Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 17 juli 2025, nr. IENW/BSK-174790, houdende vaststelling van regels voor subsidie ter stimulering van onderzoeksprojecten die bijdragen aan de transitie naar duurzame, concurrerende en veilige logistieke ketens en goederenvervoer, en emissiereductie door middel van bouwconcepten, emissiereductie in bouwlogistieke ketens, de inzet van emissieloze mobiele werktuigen en de ontwikkeling van digitalisering en ketenregieactiviteiten (Tijdelijke subsidieregeling onderzoek Topsector Logistiek 2025–2029) [KetenID WGK027211]
- BWB-id
- BWBR0051304
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Waterstaat
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-07-23
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0051304
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2025/tijdelijke-subsidieregeling-onderzoek-topsector-logistiek-20
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2025/tijdelijke-subsidieregeling-onderzoek-topsector-logistiek-20/2025-07-23
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0051304&g=2025-07-23
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0051304&z=2026-06-06&g=2025-07-23
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0051304/2025-07-23
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2025/tijdelijke-subsidieregeling-onderzoek-topsector-logistiek-20
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: bouwlogistieke keten: het geheel aan activiteiten van het inrichten van bouwplaatsen, inzet van mensen en materieel, en verplaatsing en opslag van goederen ten behoeve van bouwactiviteiten; consortium: samenwerkingsverband tussen onafhankelijke partijen voor onderzoek dat minimaal bestaat uit een kennisinstelling en minimaal twee bedrijven; experimentele ontwikkeling: experimentele ontwikkeling als bedoeld in artikel 2, onderdeel 86, van de algemene groepsvrijstellingsverordening; fundamenteel onderzoek: fundamenteel onderzoek als bedoeld in artikel 2, onderdeel 84, van de algemene groepsvrijstellingsverordening; Gezamenlijke Ambitie, Logistiek en goederenvervoer in 2050: gezamenlijk ambitiedocument van de minister, de topsector Logistiek en de Logistieke Alliantie (Kamerstukken II 2018/19, 34 244, nr. 2, bijlage); hogeschool: bijlage van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek onder g van degenoemde instelling voor hoger onderwijs; industrieel onderzoek: industrieel onderzoek als bedoeld in artikel 2, onderdeel 85, van de algemene groepsvrijstellingsverordening; kennisinstelling: universiteiten en hogescholen in het Koninkrijk der Nederlanden, de kennisinstellingen voor toegepast onderzoek Deltares, Marin, NLR, TNO en Wageningen-Research (TO2), de onderzoeksinstituten die onderdeel uitmaken van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek en onderzoeksinstituten aangesloten bij de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen; ketenregieactiviteiten: alle activiteiten die bijdragen aan de besturing en het beheer van de logistieke keten; minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat; onderzoeksproject: project dat bestaat uit fundamenteel onderzoek, industrieel onderzoek, of experimentele ontwikkeling, of een combinatie hiervan; private bijdrage: geldmiddelen of op geld waardeerbare inbreng in een samenwerkingsproject die niet direct of indirect afkomstig zijn van een onderzoeksinstelling met inbegrip van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek en de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen, of een openbaar lichaam; TKI Logistiek: Stichting Topconsortium voor Kennis en Innovatie Logistiek, gevestigd te Breda; universiteit: bijlage van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek onder a of b van degenoemde instelling voor hoger onderwijs; Universiteiten van Nederland: de koepelorganisatie van de veertien publieke universiteiten van Nederland. 2025 25007 22-07-2025 17-07-2025 IENW/BSK-174790 2025 25007 22-07-2025 17-07-2025 IENW/BSK-174790 23-07-2025
Artikel 2 — Artikel 2 Doel van de subsidieregeling#
Artikel 2 Doel van de subsidieregeling Doel van deze regeling is het stimuleren van onderzoeksprojecten die bijdragen aan: a. de transitie naar duurzame, concurrerende en veilige logistieke ketens en goederenvervoer als onderdeel van de Gezamenlijke Ambitie, Logistiek en goederenvervoer in 2050: concurrerend, duurzaam en veilig; of b. emissiereductie door middel van bouwconcepten, emissiereductie in bouwlogistieke ketens, de inzet van emissieloze mobiele werktuigen en de ontwikkeling van digitalisering en ketenregieactiviteiten in lijn met de doelstellingen van het convenant Schoon en Emissieloos Bouwen. 2025 25007 22-07-2025 17-07-2025 IENW/BSK-174790 2025 25007 22-07-2025 17-07-2025 IENW/BSK-174790 23-07-2025
Artikel 3 — Artikel 3 Subsidiabele projecten en steunpercentages#
Artikel 3 Subsidiabele projecten en steunpercentages 1 artikel 2, aanhef, onderdeel a De minister kan ten behoeve van het doel, bedoeld in, subsidie verstrekken aan een consortium voor een onderzoeksproject dat past binnen het uitvoeringsprogramma Topsector Logistiek 2024–2027. 2 artikel 2, aanhef, onderdeel b De minister kan ten behoeve van het doel, bedoeld in, subsidie verstrekken aan een consortium voor een onderzoeksproject dat past binnen het Kennis-, Opschalings- en Praktijkervaringsprogramma, onderdeel Mobiele Werktuigen en Bouwlogistiek. 3 Het totale bedrag aan subsidie bedraagt niet meer dan: a. 50% van de subsidiabele kosten voor zover deze betrekking hebben op industrieel onderzoek of fundamenteel onderzoek; b. 25% van de subsidiabele kosten voor zover deze betrekking hebben op experimentele ontwikkeling. 4 Het totale bedrag aan subsidie is niet hoger dan het bedrag aan private bijdragen voor het onderzoeksproject. 2025 25007 22-07-2025 17-07-2025 IENW/BSK-174790 2025 25007 22-07-2025 17-07-2025 IENW/BSK-174790 23-07-2025
Artikel 4 — Artikel 4 Subsidiabele kosten#
Artikel 4 Subsidiabele kosten 1 Voor subsidie komen alleen de kosten, bedoeld in artikel 25, derde lid, onderdelen a tot en met e, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, in aanmerking. 2 Als standaardberekeningswijzen voor de berekening van uurtarieven worden gehanteerd: a. een berekening op basis van integrale kostensystematiek; b. een berekening op basis van kosten per kostendrager vermeerderd met een forfaitair vastgestelde opslag voor indirecte kosten; of c. een forfaitair vastgesteld uurtarief voor loonkosten. 3 De kosten van de inhuur van derden maakt voor ten hoogste 10% deel uit van de totale projectkosten. 2025 25007 22-07-2025 17-07-2025 IENW/BSK-174790 2025 25007 22-07-2025 17-07-2025 IENW/BSK-174790 23-07-2025
Artikel 5 — Artikel 5 Berekening subsidiabele kosten integrale kostensystematiek#
Artikel 5 Berekening subsidiabele kosten integrale kostensystematiek 1 artikel 4, tweede lid, aanhef, onderdeel a Bij het hanteren van uurtarieven die tot stand zijn gekomen met de standaardberekeningswijze, bedoeld in, worden de directe en indirecte kosten per kostendrager in een tarief per eenheid van deze kostendrager berekend. 2 De subsidiabele kosten worden berekend door het aantal eenheden van de kostendrager te vermenigvuldigen met het ingevolge het eerste lid berekende tarief, vermeerderd met de aan een derde betaalde kosten voor zover deze geen deel uitmaken van het ingevolge het eerste lid vastgestelde tarief. 2025 25007 22-07-2025 17-07-2025 IENW/BSK-174790 2025 25007 22-07-2025 17-07-2025 IENW/BSK-174790 23-07-2025
Artikel 6 — Artikel 6 Berekening subsidiabele kosten per kostendrager#
Artikel 6 Berekening subsidiabele kosten per kostendrager 1 artikel 4, tweede lid, aanhef, onderdeel b Bij het hanteren van uurtarieven die tot stand zijn gekomen met de standaardberekeningswijze, bedoeld in, worden de directe loonkosten per uur vermenigvuldigd met het aantal uren dat direct bij de subsidiabele activiteiten betrokken personen ten behoeve van deze activiteiten hebben gewerkt. 2 De directe loonkosten per uur, bedoeld in het eerste lid, worden berekend overeenkomstig: a. de salaristabellen Universiteiten van Nederland voor academische aanstellingen aan universiteiten en hogescholen; b. de Handleiding Overheidstarieven voor overige personeelskosten. 3 De subsidiabele kosten worden berekend door het op grond van het eerste lid berekende bedrag te vermeerderen met: a. de kosten van het gebruik van apparatuur en de kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen indien deze in de administratie te onderscheiden zijn; en b. aan derden betaalde kosten. 4 Voor zover er geen loonkosten worden gemaakt, maar niettemin arbeid wordt verricht, wordt voor de berekening van de kosten van de arbeid uitgegaan van € 80 per uur. 2025 25007 22-07-2025 17-07-2025 IENW/BSK-174790 2025 25007 22-07-2025 17-07-2025 IENW/BSK-174790 23-07-2025
Artikel 7 — Artikel 7 Berekening subsidiabele kosten forfaitair vastgesteld uurtarief#
Artikel 7 Berekening subsidiabele kosten forfaitair vastgesteld uurtarief 1 artikel 4, tweede lid, aanhef, onderdeel c Bij het hanteren van uurtarieven die tot stand zijn gekomen met de standaardberekeningswijze, bedoeld in, wordt een uurtarief gehanteerd van € 80 per uur. 2 De subsidiabele kosten worden berekend door het ingevolge het eerste lid gehanteerde bedrag te vermenigvuldigen met het aantal uren dat de direct bij de subsidiabele activiteiten betrokken personen ten behoeve van deze activiteiten hebben gewerkt en te vermeerderen met: a. de kosten van het gebruik van apparatuur en de kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen indien deze in de administratie te onderscheiden zijn; en b. aan derden betaalde kosten. 2025 25007 22-07-2025 17-07-2025 IENW/BSK-174790 2025 25007 22-07-2025 17-07-2025 IENW/BSK-174790 23-07-2025
Artikel 8 — Artikel 8 Subsidieplafond en wijze van verdelen subsidieplafond#
Artikel 8 Subsidieplafond en wijze van verdelen subsidieplafond 1 De minister kan op grond van deze regeling subsidie verstrekken indien hij de mogelijkheid tot het doen van een aanvraag tot subsidieverlening heeft opengesteld door vaststelling van een subsidieplafond en van een periode voor indiening van de aanvraag. 2 artikel 3, eerste lid Het subsidieplafond voor onderzoeksprojecten als bedoeld in, bedraagt voor 2025 € 3.500.000,00. 3 artikel 3, tweede lid Het subsidieplafond voor onderzoeksprojecten als bedoeld in, bedraagt voor 2025 € 1.900.000,00. 4 artikel 2 De minister stelt de hoogte van de subsidieplafonds, die voor de inbedoelde doelstellingen kunnen verschillen, voor de jaren 2026, 2027 en 2028 vast voor aanvang van het tijdvak waarvoor deze worden vastgesteld en maakt dit bekend in de Staatscourant. 5 De minister verdeelt de beschikbare middelen in de volgorde van rangschikking. 6 artikel 3 Rangschikking van aanvragen als bedoeld in, vindt voor de doelstellingen, bedoeld in artikel 2, afzonderlijk plaats. 7 bijlage 1 Rangschikking vindt plaats aan de hand van de inbij deze regeling opgenomen rangschikkingscriteria en weging. 8 Bij de rangschikking van de aanvragen laat de minister zich adviseren door het bestuur van TKI Logistiek. 9 De subsidie bedraagt ten hoogste € 1.000.000 per project. 2025 25007 22-07-2025 17-07-2025 IENW/BSK-174790 2025 25007 22-07-2025 17-07-2025 IENW/BSK-174790 23-07-2025
Artikel 9 — Artikel 9 Indiening aanvraag#
Artikel 9 Indiening aanvraag 1 bijlage 2 Een aanvraag tot subsidieverlening wordt ingediend bij TKI Logistiek met gebruikmaking van het volledig ingevulde aanvraagformulier, bedoeld in bij deze regeling. 2 artikel 3, eerste en tweede lid Voor 2025 kan een aanvraag voor subsidie voor een onderzoeksproject als bedoeld in, worden ingediend in de periode van 25 juli 2025, 09.00 uur tot en met 25 augustus 2025, 17.00 uur. 3 De minister stelt de aanvraagperiode voor de jaren 2026, 2027 en 2028 vast en maakt dit bekend in de Staatscourant voor aanvang van het tijdvak waarvoor het wordt vastgesteld. 4 artikel 10, vierde lid, van het Kaderbesluit subsidies I en M Onverminderdbevat een aanvraag de gegevens, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening. 5 Een aanvraag voor subsidie heeft betrekking op één project. 2025 25007 22-07-2025 17-07-2025 IENW/BSK-174790 2025 25007 22-07-2025 17-07-2025 IENW/BSK-174790 23-07-2025
Artikel 10 — Artikel 10 Afwijzingsgronden#
Artikel 10 Afwijzingsgronden artikel 11 12 van het Kaderbesluit subsidies I en M Onverminderd de inengenoemde afwijzingsgronden, wijst de minister de aanvraag voor de subsidie in ieder geval af indien: a. artikel 2, aanhef, onderdeel b de aanvraag betrekking heeft op het doel, genoemd in, en niet of zeer beperkt bijdraagt aan de reductie van stikstofemissies, of als de stikstofreductie niet kwantitatief is onderbouwd; b. het onderzoeksproject niet minimaal een omvang van € 500.000 aan begrote projectkosten heeft; c. de aanvraag een beoordelingsscore van minder dan 3,5 punten heeft; d. er al een subsidie is verstrekt op grond van deze regeling voor dezelfde activiteit; e. er sprake is van ongeoorloofde cumulatie van steun als bedoeld in artikel 8 van de algemene groepsvrijstellingsverordening; f. er sprake is van een onderneming in moeilijkheden als bedoeld artikel 2, achttiende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening; g. de werkzaamheden aan het project reeds zijn aangevangen voordat de aanvraag voor dat project is ingediend en het stimulerend effect, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening daardoor ontbreekt; h. de subsidieverstrekking niet in overeenstemming is met enige andere bepaling in de algemene groepsvrijstellingsverordening. 2025 25007 22-07-2025 17-07-2025 IENW/BSK-174790 2025 25007 22-07-2025 17-07-2025 IENW/BSK-174790 23-07-2025
Artikel 11 — Artikel 11 Verplichtingen subsidieontvanger#
Artikel 11 Verplichtingen subsidieontvanger artikelen 17 tot en met 20 van het Kaderbesluit subsidies I en M artikel 26, eerste lid, onderdeel b, van het Kaderbesluit subsidies I en M In aanvulling op deverstrekt het consortium waaraan een subsidie is verleend binnen twaalf weken na de datum van de beschikking tot subsidieverlening aan de minister een overeenkomst als bedoeld in. 2025 25007 22-07-2025 17-07-2025 IENW/BSK-174790 2025 25007 22-07-2025 17-07-2025 IENW/BSK-174790 23-07-2025
Artikel 12 — Artikel 12 Bevoorschotting#
Artikel 12 Bevoorschotting Het te verlenen voorschot bedraagt 100% van de verleende subsidie en wordt uitgekeerd binnen twaalf weken na de datum van de beschikking tot subsidieverlening. 2025 25007 22-07-2025 17-07-2025 IENW/BSK-174790 2025 25007 22-07-2025 17-07-2025 IENW/BSK-174790 23-07-2025
Artikel 13 — Artikel 13 Subsidievaststelling#
Artikel 13 Subsidievaststelling artikel 24 van het Kaderbesluit subsidies I en M De subsidieaanvrager dient binnen tweeëntwintig weken nadat het project is afgerond een aanvraag tot vaststelling als bedoeld inin. 2025 25007 22-07-2025 17-07-2025 IENW/BSK-174790 2025 25007 22-07-2025 17-07-2025 IENW/BSK-174790 23-07-2025
Artikel 14 — Artikel 14 Begrotingsvoorbehoud#
Artikel 14 Begrotingsvoorbehoud artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld, wordt verleend onder de voorwaarde bedoeld in. 2025 25007 22-07-2025 17-07-2025 IENW/BSK-174790 2025 25007 22-07-2025 17-07-2025 IENW/BSK-174790 23-07-2025
Artikel 15 — Artikel 15 Evaluatie#
Artikel 15 Evaluatie De minister publiceert binnen vijf jaren na de inwerkingtreding van deze regeling een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze regeling in de praktijk. 2025 25007 22-07-2025 17-07-2025 IENW/BSK-174790 2025 25007 22-07-2025 17-07-2025 IENW/BSK-174790 23-07-2025
Artikel 16 — Artikel 16 Tijdelijke subsidieregeling onderzoek Topsector Logistiek 2022 – 2026 Wijziging#
Artikel 16 Tijdelijke subsidieregeling onderzoek Topsector Logistiek 2022 – 2026 Wijziging Wijzigt de Tijdelijke subsidieregeling onderzoek Topsector Logistiek 2022 – 2026. 2025 25007 22-07-2025 17-07-2025 IENW/BSK-174790 2025 25007 22-07-2025 17-07-2025 IENW/BSK-174790 23-07-2025
Artikel 17 — Artikel 17 Inwerkingtreding en vervaldatum#
Artikel 17 Inwerkingtreding en vervaldatum 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2030, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die op grond van deze regeling voor die datum zijn verleend. 2025 25007 22-07-2025 17-07-2025 IENW/BSK-174790 2025 25007 22-07-2025 17-07-2025 IENW/BSK-174790 23-07-2025
Artikel 18 — Artikel 18 Citeertitel#
Artikel 18 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke subsidieregeling onderzoek Topsector Logistiek 2025–2029. 2025 25007 22-07-2025 17-07-2025 IENW/BSK-174790 2025 25007 22-07-2025 17-07-2025 IENW/BSK-174790 23-07-2025
Artikel 8#
artikel 8, vijfde lid
Artikel 2#
artikel 2, sub a
Artikel 2#
artikel 2, onderdeel b
Artikel 9#
artikel 9, tweede lid
Artikel 2#
artikel 2
Artikel 2#
Artikel 2, onderdeel a
Artikel 2#
Artikel 2, onderdeel b