Tijdelijke regeling van de Staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Digitalisering van 14 juni 2024 nr. 2024-0000349322, houdende subsidie maatschappelijke initiatieven trans-Atlantisch slavernijverleden voor het Caribisch deel van het Koninkrijk
- BWB-id
- BWBR0049977
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-11-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0049977
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2025/tijdelijke-subsidieregeling-maatschappelijke-initiatieven-tr
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2025/tijdelijke-subsidieregeling-maatschappelijke-initiatieven-tr/2025-11-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0049977&g=2025-11-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0049977&z=2026-06-06&g=2025-11-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0049977/2025-11-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2025/tijdelijke-subsidieregeling-maatschappelijke-initiatieven-tr
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepaling#
Artikel 1 Begripsbepaling In deze regeling wordt verstaan onder: Caribisch deel van het Koninkrijk: Aruba, Bonaire, Curaçao, Saba, Sint Eustatius en Sint Maarten; gemeenschap: de nazaten van tot slaaf gemaakten en de groep mensen met wie ze op basis van gedeelde kenmerken, belangen of een gevoel van saamhorigheid verbonden zijn; initiatieven: artikel 5 projecten als bedoeld in; minister: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; nazaten van tot slaaf gemaakten: de generaties die zijn voortgekomen uit de generaties Afrikaanse mensen, inheemsen uit de Amerika’s en Marrons, die vanaf ongeveer 1528 tot 1863/1873 tot slaaf waren gemaakt tijdens de trans-Atlantische slavernij; slavernijverleden: de de het historische tijdperk (vanaf begin 16tot eind 19eeuw) waarin miljoenen mensen via de trans-Atlantische route, voornamelijk uit Afrika, werden ontvoerd, verhandeld en tot slaaf gemaakt, en vervolgens gedwongen werden te werken op plantages, in mijnen en in andere sectoren, met name in de Amerika’s (Noord- en Zuid-Amerika), Afrika en delen van Europa. 2025 22437 01-07-2025 23-06-2025 2024-0000349322 2025 22437 01-07-2025 23-06-2025 2024-0000349322 11-08-2025 De wijziging is in werking getreden op 2 juli 2025. 2024 21888 01-07-2024 14-06-2024 2024-0000349322 2025 22437 01-07-2025 23-06-2025 2024-0000349322 11-08-2025
Artikel 2 — Artikel 2 Subsidiedoel#
Artikel 2 Subsidiedoel De minister kan subsidie verstrekken voor initiatieven in het Caribisch deel van het Koninkrijk ten behoeve van nazaten van tot slaaf gemaakten, die in navolging van de gemaakte excuses voor het trans-Atlantisch slavernijverleden één of meer van de volgende doelen dienen: a. het verwerven van een beter begrip van de doorwerking van het slavernijverleden en het tegengaan van de gevolgen van de doorwerking van het slavernijverleden in het heden; b. de verwerking van het slavernijverleden; c. het bevorderen van kennis en bewustwording over het slavernijverleden; of d. de erkenning en herdenking van het slavernijverleden. 2024 21888 01-07-2024 14-06-2024 2024-0000349322 2025 22437 01-07-2025 23-06-2025 2024-0000349322 11-08-2025
Artikel 3 — Artikel 3 Subsidieplafond#
Artikel 3 Subsidieplafond 1 De minister stelt in de periode 11 augustus 2025 tot en met 6 maart 2028 € 29.333.333,33 beschikbaar, welk bedrag wordt verdeeld in door de minister vast te stellen aanvraagtijdvakken met voor elk van die aanvraagtijdvakken en de Caribische delen van het Koninkrijk afzonderlijk vast te stellen subsidieplafonds. 2 artikel 4, tweede lid Het subsidieplafond voor de aanvraagtijdvakken, genoemd in, bedraagt in het eerste aanvraagtijdvak € 1.260.000 en in het tweede aanvraagtijdvak € 900.000. Dit betekent voor elk eiland van het Caribisch deel van het Koninkrijk in het eerste aanvraagtijdvak € 210.000 en in het tweede aanvraagtijdvak € 150.000. 3 artikel 4, derde lid Het subsidieplafond voor de aanvraagtijdvakken, genoemd in, bedraagt in het eerste aanvraagtijdvak € 2.190.000 en in het tweede aanvraagtijdvak € 1.800.000. Dit betekent voor elk eiland van het Caribisch deel van het Koninkrijk in het eerste aanvraagtijdvak € 365.000 en het tweede aanvraagtijdvak € 300.000. 4 artikel 4, vierde lid Het subsidieplafond voor de aanvraagtijdvakken, genoemd in, bedraagt in het eerste aanvraagtijdvak € 5.110.000 en in het tweede aanvraagtijdvak € 3.600.000. Dit betekent voor elk eiland van het Caribisch deel van het Koninkrijk in het eerste aanvraagtijdvak € 851.666 en in het tweede aanvraagtijdvak € 600.000. 5 artikel 4, vijfde lid Het subsidieplafond voor de aanvraagtijdvakken, genoemd in, bedraagt in het eerste aanvraagtijdvak € 7.873.333 en in het tweede aanvraagtijdvak € 6.600.000. Dit betekent voor elk eiland van het Caribisch deel van het Koninkrijk in het eerste aanvraagtijdvak € 1.312.222 en in het tweede aanvraagtijdvak € 1.100.000. 2025 22437 01-07-2025 23-06-2025 2024-0000349322 2025 22437 01-07-2025 23-06-2025 2024-0000349322 11-08-2025 De wijziging is in werking getreden op 2 juli 2025. 2024 21888 01-07-2024 14-06-2024 2024-0000349322 2025 22437 01-07-2025 23-06-2025 2024-0000349322 11-08-2025
Artikel 4 — Artikel 4 Aanvraagtijdvakken#
Artikel 4 Aanvraagtijdvakken 1 De mogelijkheid tot het indienen van aanvragen voor subsidie bestaat slechts gedurende door de minister vastgestelde aanvraagtijdvakken. 2 artikel 5, eerste lid Een subsidieaanvraag op grond van, wordt ingediend in het eerste aanvraagtijdvak 11 augustus 2025, 09:00 uur CET, tot 12 september 2025, 17:00 uur CET, of het tweede aanvraagtijdvak van 2 november 2026, 09:00 uur CET tot 12 januari 2027, 17:00 uur CET. 3 artikel 5, tweede lid Een subsidieaanvraag op grond van, wordt ingediend in het eerste aanvraagtijdvak van 1 december 2025, 09:00 uur CET, tot 12 januari 2026, 17:00 uur CET, of het tweede aanvraagtijdvak van 10 januari 2028, 09:00 uur CET, tot 6 maart 2028, 17:00 uur CET. 4 artikel 5, derde lid Een subsidieaanvraag op grond van, wordt ingediend in het eerste aanvraagtijdvak van 1 april 2026, 09:00 uur CET, tot 1 juni 2026, 17:00 uur CET, of het tweede aanvraagtijdvak van 1 juni 2027, 09:00 uur CET, tot 29 juli 2027, 17:00 uur CET. 5 artikel 5, vierde lid Een subsidieaanvraag op grond van, wordt ingediend in het eerste aanvraagtijdvak van 1 april 2026, 09:00 uur CET, tot 1 juni 2026, 17:00 uur CET, of het tweede aanvraagtijdvak van 1 april 2027, 09:00 uur CET, tot 7 juni 2027, 17:00 uur CET. 2025 22437 01-07-2025 23-06-2025 2024-0000349322 2025 22437 01-07-2025 23-06-2025 2024-0000349322 11-08-2025 De wijziging is in werking getreden op 2 juli 2025. 2024 21888 01-07-2024 14-06-2024 2024-0000349322 2025 22437 01-07-2025 23-06-2025 2024-0000349322 11-08-2025
Artikel 5 — Artikel 5 Subsidiecategorieën#
Artikel 5 Subsidiecategorieën 1 artikel 2 De minister kan subsidie verstrekken voor activiteiten met een maximale looptijd van 1 jaar voor het professionaliseren van aanvragers die werkzaam zijn in het Caribisch deel van het Koninkrijk die werken ten behoeve van de doelen, genoemd in. 2 artikel 2 De minister kan subsidie verstrekken voor kleinschalige maatschappelijke initiatieven met een maximale looptijd van 1 jaar in het Caribisch deel van het Koninkrijk en die bijdragen aan de doelen, genoemd in. 3 artikel 2 De minister kan subsidie verstrekken voor middelgrote maatschappelijke initiatieven met een maximale looptijd van 4 jaar in het Caribisch deel van het Koninkrijk en die bijdragen aan de doelen, genoemd in. 4 artikel 2 De minister kan subsidie verstrekken voor grootschalige maatschappelijke initiatieven met een maximale looptijd van 4 jaar in het Caribisch deel van het Koninkrijk en die bijdragen aan de doelen, genoemd in. 2025 22437 01-07-2025 23-06-2025 2024-0000349322 2025 22437 01-07-2025 23-06-2025 2024-0000349322 11-08-2025 De wijziging is in werking getreden op 2 juli 2025. 2024 21888 01-07-2024 14-06-2024 2024-0000349322 2025 22437 01-07-2025 23-06-2025 2024-0000349322 11-08-2025
Artikel 6 — Artikel 6 Hoogte van subsidie#
Artikel 6 Hoogte van subsidie 1 artikel 5, eerste lid De subsidie op grond van, bedraagt USD 10.000,–. 2 artikel 5, tweede lid De subsidie op grond van, bedraagt 100% van de subsidiabele kosten van minimaal USD 10.000,– tot USD 25.000,–. 3 artikel 5, derde lid De subsidie op grond van, bedraagt 100% van de subsidiabele kosten van minimaal USD 25.000,– tot USD 125.000,–. 4 artikel 5, vierde lid De subsidie op grond van, bedraagt 100% van de subsidiabele kosten van minimaal USD 125.000,– en ten hoogste USD 500.000,–. 2025 22437 01-07-2025 23-06-2025 2024-0000349322 2025 22437 01-07-2025 23-06-2025 2024-0000349322 11-08-2025 Voorheen art. 8. De wijziging is in werking getreden op 2 juli 2025.
Artikel 7 — Artikel 7 Subsidiabele activiteiten#
Artikel 7 Subsidiabele activiteiten 1 artikel 5, eerste lid Voor subsidies op grond van, komen uitsluitend de volgende activiteiten in aanmerking: a. een opleiding, cursus of training die wordt gegeven volgens een vooraf vastgesteld programma en door een daartoe bevoegd docent en die wordt afgesloten met een diploma, certificaat of bewijs van deelname. De activiteit is bedoeld voor de bestuursleden van de aanvrager en gericht op het vergroten van kennis en vaardigheden voor het uitoefenen van hun bestuurlijke taken of de inrichting of verbetering van de administratieve organisatie van de aanvrager; b. een opleiding, cursus of training die wordt gegeven volgens een vooraf vastgesteld programma en door een daartoe bevoegd docent en die wordt afgesloten met een diploma, certificaat of bewijs van deelname. De activiteit is bedoeld voor de werknemers in loondienst bij de aanvrager en is gericht op de inrichting of verbetering van de administratieve organisatie van de aanvrager; c. artikel 2 het bouwen of verbeteren van de website van aanvrager met als doel om activiteiten die aansluiten op de doelen, genoemd in, onder de aandacht te kunnen brengen. 2 artikel 5, tweede, derde en vierde lid Voor subsidies op grond van, komen uitsluitend de volgende activiteiten in aanmerking: a. projecten om de veerkracht van de gemeenschap tegen discriminatie en racisme te vergroten; b. projecten ter bevordering van gezondheid en welzijn van de gemeenschap in relatie tot het slavernijverleden; c. projecten die zich richten op het delen van geschiedenis met betrekking tot slavernij; d. het organiseren van bijeenkomsten, lezingen, seminars en paneldiscussie die de dialoog en begrip over het slavernijverleden bevorderen; e. het organiseren van evenementen die bijdragen aan de verwerking van het slavernijverleden; f. projecten voor educatie, waaronder de ontwikkeling van lesmateriaal, het maken en geven van workshops en het maken of ontwikkelen van digitale platforms; g. kunstuitingen, waaronder tentoonstellingen en voorstellingen. 3 artikel 5, vierde lid Onverminderd het tweede lid, komen voor subsidies op grond van, uitsluitend projecten in aanmerking met een blijvende of langdurige impact of met een groot bereik die het slavernijverleden en de gedeelde geschiedenis zichtbaar maken. 2025 22437 01-07-2025 23-06-2025 2024-0000349322 2025 22437 01-07-2025 23-06-2025 2024-0000349322 11-08-2025 De wijziging is in werking getreden op 2 juli 2025.
Artikel 8 — Artikel 8 Subsidiabele kosten#
Artikel 8 Subsidiabele kosten 1 Voor subsidie komen in aanmerking: a. externe kosten, waaronder verstaan wordt de kosten die in rekening worden gebracht door derden voor het uitvoeren van de subsidiabele activiteiten, bedoeld in artikel 7; b. een toeslag van 15% van het in de subsidievaststelling bepaalde bedrag aan subsidiabele kosten ter subsidiëring van overige gemaakte kosten. 2 artikel 5, tweede, derde en vierde lid Onverminderd het eerste lid, komen voor activiteiten op grond van, voor subsidie in aanmerking: a. artikel 7 een vrijwilligersvergoeding van USD 5,60 per uur voor de aan de subsidiabele activiteiten, bedoeld in, toe te rekenen uren; b. artikel 7 artikel 24, eerste lid, onderdeel b, van het Kaderbesluit BZK-subsidies directe loonkosten die zijn verbonden met de uitvoering van de subsidiabele activiteiten, genoemd in, waarvoor een vastgesteld uurtarief van USD 65,– wordt gehanteerd; c. indien van toepassing, een vergoeding van USD 10.000,– voor de kosten van een controleverklaring als bedoeld in; d. een opslag ter vergoeding van het honorarium van een subsidieadviseur of de regeldrukkosten van de aanvrager, ten hoogte van: 1°. artikel 6, tweede lid USD 1.000,– voor aanvragen op grond van; 2°. artikel 6, derde lid USD 2.500,– voor aanvragen op grond van; 3°. artikel 6, vierde lid USD 3.750,– voor aanvragen op grond van. 3 Voor zover de kosten, bedoeld in het eerste en tweede lid, bestaan uit kosten van externe opdrachten met een waarde van ten minste USD 50.000, zijn deze kosten slechts subsidiabel indien zij marktconform zijn, wat wordt aangetoond aan de hand van: a. een offerteprocedure waarbij ten minste drie offertes zijn aangevraagd en beoordeeld door de subsidieaanvrager; of b. een transparante, objectieve en niet-discriminatoire aanbestedingsprocedure. 4 Een uurtarief van een externe adviseur bedraagt maximaal USD 135, exclusief btw. 5 Voor zover activiteiten zijn uitgevoerd door de hiernavolgende partijen, zijn uitsluitend de directe loonkosten, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, de vrijwilligersvergoeding, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, en de toeslag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subsidiabel: a. de subsidieaanvrager; b. een organisatie die, direct of indirect, is vertegenwoordigd in het bestuur van de aanvrager; c. een organisatie waarin één of meerdere partijen in het bestuur zijn vertegenwoordigd, die tegelijkertijd ook in het bestuur van de subsidieaanvrager zijn vertegenwoordigd; d. een organisatie waarin een persoon een financieel belang heeft of in het bestuur zit van die organisatie en die persoon ook werkzaam is voor de subsidieaanvrager; e. een organisatie waarin de subsidieaanvrager direct of indirect invloed kan uitoefenen of een financieel belang heeft; f. een organisatie waarin zich anderszins een belangenconflict voordoet als gevolg van familiebanden, persoonlijke relaties of elk ander direct of indirect persoonlijk belang, waarmee de onpartijdige en objectieve uitoefening van de functies van een financiële actor die bij de uitvoering van het project betrokken is, in gevaar wordt gebracht. 6 Voor subsidie komen niet in aanmerking: a. kosten die het karakter hebben van een herstelbetaling, compensatie of schadeloosstelling; b. kosten die voortvloeien uit wettelijk verplichte taken; c. loonverletkosten, zijnde de loonkosten van werkenden voor niet-productieve uren als gevolg van deelname aan subsidiabele activiteiten; d. leasekosten; e. investeringen in duurzame gebruiksgoederen, waaronder verstaan wordt de goederen die afgeschreven worden; f. afschrijvingskosten; g. licenties; h. individuele therapieën; i. kosten voor het doen van algemeen wetenschappelijk onderzoek; j. aankoop onroerend goed of kunstvoorwerpen. 7 artikel 5, tweede, derde en vierde lid Voor aanvragen op grond van, zijn opleidingskosten niet subsidiabel. 2025 37169 31-10-2025 27-10-2025 2025 37169 31-10-2025 27-10-2025 01-11-2025
Artikel 9 — Artikel 9 Aanvragers#
Artikel 9 Aanvragers 1 Voor subsidie komen in aanmerking rechtspersonen zonder winstoogmerk die zijn gevestigd in een van de Caribische delen van het Koninkrijk. 2 Geen subsidie wordt verstrekt aan natuurlijke personen. 3 Geen subsidie wordt verstrekt aan de landen Aruba, Curaçao en Sint Maarten en aan de openbare lichamen Bonaire, Saba en Sint Eustatius. 2025 22437 01-07-2025 23-06-2025 2024-0000349322 2025 22437 01-07-2025 23-06-2025 2024-0000349322 11-08-2025 Voorheen art. 6. De wijziging is in werking getreden op 2 juli 2025.
Artikel 10 — Artikel 10 Subsidieaanvraagvereisten#
Artikel 10 Subsidieaanvraagvereisten 1 www.uitvoeringvanbeleidszw.nl De subsidieaanvrager dient de subsidieaanvraag in door middel van het daartoe bestemde elektronisch aanvraagformulier opdat is ondertekend door een functionaris, bevoegd om namens de subsidieaanvrager te handelen. 2 artikel 11, derde lid, van het Kaderbesluit BZK-subsidies Een aanvraag bevat de gegevens en bescheiden, genoemd in. 3 Onverminderd het tweede lid, bevat de subsidieaanvraag een activiteitenplan en begroting met gebruikmaking van de voorgeschreven formats. 4 Indien van toepassing, bevat een aanvraag een machtigingsformulier. 5 Een aanvraag is volledig wanneer het elektronische formulier en de vereiste bijlagen volledig zijn ingevuld en binnen het aanvraagtijdvak zijn ontvangen door de minister. Onvolledige subsidieaanvragen kunnen, binnen 2 weken na de mededeling van de minister dat de aanvraag onvolledig is, worden aangevuld door de aanvrager. 6 Door het indienen van de aanvraag stemt de subsidieaanvrager ermee in dat het subsidiedossier, met uitzondering van persoonsgegevens, openbaar wordt gemaakt. 2025 22437 01-07-2025 23-06-2025 2024-0000349322 2025 22437 01-07-2025 23-06-2025 2024-0000349322 11-08-2025 De wijziging is in werking getreden op 2 juli 2025. 2024 21888 01-07-2024 14-06-2024 2024-0000349322 2025 22437 01-07-2025 23-06-2025 2024-0000349322 11-08-2025
Artikel 11 — Artikel 11 Beoordeling aanvragen#
Artikel 11 Beoordeling aanvragen 1 artikel 3 artikel 4 Bij overschrijding van het subsidieplafond, genoemd in, stelt de minister na afloop van het aanvraagtijdvak, genoemd in, door middel van loting de volgorde vast waarin de ontvangen aanvragen worden afgehandeld. 2 Alleen volledige subsidieaanvragen worden in behandeling genomen. 3 Onvolledige subsidieaanvragen worden, na aanvulling door de subsidieaanvrager, geplaatst aan het einde van de lijst die volgt uit de loting, waarbij het tijdstip van ontvangst van de volledige subsidieaanvraag bepalend is voor de volgorde van plaatsing op die lijst. 4 artikel 12 Indien de minister voornemens is negatief te beschikken omdat een project, op grond van artikel 5, derde en vierde lid, onvoldoende verband houdt met het slavernijverleden en de daarop gerichte doelen, zal eerst advies worden ingewonnen bij de adviescommissie, bedoeld in. 5 De projectperiode, de periode waarin subsidiabele activiteiten kunnen worden uitgevoerd en subsidiabele kosten kunnen worden gemaakt, vangt aan op de datum van de beschikking tot subsidieverlening. De subsidiabele activiteiten starten niet later dan 13 weken nadat de subsidieverlening is beschikt. 2025 22437 01-07-2025 23-06-2025 2024-0000349322 2025 22437 01-07-2025 23-06-2025 2024-0000349322 11-08-2025 De wijziging is in werking getreden op 2 juli 2025. 2024 21888 01-07-2024 14-06-2024 2024-0000349322 2025 22437 01-07-2025 23-06-2025 2024-0000349322 11-08-2025
Artikel 12 — Artikel 12 Adviescommissie#
Artikel 12 Adviescommissie 1 De minister stelt een adviescommissie in. 2 artikel 11, vierde lid De adviescommissie adviseert de minister over de toepassing van. 3 Indien de adviescommissie adviseert om een aanvraag te subsidiëren, kan de minister gemotiveerd anders besluiten. 4 De adviescommissie brengt binnen 6 weken na het verzoek daartoe schriftelijk advies uit aan de minister. 2025 22437 01-07-2025 23-06-2025 2024-0000349322 2025 22437 01-07-2025 23-06-2025 2024-0000349322 11-08-2025 De wijziging is in werking getreden op 2 juli 2025. 2024 21888 01-07-2024 14-06-2024 2024-0000349322 2025 22437 01-07-2025 23-06-2025 2024-0000349322 11-08-2025
Artikel 13 — Artikel 13 Weigeringsgronden#
Artikel 13 Weigeringsgronden De minister wijst een aanvraag voor een subsidie af voor zover: a. projecten in strijd zijn met de Nederlandse wet- en regelgeving; b. de aanvraag ziet op de kosten die aanvullend nodig zijn op de initiële aanvraag om een initiatief te realiseren; c. het project de maximale looptijd overschrijdt; d. het een aanvraag betreft van een aanvrager die reeds subsidie heeft aangevraagd op grond van deze regeling in hetzelfde tijdvak; e. artikel 5, eerste lid de aanvrager reeds eerder subsidie toegekend heeft gekregen voor een aanvraag op grond van, en hier nogmaals een subsidieaanvraag voor indient. 2025 37169 31-10-2025 27-10-2025 2025 37169 31-10-2025 27-10-2025 01-11-2025
Artikel 14 — Artikel 14 Wijze van subsidieverstrekking#
Artikel 14 Wijze van subsidieverstrekking 1 artikel 5, eerste en tweede lid Bij subsidieverstrekking op grond van, wordt een beschikking tot subsidieverlening gegeven met vermelding van de datum waarop de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht en van de datum waarop de subsidie uiterlijk ambtshalve wordt vastgesteld. 2 artikel 5, derde en vierde lid Bij subsidieverstrekking op grond van, wordt de subsidie verstrekt in de vorm van een vast bedrag op basis van de gegevens die worden ingediend bij de aanvraag. Een beschikking tot subsidieverlening wordt gegeven met vermelding van de datum waarop de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht en de datum waarop een verzoek tot subsidievaststelling moet worden gedaan. 3 www.uitvoeringvanbeleidszw.nl De subsidieaanvrager dient het verzoek tot subsidievaststelling in door middel van het daartoe bestemde elektronisch formulier op. 2025 22437 01-07-2025 23-06-2025 2024-0000349322 2025 22437 01-07-2025 23-06-2025 2024-0000349322 11-08-2025 De wijziging is in werking getreden op 2 juli 2025. 2024 21888 01-07-2024 14-06-2024 2024-0000349322 2025 22437 01-07-2025 23-06-2025 2024-0000349322 11-08-2025
Artikel 15 — Artikel 15 Verplichtingen subsidieontvanger#
Artikel 15 Verplichtingen subsidieontvanger 1 Indien in de activiteit gebruik wordt gemaakt van vrijwilligers, wordt een vrijwilligersovereenkomst afgesloten. 2 artikel 5, tweede, derde en vierde lid Voor activiteiten als bedoeld in, wordt een urenadministratie bijgehouden. 2025 22437 01-07-2025 23-06-2025 2024-0000349322 2025 22437 01-07-2025 23-06-2025 2024-0000349322 11-08-2025 De wijziging is in werking getreden op 2 juli 2025.
Artikel 16 — Artikel 16 Inwerkingtreding#
Artikel 16 Inwerkingtreding 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van 11 augustus 2025 en vervalt met ingang van 7 maart 2028. 2 In afwijking van het eerste lid blijft deze regeling na het tijdstip, genoemd in het eerste lid, van vervallen van de regeling van toepassing op de afwikkeling van subsidieaanvragen en -vaststellingen op grond van deze regeling. 2025 22437 01-07-2025 23-06-2025 2024-0000349322 2025 22437 01-07-2025 23-06-2025 2024-0000349322 11-08-2025 Voorheen art. 15. De wijziging is in werking getreden op 2 juli 2025.