Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, van 20 februari 2025, nr. OWB/49374826 houdende regels voor subsidieverstrekking voor het versterken van sociale veiligheid in het hoger onderwijs en de wetenschap (Subsidieregeling sociale veiligheid in hoger onderwijs en wetenschap)
- BWB-id
- BWBR0050805
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-01-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0050805
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2025/subsidieregeling-sociale-veiligheid-in-hoger-onderwijs-en-we
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2025/subsidieregeling-sociale-veiligheid-in-hoger-onderwijs-en-we/2026-01-31
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0050805&g=2026-01-31
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0050805&z=2026-06-06&g=2026-01-31
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0050805/2026-01-31
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2025/subsidieregeling-sociale-veiligheid-in-hoger-onderwijs-en-we
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: activiteitenplan: artikel 10 activiteitenplan als bedoeld in; beoordelingskader: bijlage beoordelingskader als bedoeld in de; hoger onderwijsinstelling: bijlage bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek hogeschool of universiteit als bedoeld in de; kaderregeling: Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS ; organisatie: hoger onderwijsinstelling, studentenorganisatie, promovendi-organisatie of werknemersorganisatie; minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; penvoerder van de regiegroep: artikel 4, eerste lid penvoerder als bedoeld in; penvoerder van een samenwerkingsverband: artikel 4, derde lid penvoerder als bedoeld in; programmaplan: artikel 8 van het Instellingsbesluit Regiegroep Sociale Veiligheid in Hoger Onderwijs en Wetenschap programmaplan als bedoeld in; promovendi-organisatie: rechtspersoon die de belangen van promovendi vertegenwoordigt en die voor ten minste drie jaar financiële middelen ontvangt van een hoger onderwijsinstelling, de minister of een gemeente; regiegroep: artikel 2 van het Instellingsbesluit Regiegroep Sociale Veiligheid in Hoger Onderwijs en Wetenschap Regiegroep Sociale Veiligheid in Hoger Onderwijs en Wetenschap als bedoeld in; studentenorganisatie: rechtspersoon waarbinnen studenten georganiseerd zijn en die voor ten minste drie jaar financiële middelen ontvangt van een hoger onderwijsinstelling, de minister of een gemeente; werknemersorganisatie: rechtspersoon die de belangen van werknemers vertegenwoordigt en die voor ten minste drie jaar financiële middelen ontvangt van een hoger onderwijsinstelling, de minister of een gemeente. 2026 2842 30-01-2026 27-01-2026 56156369 2026 2842 30-01-2026 27-01-2026 56156369 31-01-2026
Artikel 2 — Artikel 2 Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS Toepassing#
Artikel 2 Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS Toepassing kaderregeling Deze regeling geldt in aanvulling op de. 2025 7332 27-02-2025 20-02-2025 OWB/49374826 2025 7332 27-02-2025 20-02-2025 OWB/49374826 28-02-2025
Artikel 3 — Artikel 3 Te subsidiëren activiteiten#
Artikel 3 Te subsidiëren activiteiten 1 De minister kan aan de penvoerder van de regiegroep subsidie verstrekken voor activiteiten met als doel de stimulering van de ontwikkeling van kennis, kunde of vaardigheden over sociale veiligheid binnen hoger onderwijsinstellingen of studentenorganisaties of de uitwisseling hiervan ten behoeve van het faciliteren van de verbetering van de sociale veiligheid binnen hoger onderwijsinstellingen of studentenorganisaties. 2 De minister kan aan een organisatie of aan de penvoerder van een samenwerkingsverband subsidie verstrekken voor activiteiten met als doel de versterking van de sociale veiligheid binnen een hoger onderwijsinstelling of studentenorganisatie. 2025 7332 27-02-2025 20-02-2025 OWB/49374826 2025 7332 27-02-2025 20-02-2025 OWB/49374826 28-02-2025
Artikel 4 — Artikel 4 Penvoerder#
Artikel 4 Penvoerder 1 artikel 3, eerste lid De penvoerder van de regiegroep is de organisatie met rechtspersoonlijkheid die de subsidieaanvragen indient voor activiteiten van de regiegroep als bedoeld in. 2 Op de penvoerder van de regiegroep rusten alle aan de subsidie verbonden verplichtingen, ongeacht welke organisatie feitelijk is belast met de uitvoering van de daarop betrekking hebbende werkzaamheden. 3 artikel 3, tweede lid Een subsidieaanvraag voor activiteiten als bedoeld in, die worden uitgevoerd door een samenwerkingsverband van organisaties, wordt ingediend door één deelnemende organisatie die optreedt als penvoerder van het samenwerkingsverband. 4 Op de penvoerder van een samenwerkingsverband rusten alle aan de subsidie verbonden verplichtingen, ongeacht welke organisatie feitelijk is belast met de uitvoering van de daarop betrekking hebbende werkzaamheden. 2025 7332 27-02-2025 20-02-2025 OWB/49374826 2025 7332 27-02-2025 20-02-2025 OWB/49374826 28-02-2025
Artikel 5 — Artikel 5 Subsidieplafond#
Artikel 5 Subsidieplafond 1 Voor de subsidieverstrekking op grond van deze regeling is voor: a. artikel 3, eerste lid de activiteiten, bedoeld in, in de kalenderjaren 2025 tot en met 2027 jaarlijks een bedrag van € 2.250.000 beschikbaar; b. artikel 3, tweede lid de activiteiten, bedoeld in, in de kalenderjaren 2025 tot en met 2027 jaarlijks een bedrag van € 2.250.000 beschikbaar. 2 artikel 8, tweede lid Indien na afloop van de aanvraagperiode van een kalenderjaar, bedoeld in, blijkt dat het bedrag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, niet volledig wordt verstrekt in dat jaar, wordt het resterende bedrag toegevoegd aan het bedrag, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, van dat jaar. 2026 2842 30-01-2026 27-01-2026 56156369 2026 2842 30-01-2026 27-01-2026 56156369 31-01-2026
Artikel 6 — Artikel 6 Beoordeling aanvragen#
Artikel 6 Beoordeling aanvragen artikel 3, eerste lid De minister beslist op de subsidieaanvraag voor activiteiten als bedoeld in, aan de hand van de beoordelingscriteria die zijn uitgewerkt in het beoordelingskader. 2026 2842 30-01-2026 27-01-2026 56156369 2026 2842 30-01-2026 27-01-2026 56156369 31-01-2026
Artikel 7 — Artikel 7 Beoordeling aanvragen en wijze van verdeling beschikbaar budget subsidieaanvraag organisatie of penvoerder van een samenwerkingsverband#
Artikel 7 Beoordeling aanvragen en wijze van verdeling beschikbaar budget subsidieaanvraag organisatie of penvoerder van een samenwerkingsverband 1 artikel 3, tweede lid De minister beslist op een subsidieaanvraag voor activiteiten als bedoeld in, aan de hand van de beoordelingscriteria die zijn uitgewerkt in het beoordelingskader. 2 artikel 5, eerste lid, onderdeel b Indien het beschikbare budget, bedoeld in, ontoereikend is voor toekenning van alle als voldoende beoordeelde aanvragen, verdeelt de minister dit budget als volgt over deze aanvragen: a. eerst wordt subsidie toegekend aan de aanvraag van een samenwerkingsverband van organisaties met de hoogste score; b. vervolgens wordt subsidie toegekend aan de aanvraag van een studentenorganisatie met de hoogste score; c. vervolgens wordt subsidie toegekend aan de aanvraag van een promovendi-organisatie met de hoogste score; d. vervolgens wordt subsidie toegekend aan de aanvraag van een werknemersorganisatie met de hoogste score; e. vervolgens wordt subsidie toegekend aan de aanvraag van een hoger onderwijsinstelling met de hoogste score; f. vervolgens wordt subsidie toegekend aan de aanvragen met de hoogste score, ongeacht het soort organisatie, totdat het resterende budget volledig is besteed. 3 In het geval dat meerdere subsidieaanvragen binnen een categorie als bedoeld in het tweede lid een gelijke score hebben, worden die subsidieaanvragen gerangschikt op volgorde van binnenkomst van de volledige aanvragen. 2026 2842 30-01-2026 27-01-2026 56156369 2026 2842 30-01-2026 27-01-2026 56156369 31-01-2026
Artikel 8 — Artikel 8 Aanvraagperioden#
Artikel 8 Aanvraagperioden 1 De penvoerder van de regiegroep kan subsidie aanvragen tot en met 2 maart 2025 23.59 uur. 2 De penvoerder van de regiegroep, een organisatie of een penvoerder van een samenwerkingsverband kan subsidie aanvragen in de volgende perioden: a. van 16 juni 2025 09.00 uur tot en met 3 augustus 2025 23.59 uur; b. van 16 maart 2026 09.00 uur tot en met 16 april 2026 13.00 uur; c. van 12 januari 2027 09.00 uur tot en met 12 februari 2027 13.00 uur. 3 Aanvragen die worden ingediend buiten de perioden, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden afgewezen. 2026 2842 30-01-2026 27-01-2026 56156369 2026 2842 30-01-2026 27-01-2026 56156369 31-01-2026
Artikel 9 — Artikel 9 Bij de subsidieaanvraag in te dienen documenten#
Artikel 9 Bij de subsidieaanvraag in te dienen documenten 1 artikel 3, eerste lid Een subsidieaanvraag voor activiteiten als bedoeld in, bestaat uit: a. een activiteitenplan; b. een begroting; c. indien voor de uitvoering van een activiteit de medewerking van één of meer organisaties noodzakelijk is, een intentieverklaring van de desbetreffende organisaties waaruit blijkt dat zij bereid zijn medewerking te verlenen aan de uitvoering van een activiteit; en d. een verklaring dat de kosten voor een activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd niet uit anderen hoofde zijn of worden vergoed. 2 artikel 3, tweede lid Een subsidieaanvraag voor activiteiten als bedoeld in, bestaat uit: a. een activiteitenplan; b. een begroting; en c. een verklaring dat de kosten voor een activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd niet uit anderen hoofde zijn of worden vergoed. 3 artikel 3, tweede lid Indien de subsidieaanvrager een studentenorganisatie, promovendi-organisatie of werknemersorganisatie is, bestaat een subsidieaanvraag voor activiteiten als bedoeld in, tevens uit: a. een document waaruit blijkt dat deze rechtspersoon voor ten minste drie jaar financiële middelen ontvangt van hoger onderwijsinstelling, de minister of een gemeente; b. indien de aanvraag wordt gedaan door een promovendi-organisatie of werknemersorganisatie, een document waaruit blijkt dat deze rechtspersoon de belangen vertegenwoordigt van promovendi, onderscheidenlijk werknemers; c. indien de aanvraag wordt gedaan door een studentenorganisatie, een document waaruit blijkt dat binnen deze rechtspersoon studenten zijn georganiseerd; en d. het nummer waaronder deze organisatie is geregistreerd bij de Kamer van Koophandel. 4 artikel 3, tweede lid In het geval van een samenwerkingsverband van organisaties bestaat een subsidieaanvraag voor activiteiten als bedoeld in, tevens uit: a. een samenwerkingsovereenkomst tussen de deelnemende organisaties en de penvoerder van het samenwerkingsverband, die uiterlijk bij de start van de activiteiten aanvangt en ten minste geldig is tot en met 1 november 2028. In deze samenwerkingsovereenkomst is in elk geval een beschrijving opgenomen van: 1°. de verdeling van verantwoordelijkheden, bevoegdheden en financiële verplichtingen van de deelnemende organisaties; en 2°. indien een deelnemende organisatie, niet zijnde de subsidieaanvrager, een studentenorganisatie, promovendi-organisatie of werknemersorganisatie is, het nummer waaronder deze organisatie is geregistreerd bij de Kamer van Koophandel; en b. indien een deelnemende organisatie een studentenorganisatie, promovendi-organisatie of werknemersorganisatie is, de documenten, bedoeld in het derde lid, onderdelen a tot en met c. 5 artikelen 3.4 3.5 van de kaderregeling Op het tweede en vierde lid zijn deenvan overeenkomstige toepassing. 2026 2842 30-01-2026 27-01-2026 56156369 2026 2842 30-01-2026 27-01-2026 56156369 31-01-2026
Artikel 10 — Artikel 10 Activiteitenplan en begroting#
Artikel 10 Activiteitenplan en begroting 1 De subsidieaanvrager omschrijft in het activiteitenplan per activiteit hoe deze activiteit bijdraagt aan het doel of een realisatiedoelstelling uit het programmaplan en hoe de voortgang van de activiteit wordt gemonitord. 2 De beschrijving in het activiteitenplan bestaat in totaal uit ten hoogste 4.000 woorden. 3 artikel 3.5 van de kaderregeling Voor het overzicht van de geraamde kosten in de begroting, bedoeld in, kan voor zover het de personeelskosten betreft worden gekozen uit vier functies met een vast integraal uurtarief inclusief opslag voor overhead en administratie, maar exclusief de belasting over de toegevoegde waarde: a. secretarieel of administratief medewerker € 70; b. projectmedewerker € 95; c. projectleider, docent of onderzoeker € 120; d. (associate) practor, lector, of hoogleraar € 141. 2026 2842 30-01-2026 27-01-2026 56156369 2026 2842 30-01-2026 27-01-2026 56156369 31-01-2026
Artikel 11 — Artikel 11 Aanvraagformulier#
Artikel 11 Aanvraagformulier 1 www.dus-i.nl De subsidie wordt aangevraagd met het aanvraagformulier dat is bekendgemaakt op de website. 2 artikel 9, eerste lid, onderdelen c en d www.dus-i.nl Voor de verklaringen, bedoeld in, de verklaring, bedoeld in artikel 9, tweede lid, onderdeel c, en de samenwerkingsovereenkomst, bedoeld in artikel 9, vierde lid, onderdeel a, wordt gebruik gemaakt van de formats die bekend zijn gemaakt op de website. 3 artikel 9 De minister deelt de activiteitenplannen en begrotingen, bedoeld in, met de regiegroep ten behoeve van de voorbereiding van de besluitvorming. 2025 7332 27-02-2025 20-02-2025 OWB/49374826 2025 7332 27-02-2025 20-02-2025 OWB/49374826 28-02-2025
Artikel 12 — Artikel 12 Weigeringsgronden#
Artikel 12 Weigeringsgronden De subsidieverstrekking kan geheel of gedeeltelijk worden geweigerd, voor zover: a. de totale subsidie van een subsidieaanvraag van de regiegroep, een hoger onderwijsinstelling of een samenwerkingsverband van organisaties minder dan € 10.000 bedraagt; b. de totale subsidie van een subsidieaanvraag van een organisatie die geen hoger onderwijsinstelling is minder dan € 5.000 bedraagt; c. de totale subsidie van een subsidieaanvraag van een organisatie of een samenwerkingsverband van organisaties meer dan € 450.000 bedraagt; d. het activiteitenplan op een onderdeel als onvoldoende is beoordeeld op grond van het beoordelingskader; e. de kosten van een activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd, reeds uit anderen hoofde zijn of worden vergoed; f. de kosten van een activiteit niet in redelijke verhouding staan tot de beoogde resultaten; g. onvoldoende is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het uitvoeren van een activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd. 2025 7332 27-02-2025 20-02-2025 OWB/49374826 2025 7332 27-02-2025 20-02-2025 OWB/49374826 28-02-2025
Artikel 13 — Artikel 13 Besluit van de minister#
Artikel 13 Besluit van de minister artikel 9.1, vierde lid, onderdeel a, van de kaderregeling Een subsidie aan een hoger onderwijsinstelling die minder dan € 25.000 bedraagt, wordt direct vastgesteld. Een andere subsidie wordt, in voorkomend geval in afwijking van, verleend. 2026 2842 30-01-2026 27-01-2026 56156369 2026 2842 30-01-2026 27-01-2026 56156369 31-01-2026
Artikel 14 — Artikel 14 Verplichtingen subsidie#
Artikel 14 Verplichtingen subsidie 1 De activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend, zijn uiterlijk op 31 december 2027 uitgevoerd. 2 De toegankelijkheid van activiteiten of de resultaten ervan is kosteloos en de verspreiding van de resultaten geschiedt zonder winstoogmerk. 3 Met het oog op de rapportageverplichtingen van de regiegroep, zendt de organisatie of de penvoerder van een samenwerkingsverband de verantwoording eveneens in geanonimiseerde vorm aan de penvoerder van de regiegroep en, indien van toepassing, tevens het activiteitenverslag, het overzicht van de bestedingen of het overzicht van de voortgang van de activiteiten. 4 Indien een subsidie voor meer dan twaalf maanden wordt verleend en de subsidiabele kosten meer dan € 125.000 bedragen, zendt de subsidieontvanger die geen hoger onderwijsinstelling is, halverwege de subsidieperiode een overzicht van de bestedingen van de subsidie aan de minister. 5 Indien een subsidie voor meer dan twaalf maanden wordt verleend en de subsidiabele kosten meer dan € 25.000 bedragen, zendt de subsidieontvanger halverwege de subsidieperiode een overzicht van de voortgang van de activiteiten aan de minister. 2025 7332 27-02-2025 20-02-2025 OWB/49374826 2025 7332 27-02-2025 20-02-2025 OWB/49374826 28-02-2025
Artikel 15 — Artikel 15 Wijze van verantwoording subsidie niet-hoger onderwijsinstellingen#
Artikel 15 Wijze van verantwoording subsidie niet-hoger onderwijsinstellingen Indien de subsidie van een subsidieontvanger die geen hoger onderwijsinstelling is: a. artikel 7.4 van de kaderregeling minder dan € 25.000 bedraagt, is ten aanzien van de verantwoording van de subsidievan toepassing; b. artikel 7.6 van de kaderregeling ten minste € 25.000, maar minder dan € 125.000 bedraagt, is ten aanzien van de verantwoording van de subsidievan toepassing; of c. artikel 7.8 van de kaderregeling ten minste € 125.000 bedraagt, is ten aanzien van de verantwoording en vaststelling van de subsidievan toepassing. 2025 7332 27-02-2025 20-02-2025 OWB/49374826 2025 7332 27-02-2025 20-02-2025 OWB/49374826 28-02-2025
Artikel 16 — Artikel 16 Besteding en verantwoording subsidie hoger onderwijsinstellingen#
Artikel 16 Besteding en verantwoording subsidie hoger onderwijsinstellingen 1 artikel 3, tweede lid Indien aan de verplichtingen van de subsidie is voldaan, kan een hoger onderwijsinstelling al dan niet in de hoedanigheid van penvoerder van een samenwerkingsverband, het niet aangewende deel van de subsidie voor activiteiten als bedoeld in, besteden aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt. 2 artikel 3, tweede lid Regeling jaarverslaggeving onderwijs met model G, onderdeel 1 De verantwoording van de subsidie voor activiteiten als bedoeld in, van een hoger onderwijsinstelling al dan niet in de hoedanigheid van een penvoerder van een samenwerkingsverband, geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de. 2025 7332 27-02-2025 20-02-2025 OWB/49374826 2025 7332 27-02-2025 20-02-2025 OWB/49374826 28-02-2025
Artikel 17 — Artikel 17 Bevoorschotting en betaling#
Artikel 17 Bevoorschotting en betaling 1 De minister betaalt het subsidiebedrag van een subsidie aan een hoger onderwijsinstelling die minder dan € 25.000 bedraagt, ineens. 2 Bij een andere subsidie dan bedoeld in het eerste lid, verstrekt de minister een voorschot van 100% dat: a. ineens wordt uitbetaald als de subsidie minder dan € 25.000 bedraagt; b. in termijnen wordt uitbetaald als de subsidie meer dan € 25.000 bedraagt. 2025 7332 27-02-2025 20-02-2025 OWB/49374826 2025 7332 27-02-2025 20-02-2025 OWB/49374826 28-02-2025
Artikel 18 — Artikel 18 Vaststelling van de subsidie#
Artikel 18 Vaststelling van de subsidie 1 De minister stelt een subsidie aan een hoger onderwijsinstelling die minder dan € 25.000 bedraagt, direct vast. 2 De minister stelt een subsidie aan een hoger onderwijsinstelling die ten minste € 25.000 bedraagt, ambtshalve vast binnen 22 weken na de ontvangst van de jaarverslaggeving over het laatste jaar van de activiteitenperiode. 3 De minister stelt een subsidie aan een organisatie die geen hoger onderwijsinstelling is die minder dan € 25.000 bedraagt, ambtshalve vast binnen 22 weken na de datum waarop deze activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht. 4 Voor een subsidie aan een organisatie die geen hoger onderwijsinstelling is en die ten minste € 25.000 bedraagt, doet de organisatie een aanvraag om vaststelling binnen 22 weken na de datum waarop de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht. De minister stelt de subsidie vast binnen 22 weken na ontvangst van de aanvraag. 5 De organisatie toont op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie zijn verbonden. 2025 7332 27-02-2025 20-02-2025 OWB/49374826 2025 7332 27-02-2025 20-02-2025 OWB/49374826 28-02-2025
Artikel 19 — Artikel 19 Instellingbesluit Regiegroep Sociale Veiligheid in Hoger Onderwijs en Wetenschap Wijziging van het#
Artikel 19 Instellingbesluit Regiegroep Sociale Veiligheid in Hoger Onderwijs en Wetenschap Wijziging van het Wijzigt het Instellingbesluit Regiegroep Sociale Veiligheid in Hoger Onderwijs en Wetenschap. 2025 7332 27-02-2025 20-02-2025 OWB/49374826 2025 7332 27-02-2025 20-02-2025 OWB/49374826 28-02-2025
Artikel 20 — Artikel 20 Inwerkingtreding en vervaldatum#
Artikel 20 Inwerkingtreding en vervaldatum Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt op 1 januari 2029. 2025 7332 27-02-2025 20-02-2025 OWB/49374826 2025 7332 27-02-2025 20-02-2025 OWB/49374826 28-02-2025
Artikel 21 — Artikel 21 Citeertitel#
Artikel 21 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling sociale veiligheid in hoger onderwijs en wetenschap. 2025 7332 27-02-2025 20-02-2025 OWB/49374826 2025 7332 27-02-2025 20-02-2025 OWB/49374826 28-02-2025