0,1111 0,1111 Artikel 33, eerste lid, onderdeel b Zonthermie ≥ 1 MWth 0,0362 0,0531 0,0699 0,0868 0,0939 Artikel 35, onderdeel a Allesvergisting, warmte 0,0632 0,0795 0,0959 0,1024 0,1024 Artikel 35, onderdeel b Allesvergisting, gecombineerde opwekking 0,0712 0,0848 0,0983 0,1034 0,1034 Artikel 35, onderdeel c Monomestvergisting, warmte > 1.500 kW 0,0754 0,1040 0,1187 0,1187 0,1187 Artikel 35, onderdeel d Monomestvergisting, gecombineerde opwekking > 1.500 kW 0,0927 0,1231 0,1231 0,1231 0,1231 Artikel 35, onderdeel e Monomestvergisting, warmte > 275 en ≤ 1.500 kW 0,0866 0,1143 0,1419 0,1696 0,1748 Artikel 35, onderdeel f Monomestvergisting, gecombineerde opwekking > 275 kW en ≤ 1.500 kW 0,0959 0,1262 0,1564 0,1867 0,1867 Artikel 35, onderdeel g Monomestvergisting, warmte > 110 kW en ≤ 275 kW 0,0740 0,1012 0,1283 0,1555 0,1736 Artikel 35, onderdeel h Monomestvergisting, gecombineerde opwekking > 110 kW en ≤ 275 kW 0,1350 0,1851 0,2350 0,2350 0,2350 Artikel 35, onderdeel i Monomestvergisting, warmte ≤ 110 kW 0,0740 0,1012 0,1283 0,1555 0,1918 Artikel 35, onderdeel j Monomestvergisting, gecombineerde opwekking ≤ 110 kW 0,1358 0,1886 0,2413 0,2941 0,2941 Artikel 37, onderdeel a Allesvergisting voortzetting, warmte 0,0632 0,0795 0,0864 0,0864 0,0864 Artikel 37, onderdeel b Allesvergisting voortzetting, gecombineerde opwekking 0,0712 0,0848 0,0871 0,0871 0,0871 Artikel 37, onderdeel c Monomestvergisting voortzetting, warmte ≤ 450 kW 0,0866 0,1061 0,1061 0,1061 0,1061 Artikel 37, onderdeel d Monomestvergisting voortzetting, gecombineerde opwekking ≤ 450 kW 0,0959 0,1148 0,1148 0,1148 0,1148 Artikel 39, onderdeel a RWZI verbeterde slibgisting, warmte 0,0745 0,0902 0,1041 0,1041 0,1041 Artikel 39, onderdeel b RWZI verbeterde slibgisting, gecombineerde opwekking 0,0760 0,0874 0,0987 0,1101 0,1101 Artikel 41, onderdeel a Ketel op vloeibare biomassa, stadsverwarming 0,0665 0,0834 0,1002 0,1171 0,1396 Artikel 41, onderdeel b Ketel op vloeibare biomassa, overige toepassingen 0,0920 0,1089 0,1257 0,1426 0,1597 Artikel 43, onderdeel a Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (4.500 vollasturen) 0,0362 0,0531 0,0649 0,0649 0,0649 Artikel 43, onderdeel b Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (5.000 vollasturen) 0,0362 0,0531 0,0637 0,0637 0,0637 Artikel 43, onderdeel c Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (5.500 vollasturen) 0,0362 0,0531 0,0628 0,0628 0,0628 Artikel 43, onderdeel d Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (6.000 vollasturen) 0,0362 0,0531 0,0620 0,0620 0,0620 Artikel 43, onderdeel e Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (6.500 vollasturen) 0,0362 0,0531 0,0614 0,0614 0,0614 Artikel 43, onderdeel f Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (7.000 vollasturen) 0,0362 0,0531 0,0608 0,0608 0,0608 Artikel 43, onderdeel g Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (7.500 vollasturen) 0,0362 0,0531 0,0603 0,0603 0,0603 Artikel 43, onderdeel h Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (8.000 vollasturen) 0,0362 0,0531 0,0598 0,0598 0,0598 Artikel 43, onderdeel i Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (8.500 vollasturen) 0,0362 0,0531 0,0595 0,0595 0,0595 Artikel 45, eerste lid, onderdeel a Grote stoomketel op houtpellets ≥ 5 MWth en < 50 MWth 0,0645 0,0814 0,0911 0,0911 0,0911 Artikel 45, eerste lid, onderdeel b Grote stoomketel op houtpellets ≥ 50 MWth 0,0645 0,0814 0,0982 0,1079 0,1079 Artikel 47 Directe inzet (brander) van houtpellets voor industriële toepassingen 0,0696 0,0696 0,0696 0,0696 0,0696 Artikel 49, eerste lid Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa voortzetting 0,0362 0,0457 0,0457 0,0457 0,0457 Artikel 51, eerste lid Composteringsinstallatie, warmte 0,0529 0,0529 0,0529 0,0529 0,0529 Artikel 53, onderdeel a, subonderdeel 1 en onderdeel d, subonderdeel 1 Diepe geothermie < 12 MWth, basislast 0,0519 0,0708 0,0708 0,0708 0,0708 Artikel 53, onderdeel a, subonderdeel 2 en onderdeel d, subonderdeel 2 Diepe geothermie ≥ 12 MWth en < 20 MWth, basislast 0,0522 0,0619 0,0619 0,0619 0,0619 Artikel 53, onderdeel a, subonderdeel 3 en onderdeel d, subonderdeel 3 Diepe geothermie ≥ 20 MWth, basislast 0,0521 0,0567 0,0567 0,0567 0,0567 Artikel 53, onderdeel b Diepe geothermie, middenlast, verwarming gebouwde omgeving 0,0549 0,0877 0,0986 0,0986 0,0986 Artikel 53, onderdeel c, subonderdeel 1 Diepe geothermie < 12 MWth, geen basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0544 0,0867 0,1189 0,1512 0,1665 Artikel 53, onderdeel c, subonderdeel 2 Diepe geothermie ≥ 12 MWth, geen basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0544 0,0867 0,1189 0,1512 0,1543 Artikel 53, onderdeel e Diepe geothermie, basislast, aanvullende put 0,0376 0,0376 0,0376 0,0376 0,0376 Artikel 55, onderdeel a Ondiepe geothermie met warmtepomp, basislast 0,0466 0,0738 0,0890 0,0890 0,0890 Artikel 55, onderdeel b Ondiepe geothermie met warmtepomp, geen basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0466 0,0738 0,1011 0,1284 0,1647 Artikel 55, onderdeel c, subonderdeel 1° Diepe geothermie met warmtepomp < 12 MWth, basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0470 0,0742 0,1013 0,1284 0,1374 Artikel 55, onderdeel c, subonderdeel 2° Diepe geothermie met warmtepomp ≥ 12 MWth, basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0470 0,0742 0,1013 0,1269 0,1269 Artikel 57, onderdeel a, subonderdeel 1° Aquathermie, basislast, verwarming gebouwde omgeving, nieuw warmteoverdrachtstation 0,0329 0,0466 0,0602 0,0738 0,0920 Artikel 57, onderdeel a, subonderdeel 2° Aquathermie, basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0330 0,0467 0,0604 0,0741 0,0779 Artikel 57, onderdeel b, subonderdeel 1° Aquathermie, geen basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0332 0,0471 0,0610 0,0749 0,0934 Artikel 57, onderdeel b, subonderdeel 2° Aquathermie, met seizoensopslag, geen basislast (directe toepassing) 0,0331 0,0469 0,0607 0,0734 0,0734 Artikel 59, eerste lid, onderdeel a Lucht-water-warmtepomp voor verwarming bestaande gebouwde omgeving, middentemperatuur 0,0605 0,0742 0,0878 0,1015 0,1198 Artikel 59, eerste lid, onderdeel b Lucht-water-warmtepomp voor verwarming bestaande gebouwde omgeving of bestaande tuinbouwkassen, lagetemperatuur 0,0337 0,0482 0,0626 0,0635 0,0635 Artikel 61, eerste lid, onderdeel a Zon-PVT systeem, verwarming gebouwen in gebouwde omgeving 0,0599 0,0599 0,0599 0,0599 0,0599 Artikel 61, eerste lid, onderdeel b Zon-PVT systeem, stadsverwarming 0,0352 0,0511 0,0670 0,0829 0,0899 Artikel 63, eerste lid, onderdeel a Elektroboiler, stadsverwarming 0,0516 0,0685 0,0780 0,0780 0,0780 Artikel 63, eerste lid, onderdeel b Elektroboiler, industriële toepassing niet zijnde tuinbouw 0,0417 0,0586 0,0754 0,0780 0,0780 Artikel 63, eerste lid, onderdeel c Elektroboiler voortzetting, stadsverwarming 0,0516 0,0660 0,0660 0,0660 0,0660 Artikel 63, eerste lid, onderdeel d Elektroboiler voortzetting, industriële toepassing niet zijnde tuinbouw 0,0417 0,0586 0,0660 0,0660 0,0660 Artikel 63, eerste lid, onderdeel e Elektroboiler, industriële toepassing niet zijnde tuinbouw, met thermische opslag 0,0417 0,0586 0,0754 0,0923 0,0930 Artikel 65, eerste lid, onderdeel a Procesgeïntegreerde warmtepomp in een verdampingsproces (8.000 uur) 0,0518 0,0579 0,0579 0,0579 0,0579 Artikel 65, eerste lid, onderdeel b Procesgeïntegreerde warmtepomp in een verdampingsproces (5.000 uur) 0,0523 0,0664 0,0768 0,0768 0,0768 Artikel 65, eerste lid, onderdeel c Procesgeïntegreerde warmtepomp in een verdampingsproces (3.000 uur) 0,0523 0,0664 0,0805 0,0946 0,1104 Artikel 67, eerste lid, onderdeel a Industriële gesloten warmtepomp (8.000 uur) 0,0532 0,0532 0,0532 0,0532 0,0532 Artikel 67, eerste lid, onderdeel b Industriële gesloten warmtepomp (5.000 uur) 0,0536 0,0677 0,0715 0,0715 0,0715 Artikel 67, eerste lid, onderdeel c Industriële gesloten warmtepomp (3.000 uur) 0,0536 0,0677 0,0818 0,0959 0,1041 Artikel 69, eerste lid, onderdeel a Industriële open warmtepomp (8.000 uur) 0,0296 0,0296 0,0296 0,0296 0,0296 Artikel 69, eerste lid, onderdeel b Industriële open warmtepomp (5.000 uur) 0,0439 0,0439 0,0439 0,0439 0,0439 Artikel 69, eerste lid, onderdeel c Industriële open warmtepomp (3.000 uur) 0,0618 0,0694 0,0694 0,0694 0,0694 Artikel 71, onderdeel a, subonderdeel 1° Restwarmtebenutting met warmtepomp, transportleiding < 0,10 km/MWth 0,0395 0,0536 0,0593 0,0593 0,0593 Artikel 71, onderdeel a, subonderdeel 2° Restwarmtebenutting met warmtepomp, transportleiding ≥ 0,10 en < 0,20 km/MWth 0,0395 0,0536 0,0665 0,0665 0,0665 Artikel 71, onderdeel a, subonderdeel 3° Restwarmtebenutting met warmtepomp, transportleiding ≥ 0,20 en < 0,30 km/MWth 0,0395 0,0536 0,0676 0,0736 0,0736 Artikel 71, onderdeel a, subonderdeel 4° Restwarmtebenutting met warmtepomp, transportleiding ≥ 0,30 en < 0,40 km/MWth 0,0395 0,0535 0,0676 0,0809 0,0809 Artikel 71, onderdeel a, subonderdeel 5° Restwarmtebenutting met warmtepomp, transportleiding ≥ 0,40 km/MWth 0,0394 0,0535 0,0675 0,0816 0,0882 Artikel 71, onderdeel b, subonderdeel 1° Restwarmtebenutting, transportleiding ≥ 0,10 en < 0,20 km/MWth 0,0196 0,0196 0,0196 0,0196 0,0196 Artikel 71, onderdeel b, subonderdeel 2° Restwarmtebenutting, transportleiding ≥ 0,20 en < 0,30 km/MWth 0,0269 0,0269 0,0269 0,0269 0,0269 Artikel 71, onderdeel b, subonderdeel 3° Restwarmtebenutting, transportleiding ≥ 0,30 en < 0,40 km/MWth 0,0341 0,0341 0,0341 0,0341 0,0341 Artikel 71, onderdeel b, subonderdeel 4° Restwarmtebenutting, transportleiding ≥ 0,40 km/MWth 0,0413 0,0413 0,0413 0,0413 0,0413 Artikel 73, eerste lid, onderdeel a Waterstof uit elektrolyse, netgekoppeld met hernieuwbare stroomafnameovereenkomsten 0,0843 0,1015 0,1186 0,1358 0,1587 Artikel 73, eerste lid, onderdeel b Waterstof uit elektrolyse, directe lijn met windpark of zonnepark 0,0843 0,1015 0,1186 0,1358 0,1587 Artikel 75 Waterstof uit vergassing van afval 0,0652 0,0652 0,0652 0,0652 0,0652 Artikel 77, eerste lid, onderdeel a Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, bioethanol uit vaste lignocellulosehoudende biomassa 0,1648 0,1648 0,1648 0,1648 0,1648 Artikel 77, eerste lid, onderdeel b Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, biomethanol uit vaste lignocellulosehoudende biomassa 0,1653 0,1653 0,1653 0,1653 0,1653 Artikel 77, eerste lid, onderdeel c Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, bioLNG uit monomestvergisting 0,1165 0,1165 0,1165 0,1165 0,1165 Artikel 77, eerste lid, onderdeel d Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, bioLNG uit allesvergisting 0,1247 0,1247 0,1247 0,1247 0,1247 Artikel 77, eerste lid, onderdeel e Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen,diesel- en benzinevervangers uit vaste lignocellulose houdende biomassa 0,1626 0,1626 0,1626 0,1626 0,1626 Artikel regeling Categorie 2 Fasebedrag in euro/1.000 kg CO Fase 1 Fase 2 Fase 3 Fase 4 Fase 5 Artikel 79, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1° 2 CCS – Gedeeltelijke opslag van niet biogene CO-procesemissie bij bestaande of nieuwe installaties, gasvormig transport 181,8717 237,8179 260,8309 260,8309 260,8309 Artikel 79, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° 2 CCS – Gedeeltelijke opslag van niet biogene CO-procesemissie bij bestaande of nieuwe installaties, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 181,5109 237,0964 292,6819 348,2674 348,2674 Artikel 79, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3° 2 CCS – Gedeeltelijke opslag van niet biogene CO-procesemissie bij bestaande of nieuwe installaties, vloeibaar transport 181,5109 237,0964 292,6819 302,8137 302,8137 Artikel 79, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° 2 CCS – Volledige COopslag bij bestaande installaties, gasvormig transport 134,0182 134,0182 134,0182 134,0182 134,0182 Artikel 79, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° 2 CCS – Volledige COopslag bij bestaande installaties, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 184,2055 184,2055 184,2055 184,2055 184,2055 Artikel 79, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion zuivering van niet biogene CO-procesemissie, bestaande installatie, gasvormig transport 166,2166 166,2166 166,2166 166,2166 166,2166 Artikel 79, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion zuivering van niet biogene CO-procesemissie, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 193,5765 212,0737 212,0737 212,0737 212,0737 Artikel 79, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion COafvang bij waterstofproductie uit restgassen voor ondervuring, gasvormig transport 192,9623 206,8338 206,8338 206,8338 206,8338 Artikel 79, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion COafvang bij waterstofproductie uit restgassen voor ondervuring, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 192,6015 250,7019 250,7019 250,7019 250,7019 Artikel 79, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe post-combustion COafvang, bestaande installatie, gasvormig transport 187,9129 207,9232 207,9232 207,9232 207,9232 Artikel 79, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe post-combustion COafvang, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 187,5522 249,1789 255,5942 255,5942 255,5942 Artikel 79, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion COzuivering, nieuwe installatie, gasvormig transport 139,708 139,708 139,708 139,708 139,708 Artikel 79, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion COzuivering, nieuwe installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 190,7006 190,7006 190,7006 190,7006 190,7006 Artikel 79, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe post-combustion COafvang, nieuwe installatie, gasvormig transport 187,166 187,166 187,166 187,166 187,166 Artikel 79, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe post-combustion COafvang, nieuwe installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 188,7334 230,5914 230,5914 230,5914 230,5914 Artikel 79, tweede lid, onderdeel a, subonderdeel 1° 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag bij bestaande afvalverbrandingsinstallaties, gasvormig transport 55,9463 111,8925 167,8388 223,785 223,785 Artikel 79, tweede lid, onderdeel a, subonderdeel 2° 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag bij bestaande afvalverbrandingsinstallaties, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 55,5855 111,171 166,7565 222,342 222,342 Artikel 79, tweede lid, onderdeel a, subonderdeel 3° 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag bij bestaande afvalverbrandingsinstallaties, vloeibaar transport 55,5855 111,171 166,7565 222,342 222,342 Artikel 79, tweede lid, onderdeel b, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande afvalverbrandingsinstallatie, gasvormig transport 55,9463 111,8925 167,8388 223,6561 223,6561 Artikel 79, tweede lid, onderdeel b, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande afvalverbrandingsinstallatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 55,5855 111,171 166,7565 222,342 222,342 Artikel 79, derde lid, onderdeel a, subonderdeel 1° 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag bij bestaande biomassaverbrandingsinstallatie ≤ 100 MWe of uit omgevingslucht, gasvormig transport 55,9463 111,8925 167,8388 223,785 223,785 Artikel 79, derde lid, onderdeel a, subonderdeel 2° 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag bij bestaande biomassaverbrandingsinstallatie ≤ 100 MWe of uit omgevingslucht, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 55,5855 111,171 166,7565 222,342 222,342 Artikel 79, derde lid, onderdeel a, subonderdeel 3° 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag bij bestaande biomassaverbrandingsinstallatie ≤ 100 MWe of uit omgevingslucht, vloeibaar transport 55,5855 111,171 166,7565 222,342 222,342 Artikel 79, derde lid, onderdeel b, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande biomassaverbrandingsinstallatie ≤ 100 MWe, gasvormig transport 55,9463 111,8925 167,8388 223,6561 223,6561 Artikel 79, derde lid, onderdeel b, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande biomassaverbrandingsinstallatie ≤ 100 MWe, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 55,5855 111,171 166,7565 222,342 222,342 Artikel 79, vierde lid, onderdeel a, subonderdeel 1° 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag biogene procesemissies, gasvormig transport 55,9463 111,8925 167,8388 223,785 223,785 Artikel 79, vierde lid, onderdeel a, subonderdeel 2° 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag biogene procesemissies, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 55,5855 111,171 166,7565 222,342 222,342 Artikel 79, vierde lid, onderdeel a, subonderdeel 3° 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag biogene procesemissies, vloeibaar transport 55,5855 111,171 166,7565 222,342 222,342 Artikel 79, vierde lid, onderdeel b, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe zuivering biogene CO-emissie, bestaande installatie, gasvormig transport 68,0119 136,0238 166,2166 166,2166 166,2166 Artikel 79, vierde lid, onderdeel b, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe zuivering biogene CO-emissie, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 67,6511 135,3023 202,9534 212,0737 212,0737 Artikel 79, vierde lid, onderdeel c, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe zuivering biogene CO-emissie, nieuwe installatie, gasvormig transport 68,4675 136,935 139,708 139,708 139,708 Artikel 79, vierde lid, onderdeel c, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe zuivering biogene CO-emissie, nieuwe installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 68,1068 136,2135 190,7006 190,7006 190,7006 Artikel 81, onderdeel a, subonderdeel 1° 2 CCS – Gedeeltelijke opslag niet biogene CO-emissie bij bestaande of nieuwe installaties niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 55,9463 111,8925 167,8388 223,785 223,785 Artikel 81, onderdeel a, subonderdeel 2° 2 CCS – Gedeeltelijke opslag niet biogene CO-emissie bij bestaande of nieuwe installaties niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 55,5855 111,171 166,7565 222,342 222,342 Artikel 81, onderdeel a, subonderdeel 3° 2 CCS – Gedeeltelijke opslag niet biogene CO-emissie bij bestaande of nieuwe installaties niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport 55,5855 111,171 166,7565 222,342 222,342 Artikel 81, onderdeel b, subonderdeel 1° 2 CCS – Volledige opslag niet biogene CO-emissie bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 68,0119 134,0182 134,0182 134,0182 134,0182 Artikel 81, onderdeel b, subonderdeel 2° 2 CCS – Volledige opslag niet biogene CO-emissie bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 67,6511 135,3023 184,2055 184,2055 184,2055 Artikel 81, onderdeel c, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion zuivering niet biogene CO-emissie, bestaande installatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 68,0119 136,0238 166,2166 166,2166 166,2166 Artikel 81, onderdeel c, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion zuivering niet biogene CO-emissie, bestaande installatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 67,6511 135,3023 202,9534 212,0737 212,0737 Artikel 81, onderdeel d, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-afvang bij waterstofproductie uit restgassen voor ondervuring niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 67,0369 134,0738 201,1106 206,8338 206,8338 Artikel 81, onderdeel d, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-afvang bij waterstofproductie uit restgassen voor ondervuring niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 66,6761 133,3523 200,0284 250,7019 250,7019 Artikel 81, onderdeel e, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 61,9875 123,975 185,9625 207,9232 207,9232 Artikel 81, onderdeel e, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 61,6268 123,2535 184,8803 246,507 246,507 Artikel 81, onderdeel f, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion zuivering niet biogene CO-emissie, nieuwe installatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 68,4675 136,935 139,708 139,708 139,708 Artikel 81, onderdeel f, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion zuivering niet biogene CO-emissie, nieuwe installatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 68,1068 136,2135 190,7006 190,7006 190,7006 Artikel 81, onderdeel g, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 63,1688 126,3375 187,166 187,166 187,166 Artikel 81, onderdeel g, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 62,808 125,616 188,424 230,5914 230,5914 Artikel 83, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1° 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, bestaande installatie, gasvormig transport 80,9106 80,9106 80,9106 80,9106 80,9106 Artikel 83, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, bestaande installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 95,3474 95,3474 95,3474 95,3474 95,3474 Artikel 83, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3° 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 95,2118 121,1495 121,1495 121,1495 121,1495 Artikel 83, eerste lid, onderdeel b 2 Extra CCU – Bestaande CO-afvang, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 95,4848 114,7042 114,7042 114,7042 114,7042 Artikel 83, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, nieuwe installatie, gasvormig transport 80,1998 80,1998 80,1998 80,1998 80,1998 Artikel 83, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, nieuwe installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 94,6366 94,6366 94,6366 94,6366 94,6366 Artikel 83, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 3° 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, nieuwe installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 95,6522 120,4388 120,4388 120,4388 120,4388 Artikel 83, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport 90,2271 147,379 155,1815 155,1815 155,1815 Artikel 83, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 90,2271 147,379 169,6184 169,6184 169,6184 Artikel 83, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 3° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 89,452 145,8287 202,2055 215,4209 215,4209 Artikel 83, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 1° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport 91,4083 130,5946 130,5946 130,5946 130,5946 Artikel 83, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 2° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 91,4083 145,0315 145,0315 145,0315 145,0315 Artikel 83, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 3° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 90,6332 148,1912 186,3011 186,3011 186,3011 Artikel 83, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 1° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang bij bestaande afvalverbrandingsinstallatie of bestaande biomassaverbrandingsinstallatie > 50 MWth, gasvormig transport 84,1858 135,2965 178,5352 178,5352 178,5352 Artikel 83, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 2° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang bij bestaande afvalverbrandingsinstallatie of bestaande biomassaverbrandingsinstallatie > 50 MWth, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 84,1858 135,2965 186,4071 192,9721 192,9721 Artikel 83, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 3° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang bij bestaande afvalverbrandingsinstallatie of bestaande biomassaverbrandingsinstallatie > 50 MWth, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 83,4107 133,7462 184,0817 234,4172 234,4172 Artikel 83, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 1° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang bij biomassaverbrandingsinstallatie ≤ 50 MWth, gasvormig 91,129 120,6819 120,6819 120,6819 120,6819 Artikel 83, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 2° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang bij biomassaverbrandingsinstallatie ≤ 50 MWth, vloeibaar, nieuwe vervloeiingsinstallatie 89,6177 146,1602 161,393 161,393 161,393 Artikel 85, eerste lid 2 CCU -COafvang uit omgevingslucht voor gebruik in tuinbouwkassen 90,1502 147,2252 204,3002 261,3752 261,3752 3 artikelen 13 15, eerste lid 17, eerste lid 19, eerste lid 21, eerste lid 23 25 27 29 31 33, eerste lid 35 37 39 41 43 45, eerste lid 47 49, eerste lid 51, eerste lid 53 55 57 59, eerste lid 61, eerste lid 63, eerste lid 65, eerste lid 67, eerste lid 69, eerste lid 71 73, eerste lid 75 77, eerste lid In afwijking van de fasebedragen, genoemd in de derde, vierde, vijfde, zesde en zevende kolom van de tabel in het tweede lid, geldt voor de productie-installaties, bedoeld in de,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,, en, het fasebedrag in euro per kWh in vier decimalen dat door de aanvrager bij de aanvraag in een fase is ingediend, indien dat bedrag per kWh lager is dan het fasebedrag dat van toepassing is voor de fase waarin de aanvraag is ingediend. 4 artikelen 79, eerste tot en met vierde lid 81 83, eerste lid 85 In afwijking van de fasebedragen, genoemd in de derde, vierde, vijfde, zesde of zevende kolom van de tabel in het tweede lid, geldt voor de productie-installaties, bedoeld in de,,, en, het fasebedrag in euro per 1.000 kg broeikasgas in vier decimalen dat door de aanvrager bij de aanvraag in een fase is ingediend, indien dat bedrag per 1.000 kg broeikasgas lager is dan het fasebedrag, genoemd in de respectievelijke derde, vierde, vijfde, zesde of zevende kolom van de tabel in het tweede lid, dat van toepassing is voor de fase waarin de aanvraag is ingediend. 2025 33254 30-09-2025 25-09-2025 WJZ/101196738 2025 33254 30-09-2025 25-09-2025 WJZ/101196738 01-10-2025
Artikel 88 — Artikel 88#
Artikel 88 1 artikel 58, tweede lid, van het Besluit SDEK Het rangschikkingsbedrag, bedoeld voor de vergelijking van de fasebedragen op grond van, wordt berekend volgens de formule in het tweede lid en voor de uitdrukking in euro per 1.000 kg vermindering van broeikasgas vermenigvuldigd met de factor 1.000 en afgerond op drie decimalen. 2 De formule voor de berekening van het rangschikkingsbedrag luidt: a. voor productie-installaties voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas, hernieuwbare warmte of hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit: het quotiënt van het verschil tussen het fasebedrag waarvoor de aanvrager de aanvraag heeft ingediend en de langetermijnenergieprijs als vastgesteld in de derde kolom van de in dit lid opgenomen tabel, en de omrekenfactor als vastgesteld in de vierde kolom van de in dit lid opgenomen tabel; b. voor productie-installaties voor vermindering van broeikasgas: het quotiënt van het verschil tussen het fasebedrag waarvoor de aanvrager de aanvraag heeft ingediend en het langetermijnbroeikasgasbedrag als vastgesteld in de derde kolom van de in dit lid opgenomen tabel, en de omrekenfactor als vastgesteld in de vierde kolom van de in dit lid opgenomen tabel. 1 2 3 4 Artikel regeling Categorie Langetermijn energieprijs of langetermijn broeikasgasbedrag in euro/kWh 2 Omrekenfactor in kg CO/kWh Artikel 13 Waterkracht, valhoogte < 50 cm 0,0699 0,1300 Artikel 15, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° Wind op land, ≥ 8,0 m/s 0,0555 0,1093 Artikel 15, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° Wind op land, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,0555 0,1093 Artikel 15, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 3° Wind op land, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,0555 0,1093 Artikel 15, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 4° Wind op land, ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,0555 0,1093 Artikel 15, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 5° Wind op land, < 6,75 m/s 0,0555 0,1093 Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 8,0 m/s 0,0555 0,1093 Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,0555 0,1093 Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 3° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,0555 0,1093 Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 4° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,0555 0,1093 Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 5° Wind op land, hoogtebeperkt < 6,75 m/s 0,0555 0,1093 Artikel 19, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° Wind op waterkering, ≥ 8,0 m/s 0,0555 0,1093 Artikel 19, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° Wind op waterkering, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,0555 0,1093 Artikel 19, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 3° Wind op waterkering, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,0555 0,1093 Artikel 19, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 4° Wind op waterkering, ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,0555 0,1093 Artikel 19, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 5° Wind op waterkering, < 6,75 m/s 0,0555 0,1093 Artikel 21, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1° Zon-PV ≥ 15 kWp en <1 MWp aansluiting > 3*80 A, gebouwgebonden (net = 50%) 0,0629 0,1799 Artikel 21, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° Zon-PV ≥ 1 MWp, gebouwgebonden (net = 50%) 0,0629 0,1574 Artikel 21, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3° Zon-PV ≥ 15 kWp en <1 MWp aansluiting > 3*80 A, gebouwgebonden met lichte dakaanpassing of lichtgewicht panelen (net = 50%) 0,0629 0,1799 Artikel 21, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 4° Zon-PV ≥ 1 MWp, gebouwgebonden met lichte dakaanpassing of lichtgewicht panelen (net = 50%) 0,0629 0,1574 Artikel 21, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 5° Zon-PV≥ 15kWp en < 1 MWp aansluiting > 3*80 A,op oost-west gevels van gebouwen (net = 50%) 0,0629 0,1775 Artikel 21, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° Zon-PV ≥ 15 kWp en <1 MWp aansluiting > 3*80 A, drijvend op water (net = 50%) 0,0629 0,1259 Artikel 21, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° Zon-PV ≥ 1 MWp, drijvend op water (net = 50%) 0,0629 0,0700 Artikel 21, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° Zon-PV ≥ 15 kWp en <1 MWp aansluiting > 3*80 A, op land natuurinclusief (net = 50%) 0,0629 0,1259 Artikel 21, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2 ° Zon-PV ≥ 1 MWp en <20 MWp, op land natuurinclusief (net = 50%) 0,0629 0,0700 Artikel 21, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 3° Zon-PV ≥ 20 MWp, op land natuurinclusief (net = 50%) 0,0629 0,0630 Artikel 21, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 4° Zon-PV ≥ 15kWp en < 1 MWp aansluiting > 3*80 A,verticaal op land 0,0629 0,1259 Artikel 21, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 5° Zon-PV ≥ 1 MWp,verticaal op land 0,0629 0,0699 Artikel 21, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1° Zon-PV ≥ 1 MWp en < 20 MWp, zonvolgend op land natuurinclusief 0,0629 0,0699 Artikel 21, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2° Zon-PV ≥ 20 MWp, zonvolgend op land natuurinclusief 0,0629 0,0629 Artikel 21, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 3° Zon-PV ≥ 1 MWp, zonvolgend op water 0,0629 0,0699 Artikel 23, onderdeel a Allesvergisting, gas 0,0403 0,1720 Artikel 23, onderdeel b Monomestvergisting > 1.500 kW, gas 0,0403 0,3177 Artikel 23, onderdeel c Monomestvergisting > 275 kW en ≤ 1.500 kW, gas 0,0403 0,3069 Artikel 23, onderdeel d Monomestvergisting > 110 kW en ≤ 275 kW, gas 0,0403 0,5065 Artikel 23, onderdeel e Monomestvergisting ≤ 110 kW, gas 0,0403 0,5113 Artikel 25, onderdeel a Allesvergisting extra faciliteit, gas 0,0403 0,1720 Artikel 25, onderdeel b Allesvergisting voorzetting, gas 0,0403 0,1720 Artikel 25, onderdeel c Monomestvergisting extra faciliteit ≤ 450 kW, gas 0,0403 0,3069 Artikel 25, onderdeel d Monomestvergisting voortzetting ≤ 450 kW, gas 0,0403 0,3069 Artikel 27 RWZI verbeterde slibgisting, gas 0,0403 0,1705 Artikel 29 RWZI bestaande slibgisting, gas 0,0403 0,1716 Artikel 31 Biomassavergassing 0,0403 0,1651 Artikel 33, eerste lid, onderdeel a Zonthermie ≥ 140 kWth en < 1 MWth 0,0589 0,2250 Artikel 33, eerste lid, onderdeel b Zonthermie ≥ 1 MWth 0,0193 0,2250 Artikel 35, onderdeel a Allesvergisting, warmte 0,0468 0,2181 Artikel 35, onderdeel b Allesvergisting, gecombineerde opwekking 0,0577 0,1804 Artikel 35, onderdeel c Monomestvergisting, warmte > 1.500 kW 0,0468 0,3810 Artikel 35, onderdeel d Monomestvergisting, gecombineerde opwekking > 1.500 kW 0,0611 0,4211 Artikel 35, onderdeel e Monomestvergisting, warmte > 275 en ≤ 1.500 kW 0,0589 0,3690 Artikel 35, onderdeel f Monomestvergisting, gecombineerde opwekking > 275 kW en ≤ 1.500 kW 0,0657 0,4033 Artikel 35, onderdeel g Monomestvergisting, warmte > 110 kW en ≤ 275 kW 0,0468 0,3624 Artikel 35, onderdeel h Monomestvergisting, gecombineerde opwekking > 110 kW en ≤ 275 kW 0,0848 0,6687 Artikel 35, onderdeel i Monomestvergisting, warmte ≤ 110 kW 0,0468 0,3624 Artikel 35, onderdeel j Monomestvergisting, gecombineerde opwekking ≤ 110 kW 0,0831 0,7032 Artikel 37, onderdeel a Allesvergisting voortzetting, warmte 0,0468 0,2181 Artikel 37, onderdeel b Allesvergisting voortzetting, gecombineerde opwekking 0,0577 0,1804 Artikel 37, onderdeel c Monomestvergisting voortzetting, warmte ≤ 450 kW 0,0589 0,3690 Artikel 37, onderdeel d Monomestvergisting voortzetting, gecombineerde opwekking ≤ 450 kW 0,0657 0,4033 Artikel 39, onderdeel a RWZI verbeterde slibgisting, warmte 0,0589 0,2086 Artikel 39, onderdeel b RWZI verbeterde slibgisting, gecombineerde opwekking 0,0647 0,1513 Artikel 41, onderdeel a Ketel op vloeibare biomassa, stadsverwarming 0,0496 0,2250 Artikel 41, onderdeel b Ketel op vloeibare biomassa, overige toepassingen 0,0751 0,2250 Artikel 43, onderdeel a Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (4.500 vollasturen) 0,0193 0,2250 Artikel 43, onderdeel b Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (5.000 vollasturen) 0,0193 0,2250 Artikel 43, onderdeel c Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (5.500 vollasturen) 0,0193 0,2250 Artikel 43, onderdeel d Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (6.000 vollasturen) 0,0193 0,2250 Artikel 43, onderdeel e Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (6.500 vollasturen) 0,0193 0,2250 Artikel 43, onderdeel f Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (7.000 vollasturen) 0,0193 0,2250 Artikel 43, onderdeel g Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (7.500 vollasturen) 0,0193 0,2250 Artikel 43, onderdeel h Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (8.000 vollasturen) 0,0193 0,2250 Artikel 43, onderdeel i Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (8.500 vollasturen) 0,0193 0,2250 Artikel 45, eerste lid, onderdeel a Grote stoomketel op houtpellets ≥ 5 MWth en < 50 MWth 0,0476 0,2250 Artikel 45, eerste lid, onderdeel b Grote stoomketel op houtpellets ≥ 50 MWth 0,0476 0,2250 Artikel 47 Directe inzet (brander) van houtpellets voor industriële toepassingen 0,0705 0,2250 Artikel 49, eerste lid Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa voortzetting 0,0193 0,2250 Artikel 51, eerste lid Composteringsinstallatie, warmte 0,0468 0,2250 Artikel 53, onderdeel a, subonderdeel 1 en onderdeel d, subonderdeel 1 Diepe geothermie < 12 MWth, basislast 0,0193 0,4351 Artikel 53, onderdeel a, subonderdeel 2 en onderdeel d, subonderdeel 2 Diepe geothermie ≥ 12 MWth en < 20 MWth, basislast 0,0193 0,4380 Artikel 53, onderdeel a, subonderdeel 3 en onderdeel d, subonderdeel 3 Diepe geothermie ≥ 20 MWth, basislast 0,0193 0,4372 Artikel 53, onderdeel b Diepe geothermie, middenlast, verwarming gebouwde omgeving 0,0221 0,4373 Artikel 53, onderdeel c, subonderdeel 1 Diepe geothermie < 12 MWth, geen basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0221 0,4304 Artikel 53, onderdeel c, subonderdeel 2 Diepe geothermie ≥ 12 MWth, geen basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0221 0,4304 Artikel 53, onderdeel e Diepe geothermie, basislast, aanvullende put 0,0193 0,4380 Artikel 55, onderdeel a Ondiepe geothermie met warmtepomp, basislast 0,0193 0,3636 Artikel 55, onderdeel b Ondiepe geothermie met warmtepomp, geen basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0193 0,3636 Artikel 55, onderdeel c, subonderdeel 1° Diepe geothermie met warmtepomp < 12 MWth, basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0199 0,3617 Artikel 55, onderdeel c, subonderdeel 2° Diepe geothermie met warmtepomp ≥ 12 MWth, basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0199 0,3618 Artikel 57, onderdeel a, subonderdeel 1° Aquathermie, basislast, verwarming gebouwde omgeving, nieuw warmteoverdrachtstation 0,0193 0,1818 Artikel 57, onderdeel a, subonderdeel 2° Aquathermie, basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0193 0,1827 Artikel 57, onderdeel b, subonderdeel 1° Aquathermie, geen basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0193 0,1852 Artikel 57, onderdeel b, subonderdeel 2° Aquathermie, met seizoensopslag, geen basislast (directe toepassing) 0,0193 0,1839 Artikel 59, eerste lid, onderdeel a Lucht-water-warmtepomp voor verwarming bestaande gebouwde omgeving, middentemperatuur 0,0468 0,1824 Artikel 59, eerste lid, onderdeel b Lucht-water-warmtepomp voor verwarming bestaande gebouwde omgeving of bestaande tuinbouwkassen, lagetemperatuur 0,0193 0,1925 Artikel 61, eerste lid, onderdeel a Zon-PVT systeem, verwarming gebouwen in gebouwde omgeving 0,0589 0,2042 Artikel 61, eerste lid, onderdeel b Zon-PVT systeem, stadsverwarming 0,0193 0,2120 Artikel 63, eerste lid, onderdeel a Elektroboiler, stadsverwarming 0,0347 0,2250 Artikel 63, eerste lid, onderdeel b Elektroboiler, industriële toepassing niet zijnde tuinbouw 0,0248 0,2250 Artikel 63, eerste lid, onderdeel c Elektroboiler voortzetting, stadsverwarming 0,0347 0,2250 Artikel 63, eerste lid, onderdeel d Elektroboiler voortzetting, industriële toepassing niet zijnde tuinbouw 0,0248 0,2250 Artikel 63, eerste lid, onderdeel e Elektroboiler, industriële toepassing niet zijnde tuinbouw, met thermische opslag 0,0248 0,2250 Artikel 65, eerste lid, onderdeel a Procesgeïntegreerde warmtepomp in een verdampingsproces (8.000 uur) 0,0382 0,1817 Artikel 65, eerste lid, onderdeel b Procesgeïntegreerde warmtepomp in een verdampingsproces (5.000 uur) 0,0382 0,1879 Artikel 65, eerste lid, onderdeel c Procesgeïntegreerde warmtepomp in een verdampingsproces (3.000 uur) 0,0382 0,1879 Artikel 67, eerste lid, onderdeel a Industriële gesloten warmtepomp (8.000 uur) 0,0395 0,1879 Artikel 67, eerste lid, onderdeel b Industriële gesloten warmtepomp (5.000 uur) 0,0395 0,1879 Artikel 67, eerste lid, onderdeel c Industriële gesloten warmtepomp (3.000 uur) 0,0395 0,1879 Artikel 69, eerste lid, onderdeel a Industriële open warmtepomp (8.000 uur) 0,0456 0,2157 Artikel 69, eerste lid, onderdeel b Industriële open warmtepomp (5.000 uur) 0,0456 0,2157 Artikel 69, eerste lid, onderdeel c Industriële open warmtepomp (3.000 uur) 0,0456 0,2157 Artikel 71, onderdeel a, subonderdeel 1° Restwarmtebenutting met warmtepomp, transportleiding < 0,10 km/MWth 0,0254 0,1878 Artikel 71, onderdeel a, subonderdeel 2° Restwarmtebenutting met warmtepomp, transportleiding ≥ 0,10 en < 0,20 km/MWth 0,0254 0,1877 Artikel 71, onderdeel a, subonderdeel 3° Restwarmtebenutting met warmtepomp, transportleiding ≥ 0,20 en < 0,30 km/MWth 0,0254 0,1877 Artikel 71, onderdeel a, subonderdeel 4° Restwarmtebenutting met warmtepomp, transportleiding ≥ 0,30 en < 0,40 km/MWth 0,0254 0,1874 Artikel 71, onderdeel a, subonderdeel 5° Restwarmtebenutting met warmtepomp, transportleiding ≥ 0,40 km/MWth 0,0254 0,1872 Artikel 71, onderdeel b, subonderdeel 1° Restwarmtebenutting, transportleiding ≥ 0,10 en < 0,20 km/MWth 0,0278 0,2248 Artikel 71, onderdeel b, subonderdeel 2° Restwarmtebenutting, transportleiding ≥ 0,20 en < 0,30 km/MWth 0,0278 0,2247 Artikel 71, onderdeel b, subonderdeel 3 ° Restwarmtebenutting, transportleiding ≥ 0,30 en < 0,40 km/MWth 0,0278 0,2245 Artikel 71, onderdeel b, subonderdeel 4° Restwarmtebenutting, transportleiding ≥ 0,40 km/MWth 0,0278 0,2244 Artikel 73, eerste lid, onderdeel a Waterstof uit elektrolyse, netgekoppeld met hernieuwbare stroomafnameovereenkomsten 0,0671 0,2290 Artikel 73, eerste lid, onderdeel b Waterstof uit elektrolyse, directe lijn met windpark of zonnepark 0,0671 0,2290 Artikel 75 Waterstof uit vergassing van afval 0,0568 0,1296 Artikel 77, eerste lid, onderdeel a Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, bioethanol uit vaste lignocellulosehoudende biomassa 0,1776 0,2830 Artikel 77, eerste lid, onderdeel b Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, biomethanol uit vaste lignocellulosehoudende biomassa 0,1776 0,2470 Artikel 77, eerste lid, onderdeel c Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, bioLNG uit monomestvergisting 0,1146 0,3848 Artikel 77, eerste lid, onderdeel d Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, bioLNG uit allesvergisting 0,1146 0,2383 Artikel 77, eerste lid, onderdeel e Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen,diesel- en benzinevervangers uit vaste lignocellulose houdende biomassa 0,1737 0,2607 1 2 3 4 Artikel regeling Categorie 2 Langetermijn broeikasgasbedrag in euro/1.000 kg CO 2 2 Emissiefactor in kg CO/1.000 kg CO Artikel 79, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1° 2 CCS – Gedeeltelijke opslag van niet biogene CO-procesemissie bij bestaande of nieuwe installaties, gasvormig transport 125,9254 745,9500 Artikel 79, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° 2 CCS – Gedeeltelijke opslag van niet biogene CO-procesemissie bij bestaande of nieuwe installaties, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 125,9254 741,1400 Artikel 79, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3° 2 CCS – Gedeeltelijke opslag van niet biogene CO-procesemissie bij bestaande of nieuwe installaties, vloeibaar transport 125,9254 741,1400 Artikel 79, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° 2 CCS – Volledige COopslag bij bestaande installaties, gasvormig transport 125,9254 906,8250 Artikel 79, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° 2 CCS – Volledige COopslag bij bestaande installaties, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 125,9254 902,0150 Artikel 79, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion zuivering van niet biogene CO-procesemissie, bestaande installatie, gasvormig transport 125,9254 906,8250 Artikel 79, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion zuivering van niet biogene CO-procesemissie, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 125,9254 902,0150 Artikel 79, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion COafvang bij waterstofproductie uit restgassen voor ondervuring, gasvormig transport 125,9254 893,8250 Artikel 79, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion COafvang bij waterstofproductie uit restgassen voor ondervuring, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 125,9254 889,0150 Artikel 79, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe post-combustion COafvang, bestaande installatie, gasvormig transport 125,9254 826,5.000 Artikel 79, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe post-combustion COafvang, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 125,9254 821,6900 Artikel 79, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion COzuivering, nieuwe installatie, gasvormig transport 125,9254 912,9000 Artikel 79, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion COzuivering, nieuwe installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 125,9254 908,0900 Artikel 79, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe post-combustion COafvang, nieuwe installatie, gasvormig transport 125,9254 842,2500 Artikel 79, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe post-combustion COafvang, nieuwe installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 125,9254 837,4400 Artikel 79, tweede lid, onderdeel a, subonderdeel 1° 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag bij bestaande afvalverbrandingsinstallaties, gasvormig transport 0,0000 745,9500 Artikel 79, tweede lid, onderdeel a, subonderdeel 2° 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag bij bestaande afvalverbrandingsinstallaties, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 0,0000 741,1400 Artikel 79, tweede lid, onderdeel a, subonderdeel 3° 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag bij bestaande afvalverbrandingsinstallaties, vloeibaar transport 0,0000 741,1400 Artikel 79, tweede lid, onderdeel b, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande afvalverbrandingsinstallatie, gasvormig transport 0,0000 745,9500 Artikel 79, tweede lid, onderdeel b, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande afvalverbrandingsinstallatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 0,0000 741,1400 Artikel 79, derde lid, onderdeel a, subonderdeel 1° 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag bij bestaande biomassaverbrandingsinstallatie ≤ 100 MWe of uit omgevingslucht, gasvormig transport 0,0000 745,9500 Artikel 79, derde lid, onderdeel a, subonderdeel 2 ° 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag bij bestaande biomassaverbrandingsinstallatie ≤ 100 MWe of uit omgevingslucht, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 0,0000 741,1400 Artikel 79, derde lid, onderdeel a, subonderdeel 3° 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag bij bestaande biomassaverbrandingsinstallatie ≤ 100 MWe of uit omgevingslucht, vloeibaar transport 0,0000 741,1400 Artikel 79, derde lid, onderdeel b, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande biomassaverbrandingsinstallatie ≤ 100 MWe, gasvormig transport 0,0000 745,9500 Artikel 79, derde lid, onderdeel b, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande biomassaverbrandingsinstallatie ≤ 100 MWe, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 0,0000 741,1400 Artikel 79, vierde lid, onderdeel a, subonderdeel 1° 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag biogene procesemissies, gasvormig transport 0,0000 745,9500 Artikel 79, vierde lid, onderdeel a, subonderdeel 2° 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag biogene procesemissies, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 0,0000 741,1400 Artikel 79, vierde lid, onderdeel a, subonderdeel 3° 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag biogene procesemissies, vloeibaar transport 0,0000 741,1400 Artikel 79, vierde lid, onderdeel b, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe zuivering biogene CO-emissie, bestaande installatie, gasvormig transport 0,0000 906,8250 Artikel 79, vierde lid, onderdeel b, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe zuivering biogene CO-emissie, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 0,0000 902,0150 Artikel 79, vierde lid, onderdeel c, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe zuivering biogene CO-emissie, nieuwe installatie, gasvormig transport 0,0000 912,9000 Artikel 79, vierde lid, onderdeel c, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe zuivering biogene CO-emissie, nieuwe installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 0,0000 908,0900 Artikel 81, onderdeel a, subonderdeel 1° 2 CCS – Gedeeltelijke opslag niet biogene CO-emissie bij bestaande of nieuwe installaties niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 0,0000 745,9500 Artikel 81, onderdeel a, subonderdeel 2° 2 CCS – Gedeeltelijke opslag niet biogene CO-emissie bij bestaande of nieuwe installaties niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 0,0000 741,1400 Artikel 81, onderdeel a, subonderdeel 3° 2 CCS – Gedeeltelijke opslag niet biogene CO-emissie bij bestaande of nieuwe installaties niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport 0,0000 741,1400 Artikel 81, onderdeel b, subonderdeel 1° 2 CCS – Volledige opslag niet biogene CO-emissie bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 0,0000 906,8250 Artikel 81, onderdeel b, subonderdeel 2° 2 CCS – Volledige opslag niet biogene CO-emissie bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 0,0000 902,0150 Artikel 81, onderdeel c, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion zuivering niet biogene CO-emissie, bestaande installatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 0,0000 906,8250 Artikel 81, onderdeel c, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion zuivering niet biogene CO-emissie, bestaande installatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 0,0000 902,0150 Artikel 81, onderdeel d, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-afvang bij waterstofproductie uit restgassen voor ondervuring niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 0,0000 893,8250 Artikel 81, onderdeel d, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-afvang bij waterstofproductie uit restgassen voor ondervuring niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 0,0000 889,0150 Artikel 81, onderdeel e, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 0,0000 826,5.000 Artikel 81, onderdeel e, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 0,0000 821,6900 Artikel 81, onderdeel f, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion zuivering niet biogene CO-emissie, nieuwe installatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 0,0000 912,9000 Artikel 81, onderdeel f, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion zuivering niet biogene CO-emissie, nieuwe installatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 0,0000 908,0900 Artikel 81, onderdeel g, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 0,0000 842,2500 Artikel 81, onderdeel g, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 0,0000 837,4400 Artikel 83, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1° 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, bestaande installatie, gasvormig transport 33,0752 842,4625 Artikel 83, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, bestaande installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 33,0752 842,4625 Artikel 83, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3° 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 33,0752 828,4875 Artikel 83, eerste lid, onderdeel b 2 Extra CCU – Bestaande CO-afvang, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 33,0752 832,1275 Artikel 83, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, nieuwe installatie, gasvormig transport 33,0752 848,3350 Artikel 83, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, nieuwe installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 33,0752 848,3350 Artikel 83, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 3° 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, nieuwe installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 33,0752 834,3600 Artikel 83, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport 33,0752 762,0250 Artikel 83, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 33,0752 762,0250 Artikel 83, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 3° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 33,0752 751,6900 Artikel 83, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 1° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport 33,0752 777,7750 Artikel 83, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 2° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 33,0752 777,7750 Artikel 83, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 3° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 33,0752 767,4400 Artikel 83, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 1° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang bij bestaande afvalverbrandingsinstallatie of bestaande biomassaverbrandingsinstallatie > 50 MWth, gasvormig transport 33,0752 681,4750 Artikel 83, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 2° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang bij bestaande afvalverbrandingsinstallatie of bestaande biomassaverbrandingsinstallatie > 50 MWth, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 33,0752 681,4750 Artikel 83, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 3° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang bij bestaande afvalverbrandingsinstallatie of bestaande biomassaverbrandingsinstallatie > 50 MWth, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 33,0752 671,1400 Artikel 83, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 1° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang bij biomassaverbrandingsinstallatie ≤ 50 MWth, gasvormig 33,0752 774,0500 Artikel 83, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 2° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang bij biomassaverbrandingsinstallatie ≤ 50 MWth, vloeibaar, nieuwe vervloeiingsinstallatie 33,0752 753,9000 Artikel 85, eerste lid 2 CCU -COafvang uit omgevingslucht voor gebruik in tuinbouwkassen 33,0752 761,0000 2025 33254 30-09-2025 25-09-2025 WJZ/101196738 2025 33254 30-09-2025 25-09-2025 WJZ/101196738 01-10-2025
Artikel 89 — Artikel 89#
Artikel 89 Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt: a. artikel 11, eerste lid, van het Besluit SDEK het basisbedrag voor subsidie, bedoeld in, vastgesteld op het in de derde kolom genoemde bedrag; b. artikel 15, vijfde lid, van het Besluit SDEK voor de productie van hernieuwbare elektriciteit het maximale aantal vollasturen, bedoeld in, vastgesteld op het in de vierde kolom van onderstaande tabel genoemde aantal uren; c. artikel 12, eerste lid, van het Besluit SDEK voor de productie van hernieuwbare elektriciteit de basiselektriciteitsprijs, bedoeld in, vastgesteld op het in de vijfde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; d. de correctie op het basisbedrag voor subsidie voor 2025 vastgesteld op: 1°. artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit SDEK voor de elektriciteitsprijs, bedoeld in, het in de zesde kolom genoemde bedrag; 2°. artikel 14, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit SDEK voor de waarde van de garanties van oorsprong, bedoeld in, het in de zevende kolom genoemde bedrag; en 3°. artikel 14, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit SDEK voor andere correcties als bedoeld inop € 0 per kWh; en e. artikelen 15, eerste lid 17, eerste lid 19, eerste lid 21, eerste lid artikel 12a, eerste lid van het Besluit SDEK voor zover het productie-installaties betreft als bedoeld in,,en, het opbrengstgrensbedrag, bedoeld in, vastgesteld op het in de achtste kolom genoemde bedrag. 1 2 3 4 5 6 7 8 Artikel regeling Categorie Basisbedrag in euro/kWh Vollasturen Basiselektriciteitsprijs in euro/kWh Voorlopige correctie elektriciteitsprijs in 2025 euro/kWh Voorlopige correctie waarde garanties van oorsprong in 2025 euro/kWh Opbrengstgrensbedrag in euro/kWh Artikel 13 Waterkracht, valhoogte < 50 cm 0,1089 3.700 0,0466 0,0802 0,0000 – Artikel 15, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° Wind op land, ≥ 8,0 m/s 0,0599 P50 0,0343 0,0694 0,0040 0,0779 Artikel 15, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° Wind op land, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,0650 P50 0,0343 0,0694 0,0040 0,0830 Artikel 15, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 3° Wind op land, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,0704 P50 0,0343 0,0694 0,0040 0,0884 Artikel 15, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 4° Wind op land, ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,0744 P50 0,0343 0,0694 0,0040 0,0924 Artikel 15, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 5° Wind op land, < 6,75 m/s 0,0791 P50 0,0343 0,0694 0,0040 0,0971 Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 8,0 m/s 0,0687 P50 0,0343 0,0694 0,0040 0,0867 Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,0757 P50 0,0343 0,0694 0,0040 0,0937 Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 3° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,0833 P50 0,0343 0,0694 0,0040 0,1013 Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 4° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,0883 P50 0,0343 0,0694 0,0040 0,1063 Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 5° Wind op land, hoogtebeperkt < 6,75 m/s 0,0883 P50 0,0343 0,0694 0,0040 0,1063 Artikel 19, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° Wind op waterkering, ≥ 8,0 m/s 0,0658 P50 0,0343 0,0694 0,0040 0,0838 Artikel 19, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° Wind op waterkering, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,0718 P50 0,0343 0,0694 0,0040 0,0898 Artikel 19, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 3° Wind op waterkering, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,0776 P50 0,0343 0,0694 0,0040 0,0956 Artikel 19, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 4° Wind op waterkering, ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,0821 P50 0,0343 0,0694 0,0040 0,1001 Artikel 19, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 5° Wind op waterkering, < 6,75 m/s 0,0876 P50 0,0343 0,0694 0,0040 0,1056 Artikel 21, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1° Zon-PV ≥ 15 kWp en <1 MWp aansluiting > 3*80 A, gebouwgebonden (net = 50%) 0,0843 840 0,0393 0,0714 0,0040 0,1023 Artikel 21, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° Zon-PV ≥ 1 MWp, gebouwgebonden (net = 50%) 0,0769 840 0,0393 0,0714 0,0040 0,0949 Artikel 21, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3° Zon-PV ≥ 15 kWp en <1 MWp aansluiting > 3*80 A, gebouwgebonden met lichte dakaanpassing of lichtgewicht panelen (net = 50%) 0,0880 840 0,0393 0,0714 0,0040 0,1060 Artikel 21, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 4° Zon-PV ≥ 1 MWp, gebouwgebonden met lichte dakaanpassing of lichtgewicht panelen (net = 50%) 0,0806 840 0,0393 0,0714 0,0040 0,0986 Artikel 21, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 5° Zon-PV≥ 15kWp en < 1 MWp aansluiting > 3*80 A,op oost-west gevels van gebouwen (net = 50%) 0,1162 600 0,0393 0,0714 0,0040 0,1342 Artikel 21, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° Zon-PV ≥ 15 kWp en <1 MWp aansluiting > 3*80 A, drijvend op water (net = 50%) 0,0936 855 0,0393 0,0714 0,0040 0,1116 Artikel 21, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° Zon-PV ≥ 1 MWp, drijvend op water (net = 50%) 0,0794 855 0,0393 0,0714 0,0040 0,0974 Artikel 21, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° Zon-PV ≥ 15 kWp en <1 MWp aansluiting > 3*80 A, op land natuurinclusief (net = 50%) 0,0930 855 0,0393 0,0714 0,0040 0,1110 Artikel 21, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° Zon-PV ≥ 1 MWp en <20 MWp, op land natuurinclusief (net = 50%) 0,0771 855 0,0393 0,0714 0,0040 0,0951 Artikel 21, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 3° Zon-PV ≥ 20 MWp, op land natuurinclusief (net = 50%) 0,0728 855 0,0393 0,0714 0,0040 0,0908 Artikel 21, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 4° Zon-PV ≥ 15kWp en < 1 MWp aansluiting > 3*80 A,verticaal op land 0,0903 825 0,0393 0,0714 0,0040 0,1083 Artikel 21, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 5° Zon-PV ≥ 1 MWp,verticaal op land 0,0769 825 0,0393 0,0714 0,0040 0,0949 Artikel 21, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1° Zon-PV ≥ 1 MWp en < 20 MWp, zonvolgend op land natuurinclusief 0,0772 1045 0,0393 0,0714 0,0040 0,0952 Artikel 21, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2° Zon-PV ≥ 20 MWp, zonvolgend op land natuurinclusief 0,0728 1045 0,0393 0,0714 0,0040 0,0908 Artikel 21, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 3° Zon-PV ≥ 1 MWp, zonvolgend op water 0,0795 1190 0,0393 0,0714 0,0040 0,0975 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 90 — Artikel 90#
Artikel 90 Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt: a. artikel 28, eerste lid, van het Besluit SDEK het basisbedrag voor subsidie, bedoeld in, voor de productie van hernieuwbaar gas vastgesteld op het in de derde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; b. artikel 32, vijfde lid, van het Besluit SDEK voor de productie van hernieuwbaar gas het maximale aantal vollasturen, bedoeld in, vastgesteld op het in de vierde kolom van onderstaande tabel genoemde aantal uren; c. artikel 29, eerste lid, van het Besluit SDEK voor de productie van hernieuwbaar gas de basisenergieprijs, bedoeld in, vastgesteld op het in de vijfde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; en d. de correctie op het basisbedrag voor subsidie voor 2025 vastgesteld op: 1°. artikel 31, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit SDEK voor de energieprijs, bedoeld inhet in de zesde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; 2°. artikel 31, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit SDEK voor de waarde van de garanties van oorsprong, bedoeld inhet in de zevende kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; en 3°. artikel 31, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit SDEK andere correcties als bedoeld inop € 0 per kWh. 1 2 3 4 5 6 7 Artikel regeling Categorie Basisbedrag in euro/kWh Vollasturen Basisenergieprijs in euro/kWh Voorlopige correctie energieprijs in 2025 euro/kWh Voorlopige correctie waarde garanties van oorsprong in 2025 euro/kWh Artikel 23, onderdeel a Allesvergisting, gas 0,0903 8.000 0,0165 0,0379 0,0155 Artikel 23, onderdeel b Monomestvergisting > 1.500 kW, gas 0,0918 8.000 0,0165 0,0379 0,0155 Artikel 23, onderdeel c Monomestvergisting > 275 kW en ≤ 1.500 kW, gas 0,1423 8.000 0,0165 0,0379 0,0155 Artikel 23, onderdeel d Monomestvergisting > 110 kW en ≤ 275 kW, gas 0,1571 8.000 0,0165 0,0379 0,0155 Artikel 23, onderdeel e Monomestvergisting ≤ 110 kW, gas 0,2107 8.000 0,0165 0,0379 0,0155 Artikel 25, onderdeel a Allesvergisting extra faciliteit, gas 0,0781 8.000 0,0165 0,0379 0,0155 Artikel 25, onderdeel b Allesvergisting voorzetting, gas 0,0718 8.000 0,0165 0,0379 0,0155 Artikel 25, onderdeel c Monomestvergisting extra faciliteit ≤ 450 kW, gas 0,1026 8.000 0,0165 0,0379 0,0155 Artikel 25, onderdeel d Monomestvergisting voortzetting ≤ 450 kW, gas 0,0886 8.000 0,0165 0,0379 0,0155 Artikel 27 RWZI verbeterde slibgisting, gas 0,1085 8.000 0,0165 0,0379 0,0155 Artikel 29 RWZI bestaande slibgisting, gas 0,0375 8.000 0,0165 0,0379 0,0155 Artikel 31 Biomassavergassing 0,0915 7.500 0,0165 0,0379 0,0155 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 91 — Artikel 91#
Artikel 91 Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt: a. artikel 44, eerste lid, van het Besluit SDEK het basisbedrag voor subsidie, bedoeld in, voor de productie van hernieuwbare warmte en de gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte vastgesteld op het in de derde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; b. artikel 48, vijfde lid, van het Besluit SDEK voor de productie van hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of de gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte het maximale aantal vollasturen, bedoeld in, vastgesteld op het in de vierde kolom van onderstaande tabel genoemde aantal uren; c. artikel 45, eerste lid, van het Besluit SDEK de basisenergieprijs, bedoeld in, voor de productie van hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of de gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte vastgesteld op het in de vijfde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; en d. de correcties op het basisbedrag voor subsidie voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel, worden voor 2025 vastgesteld op: 1°. artikel 47, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit SDEK voor de energieprijs, bedoeld in, het in de zesde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; 2°. artikel 47, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit SDEK voor de waarde van garanties van oorsprong, bedoeld in, op € 0 per kWh; en 3°. artikel 47, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit SDEK voor andere correcties als bedoeld inhet in de zevende kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag. 1 2 3 4 5 6 7 Artikel regeling Categorie Basisbedrag in euro/kWh Vollasturen Basisenergieprijs in euro/kWh Voorlopige correctie energieprijs in 2025 in euro/kWh Andere correctie in 2025 in euro/kWh Artikel 33, eerste lid, onderdeel a Zonthermie ≥ 140 kWth en < 1 MWth 0,1111 600 0,0487 0,0750 0,0015 Artikel 33, eerste lid, onderdeel b Zonthermie ≥ 1 MWth 0,0939 600 0,0129 0,0294 0,0015 Artikel 35, onderdeel a Allesvergisting, warmte 0,1024 7.000 0,0366 0,0630 0,0155 Artikel 35, onderdeel b Allesvergisting, gecombineerde opwekking 0,1034 7.535 0,0413 0,0711 0,0082 Artikel 35, onderdeel c Monomestvergisting, warmte > 1.500 kW 0,1187 6.000 0,0366 0,0630 0,0155 Artikel 35, onderdeel d Monomestvergisting, gecombineerde opwekking > 1.500 kW 0,1231 5.647 0,0428 0,0736 0,0059 Artikel 35, onderdeel e Monomestvergisting, warmte > 275 en ≤ 1.500 kW 0,1748 5.778 0,0487 0,0750 0,0155 Artikel 35, onderdeel f Monomestvergisting, gecombineerde opwekking >* 275 kW en ≤ 1.500 kW 0,1867 5.647 0,0474 0,0782 0,0059 Artikel 35, onderdeel g Monomestvergisting, warmte > 110 kW en ≤ 275 kW 0,1736 8.000 0,0366 0,0630 0,0155 Artikel 35, onderdeel h Monomestvergisting, gecombineerde opwekking > 110 kW en ≤ 275 kW 0,2350 5.299 0,0671 0,0976 0,0067 Artikel 35, onderdeel i Monomestvergisting, warmte ≤ 110 kW 0,1918 8.000 0,0366 0,0630 0,0155 Artikel 35, onderdeel j Monomestvergisting, gecombineerde opwekking ≤ 110 kW 0,2941 4.974 0,0648 0,0956 0,0059 Artikel 37, onderdeel a Allesvergisting voortzetting, warmte 0,0864 7.000 0,0366 0,0630 0,0155 Artikel 37, onderdeel b Allesvergisting voortzetting, gecombineerde opwekking 0,0871 7.535 0,0413 0,0711 0,0082 Artikel 37, onderdeel c Monomestvergisting voortzetting, warmte ≤ 450 kW 0,1061 5.778 0,0487 0,0750 0,0155 Artikel 37, onderdeel d Monomestvergisting voortzetting, gecombineerde opwekking ≤ 450 kW 0,1148 5.647 0,0474 0,0782 0,0059 Artikel 39, onderdeel a RWZI verbeterde slibgisting, warmte 0,1041 4.138 0,0487 0,0750 0,0155 Artikel 39, onderdeel b RWZI verbeterde slibgisting, gecombineerde opwekking 0,1101 4.558 0,0444 0,0763 0,0035 Artikel 41, onderdeel a Ketel op vloeibare biomassa, stadsverwarming 0,1396 7.000 0,0366 0,0630 0,0015 Artikel 41, onderdeel b Ketel op vloeibare biomassa, overige toepassingen 0,1597 7.000 0,0366 0,0630 0,0155 Artikel 43, onderdeel a Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (4.500 vollasturen) 0,0649 4.500 0,0129 0,0294 0,0155 Artikel 43, onderdeel b Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (5.000 vollasturen) 0,0637 5.000 0,0129 0,0294 0,0155 Artikel 43, onderdeel c Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (5.500 vollasturen) 0,0628 5.500 0,0129 0,0294 0,0155 Artikel 43, onderdeel d Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (6.000 vollasturen) 0,0620 6.000 0,0129 0,0294 0,0155 Artikel 43, onderdeel e Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (6.500 vollasturen) 0,0614 6.500 0,0129 0,0294 0,0155 Artikel 43, onderdeel f Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (7.000 vollasturen) 0,0608 7.000 0,0129 0,0294 0,0155 Artikel 43, onderdeel g Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (7.500 vollasturen) 0,0603 7.500 0,0129 0,0294 0,0155 Artikel 43, onderdeel h Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (8.000 vollasturen) 0,0598 8.000 0,0129 0,0294 0,0155 Artikel 43, onderdeel i Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (8.500 vollasturen) 0,0595 8.500 0,0129 0,0294 0,0155 Artikel 45, eerste lid, onderdeel a Grote stoomketel op houtpellets ≥ 5 MWth en < 50 MWth 0,0911 8.500 0,0129 0,0294 0,0155 Artikel 45, eerste lid, onderdeel b Grote stoomketel op houtpellets ≥ 50 MWth 0,1079 8.500 0,0129 0,0294 0,0155 Artikel 47 Directe inzet (brander) van houtpellets voor industriële toepassingen 0,0696 3.000 0,0330 0,0567 0,0155 Artikel 49, eerste lid Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa voortzetting 0,0457 8.000 0,0129 0,0294 0,0155 Artikel 51, eerste lid Composteringsinstallatie, warmte 0,0529 5.200 0,0366 0,0630 0,0155 Artikel 53, onderdeel a, subonderdeel 1 en onderdeel d, subonderdeel 1 Diepe geothermie < 12 MWth, basislast 0,0708 6.000 0,0129 0,0294 0,0015 Artikel 53, onderdeel a, subonderdeel 2 en onderdeel d, subonderdeel 2 Diepe geothermie ≥ 12 MWth en < 20 MWth, basislast 0,0619 6.000 0,0129 0,0294 0,0015 Artikel 53, onderdeel a, subonderdeel 3 en onderdeel d, subonderdeel 3 Diepe geothermie ≥ 20 MWth, basislast 0,0567 6.000 0,0129 0,0294 0,0015 Artikel 53, onderdeel b Diepe geothermie, middenlast, verwarming gebouwde omgeving 0,0986 5.000 0,0129 0,0294 0,0015 Artikel 53, onderdeel c, subonderdeel 1 Diepe geothermie < 12 MWth, geen basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,1665 3.500 0,0129 0,0294 0,0015 Artikel 53, onderdeel c, subonderdeel 2 Diepe geothermie ≥ 12 MWth, geen basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,1543 3.500 0,0129 0,0294 0,0015 Artikel 53, onderdeel e Diepe geothermie, basislast, aanvullende put 0,0376 6.000 0,0129 0,0294 0,0015 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 92 — Artikel 92#
Artikel 92 1 Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabellen genoemde artikel wordt: a. artikel 55f, eerste lid, van het Besluit SDEK het basisbedrag voor subsidie voor de vermindering van broeikasgas, bedoeld in, vastgesteld op het in de derde kolom van onderstaande tabellen genoemde bedrag; b. artikel 55j, vijfde lid, van het Besluit SDEK voor de vermindering van broeikasgas het maximale aantal vollasturen, bedoeld in, vastgesteld op het in de vierde kolom van onderstaande tabellen genoemde aantal uren; c. artikel 55g, eerste lid, van het Besluit SDEK het basisbroeikasgasbedrag, bedoeld in, voor de vermindering van broeikasgas vastgesteld op het in de vijfde kolom van onderstaande tabellen genoemde bedrag; en d. de correcties op het basisbedrag voor subsidie voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabellen genoemde artikel worden voor 2025 vastgesteld op: 1°. artikel 55i, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit SDEK voor de prijs van het primaire product, bedoeld in, het in de zesde kolom van onderstaande tabellen genoemde bedrag; 2°. artikel 55i, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit SDEK voor de correcties, bedoeld in, het in de zevende kolom van onderstaande tabellen genoemde bedrag; en 3°. artikel 55i, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit SDEK voor andere correcties als bedoeld inhet in de achtste kolom van onderstaande tabellen genoemde bedrag. 1 2 3 4 5 6 7 8 Artikel regeling Categorie Basisbedrag in euro/kWh Vollasturen Basisbroeikasgasbedrag in euro/kWh Voorlopige correctie productprijs in 2025 in euro/kWh Voorlopige correctie ETS in 2025 in euro/kWh Voorlopige correctie overige correcties in 2025 in euro/kWh Artikel 55, onderdeel a Ondiepe geothermie met warmtepomp, basislast 0,0890 6.000 0,0129 0,0294 0,0003 0,0000 Artikel 55, onderdeel b Ondiepe geothermie met warmtepomp, geen basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,1647 3.500 0,0129 0,0294 0,0003 0,0000 Artikel 55, onderdeel c, subonderdeel 1° Diepe geothermie met warmtepomp < 12 MWth, basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,1374 6.000 0,0129 0,0294 0,0003 0,0000 Artikel 55, onderdeel c, subonderdeel 2° Diepe geothermie met warmtepomp ≥ 12 MWth, basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,1269 6.000 0,0129 0,0294 0,0003 0,0000 Artikel 57, onderdeel a, subonderdeel 1° Aquathermie, basislast, verwarming gebouwde omgeving, nieuw warmteoverdrachtstation 0,0920 6.000 0,0129 0,0294 0,0003 0,0000 Artikel 57, onderdeel a, subonderdeel 2° Aquathermie, basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0779 6.000 0,0129 0,0294 0,0003 0,0000 Artikel 57, onderdeel b, subonderdeel 1° Aquathermie, geen basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0934 3.500 0,0129 0,0294 0,0003 0,0000 Artikel 57, onderdeel b, subonderdeel 2° Aquathermie, met seizoensopslag, geen basislast (directe toepassing) 0,0734 3.500 0,0129 0,0294 0,0003 0,0000 Artikel 59, eerste lid, onderdeel a Lucht-water-warmtepomp voor verwarming bestaande gebouwde omgeving, middentemperatuur 0,1198 3.500 0,0366 0,0630 0,0003 0,0000 Artikel 59, eerste lid, onderdeel b Lucht-water-warmtepomp voor verwarming bestaande gebouwde omgeving of bestaande tuinbouwkassen, lagetemperatuur 0,0635 3.500 0,0129 0,0294 0,0003 0,0000 Artikel 61, eerste lid, onderdeel a Zon-PVT systeem, verwarming gebouwen in gebouwde omgeving 0,0599 3.500 0,0487 0,0750 0,0124 0,0000 Artikel 61, eerste lid, onderdeel b Zon-PVT systeem, stadsverwarming 0,0899 4.600 0,0129 0,0294 0,0003 0,0000 Artikel 63, eerste lid, onderdeel a Elektroboiler, stadsverwarming 0,0780 4.700 0,0165 0,0379 0,0054 0,0000 Artikel 63, eerste lid, onderdeel b Elektroboiler, industriële toepassing niet zijnde tuinbouw 0,0780 4.700 0,0165 0,0379 0,0000 0,0000 Artikel 63, eerste lid, onderdeel c Elektroboiler voortzetting, stadsverwarming 0,0660 2.000 0,0165 0,0379 0,0054 0,0000 Artikel 63, eerste lid, onderdeel d Elektroboiler voortzetting, industriële toepassing niet zijnde tuinbouw 0,0660 2.000 0,0165 0,0379 0,0000 0,0000 Artikel 63, eerste lid, onderdeel e Elektroboiler, industriële toepassing niet zijnde tuinbouw, met thermische opslag 0,0930 7.000 0,0165 0,0379 0,0000 0,0000 Artikel 65, eerste lid, onderdeel a Procesgeïntegreerde warmtepomp in een verdampingsproces (8.000 uur) 0,0579 8.000 0,0129 0,0294 0,0103 0,0000 Artikel 65, eerste lid, onderdeel b Procesgeïntegreerde warmtepomp in een verdampingsproces (5.000 uur) 0,0768 5.000 0,0129 0,0294 0,0103 0,0000 Artikel 65, eerste lid, onderdeel c Procesgeïntegreerde warmtepomp in een verdampingsproces (3.000 uur) 0,1104 3.000 0,0129 0,0294 0,0103 0,0000 Artikel 67, eerste lid, onderdeel a Industriële gesloten warmtepomp (8.000 uur) 0,0532 8.000 0,0129 0,0294 0,0111 0,0000 Artikel 67, eerste lid, onderdeel b Industriële gesloten warmtepomp (5.000 uur) 0,0715 5.000 0,0129 0,0294 0,0111 0,0000 Artikel 67, eerste lid, onderdeel c Industriële gesloten warmtepomp (3.000 uur) 0,1041 3.000 0,0129 0,0294 0,0111 0,0000 Artikel 69, eerste lid, onderdeel a Industriële open warmtepomp (8.000 uur) 0,0296 8.000 0,0129 0,0294 0,0144 0,0000 Artikel 69, eerste lid, onderdeel b Industriële open warmtepomp (5.000 uur) 0,0439 5.000 0,0129 0,0294 0,0144 0,0000 Artikel 69, eerste lid, onderdeel c Industriële open warmtepomp (3.000 uur) 0,0694 3000 0,0129 0,0294 0,0144 0,0000 Artikel 71, onderdeel a, subonderdeel 1° Restwarmtebenutting met warmtepomp, transportleiding < 0,10 km/MWth 0,0593 5.500 0,0129 0,0294 0,0033 0,0000 Artikel 71, onderdeel a, subonderdeel 2° Restwarmtebenutting met warmtepomp, transportleiding ≥ 0,10 en < 0,20 km/MWth 0,0665 5.500 0,0129 0,0294 0,0033 0,0000 Artikel 71, onderdeel a, subonderdeel 3° Restwarmtebenutting met warmtepomp, transportleiding ≥ 0,20 en < 0,30 km/MWth 0,0736 5.500 0,0129 0,0294 0,0033 0,0000 Artikel 71, onderdeel a, subonderdeel 4° Restwarmtebenutting met warmtepomp, transportleiding ≥ 0,30 en < 0,40 km/MWth 0,0809 5.500 0,0129 0,0294 0,0033 0,0000 Artikel 71, onderdeel a, subonderdeel 5° Restwarmtebenutting met warmtepomp, transportleiding ≥ 0,40 km/MWth 0,0882 5.500 0,0129 0,0294 0,0033 0,0000 Artikel 71, onderdeel b, subonderdeel 1° Restwarmtebenutting, transportleiding ≥ 0,10 en < 0,20 km/MWth 0,0196 5.500 0,0129 0,0294 0,0046 0,0000 Artikel 71, onderdeel b, subonderdeel 2° Restwarmtebenutting, transportleiding ≥ 0,20 en < 0,30 km/MWth 0,0269 5.500 0,0129 0,0294 0,0046 0,0000 Artikel 71, onderdeel b, subonderdeel 3° Restwarmtebenutting, transportleiding ≥ 0,30 en < 0,40 km/MWth 0,0341 5.500 0,0129 0,0294 0,0046 0,0000 Artikel 71, onderdeel b, subonderdeel 4° Restwarmtebenutting, transportleiding ≥ 0,40 km/MWth 0,0413 5.500 0,0129 0,0294 0,0046 0,0000 Artikel 73, eerste lid, onderdeel a Waterstof uit elektrolyse, netgekoppeld met hernieuwbare stroomafnameovereenkomsten 0,1587 3.683 0,0280 0,0546 0,0000 0,0000 Artikel 73, eerste lid, onderdeel b Waterstof uit elektrolyse, directe lijn met windpark of zonnepark 0,1587 5.840 0,0280 0,0546 0,0000 0,0000 Artikel 75 Waterstof uit vergassing van afval 0,0652 7.500 0,0280 0,0546 0,0101 0,0000 Artikel 77, eerste lid, onderdeel a Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, bioethanol uit vaste lignocellulosehoudende biomassa 0,1648 8.000 0,0624 0,0976 0,0000 0,0839 Artikel 77, eerste lid, onderdeel b Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, biomethanol uit vaste lignocellulosehoudende biomassa 0,1653 8.000 0,0624 0,0976 0,0000 0,0839 Artikel 77, eerste lid, onderdeel c Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, bioLNG uit monomestvergisting 0,1165 8.000 0,0215 0,0453 0,0000 0,0839 Artikel 77, eerste lid, onderdeel d Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, bioLNG uit allesvergisting 0,1247 8.000 0,0215 0,0453 0,0000 0,0839 Artikel 77, eerste lid, onderdeel e Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, diesel- en benzinevervangers uit vaste lignocellulose houdende biomassa 0,1626 8.000 0,0599 0,0994 0,0000 0,0839 1 2 3 4 5 6 7 8 Artikel regeling Categorie 2 Basisbedrag in euro/1.000 kg CO Vollasturen 2 Basisbroeikasgasbedrag in euro/1.000 kg CO 2 Voorlopige correctie productprijs in 2025 in euro/1.000 kg CO 2 Voorlopige correctie ETS in 2025 in euro/1.000 kg CO 2 Voorlopige correctie overige correcties in 2025 in euro/1.000 kg CO Artikel 79, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1° 2 CCS – Gedeeltelijke opslag van niet biogene CO-procesemissie bij bestaande of nieuwe installaties, gasvormig transport 260,8309 4.000 83,9503 0,0000 83,9503 0,0000 Artikel 79, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° 2 CCS – Gedeeltelijke opslag van niet biogene CO-procesemissie bij bestaande of nieuwe installaties, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 348,2674 4.000 83,9503 0,0000 83,9503 0,0000 Artikel 79, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3° 2 CCS – Gedeeltelijke opslag van niet biogene CO-procesemissie bij bestaande of nieuwe installaties, vloeibaar transport 302,8137 4.000 83,9503 0,0000 83,9503 0,0000 Artikel 79, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° 2 CCS – Volledige COopslag bij bestaande installaties, gasvormig transport 134,0182 8.000 83,9503 0,0000 83,9503 0,0000 Artikel 79, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° 2 CCS – Volledige COopslag bij bestaande installaties, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 184,2055 8.000 83,9503 0,0000 83,9503 0,0000 Artikel 79, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion zuivering van niet biogene CO-procesemissie, bestaande installatie, gasvormig transport 166,2166 8.000 83,9503 0,0000 83,9503 0,0000 Artikel 79, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion zuivering van niet biogene CO-procesemissie, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 212,0737 8.000 83,9503 0,0000 83,9503 0,0000 Artikel 79, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion COafvang bij waterstofproductie uit restgassen voor ondervuring, gasvormig transport 206,8338 8.000 83,9503 0,0000 83,9503 0,0000 Artikel 79, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion COafvang bij waterstofproductie uit restgassen voor ondervuring, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 250,7019 8.000 83,9503 0,0000 83,9503 0,0000 Artikel 79, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe post-combustion COafvang, bestaande installatie, gasvormig transport 207,9232 8.000 83,9503 0,0000 83,9503 0,0000 Artikel 79, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe post-combustion COafvang, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 255,5942 8.000 83,9503 0,0000 83,9503 0,0000 Artikel 79, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion COzuivering, nieuwe installatie, gasvormig transport 139,7080 8.000 83,9503 0,0000 83,9503 0,0000 Artikel 79, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion COzuivering, nieuwe installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 190,7006 8.000 83,9503 0,0000 83,9503 0,0000 Artikel 79, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe post-combustion COafvang, nieuwe installatie, gasvormig transport 187,1660 8.000 83,9503 0,0000 83,9503 0,0000 Artikel 79, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe post-combustion COafvang, nieuwe installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 230,5914 8.000 83,9503 0,0000 83,9503 0,0000 Artikel 79, tweede lid, onderdeel a, subonderdeel 1° 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag bij bestaande afvalverbrandingsinstallaties, gasvormig transport 223,7850 4.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 79, tweede lid, onderdeel a, subonderdeel 2° 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag bij bestaande afvalverbrandingsinstallaties, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 222,3420 4.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 79, tweede lid, onderdeel a, subonderdeel 3° 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag bij bestaande afvalverbrandingsinstallaties, vloeibaar transport 222,3420 4.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 79, tweede lid, onderdeel b, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande afvalverbrandingsinstallatie, gasvormig transport 223,6561 8.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 79, tweede lid, onderdeel b, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande afvalverbrandingsinstallatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 222,3420 8.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 79, derde lid, onderdeel a, subonderdeel 1° 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag bij bestaande biomassaverbrandingsinstallatie ≤ 100 MWe of uit omgevingslucht, gasvormig transport 223,7850 4.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 79, derde lid, onderdeel a, subonderdeel 2° 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag bij bestaande biomassaverbrandingsinstallatie ≤ 100 MWe of uit omgevingslucht, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 222,3420 4.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 79, derde lid, onderdeel a, subonderdeel 3° 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag bij bestaande biomassaverbrandingsinstallatie ≤ 100 MWe of uit omgevingslucht, vloeibaar transport 222,3420 4.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 79, derde lid, onderdeel b, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande biomassaverbrandingsinstallatie ≤ 100 MWe, gasvormig transport 223,6561 8.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 79, derde lid, onderdeel b, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande biomassaverbrandingsinstallatie ≤ 100 MWe, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 222,3420 8.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 79, vierde lid, onderdeel a, subonderdeel 1° 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag biogene procesemissies, gasvormig transport 223,7850 4.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 79, vierde lid, onderdeel a, subonderdeel 2° 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag biogene procesemissies, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 222,3420 4.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 79, vierde lid, onderdeel a, subonderdeel 3° 2 CCS – Gedeeltelijke CO-opslag biogene procesemissies, vloeibaar transport 222,3420 4.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 79, vierde lid, onderdeel b, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe zuivering biogene CO-emissie, bestaande installatie, gasvormig transport 166,2166 8.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 79, vierde lid, onderdeel b, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe zuivering biogene CO-emissie, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 212,0737 8.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 79, vierde lid, onderdeel c, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe zuivering biogene CO-emissie, nieuwe installatie, gasvormig transport 139,7080 8.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 79, vierde lid, onderdeel c, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe zuivering biogene CO-emissie, nieuwe installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 190,7006 8.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 81, onderdeel a, subonderdeel 1° 2 CCS – Gedeeltelijke opslag niet biogene CO-emissie bij bestaande of nieuwe installaties niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 223,7850 4.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 81, onderdeel a, subonderdeel 2° 2 CCS – Gedeeltelijke opslag niet biogene CO-emissie bij bestaande of nieuwe installaties niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 222,3420 4.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 81, onderdeel a, subonderdeel 3° 2 CCS – Gedeeltelijke opslag niet biogene CO-emissie bij bestaande of nieuwe installaties niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport 222,3420 4.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 81, onderdeel b, subonderdeel 1° 2 CCS – Volledige opslag niet biogene CO-emissie bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 134,0182 8.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 81, onderdeel b, subonderdeel 2° 2 CCS – Volledige opslag niet biogene CO-emissie bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 184,2055 8.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 81, onderdeel c, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion zuivering niet biogene CO-emissie, bestaande installatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 166,2166 8.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 81, onderdeel c, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion zuivering niet biogene CO-emissie, bestaande installatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 212,0737 8.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 81, onderdeel d, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-afvang bij waterstofproductie uit restgassen voor ondervuring niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 206,8338 8.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 81, onderdeel d, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion CO-afvang bij waterstofproductie uit restgassen voor ondervuring niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 250,7019 8.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 81, onderdeel e, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 207,9232 8.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 81, onderdeel e, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 246,5070 8.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 81, onderdeel f, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion zuivering niet biogene CO-emissie, nieuwe installatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 139,7080 8.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 81, onderdeel f, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe pre-combustion zuivering niet biogene CO-emissie, nieuwe installatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 190,7006 8.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 81, onderdeel g, subonderdeel 1° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 187,1660 8.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 81, onderdeel g, subonderdeel 2° 2 CCS – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 230,5914 8.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000 Artikel 83, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1° 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, bestaande installatie, gasvormig transport 80,9106 4.000 22,0501 89,4731 0,0000 0,0000 Artikel 83, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, bestaande installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 95,3474 4.000 22,0501 89,4731 0,0000 0,0000 Artikel 83, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3° 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 121,1495 4.000 22,0501 89,4731 0,0000 0,0000 Artikel 83, eerste lid, onderdeel b 2 Extra CCU – Bestaande CO-afvang, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 114,7042 4.000 22,0501 89,4731 0,0000 0,0000 Artikel 83, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, nieuwe installatie, gasvormig transport 80,1998 4.000 22,0501 89,4731 0,0000 0,0000 Artikel 83, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, nieuwe installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 94,6366 4.000 22,0501 89,4731 0,0000 0,0000 Artikel 83, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 3° 2 CCU – Nieuwe pre-combustion CO-zuivering, nieuwe installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 120,4388 4.000 22,0501 89,4731 0,0000 0,0000 Artikel 83, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport 155,1815 4.000 22,0501 89,4731 0,0000 0,0000 Artikel 83, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 169,6184 4.000 22,0501 89,4731 0,0000 0,0000 Artikel 83, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 3° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 215,4209 4.000 22,0501 89,4731 0,0000 0,0000 Artikel 83, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 1° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport 130,5946 4.000 22,0501 89,4731 0,0000 0,0000 Artikel 83, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 2° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 145,0315 4.000 22,0501 89,4731 0,0000 0,0000 Artikel 83, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 3° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang, nieuwe installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 186,3011 4.000 22,0501 89,4731 0,0000 0,0000 Artikel 83, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 1° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang bij bestaande afvalverbrandingsinstallatie of bestaande biomassaverbrandingsinstallatie > 50 MWth, gasvormig transport 178,5352 4.000 22,0501 89,4731 0,0000 0,0000 Artikel 83, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 2° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang bij bestaande afvalverbrandingsinstallatie of bestaande biomassaverbrandingsinstallatie > 50 MWth, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 192,9721 4.000 22,0501 89,4731 0,0000 0,0000 Artikel 83, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 3° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang bij bestaande afvalverbrandingsinstallatie of bestaande biomassaverbrandingsinstallatie > 50 MWth, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 234,4172 4.000 22,0501 89,4731 0,0000 0,0000 Artikel 83, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 1° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang bij biomassaverbrandingsinstallatie ≤ 50 MWth, gasvormig 120,6819 4.000 22,0501 89,4731 0,0000 0,0000 Artikel 83, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 2° 2 CCU – Nieuwe post-combustion CO-afvang bij biomassaverbrandingsinstallatie ≤ 50 MWth, vloeibaar, nieuwe vervloeiingsinstallatie 161,3930 4.000 22,0501 89,4731 0,0000 0,0000 Artikel 85, eerste lid 2 CCU -COafvang uit omgevingslucht voor gebruik in tuinbouwkassen 261,3752 4.000 22,0501 89,4731 0,0000 0,0000 2 artikel 63, eerste lid, onderdelen a tot en met d Het aantal productie-uren van een productie-installatie als bedoeld in, dat in aanmerking komt voor subsidie, bedraagt voor de kalenderjaren 2025 tot en met 2029 ten hoogste de in de onderstaande tabel weergegeven waarden in een bepaald kalenderjaar. Jaar Productie-uren artikel 63, eerste lid, onderdelen a tot en met d 2025 6.271 2026 6.996 2027 7.905 2028 8.148 2029 8.760 2025 33254 30-09-2025 25-09-2025 WJZ/101196738 2025 33254 30-09-2025 25-09-2025 WJZ/101196738 01-10-2025
Artikel 93 — Artikel 93#
Artikel 93 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 94 — Artikel 94#
Artikel 94 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2025. 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 2025 23407 17-07-2025 06-07-2025 WJZ/98374713 18-07-2025
Artikel 7#
artikel 7, tweede lid
Artikel 15#
artikelen 15, eerste lid, onderdeel b
Artikel 17#
17, eerste lid, onderdeel b
Artikel 19#
19 eerste lid, onderdeel c