Verordening op de praktijkuitoefening in dienstbetrekking
- BWB-id
- BWBR0007830
- Type
- pbo
- Ministerie
- Nederlandse Orde van Advocaten
- Geldigheid
- 2011-01-01 t/m 2014-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0007830
- ELI
- /eli/nl/pbo/1997/verordening-op-de-praktijkuitoefening-in-dienstbetrekking
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/pbo/1997/verordening-op-de-praktijkuitoefening-in-dienstbetrekking/2011-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0007830&g=2011-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0007830&z=2026-06-06&g=2011-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0007830/2011-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/pbo/1997/verordening-op-de-praktijkuitoefening-in-dienstbetrekking
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze Verordening wordt verstaan onder: a. artikel 16h van de Advocatenwet Advocaat: de in Nederland ingeschreven advocaat, alsmede de advocaat bedoeld in. b. Werkgever: degene tot wie de advocaat in privaatrechtelijke of publiekrechtelijke dienstbetrekking staat. Indien de werkgever deel uitmaakt van een groep rechtspersonen en vennootschappen worden alle overige groepsmaatschappijen van die groep mede aangemerkt als werkgever. Het in de vorige volzin bepaalde is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van overheidslichamen en daarmee verbonden vennootschappen en rechtspersonen. c. Samenwerkingsverordening 1993 beoefenaar van een toegelaten vrij beroep: de beoefenaar van een vrij beroep met wie het de advocaat ingevolge deis toegestaan een samenwerkingsverband aan te gaan; d. praktijkrechtspersoon: een praktijkvennootschap, praktijkstichting of praktijkcoöperatie die uitsluitend de rechtspraktijk doet uitoefenen door advocaten of beoefenaren van een toegelaten vrij beroep; e. Raad van Toezicht: de Raad van Toezicht van het arrondissement waar de advocaat kantoor houdt. 2008 141 24-07-2008 26-06-2008 2008 141 24-07-2008 26-06-2008 01-09-2008
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Het is de advocaat niet toegestaan de praktijk uit te oefenen in dienstbetrekking indien daardoor de vrijheid en onafhankelijkheid in de uitoefening van zijn beroep, met inbegrip van de behartiging van het partijbelang en de daarmee samenhangende vertrouwensrelatie tussen de advocaat en zijn client, in gevaar kunnen worden gebracht. 1996 239 10-12-1996 1997 75 18-04-1997 01-05-1997
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 2 Het is de advocaat, onverminderd het bepaalde inen de navolgende leden, slechts toegestaan de praktijk in dienstbetrekking uit te oefenen indien hij in dienst is bij een werkgever die de hoedanigheid heeft van: a. art. 5 van de Samenwerkingsverordening 1993 in Nederland geschreven advocaat of advocaat die in zijn land van vestiging lid is van een door de Algemene Raad op de voet vanerkende organisatie; b. beoefenaar van een toegelaten vrij beroep; c. Samenwerkingsverordening 1993 samenwerkingsverband in de zin van dewaarvan de deelnemers allen zijn advocaat of de beoefenaar van een toegelaten vrij beroep; d. praktijkrechtspersoon; e. Wet op het financieel toezicht verzekeraar die uitsluitend de branche rechtsbijstandsverzekering uitoefent en als zodanig voldoet aan de in degestelde voorwaarden of een juridisch zelfstandig schaderegelingskantoor in de zin van genoemde wet, of een daarmee vergelijkbare instelling, zolang is voldaan aan het in het vierde lid bepaalde; f. artikel 6 organisatie met een ideële doelstelling, zolang deze voldoet aan het inbepaalde; 2 Het is de advocaat toegestaan de praktijk in dienstbetrekking uit te oefenen bij een andere werkgever dan de in het eerste lid bedoelde zolang hij binnen die dienstbetrekking uitsluitend optreedt voor die werkgever en de werkzaamheden in hoofdzaak zijn gericht op de uitoefening van de rechtspraktijk. 3 De praktijkuitoefening in dienstbetrekking bij een werkgever als bedoeld in het eerste lid, onder b, e, f en g alsmede het tweede lid is de advocaat slechts toegestaan op voorwaarde dat de werkgever zich conform de bepalingen van het als bijlage aan deze verordening gehechte Professioneel statuut voor de Advocaat in Dienstbetrekking jegens de advocaat heeft verbonden de onafhankelijke praktijkuitoefening te eerbiedigen en de ongestoorde naleving van de beroeps- en gedragsregels van de advocaat te bevorderen en zolang de werkgever en de advocaat hun verplichtingen uit hoofde van dat statuut daadwerkelijk nakomen. Een gelijke verplichting geldt voor de advocaat die de praktijk in dienstbetrekking uitoefent bij een werkgever als bedoeld in het eerste lid onder c en d indien de zeggenschap binnen het samenwerkingsverband onderscheidenlijk de praktijkrechtspersoon niet in meerderheid door advocaten wordt uitgeoefend. 4 a. De praktijkuitoefening in dienstbetrekking bij een werkgever als bedoeld in het eerste lid onder e is bovendien slechts toegestaan wanneer zij geschiedt ten behoeve van die werkgever of de bij die werkgever verzekerden, in het laatste geval echter uitsluitend zolang het de verzekerde in ieder geval vrij staat een advocaat van zijn keuze aan te wijzen zodra een advocaat wordt verzocht de belangen van de verzekerde in een gerechtelijke of administratieve procedure te verdedigen, te vertegenwoordigen of te behartigen, ongeacht of de gekozen advocaat binnen of buiten de organisatie van de werkgever werkzaam is. b. bijlage A De vrije advocaatkeuze als bedoeld in het vierde lid onder a, wordt door de advocaat schriftelijk aan de cliënt bevestigd òf met de alsaan deze verordening gehechte vergewisverklaring òf met een bevestiging van gelijke strekking. 5 De praktijkuitoefening in dienstbetrekking bij een werkgever met een ideële doelstelling als bedoeld in het eerste lid onder f is bovendien slechts toegestaan wanneer zij geschiedt ten behoeve van die werkgever of diens leden als zodanig, in het laatste geval echter uitsluitend zolang de door de advocaat verleende rechtsbijstand zich beperkt tot b. de behandeling van zaken waarvan naar hun aard aannemelijk is dat de wederpartij zich niet voor rechtsbijstand tot die werkgever kan wenden. a. de behartiging van de belangen van de leden welke kunnen worden geacht te vallen binnen het kader van die ideële doelstelling zonder dat zij strijdig kunnen zijn met de belangen van andere leden en b. de behandeling van zaken waarvan naar hun aard aannemelijk is dat de wederpartij zich niet voor rechtsbijstand tot die werkgever kan wenden. 6 De advocaat behoudt bij alle binnen de dienstbetrekking voorkomende werkzaamheden de hoedanigheid van advocaat en doet die hoedanigheid tegenover derden steeds duidelijk kenbaar zijn. 7 De praktijkuitoefening van een advocaat in dienstbetrekking bij een werkgever is slechts te verenigen met een door hem buiten die dienstbetrekking uitgeoefende praktijk zolang de advocaat in afdoende mate ervoor zorgdraagt dat geen belangenverstrengeling kan ontstaan, dat verwarring omtrent de hoedanigheid waarin hij optreedt is uitgesloten en dat de bepalingen van deze Verordening naar inhoud en strekking volledig worden nageleefd. 2010 20262 17-12-2010 01-12-2010 2010 20262 17-12-2010 01-12-2010 01-01-2011
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Het is de advocaat die de praktijk in dienst betrekking uitoefent niet toegestaan in enige zaak voor een of meer cliënten op te treden, wanneer hij daarbij uit hoofde van de dienst betrekking belangen in acht zou moeten nemen die strijden met het belang van die cliënt of cliënten of wanneer een daarop uitlopende ontwikkeling aannemelijk is. 1996 239 10-12-1996 1997 75 18-04-1997 01-05-1997
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 De advocaat die de praktijk in dienstbetrekking uitoefent, het voornemen heeft kenbaar gemaakt zulks te doen of als werkgever doet uitoefenen is verplicht desgevraagd de terzake door de Raad van Toezicht gewenste inlichtingen te verstrekken. 2 artikel 3 derde lid De advocaat die voornemens is de praktijk in dienstbetrekking uit te oefenen bij een werkgever als bedoeld inis, telkens wanneer zich dit voordoet, verplicht voordat die praktijkuitoefening een aanvang neemt aan de Raad van Toezicht afschrift van het in dat lid bedoelde, door hem en zijn werkgever ondertekende statuut te verstrekken. 3 Geschillen die terzake van de toepassing van het in het vorige lid bedoelde statuut tussen de advocaat en diens werkgever mochten ontstaan, kunnen door de advocaat of diens werkgever voor bemiddeling of advies worden voorgelegd aan de Raad van Toezicht. 1996 239 10-12-1996 1997 75 18-04-1997 01-05-1997
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 artikel 3, eerste lid onder f Als organisatie met een ideële doelstelling als bedoeld in, wordt slechts aangemerkt de organisatie die voldoet aan elk van de navolgende criteria: a. haar activiteiten beperken zich tot het feitelijk en statutair zonder winstoogmerk nastreven van een ideëel doel dat maatschappelijk van wezenlijke betekenis is en dat naar zijn aard parallel loopt met het gezamenlijk belang van haar leden of op vergelijkbare wijze bij de organisatie aangeslotenen; b. zij heeft de verlening van de rechtsbijstand ondergebracht in een organisatorische eenheid welke in voldoende mate onafhankelijk functioneert ten opzichte van de overige onderdelen van de organisatie; c. zij bezit in financieel-economisch opzicht een dusdanige stabiliteit dat een behoorlijke praktijkuitoefening door de advocaat in dienst bij die organisatie is gewaarborgd. 1997 68 09-04-1997 1997 75 18-04-1997 01-05-1997 1996 239 10-12-1996 1997 75 18-04-1997 01-05-1997
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 artikel 3, derde lid Voor de advocaat die ten tijde van de inwerkingtreding van deze Verordening de praktijk reeds in dienstbetrekking uitoefent blijven, zolang die dienstbetrekking voortduurt, de bepalingen van de Verordening op de advocaat in dienstbetrekking van kracht. Indien die dienstbetrekking is aangegaan met één van de inbedoelde werkgevers en de advocaat binnen 18 maanden na de inwerkingtreding van deze Verordening het in dat lid bedoelde Statuut aan de Raad van Toezicht heeft verstrekt, zijn vanaf het moment van die verstrekking de bepalingen van deze Verordening op hem van toepassing. 1996 239 10-12-1996 1997 75 18-04-1997 01-05-1997
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Deze Verordening kan worden aangehaald als de Verordening op de praktijkuitoefening in dienstbetrekking. Zij treedt in werking op een door de Algemene Raad nader te bepalen tijdstip. Zij zal binnen twee jaren na de inwerkingtreding door de Algemene Raad worden geëvalueerd. 1996 239 10-12-1996 1997 75 18-04-1997 01-05-1997
Artikel 3#
artikel 3, derde lid
Artikel 5#
artikel 5, derde lid van de Verordening op de praktijkuitoefening