Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 28 oktober 2024, nr. 48828559, houdende regels inzake voltijdse opleidingen met een substantiële praktijkcomponent in het wetenschappelijk onderwijs en instemming van docenten met het gebruik van eenheden van leeruitkomsten
- BWB-id
- BWBR0050380
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-11-26
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0050380
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2025/regeling-leeruitkomsten-hoger-onderwijs
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2025/regeling-leeruitkomsten-hoger-onderwijs/2025-11-26
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0050380&g=2025-11-26
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0050380&z=2026-06-06&g=2025-11-26
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0050380/2025-11-26
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2025/regeling-leeruitkomsten-hoger-onderwijs
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: Clustermelding: een gezamenlijke melding door een instelling voor twee of meer opleidingen; Minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; Praktijkcomponent: een onderdeel dat bestaat uit het uitvoeren van een of meer leeractiviteiten en het verzamelen van bewijsmateriaal voor het voldoen aan een of meer leeruitkomsten voor de opleiding in en met de praktijk; Wet: Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek . 2024 36137 07-11-2024 28-10-2024 48828559 2024 345 15-11-2024 09-11-2024 01-01-2025 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel B,
van de Wet leeruitkomsten hoger onderwijs in werking treedt.
Artikel 2 — Artikel 2 Voltijdse wo opleidingen met een substantiële praktijkcomponent#
Artikel 2 Voltijdse wo opleidingen met een substantiële praktijkcomponent bijlage De voltijdse opleidingen in het wetenschappelijk onderwijs met een substantiële praktijkcomponent die zijn opgenomen in debij deze regeling, kunnen geheel of gedeeltelijk bestaan uit eenheden van leeruitkomsten. 2024 36137 07-11-2024 28-10-2024 48828559 2024 345 15-11-2024 09-11-2024 01-01-2025 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel B,
van de Wet leeruitkomsten hoger onderwijs in werking treedt.
Artikel 3 — Artikel 3 Procedurele voorschriften voltijdse wo opleidingen met een substantiële praktijkcomponent#
Artikel 3 Procedurele voorschriften voltijdse wo opleidingen met een substantiële praktijkcomponent 1 bijlage Een opleiding wordt in deopgenomen nadat het instellingsbestuur daartoe bij de minister deze opleiding elektronisch heeft aangemeld en uit de melding en de daarbij op grond van het tweede lid aan te leveren bescheiden blijkt dat sprake is van een opleiding met een substantiële praktijkcomponent. 2 De melding gaat vergezeld van de volgende bescheiden: – artikel 6.14, derde lid, van de wet de gegevens in de Registratie instellingen en opleidingen, bedoeld in; – het deel van de Onderwijs- en Examenregeling (OER) waarin de substantiële praktijkcomponent wordt beschreven; – een positief advies van de opleidingscommissie op de substantiële praktijkcomponent; – instemming van de betrokken docenten bij de betreffende opleiding. 3 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een clustermelding. 4 De aanmelding van een of meer voltijdse opleidingen met een substantiële praktijkcomponent wordt gedaan op uiterlijk 1 maart voorafgaand aan het studiejaar waarin de instelling de opleiding op basis van eenheden van leeruitkomsten wil verzorgen. 5 De instelling doet uiterlijk met ingang van 1 maart voorafgaand aan het studiejaar met ingang waarvan de opleiding niet langer een substantiële praktijkcomponent omvat, melding hiervan aan de minister. 2025 39998 25-11-2025 31-10-2025 1768177 2025 39998 25-11-2025 31-10-2025 1768177 26-11-2025
Artikel 4 — Artikel 4 Instemming voor bij de opleiding betrokken docenten#
Artikel 4 Instemming voor bij de opleiding betrokken docenten 1 De bij de opleiding betrokken docenten kunnen instemmen met het voornemen van het instellingsbestuur om een opleiding aan te bieden die bestaat uit eenheden van leeruitkomsten via: a. het deel van de bij de opleiding betrokken docenten dat lid is van de opleidingscommissie, of b. indien aan de orde, een afvaardiging van docenten, gekozen door de bij de opleiding betrokken docenten, die niet tevens lid zijn van het college van bestuur of de raad van toezicht. 2 Het instellingsbestuur bepaalt welke van de in het eerste lid genoemde opties wordt gekozen. 2024 36137 07-11-2024 28-10-2024 48828559 2024 345 15-11-2024 09-11-2024 01-01-2025 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel B,
van de Wet leeruitkomsten hoger onderwijs in werking treedt.
Artikel 5 — Artikel 5 Citeertitel#
Artikel 5 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling leeruitkomsten hoger onderwijs. 2024 36137 07-11-2024 28-10-2024 48828559 2024 345 15-11-2024 09-11-2024 01-01-2025 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel B,
van de Wet leeruitkomsten hoger onderwijs in werking treedt.
Artikel 6 — Artikel 6 Inwerkingtreding#
Artikel 6 Inwerkingtreding wet tot wijziging van de Wet op hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek houdende de verankering van eenheden van leeruitkomsten in de wet (Wet leeruitkomsten hoger onderwijs) artikel I, onderdeel B, van die wet 36 136 Indien het bij Koninklijk Besluit van 20 juni 2022 ingediende voorstel van(Kamerstukken) tot wet is of wordt verheven enin werking treedt, treedt deze regeling op hetzelfde tijdstip treedt in werking. 2024 36137 07-11-2024 28-10-2024 48828559 2024 345 15-11-2024 09-11-2024 01-01-2025 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel B,
van de Wet leeruitkomsten hoger onderwijs in werking treedt.
Artikel 2#
artikel 2