Regeling van de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening van 22 mei 2025, nr. 2025-0000305917, houdende regels met betrekking tot de stimulering van verduurzaming van maatschappelijk vastgoed
- BWB-id
- BWBR0051069
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-06-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0051069
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2025/subsidieregeling-duurzaam-maatschappelijk-vastgoed-2025
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2025/subsidieregeling-duurzaam-maatschappelijk-vastgoed-2025/2026-06-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0051069&g=2026-06-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0051069&z=2026-06-06&g=2026-06-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0051069/2026-06-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2025/subsidieregeling-duurzaam-maatschappelijk-vastgoed-2025
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: adres: artikel 1, onderdeel a, van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen adres als bedoeld in; algemene groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) 651/2014 Verordening (EU) 2023/1315 van de Commissie van 17 juni 2014 zoals laatst gewijzigd bij, waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2023, L 167); bovenlokale onderneming: iedere entiteit, ongeacht haar rechtsvorm, die een economische activiteit uitoefent, waarvan de activiteit invloed kan hebben op het handelsverkeer tussen de lidstaten van de Europese Unie; economische eigendom: het krachtens een rechtsverhouding gerechtigd zijn tot alle rechten en bevoegdheden ten aanzien van een goed, met uitzondering van het recht op levering, en het gehouden zijn om alle verplichtingen ten aanzien van dat goed voor zijn rekening te nemen en daarmee het volledige risico van waardeverandering of tenietgaan van het goed te dragen, zonder dat het goed geleverd is; eigenaar: eigenaar, eigenaar van het economische eigendom, erfpachter of opstalhouder van maatschappelijk vastgoed die niet in eigendom is van de Staat der Nederlanden. eigendom: eigendom, economische eigendom, erfpachtrecht of opstalrecht van maatschappelijk vastgoed die niet in eigendom is van de Staat der Nederlanden; energieadviseur: onderneming die bedrijfsmatig onderzoek doet naar en adviseert over mogelijke te nemen verduurzamingsmaatregelen en die niet werkzaam is bij de eigenaar van het maatschappelijk vastgoed; energie-etiketteringverordening: verordening (EU) 2017/1369 Richtlijn 2010/30/EU van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2017 tot vaststelling van een kader voor energie-etikettering en tot intrekking van(PbEU 2017, L 198/1); energielabel: bijlage I artikel 1.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving energielabel als bedoeld inbijen die is vastgesteld volgens de eisen van NTA 8800 zoals die is opgesteld na 1 januari 2021; energieprestatie: berekende of gemeten hoeveelheid energie die nodig is om aan de vraag naar energie te voldoen die verband houdt met een normaal gebruik van een gebouw, waaronder energie die wordt gebruikt voor verwarming, koeling, ventilatie, warmwatervoorziening en verlichting; gebouwde onroerende zaak: gebouwde onroerende zaak of gebouwde onroerende zaken of gedeelten daarvan die staan ingeschreven in de basisregistratie kadaster op één adres of één gebouwde onroerende zaak die staat ingeschreven in de basisregistratie kadaster op meerdere adressen; hoge energieprestatie: hoge energieprestatie van het gebouw, afhankelijk van de aanwezige gebruiksfuncties, als bedoeld in bijlage 4; integraal verduurzamingsproject: bijlage 3, onderdeel P project met een hoge duurzaamheidsambitie op basis van een verduurzamingspakket als bedoeld in; gebruiksoppervlakte: gebruiksoppervlakte als bedoeld in NEN 2580; Kaderbesluit: Kaderbesluit BZK-subsidies ; maatregelen voor de verbetering van energie-efficiëntie in het gebouw: bijlage 3 de maatregelen onder codes C, E, F en L en de maatregelen D.4, D.5, D.6, D.7 en D.10 uit de maatregelenlijst van; maatschappelijk vastgoed: a. hoofdstuk I tot en met VII van de Wet gemeenschappelijke regelingen gebouwde onroerende zaak in eigendom van een provincie, een gemeente, een waterschap, een veiligheidsregio of een openbaar lichaam als bedoeld in; b. schoolgebouw; c. hoofdstuk 1, titel 3, van de Wet educatie en beroepsonderwijs hoofdstuk 1, titel 2, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek gebouwde onroerende zaak in eigendom van een uit ’s Rijks kas bekostigde instelling als bedoeld in, of; d. bijlage 2, onderdeel A gebouwde onroerende zaak in eigendom van een zorgaanbieder met een in, opgenomen SBI-code; e. gebouwde onroerende zaak in eigendom van een culturele instelling met een door de Belastingdienst aangewezen status als culturele algemeen nut beogende instelling of in eigendom van een culturele instelling gelieerd aan een instelling met een door de Belastingdienst aangewezen status als culturele algemeen nut beogende instelling; f. monument; g. bijlage 2, onderdeel B gebouwde onroerende zaak met een publieksfunctie in eigendom van kerkgenootschappen, stichtingen, verenigingen of coöperaties met een in, opgenomen SBI-code, waaronder in elk geval behoort een buurthuis, dorpshuis, wijkcentrum, gebedshuis of gemeenschapscentrum; of h. sportaccommodatie; minister: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening; monument: gebouwde onroerende zaak of deel van een gebouwde onroerende zaak die is ingeschreven als: a. artikel 3.3 van de Erfgoedwet rijksmonument in het rijksmonumentenregister, bedoeld in; b. artikel 3.16 van de Erfgoedwet gemeentelijk monument in een gemeentelijk erfgoedregister als bedoeld in; of c. artikel 3.17 van de Erfgoedwet provinciaal monument in een provinciaal erfgoedregister als bedoeld in; onderdeel van een gebouw: technisch bouwsysteem of onderdeel van de bouwschil; portefeuilleroutekaart: 2 een handelingsplan van eigenaren van maatschappelijk vastgoed met te nemen maatregelen om de CO-uitstoot te verminderen; primaire energie: energie uit hernieuwbare en niet-hernieuwbare bronnen die geen omzetting of transformatie heeft ondergaan; projectkosten: kosten van ontwerp, bouwmateriaal, bouwmaterieel, gebouwgebonden installaties, projectmanagement en arbeid, inclusief kosten voor indexering, sloop en lood- en asbestverwijdering; publieksfunctie: gebouwde onroerende zaak die openbaar toegankelijk is voor het publiek of bedoeld is voor gemeenschappelijk gebruik; reguliere de-minimisverordening: verordening (EU) nr. 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU 2023, L 2023/2831); residentiële ventilatie-eenheid: elektrisch toestel uitgerust met ten minste één waaier, één motor en een kast, dat bedoeld is om in een gebouw of een deel van een gebouw vervuilde lucht door buitenlucht te vervangen: a. 3 met een maximaal debiet van niet meer dan 250 m/h; of b. 3 met een maximaal debiet tussen 250 en 1.000 m/h, die volgens de producent uitsluitend voor residentiële ventilatie bedoeld is; SBI-code: code van de Standaard Bedrijfsindeling 2025 zoals gehanteerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek waarmee de economische hoofd- of nevenactiviteit van een bedrijf wordt weergegeven in het handelsregister; schoolgebouw: artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs artikel 1 van de Wet op de expertisecentra artikel 1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 uit ’s Rijks kas bekostigde gebouwde onroerende zaak, waar onderwijs wordt gegeven, van een school als bedoeld in,of; slimme meter: elektronisch systeem dat het energieverbruik kan meten, meer informatie levert dan een traditionele meter, en data kan doorgeven en ontvangen middels een vorm van elektronische communicatie; sportaccommodatie: artikel 5, derde lid, van de Subsidieregeling BOSA artikel 4 van de Subsidieregeling BOSA gebouwde onroerende zaak die kwalificeert als sportaccommodatie als bedoeld in, gebruikt voor amateursport als bedoeld in, in eigendom van: a. een openbaar lichaam genoemd in onderdeel a van de definitie van maatschappelijk vastgoed; of b. artikel 5, eerste en tweede lid, van de Subsidieregeling BOSA een amateursportorganisatie die voldoet aan de voorwaarden van; Unienorm: Unienorm als bedoeld in artikel 2, onderdeel 102, van de algemene groepsvrijstellingsverordening; verduurzamingsmaatregel: maatregel die aantoonbaar direct leidt tot energiebesparing of reductie van koolstofdioxide-emissies, niet zijnde een gedragsmaatregel. 2026 16962 15-05-2026 11-05-2026 2026-0000220489 2026 16962 15-05-2026 11-05-2026 2026-0000220489 01-06-2026
Artikel 2 — Artikel 2 Doel van de regeling#
Artikel 2 Doel van de regeling Deze regeling heeft tot doel eigenaren van bestaand maatschappelijk vastgoed te stimuleren om te investeren in ten hoogste drie verduurzamingsmaatregelen of een integraal verduurzamingsproject ten behoeve van het verbeteren van de energieprestatie of energie-efficiëntie van maatschappelijk vastgoed en bouwwerken op hetzelfde perceel die het doel van het maatschappelijk vastgoed ondersteunen. 2025 17361 28-05-2025 22-05-2025 2025-0000305917 2025 17361 28-05-2025 22-05-2025 2025-0000305917 02-06-2025
Artikel 3 — Artikel 3 Activiteiten waarvoor een subsidie kan worden verstrekt#
Artikel 3 Activiteiten waarvoor een subsidie kan worden verstrekt De minister kan aan een eigenaar van bestaand maatschappelijk vastgoed op aanvraag subsidie verstrekken voor een investering in maatregelen bestaande uit: a. bijlage 3 ten hoogste drie verduurzamingsmaatregelen die zijn opgenomen invan deze regeling; of b. een integraal verduurzamingsproject. 2025 17361 28-05-2025 22-05-2025 2025-0000305917 2025 17361 28-05-2025 22-05-2025 2025-0000305917 02-06-2025
Artikel 4 — Artikel 4 Aanvraagperiode en wijze van indienen#
Artikel 4 Aanvraagperiode en wijze van indienen 1 Een aanvraag voor een subsidie kan worden ingediend van 1 juni 2026 tot en met 16 oktober 2026 of tot en met de dag waarop het subsidieplafond wordt bereikt. 2 Een aanvraag voor een subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het aanvraagformulier dat door de minister ter beschikking is gesteld op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. 3 Aanvragen kunnen worden ingediend vanaf 09:00 uur op de in het eerste lid genoemde begindatum en zijn tijdig ingediend indien zij op de in het eerste lid genoemde einddatum vóór 17:00 uur zijn ontvangen. 2026 16962 15-05-2026 11-05-2026 2026-0000220489 2026 16962 15-05-2026 11-05-2026 2026-0000220489 01-06-2026
Artikel 5 — Artikel 5 Subsidieplafond en wijze van verdeling#
Artikel 5 Subsidieplafond en wijze van verdeling 1 artikel 3, aanhef en onderdeel a Het subsidieplafond bedraagt € 121.500.000 voor aanvragen voor subsidie als bedoeld in. 2 artikel 3, aanhef en onderdeel b Het subsidieplafond bedraagt € 283.500.000 voor aanvragen voor subsidie als bedoeld in. 3 Voor zover de aanvraag het voor die subsidie geldende subsidieplafond overschrijdt, of als dat subsidieplafond al volledig aangewend is, kunnen vanaf 17 september 2026: a. artikel 3, aanhef en onderdeel a aanvragen voor subsidie als bedoeld in, gebruik maken van het subsidieplafond als bedoeld in het tweede lid, en b. artikel 3, aanhef en onderdeel b aanvragen voor subsidie als bedoeld in, gebruik maken van het subsidieplafond als bedoeld in het eerste lid. 4 De minister verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van binnenkomst van de aanvragen. 2026 16962 15-05-2026 11-05-2026 2026-0000220489 2026 16962 15-05-2026 11-05-2026 2026-0000220489 01-06-2026
Artikel 6 — Artikel 6 Staatssteun#
Artikel 6 Staatssteun 1 artikel 8, eerste lid Een subsidie als bedoeld in, kan staatssteun bevatten en gerechtvaardigd worden door de reguliere de-minimisverordening. 2 artikel 8, eerste lid, onderdeel a Een subsidie als bedoeld in, kan staatssteun bevatten en gerechtvaardigd worden door artikelen 38 bis, 41 en 46 van de algemene groepsvrijstellingsverordening. 3 artikel 15, eerste lid, onderdeel a Een subsidie als bedoeld in, kan staatssteun bevatten en gerechtvaardigd worden door artikel 38 bis van de algemene groepsvrijstellingsverordening. 4 artikel 15, eerste lid, onderdeel b Een subsidie als bedoeld in, kan staatssteun bevatten en gerechtvaardigd worden door de reguliere de-minimisverordening. 5 artikel 15, eerste lid, onderdeel c Een subsidie als bedoeld in, kan staatssteun bevatten en gerechtvaardigd worden door de reguliere de-minimisverordening. 2025 17361 28-05-2025 22-05-2025 2025-0000305917 2025 17361 28-05-2025 22-05-2025 2025-0000305917 02-06-2025
Artikel 7 — Artikel 7 Openbaarmaking van gegevens over steunverlening#
Artikel 7 Openbaarmaking van gegevens over steunverlening 1 De minister publiceert binnen zes maanden nadat de subsidie is verleend de gegevens, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, als de subsidie aan een project meer bedraagt dan € 100.000. 2 De gegevens, bedoeld in het eerste lid, blijven voor ten minste tien jaar openbaar beschikbaar. 2025 17361 28-05-2025 22-05-2025 2025-0000305917 2025 17361 28-05-2025 22-05-2025 2025-0000305917 02-06-2025
Artikel 8 — Artikel 8 Subsidiabele kosten#
Artikel 8 Subsidiabele kosten 1 artikel 3, onderdeel a Een subsidie als bedoeld in, kan worden verleend voor: a. bijlage 3 de projectkosten van een verduurzamingsmaatregel of een combinatie van maximaal drie verduurzamingsmaatregelen als bedoeld inwelke voortkomen uit een advies als bedoeld in onderdeel b, voor investeringen in bestaand maatschappelijk vastgoed; b. bijlage 3, onderdeel A.1, A.3 of A.5 de advieskosten, bedoeld in, ook als deze zijn gemaakt vóór de indiening van de aanvraag, hoewel kosten van het opstellen van een portefeuilleroutekaart of kosten van het opstellen van een energieadvies in het kader van het ontzorgingsprogramma maatschappelijk vastgoed zijn uitgezonderd van subsidiëring; of c. bijlage 3, onderdeel K.1 de kosten voor het opstellen en registeren van een energielabel, als bedoeld in, na de uitvoering van de verduurzamingsmaatregelen, bedoeld in onderdeel a. 2 De advieskosten, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en c, komen alleen voor subsidie in aanmerking, als een aanvraag voor verstrekking van subsidie voor verduurzamingsmaatregelen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, is ingediend. 3 Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder maatschappelijk vastgoed ook begrepen bouwwerken op hetzelfde perceel die het doel van het maatschappelijk vastgoed ondersteunen. 2025 17361 28-05-2025 22-05-2025 2025-0000305917 2025 17361 28-05-2025 22-05-2025 2025-0000305917 02-06-2025
Artikel 9 — Artikel 9 Hoogte van de subsidie#
Artikel 9 Hoogte van de subsidie 1 artikel 3, onderdeel a artikel 8, eerste lid De subsidie, bedoeld in, bedraagt 20% van de kosten, bedoeld in, met een minimumbedrag van € 2.500 per aanvraag en een maximumbedrag van € 1.500.000 per gebouwde onroerende zaak. 2 artikelen 4, eerste lid 6, vierde lid, van het Kaderbesluit In afwijking van de, enkan subsidie worden verstrekt voor activiteiten die op grond van een andere regeling zijn gesubsidieerd of gefinancierd, behalve in het geval van bovenlokale ondernemingen. 3 In afwijking van het eerste lid bedraagt de subsidie een maximumbedrag van € 300.000 per onderneming als de steun wordt gerechtvaardigd door de reguliere de-minimisverordening, en kan dit maximumbedrag naar beneden worden bijgesteld als de ontvanger eerder steun op grond van die verordening heeft ontvangen. 4 Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder gebouwde onroerende zaak ook begrepen bouwwerken op hetzelfde perceel die het doel van het maatschappelijk vastgoed ondersteunen. 2026 16962 15-05-2026 11-05-2026 2026-0000220489 2026 16962 15-05-2026 11-05-2026 2026-0000220489 01-06-2026
Artikel 10 — Artikel 10 Aanvraagvereisten#
Artikel 10 Aanvraagvereisten 1 artikel 11, derde lid, van het Kaderbesluit artikel 3, onderdeel a In aanvulling op, bevat een aanvraag voor subsidie als bedoeld in, ten minste: a. het adres of de kadastrale aanduiding van het maatschappelijk vastgoed waarop de aanvraag betrekking heeft; b. een verklaring dat de aanvraag betrekking heeft op investeringen in verduurzamingsmaatregelen in maatschappelijk vastgoed; c. bijlage 3, onderdeel A.1 of A.3 een advies als bedoeld in, dat niet ouder is dan 48 maanden op het moment van de aanvraag; d. de hoogtes van de andere subsidies, als andere subsidies voor dezelfde activiteiten zijn verstrekt; e. een verklaring waaruit blijkt dat of de onderneming een bovenlokale onderneming is, als de aanvraag betrekking heeft op een entiteit, ongeacht haar rechtsvorm, die een economische activiteit uitoefent; f. een formulier dat aantoont dat de sportaccommodatie voor minimaal 50% van het oppervlakte en minimaal 50% van de tijd bestemd is en gebruikt wordt voor amateursport, als een stichting of vereniging een sportaccommodatie ter beschikking stelt maar de locatie van de accommodatie in het omgevingsplan niet de enkelbestemming ‘sport’ heeft; en g. het bondsnummer van het NOC*NSF of een registratienummer van het Platform Ondernemende Sportaanbieders van de stichting of vereniging die amateursport aanbiedt of van de amateursportorganisaties die gebruikmaken van de sportaccommodatie, als een stichting of vereniging amateursport aanbiedt of een sportaccommodatie ter beschikking stelt. 2 artikel 11, derde lid, van het Kaderbesluit artikel 3, onderdeel a In afwijking van, kan een aanvraag voor subsidie als bedoeld in, in plaats van een gespecificeerde begroting de offertes van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd bevatten. 3 artikel 3, onderdeel a In aanvulling op het eerste lid bevat een aanvraag voor subsidie als bedoeld in, als deze gerechtvaardigd wordt door de algemene groepsvrijstellingverordening of de reguliere de-minimisverordening: a. een verklaring dat niet eerder subsidie voor dezelfde activiteiten is verstrekt; b. een verklaring waaruit blijkt dat de onderneming niet meer subsidie ontvangt dan is toegestaan op basis van de reguliere de-minimisverordening, als de subsidieaanvraag of een deel ervan op grond van de reguliere de-minimisverordening wordt gerechtvaardigd; en c. een verklaring dat het pakket met maatregelen zal voldoen aan de vereisten van de algemene groepsvrijstellingsverordening. 4 artikel 3, onderdeel a bijlage 3, onderdeel A.5 In afwijking van het eerste lid bevat een aanvraag voor subsidie als bedoeld in, als de subsidie wordt gerechtvaardigd door de algemene groepsvrijstellingsverordening, een advies als bedoeld in, dat niet ouder is dan 48 maanden op het moment van de aanvraag. 2025 17361 28-05-2025 22-05-2025 2025-0000305917 2025 17361 28-05-2025 22-05-2025 2025-0000305917 02-06-2025
Artikel 11 — Artikel 11 Afwijzingsgronden#
Artikel 11 Afwijzingsgronden 1 artikelen 12 13 van het Kaderbesluit artikel 3, onderdeel a Onverminderd het bepaalde in deen, wijst de minister een aanvraag voor een subsidie als bedoeld in, af voor zover: a. de activiteiten zullen worden verricht in maatschappelijk vastgoed dat niet is gelegen in Nederland; b. het maatschappelijk vastgoed na het uitvoeren van de maatregelen een andere bestemming dan maatschappelijk vastgoed krijgt; c. artikel 3, onderdeel b reeds een subsidie als bedoeld in, van deze regeling of van de Subsidieregeling duurzaam maatschappelijk vastgoed is verstrekt, of aangevraagd en nog niet afgewezen; d. reeds subsidie is verstrekt voor dezelfde activiteiten door een bestuursorgaan van de Staat, tenzij de subsidie een lening betreft; e. artikel 3, onderdeel a reeds subsidie is verstrekt voor dezelfde activiteiten en subsidiëring op grond van, zou leiden tot een totale subsidie, exclusief leningen, van meer dan 100% van de kosten van deze activiteiten, of een totale subsidie, inclusief leningen, van meer dan 100% van de kosten van deze activiteiten; f. de subsidie betrekking heeft op een bovenlokale onderneming of als de subsidiabele kosten worden gemaakt en betaald door een bovenlokale onderneming, tenzij de subsidie gerechtvaardigd wordt door de de-minimisverordening of de algemene groepsvrijstellingsverordening; g. sprake is van een onderneming die inkomsten- of vennootschapsbelastingplichtig is in Nederland en in aanmerking komt voor aftrekposten en fiscale regelingen; h. artikel 8, eerste lid, onderdelen a en c de subsidie wordt aangevraagd voor de projectkosten en energielabelkosten bedoeld in, als de bijbehorende activiteiten zijn uitgevoerd voorafgaand aan de indiening van de aanvraag voor subsidie; i. de subsidie wordt aangevraagd voor investeringen die worden gedaan om ervoor te zorgen dat voldaan wordt aan reeds vastgestelde Europese regelgeving; j. artikel 3.84 van het Besluit bouwwerken leefomgeving de subsidie wordt aangevraagd voor erkende maatregelen of het installeren van een energiebeheerssysteem voor maatschappelijk vastgoed ter voldoening aan de energiebesparingsplicht, bedoeld in; k. bijlage I bij artikel 1.1 van het Besluit bouwwerken de subsidie wordt aangevraagd voor maatschappelijk vastgoed of gedeelten daarvan met een woonfunctie als bedoeld inleefomgeving, tenzij het maatschappelijk vastgoed in eigendom is van een zorgaanbieder; l. 2 artikel 8, eerste lid, onder c de subsidie wordt aangevraagd voor een gebouw of gedeelte daarvan, waarvan een gebruiksoppervlakte van meer dan 250 min gebruik is bij een overheidsinstelling en dat veelvuldig door het publiek wordt bezocht, en dat niet beschikt over een geldig energielabel, of als voor dat gebouw subsidie wordt aangevraagd voor de energielabelkosten, bedoeld in; m. artikelen 3.87 3.87a van het Besluit bouwwerken leefomgeving de subsidie wordt aangevraagd voor een kantoorgebouw dat niet beschikt over ten minste energielabel C, tenzij de energielabel C-verplichting niet van toepassing is ingevolgeenof het kantoorgebouw ingevolge deze artikelen van de verplichting is uitgezonderd; n. de subsidie staatssteun bevat, tenzij deze wordt gerechtvaardigd door de reguliere de-minimisverordening of de algemene groepsvrijstellingsverordening; of o. artikel 3, onderdeel a op grond van, van deze regeling of van de Subsidieregeling duurzaam maatschappelijk vastgoed: 1°. voor hetzelfde maatschappelijk vastgoed tijdens dezelfde aanvraagperiode een subsidie is verstrekt; of 2°. voor hetzelfde maatschappelijk vastgoed reeds een subsidie is aangevraagd maar nog niet vastgesteld of afgewezen; p. artikel 3, onderdeel a Subsidieregeling duurzaam maatschappelijk vastgoed op grond van, van deze regeling of van devoor hetzelfde maatschappelijk vastgoed reeds een subsidie is verstrekt voor dezelfde activiteiten voor hetzelfde onderdeel van het gebouw of voor hetzelfde bouwwerk. 2 artikel 3, onderdeel a In aanvulling op het eerste lid wijst de minister een aanvraag voor een subsidie als bedoeld in, die gerechtvaardigd wordt door de de-minimisverordening af voor zover: a. op een andere manier reeds subsidie is verstrekt voor dezelfde activiteiten; b. de onderneming het vastgoed gebruikt voor de primaire productie van landbouw-, visserij- of aquacultuurproducten; of c. artikel 3, tweede lid de subsidie het steunplafond overschrijdt uit, van de reguliere de-minimisverordening, van 300.000 euro over een periode van drie jaar. 3 artikel 3, onderdeel a In aanvulling op het eerste lid wijst de minister een aanvraag voor een subsidie als bedoeld in, die gerechtvaardigd wordt door de algemene groepsvrijstellingsverordening af voor zover: a. reeds subsidie is verstrekt voor dezelfde activiteiten; b. de onderneming het vastgoed gebruikt voor de primaire productie van landbouw-, visserij- of aquacultuurproducten; c. de onderneming een onderneming in moeilijkheden betreft als bedoeld in artikel 2, achttiende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening of een onderneming ten aanzien waarvan een bevel tot terugvordering van steun uitstaat als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder a, van de algemene groepsvrijstellingsverordening; d. maatregelen voor de verbetering van energie-efficiëntie in het gebouw worden gesubsidieerd en de maatregelen: 1. één type onderdeel van een gebouw betreffen en niet gezamenlijk leiden tot een verbetering van de energieprestatie van het gebouw, gemeten in primaire energie van ten minste 10%; of 2. niet gezamenlijk leiden tot een verbetering van de energieprestatie van het gebouw, gemeten in primaire energie van ten minste 20%. 2026 16962 15-05-2026 11-05-2026 2026-0000220489 2026 16962 15-05-2026 11-05-2026 2026-0000220489 01-06-2026
Artikel 12 — Artikel 12 Subsidieverplichtingen#
Artikel 12 Subsidieverplichtingen 1 artikel 21 van het Kaderbesluit Onverminderd, is de subsidieontvanger verplicht: a. de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt binnen 24 maanden na de subsidieverlening te realiseren; en b. voor subsidies van meer dan € 25.000: de minister te informeren wanneer de activiteiten zijn verricht waarvoor de subsidie is verstrekt, op de in de verleningsbeschikking aangegeven wijze. 2 Indien de uitvoering van de activiteiten binnen de termijn, bedoeld in het eerste lid, buiten de schuld van de subsidieontvanger niet mogelijk is, kan de minister die termijn op schriftelijk en gemotiveerd verzoek van de subsidieontvanger eenmaal met ten hoogste twaalf maanden verlengen. 3 artikel 1.1 van de Energiewet De subsidieontvanger dient iedere aansluiting op gas of elektriciteit, bedoeld inwaar de subsidie betrekking op heeft te koppelen aan een slimme meter, indien dat nog niet is gedaan. 4 artikel 1.1 van de Energiewet Indien de aanvraag betrekking heeft op maatschappelijk vastgoed dat vanaf 2012 is opgeleverd en dat beschikt over een gasaansluiting als bedoeld in, dienen de activiteiten ten minste te leiden tot de vervanging van de aansluiting op gas of de bouwkundige of installatietechnische voorbereidingen voor de vervanging van de aansluiting op gas, waardoor die aansluiting met beperkte ingrepen en met een beperkt budget kan worden verwijderd, op het moment dat de capaciteit op het elektriciteitsnet de verwijdering van de aansluiting op gas mogelijk maakt. 5 Artikel 19 van het Kaderbesluit artikel 3, onderdeel a is niet van toepassing op een subsidie als bedoeld in. 2026 16962 15-05-2026 11-05-2026 2026-0000220489 2026 16962 15-05-2026 11-05-2026 2026-0000220489 01-06-2026
Artikel 13 — Artikel 13 Bevoorschotting en betaling#
Artikel 13 Bevoorschotting en betaling 1 De minister keert bij subsidiebedragen vanaf € 25.000 een voorschot uit van 70% van het verleende bedrag. 2 Het voorschot wordt in één keer betaald. 2025 17361 28-05-2025 22-05-2025 2025-0000305917 2025 17361 28-05-2025 22-05-2025 2025-0000305917 02-06-2025
Artikel 14 — Artikel 14 Vaststelling#
Artikel 14 Vaststelling 1 artikel 3, onderdeel a artikel 16, tweede lid, onderdeel a van het Kaderbesluit De minister stelt een subsidie als bedoeld in, die minder dan € 25.000 bedraagt direct vast conform. 2 artikel 3, onderdeel a De minister stelt een subsidie vanaf € 25.000 als bedoeld in, vast nadat de aanvrager een verklaring inzake werkelijke kosten en opbrengsten aan de minister heeft verstrekt. 3 Uit de verklaring inzake werkelijke kosten en opbrengsten, bedoeld in het tweede lid, blijkt: a. dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan; b. wat het totale bedrag van de gerealiseerde subsidiabele kosten is; c. dat een energielabel is afgegeven na het uitvoeren van de maatregelen indien dat een onderdeel is van de gesubsidieerde activiteiten is; en d. artikel 12, vierde lid artikel 1.1 van de Energiewet indien het een subsidie als bedoeld inbetreft, dat de aansluiting op gas binnen de gestelde termijn is vervangen of een, door een systeembeheerder als bedoeld in, opgesteld overzicht dat inzicht geeft in de aansluitmogelijkheden op elektriciteit. 4 Een aanvraag tot subsidievaststelling hoeft niet vergezeld te gaan van een controleverklaring. 2026 16962 15-05-2026 11-05-2026 2026-0000220489 2026 16962 15-05-2026 11-05-2026 2026-0000220489 01-06-2026
Artikel 15 — Artikel 15 Subsidiabele kosten#
Artikel 15 Subsidiabele kosten 1 artikel 3, onderdeel b Een subsidie als bedoeld in, kan worden verleend voor: a. bijlage 3, onderdeel P de projectkosten die betrekking hebben op een van de integrale verduurzamingspakketten als bedoeld in, welke voortkomen uit een advies als bedoeld in onderdeel b, die leiden tot het verbeteren van de energieprestatie van bestaand maatschappelijk vastgoed; b. bijlage 3, onderdeel A.2 of A.3 de advieskosten, bedoeld in, ook als deze zijn gemaakt vóór de indiening van de aanvraag, hoewel kosten van het opstellen van een portefeuilleroutekaart van subsidiëring zijn uitgezonderd; of c. bijlage 3, onderdeel K.1 de kosten voor het opstellen en registeren van een energielabel, als bedoeld in, na de uitvoering van de werkzaamheden van het integraal verduurzamingspakket, bedoeld in onderdeel a. 2 De advieskosten, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en c, komen alleen voor subsidie in aanmerking als een aanvraag voor verlening van subsidie voor projectkosten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, is ingediend. 3 Voor de projectkosten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, geldt dat de kosten voor maatregelen die leiden tot het gebruik van fossiele brandstoffen niet voor subsidiëring in aanmerking komen, maar wel kunnen meetellen voor de gerealiseerde labelsprong of energiebesparing als die maatregelen in het advies zijn omschreven. 2026 16962 15-05-2026 11-05-2026 2026-0000220489 2026 16962 15-05-2026 11-05-2026 2026-0000220489 01-06-2026
Artikel 16 — Artikel 16 Hoogte van de subsidie#
Artikel 16 Hoogte van de subsidie 1 artikel 3, onderdeel b bijlage 3, onderdeel P.1 of P.3 De subsidie, bedoeld in, bedraagt 30% van de projectkosten van de subsidiabele activiteiten en ten minste € 25.000 per aanvraag en ten hoogste € 1.500.000 per gebouwde onroerende zaak indien een verduurzamingspakket als bedoeld in, wordt uitgevoerd. 2 artikel 3, onderdeel b bijlage 3, onderdeel P.2 of P.4 De subsidie, bedoeld in, bedraagt 40% van de projectkosten van de subsidiabele activiteiten en ten minste € 25.000 per aanvraag en ten hoogste € 1.500.000 per gebouwde onroerende zaak indien een verduurzamingspakket als bedoeld in, wordt uitgevoerd. 3 Het percentage bedoeld in het tweede lid wordt verlaagd met tien procentpunten, indien de aanvraag een bovenlokale onderneming betreft maar geen kleine of middelgrote onderneming als bedoeld in bijlage I van de algemene groepsvrijstellingsverordening, of als de subsidiabele kosten worden gemaakt en betaald door een bovenlokale onderneming, die geen kleine of middelgrote onderneming is. 4 Indien de aanvraag een bovenlokale onderneming betreft of als de subsidiabele kosten worden gemaakt en betaald door een bovenlokale onderneming, wordt het subsidiepercentage met 5 procentpunten verlaagd, indien de steun ziet op slechts één type onderdeel van een gebouw. 5 artikel 15, eerste lid, onderdelen b en c In aanvulling op het eerste en tweede lid kan hetzelfde percentage worden gesubsidieerd van de kosten, bedoeld in, als dat van de projectkosten. 6 artikelen 4, eerste lid 6, vierde lid, van het Kaderbesluit In afwijking van de, enkan subsidie worden verstrekt voor activiteiten die op grond van een andere regeling zijn gesubsidieerd of gefinancierd, behalve in het geval van bovenlokale ondernemingen. 7 2 bijlage 3, onderdeel P.1 of P.2 De maximale projectkosten die voor de subsidie in aanmerking komen bedragen per labelsprong € 220 exclusief btw per mgebruiksoppervlakte indien een verduurzamingspakket als bedoeld in, wordt uitgevoerd. 2025 17361 28-05-2025 22-05-2025 2025-0000305917 2025 17361 28-05-2025 22-05-2025 2025-0000305917 02-06-2025
Artikel 17 — Artikel 17 Aanvraagvereisten#
Artikel 17 Aanvraagvereisten 1 artikel 11, derde lid, van het Kaderbesluit artikel 3, onderdeel b In aanvulling op de gegevens en bescheiden, bedoeld in, bevat een aanvraag voor subsidie als bedoeld in, ten minste: a. het adres of de kadastrale aanduiding van het maatschappelijk vastgoed waarop de aanvraag betrekking heeft; b. de geregistreerde handelsnaam van de aanvrager bij de Kamer van Koophandel, indien van toepassing; c. een verklaring dat de aanvraag betrekking heeft op investeringen in maatschappelijk vastgoed; d. bijlage 3 een advies als bedoeld in, onderdeel A.2 of in het geval van monumenten A.3, dat niet ouder is dan 48 maanden op het moment van de aanvraag; e. een beschrijving van het maatregelenpakket waar de aanvraag betrekking op heeft met een onderbouwing van de potentiële energiebesparing of potentiële reductie van koolstofdioxide-uitstoot; f. een verklaring waaruit blijkt of de onderneming wel of geen bovenlokale onderneming is, als de aanvraag betrekking heeft op een entiteit, ongeacht haar rechtsvorm, die een economische activiteit uitoefent; g. de hoogtes van de andere subsidies, als andere subsidies voor dezelfde activiteiten zijn verstrekt; h. een verklaring dat de subsidie niet wordt gebruikt om producten die onder de energie-etiketteringverordening vallen, en niet voldoen aan de eis van artikel 7, tweede lid, van die verordening, aan te schaffen of daarop een gebruiksrecht te verkrijgen; i. een formulier dat aantoont dat de sportaccommodatie voor minimaal 50% van het oppervlakte en minimaal 50% van de tijd bestemd is en gebruikt wordt voor amateursport, als een stichting of vereniging een sportaccommodatie ter beschikking stelt maar de locatie van de accommodatie in het omgevingsplan niet de enkelbestemming ‘sport’ heeft; en j. het bondsnummer van het NOC*NSF of een registratienummer van het Platform Ondernemende Sportaanbieders van de stichting of vereniging die amateursport aanbiedt of van de amateursportorganisaties die gebruikmaken van de sportaccommodatie, als een stichting of vereniging amateursport aanbiedt of een sportaccommodatie ter beschikking stelt. 2 artikel 3, onderdeel b In aanvulling op het eerste lid bevat een aanvraag voor subsidie als bedoeld in, als deze wordt aangevraagd voor een bovenlokale onderneming, of als de subsidiabele kosten worden gemaakt en betaald door een bovenlokale onderneming: a. een verklaring dat niet eerder subsidie voor dezelfde activiteiten is verstrekt; b. een verklaring dat het pakket met maatregelen zal voldoen aan de vereisten van de algemene groepsvrijstellingsverordening; c. artikel 15, eerste lid, onderdeel b of c een verklaring waaruit blijkt dat de onderneming niet meer subsidie ontvangt dan is toegestaan op basis van de reguliere de-minimisverordening, als een subsidie als bedoeld in, wordt aangevraagd; en d. artikel 16, tweede lid de groottecategorie van de onderneming, te weten klein of middelgroot in de zin van bijlage I van de algemene groepsvrijstellingsverordening, ofwel een grote onderneming als deze buiten de categorieën klein of middelgroot valt, als een subsidie als bedoeld in, wordt aangevraagd. 2025 17361 28-05-2025 22-05-2025 2025-0000305917 2025 17361 28-05-2025 22-05-2025 2025-0000305917 02-06-2025
Artikel 18 — Artikel 18 Afwijzingsgronden#
Artikel 18 Afwijzingsgronden 1 artikelen 12 13 van het Kaderbesluit artikel 3, onderdeel b Onverminderd het bepaalde in deen, wijst de minister een aanvraag voor een subsidie als bedoeld in, af voor zover: a. de activiteiten zullen worden verricht in maatschappelijk vastgoed dat niet is gelegen in Nederland; b. het maatschappelijk vastgoed na het uitvoeren van de maatregelen een andere bestemming dan maatschappelijk vastgoed krijgt; c. sprake is van een onderneming die inkomsten- of vennootschapsbelastingplichtig is in Nederland en in aanmerking komt voor aftrekposten en fiscale regelingen; d. artikel 15, eerste lid, onderdelen a en c de subsidie wordt aangevraagd voor de projectkosten en energielabelkosten bedoeld in, als de bijbehorende activiteiten zijn uitgevoerd voorafgaand aan de indiening van de aanvraag voor subsidie; e. de subsidie wordt aangevraagd voor investeringen die worden gedaan om ervoor te zorgen dat voldaan wordt aan reeds in werking getreden Europese regelgeving of, in het geval van bovenlokale ondernemingen, reeds vastgestelde Unienormen; f. artikel 3.84 van het Besluit bouwwerken leefomgeving de subsidie wordt aangevraagd voor erkende maatregelen of het installeren van een energiebeheerssysteem voor maatschappelijk vastgoed ter voldoening aan de energiebesparingsplicht, bedoeld in; g. bijlage I bij artikel 1.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving de subsidie wordt aangevraagd voor maatschappelijk vastgoed of gedeelten daarvan met een woonfunctie als bedoeld in, tenzij het maatschappelijk vastgoed in eigendom is van een zorgaanbieder; h. 2 artikel 15, eerste lid, onder c de subsidie wordt aangevraagd voor een gebouw of gedeelte daarvan, waarvan een gebruiksoppervlakte van meer dan 250 min gebruik is bij een overheidsinstelling en dat veelvuldig door het publiek wordt bezocht, en dat niet beschikt over een geldig energielabel, of als voor dat gebouw subsidie wordt aangevraagd voor de energielabelkosten, bedoeld in; i. artikelen 3.87 3.87a van het Besluit bouwwerken leefomgeving de subsidie wordt aangevraagd voor een kantoorgebouw dat niet beschikt over ten minste energielabel C, tenzij de energielabel C-verplichting niet van toepassing is ingevolgeenof het kantoorgebouw ingevolge deze artikelen van de verplichting is uitgezonderd; j. de subsidie staatssteun bevat en niet kan worden gerechtvaardigd op grond van artikel 38 bis van de algemene groepsvrijstellingsverordening of door de reguliere de-minimisverordening met inachtneming van de cumulatiebepalingen van artikel 8, vijfde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening; k. artikel 3, onderdeel b reeds subsidie is verstrekt op grond van, van deze regeling of van de Subsidieregeling duurzaam maatschappelijk vastgoed voor hetzelfde maatschappelijk vastgoed; l. reeds subsidie op grond van deze regeling of de Subsidieregeling duurzaam maatschappelijk vastgoed is aangevraagd voor hetzelfde maatschappelijk vastgoed en deze nog niet is afgewezen, ingetrokken of vastgesteld; m. reeds subsidie is verstrekt voor dezelfde activiteiten door een bestuursorgaan van de Staat, tenzij de subsidie een lening betreft; n. artikel 3, onderdeel b reeds subsidie is verstrekt voor dezelfde activiteiten en subsidiëring op grond van, zou leiden tot een totale subsidie, exclusief leningen, van meer dan 100% van de kosten van deze activiteiten, of een totale subsidie, inclusief leningen, van meer dan 100% van de kosten van deze activiteiten; o. de subsidie betrekking heeft op het aanbrengen van ureumformaldehydeschuim, een tweecomponentenschuim op basis van ureumformaldehyde. 2 artikel 3, onderdeel b In aanvulling op het eerste lid wijst de minister een aanvraag voor een subsidie als bedoeld in, als de subsidie betrekking heeft op een bovenlokale onderneming is of als de subsidiabele kosten worden gemaakt en betaald door een bovenlokale onderneming, af voor zover: a. reeds subsidie is verstrekt voor dezelfde activiteiten; b. de gekozen maatregelen niet gezamenlijk leiden tot een verbetering van de energieprestatie van het gebouw, gemeten in primaire energie van ten minste 20%; c. de onderneming een onderneming in moeilijkheden betreft als bedoeld in artikel 2, achttiende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening of een onderneming ten aanzien waarvan een bevel tot terugvordering van steun uitstaat als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder a, van de algemene groepsvrijstellingsverordening; of d. de onderneming het vastgoed gebruikt voor de primaire productie van landbouw-, visserij- of aquacultuurproducten. 2026 16962 15-05-2026 11-05-2026 2026-0000220489 2026 16962 15-05-2026 11-05-2026 2026-0000220489 01-06-2026
Artikel 19 — Artikel 19 Subsidieverplichtingen#
Artikel 19 Subsidieverplichtingen 1 artikel 21 van het Kaderbesluit Onverminderd, is de subsidieontvanger verplicht: a. de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt uit te voeren binnen 36 maanden na de subsidieverlening; en b. de minister te informeren wanneer de activiteiten zijn verricht waarvoor de subsidie is verstrekt, op de in de verleningsbeschikking aangegeven wijze. 2 Indien de uitvoering van de activiteiten binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, onder a, buiten de schuld van de subsidieontvanger niet mogelijk is, kan de minister die termijn op schriftelijk en gemotiveerd verzoek van de subsidieontvanger eenmaal met ten hoogste twaalf maanden verlengen. 3 bijlage 3, onderdeel P.1 of P.2 De subsidieontvanger die een integraal verduurzamingspakket als bedoeld in, uitvoert dient de energielabels te laten opstellen en te laten registreren zoals aangegeven in de beschrijving van het pakket. 4 artikel 1.1 van de Energiewet De subsidieontvanger dient iedere aansluiting als bedoeld in, op gas of elektriciteit waar de subsidie betrekking op heeft te koppelen aan een slimme meter, indien dat nog niet is gedaan. 5 Als de subsidie betrekking heeft op een bovenlokale onderneming is of als de subsidiabele kosten worden gemaakt en betaald door een bovenlokale onderneming dienen de gekozen maatregelen gezamenlijk te leiden tot een verbetering van de energieprestatie van het gebouw, gemeten in primaire energie van ten minste 20%. 6 artikel 1.1 van de Energiewet Indien de aanvraag betrekking heeft op maatschappelijk vastgoed dat vanaf 2012 is opgeleverd en dat beschikt over een aansluiting op gas als bedoeld in, dienen de activiteiten ten minste te leiden tot de vervanging van de aansluiting op gas of de bouwkundige of installatietechnische voorbereidingen voor de vervanging van de aansluiting op gas, waardoor die aansluiting met beperkte ingrepen en met een beperkt budget kan worden verwijderd, op het moment dat de capaciteit op het elektriciteitsnet de verwijdering van de aansluiting op gas mogelijk maakt. 7 Artikel 19 van het Kaderbesluit artikel 3, onderdeel b is niet van toepassing op een subsidie als bedoeld in. 2026 16962 15-05-2026 11-05-2026 2026-0000220489 2026 16962 15-05-2026 11-05-2026 2026-0000220489 01-06-2026
Artikel 20 — Artikel 20 Bevoorschotting en betaling#
Artikel 20 Bevoorschotting en betaling 1 De minister keert een voorschot uit van 70% van het verleende bedrag. 2 Het voorschot wordt in één keer betaald. 2025 17361 28-05-2025 22-05-2025 2025-0000305917 2025 17361 28-05-2025 22-05-2025 2025-0000305917 02-06-2025
Artikel 21 — Artikel 21 Vaststelling#
Artikel 21 Vaststelling 1 artikel 3, onderdeel b De minister stelt een subsidie als bedoeld in, vast nadat de aanvrager een verklaring inzake werkelijke kosten en opbrengsten aan de minister heeft verstrekt. 2 De subsidie, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld op een bedrag tot ten hoogste het in de verleningsbeschikking genoemde bedrag. 3 Uit de verklaring inzake werkelijke kosten en opbrengsten, bedoeld in het eerste lid, blijkt: a. dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan; b. wat het totale bedrag van de gerealiseerde subsidiabele kosten is; c. dat een energielabel is afgegeven na het uitvoeren van de maatregelen indien dat een onderdeel is van de gesubsidieerde activiteiten; en d. artikel 19, zesde lid artikel 1.1. van de Energiewet indien het betreft een subsidie als bedoeld in, dat de aansluiting op gas binnen de gestelde termijn is vervangen of een door een systeembeheerder als bedoeld in, opgesteld overzicht dat inzicht geeft in de aansluitmogelijkheden op elektriciteit. 4 Een aanvraag tot subsidievaststelling hoeft niet vergezeld te gaan van een controleverklaring. 2026 16962 15-05-2026 11-05-2026 2026-0000220489 2026 16962 15-05-2026 11-05-2026 2026-0000220489 01-06-2026
Artikel 22 — Artikel 22 Overgangsrecht#
Artikel 22 Overgangsrecht Op aanvragen om subsidie die zijn ingediend voor het tijdstip van inwerkingtreding van een wijziging van deze regeling, op subsidies die voor dat tijdstip zijn verleend en op subsidies die voor dat tijdstip zijn vastgesteld, blijft deze regeling van toepassing zoals deze luidde voor dat tijdstip tenzij de wijziging met terugwerkende kracht in werking treedt. 2025 17361 28-05-2025 22-05-2025 2025-0000305917 2025 17361 28-05-2025 22-05-2025 2025-0000305917 02-06-2025
Artikel 23 — Artikel 23 Inwerkingtreding en vervaldatum#
Artikel 23 Inwerkingtreding en vervaldatum Deze regeling treedt in werking met ingang van 2 juni 2025 en vervalt met ingang van 30 september 2027, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die op grond van deze regeling vóór laatstgenoemde datum zijn aangevraagd of verstrekt. 2025 17361 28-05-2025 22-05-2025 2025-0000305917 2025 17361 28-05-2025 22-05-2025 2025-0000305917 02-06-2025
Artikel 24 — Artikel 24 Citeertitel#
Artikel 24 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling duurzaam maatschappelijk vastgoed 2025. 2025 17361 28-05-2025 22-05-2025 2025-0000305917 2025 17361 28-05-2025 22-05-2025 2025-0000305917 02-06-2025
Artikel 1#
artikel 1 van de Subsidieregeling duurzaam maatschappelijk vastgoed 2025
Artikel 1#
artikel 1 van de Subsidieregeling duurzaam maatschappelijk vastgoed 2025
Artikel 1#
artikel 1 van de Subsidieregeling duurzaam maatschappelijk vastgoed 2025
Artikel 1#
artikel 1 van de Subsidieregeling duurzaam maatschappelijk vastgoed 2025