Verordening hygiënevoorschriften pluimveeverwerkende industrie 1999
- BWB-id
- BWBR0010836
- Type
- pbo
- Ministerie
- Productschap Pluimvee en Eieren
- Geldigheid
- 2006-07-02 t/m 2008-02-09
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0010836
- ELI
- /eli/nl/pbo/2000/verordening-hygi-nevoorschriften-pluimveeverwerkende-industr
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/pbo/2000/verordening-hygi-nevoorschriften-pluimveeverwerkende-industr/2006-07-02
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0010836&g=2006-07-02
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0010836&z=2026-06-06&g=2006-07-02
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0010836/2006-07-02
Absolute ELI: /eli/nl/pbo/2000/verordening-hygi-nevoorschriften-pluimveeverwerkende-industr
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Verordening hygiënevoorschriften pluimveehouderij 1999 In deze verordening worden de begripsbepalingen van deovergenomen en verstaat daarnaast onder: ondernemer : een natuurlijk persoon of rechtspersoon die een onderneming drijft waarin pluimvee wordt be- of verwerkt; partij : een aaneengesloten geleverde hoeveelheid vleeskuikens, welke afkomstig is van één pluimveehouder; onderneming : tot de onderneming worden gerekend alle inrichtingen waarin pluimvee wordt be- of verwerkt en welke voor tenminste 51% in eigendom zijn van dezelfde ondernemer; slachterij : Richtlijn 71/118/EEG een inrichting waar pluimvee wordt geslacht en die voldoet aan de in degestelde eisen en als zodanig erkend zijn; uitsnijderij : Richtlijn 71/118/EEG een inrichting waarin pluimveevlees wordt uitgesneden of uitgebeend, verpakt of opgeslagen en die voldoet aan de ingestelde eisen en als zodanig erkend is; nuchter pluimvee : pluimvee waarvan de krop leeg is. 2004 61 08-10-2004 10-06-2004 PPE 40 2004 61 08-10-2004 10-06-2004 PPE 40 10-10-2004
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Ondernemers zijn, onverminderd enig ander wettelijk voorschrift, verplicht a. een koppel dat besmet is met Salmonella zodanig apart te houden dat er zo min mogelijk contact kan ontstaan met koppels die niet besmet zijn met Salmonella; b. er voor zorg te dragen dat het pluimvee nuchter is op het moment van aanhangen; c. er voor zorg dragen dat geen vuile lucht wordt afgezogen naar schone ruimten; d. alle gebruikte attributen te reinigen en te ontsmetten. 2006 29 09-06-2006 15-12-2005 PPE18 2006 29 09-06-2006 15-12-2005 PPE18 11-06-2006
Artikel 2a — Artikel 2a#
Artikel 2a 1 De ondernemer is verplicht de vervoermiddelen waarmee het ter slachting aangevoerde pluimvee is aangevoerd direct na gebruik en in elk geval voordat de vervoermiddelen het bedrijfsterrein verlaten te reinigen en te ontsmetten. De ondernemer dient direct aansluitend aan de reiniging en ontsmetting te controleren of de vervoermiddelen visueel schoon zijn. Indien hij vaststelt dat dit niet het geval is, dient hij dit duidelijk kenbaar op en aan de vervoermiddelen aan te geven met daarbij de aantekening wanneer het reinigen en ontsmetten zal worden herhaald voor het verlaten van het bedrijfsterrein. 2 De ondernemer is verplicht de kratten, containers e.d. waarin levend pluimvee ter slachting is aangevoerd direct na gebruik en in elk geval voordat deze het bedrijfsterrein verlaten zodanig te reinigen, dat deze visueel geheel schoon zijn en te ontsmetten. De ondernemer dient direct aansluitend aan de reiniging en ontsmetting te controleren of de kratten, containers e.d. visueel schoon zijn. Indien hij vaststelt dat dit niet het geval is, dient hij dit duidelijk kenbaar op en aan de kratten, containers e.d. aan te geven met daarbij de aantekening wanneer het reinigen en ontsmetten zal worden herhaald voor het verlaten van het bedrijfsterrein. 2001 27 29-06-2001 14-12-2000 PPE 36 2001 27 29-06-2001 14-12-2000 PPE 36 30-06-2001
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Bijlage Iedere ondernemer is verplicht elk koppel te slachten pluimvee na de aanlevering op de slachterij te onderzoeken of te laten onderzoeken op de aanwezigheid van de in debedoelde schadelijke micro-organismen. De monsters, waarvan de wijze van monstername en analyse bij bestuursbesluit nader zijn omschreven, moeten geanalyseerd worden op alle typen Salmonella. Bij een besmetting moet geanalyseerd worden om welk serotype het gaat. 2 a. Bijlage De ondernemer dient het geslachte pluimvee en het uitgesneden en uitgebeende pluimveevlees te onderzoeken of te laten onderzoeken op de aanwezigheid van de in debedoelde schadelijke micro-organismen. b. De monsters, waarvan de wijze van monstername en analyse bij besluit van het bestuur nader zijn omschreven, worden geanalyseerd op alle typen Salmonella. c. Bij een besmetting wordt geanalyseerd om welk serotype het gaat. 3 Het in het eerste en tweede lid bedoelde onderzoek geschiedt door middel van het nemen van monsters. 4 Het bestuur kan regels stellen omtrent de te onderzoeken producten alsmede omtrent de wijze van bemonstering en de te hanteren analysemethoden. 5 De monsters dienen te worden onderzocht door een erkend laboratorium, dat wordt aangewezen door de voorzitter, op basis van door het bestuur vast te stellen erkenningsvoorwaarden. 6 Bijlage, onderdeel a. Bijlage, onderdeel a. Dagelijks moet een monster worden genomen van de kratten en containers waarmee het pluimvee is aangevoerd. Wanneer bij één of meerdere koppels de in de, bedoelde schadelijke micro- organismen zijn aangetoond dient het betreffende monster te worden genomen van de kratten en containers van dit besmette koppel. Het bestuur kan regels stellen omtrent de wijze van monstername en analyse en de te nemen maatregelen bij besmettingen met de in de, bedoelde schadelijke micro-organismen. 7 De uitslag van het in het eerste en tweede lid bedoelde onderzoek dient te voldoen aan de normen, die door het bestuur bij besluit zullen worden vastgesteld. Het bestuur bepaalt daarbij tevens, welke aanvullende maatregelen dienen te worden genomen, indien niet aan de norm is voldaan. De te nemen maatregelen worden afhankelijk gesteld van de matewaarin de norm is overschreden. 2006 29 09-06-2006 15-12-2005 PPE18 2006 29 09-06-2006 15-12-2005 PPE18 11-06-2006
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Bijlage Het is een ondernemer alleen toegestaan pluimvee te slachten of te doen slachten indien het koppel waarvan het deel uitmaakt, bij aanlevering reeds is onderzocht op de aanwezigheid van de in degenoemde schadelijke micro-organismen en indien het resultaat van de laboratoriumonderzoeken vóór het slachten van het betreffende pluimvee bij hem schriftelijk bekend is. 2 Bijlage onderdeel a. Bijlage onderdeel a. Iedere ondernemer is verplicht eerst het pluimvee te slachten of te doen slachten dat afkomstig is van koppels die niet besmet zijn met in debedoelde schadelijke micro-organismen. Nadat het pluimvee, bedoeld in de vorige zin, is geslacht is het toegestaan pluimvee te slachten dat afkomstig is van koppels die besmet zijn met in debedoelde schadelijke micro-organismen. 3 Hygiënebesluit vleeskuikenbedrijven 1999 Bijlage onder a. Het is een ondernemer alleen toegestaan pluimvee te slachten of te doen slachten indien het koppel, waarvan het desbetreffende pluimvee deel uitmaakt, bij aanlevering reeds is onderzocht middels onderzoeken, zoals bedoeld in heten het Hygiënebesluit kuikenbroederijen 1999, naar de aanwezigheid van de in degenoemde schadelijke micro-organismen die op betreffend koppel zijn uitgevoerd op de broederij en het vleeskuikenbedrijf en indien het resultaat van de laboratoriumonderzoeken vóór het slachten van het betreffende pluimvee bij hem schriftelijk bekend is. 2000 10 25-02-2000 11-11-1999 PPE 16 2000 10 25-02-2000 11-11-1999 PPE 16 26-02-2000
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikel 3, eerste en tweede lid artikel 4, eerste lid Iedere ondernemer is verplicht de resultaten van de onderzoeken als bedoeld inenen alle overige onderzoeksresultaten verkregen van leveranciers van pluimvee gedurende 2 jaar te bewaren en is verplicht de resultaten van de onderzoeken op een daarvoor door het bestuur voorgeschreven wijze per maand te rapporteren aan het productschap. Deze rapportage dient te geschieden uiterlijk binnen 14 dagen volgend op die maand waarop de gegevens betrekking hebben. 2001 27 29-06-2001 14-12-2000 PPE 36 2001 27 29-06-2001 14-12-2000 PPE 36 30-06-2001
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Het bestuur wijst een of meer instanties aan die worden belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening. Bij het uitoefenen van het toezicht houdt de aangewezen instantie(s) zich aan de bepalingen van het protocol dat is vastgesteld door het bestuur van het productschap. 2 Indien een ondernemer het bepaalde bij of krachtens deze verordening heeft overtreden zal de in het eerste lid bedoelde instantie de AID hiervan op de hoogte stellen. 2000 10 25-02-2000 11-11-1999 PPE 16 2000 10 25-02-2000 11-11-1999 PPE 16 26-02-2000
Artikel 6a — Artikel 6a#
Artikel 6a 1 De ondernemer laat zich jaarlijks ten minste één maal op eigen kosten door een door de voorzitter erkende controle-instantie controleren op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde. 2 De in het eerste lid bedoelde controle-instantie voldoet aan door het bestuur bij besluit vastgestelde erkenningscriteria, welke strekken tot waarborg van de onafhankelijkheid en deskundigheid van de controle-instantie. 3 De in het eerste lid bedoelde controle-instantie kan op aanvraag worden erkend door de voorzitter. De erkenning kan tijdelijk en onder voorwaarden worden verleend en kan worden ingetrokken indien niet meer aan de voorwaarden wordt voldaan. 4 Het besluit zoals bedoeld in het tweede lid wordt gepubliceerd in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie. 2006 29 09-06-2006 15-12-2005 PPE18 2006 29 09-06-2006 15-12-2005 PPE18 11-06-2006
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 artikel 6 De ondernemer is verplicht aan controleurs van de inbedoelde instanties: a. al die gegevens te verstrekken of te doen verstrekken, die naar hun oordeel nodig zijn voor de vervulling van hun taak; b. inzage te geven of te doen geven van die boeken en bescheiden, die naar hun oordeel nodig zijn voor de vervulling van hun taak; c. te allen tijde toegang te geven of te doen geven tot hun bedrijfsruimten en tot die plaatsen of vervoermiddelen, waar of waarin voorraden, die tot het bedrijf van de ondernemer behoren, zijn opgeslagen of worden vervoerd; d. te gedogen dat zij monsters nemen uit de voorraden van het bedrijf van de ondernemer, ongeacht de plaats waar of waarin zich die voorraden bevinden, en alsdan de gevorderde medewerking overeenkomstig de aanwijzingen en onder toezicht van die controleurs te verlenen; e. voor het overige alle medewerking te verlenen ter vervulling van hun taak. 2000 10 25-02-2000 11-11-1999 PPE 16 2000 10 25-02-2000 11-11-1999 PPE 16 26-02-2000
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Het bestuur kan nadere regels stellen inzake onderwerpen waarop deze verordening van toepassing is. 2000 10 25-02-2000 11-11-1999 PPE 16 2000 10 25-02-2000 11-11-1999 PPE 16 26-02-2000
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004 Op overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze verordening worden tuchtrechtelijke maatregelen gesteld als voorzien in de. 2006 33 30-06-2006 13-04-2006 PPE25 2006 33 30-06-2006 13-04-2006 PPE25 02-07-2006
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 De voorzitter is bevoegd, op aanvraag, ontheffing te verlenen van het bepaalde bij of krachtens deze verordening en aan zodanige ontheffing voorschriften te verbinden, alsmede deze onder beperkingen te verlenen. 2 Het bestuur kan vrijstelling verlenen aan ondernemers danwel aan een groep van te onderscheiden categorieën ondernemers en aan een zodanige vrijstelling beperkingen en/of voorschriften verbinden. 2000 10 25-02-2000 11-11-1999 PPE 16 2000 10 25-02-2000 11-11-1999 PPE 16 26-02-2000
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening hygiënevoorschriften pluimveeverwerkende industrie 1999". 2 Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van haar afkondiging in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie. 2000 10 25-02-2000 11-11-1999 PPE 16 2000 10 25-02-2000 11-11-1999 PPE 16 26-02-2000
Artikel 2#
artikelen 2
Artikel 3#
3
Artikel 4#
4